ModEco 80 - Ketel Tesy - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ModEco 80 Tesy in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over ModEco 80 Tesy
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ModEco 80 - Tesy en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ModEco 80 van het merk Tesy.
GEBRUIKSAANWIJZING ModEco 80 Tesy
NL ELEKTRISCHE BOILER 165-170 Instructies voor gebruik en onderhoud

Geachte klant, het team van TESY feliciteert u met uw aanschaf. We hopen, dat het nieuwe toestel aan de comfortverbetering in uw woning zal bijdragen.
Deze technische omschrijving en gebruikshandleiding is bedoeld om u vertrouwd te maken met het product en met de gebruik en installatie voorwaarden. De instructies zijn ook bestemd voor de vakkundige technici, die het toestel zullen installeren, demonteren en eventuele storingen verhelpen.
Houd er rekening mee dat de naleving van de instructies in deze handleiding vooral in het belang zijn van de koper en en mede bepalend zijn voor garantie dekking. De fabrikant kan op geen enkele manier aansprakelijk worden gesteld voor schade, veroorzaakt door exploatatie en/of installatie, die niet aan de instructies in deze handleiding voldoen.
De elektrische boiler voldoet aan de eisen van EN 60335-1, EN 60335-2-21.
I. BESTEMMING
Het toestel is bedoeld om huishoudelijke objecten van warm water te voorzien en dient te worden aangesloten op een waterleidingnet met een waterdruk van ten hoogste 6 bar (0.6 MPa). Het is bedoeld voor gebruik in gesloten en verwarmde ruimtes, waar de tempeartuur niet lager is dan 4 °C en is niet geschikt voor continu werken in een "stromend water modus". Het toestel is geschikt voor gebieden met waterhardheid tot 10°dH. In gebieden met hogere waarden is snellere vorming van kalkaanslag mogelijk, dat zich kenbaar maakt door specifiek geluid tijdens aanwarming en schadelijk kan zijn voor de boiler. In "hard-water" gebieden is het nodig om jaarlijks de kalkaanslag te verwijderen. Maximaal toegestaan vermogen is dan 2 kW.
- Nominale inhoud, liter – zie type-plaat
- Nominale spanning - zie type-plaat
- Nominaal vermogen - zie type-plaat
- Nominale werkdruk ¬- zie type-plaat

Het betreft geen druk in pijpleidingen. De druk voor het toestel is aangegeven en voldoet aan de eisen met
betrekking tot de zekerheid.
- Boiler type: gesloten accumulerende waterverwarmer, voorzien van warmte-isolatie
- Binnendekking – GC: glas- en keramiek
Voor modellen zonder warmtewisselaar (serpentine)
- Dagelijkse energieverbruik – zie Bijlage I
- Aangegeven laadprofiel – zie Bijlage I
- Hoeveelheid gemengd water bij temperatuur 40°C V40 (liters) - zie Bijlage I
-
Hoogste temperatuur van de thermostaat – zie Bijlage I
-
Door de fabrikant gezette temperatuurinstellingen – zie Bijlage I
-
Energie-efficiëntie bij de waterverwarming - zie Bijlage I
Voor modellen met warmtewisselaar (serpentine)
- Warmteaccumulerend inhoud (liters) - zie Bijlage II
- Warmteverlies bij nulvracht – zie Bijlage II
- De boiler slechts in ruimtes met normale brandzekerheid monteren.
- De boiler niet inschakelen zonder ervoor te zorgen dat deze vol met water is.

