BI60MAT - Fornuis BORETTI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BI60MAT BORETTI in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BI60MAT - BORETTI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BI60MAT van het merk BORETTI.
GEBRUIKSAANWIJZING BI60MAT BORETTI
- Verwijder alle verpakkingen.
- De installatie en de elektrische aansluiting van het apparaat dienen aan een erkende vakman toevertrouwd te worden. De fabrikant kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor eventuele schade voortkomend uit een foutieve inbouw of aansluiting.
- Het apparaat mag enkel gebruikt worden wanneer het gemonteerd en geïnstalleerd is in een meubel met een gehomologeerd en aangepast werkvlak.
- Het is enkel bestemd voor gewoon huishoudelijk gebruik (bereiding van voedingsmiddelen) met uitsluiting van alle ander huishoudelijk, commercieel of industrieel gebruik.
- Verwijder alle etiketten en zelfklevers van het vitrokeramische glas.
- Het apparaat niet ombouwen of wijzigen.
- De kookplaat dient niet als ondergrond of werkvlak.
- De veiligheid wordt enkel verzekerd wanneer het apparaat volgens de vereiste voorschriften op een aardleiding is aangesloten.
- Gebruik geen verlengkabel voor de aansluiting op het elektrische net.
- Het apparaat mag niet gebruikt worden boven een vaatwasmachine of een droogkast, de vrijgekomen damp kan de elektronische apparatuur beschadigen.
- Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik met een externe tijdschakelklok of een afstandsbediening. Gebruik van het apparaat
- Schakel de warmtebron na gebruik steeds uit.
- Waak steeds over bereidingen die oliën en vetten bevatten want deze kunnen vlug vlam vatten.
- Pas op voor brandwonden tijdens en na het gebruik van het apparaat.
- Kinderen het apparaat niet laten manipuleren.45
- Verzeker u ervan dat geen enkele elektrische kabel van een vast of los apparaat met het warme kookvlak of met een warme kookpot in contact komt.
- Magnetisch gevoelige voorwerpen (creditcards, informatica diskettes, rekenmachines) mogen zich niet in de onmiddellijke nabijheid van het functionerende apparaat bevinden.
- Gebruik enkel de hiertoe voorziene kookpotten. Bij onverhoeds aanschakelen of restwarmte zouden andere materialen kunnen smelten of ontbranden.
- Bedek het apparaat nooit met een doek of een beschermblad. Het zou kunnen verhitten en ontvlammen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar, personen van wie de psychische en of mentale capaciteit vermindert zijn en personen van wie de kennis onaangepast is, kunnen dit toestel enkel onder toezicht gebruiken of indien zij opgeleid zijn om dit toestel te gebruiken in veilige omstandigheden.
- Zij dienen daarbij op de hoogte te zijn van de mogelijke risico’s die zich kunnen voordoen. Kinderen mogen niet met dit toestel spelen.
- Zonder toezicht van een volwassene kan het reinigen en onderhoud van dit toestel niet aan kinderen toevertrouwd worden.
- Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet geplaatst worden op het glazen kookoppervlak omdat deze dan heet kunnen worden. Voorzorgsmaatregelen tegen beschadiging
- Beschadigde kookpotten of kookpotten met ruwe bodem (niet geëmailleerd gietijzer) kunnen het glas beschadigen.
- De aanwezigheid van zand of andere schuurmaterialen kunnen het glas beschadigen.
- Laat geen voorwerpen (zelfs kleine) op het glas vallen.
- Vermijd het stoten van kookpotten tegen de rand van het glas.
- Verzeker u ervan dat de ventilatie van het apparaat verloopt volgens de instructies van de fabrikant.
- Plaats of laat geen lege kookpotten op de kookplaat.46
- Vermijd het contact van suiker, synthetische stoffen of aluminiumfolie met de hete zones. Deze stoffen kunnen tijdens het afkoelen het vitrokeramische oppervlak doen barsten of aantasten: schakel het apparaat uit en verwijder ze onmiddellijk van de nog hete zones (opgepast: risico voor brandwonden)
- Risico van brand! Geen voorwerpen op de kookplaat leggen.
- Plaats nooit een warme kookpot op de bedieningszone.
