KG343E.9 - Zaag KRESS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KG343E.9 KRESS in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KG343E.9 KRESS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KG343E.9 - KRESS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KG343E.9 van het merk KRESS.
GEBRUIKSAANWIJZING KG343E.9 KRESS
De mini-kettingzaag is bedoeld voor het zagen van alleen hout en takken tot een diameter die overeenkomt met de lengte van het geleiderblad van de kettingzaag. De mini-kettingzaag moet worden gebruikt op grondniveau of vanaf een geschikt platform dat volledig stabiel en veilig is. De mini-kettingzaag is alleen bedoeld voor gebruik buitenshuis. De mini-kettingzaag is niet bedoeld voor enig ander gebruik. Het monteren van onderdelen op de mini-kettingzaag is alleen toegestaan voor originele of door de fabrikant goedgekeurde onderdelen (bijvoorbeeld kettinggeleiders of zaagkettin- gen) en voor geautoriseerde kettinggeleider/zaagkettingcombinaties zoals aangegeven in de handleiding. De gebruiker is verantwoordelijk voor eventuele ongevallen die het gevolg zijn van oneigenlijk gebruik of ongeoorloofde wijziging van de mini-kettingzaag.72
OORSPRONKELIJKE GEBRUI- KSAANWIJZING PRODUCTVEILIGHEID ALGEMENE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN VOOR VERMOGENSMACHINE WAARSCHUWING: Lees alle veiligheidswaarschuwingen, instructies, illustraties en specificaties die bij dit elektrisch gereedschap werden meegeleverd. Het niet opvolgen van alle onderstaande voorschriften kan tot een elektrische schok, brand en/of ernstig persoonlijk letsel leiden. Bewaar alle waarschuwingen en instructies voor latere naslag. De term “(elektrisch) gereedschap” in de waarschuwingen hieronder, verwijst naar uw op netspanning werkende gereedschap (met stroomdraad) of uw accugereedschap (draadloos).
a) Houd uw werkgebied schoon en zorg ervoor dat deze goed verlicht is. In rommelige en slecht verlichte werkgebieden gebeuren sneller ongelukken. b) Gebruik elektrisch gereedschap niet in explosieve atmosferen, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrisch gereedschap veroorzaakt vonken die de stof of de gassen kunnen doen ontvlammen. c) Houd kinderen en omstanders uit de buurt terwijl u met elektrisch gereedschap werkt. Aeidingen kunnen ervoor zorgen dat u de controle over het gereedschap verliest.
2) ELEKTRISCHE VEILIGHEID
a) De stekker van het elektrisch gereedschap moet passen in het stopcontact. Pas de stekker op geen enkele manier aan om te zorgen dat hij wel past. Gebruik geen adapterstekkers terwijl u geaard elektrisch gereedschap gebruikt. Onaangepaste stekkers die in het stopcontact passen, verminderen de kans op een elektrische schok. b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde of gegronde oppervlakken, zoals buizen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Als uw lichaam geaard of gegrond is, is er een grotere kans op een elektrische schok. c) Stel uw elektrische gereedschap niet bloot aan regen of natte omstandigheden. Water dat elektrisch gereedschap kan binnendringen, vergroot de kans op een elektrische schok. d) Gebruik de stroomdraad niet op een andere manier dan waarvoor deze gemaakt is. Trek niet aan de stroomdraad, ook niet om de stekker uit het stopcontact te krijgen en draag het gereedschap niet door het aan de stroomdraad vast te houden. Houd de stroomdraad uit de buurt van hitte, olie, scherpe hoeken en bewegende onderdelen. Beschadigde of verwarde stroomdraden vergroten de kans op een elektrische schok. e) Wanneer u het elektrische gereedschap buitenshuis gebruikt, dient u te zorgen voor een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis. Het gebruik van een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis, vermindert de kans op een elektrische schok. f) Moet een krachtmachine in een vochtige locatie worden gebruikt, gebruik dan een aardlekschakelaar (ALS). Een ALS vermindert het gevaar op elektrische schokken.
3) PERSOONLIJKE VEILIGHEID
a) Blijf alert, kijk waar u mee bezig bent en gebruik uw gezonde verstand wanneer u met elektrisch gereedschap werkt. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder de invloed van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van elektrisch gereedschap kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. b) Gebruik een veiligheidsuitrusting. Draag altijd oogbescherming. Een veiligheidsuitrusting, zoals een stofmasker, schoenen met antislipzolen, een veiligheidshelm, of oorbescherming die onder de juiste omstandigheden gebruikt wordt, vermindert de kans op persoonlijk letsel. c) Pas op dat het apparaat niet onbedoeld wordt gestart. Zorg ervoor dat de schakelaar uit staat voordat u de voeding en/of batterij aansluit, en als u de machine oppakt en draagt. Gereedschap dragen terwijl u uw vinger op de schakelaar houdt, of de stekker in het stopcontact steken terwijl het gereedschap ingeschakeld staat, is vragen om ongelukken. d) Verwijder inbussleutels of moersleutels voordat u het gereedschap inschakelt. Een sleutel die nog in of op een draaiend onderdeel van het elektrische gereedschap zit, kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. e) Werk niet boven uw macht. Zorg er altijd voor dat u stevig staat en goed in balans bent. Hierdoor heft u betere controle over het gereedschap in onverwachte situaties. f) Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw haar en kleding uit de buurt van bewegende onderdelen. Loszittende kleding, sieraden of lang haar kan vast komen te zitten in bewegende onderdelen. g) Wanneer er apparaten worden bijgeleverd voor stofafzuiging en –opvang, zorg er dan voor dat deze aangesloten zijn en op de juiste manier gebruikt worden. Het gebruik van deze apparaten vermindert de gevaren die door stof kunnen ontstaan. h) Als u gereedschap veelvuldig gebruikt, dan kan dit leiden tot het negeren van73
de veiligheidsprincipes, probeer dit te vermijden. Een achteloze actie kan binnen een fractie van een seconde leiden tot ernstig letsel.