WAARSCHUWING! ONJUISTE INSTALLATIE EN AANSLUITING VAN HET APPARAAT KAN ERNSTIGE GEVOLGEN VOOR DE GEZONDHEID
VEROORZAKEN EN LEIDEN TOT DE DOOD VAN DE GEBRUIKERS. DAT KAN OOK SCHADE AAN EIGENDOMMEN OF PERSOONLIJK LETSEL VEROORZAKEN ALS GEVOLG VAN OVERSTROMING, EXPLOSIE OF BRAND. Installatie, aansluiting op het waternet en aansluiting op het elektriciteitsnet moet worden uitgevoerd door gekwalificeerde technici. Een gekwalificeerde technicus is iemand die over de juiste competenties in overeenstemming met de voorschriften van het betreffende land beschikt.
- Bij het aansluiten van de boiler op het elektrische netwerk voor het correcte verbinden van de beschermgeleider (bij modellen zonder kabel met stekker) opletten.
- Als er een mogelijkheid bestaat om de temperatuur in de ruimte onder 0 °C te dalen, moet men de boiler weglopen (volgens de in p. V, onder 2 omgeschreven procedure “Boiler aansluiten op het
NL
waterpijpleidingennetwerk).
- Bij opwarming van het water is het normaal dat water uit de uitlaatbuis van het veiligheidsventiel doorsijpelt. Die uitlaatbuis dient altijd open te blijven. Het is noodzakelijk om de uitgelaten hoeveelheid water af te voeren of te verzamelen om schades te voorkomen, waarbij aan de eisen omschreven in p.2 van alinea V moet worden voldaan.
- Tijdens verwarming kan uit het toestel een fluitend geluid kommen. Dit is normaal en indiceert geen gebrek. Het geluid wordt luider na bepaalde tijd als gevolg van de geaccumuleerde kalksteen.
- Om het geluid te verwijderen moet men het toestel te ontkalken. Deze dienst behoort niet tot de garantie bediening.
- Ten behoeve van de zekere werking van de boiler moet men de beschermingsklep regelmatig reinigen en controleren of deze normaal functioneert (niet geblokkeerd is) en in gebieden met zeer kalkhoudend water moet men de geaccumuleerde kalksteen ontkalken. Deze dienst behoort niet tot de garantie bediening.
Alle wijzigingen en reconstructies van de constructie en het elektrische schema van de boiler zijn verboden. Bij het vaststellen hiervan wordt de garantie geannuleerd. Onder wijzigingen en reconstructies wordt verstaan iedere verwijdering van de door de fabrikant ingebouwde elementen, inbouwen van bijkomende componenten in de boiler, vervangen van elementen met analogische elementen die door de fabrikant niet goedgekeurd worden.
- De voorliggende handleiding is ook voor boiler met warmtewisselaar.
- Als het snoer (bij de modellen met een snoer) kapot is, moet die vervangen worden door een geautoriseerde servicedienst of een vakman met desbetreffende kwalifikacie om risico's te voorkomen.
- Dit toestel is bestemd voor exploitatie door kinderen ouder dan 8 jaar en personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke en geestelijke vermogens of door mensen met geen ervaring of kennis, indien ze onder toezicht zijn of geïnstructeerd werden overeenkomstig de zekere exploitatie van het toestel en indien ze de mogelijke gevaren verstaan.
- Kinderen moeten met het toestel niet laten spleen
- De reiniging en de bediening van het toestel moet door niet onder toezicht zijnde kinderen niet uitgevoerd worden.
IV. OMSCHRIJVING EN WERKINGSPRINCIPE
Het toestel bestaat uit corpus, flens aan de onderkant / bij boilers voor verticale montage/ en aan de zijkant /bij boilers voor horizontale montage/, plastic beschermpaneel en beschermklep.
- Het corpus bestaat uit staalreservoir (waterreservoir) en mantel (buitenbedekking) met warmte-isolatie ertussen van ecologisch zuiver polyurethaanschuim van hoge dichtheid en twee pijpen voorzien van schroefdraad G ½" voor aanvoer van koud water (voorzien van blauwe ring) en uitlaten van warm water (voorzien van rode ring).
Afhankelijk van het model kan het binnenreservoir twee soorten zijn:
- Van zwart staal beschermd door speciale glaskeramische of emaildekking
• Van nietroestend staal
De verticale boilers kunnen voorzien zijn van een ingebouwde warmtewisselaar (serpentine). De ingang en de uitgang van de serpentine liggen aan de zijkant en zijn pijpen met schroefdraad G 3/4".
- Op de flens staat er een elektrische verwarmer gemonteerd. Bij de boilers met glasceramische coating is eveneens een magnesumanode ingebouwd.
De elektrische verwarmer is bestemd voor het verwarming van het water in het reservoir en wordt door de thermostaat bediend die automatisch een bepaalde temperatuur handhaaft. Het toestel is voorzien van een ingebouwde inrichting voor bescherming tegen oververhitting (thermoschakelaar) die de verwarmer van het elektrische netwerk uitschakelt, wanneer de watertemperatuur te hoge waarden bereikt. - De veiligheidsklep werkt als terugslagventiel, d.w.z. voorkomt de gehele lediging van het toestel bij geen toevoer van koud water uit het waterleidingnet. Hij beschermt de boiler van tegen overdruk bij een eventuele oververhitting (bij verwarming neemt het volume van het water toe en dat leidt tot hogere druk) door de overvloedige hoeveelheid door de uitlaatbuis af te voeren.

