Alysea E - Airconditioning OLIMPIA SPLENDID - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Alysea E OLIMPIA SPLENDID in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Alysea E OLIMPIA SPLENDID
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Alysea E - OLIMPIA SPLENDID en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Alysea E van het merk OLIMPIA SPLENDID.
GEBRUIKSAANWIJZING Alysea E OLIMPIA SPLENDID
GEBRUIKS- EN ONDERHOUDSAANWIJZINGEN
NL
Het symbool op het product of de verpakking geeft aan dat het niet bij het normale huisvuil mag worden gedaan maar naar een erkend inzamelbedrijf voor de recycling van elektrische en elektronische apparatuur moet worden gebracht. Door het product op passende wijze te verwijderen helpt u mogelijke schadelijke gevolgen voor het milieu en de gezondheid als gevolg van een ongeschikte verwijdering van het product te vermijden. Informeer bij de gemeente, de plaatselijke afvalverwijderingsdienst of de winkel waar het product aangeschaft is naar meer informatie over de recycling van dit product. Dit voorschrift is uitsluitend geldig binnen EU-lidstaten.
0 - SYMBOLLEN
De pictogrammen die in het volgende hoofdstuk staan, maken het mogelijk de benodigde informatie voor het correcte gebruik van de machine onder veilige omstandigheden snel en op eenduidige wijze te verstrekken.
Inhoudsopgave
De paragrafen die voorafgegaan worden door dit symbool bevatten zeer belangrijke informatie en voorschriften, met name over de veiligheid. De veronachtzaming ervan kan de volgende gevolgen hebben:
- gevaar voor de persoonlijke veiligheid van de operators
- verlies van de contractuele garantie
- afwijzing van aansprakelijkheid door de fabrikant.

GEVAAR
ert dat het apparaat ontvlambaar koelmiddel gebruikt. Als de koelvloeistof uitloopt en wordt blootgesteld aan een externe ontstekingsbron bestaat risico op brand.

GEVAARLIJKE ELEKTRISCHE SPANNING
het betrokken personeel op het feit dat indien de beschreven handeling niet uitgevoerd wordt met inachtneming van de veiligheidsvoorschriften, het risico bestaat een elektrische schok te krijgen.

ALGEMEEN GEVAAR
eert aan het betrokken personeel dat de beschreven handeling risico's inhoudt voor lichamelijke schade indien de veiligheidsnormen niet in acht worden genomen.
0.1 - ALGEMEEN ADVIES
ALS ELEKTRISCHE APPARATUUR WORDT GEBRUIKT, MOETEN DE BASISVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN ALTIJD WORDEN GEVOLGD OM HET RISICO OP BRAND, ELEKTRISCHE SCHOKKEN EN PERSOONLIJKE ONGE-VALLEN TE BEPERKEN, INCLUSIEF HET VOLGENDE:

-
Document van vertrouwelijke aard, volgens de wettelijke bepalingen, met verbod op reproductie of versturing aan derden zonder de uitdrukkelijke autorisatie van de firma OLIMPIA SPLENDID. De machines kunnen bijwerkingen ondergaan en dus andere onderdelen vertonen dan die afgebeeld worden zonder om deze reden de teksten van deze handleiding te compromitteren.
-
Lees deze handleiding met aandacht alvorens verder te gaan met om het even welke handeling (installatie, onderhoud, gebruik) en houd u strikt aan hetgeen in de afzonderlijke hoofdstukken beschreven wordt.
-
Al het personeel, betrokken bij het transport en de installatie van de machine, moet op de hoogte worden gesteld van de onderhavige instructies.
-
DE FABRIKANT STELT ZICH OP GENERLEI WIJZE AANSPRAKELIJK VOOR PERSOONLIJK LETSEL OF MATERIËLE SCHADE DIE HET GEVOLG IS VAN DE VERONACHTZAMING VAN DE VOORSCHRIFTEN DIE IN DEZE HANDLEIDING STAAN.
-
De fabrikant behoudt zich het recht voor om ieder gewenst moment wijzigingen aan de eigen modellen aan te brengen terwijl de essentiële kenmerken die in deze handleiding beschreven worden onveranderd blijven.

-
De installatie en het onderhoud van de apparatuur voor klimaatregeling, zoals dit apparaat, zouden gevaarlijk kunnen zijn omdat binnenin deze appa- raten onder druk staand koelgas en onder spanning staande elektrische componenten aanwezig zijn. De installatie, het eerste starten en de daarop volgende onderhoudsfasen dienen dan ook uitsluitend door geautoriseerd en gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd.
-
Installaties die uitgevoerd worden zonder inachtneming van de aanwijzingen die in deze handleiding staan en het gebruik buiten de voorgeschreven temperatuurlimieten doen de garantie komen te vervallen.
-
Het gewone onderhoud van de filters en de algemene externe reiniging kunnen ook door de gebruiker uitgevoerd worden omdat hierbij geen moeilijke of gevaarlijke handelingen betrokken zijn.
-
Tijdens de montage en bij elk onderhoud is het noodzakelijk de voorzorgsmaatregelen in acht te nemen die in deze handleiding genoemd worden en die ook op de stickers binnenin de apparaten staan. Bovendien moeten alle voorzorgsmaatregelen getroffen worden die door het gezonde verstand ingegeven worden alsmede door de veiligheidsvoorschriften die van kracht zijn in de plaats van installatie.


- Gebruik voor de installatie en het onderhoud gereedschappen, geschikt voor ontvlambaar gas.

- Het is nodig om altijd veiligheidshandschoenen en -bril te dragen wanneer ingrepen aan de koelzijde van de apparaten uitgevoerd worden.
- De klimaatregelaars MOGEN NIET geïnstalleerd worden in een ruimte waar ontvlambare en/of explosieve gassen aanwezig zijn, in zeer vochtige ruimtes (wasruimtes, kassen, enz.) of in ruimtes waar andere machines een sterke warmtebron vormen.
- In geval van vervanging van de componenten mogen uitsluitend originele reserveonderdelen van OLIMPIA SPLENDID gebruikt worden.
- BELANGRIJK! Om ieder risico op elektrocutie te voorkomen is het absoluut van belang om de hoofdschakelaar af te sluiten alvorens elektrische aan-sluitingen tot stand te brengen en bij iedere vorm van onderhoud die op de apparaten uitgevoerd wordt.
- Blikseminslag, naburige auto's en mobiele telefoons kunnen storingen veroorzaken. Het apparaat enkele seconden van de stroom afsluiten en vervolgens weer starten.
- Op regenachtige dagen is het raadzaam om de elektrische voeding te af te sluiten om schade door blikseminslag te voorkomen.
- Als het apparaat een lange tijd niet wordt gebruikt of niemand de geklimati-seerde kamer gebruikt, is het raadzaam de elektrische stroomtoevoer af te sluiten om ongevallen te vermijden.
- Gebruik geen vloeibare of corrosieve reinigingsmiddelen om het apparaat te reinigen, verstuif geen water of andere vloeistoffen op het apparaat daar ze de onderdelen in pvc kunnen beschadigen of zelfs elektrische schokken kunnen veroorzaken.
- De binnenkant van het apparaat en de afstandsbediening niet nat maken. uitingen of brand zou kunnen optreden.
- Bij storingen in de werking (bv: abnormale geluiden, een slechte geur, rook, een abnormale temperatuurtoename, elektrische dispersie, enz.) de elektrische stroomtoevoer onmiddellijk afsluiten. Neem contact op met uw plaatselijke verkoper.
- Laat de klimaatregelaar niet gedurende lange tijd in werking indien het vochtgehalte hoog is en deuren of ramen open zijn. De vochtigheid zou condensvorming kunnen veroorzaken waardoor het interieur nat of beschadigd wordt.
- Sluit de voedingsstekker tijdens de werking niet aan of af. r voor brand en elektrische schokken.
- Raak het product (indien in werking) niet aan met natte handen. r voor brand en elektrische schokken.
- Plaats de verwarming of andere apparatuur niet in de nabijheid van de voedingskabel. Gevaar voor brand en elektrische schokken.











- Zorg ervoor dat het water niet in de elektrische delen dringt. u brand, storingen of elektrische schokken kunnen teweegbrengen.

- Open het rooster voor luchtingang niet tijdens de werking van het apparaat. Kans op letsel, schokken of beschadiging van het product.

- Blokkeer de luchtinlaat of -uitlaat niet; het kan het product beschadigen.

-
Steek geen vingers of objecten in de luchtinlaat of -uitlaat wanneer het apparaat in werking is. De aanwezigheid van scherpe bewegende delen kan leiden tot verwondingen.
-
Het water dat uit het apparaat komt niet drinken. Dit is niet hygiënisch en zou ernstige gezondheidsproblemen kunnen veroorzaken.
-
Bij gaslekken van andere apparaten de omgeving goed verluchten alvorens de airco in te schakelen.
-
Het apparaat niet demonteren noch wijzigingen erop aan brengen.
-
Ventileer de ruimte goed indien het apparaat samen met een kachel enz. gebruikt wordt.
-
Gebruik de apparatuur niet voor andere doeleinden dan waarvoor het ontworpen is.
-
De personen die op een koelcircuit werken of ingrijpen, moeten in het bezit zijn van de gepaste certificatie, afgegeven door een bevoegde instantie, die hun bevoegdheid vaststelt om koelmiddelen veilig te behandelen volgens een door brancheverenigingen erkende beoordelingsspecificatie.
-
Laat geen R32-gas in de atmosfeer ontsnappen; R32 is een gefluoreerd broeikasgas met een aardopwarmingspotentieel (GWP) = 675.

- De apparaten die worden beschreven in deze handleiding zijn conform de toepasselijke Europese Richtlijnen en de eventuele daaropvolgende wijzigingen.


- Het apparaat bevat ontvlambaar gas A2L. Raadpleeg deze handleiding voor de correcte installatiewijze.
0.2 - OPMERKINGEN OVER DE GEFLUOREERDE GASSEN


- Deze airconditioner bevat gefluoreerde gassen. Raadpleeg het typeplaatje op het apparaat voor specifieke informatie over het type en de hoeveelheid gas.
- De installatie, assistentie, het onderhoud en de reparatie van het apparaat moeten worden uitgevoerd door een erkend technicus.
-
De demontage en recyclage van het apparaat moeten worden uitgevoerd door bevoegd technisch personeel.
-
Als er een lekzoeker op het systeem is geïnstalleerd, moet u minstens om de 12 maanden op lekkage controleren.
- Als wordt gecontroleerd of geen lekken aanwezig zijn, is het raadzaam om een gedetailleerd register van alle inspecties bij te houden.

- Controleer de zone rondom de apparatuur, voordat werkzaamheden aan het apparaat worden verricht, om na te gaan of er geen brand- en/of verbrandingsgevaar heerst. Tref de volgende maatregelen voor de reparatie van het koelsysteem, voordat werkzaamheden aan het systeem worden verricht.