- Indien er onder het inbouwapparaat een lade is, zorg dan voor een voldoende afstand (2 cm) tussen de inhoud van de lade en de onderkant van het apparaat teneinde een goede ventilatie te verzekeren.
- Leg geen ontvlambare voorwerpen (bvb. sprays) in de lade onder de kookplaat. Eventuele bestekbakken dienen in warmtebestendig materiaal te zijn uitgevoerd. Voorzorgsmaatregelen bij defect van het apparaat
- Bij het vaststellen van een defect, het apparaat uitzetten en de elektrische toevoer uitschakelen.
- Schakel onmiddellijk de elektrische stroom van het apparaat uit indien er een barst of spleet in de vitrokeramiek is en verwittig de dienst na verkoop.
- De herstellingen dienen enkel door gespecialiseerd personeel te worden uitgevoerd. In geen geval het apparaat zelf openen.
- WAARSCHUWING: Als het glazen kookoppervlak gebroken is, schakel het toestel uit om een mogelijke elektrische schok te voorkomen.47 Andere voorzorgsmaatregelen
- Zorg ervoor dat de kookpot steeds in het midden van de kookzone staat. De bodem van de kookpot moet de kookzone zoveel mogelijk bedekken.
- Een magnetisch veld kan elektronische apparatuur beïnvloeden. Personen die een pacemaker dragen doen er goed aan eerst de verdeler of een arts te raadplegen.
- Gebruik geen synthetische of aluminium kookpannen: deze kunnen op de nog hete zones smelten.
- Vuur nooit blussen met water. Schakel de kookzone uit. Vlammen voorzichtig met een deksel, smoordeksel of iets dergelijks verstikken.
Links voor zone 210 x 192 mm Detectie kookpan Ø 90 mm Normaal* 2100 W Met Booster* 2500 / 3000 W Gestandaardiseerde categorie van het kookgerei**
Links achter zone 210 x 192 mm Detectie kookpan Ø 90 mm Normaal* 1600 W Met Booster* 1850 W Gestandaardiseerde categorie van het kookgerei**
Rechts achter zone 210 x 192 mm Detectie kookpan Ø 100 mm Normaal* 2300 W Met Booster* 3000 W Gestandaardiseerde categorie van het kookgerei**
Rechts voor zone 210 x 192 mm Detectie kookpan Ø 90 mm Normaal* 1100 W Met Booster* 1400W Gestandaardiseerde categorie van het kookgerei**
- het vermogen kan variëren in functie van de afmetingen en het materiaal van de kookpotten ** berekend volgens de methoden voor het meten van de gebruikseigenschappen(EN 60350-2)49 Bedieningspaneel
Display Display Aanduiding Functie 0 Nul Kookzone geactiveerd 1…9 Vermogenniveau Keuze kookniveau U Detectie kookpan Geen of onaangepaste kookpan A Onmiddellijke opwarming Automatisch koken E Foutmelding Defect elektronisch circuit H Restwarmte De kookzone is warm P Booster Het turbovermogen is geactiveerd L Vergrendeling Tafel is beveiligd U Warmtebehoud Automatisch behoud op 70° II Pauze De pauze is geactiveerd Ventilatie De koelingsventilator functioneert helemaal automatisch. Hij komt langzaam op gang zodra de door de elektronica vrijgekomen calorieën een bepaalde hoeveelheid overschrijden. De ventilatie schakelt naar de tweede snelheid over wanneer het kookvlak intensief gebruikt wordt. De ventilator vermindert snelheid en stopt automatisch zodra het elektronische circuit voldoende is afgekoeld.
