PerfectPower DCC 1212-20 - Batterijlader DOMETIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PerfectPower DCC 1212-20 DOMETIC in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PerfectPower DCC 1212-20 DOMETIC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PerfectPower DCC 1212-20 - DOMETIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PerfectPower DCC 1212-20 van het merk DOMETIC.
GEBRUIKSAANWIJZING PerfectPower DCC 1212-20 DOMETIC
NL Laad- en spanningsomvormer Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing....145
Lees deze handleiding voor de montage en de ingebruikname zorgvuldig door en bewaar hem. Geef de handleiding bij het doorgeven van het product aan de gebruiker.
Inhoudsopgave
1 Verklaring van de gebruikte symbolen ....146
2 Algemene veiligheidsinstructies .....146
3 Omvang van de levering 151
4 Toebehoren....151
5 Doelgroep van deze handleiding 151
6 Gebruik volgens de voorschriften ..... 151
7 Technische beschrijving 152
8 Laadomvormer monteren....155
9 Laadomvormer aansluiten....157
10 Laadomvormer gebruiken ....159
11 Laadomvormer onderhouden en reinigen 161
12 Verhelpen van storingen....162
13 Garantie....162
14 Afvoer 162
15 Technische gegevens....163
1 Verklaring van de gebruikte symbolen

GEVAAR!
Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven leidt tot overlijden of ernstig letsel.

WAARSCHUWING!
Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven kan leiden tot overlijden of ernstig letsel.

VOORZICHTIG!
Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven kan leiden tot letsel.

LET OP!
Het niet naleven ervan kan leiden tot materiële schade en de werking van het product beperken.

INSTRUCTIE
Aanvullende informatie voor het bedienen van het product.
2 Algemene veiligheidsinstructies
De fabrikant kan in de volgende gevallen niet aansprakelijk worden gesteld voor schade:
• montage- of aansluitfouten
- beschadiging van het product door mechanische invloeden en overspanningen
- veranderingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant
- gebruik voor andere dan de in de handleiding beschreven toepassingen
Neem uit veiligheidsoverwegingen bij gebruik van elektrische toestellen de volgende algemene veiligheidsinformatie in acht:
• elektrische schokken
- brand gevaar
• verwondingen
2.1 Algemene veiligheid

GEVAAR!
- Gebruik in het geval van brand een brandblusser die geschikt is voor elektrische toestellen.

WAARSCHUWING!
- Gebruik het product alleen volgens de voorschriften.
- Let erop dat de rode en zwarte klem elkaar nooit raken.
- Scheid het product van de accu
- voor reiniging en onderhoud altijd
- voor het vervangen van een zekering (alleen door specialisten)
• voor het demonteren van het product:
- Maak alle verbindingen los.
-
Zorg ervoor dat alle in- en uitgangen spanningsvrij zijn.
-
Als het product of de aansluitkabel zichtbaar beschadigd zijn, mag u het product niet in gebruik nemen.
- Als de aansluitkabel van dit product wordt beschadigd, moet deze, om gevaren te vermijden, door de fabrikant, diens klantenservice of een gelijkwaardig gekwalificeerd persoon vervangen worden.
- Reparaties aan dit product mogen uitsluitend door vakmonteurs worden uitgevoerd. Door ondeskundige reparaties kunnen grote geva- ren ontstaan.
- Dit product kan door kinderen vanaf 8 jaar en ouder evenals door personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of tekortschietende ervaring en kennis gebruikt worden, als ze worden begeleid of hun is uitgelegd hoe ze het koeltoestel veilig kunnen gebruiken. Ook dienen ze inzicht te hebben in de gevaren die het gebruik van het product met zich meebrengt.
- Elektrische toestellen zijn geen speelgoed.
Bewaar en gebruik het product buiten het bereik van kinderen.
- Er moet op worden gelet dat kinderen niet met het product spelen.

LET OP!
- Vergelijk voor de ingebruikneming de spanning op het typeplaatje met de aanwezige energievoorziening.
- Let erop dat andere voorwerpen geen kortsluiting bij de contacten van het toestel veroorzaken.
- Bewaar het product op een droge en koele plaats.
2.2 Veiligheid bij de montage van het product

GEVAAR!
- Monteer het product niet op plaatsen waar gevaar voor gas- of stofexplosie bestaat.

