Mennekes AMTRON Professional+ - Autolader

AMTRON Professional+ - Autolader Mennekes - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis AMTRON Professional+ Mennekes in PDF-formaat.

📄 364 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice Mennekes AMTRON Professional+ - page 204
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over AMTRON Professional+ Mennekes

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Autolader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AMTRON Professional+ - Mennekes en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AMTRON Professional+ van het merk Mennekes.

GEBRUIKSAANWIJZING AMTRON Professional+ Mennekes

Gebruiks- en installatiehandleiding

1.3 Gebruikte symbolen....3

2 Voor uw veiligheid....3

2.1 Doelgroepen 3

2.2 Reglementair gebruik....3

2.3 Oneigenlijk gebruik....4

2.4 Fundamentele veiligheidsinstructies....4

2.4.1 Kwalificatie 4

2.4.2 Correcte toestand 4

2.4.3 Toezichtplicht in acht nemen....4

2.4.4 Laadkabel zoals voorgeschreven gebruiken......5

2.4.5 Orde houden....5

2.5 Veiligheidsstickers....5

3 Productbeschrijving......6

3.1 Typeplaatje 6

3.3 Opbouw van het apparaat....7

3.6 Multifunctietoetsen 9

3.7 Bedrijfsmodi....9

3.8 LED-infoveld 9

3.9 Apparaatvarianten 10

5.1 Keuze van de plaats van opstelling....12

5.2 Toelaatbare omgevingsomstandigheden......12

5.3 Voorbereidende werkzaamheden aan de huisinstallatie....13

5.3.1 Voedingsleiding leggen 13

5.3.2 Afzekering aanbrengen....13

5.5 Apparaat op de wand monteren 15

5.6 Elektrische aansluiting....16

5.6.1 Voeding....16

5.6.2 Arbeidsstroomactiveringsschakelaar 16

5.7 Apparaat op eenfase bedrijf instellen....17

6 Inbedrijfstelling 17

6.1 Verbinding naar ECU instellen....17

6.2 Configureren via de webinterface.... 18

6.2.1 Bedrijfsmodus "Autostart" 19

6.2.2 Bedrijfsmodus "Lokale Whitelist" 19

6.2.3 Bedrijfsmodus "Backend-System" 20

6.2.4 Bedrijfsmodus "Gekoppeld" 21

6.2.5 Maximale laadstroom instellen....21

6.2.6 Geavanceerde instellingen 21

6.3 SIM-kaart plaatsen 30

6.4 Apparaat inschakelen....31

6.5 Spanningsvoorziening bewaken 31

6.6 Apparaat controleren....32

6.7 Apparaat sluiten 32

7 Bediening....33

7.1 Autoriseren 33

7.2 Voertuig laden....33

7.3 Multifunctietoetsen....34

7.3.1 Aardlekschakelaar en leidingveiligheids schakelaar opnieuw inschakelen....34

7.3.2 Aardlekschakelaar controleren....35

8 Onderhoud....35

8.1 Onderhoud....35

8.2 Reiniging....36

8.3 Update firmware....37

9 Storing oplossen....37

9.1 Foutmeldingen....37

9.2 Reserveonderdelen 38

9.3 Laadstekker noodontgrendelen 38

10 Buitenbedrijfstelling en demontage 39

11 Opslag 39

12 Afvoeren....39

13 Accessoires.... 39

14 Verklarende woordenlijst....40

1 Over dit document

De AMTRON ^® , hierna "apparaat" genoemd, is verkrijgbaar in verschillende varianten. De variant van uw apparaat wordt op het typeplaatje aangegeven. Dit document verwijst naar de volgende varianten van het apparaat:

■ AMTRÖ®Professional+ E 7,4 / 22
■ AMTRÖRProfessional+ 7,4 / 22
■ AMTRÖ® professional+ 7,4 / 22 PnC
■ AMTRÖ®Professional E 7,4 / 22
■ AMTRÖRProfessional 7,4 / 22

De bovengenoemde varianten zijn er ook met de nodige voorinstellingen voor integratie in de factureringsdienst MENNEKES ativo. Deze handleiding geldt ook voor de ativo-varianten.

Deze handleiding is voor de exploitant en de elektromonteur bedoeld. Deze bevat aanwijzingen voor een veilige bediening en installatie. Werkzaamheden die alleen door de elektromonteur uitgevoerd mogen worden, worden extra benadrukt.

Neem alle aanvullende documentatie voor het gebruik van het apparaat in acht. Bewaar alle documenten goed op om ze te kunnen raadplegen en geef deze aan de volgende exploitant door.

De Duitse versie van deze handleiding is de originele handleiding. Bij handleidingen in andere talen gaat het om vertalingen van deze originele handleiding.

Copyright © 2019 MENNEKES Elektrotechnik GmbH & Co. KG

1.1 Service

Wendt u zich tot MENNEKES of uw verantwoordelijke servicepartner bij vragen over het apparaat. Op onze homepage onder "Partner zoeken" vindt u verdere contactpersonen in uw land.

Gebruik voor een direct contact tot MENNEKES het formulier onder "Contact" op https://www.chargeupyourday.com/

Mennekes AMTRON Professional+ - Service - 1

Houd de volgende informatie gereed voor een snelle verwerking:

■ Typeaanduiding / serienummer (zie typeplaatje op het apparaat)

Meer informatie over het thema elektromobiliteit vindt u op onze homepage onder "FAQ".

Waarschuwing voor persoonlijk letsel

Mennekes AMTRON Professional+ - Service - 2

Deze waarschuwing geeft een onmiddellijk dreigend gevaar aan, dat tot de dood of zware verwondingen leidt.

Mennekes AMTRON Professional+ - Service - 3

Deze waarschuwing geeft een gevaarlijke situatie aan, die tot de dood of zware verwondingen kan leiden.

Mennekes AMTRON Professional+ - Service - 4

Deze waarschuwing geeft een gevaarlijke situatie aan, die tot lichte verwondingen kan leiden.

Waarschuwing voor materiële schade

Mennekes AMTRON Professional+ - Waarschuwing voor materiële schade - 1

Deze waarschuwing geeft een gevaarlijke situatie aan, die tot materiële schade kan leiden.

2 Voor uw veiligheid

1.3 Gebruikte symbolen

Mennekes AMTRON Professional+ - Gebruikte symbolen - 1

Het symbool geeft handelingen aan die alleen door een elektromonteur uitgevoerd mogen worden.

Mennekes AMTRON Professional+ - Gebruikte symbolen - 2

Het symbool geeft een belangrijke aanwijzing aan.

Mennekes AMTRON Professional+ - Gebruikte symbolen - 3

Het symbool geeft aanvullende, nuttige informatie aan.

▶ Het symbool geeft een oproep tot actie aan.

■ Het symbool geeft een opsomming aan.

→ Het symbool verwijst naar een andere plaats in deze handleiding.

Het symbool verwijst naar een ander document.

Het symbool geeft een resultaat aan.

2.1 Doelgroepen

Exploitant

Als exploitant bent u verantwoordelijk voor het apparaat.

U hebt de verantwoordelijkheid voor een gebruik overeenkomstig de voorschriften en het veilige gebruik van het apparaat. Dit omvat ook de instructies aan personen die het apparaat gebruiken.

Als exploitant zonder elektrotechnische vakopleiding mag u alleen activiteiten uitvoeren, waarvoor geen elektricien nodig is.

Elektromonteur

Mennekes AMTRON Professional+ - Elektromonteur - 1

Als elektromonteur beschikt u over een erkende elektrotechnische opleiding. Op basis van deze vakkennis bent u geautoriseerd de in deze handleiding gevraagde elektrotechnische werkzaamheden uit te voeren.

Eisen die worden gesteld aan een elektromonteur:

■ kennis van de algemene en specifieke veiligheids- en ongevallenpreventievoorschriften;
■ Kennis van de elektrotechnische voorschriften.
■ Kennis van de landelijke voorschriften.
■ vermogen om risico's te herkennen en potentiële gevaren te voorkomen.

Het apparaat is een laadstation voor gebruik in de particuliere en semi-openbare gebieden, bijv. particuliere eigendommen, bedrijfsparkeerplaatsen of bedrijventerreinen met beperkte toegang.

Het apparaat is uitsluitend voor het laden van elektrische voertuigen bedoeld.

■ Laden conform modus 3 volgens IEC 61851-1 voor elektrische voertuigen met niet-gasvormende accu's.

■ Contactmaterial conform IEC 62196.

Elektrische voertuigen met gasvormende accu's kunnen niet worden geladen.

Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor de vaste montage ter plaatse en kan in zowel binnen als buiten worden gebruikt.

Het apparaat kan als afzonderlijk apparaat of met meerde gekoppelde apparaten worden gebruikt. Indien nodig kan het apparaat op een backend-system, bijv. de chargecloud, worden aangesloten.

In sommige landen zijn er wettelijke voorschriften die eisen dat het laadpunt spanningsvrij schakelt zodra een belastingsbescherming plakt (welding detection). Een arbeidsstroomactiveringsschakelaar schakelt in geval van een storing het laadpunt spanningsvrij.

In sommige landen zijn er wettelijke voorschriften die een aanvullende bescherming eisen tegen een elektrische schok. Een mogelijke aanvullende veiligheidsmaatregel kan het gebruik van een sluitdeksel zijn.

Het apparaat mag alleen met inachtneming van alle internationale en nationale voorschriften worden gebruikt. De volgende internationale voorschriften of de desbetreffende nationale omzetting hiervan moeten o.a. in acht worden genomen:

IEC 61851-1
IEC 62196-1
IEC 60364-7-722

Lees en volg deze instructies en alle aanvullende documentatie voor het gebruik van het apparaat.

2.3 Oneigenlijk gebruik

Het gebruik van het apparaat is alleen veilig bij gebruik volgens de voorschriften. Elk ander gebruik alsmede wijzigingen aan het apparaat zijn in strijd met de voorschriften en daarom niet toegestaan.

De exploitant is verantwoordelijk voor het reglementair gebruik en het veilige gebruik.

MENNEKES Elektrotechnik GmbH & Co. KG kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de gevolgen door verkeerd gebruik.

2.4 Fundamentele veiligheidsinstructies

2.4.1 Kwalificatie

Sommige werkzaamheden in deze handleiding vereisen vakkennis van elektrotechniek. Worden de werkzaamheden bij ontbrekende vakkennis en kwalificatie uitgevoerd, kan dit tot ernstige ongevallen en zelfs de dood leiden.

▶ Voer alleen werkzaamheden uit waarvoor u gekwalificeerd en geïnstrueerd bent.
▶ Neem de aanwijzingen voor elektromonteurs in deze handleiding in acht.

2.4.2 Correcte toestand

Beschadigd apparaat

Vertoont het apparaat schade of gebreken, bijv. een defecte behuizing of ontbrekende onderdelen dan kunnen personen ernstig letsel oplopen door een elektrische schok.

▶ Voorkom botsingen en verkeerde behandeling.
- Gebruik het apparaat niet in geval van schade / defecten.
▶ Markeer beschadigde apparatuur zodat deze niet door anderen wordt gebruikt.
▶ Laat eventuele schade onmiddellijk door een elektromonteur verhelpen.

Ondeskundig onderhoud

Ondeskundig onderhoud kan de bedrijfsveiligheid van het apparaat in gevaar brengen en ongelukken veroorzaken. Daardoor kunnen personen zwaar letsel oplopen of overlijden.

▶ Let op het onderhoudsschema.

▶ Belast een elektromonteur met regelmatig onderhoud.

2.4.3 Toezichtplicht in acht nemen

Personen, met name kinderen, die de mogelijke gevaren niet of slechts in beperkte mate kunnen inschatten, vormen een gevaar voor zichzelf en anderen.

Houd uit de buurt van het apparaat en de laadkabel.
Houd dieren uit de buurt van het apparaat en de laadkabel.

2.4.4 Laadkabel zoals voorgeschreven gebruiken

Gevaren zoals elektrische schokken, kortsluiting of brand kunnen het gevolg zijn van verkeerd gebruik van de laadkabel.