Lampje voor keuze van zone Lampjes voor keuze van zone voor timer Aanduiding van de timer
Aan / Uit lampje Pauze/ Herhaling lampje Aanduiding van het vermogenniveau Aan / Uit Booster toets Pauze/ Herhaling Zone voor de sterkteregeling “SLIDER“ en timerinstelling Warmhoud toets50 IN WERKING STELLEN EN GEBRUIK VAN HET APPARAAT Voor het eerste gebruik Poets uw toestel met een vochtige doek en droog het af. Gebruik geen detergent, deze kan op het glas een blauwachtige waas doen verschijnen. Principe van inductie Onder elke kookzone bevindt zich een inductie-spoel. Wanneer deze in werking is, produceert ze een variabel elektromagnetisch veld dat op zijn beurt inductiestroom produceert in de magnetische bodem van de kookpot. Hierdoor verwarmt de kookpot die op de kookzone staat. Uiteraard zijn aangepaste kookpotten vereist:
- Aanbevolen zijn alle metalen kookpotten met magnetische basis (eventueel met een magneet te controleren) zoals: gietijzeren ketel, zwarte ijzeren pan, geëmailleerde metalen kookpotten, in inox met magnetische bodem, …
- Uitgesloten zijn alle kookpotten in koper, inox, aluminium, glas, hout, keramiek, aardewerk, inox zonder magnetische bodem… De inductie kookzone houdt onmiddellijk rekening met de afmeting van de gebruikte kookpot. Is de diameter te klein dan werkt de kookpot niet. De diameter varieert in functie van de diameter van de kookzone. Wanneer de kookpot niet aan de kookplaat aangepast is, blijft het symbool ( U ) branden. Tiptoetsen Uw apparaat is uitgerust met tiptoetsen waarmee u de verschillende functies kan instellen. Het aanraken van de toets zet de functie in werking. Deze activering wordt weergegeven door een lichtje, een aflezing en/of een geluidssignaal. Bij normal gebruik druk niet op meerdere toetsen tegelijk. Zone voor de sterkteregeling “ SLIDER “ en de timerinstelling Voor de selectie van de slider de vermogen, sleep vinger op de "Slide". U kunt ook profiteren van de rechtstreekse toegang door uw vingers rechtstreeks op het gewenste instelling.
- In- en uitschakelen van de kookplaat: Actie Bedieningspaneel Display Inschakelen druk op [ ] 4 x [ 0 ] knipperen Uitschakelen druk op [ ] geen of [ H ]
- In- en uitschakelen van een kookzone: Actie Bedieningspaneel Display Kiezen druk op [ 0 ] van de zone [ 0 ] en lampje van de zone aan Instellen glijden over de “SLIDER“ [ 0 ] tot [ 9 ] (Sterkteregeling) naar rechts of links Uitschakelen glijden tot [ 0 ] over de “SLIDER“ [ 0 ] of [ H ] of druk op [ 0 ] [ 0 ] of [ H ] Indien binnen de 20 seconden geen regeling is uitgevoerd, valt de elektronica terug op de wachtpositie. Detectie van de kookpot De detectie van de kookpot verzekert een optimale veiligheid. De inductie functioneert niet:
- indien er geen kookpot op de kookzone staat of wanneer de kookpot ongeschikt is voor inductie. In dit geval is het onmogelijk het vermogen op te voeren en het symbool [ U ] verschijnt op de display. Wanneer een kookpot op de kookzone wordt geplaatst verdwijnt de [ U ].
- De werking wordt onderbroken wanneer tijdens het koken de kookpot van de kookzone wordt genomen. Het symbool [ U ] verschijnt op de display. De [ U ] verdwijnt wanneer de kookpot terug op het kookvlak wordt geplaatst. Het koken gaat door op het voordien gekozen vermogen. Schakel de kookzone uit na gebruick. De pantedectie [ U ] blijft dan niet actief. Aanduiding restwarmte Als na het uitzetten van de kookzones of het volledig uitzetten van de kookplaat, de kookzones nog warm zijn, wordt dit aangegeven door [ H ]. Het symbool [ H ] gaat uit wanneer de kookzones zonder gevaar kunnen aangeraakt worden. Zolang het lampje van de restwarmte blijft branden, de kookzones niet aanraken en geen enkel warmtegevoelig voorwerp op de kookzones plaatsen. Gevaar voor brand of brandwonden!52 Booster functie De booster functie [ P ] verleent aan de gekozen kookzone een opgevoerd vermogen. Indien deze functie geactiveerd is, werken deze kookzones gedurende 5 minuten met een aanmerkelijk hoger vermogen. De booster is ontworpen om bijvoorbeeld snel grote hoeveelheden water te verwarmen, zoals bij de bereiding van pasta.
