FWB05BATN6V3 - Airconditioning DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FWB05BATN6V3 DAIKIN in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over FWB05BATN6V3 DAIKIN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FWB05BATN6V3 - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FWB05BATN6V3 van het merk DAIKIN.
GEBRUIKSAANWIJZING FWB05BATN6V3 DAIKIN
ELEKTRONISCHE BESTURING VOOR HYDRONISCHE TERMINALS Handleiding voor installmentie en gebruik
NL
Bewaar deze handleiding integraal en in goede staat gedurende de volledige levensduur van de machine.

Lees alle informatatie in deze handleiding aandachtig door, vooral de delen die met de opschriften "Belangrijk" en "Opgelet" zich aangeduid; het Niet naleven van de instructies kan letsels aan Personen of schade aan de machine veroorzaken.
Wanner er storingen zich, dient men deutsche handleiding te raadplegen, neem indien nodig contact op met het dflichtst bijzijnde assistentiecentrum van Galetti S.p.A.
De installmente en onderhoudswerkzaamheden要去en door gekwalificierd personneel worden uitgFWECSAerd, behalte indien er andere aanwijzingen in deze handleiding staan.
Vooraleer een interventie op de eenheid uit te voeren,要去 men de machine zonder spanning zetten.
Het Niet naleven van de normen vermeld in de handleiding doet de garantie onmiddelijk verrallen.
Daikin S.p.A. wijst)iedere verantwoordelijkheid af voor schade voortvloeieend uit een oneigenlijk gebruik van de machine of het Niet naleven van de normen vermeld in deze handleiding en aangebracht op de eenheid.

Dit toestel is nicht voorzien om gebruikt te worden door kinderen of door Personen met fysisische, sensorische of mentale handicap, zonder ervaring of onvoorbereid, die nicht onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen nicht bij het toestel kunden.
Controleer de staat van het toestel bij ontvangst, onderzoek of er geen schade is die te wijten kan zich aan het transport.
Raadpleeg de bijhorende technische fiches voor de installationen het gebruik van eventuele accessoires.
ALGEMENE KENMERKEN
De FWECSA besturing is ontworpen om alle installati terminals te besturen van het Galetti-gamma met multispeed monofase motor of gekoppeld op een inverter voor de modulatie van de能力和.
De FWECSA besturing is een systeem samengesteld uiit:
Kaart I/O met waarop het voedingscircuit, het systememet microprocessor en de connectoren (uittrekbaar met schroef) voor de aansluiting van de voorzieningen voor ingang en uitgang;
- Gebruikersterminal bestaande uit grafisch display en toetsenbord (zes toetsen) voorzien van een klok en sonde om de omgevingstemperatuur te lezen.

De aansluiting tussen de kaart I/O en de gebruikerterminal geleurt via de speciale connectoren met behulp van een kabel voor gevevensoverdracht voorzien van een koppel getwiste geleiders en met bescherming.
De besturing besteht de möglichkheid voor sériele communicatie in twee netwerktypes:
-
Extern supervisiesystem oplossing: aansluiting op een extern monitoringsystem met MODBUS RTU protocol op série RS485 (bijvoorbeeld het Extern supervisiesystem Daikin system);
SMALL oplossing: aansluiting van meerdere FWECSA besturingen in twee möglichke configuraties: -
MASTER/SLAVE op série RS485
- MASTER/SLAVE op DG (Draaggolven), ookuitvoerbaar met een Extern supervisiesystemoplossing.
Oplossing gemengd network: sluit meerere commando FWECSA op verschillende niveaus van autonomie:
- MASTER network RS485 (toezicht of externe FWECSA), het verzenden van instructies om de RS485 SLAVE (de zogenaamde MASTER zone);
- MASTER gebied (FWECSA), ontvangen instructie van MASTER RS485-network, het verzenden van instructies om SLAVE OC;
- SLAVE network OC, de werkking identiek aan de master zone.
BELANGRIJKSTE FUNCTIONS
- Automatische of manuele variatie (selecteerbaar via toetsenbord) van de snelheid van de ventilator;
- Beheer van ON/OFF of modulerende kleppen voor installaties met twee of vier leidingen;
- Beheer van een elektrische waarstand voor ondersteuning in verwarming;
-
Omschakeling ZOMER/WINTER (= koeling/verwarming) volgens vier möglichke werkwijzen:
-
manueel via toetsenbord;
- manueel op afstand (via digitale ingang);
- automatisch in functie van de temperatuur van het water;
-
automatisch in functie van de temperatuur van delucht.
-
Beheer van de ontvochtigingsfunctie;
- Werking met UURBUNDELS.
Bovendien is het volgende voorzien:
- Digitale ingang voor externe consensus (bijvoorbeeld: contact venster, ON/OFF op afstand, aanwezigheidssensor enz.) die de werkig van de eenheid kan activeren of deactiveren (logica van het contact:zie configuratieparameters kaart);
- Digitale ingang voor omschakeling Koeling/ Verwarming gecentraliseerd op afstand (logica het contact: die configuratieparameters kaart);
- Digitale ingang voor activering van de ECONOMY-functie op afstand (logica het contact:zie configuratieparameters kaart);
- Sonde voor temperatuur van het water (accessoire), een of twee (optie in geval van systeem met 4 leidingen);
- Standaard Sonde voor temperatuur van de lucht van de omgeving (behindt zich in de gebruikerterminal);
- Sonde op afstand voor de temperatuur van de lucht van de omgeving (accessoire) die indien aangesloten kan worden gezruikt inplaats van de sonde die standard in de gebruikersinterface is geinstalleerd;
- Sonde op afstand voor de relatieve vochtigheid van de lucht van de omgeving (accessoire);
- Een volledig configureerbare digitale uitgang (potentiaalvrij contact).
GEBRUIKERTERMINAL

Het hoofdschem is onnderveed in twee vensters (die hierna worden aangeduid als linker venster en rechter venster), gescheiden via een verticale scheidingslijn.
In het linker venster staat de volgende iinformatie (van bovenaarbeneden en van linksaarrechts):
- omgevingstemperatuur (gelezen door de sonde op afstand die zich op de gebruikerterminal bevindt of door de sonde die is aangesloten op het klemmenbord van de kaart I/O, naargelang de configuratie)
- vochtigkeit van de omgeving (wanner de sonde voor de vochtigkeit aanwezig en geconfigureerd is)
statusysbolen:

uurbundels actief

economy-functie actief

ontvochtig in werking

functie minimale omgevingstemperatuur geactiveerd

klep/kleppen geopend

elektrische weltstand geactiveerd/actief

SMALL network op RS485 actief

seriele communicatiemonitoringsysteme

toetsenbord geblokkeerd
- alarmsignalering: symbol en aanduiding van het type alarm worden weergegeven bovenop de zone die normal is bestend voor de weergave van de statussymbolen.
In het rechter venster staat de volgende informatie (van bovenaarbeneden):
aanduiding van de werkwijze

Werkwijze KOELING

Werkwijze VERWARMING
aanduiding van de status van de ventilatie
aanduiding van de SET-waarde van de temperatuur van de lucht van de omgeving
Als de eenheid in OFF is, worden het venster volledig bevuld met het opschrift OFF verticaal weergegeven.
TOETSENBORD
Er zijn 6 toetsen op het display; hierna worden de basisfunctie vermeld die met elke toets is geassocieerd.

