SC2200PE - Veegmachine SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SC2200PE SCHEPPACH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SC2200PE SCHEPPACH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SC2200PE - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SC2200PE van het merk SCHEPPACH.
GEBRUIKSAANWIJZING SC2200PE SCHEPPACH
Verklaring van de symbolen op het product
Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De veiligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen.
![]() | Let op! Het niet in acht nemen van de op de machine aangebrachte veiligheids- tekens en waarschuwingen alsook het niet in acht nemen van de veiligheids- en bedieningsaanwijzingen kan tot ernstig of zelfs dodelijk letsel leiden. |
![]() | Lees voorafgaand aan de ingebruikname de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften! |
![]() | Draag een veiligheidsbril! |
![]() | Draag gehoorbescherming! |
![]() | Draag stevige schoenen! |
![]() | De maximale helling is 20°. |
![]() | Het is verboden om beschermingsinrichtingen en veiligheidsvoorzieningen te verwijderen of te wijzigen. |
![]() | Roterende borstels! Houd het lichaam weg! Grijp niet in draaiende borstels. Gevaar voor letsel! |
![]() | LET OP! Bedrijfsmiddelen zijn brandgevaarlijk en explosief - gevaar voor brandwonden. Niet bij een hete of draaiende motor tanken. |
![]() | Gevaar voor vergiftiging! Gebruik het apparaat alleen buitenshuis en nooit in gesloten of slecht geventileerde ruimten. |
![]() | Haal altijd de bougiestekker eruit, voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren. |
![]() | Gevaar door vliegende objecten! Zorg ervoor dat andere personen voldoende veiligheidsafstand aanhouden. Houd onbevoegde personen uit de buurt van het apparaat. |
![]() | Let op hete oppervlakken - gevaar voor brandwonden. |
![]() | Gegarandeerd geluidsvermogensniveau. |
![]() | Motorolie |
![]() | Oliepeil controleren. |
![]() | Druk op de brandstofpomp "Primer". |
![]() | gashendel |
![]() | Snelheidscontrolehendel voor de borstels (borstelsnelheidshendel) |
![]() | Hoogteverstelling van de stuurstang |
![]() | Hoogteverstelling van de borstels |
![]() | Borstelaandrijving |
![]() | Rijaandrijving |
![]() | Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. |
| Let op! | In deze gebruiksaanwijzing hebben wij plaatsen, die van toepassing zijn op uw veiligheid, van dit teken voorzien. |
![]() | Het product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen. |
Inhoudsopgave:
Pagina:
- Inleiding....86
- Productbeschrijving (afb. 1 + 11)......86
- Meegeleverd 87
- Beoogd gebruik....87
- Algemene veiligheidsvoorschriften 87
- Technische gegevens....90
- Uitpakken 92
- Montage....92
- Voor de ingebruikname.... 93
- Werking van de veegmachine 94
- Onderhoud en reiniging....95
- Reparatie & bestellen van reserveonderdelen....97
- Transport....98
- Opslag....98
- Afvalverwerking en hergebruik....98
- Verhelpen van storingen.... 101
- Conformiteitsverklaring.... 143
1. Inleiding
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe product.
Aanwijzing:
De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit product of door dit product ontstaan bij:
- ondeskundige behandeling,
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- Reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- Inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen
- Niet-beoogd gebruik
- Uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE 0113
Let op:
Lees voor de montage en voor de ingebruikname de complete tekst van de gebruikshandleiding door.
De gebruikshandleiding is bedoeld om het gemakkelijker te maken, uw product te leren kennen en de beoogde toepassingsmogelijkheden te benutten.
De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het product verhoogt.
Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen.
Bewaar de gebruikshandleiding bij het product in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De gebruikshandleiding moet door elke bediener van de machine voor aanvang van de werkzaamheden worden gelezen en zorgvuldig worden nageleefd.
Aan het product mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het product geïnstrueerd en over de daarmee verbonden gevaren geïnformeerd zijn. De vereiste minimumleeftijd moet in acht worden genomen.
Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veiligheidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van producten van hetzelfde type.
Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.
2. Productbeschrijving (afb. 1 + 11)
- Koppelingshendel borstelaandrijving
- Gashendel
- Hendel voor borstelsnelheid
3a. Blokkeerknop - Bougiestekker
4a. Bougie - Slinger
5a. Stergreepmoer / borgmoer - Houder voor sneeuwruimer/opvangbak
- Beschermplaat links/rechts
7a. Bout
7b. Moer
- Borstelwalzen
8a. Borstelas
8b. Gevormde sluitring
8c. Volgring
8d. Moer
-
Steunwiel
-
Wiel
-
Lieaftapplug
-
Versnellingspook
12a. Bout
12b. Moer
-
Oliepeilstok
-
Startmotor met trekkabel
-
Draaistang
15a. Draadpen
15b. Veer
15c. Onderlegring
15d. Moer
- Stuurstang
16a. Moer
16b. Bevestigingsbout
-
Greep
-
Koppelingshendel rijaandrijving
-
Greep voor stuurstangverstelling
-
Tankdop
-
luchtfilterdeksel
21a. Luchtfilter - Primerpomp
- Contactsleutel / E-starter
- Laadbus
- Accu (niet afgebeeld)
- Oplader (niet afgebeeld)
3. Meegeleverd
Pos. Aantal Aanduiding
| 12 1x Versnellingspook |
| 8 2x Borstelwals |
| 8a 1x Borstelas |
| 8b 2x Gevormde sluitring |
| 8c 2x Grote volgring |
| 8d 2x moer |
| 7 2x Beschermplaat links/rechts |
| 23 2x contactsleutel |
| 1x oplader |
| 1x Gebruikshandleiding |
4. Beoogd gebruik
De benzine veegmachine, inclusief hulpstukken, is speciaal ontworpen voor het onderhoud en de reiniging van verharde terreinen, voetpaden, ingangen van binnenplaatsen en goed geventileerde opslagruimten. Gebruik de machine niet in gesloten ruimten.
De benzine veegmachine is geschikt voor het vegen of oprapen van los vuil. Wanneer het sneeuwschild is bevestigd, kan de benzine veegmachine worden gebruikt om sneeuw te ruimen.
Gebruik de benzine veegmachine niet in de regen.
De machine mag uitsluitend voor het voorgeschreven doel worden gebruikt. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften.
De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel.
Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding maken deel uit van het beoogd gebruik.
Personen die de machine bedienen of die onderhoud aan de machine verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren.
