MD 37298 - Koelkast MEDION - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MD 37298 MEDION in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MD 37298 - MEDION en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MD 37298 van het merk MEDION.
GEBRUIKSAANWIJZING MD 37298 MEDION
1. Informatie over deze gebruiksaanwijzing ............................................... 87
6. Aanbevolen plaats voor het bewaren van levensmiddelen ................. 100
7. Informatie over het apparaat ................................................................. 101
7.1. Informatie over het gebruikte koelmiddel R-600a ............................... 101
12. Maatregelen bij uitval van de netvoeding ............................................ 116
1. Informatie over deze gebruiksaanwijzing
Hartelijk dank dat u voor ons product hebt gekozen. Wij wensen u veel plezier met het apparaat. Lees de veiligheidsvoorschriften en de volledige gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u het apparaat in gebruik neemt. Neem de waarschuwingen op het apparaat en in de gebruiksaanwijzing in acht. Houd de gebruiksaanwijzing altijd binnen handbereik. Als u het apparaat verkoopt of doorgeeft, geef dan ook deze gebruiksaanwijzing mee, omdat dit een wezenlijk onderdeel is van het product. 1.1. Betekenis van de symbolen Als een tekstgedeelte is gemarkeerd met een van de volgende waarschuwingssym- bolen, moet het in de tekst beschreven gevaar worden vermeden om de genoemde mogelijke risico's te voorkomen. GEVAAR! Waarschuwing voor direct levensgevaar! WAARSCHUWING! Waarschuwing voor mogelijk levensgevaar en/of ernstig blijvend letsel! VOORZICHTIG! Waarschuwing voor mogelijk middelzwaar of licht letsel! LET OP! Neem de aanwijzingen in acht om materiële schade te voorkomen! Meer informatie over het gebruik van het apparaat! Neem de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing in acht!88 WAARSCHUWING! Waarschuwing voor gevaar door een elektrische schok! WAARSCHUWING! Waarschuwing voor gevaar door brandgevaarlij- ke en/of licht ontvlambare stoffen! WAARSCHUWING! Waarschuwing voor gevaar door explosiegevaar- lijke stoffen!
Opsommingsteken/informatie over gebeurtenissen die zich tij- dens de bediening kunnen voordoen Instructie voor een uit te voeren handeling
Veiligheidsvoorschriften die in acht moeten worden genomen
Markeringen op het verpakkingsmateriaal voor het scheiden van afval. Markeringen met de afkortingen (a) en cijfers (b) be- tekenen het volgende: 1-7: kunststoffen/20-22: papier en kar- ton/80-98: composietmaterialen De groene punt markeert verkoopverpakkingen, die door het duale inzamelings- en verwerkingssysteem conform de verpak- kingsverordening worden afgevoerd resp. gerecycled. Verpakking op een milieuvriendelijke manier afvoeren (zie hoofdstuk “Afvalverwerking”) Apparaat op een milieuvriendelijke manier afvoeren (zie het hoofdstuk “Afvalverwerking”) Hiermee wordt op de transportverpakking aangegeven hoe het product rechtop wordt gezet.DE
Producten die zijn gemarkeerd met dit symbool, voldoen aan de eisen van de EU-richtlijnen (zie het hoofdstuk ‘Conformiteitsin- formatie’).
