CRI915MAT - Fornuis BORETTI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CRI915MAT BORETTI in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CRI915MAT BORETTI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CRI915MAT - BORETTI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CRI915MAT van het merk BORETTI.
GEBRUIKSAANWIJZING CRI915MAT BORETTI
NL | GEBRUIKSAANWIJZING
DE | BENUTZERHANDBUCH
FR | NOTICE D'UTILISATION
www.boretti.com
| 2017 | 2016 | |||
| 金额 | 占总资产比例(%) | 金额 | 占总资产比例(%) | |
| 一、营业收入 | 3,584,966.00 | 69.99 | 3,584,966.00 | 69.99 |
| 二、营业成本 | 3,418,885.00 | 67.81 | 3,418,885.00 | 67.81 |
| 三、营业利润 | -1,422,237.00 | 15.13 | -1,422,237.00 | 15.13 |
| 四、净利润 | -1,422,237.00 | 15.13 | -1,422,237.00 | 15.13 |

text_image
BORETTIPassione in Cucina


NL | GEBRUIKSAANWIJZING
www.boretti.com
Inleiding
Gefeliciteerd! U bent nu de officiële eigenaar van een Boretti-fornuis. In de komende jaren zult u ontdekken dat het gebruik van een Boretti-fornuis een nieuwe dimensie geeft aan koken.
Wij raden aan alle instructies in deze handleiding zorgvuldig te lezen, inclusief gedetailleerde informatie over de meest geschikte omstandigheden voor een correct en veilig gebruik van het fornuis. Deze instructies helpen u ook om vertrouwd te raken met elk onderdeel. Er worden nuttige adviezen gegeven voor het gebruik van pannen, keukengerei, posities van geleiders en bedieningsinstellingen.
Met de juiste reinigingshandelingen in deze handleiding kunt u de prestaties van het fornuis in de loop van tijd ongewijzigd laten. De afzonderlijke paragrafen zijn uiteengezet om ervoor te zorgen dat u bekend raakt met alle functies van het fornuis. De tekst is makkelijk te begrijpen en is voorzien van gedetailleerde afbeeldingen en eenvoudige pictogrammen. Als u deze handleiding zorgvuldig doorleest, krijgt u het antwoord op alle vragen die zich kunnen voordoen met betrekking tot het juiste gebruik van uw nieuwe fornuis.
Wij wensen u veel kookplezier!
Boretti
Inhoudsopgave
* 1. Algemene informatie ....70
* 2. Waarschuwingen voor veiligheid en gebruik....72
* 3. Installatie....75
* 4. Beschrijving van de bediening ....89
* 5. Het gasfornuis gebruiken ....97
* 6. De inductiekookplaat gebruiken....99
* 7. De oven gebruiken....113
* 8. Kooksuggesties....117
* 9. Zorg en onderhoud....124
* 10. Speciaal onderhoud....129
Deze gebruikershandleiding is een integraal onderdeel van het aangeschafte product. De gebruiker moet de handleiding correct bewaren, zodat deze altijd beschikbaar is voor raadpleging tijdens het gebruik en het onderhoud van het product. Bewaar deze gebruikershandleiding voor toekomstig gebruik. Als het product wordt doorverkocht, moet de handleiding worden overgedragen naar de volgende eigenaar of gebruiker van het product.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor onnauwkeurigheden in dit boekje als gevolg van druk- of transcriptiefouten. De fabrikant behoudt zich het recht voor om zijn producten te wijzigen wanneer hij dat nodig acht of in het belang van de gebruiker, zonder afbreuk te doen aan de essentiële veiligheids- en gebruikskenmerken.
Klassen van apparaten
De in deze gebruiksaanwijzing beschreven kookapparatuur behoort tot de volgende installatieklassen:
* Klasse 1: losstaand kookapparatuur;

* Klasse 2: subklasse 1: Kookapparatuur die tussen twee units is ingebouwd, bestaat uit een enkele eenheid, maar die ook zo kan worden geïnstalleerd dat de zijwanden toegankelijk zijn.

1. Algemene informatie
Dit product is vervaardigd in overeenstemming met de volgende richtlijnen en voorschriften:
* 2014/35/EU betreffende elektrische apparatuur ontworpen voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen.
* 2014/30/EU betreffende elektromagnetische compatibiliteit. In overeenstemming met de voorschriften met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit, behoort de elektromagnetische inductiekookplaat tot groep 2 en tot klasse b (EN 55011).
* EU-verordening 2016/426 betreffende "Gasapparaten".
* EG-verordening nr. 1935 van 27/10/2004 en daaropvolgende wijzigingen inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen.
* 2011/65/EG (RoHS) betreffende de beperking van het gebruik van gevaarlijke stoffen in productiematerialen.
Voordat het de fabriek verlaat, is dit apparaat getest en ingesteld door gekwalificeerd vakpersoneel, om de beste bedrijfsresultaten te garanderen. Elke reparatie of aanpassing die hierna nodig is, moet worden uitgevoerd met de uiterste voorzichtigheid en aandacht. Wij adviseren u daarom altijd contact op te nemen met de dealer waar u het apparaat heeft gekocht of met het dichtstbijzijnde servicecentrum, met vermelding van het soort probleem en het model van het apparaat.
Milieubescherming
Afgedankte elektrische producten mogen niet met het huisvuil worden weggegooid. Gelieve te recyclen waar er faciliteiten zijn. Neem contact op met uw plaatselijke overheid of winkelier voor advies over recycling. Dit apparaat is gemarkeerd overeenkomstig de Europese richtlijn betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (WEEE). Door ervoor te zorgen dat dit product op de juiste manier wordt verwerkt, helpt u mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de menselijke gezondheid te voorkomen, die anders worden veroorzaakt door onjuiste afvalverwerking van dit product. Het symbool op het product geeft aan dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden behandeld. In plaats daarvan moet het worden

ingeleverd bij een verzamelpunt voor recycling van elektrische en elektronische apparatuur. Verwijdering moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de plaatselijke milieuvoorschriften voor afvalverwijdering. Voor nadere informatie over de behandeling, terugwinning en recycling van dit product kunt u contact opnemen met uw gemeente, uw afvalophaaldienst of de winkelier waar u het product heeft gekocht.
CE-verklaring van overeenstemming
Hierbij verklaart Boretti B.V. dat dit apparaat is vervaardigd volgens de normen van de CE-verklaring van overeenstemming.

2. Waarschuwingen voor veiligheid en gebruik
* Deze handleiding is een integraal onderdeel van het apparaat. Het moet gedurende de hele levensduur van het fornuis in goede staat en dichtbij het apparaat worden bewaard. Wij raden aan deze handleiding zeer aandachtig door te lezen voordat u het fornuis gebruikt. Indien een extra jetset als accessoire bij het fornuis wordt geleverd, raden wij aan deze te bewaren. De installatie moet worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel en in overeenstemming met de huidige normen. Dit apparaat is geschikt voor huishoudelijk gebruik en voldoet aan de eeg richtlijnen die momenteel van kracht zijn. Bij gebruik in een professionele omgeving en installatie binnen een bedrijf zoals een restaurant, bar, bedrijfskantine of elk ander gebruik dan hier is aangegeven, vervalt de garantie onmiddelijk. Het apparaat is gebouwd voor het uitvoeren van de volgende functie: het koken en verwarmen van voedsel; elk ander gebruik moet als oneigenlijk worden beschouwd. De fabrikant aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid als het apparaat wordt gebruikt voor andere doeleinden dan die zijn aangegeven.
* Op het ogenblik van de aankoop neemt de gebruiker de rechtstreekse verantwoordelijkheid voor het product op zich en moet hij er zich derhalve van vergewissen dat bij normaal gebruik geen instabiliteit, vervorming, breuk of slijtage optreedt die de veiligheid van het product in het gedrang zou brengen.
* Dit product is ontworpen en vervaardigd om veilig te werken en vormt geen gevaar voor mensen, dieren en voorwerpen.
* Breng geen aanpassingen aan op dit apparaat.
* Spuit geen aërosolen in de buurt van dit apparaat wanneer het in werking is. Dit apparaat mag niet worden gebruikt als verwarming. Niet voor gebruik in boten, caravans of campers, tenzij elke brander is uitgerust met een vlambeveiliging.
* Transportbescherming moet worden verwijderd voor gebruik. Laat geen stukken van de verpakking zonder toezicht in de woning liggen. Scheid de verschillende verpakkingsmaterialen en lever ze in bij het dichtstbijzijnde recyclingcentrum.
* De aardaansluiting is verplicht te voldoen aan de voorwaarden van de veiligheidsnormen van het elektrische bedradingssysteem.
* Als de gaskranen moeilijk te draaien zijn, smeer ze dan met een specifiek product voor hoge temperaturen. Neem contact op met de
technische dienst voor deze handeling.
* Test het apparaat onmiddellijk na de installatie door de onderstaande instructies te volgen. In het geval van een storing moet u het apparaat van het elektriciteitsnet loskoppelen en contact opnemen met het dichtstbijzijnde technische servicecentrum. Probeer het apparaat niet te repareren.
* Het gebruik van een gasfornuis produceert warmte en vocht in de kamer waar het is geïnstalleerd. Zorg voor een goede ventilatie in de ruimte: houd de natuurlijke ventilatieroosters open of installeer een mechanisch ventilatiesysteem (afzuigkap met kanaal). Bij intensief en langdurig gebruik van het apparaat kan extra ventilatie nodig zijn, zoals het openen van een raam, een efficiëntere ventilatie of het verhogen van het afzuigvermogen, indien geïnstalleerd.
* Elke keer dat u de kookplaat gebruikt, moet u altijd controleren of de bedieningsknoppen in de "nul"-stand staan (uit).
* Plaats nooit brandbare voorwerpen in de oven: als deze per ongeluk wordt ingeschakeld, kan er brand ontstaan. In het geval van een brand: sluit de hoofdgastoevoer en schakel de elektrische stroom uit. Gooi geen water op brandende of frituurolie. Bewaar geen ontvlambare voorwerpen of spuitbussen in de buurt van het apparaat en spuit niet in de buurt van de branders wanneer het apparaat is ingeschakeld. Draag geen ruimvallende kleding of accessoires die zich niet in de buurt van het lichaam bevinden wanneer de branders zijn ingeschakeld: er kunnen ernstige verwondingen ontstaan door brandende stof. Gebruik of bewaar geen ontvlambare materialen in de opberglade van het apparaat of in de buurt van het apparaat.
* Zet geen steelpannen op de kookplaat die geen perfect gladde, vlakke bodem hebben.
* Gebruik geen pannen of grilpannen die de buitenste omtrek van de kookplaat overschrijden
* Het typeplaatje met de technische gegevens, het serienummer en het merkteken zijn duidelijk zichtbaar aan de achterkant van het apparaat; er is een kopie bij de handleiding gevoegd. Er bevindt zich een tweede plaatje met gedetailleerde informatie over het model en serienummer in de apparatuur aan de linkerkant en is zichtbaar bij het openen van de ovendeur. Deze platen mogen nooit worden verwijderd
* Het apparaat mag alleen door volwassenen worden gebruikt. Laat kinderen niet in de buurt van het apparaat komen of ermee spelen. Bewaar nooit voorwerpen boven het apparaat die kinderen kunnen proberen te grijpen. Het opwarmen van sommige delen van het apparaat en van de gebruikte pannen kan gevaar opleveren, dus
tijdens de werking en gedurende de periode die nodig is voor het afkoelen, moet u ervoor zorgen dat de hete pannen zodanig worden geplaatst dat verbranding of omvallen voorkomen wordt. Laat de ovendeur niet open staan tijdens de werking of direct na het uitschakelen. Raak de verwarmingselementen in de oven en de grill niet aan.
* Als u op de geopende ovendeur, laden of voorraadruimte rust of gaat zitten, kan het apparaat omvallen en daardoor schade veroorzaken. De laden hebben een dynamische capaciteit van 25 kg.
* Als het fornuis op een voetstuk is geplaatst, moeten passende maatregelen worden genomen om te voorkomen dat het van het voetstuk kan glijden.
* Wanneer het apparaat buiten gebruik wordt gesteld, moet het in een geschikt recyclingcentrum worden weggegooid. Snijd het netsnoer af nadat u de stekker uit het stopcontact hebt gehaald, en beveilig alle onderdelen die gevaarlijk kunnen zijn voor kinderen (deuren, enz.).
* Dit apparaat is gemarkeerd overeenkomstig de Europese richtlijn 2002/96/eg betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (weee). Door ervoor te zorgen dat dit product op de juiste manier wordt verwerkt, helpt u mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de menselijke gezondheid te voorkomen, die anders worden veroorzaakt door onjuiste afvalverwerking van dit product. Het symbool op het product of op de bijbehorende documentatie geeft aan dat dit apparaat niet als huishoudelijk afval mag worden behandeld. In plaats daarvan moet het worden ingeleverd bij een verzamelpunt voor recycling van elektrische en elektronische apparatuur. Verwijdering moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de plaatselijke milieuvoorschriften voor afvalverwijdering. Voor nadere informatie over de behandeling, terugwinning en recycling van dit product kunt u contact opnemen met uw gemeente, uw afvalophaaldienst of de winkel waar u het product heeft gekocht.
Opmerking
De fabrikant wijst elke verantwoordelijkheid af voor schade veroorzaakt door personen of objecten die worden veroorzaakt door het niet naleven van de bovenstaande richtlijnen of door geknoei met enig onderdeel van het apparaat of door het gebruik van niet-originele reserveonderdelen.
3. Installatie