- In- en uitschakelen van de booster: Actie Bedieningspaneel Display De zone kiezen druk op [ 0 ] van de zone [ 0 ] en lampje van de Zone aan De booster inschakelen druk op [ P ] [ P ] De booster uitschakelen glijden over de “SLIDER“ [ P ] naar [ 0 ] of druk op [ P ] [ 9 ]
- Beheer van het maximaal vermogen: Het geheel van de kookplaat is voorzien van een maximaal vermogen. Wanneer de booster functie geactiveerd is – en om dit maximaal vermogen niet te overschrijden – vermindert de elektronische bediening automatisch het kookniveau van een andere kookzone. Gedurende enkele seconden geeft de display van deze kookzone al knipperend [ 9 ] weer, vervolgens wordt het hoogst mogelijke kookniveau weergegeven: Gekozen kookzone Andere kookzone (bijvoorbeeld: kookniveau 9 ) [ P ] wordt weergegeven [ 9 ] wordt [ 6 ] of [ 8 ] naargelang de kookzone Timer functie De timerfunctie kan voor alle kookzones tegelijk gebruikt worden et dit met verschillende tijdsaanduidingen ( van 0 tot 99 minuten ) voor ieder van de zones.
- Regeling of wijziging van de kooktijd: Voorbeeld 16 minuten op stand 7: Actie Bedieningspaneel Display De zone kiezen druk op [ 0 ] van de zone [ 0 ] lampje van de zone aan Het vermogen kiezen glijdt over de “SLIDER“ tot [ 7 ] [ 7 ] « Timer » kiezen druk op [ CL ] [ 00 ] Eenheden kiezen glijdt over de “SLIDER“ tot [ 6 ] [ 0 aan] [ 6 knippert ] Enheden bevestigen druk op [ 06 ] [ 0 knippert] [ 6 aan] TIentallen kiezen glijdt over de “SLIDER“ tot [ 1 ] [ 1 knippert] [ 6 aan] Tientallen bevestigen druk op [ 16 ] [ 16 ] De tijdsduur is ingesteld en begint te verlopen.
- Uitschakelen van de timerfunctie: Voorbeeld nog 13 minuten op stand 7: Actie Bedieningspaneel Display De zone kiezen druk op [ 7 ] van de zone [ 7 ] lampje van de zone aan « Timer » kiezen druk op [ 13 ] [ 13 ] Eenheden uitschakelen glijdt over de “SLIDER“ tot [ 0 ] [ 1 aan] [ 0 knippert] Enheden bevestigen druk op [ 10 ] [ 1 knippert] [ 0 aan] TIentallen uitschakelen glijdt over de “SLIDER“ tot [ 0 ] [ 00 ] Tientallen bevestigen druk op [ 00 ] [ 00 ]53
- Automatisch uitschakelen op het einde van de kooktijd: Wanneer de gekozen tijd verlopen is, geeft het lampje van de timer al knipperend [ 00 ] weer en een geluidssignaal weerklinkt. Druk op [ 00 ] om het geluid en het knipperen te beëindigen.
- Gebruik van de timer zonder koken: Voorbeeld 29 minuten: Actie Bedieningspaneel Display De kookplaat activeren druk op [ ] lampjes van de zone aan « Timer » kiezen druk op [ CL ] [ 00 ] Eenheden kiezen glijdt over de “SLIDER“ tot [ 9 ] [ 0 aan] [ 9 knippert] Enheden bevestigen druk op [ 09 ] [ 0 knippert] [ 9 aan] TIentallen kiezen glijdt over de “SLIDER“ tot [ 2 ] [ 2 knippert] [ 9 aan] Tientallen bevestigen druk op [ 29 ] [ 29 ] De tijdsduur is ingesteld en begint te verlopen. Wanneer de gekozen tijd verlopen is, geeft het lampje van de timer al knipperend [ 00 ] weer en een geluidssignaal weerklinkt. Druk op [ 00 ] om het geluid en het knipperen te beëindigen. De kookplaat schakelt uit. Programmeren van automatisch koken Alle kookzones zijn uitgerust met een hulpmiddel voor automatisch koken. De kookzone functioneert eerst een zekere tijd op volle kracht en vermindert dan automatisch het vermogen op de uitgekozen warmte.
