Fiorina 74-2 S-Line - Koekenpan QLIMA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Fiorina 74-2 S-Line QLIMA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Fiorina 74-2 S-Line QLIMA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koekenpan in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Fiorina 74-2 S-Line - QLIMA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Fiorina 74-2 S-Line van het merk QLIMA.
GEBRUIKSAANWIJZING Fiorina 74-2 S-Line QLIMA
Hoe de afstandsbediening te gebruiken:
① Vensterpaneel
② Motorreductor wormaandrijving
③ Wormaandrijving
④ Aanzuigbuis verbrandingslucht
⑤ Rookgas temperatuur sensor
6 Rooksensor
7 Drukschakelaar
8 Rookafzuiger
⑨ Deksel brand-stoftrechter
10 Regelpaneel
⑪ Brandstoftrechter / Pellettrechter
⑫ Toegangspaneel om onderhoud te kunnen uitvoeren
13 Recirculatieluchtventilator
14 Aan / uit schakelaar
15 Veiligheidsthermo-
staat handreset
16 Elektronicakaart
17 Rookkamer
18 Kacheldeur
19 Pot / kachelpot met aslade
20 Aslade

- LEES EERST DE GEBRUIKSAANWIJZING.
- RAADPLEEG BIJ TWIJFEL UW DEALER.
NL
224
Geachte mevrouw/mijnheer,
Gefeliciteerd met de door u aangeschafte Qlima-kachel. Dit is een hoogwaardig product waarvan u bij juist, verantwoordelijk gebruik vele jaren comfort en plezier zult beleven.
Om een maximale levensduur en veilig gebruik van dit Qlima verwarmingsproduct zeker te stellen, dient u eerst deze handleiding zorgvuldig te lezen. Berg hem daarna op, zodat u hem later nog eens kunt raadplegen.
Namens de fabrikant bieden wij u 24 maanden garantie op materiaal- en productiefouten.
Geniet van uw Qlima!
Met vriendelijke groet,
PVG Holding b.v.
Afdeling klantenservice.
-
VEILIGHEIDSAANWIJZIGINGEN
-
HOE TE HANDELEN BIJ EEN NOODSITUATIE OF EEN SCHOORSTEENBRAND
-
EERSTE INGEBRUIKNAME
3.1 Werkzaamheden voor en tijdens de eerste opstart
- NORMAAL GEBRUIK VAN DE KACHEL
4.1 Display informatie
4.2 Gewone opstartprocedure
4.3 Ongewone opstartprocedure
4.4 De temperatuur instellen
4.5 De warmteafgifte van de kachel wijzigen
4.6 Save mode
4.7 Normale uitschakeling
4.8 De afstandsbediening
4.9 De batterijen van de afstandsbediening vervangen
4.10 WIFI aansluiting
- DE PELLETTRECHTER VULLEN MET PELLETS
5.1 De brandstof
5.2 Vullen van de pellettrechter
- ONDERHOUD
6.1 Door de (eind-)gebruiker uit te voeren onderhoud
6.2 De buitenkant van de kachel schoonmaken
6.3 De ruit schoonmaken
6.4 De branderpot met aslade reinigen
6.5 Reinigen van de warmtewisselaar
6.6 De vuurhaard reinigen
6.7 De dichting van de vuurdeur controleren
6.8 De pellettrechter en worm reinigen
6.9 Reinigen van de pellet toevoerbuis.
6.10 Door een geautoriseerd technicus uit te voeren onderhoud
8.1 Resetten van een storing
8.2 Storingslijst
-
PRODUCT FICHE
-
GARANTIEBEPALINGEN

Alle afbeeldingen waarnaar in deze handleiding verwezen wordt, bevinden zich achterin de handleiding
1. VEILIGHEIDSAANWIJZIGINGEN:

LET OP! Alle afbeeldingen in deze handleiding en op de verpakking zijn alleen bedoeld als toelichting en indicatie en kunnen enigszins afwijken van het apparaat dat u heeft gekocht. Alleen de werkelijke vorm is belangrijk.

Het niet opvolgen van de in deze handleiding gegeven eisen zou kunnen leiden tot gevaarlijke situaties en leidt ertoe dat de garantie vervalt.
Installeer dit apparaat alleen als het voldoet aan de plaatselijke/landelijke wetgeving, ver- ordeningen en normen. Deze kachel is bedoeld voor het verwarmen van ruimten in woningen en is alleen geschikt voor gebruik binnenshuis in woonkamers, keukens en garages op droge plaatsen in normale huishoudelijke situaties. Installeer de kachel niet in slaap- of badkamers.
De correcte installatie van deze kachel is uiterst belangrijk voor het juist functioneren van het product en voor uw persoonlijke veiligheid. Daarom gelden de volgende aanwijzingen:
- Deze kachel moet worden geïnstalleerd door een professioneel (bij voorkeur door Qlima goedgekeurd) installateur, anders zal de garantie vervallen. Als de instructies die worden beschreven in deze handleiding afwijken van de lokale en/of nationale wetgeving, moet de strengere verplichting gevolgd worden. De fabrikant en verdeler kunnen op geen enkele manier
aansprakelijk worden gehouden als de installatie niet werd uitgevoerd overeenkomstig lokale wetten en regelgevingen en/of in geval van onjuiste verluchting en/of ventilatie en/of onjuist gebruik.
- De kachel mag alleen worden geïnstalleerd in een vertrek waarvan de locatie, de bouwconstructie en het gebruik het veilige gebruik van de kachel niet belemmeren.
Neem bij problemen met uw kachel of als u deze handleiding moeilijk kunt lezen of niet (helemaal) begrijpt altijd direct contact op met uw dealer of installateur.
- Voor het verbranden van pellets is zuurstof, en dus lucht, vereist.

Zorg ervoor dat de leiding voor de verbrandingslucht te allen tijde verse lucht van buiten aan kan zuigen.
- Dek luchtinlaten en -uitlaten nooit af en controleer regelmatig of de luchtinlaat vrij is van vervuiling.
- Vervoer de kachel met de juiste apparatuur. Als niet de juiste apparatuur wordt gebruikt, kan dit leiden tot persoonlijk letsel en/of schade aan de kachel.
- Plaats geen brandbare voorwerpen en/of materialen binnen 200 mm van de zijkanten en 200 mm van de achterzijde van de kachel of binnen 800 mm van de voorkant van de kachel.
- De kachel is ontworpen voor vrijstaande installatie en is niet geschikt voor inbouw. Houd een vrije afstand van 200 mm tussen
de muren en de zij-/achterkanten van de kachel aan.
- Tijdens gebruik kan de kachel aan de buitenkant erg heet worden. Laat NOOIT kinderen zonder toezicht bij de kachel achter. Houd toezicht op kinderen om te voorkomen dat ze met de kachel spelen.
- Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij er toezicht wordt gehouden op en instructies worden gegeven voor het gebruik van het apparaat door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
Kinderen jonger dan 3 jaar moeten uit de buurt van het apparaat worden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan.
- Kinderen van 3 jaar en jonger dan 8 jaar zullen het toestel enkel aan/uit schakelen wanneer het geplaatst of geïnstalleerd is in een normale positie, voor normaal gebruik, en wanneer ze onder toezicht staan of aanwijzingen hebben gekregen over het veilig gebruik van het toestel en de mogelijke gevaren begrijpen.
- Kinderen van 3 jaar en jonger dan 8 jaar zullen het toestel niet aansluiten, regelen en reinigen of onderhoud uitvoeren."
- Tijdensgebruik kan de kachel aan de buitenkant erg heet worden. Gebruik geschikte, hittebestendige persoonlijke beschermingen zoals hittebestendige handschoenen bij het bedienen van de kachel.
- Gebruik tijdens het installeren en bij het
onderhoud van de kachel altijd de nodige persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals veiligheidsbril, handschoenen enz.
- Wees voorzichtig wanneer u de ka-cheltrechter (bij)vult met pellets wanneer de kachel (nog) heet is. Zorg ervoor dat de zak met pellets geen vuur kan vatten.
- Pas op met brandbare kleding; deze kan in brand vliegen als u te dicht bij het vuur in de kachel komt.
- Werk niet met brandbare oplosmiddelen in dezelfde ruimte waar de kachel brandt. Voorkom risico's; verwijder brandbare oplosmiddelen en andere brandbare materialen uit het vertrek.
- De kachel is zwaar; laat de sterkte van de vloer door een geautoriseerd expert controleren.
- Gebruik enkel droge houten pellets van een goede kwaliteit zonder resten van lijm, hars of additieven. Diameter 6 mm. maximum lengte 30 mm.
- Gebruik geen andere brandstof dan de vermelde houten pellets. Andere brandstoffen zoals bijvoorbeeld - houten werkafval met lijm en/of solventen, - afvalhout in het algemeen, - karton, - vloeibare brandstof, - alcohol, - petroleum, - benzine, - afvalmateriaal of vuilnis, enz. zijn verboden.
- Slecht, nat, geïmpregneerd of geverfde brandstof leidt tot de vorming van condens en/of roet in de schoorsteen of in de kachel. Dit leidt tot verminderde prestaties en mogelijk gevaarlijke situaties.
- Laat de schoorsteen regelmatig schoonmaken en vegen volgens de lokale wet- en regelgeving en/of zoals voorgeschreven
door uw verzekering. Bij ontbreken van lokale wet- en regelgeving en/of een voorschrift van de verzekering: laat tenminste tweemaal per jaar (de eerste keer aan het begin van het stookseizoen) uw totale kachelsysteem -inclusief schoorsteen- door een geautoriseerd specialist nakijken en onderhouden. Bij intensief gebruik van de kachel moet het hele systeem, inclusief schoorsteen, vaker worden schoongemaakt.
- Gebruik de kachel niet als barbecue.