4) GEBRUIK EN ONDERHOUD VAN
ELEKTRISCH GEREEDSCHAP a) Forceer het gereedschap niet. Gebruik gereedschap dat voor de toepassing geschikt is. Het gebruik van geschikt gereedschap levert beter werk af en werkt veiliger als het gebruikt wordt op de snelheid waar het voor ontworpen is. b) Gebruik het gereedschap niet wanneer de aan/uitschakelaar niet functioneert. Gereedschap dat niet kan worden bediend met behulp van de schakelaar is gevaarlijk en dient te worden gerepareerd. c) Haal de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de accu, indien deze kan worden verwijderd, uit het gereedschap voordat u instellingen veranderd, toebehoren vervangt of de machine opbergt. Deze preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen de kans op het ongewild inschakelen van het gereedschap. d) Berg gereedschap dat niet gebruikt wordt buiten het bereik van kinderen op en laat personen die niet bekend zijn met het gereedschap of met deze veiligheidsinstructies het gereedschap niet bedienen. Elektrisch gereedschap kan in de handen van ongetrainde gebruikers gevaarlijk zijn. e) Onderhouden van het gereedschap en accessoires. Controleer of bewegende onderdelen nog goed uitgelijnd staan, of ze niet ergens vastzitten en controleer op elke andere omstandigheid die ervoor kan zorgen dat het gereedschap niet goed functioneert. Wanneer het gereedschap beschadigd is, dient u het te repareren voordat u het in gebruik neemt. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektrisch gereedschap. f) Houd snijdend gereedschap schoon en scherp. Goed onderhouden snijdend gereedschap met scherpe zaagbladen/messen zal minder snel vastlopen en is makkelijker te bedienen. g) Gebruik het gereedschap, de accessoires, de bitjes, enz. in overeenstemming met deze instructies en op de manier zoals bedoeld voor het specifieke type elektrisch gereedschap, rekening houdend met de werkomstandigheden en het uit te voeren werk. Het gereedschap gebruiken voor andere doeleinden dan waar deze voor ontworpen is, kan gevaarlijke situaties opleveren. h) Houd de handgrepen en grijpoppervlakten droog, schoon en vrij van olie en smeermiddel. Glibberige handgrepen en grijpoppervlakken laten geen veilige hantering toe, en zorgen ervoor dat u geen controle hebt over het gereedschap in onverwachte omstandigheden.
5) GEBRUIK EN ONDERHOUD VAN
ACCUGEREEDSCHAP a) Laad het accupack alleen op met de door de fabrikant aangegeven oplader. Een oplader die geschikt is voor het ene type accupack, kan brand veroorzaken wanneer die gebruikt wordt voor een ander type accupack. b) Gebruik het gereedschap uitsluitend met het aangegeven accupack. Door het gebruik van andere accupacks ontstaat de kans op letsel of brand. c) Wanneer het accupack niet gebruikt wordt, dient u het uit de buurt te houden van metalen voorwerpen, zoals paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding kunnen maken tussen de contactpunten van de terminal. Het kortsluiten van de accuterminals kan zorgen voor brandwonden of brand. d) Onder extreme omstandigheden kan er vloeistof uit de accu lopen; raak deze vloeistof niet aan. Wanneer u toch onverhoopt met de vloeistof in aanraking komt, dient u dit onmiddellijk af te spoelen met water. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, dient u zo snel mogelijk een arts te raadplegen. Vloeistof die afkomstig is uit de accu kan irritatie of brandwonden veroorzaken. e) Gebruik geen accu of gereedschap dat beschadigd of aangepast is. Beschadigde of aangepaste accu’s kunnen onvoorspelbaar reageren, wat kan leiden tot brand, explosie of het veroorzaken van letsel. f) Stel een accu of gereedschap niet bloot aan vuur of extreme temperatuur. Blootstelling aan brand of een temperatuur boven 130°C kan explosie veroorzaken. g) Volg alle instructies en laad de accu of het gereedschap niet op buiten het temperatuurbereik dat vermeld is in de handleiding. Onjuist opladen of opladen bij temperaturen buiten het aangegeven bereik kan de accu beschadigen en het risico op brand vergroten.
a) Laat uw elektrisch gereedschap repareren door een bevoegde reparateur die alleen originele reserveonderdelen gebruikt.
bent u er zeker van dat uw gereedschap veilig blijft. b) Repareer nooit beschadigde accu’s. Reparatie van accu’s mag alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of geautoriseerde onderhoudstechnici.
1) Veiligheidsvoorschriften voor kettingzagen
a) Houd bij een lopende zaag alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting. Controleer voor het starten van de zaag dat de zaagketting niets aanraakt. Bij werkzaamheden met een kettingzaag kan een moment van74
onoplettendheid ertoe leiden dat kleding of lichaamsdelen door de zaagketting worden meegenomen. b) Houd het gereedschap alleen aan de geïsoleerde handgrepen vast, omdat de kettingzaag in aanraking kan komen met verborgen bedrading. Als de zaagketting een onder stroom staande draad aanraakt, zorgt dit er voor dat niet-geïsoleerde delen van het gereedschap ook onder stroom komen, waardoor de gebruiker een elektrische schok kan krijgen. c) Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming. Overige beschermende uitrusting voor hoofd, handen, benen en voeten wordt geadviseerd. Passende beschermende kleding vermindert het verwondingsgevaar door rondvliegend spaanmateriaal en toevallig aanraken van de zaagketting. d) Bedien een kettingzaag niet in een boom, op een ladder, vanaf een dak of een onstabiele constructie. Bij gebruik van een kettingzaag op een boom bestaat verwondingsgevaar. e) Let er altijd op dat u stevig staat en gebruik de kettingzaag alleen als u op een stevige en vlakke ondergrond staat. Een gladde of instabiele ondergrond kan, in het bijzonder bij het gebruik van een ladder, tot het verlies van de controle over uw evenwicht en de kettingzaag leiden. f) Houd er bij het afzagen van een onder spanning staande tak rekening mee dat deze terugveert. Als de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de gespannen tak de bediener raken, of kan deze de bediener de controle over de kettingzaag doen verliezen. g) Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen van laag houtgewas en jonge bomen. Het dunne materiaal kan in de zaagketting blijven hangen en op u slaan of u uit het evenwicht brengen. h) Draag de kettingzaag aan de voorste handgreep met stilstaande zaagketting en naar achteren wijzende geleidingsrail. Breng altijd de veiligheidsafscherming aan voordat u de kettingzaag vervoert of opbergt. Een zorgvuldige omgang met de kettingzaag vermindert de kans op per ongeluk aanraken van de lopende zaagketting.