▶ Raak de contactpennen niet aan.
▶ Gebruik geen adapterstekkers of verlengkabels.
▶ Vermijd knikken, scherpe randen, belastingen en stoten.
▶ Vermijd knoopvorming van de laadkabel.
▶ Rol de laadkabel bij het laden volledig af.

▶ Laadkabel alleen direct aan de stekker uit de laadcontactdoos trekken.

▶ Als de laadkabel niet wordt gebruikt de beschermkap gebruiken.

▶ Plaats de laadkabel niet onder spanning.

2.4.5 Orde houden

Een rondslingerende laadkabel is een struikelblok.

Onderdelen op het apparaat kunnen

vallen.

▶ Minimaliseer struikelgevaar.
Berg de laadkabel zoals voorgeschreven op of gebruik de kabelophanging wanneer het laadproces beëindigd is.
Leg geen voorwerpen op het apparaat.

2.5 Veiligheidsstickers

Op sommige componenten van het apparaat zijn veiligheidsstickers aangebracht, die voor gevaarlijke situaties waarschuwen. Worden de veiligheidsstickers niet in acht genomen, kan dit tot ernstige verwondingen of de dood leiden.

Veiligheidsstickers
Symbool Betekenis
Mennekes AMTRON Professional+ - Veiligheidsstickers - 1Gevaar voor elektrische spanning.► Voor werkzaamheden aan het apparaat, spanningsloosheid waarborgen.
Mennekes AMTRON Professional+ - Veiligheidsstickers - 2Gevaar bij niet-inachtneming van de bijgevoegde documenten.► Voor werkzaamheden aan het apparaat, de bijgevoegde documenten, met name de bedienings- en installatiehandleiding lezen.

▶ Veiligheidsstickers in acht nemen.
▶ Vervuilde veiligheidsstickers leesbaar houden. Bij het reinigen geen agressieve reinigingsmiddelen gebruiken.
▶ Beschadigde of onherkenbaar geworden veiligheidsstickers vervangen.
- Reserve- en accessoiredelen na het vervangen met de desbetreffende veiligheidsstickers voorzien.

3 Productbeschrijving

Uitrustingskenmerken

■ Laadvermogens tot 7,4 kW (eenfase) / 22 kW (driefase).

■ Communicatie tussen apparaat en voertuig conform ISO 15118. *

■ Toebehorenset voor de lokale koppeling van meerdere apparaten (niet ingebouwd).

■ Autorisering via Backend-System of RFID-kaart (ISO 14443A / MIFARE classic en MIFARE DESFire).

■ Geïntegreerde modem voor de radiotelefoniestandaarden 4G (LTE), 3G (UMTS) en 2G (GSM). *

■ Compatibel met OCPP 1.5 en OCPP 1.6.

■ MENNEKES ECU, Electronic Control Unit.

■ Statusinformatie per LED-infoveld.

■ Geintegreerde MiD-energiemeter.

■ Leidingveiligheidsschakelaar. *

■ Aardlekschakelaar type A. *

■ DC-aardlekbewaking > 6 mA.

■ Geïntegreerde arbeidsstroomactiveringsschakelaar (voor welding detection). *

■ Relais voor de aansluiting van een externe arbeidsstroomactiveringsschakelaar (voor welding detection). *

■ Ontgrendelingsfunctie bij stroomuitval (alleen bij apparaten met laadcontactdoos type 2).

■ Fasevolgordemeetrelais. *

■ Temperatuurbewaking.

■ Geïntegreerde kabelophanging.

■ Aansluitklaar bedraad.

* Optioneel

Optionele uitrusting

Professional+ E 7,4 / 22Professional+ 7,4 / 22Professional+ 7,4 / 22 PnCProfessional E 7,4 / 22Professional 7,4 / 22
Communicatie conform ISO 15118-- x --
Geïntegreerde modemx x x --
Leidingveiligheidsschakelaar- x x - x
Aardlekschakelaar type A- x x - x
Arbeidsstroomactive-ringsschakelaar-XX-X
Relais voor arbeidsstroomactive-ringsschakelaarX--X-
Fasevolgordemeetrelais-XX-X

3.1 Typeplaatje

Het typeplaatje bevat alle belangrijke apparaatgegevens.

Het afgebeelde typeplaatje is een monster.

▶ Let op het typeplaatje op uw apparaat. Het typeplaatje bevindt zich aan de bovenkant van het deel van de behuizing.

Mennekes AMTRON Professional+ - Typeplaatje - 1

text_image MENNEKES ① ② XXXXXXXXX ③ Typ.SN: xxxxxxxx.xxxxx ④ IₙA: xx A ⑨ xP+N+ ⑤ Uₙ: xxx V ~ ⑩ IPxx ⑥ fₙ: xx Hz ⑪ AEVCS ⑦ IEC 61851, DIN IEC/TS 61439-7 ⑧

Afb. 1: Typeplaatje (monster)

  1. Fabrikant
  2. Type
  3. Artikel / Serienummer
  4. Nominale stroom
  5. Nominale spanning
  6. Nominale frequentie
  7. Standard
  8. Barcode
  9. Poolnummer
  10. Bescherming
  11. Toepassing

3.2 Leveringsomvang

Mennekes AMTRON Professional+ - Leveringsomvang - 1

Afb. 2: Leveringsomvang (voorbeeld)

  1. Apparaat
  2. 3 x RFID-kaart
  3. binnenzeskantsleutel
  4. Zak met bevestigingsmateriaal (schroeven, pluggen, afsluitdoppen)
  5. USB-kabel
  6. Gebruiks- en installatiehandleiding
  7. Begeleidende documenten: installatiegegevensblad boorsjabloon stroomschema testprotocol leveringsdocumenten

  8. Toebehorenset voor de lokale koppeling van meerde apparaten (USB-ethernet-adapter, evt. antenneverlenging, klapferriet, installatiehandleiding)

3.3 Opbouw van het apparaat

De behuizing van het apparaat bestaat uit drie delen: het onderste gedeelte van de behuizing, het bovenste gedeelte van de behuizing en het frontpaneel. De uitvoering van het frontpaneel hangt af van de variant van het apparaat.

Afb. 3: Frontaanzicht (voorbeeld)

  1. LED-infoveld
  2. Bovenste gedeelte behuizing
  3. Kijkvenster voor energiemeter
  4. Frontpaneel
  5. RFID-kaartlezer
  6. Laadcontactdoos type 2 met klapdeksel ^1)

1) afhankelijk van de uitvoering

Afb. 4: Achteraanzicht

  1. Onderste gedeelte behuizing
  2. Bevestigingsschroeven voor bovenste gedeelte behuizing
  3. Luchtuitlaat
  4. Voorgesponste uitsparing voor voedingsleiding / kabelkanaal
  5. Bevestigingsboringen voor montage
  6. Kabelopeningen

Binnenaanzicht behuizingsonderdeel
Mennekes AMTRON Professional+ - Opbouw van het apparaat - 1

Afb. 5: Binnenaanzicht (voorbeeld: variant Professional+ E 7,4 / 22)

  1. Energiemeter
  2. ECU
  3. Laadzekering
  4. Aansluitklemmen voor spanningsvoorziening
  5. Relais voor arbeidsstroomactiveringsschakelaar 1)
  6. Actuatorbesturing 2)
  7. Voeding
  8. Stuurzekering

^1) Alleen bij de varianten Professional(+) E 7,4 /22
2) Alleen bij de varianten met laadcontactdoos type 2

De laadkabel kan direct aan de behuizing worden gehangen.

Mennekes AMTRON Professional+ - Opbouw van het apparaat - 2

Het energieverbruik kan van de energiemeter worden afgelezen.

Mennekes AMTRON Professional+ - Opbouw van het apparaat - 3

text_image MENNEKES®

Afb. 7: Energiemeter

3.6 Multifunctietoetsen

Alleen bij de varianten Professional(+) 7,4 / 22 (PnC).

De aardlekschakelaar en de leidingveiligheidsschakelaar in het apparaat kunnen via de multifunctietoetsen van buitenaf handmatig weer ingeschakeld worden. De aardlekschakelaar kan met de multifunctietoetsen zonder het openen van de behuizing op de juiste werking worden getest.

Mennekes AMTRON Professional+ - Multifunctietoetsen - 1

Afb. 8: Multifunctietoetsen

3.7 Bedrijfsmodi

Het apparaat beschikt over verschillende bedrijfsmodi, die ook tijdens het bedrijf gewijzigd kunnen worden.

Mennekes AMTRON Professional+ - Bedrijfsmodi - 1

De beschikbaarheid van de afzonderlijke bedrijfsmodi is afhankelijk van de configuratie van het apparaat.

De volgende bedrijfsmodi zijn mogelijk:

■ "Autostart"

De werking van het apparaat vindt plaats als individuele parkeerplaatsoplossing zonder koppeling aan een Backend-System. Een autorisering is niet nodig.

■ "Lokale Whitelist"

De werking van het apparaat vindt plaats als individuele parkeerplaatsoplossing zonder koppeling aan een Backend-System. De autorisering vindt plaats door RFID-kaarten en een lokale Whitelist.

■ "Backend-System"

Het apparaat wordt in het Backend-System via OCPP geïntegreerd. De werking van het apparaat vindt plaats via het Backend-System.

■ "Gekoppeld"

Meerdere apparaten worden via ethernet verbonden. Daardoor kan lokaal lastmanagement worden bedre-

ven en een verbinding met het backend-system voor alle gekoppelde apparaten tot stand worden gebracht. Voorwaarden:

De toebehorenset voor de lokale koppeling van meerdere apparaten is ingebouwd.

Meerdere apparaten zijn met elkaar gekoppeld.

Installatiehandleiding van de toebehorenset.

3.8 LED-infoveld

Het LED-infoeld geeft de bedrijfstoestand van het apparaat weer. Stand-by, lading, wachttijd en storing worden door vier symbolen in de kleuren blauw, groen, wit en rood weergegeven.

Symbool Kleur Bedrijfsmodus

Mennekes AMTRON Professional+ - LED-infoveld - 1Brandt blauwStandbyHet apparaat is bedrijfsklaar Er is geen voertuig aangesloten op het apparaat.
Mennekes AMTRON Professional+ - LED-infoveld - 2Knippert blauwStand-by: laadproces starten■ Autorisering is gelukt. Er is geen voertuig aangesloten op het apparaat.■ Autorisering is niet gelukt. Er is een voertuig met het apparaat verbonden.
Mennekes AMTRON Professional+ - LED-infoveld - 3Brandt groenLadingHet laadproces is bezig.
Mennekes AMTRON Professional+ - LED-infoveld - 4Knippert groenLading: waarschuwing te hoge temperatuurHet laadproces is bezig. Het apparaat verlaagt de laadstroom om oververhitting en uitschakeling te vermijden.
Mennekes AMTRON Professional+ - LED-infoveld - 5brandt witWachttijd■ Het laadproces is aan het apparaat beëindigd. Op de bevestiging van het voertuig wachten.■ Wachten op de autorisering.
Mennekes AMTRON Professional+ - LED-infoveld - 6knippert witWachttijd: Laadkabel verwijderenHet laadproces is beëindigd.Laadkabel verwijderen.
Mennekes AMTRON Professional+ - LED-infoveld - 7brandt of knip-pert roodStoringEr is een storing opgetreden, die verhindert dat het voertuig gela-den wordt.→ "9 Storing oplossen"

De kleuren groen en blauw zijn bij de inbedrijfstelling configureerbaar.

→ "6.2.6 Geavanceerde instellingen"

3.9 Apparaatvarianten

Mennekes AMTRON Professional+ - Apparaatvarianten - 1

Vast aangesloten laadkabel met laadkoppeling type 2

Deze varianten beschikken over een permanent aangesloten laadkabel.

Hiermee kunt u elektrische auto's laden die met de stekker van het type 2 zijn uitgerust. U hoeft geen aparte laadkabel te gebruiken.