-
Vóór en tijdens de werkzaamheden MOET de zone gecontroleerd worden met een specifieke koudemiddeldetector, zodat de monteur een mogelijk gevaarlijke atmosfeer kan herkennen. Controleer of de lekdetector geschikt is voor het gebruik in combinatie met ontvlambare koudemiddelen, geen vonken veroorzaakt en afgedicht of intrinsiek veilig is.
-
De kalibratie van elektronische lekdetectoren kan vereist zijn. Kalibreer ze, indien nodig, in en zone waar geen koudemiddel in aanwezig is.
- Controleer of de detector geen potentiële ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koudemiddel. De detector moet ingesteld zijn op een LFL-percentage van het koudemiddel en moet voor het gebruikte koudemiddel zijn gekalibreerd. Het geschikte gaspercentage (maximaal 25%) moet bevestigd worden.
3a. De lekdetectievloeistoffen kunnen voor het merendeel van de koudemidde- len worden gebruikt. Het gebruik van reinigingsmiddelen die chloor bevatten MOET worden vermeden. Gevaar voor corrosie van de koperen leidingen. -
Elimineer open vuur als u vermoedt dat er sprake is van een lekkage.
-
Alle ontstekingsbronnen (ook een brandende sigaret) moeten buiten bereik worden gehouden van de plaats waar alle werkzaamheden worden verricht waarbij ontvlambaar koudemiddel in de omringende ruimte kan vrijkomen.
-
Controleer of de ruimte voldoende geventileerd is, voordat werkzaamheden in het systeem worden verricht. Er moet een continue ventilatie worden gewaarborgd.
-
Controleer altijd vóór elke handeling of:
-
de condensors leeg zijn. Deze handeling moet veilig worden verricht om mogelijke vonkvorming te vermijden;
- geen enkele elektrische component onder spanning staat en er geen blootliggende kabels zijn tijdens het vullen, aftappen of spoelen van het systeem;
- de aarding niet onderbroken is.

- Controleer regelmatig of de kabels niet blootgesteld wordt aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of aan ieder ander nadelig effect van de omgeving.
- Verricht de onderstaande standaardprocedures bij reparatiewerkzaamheden of andersoortige werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit:
• verwijder het koudemiddel;
- spoel het circuit met inert gas;
- evacueer;
- spoel het circuit opnieuw met inert gas;
- open het circuit door de snijbranden of solderen.
9a. De stikstof zonder zuurstof (OFN) MOET doorgeblazen worden via het systeem, zowel voorafgaand aan als tijdens het soldeerproces.
9b. Wanneer de definitieve OFN-vulling gebruikt wordt, moet het systeem ont-lucht zijn tot aan de atmosferische druk om de uitvoering van het werk toe te staan. Deze handeling is absoluut noodzakelijk als soldeerwerken op de leidingen uitgevoerd moeten worden.
- Het koudemiddel moet in specifieke gasflessen worden opgeslagen. Het systeem moet "gereinigd" worden met OFN om de unit veilig te maken. Het kan zijn dat deze procedure meerdere malen moet worden herhaald. Gebruik GEEN perslucht of zuurstof voor deze handeling.
10a. Controleer tijdens de vulling van het systeem of er GEEN contaminatie van verschillende elementen is. De buizen of leidingen MOETEN zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koudemiddel erin tot een minimum te beperken.
- De gasflessen moeten verticaal worden gehouden. Gebruik uitsluitend gasflessen die voor het opvangen van koudemiddelen geschikt zijn. De gasflessen moeten voorzien zijn van een terugstroomklep en uitschakelkleppen die in goede staat verkeren. Bovendien moet een set gekalibreerde weegschalen aanwezig zijn.

-
De leidingen moeten beschikken over afkoppelsystemen en mogen GEEN lekken vertonen. Controleer, voordat het aftapapparaat gebruikt wordt, of het apparaat goed onderhouden is en de eventueel aanverwante elektrische componenten zijn afgedicht, om te vermijden dat eventueel vrijkomend koudemiddel vlam kan vatten.
-
Controleer of het koelsysteem geaard is, voordat het systeem met koude-middel wordt gevuld. Breng een label op het systeem aan als het is gevuld. Let bijzonder goed om te vermijden dat het koelsysteem overbelast wordt.

