HRN 536C VK - Grasmaaier Honda - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HRN 536C VK Honda in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over HRN 536C VK Honda
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HRN 536C VK - Honda en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HRN 536C VK van het merk Honda.
GEBRUIKSAANWIJZING HRN 536C VK Honda
Dank u voor de aanschaf van een Honda grasmaaier!
Dit handboek behandelt de werking en het onderhoud van de Honda HRN536CVKEA en HRN536CVYEA grasmaaiers.
Wij willen u helpen de beste resultaten uit uw nieuwe grasmaaier te halen en hem veilig te gebruiken. In dit handboek vindt u hoe u dat moet doen; lees het aandachtig door.
Dit handboek moet worden beschouwd als een permanent onderdeel van de grasmaaier en moet erbij blijven als hij wordt doorverkocht.
Als u een probleem hebt of vragen over de grasmaaier, neem dan contact op met uw leverancier.
Wij raden u aan het garantiebeleid te lezen om de dekking en uw verantwoordelijkheden als eigenaar volledig te begrijpen.
American Honda Motor Co., Inc. behoudt het recht om op elk moment wijzigingen aan te brengen zonder voorafgaande kennisgeving en zonder dat dit enige verplichting met zich meebrengt.
Geen onderdeel van deze publicatie mag zonder schriftelijke toestemming worden gereproduceerd.
VEILIGHEIDSMEDDELINGEN
Let vooral op vermeldingen die worden voorafgegaan door de volgende woorden:

GEVAAR
U WORDT GEDOOD of ERNSTIG VERWOND als u de instructies niet opvolgt.

WAARSCHUWING
U KUNT worden GEDOOD of ERNSTIG VERWOND als u de instructies niet opvolgt.

VOORZICHTIG
U KUNT worden VERWOND als u de instructies niet opvolgt.
Elke mededeling vertelt u wat het gevaar is, wat er kan gebeuren en wat u kunt doen om letsel te voorkomen of te beperken.
MEDEDELINGEN TER VOORKOMING VAN BESCHADIGINGEN
U zult ook andere belangrijke mededelingen zien die worden voorafgegaan door het volgende woord:
LET OP
Uw grasmaaier, andere eigendommen of het milieu kunnen schade oplopen als u de instructies niet opvolgt.
Het doel van deze mededelingen is om schade aan uw grasmaaier, andere eigendommen of het milieu te helpen voorkomen.
HONDA
GEBRUIKERSHANDBOEK
(Originele instructies)
HRN536CVKEA • HRN536CVYEA
DOOR VOETGANGER BESTUURDE GRASMAAIER

VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN.2
Locatie van het veiligheidsetiket 3
Productidentificatieplaatje . . . . 3
ONDERDEEL IDENTIFICATIE . 3
INSTELLEN 4
BEDIENINGSELEMENTEN .... 5
Brandstofafsluiter....5
Besturingssysteem van de
snijbladen....5
Smart Drive-bediening ..... 5
Gashendel 5
Hendels voor maaihoogte-
instelling....5
Hendel voor Clip Director.....6
CONTROLES VOORAFGAAND
AAN HET GEBRUIK....6
Snijbladen 6
Motoroliepeil 7
Brandstof....7
Grasvanger....8
Maaihoogte 8
Cliprichting....8
BEDIENING....9
Voorzorgsmaatregelen bij het
maaien....9
De motor starten ..... 9
De motor stoppen ..... 9
Veilige maaipraktijken ..... 10
Maaitips 10
ONDERHOUD 11
Veilig onderhoud ..... 11
Onderhoudsplan ..... 12
Onderhoud van de motor ... 12
Demontage en installatie
van de snijbladen ..... 14
Reiniging en vervanging van
grasvanger 14
Controle van de werking
van de bediening van de snijbladen 15
TRANSPORT....15
OPSLAG 15
STORINGEN OPLOSSEN....16
SPECIFICATIES ..... 17
Honda garantievoorwaarden,
......Laatste pagina's
© 2021 American Honda Motor Co., Inc. – Alle rechten voorbehouden
GEDRUKT IN V.S.
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN
⚠ WAARSCHUWING
Voor de verzekering van een veilige werking –

- Honda grasmaaiers zijn ontworpen om veilig en betrouwbaar te werken indien ze volgens de instructies worden bediend. Lees en begrijp het Gebruikershandboek voordat u de grasmaaier bedient. Doet u dit niet, dan kan dit leiden tot persoonlijk letsel of schade aan de apparatuur.
Knoeien en wijzigen
Probeer nooit met het emissiecontrolesysteem te knoeien of het te wijzigen. Tot handelingen die een vorm van manipulatie zijn, behoren:
- Verwijdering of wijziging van een willekeurig onderdeel van de inlaat-, brandstof-, of uitlaatsystemen.
-
Het wijzigen of uitschakelen van de regulateurkoppeling of het snelheidsinstelmechanisme om te bereiken dat de motor buiten zijn ontwerpparameters werkt.
-
Lees de instructies zorgvuldig en maak u vertrouwd met de bedieningselementen en het juiste gebruik van de apparat
- Gebruik de grasmaaler voor het doel waarvoor hij bedoeld is, namelijk gras maaien en opvangen. Elk ander gebruik kan gevaarlijk zijn of de apparatuur beschadigen.
- Laat de grasmaaier nooit gebruiken door kinderen of personen die niet bekend zijn met deze instructies. Plaatselijke voorschriften kunnen beperkingen opleggen aan de leeftijd van de bediener.
• Maai nooit wanneer: - Medewerkers, in het bijzonder kinderen, of huisdieren nabij zijn.
- De gebruiker medicijnen gebruikt of stoffen heeft geslikt waarvan bekend is dat ze het beoordelingsvermogen of de reacties beïnvloeden.
- Er kans is op slecht weer, zoals onweer of storm.
- Denk eraan dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor verwondingen of gevaren die zich voordoen bij andere personen of hun eigendom.
- Draag tijdens het maaien altijd stevig schoeisel en een lange broek. Bedien de apparatuur niet als u blootsvoets bent of sandalen draagt.
- Inspecteer grondig het gebied waar het apparaat zal worden gebruikt, en verwijder alle voorwerpen die door het apparaat kunnen worden weggeslingerd (stenen, takken, draden, speelgoed, botten, enz...).
- WAARSCHUWING – Benzine is zeer brandbaar:
- Bewaar brandstof in speciaal daarvoor bestemde containers.
- Vul brandstof alleen buiten bij, voordat u de motor start, en rook niet tijdens het bijvullen of het omgaan met brandstof.
- Verwijder nooit de dop van de brandstoftank en vul nooit benzine bij terwijl de motor loopt of wanneer de motor warm is.
- Als er benzine is gemorst, probeer de motor dan niet te starten, maar zet de machine uit de buurt van het gemorste gedeelte en zorg dat er geen ontstekingsbron ontstaat totdat de benzinedampen zijn verdwenen.
- Monteer de brandstofdoppen goed.
- Voordat u de grasmaaier kantelt om de snijbladen te onderhouden of olie af te tappen, moet u de brandstof uit de tank verwijderen.
• Vervang defecte geluiddempers.
- Controleer voor gebruik altijd visueel of de snijbladen, de bouten van de snijbladen en de behuizing van de snijbladen niet versleten of beschadigd zijn. Vervang versleten of beschadigde snijbladen en bouten van de snijbladen in sets om het evenwicht te bewaren.
- Laat de motor niet draaien in een afgesloten ruimte waar zich gevaarlijke koolmonoxidedampen kunnen verzamelen.
- Maai alleen bij daglicht of goed kunstlicht. Maai niet als het zicht wordt belemmerd.
- Als er kans is op slecht weer, zoals onweer of storm, stop dan met de werkzaamheden.
- Vermijd waar mogelijk het gebruik van de apparatuur in nat gras.
- Houd tijdens het maaien altijd de veiligheidsafstand tot de snijbladen aan, die wordt bepaald door de lengte van de handgreep.
- Lopen, nooit rennen. Laat u niet door de grasmaaier trekken.
- Wees altijd zeker van uw houvast op hellingen. Maai dwars op de hellingen, nooit omhoog en omlaag.
- Wees uiterst voorzichtig bij het veranderen van richting op hellingen.
- Maai geen hellingen van meer dan 20°.
- Wees uiterst voorzichtig wanneer u de grasmaaier naar u toe trekt.
- Stop de snijbladen als de grasmaaier gekanteld moet worden voor transport, bij het kruisen van andere oppervlakken dan gras, en bij het transport van de grasmaaier naar en van het te maaien gebied.
- Probeer niet met veiligheidssystemen te knoelen of deze uit te schakelen.
- Gebruik de grasmaaier nooit met defecte beschermkappen of afschermingen, of zonder veiligheidsvoorzieningen zoals uitwerpscherm en/of grasvanger.
- Verander de instelling van de motorregulateur niet en laat de motor niet op een te hoog toerental draaien.
- Schakel de bediening van de snijbladen en van de aandrijfkoppeling uit alvorens de machine te starten.
- Start de motor zorgvuldig in overeenstemming met de aanwijzingen en met voeten goed uit de buurt van de snijbladen.
- Kantel de grasmaaier niet wanneer u de motor start. Start de grasmaaier op een vlakke ondergrond, vrij van hoog gras of obstakels.
- Houd handen en voeten uit de buurt van roterende onderdelen. Start de motor niet wanneer u voor de uitwerpopening staat.
- Nooit een grasmaaier optillen of dragen terwijl de motor draait.
- Stop de motor en maak de bougiekap los:
- Vóór elke handeling onder de behuizing van de snijbladen of de uitwerpsleuf.
- Voordat u de grasmaaier controleert, schoonmaakt of eraan werkt.
- Na het raken van een vreemd voorwerp. Inspecteer de grasmaaier op schade en voer reparaties uit voordat u de grasmaaier opnieuw start en gebruikt.
- Als de grasmaaier abnormaal begint te trillen, controleer dan onmiddellijk de oorzaak van de trilling en voer de nodige reparaties uit.
- Stop de motor in de volgende gevallen:
- Wanneer u de grasmaaier verlaat.
- Voordat u de grasmaaier bijtankt.
- Stop de snijbladen in de volgende gevallen:
- Bij het installeren of verwijderen van de grasvanger.
- Voordat u de maaihoogte instelt.
- Verminder de gasstand (indien van toepassing) tijdens het uitschakelen van de motor, en draai de brandstofkraan dicht na het beëindigen van het maaien.
- Het gebruik van andere dan de in deze handleiding aanbevolen hulpstukken kan schade aan uw grasmaaier veroorzaken en dergelijke schade zal niet door uw garantie worden gedekt.
- Zorg ervoor dat alle bouten, moeren en schroeven vastzitten, zodat de apparatuur in veilige staat verkeert. Regelmatig onderhoud is van essentieel belang voor de veiligheid van de gebruiker en het behoud van een hoog prestatieniveau.
- Bewaar het apparaat nooit met benzine in de tank in een gebouw waar dampen een open vlam, vonk of bron met hoge temperaturen kan bereiken.
- Laat de motor afkoelen voordat u hem in een afgesloten ruimte opbergt.
- Houd de grasmaaier, met name de motor en de geluiddemper, de benzineopslagruimte en het accucompartiment (indien van toepassing) vrij van gras, bladeren of overmatig vet om het brandgevaar te verminderen. Laat geen container met gemaaid gras achter in of bij een gebouw.
- Als de brandstoftank moet worden afgetapt, moet dit buiten met een koude motor gebeuren.
- Controleer de grasvanger regelmatig op slijtage of veroudering.
- Gebruik het apparaat niet met versleten of beschadigde onderdelen. Het onderdeel moet worden vervangen, niet gerepareerd. Vervang versleten of beschadigde onderdelen door originele Honda-onderdelen. De snijbladen moeten altijd voorzien zijn van het merk Honda en het referentienummer. Onderdelen van niet-gelijkwaardige kwaliteit kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen.
- Draag dikke handschoenen bij het verwijderen of installeren van de snijbladen of bij het reinigen van de behuizing van de snijbladen. Gebruik bij het vast- of losdraaien van de bouten van de snijbladen een houten blok om te voorkomen dat de snijbladen gaan draaien.
- Zorg er altijd voor dat de snijbladen correct zijn uitgebalanceerd wanneer ze worden geslepen.
• Draag oogbescherming.
- Gebruik het apparaat nooit bij vermoeidheid of ziekte van de gebruiker, of na gebruik van medicijnen, drugs, alcohol of gevaarlijke stoffen die zijn vermogen met betrekking tot reflexen en concentratie zouden kunnen verstoren.
- Draag bij het gebruik van de machine altijd veiligheidsschoenen die stevig en antislip zijn en een lange broek. Gebruik de machine niet op blote voeten of met open schoenen. Vermijd het dragen van kettingen, armbanden of slobberige kleding met losse delen of met veters of stropdassen. Lang haar moet vastgebonden zijn. Draag altijd een anti-lawaal helm.
- Vergeet niet dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor eventuele ongevallen of onverwachte gebeurtenissen die zich kunnen voordoen bij andere personen of hun eigendommen. De gebruiker is verantwoordelijk voor het controleren van mogelijke risico's in verband met de te bewerken grond en voor het nemen van alle nodige voorzorgsmaatregelen om zijn eigen veiligheid en die van anderen te waarborgen, met name op hellingen, ruw, glad of onstabiel terrein, of in de buurt van gaten, greppels of oevers.
- VOORZICHTIG – De in dit informatieblad aangegeven geluids- en trillingsniveaus zijn de maximale waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruiken van ongebalanceerde snijbladen, een excessieve bewegingssnelheid en een gebrekkig onderhoud hebben een aanzienlijk effect op geluidsemissies en trilling. Het is daarom noodzakelijk om preventieve maatregelen te nemen om alle mogelijke schade als gevolg van hoge geluidsniveaus, en stress als gevolg van trillingen te elimineren; zorg ervoor dat de machine goed wordt onderhouden, draag een anti-geluidshelm. Neem pauzes tijdens het werk.
Verwijdering
Ter bescherming van het milieu mag u dit product, de accu, de motorolie, enz. niet achteloos weggooien door ze in het huishoudelijk afval te gooien. Neem de lokale wetten en reglementeringen in acht of raadpleeg uw erkende Honda dealer voor de verwijdering.
LOCATIE VAN HET VEILIGHEIDSETIKET
Dit label waarschuwt u voor mogelijke gevaren die ernstig letsel kunnen veroorzaken. Lees aandachtig de betekenis. Als het label loslaat of moeilijk leesbaar wordt, neem dan contact op met uw dealer voor een vervangend label.
| Letter | Betekenis |
| A | 1. Lees het gebruikershandboek voordat u het apparaat gebruikt.2. Risico van wegslingeren: Houd derde personen uit de buurt van het werkgebied tijdens gebruik.3. Risico op snijwonden. Roterende snijbladen: Steek handen of voeten niet in de behuizing van de snijbladen. Neem de bougiekap los voordat u onderhoud of reparaties uitvoert.4. Niet gebruiken zonder dat het uitwerpscherm of de grasvanger is gemonteerd. |
| B | 5. Lees het gebruikershandboek voordat u het apparaat gebruikt.6. De motor stoot giftige koolmonoxide uit. Niet laten lopen in een afgesloten ruimte.7. Benzine is zeer brandbaar. Stop de motor voordat u brandstof gaat bijvullen. |
PRODUCTIDENTIFICATIEPLAATJE
| Letter | Betekenis |
| C | 1. Gegarandeerd geluidsvermogensniveau conform Richtlijn 2000/14/EG2. Conformiteitsmerkteken, conform de EG-richtlijn3. Optioneel conformiteitsmerkteken4. Verenigd Koningkrijk Conformiteitskenmerk5. Nominaal vermogen in kilowatt6. Maximaal motortoerental7. Productiedatum8. Gewicht in kilogram9. Serienummer10.Model11.Naam en adres van de geautoriseerde vertegenwoordiger12.Naam en adres van de fabrikant |
| Naam en adres van de fabrikant en geautoriseerde vertegenwoordigers zijn vermeld in de "EG-verklaring van overeenstemming" en "Verklaring van overeenstemming van het VK" in deze gebruikershandboek. |
ONDERDEEL IDENTIFICATIE