Bovendien moeten de van kracht zijnde voorschriften ter voorkoming van ongevallen strikt worden nageleefd.
Andere algemene arbo-, gezondheids- en veiligheids- voorschriften moeten in acht worden genomen.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan de machine worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade.
De machine mag uitsluitend met de originele onderdelen en originele accessoires van de fabrikant worden gebruikt.
Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.
5. Algemene veiligheidsvoorschriften
In deze gebruikshandleiding hebben wij punten, die uw veiligheid betreffen van dit teken voorzien: △
Bovendien bevat de gebruikshandleiding andere belangrijke tekstgedeeltes die zijn voorzien van het woord "LET OP!".
⚠ Let op!
Bij het gebruik van apparaten moeten enkele veiligheidsmaatregelen in acht genomen worden, om letsel en schade te voorkomen. Lees daarom absoluut deze gebruikshandleiding / veiligheidsvoorschriften door. Indien u het apparaat aan andere personen mocht overhandigen, overhandig dan tevens deze gebruiksaanwijzing/veiligheidsaanwijzingen. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.
⚠ GEVAAR
Bij het niet in acht nemen van deze aanwijzing bestaat het gevaar op zeer ernstig of dodelijk letsel.
⚠ WAARSCHUWING
Bij het niet in acht nemen van deze aanwijzing bestaat het gevaar op ernstig of dodelijk letsel.
⚠️ VOORZICHTIG
Bij het niet in acht nemen van deze aanwijzing bestaat er gevaar voor licht tot gemiddeld ernstige verwonding.
AANWIJZING!
Bij het niet in acht nemen van deze aanwijzing bestaat het gevaar op een beschadiging van de motor of van andere zaken of goederen.
• Leer uw machine kennen.
- Lees de gebruikshandleiding zorgvuldig door en zorg ervoor dat u de inhoud en alle etiketten die op de machine zijn aangebracht, begrijpt.
- Maak uzelf vertrouwd met het toepassingsgebied, de beperkingen van de machine en eventuele speciale bronnen van gevaar.
- Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met alle bedie-
ningselementen en hun functie.
- Zorg ervoor dat u weet hoe u de machine kunt stoppen en de bedieningselementen snel kunt uitschakelen.
- Probeer de machine niet te gebruiken zonder de exacte bedienings- en onderhoudsvereisten van de motor te kennen en hoe ongelukken met persoonlijk letsel en/of materiële schade kunnen worden voorkomen.
- Houd andere personen, met name kinderen uit de buurt van het werkbereik.
Werkomgeving
- Start of gebruik de machine nooit in gesloten ruimten. De uitlaatgassen zijn gevaarlijk omdat ze het reukloze en dodelijke gas koolmonoxide bevatten. Gebruik de machine uitsluitend in goed geventileerde buitenruimtes.
- Gebruik de machine nooit bij slecht zicht of slechte lichtomstandigheden.
Persoonlijke veiligheid
- Gebruik de machine niet als u drugs, alcohol of medicijnen hebt gebruikt die uw vermogen om de machine correct te bedienen, beïnvloeden.
- Draag passende kleding. Draag een lange broek, laarzen en handschoenen.
-
Draag geen losse kleding, korte broeken of sieraden van welke aard dan ook; draag lang haar in een knot of staart zodat het niet langer is dan schouderlengte. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Losse kleding, sieraden of lang haar kan vast komen te zitten in bewegende delen. Controleer uw machine voor het starten.
-
Laat de veiligheidsafdekkingen op hun plaats en werkend.
- Zorg ervoor dat alle moeren, bouten etc. goed vastzitten.
- Gebruik de machine nooit als deze moet worden gerepareerd of in slechte mechanische staat verkeert. Vervang beschadigde, ontbrekende of defecte onderdelen vóór gebruik.
- Controleer de machine op brandstoflekkage.
- Houd ze functioneel. Gebruik de machine niet als de motor niet met de bijbehorende schakelaar kan worden in- en uitgeschakeld.
- Een op benzine aangedreven machine die niet via de motorschakelaar kan worden bediend, is gevaarlijk en moet worden vervangen.
- Voordat u de machine start, dient u er een gewoonte van te maken om eerst te controleren of de schroevendraaier en de moersleutel niet in de buurt van de machine zijn. Een schroevendraaier of sleutel die nog op een draaiend machineonderdeel zit, kan persoonlijk letsel veroorzaken.
- Wees alert, let op uw handelingen en gebruik uw gezond verstand bij het werken met de machine. Overdrijf niet.
- Gebruik de machine niet als u op blote voeten loopt of als u sandalen of soortgelijke lichte schoenen draagt. Draag werkschoenen die uw voeten beschermen en uw stabiliteit op gladde oppervlakken verbeteren.
- Zorg te allen tijde voor een goede stabiliteit en evenwicht. Hierdoor kunt u de machine beter controleren in onverwachte situaties.
- Vermijd een onbedoelde start. Zorg ervoor dat de motorschakelaar is uitgeschakeld voordat u de machine vervoert of onderhoudswerkzaamheden aan de machine uitvoert. Transport- of onderhoudswerkzaamheden aan de machine kunnen leiden tot ongelukken als de schakelaar is ingeschakeld.
Veiligheid bij de omgang met benzine
- Benzine is zeer ontvlambaar en de gassen ervan kunnen exploderen als ze ontsteken.
- Neem veiligheidsmaatregelen bij de omgang met benzine om het risico op ernstige verwonding te verminderen.
- Gebruik een geschikte benzine jerrycan bij het vullen of aftappen van de tank.
- Voer deze werkzaamheden uit in schone, goed geventileerde buitenruimtes.
- Niet roken. Laat geen vonken, vuur of andere vuurhaarden in de buurt komen bij het tanken van benzi-ne of bij het gebruik van de machine.
- Vul de tank nooit binnenshuis. Houd geaarde, elektrisch geleidende objecten, zoals gereedschappen, uit de buurt van vrijstaande elektrische onderdelen en leidingen om vonken of vlambogen te voorkomen. Hierdoor kunnen benzinegassen gaan ontsteken.
- Zet de motor altijd stil en laat hem afkoelen voordat u de benzinetank vult. Verwijder de tankdop en vul de tank nooit als de motor draait of als de motor heet is.