text_image
900 160 600 50 910 650 910 403.1 Algemene waarschuwingen
de volgende handelingen moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerde installatietechnicus. De installatietechnicus is verantwoordelijk voor de juiste installatie van het apparaat volgens de geldende veiligheidsnormen. Voordat u het apparaat in gebruik neemt, verwijdert u het beschermende plastic van het bedieningspaneel, de roestvrijstalen onderdelen, enz...
Na de installatie moet de installateur het apparaat volledig testen en controleren of het goed werkt voordat het aan de klant wordt overhandigd. De fabrikant wijst elke verantwoordelijkheid af voor schade die is ontstaan door personen, dieren of voorwerpen die zijn veroorzaakt door het niet opvolgen van de bovenstaande richtlijnen (cfr. hoofdstuk "2. Waarschuwingen voor veiligheid en gebruik").
De technische gegevens staan op het plaatje aan de achterkant van het apparaat. De voorwaarden voor de afstelling zijn aangegeven op een label dat op de verpakking en het apparaat is aangebracht.
Opmerking:
Gebruik de handgreep van de ovendeur niet om de oven op te tillen of te verplaatsen, ook niet tijdens het uitpakken van het apparaat.
3.2 Vervangen van de verstelbare poten
Het fornuis wordt geleverd met standaard poten die al zijn geïnstalleerd.
Om het fornuis te verhogen, dient u voetblokken (optionele accessoires) te installeren om de werkhoogte van uw fornuis op het gewenste niveau te brengen.
Voordat u het fornuis kantelt, raden wij u aan om alle onderdelen die niet stevig vastzitten te verwijderen, met name de roosters en branders van de kookplaat. Om het gewicht van het fornuis te verlichten, kunnen ook de accessoires in de oven worden verwijderd, waardoor onbedoelde schade tijdens het kantelen wordt voorkomen.
Ga als volgt te werk om de poten te vervangen:
A - Til het fornuis van de vloer.
B - Leg het fornuis op zijn rug.

Haal de poten uit de verpakking en schroef ze vast aan de onderkant van het fornuis. Na het aansluiten van de gas- en elektrische aansluitingen moeten de poten definitief worden afgesteld om het fornuis waterpas op de vloer te plaatsen.
i Als u de apparatuur moet slepen, draait u de poten helemaal vast en stelt u ze bij nadat u ze op de beoogde plaats hebt neergezet.
3.3 Elektrische aansluiting
Zorg ervoor dat de spanning en de capaciteit van de voedingskabel overeenkomen met de gegevens op het plaatje aan de achterkant van het apparaat; er is een kopie bij de handleiding gevoegd. Er bevindt zich een tweede plaatje met gedetailleerde informatie over het model en serienummer in de apparatuur aan de linkerkant en is zichtbaar bij het openen van de ovendeur.
Deze platen mogen nooit worden verwijderd.
Plaats een omnipolaire onderbreker op de stroomtoevoerleiding van het apparaat met een contactopeningsafstand gelijk aan of groter dan 3 mm, geplaatst op een geschikte plaats in de buurt van het apparaat.
Opmerking:
Gebruik geen regelaars, adapters of shunts.
Voordat u de elektrische verbinding maakt, moet u ervoor zorgen dat de aarding efficiënt is. Zorg ervoor dat de ontlastklep en het bedradingssysteem van het huis bestand zijn tegen de belasting van het apparaat. De gele/groene aardkabel mag niet worden onderbroken. De elektrische kabel mag niet in contact komen met onderdelen waarvan de temperatuur meer dan 50 °C hoger is dan de kamertemperatuur.
3.3.1 Elektrische voedingskabelsectie
Gebruik volgens het type stroomvoorziening een kabel die voldoet aan de volgende tabel.

text_image
400V3N~ 2.5 mm² 230V3~ 4 mm² 230V1N~ 1.5 ÷ 6 mm² 20 mm 20 mm ABCGebruik bij 400V3N\~ (modellen die zijn aangesloten volgens DIAGRAM "A"): gebruik een pentapolaire kabel van het type H05RR-F (kabel van 5 x 2,5 mm²).
Gebruik bij 230V3\~ (modellen aangesloten volgens DIAGRAM "C" maar gecommuteerd door de installateur volgens DIAGRAM "B"): gebruik een tetrapolaire kabel van het type H05RR-F (kabel van 4 x 4 mm²).
Gebruik bij 230V1N\~ (modellen aangesloten volgens DIAGRAM "C"): tot 2,9 kW gebruik een tripolaire kabel van het type H05RR-F (kabel van 3 x 1,5 mm²); tussen 2,9 kW en 5,4 kW gebruik een tripolaire kabel van het type H05RR-F (kabel van 3 x 2,5 mm²); tussen 5,4 kW en 7 kW gebruik een tripolaire kabel van het type H05RR-F (kabel van 3 x 4 mm²); boven 7 kW gebruik een tripolaire kabel van het type H05RR-F (kabel van 3 x 6 mm²).
Aan het uiteinde dat op het apparaat moet worden aangesloten, moet de aardingsdraad (geel-groen) ten minste 20 mm langer zijn.
3.3.2 Type stroomvoorziening
Het is mogelijk om verschillende aansluitingen afhankelijk van de spanning te verkrijgen, door eenvoudig de niet-aangesloten kabeluiteinden op het klemmenbord verplaatsen zoals getoond in de volgende diagrammen.
Raadpleeg, afhankelijk van het model, de tabel "Aansluiting op het klemmenbord".

| Model kW-vermogen |
| Gasfornuis - 6 branders (1 oven) 2.9 kW |
| Inductiefornuis – 5 zones (1 oven) 10.3 kW |
3.3.3 Vervangen van de elektrische kabel
Om de elektrische kabel te vervangen, is het noodzakelijk om toegang te krijgen tot het klemmenbord. Dit bevindt zich aan de achterkant van het apparaat, zoals aangegeven in de afbeelding.
Ga als volgt te werk om de kabel te vervangen:
* open de aansluitkast;
* schroef de schroef A los waarmee de kabel is vergrendeld;

text_image
L N A* draai de schroefcontacten los en vervang de kabel door een kabel met dezelfde lengte die overeenstemt met de specificaties in de tabel in paragraaf "3.3.1 Elektrische voedingskabelsectie";
* de "geelgroene" aardedraad moet worden aangesloten op de klem ^1 en moet ongeveer 20 mm langer zijn dan de lijnkabels;
* de neutrale "blauwe" draad moet worden aangesloten op de klem die is gemarkeerd met de letter N;
* de lijndraad moet worden aangesloten op de klem die is gemarkeerd met de letter L.
3.4 Ventilatie in ruimtes waar gasapparaten staan
dit apparaat is niet aangesloten op een afzuigapparaat voor verbrandingsproducten. Het moet daarom worden geïnstalleerd en aangesloten in overeenstemming met de geldende installatienormen. Let vooral op de normen die gelden voor de beluchting van de ruimte.
Dit apparaat mag alleen worden geïnstalleerd in geventileerde ruimten, volgens de geldende normen, die, met openingen in de buitenmuren of geschikte kanalen, een correcte natuurlijke of geforceerde ventilatie mogelijk maken, die permanent en voldoende zowel de luchttoevoer garandeert die nodig is voor een correcte verbranding, als de afvoer van vervuilde lucht. Het wordt aanbevolen een afzuigkap direct boven het apparaat of een plafondventilator in de buurt van het apparaat te monteren.
Opmerking:
Het gebruik van een gasfornuis produceert warmte en vocht in de kamer waar het is geïnstalleerd. Zorg voor een goede ventilatie in de ruimte: houd de natuurlijke ventilatieroosters open of installeer een mechanisch ventilatiesysteem (afzuigkap met kanaal). Bij intensief en langdurig gebruik van het apparaat kan extra ventilatie nodig zijn, zoals het openen van een raam, een efficiëntere ventilatie of het verhogen van het afzuigvermogen, indien geïnstalleerd.
Indien dit het enige gasapparaat in de ruimte is, moet een afzuigkap worden geinstalleerd om de vervuilde lucht op natuurlijke en directe wijze af te voeren, met een rechtlijnig verticaal kanaal dat ten minste twee keer zo lang is als de diameter en een doorsnede heeft van ten minste 100 cm ^2 .
Voor de aanzuiging van de noodzakelijke lucht in het vertrek moet een soortgelijke opening van ten minste 100 cm2 worden gemaakt, die rechtstreeks
in verbinding staat met de buitenlucht, dicht bij de vloer is gelegen, zodat zijn noch van binnen noch van buiten wordt belemmerd en de verbranding van de branders en de juiste afvoer van vervuilde lucht niet worden verstoord, en met een hoogteverschil van ten minste 180 cm ten opzichte van de uitgangsopening.
Vergeet niet dat de hoeveelheid lucht die nodig is voor de verbranding niet lager mag zijn dan 2 m³/u per kW vermogen (zie totaal vermogen in kW op het typeplaatje).
In alle andere gevallen, d.w.z. wanneer andere gasapparaten aanwezig zijn in dezelfde ruimte, of wanneer een natuurlijke directe ventilatie niet mogelijk is, is het noodzakelijk om een natuurlijke, indirecte ventilatie of geforceerde ventilatie te creëren: voor dit type gebruik is het noodzakelijk om contact op te nemen met een gekwalificeerde technicus voor het installeren en creëren van het ventilatiesysteem in strikte naleving van de richtlijnen die zijn vastgelegd in de huidige normen.
De openingen dienen zodanig te worden geplaatst dat ze geen onaangename luchtstroom kunnen vormen voor de bewoners. Daarnaast is het verboden voor de afvoer van verbrandingsproducten schoorstenen te gebruiken die reeds door andere apparaten worden gebruikt.
3.5 Gasaansluiting
Opmerking:
De instellingen van het apparaat staan vermeld op het plaatje aan de achterkant van het apparaat. Met gas gestookte apparaten voor huishoudelijk gebruik, die niet op een leiding zijn aangesloten voor de afvoer van verbrandingsproducten, mogen geen concentratie koolmonoxide veroorzaken die, gezien de duur van de blootstelling, voor de blootgestelde personen een gezondheidsrisico kan inhouden.
Wij raden u aan te controleren of het apparaat correct is opgesteld voor het type gas dat wordt verspreid. De aansluiting op de gasleidingen moet op een vakkundige manier gebeuren, met inachtneming van de geldende normen die voorschrijven dat aan het uiteinde van de leiding een veiligheidskraan moet worden geinstalleerd. De gasaansluitleiding met schroefdraad ½" bevindt zich aan de achterzijde aan de rechterkant van het apparaat.