Dit apparaat is bedoeld voor het koelen en invriezen van levens- middelen. Dit apparaat is bedoeld voor huishoudelijk gebruik en voor vergelijkbare toepassingen zoals: – in personeelskeukens van winkels, kantoren en andere werkomgevingen; – in de landbouw en door gasten in hotels, motels en andere accommodaties; – in bed & breakfasts; – in de catering en vergelijkbare toepassingen in de groot- handel. Houd er rekening mee dat bij gebruik van het apparaat voor een ander doel dan waarvoor het is bestemd, de aansprakelijkheid vervalt: Bouw het apparaat zonder onze toestemming niet om en ge- bruik het niet met hulp- of aanbouwapparaten die niet door ons zijn goedgekeurd of geleverd. Gebruik uitsluitend door ons geleverde of goedgekeurde re- serveonderdelen en accessoires. Neem alle informatie in deze gebruiksaanwijzing in acht en houd u in het bijzonder aan de veiligheidsvoorschriften. Ie- dere andere vorm van gebruik geldt als niet in overeenstem- ming met het gebruiksdoel en kan leiden tot letsel of materi- ele schade.90
3. Veiligheidsvoorschriften
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN – LEES DEZE AAN-
DACHTIG DOOR EN BEWAAR ZE VOOR LATER GEBRUIK! 3.1. Personen die het apparaat niet mogen gebruiken WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel! Gevaar voor letsel bij ondeskundig gebruik. Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met een lichamelijke, zintuiglijke of geeste- lijke beperking of met onvoldoende kennis en ervaring, mits er iemand toezicht op hen houdt of hun is geleerd hoe ze het apparaat veilig kunnen gebruiken en ze hebben begrepen welke gevaren het gebruik van het apparaat met zich mee- brengt. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uit- gevoerd door kinderen. Kinderen van 3 tot 8 jaar mogen spullen in koelapparaten plaatsen en eruit halen. GEVAAR! Verstikkingsgevaar! Er bestaat verstikkingsgevaar door het inslikken of ina- demen van kleine onderdelen of folie. Bewaar al het gebruikte verpakkingsmateriaal (zakken, stuk- ken polystyreen, enzovoort) buiten het bereik van kinderen. Voorkom dat kinderen in het apparaat kunnen komen. Als de deur dichtgaat, bestaat verstikkingsgevaar! Laat kinderen niet met de verpakking spelen.DE
3.2. Algemene veiligheidsvoorschriften WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel! Het koelsysteem van het apparaat bevat het koelmid- del R-600a. Als er koelmiddel vrijkomt, bestaat gevaar voor letsel. WAARSCHUWING! Beschadig het koelmiddelcircuit niet. Ventileer de ruimte als het koelsysteem toch beschadigd is geraakt. Vermijd open vuur en ontstekingsbronnen. Laat het apparaat door een professional repareren voordat u het weer in gebruik neemt. Wanneer het koelmiddel in contact komt met de huid of de ogen, kan dat letsel tot gevolg hebben. Spoel in dat geval de ogen onmiddellijk met schoon water en raadpleeg een arts. WAARSCHUWING! Gebruik in het koelgedeelte geen elektri- sche apparatuur die niet door de fabrikant wordt aanbevolen. Aanpassingen aan het koelmiddelcircuit zijn niet toegestaan en hebben tot gevolg dat de garantie komt te vervallen. WAARSCHUWING! Brandgevaar! In de koelmiddelleidingen en in de compressor bevin- den zich brandbare vloeistoffen. Neem waarschuwingen m.b.t. brandgevaar aan de achterkant van het apparaat of aan de compressor in acht. Vermijd open vuur of ontstekingsbronnentijdens het gebruik, het onderhoud en het afvoeren van het apparaat.92 3.3. Transport VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel! Het apparaat is erg zwaar. Er bestaat gevaar voor letsel door vertillen. Transporteer het apparaat altijd samen met ten minste één andere persoon. LET OP! Mogelijke materiële schade! Gevaar voor schade aan het apparaat door onjuist transport. Let erop dat de verpakking niet is beschadigd. Verwijder voorzichtig het verpakkingsmateriaal en controleer het apparaat op transportschade. Een beschadigd apparaat mag in geen geval worden