text_image
VKEA Type [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] B (LABEL) C (LABEL) B (LABEL)
text_image
VYEA Type [11] [1] [2] [18] [3] [15] [14] [13] [10] [20] A (LABEL) C (LABEL) B (LABEL) HONDA HONDA [19] [9] [8] [7] [8] [6] [5] [4]| 1 | Besturingshendel snijbladen(Start en stopt de snijbladen) | 11 | Smart Drive-bediening |
| 2 | Duwboom 12 Instelknop duwboom (2) | ||
| 3 | Dop van brandstoftank 13 Brandstofafsluiter | ||
| 4 | Behuizing van de snijbladen 14 Motorserenummer | ||
| 5 | Uitlaatdemper 15 Luchtfilter | ||
| 6 | Clievuldop 16 Carburateur | ||
| 7 | Knop voor Clip Director 17 Bougiekap | ||
| 8 | Hendel voor maaihoogte-instelling (2) | 18 | Uitwerpscherm |
| 9 | Grasvanger | 19 | Gashendel (VYEA) |
| 10 | Terugslagstarter | 20 | Roto-stop knop (VYEA) |
INSTELLEN
UITPAKKEN
Verwijder al het karton rond de duwboom.
DUWBOOM INSTELLEN
Draai de regelknoppen van de duwboom in de ontgrendelde stand en breng de duwboom vervolgens voorzichtig omhoog in de maaistand ①. Bij het type VKEA moet de bedieningshendel van de snijbladen ② tegen de duwboom worden getrokken.

text_image
① DUWBOOM INSTELKNOPPEN ② ONTGRENDELD VERGRENDELDLijn de instelknoppen uit met een van de twee gaten op elke hendelstang. Door de instelknoppen in de onderste gaten te zetten, komt de duwboom in de hoogste stand te staan.
Draai de instelknoppen van de duwboom 90 graden in de vergrendelde stand en zorg ervoor dat beide zijden op dezelfde hoogte staan.
LET OP
Zorg ervoor dat de bedieningskabels niet beklemd, gekneld of geknikt raken bij het uitklappen van de duwboom. De kabels of het motorbesturingssysteem kunnen beschadigd zijn.
GRASVANGER ASSEMBLAGE
- Monteer het geassembleerde frame [1] in de stoffen grasvanger [2], en houd de hendel van de grasvanger [3] vrij.
- Bevestig de zeven plastic clips [4] om de stoffen vanger aan het frame vast te maken.

text_image
[2] HONDA [3] [4] (7) [1] HONDAKlap het uitwerpscherm [1] omhoog en plaats de grasvanger [2].

De grasmaaier wordt verzonden ZONDER OLIE in de motor.
Voeg voldoende SAE 10W-30 API-olie van onderhouds-categorie SN of later toe om het oliepeil tussen de markeringen bovengrens [2] en ondergrens [3] op de peilstok [1] te brengen, zoals afgebeeld.
Overvul de motor niet met olie. Als de motor te vol wordt gevuld, kan de overtollige olie op het luchtfilterhuis en het luchtfilter terechtkomen.

Alvorens de grasmaaier te gebruiken, moeten alle bedieners van de grasmaaier de volgende hoofdstukken lezen:
• VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN (pagina 2)
• BEDIENINGSELEMENTEN (pagina 5)
• CONTROLES VOORAFGAAND AAN HET GEBRUIK (pagina 6)
• BEDIENING (pagina 9)
• ONDERHOUDSSCHEMA (pagina 12)
BEDIENINGSELEMENTEN
BRANDSTOF- AFSLUITER
De brandstofafsluiter [1] opent en sluit de verbinding tussen de brandstoftank en de carburateur.
OPEN GESLOTEN

Om de motor te starten en te laten draaien, moet de hendel voor de bediening van de snijbladen [1] tegen de duwboom worden getrokken. De snijbladen beginnen te draaien wanneer de hendel tegen de duwboom wordt getrokken en de
handgreep van de terugslagstarter wordt aangetrokken.
Blijf de hendel van de snijbladen volledig tegen de duwboom drukken. Hierdoor blijven de motor en de snijbladen soepel draaien en wordt voortijdige slijtage van het besturingssysteem van de snijbladen voorkomen.
Laat de besturingshendel van de snijbladen los om de motor te stoppen en de rotatie van de snijbladen te stoppen wanneer u de maaier wilt verlaten.

Om de rotatie van de snijbladen te starten, moet de motor draaien en de gashendel [1] in de stand SNEL staan.
-
Druk de Roto-Stop® knop [2] in en houd hem vast.
-
Trek de besturings-hendel [3] van de snijbladen snel tegen de duwboom, zodat de motor de snijbladen op volle snelheid kan brengen. Laat dan de Roto-Stop knop los.
Houd de hendel van de
snijbladen volledig tegen het stuur zodat de snijbladen blijven draaien. De besturingshendel van de snijbladen moet altijd volledig aangetrokken of volledig losgelaten zijn. Trek de hendel niet gedeeltelijk aan.
Laat de besturingshendel van de snijbladen los om de rotatie van de snijbladen te stoppen. Laat de besturingshendel van de snijbladen altijd los voordat u de motor start, om te voorkomen dat de snijbladen gaan draaien.
SMART DRIVE-BEDIENING
Terwijl de motor loopt en de snijbladen draaien, duwt u langzaam op de Smart Drive-bediening om de maaier vooruit te rijden.

Houd de Smart Drive-bediening vast zoals afgebeeld om vermoeidheid van de duim te voorkomen.