- Gebruik de machine niet als u op de hoogte bent van lekken in het benzinesysteem. Maak de tankdop langzaam los om eventuele druk in de tank te ontlasten. Vul de tank nooit te vol (de benzine mag nooit boven het aangegeven maximale vulpeil komen). Sluit de benzinetank goed af met de tankdop en veeg gemorste brandstof op.
- Gebruik de machine nooit als de tankdop niet goed is vastgeschroefd. Vermijd ontstekingsbronnen in de buurt van gemorste benzine. Als er benzine wordt gemorst, moet u niet proberen de machine te starten.
Verwijder de machine uit het gedeelte waar gemorst is en voorkom vorming van ontstekingsbronnen totdat de benzinegassen zijn verdampt.
- Bewaar benzine in speciaal voor dit doel gemaakte jerrycans.
- Bewaar brandstof in een koele, goed geventileerde ruimte, uit de buurt van vonken en vlammen of andere ontstekingsbronnen. Bewaar benzine of de machine met een volle tank nooit in een gebouw waar benzinedampen in contact kunnen komen met vonken, open vuur of andere ontstekingsbronnen, zoals boilers, kachels, wasdrogers en dergelijke.
- Laat de motor afkoelen voordat u de machine in een gesloten ruimte opslaat.
Veiligheid accu
- Om vonkvorming door kortsluiting te vermijden, moet altijd eerst de minkabel (–) op de accu losgemaakt en als laatst weer aangesloten worden.
- Rook nooit bij werkzaamheden aan de accu. Houd vonken, open vuur en andere warmtebronnen altijd uit de buurt van de accu.
- Bij het gebruik van startkabels is speciale voorzichtigheid geboden. Neem desbetreffende aanwijzingen in acht, om schade aan het product te voorkomen (in het specifiek starter maximaal 10 seconden bedienen).
- Accu nooit openen en niet laten vallen.
- Accu altijd in een gesloten ruimte met goede ventilatie, droog en tegen weer beschermd opladen.
- Sluit de aansluitingen van de accu niet kort.
- Vervormde of defecte (lekkende) accu's mogen niet worden gebruikt en moeten vervangen evenals op milieuvriendelijke wijze verwijderd worden. Neen de landspecifieke voorschriften in acht.
- Bij defecte accu's kan er vloeistof uittreden. Contact vermijden! Spoel de vloeistof bij toevallig contact af met water. Als de vloeistof in de ogen terechtkomt, moet u direct een arts consulteren. Uittredende accuvloeistof kan leiden tot huidirritaties, verbrandingen en irritaties.
- Onderzoek regelmatig door visuele controle de aansluitkabels aan de accu op beschadigingen. Laat beschadigde kabels door een specialist vervangen.
- De zekeringen mogen nooit worden overbrugd. Plaats nooit een zekering met een andere dan de voorgeschreven belastbaarheid (Ampère).
Gebruik en onderhoud van de machine
- Til of draag de machine nooit als de motor draait.
- Gebruik geen geweld met de machine.
- Gebruik de juiste machine voor uw toepassing. De juiste machine zal het werk waarvoor hij is ontworpen beter en veiliger uitvoeren.
- Verander de instelling van de toerentalregelaar van de motor niet en laat de motor niet oververhitten. De toerenregelaar regelt het maximale toerental van de motor met maximale veiligheid.
- Houd handen of voeten uit de buurt van draaiende delen.
- Vermijd contact met hete benzine, olie, uitlaatgassen en hete oppervlakken. Raak de motor of de uitlaatdemper niet aan. Deze onderdelen worden bijzonder warm tijdens het gebruik. Ze zijn nog steeds warm, zelfs korte tijd nadat de machine is uitgeschakeld.
- Laat de motor afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden of instellingen gaat uitvoeren.
- Als de machine ongewone geluiden of trillingen gaat maken, schakelt u de motor direct uit, koppelt u de bougiekabel los en zoekt u naar de oorzaak. Ongebruikelijke geluiden of trillingen zijn meestal een teken van storing.
- Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde hulpstukken en accessoires. Bij het niet in acht nemen, kan dit leiden tot letsel.
- Voer onderhoud aan de machine uit. Controleer ze op onjuiste uitlijning of verstopping van bewegende delen, schade aan onderdelen en andere omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de werking van de machine. Laat de machine eerst repareren voordat u de machine verder gebruikt als u schade ontdekt. Veel ongevallen zijn het gevolg van slecht onderhouden apparatuur.
- Houd de motor en de uitlaatdemper vrij van gras, bladeren, overmatige smering of koolstofafzetting om het risico op brand te verminderen.
- Maak de machine nooit vochtig of nat met water of een andere vloeistof.
- Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van kleine onderdelen.
- Reinig de machine na elk gebruik.
- Neem de geldende richtlijnen voor afvalverwijdering voor benzine, olie etc. in acht om het milieu te beschermen.
- Houd de uitgeschakelde machine buiten het bereik van kinderen en sta niet toe dat personen, die niet vertrouwd zijn met de machine of deze handleiding hebben gelezen, de machine gebruiken. De machine is gevaarlijk in handen van ongetrainde gebruikers.
Service
- Schakel voor reinigings-, reparatie-, inspectie- of afstelwerkzaamheden de motor uit en zorg ervoor dat alle bewegende delen stilstaan.
- Zorg er altijd voor dat de gashendel in de „uit“-stand staat. Maak de bougiekabel los en houd deze uit de buurt van de bougie om te voorkomen dat deze per ongeluk start.
- Laat uw machine onderhouden door gekwalificeerd personeel. Gebruik alleen originele reserveonderdelen. Hiermee wordt gewaarborgd dat de machine veilig blijft.
Restrisico's
De machine is ontwikkeld volgens de huidige stand van de techniek en de erkende veiligheidsvoorschriften. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico's. Restrisico's kunnen worden geminimaliseerd als de veiligheidsvoorschriften en het gebruik conform de voorschriften alsook de gebruikshandleiding in acht worden genomen.
- Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanneer de machine in bedrijf is.
- Inspecteer zorgvuldig het gebied waar gewerkt moet worden en houd de werkomgeving schoon en vrij
van vuil om struikelgevaar te voorkomen. Werk op een vlakke, gladde ondergrond.
- Plaats tijdens montage, installatie, bediening, onderhoud, reparatie of transport nooit enig deel van uw lichaam in een positie waarin u gevaar loopt bij beweging.
- Verlaat nooit de bedieningspositie terwijl de motor draait.
- Houd het product tijdens het gebruik altijd met beide handen vast. Houd het stuur altijd goed vast.