Sluit slechts één kachel aan per rookkanaal. Het aansluiten van meerdere kachels op hetzelfde rookkanaal kan leiden tot gevaarlijke situaties.
Voor deze kachel is ook een elektrische voeding nodig. Lees de onderstaande waarschuwingen en opmerkingen goed door:
- Gebruik geen beschadigde voedingskabel.
- Een beschadigde stroomkabel mag alleen worden vervangen door de leverancier of door een bevoegde persoon of een bevoegd servicepunt.
- Klem de kabel niet vast en buig hem niet.
• Zorg ervoor dat de voedingskabel geen hete delen van de kachel raakt. - Sluit het apparaat NOOIT met behulp van een verlengkabel aan. Als er geen geschikt, geaard stopcontact beschikbaar is, dient u er een te laten installeren door een erken-de elektricien.
- Controleer de netspanning. Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor geaarde stopcontacten - Aansluitspanning 230 Volt/ \~50 Hz.

Het apparaat MOET altijd een geaarde aansluiting hebben. Als de voeding niet geaard is, mag u het apparaat absoluut NIET aansluiten.
- De stekker moet altijd gemakkelijk bereikbaar zijn als het apparaat is aangesloten.
- Plaats het apparaat niet direct onder een wandcontactdoos.
Controleer alvorens het apparaat aan te sluiten of:
- De aansluitspanning overeenkomt met de waarde op het typeplaatje.
- Het stopcontact en de voeding geschikt zijn voor het apparaat.
- De stekker aan de kabel in het stopcontact past.

Laat de elektrische installatie door een erkende expert controleren als u niet zeker weet of alles in orde is.
- Dek luchtinlaten en -uitlaten nooit af.
- Steek geen voorwerpen in de openingen van het apparaat.
- Laat het apparaat nooit in contact komen met water. Sproei nooit water over het apparaat en dompel het niet in water onder, anders kan er kortsluiting ontstaan.
- Trek de stekker altijd uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat schoonma- ken of voordat u het apparaat of een on- derdeel van het apparaat gaat vervangen.
-
Trek altijd de stekker uit het stopcontact al-vorens onderhoud te plegen aan de kachel.
-
Trek de stekker altijd uit het stopcontact als het apparaat niet in gebruik is.
- Wijzigingen aanbrengen aan het apparaat is niet toegestaan. Hierdoor kunnen levensgevaarlijke situaties ontstaan. Tevens vervalt hierdoor de garantie.
- Berg de installatie- en de gebruikshandleiding goed op.
- Handel in noodgevallen altijd volgens de aanwijzingen van de brandweer.
2. HOE TE HANDELEN BIJ EEN NOODSITUATIE OF EEN SCHOORSTEENBRAND (VUUR/BRAND BUITEN DE BRANDERKAMER)
- Schakel de kachel direct uit door de stekker uit het stopcontact te nemen.
- Doof het vuur in de kachel met een CO₂ blusser, zand, soda of zout om rook-vorming in de ruimte te minimaliseren. Gebruik nooit water om de brand te blussen.
- In geval van een schoorsteenbrand: Sluit de smoorklep (raadpleeg de plaatselijke / nationale regels, voorschriften, verordeningen en normen of een smoorklep is toegestaan) of dicht de schoorsteen met een natte doek.

LET OP: de schoorsteen kan zeer heet zijn. Draag bij het afdichten altijd hittebestendige handschoenen.
- Waarschuw direct de brandweer.
- Ventileer de ruimte door het openen van alle ramen en deuren in verband met mogelijke vorming van koolmonoxide.
De eerste ingebruikname moet worden uitgevoerd door een erkend Qlima service technicus. De kachel moet bij de eerste ingebruikname worden ingeregeld zodat een juiste lucht/brandstof-verhouding op elk van de vijf verbrandingsniveaus wordt verkregen. De juiste verhouding is sterk afhankelijk van het gemonteerde rookkanaal en kan enkel ingeregeld worden na het installeren van de kachel. Een verkeerde lucht/brandstof-verhouding kan ernstige schade aan de kachel veroorzaken. Tevens zal het brandstofverbruik toenemen.

Wijzig nooit zelf de service-parameters in het servicemenu. Dit kan ernstige schade aan de kachel veroorzaken, waardoor de garantie komt te vervallen. Het inregelen van de kachel mag uitsluitend door een Qlima erkend service technicus uitgevoerd worden.
3.1 WERKZAAMHEDEN VOOR EN TIJDENS DE EERSTE OPSTART

Na nieuwbouw of een verbouwing: laat het gebouw goed drogen alvorens de kachel de eerste keer te gebruiken. Het is bekend dat muren, plafonds en/of vloeren veel tijd nodig hebben om helemaal te drogen. Roet, asdeeltjes etc. kunnen zich gemakkelijk aan niet helemaal gedroogde muren hechten.
- Controleer of de kachel is geïnstalleerd conform de installatiehandleiding.
- Verwijder alle elementen, zoals handleiding, kachelgereedschap etc. van en uit de kachel voordat deze in gebruik genomen wordt.
- Vul de pellettrechter met pellets. Zie hoofdstuk 5 "De pellettrechter vullen met pellets" van deze gebruikshandleiding voor uitleg met betrekking tot de te gebruiken pellets en hoe de pellettrechter gevuld moet worden.
- Steek de stekker in een geaard stopcontact en schakel de stroomschakelaar in. Deze bevindt zich aan de achterzijde van de kachel.

Controleer hoofdstuk 9 "Elektrische aansluiting" van de installatiehandleiding voordat het apparaat elektrisch aangesloten wordt.
- Lees hoofdstuk 4 "Normaal gebruik van de kachel" door voor meer informatie over de bediening van de afstandsbediening (indien meegeleverd) en het verloop van de opstartprocedure.
- Zorg voor voldoende ventilatie in de ruimte. De kachel is gemaakt van hoogwaardig staal met een beschermende coating. Tijdens de eerste stookbeurten hardt de coating verder en zet het staal zich. Dit proces kost de nodige tijd. Tijdens de eerste werking is het normaal dat er zich een onaangename geur en rook vormt afkomstig van de verflaag van de kachel.
- Laat de kachel nooit draaien als de branddeur open is. Houd de deur altijd gesloten tijdens de werking van de kachel en zorg ervoor dat de deurver-grendeling goed gesloten is.
- Start de kachel op en selecteer verbrandingsniveau 1.

Om blijvende schade aan de kachel te voorkomen, moet dit instoken geleidelijk en op een laag vuur gebeuren. Houd dit vuur laag gedurende de eerste vier tot vijf uur; daarna kan het stookvermogen geleidelijk verhoogd worden. Laat de kachel tenminste nog drie tot vier uur constant branden.
- Controleer dat er geen rookgassen afkomstig van het verbrandingsproces in de ruimte komen. Schakel de kachel onmiddellijk uit indien dit wel het geval is en herstel de lekkage.
- Controleer of de ruimteventilator in bedrijf komt door te voelen of er lucht uit het uitblaasrooster komt aan de voorzijde van de kachel. Deze ventilator start pas op als de kachel voldoende warm is (na circa 15-20 minuten nadat de kachel brandt). Indien de ruimteventilator niet gaat draaien, schakel de kachel uit om schade aan de kachel te voorkomen. Herstel het probleem voordat de kachel opnieuw opgestart wordt.

Deze kachel is voorzien van een ventilator die de lucht in het vertrek laat circuleren. Wanneer de ventilator ingeschakeld wordt, wordt lucht langs de inwendige hete oppervlakken van de kachel gevoerd, opgewarmd en als warme lucht weer aan het vertrek afgegeven. Laat de kachel nooit branden als de ruimteventilator niet draait.
-
Controleer of de kachel op elk van de vijf verbrandingsstanden de juiste lucht/brandstof-verhouding heeft door het vlambeeld op elk van de vijf verbrandingsstanden te controleren. Zie hiervoor afbeelding 1. Regel de lucht/brandstof-verhouding indien nodig bij. Inregelen van de lucht/brandstof-verhouding mag alleen worden uitgevoerd door een Qlima service technicus.
-
Controleer de schoorsteentrek met een verschildrukmeter. Regel - indien geïnstalleerd - de smoorklep van de schoorsteen in.