- Onderwerp het systeem aan een druktest met OFN, voordat het wordt gevuld, en aan een dichtingstest nadat het is gevuld voordat het in werking wordt gesteld. Onderwerp het systeem aan een extra dichtingstest, voordat de plaats wordt verlaten.
14a. Tap het koudemiddel veilig af. Draag het koudemiddel over naar gasflessen die voor het opvangen hiervan geschikt zijn. Zorg voor voldoende gasflessen, zodat de volledige hoeveelheid kan worden opgevangen. Alle gasflessen zijn voor dit type koudemiddel van een label voorzien (speciale gasflessen voor het terugwinnen van koudemiddel). De gasflessen moeten voorzien zijn van een terugstroomklep en een afsluiter die in goede staat verkeren. Lege gasflessen moeten worden afgevoerd en, indien mogelijk, voor de terugwinning worden gekoeld.
14b. De technicus moet alle benodigde hulpmiddelen, die in goede staat verkeren, beschikken over een reeds aanwijzingen en voor de terugwinning van koudemiddelen (ook ontvlambaar) geschikt zijn, binnen handbereik hebben. Bovendien moeten een reeks gebalanceerde weegschalen, die in goede staat verkeren, aanwezig zijn. Controleer of de leidingen in goede staat verkeren en voorzien zijn van lekvrije koppelingen.
14c. Controleer vóór het gebruik of de machine voor het terugwinnen in goede staat verkeert, goed is onderhouden en alle elektrische componenten ervan zijn geïsoleerd, zodat eventueel vrijkomend koudemiddel ze niet kan binnendringen. Bij twijfel contact opnemen met de fabrikant.
-
Het opgevangen koudemiddel moet in de geschikte gasfles aan de leverancier worden afgegeven, met ondertekening van het afvaloverdrachtsbewijs. Koudemiddelen mogen NIET worden gemengd in het aftapapparaat of de gasflessen.
-
Controleer, wanneer vulapparatuur gebruikt wordt, of geen contaminatie tussen verschillende koudemiddelen plaatsvindt. De slangen of de leidingen moeten zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koudemiddel erin tot het minimum te beperken.
-
De unit niet doorboren of verbranden.
-
Elektrische componenten die vervangen worden MOETEN geschikt zijn voor en overeenstemmen met de specificaties van het apparaat. Elk onderhoud MOET worden verricht in overeenstemming met de aanwijzingen van deze handleiding. Bij twijfel contact opnemen met de fabrikant.
-
Verricht de volgende controles:
-
De afmetingen van de kamer, waarin de delen aanwezig zijn die het koude-middel bevatten, zijn in overeenstemming met de huidige vulhoeveelheid van het koudemiddel;
- Het ventilatie-apparaat werkt correct en de uitgangen zijn niet verstopt;
- De markeringen op de unit zijn altijd leesbaar en goed zichtbaar. Herstel ze als dit niet het geval is;
-
De leidingen of componenten die het koudemiddel bevatten, MOETEN geïnstalleerd worden op een plaats waar ze door geen enkele substantie kunnen corroderen, tenzij de componenten zijn vervaardigd van materialen die intrinsiek corrosiebestendig zijn of op passende wijze tegen dit risico zijn beschermd.
-
De koelgassen zijn reukloos.
-
Raadpleeg de plaatselijke regelgeving voor de verwijdering en de markering (door middel van opschriften) van het apparaat dat koelgas bevat.
-
Voor de opslag van het apparaat: De verpakking voor de opslag moet zo resistent zijn dat het apparaat geen beschadigingen kan ondergaan en een mogelijke lekkage van koelgas wordt vermeden.
-
Het teruggewonnen koudemiddel mag niet in een ander koelsysteem worden aangebracht, tenzij het is gezuiverd en gecontroleerd.
-
De ontmanteling MOET uitgevoerd worden door een gekwalificeerd technicus die de PBM correct MOET gebruiken en de apparatuur perfect MOET kennen. Alle koudemiddelen MOETEN in veiligheid teruggewonnen worden; neem altijd een monster van olie en van koudemiddel op alvorens het circuit te legen.
-
Alvorens ongeacht welke handeling in het kader van de ontmanteling te beginnen:
-
Isoleer het systeem elektrisch.
- Controleer of de hulpmiddelen voor de mechanische verplaatsing ter beschikking zijn, voor de verplaatsing van de gasflessen, indien nodig.
-
De hulpmiddelen en gasflessen voor de terugwinning MOETEN in overeenstemming zijn met de normen.
-
De apparatuur moet geëtiketteerd zijn met de aanduiding dat het buiten dienst gesteld is en het koudemiddel verwijderd is. Het etiket moet voorzien zijn van datum en handtekening. Controleer of op de apparatuur etiketten aanwezig zijn die aangeven dat de apparatuur een ontvlambaar koudemiddel bevat.
- Als de compressoren, of de oliën voor compressoren, verwijderd moeten worden, controleer dan of ze in veiligheid zijn afgevoerd en een aanvaardbaar niveau hebben, om er zeker van te zijn dat het ontvlambare koudemiddel niet in het smeermiddel achterblijft. Het afvoerproces moet uitgevoerd worden voordat de compressor naar de leveranciers teruggebracht wordt. Om dit proces te versnellen mag alleen de elektrische verwarming van de romp van de compressor gebruikt worden.
0.3 - BEOOGD GEBRUIK
- De klimaatregelaar mag uitsluitend gebruikt worden voor het produceren van warme of koude lucht (naar keuze) met als enig doel de omgevingstemperatuur comfortabel te maken.
- Een oneigenlijk gebruik van de (binnen- en buiten-) apparatuur, met eventueel persoonlijk letsel, letsel aan dieren of materiële schade, ontheft OLIMPIA SPLENDID van elke vorm van aansprakelijkheid.
0.4 - RISICOZONES
- De airconditioners mogen niet worden geïnstalleerd in omgevingen waar ontvlambare of explosieve gassen aanwezig zijn, in zeer vochtige omgevingen (wasserijen, broeikassen, enz.) of op plaatsen waar zich andere machines bevinden die een sterke warmtebron genereren, in de buurt van een bron van zout water of zwavelhoudend water.
-
Gebruik GEEN gassen, benzine of andere ontvlambare vloeistoffen in de buurt van de airconditioner.
-
De airco heeft geen ventilator om frisse lucht in het lokaal te brengen. Verlucht door de deuren en vensters te openen.
- Installeer altijd een automatische schakelaar en zorg voor een speciaal voedingscircuit.
Dit product mag uitsluitend worden gebruikt volgens de specificaties, aangeduid in deze handleiding. Als het op een andere wijze wordt gebruikt dan aangeduid kan dit leiden tot zware ongevallen. DE FABRIKANT KAN NIET AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR SCHADE AAN PERSONEN OF ZAKEN, VOORTVLOEIEND UIT HET NIET IN ACHT NEMEN VAN DE NORMEN, AANWEZIG IN DEZE HANDLEIDING.
0.5 - UIT TE VOEREN CONTROLES VOOR DE INSTALLATIE
a. Controles van het gebied
Alvorens de werkzaamheden te starten op systemen met ontvlambare koelvloeistoffen zijn veiligheidscontroles vereist om het risico op ontsteking tot het minimum te herleiden.
Om een koelsysteem te repareren moeten de volgende voorzorgsmaatregelen genomen worden alvorens op het systeem in te grijpen.
b. Werkprocedure
Het werk moet volgens een gecontroleerde procedure worden uitgevoerd zodat het risico op aanwezigheid van ontvlambaar gas of damp tijdens de werkzaamheden wordt voorkomen.
c. Algemeen werkgebied
Al het onderhoudspersoneel en al het personeel dat in het lokaal werkt, moet op de hoogte worden gesteld van de aard van het uit te voeren werk.
Vermijd om in enge ruimtes te werken. De zone rond het werkgebied moet worden ingedeeld.
Zorg ervoor dat de omstandigheden in het werkgebied veilig zijn en controleer het ontvlambaar materiaal.
d. Controle van de aanwezigheid van koelvloeistof
Het gebied moet voor, tijdens en na de uitvoering van het werk met behulp van een specifieke koelmiddeldetector gecontroleerd worden zodat de technicus ervan op de hoogte is als potentieel ontvlambare atmosferen aanwezig zijn.
Controleer of het apparaat om lekken op te sporen geschikt is voor ontvlambare koel-vloeistoffen, m.a.w. dat het geen vonken veroorzaakt, verzegeld en veilig is.
e. Aanwezigheid van brandblussers
Als op het koelsysteem of de relatieve componenten werkzaamheden bij hoge tempera-
turen moeten worden uitgevoerd, moet een geschikt brandbeveiligingssysteem voorzien zijn.
Plaats brandblussers op basis van CO2 of droge blusstoffen in de buurt van de vulzone.
f. Geen ontstekingsbronnen
Personen die werkzaam zijn op de koelsystemen en worden blootgesteld aan contact met buizen waarin ontvlambare koelmiddelen vloeien of vloeiden, mogen geen ontstekingsbronnen gebruiken om het risico op brand of explosie te vermijden.
Elke mogelijke ontstekingsbron, zoals sigarettenrook, moet op een veilige afstand van de plaats worden gehouden waar de installatie, de reparatie, de verwijdering plaatsvindt daar koelvloeistoflekken zich in de omgeving kunnen bevinden. Alvorens het werk uit te voeren, moet het gebied rond het apparaat worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat er geen ontvlambare stoffen ontstekingsrisico's aanwezig zijn. Plaats borden met ROOKVERBOD.
g. Geventileerd gebied
Zorg ervoor dat de zone open is of op geschikte wijze wordt geventileerd alvorens met het systeem te werken of werkzaamheden bij hoge temperaturen uit te voeren.
Zorg voor een constante ventilatie tijdens de werkzaamheden.
De ventilatie moet op veilige wijze elk spoor van het koelmiddel kunnen verwijderen en indien mogelijk naar buiten leiden.
h. Controles op het koelsysteem
Als de elektrische onderdelen worden gewijzigd, moeten ze geschikt zijn voor het doel en voldoen aan de specificaties. Volg altijd de richtlijnen van de fabrikant voor het onderhoud en de technische assistentie. Bij twijfels de klantendienst van de fabrikant raadplegen.
De systemen met ontvlambare koelmiddelen moeten aan de volgende controles worden onderworpen:
- de omvang van de lading moet overeenkomen met die van de kamer waarin de componenten met het koelmiddel zijn geïnstalleerd;
- de ventilatiesystemen en -uitgangen moeten correct werken en mogen niet verstopt zijn;
- als een indirect koelcircuit in gebruik is, moet u de aanwezigheid van het koelmiddel in het secundair circuit controleren; de markering, aanwezig op de installaties, moet zichtbaar en leesbaar blijven;
- onleesbare markeringen en signaleringen moeten worden gecorrigeerd;
- de koelleidingen of -onderdelen moeten zodanig worden geïnstalleerd dat het onmogelijk is dat ze aan stoffen worden blootgesteld, die de componenten met koelmiddelen zouden kunnen aantasten, tenzij deze componenten werden geproduceerd met corrosiebestendige materialen of ze tegen corrosieve stoffen zijn beschermd.
i. Controles van de elektrische apparatuur
Voor de reparatie en het onderhoud van de elektrische onderdelen zijn een aanvankelijke veiligheidscontrole en inspectieprocedures op de componenten vereist.
Bij een storing, die de veiligheid in het gedrang kan brengen, geen elektrische voeding aan het circuit aansluiten tot de reparatie heeft plaatsgevonden.
Als de storing niet onmiddellijk kan worden gerepareerd en de werkzaamheid moet worden verdergezet, een geschikt tijdelijke oplossing aanwenden.
Deel deze oplossing aan de eigenaar van het systeem mee zodat alle partijen ervan op de hoogte zijn. Voor de aanvankelijke veiligheidscontroles:
- de condensors legen: deze werkzaamheid moet op veilige wijze worden uitgevoerd om het ontstaan van vonken te vermijden;
- controleer of de onderdelen en de stroomkabels niet worden blootgesteld aan spanning tijdens het vullen, repareren of zuiveren van de installatie;
- controleer de continuïteit van de aarding.
I. Reparaties van hermetische componenten
- Bij reparatiewerkzaamheden van hermetische componenten de stroomtoevoerlijnen van het apparaat afsluiten alvorens hermetische afdekkingen e.d. te verwijderen. Als absoluut stroomtoevoer voor het apparaat is vereist tijdens het onderhoud moet u een constant actieve lekzoeker in het meest kritische punt plaatsen zodat gevaarlijke situaties worden gesignaleerd.
- Lees aandachtig het volgende om in geval van interventies op de elektrische onderdelen te waarborgen dat de behuizing niet worden gewijzigd, wat het beschermingsniveau zou kunnen beïnvloeden.
Dit omvat kabelschade, een overmatig aantal aansluitingen, kabelschoenen die niet zijn vervaardigd volgens de oorspronkelijke specificaties, pakkingschade, de verkeerde installatie van sluitingen, enz.
- Controleer of de apparaten stevig zijn gemonteerd.
- Controleer of de pakkingen of de afdichtingsmaterialen niet zijn versleten en dus niet meer kunnen worden gebruikt om de inlaat van ontvlambare atmosferen te voorkomen. De vervangingsonderdelen moeten voldoen aan de indicaties van de fabrikant.

Het gebruik van afdichtingsmiddelen op basis van silicone kan de doeltreffendheid van bepaalde apparatuur voor de detectie van lekken beletten.
Intrinsiek veilige componenten mogen niet worden geïsoleerd voordat eraan wordt gewerkt.
Binnenunit

Afstandsbediening

AAA batterij

Schroef

Handleiding voor de gebruiker

4-lagenfilter

Verlengstuk

Kunststof ankers

Achtersteun voor buizen

Stijve buis

Verseluchtleiding

Moeren koelmiddelleiding

Muurkokerafdekking
Buitenunit

Drainageslang

Isolatietape

Afdichting

Adapters

Drainagekoppeling
(enkele modellen hebben die niet)

Isolatiebuis
Binnenunit

text_image
Luchtfilter Montageplaat Voorpaneel Leidingsamenst el verse lucht Beschermnet Aansluitleiding koelmiddel Luchtdeflector en -klep Buitenunit Luchtinlaat Drainageslang Aansluitdraden Beschermend klepdeksel Gasklep (Lagedrukklep) Vloeistofklep (Hogedrukklep)Met beschermend deksel verwijderd
N.B.: De getoonde afbeelding kan afwijken van het daadwerkelijke object. Neem laatstgenoemde als standaard.
Binnendisplay

| Nr. | LED | Functie |
| 1 | ![]() | Aanduiding voor Timer, temperatuur en Foutcodes. |
| 2 | ![]() | Brandt wanneer de Verseluchtfunctie ingeschakeld is. |
| 3 | ![]() | Brandt wanneer Wifi ingeschakeld is. |
| 4 | ![]() | Aanduiding luchtkwaliteitstatus. |
N.B.:
De airconditioner past de helderheid van het display en het geluid van de zoemer automatisch aan, al naargelang de lichtintensiteit van de omgeving. Als de airconditioner detecteert dat het omgevingslicht zwak is gedurende bepaalde tijd, zal het de weergave automatisch tijdelijk uitschakelen. Als er een afstandsbediening of werkende APP is, zal het display gedurende korte tijd met lage helderheid weergeven en de zoemer zal met een lager volume reageren; als de airconditioner detecteert dat het omgevingslicht sterk is gedurende bepaalde tijd, wordt bovengenoemde werking verlaten.

De vorm en de opstelling van schakelaars en aanduidingen kunnen variëren, al naargelang het model, maar de functies zijn dezelfde.
DISPLAY afstandsbediening
| Nr. | Symbolen | Betekenis |
| 1 | Batterij-aanduiding | |
| 2 | Automodus | |
| 3 | Koelmodus | |
| 4 | Droogmodus | |
| 5 | Alleen ventilatormodus | |
| 6 | Verwarmingsmodus | |
| 7 | Eco-modus | |
| 8 | Timer | |
| 9 | Temperatuuraanduiding | |
| 10 | ![]() | Ventilatorsnelheid:Auto/ low/ low-mid/ mid/ mid-high/ high |
| 11 | Mute-functie | |
| 12 | TURBO-functie | |
| 13 | Verticale oscillatie | |
| 14 | Horizontale oscillatie | |
| 15 | SLEEP-functie | |
| 16 | Gezondheidsfunctie | |
| 17 | I FEEL-functie | |
| 18 | 8-C verwarmingsfunctie | |
| 19 | Signaalaanduiding | |
| 20 | Zachte wind | |
| 21 | Kinderslot | |
| 22 | Display ON/OFF | |
| 23 | GEN-functie | |
| 24 | Zelfreinigingsfunctie | |
| 25 | Antischimmel | |
| 26 | Verse lucht |