text_image
1/2"Voor butaan en propaan moet een drukregelaar die voldoet aan de normen UNI-CIG 7432 in werking gesteld worden. De afdichtingen moeten voldoen aan de geldende normen UNI-CIG 9264. Nadat het gas is aangesloten, controleert u de afdichting van de verbindingen met een oplossing van zeep en water.

text_image
ISO 7-1
text_image
ISO 228-1Het is mogelijk om het gas op de volgende manieren aan te sluiten:
* met behulp van een ijzeren of koperen stijve leiding;
* met behulp van een ononderbroken roestvrijstalen flexibele leiding met een mechanische fitting die voldoet aan de normvoorschriften (maximale lengte van verlengde leiding 2.000 mm). De leiding moet recht op de elleboog van de helling worden aangesloten;
* door het inbrengen van een flexibele rubberen leiding die voldoet aan de geldende norm. Deze leiding moet rechtstreeks worden gekoppeld aan de rubberhouder P die overeenkomt met het gebruikte gas, en moet worden vergrendeld met een klem F die voldoet aan de geldende normvoorschriften. In het laatstgenoemde geval, controleer de vervaldatum afgedrukt op de leiding en vervang deze voor die datum.
Gebruik flexibele rubberen leidingen met een max. lengte van 1.500 mm:
* zorg ervoor dat de leidingen niet worden vernauwd of geplet;
* de leidingen mogen niet worden onderworpen aan trekkracht of druk op torsie;
* zorg ervoor dat de leidingen niet in contact komen met snijdende of scherpe randen, enz...
* zorg ervoor dat de leidingen niet in contact komen met onderdelen die temperaturen van 70 °C boven kamertemperatuur kunnen bereiken;
* zorg ervoor dat de volledige lengte van de leidingen kan worden geïnspecteerd;
* gebruik de met het apparaat meegeleverde aardgasregelaar niet voor propaangas.
Belangrijk:
Op basis van de Belgische normen NBN D 51-003 en NBN D 51-006 is het type aansluiting met een slang van elastomeer (flexibele rubberen leiding) in België verboden voor fornuizen geïnstalleerd in gebouwen.
Opmerking:
De eenheid moet worden gecoat in hittebestendig materiaal (minimaal 90 °C). Als het apparaat in de buurt van andere apparaten wordt geïnstalleerd, moet de minimumruimte die in het volgende diagram is voorgesteld, worden aangehouden.

text_image
min. 50MM 100MM 10MM min. 75MM min. 50MM 10MM3.6 Gasafstellingen
De verstuivers die niet bij het apparaat worden geleverd, moeten worden aangevraagd bij het servicecentrum.
Als het kookapparaat is ingesteld voor een ander type gas dan de beschikbare, moeten de verstuivers worden vervangen, het minimumdebiet worden geregeld en de rubberhouder worden vervangen. Om de verstuivers in de kookplaat te vervangen, moet u de volgende handelingen uitvoeren:
* verwijder de pansteunen;
* verwijder de branders en de branderdoppen (afb. A);
* haal de verstuiver eruit (afb. B/afb. C) en vervang door een die geschikt is voor het nieuwe type gas (zie "ALGEMENE VERSTUIVERSTABEL" op pagina87, 87.);
* vervang het gaslabel (op de achterkant van het apparaat) door het nieuwe dat bij de verstuiversset wordt geleverd;
* monteer alle onderdelen door de instructies voor demontage in
omgekeerde volgorde te volgen en zorg ervoor dat de branderdop correct op de brander wordt geplaatst.

3.6.1 Minimumdebiet van kookplaatkranen met ventielen
* Schakel de brander in en draai de bedieningsknop in de richting van de minimumdebietstand;
* verwijder de knop;
* pas met behulp van een schroevendraaier de interne schroef Z aan tot de juiste lage vlam wordt verkregen;
* plaats de knop terug.
* Draai de stelschroef Z los om het debiet te verhogen of draai deze vast om het debiet te verlagen.
* De aanpassing is correct wanneer de lage vlam ongeveer 3 of 4 mm meet.
* Voor butaan/propaan moet de stelschroef volledig worden vastgedraaid.
* Bij het snel schakelen van de maximale naar de minimale debiet, zorg

ervoor dat de vlam niet uitgaat.
3.7 Aansluiten op LPG
Waarschuwing:
Gas mag alleen worden aangesloten op een gasinstallatie, al dan niet van een fles.
EE% 6 BRANDERS
56,6

text_image
B B A A G D| EE% | SNEL (A) | SEMI-SNEL (B) | WOK (G) | EXTRA (D) |
| 58,4 56,5 53,2 - | ||||
NL ALGEMENE VERSTUIVERSTABEL (NL) - CAT: II 2EK3B/P
| Soort gas mBar | Mondstuk | Nr. | Positie branders Type | Watt-vermogen Verbruik | ||
| Min. Max. | Max. | |||||
| G25/G25,3 AARDGAS | 25 | 121 | SNEL (A) | 3000 | 750 | 332 l/h |
| 94 | SEMI-SNEL (B) | 1750 | 480 | 194 l/h | ||
| 135 | WOKBRANDER (G) | 3500 | 1800 | 387 l/h | ||
| 72 | EXTRA (D) | 1000 | 330 | 111 l/h | ||
| BUTAAN G30 PROPAAN G31 | 28/30 37 | 85 | SNEL (A) | 3000 | 750 | 219 g/h |
| 65 | SEMI-SNEL (B) | 1750 | 480 | 128 g/h | ||
| 94 WOKBRANDER (G) | 3500 | 1800 | 254 g/h | |||
| 50 | EXTRA (D) | 1000 | 330 | 73 g/h | ||
BE ALGEMENE VERSTUIVERSTABEL (BE) - CAT: II 2E+3+
| Soort gas mBar | Mondstuk | Nr. | Positie branders Type | Watt-vermogen Verbruik | ||
| Min. Max. | Max. | |||||
| G20/G25 AARDGAS | 20/25 | 115 | SNEL (A) | 3000 | 750 | 286 l/h |
| 97 | SEMI-SNEL (B) | 1750 | 480 | 167 l/h | ||
| 132 WOK | BRANDER (G) | 3500 1800 | 333 l/h | |||
| 72 | EXTRA (D) | 1000 | 330 | 95 l/h | ||
| BUTAAN G30 PROPAAN G31 | 28/30 37 | 85 | SNEL (A) | 3000 | 750 | 219 g/h |
| 65 | SEMI-SNEL (B) | 1750 | 480 | 128 g/h | ||
| 94 WOK | BRANDER (G) | 3500 1800 | 254 g/h | |||
| 50 | EXTRA (D) | 1000 | 330 | 73 g/h | ||
4. Beschrijving van de bediening
4.1 Bedieningspanelen
Alle bedieningselementen voor de kookplaat en oven bevinden zich op het voorpaneel.
Gasfornuizen, 6 branders (1 oven)

Inductiefornuizen, 5 zones (1 oven)

Beschrijving van de branderknop
De vlam wordt aangestoken door de knop gelijktijdig in te drukken en linksom te draaien tot het symbool voor lage vlam. Om het debiet van de vlam te regelen, draait u de knop tussen de maximale en minimale instellingen. Schakel de brander uit door de knop weer in stand te zetten.
Indeling van de branders – Beschrijving van de symbolen

text_image
Linksvoor Linksachter Middenvoor Middenachter Rechtsvoor RechtsachterBeschrijving van de inductiekookplaat
De inductiekookplaat is voorzien van knoppen voor het bedienen van het vermogensniveau. Om een ander vermogensniveau te selecteren, draait u de bedieningsknop naar de gewenste waarde (1 - 9 en P). "P" is het maximale vermogen dat van toepassing is op elk stralingselement.
Opmerking:
Draai aan de knop om de gewenste vermogenswaarde in te stellen (zie de tabel in paragraaf "7.2"). Draai aan de knop om het gewenste vermogensniveau weer te geven, terwijl het niveau dat met de knop is geselecteerd, slechts indicatief is.
Indeling van de stralingselementen – Beschrijving van de symbolen

text_image
Linksvoor Linksachter Middenvoor Middenachter Rechtsvoor RechtsachterAlle bedieningen voor de stralingselementen bevinden zich op het voorpaneel en de betreffende displays zijn zichtbaar op de kookplaat

Beschrijving van elektrische ovenknoppen
De elektrische oven wordt bediend met twee knoppen: functieschakelaar en thermostaatknop. Ze stellen u in staat om het meest geschikte verwarmingstype voor verschillende bereidingsvereisten te kiezen, door de verwarmingselementen op de juiste wijze in te schakelen en de gewenste temperatuur in te stellen (50°C tot 250°C).


Boven de ovenknoppen bevinden zich twee waarschuwingslampjes: het linker witte lampje geeft aan dat de oven werkt; het witte rechter lampje geeft aan dat de vooraf ingestelde temperatuur is bereikt. Het witte lampje gaat aan en uit om aan te geven wanneer de verwarming automatisch in werking treedt om de temperatuur in de oven op het niveau ingesteld op de thermostaatknop te behouden.
De oven heeft een intern lampje. Het lampje brandt altijd als de oven in werking is: het kan worden ingeschakeld als de oven uitgeschakeld is, voor reinigingsdoeleinden, door de functieschakelaar naar het symbool te draaien.
Beschrijving van de symbolen op de functieschakelaar

Inschakelen van het lampje in
de oven

Conventionele bereiding –
Bovenste + onderste
verwarmings
element - ECO
(zie paragraaf 8.3.1)

Bovenste verwarmingselement

Onderste verwarmingselement

Grill-element

Grillventilatorelement

Conventionele koeling + ventilator

Verwarmingselement - convectie

Ontdooien
Gebruik en programmering van de digitale analoge klok op ovens
Met de digitale klok kan de oven automatisch in- en uitgeschakeld worden.

text_image
BORETTI MADE INITALY
Start kookfunctie

Einde kookfunctie

Stel de tijd in

Geluidsalarm/'kookwekker'

De drukknop wordt gebruikt om de tijd in te stellen, de start- en eindtijden van de bereiding te programmeren, het geluidsalarm (in "kookwekker"-modus) in te stellen en handmatig te starten/stoppen.
De tijd instellen
Ga als volgt te werk:
* Druk 4 keer op de drukknop tot de LED knippert;
* Draai de drukknop rechtsom of linksom om de tijd te verhogen of te verlagen; de minutenwijzer beweegt in stappen van 1 minuut rechtsom of linksom.