De rijsnelheid neemt toe naarmate er meer druk wordt uitgeoefend op de Smart Drive-bediening. Nadat de maximale rijsnelheid is bereikt, zal het uitoefenen van extra druk de grondsnelheid niet verder verhogen. Oefen alleen genoeg druk uit om de gewenste snelheid te bereiken.
Laat de Smart Drive-bediening los om de aandrijving uit te schakelen bij het maaien rond bomen en andere obstakels. Duw de maaier rond obstakels voor een betere richtingscontrole.
De rijsnelheid varieert met het terrein, de grashoogte, de helling en het gewicht van de grasvanger. Met de Smart Drive-bediening kunt u de gewenste rijsnelheid aanhouden onder voortdurend veranderende maaiomstandigheden.
Laat de Smart Drive-bediening los om de achterwielen te ontkoppelen (stoppen).
Instellen van de Smart Drive-bediening
De Smart Drive-bediening kan in vijf standen omhoog of omlaag worden gezet voor meer comfort voor de bediener.
Probeer niet de positie van de Smart Drive-bediening aan te passen terwijl de maaier in beweging is.

Schuif de vergrendeling voor de meer-standen-verstelling [1] naar links om de vergrendeling op te heffen, zet de Smart Drive-bediening omhoog of omlaag in de meest comfortabele stand, laat de vergrendeling vervolgens los en laat hem vastklikken.
GASHENDEL
VYEA Type
Voor de beste maaikwaliteit moet u altijd maaien met de gashendel in de stand SNEL. Wanneer de snijbladen op de vooraf ingestelde hoge snelheid draaien, ontstaat een sterke waaierwerking die het gras efficiënter optilt en afsnijdt.

Probeer niet het vooraf ingestelde SNELLE motortoerental te verhogen; de snijbladen zouden kunnen breken en los komen.
HENDELS VOOR MAAIHOOGTE-INSTELLING
Er zijn twee hendels voor maaihoogte-instelling aanwezig aan de linkerkant van de grasmaaier. De hendel [1] op het linker voorwiel stelt de hoogte van beide voorwielen in, en de hendel [2] op het linker achterwiel stelt de hoogte voor beide achterwielen in. Beide hendels kunnen in een van zeven standen worden gezet. De werkelijke hoogte van het gemaaide gras varieert afhankelijk van de conditie van het gazon en de bodemgesteldheid.
Zorg ervoor dat de motor niet draait wanneer u de maaihoogte instelt.
Zet de voorste en achterste instelhendel in dezelfde stand, naar voren voor hoog gras en naar achteren voor kort gras.
Om de maaihoogte in te stellen, beweegt u eerst de achterste maaihoogte-instelhendel. Pak de duwboom vast en til de maaier iets op, trek vervolgens de instelhendel naar het wiel toe en breng het op de gewenste hoogte. Stel de voorste hendel voor maaihoogte-instelling in op de achterste hoogte-instelling.
Als u niet zeker weet welke maaihoogte u moet kiezen, begin dan met een hoge instelling en controleer het uiterlijk van het gazon na het maaien van een klein gebied. Stel vervolgens de maaihoogte bij indien nodig.

text_image
27 mm 39 mm 51 mm 64 mm 76 mm 88 mm 100 mm [1] [2]HENDEL VOOR CLIP DIRECTOR
De Clip Director kan in de stand OPVANGEN of GRONDBEDEKKING worden gezet om het gewenste maairesultaat te verkrijgen.
Stel de hendel van de Clip Director in op opvangen (schot volledig open) of grondbedekking (schot volledig gesloten) (pagina 8).
Om de Clip Director af te stellen, maakt u de vergrendeling los door deze weg van de maaier te trekken naar het uiteinde van de hendel, en zet u de hendel vervolgens in de gewenste stand. Laat de vergrendeling los en laat hem in de groef vastklikken.
Enige ophoping van gras in de uitwerpopening is normaal wanneer de Clip Director in de stand GRONDBEDEKKING staat. Om dit gras te verwijderen, sluit u het uitwerpscherm, zet u de Clip Director in de OPVANG-stand, schakelt u de besturingshendel van de snijbladen in en start u de motor.
Als de Clip Director moeilijk te bewegen is of de hendel niet volledig vergrendelt:
- Met de motor UIT, tilt u het uitwerpscherm op en verwijdert u het maaisel rond het schot.
- Spuit met een tuinslang en een sproeikop rond en onder de hendel en het deksel van de Clip Director om het gemaaide gras te verwijderen.
CONTROLES VOORAFGAAND AAN HET GEBRUIK
CONTROLEER UW GAZON
Inspecteer voor uw veiligheid en die van anderen altijd het gebied voordat u gaat maaien.
Voorwerpen
Alles wat met de snijbladen kan worden opgepakt en weggeslingerd, vormt een potentieel gevaar voor u en anderen. Kijk uit naar dingen als stenen, stokken, botten, speelgoed en draad. Verwijder ze uit het maalgebied.
Mensen en huisdieren
Mensen en dieren in de buurt van het maaigebied kunnen zich op uw pad begeven of in een positie komen waarin ze kunnen worden geraakt door weggeslingerde voorwerpen. Zorg ervoor dat er geen mensen, vooral kinderen, en huisdieren in het maaigebied zijn. Hun veiligheid is uw verantwoordelijkheid.
Gazon
Controleer de lengte en de toestand van het gras, zodat u weet welke maaihoogte en maaisnelheid u moet gebruiken.
Vermijd het maaien van nat gras. Niet alleen zal nat gras uw behuizing van de snijbladen verstoppen en zich in kluiten op het gazon verzamelen, het geeft ook een slecht houvast, waardoor u het risico loopt uit te glijden.
CONTROLEER UW GRASMAAIER
Snijbladen
- Zet de brandstofklep in de stand DICHT (pagina 5) en trek de bougiekap los van de bougie (pagina 13).
-
Kantel de maaier naar rechts zodat de tankdop omhoog staat. Dit helpt brandstoflekkage, het binnensijpelen van motorolie in het luchtfilter en moeilijk starten te voorkomen.
-
Controleer de snijbladen [1] en de bouten van de snijbladen [2] op beschadigingen, scheuren en overmatige slijtage, roest of corrosie.

Een versleten, gebarsten of beschadigd snijblad kan breken, en stukken van het beschadigde snijblad kunnen gevaarlijke projectielen worden.
Weggeslingerde voorwerpen kunnen ernstig letsel veroorzaken.
Controleer de snijbladen regelmatig en gebruik de maaier niet met een versleten of beschadigd snijblad.
Een bot snijblad kan worden geslepen, maar een snijblad dat versleten, verbogen, gebarsten of anderszins beschadigd is, moet worden vervangen. Een versleten of beschadigd snijblad kan breken, waardoor stukken van het snijblad uit de maaier worden geslingerd.
Wanneer een snijblad moet worden geslepen of vervangen, breng de grasmaaier dan naar een erkende Honda dealer. Of, als u een momentsleutel hebt, kunt u het snijblad zelf verwijderen en installeren.
Zorg ervoor dat de bouten van de snijbladen goed vast zitten (pagina 14).
Motoroliepeil
Controleer het motoroliepeil terwijl de motor stilstaat en de maaier op een vlakke ondergrond staat.
Gebruik 4-takt motorolie die voldoet aan of beter is dan de eisen voor API service categorie SN of later. Controleer altijd het API SERVICE-label op de olietank om er zeker van te zijn dat het de letters SN of later bevat.
SAE 10W-30 wordt aanbevolen voor algemeen gebruik. Andere in de tabel aangegeven viscositeiten kunnen worden gebruikt wanneer de gemiddelde temperatuur in uw gebied binnen het aangegeven bereik ligt.

text_image
30 5W-30-10W-30 40 60 100°F800 2 -20 20 30 40°C-10 0 10OMGEVINGSTEMPERATUUR
We adviseren het gebruik van originele Honda-olie om de pres-
taties van het emissiecontrolesysteem op peil te houden.
LET OP
- Het laten draaien van de motor met een laag oliepeil kan motorschade veroorzaken.
- Het gebruik van olie zonder detergent kan de levensduur van de motor verkorten, en het gebruik van tweetaktolie kan de motor beschadigen.
- Verwijder de olievuldop/ peilstok [1], en veeg de peilstok schoon.
- Steek de peilstok in de vulopening. Schroef hem niet vast. Verwijder de peilstok en controleer het oliepeil.
- Als het oliepeil in de buurt van de laagpeil-markering [3] is, voeg dan de aanbevolen olie toe om het peil tot de hoogpeil-markering [2] te brengen. Niet overvullen.
- Plaats de vuldop/peilstok [1] en draai deze stevig vast.
Brandstof
Deze motor is gecertificeerd om te werken op loodvrije benzine met een researchoctaangetal van 91 of hoger.

Wij raden aan na elk gebruik bij te tanken om lucht in de brandstoftank tot een minimum te beperken.
Tank in een goed geventileerde ruimte voordat u de motor start. Als de motor gedraaid heeft, laat hem dan afkoelen. Tank de maaier nooit bij in een gebouw waar benzinedampen vlammen of vonken kunnen bereiken.
U mag gewone loodvrije benzine gebruiken met niet meer dan 10% ethanol (E10) of 5% methanol per volume. Bovendien moet de methanol cosolvents en corrosieremmers bevatten. Het gebruik van brandstoffen met een hoger ethanol- of methanolgehalte dan hierboven aangegeven, kan start- en/of prestatieproblemen veroorzaken. Het kan ook metalen, rubberen en plastic onderdelen van het brandstofsysteem beschadigen. Bovendien is ethanol hygroscopisch, wat betekent dat het water aantrekt en vasthoudt in het brandstofsysteem. Motorschade of prestatieproblemen die het gevolg zijn van het gebruik van een brandstof met percentages ethanol of methanol die hoger zijn dan hierboven aangegeven, worden niet door de garantie gedekt. Gebruik van de hierboven aangegeven brandstof is noodzakelijk om de prestaties van het emissiecontrolesysteem op peil te houden.
Indien uw toestel niet frequent of met tussenpozen wordt gebruikt (meer dan 4 weken voor het volgende gebruik), raadpleeg dan het onderdeel Brandstof van het hoofdstuk OPSLAG (pagina 15) voor bijkomende informatie over de veroudering van de brandstofkwaliteit.