TOETS ON/OFF
inschakeling/uitschakeling van de eenheid
- terug maar het hoofdschemm

TOETS PRG
- MENU openen

TOETS MODE
- wijziging werkwijze
.
(VERWARMING/KOELING)

TOETSPIJUP
- wijziging waarden/ventilatiesnelheid
schermen doorlopen

TOETS SET
- werkwijze wijziging SET/VENTILATIE
bevestiging waarde/terug maar werkwijzschechemen doorlopen

TOETS PIJL DOWN
- wijziging waarden/ventilatiesnelheid
schermen doorlopen
TOETSENCOMBINATIONS
| Set | activering/deactivering UURBUNDELS |
| weergave van de temperatuur van het WATER (als de sonde aanwezig is) | |
| Prg Mode | weergave gegevens KLOK (datum en uu) |
| Set | BLOKKERING/DEBLOKKERING toetsenbord |
DE EENHEID IN-/UITSCHAKELEN
Om de eenheid in en uit te schakelen, moet menaar het hoofdschem gaan en hier op de toets ON/OFF drukken. Druk op de toets ON/OFF vanuit een willekeurig ander punt om snelaar het hoofdschem terug te keren en druk de toets cervolgens opnieuw in om de eenheid in/uit te schakelen.
De toets werkkt Niet als de werkking van de uurbundels geactiveerd is (in dat geval is het symbool van de klok in het hoofdschem zichtbaar). Raadpleeg de betreffende paragraaf om de uurbundels te activeren/deactiveren.
DE TEMPERATUURSET WIJZIGEN
Om de SET van de temperatuur te wijzigen, moet menaar het hoofdschem gaan en moet de eenheid ingeschakeld zichn, daarna gaat men als volgt te werk:
- druk eenmaal op de toets SET om de ingestelde waarde weer te gehen (rechts onderaan op het scherm) van de temperatuurset van de lucht van de omgeving;
- druk op de pijelen UP/DOWN om de ingestelde waarde van de temperatuurset van de lucht van de omgeving te wijzigen;
- druk opnieuw op de toets SET om de weergegeven waarde te bevestigen en om de modus voor wijziging van de temperatuurset te verlaten.
DE VENTILATIESNELHEID WIJZIGEN
- Terwijl de eenheid in werkung is, drukt men tweemaal op de toets SET om maar de modus te.gaan voor wijziging van de能力和 van de ventilatie (auto, superminimum, minimum, medium, maximum);
druk op de pijltoetsen UP/DOWN om de ventilationsnelheid te wijzigen;
| MANUELE snelheid |
| AUTOMATISCHE snelheid |
| GEFORCEERDE snelheid (niet wijzigbaar) |
- in geval van ventilatie in stappen is de wijzigingssequentie als volgt:
| Hydronische terminal met 3 snelheden | |||||
| Minimum | Medium | Maximum | Automatisch | ||
| A | |||||
| Hydronische terminal met 4 snelheden | |||||
| Supermi- nimum | Minimum | Medium | Maxi- mum | Automa- tisch | |
| A | |||||
in geval van modulerende ventilatie worden de ventilatiesnelheid procenteel in plaats van in stappen weergegeven. Door op de pijlen te drukken kan men deze waarde veranderen van de ingestelde minimale limiet tot de maximale limiet (zie INSTELLINGENMENU); buiten de limieten worden de automatische ventilatiemodus automatisch ingesteld;
- wonneer het verschilussen de gemeten temperatuur van de lucht van de omgeving en de ingestelde set begren is binnen 0.5^ , worden de ventilatie gedeactiveerd en verschijnt het opschrift STDBY;
- met een druk op de toets SET kan men bevestigen/de werkwijze wijzigen verlaten enaar het hoofdschem terugkeren;
- wonneer de besturing is uitgerust met een watersonde en de gemeten temperatuur is Niet voldoende om de consensus voor ventilatie te garanderen, dan worden de ventilatie gedeactiveerd en knippert het symbol dat verwijst maar de betreffende werkwijze:
| Werkwijze KOELING | |
| ※ | Werkwijze VERWARI |
DE WERKWIJZE WIJZIGEN
Druk in het hoofdschem op de toets MODE om de werkwijze (Koeling/Verwarming) te wijzigen.
DE ECONOMY-FUNCTIE ACTIVEREN/ DEACTIVEREN
Om de ECONOMY-functie te activeren dient men het hoofdschemr te openen. Hier:
- druk op de toetsen UP/DOWN om de schermen te doorlopen tot het venster "Activering economy" verschijnt;
- druk op de toets SET om maar de werkwijze wijziging te gaan;
- druk op de toetsen UP/DOWN om de functie te activeren/deactiveren en druk opnieuw op de toets SET om te bevestigen;
- druk op de toets ON/OFF om maar het hoofdschem terug te keren.
Als de functie geactiveerd is, is op het hoofdschem het economy-symbolo te zien.
DE INTERVENTIE VAN DE ELEKTRISCHE WEERSTANDEN ACTIVEREN/DEACTIVEREN
Om de interventie van de elektrische wonderstandente activeren/deactiveren (wanner deze aanwezig en geconfigureerd zich), moet men het hoofdschem openen. Hier:
- druk op de toetsen UP/DOWN om de schermen te doorlopen tot het venster Activering waarstanden verschijnt;
- druk op de toets SET om maar de werkwijze wijziging te gaan;
- druk op de toetsen UP/DOWN om de functie te activeren/deactiveren en druk opnieuw op de toets SET om te bevestigen;
- druk op de toets ON/OFF om maar het hoofdschem terug te keren.
Als de elektrische waarstanden geactiveerd zijn (en correct in het CONFIGURATIEMENU zijn geconfigureerd), is het symbool van de waarstand in het hoofdschem te zien; het symbool knippert als de waarstanden nicht werkken, het symbool is vast aan als de waarstanden in werkking zijn.
DE CONTROLE VAN DE MINIMALE OMGEVINGSTEMPERATUUR ACTIVEREN/ DEACTIVEREN
Om de functie voor controle van de minimale omgevingstemperatuur te activeren/deactiveren, moet men het hoofdschem openen. Hier:
- druk op de toetsen UP/DOWN om de schermen te doorlopen tot het venster voor activering controle minimale temperatuur verschijnt;
- druk op de toets SET om maar de werkwijze wijziging te gaan;
- druk op de toetsen UP/DOWN om de functie te activeren/deactiveren en druk opnieuw op de toets SET om te bevestigen;
- druk op de toets ON/OFF om maar het hoofdschem terug te keren.
Als de functie geactiveerd is, is op het hoofdschem het symbol van de minimale omgevingstemperatuur te zien.
DE CONTROLE VAN DE OMGEVINGSVOCHTIGHEID ACTIVEREN/DEACTIVEREN
Om de contrôle van de omgevingsvochtigkeit te activeren/deactiveren, moet menaar het hoofdschem gaan en moet de vochtigheidssonde aanwezig+zijn. Hier:
- druk op de toetsen UP/DOWN om de schermen te doorlopen tot het venster 'Activering contrôle vochtigheid verschijnt;
- druk op de toets SET om maar de werkwijze wijziging te gaan;
- druk op de toetsen UP/DOWN om de functie te activeren/deactiveren en druk opniew op de toets SET om te bevestigen;
- druk op de toets ON/OFF om maar het hoofdschem terug te keren.
DE VOCHTIGHEIDSSET WIJZIGEN
Om de setwaarde van de omgevingsvochtigheid te wijzigen, moet men het hoofdschem openen en要去 de controle van de omgevingsvochtigheid geactiveerd zich. Hier:
- druk op de toetsen UP/DOWN om de schermen te doorlopen tot het venster Setpoint vochtigheid verschijnt;
- druk op de toets SET om maar de werkwijze wijziging te gaan;
- druk op de toetsen UP/DOWN om de functie te activeren/deactiveren en druk opniew op de toets SET om te bevestigen;
- druk op de toets ON/OFF om maar het hoofdschem terug te keren.
DE UURBUNDELS ACTIVEREN/DEACTIVEREN
Om de uurbundels snel te activeren/deactiveren, moet men het hoofdschem openen (met de eenheid zowel aan alsuit). Druk tegelijk op de toetsen SET en PIJL DOWN. Wanneer de uurbundels geactiveerd zich, is op het hoofdschem het symbol van de klok te zien.
DE TEMPERATUUR VAN HET WATER WEERGEVEN
Om de waarde van de temperatuur van het water weerte geven, moet men eerst de aanwezigheid van de sonde in het CONFIGURATIEMENU configureren. Om de temperatuurwaarde gemeten door de sonde weer te geven, moet men het hoofdschem opene n hier tegelijk op de toetsen PIJL UP en PIJL DOWN drukken. Als het een eenheid met 4 leidingen met 2 watertemperatuursondes betreft, kan men de twee schermen die de twee temperatuurwaarden weergeven (temperatuur koud water en temperatuur warm water) met de toetsen PIJL UP/DOWN doorlopen.
HET TOETSENBORD BLOKKEREN/ DEBLOKKEREN
Druk tegelijk pp de toetsen UP + SET + DOWN om de normale werkig van de toetsen van de gebruikerterminal te blokkeren/deblokkeren. Wanner het toetsbord geblokkeerd is, verschijnt het symbol van de sleutel op het display. Wanner men de stand-by modus start, is hetECHTER möglichk om opnieuw het hoofdschemeer weergte geen door op de toets ON/OFF te drukken.
UUR EN DATUM WEERGEVEN (INTERNE KLOK)
Om de gevevens van de klok waar te geeven要去 men het hoofdschem openen en moet de eenheid aan staan. Druk tegelijk op de toetsen PRG en MODE: uur en datum worden 5 seconden weergegeven, daarna keert het display automatisch maar het hoofdschem terug.
Voornoemde procedure werkt nicht als men als Stand-by modus (in het CONFIGURATIEMENU) "Klok" is ingesteld; in dit geval worden uur en datum immers constant op het display weergegeven na de stand-by vrij, namelijk 30 seconden nadat er geen enkele handling op het display wordenuitgFWECSAerd.
DATUM EN UUR WIJZIGEN
Druk in het hoofdschem op de toets PRG om maar het MENU te gaan, doorloop hier de schermen tot Set-up klok verschijnt en druk op SET om te openen. Wijzig de gegevensaar believen en druk telkens op SET om te bevestigen enaar het volgende gegeven te gaan. Druk ten slotte op detoets ON/OFF om�at het hoofdschem terug te keren.
DE UURBUNDELS CONFIGUREREN
Druk in het hoofdschem op de toets PRG om maar het MENU te gaan, doorloop hier de schermen tot Uurbundels versusijnt en druk op SET om te openen.
Met de eerste zes schermen kan men de waarden instellen van de TEMPERATUURSETS, bruikbaarijdens de configuratie van de uurbundels, namelijk de waarden T1, T2 en T3 in modus ZOMER en in modus WINTER.
Op elk ogenblick kan men op de toets MODE drukken om maar de instelling van de eigenlijke uurbundels te gaan.
Het systemd van de uurbundels is van het type volgens uur, dag en week: ieder uur van iedere dag van de week (van MAANDAG tot ZONDAG) vormt een bundel waarin de gebruiker kan kiezen of:
- de ventilatieconvector in OFF is
- de ventilatieconvector met setpoint T1 werkkt
- de ventilatieconvector met setpoint T2 werkkt
- de ventilatieconvector met setpoint T3 werkkt