aange- sloten. Neem in geval van schade contact op met de klanten- service. Transporteer het apparaat altijd in de verpakking en zet de glasplaten en de laden vast met transportbeveiligingen. Let er bij het transport en de opstelling van het apparaat op dat er geen onderdelen van het koelcircuit beschadigd raken. Transporteer het apparaat indien mogelijk altijd rechtop. Is het apparaat tijdens transport onder een hoek van meer dan 40° vervoerd? Sluit het apparaat dan pas na 4uur aan op het lichtnet en schakel het ook dan pas in. Op deze manier kan het koelmiddelcircuit na het transport stabiliseren. Zet het apparaat niet neer op de zij- of achterkant, omdat er dan olie uit de compressor in het koelcircuit terecht kan ko- men en het koelcircuit verstopt kan raken. Stel het apparaat niet bloot aan regen of spatwater.DE
3.4. Opstelling en elektrische aansluiting
3.4.1. Plaats van gebruik
LET OP! Mogelijke materiële schade! Gevaar voor schade aan het apparaat door onjuist ge- bruik. Installeer het apparaat in een droge ruimte die kan worden geventileerd. Om bij beschadiging van het koelsysteem voor voldoende verluchting te zorgen, moet de ruimte een opper- vlak hebben van circa 4m². Houd bij het installeren rekening met de ruimte die voor het apparaat nodig is (zie “8.2. Apparaat plaatsen” op blz. 106). Het apparaat is geschikt voor de klimaatklassen N/ST (zie ty- peplaatje). Bij een omgevingstemperatuur van 16 °C tot 38 °C is een optimaal koelvermogen van het apparaat gewaar- borgd. Bij afwijkende temperaturen kan het vermogen van het apparaat afnemen. Stel het apparaat niet bloot aan extreme omstandigheden. Vermijd: – hoge luchtvochtigheid of vocht; – extreem hoge en lage temperaturen; – direct zonlicht; – open vuur. Het apparaat is niet bedoeld als inbouwapparaat. WAARSCHUWING! Brandgevaar! Onvoldoende luchtcirculatie kan leiden tot oververhit- ting. Voorkom dat de ventilatieopeningen in de behuizing, rond- om het apparaat en in de inbouwnis geblokkeerd worden.94 Houd voor voldoende ventilatie een afstand van minimaal 5 cm tot het plafond, 5 cm tot de zijkanten en 5 cm tot de ach- terwand aan. Plaats het apparaat niet in de buurt van warmtebronnen zoals fornuizen, radiatoren, vloerverwarming, enz. Als plaatsing in de buurt van een warmtebron onvermijdelijk is, gebruik dan een geschikte isolatieplaat of houd de volgende minimale af- standen tot de warmtebron aan: – tot elektrische fornuizen, gasfornuizen: ca. 5 cm; – tot olie- of kolenkachels: ca. 30 cm. – Bij de plaatsing naast een ander koelapparaat moet de af- stand tussen beide apparaten minimaal 10cm bedragen.
3.4.2. Vóór het aansluiten
WAARSCHUWING! Gevaar voor een elektrische schok! Er bestaat gevaar voor een elektrische schok door stroomvoerende onderdelen. Controleer na het opstellen of het netsnoer niet wordt inge- klemd of beschadigd kan raken. Gebruik het apparaat niet als het zichtbaar is beschadigd is of als het netsnoer of de netstekker defect is. Neem in geval van schade contact op met de klantenservice.
3.4.3. Netaansluiting
WAARSCHUWING! Gevaar voor een elektrische schok! Er bestaat gevaar voor een elektrische schok door stroomvoerende onderdelen. Sluit het apparaat alleen aan op een volgens de voorschrif- ten geïnstalleerd en goed bereikbaar geaard stopcontact in de buurt van het apparaat. De lokale netspanning moet overeen- komen met de technische gegevens van het apparaat.DE
Zorg ervoor dat het stopcontact vrij toegankelijk is, zodat het apparaat zo nodig snel kan worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet. WAARSCHUWING! Zorg ervoor dat niemand over het net- snoer kan struikelen. Gebruik geen verlengsnoer. WAARSCHUWING! Let op dat het netsnoer bij het plaatsen niet wordt ingeklemd of beschadigd raakt. WAARSCHUWING! Leg geen draagbare meervoudige stekker- dozen of voedingen achter het apparaat. Trek de netstekker uit het stopcontact om de stroomvoorzie- ning van het apparaat volledig te onderbreken.