WAARSCHUWING
Benzine is zeer brandbaar en explosief.
U kunt brandwonden of ernstig letsel oplopen wanneer u met brandstof omgaat.
- Stop de motor en laat hem afkoelen.
- Houd hitte, vonken en vlammen uit de buurt.
• Hanteer brandstof alleen buiten.
• Dweil gemorste vloeistoffen onmiddellijk op.
Gebruik nooit verouderde of vervuilde benzine of een olie/benzinemengsel. Voorkom dat er vuil of water in de brandstoftank komt.
LET OP
Brandstof kan verf en kunststof beschadigen. Zorg ervoor dat u geen brandstof morst wanneer u uw brandstoftank vult. Schade veroorzaakt door gemorste brandstof wordt niet door de garantie gedekt.
Verwijder de tankdop en controleer het brandstofpeil. Vul de tank bij tot aan de bovenste limiet [1] als het brandstofpeil laag is. Vul zorgvuldig bij om morsen van brandstof te voorkomen. Vul niet te veel bij; er mag geen brandstof in de hals van de vulpijp blijven zitten.

text_image
GCV 320 HONDA 53 mm [1]Draai na het tanken de dop van de brandstoftank goed vast.
Verplaats de maaier ten minste 3 meter van de brandstofbron en locatie voordat u de motor start.
Container voor opslag van brandstof
Bewaar uw benzine in een schone, plastic, afgesloten container die is goedgekeurd voor opslag van brandstof. Sluit de ontluchtingsopening (indien aanwezig) wanneer u het apparaat niet gebruikt, en bewaar de container uit de buurt van direct zonlicht. Als het langer dan 3 maanden duurt voordat u de brandstof in de container gebruikt, raden wij u aan een brandstofstabilisator aan de brandstof toe te voegen wanneer u de container vult.
Inspectie van het luchtfilter
Verwijder het deksel [1]. Verzeker u ervan dat het filter [2] schoon is en in goede staat. Een vuil luchtfilter beperkt de luchtstroom naar de carburateur, waardoor de motor minder goed presteert. Raadpleeg pagina 13 voor onderhoud van het luchtfilter.

text_image
[1] [2]Achterscherm
Bij normaal gebruik is het achterscherm onderhevig aan veroudering en slijtage. Verwijder de grasvanger en klap het uitwerpscherm [1] omhoog om het achterscherm [2] op scheuren of barsten te controleren. Indien het achterscherm overmatig versleten is, laat het dan door uw erkende Honda-dealer vervangen.

text_image
[1] [2]Hoogte-instelling van de duwboom
Stel de duwboom in op een comfortabele bedieningspositie (pagina 4).
Grasvanger
Een grasmaaier werkt als een stofzuiger; hij blaast lucht door de opvangbak, die het gemaaide gras opvangt. Leeg de grasopvangbak altijd voordat hij helemaal vol is. De prestaties van grasopvangbakken zullen afnemen zodra de bak voor ongeveer 90% gevuld is. De opvangbak is ook gemakkelijker te legen als hij niet vol zit.
Inspectie
Bij normaal gebruik is het materiaal van de grasvanger onderhevig aan slijtage en veroudering.
LET OP
Inspecteer de grasvanger regelmatig op scheuren, gaten en overmatige slijtage. Controleer op noodzakelijke vervanging. Verzeker u ervan dat de nieuwe opvangbak voldoet aan de originele specificaties.
Als de grasvanger aan vervanging toe is, kunt u zelf een grasvanger verwijderen en installeren (pagina 14).
Installatie
-
Klap het uitwerpscherm [1] omhoog en haak de grasvanger [3] met de grasvangerhendel [2] vast aan de behuizing van de snijbladen, zoals afgebeeld.
-
Maak het uitwerps- cherm los om de grasvanger vast te zetten.
Verwijdering
-
Klap het uitwerpscherm omhoog, pak de grasvangerhendel beet en verwijder de grasvanger.
-
Maak het uitwerps- cherm los.

- Wanneer de grasvanger los is van het uitwerpscherm, kunt u hem optillen door de opening in de duwboom, of u kunt hem naar de achterkant van de grasmaaier onder de duwboom verwijderen.
Maaihoogte
Controleer de maaihoogte-instellingen van de behuizing van de snijbladen en zorg ervoor dat beide afstelhendels [1] op dezelfde maaihoogtestand staan.

De Clip Director kan in de stand OPVANGEN of GRONDBE-DEKKING worden gezet om het gewenste maairesultaat te verkrijgen.

text_image
Trek om vergrendeling op te heffen.Stel de hendel van de Clip Director in op opvangen (schot volledig open) of grondbedekking (schot volledig gesloten).
Om de Clip Director af te stellen, maakt u de vergrendeling los door deze weg van de maaier te trekken naar het uiteinde van de hendel, en zet u de hendel vervolgens in de gewenste stand. Laat de vergrendeling los en laat hem in de groef vastklikken.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSMAATREGEL
Zet de motor altijd uit en maak de bougiekap los voordat u het uitwerpscherm optilt om door de schuifdeur te kijken of er rondom schoon te maken. Hierdoor wordt contact met de draaiende snijbladen voorkomen en wordt voorkomen dat voorwerpen door de uitwerpsleuf naar buiten worden geslingerd.
Enige ophoping van gras in de uitwerpopening is normaal wanneer de Clip Director volledig gesloten is. Om dit gras te verwijderen, sluit u het uitwerpscherm, opent u de Clip Director volledig en start u de motor.
Als u een grote weerstand bemerkt wanneer u de hendel van de Clip Director van links naar rechts beweegt, kan zich boven op de schuifdeur te veel gras hebben opgehoopt.
Grondbedekking
Maak de vergrendeling ① los en zet de hendel van de Clip Director in de stand GRONDBEDEKKING ②.

text_image
HENDEL VOOR CLIP DIRECTOR EN DEKSELASSEMBLAGE SCHOT (volledig gesloten)Opvangen of achteruitworp
Maak de vergrendeling ① los en zet de hendel van de Clip Director in de stand OPVANGEN ②.

Om het maaisel naar achteren af te voeren, verwijdert u de grasvanger en laat u de hendel van de Clip Director in de stand OPVANGEN staan.

Zorg ervoor dat u beschermende kleding draagt. Een lange broek en oogbescherming kunnen uw risico op verwondingen door weggeslingerde voorwerpen verlagen. Draag schoeisel dat uw voeten beschermt en dat u niet laat uitglijden als u op hellingen of oneffen terrein maait.
BEDIENING
VOORZORGSMAATREGELEN BIJ HET MAAIEN
Voordat u de maaier voor de eerste keer gebruikt, moet u het volgende doornemen: VEILIGHEIDS AANWIJZINGEN (pagina 2) en CONTROLES VOORAFGAAND AAN HET GEBRUIK (pagina 6).
Zelfs als u andere maaiers hebt bediend, neem dan de tijd om vertrouwd te raken met de werking van deze maaier en oefen op een veilige plaats tot u uw vaardigheden hebt opgebouwd.
Voor uw veiligheid dient u te vermijden de motor te starten of te bedienen in een afgesloten ruimte zoals een garage. De uitlaatgassen van uw maaier bevatten giftig koolmonoxidegas dat zich in een afgesloten ruimte snel kan verzamelen en ziekte of de dood kan veroorzaken.
FREQUENTIE VAN GEBRUIK
Indien uw toestel niet frequent of met tussenpozen wordt gebruikt (meer dan 4 weken voor het volgende gebruik), raadpleeg dan het onderdeel Brandstof van het hoofdstuk OPSLAG (pagina 15) voor bijkomende informatie over de veroudering van de brandstofkwaliteit.
BEDRIJF OP GROTE HOOGTE
Op grote hoogte zal het standaard carburateur lucht-brandstof mengsel te rijk zijn. De prestaties zullen afnemen en het brandstofverbruik zal toenemen. Een zeer rijk mengsel zal ook de bougie vervuilen en het starten bemoeilijken.
Prestaties op grote hoogte kunnen worden verbeterd door specifieke aanpassingen aan de carburateur. Als u uw maaier altijd gebruikt op hoogtes boven 610 meter, laat dan een Honda dealer deze aanpassing van de carburateur uitvoeren.
Zelfs met aanpassing van de carburateur zal het motorvermogen met ongeveer 3,5% afnemen voor elke 300 meter hoogtetoename. Het effect van de hoogte op het vermogen zal nog groter zijn als de carburateur niet wordt aangepast.
Wanneer de carburateur is aangepast voor gebruik op grote hoogte, zal het lucht-brandstofmengsel te arm zijn voor gebruik op lage hoogte. Gebruik op hoogtes onder 610 meter met een aangepaste carburateur kan de motor oververhitten en ernstige motorschade veroorzaken. Laat uw erkende Honda dealer de carburator terugbrengen naar de originele fabrieksspecificaties om de maaier op lage hoogtes te kunnen gebruiken.
DE MOTOR STARTEN
- Zet de brandstofklep in de stand OPEN (pagina 5).
2. VKEA Type:
Trek de besturingshendel van de snijbladen [1] naar achteren en houd hem tegen de duwboom.
De hendel moet tegen de duwboom staan om de motor te starten. De snijbladen beginnen te draaien wanneer de hendel tegen de duwboom is geplaatst terugslagstarter wordt getrokker

text_image
[1]VYEA Type:
Zet de gashendel in de SNEL-stand.
- Trek lichtjes aan de handgreep van de starter tot u weerstand voelt en trek dan krachtig. Laat de handgreep van de starter rustig terugkomen.
VKEA Type: Blijf de besturingshendel van de snijbladen tegen de duwboom houden; de motor stopt wanne snijbladen wordt losgelaten.

Voor een gemakkelijke herstart en maximale prestaties van het Auto Choke-systeem, moet u beginnen met maaien zodra de motor start en de motor ten minste drie minuten laten draaien voordat u de motor stopt.
DE MOTOR STOPPEN
-
VKEA Type: Laat de besturingshendel van de snijbladen los om de motor en de rotatie van de snijbladen te stoppen. VYEA Type: Laat de besturingshendel van de snijbladen los om de rotatie van de snijbladen te stoppen, en zet dan de gashendel in de STOP-stand.
-
Als de maaier niet in gebruik is, zet dan de brandstofklep [1] in de DICHT-stand.
-
Als uw apparaat 3 tot 4 weken niet gebruikt zal worden, raden wij u aan de motor zonder brandstof te laten draaien totdat er geen benzine meer in de carburateur zit. U kunt dit doen door de brandstofklep DICHT te zetten, de motor opnieuw te starten en de brandstof op te laten raken.
Zie 'OPSLAG' op pagina 15 voor perioden van inactiviteit die langer duren dan 4 weken.

Houd voor uw veiligheid alle vier de wielen op de grond en let op dat u niet uitglijdt en de controle over de maaier niet verliest. Houd de duwboom stevig vast en loop, maar ren niet met de maaier. Wees zeer voorzichtig bij het maaien van oneffen of ruw terrein.
Als de maaier vastzit, mag u hem niet met uw voet schoppen of duwen. Gebruik de duwboom om de maaier te besturen.
GEVAAR
De snijbladen zijn scherp en draaien met een hoge snelheid.
Als u in contact komt met een draaiend snijblad, snijdt het u ernstig en kan het vingers en tenen amputeren.
• Draag beschermend schoeisel.
- Houd uw handen en voeten uit de buurt van de behuizing van de snijbladen wanneer de motor draait.
- Stop de motor voordat u een afstelling, inspectie of onderhoud uitvoert.
Hellingen
Maai dwars op de hellingen, niet naar boven en beneden. Vermijd steile hellingen (meer dan 20°), en wees voorzichtig bij het veranderen van richting. Als u op een helling maait terwijl het gras vochtig of nat is, kunt u uitglijden, vallen en de controle over de maaier verliezen.
Obstakels
Gebruik de zijkant van de maaier om dicht bij grote obstakels te maaien, zoals hekken of muren.
Laat de Smart Drive-bediening los om de aandrijving uit te schakelen bij het maaien rond bomen en andere
obstakels. Duw de maaier rond obstakels voor een betere richtingscontrole. Wees voorzichtig bij het maaien over obstakels die in het gazon zijn ingebed, zoals sproeikoppen, bestrating, randen, enz. Vermijd alles wat boven het oppervlak van het gazon uitsteekt.
Als de snijbladen iets raken, of als de maaier begint te trillen, stop dan onmiddellijk de motor en controleer op schade. Voorwerpen die worden aangeraakt kunnen de snijbladen beschadigen, de krukas verbuigen en/of de behuizing van de snijbladen of andere onderdelen stukmaken. Trillingen duiden meestal op ernstige problemen.

