LCD Micro 40x-1600x - Microscoop BRESSER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LCD Micro 40x-1600x BRESSER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over LCD Micro 40x-1600x BRESSER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Microscoop in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LCD Micro 40x-1600x - BRESSER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LCD Micro 40x-1600x van het merk BRESSER.
GEBRUIKSAANWIJZING LCD Micro 40x-1600x BRESSER
LED-verlichting (doorlicht)
Aan/Uit-knop voor de beeldschermmodule
LED-verlichting oplicht (enkel te gebruiken met 4x objectief )
Keuzeschakelaar voor de verlichting
Kruistafelaandrijving voor/terug
kruistafelaandrijving links/rechts
Hefboom voor de klemhouder
Vrij scherm (zonder kleurenfilter)
Doos met 10 Objectdragers, 10 dekglaasjes en 5 permanente preparaten
Broedinstallatie voor garnalen
2. Ingebruikneming, elektrische LED-verlichting
Vóór de ingebruikneming controleert u of de keuzeschakelaar voor de verlichting (Afb. 1.19) op de positie “OFF” (Uit) is ingesteld.De microscoop is met 2 LED-verlichtingseenheden uitgerust. De verlichting kanop drie manieren plaatsvinden. Kies aan de keuzeschakelaar (Afb. 1.19) de positie “I” om het object vanonder (met doorlicht) of “II” om het van boven (metoplicht) te verlichten. Met de positie “III” kan het object van boven en benedengelijktijdig worden verlicht. De doorlichteenheid (Afb. 1.9) wordt voor doorzichtige preparaten (preparaten op glasdrager) gebruikt. Om vaste, ondoorzichtige objecten te bekijken, kiest u de oplichteenheid (Afb. 1.13) Hetgebruik van de oplichteenheid is enkel bij de inzet van het 4x objectief zinvol.Het gebruik van beide verlichtingen gelijktijdig is enkel bij halfdoorzichtige objecten zinvol. Deze werkwijze is niet aan te bevelen bij doorlichtobjecten op objectdragers omdat hierbij reflecties op de objectdragers kunnen komen.Voor de ingebruikneming wordt de meegeleverde stroomstekker (Afb. 5.38) metde stroomaansluiting (Afb. 1.17) achter aan de microscoopvoet (Afb. 1.10) enmet een stopcontact (220-230 V) verbonden. Aansluitend schakelt u via de keuzeschakelaar van de verlichting de gewenste verlichting in en u stelt de gewenste helderheid met de dimmer (Afb. 1.18) in. Daar het toestel met een traploze, regelbare verlichting (dimmer) is uitgerust,wordt een optimale uitlichting van het observatieobject gewaarborgd.
3.1 Algemeen bij de microscoopobservatiesNadat u de microscoop hebt opgebouwd en de geschikte verlichting hebt ingesteld, gelden de volgende grondbeginselen:a) Begin elke waarneming met een oculair met de laagste vergroting. Het centreren en instellen van het te observeren object wordt hierdoor gemakkelijker.Rijd de microscooptafel (Afb. 1,7) d.m.v. het scherpstellingswiel (Afb. 1.16) helemaal naar beneden en draai dan de objectiefrevolver (Afb. 1,4) tot deze opde laagste vergroting in elkaar sluit.b) Begin met een gemakkelijke observatie. Plaats hiervoor een permanent preparaat (afb. 1+3.6) direct onder het objectief op de microscooptafel (Afb. 1+3.7) door het op de kruistafel (Afb. 1+3.14) te klemmen. Hiervoor druktu eerst de hefboon voor de klemhouder (Afb. 3.28) opzij, u legt het permanentpreparaat aan de kruistafel en u laat de klemhouder (Afb. 3.29) voorzichtig totaan het permanent preparaat terugkomen. Het te observeren object moet precies boven/onder de verlichting liggen. Om dit te bereiken bevinden er zichaan de kruistafel twee kartelschroeven, de zogenaamde