VOORZICHTIG!
• Zorg voor een stabiele stand!
Het product moet veilig worden opgesteld en bevestigd worden om omvallen of naar beneden vallen te voorkomen.

LET OP!
- Stel het product niet bloot aan een warmtebron (zonnestralen, verwarming enz.). Voorkom aanvullende verwarming van het product.
- Stel het product op een droge en tegen spatwater beschermde plaats op.
2.3 Veiligheid bij de elektrische aansluiting van het product

GEVAAR! Gevaar voor dodelijke elektrische schokken!
- Bij installatie op boten:
Door verkeerde montage van elektrische toestellen op boten kan corrosieschade aan de boot ontstaan. Laat het product door een gekwalificeerde (voor boten) elektricien aansluiten.
- Als u aan elektrische installaties werkt, zorg er dan voor dat er iemand in de buurt is die u in geval van nood kan helpen.

WAARSCHUWING!
- Zorg voor een voldoende grote leidingdiameter.
- Leg de leidingen zo aan, dat ze niet door deuren of motorkappen beschadigd kunnen raken.
Geplette kabels kunnen tot levensgevaarlijke verwondingen leiden.

VOORZICHTIG!
- Installeer de leidingen zodanig dat er niet over gestruikeld kan worden en beschadiging van de kabel uitgesloten is.

LET OP!
- Gebruik holle buizen of leidingdoorvoeren, als leidingen door plaatwanden of andere wanden met scherpe randen geleid moeten worden.
- Leg geen AC-kabel en DC-kabel in hetzelfde kanaal (lege pijp).
- Leg de leidingen niet los of scherp geknikt.
- Bevestig de kabels.
- Trek niet aan de kabels.
2.4 Veiligheid bij gebruik van het product

WAARSCHUWING!
- Als het product wordt gebruikt in omgevingen met loodzuuraccu's moet de ruimte goed worden geventileerd. Uit deze accu's komt explosief waterstofgas vrij, dat door een vonk bij elektrische leidingen kan worden ontstoken.

VOORZICHTIG!
- Gebruik het toestel niet
- in een zouthoudende, vochtige of natte omgeving
- in de buurt van agressieve dampen
– in de buurt van brandbare materialen -
in explosieve omgevingen
-
Controleer voor ingebruikname of de voedingskabel en aansluitingen droog zijn.
- Ontkoppel de voeding tijdens werkzaamheden aan het product altijd.
- De delen van het product kunnen ook nog onder spanning staan na activering van de veiligheidsgeleiding (zekering).
- Ontkoppel geen kabels, als het product nog in gebruik is.

LET OP!
- Voorkom dat de luchtinlaten van het product bedekt zijn.
- Zorg voor goede ventilatie.
2.5 Veiligheid bij de omgang met accu's

WAARSCHUWING!
- Accu's kunnen agressieve en corrosieve zuren bevatten. Vermijd elk lichamelijk contact met de accuvloeistof. Bij huidcontact met accuvloeistoffen, de desbetreffende huiddelen met water wassen. Consulteer bij verwondingen door zuren in ieder geval een arts.

VOORZICHTIG!
- Draag bij het werken met accu's geen metalen voorwerpen zoals horloges of ringen. Loodzuuraccu's kunnen kortsluitstromen veroorzaken, die tot ernstige verbrandingen kunnen leiden.
- Explosiegevaar!
Probeer geen bevroren of defecte accu's te laden. Plaats de accu i dot geval in een vorstvrije ruimte en wacht tot de accu op omgevingstemperatuur is. Start dan pas de laadprocedure.
- Draag een veiligheidsbril en veiligheidskleding als u aan accu's werkt. Raak uw ogen niet aan, als u met accu's werkt.
- Rook niet en zorg ervoor dat er geen vonken in de buurt van de motor of de accu ontstaan.