Het display en enkele functies van de afstandsbediening kunnen variëren, al naargelang het model.
| Nr. | Knop Functie | |
| 1 | Om de airconditioner in/uit te schakelen. | |
| 2 | ^ | Om de temperatuur te verhogen, of tijd van de timer in te stellen. |
| 3 | √ | Om de temperatuur te verlagen, of tijd van de timer in te stellen. |
| 4 | MODE | Om de werkmodus te selecteren (AUTO, COOL, DRY, FAN, HEAT). |
| 5 | ECO | Om de ECO-functie te activeren/deactiveren. |
| Druk er lang op om de 8°C verwarmingsfunctie te activeren/deactiveren. | ||
| 6 | TURBO | Om de TURBO-functie te activeren/deactiveren. |
| 7 | FAN | Om de ventilatorsnelheid te selecteren door te kiezen uit auto/mute/low/low-mid/mid/mid-high/high/turbo. |
| 8 | TIMER | Om de tijd voor timer aan/uit in te stellen. |
| 9 | SLEEP | Om de SLEEP-functie in/uit te schakelen. |
| 10 | DISPLAY | Om het LED-display en het blauwe licht in/uit te schakelen. |
| 11 | Om de verticale beweging van de jaloezie te activeren/deactiveren of hem in de gewenste stand te stoppen. | |
| 12 | Om de horizontale beweging van de jaloezie te activeren/deractiveren of om hem in de gewenste stand te stoppen. | |
| 13 | I FEEL | Om de I FEEL-functie in/uit te schakelen. |
| 14 | MUTE | Om de MUTE-functie in/uit te schakelen. |
| Druk er lang op om de GEN-functie te activeren/deactiveren | ||
| 15 | MODE + TIMER | Om de CHILD-LOCK-functie te activeren/deactiveren. |
| 16 | GENTLE WIND | Om de GENTLE WIND-functie te activeren/deactiveren. |
| 17 | HEALTH | Om de SELF-CLEAN-functie te activeren/deactiveren wanneer naar OFF geschakeld is. |
| 18 | FRESH AIR | Om de verseluchtfunctie te activeren/deactiveren en de ventilatorsnelheid te selecteren. |
⚠️ Het display en enkele functies van de afstandsbediening kunnen variëren, al naargelang het model.
De vorm en de opstelling van knoppen en aanduidingen kunnen variëren, al naargelang het model, maar de functies zijn dezelfde.
De unit bevestigt de correcte ontvangst van iedere knop met de pieptoon.
AFSTANDSBEDIENING
Vervanging van de batterijen
Verwijder het afdekplaatje van de achterkant van de afstandsbediening door het in de richting van de pijl te schuiven.
Installeer de batterijen overeenkomstig de richting (+ en -) die op de afstandsbediening aangegeven staat. Installeer opnieuw het afdekplaatje van de batterijen door het op zijn plaats te schuiven.
Gebruik 2 stuks LRO3 AAA (1,5V) batterijen.
Gebruik geen oplaadbare batterijen.
Vervang oude batterijen door nieuwe van hetzelfde type wanneer het display niet langer leesbaar is.
Verwijder oude batterijen niet als huishoudelijk afval. Het is noodzakelijk dergelijk afval apart in te zamelen zodat het een speciale bewerking kan ondergaan.

⚠ Voor sommige modellen afstandsbediening kunt u de weergave van de temperatuur op °C of °F programmeren.
1.Houd de knop TURBO langer dan 5 seconden ingedrukt om de wijzigingsmodus binnen te gaan;
2.Houd de knop TURBO ingedrukt tot naar °C en °F geschakeld wordt;
- Laat de knop los en wacht 5 seconden, de functie zal geselecteerd worden.
N.B.:
-
Richt de afstandsbediening op de airconditioner.
-
Controleer of er geen objecten aanwezig zijn tussen de afstandsbediening en de signaalontvanger in de binnenunit.
-
Stel de afstandsbediening nooit bloot aan zonnestraling.
-
Houd de afstandsbediening op een afstand van minstens 1 meter van de televisie of andere elektrische apparaten.
KOELMODUS

De koelfunctie stelt de airconditioner in staat de kamer te koelen en tegelijkertijd de luchtvochtigheid te verlagen.
Druk om de koelfunctie (COOL) te activeren op de knop MODE tot het symbool ✝ op het display verschijnt.
Stel met de knop √ of ∧ een temperatuur in die lager is dan die van de kamer.
VENTILATORMODUS (Niet FAN-knop)

Ventilatormodus, alleen luchtventilatie.
Druk om de VENTILATOR-modus in te stellen op MODE tot * op het display verschijnt.
DROOGMODUS

Deze functie verlaagt de luchtvochtigheid om de kamer comfortabeler te maken.
Druk om de DROOG-modus in te stellen op MODE tot ♦♦ op het display verschijnt. Er wordt een automatische voorinstellingsfunctie geactiveerd.
AUTOMODUS

Automatische modus.
Druk om de AUTO modus in te stellen op MODE tot op het display verschijnt. In de AUTO-modus zal de werkmodus automatisch ingesteld worden al naargelang de kamertemperatuur.
VERWARMINGSMODUS

De verwarmingsfunctie stelt de airconditioner in staat de kamer te verwarmen.
Druk om de verwarmingsfunctie (HEAT) te activeren op de knop MODE tot het symbool op het display verschijnt.
Stel met de knop √ of ∧ een temperatuur in die hoger is dan die van de kamer.
In de VERWARMINGSMODUS kan het apparaat automatisch een ontdooicyclus activeren die essentieel is om rijp op de condensor weg te nemen zodat de warmtewisselingsfunctie ervan hersteld wordt. Deze procedure duurt gewoonlijk 2-10 minuten. Tijdens de ontdooiing stopt de werking van de ventilator van de binnenunit. Na de ontdooiing wordt de werking van de VERWARMINGSMODUS automatisch hervat.
(Voor de Noord-Amerikaanse markt)
Indien nodig kunt u in de verwarmingsmodus binnen 8 seconden 10 keer op de ECO-knop drukken om de geforceerde ontdooiing te starten. Hierdoor zal het ijs buiten veel sneller ontdooien.
FAN SPEED-functie (FAN-knop)


Verandert de werksnelheid van de ventilator.
Druk op de knop FAN om de werksnelheid van de ventilator in te stellen, deze kan cyclisch ingesteld worden op de snelheden AUTO/ MUTE/ LOW/ LOW-MID/ MID/ MID-HIGH/ HIGH/ TURBO.

flowchart
graph TD
A["→"] --> B["→"]
B --> C["→"]
C --> D["→"]
D --> E["←"]
E --> F["←"]
F --> G["←"]
G --> H["←"]
H --> I["←"]
I --> J["←"]
J --> K["←"]
K --> L["←"]
L --> M["←"]
M --> N["←"]
N --> O["←"]
O --> P["←"]
P --> Q["←"]
Q --> R["←"]
R --> S["←"]
S --> T["←"]
T --> U["←"]
U --> V["←"]
V --> W["←"]
W --> X["←"]
X --> Y["←"]
Y --> Z["←"]
Z --> AA["←"]
AA --> AB["←"]
AB --> AC["←"]
AC --> AD["←"]
AD --> AE["←"]
AE --> AF["←"]
AF --> AG["←"]
AG --> AH["←"]
AH --> AI["←"]
AI --> AJ["←"]
AJ --> AK["←"]
AK --> AL["←"]
AL --> AM["←"]
AM --> AN["←"]
AN --> AO["←"]
AO --> AP["←"]
AP --> AQ["←"]
AQ --> AR["←"]
AR --> AS["←"]
Kinderslotfunctie
- Druk lang en gelijktijdig op de knoppen
MODE en TIMER om deze functie te
activeren, doe dit opnieuw om deze functie te deactiveren.
- Als deze functie actief is, zal geen enkele knop actief zijn.
TIMER-functie ---- TIMER AAN
TIMER
Om het apparaat automatisch in te schakelen.
Als de unit uitgeschakeld is, kunt u TIMER ON instellen. Handel als volgt om de tijd van de automatische inschakeling in te stellen:
- Druk een eerste keer op de knop TIMER voor het instellen van de inschakeling waarna en [60] op het display van de afstandsbediening verschijnen en knipperen.
- Druk op de knop ^ of √ om de gewenste tijd van inschakeling van de timer in te stellen. Telkens wanneer u op de knop drukt, neemt de tijd met een half uur toe/af, tussen 0 en 10 uur, en met één uur tussen 10 en 24 uur.
- Druk een tweede keer op de knop TIMER om te bevestigen.
- Nadat de timer ingesteld is, moet de gewenste modus (Cool/ Heat/ Auto/ Fan/ Dry) ingesteld worden door op de knop MODE te drukken. En de gewenste ventilatorsnelheid door op de knop FAN te drukken. Druk vervolgens op^ of om de gewenste werktemperatuur in te stellen.
ANNULEER het door op de knop TIMER te drukken.
TIMER-functie ---- TIMER UIT
TIMER
Om het apparaat automatisch uit te schakelen.
Als de unit ingeschakeld is, kunt u TIMER UIT instellen.
Handel als volgt om de tijd van de automatische uitschakeling in te stellen:
- Bevestig dat het toestel AAN staat.
- Druk een eerste keer op de knop TIMER om de uitschakeling in te stellen.
- Druk op ^ of √ om de gewenste timer in te stellen.
- Druk een tweede keer op de knop TIMER om te bevestigen.
ANNULEER het door op de knop TIMER te drukken.
N.B.: Alle programmering moeten binnen 5 seconden ingevoerd worden anders zal de instelling geannuleerd worden.
SWING-functie


- Druk op de SWING-knop om de jaloezie te activeren,
1.1 Druk op om de horizontale kleppen te activeren om op en neer te bewegen, zal op het display van de afstandsbediening verschijnen.
1.2 Druk op om de verticale deflectors te activeren om van links naar rechts te bewegen, zal op het display van de afstandsbediening verschijnen.
1.3 Doe het opnieuw om de beweging op de huidige hoek te stoppen. - Als de verticale deflectors, die onder de kleppen gesitueerd zijn, met de hand in positie gebracht worden, kunnen deze de luchtstroom naar rechts of naar links richten.
- Druk langer dan 3 seconden op of om meer hoeken voor de richting van de luchtstroom te kiezen.

flowchart
graph LR
A["↑"] --> B["←"]
B --> C["←"]
C --> D["←"]
D --> E["←"]
E --> F["←"]
F --> G["←"]

flowchart
graph TD
A["Step 1"] --> B["Step 2"]
B --> C["Step 3"]
C --> D["Step 4"]
D --> E["Step 5"]
E --> F["Step 6"]
F --> G["Step 7"]
G --> H["Step 8"]
H --> I["Step 9"]
I --> J["Step 10"]
J --> K["Step 11"]
K --> L["Step 12"]
L --> M["Step 13"]
M --> N["Step 14"]
N --> O["Step 15"]
O --> P["Step 16"]
P --> Q["Step 17"]
Q --> R["Step 18"]
R --> S["Step 19"]
S --> T["Step 20"]
T --> U["Step 21"]
U --> V["Step 22"]
V --> W["Step 23"]
W --> X["Step 24"]
X --> Y["Step 25"]
Y --> Z["Step 26"]
Z --> AA["Step 27"]
AA --> AB["Step 28"]
AB --> AC["Step 29"]
AC --> AD["Step 30"]
Breng de kleppen nooit met de hand in positie, het delicate mechanisme kan ernstig beschadigd raken!
Steek nooit uw vingers, stokjes of andere voorwerpen in de openingen van de luchtinlaat of luchtuitlaat. Dergelijk accidenteel contact met onder spanning staande delen kan onvoorspelbare schade of letsel veroorzaken.
TURBO-functie
TURBO