i) Volg de aanwijzingen voor het smeren,
de kettingspanning en het wisselen van toebehoren op. Een onjuist gespannen of gesmeerde ketting kan breken of het terugslagrisico verhogen. j) Zaag alleen hout. Gebruik de kettingzaag alleen voor werkzaamheden waarvoor deze bestemd is. Voorbeeld: Gebruik de kettingzaag niet voor het zagen van plastic, metselwerk of bouwmaterialen die niet van hout zijn. Het gebruik van de kettingzaag voor werkzaamheden waarvoor deze niet bestemd is, kan tot gevaarlijke situaties leiden. k) Deze kettingzaag is niet bedoeld om bomen te vellen. Het gebruik van de kettingzaag voor andere dan de beoogde werkzaamheden kan leiden tot ernstig letsel bij de gebruiker of omstanders. l) Volg alle instructies op bij het verwijderen van vastgelopen materiaal, het opslaan of onderhouden van de kettingzaag. Zorg ervoor dat de schakelaar is uitgeschakeld en de accupack is verwijderd. Onverwachte bediening van de kettingzaag tijdens het verwijderen van vastgelopen materiaal of onderhoud kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. m) Er wordt aanbevolen dat de eerste gebruiker minimaal moet oefenen met het zagen van boomstammen op een zaagbok of -houder. n) Het wordt aanbevolen om het slijpen en het onderhoud van de zaagketting te laten uitvoeren door geautoriseerde servicecentra.
2) Oorzaken en voorkoming van een terugslag:
Terugslag kan optreden als de punt van de geleidingsrail een voorwerp raakt of als het hout buigt en de zaagketting in de groef wordt vastgeklemd. Een aanraking met de punt van de geleidingsrail kan in veel gevallen tot een onverwachte en naar achteren gerichte actie leiden, waarbij de geleidingsrail omhoog en in de richting van de bediener wordt geslagen. Het vastklemmen van de zaagketting aan de bovenkant van de geleidingsrail kan de geleidingrail snel in de richting van de bediener terugstoten. Elk van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en u zich mogelijk ernstig verwondt. Vertrouw niet uitsluitend op de in de kettingzaag ingebouwde veiligheidsvoorzieningen. Als gebruiker van een kettingzaag dient u verschillende maatregelen te treffen om zonder ongevallen en zonder verwondingen te kunnen werken. Een terugslag is het gevolg van het verkeerd gebruik of onjuiste gebruiksomstandigheden van het elektrische gereedschap. Terugslag kan worden voorkomen door geschikte voorzorgsmaatregelen, zoals hieronder beschreven: a) Houd de zaag, waarbij duim en vinger de grepen van de kettingzaag omsluiten. Neem een zodanige lichaamshouding in en houd uw armen in een zodanige positie, dat u stand kunt houden ten opzichte van de terugslagkrachten. Als geschikte maatregelen worden getroffen, kan de bediener de terugslagkrachten beheersen. Laat de kettingzaag nooit los. b) Voorkom een abnormale lichaamshouding en zaag niet boven schouderhoogte. Daardoor wordt per ongeluk aanraken met punt van de kettinggeleider voorkomen en kan75
de kettingzaag in onverwachte situaties beter onder controle worden gehouden. c) Gebruik altijd de door de fabrikant voorgeschreven vervangende kettinggeleiders en zaagkettingen. Verkeerde vervangende kettinggeleiders en zaagkettingen kunnen tot kettingbreuk en terugslag leiden. d) Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant voor het slijpen en het onderhoud van de zaagketting. Te lage dieptebegrenzers verhogen de neiging tot terugslag. Restrisico’s Zelfs als het apparaat zoals beoogd wordt gebruikt, is er altijd een restrisico dat niet kan worden vermeden. Afhankelijk van het type en bouw van het apparaat kunnen de volgende mogelijke gevaren voorkomen: - Contact met zaagtanden van de kettingzaag (snijgevaar) - Contact met de roterende zaagketting (snijgevaar) - Onvoorziene, abrupte beweging van de geleidestang (snijgevaar) - Rondvliegende stukjes van kettingzaag (snij-, prikgevaar) - Rondvliegende stukjes van werkstuk - Contact tussen huid en olie - Gehoorverlies, als tijdens het werk geen gehoorbescherming wordt gedragen VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
a) Batterijcellen en accupacks mogen niet gedemonteerd, geopend of vernietigd worden. b) Sluit accupacks niet kort. Bewaar accupacks niet willekeurig in een doos of lade waar ze elkaar kunnen kortsluiten of door geleidende voorwerpen kortgesloten kunnen worden. Houd het accupack op een afstand van andere metalen voorwerpen als paperclips, muntstukken, sleutels, nagels, schroeven en andere kleine metalen voorwerpen die de contacten van de accupack kunnen verbinden. Kortgesloten contacten van accupacks kunnen brandwonden of brand veroorzaken. c) Stel accupacks niet bloot aan warmte of vuur. Vermijd opslag in direct zonlicht. d) Stel accupacks niet bloot aan mechanische schokken. e) Als een accu lekt dient men voorzichtig te zijn dat de vloeistof niet in contact komt met de huid of de ogen. Als dat toch gebeurt spoelt men de huid onder stromend water en raadpleegt men een arts. f) Houd batterijcellen en accupacks schoon en droog. g) Veeg de aansluitingen van het accupack schoon met een droge doek als ze vuil zijn geworden. h) Accupacks moeten voor gebruik worden opgeladen. Lees de gebruiksaanwijzing voor de juiste laadinstructies.