- Wees met name voorzichtig wanneer u de achteruit-versnelling gebruikt of de machine naar u toe trekt.
- Wees met name voorzichtig wanneer u werkt op of over grindpaden, trottoirs of wegen. Kijk altijd uit voor verborgen gevaren en verkeer.
Waarschuwing! Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat het elektrische apparaat wordt gebruikt.
- Technische gegevens
| Aandrijving | 3 vooruit-/1 achteruit-versnelling |
| Snelheid vooruit 2,5 - 4,3 km/u | |
| Snelheid achteruit 2,5 km/u | |
| Totale machinebreedte 106 cm | |
| Veegbreedte 100 cm | |
| Diameter borstel 350 mm | |
| Borstelsnelheid | 5 niveaus / 180 - 350 min ^-1 |
| Borstelhoek -25°/+25° | |
| Gewicht 82 kg | |
| Aandrijving: | |
| Motortype 4-taktmotor | |
| Cilinderinhoud | 173 ccm ^3 |
| Bandenmaat aandrijfwielen | 13" x 5.00-6 |
| Bandenmaat steunwiel | 4" x 2.6-2.8 |
| Lasttoerental | 2800 min ^-1 . |
| Maximum toerental | 2900 min ^-1 . |
| Helling max. 20° | |
| Motorstarter | Startmotor met trekkabel / E-start |
| Vermogen 3,6 kW / 4,9 PS | |
| Brandstof | Normale benzine/loodvrij max. 10% bio-ethanol |
| Maximale tankinhoud brandstof | 1 l |
| Benodigde motorolie SAE 10W-30 / 10W-40 | |
| Tankinhoud olie maximaal | 0,6 l |
| Spanning accu 12 V | |
| Capaciteit accu 5Ah | |
| Type accu Loodzuur | |
Technische wijzigingen voorbehouden!
Geluid en trilling
De aangegeven geluidsemissiewaarden zijn overeenkomstig EN ISO 3744 voor het geluidsvermogen resp. EN ISO 11201 voor geluidsdruk bepaald.
Lawaai kan ernstige gezondheidsklachten tot gevolg hebben. Als het geluid van de machine hoger is dan 85 dB, dient u geschikte gehoorbescherming te dragen.
Geluidswaarden:
| Geluidsdrukniveau L_pA 74,4 dB | |
| Onzekerheid K_pA | 2,5 dB |
| Geluidsvermogensniveau L_WA | 98 dB |
Trillingseigenschappen:
| Trilling stuurhendel rechts A_nv | 7,127 m/s ^2 |
| Trilling stuurhendel links A_nv | 5,577 m/s ^2 |
| Meetonnauwkeurigheid K_PA | 1,5 m/s ^2 |
De aangegeven geluidswaarden zijn volgens een genormeerde testmethode gemeten en kunnen gebruikt worden om verschillende gereedschappen met elkaar te vergelijken.
Bovendien zijn deze waarden geschikt om belastingen voor de gebruiker, die door geluid ontstaan, te voren in te kunnen schatten.
⚠ WAARSCHUWING
De trillingsemissiewaarde kan van de opgegeven waarde afwijken. Dit is afhankelijk van de wijze waarop het product wordt toegepast.
Probeer de belasting door vibratie zo gering mogelijk te houden. Voorbeelden van maatregelen om de belasting door trillingen te verminderen zijn: het dragen van handschoenen tijdens het gebruik van het gereedschap en de duur van de werkzaamheden. Hierbij moeten alle aspecten van de bedrijfscyclus in aanmerking worden genomen (zoals de tijd dat het apparaat uitgeschakeld is en de tijd dat deze ingeschakeld is, maar onbelast draait).
Waarschuwing!
Bij langdurige werkzaamheden kunnen door de trillingen stoornissen in de doorbloeding in de handen van de gebruiker optreden (witte vinger syndroom).
Raynaud-syndroom (dove vingers) is een vaatziekte, waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkrampen. De desbetreffende lichaamsdelen worden dan niet meer voldoende van bloed voorzien waardoor ze een bleke kleur krijgen. Het frequente gebruik van trillende apparaten kan zenuwbeschadigingen veroorzaken bij personen met een verminderde doorbloeding (bijv. rokers, diabetici).
Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct de werkzaamheden en raadpleegt u een arts.
Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico's te beperken:
- Houd uw lichaam en met name uw handen bij koud weer warm.
- Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de handen om de doorbloeding te bevorderen.
- Zorg voor zo min mogelijke trillingen van de machine door regelmatig onderhoud en stevig bevestigde delen op de machine.
Beperk de geluidsproductie en trilling tot een min- nimum!
7. Uitpakken
- Open de verpakking en verwijder het product voorzichtig.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het product en de hulpstukken op transportschade. Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
- Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het product aan de hand van de gebruikshandleiding.
- Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserve-onderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserve-onderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
- Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het product aan.
⚠ WAARSCHUWING!
Het product en verpakkingsmateriaal zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
8. Montage
De veegmachine is niet volledig gemonteerd in de fabriek. Voor de montage zijn minstens 2 personen nodig!
De bouten en moeren zijn al iets voorgemonteerd en te vinden op de respectievelijke onderdelen.
8.1 Montage van de sneeuwruimer en de opvang-bak
De montage van de sneeuwruimer en de opvangbak wordt beschreven in afzonderlijke montagehandleidingen.
8.2 Montage van de versnellingspook (12) (afb. 4)
- Bevestig de versnellingspook (12) met de bijgevoegde zeskantige bouten (12a) (M6 x 22 mm) en de zelfborgende moeren (12b) (SW10).
8.3 Montage van de stuurstang (16) (afb. 5)
- Plaats de stuurstang (16) op de bevestigingsbouten (16b) van de machine.
- Draai nu de vier zelfborgende moeren M10 (16a) (SW15) vast.
8.4 Montage van de draaistang (15) (afb. 6)
- Plaats de onderlegring (15c), de veer (15b) en de tweede onderlegring (15c) op de draadstang (15a).
- Schuif de draaistang (15) door de opening.
- Druk de draaistang (15) op de draadstang (15a) en draai de zelfborgende moer M10 (15d) (SW15) vast.
8.5 Montage van de beschermplaten (7) (afb. 7)
- Monteer de beschermplaten (7) aan de linker- en rechterziide van de veegmachine.