Druk om de turbofunctie te activeren op de knop TURBO waarna op het display verschijnt.
Druk er opnieuw op om deze functie te annuleren. Wanneer u in de COOL/HEAT-modus de TURBO-functie selecteert, zal het toestel snel naar COOL of snel naar HEAT schakelen en de hoogste ventilatorsnelheid aanwenden om de sterkste luchtstroom te genereren.
MUTE-functie
MUTE
- Druk op de knop MUTE om deze functie te activeren waarna op het display van de afstandsbediening verschijnt. Druk er opnieuw op om deze functie te deactiveren.
- Wanneer de MUTE-functie actief is, zal de afstandsbediening de automatische ventilatorsnelheid weergeven en zal de binnenunit op de laagste ventilatorsnelheid werken om een rustige omgeving te creëren.
- Door op de FAN/TURBO-knop te drukken, zal de MUTE-functie geannuleerd worden. De MUTE-functie kan niet geactiveerd worden in de droogmodus.
SLEEP-functie
SLEEP

Voorinstelling van automatisch werkend programma.
Druk op de knop SLEEP om de SLEEP-functie te activeren waarna op het display verschijnt. Druk er opnieuw op om deze functie te annuleren.
Na 10 uur in de slaapmodus zal de airconditioner naar de modus schakelen die voorafgaand aan de slaapmodus ingesteld was.
I FEEL-functie
I FEEL

Voorinstelling van automatisch werkend programma.
Druk op de knop I FEEL om deze functie te activeren waarna op het display van de afstandsbediening verschijnt.
Druk er opnieuw op om deze functie te deactiveren.
Deze functie stelt de afstandsbediening in staat de temperatuur op zijn huidige locatie te meten en het signaal naar de airconditioner te sturen om de temperatuur om u heen te optimaliseren en comfort te verzekeren.
ECO-functie
ECO

In deze modus stelt het toestel de werking automatisch in om energie te besparen.
Druk op de knop ECO waarna Eco op het display verschijnt en het toestel in de ECO-modus zal werken. Druk er opnieuw op om het te annuleren.
N.B.: De ECO-functie is zowel in de COOLING-modus als in de HEATING-modus beschikbaar.
DISPLAY-functie (Display binnenunit)
DISPLAY
Schakelt het LED-display op het paneel AAN/UIT.
Druk op de knop DISPLAY om het LED-display op het paneel uit te schakelen. Druk er opnieuw op om het LED-display in te schakelen.
GEN-functie (Energiebesparing)

Schakelt het LED-display en het blauwe licht AAN/UIT.
- Schakel eerst de binnenunit in, druk dan 3 seconden lang op de knop MUTE om deze functie te activeren, doe dat opnieuw om deze functie te deactiveren.
- Druk in deze functie kort op de knop MUTE om de grens van het geabsorbeerde vermogen te selecteren (L1 minimum – L2 medium – L3 maximum).
- Selecteer OFF en wacht 2 seconden om de functie te verlaten.
Reset Wifi
- Methode 1: Druk binnen 8 seconden 6 keer op de knop DISPLAY.
- Methode 2: Druk binnen 8 seconden 6 keer op de knop ECO.
- Methode 3: Druk langer dan 3 seconden op MODE.
U zult 2 pieptonen horen en CF of AP zullen na de handeling op het display van de bin le cumit
geond vorden sean de QR CODE om de handleiding voor gebruik van de wifi weer te geven.

Om deze functie te activeren schakelt u de binnenunit eerst uit. Door daarna op de knop HEALTH te drukken, zult u een pieptoon horen, zal [AC] op de binnenunit-LED getoond worden en zal √ op het display van de afstandsbediening getoond worden.
- Deze functie helpt om de ophoping van vuil, bacteriën, enz. uit de verdamper van de binnenunit te verwijderen.
- Deze functie zal ongeveer 30 minuten werkzaam zijn en daarna terugkeren naar de modus die voorafgaand aan de inwerkingtreding van de functie ingesteld was. U kunt op de knop ⚙ drukken om deze functie tijdens het proces te annuleren.
U zult 2 pieptonen horen wanneer de functie beëindigd of geannuleerd is.
⚠ Het is normaal als geluid klinkt tijdens de werking van deze functie omdat kunststof materialen uitzetten met hitte en krimpen met koude.
We raden aan dat u deze functie bij de volgende omgevingsvoorwaarden uitvoert om de inwerkingtreding van veiligheidsvoorzieningen te vermijden.
| Binnenunit | Temp < 86°F (30°C) |
| Buitenunit | 41°F (5°C) < Temp < 86°F (30°C) |
Er wordt aangeraden deze functie om de 3 maanden te gebruiken.
8°C verwarmingsfunctie
- Druk langer dan 3 seconden op de knop ECO om deze functie te activeren waarna 8°C (46°F) op het display van de afstandsbediening verschijnt. Druk er opnieuw op om deze functie te deactiveren.
- Deze functie zal de verwarmingsmodus automatisch starten als de kamertemperatuur lager is dan 8oC (46°F) en zal terugkeren naar stand-by als de temperatuur de 9oC (48°oF) bereikt.
- Als de kamertemperatuur hoger is dan 18°C (64°F) zal het toestel deze functie automatisch annuleren.
Gentle Wind-functie
- Schakel de binnenunit in en schakel de COOL-modus in, druk daarna op de knop
GENTLE WIND om deze functie te activeren waarna op het display verschijnt.
Druk er opnieuw op om de functie te deactiveren.
- Deze functie zal de verticale kleppen automatisch sluiten en u het gevoel van een comfortabele, zachte wind geven.
Verseluchtfunctie
FRESH AIR
Deze functie zal verse lucht van buiten naar binnen pompen
FRESH
Druk op de AIR -knop om de functie te activeren.
Selecteer daarna de gewenste snelheid van de ventilator.
Het zal als volgt op het display verschijnen:

flowchart
graph TD
A["Auto ventilatorsnelheid (Knippert)"] --> B["Lage ventilatorsnelheid"]
C["Hoge ventilatorsnelheid"] --> D["Matige ventilatorsnelheid"]
E["UIT (geen aanduiding)"] --> D
D --> F["Feedback to Auto ventilatorsnelheid"]
N.B.:
- Deze functie is beschikbaar in de modus OFF/Heating Cooling/Fan/Auto.
- In de OFF-modus kan de airconditioner automatisch werken wegens het grote temperatuurverschil tussen binnen en buiten.
- Als het display de Verseluchtaanduiding en CL toont is het mogelijk het filter (duur 2160 uur) te vervangen,
houd de knop FRESH AIR vervolgens 5 seconden ingedrukt om het alarm te resetten.
TVOC-functie
Deze functie maakt het mogelijk om enkele schadelijke gassen in de kamer te detecteren en de luchtkwaliteitstatus weer te geven.
Als de unit met deze functie uitgerust is, en in werking is, zal het de volgende statusen weergeven al naargelang de gedetecteerde concentratie van verschillende schadelijke gassen.
100% Oranje
100% Blauw

text_image
Gering ← Goed Dynamisch display luchtkwaliteit- Hoe intenser de oranje kleur in de cirkel is, hoe slechter de luchtkwaliteit (N.B.: het object van de detectie van de luchtkwaliteit is TVOC, de totale concentratie vluchtige organische stoffen.
- Alle lichten van het weergavedisplay, inclusief TVOC, kunnen uitgeschakeld worden door op de knop DISPLAY te drukken.
- De uitschakeling van de Verseluchtfunctie kan de binnenluchtkwaliteit verbeteren maar wanneer de buitenluchtvervuiling ernstig is, wordt aanbevolen de Verseluchtfunctie in te schakelen.
⚠ De detectie van TVOC is voornamelijk gericht op diverse vluchtige organische samenstellingen, Ook het gebruik van parfum, toiletwater, alcohol, luchtverfrissers, enz., leiden tot de verhoging van de gedetecteerde TVOC-concentratie.
⚠ De TVOC-sensor moet bij iedere inschakeling gestabiliseerd. Wacht ongeveer tien minuten voor een correcte detectie.
⚠️ Afhankelijk van het merk of het werkingsprincipe van de testapparatuur kunnen de TVOC-testresultaten variëren.
Iedere poging om de airconditioner te gebruiken onder de temperatuur van het gespecificeerde bereik, kan tot gevolg hebben dat de beveiliging in werking treedt. Probeer de airconditioner dus in de volgende temperatuuromstandigheden te gebruiken.
Airconditioner met inverter:
| MODUSTemperatuur | Verwarming | Koeling | Drogen |
| Kamertemperatuur | 0°C~30°C | 17°C~32°C | |
| Buitentemperatuur | -20°C~30°C | -15°C~53°C | |
Wanneer u de airconditioner na een stroomonderbreking herstart met aangesloten stroomvoorziening, of hem tijdens de werking naar een andere modus schakelt, zal de beveiliging van de airconditioner in werking treden. De compressor zal de werking na 3 minuten hervatten.
Kenmerken van de verwarming (van toepassing op warmtepomp)
Voorverwarming:
Wanneer de verwarmingsfunctie ingeschakeld is, zal de binnenunit ongeveer 2\~5 minuten nodig hebben voor de voorverwarming, waarna de airconditioner de verwarming zal starten en warme lucht zal blazen.
Ontdooiing:
Wanneer de buitenunit tijdens de verwarming bevoren geraakt is, zal de airconditioner de automatische ontdooifunctie inschakelen om het verwarmingseffect te verbeteren. Tijdens de ontdooiing stopt de werking van de ventilatoren binnen en buiten. De airconditioner zal de verwarming automatisch hervatten nadat de ontdooiing klaar is.
VOORZORGSMAATREGELEN BIJ DE INSTALLATIE
Lengte leiding en extra koelmiddel
| Capaciteit invertermodellen (Btu/h) | 9K-12K |
| Lengte van de leidingen die een voorlading ondergaan | 5m |
| Maximale afstand tussen binnen- en buitenunit | 15m |
| Extra lading koelmiddel | 15g/m |
| Max. hoogteverschil tussen binnen- en buitenunit | 10m |
| Type koelmiddel | R32 |
Koppelparameters
| Maat LEIDING | Newtonmeter [N x m] | Pound-force foot (lbf-ft) | Kilogram-force meter (kgf-m) |
| 1/4" (4 ∅ 6.35) | 15 - 20 | 11,1 - 14,8 | 1,5 - 2,0 |
| 3/8" (4 ∅ 9.52) | 31 - 35 | 22,9 - 25,8 | 3,2 - 3,6 |
| 1/2" (∅ 12) | 45 - 50 | 33,2 - 36,9 | 4,6 - 5,1 |
| 5/8" (4 ∅ 15.88) | 60 - 65 | 44,3 - 48,0 | 6,1 - 6,6 |
Aansluitkabels
| TYPE INVERTERMODEL Capaciteit (Btu/h) | 9k /12 | |
| doorsnede | ||
| Voedingskabel | N | 1,0mm^2 |
| L | 1,0mm^2 | |
![]() | 1,0mm^2 | |
| Verbindingskabel | N | 1,0mm^2 |
| L | 1,0mm^2 | |
| 1 | 1,0mm^2 | |
![]() | 1,0mm^2 | |