Mennekes AMTRON Professional+ - Vast aangesloten laadkabel met laadkoppeling type 2 - 1

Laadcontactdoos type 2 met klapdeksel voor het gebruik van afzonderlijke laadkabels

Deze uitvoeringen beschikken over een laadcontactdoos type 2 met klapdeksel voor het gebruik van afzonderlijke laadkabels. Hiermee kunt u alle elektrische auto's laden, die met stekkers van het type 2 of type 1 zijn uitgerust.

Mennekes AMTRON Professional+ - Laadcontactdoos type 2 met klapdeksel voor het gebruik van afzonderlijke laadkabels - 1

Laadcontactdoos type 2 met sluitdeksel voor gebruik van afzonderlijke laadkabel

Alleen bij de varianten Professional(+) E 7,4 / 22.

Deze uitvoeringen beschikken over een laadcontactdoos type 2 met sluitdeksel voor het gebruik van afzonderlijke laadkabels. De sluitdeksel biedt extra bescherming tegen een elektrische schok en is in sommige landen wettelijk voorgeschreven.

→ "2.2 Reglementair gebruik"

Hiermee kunt u alle elektrische auto's laden, die met stekkers van het type 2 of type 1 zijn uitgerust.

Alle laadkabels van MENNEKES vindt u op onze homepage onder "Laadkabels". https://www.chargeupyourday.com/

Mennekes AMTRON Professional+ - Laadcontactdoos type 2 met sluitdeksel voor gebruik van afzonderlijke laadkabel - 1

Professional(+) (E) 7,4 / 22 (PnC)
Laadvermogen modus 3 [kW] *tot 22
Nominale spanning UN [V] AC ±10 %400
Nominale frequentie fN [Hz]50
Nominale stroom lNA [A]32
Maximale voorzekering [A] Volgens typeplaatje / configuratie
Bescherming■ Apparaat met vast aangesloten laadkabel: IP 44■ Apparaat met klapdeksel: IP 54
Beschermingsgraad II
Afmetingen h x b x d [mm] 474 x 259 x 220
Gewicht [kg]■ Apparaat met vast aangesloten laadkabel: 8■ Apparaat met klapdeksel: 5,5
Nominale isolatiespanning Ui [V]500
Nominale stoothoudspanning Uimp [kV]4
Nominale stroom van een laadpunt lnc [A]32, 1 ph / 3 ph
Voorwaardelijke nominale kortsluitstroom lcc [kA]10
Nominale belastingsfactor (RDF) 1
Mate van vervuiling 3
Overspanningscategorie III
Systeem volgens type van aardverbindingTN / TT (IT alleen onder bepaalde voorwaarden vgl. "5.6.1 Voeding")
Opstelling Buiten of binnen
Vaste plaats / plaats is veranderbaar Vaste plaats
Toepassing AEVCS
Buitenste bouwvormWandmontage
EMC-indelingA+B
SlagvastheidIK10
Aansluitklemmen [mm2]10
Klemlijst voedingsleidingKlembereik [mm2]star 5 x 10flexibel 5 x 6
Aanhaalmoment [Nm]max. 1,8
Relais arbeidsstroomactiveingsschakelaarKlembereik [mm2]vast 1 x 6flexibel 1 x 4
Aanhaalmoment [Nm]0,8
StandardEN 61851, DIN IEC / TS 61439-7

* Het apparaat kan met een eenfase of driefasen worden gebruikt.

5 Installatie

Mennekes AMTRON Professional+ - Installatie - 1

De werkzaamheden in dit hoofdstuk mogen alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd.

Mennekes AMTRON Professional+ - Installatie - 2

OP

Beschadiging van het apparaat door ondeskundig gebruik

Botsingen en schokken kunnen het apparaat beschadigen.

▶ Vermijd botsingen en schokken.
- Gebruik een zachte onderlaag om het apparaat te plaatsen.
- Gebruik de pen voor het bevestigen van het frontpaneel niet als transporthulp of greep.

5.1 Keuze van de plaats van opstelling

Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor de vaste montage ter plaatse en kan in zowel binnen als buiten worden gebruikt. Een geschikte opstellingsplaats voldoet aan de volgende voorwaarden:

■ Technische gegevens en netwerkgegevens stemmen overeen.
→ "4 Technische gegevens"

■ Toelaatbare omgevingsvoorwaarden worden aangehouden.

→ "5.2 Toelaatbare omgevingsomstandigheden"

■ De volgende minimale afstanden tot andere objecten (bijv. wanden) worden aangehouden: afstand naar links en rechts: 300 mm afstand naar boven: 300 mm

Bedrijfsmodus "Backend-System": het netwerk voor mobiele telefonie voor de verbinding met het Backend-System is op locatie onbeperkt beschikbaar.

Bedrijfsmodus "Gekoppeld": koppelbare apparaten bevinden zich voldoende dicht bij elkaar (De ethernet-kabel mag maximaal 100 m lang zijn).

■ Apparaat en laadopstelplaats bevinden zich, afhankelijk van de gebruikte laadkabel, voldoende dichtbij elkaar.

5.2 Toelaatbare omgevingsomstandigheden

EVAAR

Explosie- en brandgevaar

Wordt het apparaat in explosiegevaarlijke gebieden (Ex-bereik) gebruikt, kunnen explosieve stoffen zich door vonkvorming van onderdelen van het apparaat ontsteken.

- Niet gebruiken in explosiegevaarlijke omgevingen (bijv. LPG-tankstations).

Mennekes AMTRON Professional+ - Explosie- en brandgevaar - 1

OP

Beschadiging van het apparaat door ongeschikte omgevingsomstandigheden

Ongeschikte omgevingsomstandigheden kunnen tot beschadigingen aan het apparaat leiden.

▶ Vermijd directe zoninstraling.
▶ Apparaat beveiligen tegen directe waterstralen.
▶ Op voldoende ventilatie van het apparaat letten. Niet in nissen inbouwen.
▶ Apparaat uit de buurt van warmtebronnen houden.
▶ Vermijd sterke temperatuurschommelingen.

Toelaatbare omgevingsomstandigheden

Omgevingstemperatuur -25 ... +40 °C
Gemiddelde temperatu-ur in 24 uur< 35 °C
Hoogteligging Max. 2.000m boven de zee-spiegel
Relatieve luchtvochtig-heidMax. 95 % (niet-condense-rend)

5.3 Voorbereidende werkzaamheden aan de huisinstallatie

Mennekes AMTRON Professional+ - Voorbereidende werkzaamheden aan de huisinstallatie - 1

Brandgevaar door overbelasting

Bij een ongepast ontwerp van de leidingveiligheidsschakelaar en de voedingsleiding bestaat brandgevaar.

Plaats de leidingveiligheidsschakelaar en de voedingsleiding overeenkomstig de technische gegevens en de configuratie van het apparaat.

▶ Voedingsleiding overeenkomstig de technische gegevens van het apparaat plaatsen.

Bij het ontwerp van de voedingsleiding (Doorsnede en kabeltype) absoluut de volgende plaatselijke omstandigheden in acht nemen:

Mennekes AMTRON Professional+ - Brandgevaar door overbelasting - 1

■ Type van plaatsing
■ Kabelbekleding
Kabellengte

▶ Voedingsleiding naar de gewenste locatie leggen. Het apparaat kan op een wand of op een roestvaste of betonnen kolom van MENNEKES worden gemonteerd.

Wandmontage - opbouwmontage

Bij een opbouwmontage van onder moet de voorgestanste uitsparing in het bovendeel van de behuizing worden uitgebroken.

Wandmontage - inbouwmontage

Bij een inbouwmontage moet de positie van de voedingsleiding aan de hand van het meegeleverde boorsjabloon of de afbeelding "Afb. 10: Boormaten [mm]" worden aangebracht.

Montage op een roestvaste of betonnen kolom

Zo nodig kan het apparaat op een roestvaste of betonnen kolom worden gemonteerd.

De roestvaste of betonnen kolommen zijn bij MENNEKES als accessoires verkrijgbaar.

Installatiehandleiding van de roestvaste en betonnen kolommen.

Montage op een sokkel

Indien gewenst kan het apparaat op een sokkel worden gemonteerd. De sokkel is bij MENNEKES als toebehoren verkrijgbaar.

Installatiehandleiding van de sokkel

5.3.2 Afzekering aanbrengen

Het apparaat is afhankelijk van de uitvoeringsvariant conform de volgende tabel met een aardlekschakelaar type A, een leidingveiligheidsschakelaar en een relais voor de aansluiting van een externe arbeidsstroomactive-ringsschakelaar uitgevoerd.

Professional+ E7,4/22Professional+ 7,4/22Professional+ 7,4/22 PnCProfessional E7,4/22Professional 7,4/22
Leidingveiligheidsschakelaar- x x - x
Aardlekschakelaar type A- x x - x
Relais voor arbeidsstroomactive-ringsschakelaarx - - x -

Leidingveiligheidsschakelaar

Bij de varianten Professional(+) E 7,4 / 22 op het volgende letten:

De vereiste leidingveiligheidsschakelaar moet in de huis-installatie worden geplaatst.

i

■ Het apparaat moet met een installatieautomaat 32 A of minder met C-karakteristiek worden beveiligd.
■ De dimensionering van de leidingveiligheidsschakelaar moet met inachtneming van het typeplaatje het gewenste laadvermogen en de voedingsleiding (lengte en diameter van de leiding) naar het apparaat het laadstation, overeenkomstig de nationale voorschriften plaatsen.
■ Per laadpunt is een leidingveiligheidsschakelaar nodig.

Aardlekschakelaar

Bij de varianten Professional(+) E 7,4 / 22 op het volgende letten:

De vereiste aardlekschakelaar moet in de huisinstallatie worden geplaatst (overeenkomstig IEC 60364-7-722 (In Duitsland overeenkomstig DIN VDE 0100-722)).

i

■ Het apparaat beschikt over een verschilstroomsensor voor de DC-foutstroombewaking > 6 mA met een activeringsgedrag conform IEC 62752.
In het toepassingsgebied van de IEC 60364-7-722:2018 moet het apparaat afzonderlijk worden beschermd met een aardlekschakelaar type B.
In het toepassingsgebied van de HD 60364-7-722:2016 moet het apparaat afzonderlijk worden beschermd met ten minste één aardlekschakelaar type A.
Er mogen geen andere stroomcircuits op deze aardlekschakelaar worden aangesloten.
■ Nationale voorschriften moeten absoluut in acht worden genomen.

Arbeidsstroomactiveringsschakelaar

Bij de varianten Professional(+) E 7,4 / 22 op het volgende letten:

▶ Controleren of een arbeidsstroomactiveringsschakelaar in het land waar het apparaat wordt gebruikt wettelijk wordt voorgeschreven.

→ "2.2 Reglementair gebruik"

De vereiste arbeidsstroomactiveringsschakelaar moet in de huisinstallatie worden geplaatst.

i

■ De arbeidsstroomactiveringsschakelaar moet naast de leidingveiligheidsschakelaar zijn aangebracht.
■ De arbeidsstroomactiveringsschakelaar en de leidingveiligheidsschakelaar moeten compatibel t.o.v. elkaar zijn.

5.4 Apparaat openen

Mennekes AMTRON Professional+ - Apparaat openen - 1

Afb. 9: Apparaat openen

In de uitleveringstoestand is het behuizingsbovendeel (2) De schroeven (1) zijn in het apparaat als toebehoren bijgevoegd.

▶ Stroomvoorziening uitschakelen.

▶ Schroeven (1) eventueel losdraaien.
▶ Behuizingsbovendeel (2) afnemen.
▶ Schroeven (3) losdraaien en het frontpaneel (4) naar onder klappen.

5.5 Apparaat op de wand monteren

Mennekes AMTRON Professional+ - Apparaat op de wand monteren - 1

Bij sterke minustemperaturen moet het apparaat voor de montage en inbedrijfstelling eerst 24 uur bij kamertemperatuur worden opgeslagen.

AET OP

Beschadiging van het apparaat door een ongelijkmatig oppervlak

Wordt het apparaat op een ongelijkmatig oppervlak gemonteerd, kan het onderste deel van de behuizing vervormen. De aangegeven beschermingsgraad wordt dan niet meer gegarandeerd. Er kan gevolgschade aan elektronische componenten ontstaan.