- Programmeren van automatisch koken: Actie Bedieningspaneel Display De zone kiezen druk op [ 0 ] van de zone [ 0 ] lampje van de zone aan Het vermogen kiezen glijdt over de “SLIDER“ van [ 0 ] naar [ 9 ] tot [ 9 ] Automatisch koken kiezen druk opnieuw op [ 9 ] van de “SLIDER“ [ 9 ] knippert met [ A ] Het vermogen kiezen glijdt over de “SLIDER“ van [ 9 ] naar [ 8 ] [ 7 ] (vb. « 7 ») tot [ 7 ] [ 7 ] knippert met [ A ]
- Stopzetten van automatische bediening: Actie Bedieningspaneel Display De zone kiezen druk op [ 7 ] van de zone [ 7 ] knippert met [A] Het vermogen kiezen glijdt over de “SLIDER“ [ 1 ] tot [ 9 ]54 Functie Pauze Deze functie laat toe het koken te onderbreken of te hervatten met dezelfde vermogeninstellingen.
- Aanzetten, stopzetten van de functie: Actie Bedieningspaneel Display De pauze activeren druk 2s op [ S ] [ II ] aan De pauze stopzetten druk 2s op [ S ] le voyant “Pause/Rappel“ clignote Druk op een andere toets of [ II ] uit glijd over “SLIDER“ Functie herhaling Na het uitzetten van de kookplaat ( ) is het mogelijk de laatst gekozen instellingen te herhalen:
- Staat van alle kookzones (vermogen)
- Minuten en seconden van de geprogrammeerde kookzones door de timers
- Functie “automatisch koken” De herhalingsprocedure is als volgt:
- Vervolgens op de [ II ] toets duwen in minder dan 6 seconden De vorige instellingen zijn opnieuw actief. Functie “ Warmhouden ” Deze functie warmhouden maakt het mogelijk een temperatuur van 70° te bereiken en automatisch te behouden. Dit voorkomt dat vloeistoffen overlopen en dat uw gerechten aan de bodem van de kookpot gaan kleven.
- Aanzetten, stopzetten van de functie “ Warmhouden “: Actie Bedieningspaneel Display De zone kiezen Druk op [ 0 ] van de zone [ 0 ] tot [ 9 ] of [ H ] « Warmhouden » activeren Druk op [ U ] van de “SLIDER“ [ U ] « Warmhouden » stoppen Druk op [ U ] van de zone [ U ] Glijd over de “SLIDER“ [ 0 ] tot [ 9 ] of [ H ] Deze functie kan onafhankelijk gebruikt worden bij alle kookzones. Wanneer de kookpot de kookzone verlaat, blijft de functie “ Warmtebehoud “ actief gedurende ongeveer 10 minuten. De maximale duur van het warmhouden is 2 uur.55 Vergrendeling van het bedieningspaneel Om te vermijden dat een selectie van de kookplaat wordt gewijzigd, bijvoorbeeld bij het poetsen van het glas, kan het bedieningspaneel worden vergrendeld (behalve de toets aan/uit [ ]).
- Vergrendeling: Actie Bedieningspaneel Display De kookplaat activeren druk op [ ] [ 0 ] of [ H ] op de zone lampjes Kookplaat vergrendelen tegelijk drukken op [ P ] en geen wijziging [ 0 ] van de zone rechts voor druk opnieuw op [ 0 ] [ L ] op de zone lampjes
- Ontgrendeling: Actie Bedieningspaneel Display De kookplaat activeren druk op [ ] [ L ] op de zone lampjes Binnen de 5 sekonden na het activeren van de kookplaat: Kookplaat ontgrendelen tegelijk drukken op [ P ] en [ 0 ] op de zone lampjes [ L ] van de zone rechts voor druk op [ P ] alle zone lampjes uit Functie Bridge Met deze functie kunnen de 2 kookzones aan de linkerkant tegelijkertijd worden gebruikt met dezelfde functies als een enkele kookzone. Booster-functie is niet toegestaan. Actie Bedieningspaneel Display De kookplaat activeren druk op [ ] [ 0 ] of [ H ] op de zone lampjes De brug activeren druk op de 2 kookzones links [0] verschijnt aan de Voorkant zone [Π] op de achterste zone Vergroot de brug glijd over de “SLIDER“ [ 1 ] tot [ 9 ] of [ H ] De burg stopzetten druk op de 2 kookzones links [ 0 ] of [ H ]56 KOOKADVIES Kwaliteit van de kookpotten Aangepaste kookpotten: staal, geëmailleerd staal, gietijzer, inox met magnetische bodem, aluminium met magnetische bodem. Niet aangepaste kookpotten: aluminium en inox zonder magnetische bodem, koper, messing, keramiek, porselein. De fabrikanten vermelden of hun producten geschikt zijn voor inductie. Om u ervan te verzekeren of de kookpotten geschikt zijn:
- Giet een beetje water in een kookpot en plaats deze op een inductie kookzone ingesteld op [ 9 ]. Het water moet binnen enkele seconden opwarmen.