Een versleten, gebarsten of beschadigd snijblad kan breken, en stukken van het beschadigde snijblad kunnen gevaarlijke projectielen worden.
Weggeslingerde voorwerpen kunnen ernstig letsel veroorzaken.
Controleer de snijbladen regelmatig en gebruik de maaier niet met een versleten of beschadigd snijblad.
De garantie dekt geen onderdelen die door een aanrijding zijn beschadigd.
Grind en losse voorwerpen
Grind, losse stenen en tuinartikelen kunnen door de maaier worden opgepakt en vele meters worden weggeslingerd, met voldoende kracht om ernstig persoonlijk letsel en/of materiële schade te veroorzaken. De beste manier om mogelijk letsel door weggeslingerde voorwerpen te voorkomen is de bedieningshendel van de snijbladen los te laten om de snijbladen te stoppen voordat u gebieden met grind, losse stenen of tuinartikelen bereikt.
MAAITIPS
Wanneer maaien?
De meeste grassen moeten worden gemaaid wanneer ze 12 \~ 25 mm boven hun aanbevolen hoogte zijn gegroeid.
Voor grondbedekking moet vaker worden gemaaid dan voor opvangen. Voor de beste resultaten moet u het gazon tijdens het groeiseizoen misschien twee keer per week maaien.
Maaihoogte
Raadpleeg een plaatselijke kwekerij of tuincentrum voor aanbevelingen over de maaihoogte en advies over specifieke grassoorten en groeiomstandigheden in uw regio.

LANG GENOEG
Als u goed kijkt, ziet u dat de meeste grassen stengels en bladeren hebben. Als u de bladeren eraf maait, scalpeert u het gazon. Laat het gras tussen de maaibeurten herstellen. Uw maaier zal beter werken, en uw gazon zal er beter uitzien.

TE KORT
Als uw gras te hoog wordt, maai het dan eenmaal op de hoogste maaihoogte en maai het 2 of 3 dagen later opnieuw. Maai niet meer dan een derde van de totale grashoogte weg, anders kunnen er bruine plekken ontstaan.
De hendels voor de maaihoogte-instelling worden uitgelegd in het hoofdstuk BEDIENINGSELEMENTEN (pagina 5).
Maaibreedte
Voor een gelijkmatig gazon overlapt u elke maaistrook met enkele centimeters. Als het gras erg hoog of dik is, gebruik dan meer overlapping en een smallere maaistrook.
Snelheid van de snijbladen
De snijbladen moeten zeer snel draaien om goed te kunnen snijden.
Als het motortoerental daalt, kan dat betekenen dat de motor wordt overbelast doordat de snijbladen te veel gras proberen te maaien. Maai een smallere maaistrook, duw de maaier langzamer, of verhoog de maaihoogte.
Scherpte van de snijbladen
Een scherp snijblad snijdt schoon. Een bot snijblad scheurt het gras en laat versnipperde uiteinden achter die bruin worden. Wanneer uw snijbladen niet meer goed snijden, laat ze dan slijpen of vervangen.
Droog gras
Als de grond te droog is, zal het maaien veel stof doen opwaaien. Te veel stof is niet alleen onaangenaam om in te werken, maar verstopt ook het luchtfilter van de carburateur.
Als stof een probleem is, besproei uw gazon dan de dag voordat u gaat maaien. Maai wanneer het gras droog aanvoelt, maar de grond nog vochtig is.
Nat gras
Nat gras is glibberig waardoor u kunt uitglijden. Bovendien zal nat gras de behuizing van de snijbladen verstoppen en zich in kluiten op het gazon ophopen. Wacht altijd tot het natte gras droog is voordat u gaat maaien.
Afgevallen bladeren
Wanneer uw maaier is uitgerust met de grasvanger, kunt u afgevallen bladeren verzamelen en weggooien. Als u de maaier gebruikt om grote hoeveelheden afgevallen bladeren te verzamelen, en niet om te maaien, stel dan de hendel voor het instellen van de maaihoogte vooraan zo in dat de voorkant van de behuizing van de snijbladen een of twee instellingen hoger staat dan de achterkant.
Als u afgevallen bladeren in uw gazon als grondbedekking wilt verwerken, moet u het bladerdek niet te diep laten worden voordat u begint. Voor het beste resultaat begint u met grondbedekking als het gras nog door het bladerdek heen komt. Op plaatsen waar afgevallen bladeren het gras volledig bedekken, verwijdert u de bladeren door ze weg te harken, of installeert u de grasvanger, zodat uw maaier ze kan verzamelen om af te voeren.
Verstopte behuizing van de snijbladen
Voordat u een verstopte behuizing van de snijbladen schoonmaakt, moet u de motor stoppen en de brandstofklep in de stand DICHT zetten. Kantel de maaier met de bougiekap losgekoppeld, zodat de luchtfilterzijde naar boven wijst.
Maak een verstopte behuizing vrij met een stok, niet met uw handen.
Maaipatronen
Uw Honda maaier zal het meest efficiënt werken als u de volgende maaipatronen zo veel mogelijk gebruikt. Het ontwerp van de behuizing van de snijbladen en van de uitrusting, en de richting waarin de snijbladen draaien, zorgen ervoor dat deze maaipatronen de beste resultaten opleveren.
Grondbedekking
Gebruik een maapatroon tegen de wijzers van de klok in wanneer de hendel van de Clip Director in de stand GRONDBE-DEKKING staat. Als het gazon een onregelmatige vorm heeft, of veel obstakels, verdeel het dan in secties waar u tegen de klok in kunt maaien.

flowchart
graph TD
A["Top Left Arrow"] --> B["Top Right Arrow"]
B --> C["Bottom Left Arrow"]
C --> D["Bottom Right Arrow"]
D --> E["Bottom Left Arrow"]
E --> F["Bottom Right Arrow"]
F --> G["Bottom Left Arrow"]
G --> H["Bottom Right Arrow"]
H --> I["Bottom Left Arrow"]
I --> J["Bottom Right Arrow"]
J --> K["Bottom Left Arrow"]
K --> L["Bottom Right Arrow"]
L --> M["Bottom Left Arrow"]
M --> N["Bottom Right Arrow"]
N --> O["Bottom Left Arrow"]
GRONDBEDEKKING PATROON
Opvangen
Gebruik een maaipatroon met de klok mee. Dit geeft de beste Clip Director- en opvangprestaties en laat het minste maaisel achter op het gazon.
Achteruitworp maaien
Verwijder de grasvanger en sluit het uitwerpscherm. Zet de hendel van de Clip Director in de stand OPVANGEN en begin met maaien in een maaipatroon met de klok mee. Als het gazon een onregelmatige vorm heeft, of veel obstakels, verdeel het dan in secties.