i) Laat accupacks niet langdurig opladen als
ze niet worden gebruikt. j) Na een lange opslagperiode kan het nodig zijn het accupack enkele keren op te laden en te ontladen voor een optimale prestatie. k) Laad alleen op met een lader met de technische gegevens van Kress. Gebruik geen andere lader dan de lader die specifiek voor dat doel met de apparatuur is meegeleverd. l) Gebruikt geen accupack dat niet bedoeld is voor gebruik met deze apparatuur. m) Houd accupacks buiten het bereik van kinderen. n) Bewaar de oorspronkelijke instructies van het product voor latere gebruik. o) Verwijder het batterijpakket uit de apparatuur als het niet in gebruik is. p) Volg de juiste procedure voor afvalverwijdering na afdanken van dit apparaat. q) Gebruik geen cellen van verschillende fabrikanten, capaciteit, afmetingen of typen binnen een apparaat. r) Houd de accu uit de buurt van microgolven en hoge druk. INSTRUCTIES / RICHTLIJNEN VOOR GEBRUIK Instructies voor toepassing van de juiste techniek van snoeien en doorzagen
1. Takken van de gevelde boom afzagen
Na het vellen zaagt u de takken van de gevelde boom. Laat grote, naar beneden gerichte takken eerst nog staan wanneer u takken van de gevelde boom afzaagt. Verwijder kleine takken in een enkele zaagebeweging, zoals wordt getoond op Afbeelding 1. Zaag onder spanning staande takken van onderen naar boven om vastklemmen van de zaag te voorkomen.
2/3 1/3 Afbeelding 1
2. Boomstam in stukken zagen
Vervolgens zaagt u de gevelde boom in stukken. Zorg ervoor dat u stevig staat en verdeel uw lichaamsgewicht gelijkmatig over beide voeten wanneer u de gevelde boomstam in stukken zaagt.76
Leg indien mogelijk takken, balken of spieën onder de stam om deze te steunen. Houdt u aan de aanwijzingen om gemakkelijk te zagen.Als de stam over de gehele lengte wordt ondersteund, zoals getoond wordt in Afbeelding 2, wordt vanaf de bovenkant gezaagd (overbuck), zorg dat u niet in de aarde zaagt aangezien dit de scherpte van de ketting zal verminderen.
WYZX 2˝ 2˝11122/311/312 2/3 1/3 Afbeelding 2Als het werkstuk aan één zijde wordt ondersteund, zoals is aangegeven in Figuur 3, zaag dan 1/3 van de diameter in aan één zijde (schraag) (1). Zaag dan vanaf de andere zijde (2) in om bij de eerste zaagsnede te komen.
1/3 122/31/3 Afbeelding 3Als de stam aan beide zijden wordt ondersteund, zoals getoond wordt op Afbeelding 4, maak dan een inkeping tot 1/3 van de diameter van de bovenzijde (overbuck) (1). Maak dan de volgende inkeping (2) door vanaf de onderzijde in te zagen tot 2/3 deel om de eerste inkeping te raken.
2/3 1/3 Afbeelding 4Als u op een helling zaagt, sta dan altijd aan de bovenzijde van de stam, zoas getoond wordt op Afbeelding 5. Verminder de aandrukkracht wanneer de stam bijna is doorgezaagd en blijf de handgrepen van de kettingzaag stevig vasthouden, zodat u tijdens het moment van doorzagen de controle over de machine behoudt. Let erop dat de zaagketting de grond niet raakt. Wacht na het doorzagen tot de zaagketting tot stilstand is gekomen, voordat u de kettingzaag verwijdert. Schakel de motor van de kettingzaag altijd uit voordat u naar een andere boom gaat. 322WYZX
2/3 1/3 Afbeelding 5 SYMBOLEN Lees de gebruikershandleiding om het risico op letsels te beperkenDraag oorbeschermingDraag een veiligheidsbrilsDraag een stofmaskerPas op voor terugslag van de kettingzaag en vermijd contact met de punt van het zaagblad.Niet blootstellen aan regen of waterDraag beschermende handschoenen.77
Niet verbranden Accu’s kunnen in de waterkringloop terechtkomen als ze op onjuiste wijze worden weggegooid, wat gevaarlijk kan zijn voor het ecosysteem. Gooi afgedankte accu’s niet weg bij het ongesorteerde huishoudelijke afval. Afgedankte elektrische producten mogen niet bij het normale huisafval terechtkomen. Breng deze producten waar mogelijk naar een recyclecentrum bij u in de buurt. Vraag de verkoper of de gemeente informatie en advies over het recyclen van elektrische apparatuur. Li-Ion-accu Dit product is uitgerust met een symbool dat ‘gescheiden inzameling’ aanduidt voor alle accu’s. Ze worden dan gerecycled of gedemonteerd om de impact op het milieu te verminderen. Accu’s kunnen gevaarlijk zijn voor het milieu en de menselijke gezondheid, omdat ze gevaarlijke stoffen bevatten. Vergrendelen Ontgrendelen ONDERDELENLIJST
- Niet alle afgebeelde of beschreven toebehoren worden standaard meegeleverd. TECHNISCHE GEGEVENS Type KG343E KG343E.X (3 - aanduiding van de machine, representatief van accu-aangedreven snoeizaag) KG343E KG343E.X *** Spanning 20 V Max.** Zwaardlengte 12 cm Kettingsnelheid 10 m/s Kettingmaat 7.6 mm Aantal kettingschakels 28 Kettingmeting 1.1 mm Type adaptieve ketting KA2632 Type adaptieve stang KA2612 Gewicht (inclusief ketting en zwaard) (Kaal gereedschap)
** Voltage gemeten zonder belasting. De initiële accuspanning bereikt maximaal 20 volt. De nominale spanning bedraagt 18 volt. ***X = 1-999, A-Z, M1-M9 zijn alleen voor verschillende klanten, er zijn geen veiligheidsgerelateerde wijzigingen tussen deze modellen. JAVASOLT
Categorie Modellen Hoedanigheid 20V Accupack KAB02 2.0 Ah 20V Lader KAC02 2.0 A We raden u aan om accessoires te kopen in de winkel waar het gereedschap wordt verkocht. Zie het accessoirepakket voor meer informatie. Winkelpersoneel kan u helpen en adviseren.78