- Zet de beschermplaten (7) vast met een kruiskop-schroevendraaier, de meegeleverde bouten (7a) (M8 x 12 mm) en de zelfborgende moeren (7b) (M8) (SW13).
8.6 Montage van de borstelwals (8) (afb. 3, 8)
- Verwijder aan één kant van de borstelas (8a) de voorgemonteerde moer (M10), veerring, volgring (8c) en gevormde sluitring (8b).
- Plaats vervolgens de borstelwals (8) op de borstelas (8a). Let er daarbij op dat de groef van de borstelwals (8) uitgelijnd is met de nokken van de aandrijfeenheid.
- Schuif de borstelas (8a) door de aandrijfeenheid.
- Plaats de tweede borstelwals (8) op de borstelas (8a). Let er daarbij op dat de groef van de borstelwals (8) uitgelijnd is met de nokken van de aan-drijfeenheid.
- Plaats de gevormde sluitring (8b), de volgring (8c) en de veerring op de borstelas (8a).
- Schroef de moer (M10) (SW16) erop en draai deze vast door de moer (M10) (SW17) aan de andere kant contra te draaien.
8.7 Aansluiten van de E-start (afb. 7a)
- Om de E-start te gebruiken, moet u de beide aan-sluitingen met elkaar verbinden.
9. Voor de ingebruikname
⚠ LET OP!
Het is belangrijk dat de machine volledig wordt ge- monteerd voordat deze in gebruik wordt genomen!
⚠ WAARSCHUWING!
Gevaar voor de gezondheid!
Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.
- Adem benzine-;smeeroliedampen en uitlaatgassen niet in.
- Gebruik het product alleen in de open lucht.
AANWIJZING!
Productbeschadiging
Als het product zonder of met te weinig motor- of transmissieolie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden.
- Vul voor de ingebruikname benzine en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissieolie geleverd.
AANWIJZING!
Milieuschade!
Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterveront-reiniging leiden.
- Olie alleen vullen/aftappen op effen, stevige ondergronden.
- Gebruik een vulpijp of trechter.
- Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
- Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
- Verwijder olie conform de lokale voorschriften.
AANWIJZING!
Risico op materiële schade!
Indien incorrect opgeslagen of niet afgetapte brand- stoffen worden gebruikt, kan de carburateur verstop- pen of de werking van de motor beïnvloeden.
- Voer brandstof wat u niet nodig heeft, in een lucht-dichte tank en bewaar deze in een donkere, koele ruimte.
9.1 Motorolie bijvullen (afb. 9)
⚠ Let op!
De machine wordt geleverd zonder motorolie. Voor ingebruikname daarom altijd olie bijvullen. Gebruik multipurpose olie (SAE 10W-30 of SAE 10W-40 (afhankelijk van de bedrijfstemperatuur)).
Controleer regelmatig voor elk gebruik het oliepeil. Een te laag oliepeil kan de motor beschadigen.
- Plaats de machine op een vlakke, rechte ondergrond.
- Schroef de oliepeilstok (13) los.
- Vul de tank met motorolie met behulp van een trechter (niet bij de levering inbegrepen). Let op de max. vulhoeveelheid van 600 ml. Vul de olie voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
- Veeg de oliepeilstok (13) met een schone, pluisvrije doek schoon.
- Voer de oliepeilstok (13) weer in en controleer het oliepeil zonder de peilstok weer vast te schroeven.
- Het oliepeil moet binnen de middelste markering op de oliepeilstok staan.
- Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen hoeveelheid olie toe (max. 600 ml).
- Schroef de oliepeilstok (13) vervolgens weer vast.
9.2 Benzine bijvullen (afb. 10)
⚠ Let op!
De machine wordt geleverd zonder benzine. Voor ingebruikname daarom altijd benzine bijvullen.
- Reinig de omgeving van het vulgedeelte. Verontreinigingen in de tank veroorzaken bedrijfsstoringen.
- Open voorzichtig de tankdop (20) zodat eventuele overdruk kan ontsnappen.
- Vul de tank met behulp van een trechter (niet mee-geleverd) met benzine (Super E10). Let op de max. vulcapaciteit van 1 liter. Vul voorzichtig de benzine bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
- Sluit de tankdop (20) opnieuw. Controleer of de tankdop goed is afgesloten.
- Reinig de tankdop (20) en de omgeving.
- Controleer de tank en de brandstofleidingen op lekkage.
- Neem minimaal drie meter van de plek waar u brandstof hebt bijgevuld voordat u de motor start.
Gebruik geen reeds gebruikte en verontreinigde benzi- ne. Laat geen vuil en water in de benzinetank komen.
9.3 Controle bandenspanning
Controleer regelmatig de bandenspanning. Lange standtijden en zonlicht bevorderen een snelle veroudering van de banden.
- Aanbevolen bandenspanning in de aangedreven wielen: 1,38 bar
- Aanbevolen bandenspanning in het steunwiel: 3,1 bar
Aanwijzing: Als u vaststelt dat de banden of wielen beschadigd zijn, moet u contact opnemen met de klan-tenservice resp. gespecialiseerde werkplaats.
Controle voor gebruik
- Controleer alle zijdes van de motor op olie of brandstoflekken.
- Controleer het motoroliepeil.
- Controleer het brandstofpeil – de tank moet minstens halfvol zijn.
- Controleer de conditie van het luchtfilter.
- Controleer de conditie van de brandstofleidingen.
- Let op tekenen van schade.
- Controleer of alle veiligheidsafdekkingen zijn aangebracht en of alle schroeven, moeren en pennen zijn aangedraaid.
10. Werking van de veegmachine
10.1 Instellen van de hoogte van de stuurstang (afb. 12)
- Stel de stuurstang (16) in op een comfortabele werkhoogte (3 niveaus).
- Gebruik hiervoor de greep (19) aan de onderkant van de stuurstang (16).
- Laat de greep (19) weer hoorbaar vastklikken.

CHOKE
Startpositie
Motor uit
10.2 Motor starten (afb. 1, 11)
Controleer voor elke start het benzine- en motoroliepeil (zie hoofdstuk 9.1 en 9.2). Controleer of de bougiestekker (4) op de bougie (4a) is aangesloten.
- Zet de gashendel (18) bij koude motor in de CHO-KE-stand. De choke is niet nodig als de motor warm is.
- Druk de primerpomp (22) 1 tot 4x in, afhankelijk van de temperatuur (zie sticker op het luchtfilter).