De klok verlaat automatisch de tijdinstelmodus 10 seconden na de laatste keer draaien van de drukknop.
Voor gebruik van de oven zonder programmering van de elektronische klok.
Wanneer de elektronische klok is gedeactiveerd, kunnen de ovens worden gebruikt door de betreffende bedieningsknoppen te draaien (zie de betreffende paragrafen 7.3).
Programmering van de kookeindtijd
Na het programmeren van de kookeindtijd, schakelt de oven onmiddellijk in en schakelt automatisch uit op de ingestelde tijd.
Ga als volgt te werk:
* Druk 2 keer op de drukknop tot de LED knippert;
* Draai de drukknop rechtsom of linksom om de kooktijd te verhogen of te verlagen; de minutenwijzer beweegt in stappen van 1 minuut rechtsom of linksom. De LED ⚡ zal 10 seconden blijven knipperen nadat de drukknop voor het laatst werd gedraaid.
i Bevestig de programmeur door op de drukknop te drukken (minimale programmeertijd: 1 minuut koken).
* Een geluidsalarm wordt automatisch geactiveerd. De oven wordt onmiddellijk ingeschakeld en automatisch uitgeschakeld als de ingestelde kookeindtijd overeenkomt met de huidige tijd.
i Om het ingestelde programma weer te geven, drukt u op de drukknop (de wijzers en de LED's geven het ingestelde programma weer).
* Aan het einde van de bereiding, knippert de LED en weerklinkt het alarm gedurende 1 minuut (druk op de drukknop om het te deactiveren).
i Om het programma voor het einde van de bereiding te annuleren, drukt u gedurende 3 seconden op de drukknop; het programma wordt geannuleerd en de elektronische klok keert terug naar de handmatige kookmodus.
Programmeren van de start- en eindtijden
Het programmeren van de kookstarttijd maakt het mogelijk om de bereiding automatisch te starten en te eindigen op basis van het programma.
Ga als volgt te werk om de kookstarttijd te programmeren:
* Druk eenmaal op de drukknop tot de LED knippert;
* Draai de drukknop rechtsom of linksom om de kookstarttijd te verhogen of te verlagen; de minutenwijzer beweegt in stappen van 1 minuut rechtsom of linksom. De 📄 LED zal 10 seconden blijven knipperen nadat de
drukknop voor het laatst werd gedraaid.
Als de drukknop niet wordt gedraaid of binnen 10 seconden wordt ingedrukt, keren de wijzers automatisch terug naar de huidige tijd en wordt het programma geannuleerd.
* Als u op de drukknop drukt, wordt de kookstarttijd opgeslagen (LED brandt en blijft branden) op voorwaarde dat er ten minste 1 minuut vertraging is geprogrammeerd en de kookeindtijd* nu is ingesteld (LED gaat van uit naar knipperen). De oven wordt automatisch ingeschakeld wanneer de ingestelde kooktijd overeenkomt met de huidige tijd.
Om de kookeindtijd te programmeren volgt u de procedure in de vorige paragraaf op pagina 94.
Het alarm programmeren
Het programmeren van het geluidsalarm laat een pieptoon horen aan het einde van het kookprogramma of aan het einde van het ingestelde tijdstip als er niet gekookt is (in "kookwekker"-modus).
Bij het starten van een programma met de kookstarttijd en de kookeindtijd geactiveerd:
* Het geluidsalarm wordt automatisch geactiveerd 📞 LED brandt). Om te deactiveren, drukt u op de drukknop na het programmeren van de kookeindtijd.
Ga als volgt te werk om het geluidsalarm in te stellen zonder te koken (in "kookwekker"-modus):
* Druk 3 keer op de drukknop tot de LED knippert;
* Draai de drukknop rechtsom of linksom, zoals beschreven in de paragraaf "Kookeindtijd programmeren".
i De "kookwekker"-modus kan alleen worden gebruikt als er geen kookprogramma is ingesteld.
5. Het gasformuis gebruiken
i Zorg ervoor dat de vlamdoppen, de branderdoppen en de pannensteunen correct zijn geplaatst.
Opmerking:
Tijdens normaal gebruik warmt het apparaat aanzienlijk op. Voorzichtigheid is dus geboden. Laat kinderen niet in de buurt van het apparaat komen. Laat de kookplaat niet onbeheerd achter wanneer deze is ingeschakeld.
5.1 De branders inschakelen
Alle knoppen van de kookplaat hebben de volgende symbolen:

text_image
Gesloten kraan Hoge vlam Lage vlamDe lage vlaminstelling is te vinden door de knop helemaal linksom te draaien. Alle tusseninstellingen moeten worden geselecteerd tussen de hoge vlam en lage vlam, nooit tussen de hoge vlam en gesloten.
i Het gebruik van de brander met tweekronige vlamverdeler: als u tijdens het gebruik van de kookplaat merkt dat de vlam van consistentie verandert of sputtert tussen de middelste en buitenste kronen van de brander, is dit te wijten aan het continue vermogen dat is vereist door dit type brander en moet dit als normaal worden beschouwd.
5.1.1 One-touch verlichting
De branders van de kookplaat zijn uitgerust met een "one-touch"-aansteeksysteem. Om één van de branders in te schakelen, drukt u op de knop die overeenkomt met de gewenste brander en draait u deze linksom naar de laagste stand. Houd de knop ingedrukt om het automatische "one-touch"-aansteeksysteem in te schakelen. Wanneer de brander is ingeschakeld, houdt u de knop gedurende ongeveer 10 seconden ingedrukt om de veiligheidsklep te openen. In geval van een stroomstoring kan de brander ook met een lucifer worden aangestoken (zie paragraaf "5.1.2 Handmatig aansteken"). Als de brander per ongeluk uitschakelt, blokkeert het veiligheidsthermokoppel de gastoevoer, zelfs wanneer de kraan openstaat.
Let op:
Het apparaat mag niet langer dan 15 seconden worden geactiveerd. Als het na die tijd niet werkt, druk dan niet langer op de knop, open het raam en wacht 1 minuut voordat u het opnieuw probeert. Als de vlam per ongeluk uit gaat, zet de knop dan uit en probeer de brander ten minste 1 minuut niet aan te zetten.
5.1.2 Handmatig aansteken
Om een van de branders aan te steken, beweegt u een brandende lucifer in de richting van de brander, drukt u op de bijbehorende knop en draait u deze linksom tot de minimuminstelling. Laat de knop los.
5.2 De branders uitschakelen
Zet de knop aan het einde van de bereiding terug in de stand

6. De inductiekookplaat gebruiken
De kookplaat is uitgerust met één stralingsgenerator per kookzone.
Elke generator onder het glaskeramische kookoppervlak genereert een elektromagnetisch veld dat een thermische stroom in de bodem van de pan veroorzaakt. Bij inductiekoken wordt de warmte niet overgebracht door een warmtebron, maar gecreëerd door inductiestromen direct in de pan.
i Voordelen van inductiekoken:
* Energiebesparing dankzij de directe overdracht van energie naar de pan, in vergelijking met traditioneel koken met elektriciteit of gas.
* Veiliger dankzij de overdracht van energie uitsluitend naar de pan die op de kookplaat rust.
* Zeer efficiënte energieoverdracht van de inductiekookzone naar de bodem van de pan.
* Snelle verwarmingssnelheid.
* Minder kans op brandwonden, omdat het kookoppervlak alleen aan de onderkant van de pan wordt verwarmd.
* Gemorst voedsel blijft niet aan het oppervlak van de kookplaat plakken.
6.1 Algemene waarschuwingen
- Verwijder alle etiketten en zelfklevende materialen van het keramische glas.
- Voordat u het apparaat op het elektriciteitsnet aansluit, moet u ervoor zorgen dat het minstens 2 uur op kamertemperatuur heeft gestaan.
- Mensen met een pacemaker of andere soortgelijke apparaten moeten ervoor zorgen dat de werking van hun apparaten niet in gevaar wordt gebracht door het inductieveld, waarvan het frequentiebereik tussen 20 en 50 kHz ligt.
- Draag geen metalen voorwerpen of kettingen in direct contact met het lichaam. Bij het betreden van het stralingsveld van de inductiekookplaat kunnen deze oververhit raken met gevaar voor verbranding als gevolg. Niet-magnetiseerbare metalen (bijv. goud of zilver) dragen dit risico niet.
- Voorwerpen met een magnetische strip (creditcards, pinpassen, diskettes,
enz.) mogen niet in de buurt van het apparaat worden gelaten als het aan staat.
- Verwarm geen ingeblikt voedsel of andere afgesloten verpakkingen. Door de druk die tijdens het koken in de container ontstaat, kan deze exploderen.
- Plaats geen metalen voorwerpen zoals kookgerei of bestek op het oppervlak van de kookplaat, omdat deze oververhit kunnen raken, met het risico van verbranding als gevolg.
- Dek het apparaat nooit af met een doek of een beschermfolie, dit zou zeer heet kunnen worden en vlam kunnen vatten.
- Gebruik het glazen oppervlak van de kookplaat niet als een aanrecht of werkoppervlak.
- Zorg ervoor dat geen enkele kabel van een ingebouwd of verplaatsbaar apparaat in contact komt met het glas of de hete steelpan.
- Eventuele schade die voortvloeit uit het gebruik van steelpannen die ongeschikt zijn voor inductiekoken of van verwijderbare accessoires tussen de pan en het stralingselement, maakt de garantie ongeldig. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade aan de kookplaat of gerelateerde schade als gevolg van onjuist gebruik.
6.2 Automatische stralingsvermogensverdeling
Het maximaal toepasbaar vermogen wordt verdeeld onder de actieve stralingselementen, het laatst ingestelde vermogensniveau heeft voorrang op de vorige instellingen van de andere stralingselementen.
Vermogen wordt automatisch verdeeld over de drie stralingselementen aan de linkerkant (A) en de twee aan de rechterkant (B).

text_image
1 2 1 A 3 3 B| A | B | ||
| Stralingselement | 1∅ 200 MM | 2∅ 230 MM | 3Π 220 x 200 MM |
| Vermogen 1850 | W 2300W | 2100W | |
| Vermogen met booster | 3000W | 3700W | |
| Maximaal vermogen | 3700W | 3700W | |
| Vermo-gensniveau | 1 2 3 4 5 6 7 8 9 | |||||||
| Straling 1 55w | 120w | 203w | 287w | 351w | 583w | 832w | 1193w | 1850w |
| Straling 2 69w | 149w | 253w | 356w | 437w | 724w | 1035w | 1483w | 2300w |
| Straling 3 63w | 136w | 231w | 235w | 399w | 661w | 945w | 1354w | 2100w |
Bij gelijktijdig gebruik van meerdere stralingselementen, kan het laatst geactiveerde element de ingestelde waarde handhaven ten nadele van de andere eerder ingestelde elementen, die dan te maken kunnen krijgen met een vermindering van het vermogen. Bij het activeren van het laatste stralingselement zullen de waarden op de displays van de eerder ingestelde elementen beginnen te knipperen, waardoor automatisch het nieuwe lagere geleverde vermogen wordt aangegeven. Als de verwarmingswaarde van één van de stralingselementen handmatig wordt verminderd, wordt het verschil in vermogen verdeeld over de overige elementen.
i Aangezien het koken verder gaat met nieuwe, automatisch geresette vermogenswaarden, kan het nodig zijn aanpassingen aan te brengen, afhankelijk van het soort voedsel dat wordt gekookt.
6.3 Energieregelaarstabel
In de onderstaande tabel staan de vermogensniveaus die kunnen worden ingesteld en het soort voedsel dat op elk niveau kan worden bereid. De waarden kunnen variëren afhankelijk van de hoeveelheid voedsel en persoonlijke smaak.
i Draai de knop om de gewenste vermogenswaarde in te stellen. Draai aan de knop om het gewenste vermogensniveau weer te geven, terwijl het niveau dat met de knop is geselecteerd, slechts indicatief is.
| 1 - 2 | Voor het opwarmen van voedsel, het aan de kook houden van kleine hoeveelheden water, het maken van sauzen op basis van ei of boter. |
| 3 - 5 | Voor de bereiding van vast en vloeibaar voedsel, water aan de kook houden, het ontdooien van diepvriesproducten, het bakken van 2-3 eieren, het bereiden van fruit en groenten, algemeen koken. |
| 6 - 8 | Het bereiden van vlees-, vis- en groentestoofschotels, voedsel met meer of minder water, het maken van jam, enz. |
| 9 | Het braden van vlees of vis, biefstuk, lever, aanbraden van vlees of vis, eieren, enz. |
| P | Het frituren van aardappelen, enz., het snel aan de kook brengen van water. |
6.4 De inductiekookplaat voor de eerste keer inschakelen
i Reinig de kookplaat met een vochtige doek en droog het oppervlak goed af. Gebruik geen schoonmaakmiddel dat een blauwe kleur op het glazen oppervlak kan veroorzaken.
Wanneer de kookplaat voor de eerste keer wordt ingeschakeld, lichten alle stralingselementen gelijktijdig op met de symbolen B. zoals getoond in de afbeelding; de displays schakelen dan onmiddellijk uit zonder geluid te maken.