kruistafelaandrijvingen(Afb. 3.26+27) Door aan deze schroeven te draaien wordt een precieze positionering van het object, in rechts- of linksrichting (Afb. 3.27) en naar voorof terug (afb. 3.26) mogelijk.c) schakel het LCD-beeldscherm aan door de Aan/Uit-schakelaar op de beeldschermmodule te drukken (Afb. 1+2.12), het rode werklicht (Afb.1+2.11)gaat branden. Kijk dan op het LCD-beeldscherm (Afb. 1+2.2) en draai voorzichtig aan het scherpstellingswiel (afb. 1.16) tot het beeld scherp is- Metde kruistafel kunt u nu de gewenste plaats van het object op het LCD-beeldscherm centreren.d) Voor hogere vergrotingen draait u de objectiefrevolver (Afb. 1,4) op een hogere instelling (objectieven 10x en 40x)Opgelet:Vooraleer u de objectiefinstelling verwisselt, voert u de microscooptafel(Afb. 1,7) eerst helemaal naar beneden. Daardoor kunt u eventuele beschadigingen vermijden!Hoe hoger de vergroting, des te meer licht is nodig voor een goede beeldkwaliteit.Belangrijke opmerkingen:Afhankelijk van het gebruikte preparaat voeren hoge vergrotingen in enkele gevallen niet tot een beter beeld! Bij een gewijzigde vergrotingsinstelling doorobjectiefverwisseling moet de beeldscherpte met het scherpstellingswiel (Afb. 1.16) opnieuw worden ingesteld. Ga hierbij voorzichtig te werk. Indien ude microscooptafel te snel naar boven voert, kunnen zich het objectief en deobjectdrager raken en beschadigd worden!
1. Standplaats, Aansluitmogelijkheden
Voor u met de opbouw van uw microscoop begint, kiest u een geschikte standplaats.Dan moet u erop letten, dat uw microscoop op een stabiele, schokvrije ondergrond wordt gezet.Voor de waarneming met de elektrische LED-verlichting en het LCD-oculair (Beeldschermmodule), hebt een stroomaansluiting van (220—230 V) nodig.De microscoop heeft een interface voor een PC (USB-poort).e) De vergrotingsfactor van het LCD-oculair bedraagt 10x. In combinatie met het 4x-objectief krijgt men dan een totale vergroting van 40x d.w.z. 1 mm van het object wordt als 40 mm op het beeldscherm afgebeeld. Met het 10x-objectief krijgt men dienovereenkomstig de totale vergroting 100x m, met het 40x- objectief 400x. f) De kleurenfilterschijf (Afb.1+4.15) onder de microscooptafel (Afb. 1+4.7) helpt u bij het bekijken van zeer heldere of doorschijnende preparaten. Hiervoor kiest u a.u.b. afhankelijk van het observatieobject de passende kleur uit. Kleurloze/doorschijnende objecten (bijv. zetmeelkorrels, eencellige) zijn zo beter in hun bestanddelen te herkennen.
3.2 Bediening van de beeldschermmodule
3.2.1 In het beeldscherm bekijken
Als u het LCD-beeldscherm heeft ingesteld (zie paragraaf 3.1 c), ziet u het live- beeld van uw onderwerp samen met vier verschillende informaties: a) Boven links staan een fotocamerasymbool (modus om foto’s te nemen) en de beeldresolutie (aantal pixels in de breedte x de hoogte). b) Onder links staat tussen hoekige haken vermeld hoeveel vrij geheugen de beeldschermmodule nog heeft voor beeldbestanden. c) Onder rechts boven staat de helderheidscorrectie EV. Door op de pijltoet- sen „op“ of „neer“ te drukken (afb. 2.20) kan er een helderheidsverschuiving vanaf de richtwaarde van -1,2 (donker) tot +1,2 (helder) worden ingesteld. – d) Onder rechts beneden staat naast het symbool van een loep de elektroni- sche zoomfactor. Door het drukken op de pijltoetsen „rechts“ of „links“ (afb. 2.20) kan een elektronische vergroting van de foto met een factor 1 tot 4 worden in- gesteld. – De maximaal bereikbare vergroting van de LCD Micro is dus 4 x 400 = 1600x.