LET OP!
- Gebruik uitsluitend herlaadbare accu's.
- Gebruik voldoende grote kabeldiameters.
- Beveilig de plusleiding met een zekering.
- Voorkom dat metalen onderdelen op de accu vallen. Dit kan leiden tot vonken of kortsluiting van de accu en andere elektrische delen.
- Let bij het aansluiten op de juiste polariteit.
- Neem de handleidingen in acht van de accufabrikant en van de fabrikant van de installatie of het voertuig waarin de accu wordt gebruikt.
- Als u de accu moet verwijderen, eerst de massaverbinding ontkoppelen. Verbreek alle verbindingen en maak alle verbruikers van de accu los, voordat u deze verwijdert.
3 Omvang van de levering
Beschrijving
1 Acculader
– Montage- en bedieningshandleiding
4 T o e b e h o r
Als toebehoren verkrijgbaar (niet inbegrepen in de omvang van de levering):
Beschrijving Artikelnr.
Temperatuursensor TS-1 9600000099
5 Doelgroep van deze handleiding
Het hoofdstuk „Laadomvormer aansluiten“ op pagina 157 hoofdstuk is uitsluitend gericht op vakkundige personen die met de desbetreffende VDE-richtlijnen vertrouwd zijn.
Alle overige hoofdstukken zijn ook op de gebruikers van het toestel gericht.
6 Gebruik volgens de voorschriften
De PerfectCharge DCC acculaders kunnen tijdens rijden accu's laden die worden gebruikt voor boordelektronica of voor boten, of ze verzorgen met een onderhoudsspanning voor vermogensopwekking. Bovendien kunnen de toestellen worden gebruikt als stabiele stroomvoorziening.
De DCC acculaders worden gebruikt voor het ononderbroken opladen van boordaccu's (opbouwaccu's):
• 12 V== laadomvormer: DCC1212-10, DCC1212-20, DCC1212-40
• 12 V=== laadomvormer: DCC2412-20, DCC2412-40
• 24 V== laadomvormer: DCC2424-40
• 24 V== laadomvormer: DCC1224-10, DCC1224-20
De DCC acculaders worden gebruikt voor de volgende accutypes:
- Loodstroomaccu's
- L o o d - g e l - a c c u ' s
• Vliesaccu's (AGM)
• Dometic eStore lithiumaccu's

LET OP!
Controleer de laadvereisten van de accufabrikant alvorens uw accu op te laden.
Gebruik het toestel in geen geval voor het laden van andere accu's (ex. NiCd, NiMH, etc.).

- Laad geen accu's met een celconclusie. Hierbij bestaat er explosiegevaar door de ontwikkeling van knalgas.
- Laad geen loodzuuraccu's in ongeventileerde ruimtes. Hierbij bestaat er explosiegevaar door de ontwikkeling van knalgas.
- Laad geen NiCd-accu's of niet-laadbare accu's met dit toestel. Het omhulsel van deze accutypes kan met een explosie openklappen.
7 Technische beschrijving
Door zijn lage gewicht en compacte ontwerp kan de laadomvormer eenvoudig worden gemonteerd in kampeerauto's, commerciële voertuigen en zeiljachten. Tijdens rijden laadt de acculader accu's die aan boord van voertuigen of boten voor de stroomopwekking worden gebruikt, of voorziet deze van een druppelspanning, zodat ze niet ontladen.
De 12 V--- of 24 V--- spanning van een voertuig of bootaccu wordt omgevormd in een 12 V--- of 24 V--- DC spanning.
De isolatie van de in- en uitgangsspanningen betekent dat de uitgangsspanning sta- biel kan worden gehouden zonder invloed van de ingangskring.
De laadomvormer wordt geschakeld via een 12/24 V-signaal:
- D+-signaal
• dynamosignaal (aansluiting 15) - een geschakeld ingangssignaal

LET OP!
Als aansluiting 15 wordt gebruikt, kan de startaccu ontladen hoewel de motor uit is, en het contact op „AAN” staat.
De acculader heeft meerdere beschermingsmechanismes:
- Overspanningsbeveiliging: De acculader schakelt uit, als de spanningswaarde boven de uitschakelwaarde stijgt. Hij start weer, als de spanning tot de herstartwaarde daalt.
- Onderspanningsbeveiliging: De acculader schakelt uit, als de spanningswaarde onder de uitschakelwaarde daalt. Hij start weer, als de spanning tot de herstartwaarde stijgt.
- Oververhittingsbeveiliging: De acculader schakelt uit, als de temperatuur on het toestel een schakelwaarde overschrijdt. Hij start weer, als de spanning tot de herstartwaarde stijgt.
- Bescherming tegen kortsluiting: Bij een kortsluiting signaleert de led van de acculader een defect. De toestelzekering moet door een specialist worden vervangen, nadat deze door overstroom werd geactiveerd.