Als een of meer knoppen niet in de "0"-stand staan wanneer de kookplaat voor het eerst wordt ingeschakeld, lichten de betreffende displays op zoals normaal, maar werkt het stralingselement niet. Bij het draaien van de knop verschijnt op het betreffende display het hiernaast afgebeelde symbool, ten teken dat het stralingselement niet werkt. Het element zal pas weer naar behoren functioneren wanneer de knop weer in de "0"-stand wordt gezet en een nieuwe vermogenswaarde wordt ingesteld.
6.5 Panherkenning

Een elektronische sensor detecteert of er een pan aanwezig of afwezig is op het stralingselement. Als het type pan niet geschikt is voor magnetisch inductiekoken (zie paragraaf "6.5") of als de pan te klein is (zie tabel "MINIMALE DIAMETER"), wordt het hiernaast afgebeelde symbool weergegeven.
Indien tijdens het koken een pan van het stralingselement wordt genomen zonder eerst de betreffende knop in de "0"-stand te hebben teruggezet, wordt de eerder ingestelde en op het betreffende display aangegeven vermogenswaarde automatisch vervangen door het symbool.
Als de pan correct op het stralingselement wordt geplaatst, wordt het symbool uitgeschakeld en wordt de bereiding normaal hervat; anders schakelt het symbool na 10 minuten uit, moet de knop worden teruggezet naar de
"0"-stand en moet een nieuwe vermogenswaarde worden ingesteld voordat het stralingselement opnieuw kan worden gebruikt.
Als een knop naar een willekeurige positie wordt gedraaid voordat een pan op het stralingselement wordt geplaatst, toont het betreffende display de ingestelde vermogenswaarde en vervangt deze dan onmiddellijk door het symbool (het stralingselement blijft gedurende 10 minuten staan). Als er in de tussentijd een pan correct op het stralingselement is geplaatst, begint het koken; anders wordt het stralingselement niet geactiveerd en schakelt het symbool uit. Om het stralingselement opnieuw te activeren, moet de betreffende knop in de "0"-stand worden teruggezet en moet een nieuwe vermogenswaarde worden ingesteld.
De grenzen van de panherkenning: de diameter van de panbodem wordt aangegeven door een omtrek of perimeter van de kookzone.

text_image
1 2 3 1 3| 1 2 3 | ||
| MINIMALE DIAMETER (MM) | 145 180 145 | |
| MAXIMALE DIAMETER (MM) | 200 230 220 |
6.5.1 One-touch verlichting
Fabrikanten geven over het algemeen aan of het kookgerei geschikt is voor inductiekoken. Het pictogram hiernaast geeft het type symbool aan dat wordt gebruikt om aan te geven dat de pan geschikt is voor inductiekoken; dit symbool staat gewoonlijk op de onderkant van de pan.
Gebruik alleen pannen met een perfect vlakke, gladde bodem die geschikt zijn voor inductiekoken.
Het kookgerei dat gebruikt wordt voor inductiekoken moet gemaakt zijn van ferrometalen of ferritisch staal, magnetisch zijn en een voldoende dikke bodem hebben.
Om te controleren of de pan geschikt is, houdt u een magneet tegen de bodem: als deze wordt aangetrokken, is de pan geschikt voor inductiekoken. Als u geen magneet hebt, giet u een beetje water in de pan, laat u deze op een kookzone staan en zet u de kookplaat aan.
Bepaalde pannen kunnen ruis maken wanneer ze op een inductiekookzone worden geplaatst. Dit geluid duidt niet op een defect aan het apparaat en heeft geen invloed op de werking van het koken.
GESCHIKT KOOKGEREI ONGESCHIKT KOOKGEREI
| * Geëmailleerd kookgerei van ferritisch staal met dikke bodem. | * Koper, roestvrijstaal, aluminium, brandwerend glas, hout, keramiek en terracotta. |
| * Kookgerei van gietijzer met geëmailleerde bodem. | |
| * Meerlagig roestvrijstaal, roestvrij ferritisch staal of aluminium kookgerei met speciale bodem voor inductiekoken. |
6.6 Het inschakelen van een stralingselement
Plaats, alvorens een stralingselement in te schakelen, een geschikte pan op de betreffende kookomtrek.
Als u een knop met de klok mee draait, klinkt er een pieptoon en worden alle displays ingeschakeld; het display dat overeenkomt met de gedraaide knop toont de geselecteerde vermogenswaarde, terwijl de andere de waarde 0. tonen.
Bij het draaien aan een tweede knop klinkt er geen pieptoon en toont het display de ingestelde vermogenswaarde voor die knop.
6.6.1 Het vermogensniveau wijzigen
Elke knop heeft een schaalverdeling die met de klok mee oploopt van niveau "0" tot niveau "9". Het verwarmingsvermogen van de stralingselementen wordt verhoogd door een knop vanuit de "0"-stand rechtsom te draaien en wordt verlaagd door de knop linksom vanuit de bereikte stand te draaien.
De standaardpositie van de knop komt overeen met niveau "0" (waarde op het betreffende display).
i Draai aan de knop om de gewenste vermogenswaarde in te stellen (zie de tabel in paragraaf "6.2"). Draai aan de knop om het gewenste vermogensniveau weer te geven, terwijl het niveau dat met de knop is geselecteerd, slechts indicatief is.
De knop rechtsom draaien voorbij vermogensniveau "9" zal resulteren in een klik en een geluidssignaal, waardoor de "Booster"-functie, aangeduid op het display met het symbool P, wordt ingeschakeld; plaats de knop vervolgens weer op niveau "9" (zie paragraaf "6.6.3").
6.6.2 Snelle verwarmingsfunctie
Met deze functie kan het vereiste vermogensniveau sneller worden bereikt, hoewel zij gedurende een zeer beperkte periode actief blijft. Start vanaf de "0"-stand, draai de knop tegen de klok in totdat de knop klikt en houd de knop in die stand gedurende 2 seconden; het display gaat branden en toont het naastgelegen symbool. Vervolgens heeft u 10 seconden om de knop naar het gewenste vermogensniveau te draaien; op het display begint afwisselend het symbool A. te knipperen met het nieuwe vermogensniveau dat met de knop is ingesteld.

text_image
OFFDe volgende tabel geeft de snelle opwarmtijden voor de verschillende vermogensniveaus aan.
| Gekozen vermogensniveau | 1 2 3 4 5 6 7 8 | 9 |
| Duur in seconden | 48 144 230 312 408 120 168 216 | - |
6.6.3 Boosterfunctie
Draai de knop rechtsom voorbij vermogensniveau "9" totdat u een klik hoort en een geluidssignaal klinkt (op het display verschijnt het naastgelegen symbool); plaats vervolgens de knop op niveau "9".
De knop moet correct geplaatst zijn op niveau "9"; anders wordt het symbool P, weergegeven op het display, vervangen door foutcode J, die het uitschakelen van het stralingselement signaleert; om het stralingselement te herstellen, volg de instructies in paragraaf "6.10". De maximale verwarmingstijd met de boosterfunctie is 10 minuten. Aan het einde van de maximale verwarmingstijd knippert het symbool P enkele seconden en wordt het vermogen automatisch gereset, waarbij de waarde 9 wordt weergegeven. Wanneer de boosterfunctie is geactiveerd, kunnen verschillende opeenvolgende cycli worden herhaald.

text_image
OFF6.6.4 Voedselverwarmingsfunctie
Deze functie verwarmt tot 45 °C de bodem van een pan die geschikt is voor inductiekoken met een constante temperatuur (*) in de pan; het is nuttig om eerder gekookt voedsel in de pan warm te houden, waardoor het energieverbruik wordt geoptimaliseerd. De maximale tijd voor constant verwarmen is beperkt tot 120 minuten.

text_image
OFFDe eerste 3 vermogensniveaus zijn voedselverwarmingsfuncties. Draai de knop rechtsom en de symbolen worden op het inductieoppervlak aangegeven.
Het bijbehorende display toont het naastgelegen symbool in drie fasen (het verwarmingsvermogen wordt automatisch aangepast).
| Fase | 1 2 3 | ![]() | ![]() | ![]() | ||
| (*) Constante temperatuur | 42 °C 70 °C 94 °C | |||||
6.6.5 Brugfunctie

Deze functie "overbrugt" de twee rechter stralingselementen (voor en achter) tot een enkele kookzone die alleen met de tweede knop rechts wordt bediend. De boosterfunctie kan niet worden gebruikt wanneer de brugfunctie actief is.
8 Draai tegelijkertijd de laatste twee knoppen rechts rechtsom (voorbij vermogensniveau "9" tot ze klikken en een pieptoon klinkt) tot stand "P" en houd ze in deze stand gedurende ten minste 2 seconden (de bijbehorende displays tonen de naastgelegen symbolen die

text_image
OFF OFFaangeven dat de functie actief is). Draai de tweede knop rechts tot het gewenste vermogensniveau.
Als tijdens het koken een pan van de stralingselementen wordt genomen en niet binnen 10 minuten wordt teruggeplaatst, wordt de functie automatisch gedeactiveerd.
Om de functie handmatig uit te schakelen, zet u de knoppen weer in de "uit"-stand.
6.6.6 Restwarmte
Nadat het koken is beëindigd en de knop weer in de "uit"-stand wordt gezet, toont het display van het stralingselement het naastgelegen symbool, afgewisseld met de waarde 0, wat aangeeft dat het stralingselement zojuist is gebruikt en nog heet is.
Het symbool H knippert een paar seconden en blijft aan totdat de glastemperatuur onder het veiligheidsniveau is gedaald.
6.6.7 Ventilatie
Het koelsysteem is volledig automatisch. De koelventilator start met een lage snelheid wanneer de door het elektronische systeem afgegeven calorieën een bepaald niveau bereiken. De ventilatie start zijn hoge snelheid wanneer de kookplaat intensief wordt gebruikt. De koelventilator verlaagt zijn snelheid en stopt automatisch wanneer het elektronische circuit voldoende is afgekoeld.
6.6.8 Oververhitting
De inductiekookplaat is voorzien van een veiligheidsvoorziening die de interne elektronica beschermt tegen oververhitting. Dit apparaat vereist geen aandacht van de gebruiker en zorgt ervoor dat de kookplaat zonder gevaar van oververhitting kan worden gebruikt.
6.6.9 Een enkel stralingselement deactiveren

Als u een knop linksom draait en de knop langer dan 30 seconden in die stand houdt, toont het betreffende display het naastgelegen symbool om aan te geven dat het stralingselement is gedeactiveerd.
Als de knop niet correct is geplaatst, wordt op het betreffende display de foutcode weergegeven die het stralingselement deactiveert. Het is niet nodig om contact op te nemen met de klantenservice; om het stralingselement te herstellen, draait u de knop naar de "0"-stand en reset u de vereiste vermogenswaarde.
Deze functie wordt aanbevolen om een enkel stralingselement uit te schakelen als het defect is of niet goed werkt. Nadat het stralingselement door de erkende technische ondersteuningsdienst is gerepareerd, kan het opnieuw worden geactiveerd door de knop opnieuw linksom te draaien en langer dan 30 seconden in die stand te houden.
6.7 Automatisch uitschakelen
Een automatische teller telt de tijd die verstrijkt sinds de laatste vermogensvariatie. Dit bepaalt de maximale duur van de verwarming, wat varieert afhankelijk van het geselecteerde vermogensniveau. Als een stralingselement per ongeluk ingeschakeld blijft (met een correct geplaatste pan), zal het automatisch uitschakelen zodra de maximale verwarmingsduur voor het gekozen vermogen is bereikt.
| Gekozen vermogensniveau | 1 2 3 4 5 6 7 8 9 P | |||||||
| Max. tijd in minuten | 360 300 240 90 90 90 90 10 | |||||||
6.8 Handmatig uitschakelen