3.2.2 Foto-opnames vervaardigen
Door te drukken op de opnametoets “SNAP” (Afb. 2.21) maakt u een foto- opname van het live beeld dat daarna wordt opgeslagen .
3.2.3 Foto-opnames beheren
Door drukken op de wisselknop “ESC” (Afb. 2.23) kunt u tussen het live beeld en de lijst van opgeslagen foto-opnames wisselen. In de lijst kunt u een gewenst beeld door het drukken van de overeenkomstige pijltoetsen (Afb. 2.20) aansturen, het gekozen beeld is geel omrand. Laat het u tonen door de invoertoets “OK” (Afb. 2.20) te drukken Met “ESC” keert u weer terug naar de lijst en nogmaals “ESC” brengt u terug naar het live beeld. Door te drukken op de menuknop “MENU” (Afb. 2.22) gedurende de lijstweergave, verschijnt er een menubalk waarvan u de onderpunten met de overeenkomende pijltoetsen(Afb. 2.20) kunt aansturen. Hier kunt u ook bepaalde instellingen wijzigen en door te drukken op de invoertoets “OK” (Afb. 2.20) activeren. Menu-overzicht (tijdens de weergave van de lijst): a) File Protect (beveiliging van het beeldbestand): Lock (beveiligd), Unlock (niet beveiligd), Exit (menu verlaten). Met de pijltoets „links“ wordt dit keuzemenu ver- laten. b) Del File (wissen van beeldbestanden): – Current (gemarkeerd beeldbestand wis- sen), All (alle beeldbestanden wissen). Voor de zekerheid volgt eerst de vraag of de verwijdering echt moet worden uitgevoerd. Zo ja, ga dan met de pijltoets „links“ naar OK en druk op de toets „OK“; zo niet, laat Cancel dan geactiveerd en druk op de toets „OK“, om terug te keren naar de lijst. c) Video (Lijst met filmopnames: „Video Player“), Picture (Lijst met foto’s: „Picture View“). Video is vanuit de Picture-lijst bereikbaar, en omgekeerd. d) Exit (menu verlaten); dezelfde werking heeft „ESC“.
3.2.4 Instellingen wijzigen
Door te drukken op de menuknop “MENU” (Afb. 2.22) gedurende de live beeld- weergave, verschijnt er een menubalk waarvan u de onderpunten met de overeenkomende pijltoetsen(Afb. 2.20) kunt aansturen. Hier kunt u ook bepaalde instellingen wijzigen en door te drukken op de invoertoets “OK” (Afb. 2.20) activeren. Overzicht van het menu: Menu-overzicht (tijdens de live-beeldweergave): a) Mode (opnamemodus): Single (losse opnames), Auto (automatische opna- meherhaling, waarvan de tijdsduur is ingesteld in Setting), Setting (Opnametijds- duur in minuten:seconden, instelbaar met de pijltoetsen en „OK“). Start van de opnameserie met „SNAP“, waarbij de countdown tot het volgende beeld in het midden van het beeldscherm wordt weergegeven. Beëindigen van de serie op- names na de volgende opname met „ESC“. b) Size (beeldresolutie, aantal pixels in de breedte x de hoogte): 2048 x 1536, 1600 x 1200, 1280 x 960, 1024 x 768, 800 x 600, 640 x 480. c) Effect (beeldeffect): Normal (normale positieve kleurenafbeelding), Negative (negatieve afbeelding), Sepia (sepiakleurige tint), BlackWhite (zwart-wit-opname). d) Date Label (de opgeslagen opnames dateren): Setting (tijdsinstelling), Yes (wordt gedateerd), None (wordt niet gedateerd). Als u Setting heeft bereikt, drukt u op „OK“. Nu kan het met de gele pijl gemarkeerde jaartal met de pijltoets „op“ wor- den verhoogd of met „neer“ worden verlaagd. Met de pijltoetsen „rechts“ (of „links“) gaat u in „Date“ naar de maand- en dag-, in „Time“ naar de uren- en minuten- velden, die ook met „op“ en „neer“ worden ingesteld. Bevestig en activeer de ingestelde tijd met „OK“; hierna verschijnt kort de melding „Success“ (succes). Een afbeelding wordt boven links met jaar-maand-dag gemarkeerd. e) DV Record (modus voor filmopnames). f) Exit (menu verlaten).