- Start de motor met starterkoord (14). Trek hiertoe de greep ca. 10-15 cm (tot een weerstand voelbaar is) er uit. En trek hier vervolgens krachtig met een ruk aan. Als de motor niet is gestart, nogmaals aan starterkoord (14) trekken.
- Op basis van een beschermplaat op de motor kan er een lichte rookvorming ontstaan, indien u de machine voor de eerste keer gebruikt. Dit is een normaal proces.
- Zet de gashendel (18) langzaam in de startstand als de motor begint te draaien.
- Nadat de motor is opgewarmd, stelt u de gashendel (18) in op de gewenste snelheid - maximum-snelheid haas en laagste snelheid schildpad).
10.3 Motor starten met E-start (afb. 11)
Controleer voor elke start het benzine- en motorolie- peil (zie hoofdstuk 9.1 en 9.2). Controleer of de bou- giestekker (4) op de bougie (4a) is aangesloten.
- Zet de gashendel (18) in de startpositie.
- Om de machine te starten, steekt u de contacts-leutel (23) in het contactslot onder de handgreep en drukt u deze in.
- Houd de contactsleutel (23) ingedrukt tot de motor start en laat hem dan los.
- Stel de gashendel (18) in op de gewenste snelheid - maximale snelheid haas en laagste snelheid schildpad).
Aanwijzing: Als het starten van de motor met E-start niet lukt, laadt u de accu (25) op met de meegeleverde oplader (26) (zie 11.6.).
10.4 Motor uitschakelen (afb. 1, 11)
- Om de motor te stoppen, zet u de gashendel (18) op „motor uit“ en laat u de beide koppelingshendels (18, 1) los. Wacht tot de borstels stilstaan.
- Verwijder de bougiestekker (4) uit de bougie (4a) om ongewenst starten van de motor te voorkomen.
- Verwijder de contactsleutel (23) en berg hem veilig op.
10.5 Hoogteverstelling van de borstel (afb. 12)
De borstels zijn optimaal afgesteld, wanneer zij ongeveer 1,5-2 cm van het grondcontact naar beneden worden bewogen.
Stel de borstels in op de gewenste hoogte met behulp van de slinger (5).
- Draai de stergreepmoer (5a) los.
- Draai de slinger (5) tegen de klok in om de borstel naar beneden te bewegen. Draai de slinger (5) met de klok mee om de borstel omhoog te bewegen.
- Draai de stergreepmoer (5a) vast om de slinger (5) te vergrendelen.
Let op! Een te lage instelling leidt tot overbelasting van de aandrijvingen en tot grote slijtage.
10.6 Verander de borstelhoek (afb. 1)
De borstels kunnen 25 graden naar rechts en naar links worden gedraaid.
- Til de draaistang (15) uit de vergrendeling.
- Duw de draaistang (15) naar voren, om de borstels naar links te draaien.
- Trek de draaistang (15) naar achteren, om de borstels naar rechts te draaien.
- Laat de draaistang (15) weer los, zodat deze vastklikt.
Let op: Als de opvangbak is gemonteerd, is het niet mogelijk de borstels te draaien.
10.7 Rijaandrijving (afb. 11)
- Stel een versnelling en de rijrichting in.
- Druk op de koppelingshendel van de rijaandrijving (18), de machine komt in beweging.
- Laat de koppelingshendel van de rijaandrijving (18) los, om de machine te stoppen.
Let op! Zolang de koppelingshendel van de rijaandrijving (18) geactiveerd is, mag niet van versnelling worden veranderd. Dit kan leiden tot ernstige schade aan de versnellingsbak!
10.8 Koppelingshendel voor borstelaandrijving (1) (afb. 1, 11)
- Druk de koppelingshendel van de borstelaandrijving (1) naar beneden om de borstels in te schakelen.
- Laat de koppelingshendel voor borstelaandrijving (1) los zodat de borstels stoppen.
10.9 Borstelsnelheid (afb. 1, 11)
- Bedien de blokkeerknop (3a) op de borstelsnelheidshendel (3) en duw hem naar voren om de snelheid van de borstels te verhogen.
- Bedien de blokkeerknop (3a) op de borstelsnelheidshendel (3) en trek hem terug, om de borstelsnelheid te verminderen.
Let op! Voer deze aanpassing alleen uit als de borstel draait!
11. Onderhoud en reiniging
⚠ WAARSCHUWING!
Gevaar voor verwondingen en brandwonden!
Het product kan onverwacht starten en kan daardoor verwondingen veroorzaken. Bovendien kunnen er temperaturen van 80 °C worden bereikt.
- Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor uit.
- Laat de motor afkoelen.
- Maak de bougiekabel los van de bougie en verwijder de contactsleutel.
AANWIJZING!
Risico op materiële schade!
Als water de behuizing binnendringt, kan motorschade het gevolg zijn. Bovendien kan de staal van een hoge- drukreiniger delen van het product beschadigen.
- Reinig het product met een doek, een handveger, etc.
- Dompel het product niet in water of andere vloeistoffen en spuit deze niet af met de hogedrukreiniger.
AANWIJZING!
Milieuschade!
Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.
- Olie alleen vullen/aftappen op effen, stevige ondergronden.
- Gebruik een vulpijp of trechter.
- Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
- Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
- Verwijder olie conform de lokale voorschriften.
| Onderhoudsschema | |
| Controle voor instand-houding | Interval |
| Losse schroeven Voor de ingebruikname | |
| Controle op beschadiging Voor de ingebruikname | |
| Brandstoftank op dichtheid controleren | Voor de ingebruikname |
| Controle bandenspanning Voor de ingebruikname | |
| Machine reinigen Na de ingebruikname | |
| Bougie reinigen Elke 50 bedrijfsuren | |
| Luchtfilter reinigen Elke 10 bedrijfsuren | |
| Oliepeil controleren Elke 25 bedrijfsuren | |
| Ververs de olie | 1x per jaar |
11.1 Controleer het oliepeil (afb. 9)
- Ga te werk, zoals beschreven onder punt 9.1.
11.1.1 Olieverversing (afb. 9, 14)
Vervang de motorolie na de eerste 20 bedrijfsuren, daarna steeds na 50 uur resp. elke maand.
Het verversen van de motorolie moet bij een bedrijfswarme en uitgeschakelde motor worden uitgevoerd. Gebruik alleen motorolie (SAE 30 of 10W-30).
- Plaats de machine op een vlakke, rechte ondergrond.
- Houd een geschikte opvangbak onder de olieaf- tapplug (11).