Na het inregelen van de smoorklep mag de stand van de smoorklep alleen gewijzigd worden bij calamiteiten, zoals bijvoorbeeld een schoorsteenbrand.
- Controleer of op elk van de vijf verbrandingsstanden de rookgastemperatuur onder de 220°C blijft. Indien de rookgastemperatuur op één van de vijf verbrandingsstanden hoger wordt dan 220°C, moet de kachel op de desbetreffende stand opnieuw worden ingeregeld door het verlagen van de pellettoevoer in combinatie met de omtreksnelheid van de rookgasventilator en / of het verhogen van de omtreksnelheid van de ruimteventilator.

Het laten uitvoeren van een inbedrijfstelling van de kachel door een door Qlima erkend technicus heeft de volgende voordelen:
- Er zal minder roetvorming optreden, waardoor de schoorsteen en de kachel minder snel vervuilen.
- De kachel zal minder brandstof verbruiken.
- Het rendement van de kachel zal optimaal zijn.
- Onderdelen in de kachel zullen minder zwaar belast worden, waardoor de kachel een langere levensduur zal hebben.
-
Het aantal service- en onderhoudsuren aan de kachel zal afnemen.
-
Na het inregelen is de kachel gereed voor gebruik.
4. NORMAAL GEBRUIK VAN DE KACHEL

Voor iedere opstart moet de aslade en de branderpot worden gereinigd. Zie hiervoor hoofdstuk 6.4. Tevens moet de kacheldeur gesloten zijn.

De kachel mag niet gebruikt worden indien er gebruik gemaakt wordt van een luchtafzuigsysteem, hete lucht verwarming of andere apparaten welke invloed hebben op de luchtdruk in de ruimte. Deze apparatuur dient te worden uitgeschakeld bij gebruik van de pelletkachel.
4.1 DISPLAY-INFORMATIE
2.

text_image
5 AL C 6 AL F 7 8888 11 9 10 3 12Toets 1: Verlaagd de door de gebruiker vereiste kamertemperatuur. Toets 1 kan ook gebruikt worden om de stand van de warmteafgifte te tonen en te wijzigen.
Toets 2: Verhoogd de door de gebruiker vereiste kamertemperatuur. Toets 2 kan ook gebruikt worden om de stand van de warmteafgifte te tonen en te wijzigen.
Toets 3: Wordt gebruikt om de kachel aan en uit te zetten.
Ontvanger 4: Ontvanger van de afstandsbediening.
Led 5: Geeft aan dat er een Alarm C (C staat voor temperatuur) storing aanwezig is. Voor meer informatie zie hoofdstuk 8.2 "storingslijst".
Led 6: Geeft aan dat er een ALarm F (F staat voor rookgassen) storing aanwezig is. Voor meer informatie zie hoofdstuk 8.2 "storingslijst".
Led 7: De kachel is voorzien van een klok om in- en uitschakeltijden in te stellen. Wanneer deze led brandt, is de klok functie geactiveerd.
Led 8: Geeft aan dat de ingestelde temperatuur is bereikt. Tevens komt in het display de tekst ECO en de ingestelde temperatuur te staan.
Led 9: Geeft aan dat de wormaandrijving van de pelletaanvoer is geactiveerd.
Led 10: Geeft aan dat de ontstekeningsstaaf is geactiveerd.
Display 11: Geeft de ruimtetemperatuur en de stand van de warmteafgifte weer. In het geval van een storing, wordt de foutcode op het display getoond.
Led 12: Indicatie aan-uit.
| Off | De kachel staat uit of is aan het uitgaan. |
| Fan | De kachel staat in de voorverwarmingsmodus. |
| Load | De pelletaanvoer is in werking. Tevens zal Led 9 branden (zie afbeelding 2) |
| Fire On | De kachel is in de ontstekingsfase. |
| On 1 | De kachel is aan en brandt op de laagste warmteafgifte stand 1. |
| Eco | De kachel heeft de ingestelde temperatuur bereikt. |
| StoP | De kachel staat in de zelfreinigingsmodus van de branderpot.De rookgasventilator draait op zijn maximale toerental en depelletaanvoermotor draait op zijn laagste aanvoersnelheid. |
| Atte | Deze melding verschijnt wanneer er geprobeerd wordt de ka-chel op te starten tijdens het afkoelen. |
4.2 GEWONE OPSTARTPROCEDURE

De branderpot moet voor iedere opstart gereinigd worden. Wanneer gebruik gemaakt wordt van de timerfunctie, moet de branderpot voor de automatische opstart gereinigd worden.
De normale opstart- en werkprocedure is als volgt:
- Zorg ervoor dat de verbrandingskamer leeg en proper is.
- Zorg ervoor dat de kacheldeur gesloten is.
- Vul de brandstoftrechter met houten pellets van een goede kwaliteit.
- Druk op toets 3 gedurende 2 seconden. De rookgasventilator zal starten en de ontstekingsstaaf gaat branden. In het display verschijnt de tekst FAN ACC en led 10 gaat aan, ten teken dat de ontstekingsstaaf is ingeschakeld.
- Na circa 1 minuut toont het display Load Wood. Tijdens deze fase zal de wormaandrijving de pellets van de brandstoftrechter naar de verbrandingskamer transporteren. Door de warmte van de ontstekingsstaaf zullen de pellets gaan branden.
- Wanner de gewenste oppervlaktetemperatuur van de kachel is bereikt, toont het display FIRE ON. Led 10 zal doven.
- De recirculatieventilator zal gaan draaien en de lucht uit de ruimte aan de achterzijde aanzuigen. Deze wordt vervolgens door de warmtewisselaar geblazen en zo verwarmd. De verwarmde lucht wordt de ruimte ingeblazen aan de voorzijde van de kachel.
- Tijdens de normale werking geeft het display de stand van de warmteaf-gifte (1-2-3-4 of 5) en de temperatuur van de ruimte aan.
- Wanneer de gewenste kamertemperatuur bereikt is, toont het display ECO en de temperatuur van de ruimte. De kachel zal op het laagst mogelijke verwarmingsniveau blijven branden. Indien de SAVE mode is ingeschakeld, zal de kachel automatisch uitgaan bij het bereiken van de ingestelde temperatuur. Zie hoofdstuk 4.6 voor meer uitleg over de werking en het instellen van de Save mode.
4.3 ONGEWONE OPSTARTPROCEDURE
Wanneer de kachel opgestart wordt bij een kamertemperatuur die lager is dan ongeveer 0°C of wanneer de verbrandingslucht lager is dan 0°C, kan de opstart-procedure afwijkend zijn.
Wanneer de ontbrandingsprocedure bij deze lage temperaturen niet leidt tot een goed brandend vuur, toont de display "ALAr No FirE".
Om het vuur te starten, dient u "aanmaakblokjes" te leggen op de bodem van de branderpot. Steek het aanmaakblokje aan met een lucifer en wacht 1 minuut alvorens de kachel te starten met de "normale opstartprocedure" zoals beschreven in hoofdstuk 4.2.
Wanneer dit niet leidt tot een goed brandend vuur, dienen de installatieparameters van de kachel gewijzigd te worden door een professional. Neem contact op met een door Qlima goedgekeurde installateur.
4.4 DE TEMPERATUUR INSTELLEN
3.

text_image
AL C AL F Pot- Druk op de toets 1 om naar het instelmenu van de temperatuur te gaan. Het display geeft "set" en de gewenste temperatuur aan.
- Druk op toets 1 om de gewenste temperatuur te verlagen. Het display geeft de ingestelde temperatuur aan.
- Druk op toets 2 om de gewenste temperatuur te verhogen. Het display geeft de ingestelde temperatuur aan.
- De gewenste temperatuur is nu ingesteld. Het display zal na 3 seconden automatisch terugkeren naar de normale werkingsmodus.
- De wijziging van de gewenste temperatuur is nu voltooid.
- De gewenste temperatuur kan ook met behulp van de afstandsbediening ingesteld worden. Zie hoofdstuk 4.8 voor uitleg over het gebruik van de afstandsbediening.

De gewenste temperatuur kan gewijzigd worden tussen minimum 07°C tot maximum 40°C.
4.5 DE WARMTEAFGIFTE VAN DE KACHEL WIJZIGEN
- Druk eenmaal op toets 2. Het display toont "pot" en een van de 5 warmte-afgiftestanden.
- Druk op toets 1 om de gewenste warmteafgifte te verlagen. Het display toont het gewijzigde vermogen.
- Druk op toets 2 om de gewenste warmteafgifte te verhogen. Het display toont het gewijzigde vermogen.
- Wanneer het display de gewenste warmteafgifte toont, zal het display na 3 seconden terugkeren naar de normale werkingsmodus.
- De wijziging van het gewenste vermogen is nu voltooid.
- De gewenste warmteafgifte kan ook met behulp van de afstandsbediening ingesteld worden. Zie hoofdstuk 4.8 voor uitleg over het gebruik van de afstandsbediening.
4.6 SAVE MODE
Wanneer deze functie geactiveerd is, schakelt de kachel zich automatisch uit zodra de kamertemperatuur de ingestelde temperatuur - vermeerderd met de ingestelde differentie temperatuur - bereikt heeft. De kachels schakelt zich automatisch in wanneer de kamertemperatuur de ingestelde temperatuur - verminderd met de ingestelde differentie temperatuur - bereikt heeft.