Draai alle knoppen naar de "uit"-stand. Elke display zal een knipperende stip tonen zoals in de naastgelegen afbeelding; na 15 seconden schakelen alle displays uit, klinkt een pieptoon en het apparaat gaat naar stand-by.
6.9 Kinderbeveiliging
De stralingselement kunnen worden gedeactiveerd. Draai de eerste twee knoppen links gelijktijdig linksom en houd deze in deze stand gedurende minstens 2 seconden, totdat alle displays symbool L weergeven.

text_image
OFF OFFNa enkele minuten worden de symbolen
Luitgeschakeld, maar de stralingselementen worden niet geactiveerd en de hierboven vermelde symbolen verschijnen op alle displays als er aan een knop wordt gedraaid.
De deactivering heeft geen tijdslimiet. Een langdurige stroomstoring kan deze deactivering annuleren.
Om de stralingselementen weer in te schakelen, draait u de eerste twee knoppen links tegelijkertijd linksom.
6.10 In het geval van defecten en storingen
Als er een defect is geconstateerd, schakelt u het apparaat en de elektrische voeding uit.
Probeer geen defect stralingselement te gebruiken voordat het is gerepareerd door de erkende technische ondersteuningsdienst.
Reparaties moeten uitsluitend door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd. Open het apparaat nooit om welke reden dan ook.
Als het glasoppervlak beschadigd is, schakelt u het apparaat onmiddellijk uit om het risico op elektrische schokken te voorkomen en neemt u contact op met de technische ondersteuningsdienst.
Als een stralingselement defect is, kunnen de overige elementen nog steeds normaal worden gebruikt. Om de foutcode van de displays te wissen, zet u alle knoppen in de "uit"-stand en stelt u nieuwe vermogenswaarden in.
De onderstaande lijst bevat de meest voorkomende storingen, waarvan de
oorzaken door de gebruiker of via de technische ondersteuningsdienst kunnen worden verholpen.
| FOUT OORZAAK OPLOSSING | ||
| De kookplaat of de kookzones worden niet ingeschakeld. | Het apparaat is niet correct aangesloten op het elektriciteitsnet.De functiekookplaatvergrendeling is geactiveerd. | Sluit het apparaat weer op het elektriciteitsnet aan.Deactiveer de vergrendeling door de instructies in paragraaf 6.9 te volgen |
| Het display toont het naastgelegen symbool. | Er is geen pan op de kookzone.De pan is niet geschikt voor magnetisch inductiekoken.De diameter van de bodem van de pan is te klein voor de kookzone. | Plaats een geschikte pan op de juiste manier door de instructies in paragraaf 6.5 te volgenVervang de pan door een geschikt exemplaar, zoals aangegeven in paragraaf 6.5Vervang de pan door een geschikt exemplaar, zoals aangegeven in paragraaf 6.5 |
| Het display toont het naastgelegen symbool. | De knop is niet correct geplaatst. | Het is niet nodig om contact op te nemen met de klantenservice; om het stralingselement te herstellen, draait u de knop naar de "0"-stand en reset u de vereiste vermogenswaarde. |
| Het display toont de naastgelegen code, afgewisseld met cijfers of letters. | Neem contact op met de klantenservice en geef de code op het display door. | |
| De kookplaat of een kookzone wordt uitgeschakeld. | De veiligheidsvoorziening is geactiveerd. Het apparaat wordt geactiveerd wanneer een kookzone per ongeluk ingeschakeld blijft.Een lege pan is oververhit. | Zet de betreffende knop weer in de "uit"-stand.Verwijder de lege pan van de kookzone. |
| De koelventilator blijft ingeschakeld nadat de kookplaat is uitgeschakeld. | Dit is geen fout. De ventilator blijft | ingeschakeld tot de kookplaat is afgekoeld.De ventilator wordt automatisch uitgeschakeld. |
7. De oven gebruiken
7.1 Algemene waarschuwingen
- Wanneer de oven of grill in werking is, kunnen de buitenwanden en de ovendeur zeer heet worden. Houd kinderen uit de buurt van het apparaat.
- Laat kinderen niet op de ovendeur zitten en laat ze er niet mee spelen.
- Gebruik de deur niet als een stoel.
- Plaats nooit aluminium pannen of folie op de bodem van de oven, omdat dit het emaille van de oven ernstig kan beschadigen.
- Bereid geen voedsel op de bodem van de oven.
- Probeer de ovendeur niet te demonteren zonder de bijbehorende instructies zorgvuldig te raadplegen (zie paragraaf "10.1 De ovendeur demonteren"): de scharnieren van de ovendeur kunnen de handen verwonden.
i Verwarmingsblok van de oven Als tijdens de normale werking de oven de verwarming onderbreekt en het display van de programmeur begint te knipperen en op nul gaat, controleer dan of:
* er een stroomstoring is geweest.
Als de blokkering zich opnieuw voordoet nadat het kookprogramma opnieuw is gestart, betekent dit dat de beveiliging is uitgeschakeld. Dit apparaat grijpt in bij een thermostaatfout en voorkomt oververhitting van de oven. In dat geval raden wij u aan de oven niet opnieuw te gebruiken en contact op te nemen met het dichtstbijzijnde servicecentrum.
7.2 Risico op condensatie
* Sommige bereidingen met een hoog watergehalte in combinatie met het gebruik van bepaalde functies kunnen condensvorming op het binnenglas van de deur veroorzaken. Om dit te voorkomen, opent u de ovendeur een paar seconden tijdens het koken.
* Laat geen voedsel in de oven afkoelen na het koken om condensvorming op het binnenglas van de deur te voorkomen, dat uit de oven kan druppelen wanneer de deur wordt geopend.
7.3 De elektrische multifunctionele oven gebruiken
7.3.1 De oven voor de eerste keer inschakelen.
De eerste keer dat u de oven gebruikt, kan de oven roken of een bijtende geur afgeven die wordt veroorzaakt door olieachtige resten van de fabricage die onaangename geuren of smaken aan voedsel kunnen geven. Voordat u het voedsel in de oven plaatst, verwarm tot de maximale temperatuur gedurende 30-40 minuten met de deur gesloten en wacht totdat de rook of geur is verdwenen.

i Om te voorkomen dat de stoom in de oven verbrandt, gaat u als volgt te werk: draai de functieschakelaar naar de stand '0' of naar de functie ; open de deur in twee fasen: houd hem 4-5 seconden gedeeltelijk open (ca. 5 cm) en open hem vervolgens volledig. Als u het voedsel moet aanpassen, laat de deur dan zo kort mogelijk open om te voorkomen dat de temperatuur in de oven zo ver daalt dat het koken in gevaar komt.
Stroomelementen
Bovenste + onderste verwarmingselement: 2.080 W
Bovenste element: 880 W
Onderste element: 1.230 W
Circulair element: 2.170 W
Draai de functieschakelaar naar positie en de thermostaatknop in overeenstemming met de vereiste temperatuurwaarde. Voor gedifferentieerde verwarming boven of onder het voedsel, zet u de functiekeuzeschakelaar op de stand (bovenverwarming) of (onderverwarming). Draai de functieschakelaar naar de stand voor gelijkmatigere verwarming van alle kookniveaus in de oven.
Aanbevolen voor verwarming boven + onder: Ovenschotels, cakes, taarten.
Aanbevolen voor verwarming onder: Soufflé
Aanbevolen voor verwarming boven: Pasteitjes/quiche
7.3.3 Convectiebereiding

Draai de functieschakelaar naar positie . Draai de thermostaatknop in overeenstemming met de vereiste temperatuurwaarde. De ringvormige weerstand en de ventilator zijn ingeschakeld. De warmte wordt gelijkmatig verdeeld over elk kookniveau. De temperatuur dient te worden ingesteld tussen 50°C en 250°C.
Aanbevolen voor: Ovenschotels en lasagne
7.3.4 Bereiden met de geventileerde grill

Draai de functieschakelaar naar positie; draai de thermostaatknop in overeenstemming met de maximale temperatuurwaarde.
Aanbevolen voor: Ovenschotels die een knapperige korst nodig hebben.
7.3.5 Bereiden met de grill

Draai de functieschakelaar naar positie; draai de thermostaatknop in overeenstemming met de maximale temperatuurwaarde.
Aanbevolen voor: Groente, vis.
7.3.6 Bereiden met grill + braadspit

Als uw model een braadspit heeft, gaat u als volgt te werk:
* Schuif het te bereiden vlees op de spitstaaf A en zet het vast met de verstelbare vorken.
* Hang haak B aan de bovenkant van de oven zoals getoond in de afbeelding.
* Plaats de spitstaaf A in de opening C in de behuizing van de oven; voordat u de ovendeur sluit, controleert u of de spit A goed in de opening C is
geplaatst (steek de spit erin en draai deze lichtjes heen en weer).
* Hang het andere einde van de spitstaaf aan de haak B (de katrol van de spit A bevindt zich aan de handgreep van de haak B).
* Sluit de ovendeur en schakel de

spit in door de functiekeuzeknop naar de stand te draaien.
* Wanneer de bereiding is voltooid, opent u de ovendeur en verwijdert u de spitstaaf met de plastic handgreep D die in de bodem van de spit A is geschroefd.
Aanbevolen voor: Gebraden kip, roulades, porchetta
7.3.7 Ontdooien

Draai de functieschakelaar naar de stand ⚡draai de thermostaatknop naar de stand 0: op deze manier wordt de motorventilator geactiveerd die de lucht in de oven verplaatst en bevoren voedsel bevordert te ontdooien.
7.3.8 De oven uitschakelen
De oven wordt uitgeschakeld door de thermostaatknop terug te zetten naar de stand 0.
8. Kooksuggesties
8.1 Suggesties voor het correct gebruiken van de kookplaatbranders
De diameter van de bodem van pannen moet overeenkomen met de diameter van de gebruikte brander (zie naastgelegen tabel). De vlam mag nooit breder zijn dan de diameter van de schaal. Gebruik