Apparaat alleen op vlakke oppervlakken monteren.
- Zo nodig ongelijkmatige oppervlakken met geschikte maatregelen compenseren.

Mennekes AMTRON Professional+ - Beschadiging van het apparaat door een ongelijkmatig oppervlak - 1

MENNEKES adviseert de montage op een ergonomisch geschikte hoogte afhankelijk van de lichaamslengte.

Mennekes AMTRON Professional+ - Beschadiging van het apparaat door een ongelijkmatig oppervlak - 2

text_image 134 140 Ø6.5 7 160 22 80 112.5 14.5 18.3 186 321

Afb. 10: Boormaten [mm]

▶ Bevestigingsboringen aan de hand van het mee-geleverde boorsjabloon of de afbeelding "Afb. 10: Boormaten [mm]" markeren.

Mennekes AMTRON Professional+ - Beschadiging van het apparaat door een ongelijkmatig oppervlak - 3

Het meegeleverde bevestigingsmateriaal (schroeven, pluggen) is alleen voor een montage op betonnen, stenen en houten wanden geschikt.

▶ Boor de gaten in de wand en houd hierbij de diameter aan, die voor het gekozen bevestigingsmateriaal beoogd is.

Kabels door een kabelinvoer in het apparaat voeren. Daartoe moet een gat in het betreffende membraan worden gestoken.

Mennekes AMTRON Professional+ - Beschadiging van het apparaat door een ongelijkmatig oppervlak - 4

Voor de toevoerleiding is binnen het apparaat ca. 30 cm kabel benodigd.

Mennekes AMTRON Professional+ - Beschadiging van het apparaat door een ongelijkmatig oppervlak - 5

Om het binnendringen van regenwater te voorkomen, moet het gat in het membraan niet groter zijn dan de kabels.

Mennekes AMTRON Professional+ - Beschadiging van het apparaat door een ongelijkmatig oppervlak - 6

Afb. 11: Aan de wand bevestigen

▶ Apparaat met gebruik van pluggen (1), schroeven (2) en afsluitpluggen (3) aan de wand vastschroeven.

AET OP

Beschadiging van het apparaat door ontbrekende afsluitpluggen

Worden de schroeven in de behuizing niet of niet toereikend met de meegeleverde afsluitpluggen afgedekt, is de aangegeven beschermingsgraad niet meer gegarandeerd. Er kan gevolgschade aan elektronische componenten ontstaan.

▶ Schroeven in de behuizing met de meegeleverde afs-luitplug afdekken.
- Apparaat op een vaste en veilige bevestiging controleren.

5.6 Elektrische aansluiting

5.6.1 Voeding

Het apparaat mag in een TN / TT net worden aangesloten. Het apparaat mag alleen onder de volgende voorwaarden in een IT net worden aangesloten.

■ De aansluiting in een 230 / 400 V IT-net is niet toege-staan.
■ De aansluiting in een IT net met 230 V externe geleiderspanning via een aardlekschakelaar is toegestaan, mits de maximale aanraakspanning bij de eerste storing niet hoger is dan 50 V AC.

Mennekes AMTRON Professional+ - Voeding - 1

text_image ① ② LIN2L3 P1

Afb. 12: Aansluiting voedingsspanning

▶ Voedingsleiding demonteren
▶ Aders (2) 12 mm strippen.
Aders overeenkomstig het opschrift op de klemmen op de aansluitklemmen (1) aansluiten.
Eenfase bedrijf: klemmen L1, N en PE gebruiken.
Driefase bedrijf: klemmen L1, L2, L3, N en PE gebruiken.

▶ Aansluitgegevens van de klemlijst in acht nemen.
→ "4 Technische gegevens"

Mennekes AMTRON Professional+ - Voeding - 2

Bij het plaatsen van de voedingsleiding de toe-gestane buigradius aanhouden.

- Controleer of de afzonderlijke aders correct zijn aangesloten en de schroeven vast zijn aangedraaid.

5.6.2 Arbeidsstroomactiveringsschakelaar

Alleen bij de varianten Professional(+) E 7,4 / 22.

▶ Controleren of een arbeidsstroomactiveringsschakelaar in het land waar het apparaat wordt gebruikt wettelijk wordt voorgeschreven.

→ "2.2 Reglementair gebruik"
Ve arbeidsstroomactiveringsschakelaar werd in de huisinstallatie geplaatst.
→ "5.3.2 Afzekering aanbrengen"

In het apparaat is een relais voor de externe aansluiting van een arbeidsstroomactiveringsschakelaar aangebracht.

Mennekes AMTRON Professional+ - Arbeidsstroomactiveringsschakelaar - 1

Afb. 13: Aansluiting arbeidsstroomactiveringsschakelaar

▶ Leiding van de arbeidsstroomactiveringsschakelaar demonteren.
▶ Aders (2) 8 mm strippen.
Aders op het relais (1) aansluiten. Daarvoor de klemmen 11 (COM) en 14 (NO) gebruiken.
→ "4 Technische gegevens"

5.7 Apparaat op eenfase bedrijf instellen Fasevolgordemeetrelais

Alleen bij de varianten Professional(+) 7,4 / 22 (PnC).

Om het apparaat met eenfase te gebruiken, is het noodzakelijk de potentiometer bij het fasevolgordemeetrelais om te schakelen.

Mennekes AMTRON Professional+ - Apparaat op eenfase bedrijf instellen Fasevolgordemeetrelais - 1

▶ Apparaat eenfasig aansluiten.

→ "5.6.1 Voeding"

▶ Potentiometer (1) op stand 1 met behulp van een sleuf-schroevendraaier instellen.

Instelling Beschrijving
1 Eenfasig bedrijf
3 Driefasig bedrijf

Webinterface

Om het apparaat met eenfase te gebruiken is het noodzakelijk een parameter in de webinterface om te schakelen.

→ "6 Inbedrijfstelling"

▶ Naar het menu "Operator" navigeren en de volgende parameters instellen:

Parameter Instelling
Phases connected to the ChargePoint► "Enkel fasesysteem" kiezen.

6 Inbedrijfstelling

Mennekes AMTRON Professional+ - Inbedrijfstelling - 1

De werkzaamheden in dit hoofdstuk mogen alleen door een elektromonteur worden uitgevo- erd.

Aansluitingen
Mennekes AMTRON Professional+ - Inbedrijfstelling - 2

text_image ① ② ECU

Afb. 14: Aansluitingen voor de configuratie op de ECU

Pos.Gebruik Aansluiting
1Sleuf voor een SIM-kaartMicro-SIM
2Configuratie van het apparaatMicro-USB

6.1 Verbinding naar ECU instellen

Bij een bestaande verbinding kan het apparaat geconfigureerd worden en de statusinformatie worden opgeroepen.

Eindapparaat (bijv. pc, laptop, mobiele telefoon) en ECU met de bijgevoegde USB-kabel verbinden. Gebruik daarvoor de Micro-USB-aansluiting (2) van de ECU.

→ "Afb. 14: Aansluitingen voor de configuratie op de ECU"

i

Als de driver onder het besturingssysteem Windows niet automatisch wordt geïnstalleerd:

▶ Navigeren naar "Configuratiescherm" > "Apparaatbeheer" > "Overige apparaten".
Klik met de rechtermuisknop op "RNDIS/Ethernet Gadget" > "Treibersoftware aktualisieren" (Driversoftware actualiseren) > "auf dem Computer nach Treibersoftware suchen" (Op de computer naar driversoftware zoeken) > "aus einer Liste von Gerätetreibern auf dem Computer auswählen" (Uit een lijst met apparaatdrivers op de computer kiezen)

"Netzwerkadapter" (Netwerkadapter) > "Microsoft Corporation" > "NDIS-kompatibles Remotegerät" (Compatibel extern NDIS-apparaat).
De driver wordt geinstalleerd.

6.2 Configureren via de webinterface

De configuratie vindt plaats via een webinterface in een internetbrowser. De webinterface is met een wachtwoord beveiligd.

▶ Internetbrowser openen.
Onder http://192.168.123.123/operator is de webinterface bereikbaar.
▶ Wachtwoord invoeren.
Wachtwoord: zie installatiegegevensblad.
- Apparaat met inachtneming van de omstandigheden en klantwensen configureren.
▶ Uitgevoerde configuratie door klikken op de knop "Save" opslaan.
▶ Wanneer de configuratie is afgesloten op de knop "Save & Restart" klikken.

i

De webinterface bevat enkele instelmogelijkheden die het apparaat niet ondersteunt.

Onder het hoofdstuk "3 Productbeschrijving" > "Uitrustingskenmerken" krijgt u een overzicht van de functies van het apparaat.

Structuur van de webinterface
Mennekes AMTRON Professional+ - i - 1

Afb. 15: Structuur van de webinterface

  1. Menu
  2. Parameter
  3. Instelling / Status
  4. Opmerking / Informatie
  5. Knoppen voor het opslaan, opnieuw starten en laden van de voorinstellingen

Op de webinterface worden de volgende menu's weergegeven:

■ "State"
■ "Settings"
">Default"
■ "Operator"
■ "System"
■ "Documentation"

Hier kunnen geen instellingen worden uitgevoerd. Er worden statusgegevens van het appartaat weergegeven, bijv.

■ Actuele toestand
■ Foutmeldingen
■ Configuratie, bijv. LED-kleurenschema (groen / blauw)
■ Backend-System

Hier kunnen de basisinstellingen worden uitgevoerd, bijv.

■ Koppeling aan een Backend-System
■ Maximale laadstroom

Indien nodig kunnen de in het menu "> Default" gedefinieerde voorinstellingen door de knop "Settings Default & Restart" worden hersteld.

Hier kunnen voorinstellingen voor het menu "Settings" worden gedefinieerd.

Hier kunnen alle geavanceerde instellingen voor het instellen van het apparaat worden uitgevoerd, bijv..

■ Koppeling aan een Backend-System

Hier kunnen geen instellingen worden uitgevoerd. Er wordt informatie over de firmwareversie en het systeem weergegeven. Hier kan een update van firmware worden uitgevoerd.

Hier kunnen geen instellingen worden uitgevoerd. Hier worden de documenten van de interface en de foutmeldingen beschreven.

6.2.1 Bedrijfsmodus "Autostart"

De werking van het apparaat vindt plaats als individuele parkeerplaatsoplossing zonder koppeling aan een Backend-System. Een autorisering is niet nodig. Het laden start automatisch zodra het voertuig is aangesloten.

▶ Na het menu "Settings" navigeren en de volgende parameters instellen:

Parameter Instelling
Connection Type► "No Backend" kiezen.
Free Charging ► "On" kiezen.

▶ Wanneer de configuratie is afgesloten op de knop "Save & Restart" klikken.

6.2.2 Bedrijfsmodus "Lokale Whitelist"

De werking van het apparaat vindt plaats als individuele parkeerplaatsoplossing zonder koppeling aan een Backend-System. De autorisering vindt plaats door RFID-kaarten en een lokale Whitelist.

▶ Na het menu "Settings" navigeren en de volgende parameters instellen:

Parameter Instelling
Connection Type► "No Backend" kiezen.
Free Charging ► "Off" kiezen.
If in doubt allow charging► "Off" kiezen.

▶ Klik op de knop "Save".

RFID-kaarten aanleren door voorhouden van de RFID-kaarten

▶ Naar het menu "Operator" navigeren en de volgende parameters instellen:

Parameter Instelling
Local fixed authorization list (FLL)► "On" kiezen.
FLL learning mode► "On" kiezen.De functie blijft 5 minuten actief

RFID-kaarten na elkaar voor de RFID-kaartlezer houden.

De aangeleerde RFID-UID's (Unique Identifier) worden in de parameter "List of entries in FLL" getoond. Er worden maximaal 80 RFID-UID's getoond.

▶ Wanneer de configuratie is afgesloten op de knop "Save & Restart" klikken.

RFID-kaarten aanleren door invoeren van de RFID-UID's

Daarvoor moeten de UID's van de RFID-kaarten bekend zijn.