- Houd een magneet tegen de bodem van de kookpot. De magneet moet blijven plakken. Sommige kookpotten zoemen wanneer ze op een inductie kookzone geplaatst worden. Dit wil niet zeggen dat het apparaat defect is en het beïnvloedt geenszins het functioneren.
Afmetingen van de kookpotten De kookzones passen zich in zekere mate automatisch aan de diameter van de kookpot aan. De bodem van deze kookpot dient wel een minimum diameter te hebben in functie van de diameter van de gekozen kookzone. Plaats de kookpot goed in het midden van de kookzone teneinde een optimaal rendement van uw kooktafel te verkrijgen.57 Voorbeelden van vermogenregeling (de hieronder vermelde waarden zijn enkel richtgevend)
Opzwellen Ontdooien Rijst, pudding en bereidde gerechten Groenten, vis, diepgevroren producten
Stoom Groenten, vis, vlees
Braden Op kooktemperatuur brengen Steaks, omeletten water
Braden Op kooktemperatuur brengen Aan de kook brengen van grote hoeveelheden water
Laat het apparaat eerst afkoelen, anders is er risico voor brandwonden.
- Verwijder de kookresten met een beetje water met afwasproduct of een in de handel aanbevolen product voor vitrokeramiek.
- Gebruik in geen geval toestellen die met “stoom” of met “druk” werken.
- Geen voorwerpen gebruiken die de vitrokeramiek kunnen beschadigen (zoals schuursponzen of mespunten…)
- Gebruik geen schuurproducten, deze kunnen het apparaat beschadigen.
- Droog het apparaat met een propere doek.
- Verwijder onmiddellijk suiker of spijzen die suiker bevatten.
[ E4 ] verschijnt in het display:
- De plaat moet worden geconfigureerd volgens onderstaande procedure:
I) Opgelet: u mag niet meteen recipiënten plaatsen op de inductieplaat.
II) Koppel de plaat los van het stroomnet: verwijder de stop of schakel de schakelaar uit.
III) Verbind de plaat weer op het stroomnet: plaats de stop terug of schakel de schakelaar
- Neem een recipiënt met ferromagnetische bodem met een minimale diameter van 16 cm.
- start de plaat binnen 2 minuten na het aansluiten op het stroomnet op.
V) Eerst moet de bestaande configuratie worden geannuleerd
1) Druk op toets 2 en houd deze toets ingedrukt.
2) Het symbool [-] verschijnt op elk display
3) Druk met een vinger van uw andere hand
achtereenvolgens en snel (binnen 2 sec.) op de [ - ] display. Waarbij u begint met de zonerechtsboven en u tegen de klok in beweegt(a -> b -> c -> d). Een dubbele piep duidt op eenbewerkingsfout. Herhaal in dat gevalde bewerking vanaf stap 1.
4) Laat de toetsen los en druk nogmaals gedurende enkele seconden op de toets 1 tot
de knipperende [ E ] verschijnen.
5) Wacht tot de [ E ] ophouden met knipperen.
6) De [ E ] veranderen vervolgens automatisch in [ C ]. De configuratie is geannuleerd.
VI) Hoe kunt u de plaat opnieuw configureren?
1) Neem een ferromagnetisch recipiënt met een diameter van minstens 16 cm.
2) Selecteer de kookzone door op de bijbehorende [ C ] te drukken.
3) Plaats de bak op de zone die u wilt configureren.
4) Wacht tot [ C ] verandert in [ - ]. De kookzone is geconfigureerd.
5) Ga op dezelfde manier te werk voor alle kookzones die [ C ] weergeven.