3.2.5 Filmopnames maken en beheren
In de filmopnamemodus wordt tijdens de live-beeldweergave rondom buiten de opname, links boven de beeldresolutie (aantal pixels in breedte x hoogte), links onder de vrije interne geheugenruimte voor filmopnames (tijdsaanduiding) en rechts onder de elektronische zoomfactor (1,0 tot 2,0) getoond. De filmopname wordt gestart met de opnameknop „SNAP“ (afb. 2.21); door weer op deze knop te drukken wordt de opname gestopt. Tijdens de filmopname knippert links boven een filmcamerasymbool en links onder wordt de lopende opnametijd weerge- geven. De resolutie van de filmopnames is 320 x 240. Onder de optie Effect kunnen dezelfde beeldeffecten als bij foto’s geselecteerd worden. Met Captu- re gaat u van de filmopname- naar de foto-opnamemodus. Met Exit of met „ESC“ verlaat u eerst alleen het menu, als u weer op „ESC“ drukt, gaat u terug naar de live-beeldweergave in de foto-opnamemodus. Om de opgeslagen filmopna- mes te kunnen bekijken, gaat u met „ESC“ naar de lijst met foto’s en van daar met „MENU“ via Video naar de lijst met filmopnames (zie paragraaf 3.2.3). Met de pijltoetsen selecteert u een filmopname, die dan wordt gemarkeerd, en met „OK“ speelt u deze vervolgens (met herhalingslus) af. Tijdens het afspelen kunt u met „OK“ wisselen tussen Pauze (||) en Afspelen (), met de pijltoets „links“ de vorige film (|) en met „rechts“ de volgende film afspelen (|). Daarbij wordt kort een balk met een balkengrafiek van het filmverloop, de afspeelduur en de genoemde afspeelfuncties weergegeven; deze balk kan ook met „Snap“ wor- den opgeroepen, bijvoorbeeld als men de actuele status wil kennen. „ESC“ be- ëindigt het afspelen. De filmopnames kunnen worden gewist via „MENU“ met DelFile, net als bij de foto’s (zie paragraaf 3.2.3). U kunt uw filmopnames ook met behulp van een aangesloten PC (zie paragraaf 6 b) via een geschikt me- diaprogramma bekijken en beheren.
4. Te observeren object – Aard en preparatie
4.1 Eigenschappen van het te observeren object
Met deze microscoop, een zogenaamde oplicht- en doorlichtmicroscoop, kunnen doorzichtige alsook ondoorzichtige objecten bekeken worden. Bekijken we ondoorzichtige (opake) voorwerpen met deze microscoop, bvb. kleinere dieren, plantendelen, weefsels, stenen enz., dan valt het licht op het te bekijken voorwerp, wordt daar teruggekaatst en raakt door het objectief en het oculair, waardoor het vergroot wordt, en zo aan het oog (oplichtprincipe, keuzeschakelaarinstelling: „I“). Bij doorzichtige voorwerpen (transparante) valt het licht van beneden door het voorwerp op de objecttafel, wordt door de objectief- en oculairlenzen vergroot en geraakt dan in ons oog (doorlicht- principe, keuzeschakelaarinstelling: „II“). Veel kleine waterdiertjes, planten- delen en delicate onderdelen van dieren zijn al van nature transparant, andere objecten moeten echter eerst worden geprepapeerd. Dit kan door ze voor te behandelen of te doordrenken met hiervoor geschikte middelen (media), waardoor ze doorzichtig worden of door ze in plakjes te snijden (met de hand of met de microcut) en deze plakjes dan te onderzoeken. In het volgende gedeelte worden deze methoden uit de doeken gedaan.