▶ Naar het menu "Operator" navigeren en de volgende parameters instellen:

Parameter Instelling
Local fixed authorization list (FLL)► "On" kiezen.
FLL learning mode► "Off" kiezen.
List of entries in FLL► RFID-UID's invoeren. ■ Schrijfwijze: UID1:UID2:UID3 ... ■ Er worden max. 80 RFID-UID's getoond

▶ Wanneer de configuratie is afgesloten op de knop "Save & Restart" klikken.

RFID-kaarten verwijderen

▶ Alle invoeren van de parameter "List of entries in FLL" verwijderen.

▶ Op de knop "Save & Restart" klikken.
▶ Laadgerechtigde RFID-kaarten aanleren.
▶ Op de knop "Save & Restart" klikken.

6.2.3 Bedrijfsmodus "Backend-System"

Het apparaat kan via mobiele communicatie of via ethernet op een Backend-System worden aangesloten. De werking van het apparaat vindt via het Backend-System plaats.

Mennekes AMTRON Professional+ - Bedrijfsmodus "Backend-System" - 1

Aansluiting op een backend-system via USB of WLAN is niet mogelijk.

Mennekes AMTRON Professional+ - Bedrijfsmodus "Backend-System" - 2

Voor de aansluiting via mobiele telefonie is een micro-simkaart nodig.

▶ SIM-kaart plaatsen.
→ "6.3 SIM-kaart plaatsen"

Mennekes AMTRON Professional+ - Bedrijfsmodus "Backend-System" - 3

Voor de integratie via internet is een internet-verbinding via het lokale netwerk vereist. Deze verbindingssoort werkt alleen in combinatie met OCPP-J 1.6.

▶ Na het menu "Settings" navigeren en de volgende parameters instellen:

Parameter Instelling /Beschrijving
Connection Type► "GSM" of "Ethernet" kiezen.
Free charging► "Off"" kiezen.
Access Point Name (APN)Naam van het toegangspunt van uw mobiele communicatietoegang
APN Username Gebruikersnaam voor het toe-gangspunt van uw mobiele comm-unicatietoegang
APN PasswortWachtwoord voor het toegangs-punt van uw mobiele communica-tietoegang
OCPP ModeKeuze van het OCPP-communicatieprotocol
Als "OCPP Mode" = "OCPP-S 1.5" of "OCPP-S 1.6":
SOAP OCPP URL of Backend (Standard OCPP)URL-adres van het Backend-System
Als "OCPP Mode" = "OCPP-J 1.6":
WebSocket JSON OCPP URL of BackendWS / WSS-URL van het OCPP-Backend-System
HTTP Basic Authentication pass-word■ Alleen wanneer "Connection type" = "Ethernet"■ Een leeg veld voorkomt de HTTP-basisauthenticatie.
Als "OCPP Mode" = "OCPP-B 1.5" of "OCPP-B 1.6":Voor het apparaat niet relevant
Hostname (Binary OCPP)Voor het apparaat niet relevant.
Portnumber (Binary OCPP)Voor het apparaat niet relevant.

Mennekes AMTRON Professional+ - Bedrijfsmodus "Backend-System" - 4

■ Informatie over APN wordt door de beheerder van het mobiele netwerk ter beschikking gesteld.
Informatie over OCPP en het wachtwoord voor de HTTP-basisauthenticatie wordt door de beheerder van uw Backend-System ter beschikking gesteld.

▶ Klik op de knop "Save".
- Zo nodig de geavanceerde instellingen in het menu "Operator" uitvoeren, bijv. PIN van de SIM-kaart invoeren.

▶ Wanneer de configuratie is afgesloten op de knop "Save & Restart" klikken.

6.2.4 Bedrijfsmodus "Gekoppeld"

Meer apparaten worden via ethernet verbonden. Daardoor kan lokaal lastmanagement worden uitgevoerd en een aansluiting op het backend-system tot stand worden gebracht voor alle gekoppelde apparaten (via een gateway).

Voorwaarden:

De toebehorenset voor de lokale koppeling van meerdere apparaten is ingebouwd.

Meerdere apparaten zijn met elkaar gekoppeld.

Installatiehandleiding van de toebehorenset.

6.2.5 Maximale laadstroom instellen

▶ Naar het menu "Settings" navigeren en de volgende parameters instellen:

■ "Operator Current Limit (A)"
▶ Klik op de knop "Save".
- Zo nodig de geavanceerde instellingen in het menu "Operator" uitvoeren.
▶ Wanneer de configuratie is afgesloten op de knop "Save & Restart" klikken.

6.2.6 Geavanceerde instellingen

In het menu "Operator" zijn aanvullend op de parameters onder "Settings" geavanceerde instellingen te vinden.

Mennekes AMTRON Professional+ - Geavanceerde instellingen - 1

De webinterface bevat enkele instelmogelijkheden die het apparaat niet ondersteunt. Onder het hoofdstuk "3 Productbeschrijving" > "Uitrustingskenmerken" krijgt u een overzicht van de functies van het apparaat.

Blok 1: backend-system

Parameter Beschrijving Noodzakelijkvoor ...Opmerking
OCPP ChargeBoxIdentity (ChargePointID)Identificatie van het laadpunt die naar het backend-system wordt gestuurdBackend-systemDe identificatie moet in het backend-system identiek zijn

Blok 2: backend-system, mobiele communicatie, netwerk

Parameter Beschrijving Noodzakelijkvoor ...Opmerking
Connection Type Soort verbinding naar backend-systemVoorinstelling: "GSM"
Access Point Name (APN) Naam van het toegangspunt van uw mobiele communicatietoegangBackend-system / Mobiele communi-catie■ Alleen relevant, wanneer "Connection Type" = "GSM" ■ De informatie wordt door de beheerder van uw Backend-System ter beschik-king gesteld.
APN UsernameGebruikersnaam voor het toegangspunt van uw mobiele communicatietoegang
APN PasswordWachtwoord voor het toegangspunt van uw mobiele communicatietoegang
Simkaart PIN-code PIN voor het ontgrendelen van de simkaartAlleen wanneer de sim- kaart met een PIN is ver- grendeld
Network selection mode Automatische of handmatige keuze van de netbeheer van het mobiel netwerkVoorinstelling: "AUTO"
Modem Access Technology Keuze van de mobiele netwerkstandaard Voorinstatie "AUTO"
Scan network operators at boot Instelling of de beschikbare netbeheerders van de mobiele netwerken worden weer- gegevencommuni- catieVoorinstelling: "Off"
Requested Network operator Naam van de netbeheerder die in de hand- matige modus gebruikt moet wordenAlleen relevant als "Network selection mode" = "Manual"
Network operator name format I nstelling of het formaat van de naam van de netbeheerder alfanumeriek of numeriek is
WAN router Toegang van de ethernet-interface tot de WAN-interface (GSM)Netwerk

Blok 3: koppeling via ethernet

Parameter Beschrijving Noodzakelijkvoor ...Opmerking
Mode for ethernet configu-rationModus voor de netwerkconfiguratie van het laadpuntVoorinstelling: "Auto (DHCP)"
DHCP client hostname Hostnaam, die samen met de DHCP-eisen aan de DHCP-server wordt gestuurd
DHCP client request retries Aantal herhalingen van de DHCP-eisen Voorinstelling: "10"
DHCP client request timeoutTime-out van de DHCP-eisen (in seconden)Voorinstelling: "10"
DHCP client request delayWachttijd, tussen de DHCP-eisen (in seconden)NetwerkVoorinstelling: "10"
Static network configuration IPIP-adres bij toewijzing van statische IP-adressen■ Alleen relevant als "Mode for ether-net configuration" = "Manual config"
Static network configuration netmaskNetwerkmasker bij toewijzing van statische IP-adressen■ De informatie over het statische IP adres moet afhankelijk van uw router / switch worden gekozen.
Static network configuration gatewayGateway-adres bij toewijzing van statische IP-adressen
Static network configuration DNSDNS-serveradres bij toewijzing van statische IP-adressen

Blok 4: koppeling via WLAN - Een koppeling van meerdere apparaten via WLAN is niet mogelijk.

ParameterBeschrijvingNoodzakelijk voor ...Opmerking
WLAN SSIDVoor het apparaat niet relevant
WLAN passwordVoor het apparaat niet relevant
Mode for WLAN configurationVoor het apparaat niet relevant
DHCP client hostnameVoor het apparaat niet relevant
DHCP client request retriesVoor het apparaat niet relevant
DHCP client request timeoutVoor het apparaat niet relevant

DHCP client request delay Voor het apparaat niet relevant

Static network configuration IP Voor het apparaat niet relevant

Static network configuration netmask Voor het apparaat niet relevant

Static network configuration gateway Voor het apparaat niet relevant

Static network configuration DNS Voor het apparaat niet relevant

Blok 5: USB-network

Parameter Beschrijving Noodzakelijk voor...Opmerking
Static USB network configuration additional IP Voor het apparaat niet relevant
Static USB network configuration gateway Voor het apparaat niet relevant
Static USB network configuration DNS Voor het apparaat niet relevant

NL

Blok 6: backend-system, netwerk

Parameter Beschrijving Noodzakelijkvoor ...Opmerking
Public address of the ChargePointOpenbare IP-adressen van het laadpuntBackend-
Mode for selecting the public address of the ChargePointModus voor de keuze van de openbare IP-adressen van het laadpuntsystem
WAN router password Wachtwoord voor de toegang tot de WAN-routerNetwerk
SSL Strictness as client SSL-verificatie als clientBackend-systemDe informatie wordt door de beheerder van uw backend-system ter beschikking gesteld.
SOAP OCPP Server Port of ChargePoint (Standard OCPP)TCP-Server-Port voor binnenkomende ver-bindingen van het backend-system
SSL mode as server SSL-functie voor de verificatie als server
Backend connection timeout Tijd tot een foutmelding wordt weergegeven, nadat de verbinding met het backend-system werd onderbroken of niet meer tot stand kon worden gebrachtLaadsysteemAlleen relevant als "Display backend dis-connect as error" = "On"
Display backend disconnect as errorInstelling of de fout "Backend disconnected" moet worden weergegevenWordt deze fout weer-gegeven, knippert de LED "Storing" op het apparaat