De Save mode kan alleen gebruikt worden wanneer de timerfunctie niet in gebruik is.
INSCHAKELEN SAVE MODE
- Schakel de kachel uit.
- Druk op toets 1 en vervolgens een aantal malen op toets 3 totdat in het display UT04 verschijnt.
- Druk op toets 2. De waarde 1 verschijnt in het display. Houd nu toets 2 ingedrukt totdat in het display de waarde A9 verschijnt.
- Door nogmaals op toets 3 te drukken, zal het display Pr01 weergeven. Druk herhaaldelijk toets 3 in totdat Pr28 in het display verschijnt, afgewisseld met de tekst "OFF" of een getalwaarde tussen 1 en 15.
- Indien in het display de tekst "OFF" wordt weergegeven staat de SAVE MODE uit. Deze is in te schakelen met de toetsen 1 of 2. Door het indrukken van de toets 1 of 2 verschijnt er in het display de differentietemperatuur, welke in te stellen is van 1°C t/m 15°C.
- Kies de gewenste differentie waarde en druk vervolgens op toets P3 om de instelling op te slaan.
- De kachel staat nu in de Save mode en kan weer worden opgestart.
DIFFERENTIETEMPERATUUR
De differentietemperatuur is het verschil in graden ten opzichte van de ingestelde temperatuur. Voorbeeld: De ingestelde temperatuur bedraagt 20°C en de ingestelde differentietemperatuur is 2°C. De kachel zal nu uitgaan bij een ruimte temperatuur van 22°C en weer opstarten bij een ruimte temperatuur van 18°C.
UITSCHAKELEN VAN DE SAVE MODE
- Schakel de kachel uit en herhaal bovenstaande handelingen totdat de tekst "OFF" in het display verschijnt.
- Druk vervolgens op toets 3.
- De save mode is nu uitgeschakeld.
Om overmatig veel start stops en zodoende extra slijtage aan diverse onderdelen te voorkomen, wordt geadviseerd om differentietemperatuur niet lager in te stellen dan 2°C en niet hoger dan 4°C.
4.7 NORMALE UITSCHAKELING
De kachel kan worden uitgeschakeld door toets 3 in te drukken totdat "off" getoond wordt op het display. Tijdens de uitschakelfase wordt de toevoer van houtpellets naar de verbrandingskamer stopgezet en wordt de circulatieventilator van de kamerlucht uitgeschakeld. De rooketractieventilator blijft nog enige tijd draaien en wordt na de cooldown fase uitgeschakeld.
4.8 DE AFSTANDSBEDIENING
Hoe de afstandsbediening te gebruiken:
- Richt de afstandsbediening op het bedieningspaneel van de kachel.
- Controleer of er geen obstakels tussen de afstandsbediening en de signaalontvanger op de kachel zijn.
- Elke functie die geselecteerd wordt via de afstandsbediening moet via de knop bevestigd worden. Na elke selectie klinkt een akoestisch signaal om de gekozen optie te bevestigen.

text_image
AUTO 24°C ECONO 88:88 ON 8 TURSO 88:88 OFF 5 ECONO SEND TURBO ON 1 AUTO OFF 1 ON 2 CANCEL OFF 2
ON/OFF: Gebruik deze functie om de kachel en de afstandsbediening in- of uit te schakelen. Houd de knop minimaal 2 seconden ingedrukt om het systeem in- of uit te schakelen. Druk op 📋 ter bevestiging.

UP / DOWN: Gebruik deze knoppen om de gewenste temperatuur in te stellen. Temperatuur kan ingesteld worden tussen 7°C en 40°C.

FAN: Selecteer het gewenste vermogen
SEND: Gebruik deze toets om de gekozen functie te bevestigen en naar de kachel te zenden.

ECONO: Gebruik deze toets om de functie ECONO te activeren / inactiveren. Houd de knop minimaal 2 seconden ingedrukt om deze functie te activeren / inactiveren.

TURBO: Gebruik deze toets om de functie TURBO te activeren / inactiveren. Houd de knop minimaal 2 seconden ingedrukt om deze functie te activeren / inactiveren.

CLOCK: Ga als volgt te werk op de klokfunctie op de afstandsbediening in te stellen:
- Druk op

-
Het symbool verschijnt en de tijd knippert.
-
Gebruik de
toetsen om de uren en minuten in te stellen.
- Druk opnieuw op
om te bevestigen en druk op

ON1: Gebruik deze toets om een tijdsplanning in te stellen voor het automatisch inschakelen van de kachel (programma 1).

OFF1: Gebruik deze toets om een tijdsplanning in te stellen voor het automatisch uitschakelen van de kachel (programma 1).

ON2: Gebruik deze toets om een tijdsplanning in te stellen voor het automatisch inschakelen van de kachel (programma 2).

OFF2: Gebruik deze toets om een tijdsplanning in te stellen voor het automatisch uitschakelen van de kachel (programma 2).

AUTO: Gebruik deze toets om de ingestelde tijdprogramma's (1 en 2) dagelijks te herhalen. Houd de toets minimaal 2 seconden ingedrukt om deze functie te activeren / inactiveren. Auto wordt getoond in het display.

CANCEL: Gebruik deze toets om een voorgeprogrammeerde inschakel- of uitschakeltijd ongedaan te maken.

text_image
5. Set temperature 24°C 1 2 3
text_image
6. 24 188.80.3 188.80.3 1 3
text_image
7. 24°C 188.88.3 188.88.3 1 2
text_image
124°C 15 10 8. 2 3 1
text_image
124°C -15 -18 2 3 1 9.TEMPERATUUR INSTELLEN
Gebruik de knoppen △ en ▽ (1&2) om de gewenste temperatuur in te stellen (van 7°C tot maximaal 40°C. Wanneer de gewenste temperatuur is geselecteerd, druk op ◎(3). Zie afbeelding 5.
WARMTEAFGIFTE INSTELLEN
Gebruik de knop (1) om de gewenste warmteafgifte te selecteren. Druk vervolgens op (3). Op de kachel verschijnt de tekst on1-on2-on3-on4 of on5. Op de afstandsbediening wordt het vermogen ook aangegeven (2). Het is ook mogelijk de Auto modus te selecteren. Zie afbeelding 6.
AUTOMODUS
In deze functie berekent de kachel op basis van het verschil tussen de gewenste temperatuur en de kamertemperatuur zelf het noodzakelijke vermogen. Om de automodus te selecteren, druk op (1) tot symbool Averschijnt. Druk op (2) om de keuze te bevestigen. Om de automodus te beëindigen, druk opnieuw op (1), selecteer het gewenste vermogen en bevestig met (2). Zie afbeelding 7.
TURBO MODUS
In de Turbo modus verwarmt de kachel gedurende 30 minuten op maximaal vermogen. De temperatuur staat in de Turbo modus voorgeprogrammeerd op 30°C. Na 30 minuten schakelt de kachel terug naar de modus alvorens de turbo modus werd ingeschakeld. Om de Turbo modus te selecteren, druk meer dan 2 seconden op de knop (1) en vervolgens op (3). Om de functie te inactiveren druk minimaal 2 seconden op de knop (1). Het woord Turbo (2) in het display van de afstandsbediening verdwijnt en het vermogen en de ingestelde temperatuur is weer zichtbaar. Druk op (3) om de keuze te bevestigen. Zie afbeelding 8.
ECONO MODUS
In de econo modus blijft de temperatuur constant. De kachel past elke 10 minuten het vermogen aan, totdat de warmteafgiftestand 1 is bereikt. Om de econo modus te selecteren, druk meer dan 2 seconden op de (1) knop totdat econo in het display (2) verschijnt en druk op (3). Om de functie te inactiveren druk minimaal 2 seconden op de (1) knop. Het woord Econo in het display van de afstandsbediening (2) verdwijnt. Druk op (3) om de keuze te bevestigen. Zie afbeelding 9.
PROGRAMMA 1 (ON1 EN OFF1)

- De gewenste tijd van in- en uitschakelen moet ingesteld worden wanneer de afstandsbediening uitgeschakeld is.
- De kachel behoudt de temperatuur en stand van de warmteafgifte voordat de kachel uitgeschakeld werd.
- De minimale tijdsduur tussen uit- en inschakelen bedraagt 20 minuten. Deze tijd heeft de kachel nodig om de cooling down fase te doorlopen.
- Na een korte stroomonderbreking moet de timerfunctie opnieuw ingesteld worden.

text_image
24°C 08:50 ON 1 4 2 3 110.
11.