4.2 Het vervaardigen van dunne preparaat-doorsnedes
Zoals al gezegd, moeten zo dun mogelijke schijven van een object klaargemaakt worden. Om tot de beste resultaten te komen, heeft U een beetje was of paraffine nodig. Neem daarvoor gewoon een kaars bvb. De was wordt in een pan gegeven en op een vlam verwarmd. Het object wordt nu meermaals in de vloeibare was ondergedompeld. Laat de was dan hard worden. Met een microcut (Afb. 5.36) of een mes/scalpel (Opgelet!!!) worden nu de fijnste schijven, van het met was omhulde object, afgesneden. Deze schijven worden op een glazen objectdrager gelegd en met een dekglas bedekt.
4.3 Zelf een preparaat maken
Leg het te bekijken voorwerp op een objectglas en doe er met een pipet (Afb. 5.34 B)een druppel gedestilleerd water op (Afb. 6). Plaats het dekglaasje (in elke goed gesorteerde hobby-winkel verkrijgbaar) loodrecht op de rand van de waterdruppel, zodat het water zich langs de rand
IT/ CHvan het dekglas verdeelt (Afb. 7). Laat het dekglaasje nu langzaam boven de waterdruppel zakken. Opmerking: Het meegeleverde „Gum-Media“ (Afb. 5.37 B) wordt gebruikt voor het maken van duurzame preparaten. Voeg dit in plaats van gedestilleerd water toe. De „Gum-Media“ wordt hard, zo blijft het object duurzaam op de objectdrager.
Als u al vertrouwd bent met de microscoop, kunt u de volgende experimenten uitvoeren en de resultaten onder uw microscoop bekijken.
1. een klein stukje papier van een krant met een gedeelte van een foto en een
2. een vergelijkbaar stukje papier uit een tijdschrift
Om de letters en de afbeeldingen te kunnen bekijken, maakt u van elk voorwerp een preparaat voor kortstondig gebruik. Stel nu de kleinste vergroting bij de micrscoop in en neem het preparaat met het stukje krant. De letters zien er rafelig en brokkelig uit, omdat de krant op ruw, minderwaardig papier wordt gedrukt. De letters uit het tijdschrift zien er gladder en vollediger uit. De foto uit de krant bestaan uit een heleboel kleine puntjes, die er een beetje vies uitzien. De beeldpunten (raster-punten) uit het tijdschrift zijn een stuk scherper.
Voorwerpen en accessoires:
1. Draden van verschillende textielsoorten: katoen, linnen, wol, zijde, kunstzijde,
Elke draad wordt op een objectglaasje gelegd en met behulp van de twee naalden uit elkaar gerafeld. De draden worden bevochtigd en met een dekglaasje afgedekt. De microscoop wordt op een lage vergroting ingesteld. Katoenvezels zijn van plantaardige oorsprong en zien er onder de microscoop uit als een platte, gedraaide band. De vezels zijn aan de zijkanten dikker en ronder dan in het midden. Katoenvezels zijn in feite lange, ineengezakte buisjes. Linnenvezels zijn ook van plantaardige oorsprong en zijn rond en recht. De vezels glanzen als zijde en vertonen talrijke verdikkingen langs de vezelbuis. Zijde is van dierlijke oorsprong en bestaat uit massieve vezels met een kleinere diameter dan de holle plantaardige vezels. Elke vezel is glad en gelijkmatig gevormd en ziet eruit als een glazen staafje. Wolvezels zijn ook van dierlijke oorsprong, het oppervlak bestaat uit elkaar overlappende hulzen die er gebroken en gegolfd uitzien. Mocht dit mogelijk zijn, vergelijk dan wolvezels van verschillende weverijen. Let daarbij op het verschil in uiterlijk tussen de vezels. Experts kunnen aan de hand van deze kenmerken het land van oorsprong van de wol bepalen. Kunstzijde wordt, zoals de naam al zegt, kunstmatig vervaardigd door middel van een lang chemisch procédé. Alle vezels vertonen harde, donkere lijnen op het gladde, glanzende oppervlak. De vezels krullen na het drogen in dezelfde toestand op. Observeer de overeenkom- sten en verschillen.