1 DAG (PRG om te wijzigen)
2 UURBUNDEL (UP/DOWN om te doorlopen)
3 Dag waarin te dupliceren (UP+MODE)
4 SET-POINT
5 Weergave profil
Met de toetsen PIJL UP/DOWN kan men de 24 bundels van iedere dag van de week doorlopen; het doorlopen worden onderaan op het display grafisch aangegeven via de schuivende cursor en tegelijk door de tekstuele aanpassing van de uurbundel bovenaan. Druk op de toets SET om de werkwijze wijziging te openen als men het attribuut (OFF, T1, T2, T3) van een bundel wil wijzigen, wijzig het attribuut met de toetsen PIJL UP/DOWN en druk opnieuw op SET om te bevestigen.
Druk op PRG om waar de volgende dag van de week te gaan.
Druk tegelijk op de toetsen PIJL UP en MODE om een profiel te dupliceren; de dag waar het profiel worden gekopieerd verschijt: gebruik de toetsen PIJL UP/DOWN om die dag de wijzigien en bevestig met de toets SET.
MENU EN LIJsten PARAMETERS
Druk op de toets PRG om het MENU te openen. Doorloop de verschillendesubmenu's van het MENU met de toetsen PIJL UP/DOWN, dezesubmenu's+zijn in volgorde:
- CONFIGURATIEMENU (toegang met password 10): zie betreffende paragraf
- INSTELLINGENMENU (toegang met password 77): zie betreffende paragraf
- MENU SET-UP KLOK (toegang zonder password): instelling datum, uw en dag van de week
- MENU UURBUNDELS (toegang zonder password)
- MENU NETWORK EN VERBINDING (toegang met password 20)
- MENU WEERGAVE UITGANGEN: weergave van de status van de fysische uitgangen (zowel digitaal als 0-10V) van de kaart
- MENU TEST UITGANGEN (toegang password 30): forcing van de fysische uitgangen (zowel digitaal als 0-10V) van de kaart
- MENU INFO: weergave van informatie over de geinstalleerde software.
HET CONFIGURATIEMENU
LIJST MET PARAMETERS
De configuratie van de eenheid houdt met de volgende vereisten rekening:
indien de verstand aanwezig is, is ook de aanwezigheid van de watersonde vereist;
indien deWEEN en ook de klep aanwezig is, moet\
deze klep een 3-WEGSKLEP (GEEN 2-WEGSKLEP) zich;
indien de omschakeling Zomer/Winter op "Auto op watertemp." is ingesteld, is ook de aanwezigheid van de watersonde vereist:
- bij terminals met 4 leidingen mag de waarstand nicht aanwezig zich:
- bij terminals met 4 leidingen met een enkele watersonde mag men de omschakeling zomer/winter nicht op "Auto op watertemp." instellen;
- de omschakeling zomer/winter kan alleen op "Auto op luchttemp." worden ingesteld als de elektrische waarstand aanwezig is of als de eenheid met 4 leidingenisi:
- Als de omschakeling ZOMER/WINTER op "Auto op watertemp." is ingesteld, is het Niet möglich om een 2-wegsklep te gebruiken. De watersonde要去 geinstalleerd zijn op een punt van het hydraulische circuit met minimale circulatie.
CONFIGUREERBARE DIGITALE UITGANG
De kaart heeft een digitale uitgang (aangegeven met 07 in het elektrische schema) waarvan de status verbonden kan zijn met een van de werkingsstatusussen van de eenheid die in de volgende lijst worden opgesomd:
Werkwijze
- Aanyraag koeling of verwarming
Aanvraag koeling
Aanvraag verwarming
Status ON/OFF van de eenheid
Alarm aanwezig
- Oproep ontvochtiging
- Oproep bFWECSAchtiging
Hoge omgevingstemperatuur
Lage omgevingstemperatuar
- Geen consensus water voor verwarming
- Geen consensus water voor koeling
Door superviseur
en selecteerbaar via de configuratieparameter "Configuratie DOUT". Bovendien kan men met de instelling van de volgende parameter "Logica digitale uitgang" kiezen of de status van de relais de logica要去 volgen NA (normaal open) o NC (normaal gesloten).
STAND-BY MODUS
Wanner er 30 seconden geen enkele handling op het toetsbord van de gebruikersterminal wordenuitgFWECSAerd, gaat het hoofdschem over maar de standby modus, die kan verschillen naargelang de instelling met de parameter "Stand-by modus", namelijk:
- Stand-by modus = Uit: het display wordt volledig donker:
- Stand-by modus = Klok: het display worden gedeeltelijkdonker en toont het huidige uur en de datum:
- Stand-by modus = Temperatuur: het display worden geedeeltelijk donker en toont de omgevingstemperatuur en eventueel de vochtigheid wonneer de sonde aanwezig is.
ONDERBREKING SERIELE VERBINDING
Bij een onderbreking van de série verwinding met de bediening ingesteld als SLAVE, za FWECSA de instellenen van on/off en de modaliteit zomer/winter door de superviseur in stand honden ow de LASTe instellenen via het toetsbord herstellen, naargelang de selectie van de overeenkomstige configuratieparameter.
HET INSTELLINGENMENU
Wanner men via het hoofddisplay op de toetsen UP/DOWN drukt, verschijnen de volgende pagina's in deze volgorde:
Activering economy-functie
- Inschakeling gebruik elektrische weltstand
- Activering contrôle minimale temperatuur
- Activering contrôle vochtigkeit
- Setpoint vochtigkeit
Wanner het Niet möglich is om maar de wijziging van een of meerere submenu's te gaan,要去 men eerst de betreffende configuratieparameters instellen. Om bijvoorbeeld het gebruik van de elektrische wonderstand in te schakelen,要去 men eerst de aanwezigheid van deze waarstand in het menu met configuratieparameters instellen.