12.

text_image
24°C 100-58.1 1140mm OFF1 4 2 3 1 12.13.

text_image
124°C -80.50 3:140mm 3 1 2 13.14.

text_image
24 08-50 103-50 14. 3 115.

text_image
15. + Size AAA 1,5V-AUTOMATISCH INSCHAKELEN (ON1)
Druk op toets 📂(1) om de kachel in te schakelen conform programma 1. De tijd en symbool ON1 knipperen op de afstandsbediening. Gebruik de knoppen 📂 (2&3) om de gewenste tijd (intervallen van 10 minuten) te selecteren. Om te bevestigen kies 📂(1). De gewenste tijd van inschakelen wordt getoond op de afstandsbediening. Druk op 📂(4) ter bevestiging. De kachel toont chrono in het display (5). Zie afbeelding 10 en 11.
AUTOMATISCH UITSCHAKELEN (OFF1)
Druk op toets 📊 (1) om de kachel uit te schakelen conform programma 1. De tijd en symbool OFF1 knipperen op de afstandsbediening. Gebruik de knoppen 📆 en (2&3) om de gewenste tijd (intervallen van 10 minuten) te selecteren. Om te bevestigen kies 📊 (1). De gewenste tijd van uitschakelen wordt getoond op de afstandsbediening. Druk op 📋 (4) ter bevestiging. De kachel toont chrono in het display. Deze tekst verdwijnt wanneer de gestelde in- en uitschakeltijd verstreken zijn. Zie afbeelding 12.
PROGRAMMA 2 (ON2 EN OFF2)
Als hierboven, maar met de toetsen (1) en (2).
ANNULEREN INGESTELDE TIJDSPROGRAMMA'S
Druk op de corresponderende ON of OFF-knop van het te annuleren programma. De uren en minuten en het corresponderende symbool verschijnt in het display van de afstandsbediening. Druk op de knop Cancel (2) om het automatisch in- of uitschakelen van de kachel te annuleren. Druk op SEND (3) om te bevestigen. Zie afbeelding 13.
DAGELIJKSE HERHALING
Met de functie Auto kan de ingestelde tijd van in- en uitschakelen dagelijks herhaald worden. Druk op de ^A/TO knop (1) voor minimaal 2 seconden om deze functie te activeren. ^A/TO (2) verschijnt in het display van de afstandsbediening. Druk op ^SENO (3) om te bevestigen. De kachel toont chrono in het display. Druk minimaal 2 seconden op de ^A/TO (1) knop om de functie te inactiveren en druk vervolgens op ^SENO (3). Zie afbeelding 14.

Reinig altijd de branderpot alvorens de kachels middels een automatische opstart te starten. Dit voorkomt schade aan de kachel en de ruimte eromheen.
4.9 VERVANGEN VAN BATTERIJEN AFSTANDSBEDIENING
Indien de batterijen van de afstandsbediening vervangen dienen te worden, verwijder dan het afdekplaatje aan de achterzijde van de afstandsbediening zoals getoond in afbeelding 15. Vervang de oude batterijen door nieuwe. Let daarbij op de + en - polen. Gebruik enkel AAA, 1,5V batterijen. Batterijen niet in het vuur werpen, daar deze kunnen exploderen of gevaarlijke vloeistoffen kunnen uitstoten. Indien u de afstandsbediening vervangt of vernietigt, de batterijen uitnemen en deze conform de geldende wetgeving-weggooien daar deze schadelijk zijn voor het milieu.
4.10 WIFI AANSLUITING
De kachel kan worden aangesloten op een optionele WiFi module. Met deze WiFi module kan de kachel worden opgestart of uitgeschakeld. Tevens kan de timer van de kachel zeer gemakkelijk en overzichtelijk worden bediend. Daarnaast kan op afstand de temperatuur worden afgelezen. Voor het aansluiten van de speciale WiFi module voor deze kachel is op de achterzijde een aansluit stekker voorzien. Voor meer informatie: contacteer uw dealer.
5. DE PELLETTRECHTER VULLEN MET PELLETS
5.1 DE BRANDSTOF

Gebruik geen andere brandstof dan de vermelde houten pellets. Andere brandstoffen zoals bijvoorbeeld - houten werkafval met lijm en/of solventen, - afvalhout in het algemeen, - karton, - vloeibare brandstof, - alcohol, - petroleum, - benzine, -afvalmateriaal of vuilnis, enz. zijn verboden.
Er zijn in de markt pellets verkrijgbaar in verschillende kwaliteiten en met verschillende eigenschappen. Pellets van een slechte kwaliteit hebben een negatieve invloed op de efficiëntie van de verbranding, vervuilen de kachel en kunnen in het uiterste geval leiden tot gevaarlijke situaties.

Het gebruik van verkeerde pellets (slechte kwaliteit of andere diameter dan genoemd) kan schade toebrengen aan uw kachel. Schade veroorzaakt door verkeerde pellets valt niet onder de garantie.
Gebruik enkel houten pellets van een goede kwaliteit met een diameter van 6 mm en een maximum lengte van 30 mm. Er zijn verschillende soorten van houten pellets met verschillende eigenschappen en kwaliteit verkrijgbaar op de markt. Pellets van een goede kwaliteit kunnen als volgt herkend worden:
- diameter 6 mm.
- maximum lengte 30 mm.
- houten pellets overeenkomstig 6mm DIN+ / Ö-norm+ / EN+ of gelijkwaardig.
- goed samengedrukt, geen resten van lijm, hars of additieven.
- oppervlak glanst en is glad
- uniform in lengte en laag stofgehalte
- restwatergehalte: < 10%
- asgehalte: < 0,5%
- pellets van goede kwaliteit zinken wanneer ze in water gegooid worden
In het algemeen kan slechte brandstof voor deze kachel als volgt herkend worden:
- andere diameter dan de vereiste 6 mm en/of een verscheidenheid aan diameters
- verschillende variabele lengtes, hoger percentage van korte pellets
- het oppervlak vertoont verticale en/of horizontale barsten
- hoog stofgehalte
- oppervlak glanst niet
- drijft in water
Slechte brandstof gebruiken zal mogelijk leiden tot:
- slechte verbranding
- frequentie blokkering van de verbrandingskamer
- verhoogd pelletverbruik
- lage warmteafgifte en lage efficiëntie
- vuil op het glas
- meer assen en onverbrande korrels.
- hogere onderhoudskosten

Zelfs wanneer goede gestandaardiseerde pellets gebruikt worden, is het normaal dat er verschillen optreden in de verbrandingssnelheid, asproductie en de opbouw van gruis. Indien er pellets worden gebruikt, anders dan tijdens de inbedrijfstelling moet de kachel opnieuw worden ingeregeld door een Qlima erkend service technicus.

Bewaar en vervoer de pellets in absoluut droge omstandigheden. Houten pellets kunnen aanzienlijk uitzetten wanneer ze in contact komen met water.
Neem contact op met de Qlima-verkoper of de goedgekeurde Qlima-installateur voor meer informatie over pellets.
Open het deksel van de pellettrechter aan de bovenzijde van de kachel en vul de trechter voorzicht voor 3/4 met pellets. Zorg ervoor dat er geen pellets in de kachel vallen. Sluit vervolgens het deksel.

Raak nooit roterende onderdelen binnenin de pellettrechter aan. Om het risico te vermijden dat u roterende onderdelen binnenin de pellettrechter aanraakt, is het best de kachel altijd volledig uit te schakelen door de stekker uit het stopcontact te halen.

Als de trechter tijdens de werking toch bijgevuld zou moeten worden, zorg er dan voor dat de pellets en/of de pelletzak niet in contact komt met hete delen van de kachel omdat dit kan leiden tot gevaarlijke situaties. Zorg ervoor dat u nooit roterende onderdelen binnenin de pellettrechter aanraakt.
6. ONDERHOUD
Door de warmte, de as en het residu die ontstaan door de verbranding van de brandstof is regelmatig schoonmaken en onderhoud door zowel de eindgebruiker als een geautoriseerd technicus nodig. Periodiek de kachel zorgvuldig schoonmaken is belangrijk voor de veiligheid en voor een efficiënte werking en verhoogt tegelijkertijd de levensduur van de kachel. Gebruik geen staalwol, waterstofchloride of andere bijtende, agressieve of krassende producten voor het schoonmaken van de binnen- of buitenkant van de kachel. In het bijzonder na langere periodes van stilstand, moet de kachel en het schoorsteensysteem gecontroleerd worden op blokkeringen.
Maak de branderpot, de kachelruit en de aslade schoon vóór elke opstart. Dit is erg belangrijk voor een goede en veilige werking. Juist als u middels timer programering werkt of met WiFi bediening dan is dit iets wat goed in de gaten moet worden gehouden omdat het gemakkelijk vergeten zou kunnen worden!
6.1 DOOR DE (EIND-)GEBRUIKER UIT TE VOEREN ONDERHOUD

Voer pas onderhoud aan de kachel uit nadat u hebt gecontroleerd of de kachel van binnen en van buiten helemaal is afgekoeld!