3.4.4. Omgang met het apparaat
WAARSCHUWING! EXPLOSIEGEVAAR! Brandbare gassen en vloeistoffen kunnen explosies ver- oorzaken als deze in het apparaat worden bewaard. Sla in dit apparaat geen explosieve stoffen op, zoals aerosol- spuitbussen met brandbaar drijfgas. Vries geen koolzuurhoudende dranken in. Door uitzetting van het water kan de fles springen. VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel / gezondheidsrisico! Onjuist gebruik van het apparaat kan letsel tot gevolg hebben. De voet, laden, deuren enzovoort zijn niet geschikt om op te staan of te leunen. Als het apparaat langere tijd wordt blootgesteld aan temperatu- ren die lager zijn dan de ondergrens van het temperatuurbereik waarop het is berekend (onder 16 °C), werkt het mogelijk niet goed (temperatuurstijging).96 Bij stroomuitval en als het apparaat is uitgeschakeld, kunnen de levensmiddelen in het apparaat bederven. Er bestaat gevaar voor voedselvergiftiging. Controleer na een eventuele stroomstoring visueel of aan de hand van de geur of de levensmiddelen nog bruikbaar zijn. Bewaar in de koelkast geen medicijnen, laboratoriumprepa- raten of andere temperatuurgevoelige producten waarop de richtlijn betreffende medische hulpmiddelen 2007/47/EG van toepassing is. Houd het apparaat schoon en sla levensmiddelen correct op. 3.5. Reiniging en onderhoud WAARSCHUWING! Gevaar voor een elektrische schok! Er bestaat gevaar voor een elektrische schok door stroomvoerende onderdelen. Trek vóór reiniging of onderhoud altijd eerst de netstekker uit het stopcontact (trek niet aan het netsnoer, maar aan de netstekker). Als u niet bij de netstekker kunt, moet u in de me- terkast de betreffende zekering uitschakelen. Pak de netstekker niet vast met natte handen. WAARSCHUWING! Explosie- en brandgevaar! Door gasvorming kunnen explosies optreden. Gebruik voor het reinigen van het apparaat of onderdelen er- van geen brandbare vloeistoffen. LET OP! Mogelijke materiële schade! Het apparaat kan door onjuist gebruik beschadigd ra- ken. Gebruik geen elektronische apparaten bij het reinigen in de koelkast. Zowel het apparaat zelf als het gebruikte elektroni- sche apparaat kunnen onherstelbaar beschadigd raken.DE
Gebruik voor het reinigen van de binnenkant, de deur en de behuizing van het apparaat geen bijtende of schurende schoonmaakmiddelen, omdat deze de oppervlakken kunnen beschadigen. De kunststof onderdelen en de deurafdichting mogen niet in aanraking komen met olie en vet omdat de oppervlakken hierdoor poreus en broos kunnen worden. 3.6. Storingen WAARSCHUWING! Gevaar voor een elektrische schok! Er bestaat gevaar voor een elektrische schok door stroomvoerende onderdelen. Probeer in geen geval zelf een onderdeel van het apparaat open te maken en/of te repareren. Ter voorkoming van gevaarlijke situaties mogen beschadigde netsnoeren uitsluitend worden vervangen door een geautori- seerd reparatiebedrijf of door de technische dienst. Neem bij een storing contact op met de serviceafdeling of een andere geschikte technische dienst. 3.7. Afvalverwerking GEVAAR! Verstikkingsgevaar! Gevaar voor letsel! Om gevaren voor kinderen te voorkomen, gaat u voor het afvoeren van het apparaat als volgt te werk: Demonteer de deuren en de afdichtingen of plak de deuren met tape dicht. Laat de laden in het apparaat zitten, zodat er niemand (dus bijvoorbeeld ook geen kinderen) in het apparaat kan klim- men.98
4. Inhoud van de levering
GEVAAR! Verstikkingsgevaar! Er bestaat verstikkingsgevaar door het inslikken of ina- demen van kleine onderdelen of folie. Houd verpakkingsfolie buiten het bereik van kinde- ren. Controleer de levering op volledigheid en informeer ons binnen 14 dagen na aan- koop als de levering niet compleet is. Het door u gekochte pakket moet het volgende bevatten:
- Koel-vriescombinatie
- 2 glasplaten (koelgedeelte)
- 1 groentelade met afdekking
- Rooster (vriesgedeelte)
5. Overzicht van het apparaat
3) Deur van het koelgedeelte
transportwielen (aan de achterkant)
6) Fruit-/groentelade met glasplaat
9) Thermostaat/verlichting
11) Inlegrooster van het vriesvak100
6. Aanbevolen plaats voor het bewaren van
levensmiddelen Zie afb. “Overzicht van het apparaat” Aanbevolen voor: A) Aanbevolen voor levensmiddelen die ingevroren kunnen worden in geschik- te verpakkingen B) Aanbevolen voor kaas, gebak C) Aanbevolen voor vleeswaren D) Aanbevolen voor vis, vlees en gevogelte E) Aanbevolen voor groenten en fruit F) Aanbevolen voor eieren, boter G) Aanbevolen voor jam, blikjes, glazen potten H) Aanbevolen voor melk, dranken Het -vriesgedeelte (tot -18°C en kouder) is geschikt voor de vol- gende levensmiddelen: zeevruchten (vis, garnalen, schaaldieren), zoetwatervis en vleesproduc- ten (aanbevolen voor 3 maanden, hoe langer de bewaartijd, hoe slech- ter de smaak en de voedingswaarde), geschikt voor diepvriesverse levensmiddelen (een jaar en langer).DE
7. Informatie over het apparaat
- Het koelcircuit van het apparaat bevat het koelmiddel R-600a (vrij van cfk’s en hfk’s).