Blok 7: autorisering, backend-system

ParameterBeschrijvingNoodzakelijk voor ...Opmerking
OCPP Mode Keuze vanhet OCPP-communicatieprotocolDe informatie wordt door de beheerder van uw backend-system ter beschikking gesteld.
SOAP OCPP URL of backend (Standard OCPP)URL-adres van het backend-systemBackend-system■ De informatie wordt door de beheerder van uw backend-system ter beschikking gesteld.■ Alleen bij "OCPP-S 1.5" en OCPP-S 1.6"
Backend whitelist (SOAP)Lijst met de IP-adressen die eisen naar het apparaat mogen sturen
Hostname (Binary OCPP)DNS-hostnaam of IP-adres van de binaire OCPP-proxyserver voor het backend-system.LaadsysteemDe instelling moet leeg blijven
Portnumber (Binary OCPP)TCP-poort van de proxyserver voor de binaire OCPP-communicatie met het backend-systemVoorinstelling: "444"
WebSockets JSON OCPP URL of the backendWS / WSS-URL van het OCPP-backend-systemBackend-system■ Alleen bij "OCPP-J 1.6". ■ ID van het laadpunt wordt bij het verbinden met het backend-system automatisch gekoppeld
WebSockets keep-alive intervalWebSockets-Keep-Alive-Intervall (in seconden)■ De waarde "0" voorkomt de Keep-Alive-Intervall ■ De informatie wordt door de beheerder van uw backend-system ter beschikking gesteld.
HTTP Basic Authentication pass-wordWachtwoord voor de HTTP-basisauthenticatie■ Alleen wanneer "Connection type" = "Ethernet" ■ Een leeg veld voorkomt de HTTP-basisauthenticatie. ■ De informatie wordt door de beheerder van uw backend-system ter beschikking gesteld.
Tcp Watchdog TimeoutTijd totdat een herstart wordt uit-gevoerd, nadat de verbinding naar het backend-system werd onderbroken of niet meer tot stand kon worden gebrachtLaadsysteemDe waarde "0" verhindert een herstart van het apparaat
Enable cache Instellingof een interne cache voor de RFID-UID wordt gebruiktAutorisering"Off": RFID's worden niet aan de interne cache toegevoegd
List of entries in cacheOpsomming van de in de interne cache aanwezige RFID-UID's■ Schrijfwijze: UID1:UID2:UID3 ... ■ Max. 80 RFID-UID's
Cache expiry modeDe vervaldatum van de cache invoeren als de vervaldatum van de OCPP van het backend-system niet werd vastgelegdVoorinstelling: 2038 (grootste toegestane systeemtijd)
Cache learning modeActiveert het aanleren van RFID-UID's via de RFID-kaartlezer. De invoeren worden opgeslagen in de interne cache.De functie blijft 5 minuten actief
Local fixed authoriza-tion list (FLL)Instelling of een lokale autorisa-tielijst voor de RFID-UID's wordt gebruikt
List of entries in FLLOpsomming van de RFID-UID's in de lokale autorisatielijst■ Schrijfwijze: UID1:UID2:UID3 ... ■ Er worden max. 80 RFID-UID's getoond
FLL learning modeActiveert het aanleren van RFID-UID's via de RFID-kaartlezer. De invoeren worden opgeslagen in de lokale autorisatielijstDe functie blijft 5 minuten actief
RFID Tag letter case Instelling hoe de RFID-UID's van Tag-Management verwerkt wordenAutorisering
Send Authorize for RemoteStartInstelling of het apparaat na het ontvangen van een OCPP RemoteStart-aanvraag, een OCPP-autorisatiebericht naar het backend-system moet sturenBackend-systemInformatie wordt door uw beheerder van uw Backend-System ter beschikking gesteld
Stop Transaction ModeInstelling hoe het apparaat zich na het einde van een transactie moet gedragenLaadsysteem"Normal": ontgrendelt en beëindigt de transactie als de stekker op het voertuig wordt aangesloten (voor apparaten met vast aangesloten laadkabels instellen)
Restart transaction after power lossInstelling of een transactie na een stroomuitval wordt voortgezet
Send informative StatusNotificationsInstelling of informatieve OCPP-statusberichten naar het backend-system gestuurd moeten wordenBackend-systembijv. temperatuurberichten
Send error StatusNotificationsInstelling of foutgerelateerde OCPP-statusberichten naar het backend-system gestuurd moeten worden
Send USB error StatusNotificationVoor het apparaat niet relevant
Strategy for StatusNotification state transitionsInstelling, onder welke voorwaarden het laadpunt naar de toestand "Occupied" (bezet) wisseltBackend-system■ Alleen bij "OCPP-S 1.5" ■ "Occupied on Charging": bezet wanneer een autorisering plaatsvindt en een laadkabel is aangesloten ■ "Occupied on Authorized/Plugged": bezet wanneer het laadpunt geautoriseerd is of een laadkabel / voertuig is aangesloten
Preparing until state C (OCPP 1.6)Instelling, onder welke voorwaarden het laadpunt in de toestand "Charging" (laden) wisselt■ Alleen bij "OCPP-S 1.6" en OCPP-J 1.6 ■ "On": laden wanneer het voertuig zich in toestand C bevindt ■ "Off": laden wanneer het voertuig zich in toestand B of C bevindt
Allow long get configuration keysInstelling of de OCPP-sleutel meer dan 500 tekens mag bevatten

NL

Blok 8: laadinstelling

Parameter Beschrijving Noodzakelijkvoor ...Opmerking
Free charging Laden zonder autorisering. Laadproces begint zodra een voertuig wordt aangesloten
Free charging mode Instelling van het OCPP-gedrag Alleen wanneerAutorisering"Free charging" = "On"
Rfid Tag for Free Charging with OCPP Full, fixed rfid modesRFID-UID voor de modus "Full fixed Rfid"
If in doubt allow charging Noodladen als er geen verbinding met het backend-system aanwezig is

Blok 9: laadstroom

Parameter Beschrijving Noodzakelijkvoor ...Opmerking
Operator Current Limit (A) Maximale laadstroom Laadsysteem

Blok 10: dynamisch lastmanagement (DLM)

Parameter Beschrijving Noodzakelijkvoor ...Opmerking
Dynamic Load ManagementStelt de functie van het laadpunt in een DLM-netwerk voor het lastmanagement in
DLM Network-ID Instelling, aan welk DLM-netwerk-ID het laadpunt wordt toegewezenFormaat: willekeurig getal tus- sen 0 en 255
DLM Master IP and portIP-adres van de DLM-master, die het laadpunt stuurt. Bovendien kan de poort worden aange- geven
Disable Discovery BroadcastingInstelling, of de Discovery Broadcasting bij DLM-Master wordt gedeactiveerdLaadsysteemBij statische toewijzing van IP-adressen moet deze para- meter op "On" worden gezet
DLM-algorithm sample rateDuur voor het berekenen van het algoritme
Allow EV Wakeup Instelling, of na het opladen van het voertuig nog laadstroom moet worden aangeboden
EVSE Sub-Distribution Limit (L1/L2/L3) [A]Netvoedingsstroom, die voor het lastmanage- ment maximaal ter beschikking staatbijvoorbeeld nominale stroom van de zekering in de voe- dingskabel
Operator EVSE Sub-Distribution Limit (L1/L2/L3) [A]Stroombovengrens voor lastmanagement. De waarde tijdens bedrijf worden veranderd (bijvoor- beeld door het backend-system)Deze waarde is kleiner of net zo groot als "EVSE Sub Distribution Limit"
External Input 1 ConfigVoor het apparaat niet relevant
Ext. Input 1 Current Offset (L1/L2/L3) [A]Voor het apparaat niet relevant
External Input 2 ConfigVoor het apparaat niet relevant
Ext. Input 2 Current Offset (L1/L2/L3) [A]Voor het apparaat niet relevant
External Meter SupportInstelling, of een energiemeter voor extra verbruikers wordt aangeslotenDe energiemeter moet via een ethernetkabel met de router / switch aangesloten zijn.
Main Distribution Limit (L1/L2/L3) [A]Stroombovengrens voor lastmanagement en voor extra verbruikers■ Alleen wanneer "External Meter Support" = "On" ■ Deze waarde is hoger dan "EVSE Sub Distribution Limit"
External Load Headroom (L1/L2/ L3) [A]Veiligheidsmarge voor wisselende verbruikers (in A). Trekt men deze waarde af van de waarde in de parameter "Main Distribution Limit (L1/L2/ L3) [A]" resulteert de maxiamale stroombovengrens van de laadinfrastructuurAlleen wanneer "External Meter Support" = "On"
External Load Fallback (L1/L2/L3) [A]Stroombovengrens, wanneer geen verbinding met de extrene energiemeter bestaatAlleen wanneer "External Meter Support" = "On"
External Meter LocationInstelling, hoe de externe energiemeter aan-gesloten isLaadsysteem■ Alleen wanneer "External Meter Support" = "On" ■ „Including EVSE Sub-Distribution“: registreert laadpunten en extra verbruikers ■ „Excluding EVSE Sub-Distribution“: registreert alleen laadpunten
External Load Averaging Length [sec]Instelling van de duur (in seconden), die moet worden gebruikt voor de middeling van de exter-ne energiemeter■ Alleen wanneer "External Meter Support" = "On" ■ Voorinstelling: "5"
Current Imbalance PreventionInstelling, of onevenwichtige belastingen moeten worden begrensd. De afzonderlijke fasestromen worden zo begrensd, dat het verschil tussen de afzonderlijke fasestromen de waarde onder "Current Limit" niet overschrijdt
Current Imbalance LimitMaximale verschil van de afzonderlijke fasestro-men (in A)Alleen wanneer "Current Imbalance Prevention" = "On"
Minimum Current Limit [A]Stroomondergrens, die bij het laden niet wordt onderschreden
Disconnected Limit [A]Stroomgrens, wanneer er geen verbinding met het DLM-netwerk bestaat

NL

Clear persistent DLM slave DBWist de database van de bekende DLM-satellietenLaadsysteemDe database moet worden gewist, wanneer een DLM-satelliet buiten gebruik wordt genomen

Blok 11: energiemeter

Parameter Beschrijving Noodzakelijkvoor ...Opmerking
Reset Meter Value Behaviour (S0 and internal meter)Terugzetten van de energiemeter bij ieder laadprocesBackend-system
Send signed meter values Voor het apparaat niet relevant
The format of signed meter valuesVoor het apparaat niet relevant
Send the meter's public key to HTB backendVoor het apparaat niet relevant
Data transfer for Tariff And Total UsageInstelling of gegevens over het tarief en energieverbruik worden weergegevenDe informatie wordt door de beheerder van uw backend-system ter beschikking gesteld.
Meter values sampled data (OCPP)Lijst van parameters, die door de energiemeter tijdens een laadprocedure via OCPP worden verzonden
Meter Value Sample Interval (OCPP)Interval (in seconden) voor de overdracht van de waarden voor "Meter values sampled data (OCPP)"Backend-system
Meter values aligned data (OCPP)Lijst van parameters, die door de energiemeter, onafhankelijk van de laadprocedure, via OCPP worden verstuurd
Clock aligned data interval (OCPP)Interval (in seconden) voor de overdracht van de waarden voor "Meter values aligned data (OCPP)"
Meter configuration (Second) Keuzevan een externe energiemeter voor extra verbruikersAlleen wanneer "External Meter Support" = "On"
IP address of second meter IP-adresvan de externe energiemeterLaadsysteem
Port number of Second Meter Poortnummer van de externe energiemeterVoorinstelling: "502"
Pulses per kWh (Second S0 meter)Voor het apparaat niet relevant

Blok 12: overige

Parameter Beschrijving Noodzakelijkvoor ...Opmerking
HLC 15118 configuration Activeert de communicatie conform ISO 15118ISO 15118Alleen bij de varianten Professional+ 7,4 / 22 PnC
Use of SA Schedule in 15118 HLCMaakt de overdracht van laadprofielen naar het voer-tuig mogelijk, die via het Smart Charging Profil door de exploitant (Secondary Actor) naar het laadpunt worden ingesteld.
Extra HLC 15118 logging Activeert de registratie van de in- en uitgangsstroom van de ISO 15118-communicatie. De logging wordt opgesla-gen in het hlc_log.csv bestand
Power source voltage Nominale spanning tussen fasegeleider en nulgeleiderLaadsysteem
Phases connected to the ChargePointAantal aangesloten fasen op het apparaat
Phase rotation of the ChargePointDraairichting van de fasen L1, L2 en L3 Alleen relevantbij driefase bedrijf
Tilt detection Instelling van de hellingdetectie
Randomize charging after power lossToevallige vertraging na stroomuitval, om piekstromen te voorkomen
Language of Display Voor het apparaat niet relevant
UTC time for housekee-ping rebootTijd voor herstart van het apparaatLaadsysteemledere 30 dagen wordt een her-start uitgevoerd
Vehicle connection timeoutTijd die tussen een autorisering en het verbinden van het voertuig met het apparaat voorbij mag gaan om een lading te kunnen starten
Lock Actuator only if authorizedVergrendeling van de laadstekker eerst na autorisering
Permanently locked cableContinue vergrendeling van de laadstekker
Temperature Report DeltaTemperatuurverandering (in °C), die nodig is, om een tem-peratuurbericht naar het backend-system te sturenBackend-system
RCMB Delta Verschilstroomverandering (in 0,1 mA), die nodig is, om een OCPP-statusbericht naar het backend-system te sturen
Energy management from second meterEnergiemanagement übervia een externe tellerLaadsysteem
Current limit for energy management from second meterStroombegrenzing (in A) voor het energiemanagement via een externe teller
Energy management from external inputEnergiemanagement via een extern schakelcontact
Current limit for energy management from external inputStroombegrenzing (in A) voor het energiemanagement via een extern schakelcontact
Operator Password Wachtwoord voor de webinterface

NL

USB Installer Password Voor het apparaat niet relevant
State page password protectionActiveert de wachtwoordbeveiliging voor de pagina "State"
Led color scheme Kleurschema van het LED-infoeldLaadsysteem
HMI beep Activeert de akoestische signaalgever
Log Level Grootte van de datalogger

6.3 SIM-kaart plaatsen

Alleen bij de varianten Professional+ (E) 7,4 / 22 (PnC).