Trek voorafgaand aan onderhoud altijd de stekker van de kachel uit het stopcontact.
| Taak Frequentie* | |
| De buitenkant van de kachel schoonmaken | Elke twee weken |
| Het reinigen van de ruit Voor iedere | opstart. Ook bij opstart in geval van timerfunctie |
| De branderpot reinigen Voor iedere | opstart. Ook bij opstart in geval van timerfunctie |
| De aslade schoonmaken Wanneer de lade vol is en voor elke opstart.Ook bij opstart in geval van timerfunctie | |
| Reinigen van de warmtewisselaar Dagelijks | |
| De vuurhaard reinigen Elke 2 weken | |
| De afdichting van de vuurdeur controleren | Tweemaal per jaar, de eerste keer aan het begin van het seizoen en / of als er 2500 kg aan pellets verstookt zijn |
| De pellettrechter en wormaandrijving reinigen | Een keer per maand en / of als er 2500 kg aan pellets verstookt zijn |
| Het reinigen van de pellettoevoerbuis | Een keer per week |
6.2 DE BUITENKANT VAN DE KACHEL SCHOONMAKEN
Maak het oppervlak van de kachel met (heet) water en zeep schoon. Gebruik geen schurende of op oplosmiddelen gebaseerde schoonmaakproducten, anders kan de afwerklaag van het oppervlak beschadigd raken.
6.3 DE RUIT SCHOONMAKEN

De ruit van de kacheldeur moet voor iedere opstart gereinigd worden om inbranden van roet en asdeeltjes te voorkomen.
Het glas is hittebestendig, maar kan door snelle temperatuurveranderingen barsten. Laat daarom de ruit volledig afkoelen voordat deze wordt gereinigd. Gebruik gewone glasreinigingsspray en schoonmaaktissues.

Reinig de glazen ruit uitsluitend als de kachel helemaal is afgekoeld!
6.4 DE BRANDERPOT MET ASLADE REINIGEN

De kachelpot met aslade moet voor elke opstart gereinigd worden.
- Haal de kachelpot en de aslade uit de verbrandingskamer. Zie afbeelding 16 & 17.
- Reinig de aslade.
- Reinig de branderpot en het rooster ervan met een borstel of stofzuiger. Als de gaten van het rooster verstopt zitten, gebruik dan een puntig instrument om de gaten vrij te maken (zie afbeelding 18).
- Reinig de ruimte onder de branderpot en de ruimte onder de aslade met een stofzuiger.