- Het koelcircuit is gecontroleerd op lekkage. Het voldoet aan de relevante veilig- heidsvoorschriften voor elektrische apparaten.
- Klimaatklasse N/ST De betekenis van de klimaatklassen staat in de volgende tabel. Klimaatklasse Betekenis Omgevingstempera- tuur
Apparaten voor een subnormaal klimaat +10 °C tot +32 °C
Apparaten voor een gematigd klimaat +16 °C tot +32 °C
Apparaten voor een subtropisch klimaat +16 °C tot +38 °C
Apparaten voor een tropisch klimaat +16 °C tot +43 °C 7.1. Informatie over het gebruikte koelmiddel R-600a In dit apparaat worden R-600a en cyclopentaan gebruikt als 100% cfk-vrije koel- en isolatiemiddelen. Hierdoor wordt de ozonlaag beschermd en het broeikaseffect ver- minderd. Deze apparaten zijn te herkennen aan de aanduiding 'Koelmiddel R-600a' op het ty- peplaatje. Voorkom dat het koelmiddelcircuit beschadigd raakt, omdat R-600a als het vrij- komt in lichte mate kan bijdragen aan het broeikaseffect. Dit geldt zowel bij transport als tijdens de hele levensduur van het apparaat. Zorg er ook voor dat dit soort apparaten op de juiste manier en in overeenstem- ming met de lokale voorschriften wordt afgevoerd.102
8. Apparaat voorbereiden
8.1. Deuraanslag omzetten Benodigd gereedschap: – platte schroevendraaier – kruiskopschroevendraaier – steeksleutel maat 6 – steeksleutel maat 8 – steeksleutel maat 10 – inbussleutel maat 10 Zet de thermostaat (7) op de stand "0". Trek de stekker uit het stopcontact. Verwijder alle accessoires zoals glasplaten (8), rooster (11) en deurvakken (2/4). Verwijder de scharnierafdekking aan de rech- terkant bijvoorbeeld met behulp van een platte schroevendraaier. Draai de twee schroeven van het scharnier los met een kruiskopschroevendraaier. Verwijder de afdekking van de schroefgaten aan de linkerkant bijvoorbeeld met behulp van een platte schroevendraaier.DE
Verwijder de blinde stoppen voor de schar- niernok aan de linkerkant en plaats deze in het gat aan de rechterkant. Til vervolgens de deur omhoog om deze te verwijderen en leg de deur op een zachte on- dergrond om deze tegen krassen te bescher- men. Verwijder het middelste scharnier door de be- vestigingsschroeven los te draaien. Bewaar de lange kunststofonderle- gring die zich tussen het middelste scharnier en het apparaat bevindt zorgvuldig en plaats deze bij de mon- tage opnieuw op dezelfde positie te- rug. Let eveneens op de beide extra ronde onderlegringen! Verwijder de blinde stoppen met een kruis- kopschroevendraaier en plaats die aan de te- genoverliggende zijde. Haal de onderste deur eruit. Kantel de koelkast naar achteren (maximaal 45°) zodat u het onderste scharnier kunt om- zetten. Verwijder het stelpootje met de hand of met een inbussleutel maat 10 van het scharnier. Draai de twee bevestigingsschroeven van het onderste scharnier los en verwij- der het scharnier. Gebruik hiervoor een steeksleutel maat 8 of een kruiskop- schroevendraaier. Verwijder ook het stelpootje aan de andere kant. Draai daar de schroef uit de zijbehuizing en monteer deze weer aan de tegenoverliggende zijde. Verwijder met een kruiskopschroevendraaier de schroef die linksboven in de behuizing van het apparaat zit. Bevestig deze schroef in het vrijgekomen