flowchart
graph TD
A["Top Left Arrow"] --> B["Top Right Arrow"]
B --> C["Bottom Left Arrow"]
C --> D["Bottom Right Arrow"]
D --> E["Bottom Left Arrow"]
E --> F["Bottom Right Arrow"]
F --> G["Bottom Left Arrow"]
G --> H["Bottom Right Arrow"]
H --> I["Bottom Left Arrow"]
I --> J["Bottom Right Arrow"]
J --> K["Bottom Left Arrow"]
K --> L["Bottom Right Arrow"]
L --> M["Bottom Left Arrow"]
M --> N["Bottom Right Arrow"]
N --> O["Bottom Left Arrow"]
O --> P["Bottom Right Arrow"]
P --> Q["Bottom Left Arrow"]
Q --> R["Bottom Right Arrow"]
R --> S["Bottom Left Arrow"]
OPVANGEN EN ACHTER- UITWORP-PATROON
ONDERHOUD
Goed onderhoud is essentieel voor een veilige, zuinige en probleemloze werking. Het zal ook bijdragen tot een vermindering van de luchtvervuiling en ervoor zorgen dat de emissieprestaties van de motor behouden blijven.
Om u te helpen uw maaier goed te onderhouden, vindt u op de volgende pagina's een onderhoudsschema, procedures voor routine-inspecties en eenvoudige onderhoudsprocedures met basis-handgereedschap. Andere onderhoudstaken die moeilijker zijn, of speciaal gereedschap vereisen, kunnen best uitgevoerd worden door professionals en worden normaal gezien uitgevoerd door een Honda-technicus of een andere gekwalificeerde vakman.
Het onderhoudsschema geldt voor normale bedrijfsomstandigheden. Indien u uw maaier onder ongewone omstandigheden gebruikt, raadpleeg dan een erkend Honda dealer voor aanbevelingen die van toepassing zijn op uw individuele behoeften en gebruik.
Vergeet niet dat uw Honda dealer uw maaier het best kent en volledig uitgerust is om hem te onderhouden en te herstellen.
Om de beste kwaliteit en betrouwbaarheid te verzekeren, dient u voor reparatie en vervanging alleen nieuwe, originele Honda-onderdelen of hun equivalenten te gebruiken.
⚠ WAARSCHUWING
Onjuist onderhoud of het niet verhelpen van een probleem voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, kan een storing veroorzaken waarbij u ernstig gewond kunt raken of gedood kunt worden.
Volg altijd de aanbevelingen en schema's voor inspectie en onderhoud in dit gebruikershandboek.
VEILIG ONDERHOUD
Hieronder volgen enkele van de belangrijkste veiligheidsmaatregelen. Wij kunnen u echter niet voor elk denkbaar gevaar dat zich bij het uitvoeren van onderhoud kan voordoen, waarschuwen. Alleen u kunt beslissen of u een bepaalde taak wel of niet zou moeten uitvoeren.
⚠ WAARSCHUWING
Als u de onderhoudsinstructies en voorzorgsmaatregelen niet goed opvolgt, kunt u ernstig gewond raken of gedood worden.
Volg altijd de procedures en voorzorgsmaatregelen in dit gebruikershandboek.
VEILIGHEIDSMAATREGELEN
- Zorg ervoor dat de motor uit is voordat u met onderhoud of reparaties begint. Dit zal verschillende potentiële gevaren elimineren:
- Koolmonoxidevergiftiging door motoruitlaatgassen.
- Zorg voor voldoende ventilatie als u de motor laat draaien.
- Verbrandingen door hete onderdelen.
- Laat de motor en het uitlaatsysteem afkoelen voordat u ze aanraakt.
- Letsel door bewegende onderdelen.
- Laat de motor niet draaien, tenzij de instructies het voorschrijven.
- Lees de instructies voor u begint, en zorg ervoor dat u over het vereiste gereedschap en de vereiste vaardigheden beschikt.
- Wees voorzichtig wanneer u in de buurt van benzine werkt, om de kans op brand of explosie te verminderen. Gebruik alleen een nietontvlambaar oplosmiddel, geen benzine, om onderdelen te reinigen. Houd sigaretten, vonken, en vlammen uit de buurt van alle brandstof-gerelateerde onderdelen.
ONDERHOUDSSCHEMA
Voer het plan na elke aangegeven maand/jaar of bedrijfsureninterval, afhankelijk van wat het eerst komt, uit.
| Reguliere onderhoudsperiode | Item | Pagina |
| Voor elk gebruik | Controleer: GrasvangerControleer: SnijbladenControleer: Werking van de bediening van de snijbladenControleer: MotoroliepeilControleer: LuchtfilterControleer: AchterschermControleer: Bouten voor snijbladen | pagina 14pagina 6pagina 5pagina 7pagina 7pagina 8pagina 14 |
| Eerste maand of 5 uren | Vervang: Motorolie pagina 12 | |
| Eerste 25 uren Reinig: Luchtfilter1Instellen: Kabel van Smart Drive2Instellen: Roto-Stop kabel (VYEA)2Instellen: Gaskabel (VYEA)2 | pagina 13 | |
| Elke 6 maanden of 50 uren | Vervang: Motorolie1Reinig: Luchtfilter1Instellen: Kabel van Smart Drive2 | pagina 12pagina 13 |
| Elke jaar of 100 uren | 6 maand-items als boven plus:Controleer-instellen: BougieReinig: Vonkenvanger3(indien aanwezig)Controleer: Werking van de bediening van de snijbladenSmeer: Rondsels tandwielen2Instellen: Klepspeling2Instellen: Roto-Stop kabel (VYEA)2Instellen: Gaskabel (VYEA)2Reinig: Brandstoftank2 | pagina 13pagina 13pagina 5 |
| Elke 2 jaren of 150 uren | Jaarlijkse items als boven plus:Vervang: LuchtfilterVervang: BougieInstellen: Kabel van Smart Drive2Controleer: Lagers van de transmissieas2 | pagina 13pagina 13 |
| Elke 2 jaren Controleer: Brandstofleidingen vervangen indien nodig2 |
- Onderhoud vaker bij gebruik in stoffige omgevingen.
- Deze onderdelen dienen onderhouden te worden door een erkende Honda dealer, tenzij u over het juiste gereedschap beschikt en mechanisch onderlegd bent. Raadpleeg het Honda werkplaatshandboek voor de onderhoudsprocedures.
- In Europa en andere landen waar Machinerichtlijn 2006/42/EG van kracht is, dient deze reiniging door uw dealer te worden uitgevoerd.
Het niet in acht nemen van dit onderhoudsschema kan leiden tot storingen die niet onder de garantie vallen of tot een vermindering van de prestaties en het niet naleven van de emissievoorschriften.
ONDERHOUD VAN DE MOTOR
Motorolie verversen
Tap de olie af terwijl de motor warm is. Warme olie loopt snel en volledig weg.
- Draai de brandstofklep DICHT. Dit verkleint de kans op brandstoflekkage (pagina 5).
- Veeg de olievulopening schoon en verwijder vervolgens de olievuldop/peilstok.
- Zet een geschikte container naast de maai er om de afgewerkte olie op te vangen, en kantel de maai er vervolgens op zijn rechterzijde. De gebruikte olie zal via de vulopening weglopen. Laat de olie volledig uitlekken.
Gelieve gebruikte motorolie en de containers op een milieuvriendelijke manier te af te voeren. Wij raden u aan het in een

afgesloten container naar uw plaatselijke recyclingcentrum of tankstation te brengen om het te laten recyclen. Gooi het niet in de vuilnisbak, gooi het niet op de grond en gooi het niet in de gootsteen.
- Vullen met de aanbevolen olie (pagina 7). Niet overvullen. Meet het oliepeil zoals hieronder aangegeven.
Bijvulhoeveelheid: 0,35 \~ 0,40 L
- Na het verversen van de motorolie en voordat u de motor start, controleert u het oliepeil met de maaier op een horizontaal oppervlak:

a. Verwijder de vuldop/peilstok [1].
b. Veeg de peilstok
schoon.
c. Plaats en verwijder de peilstok zonder deze in de vulopening te schroeven. Controleer het oliepeil dat op de peilstok zichtbaar is.
d. Als het oliepeil lager is dan de laagpeil-markering [3], voeg dan olie toe om de hoogpeil-markering [2] op de peilstok te bereiken. Niet overvullen. Als de motor te vol wordt gevuld, kan de overtollige olie in het luchtfilterhuis en het luchtfilter terechtkomen.

Het laten draaien van de motor met een laag oliepeil kan motorschade veroorzaken.
e. Schroef de vuldop/peilstok goed vast.
Luchtfilterservice
Een goed onderhouden luchtfilter helpt te voorkomen dat vuil uw motor binnendringt. Vuil dat in de carburateur komt, kan in kleine doorgangen in de carburateur worden gezogen en voortijdige motorslijtage veroorzaken. Deze kleine doorgangen kunnen verstopt raken, waardoor start- of loopproblemen ontstaan. Het is aangeraden om steeds een origineel Honda luchtfilter te gebruiken, gespecificeerd voor uw motor, om te verzekeren dat hij goed afdicht en presteert zoals ontworpen. U moet het filter vaker reinigen als u de motor in zeer stoffige omstandigheden gebruikt.
LET OP
Als de motor zonder luchtfilter of met een beschadigd filter wordt gebruikt, kan er vuil in de motor terechtkomen, waardoor de motor snel slijt. Dit soort schade wordt niet door de garantie gedekt.
- Druk de lipjes van het luchtfilterdeksel [1] naar beneden en verwijder vervolgens het deksel [2].
- Verwijder het filter [3] uit het luchtfilterhuis [4].
- Inspecteer het filter; vervang indien beschadigd.
- Reinig het filter door het enkele malen op een hard oppervlak te tikken om vuil te verwijderen, of blaas perslucht (niet meer dan 2 bar/29 psi) van binnenuit door het filter. Probeer nooit vuil weg te borstelen; door borstelen wordt het vuil in de vezels geforceerd.
- Veeg met een vochtige doek vuil van de binnenkant van het luchtfilterhuis en het deksel. Zorg ervoor dat er geen vuil in het luchtkanaal komt dat naar de carburateur leidt.
- Installeer het filter en het deksel weer.

Benodigde bougies: NGK-BPR5ES
LET OP
Verkeerde bougies kunnen motorschade veroorzaken.
Voor goede prestaties moet de bougie [1] de juiste elektrodeafstand hebben en vrij zijn van afzettingen.
-
Maak de bougiekap [2] los, en verwijder eventueel vuil rond de bougie.
-
Verwijder de bougie met een bougiesleutel.

-
Inspecteer de bougie. Vervang hem als de elektroden versleten zijn of als de isolator gebarsten of afgebroken is.
-
Meet de elektrodeafstand van de bougie met een geschikte voelermaat. De afstand moet 0,7 \~ 0,8 mm zijn. Corrigeer de afstand, indien nodig, door de zij- elektrode voorzichtig te buigen.
-
Monteer de bougie voorzichtig, met de hand, om te voorkomen dat hij scheef wordt ingeschroefd.
-
Nadat de bougie op zijn plaats zit, draait u deze vast met een bougiesleutel om de sluitring samen te drukken.
Als u de oude bougie terugplaatst, draai deze dan 1/8 tot 1/4 slag extra aan nadat de bougie handvast zit.
Als u een nieuwe bougie monteert, draai deze dan 1/2 slag vast nadat de bougie handvast zit om de sluitring [3] samen te drukken.
AANHAALMOMENT: 20 N·m
LET OP
Een losse bougie kan oververhit raken en de motor beschadigen. Het te strak aandraaien van de bougie kan de schroefdraad in de cilinderkop beschadigen.
- Monteer de bougiekap op de bougie.
Onderhoud vonkenvanger
In Europa en andere landen waar Machinerichtlijn 2006/42/EG van kracht is, dient deze reiniging door uw dealer te worden uitgevoerd.
De vonkenvanger moet om de 100 uur worden onderhouden om te zorgen dat hij naar behoren blijft functioneren.
- Laat de motor afkoelen.
- Maak de twee lipjes [6] van de bovenste rode afdekking aan de kant van de uitlaatdemper los en til de rode afdekking vervolgens iets omhoog om de bout van het bovenste uitlaatdemperscherm bloot te leggen.
- Verwijder de drie bouten [1] van het uitlaatdemperscherm [2] met behulp van een 10 mm copsleutel.
- Verwijder het uitlaatdemperscherm [2].
- Verwijder de stelschroef [4].
- Verwijder de vonkenvanger [3] van de uitlaatdemper [5].
- Controleer op koolstofafzetting op de vonkenvanger en de uitlaatpoort. Borstel de koolaanslag weg. Wees voorzichtig om beschadiging van het scherm van de vonkenvanger te voorkomen.
- Monteer de vonkenvanger in de uitlaatdemper.
- Monteer het geluiddemperscherm op de motor, draai de drie bouten stevig vast en bevestig vervolgens de rode bovenkap weer.

text_image
[1] [2] [3] [4] [5] [6] (getoond met rode bovenkap verwijderd)Demontage en installatie van de snijbladen
Als u de snijbladen verwijdert om ze te slijpen of te vervangen, hebt u voor de montage een momentsleutel nodig. Draag stevige handschoenen om uw handen te beschermen.
SLIJPEN van snijbladen: Om te vermijden dat de snijbladen verzwakken, of onbalans of slecht snijden veroorzaken, moeten de snijbladen door getraind personeel bij een erkende Honda dealer worden geslepen.
VERVANGING snijbladen: Gebruik originele vervangingssnijbladen van Honda of hun equivalent.
Verwijdering
- Draai de brandstofklep DICHT en maak de bougiekap los.
- Kantel de maaier naar rechts zodat de tankdop omhoog staat. Dit helpt het voorkomen van brandstoflekkage, het binnensijpelen van motorolie in het luchtfilter en moeilijk starten.
- Verwijder de bouten [1] van de snijbladen en de speciale sluitringen [2] met een dopsleutel van 14 mm (0,6 in). Draag dikke lederen handschoenen en houd de snijbladen [3] met uw hand vast om te voorkomen dat ze gaan draaien bij het verwijderen van de bouten. Verwijder de snijbladen.
- Inspecteer de houder van de snijbladen (VKEA) of Roto-Stop assemblage (VYEA) [4] en het montage- oppervlak van de snijbladen op beschadiging. Als er schade wordt geconstateerd of als de snijbladen een hard voorwerp hebben geraakt, vervang dan de beschadigde onderdelen.

text_image
[3] [4] [2] (2) [1] (2)Installatie
- Verwijder vuil en gras van de montageplaats van de snijbladen.
- Monteer de beide snijbladen [3] met behulp van de twee bouten voor de snijbladen [1] en de speciale sluitringen [2] zoals afgebeeld. Zorg ervoor dat u de speciale sluitringen aanbrengt met de holle kant naar het snijblad en de bolle kant naar de kop van de bout.
WAARSCHUWING
Het gebruik van deze maaier met slechts één snijblad zal resulteren in een verkeerd geplaatst snijblad dat uit de maaier kan worden geslingerd en iemand ernstig kan verwonden of doden.
Installeer beide snijbladen altijd als een set.
WAARSCHUWING
Als de bouten van het snijblad niet goed zijn aangedraaid, kan het snijblad losraken en uit de maaier worden geslingerd.
Een snijblad dat door de maaier wordt weggeslingerd, kan iemand ernstig verwonden of doden.
Zorg ervoor dat de bouten van de snijbladen goed zijn aangedraaid.
De bouten en sluitringen van de snijbladen zijn speciaal voor deze toepassing ontworpen. Wanneer u de bouten en onderlegringen vervangt, gebruik dan enkel originele Honda-onderdelen.