N.B.: Deze tabel dient alleen als referentie, de installatie moet voldoen aan de eisen van plaatselijke wetten en regelgeving.
Raadpleeg de volgende instructies voor de installatie van de binnenunit.
Bezoek voor meer informatie de productpagina op www.olimpiasplendid.com
Stap 1: Plaats van installatie kiezen
1.1 Zorg ervoor dat voor de installatie voldaan wordt aan de minimale afmetingen (hieronder gedefinieerd) en aan de minimale en maximale lengtes van de aansluitleidingen en de maximale wijziging van de hoogte, zoals gedefinieerd wordt in het hoofdstuk over de Systeemeisen.
1.2 De luchtinlaat en -uitlaat moeten vrij zijn van obstructies zodat een correcte luchtstroom door de kamer verzekerd wordt.
1.3 Condens kan gemakkelijk en veilig afgevoerd worden.
1.4 Alle aansluitingen op de buitenunit kunnen gemakkelijk uitgevoerd worden.
1.5 De binnenunit is buiten het bereik van kinderen.
1.6 Een montagemuur die sterk genoeg is om vier keer het volledige gewicht en de trillingen van de unit te verdragen
1.7 Het filter is gemakkelijk toegankelijk om gereinigd te worden.
1.8 Laat genoeg vrije ruimte om toegang voor routine-onderhoud mogelijk te maken.
1.9 Verricht de installatie op minstens 3 m van de antenne van TV of radio. De werking van deze airconditioner kan interferentie veroorzaken met de ontvangst van radio of TV in gebieden met geringe ontvangst. Voor het toestel dat de interferentie ondergaat is mogelijk een versterker nodig.
1.10 Verricht de installatie niet in een wasruimte of bij een zwembad vanwege de corrosieve omgeving.
Minimaal vrije ruimtes binnen

text_image
Plafond 20 cm 15 cm 30 cm Als de buis uit de linkerzijde naar buiten steekt. Vloer 220 cm 50 cm Als de buis uit de rechterzijde naar buiten steekt.Stap 2: Montageplaat installeren
2.1 Neem de montageplaat uit de achterkant van de binnenunit.
2.2 Verzeker u ervan dat aan de eisen voor de minimale afmetingen voor de installatie voldaan wordt zoals uiteengezet in stap 1, bepaal op grond van de grootte van de montageplaat de positie en houd de montageplaat tegen de muur.
2.3 Zet de montageplaat horizontaal recht met een waterpas en markeer de posities voor de schroefgaten op de muur.
2.4 Zet de montageplaat neer en boor gaten in de gemarkeerde posities.
2.5 Breng de rubber expansiepluggen aan in de gaten, hang de montageplaat eraan en zet hem vast met de schroeven.
Waterpas

text_image
MontageplaatPositiereferenties schroeven

(I) Wees er zeker van dat de eenmaal geïnstalleerde montageplaat stevig en plat genoeg tegen de muur zit.
(II) De getoonde afbeelding kan afwijken van het huidige object, neemt u laatstgenoemde als standaard.
Stap 3: Gaten in de muur boren
3.1 Er kan gekozen worden uit drie optionele modi om de leidingen te leggen
Modus 1: Links, de verseluchtleiding, de koelmiddelleiding, de drainageslang en de aansluitkabels gaan alle door één gat naar buiten.
Modus 2: Rechts, de verseluchtleiding, de koelmiddelleiding, de drainageslang en de aansluitkabels gaan alle door één gat naar buiten
Modus 3: Achter, de verseluchtleiding, de koelmiddelleiding, de drainageslang en de aansluitkabels gaan door twee gaten naast elkaar in de muur.
3.2 Volg voor Modus 3 de referentiemaat voor de montageplaat en het gat om de plaats te bepalen.

Bepaal voor Modus 1 en Modus 2 de plaats van het gat in de muur op grond van de volgende maat.

text_image
y>300 mm y>500 mm3.3 Boor het gat in de muur met een kernboor van 70 mm en met een kleine schuine hoek, die ongeveer 5 mm tot 10 mm lager is dan het uiteinde binnen.
3.4 Plaats de muurkoker en de muurkokerafdekking (beide zijn optionele onderdelen) om de delen die de aansluiting vormen te beschermen.

text_image
70mmMuurkokerafdekking (optioneel)
Binnen

text_image
ekking Muurkoker (optioneel) Buiten 5-10 mm Kleine schuine hoekVoorzichtig:
Let op bij het boren van de muur dat draden, leidingen en gevoelige onderdelen vermeden worden.
* Als de binnenunit zich op de omtrekwand bevindt en men niet voor de de installatie op de achterkant wilt kiezen, moet het gat uitgevoerd worden op de aangrenzende omtrekwand (links of rechts) en niet op de omtrekwand zelf waarop de binnenunit geplaatst is aangezien geen bochten van 90° van de leidingen tot stand gebracht kunnen worden.
Stap 4: Koelmiddelleiding aansluiten
4.1. Kies op grond van de positie van het gat in de muur de meest geschikte modus om de leiding te leggen.
Er zijn drie verschillende modi voor binnenunits, zoals onderstaande afbeelding toont: In leidingmodus 1 of leidingmodus 3 moet een inkeping gemaakt worden, met een schaar, om het plastic plaatje op de uitgang van de leiding en van de kabel op de overeenkomstige zijde van de binnenunit door te snijden.
N.B.: Wanneer het plastic plaatje op de uitlaat afgesneden wordt, moet de snede glad afgewerkt worden.

text_image
1 2 3 Leidinguitgang Kabeluitgang4.2. Buig de aansluitleidingen met de poort omhoog, zoals de afbeelding toont.

text_image
JA NEE4.3. Neem de plastic afdekking van de leidingpoorten weg en verwijder de beschermende afdekking op het uiteinde van de leidingconnectors.
4.4. Controleer of er vuil aanwezig is op de poort van de aansluitleiding en controleer of de poort schoon is.
4.5. Nadat het midden uitgelijnd is, draait u de moer van de aansluitleiding met de hand zo strak mogelijk vast.
4.6. Gebruik een momentsleutel om het vast te draaien overeenkomstig de koppelwaarden in de tabel met koppelwaarden (raadpleeg de tabel met koppelwaarden in het hoofdstuk VOORZORGSMAATREGELEN BIJ DE INSTALLATIE)
4.7. Omwikkel de koppeling met isolatietape.

Stap 5: Drainageslang aansluiten
5.1 Pas de drainageslang aan (indien van toepassing)
In enkele modellen zijn beide zijden van de binnenunit uitgerust met drainagepoorten, u kunt een ervan kiezen voor de aansluiting van de drainageslang. Sluit de ongebruikte drainagepoort met de rubber dop.

5.2 Sluit de drainageslang aan op de drainagepoort en controleer of de koppeling stevig en goed afgedicht is.
5.3 Omwikkel de koppeling stevig met teflontape zodat geen lekken ontstaan.
N.B.: Controleer of er geen verdraaiingen of knikken zijn, de leidingen moeten schuin omlaag geplaatst zijn om blokkering te vermijden en een goede drainage te bevorderen.

Stap 6: Bedrading aansluiten
6.1 Kies de correcte kabelmaten aan de hand van de maximale werkstroom die op het typeplaatje staat. (Controleer de kabelmaat en raadpleeg daarvoor VOORZORGSMAATREGELEN BIJ DE INSTALLATIE)
6.2 Open het voorpaneel van de unit.
6.3 Gebruik een schroevendraaier, open het elektrische besturingskastje om bij het klemmenblok te komen.
6.4 Schroef de kabelklem los.
6.5 Steek een uiteinde van de kabel in de positie van het besturingskastje vanaf de achterkant van het rechter uiteinde van de binnenunit.
6.6 Sluit de draden aan op de overeenkomstige aansluitklem volgens het bedradingsschema dat op het deksel van het elektrische besturingskastje staat. Controleer of ze alle goed aangesloten zijn.
6.7 Schroef de kabelklem vast om alle kabels vast te zetten.
6.8 Installeer opnieuw het deksel van het elektrische besturingskastje en het voorpaneel.
6.9 Voor enkele modellen zijn de stroomkabels en de aansluitkabels al in de fabriek op de machine geïnstalleerd.

text_image
Deksel besturingskastje Elektrische schema KabelklemStap 7: Verseluchtleiding aansluiten en filter plaatsen
7.1 Kies op grond van de positie van het gat in de muur de meest geschikte modus om de leiding te leggen.
Modus 1: Links, samen met koelmiddelleiding, drainageslang en verbindingskabels. Modus 2: Rechts, samen met koelmiddelleiding, drainageslang en verbindingskabels. Modus 3: Achterkant, de verseluchtleiding is niet met de andere leidingen gebundeld.
7.2 Verleng indien nodig in modi "1" en "2" de verseluchtleiding door het verlengstuk en de stijve buis samen te voegen.

Voor modus 1: Meet de afstand tussen de hoek linksonder van de montageplaat en het midden van het gat in de muur, de lengte van de verseluchtleiding is gelijk aan de gemeten lengte plus 650 mm.

text_image
Buiten Binnen Gemeten lengte Verseluchtinlaat unit Gemeten lengte + 650 mm SnijlijnVoor modus 2: Meet de afstand tussen de hoek linksonder van de montageplaat en het midden van het gat in de muur, de lengte van de verseluchtleiding is gelijk aan de gemeten lengte.

text_image
Verseluchtinlaat unit Binnen Buiten Gemeten lengte ≥700 mm Snijlijn Gemeten lengteVoor modus 3: De lengte van de verseluchtleiding is 310 mm en de blootgestelde lengte van de verseluchtleiding is 50 mm.