ET OP

Beschadiging van onderdelen

Beschadiging van onderdelen of van het laadstation door elektrostatische ontlading!

▶ Raak vóór het plaatsen van de SIM-kaart een metalen onderdeel aan.

Mennekes AMTRON Professional+ - Beschadiging van onderdelen - 1

text_image MENNERES 2k 1 ΔARM READY ECU

Afb. 16: SIM-kaart plaatsen

▶ SIM-kaart in de sleuf Micro-SIM (1) plaatsen.

6.4 Apparaat inschakelen

EVAAR

Gevaar voor elektrische schokken bij beschadigde appa- raten

Bij gebruik van een beschadigt apparaat kunnen personen door een elektrische schok zwaar gewond raken of komen te overlijden.

- Gebruik het apparaat niet wanneer deze schade vertoont.

Kenmerk het beschadigde apparaat, zodat dit niet door andere personen gebruikt wordt.

▶ Verhelp de schade onmiddellijk.

▶ Neem het apparaat evt. buiten bedrijf.

Voorwaarde:

■ Apparaat is correct geinstalleerd.
■ Apparaat is in een correcte toestand.
Alleen bij de varianten Professional(+) E 7,4 / 22: De noodzakelijke veiligheidsvoorzieningen (aardlekschakelaar, leidingveiligheidsschakelaar, eventueel arbeidsactieveringsschakelaar) moeten met inachtneming van de desbetreffende nationale voorschriften in de huisinstallatie worden geplaatst, correct werken en zijn ingeschakeld.

→ "5.3.2 Afzekering aanbrengen"

■ Het apparaat werd overeenkomstig IEC 60364-6 alsmede de overeenkomstige nationale voorschriften (bijv. DIN VDE 0100-600 in Duitsland) bij de eerste inbedrijfstelling gecontroleerd.

▶ Spanningsvoorziening inschakelen en controleren.
→ "6.5 Spanningsvoorziening bewaken"

LED "Standby" op LED-infoveld brandt.

6.5 Spanningsvoorziening bewaken

Alleen bij de varianten Professional(+) 7,4 / 22 (PnC).

Het apparaat wordt door een fasevolgordemeetrelais bewaakt. Het bewaakt de drie fasen (L1, L2, L3) en de nulgeleider (N) van de spanningsvoorziening op correcte fasevolgorde, fase-uitval resp. onderspanning.

Bedrijfsstatusweergave

Mennekes AMTRON Professional+ - Bedrijfsstatusweergave - 1

Drie fasen, rechtsdraaiveld:

▶ Gebruik van de klemmen L1, L2, L3, N,
▶ Instelling relais potentiometer op 3.

De groene led brandt.

Mennekes AMTRON Professional+ - Drie fasen, rechtsdraaiveld: - 1

Drie fasen, linksdraaiveld:

▶ Gebruik van de klemmen L1, L2, L3, N, PE.
▶ Instelling relais potentiometer op 3.

▶ Gebruik van de klemmen L1, N, PE.
▶ Instelling relais potentiometer op 1.

De groene led brandt.

De evaluatie van het relais potentiometer vindt slechts een keer plaats na het aanleggen van de spanningsvoorziening.

6.6 Apparaat controleren

Controle conform 60364-6 en de geldende nationale voorschriften (bijv. DIN VDE 0100-600 in Duitsland)

Voer bij de eerste inbedrijfstelling een controle van het apparaat conform IEC 60364-6 alsook de overeenkomstige geldende nationale voorschriften (bijv. DIN VDE 0100-600 in Duitsland) door. De controle kan worden uitgevoerd in combinatie met het MENNEKES-testbox en een testapparaat voor gestandaardiseerde testen. Het MENNEKES-testbox simuleert daarbij de voertuigcommunicatie. Testboxen zijn bij MENNEKES als toebehoren verkrijgbaar.

▶ Voor de goedkeuring van het apparaat een controle conform norm uitvoeren.
Gebruikshandleiding van het testbox.

6.7 Apparaat sluiten

AET OP

Beschadiging van het apparaat door beknelde onder- delen of kabels

Rakken onderdelen of kabels bij het sluiten van het apparaat bekneld, kunnen er beschadigingen en defecten ontstaan.

Zorg ervoor dat bij het sluiten van het apparaat geen onderdelen of kabels bekneld komen te zitten.
Indien nodig onderdelen of kabels vastzetten.

Mennekes AMTRON Professional+ - Beschadiging van het apparaat door beknelde onder- delen of kabels - 1

text_image M5 x 35 4 2. 2 2 1. 1 M5 x 16 3 5

Afb. 17: Apparaat sluiten

▶ Frontpaneel (1) naar boven zwenken en met de schroeven (2) bevestigen.
▶ Behuizingsbovendeel (3) monteren en met de schroeven (4) en (5) bevestigen. Meegeleverde verkorte inbussleutel gebruiken.

Schroef Draaimoment
(2) 0,5 Nm
(4) 1,2 Nm
(5) 1,2 Nm

7 Bediening

7.1 Autoriseren

Het gebruik van de apparaat is afhankelijk van de configuratie

met vorige autorisering mogelijk. U heeft de keuze uit de volgende

mogelijkheden:

■ Geen autorisering nodig. Alle gebruikers kunnen laden.

■ Autorisering door RFID.

■ Alle gebruikers met een RFID-kaart kunnen laden.

■ Alle gebruikers waarvan de RFID-kaart is vrijgeschakeld, kunnen laden.

■ Autorisering door Backend-System.

■ De autorisering vindt afhankelijk van een Backend-System bijvoorbeeld met een RFID-kaart, een Smartphone-app of ad hoc (bijv. direct payment) plaats.

■ Alleen bij de variant Professional+ 7,4 / 22 PnC: Autorisatie door communicatie tussen apparaat en voertuig volgens ISO 15118.

Voorwaarde: uw voertuig en uw backend-systeem ondersteunen ISO 15118.

Het symbool "Standby" op het LED-infoveld brandt.

▶ Afhankelijk van de configuratie autoriseren:

▶ Autorisering door RFID: de RFID-kaart voor de RFID-kaartlezer houden.

▶ Autorisering door Backend-System: de instructies van het desbetreffende Backend-System volgen.

▶ Autorisatie conform ISO 15118: De laadkabel met het voertuig en, indien nodig, het apparaat verbinden.

▶ Instructies op het apparaat in acht nemen (bijv. QR-code scannen).

Ve gegevens worden gecontroleerd. Het symbool "Wachttijd" op het LED-infoeld brandt.

De autorisering was succesvol. Het laadproces kan gestart worden.

i

Wordt het laden niet binnen de vrijgavetijd gestart, dan wordt de autorisering teruggezet en wisselt het apparaat naar de status"Standby". De autorisering moet opnieuw plaatsvinden.

Als de autorisering niet plaatsvindt, kunnen de volgende problemen aanwezig zijn:

Probleem Oplossing

Onbekend klant-nummer.► Klanten in het Backend-System aanmaken.
Uw account is niet vrijgegeven.► Instellingen in het Backend-System controleren.► Zorg ervoor dat de klant in het Backend-System geactiveerd is.
Geen communicatie tussen het apparaat en het Backend-System.► Autoriseringsproces herhalen.

NL

7.2 Voertuig laden

AARSCHUWING

Gevaar voor letsel door niet-toegestane hulpmiddelen

Bij gebruik van adapterstekkers, verlengstukken of extra oplaadkabels in combinatie met het apparaat bestaat gevaar voor elektrische schokken of kabelbrand.

  • Gebruik alleen de voor het voertuig en apparaat beoogde oplaadkabel.
  • Gebruik voor het laden in geen geval adapterstekkers, verlengstukken of extra laadkabels.

Mennekes AMTRON Professional+ - Gevaar voor letsel door niet-toegestane hulpmiddelen - 1

Afb. 18: Voertuig laden (voorbeeld)

Dé autorisering is gelukt.

Zorg ervoor dat het voertuig en de laadkabel voor een Mode 3-lading geschikt zijn.
▶ Rol de laadkabel volledig af.
▶ Laadkabel met het voertuig verbinden.

Bij de uitvoering laadcontactdoos met klapdeksel:

▶ Klapdeksel naar boven klappen.
▶ Laadstekker volledig in de laadcontactdoos op het apparaat steken.

Bij de variant laadcontactdoos met sluitdeksel:

▶ Stekker precies in de laadcontactdoos van het apparaat steken. De grijze ring geeft door zijn contour de uitlijning van de stekker weer.

▶ Laadstekker 60° linksom draaien om de sluitdeksel te openen.

▶ Na het openen van de sluitdeksel laadstekker volledig in de laadcontactdoos steken.

Dé Laadstekker wordt automatisch vergrendeld en het laadproces begint.

Wanneer de lading niet start, kan het volgende probleem aanwezig zijn:

Probleem Oplossing

Vergrendeling van de laadstekker niet mogelijk.

▶ Controleer de laadcontact-doos op vreemde voorwerpen.

▶ Controleer de laadkabel en vervang deze eventueel.

Laadproces beëindigen

AET OP

Beschadiging van de laadkabel

Trekspanning op de laadkabel kan leiden tot kabelbreuken en andere schade.

▶ Trek de laadkabel alleen aan de stekker uit de laadcontactdoos.

▶ Laadproces op het voertuig of door het tonen van de RFID-kaart voor de RFID-kaartlezer beëindigen.
▶ Trek de laadkabel aan de stekker uit de laadcontactdoos.
▶ Schermkap op de laadkabel aanbrengen.
▶ Hang of berg de laadkabel op zonder knikken.

Laadkabel kan niet worden verwijderd

Als de stekker van de lader bijv. na een stroomstoring niet kan worden verwijderd, dan kan de stekker van de lader niet worden ontgrendeld in het apparaat. De laadstekker moet handmatig ontgrendeld worden.

▶ Laat een noodontgrendeling van de laadstekker door een elektromonteur uitvoeren.
→ "9.3 Laadstekker noodontgrendelen"

7.3 Multifunctietoetsen

Alleen bij de varianten Professional(+) 7,4 / 22 (PnC).

7.3.1 Aardlekschakelaar en leidingveiligheidsschakelaar opnieuw inschakelen

Mennekes AMTRON Professional+ - Aardlekschakelaar en leidingveiligheidsschakelaar opnieuw inschakelen - 1

Mennekes AMTRON Professional+ - Aardlekschakelaar en leidingveiligheidsschakelaar opnieuw inschakelen - 2

text_image >15 mm

Mennekes AMTRON Professional+ - Aardlekschakelaar en leidingveiligheidsschakelaar opnieuw inschakelen - 3
*klack*

Afb. 19: Aardlekschakelaar en leidingveiligheidsschakelaar opnieuw inschakelen

Druk de multifunctionele schakelaar in tot de eindpositie (> 15mm).

De aardlekschakelaar en de zekeringautomaat zijn nu weer ingeschakeld.

7.3.2 Aardlekschakelaar controleren

Mennekes AMTRON Professional+ - Aardlekschakelaar controleren - 1

text_image • 8-10 mm

Mennekes AMTRON Professional+ - Aardlekschakelaar controleren - 2

text_image 90°

Mennekes AMTRON Professional+ - Aardlekschakelaar controleren - 3

Mennekes AMTRON Professional+ - Aardlekschakelaar controleren - 4
Afb. 20: Aardlekschakelaar controleren

▶ Steek de platte schroevendraaier met een lemmetbreedte van 8-10 mm in de sleuf van de multifunctionele schakelaar.

▶ Draai de multifunctionele schakelaar 90° linksom.

Druk de multifunctionele schakelaar voor ca. twee seconden in (> 5mm).

Functioneert de aardlekschakelaar:

De aardlekschakelaar wordt geactiveerd!

Het storingsdisplay op het LED-infoveld knippert rood.