De beschermklep kan het toestel niet beschermen bij aanvoer uit de pijpleiding van hogere dan de aangegeven t toestel druk.
V. MONTAGE EN INSCHAKELING

WAARSCHUWING! ONJUISTE INSTALLATIE EN AANSLUITING VAN HET APPARAAT KAN ERNSTIGE
GEVOLGEN VOOR DE GEZONDHEID VEROORZAKEN EN LEIDEN TOT DE DOOD VAN DE GEBRUIKERS. DAT KAN OOK SCHADE AAN EIGENDOMMEN OF PERSOONLIJK LETSEL VEROORZAKEN ALS GEVOLG VAN OVERSTROMING, EXPLOSIE OF BRAND. Installatie, aansluiting op het waternet en aansluiting op het elektriciteitsnet moet worden uitgevoerd door gekwalificeerde technici. Een gekwalificeerde technicus is iemand die over de juiste competenties in overeenstemming met de voorschriften van het betreffende land beschikt..
1. Montage
Er wordt aanbevolen om de montage van het toestel zowel mogelijk dichtbij de plekken voor gebruiken van warm water gedaan te worden om het warmteverlies in de pijpleiding te verminderen. Bij montage in een badkamer moet het toestel op een plek gemonteerd worden zodat het water uit de douche of douche hoofdtelefoon bovenop niet komt. Bij montage op de wand wordt het toestel aan de op het corpus gemonteerde dragende plank opgehangen. Het ophangen geschiedt aan twee haken (min. Φ 10 mm) die aan de wand stevig vastgelegd zijn (de haken behoren niet tot de kit voor ophangen). De constructie van de dragende plank van de boilers voor verticale montage is universeel en laat de afstand tussen de haken van 220 tot 300 mm te zijn (afbeelding 1a). Bij de boilers voor horizontale montage zijn de afstanden tussen de haken verschillend voor de verschillende inhouden en deze zijn in tabel 1 van afbeelding 1b vermeld.
Om materiële schades ter plaatse of bij (derde) personen te voorkomen als gevolg van eventuele storingen aan de warmwatervoorziening, moet de boiler enkel in lokalen worden geïnstalleerd met een deugdelijke waterdichting van de vloeren alsmede met een drainage (waterafvoer naar het riool). In geen geval mag de boiler op voorwerpen rusten die gevoelig zijn voor vocht. Indien de boiler zich in een onbeschermde ruimte moet bevinden, dan is het noodzakelijk om een carter onder de boiler te plaatsen, met een waterafvoergoot naar het rioolnet.

Opmerking: de beschermkuip behoort niet tot de kit en wordt door de gebruiker gekozen/aangekocht.
2. Aansluiten van de boiler op het pijpleidingennetwerk
Afbeelding 4: a – verticale montage; b – horizontale montage
Legenda: 1- Inkomende pijp; 2 - beschermklep; 3 - reduceerventiel (bij druk in de pijpleiding boven 0.6 MPa); 4 - stopkraan; 5 - trechter met verbinding naar de riolering; 6 - drainagebuis; 7 - uitlaatkraan van de boiler Bij het aansluiten van de boiler op het pijpleidingennetwerk moet men voor de aanduidende kleurtekens /ringen/ opletten: blauwe ring voor koud /het inkomende/ water, rode ring voor warm /het uitkomende/ water.
De beschermklep waarmee de boiler is aangekocht moet gemonteerd worden. Deze wordt op de ingang van het koud water geplaatst, in overeenstemming met de op het corpus staande pijl die de richting van het inkomende water aanduidt.
Uitzondering: Indien de plaatselijke regelingen (normen) bepalen het gebruik van een andere beschermklep of installatie (conform EN 1487 of EN 1489), dan dient een extra beschermklep aangekocht te worden. Voor installaties conform EN 1487 moet de hoogste aangegeven druk 0.7 MPa zijn. Voor andere beschermkleppen moet de druk waaraan ze gekalibreerd zijn 0,1 MPa lager dan de op het bordje van het toestel aangeduide druk. In deze gevallen moet men de samen met het toestel aangeleverd beschermklep niet gebruiken.