Stap 7: Verseluchtleiding aansluiten en filter plaatsen
7.3 Aanpassen van de lengte van de verseluchtleiding
Bepaal op grond van de installatieomgeving of de lengte van de verseluchtleiding aangepast moet worden.
7.3.1 Maak de lengte korter
Snij de verseluchtleiding af op de passende lengte en zorg ervoor hem niet plat te drukken of te beschadigen.

text_image
Snijlijn Verseluchtleiding Leidingsamenstel muurdoorgangAls het nodig is de buis af te snijden, denk er dan aan hem in de adapter te steken en vast te zetten met lijm.

text_image
Snijlijn Leidingsamenstel muurdoorgang Snijlijn Geschikte lengte van verseluchtleiding Adapter Leiding muurdoorgang ≥ 65 mmSluit de verseluchtleiding, de adapters en de leiding voor muurdoorgang aan
N.B.:
- Het overlappende deel van de adapter en de leiding voor muurdoorgang moeten platgedrukt worden met gereedschappen en mogen niet krom worden;
- De adapter mag niet in de leiding voor muurdoorgang geforceerd worden, anders kan het verbindende deel krom worden en de afstand tussen het ronde uiteinde van de adapterleiding en de leiding voor muiurdoorgang is ≥ 65 mm;
7.3.2 Vergroot de lengte
Ga te werk zoals in onderstaande afbeelding getoond wordt.

text_image
Verlengstuk Leidingsamenstel muurdoorgang Verseluchtleiding voor verlenging Aansluitinterface twee leidingenN.B.: Het aantal bochten van de verseluchtleiding en de lengte van de leiding zullen van invloed zijn op de hoeveelheid verse lucht. Er wordt aanbevolen om modus 3 te gebruiken en te vermijden dat de lengte van de verseluchtleiding toeneemt wanneer de installatie-omstandigheden dat toelaten.
Stap 7: Verseluchtleiding aansluiten en filter plaatsen
7.4 Schroef de verseluchtleiding op het gat voor de verseluchtinlaat op de achterkant van de binnenunit.

7.5 Open het binnenpaneel en neem de filterhouder eruit, plaats een 4-lagenfilter voor verse lucht en plaats de houder weer terug.

Nadat de koelmiddelleidingen, de aansluitdraden en de drainageslang geïnstalleerd zijn, moeten ze gebundeld worden met isolatietape en door het gat in de muur gevoerd worden om ruimte te besparen, de leidingen te beschermen en te isoleren.
8.1. Leg de leidingen, kabels en drainageslang overeenkomstig de volgende afbeelding.

text_image
Beschermnet Leidingensteun Leidingsamenstel verse lucht Bedrading aansluiting Bovenste deksel voor Drainageslang Boelmiddelleiding Drainageslang Beschermnet Bedrading aansluiting voor Leidingsamenstel verse luchtModus 1
Nadat alle leidingen en kabels gelegd zijn, neemt u de leidingensteun uit de accessoires voor de verse lucht. Steek het in de opening zoals de afbeelding toont, om de leidingen vast te zetten.

text_image
Leidingsamenstel verse lucht Beschermnet Leidingensteun Beschermnet Drainageslang Leidingsamenstel verse lucht Bovenste deksel Bedrading voor aansluiting Bedrading voor aansluiting Koelmiddelleiding Drainageslang KoelmiddelleidingMode2
Nadat alle leidingen en kabels gelegd zijn, neemt u de leidingensteun uit de accessoires voor de verse lucht. Steek het in de opening zoals de afbeelding toont, om de leidingen vast te zetten.

text_image
Beschermnet Bovenste deksel Koelmiddelleiding Drainageslang Bedrading voor aansluiting KoelmiddelleidingMode3
N.B.: Vermijd het dat delen elkaar kruisen en buigen.
8.2. Gebruik isolatietape en omwikkel stevig de verseluchtleidingen, de koelmiddelleidingen, de aansluitdraden en de drainageslang samen.

9.1 Voer de omwikkelde bundel met koelmiddelleidingen, aansluitdraden en de drainageslang door het gat in de muur.
9.2 Haak de bovenkant van de binnenunit aan de montageplaat.
9.3 Oefen lichte druk uit op de linker en rechterkant van de binnenunit en wees er zeker van dat de binnenunit stevig vastgehaakt is.
9.4 Duw de bodem van de binnenunit omlaag tot het op de haken van de montageplaat vastklikt en controleer of hij stevig vastgehaakt is.

text_image
Leiding muurdoorgang Koelmiddelleiding Drainageslang Bedrading voor aansluiting Buiten Binnen Muurkokerafdekking Modus 1
text_image
Binnen Buiten Leiding muurdoorgang Koelmiddelleiding Drainageslang Bedrading voor aansluiting Muurkokerafdekking Mode2
text_image
< 350 mm Afdichting Lelding muurdoorgang Koelmiddelleiding Drainageslang Bedrading voor aansluiting Binnen Buiten Mode3N.B.:
- De afstand tussen de verseluchtinlaat en de muur mag niet groter zijn dan 350 mm;
- Tijdens de installatie kan het samenstel van de verseluchtleiding op een geschikte hoek gedraaid worden, overeenkomstig de positie van de buitenunit, zodat de aansluitleiding de verseluchtinlaat niet blokkeert.
- De verseluchtleiding moet een beetje omlaag hellen en er mag geen stijgend deel zijn, om te voorkomen dat regenwater de kamer binnenkomt.
- Het is nodig om de verseluchtleiding te buigen, de minimale straal van de bocht van de verseluchtleiding moet groter zijn dan 60 mm anders kan dit van invloed zijn op het verseluchteffect.
- De verseluchtinlaat mag niet in de luchtuitlaat van de buitenunit geplaatst worden, in een gesloten ruimte of in een plaats met slechte lucht.
INSTALLATIE BUITENUNIT
Stap 1: Plaats van installatie kiezen
Kies een plek die het volgende mogelijk maakt:
1.1 Installeer de buitenunit niet vlakbij warmtebronnen, stoombronnen of bronnen van ontvlambare gassen.
1.2 Installeer de unit niet op een te winderige of stoffige plek.
1.3 Installeer de unit niet op een plek waar veel mensen langskomen. Kies een plek waarin de luchtafvoer en het werkgeluid de buren niet tot last zijn.
1.4 Vermijd het de unit te installeren op een plek waar hij blootgesteld wordt aan direct zonlicht (gebruik anders een bescherming, indien nodig, die geen interferentie met de luchtstroom vormt).
1.5 Houd ruimte vrij zoals de afbeelding toont, zodat de lucht vrij kan circuleren.
1.6 Installeer de buitenunit op de veilige en stevige plaats.
1.7 Als de buitenunit blootgesteld wordt aan trillingen, plaats dan rubber matjes op de pootjes van de unit.

2.1 Deze stap is alleen voor de warmtepompmodellen.
2.2 Steek de drainagekoppeling in het gat in de bodem van de buitenunit.
2.3 Sluit de drainageslang aan op de koppeling en breng de aansluiting goed tot stand.

3.1 Markeer de installatiepositie voor de expansiebouten overeenkomstig de afmetingen van de installatie van de buitenunit.
3.2 Boor gaten, verwijder het cementpoeder en breng de bouten aan.
3.3 Indien van toepassing, installeer dan 4 rubber matjes op het gat alvorens de buitenunit te plaatsen (optioneel). Hierdoor zullen trillingen en geluid afnemen.
3.4 Plaats de basis van de buitenunit op de bouten en de voorgeboorde gaten.
3.5 Gebruik een sleutel om de buitenunit stevig vast te zetten met bouten.
N.B.:
De buitenunit kan vastgezet worden op een beugel voor muurmontage. Volg de instructies voor de beugel voor muurmontage om deze beugel op de muur te bevestigen, bevestig de buitenunit eraan en houd hem horizontaal.
De beugel voor muurmontage moet in staat zijn om minstens 4 keer het gewicht van de buitenunit te ondersteunen.

Installeer de 4 rubber matjes (Optioneel)
INSTALLATIE BUITENUNIT
Stap 4: Draden installeren
4.1 Gebruik een Philips schroevendraaier om het bedradingsdeksel los te schroeven, pak het deksel vast en druk erop om het omlaag te brengen.
4.2 Schroef de kabelklem los en neem deze weg.
4.3 Volg het ELEKTRISCHE SCHEMA (zie de laatste pagina van deze handleiding), sluit de draden aan op de bijbehorende klemmen en controleer of alle aansluitingen stevig en veilig tot stand gebracht zijn.
4.4 Installeer opnieuw de kabelklem en het bedradingsdeksel.
N.B.: Wanneer de draden van binnen- en buitenunits aangesloten worden, moet de stroom afgesloten zijn.

text_image
Klemmenblok Kabeldeksel Bedradingsdeksel BedradingsscheStap 5: Koelmiddelleiding aansluiten
5.1 Schroef het klepdeksel los, neem het vast en duw het zachtjes omlaag om het weg te nemen (als een klepdeksel aangebracht is).
5.2 Verwijder de beschermdoppen van de klepeinden.
5.3 Naam de plastic afdekking van de leidingpoorten, controleer of er vuil aanwezig is op de poort van de aansluitleiding en controleer of de poort schoon is.
5.4 Nadat het midden uitgelijnd is, draait u de wartelmoer van de aansluitleiding met de hand zo strak mogelijk vast.
5.5 Gebruik een sleutel om het klephuis op zijn plaats te houden en gebruik een momentsleutel om de wartelmoer aan te halen op de koppelwaarden die in de tabel met koppelwaarden staan. (Raadpleeg de tabel met koppelwaarden in het hoofdstuk VOORZORGSMAATREGELEN BIJ DE INSTALLATIE)

6.1 Gebruik een moersleutel om de beschermdoppen te verwijderen van de servicepoort, de lagedrukklep en de hogedrukklep van de buitenunit.
6.2 Sluit de drukslang van de manometer van het verdeelstuk aan op de servicepoort op de lagedrukklep van de buitenunit.
6.3 Sluit de laadslang afkomstig van de manometer van het verdeelstuk aan op de vacuümpomp.
6.4 Open de lagedrukklep van de manometer van het verdeelstuk en sluit de hogedrukklep.
6.5 Schakel de vacuümpomp in om het systeem vacuum te maken.
6.6 De vacuümtijd mag niet korter dan 15 minuten zijn, of zorg ervoor dat de samengestelde manometer -0.1 MPa (-76 cmHg) aangeeft
6.7 Sluit de lagedrukklep van de manometer van het verdeelstuk en schakel het vacuum uit.
6.8 Handhaaf de druk gedurende 5 minuten, controleer of de terugslag van de aanwijzer van de samengestelde manometer niet de 0,005 Mpa overschrijdt.
6.9 Open de lagedrukklep linksom 1/4 slag, met een zeskantsleutel, zodat het systeem met een beetje koelmiddel gevuld wordt en sluit de lagedrukklep na 5 seconden en verwijder snel de drukslang.
6.10 Controleer alle aansluitpunten binnen en buiten op lekkage met zeepsop of een lekdetector.
6.11 Opende lagedrukklep en de hogedrukklep van de buitenunit volledig met een zeskantsleutel.
6.12 Installeer opnieuw de beschermdoppen van de servicepoort, de lagedrukklep en de hogedrukklep van de buitenunit.
6.13 Installeer opnieuw het klepdeksel.