INSTRUCTIE
De afzonderlijke waarden vindt u in hoofdstuk „Veiligheidsinrichtingen“ op pagina 166.
De acculader kan aan verschillende accutypes via DIP-switches worden aangepast.
Als een TS-1 temperatuursensor is aangesloten, past de laadomvormer de laadspanning overeenkomstig de gemeten temperatuur aan, zie hoofdstuk „Technische gegevens” op pagina 163.
7.1 Aansluitingen en bedieningselementen
| Item in afb. 1,Beschrijvingpagina 3 |
| 1 Ingangsaansluitingen (+) van startaccu |
| 2 Ingangsaansluitingen (−) van startaccu |
| 3 Stuurkabel (I1) voor tuning van het voertuig met boordspanning (D+ of aan-sluiting 15 (contact)) |
| 4 Weergave leddisplay |
| 5 Stroomregeling (I2) ter begrenzing van de laadstroom tot 5 A |
| 6 RJ11 aansluiting: Aansluiting van een temperatuursensor (accessoire) |
| 7 DIP-switch, zie hoofdstuk „Laadomvormer afstellen“ op pagina 159 |
| 8 Uitgangsaansluitingen (+) van de opbouwaccu |
| 9 Uitgangsaansluitingen (−) van de opbouwaccu |
7.2 Acculaadfunctie
Naar de laadeigenschappen wordt verwezen als IUOU-eigenschappen.

Bij het begin van het laden wordt de lege accu met constante stroom (100 % laadstroom) geladen tot de accuspanning de eindspanning (zie ) bereikt. Als de accu dit spanningsniveau bereikt, neemt de laadstroom af.
2: U0-fase (absorptie)
Nu begint de absorptielaadfase (U0-fase), waarbij de duur afhankelijk is van de accu. Daarbij blijft de spanning constant (U0).
Deze fase is begrensd tot maximaal 3 uur om overladen van de accu tijdens rijden te voorkomen.
3: U-fase (Float)
Na de U0-fase schakelt de acculader over op druppellading (U-fase).
8 Laadomvormer monteren
8.1 Benodigd gereedschap
Voor de elektrische aansluiting heeft u de volgende hulpmiddelen nodig:
- k r i m p t a n g
- 4-polige aansluitkabels: + en - voor de starteraccu, + en - voor de opbouwaccu. 1 flexibele signaalkabel voor verbinding met D+ of het contact.
De vereiste diameter staat in de tabel hoofdstuk „Laadomvormer aansluiten“ op pagina 158. - Kabelschoenen en adereindhulzen
Voor de bevestiging van de acculader heeft u de volgende hulpmiddelen nodig:
- machineschroeven (M4) met onderlegschijven en zelfborgende moeren of
- plaat- resp. houtschroeven.
8.2 Montage-instructies
Neem bij de keuze van de montageplaats de volgende aanwijzingen in acht:
- De acculader kan horizontaal en verticaal worden gemonteerd.
- De acculader moet op een tegen vocht beschermde plaats worden ingebouwd.
- De acculader mag niet in omgevingen met ontvlambare materialen worden ingebouwd.
- De acculader mag niet in stoffige omgevingen worden ingebouwd.
- De montageplaats moet goed geventileerd zijn. Bij installaties in gesloten, kleine ruimtes moet er ventilatie mogelijk zijn. De vrije minimumafstand rond de acculader moet minimaal 5 cm bedragen (afb. 2, pagina 4).
- De luchtin- en uitlaten van de acculader moeten vrij zijn.
- Bij omgevingstemperaturen hoger dan 40 °C (bijvoorbeeld in ruimtes met een boiler of direct zonlicht) kan de acculader worden uitgeschakeld hoewel het vermogen van de aangesloten lasten onder de nominale belasting is (niet-nominaal).
- Het montagevlak moet vlak zijn en voldoende stevigheid bieden.
8.3 Laadomvormer

LET OP!
Controleer voor het boren of geen elektrische kabels of andere delen van het voertuig door boren, zagen en vijlen beschadigd kunnen raken.
▶ Neem de afstandsspecificaties in acht (afb. 2, pagina 4).
▶ Monteer de laadomvormer zoals afgebeeld (afb. 3, pagina 4).
9 L a a d o m v o

WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat de polariteit niet wordt verwisseld. Verwisselen van de polariteit van de accuaansluitingen kan leiden tot letsel of beschadiging van het toestel.