Een andere stoppende armatuur tussen de beschermklep (bescherminstallatie) en het toestel is niet toegelaten.

De aanwezigheid van andere (oude) beschermkleppen kan tot schade van uw toestel leiden en deze moeten
verwijderd worden.
NL

Het schroeven van de beschermklep aan schroefdraden met een lengte boven 10 mm is niet toegelaten, anders kan
dat tot schade van uw beschermklep leiden die gevaarlijk voor uw toestel is.

Bij de boilers voor verticale montage moet de beschermklep met de inkomende pijp verbonden worden
als het plastic paneel van het toestel verwijderd is. Nadat de montage hiervan, moet de beschermklep in de op afbeelding 2 aangewezen positie zijn.

De beschermklep en de hieruit naar de boiler uitgaande pijpleiding moeten tegen bevriezing beschermd worden.
Bij draineren door een drainagebuis moet het vrije einde hiervan open aan de atmosfeer (niet ondergedompeld) zijn. De drainagebuis moet ook tegen bevriezing beveiligd zijn.
Om het toestel met water in te vullen eerst slechts de warm waterkraan van de mengkraan achteraf openen. Daarna de koud waterkraan voordat openen. Het toestel is vol, wanneer uit de mengkraan een constante stroom water begint te komen. De warm waterkraan sluiten. Indien de boiler leeggemaakt moet worden, eerst de elektrische stroom hiernaartoe onderbreken. De warm waterkraan van de mengkraan openen. De kraan 7 (afbeelding 4a en afbeelding 4b) openen om het water uit de boiler weglopen laten. Indien in de installatie geen kraan geïnstalleerd is, kan men de boiler als volg leegmaken:
- bij modellen die in de kit een beschermklep voorzien van een stangetje bevatten: het stangetje omhoog brengen en het water zal door de drainageopening van de beschermklep weglopen.
- bij modellen die in de kit geen beschermklep voorzien van een stangetje bevatten: de boiler kan rechtsreeks uit de inkomende pijp hiervan leeggemaakt worden door de boiler vooraf van de pijpleiding los te maken.
Tijdens de verwijdering van de flens kan een paar liter water weglopen die in het waterreservoir zijn gebleven.

Tijdens het leegmaken moet men maatregelen nemen om schade door het weglopende water te omen.
In geval dat de druk in het pijpleidingennetwerk hoger dan de in paragraaf I hierboven is, dan moet men een reduceerventiel monteren, anders zal de boiler niet correct geëxploiteerd worden. De fabrikant is niet aansprakelijk voor problemen die uit onjuiste exploitatie van het toestel zijn voortgevloeid.
3. Aansluiten op het elektrische netwerk.

Alvorens de elektrische voeding in te schakelen, ervoor zorgen dat het toestel niet met water vol is.
3.1. Bij de modellen voorzien van een voedingskabel samen met een stekker geschiedt de verbinding door de stekker in een stopcontact te plaatsen. De uitschakeling van het elektrische netwerk geschiedt door de stekker van het stopcontact te halen.