text_image
samengestelde manometer Lagedrukklep Servicepoort Hogedrukklep Beschermdoppen klep Drukslang Manometer verdeelstuk Drukmeter Hogedrukklep Lagedrukklep Laadslang VacuümpompInspecties voorafgaand aan het testen
Verricht de volgende controles alvorens de test uit te voeren.
| Beschrijving | Inspectiemethode |
| Inspectie van de elektrische veiligheid | Controleer of de voedingsspanning voldoet aan de specificaties.Controleer of er een verkeerde of ontbrekende aansluiting is tussen stroomleidingen, signaalleiding en aarddraden.Controleer of de aardweerstand en de isolatieweerstand voldoen aan de eisen. |
| Inspectie van de veiligheid van de installatie | Controleer de richting en de probleemloze afvoer van de drainageslang.Controleer of de koppeling van de koelmiddelleiding volledig geïnstalleerd is.Controleer de veiligheid van de installatie van de buitenunit, de montageplaat en de binnenunit.Controleer of de kleppen volledig geopend zijn.Controleer of geen onbekende voorwerpen of gereedschappen in de unit achtergelaten zijn.Voltooi de installatie van het luchtinlaatrooster en paneel van de binnenunit. |
| Lekdetectie koelmiddel | De leidingkoppeling, de connector van de twee kleppen van de buitenunit, de klepspoel, de laspoort, enz., waar lekkage kan optreden.Schuimdetectiemethode:Breng zeepsop of schuim op gelijkmatige wijze aan op de delen waar lekkage kan optreden en kijk of er al dan niet bellen ontstaan. Is dat niet het geval, dan betekent dit dat het resultaat van de lekdetectie veilig is.Letdetectormethode:Gebruik een professionele lekdetector en lees de instructies voor de werking ervan, detecteer op de posities waar lekkage kan optreden.De lekdetectie voor iedere positie moet 3 minuten of langer duren;Als het testresultaat aangeeft dat er sprake is van lekkage, dan moet de moer aangehaald worden en moet de test opnieuw uitgevoerd worden, tot de lekkage verholpen is;Nadat de lekdetectie voltooid is, omwikkelt u de blootgestelde leidingconnector van de binnenunit met thermisch isolatiemateriaal en met isolatietape. |
Instructies voor de werktest
- Schakel de stroomtoevoer in.
- Druk op de ON/OFF-knop op de afstandsbediening om de airconditioner in te schakelen.
- Druk op de Modusknop om de modus COOL en HEAT in te schakelen.
Verricht in iedere modus onderstaande instellingen:
COOL-Stel de laagste temperatuur in
HEAT-Stel de hoogste temperatuur in
- Laat het toestel ongeveer 8 minuten in iedere modus en controleer of alle functies correct werken en op de afstandsbediening reageren. Controleer de functies zoals aanbevolen wordt:
4.1 Als de temperatuur van de uitlaatlucht reageert op de koel- en verwarmingsmodus
4.2 Of het water correct uit de drainageslang afgevoerd wordt
4.3 Of de kleppen en deflectors (optioneel) correct draaien
WERKINGSTEST
- Observeer de status van de airconditioner in de werkingstest gedurende minstens 30 minuten.
- Nadat de werkingstest met succes doorlopen is, zet u de unit weer in de normale instelling en drukt u op de ON/OFF-knop op de afstandsbediening om de unit uit te schakelen.
- Informeer de gebruiker dat hij deze handleiding met aandacht moet lezen, voorafgaand aan het gebruik, en laat de gebruiker zien hoe hij de airconditioner moet gebruiken, verstrek hem de nodig kennis voor service en onderhoud en herinner hem aan het opslaan van de accessoires.
N.B.:
Als de omgevingstemperatuur het bereik verlaat, raadpleeg dan het hoofdstuk INSTRUCTIES VOOR DE WERKING, en als de unit niet in de modus COOL of HEAT kan werken, til dan het voorpaneel op en raadpleeg de werking van de noodstopknop om de COOL en HEAT-modus te gebruiken.
ONDERHOUD
| Waarschuwing | Voor de reiniging moet u de machine afsluiten en de stroomtoevoer gedurende meer dan 5 minuten onderbreken.De airconditioner mag in geen enkel geval met water gespoeld worden.Vluchtige vloeistoffen (bijv., verdunner of benzine) zullen de airconditioner schade berokkenen, gebruik dus alleen een zachte, droge doek of een natte doek doordrenkt met een mild reinigingsmiddel, om de airconditioner te reinigen.Let op en reinig regelmatig het filtergaas om te voorkomen dat het door stof bedekt wordt, wat van invloed is op het filtratie-effect. Als de werkomgeving stoffig is, moet vaker gereinigd worden, zoals passend is.Raak de vinnen van de binnenunit niet aan, als het filtergaas verwijderd is, om krassen te voorkomen. |
| De unit reinigen | Goed uitwringen Veeg het oppervlak van de unit zacht afTip: Veeg het vaker af voor de schone en goede aanblik van de airconditioner te behouden. |
| Filter demonteren en monteren | Neem de opgetilde handgreep van het filter vast met uw hand en trek het filter vervolgens los in de richting die wegvoert van de unit zodat de bovenrand van het filter loskomt van de unit. Het filter kan verwijderd worden door het opwaarts op te tillen.Wanneer het filter geïnstalleerd wordt, plaats dan eerst het lage uiteinde van het filtergaas in de overeenkomstige positie van de unit, en klem vervolgens het bovenste uiteinde van het filter in de overeenkomstige positie van de behuizing van de unit.![]() |
| Het filter reinigen | Neem het filter uit de unit Reinig het filter met zeepsop en Plaats het filter terug droog hetTip: Wanneer u ophopingen van stof in het filter aantreft, reinig het dan op tijd om zeker te zijn van de schone, gezonde en efficiënte werking ervan binnenin de airconditioner. |
| Het verseluchtfilter reinigen of vervangen | Open eerst het paneel en neem de filterhouder eruit.Gebruik een stofvanger om het filter te reinigen of vervang het door een nieuw filter.We raden aan het filter om de 6 maande te vervangen of wanneer u de herinneringsaanduiding CL op het binnendisplay ziet![]() |
| Service en onderhoud | • Voer de volgende handelingen uit als de airconditioner lange tijd niet gebruikt wordt: Neem de batterijen uit de afstandsbediening en sluit de stroomvoorziening van de airconditioner af.• Bij opstarten na een lange periode van uitschakeling:1. Reinig de unit en het filtergaas;2. Controleer of er obstakels aanwezig zijn in de luchtinlaat en -uitlaat van de binnen- en buitenunits;3. Controleer of de afvoerleiding niet belemmerd wordt;Installeer de batterijen in de afstandsbediening en controleer of de stroom ingeschakeld is. |
| STORING | MOGELIJKE OORZAKEN |
| Het toestel werkt niet | Geen stroom/stekker losgetrokken. |
| Beschadigde ventilatormotor van binnen-/buitenunit. | |
| Defecte thermomagnetische stroomonderbreker van de compressor. | |
| Defecte beveiligingen of zekeringen. | |
| Losse aansluitingen of stekker losgetrokken. | |
| Soms stopt de werking om het toestel te beschermen. | |
| Spanning hoger of lager dan het spanningsbereik. | |
| TIMER-ON-functie actief. | |
| Beschadigde elektronische besturingskaart. | |
| Vreemde geur | Vuil luchtfilter. |
| Geluid van stromend water | Terugstroming van vloeistof in de koelmiddelcirculatie. |
| Er komt een fijne nevel uit de luchtuitlaat | Dit treedt op als de lucht in de kamer erg koud wordt, bijvoorbeeld in de modi COOLING of DEHUMIDIFYING/DRY. |
| Er klinkt een vreemd geluid | Dit geluid komt door de uitzetting of samentrekking van het voorpaneel als gevolg van temperatuurvariaties en duidt niet op een probleem. |
| Onvoldoende luchtstroom, warm of koud | Ongeschikte temperatuurinstelling. |
| In- en uitlaten van airconditioner verstopt. | |
| Vuil luchtfilter. | |
| Ventilatorsnelheid op minimum. | |
| Andere warmtebronnen in de kamer. | |
| Geen koelmiddel. | |
| Het toestel reageert niet op de commando's | Afstandsbediening is niet dichtbij genoeg de binnenunit. |
| De batterijen van de afstandsbediening moeten vervangen worden. | |
| Obstakels tussen afstandsbediening en signaalontvanger in binnenunit. | |
| Het display is uit | Activeer de DISPLAY-functie. |
| Geen stroom. | |
| Schakel de airconditioner onmiddellijk uit en sluit de stroomvoorziening af in de volgende gevallen: | Vreemde geluiden tijdens de werking. |
| Defecte elektronische besturingskaart. | |
| Defecte zekeringen of schakelaars. | |
| Er sproeit water of er zijn objecten binnenin het toestel. | |
| Oververhitte kabels of stekkers. | |
| Er komt een zeer sterke geur uit het toestel. |
PROBOLEEMOPLOSSING
FOUTCODE OP HET DISPLAY
Bij een fout toont het display van de binnenunit de volgende foutcodes:
| Display | Beschrijving van het probleem |
| E1 | Fout kamertemperatuursensor |
| E2 | Fout binnentemperatuur sensor leiding |
| E3 | Fout buitentemperatuursensor leiding |
| E4 | Fout of lekkage koelsysteem |
| E6 | Storing van binnenventilatormotor |
| E7 | Fout buitentemperatuursensor omgeving |
| E0 | Communicatiefout binnen en buiten |
| E8 | Fout buitentemperatuursensor afvoer |
| E9 | Fout IPM-module buiten |
| EA | Fout stroomdetectie buiten |
| EE | Fout PCB EEPROM buiten |
| EF | Fout ventilatormotor buiten |
| EH | Fout buitentemperatuursensor zuiging |
| CL | Herinneringsaanduiding filter reinigen |
Functie TIMER ---- TIMER ON (Timer pornit)
TIMER
Functie TIMER ---- TIMER OFF (Timer oprit)
TIMER
Functie SLEEP (Somn)
SLEEP
Presetare program de functionare automat.
Functie I FEEL (Eu simt)
I FEEL
Presetare program de functionare automat.
Functie DISPLAY (Display intern)
DISPLAY
Functie GEN (economisire energie)








Goed uitwringen Veeg het oppervlak van de unit zacht afTip: Veeg het vaker af voor de schone en goede aanblik van de airconditioner te behouden.
Neem het filter uit de unit Reinig het filter met zeepsop en Plaats het filter terug droog hetTip: Wanneer u ophopingen van stof in het filter aantreft, reinig het dan op tijd om zeker te zijn van de schone, gezonde en efficiënte werking ervan binnenin de airconditioner.