- Draai de bouten van de snijbladen aan met een momentsleutel [7]. Draag dikke lederen handschoenen [8] en houd de snijbladen met uw hand vast om te voorkomen dat ze verdraaien bij het aandraaien van de bouten

Aanhaalmoment van de bouten van de snijbladen: 54 N·m
Indien u niet beschikt over een momentsleutel, laat dan een erkende Honda dealer de bouten van de snijbladen aandraaien voor u de maaier gebruikt. Als de bouten van de snijbladen te vast worden aangedraaid, kunnen ze breken. Als de bouten van de snijbladen niet vast genoeg zijn aangedraaid, kunnen ze losraken of losraken. In beide gevallen is het mogelijk dat de snijbladen worden weggeslingerd terwijl u de maaier bedient.
Inspectie van de montagebouten van de snijbladen
Inspecteer de bouten van de snijbladen op tekenen van beschadiging of loszitten. Indien zij beschadigd zijn, moeten zij worden vervangen.
Als ze los lijken te zitten, moet een momentsleutel worden gebruikt om de bouten van de snijbladen nauwkeurig aan te draaien tot het vereiste aanhaalmoment. Als u niet over een momentsleutel beschikt, breng uw grasmaaier dan naar een erkende dealer om de bouten te laten vervangen of aan te halen.

text_image
Inspecteer sluitringen en boutkoppen op loszitten en beschadiging.Gebruik enkel originele Honda-bouten voor de snijbladen en speciale sluitringen, aangezien die speciaal voor dit doel ontworpen zijn. Vervangende onderdeelnummers staan op pagina 16.
REINIGING EN VERVANGING VAN GRASVANGER
Reiniging
Was de grasvanger met een tuinslang, en laat hem volledig drogen voor gebruik; een natte grasvanger zal snel verstopt raken.
Vervanging
Vervang een versleten of beschadigde grasvanger door een Honda vervangingsonderdeel of een gelijkwaardig onderdeel.
CONTROLE VAN DE WERKING VAN DE BEDIENING VAN DE SNIJBLADEN
Alleen VKEA-type:
Start de motor buiten. Laat de besturingshendel van de snijbladen los; de motor moet snel stoppen. Als de motor niet snel stopt, breng de maaier dan voor reparatie naar een erkende Honda dealer.
TRANSPORT
VOOR HET LADEN
Als de motor heeft gedraaid, laat hem dan ten minste 15 minuten afkoelen voordat u de maaier op het transportvoertuig laadt. Een hete motor en uitlaatsysteem kunnen u verbranden en sommige materialen kunnen ontbranden.
Zet de brandstofklep [1] in de stand DICHT (pagina 5). Dit voorkomt dat de carburateur volloopt en verkleint de kans op brandstoflekkage.
LADEN EN LOSSEN
Plaats de maaier zo dat alle vier de wielen op de laadvloer van het transportvoertuig staan. Bind de maaier vast met een touw of spanbanden, en blokkeer de wielen. Houd het bindtouw of de spanbanden uit de buurt van de bedieningsorganen, afstelhendels, kabels en de carburateur.
LET OP
Om te voorkomen dat u de controle over de maaier verliest of hem beschadigt, mag u het aandrijfsysteem niet gebruiken wanneer u een laadplatform op- of afrijdt.
-
Zet de brandstofklep in de stand DICHT.
-
Gebruik een geschikte laadhelling. Stel de laadhelling zo in dat deze een hellingshoek van minder dan 15° heeft. Als er geen laadhelling beschikbaar is, moeten twee mensen de maaier op en van het transportvoertuig tillen en daarbij de maaier horizontaal houden.
OPSLAG
Een goede opslag is essentieel om uw grasmaaier probleemloos te laten werken en er goed uit te laten zien. De volgende stappen helpen de maaier te beschermen tegen roest en corrosie, en zorgen ervoor dat de motor gemakkelijker te starten is wanneer u de grasmaaier weer gebruikt.
REINIGING
Motor
Was de motor met de hand, en zorg ervoor dat er geen water in het luchtfilter komt.
LET OP
Met een tuinslang of een hogedrukreiniger kan water in het luchtfilter worden geperst. Water in het luchtfilter zal het papieren filter doorweken en kan de carburateur of motorcilinder binnendringen en schade veroorzaken. Water dat in contact komt met een hete motor kan schade veroorzaken. Als de motor heeft gedraaid, laat hem dan ten minste een half uur afkoelen voordat u hem wast.
Behuizing van de snijbladen
Voordat u de onderkant van de behuizing van de snijbladen wast, moet u de motor laten afkoelen en ervoor zorgen dat de brandstofklep in de DICHT-stand staat. Maak de bougiekap los. Zet de maaier op zijn rechterkant, zodat de tankdop omhoog staat. Dit helpt brandstoflekkage en moeilijk starten door overlopende carburateur te voorkomen. Draag stevige handschoenen om uw handen te beschermen tegen de snijbladen.
Was de grasmaaier, inclusief de onderkant van de behuizing van de snijbladen.
Als u een tuinslang of hogedrukreiniger gebruikt om de behuizing van de snijbladen te reinigen, zorg er dan voor dat er geen water in de bedieningselementen en kabels komt, of in de buurt van het luchtfilter of de uitlaatdemperopening van de motor.
Grasvanger
Verwijder de opvangbak van de maaier en was hem met een tuinslang of hogedrukreiniger. Laat de opvangbak volledig drogen alvorens hem op te bergen.
Drogen
- Veeg na het wassen van de grasmaaier alle bereikbare oppervlakken droog.
- Zet, terwijl de maaier rechtop staat, de hendel van de Clip Director in de opvangstand, start de motor buiten en laat hem draaien tot de normale bedrijfstemperatuur is bereikt om eventueel op de motor achtergebleven water te laten verdampen.
- Stop de motor en laat hem afkoelen.
- Nadat de grasmaaier schoon en droog is, moet u beschadigde lak bijwerken en andere delen die kunnen roesten met een dunne laag olie insmeren.
BRANDSTOF
LET OP
Afhankelijk van de regio waar u uw machine gebruikt, kunnen brandstofsamenstellingen snel verslechteren en oxideren. Veroudering en oxidatie van brandstof kan binnen een periode van slechts 30 dagen optreden en kan beschadiging van de carburateur en/of het brandstof systeem veroorzaken. Neem contact op met uw dealer voor plaatselijke aanbevelingen voor opslag.
Benzine zal tijdens opslag oxideren en bederven. Oude benzine veroorzaakt problemen bij het starten en laat gomafzettingen achter die de kleine doorgangen in het brandstofsysteem kunnen verstoppen. Als de benzine in uw maaier tijdens de opslag achteruitgaat, moet u wellicht de carburateur en andere onderdelen van het brandstofsysteem laten nakijken of vervangen.
Hoe lang benzine in uw brandstoftank en carburator kan blijven zonder functionele problemen te veroorzaken, hangt af van factoren zoals het benzinemengsel, de lokale opslagtemperaturen, en of de brandstoftank gedeeltelijk of volledig is gevuld. Lucht in een gedeeltelijk gevulde brandstoftank versnelt brandstofveroudering. Zeer hoge opslagtemperaturen versnellen brandstofveroudering. Brandstofverouderingsproblemen kunnen binnen een paar maanden optreden, of zelfs eerder als de benzine niet vers was toen de brandstoftank werd gevuld.
Als u een benzinetank bewaart om bij te vullen, zorg er dan voor dat deze alleen verse benzine bevat.
Als het langer dan 3 maanden duurt voordat u de brandstof in uw opslagcontainer gebruikt, raden wij u aan een brandstofstabilisator aan de brandstof toe te voegen wanneer u de container vult.
Opslag voor een korte termijn (30-90 dagen)
Als uw grasmaaier 30 tot 90 dagen niet wordt gebruikt, raden wij u het volgende aan om brandstofgerelateerde problemen te voorkomen:
- Voeg brandstofstabilisator toe volgens de instructies van de fabrikant.
Wanneer u een brandstofstabilisator toevoegt, vul de brandstoftank dan met verse benzine. Indien de tank slechts gedeeltelijk is gevuld, zal lucht in de tank brandstofveroudering tijdens de opslag bevorderen.
Opmerking:
- Alle stabilisatoren hebben een houdbaarheidsdatum en hun prestaties zullen na verloop van tijd afnemen.
-
Brandstofstabilisatoren maken verouderde brandstof niet weer bruikbaar.
-
Na toevoeging van een brandstofstabilisator laat u de motor 10 minuten buiten draaien om er zeker van te zijn dat de behandelde benzine de onbehandelde benzine in de carburateur heeft vervangen.
- Stop de motor en draai de brandstofklep in de stand DICHT.
- Start de motor en laat hem draaien tot hij stopt door een tekort aan brandstof in de carburateur. De looptijd moet minder dan 3 minuten zijn.
Langdurige of seizoensgebonden opslag (meer dan 90 dagen)
Start de motor en laat hem lang genoeg draaien om alle benzine uit het hele brandstofsysteem (inclusief de brandstoftank) te verwijderen. Laat geen benzine langer dan 90 dagen in de motor zitten.
De GARANTIE dekt geen schade aan het brandstofsysteem of problemen met de motorprestaties die het gevolg zijn van een verwaarloosde voorbereiding op de opslag.
MOTOROLIE
Ververs de motorolie (pagina 12).
MOTORCILINDER
Als de maaier langer dan 3 maanden moet worden opgeslagen, verwijder dan de bougie (pagina 13). Giet 5 \~ 10 cc schone motorolie in de cilinder [1]. Trek een paar keer aan het starterkoord om de olie in de cilinder te verdelen. Monteer de bougie weer.