Het stopcontact moet op de juiste wijze aangesloten worden op een afzonderlijke stroomkring voorzien van
beschermer. Het stopcontact moet geaard zijn.
3.2. Waterverwarmers die tot een kit behoren die een voedingskabel zonder stekker bevat
Het toestel moet aangesloten worden op een afzonderlijke stroomkring, voorzien van een beschermer met aangegeven nominale stroom 16A (20A voor vermogen >3700W). De aansluiting moet constant zijn: zonder trekkerverbindingen. De stroomkring moet beveiligd door een beschermer en een ingebouwde installatie worden die voor het loshalen van alle polen zorgen in geval van overspanning categorie III.
Het aansluiten van de geleiders van de voedingskabel van het toestel dient als volgt uitgevoerd te worden:
- De geleider met bruine isolatie: op de fasegeleider van de elektrische installatie (L)
- De geleider met blauwe isolatie: op de neutrale geleider van de elektrische installatie (N)
- De geleider met geelgroene isolatie: op de beschermende geleider van de elektrische installatie (⊥)
3.3. Waterverwarmer zonder voedingskabel
Het toestel moet aangesloten worden op een afzonderlijke stroomkring, voorzien van een beschermer met aangegeven nominale stroom 16A (20A voor vermogen >3700W). Het aansluiten geschiedt door eendradige (harde) kopergeleiders: kabel 3 x 2,5 mm ^2 voor totaal vermogen 3000W (kabel 3 x 4.0 mm ^2 voor vermogen boven 3700W).
In het elektrische schema voor de voeding van het toestel moet een installatie ingebouwd worden die voor het loshalen van alle polen zorgen in geval van overspanning categorie III.
Om de elektrische voedingsgeleider op de boiler te monteren moet men het plastic deksel verwijderen (afbeelding 2).
Het aansluiten van de voedingsgeleiders moet volgens de opschriften op de klemmen als volgt zijn:
- de fasegeleider op het opschrift A of A1 of L of L1
• de neutrale geleider op het opschrift N (B of B1 of N1) - Het aansluiten van de beschermende geleider op de met het teken ⏚ aangeduide schroefverbinding is verplicht.
Na montage het plastic deksel terugplaatsen!
Toelichting aan afbeelding 3:
T2 – thermoschakelaar; T1 – thermoregelaar;
S – schakelaar; R – verwarmer; SL1, SL2, SL3 – signaallampje; F – flens; AT – anode tester (slechts bij modellen voorzien daarvan); AP – anode beschermer;
1. Het toestel inschakelen
Vóór het aanvankelijke inschakelen van het toestel moet men ervoor zorgen dat de boiler op de juiste wijze in het elektrische netwerk ingeschakeld en vol met water is. Het inschakelen van de boiler geschiedt door middel van de in de elektrische installatie ingebouwde installatie, omgeschreven in onder 3.2 van paragraaf V of door de stekker in het stopcontact te plaatsen (indien het model voorzien van een kabel met stekker is.
2. Boilers met elektrische en mechanische bediening
Afbeelding 2. Legenda:
1 - Thermoregelaar
2 - Vermogensschakelaar
3 - Lichtindicatoren
4 - Anode tester
Thermoregelaar (1) en lichtindicator „verwarming / gereed voor gebruik“
De
temperatuurinstelling
gedaan door de omkering van de thermoregelaar te draaien (1). Deze instelling laat een gladde zetten van de gewenste temperatuur.
De draairichting van de omkeren is weergegeven op afbeelding 2.
e – Bij dit regime zal de watertemperatuur in het toestel rond 60°C liggen. Op deze wijze wordt het warmteverlies verminderd.
Lichtindicator „verwarming / gereed voor gebruik“

- wijst de staat/het regime waarin het toestel zich bevindt: rood licht brandt tijdens waterverwarming en blauw licht brandt bij het bereiken van de door de thermostaat aangegeven watertemperatuur. Geen licht, wanneer de vermogensschakelaar in uitgeschakelde toestand is.
Vermogensschakelaar (2) en lichtindicatoren
Vermogensschakelaar met één graad:
0 – uitgeschakelde toestand;
I – ingeschakelde toestand;
Vermogen lichtindicator I brandt bij ingeschakelde I toestand van de schakelaar.
Vermogensschakelaar met twee graden:
0 – uitgeschakelde toestand;
I, II – ingeschakelde toestand;
Keuze van vermogensgraad voor verwarming:
| Aangegeven vermogen (aangeduid op het bordje van het toestel) | Ingeschakeld (I) graad | Ingeschakeld (II) graad |
| 1200 W 600 W 1200 W | ||
| 1600 W 800 W 1600 W | ||
| 2400 W 1200 W 2400 W |
Bij I graad van de schakelaar brandt de vermogen lichtindicator I.
Bij II graad van de schakelaar brandt naast de vermogen lichtindicator I, ook de vermogen lichtindicator II.
Anode tester (4) – (bij modellen voorzien van een ingebouwde anodetester).
Deze installatie is bestemd om de huidige toestand van het magnesium anode te identificeren en erover te informeren of de vervanging daarvan nodig is. De anode tester is voorzien van "TEST" knop en lichtindicatie hiernaast (afbeelding 2). De toestand van het anode tester kan men testen door op de knop 4 ( ^test )
te drukken. Als de lichtindicator hiernaast knipperend GROEN brandt, betekent dat de ANODE BESCHERMER goed functioneert en uw toestel tegen corrosie
beschermt. Als de lichtindicator ROOD knipperend brandt, betekent dat de ANODE BESCHERMER afgeleefd is en dient vervangen te worden.