boorgat aan de rechterkant van de behuizing van het apparaat en draai de schroef aan. Monteer ook het stelpootje aan de andere kant.104 Zet de pen om op het geperforeerde plaatje zoals weergegeven op de onder- staande afbeelding. Draai het geperforeerde plaatje van de onderste scharnier zo dat de boorgaten van het plaatje op de boorgaten van het apparaat passen en schroef het scharnier met de twee bevestigingsschroeven vast aan de te- genoverliggende kant van het apparaat. Gebruik voor het losdraaien en aan- draaien van de moer een steeksleutel maat 10 en een platte schroevendraaier. Zet de blinde stop boven in de deurbus om. Bevestig het stelpootje. Zet de deur van het koelgedeelte weer op de pen van het onderste scharnier. Controleer of de deur bij sluiting horizontaal en verticaal is uitgelijnd met de behuizing van de koelkast, zodat alle afdichtingen sluiten voordat u het middelste scharnier weer vastschroeft. Plaats op de bovenste en onderste bout telkens een onderlegring. Plaats de bout van het midden in de bovenste bus van de onderste deur en bevestig het scharnier met de bevestigingsschroeven en alle onderlegringen. Draai de schroeven nog niet helemaal aan zodat u de deur nog kunt uitlijnen. Pas wanneer de deur goed gesloten kan worden draait u de schroeven vast. Zet het apparaat weer rechtop. Zet de deur van het vriesvak op het middelste scharnier.DE
Breng vervolgens bij een gesloten deur het bovenste scharnier weer aan en schroef het vast. Gebruik zo nodig een steeksleutel om de schroef vast te draaien. Plaats de scharnierafdekking en de schroefaf- dekking terug. De deuraanslag is omgezet. Let op: De deurafdichting past zich na een paar uur aan op de nieuwe deuraanslag. Wanneer het apparaat tijdens transport meer dan 40° wordt gekanteld, mag het apparaat pas na 4 uur op het lichtnet worden aangesloten en ingeschakeld, zodat het koelmiddelcircuit na het transport tot rust kan komen.106 8.2. Apparaat plaatsen Verwijder het verpakkingsmateriaal en alle beschermfolie. Reinig alle onderdelen van het apparaat voordat u het voor het eerst inschakelt (zie hoofdstuk “11. Reiniging en onderhoud” op blz. 112). Maak het apparaat na het reinigen en voordat u het voor het eerst inschakelt, goed droog. 111 cm 109 cm 5 cm 135° 5 cm 5 cm ca. 143 cm min. 5 cm Zet het apparaat neer op een daarvoor geschikte plaats (zie ook hoofdstuk “3.4.1. Plaats van gebruik” op blz. 93). Zet het apparaat waterpas en compenseer oneffenheden in de vloer door de stelvoetjes in of uit te (5) draaien. Draai rechtsom om de stelvoetjes uit te draai- en, linksom om ze in te draaien. Zet de koelkast recht met een waterpas. Om de deur helemaal te kunnen openen, moeten de in de afbeeldingen bovenaan weergegeven vrije ruimten beschikbaar zijn. 8.3. Eruit halen en terugplaatsen van glasplaten Om de glasplaten (8)/het rooster (11) te kunnen verwijderen, moet de deur vol- ledig worden geopend. Til de glasplaat/het rooster met twee handen op en haal de glasplaat uit het koelgedeelte. De montage van de glasplaat/het rooster wordt als volgt uitgevoerd:DE
Glasplaat/rooster in de geleiderails plaatsen en in de achterste uitsparingen van de wand van het koelgedeelte schuiven.