6) De kookzones zijn geconfigureerd als alle zones zijn gedetecteerd en er niets meer
wordt weergegeven. Gebruik slechts een recipiënt om de configuratie uit te voeren. Plaats tijdens de configuratie nooit meerdere recipiënten op de kookpunten. Als de weergave [ E 4 ] blijft, bel dan de klantenservice. De kookplaat of de kookzone werkt niet:
- de kookplaat is slecht op het elektrisch net aangesloten
- de veiligheidszekering is gesprongen
- kijk na of de vergrendeling niet is ingeschakeld
- de tiptoetsen zijn met water of vet bespat
- er staat een voorwerp op de tiptoetsen Het symbool [ U ] licht op:
- er staat geen kookpot op de kookzone
- de kookpot is niet geschikt voor inductie
- de diameter van de bodem van de kookpot is te klein in vergelijking met de kookzone Het symbool [ E ] licht op:
- Bel de Dienst na Verkoop. Bedieningspaneel geeft [ L ]:
- Zie hoofdstuk vergrendeling. Een enkele zone of alle zones vallen uit:
- de veiligheid is in werking getreden
- deze treedt in werking wanneer u vergeten heeft een kookzone uit te schakelen
- de veiligheid treedt eveneens in werking wanneer één of meerdere tiptoetsen bedekt zijn
- een kookpan is leeg en de bodem is oververhit
- de kookplaat beschikt eveneens over een automatische vermindering van het vermogen en van een automatische uitschakeling bij oververhitting De ventilator blijft doorwerken na het uitzetten van de kooktafel:
- dit is geen defect, de ventilator beveiligt zo de elektronische apparatuur
- de ventilator stopt vanzelf.59 De bediening van automatisch koken treedt niet in werking:
- de kookzone is nog warm [ H ]
- het maximum kookniveau staat aan [ 9 ] Het symbool [ U ] licht op:
- Zie hoofdstuk “Warmhouden“. Het symbool [ II ] licht op:
- Zie hoofdstuk “Pauze“. Het symbool [ ]of[ Er03 ] licht op:
- Een voorwerp of vloeistof bedekt de toetsen van de bediening. Het symbool verdwijnt van zodra de toetsen vrijgemaakt of afgekuist zijn. Het symbool [ E2 ] of[ E H ]licht op:
- De kooktafel is oververhit, laat afkoelen, daarna kunt u ze weer terug inschakelen. Het symbool [ E3 ]licht op:
- De kookpot is niet geschikt, gebruik een andere kookpot. Het symbool [ E6 ]licht op:
- Foutstroomcircuit. Controleer de frequentie en spanning van het elektrisch netwerk. Het symbool [ E8 ]licht op:
- De luchttoevoer van de ventilator is afgesloten. Maak deze vrij. Het symbool [ E C ]licht op:
- Configuratiefout. Stel de kooplaat opnieuw in volgens het hoofstuk « het symbool, en se [ E 4 ] verschijnt». Indien één van deze foutmeldingen blijft verschijnen, kunt u de dienst na verkoop contacteren. MILIEUBESCHERMING
- de verpakkingsmaterialen zijn ecologisch en recycleerbaar.
- de elektronische apparaten bevatten edele metalen. Informeer u bij uw administratie over de recyclagemogelijkheden.
- Werp het apparaat niet weg met het huisvuil
- Doe beroep op de daartoe voorziene ophaaldienst of breng uw elektrisch apparaat naar het containerpark van uw gemeente60 INSTALLATIEVOORSCHRIFTEN De montage dient enkel door erkende specialisten te worden uitgevoerd. De gebruiker dient de wetgeving en de normen van het land van zijn verblijfplaats na te leven. Plaatsen van de waterdichte strip De zelfklevende strip geleverd met het apparaat vermijdt infiltratie in het meubel. Het plaatsen dient met grote zorg volgens onderstaande tekening te worden uitgevoerd.
- De uitsparing in het tablet volgens model kookplaat: Type Uitsparing voor vlakbouw BI60 BI60MAT 560 x 490 mm BI80 BI80MAT 750 x 490 mm
- De afstand tussen de kookplaat en de muur dient minstens 50 mm te bedragen.