Sommige parameters (of möglichke waarden) van de menu's voor de configuratie, de regeling en de set-up zijn möglichk Niet beschikbaar, naargelang de gekozen parameterinstelling.
INSTELLINGENLOGICA'S OMSCHAKELING KOELING/VERWARMING
LEGENDE
| SNELHEID VENTILATIE | |
| WINTER | |
| ZOMER | |
| LUCHTTEMPERATUUR | |
| WATERTEMPERATUUR | |
| OPENING KLEP | |
| JA | |
| NEE |
Er zijn 4 verschillende, alternatieve selectiologica's aanwezig voor de werkwijze van dethermostat, bepaald op basis van de ingestelde configuratie op de besturing:
Lokaal: keuze door de gebruiker met de toets MODE
- Afstand: in functie van de status van de digitale ingang DI1
in functie van de temperatuur van het water


Wanner er een alarm watersonde is, keert de besturing van de werkwijze tijdelijk terug maar werkwijze Lokaal.
in functie van de temperatuur van de lucht:

Waar bij:
- Set de temperatuur is, ingesteld met de pijltjes
ZN de neutrale zone is
De werkwijze van dethermostat worden op het display aangegeven via de symbolen KOELING en VERWARMING.
VENTILATIE
ALGEMENE ASPECTEN
De besturing kan twee types ventilatie beheren:
ventilatie in stappen met een vast aantal selecteerbare snelheden (3 of 4);
modulerende ventilatie met variabile snelheid van 0% tot 100% .
Het gebruik van het ene of het andere type beheer is verbonden met het type ventilator (in stappen of modulerend) die op de machine is gemonteerd. Op zich beurt volgt de instelling in stappen twee verschillende logica's op basus van het type klep/kleppen (ON/OFF ofwel modulerend).
Samengevat zijn de logical's voor automatische instelling beheerd door de besturing (en hierna in detail beschreiben) als volgt:
ventilatie in stappen met klep ON/OFF (of geen) en 3 snelheden, in werkwijze koeling en verwarming;
ventilatie in stappen met klep ON/OFF (of geen) en 4 snelheden, in werkwijze zomer en winter;
ventilatie in stappen met modulerende klep en 3 snelheden, in werkwijze zomer en winter;
ventilatie in stappen met modulerende klep en 4 snelheden, in werkwijze zomer en winter;
instelling van de modulerende ventilatie met klep ON/OFF, in werkwijze zomer en winter;
installing van de modulerende ventilatie met modulerende klep.
NATUURLIJKE CONVECTIE
Door instelling van de parameter in het configuratiemenu van de units met klep, worden de ventilatie bij verwarming met 0,5^ vertraagd om een eerste fase van natuurlijke convectie toe te lately.
VENTILATIE IN STAPPEN
Met de toetsen UP/DOWN kan men kiezen:tussen de volgende snelheden:
AUTOMATISCHE SNELH.: in functie van de ingestelde temperatuur en de temperatuur van de lucht in de omgeving;
SUPERMINIMUM snelh.: alleen selecteerbaar als de eenheid van het type 2X1 (4 spelheden) is
MINIMALE snelh.
Medium SNELH.
Maximale SNELH.
AUTOMATISCHE WERKING VOOR EENHEDEN MET 3 SNELHEDEN EN KLEP/KLEPPEN ON/OFF (OF GEEN):
1 MINIMALE snelheid
2 MEDIUM snelheid
3 MAXIMALE snelheid
KOELING

VERWARMING

AUTOMATISCHE WERKING VOOR EENHEDEN MET 4 SNELHEDEN EN KLEP/KLEPPEN ON/OFF (OF GEEN):
1 MINIMALE snelheid
2 MEDIUM snelheid
3 MAXIMALE snelheid
sm SUPERMINIMUM snelheid
KOELING

VERWARMING

i Bij configuraties met 4 snelheden en klep wordt de ventilatie bij verwarming met 0.5^ vertraagd om een eerste fase van natuurlijke convectie toe te latent.
AUTOMATISCHE WERKING VOOR EENHEDEN MET 3 SNELHEDEN EN MODULERENDE KLEP/KLEPPEN:S
1 MINIMALE snelheid
2 MEDIUM snelheid
3 MAXIMALE snelheid
KOELING

VERWARMING

AUTOMATISCHE WERKING VOOR EENHEDEN MET 4 SNELHEDEN EN MODULERENDE KLEP/KLEPPEN:
1 MINIMALE snelheid
2 MEDIUM snelheid
3 MAXIMALE snelheid
sm SUPERMINIMUM snelheid

KOELING

VERWARMING
MODULERENDE VENTILATIE
Net als bij de ventilatie in stappen voorziet de beheerslogica van de modulerende ventilatie twee möglichke werkwijzen:
AUTOMATISCHE werking
- Werking met VASTE SNELHEID
De selectie van het werkingspercentage gebeurt door op de toetsen UP/DOWN te drukken, verwijl de automatische ventilatie worden geactiveerd door een ventilatiewaarde onder het minimum (20%) of boven het maximum (100%) in te stellen.

MANUELE snelheid

AUTOMATISCHE snelheid

GEFORCEERDE ventilatie
AUTOMATISCHE WERKING VOOR EENHEDEN MET 3 OF 4 SNELHEDEN EN KLEP/KLEPPEN ON/OFF OF GEEN: KOELING


VERWARMING MET CONFIGURATIONS OP 3 SNELHEDEN

VERWARMING MET CONFIGURATIONS OP 4 SNELHEDEN

Bij configuraties met 4 snugheden worden de ventilatie bij verwarming met 0.5^ vertraagd om een eerste fase van natuurlijke convectie toe te lately.
CONSENSUS VAN HET WATER
Onafhankelijk van het aanwezige type ventilator (in stappen of modulerend) is de werking van de ventilator verbonden met de controle van de watertemperatuur van het system: Op basis van de werkwijze hebben we verschillende consensusdrempels bij verwarming en koeling.

KOELING

VERWARMING
Als er geen consensus is bij het oproepen van de thermostat, worden dit op het display aangeduid door het knipperen van het symbol van de actieve werkwijze Koeling en Verwarming. Deze consensus worden genedeerd wanner:
- de watersonde nicht voorzien is of bij alarm wegens losgekoppeld
- bij Koeling bij configuraties met 4 leidingen
FORCERINGEN
De normale ventilatiologica (zowel modulerend als nicht modulerend) wird geneweerd in geval van bijzondere situations van forceren, die nodig+kennen voor de correcte controle van de temperatuur of werkinq van de terminal.
De volgende gevallen können zich voordoen:
bij KOELING:
- met besturing aan board van de machine en configuraties met klep: de minimumsnelheid worden beschikbaar gehonden ook als de temperatuur is bereikt
- besturing aan board en configuraties zonder klep: iedere 10 minuten stilstand van de ventilator wordt een spoeling van 2 minutes op medium snelheid uitgFWECSAerd zodate de luchtsonde de omgevingstemperatuur correcter kan meten.
- als de ventilatie in stand-by ingesteld is op altijd ON, worden de snugheid in stand gehonden eens de temperatuurinstelling bereikt is.
bij VERWARMING:
- wonneer de watstand actief us: de ventilatie wordt op medium snelheid geforceerd
- wonneer de watstand uit is: er worden 2 minuten lang een naventilate op medium snelheid aangehouden. (NB: deze ventilatie wordt ook voltooid wonneer dethermostaat uit worden gezet of als men zou overgaan maar de werkwijze koeling).
- als de ventilatie in stand-by ingesteld is op.altijd ON,wordt de snugheid in stand gehouden eens de temperatuurinstelling bereikt is.
KLEP
De besturing kan 2-wegs of 3-wegskleppen beheren, van het type ON/OFF (dit betekent helemaal open of helemaal gesloten) of modulerend (het openen van de klep kan variieren全过程 0% en 100% ).
KLEP ON/OFF
Het openen van de (2- of 3-wegs) klep worden aangestuurd in functie van de werkset en van de temperatuur van de lucht.

KOELING

VERWARMING
MODULERENDE KLEP
Het openen van de (2- of 3-wegs) klep worden aangestuurd in functie van de werkset en van de temperatuur van de lucht. De logica voor instelling van het openen volgt de hierna weergegeven diagrammen.