9. Apparaat bedienen
Sluit het apparaat aan op een geaard stopcontact. De lokale netspanning moet overeenkomen met de technische gegevens van het apparaat. Na instelling van de thermostaat (9) wordt de temperatuur in zowel het koelgedeel- te als het vriesgedeelte automatisch geregeld. De thermostaat kan in 8 verschillende standen worden gezet: 0 Apparaat is uitgeschakeld Om de stroomvoorziening van het apparaat volledig te onderbreken, zet u de thermostaatregelaar op de stand 0 en trekt u de stekker uit het stopcontact. 1 Laagste koelvermogen (het warmst) 2-5 Tussenstanden 7 Hoogste koelvermogen (het koudst) De binnentemperaturen kunnen worden beïnvloed door de standplaats van het apparaat, de omgevingstemperatuur en de frequentie waarmee de deur wordt geopend. Houd hiermee rekening bij het instellen van de thermostaat. Leg geen levensmiddelen in het koelgedeelte (7) en het vriesgedeelte (10) voordat het apparaat is afgekoeld. Zet de temperatuur van het koel- of vriesgedeelte op de koudste stand 7 voordat verse levensmiddelen worden ingelegd. De maximale stand van de thermostaat moet alleen kortstondig bij hoge buitentemperaturen of voor het vullen van het apparaat met snel te koelen producten worden ingesteld. Nadat de gewenste binnentem- peratuur is bereikt, moet de thermostaat weer op een lagere stand wor- den gezet, omdat de temperatuur in het koelgedeelte anders daalt tot onder de 0 °C en dit een negatieve impact kan hebben op de gekoelde levensmiddelen.108 Controleer de temperatuur in het koel- en het vriesgedeelte door er een thermo- meter in te leggen. Optimaal is een temperatuur van +8 °C in het koelgedeelte en een temperatuur van -18 °C in het vriesgedeelte. Als deze temperaturen zijn bereikt, kunt u de levensmiddelen in het apparaat plaatsen. 9.1. Apparaat uitschakelen Om de stroomvoorziening van het apparaat volledig te onderbreken, zet u de thermostaatregelaar (9) op de stand 0 en trekt u de stekker uit het stopcontact. Wacht circa tien minuten voordat u het apparaat opnieuw inschakelt.
10. Energieverbruik optimaliseren
Neem voor een optimaal koelvermogen bij een laag energieverbruik het volgende in acht: Plaats het apparaat niet in de buurt van een warmtebron (zoals een radiator of fornuis). De ruimte waarin het apparaat staat, mag niet te warm zijn en moet droog, stof- vrij en goed geventileerd zijn. Zorg ervoor dat de lucht rondom het apparaat vrij kan circuleren. Laat alle glasplateaus en lades tijdens het gebruik van het apparaat erin staan, dan is het energieverbruik het laagst. Als u de deur gedurende lange tijd open laat staan, kan de temperatuur in de verschillende gedeelten van het apparaat aanzienlijk stijgen. Open de deur maar kort als u levensmiddelen in het apparaat doet of uit het apparaat haalt. Hoe korter de deur openstaat, hoe minder kou ontsnapt en hoe minder energie het apparaat verbruikt. Stem de instelling van de thermostaat af op de hoeveelheid levensmiddelen die zich in het apparaat bevindt. Zorg ervoor dat de deurafdichtingen onbeschadigd zijn en dat de deuren goed sluiten. Als het koelapparaat langere tijd leeg staat, schakel het dan uit. Laat het ap- paraat ontdooien, reinig het en maak het droog. Laat de deur openstaan om schimmelvorming in het apparaat te voorkomen.DE