Onzekerheid K = 1.5 m/s² De totale waarde van trillingen en geluidsemissie werden gemeten volgens een standaard testmethode en kunnen worden gebruikt om gereedschappen te vergelijken. De totale waarde van trillingen en geluidsemissie kunnen ook voor een voorlopige beoordeling van de blootstelling worden gebruikt. WAARSCHUWING: Trillingen en geluidsemissie die tijdens het gebruik van het gereedschap optreden, kunnen verschillen van de opgegeven waarde, dit is afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het werkstuk dat wordt bewerkt, afhankelijk van de volgende voorbeelden en andere variaties in de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt: Hoe de machine gebruikt wordt en hoe het materiaal gesneden of geboord wordt. De conditie en de onderhoudstoestand van de machine. Gebruik van de juiste toebehoren. Zorg ervoor dat ze scherp zijn en in goede conditie. Hoe stevig de handgreep wordt vastgehouden en of er anti-trilling en -geluidsaccessoires worden gebruikt. De machine moet gebruik worden zoals door de ontwerper bedoeld is en in overeenstemming met deze instructies. Deze machine kan een trillingssyndroom in hand en arm veroorzaken als hij niet op de juiste wijze gehanteerd wordt. WAARSCHUWING: Voor de nauwkeurigheid moet bij een schatting van het blootstellingsniveau in de feitelijke gebruiksomstandigheden rekening worden gehouden met alle delen van de bewerking, zoals het moment dat de machine wordt uitgeschakeld en de tijden waarop de machine loopt zonder daadwerkelijk gebruikt te worden. Dit kan het blootstellingsniveau over de totale werkperiode aanzienlijk verminderen. Het risico op blootstelling aan trillingen en geluid verminderen. Gebruik ALTIJD scherpe beitels, boren en zaagbladen. Onderhoud de machine volgens deze instructies en houd hem goed gesmeerd (voor zover van toepassing). Als het gereedschap regelmatig wordt gebruikt, investeer dan in anti-trilling en -geluidsaccessoires. Plan de werkzaamheden zodat de taken met veel trillingen over een aantal dagen verspreid worden. MONTAGE WAARSCHUWING! Installeer het accupack niet, voordat dit geheel in elkaar gezet is. Draag altijd werkhandschoenen bij de omgang met de zaagketting.
1. Pak alle delen voorzichtig uit. Verwijder de
kettingbeschermkap door de kettingspanknop tegen de wijzers van de knop in te draaien. (Zie afb. A1)
2. Plaats de kettingzaag op een vlak oppervlak.
3. Gebruik alleen originele Kress-kettingen of
die geschikt zijn voor de geleidebalk.
4. Leg de zaagketting in de rondlopende sleuf
van het zwaard. Zorg dat de ketting in de juiste richting draait door deze te vergelijken met het pictogram op de geleidebalk of raadpleeg het symbool Richting ketting dat u op de zaag kunt vinden. Controleer of de vanger van de kettingspanner naar buiten gericht is. (Zie afb. A2)
5. Plaats de ketting op het aandrijftandwiel, zodat
de bout van de bevestigingsstang en de twee lipje voor het positioneren van de stang op het stootkussen passen in de spiebaan van de opening op de geleidestang. (Zie afb. B1, B2)
6. Controleer of alle delen goed geplaatst
zijn. Zorg dat de aandrijftanden goed in het aandrijfwiel zitten (Zie afb. C1), vermijd knikken zoals op Afb. C2. Als er een knik is, neem de ketting van de geleidebalk net voor de knik en trek de knik uit. OPMERKING: De ketting moet vrij kunnen draaien en vrij zijn van knikken.
7. Bevestig de Kettingafdekking. Kantel het
zaagblad naar voren waar de punt van het zaagblad verticaal naar beneden wordt geduwd. Dit zal speling van de ketting te verwijderen. De juiste kettingspanning is bereikt, als de ketting kan worden verhoogd over ca. een halve schakellengte vanaf de geleidingsstang in het midden. Daartoe moet moet de ketting met één hand tegen het gewicht van de machine in opgetild worden. En draai de kettingafscherming aan door de knop om de ketting aan te spannen naar rechts te draaien79
totdat deze vastzit. (Zie afb. D) OPMERKING: De ketting is goed aangespannen als hij van de geleidingsstang kan worden opgetild en als de schakel zich in het spoor van de geleidingsstang bevindt. (Zie afb. E) OPMERKING: De ketting zal uitrekken door gebruik en onvoldoende zijn aangespannen. Als de ketting komt los te zitten, maak de knop om de ketting aan te spannen los of draai de knop drie keer naar links, span vervolgens de knop opnieuw aan om de kettingspanning te herstellen door stap
1 - 7 hierboven te herhalen.
OPMERKING: Nieuwe zaagkettingen zullen uitrekken. Controleer regelmatig de kettingspanning bij het eerste gebruik en draai bij de ketting aan wanneer deze los rond het zaagblad komt te zitten. KETTINGSMERING (Zie afb. F1, F2) BELANGRIJK: De kettingzaag wordt niet met zaagkettinghechtolie gevuld geleverd. Het is belangrijk om de kettingzaag voor gebruik met olie te vullen. Het gebruik van de kettingzaag zonder zaagkettinghechtolie of bij een oliepeil onder de minimummarkering leidt tot beschadiging van de kettingzaag. OPMERKING: De levensduur en de snijcapaciteit van de ketting hangt af van de optimale smering. Daarom wordt tijdens het gebruik de zaagketting automatisch met zaagkettinghechtolie gesmeerd. Olietank vullen: WAARSCHUWING: Het accupack verwijderen vóórdat de brandstoftank gevuld wordt.
1. Plaats de kettingzaag met de olietankdop naar
boven op een geschikte ondergrond.