De vervanging van de anode beschermer wordt uitgevoerd door een bevoegde technicus.

De anode tester weergeeft accuraat de toestand van de anode beschermer bij watertemperaturen in het toestel 50°C. Derhalve alvorens op de knop 4 (TEST) te drukken, den ervoor zorgen dat het water in het toestel verwarmd en water weggelopen gelaten werd ervoor door koud pinnen te krijgen. De thermostaat moet op de hoogste atuur gezet worden.
3. Bescherming naar temperatuur (geldig voor alle modellen)
Het toestel is voorzien van een speciale installatie (thermoschakelaar) bestemd voor bescherming tegen te hoge waterverwarming die de verwarmer van het elektrische netwerk uitschakelt, wanneer de temperatuur te hoge waarden bereikt.

Nadat deze installatie in gang is gezet zal deze zich niet herstellen en het toestel zal niet werken. Om het een op te lossen moet men zich tot een erkende service erlener of een bevoegde technicus richten.
VII. MODELLEN VOORZIEN VAN WARMTEWISSELAAR (SERPENTINE) – AFBEELDING 1B, AFBEELDING 1C, AFBEELDING .1D EN AFBEELDING 1, 2 N 3
Deze toestellen zijn voorzien van warmtewisselaar en ze zijn bestemd voor aansluiting op een verwarmingssysteem met hoogste temperatuur van de warmtedrager 80°C. De bediening van de stroom door de warmtewisselaar betreft de oplossing van de bepaalde installatie en de keuze van de bediening hiervan moet bij het ontwerpen van de installatie gemaakt worden (bijvoorbeeld: buitenthermostaat die de temperatuur in het waterreservoir meet en circulatiepomp of magneetventiel bedient).
De boilers voorzien van warmteweisselaar maken mogelijk het water verwarmd als volgt te worden:
-
Door middel van een warmtewisselaar (serpentine). Dit is een belangrijke wijze om het water te verwarmen.
-
Door middel van een elektrische hulpverwarmer voorzien van automatische bediening die in het toestel ingebouwd is. Deze wordt gebruikt als het nodig is om het water extra te verwarmen of in geval van renovatie van het systeem van de warmtewisselaar (serpentine). Het aansluiten op de elektrische installatie en hoe het toestel werkt zijn vermeld in de vorige paragrafen.
Montage
Naast de hierboven beschreven montagewijze, is het bijzondere bij deze modellen dat het niet nodig is om de warmtewisselaar op de verwarmingsinstallatie aan te sluiten, door het volgen van de richtingen van de op afbeelding 1b, afbeelding 1c en afbeelding 1d aangegeven pijlen. Wij bevelen u aan stopventielen op de ingang en de uitgang van de warmtewisselaar te monteren. Bij het stoppen van de stroom van de warmtedrager door middel van het onderste (stop) ventiel zult u de ongewenste circulatie hiervan vermijden in de perioden waarin u slechts een elektrische verwarmer
gebruikt.
Tijdens demontage van uw warmtewisselaar moeten de twee ventielen gesloten zijn.

Bij het aansluiten van de warmtewisselaar op een installatie van koperpijpen moeten dielektrische klemmen t worden.