Open gaten en een proper rooster van de verbrandingskamer zijn uiterst belangrijk voor een goede verbranding van de pellets.
- Plaats de branderpot en de aslade terug in de kachel. Zorg ervoor dat de branderpot op de juiste manier wordt teruggeplaatst. Zorg dat de grote opening bij de ontstekingsstaaf geplaatst wordt (zoals aangegeven in afbeelding 19 en 20). Indien de branderpot verkeerd wordt teruggeplaatst, zal de kachel niet ontsteken.
6.5 REINIGEN VAN DE WARMTEWISSELAAR
De warmtewisselaar moet dagelijks gereinigd worden met behulp van een schraper. Zorg ervoor dat de kachel uitgeschakeld is en de kacheldeur gesloten is. Beweeg de hendel van de schraper, welke gemonteerd is in het uitblaasrooster (zie afbeelding 21) naar voren en vervolgens weer naar achteren. Herhaal deze handeling 5 à 6 keer totdat de schraper zonder weerstand heen en weer te bewegen is.
6.6 DE VUURHAARD REINIGEN
Reinig eerst de warmtewisselaar (zie hoofdstuk 6.5 reinigen van de warmtewisselaar).
- Verwijder de branderpot met aslade. Zie hoofdstuk 6.4
- Verwijder het hitteschild, welke zich boven de kachel bevindt.
a. Druk het hitteschild aan de voorzijde omhoog (afbeelding 22) zodat de bevestigingspunten 2 (afbeelding 23) vrijkomen. Beweeg vervolgens het hitteschild naar voren zodat ook bevestigingspunt 1 (afbeelding 23) vrij komt.
b. Beweeg de achterzijden van het hitteschild naar beneden (afbeelding 24).
c. Druk nu de linkerzijde omhoog in de richting van pijl 1 (afbeelding 25) en draai de rechterzijde naar beneden in de richting van pijl 2 (afbeelding 25).
d. Neem vervolgens het hitteschild uit de verbrandingskamer.
- Demonteer vervolgens de inwendige beplating van de vuurhaard.
a. Verwijder de schroeven 1 en 2 (afbeelding 26).
b. Maak de beplating los met behulp van een schroevendraaier (afbeelding 27).
c. Trek de beplating naar voren richting de deur en verwijder deze uit de vuurhaard. Herhaal deze handeling voor de beplating aan de rechterzijde
(afbeelding 28 en 29).
d. Verwijder het schot aan de achterzijde van de vuurhaard door het schot naar voren te halen. Maak eventueel gebruik van een schroevendraaier. Verwijder het schot uit de kachel (afbeelding 30).
e. Verwijder de schotten aan de linkerzijde en rechterzijde. Schuif het zij- schot ongeveer 2 cm naar voren in de richting van de deur tot voorbij het gedeelte welke wordt aangegeven met de pijl (afbeelding 31).
f. Beweeg vervolgens de bovenzijde van het schot naar het midden van de vuurhaard en neem het schot uit de kachel. Herhaal deze handeling om ook het schot aan de rechterzijde van de kachel uit de vuurhaard te nemen (afbeelding 32).
g. Verwijder de bodemplaat aan de rechterzijde. Beweeg deze omhoog met behulp van een schroevendraaier en neem de plaat uit de kachel (afbeelding 33).
h. Verwijder de bodemplaat aan de linkerzijde door deze eerst 3 cm horizontaal naar rechts te schuiven waarna deze uit de vuurhaard kan worden genomen (afbeelding 34 en 35).
-
Reinig de vuurhaard, het gedeelte onder de branderpot en de beplating met een borstel en een stofzuiger.
-
Plaats na het reinigen alle verwijderde onderdelen in omgekeerde volgorde terug in de vuurhaard.
6.7 DE DICHTING VAN DE VUURDEUR CONTROLEREN
Controleer ten minste twee keer per jaar, de eerste keer voordat het seizoen begint, de afdichting van de deur op lekken en beschadigingen. Laat de deurafdichting vervangen door een door Qlima goedgekeurde technicus indien nodig. Gebruik enkel de originele reserveonderdelen van Qlima.
6.8 DE PELLETTRECHTER EN WORMAANDRIJVING REINIGEN
Reinig de pellettrechter en wormaandrijving een keer per maand.
- Verwijder het beschermingsrooster uit de pellettrechter.
- Maak de pellettrechter leeg.
- Reinig de pellettrechter en het zichtbare deel van de worm met een stofzuiger (afbeelding 36).
- Plaats het beschermingsrooster terug op zijn plaats.
- Vul de trechter met pellets.
6.9 REINIGEN VAN DE PELLET TOEVOERBUIS
Reinig de toevoerbuis van de pellets een keer per week met een harde ronde borstel (afbeelding 37). De toevoerbuis bevindt zich in de verbrandingskamer van de kachel. In de toevoerbuis kan zich creosoot vormen, waardoor de toevoerbuis sterk vervuild raakt en zelfs verstopt raken met pellets.
6.10 DOOR EEN GEAUTORISEERD TECHNICUS UIT TE VOEREN ONDERHOUD
| Taak Frequentie* | |
| Algemene professionele inspectie en onderhoud van de kachel (& het rookkanaal) | Tweemaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het seizoen en / of na 900 branduren wanneer de kachel SERV aan- geeft |
| Schoorsteen/rooksysteem reinigen/vegen | Tweemaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het seizoen |
| Het vervangen van onderdelen die niet in deze handleiding worden genoemd | Na het constateren van schade |
| Aansluiting van de kachel op de schoorsteen / het rookkanaal con-troleren | Tweemaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het seizoen en / of na 900 branduren wanneer de kachel SERV aan- geeft |
| Alle overige onderhoudsactivitei-ten die niet specifiek worden ge-noemd in deze handleiding. | Eenmaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het seizoen |
| De ruimteventilator / rookgasven-tilator reinigen | Tweemaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het stookseizoen en / of na 900 branduren wanneer de kachel SERV aangeeft |
| De kachel inwendig en uitwendig reinigen | Eenmaal per seizoen of na 900 brand uren kachel geeft "SERV" aan |
| De pellet schroef reductor smeren | Eenmaal per seizoen, aan het einde van het stookseizoen |
| De rookkamer reinigen Eenmaal per | seizoen, aan het einde van het stookseizoen of na 900 brand uren kachel geeft "SERV" aan |
| Controle van het ontstekingsele-ment | Eenmaal per seizoen |
| De warmtewisselaar reinigen luchtzijdig | Eenmaal per seizoen of na 900 brand uren kachel geeft "SERV" aan |
| De warmtewisselaar reinigen rook-gaszijdig | Eenmaal per seizoen of na 900 brand uren kachel geeft "SERV" aan |
| Het elektrische gedeelte contro-leren zoals PCB de bedrading, de sensoren en de beveiligingen. | Eenmaal per seizoen of na 900 brand uren kachel geeft "SERV" aan |
| De silicone slangen controleren van de druksensor | Eenmaal per seizoen of na 900 brand uren kachel geeft "SERV" aan |
| De deurafdichting controleren en indien nodig vervangen. | Tweemaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het seizoen of na 900 brand uren kachel geeft "SERV" aan |
| Kachel testen op alle 5 de verbran-dingsniveaus | Eenmaal per seizoen of na 900 brand uren kachel geeft "SERV" aan |
| De beveiligingen testen Eenmaal per | per seizoen of na 900 brand uren kachel geeft "SERV" aan |
(*) De vermelde frequentie is een minimum frequentie. De lokale wetgeving en/of uw verzekeringscontract kunnen voorrang hebben afhankelijk van wat het meest strikt is. Bij intensief gebruik van de kachel moet de schoorsteen vaker worden gereinigd.
7. TECHNISCHE SERVICE, ORIGINELE RESERVEONDERDELEN
Voordat een kachel de fabriek verlaat, wordt hij eerst zorgvuldig getest en in bedrijf gesteld. Eventuele reparaties of inbedrijfstellingsactiviteiten die noodzakelijk blijken te zijn tijdens of na het installeren moeten worden uitgevoerd door een door Qlima goedgekeurde verwarmingstechnici. Originele reserveonderdelen zijn alleen en exclusief te verkrijgen via onze Technische Servicecenters en geautoriseerde verkooppunten.
Zorg voordat u contact opneemt met uw dealer, het Technische Servicecenter of de geautoriseerde verwarmingstechnicus dat u het model en serienummer bij de hand hebt.
Gebruik alleen originele Qlima reserveonderdelen. Door het gebruik van andere dan Qlima reserveonderdelen vervalt de garantie.
8. PROBLEMEN OPLOSSEN
8.1 RESETTEN VAN EEN STORING
Raadpleeg alvorens een storing te resetten de storingslijst (hoofdstuk 8.2) en volg de instructies op. Reset de kachel door toets 3 (zie afbeelding 2) van het display in te drukken en deze 3 seconden vast te houden.
Indien na het resetten van de storing de melding terugkomt, raadpleeg dan uw leverancier.
8.2 STORINGSLIJST
| PROBLEEM OORZAAK OPLOSSING | ||
| Regelpaneel start niet | Geen stroomtoevoer naar de kachel | Controleer of de stekker aangesloten is |
| Zekering van printplaat is doorgebrand | Vervang de zekering. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus | |
| Regelpaneel is defect Vervang | het regelpaneel. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus | |
| Lintkabel is defect Vervang de lintkabel. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus | ||
| Printplaat is defect Vervang de printplaat. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus | ||
| Hoofdschakelaar is niet ingeschakeld | Schakel de hoofdschakelaar in | |
| Kachel gaat uit, alarm getoond “AlAr no FirE” | De pellettrechter is leeg Vul de pellettrechter met pellets | |
| De branderpot is vuil Reinig de branderpot. | ||
| De motor van de pellet-schroef is defect | Vervang de motor van de pelletschroef. Enkel door een door Qlima goedgekeurde techni-cus | |
| Elektronische printplaat is defect | Vervang de printplaat. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus | |
| De temperatuursensor heeft de minimumtem-peratuursdrempel om te starten niet gedetecteerd | Maak de verbrandingskamer leeg en start op-nieuw, indien het probleem zich blijft voor-doen. Neem contact op met een door Qlima goedgekeurde technicus als het probleem zich blijft voordoen. | |
| Er bereikt onvoldoende verbrandingslucht het vuur | Controleer het volgende (door de eindge-bruiker):- Mogelijke obstructies van de inlaatbuis van de verbrandingslucht aan de achterzijde van de kachel. Reinig de inlaatbuis van verse lucht.- Roostergaten van de verbrandingskamer verstopt en/of verbrandingskamer met te veel as en/of verbrandingskamer te vuil en moet gereinigd worden. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus.- Warmtewisselaar binnenin de kachel is ver-vuild. Reinig de warmtewiselaar. | |
| Houten pellets zijn niet van goede kwaliteit | Probeer houten pellets van een betere kwa-liteit | |
| Wormaandrijving is ge-blokkeerd | Haal de stekker van de kachel uit het stop-contact. Verwijder het beschermingsrooster in het reservoir, maak het reservoir leeg. Reinig zorgvuldig de zichtbare delen van de wor-maandrijving. Plaats het beschermingsrooster terug en start opnieuw. Neem contact op met een door Qlima goedgekeurde technicus als het probleem zich blijft voordoen. | |
| De kachel geeft 15 minu-ten na opstart de melding "ALARM NO ACC" | Het ontstekingsmechanisme is kapot | Vervang het ontstekingsmechanisme. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus |
| De temperatuursensor heeft de minimumtemperatuursdrempel om te starten niet gedetecteerd | Maak de verbrandingskamer leeg en start opnieuw, indien het probleem zich blijft voordoen. Neem contact op met een door Qlima goedgekeurde technicus als het probleem zich blijft voordoen. | |
| Buitentemperatuur is te laag. | Maak de verbrandingskamer leeg en start opnieuw. Neem contact op met een door Qlima goedgekeurde technicus als het probleem zich blijft voordoen. | |
| Houten pellets zijn nat Gebruik enkel droge houten pellets. | ||
| Temperatuursensor is defect | Vervang de sensor. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus | |
| Elektronische printplaat is defect | Vervang de elektronische printplaat. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus | |
| Het reservoir is leeg Vul de pellettrechter. | ||
| Houten pellets geraken niet in verbran-dingskamer | Wormaandrijving is ge-blokkeerd | Haal de stekker van de kachel uit het stopcontact. Verwijder het beschermings-rooster in het reservoir, maak het reservoir leeg. Reinig zorgvuldig de zichtbare delen van de wormaandrijving. Plaats het be-schermingsrooster terug en start opnieuw. Neem contact op met een door Qlima goedgekeurde technicus als het probleem zich blijft voordoen. |
| Motor van wormaandrij-ving is beschadigd | Vervang de motor. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus | |
| Het reservoir is leeg Vul de pellettrechter. | ||
| Het vuur heeft een zwakke en oranje vlam, pellets bran-den niet cor-rect en/of het glas wordt (te) snel zwart. | De uitlaat/rookgas-leiding/schoorsteen is geblokkeerd | Laat de uitlaat/rookgasleiding/schoorsteen onmiddellijk reinigen door een goedge-keurde schoorsteenveger. Neem contact op met een goedgekeurde schoorsteenveger. |
| De branderpot is vuil Reinig de branderpot. | ||
| De kachel heeft interne obstructies. | De kachel vereist onderhoud. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus | |
| Rookextractor is bescha-digd | Houten pellets kunnen branden dankzij de natuurlijke trek van de schoorsteenrook. Laat de ventilator onmiddellijk vervangen aangezien het slecht kan zijn voor uw gezondheid. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus. | |
| Houten pellets zijn niet van goede kwaliteit. | Probeer houten pellets van een betere kwaliteit. | |
| De kachel is niet goed ingeregeld | Regel de kachel in. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus | |
| Recirculatie-ventilator van kamerlucht blijft werken wanneer de kachel koud is | Elektronische printplaat is kapot | Vervang de printplaat. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus |
| As op de vloer rond de kachel | Rookleidingen zijn niet luchtdicht | Enkel door een goedgekeurde schoorsteeninstallateur: Rookleidingen die niet luchtdicht zijn, kunnen gevaarlijk zijn voor uw gezondheid. Dicht de fitting van de leiding onmiddellijk (met loctite 598 (of een gelijkwaardig product) en/of vervang de leidingen. |
| Gebroken, versleten of beschadigde dichting van de deur | Vervang de dichting. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus | |
| Kachel in constante toestand, de display toont: "Eco" | De door de gebruiker vereiste kamertemperatuur is bereikt | Dit is geen fout. De kachel werkt in eco mode. Deze functie is te wijzigen met de afstandsbediening |
| Display toont "SERV" | Geen storing. De kachel heeft 900 werkuren bereikt en heeft onderhoud nodig. De kachel zal gewoon blijven werken. | De kachel heeft onderhoud nodig. Neem contact op met een Qlima erkend service technicus. Deze zal onderhoud aan de kachel uitevoeren en de melding resetten. |
| Display toont "Atte" | Er wordt geprobeerd de kachel op te starten terwijl deze nog in de cooldown fase staat. | Wacht totdat de cooldown fase voorbij is voordat de kachel opnieuw wordt opge-start. |
| Kachel gaat uit. Weerge-geven alarm is "AlAr dEp" en de Led's ALF en ALC of een van beiden gaat op het bedieningspa- neel branden. | Druksensor/schakelaar is defect | Vervang de drukschakelaar. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus |
| De uitlaat/rookgas-leiding/schoorsteen is geblokkeerd | Laat de uitlaat/rookgasleiding/schoorsteen onmiddellijk reinigen door een goedge-keurde schoorsteenveger. Neem contact op met een goedgekeurde schoorsteenveger. | |
| Elektronische printplaat is kapot | Vervang de elektronische printplaat. Enkel door een door Qlima goedgekeurde tech-nicus | |
| Overmatige schoorsteen-lengte | Raadpleeg een schoorsteenexpert om te controleren of de schoorsteen in overeen-stemming is met de wetgeving. Raadpleeg een door Qlima goedgekeurde technicus om te controleren of de schoorsteen ge-schikt is voor de kachel. | |
| Ongunstige weersom-standigheden | Wanneer er een sterke wind is, kan er een negatieve druk naar de schoorsteen plaatsvinden. Controleer en start de kachel opnieuw. | |
| Kachel is overhit Te hoge kamertemperatuur. Open deuren naar andere kamers. Als het probleem zich blijft voordoen, raadpleeg een door Qlima goedgekeurde technicus. | ||
| De recirculatieventilator van de kamerlucht is defect | Vervang de ventilator. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus | |
| Tijdelijke stroomuitval Een spanningsval tijdens de werking van de kachel kan leiden tot oververhitting van de interne kachel. Laat de kachel af-koelen en start hem opnieuw. | ||
| Veiligheidsthermostaat is defect | Vervang de veiligheidsthermostaat. Enkel door een door Qlima goedgekeurde tech-nicus | |
| Kachel gaat uit. Weerge-geven alarm is "AlAr Sond" | Temperatuursensor van rookuitlaat is defect. | Vervang het sensor. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus |
| De bedrading van de rookgassensor zit los. | Herstel de bedrading. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus | |
| Display toont"Cool Fire" | De kachel is handmatig,door de ingestelde timer-functie of de save modeuitgeschakeld. De kachelstaat in de cooldownfase. | Geen storing, de cooldown fase stoptautomatisch wanneer de kachel voldoendeis afgekoeld. |
| Stroomonderbreking Nadat | de stroomtoevoer is hersteld, startde kachel eerst in de cooldown fase. Vervolgens kan de kachel opnieuw opgestartworden. | |
| Display toont"Alar fan fail" | De rookgasventilator isdefect of de printplaatkan de omtreksnelheidvan de ventilator nietmeten | De rookgasventilator, de printplaat of deomtreksnelheidssensor is defect of de bedraing is beschadigd of zit los. Herstel hetdefect. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus |
- PRODUCT FICHE
| Naam leverancier of merknaam Qlima Qlima Qlima | ||||
| Model Fiorina 74-2 S-line Fiorina 90-2 S-line | Thelma 74 S-line | |||
| Energieefficiëntieklasse A+ A+ A+ | ||||
| Type kachel Houtpellets Houtpellets Houtpellets | ||||
| Directe warmteafgifte (*) kW 7,8 8,7 | 7,8 | |||
| Indirecte warmteafgifte | kW 0,0 0,0 | 0,0 | ||
| Energie-efficiëntie-index | 126 | 126 | 126 | |
| Stroomverbruik (ontsteking / normale operatie) | W | 300 / 100 | 300 / 100 | 300 / 100 |
| Aansluitspanning | V/Hz | 230/~50 | 230/~50 | 230/~50 |
| Nuttig rendement bij nominale capaciteit / gereduceerde capaciteit (*) | % | 90,2 / 91,3 | 89,5/91,3 | 90,2 / 91,3 |
| Andere voorzorgsmaatregelen met betrekking tot montage, installatie of onderhoud van lokale ruimteverwarming. | Raadpleeg handleiding | Raadpleeg handleiding | Raadpleeg handleiding | |
| CO-gehalte bij 13% O_2 nominale / gereduceerde capaciteit (*) | % | 0,005/0,015 | 0,004/0,015 | 0,005/0,015 |
| Uitstoot bij ruimteverwarming bij nominale warmteafgifte (13% O_2 ) | mg/Nm ^3 | 12 | 12 | 12 |
| Voor vertrekken tot** | m ^3 | 200 | 240 | 200 |
| Rookgasuitlaatdiameter | mm | 80 | 80 | 80 |
| Rookgastemperatuur bij nominale capaciteit / gereduceerde capaciteit | °C | 135/84,4 | 145,9/84,4 | 135/84,4 |
| Trek van de schoorsteen nodig | Pa | 10 | 12 | 10 |
| Smoorklep voor schoorsteen nodig | Mogelijk*** | Mogelijk*** | Mogelijk*** | |
| Kan worden toegepast op een schoorsteen-combinatie met rookkanaal | Nee | Nee | Nee | |
| Type brandstof (****) | ∅ 6 mmDin+/Önorm+/EN+ | ∅ 6 mmDin+/Önorm+/EN+ | ∅ 6 mmDin+/Önorm+/EN+ | |
| Nominale lengte / diameter van de brandstof | mm | 30 / 06 | 30 / 06 | 30 / 06 |
| Inhoud van pellettrechter | kg | 13 | 13 13 | |
| Autonomie (min-max) | h | 7-18 | 6,5 - 18 | 7-18 |
| Hoofdbeluchtingsschuif | Ja | Ja | Ja | |
| Recirculatieventilator | Ja | Ja | Ja | |
| Luchtfilter | Nee | Nee | Nee | |
| Netto gewicht | kg | 81 | 91 81 | |
(*) Volgens EN14785:2006
(**) slechts ter indicatie, varieert per land/regio
(***) Te bepalen door een geautoriseerde professionele installateur
(****) Gebruik enkel aanbevolen brandstof
10. GARANTIEBEPALINGEN
Voor uw kachel geldt een garantie van 24 maanden vanaf de datum van aankoop. Binnen deze periode worden alle materiaal- of productiefouten conform de volgende voorwaarden gratis hersteld:
- Wij wijzen uitdrukkelijk alle overige aanspraken op schadeloosstelling, waaronder be - grepen gevolgschade, af.
- Eventuele reparatie of vervanging van onderdelen binnen de garantietermijn leidt niet tot een verlenging van de garantietermijn.
- De garantie vervalt als er veranderingen aan de kachel worden doorgevoerd, niet-originele fabrieksonderdelen worden toegepast of de kachel door derden wordt gerepareerd.
- Onderdelen die onderhevig zijn aan reguliere slijtage of met een kortere levensduur dan de bovenvermelde garantieperiode, zoals pakkingen, afdichtingen, brandwe-rende voeringsmaterialen, glas*/ruit*, geverfde details en keramiek, etc. worden niet door de garantie gedekt.
- De garantie is alleen geldig na overlegging van het originele aankoopbewijs, met datum, waarop geen veranderingen mogen zijn aangebracht.
- Garantie is niet van kracht voor schade die veroorzaakt is door handelingen die niet in overeenstemming zijn met gebruiksaanwijzingen uit deze handleiding, nalatigheid en het gebruik van een verkeerd type brandstof. Het gebruik van verkeerde brandstof kan zelfs gevaarlijk zijn**.
- De vervoerskosten en de risico's die ontstaan tijdens het vervoer van de kachel of de onderdelen ervan komen altijd voor rekening van de koper.
- De garantie is alleen geldig als de kachel is geïnstalleerd door een professioneel (bij voorkeur door Qlima goedgekeurd) installateur en als het ondertekende protocol voor inbedrijfstelling voorgelegd kan worden.
Om onnodige kosten te voorkomen adviseren wij u eerst deze handleiding zorgvuldig door te lezen. Mocht u hier geen oplossing vinden, raadpleeg dan uw dealer of installateur.
* De kachelruit is hittebestendig en is bestand tegen hogere temperaturen dan de temperaturen die in de kachel kunnen optreden. Dit betekent dat schade aan de kachelruit alleen maar kan ontstaan door oorzaken die niet binnen de verantwoordelijkheid van de fabrikant/distributeur liggen. Schade aan de kachelruit wordt daarom niet door de garantie gedekt.
** Zeer brandbare stoffen kunnen tot oncontroleerbare verbranding leiden, waardoor er vlammen buiten de kachel komen. Mocht dit het geval zijn, probeer dan nooit de kachel te verplaatsen, maar schakel hem dan altijd onmiddellijk uit. Gebruik in geval van nood een brandblusser van het type B: een kooldioxide- of poederblusser.

Werp elektrische apparatuur niet weg bij het huisvuil; lever het in op de daarvoor aangewezen plaats. Neem contact op met de plaatselijke autoriteiten voor informatie waar apparatuur kan worden ingeleverd. Wanneer elektrische apparaten worden weggegooid op de vuilstort of in de dump, kunnen gevaarlijke stoffen in het grondwater en in de voedselketen terecht komen met alle gevolgen voor de gezondheid. Bij de vervanging van oude apparaten door nieuwe is de leverancier wettelijk verplicht zonder kosten het oude apparaat voor vernietiging in te nemen. Batterijen niet in het vuur werpen, daar deze kunnen exploderen of gevaarlijke vloeistoffen kunnen uitstoten. Indien u de afstandsbediening vervangt of vernietigt, de batterijen uitnemen en deze conform de geldende wetgeving-weggooien daar deze schadelijk zijn voor het milieu.
COMPONENTES PRINCIPAIS
- Buig en knik de kabel niet.