1. Garnaleneieren (Afb. 5.37 D)
2. Zeezout (Afb. 5.37 C)
3. Broedinstallatie voor garnalen (Afb. 5.35)
4. Gist (Afb. 5.37 A)
5.3.1 De levenscirkel van zoutwatergarnalen
De zoutwatergarnaal of „Artimia Salina“, zoals ze bij wetenschappers bekend is, doorloopt een ongewone en interessante levenscirkel. De, door het vrouwtje, geproduceerde eieren worden uitgebroed, zonder ooit van een mannelijke garnaal bevrucht te zijn worden. De garnalen, die uit deze eieren komen, zijn allemaal vrouwelijk. Onder ongewone omstandigheden, bvb, als het moeras uitdroogt, kunnen de eieren van de mannelijke garnalen tevoorschijn komen. Deze mannetjes bevruchten de eieren van de vrouwtjes en uit deze paring ontstaan bijzondere eieren. Deze eieren, zogenoemde „Wintereieren“ hebben een dikke schaal die het ei beschermd. De wintereieren hebben een grote weerstand en zijn zelfs levensvatbaar als het moeras of de zee uitdroogt en daardoor de dood van de hele garnalenbevolking veroorzaakt wordt, zij kunnen 5-10 jaar in een “slaap-”toestand blijven. De eieren broeden uit, als de juiste milieuvoorwaarden weer hersteld zijn. De meegeleverde eieren (Afb. 5.37 D) zijn zulke eieren.
5.3.2 Het uitbroeden van zoutwatergarnalen
Om de garnalen uit te broeden, is het noodzakelijk een zoutwateroplossing te maken, die overeenkomt met de levensvoorwaarden van de garnalen. Vul een halve liter regen- of leidingwater in een reservoir. Dit water laat U ongeveer 30 uren staan. Daar het water na een tijd verdampt, is het aan te raden een tweede reservoir ook met water te vullen en 36 uren te laten staan. Nadat het water zolang “gestaan” heeft, schudt U de helft van het meegeleverde zeezout (Afb. 5.37 C) in het reservoir en U roert zolang, tot het zout helemaal opgelost is. Giet nu een beetje van het gemaakte zeewater in de broedinstallatie voor de garnalen (Afb. 5.35). Leg er enkele eieren in en sluit het deksel. Zet de broedinstallatie op een heldere plaats, maar vermijdt het reservoir direct in het zonlicht te zetten. De temperatuur moet ongeveer 25 ° zijn. Op deze temperatuur komen de garnalen na ongeveer 2-3 dagen uit. Indien gedurende die tijd het water in het reservoir verdampt is, vul het water uit het tweede reservoir er dan bij.
5.3.3 De zoutwatergarnaal onder de microscoop
Het dier dat uit het ei gekomen is, is bekend onder de naam „Naupliuslarve". Met behulp van de pipet (Afb. 5.34 B) legt U enkele van deze larven op een glazen objectdrager en U bekijkt ze. De larve zal zich met behulp van haarachtige uitwassen door de zoutwateroplossing bewegen. Neem elke dag enkele larven uit het reservoir en observeer ze onder de microscoop. Als U deze larven dagelijks met behulp van MikrOkular observeert en de gemaakte foto’s bewaard, heeft U een volledige fotodocumentatie over de levenscirkel van de zeewatergarnaal. U kunt de bovenste kap van de broedinstallatie wegnemen en de volledige installatie op de microscooptafel zetten. Afhankelijk van de kamertemperatuur is de larve in 6 tot 10 weken volledig uitgegroeid. U hebt dan snel een hele generatie van zoutwatergarnalen gekweekt, die zich steeds verder vermeerdert.