KOELING

VERWARMING MET CONFIGURATIONS OP 3 SNELHEDEN
VERWARMING MET CONFIGURATIONS OP 4 SNELHEDEN

CONSENSUS VAN HET WATER
De contrôle van de temperatuur van het water voor de consensus tot het openen dient enkel voor configurations met 3-wegskleppen en elektrische waarstand. Bij dergelijke configurations worden een contrôle van de watertemperatuur gedaan in geval van:
- Verwarming met verbessard: de werkking van de verbessard leidt tot eenforcering van de ventilatie; waarom要去vermeden worden dat er eventuele te koud water in de terminal passeert:

- Naventilatie te wijten aan de uitschakeling van de waarstand: blij aangehonden tot het verstreijken van de vastgesteldeijd, ook bij verandering van werkwijze. Tijdens deze naventilatie za de consensus van het water samenvallen met de consensus voor de ventilatie.
ELEKTRISCHE WEERSTAND
ACTIVERING
Wanneer de elektrische verbessstand op voorhand worden ingesteld als aanwezig via de configuratieparameter en als het gebruik is ingeschakeld via de set-up parameter, dan worden de elektrische verbessstand gebruikt op aanvraag van dethermostaat op basis van de omgevingstemperatuur:

i De activering leidt tot eenforcering van de ventilatie.
CONSENSUS VAN HET WATER
De consensus voor de activering van de waarstand is verbonden met de contrôle van de watertemperatuur. Hierna volgt de betreffende consensuslogica:
VERWARMING

Deze consensus worden nicht gegeben wanner de watersonde Niet voorzien of losgekoppeld is.
ECONOMY
Wanner de Economy-functie op voorhand worden ingesteld als aanwezig via de configuratieparameter en als het gebruik is ingeschakeld via de set-up parameter, dan voorziet de Economy-functie een correctie van de setpoint met 2.5^ en een forcing op de beschikkbare minimumsnelheid om de werkking van de terminal te verminderen.
Koeling: set + 2.5°C
- Verwarming: set - 2.5°C
CONTROLE MINIMUMTEMPERATUUR
Wanner deze logica op voorhand worden ingesteld als aanwezig via de configuratieparameter en als het gebruik is ingeschakeld via de set-up parameter, dan kan men wanner dethermostatuiut is met deze logica beletten dat de omgevingstemperatuur Niet onder een in te stellen drempel daalt (parameter "SET controle minimumtemperatuur"), waar bij de terminal gedurende nodige tijd in werkwijze verwarming worden geforceerd.
Als de elektrische verbessand aanwezig is, worden die enkel gebrukt in geval die op voorhand geselecteerd is als bron bij Verwarming.
ACTIVERING
Wanner deze besturing geselecteerd is, gaat de terminal aan wanner de omgevingstemperatuur onder 9^ daalt:

Eenmaal de temperatuur terug boven 10^ is gebracht, keert de thermostat terug maar Off.

Een eventuele OFF door de digitale ingang zal\ deze logica blokkeren.
ONTVOCHTIGING
De functie voor ontvochtiging is enkel bruikbaar in de werkwijze Koeling wonneer de aanwezigheid van de vochtigheidssonde in het configuratiemenu is ingesteld. Deze functie voorziet om de terminal te latent werden met de bedoeling de vochtigheid in de omgeving te verminderen tot de ingestelde setpoint in de parameter van het set-up menu is bereikt.
LOGICA
De ventilationsnelheid worden op minimum geforceerd, of op de medium snelheid wannesr de temperatuur veel hoger is dan de ingestelde set:

Omdat de vochtigheid op de ingestelde waarde要去 worden gebracht, worden de ventilatie (en de klep, indien aanwezig) geactiveerd, ook wanner de omgevingstemperatuur de betreffende set (zichtbaar op het display) al heeft bereikt. Wanner die onder deze drempel daalt, worden deze logica tijdelijk geblokkeerd.

CONSENSUS VAN HET WATER
De consensus voor de activering van de waarstand is verbonden met de contrôle van de watertemperatuur. Hierna volgt de betreffende consensususlogica:

Wanner er geen consensus is, worden de functie voor ontvochtigingijdelijk geblokkeerd. Hetzelfde gebeurt wanner de sonde worden losgekoppeld.

Wanner de referentiFWECSAchtigheid is bereikt of als de besturing op Off worden gezet, worden de ontvochtig gedeactiveerd.
ALARMEN
De alarmen beheerd door de besturing+zijn alarmen met betrekking tot de afwezigheid van de voorziene sondes op basis van de configuratie van de eenheid. BijgFWECSAlg zijn de möglichke alarmen de volgende:
Alarm luchtsonde
Alarm watersonde
Alarm vochtigheidssonde
NETWERKEN EN VERBINDINGEN
AANSLUITING OP HET MONITORINGSYSTEM EXTERN SUPERVISIESYSTEM OPLOSSING)

De aansluiting is uitvoerbaar voor versie Extern supervisiesystem 3.10 of hoger
Via de série poort RS485 kan men FWECSA besturingen (tot 247) op een beheersoftware aansluiten die de standard MDBUS RTU als communicatieprotocol gebruikt met de volgende eigenschappen:
instelbare baudrate (default: 9600)
- geen pariteit
8 databits
1 stopbit
Binnen een monitoring network gedraagt jegere FWECSA bessturing zich als een SLAVE nei ten opzichte van het gecentraliseerde beheersystem dat de MASTER van het network vormt (figuur 01).
Wanner de bekabeling van het network is uitgFWECSAerd, moetijdere FWECSA besturing worden geconfigureerd. Druk op de toets PRG om het MENU te openen en open daarna het submenu "Netwerken en verbindingen" (password = 20). Stel de SETUP RS485 parameters als volgt in:
MST/SLV = "Slave via SPV"
Protocol = "Modbus"
- Serieel adres = een waarde van 1 tot 255 instellen
- Snelheid = instellen op basis van de vereisten van de Master
laat de parameters SET-UP OC (MST/SLV = geen) ongewijzigd.