VOORZICHTIG!
- Vermijd contact met de accuvloeistof.
- Accu's met interne kortsluiting mogen niet worden geladen, aangezien door oververhitting van de accu explosieve gassen kunnen ontstaan.

LET OP!
Draai de schroeven of moeren vast met een maximaal moment van 12 – 13°mm. Losse verbindingen kunnen tot oververhittingen leiden.
Neem de volgende instructies in acht bij het aansluiten van de accu:
- Controleer voor het aansluiten van de klemmen of de accupolen schoon zijn.
- Let op een stevige bevestiging van de connectors.
- Selecteer een voldoende grote diameter voor de verbindingskabel.
- Installeer de kabels volgens VDE 100 (Duitsland).
- Sluit de minkabel direct op de minpool van de accu aan, niet aan het chassis van een voertuig of een schip.
- Gebruik de volgende kabelkleuren:
– Rood: positieve verbinding
– Zwart: negatieve verbinding
Kabeldiameter vaststellen

INSTRUCTIE
Houd de afstand tot de opbouwaccu zo klein als mogelijk.
De minimum kabeldiameter hangt af van de kabellengte:
| Kabellengte Minimum kabeldiameter/zekering | |||||
| 2,5 mm ^2 /30 A | 4 mm ^2 /40 A | 6 mm ^2 /60 A | 10 mm ^2 /80 A | ||
| DCCxxxx-10 | naar de startaccu | ≤7 m | ≤11 m | ≤16 m | - |
| naar accustructuur | ≤2 m | ≤3,5 m | ≤5 m | - | |
| DCCxxxx-20 | naar de startaccu | - | ≤5,5 m | ≤8 m | ≤14 m |
| naar accustructuur | - | ≤1,5 m | ≤2,5 m | ≤4 m | |
| DCCxxxx-40 | naar de startaccu | - | - | - | ≤7 m |
| naar accustructuur | - | - | - | ≤2 m | |
9.1 Laadomvormer aansluiten

LET OP!
De laadomvormer mag niet direct op de dynamo worden aangesloten.
▶ Monteer de laadomvormer zoals afgebeeld:
- Correct aansluitdiagram: afb. 4, pagina 5
- Accu's aansluiten: afb. 5, pagina 6
- Stuurleiding aansluiten (11): afb. 6, pagina 6
9.2 Accessoires aansluiten

INSTRUCTIE - Vermogensregeling
Om de uitgangsstroom van de laadomvormer tot 5 A te begrenzen, moet een positief stuursignaal voorhanden zijn aan contact „12" (afb. 1 5, pagina 3).
▶ Sluit accessoires op de volgende contacten aan:
- Vermogensregeling (I2): afb. 1 5, pagina 3
- Temperatuursensor: afb. 1 6, pagina 3
10 Laadomvormer gebruiken
10.1 Laadomvormer in-/uitschakelen
De laadomvormer schakelt automatisch in zodra deze een positief stuursignaal ontvangt. De statusled brandt blauw.
De laadomvormer schakelt automatische regeling uit, als het stuursignaal niet meer voorhanden is.

INSTRUCTIE
Als het stuursignaal van de laadomvormer via het contact wordt ingeschakeld, kan de startaccu ontladen, als de motor niet op tijd wordt gestart.
10.2 Laadomvormer afstellen

INSTRUCTIE
De waarden voor het laden van de eindspanning en de onderhoud- sladspanning van uw accu staan in de specificaties van de accu- fabrikant.
U kunt het toestel met behulp van de DIP-switch (afb. 1 7, pagina 3) aanpassen.
Schakelspanning/constante spanning instellen
U kunt de DIP-switches S1 en S2 gebruiken om de waarde van de laad-eindspanning in te stellen.
| S1 S2 | Schakelspanning/constante spanning 12 V 24 V | ||
| AAN | AAN | 14,4 | V |
| UIT AAN 14,1 V | 28,2 V | ||
| AAN UIT | 14,7 V | 29,4 V | |
| UIT | UIT | ||
U kunt de DIP-switches S3 en S4 gebruiken om de waarde van de druppelspanning in de U-fase (druppel) in te stellen.
| S3 S4 | Druppelspanning | ||
| 12 V 24 V | |||
| AAN | AAN | 13,8 | V |
| UIT AAN 13,5 V 27,0 V | |||
| AAN UIT | 13,2 | V | |
| UIT UIT | |||
Laadmodus instellen