5.3.4 Het voeden van uw zoutwatergarnalen
Om de zoutwatergarnalen in leven te houden, moet U ze af en toe eten geven. Dit moet heel zorgvuldig gedaan worden. Overvoeden betekent, dat het water verrot en onze garnalenbevolking vergiftigd wordt. Het eten geven gebeurt het best met droge gist in poedervorm (Afb. 5.37 A). Alle twee dagen een beetje van deze gist aan de garnalen geven. Als het water in de broedinstallatie donker wordt, is dat een teken dat het water aan het rotten is. Neem de garnalen dan onmiddellijk uit het water en zet ze in een verse zoutoplossing. Opgelet: Garnaleneieren en garnalen zijn niet voor verteer geschikt!
6. Beelduitvoer en Opslag
De LCD-Micro biedt u drie mogelijkheden voor beeldopname en opslag: a) U kunt het beeld direct op het LCD-beeldscherm (afb. 1+2.2) bekijken. Het apparaat heeft een intern geheugen van ca. 128 MB voor uw opnames. (Zie paragraaf 3.2.) b) Met een passende geheugenkaart (SD= Secure Digital) kunt u uw opnames op deze geheugenkaart opslaan. De gleuf voor de geheugenkaart van de LCD Micro bevindt zich aan de linkerzijde van de beeldschermmodule (Afb. 1+2.1) boven de USB-poort. Voor het gebruik schuift u de geheugenkaart met de contacten naar voor in de gleuf tot ze met een zachte klik in elkaar sluiten. Bij een correcte installatie verschijnt boven op het LCD-beeldscherm een blauw geheugenkaartsymbool. Door de geheugenkaart opnieuw te drukken en los te laten wordt deze met een zachte klik weer vrijgegeven en kan uit de gleuf worden genomen. Hiermee zijn uw opnames transportabel. c) Indien u uw microscoop met de meegeleverde USB-kabel (Afb. 5.32) met een PC verbindt, kunt u de opnames op de PC overdragen. De USB-poort van de LCD Micro bevindt zich aan de linkerzijde van de beeldschermmodule (Afb. 1+2.1) onder de gleuf voor de geheugenkaart. Steek de kleinere B- stekker (Micro) in het contact aan de microscoop en de grotere A-stekker (PC) in een vrije USB-poort van uw computer (Afb. 5.32). Na een succesvolle USB- verbinding herkent het operating system een nieuwe hardware en twee nieuwe loopwerken worden aansluitend geïnitialiseerd. Deze worden “Wissel- informatiedrager e: en “Wisselinformatiedrager f:” genoemd, waarbij de letter afhankelijk van het aantal van loopwerken op uw computer kunnen variëren. Zij worden onder Mijn computer en in Windows Explorer ter beschikking gesteld. Het eerste herkende loopwerk (e:) is het interne geheugen van de beeldscherm- module. Het tweede (f:) bevat – voor zover er een geheugenkaart werd ingestoken – de inhoud van de kaart. Let op:
1. De waarschuwing „Access SD card error!“ nadat u de geheugenkaart heeft
verwijderd, kunt u gewoon wegklikken door op de „OK“-toets te drukken.
2. Als er zeer grote hoeveelheden data op uw geheugenkaart zijn opgeslagen,
kan het voorkomen, dat de microscoopmodule uiterst langzaam of helemaal niet op uw invoer reageert („crash“). Verwijder in zo’n geval de geheugenkaart, on- derbreek de stroomtoevoer naar de microscoop, wacht even en start dan op- nieuw op.