Lees het document "RICHTLIJNEN VOOR HET RS485 NETWORK", beschikbaar in de downloadzone van de Daikin website, voor details over de bekabeling van het netwerk.
De functies die door de besturing als SLAVE worden herkend en beheerd, zich:
| CODE BESCHRIJVING | |
| 01 coil | status lezen |
| 02 input | status lezen |
| 03 holding register lezen | |
| 04 input | register lezen |
| 15 coil | status multiple schrijven |
| 16 holding register multiple schrijven | |
De beschikbare variabelen zijn:
| BESCHRIJVING |
| 1 ON/OFF eenheid |
| 2 ZOMER/WINTER |
| 3 ECONOMY actief |
| 4 ANTIVRIES actief |
| 5 ALARM aanwezig |
| 6 Alarm Sonde omgevingstemperatuur |
| 7 Alarm Sonde watertemperatuur |
| 8 Alarm Sonde temperatuur warm water (alleen indien eenheid met 4 leidingen) |
| 9 Alarm Sonde vochtigkeit omgeving |
| 10 Antal snelheden (3/4) |
| 11 Antal ledingen (2/4) |
| 12 Type ventilatie (STEPS/MODULEREND) |
| 13 Sonde voor afstelling (DISPLAY/KAART) |
| 14 Anwezigheid elektrische waarstanden |
| 15 Anwezigheid vochtigkeitssonde |
| 16 Status digitale uitgang 1 (01) |
| 17 Status digitale uitgang 2 (02) |
| 18 Status digitale uitgang 3 (03) |
| 19 Status digitale uitgang 4 (04) |
| 20 Status digitale uitgang 5 (05) |
| 21 Status digitale uitgang 6 (06) |
| 22 Status digitale uitgang 7 (07) |
| 23 Watersonde aanwezig |
| 24 Warmwatersonde aanwezig (hydronische terminal met 4 buizen) |
| 25 Ontvuchtiging actief |
| 26 Klep open |
| 27 Hydronische terminal uit via contact op afstand |
| 28 Afstelling ventilatie (manueel/automatisch) |
| 29 Actieve waarstand |
| 30 Klep aanwezig |
| 31 Inschakeling ECONOMY via contact |
HOLDING REGISTER
(GEHEEL/ANALOG LEZEN/SCHRIJVEN)
| BESCHRIJVING | |
| 1 SET temperatur zomer (koeling) | |
| 2 Minimale limiet SET temperatur zomer | |
| 3 Maximale limiet SET temperatur zomer | |
| 4 SET temperatur winter (verwarming) | |
| 5 Minimale limiet SET temperatur winter | |
| 6 Maximale limiet SET temperatur winter | |
| 7 | Unieke SET temperatur (als ZOM/WIN op water-/luchttemp.) |
| 8 SET vochtigkeit | |
| 9 Minimale limiet SET vochtigkeit | |
| 10 Maximale limiet SET vochtigkeit | |
| 11 | Snelheid van de ventilatie in stappen 0 = superminimum snelh. 1 = minimale snelh. 2 = medium snelh. 3 = maximale snelh. 4 = AUTO snelh. |
| 12 Snelheid van de modulerende ventilatie | |
INPUT REGISTER
(GEHEEL/ANALOG ALLEEN LEZEN)
| BESCHRIJVING | |
| 1 O | Omgevinstemperatuur |
| 2 V | Vochtigkeit van de omgeving |
| 3 W | Watertemperatuur |
| 4 | Temperatuur warm water (alleen indien eenheid met 4 leidingen) |
| 5 | Status van de ventilatie in stappen:0 = ventilatie gestopt1 = superminimum snelh.2 = minimale snelh.3 = medium snelh.4 = maximale snelh. |
| 6 % | waarde van de modulerende ventilatie |
| 7 % | waarde van de analoge uitgang 1 |
| 8 % | waarde van de analoge uitgang 2 |
| 9 % | waarde van de analoge uitgang 3 |
| 10 SET temperatuur actief | |
| 11 SET temperatuur zomer | |
| 12 SET temperatuur winter | |
| 13 | Unieke SET temperatuur(als ZOM/WIN op water-/luchttemp.) |
| 14 SET vochtigkeit actief | |
| 15 Type klep (GEEN/ON-OFF/MODULEREND) | |
"SMALL"-NETWORK OPLOSSINGEN
De "SMALL"-network oplossingen vormen een netwerksystem Master/SLAVE waarin een van de FWECSA besturingen de functie van MASTER verwult verwijl alle andere FWECSA beturingen van het netwerk de functie van SLAVE verwullen.
Er zijn twee möglichke uitvoeringen, elk met verschillende functionaliteiten en type verbinding:
SMALL network op RS485
SMALL network op DRAAGGOLVEN
SMALL NETWORK OP RS485
In dit geval gebeurt de verbinding via de bus RS485, die bestaat uit een afgeschermde gegevenskabel, getwist met 2 geleiders (figuur 02).
i
Lees het document "RICHTLIJNEN VOOR HET RS485 NETWORK", beschikbaar in de downloadzone van de Daikin website, voor details over de bekabeling van het netwerk.
De MASTER-besturing stuart de volgende instellenen maar de SLAVE-besturingen:
Werkwijze: (KOELING of VERWARMING);
- Status ON/OFF van de besturing: alle SLAVE-besturingen passen zich aan de status ON/OFF van de MASTER-besturing aan;
- Inschakeling van de contrôle van de minimale omgevingstemperatuur;
SET omgevingstemperatuur;
of (op basis van de parameter "Controle temperatuur via MASTER" in het menu "Netwerken en verbindingen"):
- Limieten voor de wijziging van de SET van de omgevingstemperatuur (zowel ZOMER als WINTER): de variatie van de SET is opijdere SLAVE besturing toegestaan met een delta van ± 2^ rond de waarde van de ingestelde SET op de MASTER besturing.
Wat de status ON/OFF betreft, is op iedere SLAVE-besturing het volgende toegestaan:
- Automatisch lokaal ON bij aanvraag door de functie voor contrôle van de minimale temperatuur van de lustt van de omgeving
- Automatisch lokaal ON/OFF volgens de uurbundels
wanner die ingeschakeld zich;
OFF op SLAVE besturing via digitale ingang wanner deze ingeschakeld is.
ledere SLAVE besturing behoudt autonomie in het beheer van de slelheid van de ventilatie, in de activering van de ECONOMY-functie en in de instelling van de waarde van de SET (met de hierboven beschreiben beperkingen).
Bij dit type netwerk is de aanwezigheid van een monitoringnetwerk (Extern supervisiesystem oplossing) Niet möglich waar de série poorten RS485 van alle besturingen (zowel de MASTER als de SLAVES) al bezet zich voor de uitvoering van het SMALL-network.
Wanner de bekabeling van het network is uitgFWECSAerd, moetijdere FWECSA besturing worden geconfigureerd. Druk op de toets PRG om het MENU te openen en open daarna het submenu "Netwerken en verbindingen" (password = 20). Stel de SETUP RS485 parameters als volgt in:
- MST/SLV = "Master" instellen op de FWECSA besturing die de MASTER van het netwerk vormt, "Lokale Slave" instellen op alle FWECSA besturingen die de SLAVES van het netwerk vormen.
Protocol = "Modbus" - Serieel adres = stel een waarde van 1 tot 255 alleen op de SLAVE besturingen in.
Snelheid = nied wijzigen (9600)
Laat de parameters SET-UP OC (MST/SLV = geen) ongewijzigd.
Met dit type configuratie kan men tot maximum 32 hydronische eenheden via een enkele gebruikerterminal controleren.
De verbinding gebeurt via een bus OC, die bestaat uit een afgeschermde gegevenskabel, getwist met 2 geleiders (figuur 03).
In dit geval legt de MASTER besturing (moment per moment) een identieke werking aan de werking van de MASTER besturing op aan alle SLAVE besturingen die op het networke zijn aangesloten. Op die manier heeft geen enkele SLAVE besturing beslissingsautonomie en is bovendien Niet uitgerust met een eigen gebruikerterminal.
Er kuren maximaal 32 SLAVE besturingen op dit type
network worden aangesloten.
Vooraleer de aansluiting van de I/O-kaarten op het networkui te voeren, moet men≦e daere kaart configureren.
Sluit de gebruikerterminal op iedere I/O-kaart aan.
Druk op de toets PRG om het MENU te openen en open daarna het submenu "Netwerken en verbindingen" (password = 20). Stel de SETUP OC parameters als volgt in:
- MST/SLV = "Master" instellen op de I/O-kaart die de MASTER van het netwerk vormt en "Slave" instellen op alle SLAVES van het netwerk.
- Serieel adres = stel een waarde van 2 tot 34 op de SLAVE besturingen in.
Nu kan men alle I/O-kaarten op het network aansluiten.

Wanner de kaart als SLAVE is ingesteld, kan die nicht更是 met een gebruikersterminal communiceren. Wanner het nodig is om de instellenen ervan te wijzigien, is het waaromoodzakelijk om een RESET aan de hand van de volgende procedure uit te voeren: ontkoppel de kaart van het netwerk, houd de kaart gFWECSAed en breng de digitale ingang 10 (klemmen I10 en IC) gedurende 15 seconden in kortsluiting.

Alle hydronische terminals (dus zowel de MASTER als de SLAVES) aangesloten op het network moeten bezelfde configuratie hebben.
GEMENGD NETWORK
Het SMALL-network op DRAAGGOLVEN kan ook worden gekoppeld met een monitoringnetwork (External supervisiesystem of SMALL oplossing) op RS485 via de série poort RS485 van de MASTER besturing, waardoor een zogenaamd GEMENGD NETWORK发展格局. In figuur 04 staat het schema van het gemengde network, bestaande uit het SMALL-network op DRAAGGOLVEN gecombineerd met een monitoringnetwork.
SAMENVATTINGSTABEL PARAMETERS
| EXTERN SIESYSTEEM BMS | SMALL RS485 | SMALL OC | Netwerk Gemengd |
| RS485 | ||||
| MST/SLV Slave | via SPV | FWECSA Master: Master | - | FWECSA Master: Master |
| FWECSA Slave: Slave via SPV | FWECSA Slave: Slave via SPV | |||
| Protocol Modbus | Modbus - Modbus | |||
| Serieel adres 1... | 255 | FWECSA Master: 0 | - | FWECSA Master: 0 |
| FWECSA Slave: 1... 255 | FWECSA Slave: 1... 255 | |||
| Snelheid | Op basis van de Master | 9600 - 9600 | ||
| OC | ||||
| MST/SLV -- | FWECSA Master: Master | |||
| FWECSA Slave: Slave | ||||
| Serieel adres - | FWECSA Master: 0 | |||
| FWECSA Slave: 2... 255 | ||||
BETEKENIS VAN DE LEDs
| BLAUW GROEN ROOD | |||
| STATUS LED | Eenheid OFF | Eenheid ON | Alarm aanwezig |
| NETWORK LED | Master OC | Communicatie OK | Geen communicatorie |
i Wanner men de I/O-kaart frontaal aankijkt, bevindt de STATUS LED zich aan de linkerkant en de NETWORK LED aan de rechterkant.
TECHNISCHE GEGEVENS
| Voeding 230Vac 50/60Hz Vermogen 2,5 W | |
| Werkingtemperatuur Bereik 0-50°C | |
| Opslagtemperatuur Bereik -10-60°C | |
| IP beschermingsgraad IP30 (gebruikersterminal) | |
| Type kaart Type 1.C | |
| Relais uitgang Normaal | Open 5A @ 240V (Resistant) Max. omgevingtemperatuur: 105°C Micro-onderbreking |
| Ingangen Temperatuursondes NTC Actieve sondes 0-5V Potentiaalvrije contacten (digitale ingangen) | |
| Temperatuursondes Sondes NTC 10K Ohm @25°C Bereik -25-100°C | |
| Vochtigheidssonde Sonde van het residente type Bereik 20-90%RB | |
| Max. doorsnede kabels voor klemmen | 1,5 mm² |
| Vervuilingsgraad Graad II | |
| Categorie watstand tegen warmte/brand | Categorie D |
| Categorie overspanning | Categorie II |
| EMC conformiteitsnormen | EN 61000-6-1(2007) EN 61000-6-3(2007) + A1(2011) |
INSTALLATIE EN ONDERHOUD
Hierna worden de procedures beschreiben voor installmentie van de gebruikersinterface, van de vermogenkaart en van de sondes, met specifieke instructies voor de afzonderlijke hydronische terminals van het Daikin-gamma.
INSTALLATIE VAN DE SONDES
De FWECSA besturing beheert de volgende sondes:
- Sonde voor het lezen van de temperatuur van de lucht, geintegreerd in de gebruikerterminal; er is geen enkele bijzondere interventie om te installereren vereist.
- Sonde (optioneel, als alternatifoor de vorige sonde) aangesloten op de I/O-kaart voor het lezen van de temperatuur van de lucht die door de machine worden aangezogen of op een willekeurig ander punt in de omgeving die onderhevig is aan de regeling van de temperatuur (LUCHTSONDE OP AFSTAND)
- Sondes (optioneel) voor het lezen van de watertemperatuur: men kan een of twee sondes aansluiten, naargelang de terminal is aangesloten op een system met 2 of met 4 leidingen.
- Sonde (optioneel) voor het lezen van de relatieve vochtigheid van de omgeving, aangesloten op de I/O-kaart.