2. Maak met een doek de omgeving van de
olietankdop schoon, schroef de dop los en verwijder deze.
3. Giet er kettingzaagolie in tot het reservoir vol is.
4. Let erop dat er geen vuil in de olietank
terechtkomt, plaats opnieuw de oliedop en span deze rechtsom aan. BELANGRIJK: Om uitwisseling van lucht tussen olietank en omgeving mogelijk te maken, zijn er kleine openingen in de olietankdop. Zet de zaag, wanneer u deze niet gebruikt, altijd horizontaal neer, om uitlopen van olie te voorkomen. Het is belangrijk gebruik staven en kettingsmeermiddel (niet verstrekt) die het is geformuleerd om te functioneren in een breed temperatuurbereik zonder verdunning. ag hebt gekocht of in uw plaatselijke winkel voor bouwmaterialen Gebruik geen vuile oliën die worden gebruikt of anderszins verontreinigd olie. Er kan schade ontstaan aan een staven of ketting. Bij gebruik van niet-toegelaten olie vervalt de garantie. Niet inslikken. Indien ingeslikt, onmiddellijk een arts raadplegen. Uit het bereik van kinderen bewaren. Uit de buurt van hitte of een open vlam bewaren. De automatische oliespuit controleren VOORZICHTIG: De snijranden van de zaagketting zijn scherp. Gebruik handschoenen. Na het bijvullen van smeerolie, met de kettingzaag naar beneden gericht, tilt u de kettingbeschermer handmatig omhoog tot de maximale hoek om de kettingzaag te smeren. (Zie Afb.F2) De smeerinrichting zal automatisch werken met de Kettingafdekking omhoog wanneer u het hout zaagt. De goede werking van de automatische oliespuit kan worden gecontroleerd door de kettingzaag in te schakelen en de punt van de kettinggeleider naar een stuk karton of papier op de grond te richten. Als een toenemend oliepatroon ontwikkelt op het karton, werkt de automatische oliespuit goed. Als er geen oliepatroon is, ondanks een vol oliereservoir, moet u contact opnemen met de klantendienst van Kress of met een door Kress erkende onderhoudsagent. VOORZICHTIG: raak de grond niet met de ketting. Zorg voor een veiligheidsafstand van 40 cm. BEDIENING
1. VOORDAT U HET DRAADLOOS
GEREEDSCHAP GEBRUIKT WAARSCHUWING! De oplader en het accupack zijn ontworpen om samen gebruikt te worden, probeer dus geen andere apparaten te gebruiken. Zorg ervoor dat er nooit metalen objecten in de oplader of de contactpunten van het accupack komen, dit kan zorgen voor een elektrische schok en is gevaarlijk. OPMERKING: Het accupack is NIET opgeladen. Deze moet u dus voor gebruik opladen. De bijgeleverde batterijlader past bij de Lithium- ionbatterij die in het apparaat is geplaatst. Gebruik geen andere batterijlader. (1) DE BATTERIJEN OPLADEN (Zie afb. G1, G2) De Lithium-ionbatterij is beschermd tegen volledig ontladen. Als de batterij leeg is, wordt het toestel uitgeschakeld door een beschermingscircuit. In een warme omgeving, of na zwaar gebruik, kan het batterijpak te heet worden om te kunnen opladen. Laat de batterij enige tijd afkoelen voor het heropladen.
(2) HET ACCUPACK VERWIJDEREN OF
PLAATSEN (Zie afb. H) Druk de ontgrendelknop van het accupack in om de twee accupacks uit uw gereedschap te kunnen halen. Doe na het opladen de accupack in de accuruimtes. U hoeft alleen maar licht te duwen en wat druk uit te oefenen tot een klik hoorbaar is. Controleer om te zien of de batterij volledig is80
vastgemaakt. OPMERKING: Verwijdert u het batterijpakket, houd het dan stevig vast zodat het niet valt en letsel veroorzaakt.
(3) VASTHOUDEN EN BEDIENEN VAN DE
SNOEIZAAG (Zie afb. I) Kreupelhoutsnoeier met één hand op het deel van de bedieningshandgreep zo vasthouden dat de duim om de bedieningshandgreep valt.
2. IN- EN UITSCHAKELEN (Zie afb. J)
ATTENTIE: Controleer het accupack voordat u uw draadloze gereedschap gaat gebruiken. Gebruik alleen het accupack dat in het hoofdstuk Accessoires figureert. Als u de machine wilt inschakelen, drukt u op de inschakelblokkering, vervolgens drukt u de aan/ uitschakelaar helemaal in en houdt u de schakelaar in deze stand vast. De inschakelblokkering kunt u nu loslaten. Als u de machine wilt uitschakelen, laat u de aan/ uit-schakelaar los.
BELANGRIJK: Controleer de kettingspanning tijdens het zagen elke 10 minuten. (1) Installeer de batterijdoos in de machine. (2) Controleer of het deel van de boomstam niet op de grond ligt. Dit verhindert dat de ketting de grond raakt wanneer door de stam wordt gezaagd. Als de grond wordt geraakt terwijl de ketting beweegt, kan dit gevaar opleveren en wordt de ketting bot. (3) Wanneer u klaar bent om te zagen, duwt u de ontgrendelingsknop volledig naar binnen met de rechterduim en drukt u de starter samen. Hierdoor wordt de zaag ingeschakeld. Als u de starter loslaat, wordt de zaag uitgeschakeld. Controleer of de zaag op volle snelheid werkt voordat u het zagen start. (4) Wanneer u begint te zagen, plaatst u de bewegende ketting langzaam tegen het hout. Het hout moet zo dicht mogelijk bij de zaag zijn. Houd de zaag stevig op zijn plaats om mogelijk stuiteren of glijden (zijdelingse beweging) van de zaag te voorkomen. (5) Geleid de zaag met lichte druk en oefen geen overmatige kracht uit op de zaag, laat de zaag het werk doen. De motor wordt overbelast en kan doorbranden. Hierdoor doet de zaag zijn werk beter en veiliger aan de snelheid waarvoor deze was bedoeld. (6) Verwijder de zaag uit een inkeping terwijl de zaag op volle snelheid werkt. Stop de zaag door de aan/uit-schakelaar los te laten. Controleer of de zaag is gestopt voordat u de zaag neerzet. (7) Blijf op een veilige plaats oefenen, totdat u vertrouwd bentmet de zaag, gebruik een vloeiende beweging en een constante zaagsnelheid. Apparaten voor de terugslagveiligheid op deze zaag Deze zaag heeft een ketting met een lage terugslag en een kettinggeleider met verminderde terugslag. Beide items verminderen de kans op terugslag. Er kan echter nog steeds wat terugslag optreden met deze zaag. Ter voorkoming van zaagterugslag.