text_image
[1] HONDA OLIETrek langzaam aan het starterkoord tot u weerstand voelt, laat dan de handgreep van de starter rustig terugkomen. Hierdoor worden de kleppen gesloten, zodat er geen vocht in de motorcilinder kan komen.
IN OPSLAG PLAATSEN
Aangezien uw maaier zal worden opgeslagen met benzine in de brandstoftank en de carburateur, is het belangrijk het gevaar van ontsteking door benzinedamp te verminderen. Kies een goed geventileerde opslagplaats uit de buurt van apparaten die met een vlam werken, zoals een oven, een warmwaterboiler of een wasdroger. Vermijd ook elk gebied met een elektrische motor die vonken produceert, of waar elektrisch gereedschap wordt bediend.
Vermijd indien mogelijk opslagplaatsen met een hoge vochtigheidsgraad, want dat bevordert roest en corrosie.
Plaats de maaier met zijn wielen op een horizontaal oppervlak. Schuin staan kan brandstof- of olielekkage veroorzaken. De duw-boom kan worden ingeklapt om de machine compact op te bergen, zoals hieronder getoond.
Als de motor en het uitlaatsysteem afgekoeld zijn, moet u de maaier afdekken om stof buiten te houden. Een hete motor en uitlaatsysteem kunnen sommige materialen doen ontbranden of smelten. Gebruik geen plastic folie als stofhoes. Een niet-poreuze afdekking houdt vocht rond de maaier vast, wat roest en corrosie in de hand werkt.
Invouwen van duwboom
-
Verwijder de grasvanger. U kunt hem boven op de motor leggen, met de vangopening naar voren.
-
Ondersteun de duwboom en houd hem vast.
-
Ontgrendel de verstelknoppen ① van de duwboom en klap de duwboom naar voren ② in de opbergstand.
LET OP
Zorg ervoor dat de bedieningskabels ③ niet beklemd, gekneld of geknikt raken wanneer u de duwboom in de opbergstand omlaag klapt. De kabels of het motorbesturingssysteem kunnen worden beschadigd, waardoor de grasmaaier niet meer goed werkt.

Controleer uw maaier zoals beschreven in CONTROLES VOORAFGAAND AAN HET GEBRUIK (pagina 6).
Als de cilinder tijdens de voorbereiding op de opslag met olie is besmeurd, zal de motor bij het starten kort roken. Dit is normaal.
FRAME- EN MOTORSERIENUMMER
Noteer de serienummers van het frame en de motor (pagina 3) in de ruimte hieronder. U hebt deze nummers nodig bij het bestellen van onderdelen en bij technische vragen of garantieverzoeken.
Serienummer van het frame:
Serienummer van de motor:
Aankoopdatum: / /
ONDERDELEN
| Item | Onderdeelnummer | Opmerkingen |
| Luchtfilter | 17211-Z8B-901 Papier | |
| Bougie | 98079-55846 NGK (merk) BPR5ES | |
| Snijbladen: | ||
| Onderste | 72511-VR8-M00 | Gebruik altijd een bovenste en onderste snijblad als set. |
| Bovenste | 72531-VR8-M00 | |
| Bout voor snijblad (2) | 90105-960-710 2 nodig, 10 x 20 mm | |
| Bout-onderlegring (2) 90502-VG3-000 2 nodig | ||
| Wiel/band 44710-VR8-N00 Voor | ||
STORINGEN OPLOSSEN
DE MOTOR START NIET
| Mogelijke oorzaak Correctie | |
| Brandstofklep DICHT Zet de brandstof klep | stofklep OPEN (pagina 5). |
| Geen benzine Brandstof bijtanken | (pagina 7). |
| Gashendel in verkeerde stand (alleen VYEA) | Zet de gashendel in de stand SNEL (pagina 5). |
| Slechte brandstof; maaier opgeslagen zonder behandeling van de benzine, of getankt met slechte benzine | Tank met verse benzine (pagina 7). |
| De bougie is defect, vervuild of de spleet is niet goed | Pas de spleet van de bougie aan of vervang de bougie (pagina 13). |
| Bougie nat met brandstof (verzopen motor) | Droog de bougie en monteer hem weer. |
| Verstopte brandstofffilter, defecte carburateur, defecte ontsteking, vastzittende kleppen, enz. | Breng de maaier naar een erkende Honda-onderhoudsdealer of raadpleeg het werkplaatshandboek voor reparatie. |
VERMOGENSVERLIES
| Mogelijke oorzaak | Correctie |
| Gras is te hoog om te maaien | Verhoog de maaihoogte (pagina 8),maai een smallere maaistrook, gebruik een lagere rijsnelheid, of maai vaker. |
| Gashendel niet ingesteld op SNEL (alleen VYEA) | Zet de gashendel op SNEL (pagina 5). |
| Behuizing van de snijbladen is verstopt | Maak de behuizing van de snijbladen schoon (pagina 11). |
| Luchtfilter is verstopt | Reinig of vervang het luchtfilter |
| Slechte brandstof; maaier opgeslagen zonder behandeling van de benzine, of getankt met slechte benzine | Tanken met verse benzine (pagina 7). |
| Verstopte brandstofffilter, defecte carburateur, defecte ontsteking, vastzittende kleppen, enz. | Breng de maaier naar een erkende Honda-onderhoudsdealer of raadpleeg het werkplaatshandboek voor reparatie. |
TRILLINGEN
| Mogelijke oorzaak Correctie | |
| Gras en afval dat vastzit onder de behuizing van de snijbladen | Maak de behuizing van de snijbladen schoon (pagina 11). |
| Snijbladen die los, verbogen, beschadigd of uit balans zijn door onjuist slijpen | Draai de losse bouten van de snijbladen vast (pagina 14). Indien de snijbladen verbogen of beschadigd blijken te zijn, breng de grasmaaier dan naar een erkende Honda dealer voor inspectie. |
| Mechanische schade, zoals een verbogen krukas | Breng de maaier naar een erkende Honda-onderhoudsdealer of raadpleeg het werkplaatshandboek voor reparatie. |
PROBLEMEN MET MAAIEN EN OPVANGEN
| Mogelijke oorzaak Correctie | |
| De maaier rijdt te snel voor de toestand van het gazon | Oefen minder druk uit op de Smart Drive-bediening of duw langzamer. |
| Hendels voor de maaihoogte-instelling ingesteld op verschillende standen | Zet beide hendels op dezelfde maaihoogtepositie (pagina 8). |
| Grasvanger overvuld of verstopt Maak de grasvanger leeg. Was de grasvanger als deze verstopt is met vuil (pagina 14). | |
| Behuizing van de snijbladen is verstopt | Maak de behuizing van de snijbladen schoon (pagina 11). |
| Snijbladen bot, versleten of beschadigd | Slijp of vervang indien nodig de snijbladen (pagina 14). |
SPECIFICATIES
| MODEL HRN536C | ||
| TYPE VKEA VYEA | ||
| BESCHRIJVING CODE | MANA | |
ALGEMEEN
| Lengte | 1550 mm | |
| Hoogte duwboom | 1035 mm | |
| Massa (ISO5395) | 36,0 kg 39,9 kg | |
| Breedte | 575 mm | |
| Maabreedte | 530 mm | |
| Maaihoogte-instellingen | 27 mm, 39 mm, 51 mm, 64 mm, 76 mm, 88 mm, 100 mm | |
| Grasvangercapaciteit | 70 L | |
| Geluidsdrukniveau op deoren van de bediener(conform EN ISO 5395-1:2013) | 85 dB(A) | |
| Onnauwkeurigheid | 1 dB(A) | |
| Gemeten geluidsvermo-gensniveau (conform Richtlijn 2000/14/EG) | 96 dB(A) | |
| Onnauwkeurigheid | 1 dB(A) | |
| Geluidsvermogensniveau gegarandeerd (conform Richtlijn 2000/14/EG) | 98 dB(A) | |
| Trilling overgebracht(conform EN ISO 5395-1:2013) | 5.0 m/s ^2 | 5.4 m/s ^2 |
| Onnauwkeurigheid | 0.5 m/s ^2 | |
MOTOR
| Model | GCV170 |
| TYPE | 4-slags, enkele cilinder, verticale as |
| Verplaatsing | 166 cc |
| Boring en slag | 60 x 59 mm |
| Koelen | Geforceerde lucht |
| Smering | Spatten en sproelen |
| Compressieverhouding | 8,0:1 |
| Maximale snelheid | 2950 ^+0_-100 tpm |
| Nominaal vermogen | 3,2 kW |
| Ontstekingssysteem | Getransistoriseerd magneto |
| Bougie | NGK: BPR5ES |
| Bougiespleet | 0,7 ~ 0,8 mm |
| Luchtfilter | Droog element type |
| Aanbevolen brandstof | Loodvrije benzine met eenresearchoctaangetal van 91 of hoger |
| Capaciteit benzinetank | 0,91 L |
| Aanbevolen olie | SAE 10W-30, API SN of later |
| Motoroliecapaciteit | 0,40 L* Bijvulhoeveelheid: 0,35 ~ 0,40 L |
| Koolzuur ( CO_2 ) emissies** | Raadpleeg voor de CO_2 -waarden van de Hondamotorwww.honda-motoren-eu.com/co2 |
* Daadwerkelijke hoeveelheid kan variëren door restolie in de motor.
Gebruik altijd de peilstok om het werkelijke peil te controleren (zie pagina 7).
** Deze CO₂-meting is het resultaat van een test over een vaste testcyclus onder laboratoriumomstandigheden van een (ouder) motor die representatief is voor het motortype (motorfamilie) en houdt geen enkele garantie in voor de prestaties van een bepaalde motor.
AANDRIJVING
| TYPE | Variabele snelheid Smart Drive |
| Motor naar transmissie | V-snaar |
| Hoofdkoppeling | Type slipband |
| Grasmaaiersnelheid | 0 ~ 1,75 m/s |
1. Lees het gebruikershandboek voordat u het apparaat gebruikt.2. Risico van wegslingeren: Houd derde personen uit de buurt van het werkgebied tijdens gebruik.3. Risico op snijwonden. Roterende snijbladen: Steek handen of voeten niet in de behuizing van de snijbladen. Neem de bougiekap los voordat u onderhoud of reparaties uitvoert.4. Niet gebruiken zonder dat het uitwerpscherm of de grasvanger is gemonteerd.
5. Lees het gebruikershandboek voordat u het apparaat gebruikt.6. De motor stoot giftige koolmonoxide uit. Niet laten lopen in een afgesloten ruimte.7. Benzine is zeer brandbaar. Stop de motor voordat u brandstof gaat bijvullen.
1. Gegarandeerd geluidsvermogensniveau conform Richtlijn 2000/14/EG2. Conformiteitsmerkteken, conform de EG-richtlijn3. Optioneel conformiteitsmerkteken4. Verenigd Koningkrijk Conformiteitskenmerk5. Nominaal vermogen in kilowatt6. Maximaal motortoerental7. Productiedatum8. Gewicht in kilogram9. Serienummer10.Model11.Naam en adres van de geautoriseerde vertegenwoordiger12.Naam en adres van de fabrikant