▶ Schakel de aardlekschakelaar weer in.

→ "7.3.1 Aardlekschakelaar en leidingveiligheidsschakelaar opnieuw inschakelen"

8 Onderhoud

8.1 Onderhoud

EVAAR

Gevaar voor elektrische schokken bij beschadigde appa- raten

Bij gebruik van een beschadigt apparaat kunnen personen door een elektrische schok zwaar gewond raken of komen te overlijden.

  • Gebruik het apparaat niet wanneer deze schade vertoont.
    Kenmerk het beschadigde apparaat, zodat dit niet door andere personen gebruikt wordt.
    ▶ Laat de schade onmiddellijk door een gekwalificeerde elektromonteur verhelpen.
    ▶ Laat het apparaat evt. door een gekwalificeerde elektromonteur buiten gebruik nemen.

Regelmatige controle- en onderhoudswerkzaamheden ondersteunen de storingsvrije en veilige werking van het apparaat en dragen bij aan een langere levensduur.

Eventuele foutbronnen kunnen vroegtijdig gedetecteerd worden en gevaren worden vermeden. Als er schade aan het apparaat wordt vastgesteld, moet deze onmiddellijk door een gekwalificeerde elektromonteur worden verholpen.

- Controleer het apparaat dagelijks of bij iedere lading op bedrijfsgereedheid en externe schade.

Voorbeelden van schade:

■ Defecte behuizing / frontpaneel (bijv. sterke vervormingen, scheuren, breuken)
■ Defecte of ontbrekende onderdelen (bijv. veiligheidsorganen, klapdeksel)
■ Onleesbare of ontbrekende veiligheidsstickers.

Mennekes AMTRON Professional+ - Gevaar voor elektrische schokken bij beschadigde appa- raten - 1

Een onderhoudsovereenkomst met een verantwoordelijke servicepartner garandeert een regelmatig controle.

Onderhoudsintervallen

Mennekes AMTRON Professional+ - Onderhoudsintervallen - 1

De volgende activiteiten mogen alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd.

De onderhoudsintervallen met inachtneming van de volgende aspecten kiezen:

■ Leeftijd en toestand van het apparaat
■ Omgevingsinvloeden
Belasting
■ Laatste testprotocollen

Het onderhoud minimaal binnen de volgende intervallen uitvoeren:

Component Onderhoudswerk

Halfjaarlijks
Elektrische schakel- en veiligheids-inrichtingenAardlekschakelaar, leidingveiligheidsschakelaar enz. op optische defecten controleren.Aardlekschakelaar op een correcte werking controleren.
Behuizing binnenkantApparaat op zuiverheid controleren.Apparaat indien nodig reinigen.
Apparaat buitenkantApparaat of defecten en beschadigingen controleren.Apparaat op zuiverheid controleren.Apparaat indien nodig reinigen.→ "8.2 Reiniging"
Laadkabel (bij de uitvoering met vast aangesloten laad-kabel)Laadkabel op defecten en beschadigingen (bijv. knikken, scheuren) controleren.Herhaling van de metingen en controles overeenkomstig de geldige nationale voorschriften (bijv. VDE 0701/702 in Duitsland).
LED-infoeld LED-infoeld op een correcte werking en leesbaarheid controleren.

Component Onderhoudswerk

Halfjaarlijks

Laadcontactdoos(bij uitvoering met laadcontactdoos)Klapdeksel of sluitdeksel op een correcte werking en spoelheid controleren.Contactbussen van de laadcontactdoos op verruilingen en vreemde voorwerpen controleren.Laadcontactdoos eventueel reinigen en vreemde voorwerpen verwijderen.

Component Onderhoudswerk

Jaarlijks

AansluitklemmenAansluitklemmen van de voedingsleiding controleren.Aansluitklemmen eventueel aandraaien.
Apparaat Herhalingvan de metingen en controles overeenkomstig IEC 60364-6 alsmede de geldige nationale voorschriften (bijv. DIN VDE 0105-100 in Duitsland).

▶ Schade aan het apparaat deskundig verhelpen.
▶ Documenteer het onderhoud voldoende.
▶ Eventueel onderhoudsprotocol bij MENNEKES aanvragen.
→ "1.1 Service"

8.2 Reiniging

Mennekes AMTRON Professional+ - Reiniging - 1

Levensgevaar door elektrische schok

Het apparaat bevat elektrische componenten die onder hoge spanning staan. Bij ondeskundig gebruik, vooral in combinatie met vocht, bij een geopende behuizing raken personen ernstig gewond door een elektrische schok.

▶ Reinig het apparaat uitsluitend van buiten.
▶ Houd het apparaat en de veiligheidsvoorzieningen gesloten.

ET OP

Materiële schade door verkeerde reiniging

Onjuiste reiniging kan schade aan de behuizing of onderdelen veroorzaken.

▶ Voorkom stromend water en zorg ervoor dat geen water bij spanningvoerende delen kan komen.
▶ Gebruikt u geen hogedruk reinigingsapparaten.
- Gebruik alleen hulpmiddelen (bijv. bezems, reinigingsmiddelen), die voor kunstof oppervlakken geschikt zijn.
- Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of chemicaliën.

Het apparaat kan, afhankelijk van de gebruiksomstandigheden en vervuiling, droog of vochtig worden gereinigd. De reiniging wordt uitsluitend van buitenaf uitgevoerd.

Procedure:

▶ Verwijder eerst grof stof en vuil met een handborstel met zachte borstelharen.
▶ Veeg het apparaat grondig schoon met een schoon doekje geschikt voor kunststof oppervlakken, zo nodig bevochtigd met water.
▶ Reinig de laadkabel alleen in losgekoppelde toestand!

8.3 Update firmware

De firmware wordt constant doorontwikkeld, zodat na enige tijd nieuwe firmware-updates ter beschikking staan. De actuele firmware krijgt u op aanvraag van MENNEKES.

→ "1.1 Service"

9 Storing oplossen

Treedt een storing op, brandt resp. knippert het symbool "Storing" op het LED-infoeld. Het apparaat kan niet worden gebruikt, zolang de storing niet werd opgelost.

Mogelijke storingen:

■ Verkeerde of defecte laadkabel.
■ Alleen bij de varianten Professional(+) 7,4 / 22 (PnC): De aardlekschakelaar of de leidingveiligheidsschakelaar is geactiveerd.

Neem voor de storingsoplossing de volgende volgorde in acht:

▶ Laadproces beëindigen en laadkabel loskoppelen.
▶ Controleer of de laadkabel geschikt is.
▶ Laadkabel opnieuw erin steken en laadproces starten.
▶ Alleen bij de varianten Professional(+) 7,4 / 22 (PnC):

Schakel aardlekschakelaar of leidingveiligheidsschakelaar weer in.

→ "7.3.1 Aardlekschakelaar en leidingveiligheidsschakelaar opnieuw inschakelen"

Mennekes AMTRON Professional+ - Mogelijke storingen: - 1

Kon de storing niet worden verholpen, neem dan contact op met uw verantwoordelijke service-partner.

→ "1.1 Service"

9.1 Foutmeldingen

Mennekes AMTRON Professional+ - Foutmeldingen - 1

De volgende activiteiten mogen alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd.

De foutmelding kan via de webinterface worden bekeken.

E is een netwerkverbinding aanwezig.

→ "6.1 Verbinding naar ECU instellen"

Foutmelding uitlezen

▶ Op de internetbrowser onder http://192.168.123.123/operator naar "State" navigeren.

▶ Op de regel "Errors list" wordt in de tweede kolom de foutmelding weergegeven.

Voorbeeld:

... ... ...
Errors list Residual current detected via sensor...
... ... ...

Naar oplossingen van de foutmelding zoeken

▶ Navigeer naar "Documentation" > "Errors Documentation". In de tweede kolom "Error activation message" staan alle foutmeldingen vermeld.

▶ De actuele foutmelding in de kolom "Error activation message" zoeken en de oplossing in de kolom "Corrective actions" volgen.

Voorbeeld:

Sommige Backend-systemen bieden verdere hulp bij het oplossen van storingen.

9.2 Reserveonderdelen

Zijn voor de probleemoplossing reserve- of toebehoordelen noodzakelijk, moeten deze eerst worden gecontroleerd op identiek ontwerp.

Uitsluitend originele reserveonderdelen en accessoires gebruiken, die door MENNEKES geproduceerd en / of vrijgegeven zijn.

→ "1.1 Service"

9.3 Laadstekker noodontgrendelen

Mennekes AMTRON Professional+ - Laadstekker noodontgrendelen - 1

De volgende activiteiten mogen alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd.

Bij de uitval van de ontgrendelingsfunctie kan het gebeuren dat de laadstekker door de actuator mechanisch wordt vergrendeld. De laadstekker kan dan niet worden uitgetrokken en moet handmatig worden ontgrendeld.

Mennekes AMTRON Professional+ - Laadstekker noodontgrendelen - 2

▶ Rode hendel (2) op de vierkant as van de actuator (1) steken. De rode hendel is in de buurt van de actuator bevestigd met een kabelbinder.

▶ Rode hendel op de actuator 90° rechtsom draaien.
▶ Laadstekker eruit trekken.
▶ Rode hendel verwijderen en de hendel in de buurt van de actuator met een kabelbinder bevestigen.
▶ Apparaat sluiten.
→ "6.7 Apparaat sluiten"

10 Buitenbedrijfstelling en demontage

Mennekes AMTRON Professional+ - Buitenbedrijfstelling en demontage - 1

De werkzaamheden in dit hoofdstuk mogen alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd.

Apparaat buiten bedrijf nemen

▶ Apparaat openen.
→ "5.4 Apparaat openen"
▶ Voedingsleiding afklemmen.
- Indien nodig de leiding van de arbeidsstroomactive-ringsschakelaar afklemmen.

Apparaat demonteren

▶ Apparaat buiten bedrijf nemen.
▶ Afsluitplug en schroeven verwijderen.
▶ Apparaat van de wand verwijderen.
▶ Leidingen uit de behuizing voeren.
▶ Apparaat sluiten.
→ "6.7 Apparaat sluiten"

11 Opslag

Een juiste opslag kan de bedrijfszekerheid van het apparaat positief beïnvloeden en in stand houden.

▶ Apparaat voor de opslag reinigen.
- Apparaat in de originele verpakking of met geschikte verpakkingsmaterialen schoon en droog opslaan.
▶ Neem de toegestane opslagcondities in acht.

Toegestane opslagcondities

Opslagtemperatuur -25°C... + 40 °C
Gemiddelde temperatuur in < 35 °C
24 uur
Relatieve luchtvochtigheid max. 95 % (niet-condenserend)

12 Afvoeren

Mennekes AMTRON Professional+ - Afvoeren - 1

Het apparaat en de verpakking moeten aan het einde van de gebruiksduur overeenkomstig de voorschriften worden afgevoerd. Voor de verwijdering en de bescherming van het milieu moeten de landelijke wettelijke voorschriften van het gebruiksland in acht worden genomen. Apparaten en accu's mogen niet worden weggegooid bij het afval.

▶ Voer het verpakkingsmateriaal af naar daarvoor aangewezen containers.
▶ Voer oude apparaten en accu's af via uw dealer.

13 Accessoires

Accessoires, bijv. beschermende daken of laadkabels vindt u op onze homepage onder "Accessoires".

14 Verklarende woordenlijst

Begrip Toelichtende informatie
Backend-SystemInfrastructuur voor de aansturing van de laadstations en het beheer van de persoonsgerelateerde toegangsgegevens.
ECU Electronic Control UnitEenheid voor besturing en communicatie
MiD Measuring Instruments DirectiveEnergiemeter
Modus 3(IEC 61851)Laadmodus voor voertuigen met communicatie-interface op laadcontactmateriaal type 2.
RFID Autorisatiemogelijkheid via RFID-kaart op de apparaten.
Type 2(IEC 62196-2)Eén- en driefase laadcontactmateriaal met identieke contactbezetting voor laadver-mogens van 3,7 tot 44 kW AC.
Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Mennekes

Model : AMTRON Professional+

Categorie : Autolader