- Zorg ervoor dat alle veiligheidsvoorzieningen aanwezig zijn. Zorg ervoor dat ze goed functioneren.
- Zorg dat u niet te ver reikt of zaagt boven schouderhoogte.
- Zorg er altijd voor dat u stevig staat en goed in balans bent.
- Sta een weinig aan de linkerzijde van de zaag. Hierdoor is uw lichaam niet in een directe lijn ten opzichte van de ketting.
- Pas op dat de punt van het zwaard nergens mee in aanraking komt terwijl de ketting in beweging is.
- Probeer niet twee blokken tegelijk door te zagen. Zaag een blok tegelijk.
- Probeer niet de punt van het zwaard in het hout te begraven (boren in houtmet de punt van de zaag).
- Wees bedacht op bewegende takken of andere krachten die de zaagsnede kunnen dichtknijpen of met de ketting in aanraking kunnen komen.
- Ga zeer voorzichtig te werk wanneer u verder gaat zagen in een eerder gemaakte zaagsnede.
- Gebruik alleen de ketting en de kettinggeleider met lage terugslag die bij deze kettingzaag zijn geleverd.
- Werk nooit met een losse, verslapte of sterk versleten zaagketting. Let op de juiste kettingspanning. De zaag veilig gebruiken
1. Gebruik de kettingzaag alleen met een veilig
2. Houd de kettingzaag aan de rechterkant van uw
lichaam. (Zie afb. K)
3. De ketting moet op volle snelheid lopen voordat
het met het hout in contact mag komen.
4. Gebruik de bumperpunten om de zaag op het
hout te beveiligen voordat u begint te zagen.
5. Gebruik de bumperpunten als hefboom tijdens
het zagen. (Zie afb. L)
6. Bedien de kettingzaag niet met volledig
gestrekte armen, probeer geen gebieden te zagen die moeilijk te bereiken zijn of ga niet op een ladder staan tijdens het zagen (Zie afb. M). Gebruik nooit de motorzaag nooit boven schouderhoogte. Zagen van hout onder spanning (Zie afb. N) WAARSCHUWING: Houd er bij het afzagen van een onder spanning staande tak rekening mee dat deze terugveert. Als de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de gespannen tak de bediener raken, of kan deze de81
bediener de controle over de kettingzaag doen verliezen. Wanneer hout aan beide zijden wordt ondersteund, eerst van boven (Y) een derde gedeelte van de diameter (overbuck) door de stam zagen en vervolgens van onderen (Z) op dezelfde plaats de stam doorzagen om splinteren en vastklemmen van de zaag te voorkomen. Voorkom daarbij contact van de zaagketting met de grond. Wanneer hout slechts aan één zijde wordt ondersteund, eerst van onderen (Y) een derde van de diameter (schraag) naar boven zagen en vervolgens op dezelfde plaats van boven (Z) de stam doorzagen om splinteren en vastklemmen van de zaag te voorkomen.
VEEG GELEKTE OLIE NADERHAND WEG
Til de kettingbeschermer 3 tot 5 maal omhoog naar de maximale stand. (Zie Afb.F2) OPMERKING: De olie-afvoer mag niet in de richting van mensen wijzen. De ketting en zaagblad dienen naar beneden te wijzen. ZAAG ONDERHOUD Let op de onderhoudsinstructies in deze handleiding. De kans op terugslag wordt verminderd door de zaag en de ketting en het zwaard goed schoon te maken en te onderhouden. Inspecteer en onderhoud de zaag steeds na gebruik. Hiermee verhoogt u de levensduur van de kettingzaag. OPMERKING: Zelfs als de zaag goed geslepen wordt, kan de kans op terugslag met het slijpen groter worden.
1. Verwijder de batterij uit de zaag
- Als hij niet in gebruik is
- Voordat u van de ene plaats naar de andere gaat
- Voordat U accessoires of hulpstukken verwisselt, zoals de Zaagketting of het Zaagblad.
2. Inspecteer de zaag voor en na gebruik.
Controleer de zaag nauwkeurig als de beschermkap of een ander onderdeel is beschadigd. Controleer op schade die de veiligheid van de gebruikers of e werking van de zaag kan beïnvloeden. Controleer de uitlijning of verbinding van bewegende delen. Controleer op gebroken of beschadigde onderdelen. Gebruik de kettingzaag niet als de schade de veiligheid of werking beïnvloedt. Laat schade herstellen door een erkend onderhoudscentrum.
3. Onderhoud de kettingzaag met zorg.
- Stel de zaag nooit bloot aan regen.
- Houd de ketting scherp, schoon en gesmeerd voor een betere en veilige prestatie.
- Volg de stappen in deze handleiding om de ketting te smeren.
- Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vet.
- Zorg ervoor dat alle schroeven en moeren vastzitten.
4. Laat uw elektrisch gereedschap repareren door
een bevoegde reparateur die alleen originele reserveonderdelen gebruikt.