Gebruik uitsluitend de laadmodus die bij uw accutype past. Raadpleeg een gespecialiseerde werkplaats indien nodig.
Met de DIP-switches S5 en S6 kunt u de laadmodus instellen.
| S5 S6 Laadmodus | |
| AAN AAN IUOU- laden | Zie hoofdstuk „Acculaadfunctie” op pagina 154. |
| UIT AAN Constante spanning 1 | De acculader werkt als een spanningsbron met constante spanning, waarbij de waarde van de spanning overeenkomt met de ingestelde laad-eindspanning. |
| AAN UIT Constante spanning 2 | De acculader werkt als een spanningsbron met constante spanning, waarbij de waarde van de spanning overeenkomt met de ingestelde druppel-spanning. |
| UIT UIT | |
eStore modus (alleen DCC1212-40 en DCC2412-40 met optionele eStore accu) instellen
Met de DIP-switch S7 kunt u de eStore-laadmodus instellen.
S7 eStore laadeigenschappen
AAN UIT
UIT AAN
Voor de eStore laadeigenschappen moet een temperatuursensor worden aangesloten.

INSTRUCTIE
Bij gebruik zonder temperatuursensor is de eStore laadmodus constant bij 13,8 V met maximaal 35 A.
De eStore laadmodus heeft de volgende laadeigenschappen:
Uitgangsspanning
(laad-eindspanning): 13,8 V=
Uitgangsspanning
(laadstroom):
<-10 °C 0 A
< -10^ tot 0^ 5 A
>0^ 35 A
11 Laadomvormer onderhouden en reinigen

LET OP! Gevaar voor schade aan het toestel!
Reinig het toestel nooit onder stromend water of in afwaswater. Gebruik voor het reinigen geen bijtende reinigingsmiddelen of harde voorwerpen, aangezien het toestel hierdoor beschadigd zou kunnen raken.
▶ Reinig het toestel geregeld met een vochtige doek.
12 Verhelpen van storingen

WAARSCHUWING!
Open het toestel niet. Hierdoor bestaat gevaar voor een elektrische schok.

INSTRUCTIE
Bij specifieke vragen over de acculaadgegevens, de fabrikant raadplegen (adressen op de achterzijde van de instructiehandleiding).
Led gaat niet branden
▶ Controleer de elektrische verbindingen.
Raadpleeg de klantenservice, als u geen fout kunt vinden.
13 Garantie
De wettelijke garantieperiode is van toepassing. Als het product defect is, wendt u zich tot het filiaal van de fabrikant in uw land (adressen zie achterkant van de handleiding) of tot uw speciaalzaak.
Voor de afhandeling van de reparatie of garantie dient u de volgende documenten mee te sturen:
- een kopie van de factuur met datum van aankoop,
- reden van de klacht of een beschrijving van de storing.
14 Afvoer
▶ Laat het verpakkingsmateriaal indien mogelijk recyclen.