- Gebruik een steeksleutel SW 13 mm (niet meegeleverd) op de olieaftapplug (11) te openen en de motorolie af te tappen.
- Nadat u de motorolie volledig hebt afgetapt, schroeft u de olieaftapplug (11) weer terug.
- Draai nu de oliepeilstok (13) linksom uit.
- Vul verse motorolie bij en controleer het oliepeil (zie 9.1).
- Draai vervolgens de oliepeilstok (13) er met de klok mee weer in.
11.2 Onderhoud van het luchtfilter (afb. 1, 15) ⚠ GEVAAR!
Brand- en explosiegevaar!
Brandstof kan bij een incorrecte reiniging ontsteken en eventueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.
- Reinig het luchtfilter uitsluitend door het uit te kloppen of uit te blazen met perslucht.
- Reinig het luchtfilter nooit met benzine of brandbare oplosmiddelen.
AANWIJZING!
Risico op materiële schade!
Het bedrijf van de motor zonder ingezet filterelement kan tot motorschade leiden.
- Laat de motor nooit zonder ingezet luchtfilterelement draaien.
Een vervuild luchtfilterelement vermindert het motorvermogen als gevolg van onvoldoende luchttoevoer naar de carburateur. Regelmatige controle is dus essentieel.
Het luchtfilter moet elke 10 bedrijfsuren worden gecontroleerd en indien nodig worden gereinigd.
- Verwijder het luchtfilterdeksel (21).
- Controleer het luchtfilterdeksel (21) op gaten of scheuren. Vervang elk beschadigd element.
- Veeg vuil aan de binnenkant van het filterhuis weg met een schone, vochtige doek. Zorg ervoor dat er geen vuil in de opening komt. Plaats het luchtfilterdeksel (21) voor de duur van de filterreiniging weer terug op het filterhuis.
- Verwijder het filter (21a). Controleer het op beschadiging en vervang het indien nodig.
- Blaas het filter (21a) van binnen naar buiten uit met perslucht. Wrijf geen vuil van het filter (21a). Dit kan tot schade leiden.
- Plaats een schoon filter (21a) terug.
- Breng het luchtfilterdeksel (21) aan.
△ LET OP: Laat de motor nooit draaien zonder of met een beschadigd luchtfilterelement. Hierdoor kan er vuil in de motor terechtkomen, wat schade aan de motor kan veroorzaken. De garantie van de fabrikant vervalt hierdoor.
11.3 Onderhoud van de bougie (afb. 1, 16)
Controleer de bougie voor de eerste keer na 10 bedrijfsuren op verontreiniging en reinig deze eventueel met een koperdraadborstel. Daarna de bougie elke 50 bedrijfsuren indien nodig vervangen.
- Trek de bougiestekker (4) er met een draaibeweging af.
- Verwijder de bougie (4a) met een bougiesleutel (niet meegeleverd).
-
Reinig de bougie (4a), indien nodig, met een koperdraadborstel.
-
Stel onder gebruik van een voelermaat de afstand in op 0,75 mm (0,030").
-
Breng de bougie (4a) weer aan en let erop dat u deze niet te vast draait.
11.4 Brandstof aftappen met een afzuigpomp voor benzine
Bij opslag voor langere tijd moet de brandstof worden afgetapt.
⚠ WAARSCHUWING!
Gevaar voor de gezondheid!
Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.
- Adem brandstof-;smeeroliedampen en uitlaatgassen niet in.
-
Tap brandstof alleen af in de open lucht.
-
Houd een opvangreservoir onder de slang van de afzuigpomp voor benzine (niet bij de levering inbegrepen).
- Schroef de tankdop (20) los en haal hem van de opening af.
- Schuif de slang van de afzuigpomp van de benzine in de brandstoftank en tap de benzine met behulp van de afzuigpomp voor benzine volledig af.
- Schroef de tankdop (20) er weer op.
11.5 De V-snaar vervangen
De V-snaar mag alleen worden verwijderd en vervangen door onze klantenservice.
11.6 Accu (25) laden (afb. 11)
De accu (25) wordt tijdens het gebruik opgeladen. Toch kan regelmatig starten noodzakelijk zijn om de accu (25) met de meegeleverde oplader (26) op te laden:
- Steek de stekker in de laadbus (24) en de oplader (26) in een 230V stopcontact\~/50Hz.
- Laad de accu min. 5 uur op.
11.7 Accu verwijderen (25)
De accu mag alleen worden verwijderd en vervangen door onze klantenservice.
Zorg ervoor dat de accu's tegen onbevoegd gebruik (bijv. door kinderen) zijn beschermd.
Laad de accu (25) tijdens de winter 1-2 keer op, om te garanderen dat de volledige laadcapaciteit behouden blijft. Bij onjuiste opslag kan de accu beschadigen (25). In dat geval vervalt de garantie.
12. Reparatie & bestellen van reserveonderdelen
Na reparatie of onderhoud controleren of alle veiligheidstechnische delen zijn bevestigd en in optimale toestand zijn. Delen, waarbij er gevaar voor verwonding voor andere personen en kinderen bestaat, ontoegankelijk bewaren.
Let op: Conform de wetgeving voor productgaranties wordt er geen garantie geboden voor schade die ontstaan is door incorrecte reparaties of door het niet gebruiken van originele reserveonderdelen.
Draag hiertoe een klantenservice of een geautoriseerde specialist op. Overeenkomstig geldt dit ook voor accessoires.
Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titelpagina.
Belangrijke aanwijzing bij reparatie:
Als het apparaat voor reparatie geretourneerd wordt, moet het apparaat vanwege veiligheidsredenen vrij van olie en benzine geretourneerd worden aan het servicestation.
12.1 Bestelling van reserveonderdelen
Bij het bestellen van reserveonderdelen moeten de volgende gegevens worden vermeld:
- Modelaanduiding
- Artikelnummer
- Gegevens op het typeplaatje
Reserveonderdelen/accessoires
Borstel - Artikelnr.: 5908703036
Sneeuwruimer - Artikelnr: 5908703811
Opvangbak - Artikelnr: 5908703810
Accu - Artikelnr.: 5908703027
12.2 Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt.
Slijtageonderdelen*: Borstels, V-snaar, motorolie, bougie, luchtfilter, wielen, steunwiel, rubberen afdichtingslip opvangbak, schuurplaat sneeuwruimer
* niet persé in de levering opgenomen!
13. Transport
⚠ WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel!