5. Berg de kettingzaag altijd op wanneer u deze
- Op een hoge, afgesloten plaats, buiten bereik van kinderen
- Met afscherming voor staaf en ketting gemonteerd Onderhoud van de geleider Voor een maximale levensduur van de geleider is het volgende onderhoud aanbevolen. De geleiderrails die de ketting dragen moeten worden schoongemaakt voordat u het gereedschap opbergt of als de geleider of ketting vuil lijken. De rails moeten elke keer wanneer de ketting wordt verwijderd, worden gereinigd. De geleiderrails reinigen:
1. Verwijder de kettingafdekking en de geleider en
ketting. (Zie sectie ASSEMBLAGE)
2. Gebruik een draadborstel, schroevendraaier
of een soortgelijk geschikt gereedschap, verwijdert u de resten van de rails van de geleider. (Zie afb. O)
3. Zorg dat u alle oliedoorgangen grondig reinigt.
Omstandigheden die onderhoud van ketting en geleidestaaf vereissen:
- De zaag zaagt aan één zijde of in een hoek.
- De zaag moet door de inkeping worden geforceerd.
- Onvoldoende toevoer van olie naar de geleider en ketting. Controleer de toestand van de geleiderstaaf telkens wanneer de ketting wordt geslepen. Een versleten geleiderbalk zal de ketting beschadigen en het zagen moeilijk maken. Na elk gebruik moet u al het zaagstof van de geleiderstaaf en de geleideopening verwijderen terwijl het gereedschap is losgekoppeld van de voedingsbron. Wanneer de bovenkant van de rail oneffen is, gebruikt u een platte vijl om vierkante randen en zijkanten te herstellen. Railranden en hellende vlakken vierkant vijlen Versleten groef Correcte groef Vervang de geleiderbalk wanneer de groef versleten is, de geleiderstaaf gebogen of gebarsten is of wanneer een overmatige verhitting of afbraming82
van de rails optreedt. Als vervanging nodig is, mag u alleen de geleiderstaaf gebruiken die in de lijst met reparatieonderdelen of op het transferplaatje op de kettingzaag is opgegeven. Zaagketting en zwaard vervangen of keren Vervang de ketting als de snijkanten te ver versleten zijn om nog geslepen te kunnen worden en als de ketting breekt. Gebruik uitsluitend de vervangingsketting die genoemd is in deze handleiding. Inspecteer het zwaard voor u de ketting slijpt. Een versleten of beschadigd zwaard is onveilig en maakt het zagen moeilijker. Slijpen van de zaagketting WAARSCHUWING: Verwijder de batterij uit de zaag vooraleer te herstellen. Ernstige verwondingen en de dood kunnen resulteren door elektrische schokken of doordat het lichaam in contact komt met de bewegende ketting. De snijranden van de zaagketting zijn scherp. Gebruik handschoenen als u de ketting hanteert. Selecteer een ronde vijl met een diameter van 3 mm die geschikt is voor de kettingsteek. De vijl wordt onder de juiste vijlhoek van 30° ten opzichte van het zaagblad gehouden. Houd snijdend gereedschap schoon en scherp. De zaag werkt dan sneller en veiliger. Een botte zaag veroorzaakt ontijdige slijtage aan het tandwiel, het zwaard, de ketting en de motor. Als u de zaag met kracht in het hout moet duwen, terwijl er alleen zaagsel wordt geproduceerd en geen grote brokken, dan is de zaag bot.
Afgedankte elektrische producten mogen niet bij het normale huisafval terechtkomen. Breng deze producten waar mogelijk naar een recyclecentrum bij u in de buurt. Vraag de verkoper of de gemeente informatie en advies over het recyclen van elektrische apparatuur.
VOOR GEREEDSCHAP MET ACCU’S
De omgevingstemperatuur voor het gebruik van het gereedschap en de accu en de opslag ligt tussen 0°C en 45°C. De aanbevolen omgevingstemperatuur voor het laadsysteem tijdens het opladen ligt tussen 0°C en 40°C.83
PROBLEMEN OPLOSSEN Als het elektrische gereedschap niet goed werkt, vindt u in de volgende tabel informatie over foutsymptomen, mogelijke oorzaken en oplossingen. Neem contact op met een servicewerkplaats als u hiermee het probleem niet kunt verhelpen. LET OP: Schakel het elektrische gereedschap uit en verwijder de accu voordat u het gereedschap op storingen onderzoekt. Symptoom Mogelijke oorzaak Oplossing De kettingzaag werkt niet. De batterij is leeg. Zekering defect. Laad de batterij op. Vervang de zekering. Kettingzaag werkt met onderbrekingen. Oververhitting Te hard drukken tijdens het zagen. Loszittende verbinding. Intern los contact. Aan/uit-schakelaar defect. Plaats de machine op een koele, geven- tileerd ruimte om af te koelen. Gebruik minder drukkracht bij het zagen. Contact op met een servicewerkplaats. Ketting of geleidingsral heet Kettingspanning te hoog. Ketting bot. Stel de kettingspanning in. Slijp de ketting of vervang deze. Kettingzaag trekt, trilt of zaagt niet goed. Kettingspanning te los. Ketting bot. Ketting versleten. Zaagtanden wijzen in de ver- keerde richting. Stel de kettingspanning in. Slijp de ketting of vervang deze. Vervang de ketting. Monteer de zaagketting opnieuw met de tanden in de juiste richting. CONFORMITEITVERKLARING Wij, Positec Germany GmbH Postfach 32 02 16, 50796 Cologne, Germany Verklaren dat het product, Beschrijving Draadloze kettingzaag Type KG343E KG343E.X (3 - aanduiding van de machine, representatief van accu- aangedreven snoeizaag) Functie hout zagen Voldoet aan de volgende richtlijnen, 2006/42/EC, 2014/30/EU, 2011/65/EU&(EU)2015/863, 2000/14/EC gewijzigd door 2005/88/EC De betrokken aangemelde instantie Naam: SGS Fimko Ltd Adres: Takomotie 8, FI-00380 Helsinki, Finland Certificaatnr.: MD-347 2000/14/EC gewijzigd door 2005/88/EC: - Procedure beoordeling conformiteit volgens Annex V - Niveau gemeten geluidsvermogen 94 dB(A) - Opgegeven, gegarandeerde niveau geluidsvermogen 97 dB(A) Normen voldoen aan, EN 62841-1, EN 12100, EN ISO 3744, EN IEC
SimpelGids