Als u het product definitief buiten bedrijf stelt, informeer dan bij het dichtstbijzijnde recyclingcentrum of uw speciaalzaak naar de betreffende afvoervoorschriften.
| DCC1224-10 DCC1224-20 | ||
| Artikelnr.: 9600003748 9600003749 | ||
| Transformatie: | 12 V → 24 V | |
| Nominale invoerspanning: 12 V= | ||
| Ingangsspanningbereik: 8 V – 16 V | ||
| Laadstroom: 10 A 20 A | ||
| Laadspanning: 26,4 V – 29,4 V | ||
| Vermogen: 250 W 500 W | ||
| Restgolf van uitgangsspanning bij nominale stroomwaarde: | < 50 mV rms | |
| Rendement: | tot 90 % | |
| Stationair stroomverbruik: | < 0,4 A | |
| Omgevingstemperatuur bedrijf: | -20 °C tot +50 °C | |
| Omgevingsvochtigheid: | ≤ 95 % Niet-condenserend | |
| Afmetingen (b x d x h): | 153 x 73 x 220 mm | 153 x 73 x 260 mm |
| Gewicht: | 1,55 kg | 1,85 kg |
| Keurmerk/certificaat: | CE E9 | |
| DCC2412-20 DCC2 | 412-40 | |
| Artikelnr.: 9600003750 960000 | 3751 | |
| Transformatie: | 24 V → 12 V | |
| Nominale invoerspanning: 24 V= | ||
| Ingangsspanningbereik: 16 V – 32 V | ||
| Laadstroom: 20 A 40 A | ||
| Laadspanning: 13,2 V – 14,7 V | ||
| Vermogen: 250 W 500 W | ||
| Restgolf van uitgangsspanning bij nominale stroomwaarde: | < 100 mVeff | |
| Rendement tot: 90 % | ||
| Stationair stroomverbruik: < 0,4 A | ||
| Omgevingstemperatuur bedrijf: | -20 °C tot +50 °C | |
| Omgevingsvochtigheid: | ≤ 95 % Niet-condenserend | |
| Afmetingen (b x d x h): | 153 x 73 x 220 mm | 153 x 73 x 260 mm |
| Gewicht: | 1,55 kg | 1,85 kg |
| Keurmerk/certificaat: | DCC2424-10 DCC1212-10 | |
| Artikelnr.: 9600003752 9600003753 | ||
| Transformatie: | 24 V → 24 V | 12 V → 12 V |
| Nominale invoerspanning: | 24 V--- | 12 V--- |
| Ingangsspanningbereik: | 16 V – 32 V | 8 V – 16 V |
| Laadstroom: 10 A | ||
| Laadspanning: | 26,4 V – 29,4 V | 13,2 V – 14,7 V |
| Vermogen: | 250 W | 120 W |
| Restgolf van uitgangsspanning bij nominale stroomwaarde: | < 100mVeff | < 50 mVeff |
| Rendement tot: | 90 % | |
| Stationair stroomverbruik: | < 0,4 A | |
| Omgevingstemperatuur bedrijf: | -20 °C tot +50 °C | |
| Omgevingsvochtigheid: | ≤ 95 % Niet-condenserend | |
| Afmetingen (b x d x h): | 153 x 73 x 220 mm | 153 x 73 x 180 mm |
| Gewicht: | 1,55 kg | 1,25 kg |
| Keurmerk/certificaat: | DCC1212-20 DCC1212-40 | |
| Artikelnr.: 9600003754 9600003755 | ||
| Transformatie: | 12 V → 12 V | |
| Nominale invoerspanning: 12 V= | ||
| Ingangsspanningbereik: 8 V – 16 V | ||
| Laadstroom: 20 A 40 A | ||
| Laadspanning: 13,2 V – 14,7 V | ||
| Vermogen: 250 W 500 W | ||
| Restgolf van uitgangsspanning bij nominale stroomwaarde: | < 50 mVeff | |
| Rendement tot: | 90 % | |
| Stationair stroomverbruik: < 0,4 A | ||
| Omgevingstemperatuur bedrijf: | -20 °C tot +50 °C | |
| Omgevingsvochtigheid: | ≤ 95 % Niet-condenserend | |
| Afmetingen (b x d x h): | 153 x 73 x 220 mm | 153 x 73 x 260 mm |
| Gewicht: | 1,55 kg | 1,85 kg |
| Keurmerk/certificaat: | ![]() | |
Veiligheidsinrichtingen
| 12 V | 24 V | |
| Ingang: | Hoge spanning, lage spanning, beveiliging tegen verwisselen van polariteit (interne zeker-ring) | |
| Laagspanning-uitschakeling: | 8 V | 16 V |
| Laagspanning-herstart: | 10 V | 20 V |
| Overspanningsbeveiliging: | 16 V | 32 V |
| Hoogspanning-herstart: | 15,5 V | 31 V |
| Temperatuur: | Uitschakeling | |
| Kortsluitingsbeveiliging: | ja, I_pk | |
Temperatuurcompensatie

INSTRUCTIE
De temperatuurcompensatie is alleen effectief, als een TS-1 temperatuursensor is aangesloten en de IUOU laadmodus is geselecteerd.

DCC2424-10 DCC1212-10
DCC1212-20 DCC1212-40