pannen met een vlakke bodem. Gebruik waar mogelijk pannen met een deksel, omdat dit minder vermogen gebruikt. Gebruik weinig water om de bereidingstijd voor groenten, aardappelen, enz. te verminderen.
| BRANDER PANDIAMETER (IN CM) |
| Snel Van 24 tot 26 |
| Semi-snel Van 16 tot 22 |
| Extra Van 8 tot 14 |
| Drievoudige ring/wok Van 24 tot 26 |
8.2 Suggesties voor correct gebruik van de inductiekookplaat
Gebruik voor de beste kookresultaten en energiebesparing alleen kookgerei dat geschikt is voor inductiekoken. De diameter van de bodem van het kookgerei moet gelijk zijn aan de diameter van de cirkel op de kookzone (paragraaf "7.5"); als ze niet overeenkomen, zal energie worden verspild. De bodem van het kookgerei moet gemaakt zijn van ferrometaal of ferritisch staal en perfect plat zijn. Het moet ook perfect schoon en droog zijn, evenals het glas in de kookzone. Gebruik geen pannen met een ruwe, bekraste of beschadigde bodem, aangezien deze het oppervlak van de kookplaat kunnen beschadigen.
i Suiker, synthetische materialen of aluminium vellen mogen niet in contact komen met de verwarmingszones. Deze kunnen door afkoeling breuken of andere wijzigingen in het glaskeramische oppervlak veroorzaken. Alvorens suikerhoudende voedingsmiddelen te bereiden, is het raadzaam om het glaskeramische oppervlak te behandelen met een specifiek siliconen product om het oppervlak van de kookplaat te beschermen tegen aangebrande etensresten.
- Plaats of laat geen lege steelpannen op de vitrokeramische kookplaat staan.
- Voorkom het vallen van voorwerpen, zelfs kleine, op de vitrokeramische kookplaat.
- Zand of andere schurende materialen kunnen het keramische glas beschadigen.
- Het glas kan worden bekrast als de pannen op schurende resten worden geplaatst. Krassen hebben echter geen invloed op de werking van inductiekoken.
- Controleer of de ventilator van het apparaat goed werkt
8.3 Suggesties voor het correct gebruiken van de oven
De oven maakt het mogelijk om de bereiding te optimaliseren. Het is mogelijk om traditioneel, met convectie en met de grill te bereiden. De ovendeur moet volledig gesloten zijn voor alle soorten bereidingen.
8.3.1 Traditionele bereiding
Bij dit type bereiding komt de warmte van boven naar beneden. Het is daarom raadzaam om de centrale geleiders te gebruiken. Als het bereiden een hogere temperatuur van de bodem of vanaf de bovenkant vereist, gebruik dan de onderste of bovenste geleiders. Traditionele bereiding wordt aanbevolen voor alle gerechten waarvoor een hoge temperatuur nodig is of voor een lange gaartijd. Dit systeem wordt ook aanbevolen bij het bereiden met pannen van terracotta, porselein en soortgelijke materialen.
ECO-MODUS
De traditionele manier van bereiden, met de bovenste en onderste verwarmingselementen, beschikt ook over de ECO-functie met intelligente verwarming (*): het apparaat regelt de hoeveelheid energie in de oven optimaal; het voedsel wordt geleidelijk verwarmd met behulp van de restwarmte en dit vereist veel tijd, het wordt aanbevolen het apparaat alleen te gebruiken om gerechten opnieuw te verwarmen.
Als u dit type verwarming niet wilt gebruiken, maar de kookfunctie wilt gebruiken door de verwarmingselementen optimaal te gebruiken, moet u:
* De oven voorverwarmen door een andere functie te selecteren, bijvoorbeeld convectie, en ook de thermostaatknop in stellen op een
temperatuur van minstens 100 °C;
* Zodra de temperatuur is bereikt (oranje lampje is uit), de traditionele functie selecteren en het gerecht plaatsen.
Opmerking:
Bij het gebruik van de ECO-functie, zodra de temperatuur van ongeveer 100 °C is bereikt, door het openen en sluiten van de deur, wordt de ECO-functie gedeactiveerd.
Wanneer de ECO-functie actief is, blijft het interne verlichtingslampje van de oven uit vanaf het begin van het verwarmen en gaat deze pas na het openen van de ovendeur weer aan.
(*) Dit type verwarming wordt gebruikt om de energie-efficiëntieklasse en het energieverbruik in de traditionele modus te definiëren.
8.3.2 Convectiebereiding
Bij deze bereiding wordt het voedsel verwarmd door voorverwarmde lucht die in de oven circuleert dankzij een ventilator die zich aan de achterzijde van de oven bevindt. De warmte bereikt snel en gelijkmatig alle delen van de oven, zodat verschillende gerechten gelijktijdig op verschillende plateaus kunnen worden bereid. De luchtvochtigheid wordt uit de lucht gehaald en de drogere ruimte voorkomt dat geuren en smaken worden verspreid en gemengd. Met de mogelijkheid om op meer dan één plateau te koken, kunt u vele verschillende gerechten tegelijkertijd bereiden. Biscuits en minipizza's kunnen in drie verschillende bakvormen worden bereid. De oven kan echter ook worden gebruikt voor het koken op één plateau. De onderste plateaus kunnen worden gebruikt om het bereiden beter te controleren. Convectiebereiding is bijzonder geschikt om diepgevroren voedsel snel weer op kamertemperatuur te brengen, om conserven of zelfgemaakt fruit op siroop te steriliseren, en ten slotte om champignons of fruit te drogen.
8.3.3 Bereiden met de grill
De warmte komt van bovenaf. Bijna alle soorten vlees kunnen worden gegrild, met uitzondering van mager wild en gerechten zoals gehaktbrood. Het te grillen vlees en vis moeten lichtjes met olie worden besprenkeld en op de roosters worden gelegd, die in de geleiders het dichtst bij of het verst van het grillelement moeten worden geplaatst, afhankelijk van de dikte van het vlees,
om te voorkomen dat het oppervlak verbrandt en de binnenkant niet gaar wordt. Geschikt voor: relatief dun vlees; tosti's.
Plaats de grillpan op het laagste niveau om de sappen en het vet op te vangen; giet een glas water in de grillpan om rookvorming door oververhitting van het vet te voorkomen.
8.3.4 Bereiden met de geventileerde grill
De combinatie van grill en ventilator gebruiken. Met deze bereiding kan de warmte geleidelijk in het voedsel dringen, ook al wordt het oppervlak direct blootgesteld aan de grill. Geschikt voor: dikker vlees; wild gevogelte.
8.3.5 Bereiden van vlees en vis
Vlees dat gekookt moet worden in de oven moet ten minste 1 kg wegen. Zeer mals rood vlees dat lichtjes moet worden gebakken (rosbief, filet, enz.), of dat van buiten goed gaar moet zijn en van binnen al zijn sappen moet behouden, moet kort op hoge temperaturen worden bereid (200-250 °C). Wit vlees, wild gevogelte en vis moeten op lage temperaturen worden bereid (150-175 °C). De ingrediënten voor de saus dienen alleen in de bakvorm te worden geplaatst als de bereidingstijd kort is, anders moeten ze in het laatste halfuur worden toegevoegd. Het vlees kan op een ovenvaste plaat worden gelegd of direct op de roosters, waaronder de uitlekpan moet worden geplaatst om het sap op te vangen. Druk met een lepel op het vlees om te controleren of het gaar is. Als het stevig is, is het gaar. Wacht aan het einde van de bereiding ten minste 15 minuten met het aansnijden van het vlees, om te voorkomen dat de sappen verloren gaan. Voordat u begint met het opdienen, kunnen de borden op minimale temperatuur in de oven worden opgewarmd.
8.3.6 Bakken
Geklopte mengsels moet aan de lepel blijven plakken, omdat een te grote vloeibaarheid de kooktijd zal verlengen. Zoete gerechten vereisen een gematigde temperatuur (meestal tussen 150-200 °C) en voorverwarming (ongeveer 10 minuten). De ovendeur mag niet worden geopend tot ten minste ^3/4 van de bereidingstijd.
8.3.7 Aanbevolen kooktabellen
De bereidingstijd varieert afhankelijk van de aard, de homogeniteit en het volume van het gerecht. Wij raden u aan om uw eerste pogingen te controleren en de resultaten na te gaan, omdat vergelijkbare resultaten worden verkregen door dezelfde gerechten in dezelfde omstandigheden te bereiden. De volgende drie tabellen (I, II en III) bevatten richtlijnen.
| BEREIDINGSTIJDTABEL VOOR CONVECTIE EN TRADITIONELE BEREIDING (I) | ||||||
| Type bereiding | Aantal kg. | Positie van de geleider vanaf de onderkant | Temperatuur °C | Tijd in minuten | ||
Convectie ![]() | Traditioneel ![]() | Convectie Traditioneel ![]() | ![]() | |||
Zoetigheden
| Met opgeklopt mengsel, in een bakvorm | 1 1-3 2 175 200 60 | ||||
| Met opgeklopt mengsel, op de druippan | 1 1-3 2 175 200 50 | ||||
| Bladerdeeg, taartbodem | 0.5 1-3 3 175 200 30 | ||||
| Bladerdeeg met vochtige vulling | 1.5 1-3 2 175 200 70 | ||||
| Bladerdeeg met droge vulling | 1 1-3 2 175 200 45 | ||||
| Met natuurlijk gistdeeg | 1 1-3 1 175 200 50 | ||||
| Kleine taarten 0.5 1-3 3 160 175 30 | |||||
Vlees
| Kalfsvlees 1 2 2 180 200 60 | |||||
| Rundvlees 1 2 2 180 200 70 | |||||
| Engelse rosbief 1 2 2 220 220 50 | |||||
| Varkensvlees 1 2 2 180 200 70 | |||||
| Kip 1-1,5 2 2 200 200 70 | |||||
| Stoofschotels | |||||
| Stoofschotel van rundvlees | 1 1 2 175 200 120 | ||||
| Stoofschotel van kalfsvlees | 1 1 2 175 200 110 |
Vis
| Filets, biefstukken,kabeljauw, heek, tong | 1 1-3 2 180 180 30 | |||||
| Makreel, tarbot, zalm | 1 | 1-3 | 2 | 180 | 180 | 45 |
| Oesters | 1 1-3 2 180 180 20 |
Taarten
| Pastataart 2 1-3 2 185 200 60 | |||||
| Groentetaart 2 1-3 2 185 200 50 | |||||
| Zoete en hartige soufflés | 0.75 1-3 2 180 200 50 | ||||
| Pizza en calzone 0.5 1-3 2 200 220 30 | |||||
* De bereidingstijden verwijzen naar de bereiding op één plateau; voor de bereiding op meer dan één plateau, verhoogt u de bereidingstijd met 5-10 minuten.
* De bereidingstijd moet beginnen na ongeveer 15 minuten voorverwarmen.
* Indien er op meer dan één plateau wordt gekookt, heeft de aangegeven positie van de geleiders de voorkeur.
* Voor gebraden rundvlees, kalfsvlees, varkensvlees en kalkoen, met bot of opgerold, moet de bereidingstijd met 20 minuten worden verhoogd.
| BEREIDINGSTIJDTABEL VOOR GRILLEN EN GEVENTILEERD GRILLEN (II) | ||||
Traditioneel grillen ![]() | ||||
| Type bereiding Aantal kg. | Positie van de geleider vanaf de onderkant | Temperatuur °C | Tijd in minuten | |
| Kip | 1-1.5 | 3 | Max. | 30 aan elke zijde |
| Toast | 0.5 | 4 | Max. | 5 aan elke zijde |
| Worstjes | 0.5 | 4 | Max. | 10 aan elke zijde |
| Varkenskoteletten | 0.5 | 4 | Max. | 8 aan elke zijde |
| Vis | 0.5 | 4 | Max. | 8 aan elke zijde |
| Grillen met ventilatierooster [IMAGE] | ||||
| Type bereiding Aantal kg. | Positie van de geleider vanaf de onderkant | Temperatuur °C | Tijd in minuten | |
| Gebraden varkensvlees | 1.5 | 2 | 170 | 180 |
| 1.5 | 3 | 220 | 60 | |
| Gebraden rundvlees | 1.2 | 2 | 190 | 90 |
* De druippan voor het opvangen van de sappen moet altijd op de 1e geleider van onder worden geplaatst.
* Ontdooien op kamertemperatuur heeft het voordeel dat de smaak en het uiterlijk van het voedsel er niet door wordt aangetast.
| ONTDOOITIJDTABEL (III) | |||
| Ontdooien [icon] | |||
| Type voedsel | Aantal kg. | Positie van de geleider vanaf de onderkant | Tijd in minuten |
| Kant-en-klare maaltijden | 1 | 2 | 45 |
| Vlees 0.5 2 50 | |||
| Vlees 0.75 2 70 | |||
| Vlees 1 2 110 | |||
9. Zorg en onderhoud
Opmerking:
Alvorens te reinigen of onderhoud uit te voeren, schakelt u de voeding van het apparaat uit en sluit u de gaskraan.
Waarschuwing:
Onderhoud mag alleen door bevoegd personeel worden uitgevoerd. Reinig de oppervlakken van het apparaat niet wanneer ze nog heet zijn. Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen om de oppervlakken van het apparaat te reinigen. De fabrikant wijst iedere verantwoordelijkheid af en is niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit het gebruik van ongeschikt en/of ander reinigingsmiddel dan aangegeven. Gebruik geen hogedrukspuit of stoomspuit om het apparaat te reinigen.
9.1 Onderhoudsschema
Er is geen regelmatig onderhoud vereist voor de apparaten, behalve voor het reinigen.
9.2 Reinigen van de roestvrijstalen oppervlakken
Gebruik voor het reinigen en conserveren van de roestvrijstalen oppervlakken een oplossing van warm water en azijn of neutrale zeep. Giet de oplossing op een vochtige doek en veeg het stalen oppervlak af, in de richting van de satijnglans, spoel grondig na en droog af met een zachte doek of een zeem. Gebruik in geen geval metalen sponzen of scherpe schrapers die de oppervlakken kunnen beschadigen. Gebruik alleen niet-krassende, niet-schurende sponzen en, indien nodig, houten of plastic keukengerei.
9.3 Reinigen van de geëmailleerde oppervlakken
Reinig met een niet-krassende, niet-schurende spons die is bevochtigd met een neutrale zeep en water. Vetvlekken kunnen gemakkelijk worden verwijderd met warm water of een product dat speciaal is gemaakt voor het reinigen van emaille. Spoel voorzichtig af en droog met een zachte doek of een zeemlap.
Gebruik geen producten die schuurmiddelen bevatten, schuursponsjes, staalwol of zuren die de oppervlakken kunnen beschadigen. Laat geen zuren of alkalische substanties op het emaille achter (citroensap, azijn, zout, enz.).
9.4 Reinigen van de gepolijste oppervlakken
Reinig met een niet-schurende, niet-krassende, vochtige spons met warm water en neutrale zeep of met een gewoon reinigingsmiddel voor gepolijste oppervlakken. Spoel en droog zorgvuldig af met een zachte doek. Schuurpasta's, grove draadpads, staalwol of zuur zullen de oppervlakken beschadigen. Gebruik geen alcohol.
9.5 Reinigen van de houten oppervlakken, accessoires en houten onderdelen
Wij raden u aan reinigingsproducten te gebruiken die normaal verkrijgbaar zijn in de supermarkt. Deze producten zorgen ervoor dat het hout in de loop van de tijd behouden blijft. Als deze producten niet beschikbaar zijn, raden wij u aan het vuil zo snel mogelijk te verwijderen met een doek die vochtig is gemaakt met water en een neutrale zeep. Spoel goed af en droog met een zachte doek. Verwijder de grotere korsten en meer hardnekkige resten met behulp van een krasbestendige schraper voor hout of een speciale spons die is ontworpen voor delicate oppervlakken. Gebruik in geen geval metalen sponzen of scherpe schrapers die de oppervlakken kunnen beschadigen.
Reinig geen houten accessoires en onderdelen in de vaatwasser. Houd droog en vermijd extreme temperatuurschommelingen. Overmatige vochtigheid en extreme temperatuurveranderingen kunnen de houten accessoires en onderdelen onherstelbaar vervormen.
9.6 Reinigen van de knoppen en het bedieningspaneel
Reinig de knoppen en het bedieningspaneel met een vochtige doek.
9.7 Reinigen van de geëmailleerde oppervlakken
Om de roosters en de branders van de kookplaat te reinigen, verwijdert u ze van de behuizing door ze omhoog te tillen, zoals getoond in de afbeelding, en laat u ze gedurende ongeveer tien minuten in een oplossing van warm water en niet-schurend reinigingsmiddel weken. Spoel af en droog zorgvuldig. Reinig de branders of de platen niet in de vaatwasser. Controleer altijd of de openingen van de brander niet verstopt zijn. Zorg ervoor dat u de brander correct terugplaatst en controleer of de vlam gelijkmatig is. Wij raden u aan deze
handeling ten minste één keer per week uit te voeren en elke keer dat nodig is.
9.8 Reinigen van de bougies en thermokoppels
Voor een goede werking van de bougies en thermokoppels moeten deze altijd schoon worden gehouden. Controleer ze regelmatig en maak ze indien nodig schoon met een vochtige doek. Droog grondig af. Droge resten moeten worden verwijderd met een tandenstoker of naald en zorg er daarbij voor dat het isolerende keramische gedeelte niet wordt beschadigd.
9.9 Reinigen van de inductiekookplaat
De inductiekookplaat vereist geen speciaal onderhoud of reiniging. Als er na het koken etensresten in de buurt van de kookzone achterblijven, verwijder deze dan met een krasbestendige schraper, spoel met water en droog goed af met een droge doek. Regelmatig gebruik van de schraper voorkomt het gebruik van chemische reinigingsproducten. Alvorens pannen op de kookplaat te verplaatsen of te schuiven moet u ervoor zorgen dat er geen kruimels of onzuiverheden zijn die krassen kunnen veroorzaken. Gebruik geen schurende sponzen of reinigingsmiddelen. Vermijd het gebruik van agressieve chemische producten, zoals ovenreinigers, vlekwerende producten of andere producten zoals badkamer- of allesreinigers.
i Zorg ervoor dat de hete glaskeramische kookplaat niet in aanraking komt met plastic, aluminiumfolie, suiker of voedsel dat suiker bevat. Deze stoffen kunnen het oppervlak van de kookplaat beschadigen en moeten onmiddellijk worden verwijderd met een krasbestendige schraper. Alvorens suikerhoudende voedingsmiddelen te bereiden, is het raadzaam om het glaskeramische oppervlak te behandelen met een specifiek siliconen product om het oppervlak van de kookplaat te beschermen tegen aangebrande etensresten.
Om het oppervlak van de keramische kookplaat te reinigen, gaat u als volgt te werk:
- Verwijder de grotere korsten en meer hardnekkige resten met behulp van een krasbestendige schraper of een speciale spons die is ontworpen voor delicate oppervlakken.
- Wacht tot het oppervlak van de kookplaat volledig is afgekoeld, giet enkele druppels reinigingsmiddel en wrijf met keukenrol of een schone doek. U kunt ook een speciale spons gebruiken die is ontworpen voor delicate oppervlakken.
- Veeg het oppervlak van de kookplaat schoon met een vochtige doek, of met de droge kant van een speciale spons.
9.10 Reinigen van de oven
Voor een goed behoud van de oven moet deze regelmatig worden gereinigd, indien mogelijk na elk gebruik nadat hij is afgekoeld: op deze manier kunnen de resten gemakkelijker worden verwijderd, zodat deze de volgende keer dat de oven wordt gebruikt niet worden verbrand. Reinig de roestvrijstalen onderdelen en geëmailleerde onderdelen zoals beschreven in de bijbehorende paragrafen "10.2 Reiniging van de roestvrijstalen oppervlakken" en "10.3 Reiniging van de geëmailleerde oppervlakken". Neem alle uitneembare onderdelen uit en was ze afzonderlijk. Spoel af en droog grondig met een schone doek.
9.10.1 Reinigen van de ovenwanden
Gebruik nooit reinigingsmiddelen om dit type oven te reinigen. De wanden van de oven kunnen schoongemaakt worden met witte azijn en schoongeveegd worden met een doek die is bevochtigd met water. Verwarm vervolgens de oven gedurende ten minste één uur op 150 °C om het reinigen te vergemakkelijken. Wanneer de oven is afgekoeld, veegt u deze opnieuw af met een vochtige doek.
9.10.2 Reinigen van de ovendeur
We raden u aan om de ovendeur altijd schoon te houden. Gebruik keukenrol en op hardnekkiger vuil een vochtige doek en afwasmiddel.
Opmerking:
Sprayproducten voor het reinigen van de oven mogen niet worden gebruikt om de ventilator en de thermostaatsensor in de ovenruimte te reinigen.
10. Speciaal onderhoud
Het is noodzakelijk om regelmatig bepaalde onderdelen te onderhouden of te vervangen die onderhevig zijn aan slijtage. Specifieke instructies worden hieronder gegeven voor elk type onderhoud.
Opmerking:
Alvorens onderhoud uit te voeren, schakelt u de voeding van het apparaat uit en sluit u de gaskraan.
10.1 Verwijderen van de ovendeur
De ovendeur kan volledig worden verwijderd om grondiger reiniging mogelijk te maken. Hoewel deze handeling mogelijk is, mag deze niet door iedereen worden uitgevoerd, aangezien het de kracht vereist om de deur omhoog te houden en een minimum aan deskundigheid om de deur opnieuw te monteren. Als u niet zeker weet of u dit kunt doen, raden wij u aan de deur te reinigen zonder deze uit te nemen of, in speciale gevallen, contact op te nemen met het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum.
Ga als volgt te werk om de deur te verwijderen:
* Open de ovendeur en maak de veiligheidsvergrendeling van de scharnieren los door aan de respectievelijke pennen A (een voor elk scharnier) naar achteren te draaien;
* sluit de deur gedeeltelijk totdat er geen spanning meer op de veren staat (de deur zal een hoek van ongeveer 30 ° vormen);
* gebruik beide handen, begeleid de beweging van de deur in de richting van de sluiting en til hem tegelijkertijd omhoog;
* draai het onderste deel van de deur naar de buitenkant om de scharnieren B van hun plaats los te maken.