183. Wilt u erg grote hoeveelheden data ineens met DelFile / All wissen, dan wor-
den eventueel niet alle bestanden bij de eerste keer verwijderd. Herhaal dan de handeling, tot de geheugenkaart helemaal leeg is. Opgelet: Voor een foto- of filmopname mag er geen USB-verbinding tussen PC en microscoop bestaan. Vooraleer u de USB-verbinding onderbreekt of de beeldschermmodule uitschakelt, moet u op de PC met behulp van de hard- wareassistent de beeldschermmodule (wisselinformatiedrager e:) en het kaartenloopwerk (Wisselinformatiedrager f:) verwijderen ("deactiveren"). Indien de loopwerken niet worden gedeactiveerd kan een “crash” van de PC of zelfs gegevenverlies optreden! Opmerking: Als u uw microscoop met een geheugenkaart wilt gebruiken, raden wij het gebruik van een SD-geheugenkaart (Secure Digital) met 1 GB geheugen- capaciteit aan.
7. Verzorging en onderhoud
De microscoop is een optisch apparaat van hoge kwaliteit. U dient er daarom voor te zorgen dat stof of vochtigheid niet met uw microscoop in aanraking komen. Vermijd vingerafdrukken op alle optische oppervlaktes. Als er toch stof of vuil in uw microscoop of de hulpstukken geraakt is, moet u die allereerst met een zacht borsteltje verwijderen. Maak dan het vuile gebied met een zacht, pluisvrij doekje schoon. Ten einde vingerafdrukken van de optische oppervlaktes te verwijderen, is het het beste om een pluisvrij, zacht doekje met een beetje alcohol te gebruiken. Na gebruik moet de microscoop en de hulpstukken weer in hun eigen dozen bewaard worden. Denk eraan: Een goed onderhouden microscoop zal zijn optische kwaliteit jarenlang houden en zo zijn waarde behouden.
Fout Oplossing Geen beeld herkenbaar • Licht inschakelen
- LCD-beeldscherm inschakelen
- Scherpte opnieuw instellen „Crash“ van de beeldschermmodule (Opnames worden niet meer opgeslagen, geen reactie op invoer, uitzetten niet mogelijk) • evt. geheugenkaart verwijderen, netstekker verwijderen, even wachten en netstekker weer in- steken, tenslotte LCD-beeld- scherm weer inschakelen Geheugenkaart werkt niet (512 MB en hoger) • Geheugenkaart met minder capaciteit gebruiken
9. Technische gegevens
Systeemvereisten voor USB-verbinding / Gebruik van geheugenkaart: Windows Operating systeem Moederbord met USB-aansluiting Mediaprogramma (bijv. beeldverwerkingsprogramma, afspeelprogramma voor films Geheugenkaart Geheugenkaartlezer
10. EU-Conformiteitsverklaring
De garantieperiode bedraagt 2 jaar en gaat in op de dag van aankoop. Bewaar de kassabon goed, deze dient als bewijs. Gedurende de garantieperiode neemt de plaatselijke speciaalzaak defecte apparaten in reparatie en zal deze indien nodig naar de fabriek doorsturen. U krijgt dan gratis een nieuw of gerepareerd apparaat terug. Ook na afloop van de garantieperiode kunt u het defecte appa- raat ter reparatie aanbieden. Reparaties die u na afloop van de garantieperiode laat uitvoeren komen voor uw eigen rekening. Belangrijk: Zorg ervoor dat het apparaat zorgvuldig ingepakt in de originele verpakking ge- retourneerd wordt, om transportschade te voorkomen! Stuur de kassabon (of een kopie ervan) mee. Uw wettelijke rechten worden door deze garantie niet beperkt. Uw speciaalzaak: Naam: .......................................................................................... Postcode / Plaats:.......................................................................... Straat: .......................................................................................... Telefoon: ...................................................................................... Aankoopdatum: .............................................................................. Handtekening:................................................................................
SimpelGids