Om de corrosie te beperken moet in de installatie pijpen met beperkte gaas diffusie gebruikt worden.
Modellen voorzien van één warmtewisselaar en huls voor thermosensor

Het installeren van het toestel is ten laste van de koper en moet door een bevoegde installateur uitgevoerd worden enstemming met de hoofdconstructie en de onderhavige verbij.
Technische karakteristieken:
| Type GCV6S | 8047 | GCV9S10047 | GCV9S12047 | GCV9S15047 | GCV11SO15047 |
| Oppervlakte van de serpentine (m2) | 0.45 0 | 0.7 0.7 | 0.7 0.83 | ||
| Inhoud van de serpentine (I) | 2.16 3 | 23 3.2 | 3 3.23 | 3.88 | |
| Werkdruk van de serpentine (MPa) | 0.6 0 | 6 0.6 0 | 6 0.6 | ||
| Hoogste temperatuur van de warmtedrager (°C) | 80 80 | 80 80 | 80 |
Bij modellen met optie voor montage van de samen met het toestel aangeleverde huls op de thermosensor moet men deze op de met "TS" aangeduide uitgang monteren. De schroefdraad moet dichtgemaakt worden.
Modellen voorzien van twee warmtewisselaars en huls voor thermosensor
Deze modellen maken mogelijk om op twee buiten warmtebronnen aan te sluiten: zonnecollector en locale of centrale waterverwarming.
Opschriften op de serpentinen:
- S1 en pijl naar de uitgang van de serpentine: ingang van serpentine S1
- S1 en pijl vanuit de uitgang van de serpentine naar buiten: uitgang van serpentine S1
- S2 en pijl naar de uitgang van de serpentine: ingang van serpentine S2
- S2 en pijl vanuit de uitgang van de serpentine: uitgang van serpentine S2
Op het waterreservoir staat een gelaste moer met een binnenschroefdraad 1/2" voor montage van thermosonde aangeduid met 'TS". Tot de kit van het toestel behoort een messing huls voor thermosonde die aan deze moer moet vastgedraaid worden.
Technische karakteristieken:
| Type GCV7/4S | 10047 | GCV7/4S 12047 | GCV7/4S 15047 |
| Oppervlakte van serpentine S1 (m2) | 0.5 0.5 | 0.5 | |
| Oppervlakte van serpentine S2 (m2) | 0.3 0.3 | 0.3 |
| Inhoud van serpentine S1 (l) | 2.4 2.4 | 2.4 | |
| Inhoud van serpentine S2 (l) | 1.4 1.4 | 1.4 | |
| Werkdruk van serpentine S1 (MPa) | 0.6 0.6 | 0.6 | |
| Werkdruk van serpentine S2 (MPa) | 0.6 0.6 | 0.6 | |
| Hoogste temperatuur van de warmtedrager (°C) | 80 | 80 80 |
Gedurende de normale werking van de boiler onder de invloed van de hoge temperatuur begint op de oppervlakte van de verwarmer kalksteen te liggen. Dit verslechtert de warmtewisseling tussen de verwarmer en het water. De temperatuur op de oppervlakte van de verwarmer en eromheen wordt hoger. Men begint een typisch geluid /van kokend water/ te horen. De thermoregelaar begint zich vaker in en uit te schakelen. Een "vals" in gang zetten van de temperatuurbescherming is mogelijk. Daarom beveelt de fabrikant van dit toestel aan om preventieve handhaving iedere twee jaar door een erkende service dienstverlener gedaan te worden en deze dienst is ten laste van de klant. Deze preventieve handhaving moet ontkalken en controle van de anode beschermer bevatten (bij boilers met glas-keramische dekking) en indien nodig deze te vervangen. Om het toestel te reinigen een vochtig doekje gebruiken. Geen abrasieve of oplossende middelen gebruiken.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor alle gevolgen die uit het niet volgen van deze handleiding voortvloeien.

Instructies ten behoeve van milieubescherming
De oude elektrische toestellen bevatten hoogwaardige stoffen en om deze reden moeten deze niet samen met het huishoudelijke afval weggooien! Gelieve actief samen te werken ten behoeve van het behoud van de grondstoffen en het milieu en het toestel bij de geregelde ikooppunten (indien aanwezig) af te leveren.
1a

text_image
min 220 mm max 300 mm 100 mm1b