- De kookplaat is een apparaat toebehorend aan de beschermingsklasse « Y ». Ingebouwd mag zich een hoge kastwand of een muur aan een zijde en aan de achterzijde bevinden. Aan de andere zijde mag geen enkel meubel of apparaat hoger zijn dan het kookvlak.
- De bekledingen van de werkbladen dienen te worden uitgevoerd in warmtebestendige materialen (100°C)
- De materialen van het werkblad kunnen opzwellen bij contact van vocht. Om de uitsnijding te beschermen, bestrijk deze met een vernis of een speciale lijm.
- De strippen aan de muurranden dienen hittebestendig te zijn.
- Installeer de kookplaat niet boven een niet geventileerde oven of een vaatwasmachine.
- Onder de omkasting van het apparaat een afstand van 20 mm voorzien om een goede verluchting van de elektronische apparatuur te verzekeren
- Indien er zich een lade onder de kookplaat bevindt, vermijd er ontvlambare voorwerpen in op te bergen (bv. spray) en voorwerpen die niet warmtebestendig zijn.
- Voor de afstand tussen de kookplaat er de erboven geplaatste dampkap, dient u de instructies van de fabrikant van de dampkap te volgen. Bij gebrek aan instructies, dient u een afstand van minimum 760 mm te respecteren.
- De verbindingskabel mag na aansluiting aan geen enkele mechanische spanning onderhevig zijn, zoals bijvoorbeeld een lade.
- Waarschuwing: Gebruik alleen kookplaat beschermrekken ontworpen door de fabrikant van de kookplaat, rekken die door de fabrikant aangeduid zijn als geschikt of beschermrekken geïntegreerd in het apparaat. Het gebruik van ongeschikte rekken kan ongelukken veroorzaken. De beschermfolie (3) verwijderen en de dichtingstrip (2) op de rand van de kookplaat plakken op 2 mm van de buitenrand61 ELEKTRISCHE AANSLUITING
- De installatie en de aansluiting op het elektrische net mag enkel toevertrouwd worden aan een vakman (elektricien) die op hoogte is van de voorgeschreven normen.
- Na het monteren moeten de stukken die onder spanning staan beschermd blijven.
- De nodige aansluitgegevens staan op het kenplaatje et het aansluitingsplaatje aan de onderkant van het apparaat.
- Het apparaat dient door middel van een meerpolige stroomonderbreker van het net gescheiden te zijn. Staat deze open (niet aangesloten), dan moet de contactopening minstens 3mm bedragen.
- Het elektrische circuit dient van het net gescheiden te zijn door middel van de nodige voorzieningen zoals bijvoorbeeld beveiligingsschakelaars, zekeringen, differentiële schakelaars en contacten.
- Indien het toestel niet voorzien is van een bereikbaar stopcontact, dan moeten middelen voor uitschakeling aan de vaste installatie toegevoegd worden inovereenstemming met de installatieregeling.
- De voedingsslang moet zo geplaatst worden zodat deze de hete delen van de kookplaat of de oven niet raakt. Let op! Dit apparaat is voorzien voor een aansluiting op een netspanning van 230V~ 50/60 HZ Verbind steeds de aarding. Respecteer het aansluitingsschema. De aansluitdoos bevindt zich onder de kookplaat. Om het deksel te openen, gebruik een schroevendraaier en plaats deze in de 2 gleuven voor de 2 pijlen.
- berekend met de coëfficiënt van gelijktijdigheid volgens de standaard EN 60 335-2-6 Aansluiting van de kookplaat Gebruik voor de verschillende aansluitingen de bruggen in messing die zich in de aansluitdoos bevinden. Een fase 230V~1F: Plaats een brug tussen 1 en 2. Verbind de aarding met de aansluitklem "aarde", neutraal N met de aansluitklem 4, de fase L op de aansluitklem 1 of 2. Twee fasen 400V~2F: Verbind de aarding met de aansluitklem "aarde", neutraal N met de aansluitklem 4, fase L1 met de aansluitklem 1 en fase L2 met de aansluitklem 2. Let op! Het te hard losdraaien van de schroeven van de aansluitdoos kan deze laatste beschadigen. De schroeven zullen dan in het ijle draaien. De draden goed doorsteken en de schroeven goed aanspannen.
Notice-Facile