Om interferenties en bijgFWECSAlg werkingsstoringen te vermijden, mogen de kabels van de sondes zich NIET in de buurt van de vermogekabels (230V) bevinden.
INSTALLATIE VAN DE LUCHTSONDE OP AFSTAND
Het gebruik van de luchtsonde op afstand voor het regelen van de omgevingstemperatuur is optioneel. Wanner die wordt gebruikt, wordt die de hoofdsonde voor de regeling inplaats van de sonde die zich in de gebruikerterminal bevindt. In ieder geval is het altijd möglichk om de hoofdsonde voor regeling van de omgevingstemperatuur te kiezen via de parameter "luchtsonde" in het CONFIGURATIEMENU.
De luchtsonde op afstand要去iijd worden aangesloten op de klemmen I1-C1 van de I/O-kaart.
Gebruik de meegeleverde plastic zelfklevende sondehouder:
- Ventilatorconvector zonder sukkel (figuur 05)
- Ventilatorconvector met sukkel (figuur 06)
- Ventilatorconvector met frontale aanzuiging (figuur 07)
INSTALLATIE VAN DE VOCHTIGHEIDSSONDE
De vochtigkeitssonde is een optioneel accessoire. Als die aanwezig is,要去 die worden aangesloten op de klemmen SU-SU van de I/O-kaart. De sensor van de sonde kan zo worden geplaatst dat die omgeven worden door de aangezogen Lichtstroom van de eenheid (indien ook de temperatuursonde op afstand aanwezig is,要去 men die samen vastbinden zoals aangetoond in de volgende afbeelding), ofwel op een willekeurig ander punt in de omgeving die onderworpen is aan regeling van de temperatuur en van de vochtigkeit.

Het is ook möglichk om de sensor van de sonde in de gebruikersterminal teplaatsen met behulp van de speciale bevestiging op de basis van de terminal (figuur 08).
De kabel die bij de vochtigheidssensor meegeleverd is, is voorzien van een scherm. Hzt is Niet nodig om dit scherm op de I/O-kaart af te sluiten. Wanner het lezen van de relatieve vochtigheid is verstoord door de nabijheid van de vermogenkabel of een andere bron, moet men voornoemd scherm op de klem GND van de seriée poort RS485 aansluiten.
INSTALLATIE VAN DE WATERSONDE
De sonde voor het lezen van de temperatuur van het water (witte kabel) is een optioneel accessoire.
In geval van een eenheid met 2 leidingen (afzonderlijke batterij) moet de watersonde op de klemmen I2 - C1 van de I/O-kaart worden aangesloten. In geval van een eenheid met 4 leidingen kan men (via de parameter "Aantal watersondes"
van het CONFIGURATIEMENU) kiezen hoeveel sondes (een of twee) te gebruiken. Als men kiest om een watersonde te gebruiken, moet deze zo worden geinstalleerd dat die de temperatuur van het verwarmingswater gaat lezen (dus geinstalleerd op de batterij warm water) en moet die worden aangesloten op de klemmen I2 - C1 van de I/O-kaart. Als menECHTERkiestomtwee watersondes tegebruiken,moet de sonde voor het lezen van de temperatuur van het I2-C1 van de I/O-kaart, terwijl de sonde voor het lezen van de temperatuur van het warm waterop de klemmen I3-C1 van de I/O-kaart moet worden aangesloten.
Gebruik de special voorziene koperen sondeholder voor de Sonde van het water enplaats die naargelang de gevallo zoals hierna beschreven. Ventilatorconvectoren voor:
- Systeem met 2 LEIDINGEN - GEEN KLEP of 2-WEGSKLEP: de sonde van het water moet op de warmtewisselaar worden geplaatst (figuur 09);
- Systeem met 4 LEIDINGEN - GEEN KLEP of 2-WEGSKLEPPEN: de sonde van het water (indien unk) moet op de warmtewisselaar van het verwarmingscircuit worden geplaatst (figuur 10); de eventuele tweede sonde moet op de warmtewisselsaar van het koelcircuit worden geplaatst;
- Systeem met 2 LEIDINGEN - MET 3-WEGSKLEP: de sonde van het water moet op de ingang van de klep worden geplaatst, op de tak afkomstig uit het systeem (figuur 11);
- Systeem met 4 LEIDINGEN - MET 3-WEGSKLEPPEN: de sonde van het water (indien unk) moet op de ingang van de klep voor verwarming worden geplaatst, op de tak afkomstig uit het circuit (figuur 12); de eventuele tweede sonde moet op de ingang van de klep voor koeling worden geplaatst, op de tak afkomstig uit het circuit.
FWD
Voorbeeld, kleppen gemonteerd op de linkerflank:

- Voor UTN-eenheden zonder kleppen, voor systemen met twee leidingen, moet de watersonde op de leiding bij de ingang van de warmtewisselaar worden geplaatst.
- Voor UTN-eenheden zonder kleppen, voor systemen met vier leidingen, moet de watersonde op de leding bij de ingang van de warmtewisselaar van het verwarmingscircuit worden geplaatst.
FWB-FWP
Voorbeeld, kleppen gemonteerd op de linkerflank:

Voor FWB-FWP-eenheden zonder kleppen, voor systemen met twee leidingen, moet de watersonde op de leiding bij de ingang van de warmtewisselaar worden geplaatst.
Voor FWB-FWP-eenheden zonder kleppen, voor systemen met vier leidingen, moet de watersonde op de leiding bij de ingang van de warmtewisselaar van het verwarmingscircuit worden geplaatst.
INSTALLATIE VAN DE GEBRUIKERSTERMINAL
Kies voor de installmentie van het besturingspaneel een zone die gemakkelijk toegankelijk is voor de instelling van de functies en efficien voor het aflezen van de omgevingstempoatuur (minstens 1,5 m boven de grond). Vermijd waarom:
- plaatsen die rechtstreeks aan het zonlicht zijnblootgesteld;
- plaatsen die onderhevig zijn aanrechtstreekse stromen van warme of koude lucht;
- obstakels ertussen teplaatsen die verhinderen om de temperatuur correct af te lezen (gordijnen of meubels);
- constante aanwezigheid van waterdamp (keukens enz.);
- het paneel aan de muur te bedekken of in te bouwen.
Het is aanbFWECSAlen om voor de installmentie van de besturing op de wand een elektrische inbouwcontactdoos 503 te gebruiken awhile de besturing, om er de kabels in onder te brengen. Volg de instructies hierna voor de montage:
Haal de sluitschroef veg van de besturing (figuur 13).
- Wanneer men een inbouwcontactdoos 503 gebruikt, steekt men de kabels door de spleet onderaan de besturing, gebruik de speciale gaten voor de bevestiging (figuur 13).
Anders moet men in de wand boren waar men de besturing wil installeren, ter hoogte van de bevestigingsgaten op de basis van de besturing. Gebruik de basis van de besturing als mal voor het boren. Steek de kabels door de spleet van de basis en bevestig ze met de pluggen op de wand waar voordien gaten in werden geboord (figuur 14).
Sluit de klem aan op de kaart van het display.
- Sluit de besturing opniew met behulp van de sluitschroef.
De verbinding tussen het besturingspaneel en de I/O-kaart moet worden uitgFWECSAerd met behulp van de connectoren met 2 klemmen van de draaggolven die op bevide voorzieningen aanwezig+zijn (zie elektrisch schema). In geval van de I/O-kaart zijn er twee connectoren voor de aansluiting: het heeft geen belong of u nu op de ene of de andere connector aansluit. Het is aanbFWECSALEen gegevensnetworkkabel te gebruiken, bestaande uite een koppel getwiste geleiders met aftersrming. Het
is bovendien aan FWECSA len om de geleider van de afscherming aan te sluiten op de klem (-) zowel aan de Kant van de gebruikerterminal als op de I/O-kaart (figuur 19).
INSTALLATIE OP DEI/O-KAART
FWV, FWL, FWM, FWZ, FWR, FWS, FWD
Bij de terminaleenheden FWD-FWB-FWP-FWZ-FWVFWR-FWL-FWS-FWM moet men de I/O-kaart monteren op de speciale bevestigingsbeugel met de meegeleverde schroeven met een lenghte van 9,5 mm (figuur 15-16-17);
Schroef het 3-wegsklemmenbord aan op de beugel let behulp van de meegeleverde schroeven met een lenghte van 25mm
- Monteer de beugel op de zichflank van de terminal gegenover de collectoren voor ingang/uitgang water;
Voer de elektrische aansluitingen uit volgens het elektrische schema (figuur 19); voor de aansluiting tussen het klemmenbord van de eenheid (CN) en de kaart gebrukt men een kabel met 1,5mm^2 doorsnede.
PWN
Op de FWB-FWP terminaleenheid moet men de I/O-kaart rechtsstreeks monteren op de doos van de elektrische aansluitingen met de meegeleverde schroeven met een lengte van 9,5 mm (figuur 18).
- Voer de elektrische aansluitingen uit volgens het elektrische schema (figuur 19); voor de aansluitingCUSen het klemmenbord van de eenheid (CN) en de kaart gebruikt men een kabel met 1,5mm^2 doorsnede.
Alle handelingen要去 door gekwalificeerd personeel worden uitgFWECSAerd, in naleving van de geldende normen. Raadpleeg de elektrische schema's die bij de eenheid zitten voor alle interventries van elektrische aard. Het is bovendien aangeraden om te controleren of de eigenschappen van het elektrische net geschikt+zijn voor de opnames aangegeven in de tabel met elektrische gevevens.

Vooraleer een interventie op elektrische onderdelen uit te voeren,要去 men nagaan of die Niet onder spanning staan. Controller of de voedingsspanning overeenkomt met de nominale gegevens van de eenheid (spanning, aantal fasen, freirequentie) vermeld op het label op de machine. De voedingsspanning mag geen schommelingen van meer dan ± 5% ondergaan ten opzichte van de nominale Waarde. De elektrische aansluitingen要去en uitgFWECSAerd着眼 in overeenstemming met het elektrische schema in bijlage bij de specifieke eenheid en conform met de geldende normen.
ONDERHOUD

De onderhoudswerkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgFWECSAerd door een assistentiecentrum dat door de constructeur is erkend of door gekwalificeerd personeel. Om veiligheidsredenen dient men het toestel uit te schakelen vooraleer onderhoudswerkzaamheden of schoonmaak uit te voeren.
TABLE I/O VAN DE KAART (figuur 19)
| VOEDING | |
| L Fase | |
| N Neutraal | |
| INGANGEN | |
| I1 Sonde NTC lucht omgeving | |
| I2 Sonde NTC water | |
| I3 | Sonde NTC warm water (indien eenheid met 4 leidingen) |
| I4 Niet gebrukt | |
| I5 Niet gebrukt | |
| IC Gemeenschappelijk voor NTC-sondes | |
| +5 Niet gebrukt | |
| I6 Ingang voor ON/OFF op afstand | |
| I7 Ingang voor ZOM/WIN op afstand | |
| I8 Ingang voor ECONOMY op afstand | |
| I9 Niet gebrukt | |
| I10 Niet gebrukt | |
| IC Gemeenschappelijk voor I6-I7-I8 | |
| SU - SU Vochtigheidssonde | |
| UITGANGEN | |
| A1 Modulatie brushless ventilator | |
| A2 | Modulatie waterklep (koud indien eenheid met 4 leidingen) |
| A3 | Modulatie klep warm water (alleen eenheden met 4 leidingen) |
| CA Geleen schappelijk voor de uitgangen 0-10V | |
| 01 Superminimum snelheid | |
| 02 Minimale snelheid | |
| 03 Medium snelheid | |
| 04 Maximale snelheid | |
| 05 Waterklep (koud indien eenheid met 4 leidingen) | |
| 06 | Klep warm water (alleen eenheden met 4 leidingen) of wonderstand |
| C1 Gemeenschappelijk voor de uitgangen relais O1-06 | |
| 07 Configureerbare uittgang voor signalering | |
| C7 Gemeenschappelijk voor de uitgang relais O7 | |
| POORTEN (VOORKANT KAART) | |
| A/B/GND Seriele RS485 protocol MODBUS | |
| + / - Aansluiting display of tweede kaart | |
| + / - Aansluiting display of tweede kaart | |
ELELKTRISCH SCHEMA (figuur 19)
| LEGENDE | |
| SA Lage | omgevingstemperatuur |
| SW | Sonde watertemperatuur (koud indien eenheid met 4 leidingen) |
| SWH | Sonde temperatuur warm water (alleen eenheden met 4 leidingen) |
| SU Sonde | vochtigkeit omgeving |
| ON/OFF Potentiaalvrij contact voor ON/OFF op afstand | |
| SUM/WIN | Potentiaalvrij contact voor ZOMER/WINTER op afstand |
| ECONOMY Potentiaalvrij contact voor ECONOMY op afstand | |
| FAN 0/10V Modulerende ventilator 0/10V | |
| VC 0/10V Modulerende waterklep (koud indien eenheid met 4 leidingen) 0/10V | |
| VH 0/10V Modulerende klep warm water (alleen eenheden met 4 leidingen) | |
| MV Ventilator | |
| INV Inverter ventilator | |
| MV INV Motor ventilator inverter | |
| V1 Superminimum slelheid | |
| V2 Minimumsnelheid | |
| V3 Medium slelheid | |
| V4 Maximumsnelheid | |
| COM Gemeenschappelijk voor uitgangen ON/OFF | |
| VC Waterklep (koud indien eenheid met 4 leidingen) | |
| VH/RE Klep warm water (alleen eenheden met 4 leidingen) of elektrische waarstand | |
| CN Klemmenbord eenheid | |
| IL Lijnschakelaar (niet geleverd) | |
| F Zekering (niet geleverd) | |
| L Fase | |
| N Neutraal | |
ÖSSZEFOGLALO
BIZTONSAGI JELZÉSEK 1
ALTALANOS FIGYELMEZTETESEK 1
ALTALANOS JELLEMZOK 2
LEGFONTOSABB FUNKCIOK 2
FELHASNZALOI TERMINAL 3
BILLENTYUZET 3
AKTIV BILLENTYUK KOMBINACIOI 4
AZ EGYSEG BEKAPCSOLÁSA/KIKAPCSOLÁSA 4
A HOMERSEKLETI BEALLITASNAK ES A SZELLOZES SEBESSEGENA M MODOSITASA 4
AMUKODESIMODMOSITASA 4
AZ ECONOMY FUNKCIO AKTIVALASA/KIIGTATASA 5
A FUTOSZÁLAK BEAVATKOZÁSANAK AZ ENGEDÉLYEZESE/LETILTÁSA 5
A MINIMUM KÖRNYEZETI HÖMÄRSEKLET ELLENÖRZÉSENEK AZ ENGEDÉLYEZESE/LETILTÁSA ....... 5
A KÖRNYEZETI PÁRATARTALOM ELLENÖRZÉSENEK AZ ENGEDÉLYEZÉSE/LETILTÁSA
A NEDVESSEGTARTALOM BEALLITASANAK A MEGVALTOZTATASA 5
AZ IDOSAVOK AKTIVALASA/KIIGTATASA. 6
A VIZHOMERSEKLET MEGJELENITESE 6
A BILLLentyUZET BLOKKOLASAKIOLDASA 6
A DATUM ES IDO MEGJELENITÉSE 6
AZ ORA ADATAINAK MODOSITASA 6
AZ IDOSAVOK BEALLITASA 6
Zandvoordestraat 300, B-8400 Oostende, Belgium
FC66003946 - Rev 00