Het ongewenst en onverwacht starten van het product kan leiden tot letsel.
- Schakel na het laden de motor uit en verwijder, nadat de motor is afgekoeld, de bougiestekker van de bougie.
- Haal de contactsleutel uit het contactslot.
- Het product kan door zijn eigen gewicht ernstige verwondingen door beknelling veroorzaken.
Laat de motor afkoelen voordat u deze vervoert of laadt om brandwonden en brandgevaar te voorkomen.
△ De machine kan vallen en schade of letsel veroorzaken als deze niet conform de voorschriften wordt geladen.
Maak de brandstoftank volledig leeg bij transport over lange afstanden.
Beveilig de machine op het transportvoertuig tegen rollen, wegglijden of omvallen en sjor de machine extra vast.
14. Opslag
⚠ GEVAAR!
Brand- en explosiegevaar!
Bij het opslaan van het product in de buurt van mogelijke ontstekingsbronnen, kan er een brand of explosie ontstaan. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.
- Verwijder mogelijke ontstekingsbronnen, zoals bijv. ovens, heetwaterboilers met gas, gasdrogers, etc.
AANWIJZING!
Risico op materiële schade!
Als het product niet correct wordt opgeslagen, kan dit tot motorschade leiden.
- Bewaar het product beschermd tegen vuil, stof en vocht.
14.1 Opslag bij langere bedrijfsonderbrekingen:
Als de machine langer dan 30 dagen niet wordt gebruikt, volg dan de onderstaande stappen om deze voor te bereiden op opslag.
- Maak de benzinetank volledig leeg (zie hoofdstuk 10.4). Opgeslagen benzine die ethanol of MTBE bevat zal binnen 30 dagen schraal worden. Schrale benzine heeft een hoog rubbergehalte en kan daardoor de carburateur verstoppen en de brandstoftoevoer beperken.
- Start de motor en laat deze draaien tot hij stopt. Dit zorgt ervoor dat er geen benzine in de carburateur achterblijft.
Dit voorkomt de vorming van afzettingen in de carburateur en mogelijk schade aan de motor. - Laat de olie uit de motor lopen, terwijl deze nog warm is. Vul met nieuwe olie. (Zie hoofdstuk 9.1.)
- Maak de bougiekabel los.
- Verwijder de contactsleutel (23) uit het contactslot en berg hem veilig op om ongeoorloofd of oneigenlijk gebruik door kinderen en andere personen te voorkomen.
- Gebruik schone doeken om de machine te reinigen.
- Bewaar de machine rechtop in een schoon en droog gebouw met goede ventilatie.
Bewaar het product en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen on-toegankelijke plaats. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30°C.
Bewaar het product in de originele verpakking.
Dek de machine af om het te beschermen tegen stof of vocht.
Bewaar de gebruikshandleiding bij de machine.
15. Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking


De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieu-vriendelijk afvoeren.
Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)

Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoudelijke afval, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Oude batterijen of accu's die niet vast in het afge-dankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden verwijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wet-geving inzake batterijen.
- Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren.
- De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
- Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:
- Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven)
- Verkooppunten van elektrische apparaten (stationair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden.
- Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend inzamelpunt in je omgeving worden gebracht.
- Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaarden van de fabrikanten en distributeurs verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffende klantenservice.
- Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikaat aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden geinstalleerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
Aanwijzingen voor de wetgeving op batterijen (het Duitse BattG)

batterijen en accu's behoren niet bij het huishoudelijke afval, maar moeten wor- den ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Voor het veilig verwijderen van batterijen of accu's uit het elektrische apparaat en voor informatie over het type resp. het chemische systeem dient u de overige gegevens in de bedienings- en montagehandleiding in acht te nemen.
- Eigenaars resp. gebruikers van batterijen en accu's zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren. Het inleveren beperkt zich tot teruggave van huishoudelijke hoeveelheden.
- Oude batterijen kunnen schadelijke stoffen of zware metalen bevatten die schadelijk kunnen zijn voor het milieu en de gezondheid. Het recyclen van oude batterijen en het gebruik van de hierin opgenomen ressources levert u een bijdrage om deze twee belangrijke goederen te beschermen.
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte batterijen en accu's niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
-
Als er onder het vuilnisbaksymbool ook de tekens Hg, Cd of Pb staan, betekent dit het volgende:
-
Hg: Batterij bevat meer dan 0,0005% kwikzilver
- Cd: Batterij bevat meer dan 0,002% cadmium
- Pb: Batterij bevat meer dan 0,004% lood
- Accu's en batterijen kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:
- Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven)
- Verkooppunten van batterijen en accu's
- Verzamelpunten van het gezamenlijke inzamelsysteem voor oude batterijen van een apparaat
- Verzamelpunten van de fabrikant (indien geen deelnemer van het gezamenlijke inzamelsysteem)
- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor accu's en batterijen die in de landen van de Europese Unie worden verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2006/66/EG vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van accu's en batterijen.
Accu voor het afvoeren van het apparaat demon- teren
- De geïntegreerde accu moet worden gedemonteerd en apart op milieuvriendelijke wijze worden afgevoerd voordat het apparaat wordt weggegooid.
- Plak open contacten af en verpak de accu dusdanig dat deze niet in de verpakking verschuift. Neem ook alle andere nationale voorschriften in acht.
Informatie over het afvoeren van versleten appara- tuur kunt u opvragen bij uw gemeente.
Brandstoffen en oliën
- Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorreservoir worden geleegd!
- Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.
16. Verhelpen van storingen
| Storing Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| De motor start niet Bougiestekker losgekoppeld. Sluit de bougiekabel goed aan op de bougie. | ||
| Motor loopt onregelmatig Bougiestekker los. Sluit de bougiekabel aan en maak hem vast. | ||
| Motor oververhit Motoroliepeil laag. Vul bij met olie. | ||
| De machine beweegt niet als de motor draait | De versnelling was niet goed gekozen. | Zet de versnellingspook in de juiste schakelstand. |
| De machine loopt niet recht | Verschillende bandenspanning | Controleer de bandenspanning. |
| Motor start niet met E-start | Accu ontladen. | Laad de accu min. 5 uur op. |
Zichtbare gebreken moeten binnen de 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, zo niet verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van materiaal- of productiefouten, kosteloos vervangen. De garantie vervalt echter bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De kosten voor de montage van nieuwe onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zijn uitgesloten.
