U kunt het binnenglas uitnemen voor een grondige reiniging. Ga als volgt te werk:
* draai schroef C een halve slag los om de grendel van rechts naar links te kunnen heffen;
* til de twee grendels op en schuif het binnenglas naar buiten;
* om het glas weer terug te plaatsen, volgt u de bovenstaande instructies in omgekeerde volgorde.

Om het gedeelte tussen het buitenglas en het tussenglas te reinigen, gebruikt u een zachte borstel in de ruimte tussen de glaspanelen, zoals weergegeven op pagina 129. Om de deur weer terug te plaatsen, volgt u de instructies op pagina 129 in omgekeerde volgorde. Wanneer de scharnieren B terug op zijn plaats zitten, opent u de deur volledig en brengt u de veiligheidsvergrendeling van de scharnieren weer aan, waarbij u de respectievelijke pennen A omlaag zet (één voor elk scharnier).
Waarschuwing:
Na het opnieuw monteren van de deur, moet u altijd de veiligheidsvergrendeling van de scharnieren weer aanbrengen.
10.2 Verwijderen van de ovendeur
De frames van de rekken kunnen worden verwijderd om ze afzonderlijk te
reinigen en om het reinigen van de ovenwanden te vergemakkelijken. De frames worden aan de ovenwand vastgehaakt op de drie punten die in de afbeelding met de pijlen zijn aangegeven (detail 1).
* Druk naar beneden met uw vingers zoals getoond in detail 2 van de afbeelding om het frame los te maken van de bovenste pen.
* Til het frame omhoog en neem het uit.
Ga verder in omgekeerde richting om opnieuw te monteren. Plaats het onderste deel van het frame op de respectievelijke pennen en druk het bovenste deel tegen de ovenwand totdat het op de pen haakt.

10.3 Verwijderen van de ovendeur
De binnenventilator van de geventileerde oven moet periodiek worden gereinigd. Ga als volgt te werk om de ventilator te demonteren:
* Zorg ervoor dat de stroomtoevoer naar het apparaat is uitgeschakeld.
* Verwijder alle onderdelen binnenin (uitlekpan, plateaus).
* Draai de vier schroeven A los en verwijder ze uit het afdekpaneel.
* Verwijder het afdekpaneel B.
* Gebruik een munt om de bevestigingsmoer C van de ventilator los te draaien (deze schroefdraad is omgekeerd; om los te draaien draait u rechtsom).
* Verwijder de ventilator D en was hem door hem in warm water en afwasmiddel te dompelen. Gebruik nooit schurende of bijtende reinigingsmiddelen, poedervormige producten of metalen schrobbers. Spoel de ventilator af en droog deze grondig.
Monteer de ventilator en de afdekking opnieuw door in omgekeerde richting te werken volgens de instructies voor het verwijderen.

text_image
A B C D A10.4 Vervangen van de ovenlamp
Opmerking:
Alvorens onderhoud uit te voeren, schakelt u de voeding van het apparaat uit.
Ga als volgt te werk:
* open de ovendeur;
* draai de glazen beschermkap tegen de klok in los;
* draai de lamp los en vervang deze door een andere voor hoge temperaturen (300 °C) met de volgende kenmerken:
* Plaats de glazen dop terug en schakel de stroom in. Het is mogelijk te controleren of de ovenverlichting werkt, zelfs wanneer de deur is gesloten door de functieschakelaar naar de stand te draaien.