10.1. Aanbevolen temperatuurinstelling Omgevingstemperatuur Temperatuurinstelling Zomer (boven 38°C) Instelling 2–4 Normaal Instelling 4 Winter (onder 16°C) Instelling 4–6 Gevolgen voor het bewaren van levensmiddelen Bij de aanbevolen instelling bedraagt de ideale bewaartijd in de koel- kast niet langer dan 3 dagen. Bij de aanbevolen instelling bedraagt de ideale bewaartijd in de diep- vries niet langer dan 1 maand. De ideale bewaartijd kan bij andere instellingen korter zijn. 10.2. Levensmiddelen in het koelgedeelte bewaren LET OP! Mogelijke materiële schade! Mogelijke beschadiging van de deurafdichting. Kwetsbare oppervlakken: De kunststof onderdelen en de deurafdichting mogen niet in aanraking ko- men met olie en vet omdat de oppervlakken hier- door poreus en broos kunnen worden. Neem de volgende instructies in acht om besmetting van levensmiddelen te voor- komen: Als u de deur gedurende lange tijd open laat staan, kan de temperatuur in de verschillende gedeelten van het apparaat aanzienlijk stijgen. Reinig oppervlakken die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in aanraking komen regelmatig. Bewaar rauw vlees en rauwe vis in geschikte verpakkingen in de koelkast, zo- dat deze niet in aanraking komen met andere levensmiddelen of daarop kunnen lekken. Bewaar levensmiddelen op borden of in daarvoor geschikte verpakkingen. Verdeel de levensmiddelen gelijkmatig over het apparaat. Zorg dat levensmid- delen niet in aanraking komen met de achterwand van het koelgedeelte, omdat dit rijp- of condensvorming tot gevolg kan hebben. Laat warme levensmiddelen afkoelen voordat u ze in de koelkast plaatst om een hoger energieverbruik te voorkomen. Bewaar levensmiddelen die gemakkelijk andere geuren aannemen, zoals bo- ter, melk en kwark, en levensmiddelen met een sterke geur, zoals vis, gerookte etenswaren en kaas, in een goed afsluitbare verpakking.110 Levensmiddelen moeten afhankelijk van hun soort en gevoeligheid worden be- waard in de juiste koelzone, zie “Aanbevolen plaats voor het bewaren van le- vensmiddelen”. Bij het bewaren van groenten met een hoog vochtgehalte slaat er waterdamp neer op de verpakking waar ze in zitten. Dit heeft geen invloed op het functio- neren van het koelgedeelte. Droog groente goed af voordat u deze in het koelgedeelte legt. Een hoog water- gehalte in de groente (zoals bij bladgroente en komkommer) verkort de bewaar- tijd. 10.3. Diepvriezen van levensmiddelen Vrijwel alle levensmiddelen kunnen worden ingevroren met uitzondering van groente die rauw wordt genuttigd, zoals sla. Alleen levensmiddelen van goede kwaliteit zijn geschikt om in te vriezen. Verdeel de levensmiddelen in porties die in één keer opgaan, zodat het niet nodig is om ontdooide producten opnieuw in te vriezen. Zet de thermostaat 2 tot 3 uur voordat u verse levensmiddelen gaat invriezen op stand 7. Zet de thermostaat, nadat u verse levensmiddelen in het apparaat hebt gelegd om ze in te vriezen, op de positie "3" of "4". Als u vaststelt dat de temperatuur in het koelgedeelte tijdens het invriezen als gevolg van de ongunstige gebruiksomstandigheden van het apparaat of een grotere hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen onder 0 °C is gedaald, kan de thermostaat op een stand tussen 1 en 2 worden versteld, waarna de com- pressor een tijdje wordt uitgeschakeld. Na ca. 2 tot 3 uur de thermostaat op de normale gebruiksstand zetten. Dit is belangrijk als de levensmiddelen die heel gevoelig voor de temperaturen onder 0 °C zijn in het koelgedeelte worden be- waard (bijv. eieren, vloeistoffen in glazen flessen enz.). Neem de volgende instructies in acht om besmetting van levensmiddelen te voor- komen: Als u de deur gedurende lange tijd open laat staan, kan de temperatuur in de verschillende gedeelten van het apparaat aanzienlijk stijgen. Nieuw in te vriezen levensmiddelen mogen niet in aanraking komen met al in- gevroren producten. Als u dagelijks levensmiddelen wilt invriezen, moet u mo- gelijk de hoeveelheid in te vriezen producten beperken. De door de levensmiddelenfabrikanten aanbevolen bewaartijden mogen niet worden overschreden. Wanneer geen gegevens beschikbaar zijn, moeten le- vensmiddelen niet langer dan drie maanden worden bewaard. Verpak de levensmiddelen in reukvrij, lucht- en vochtdicht en vet- en loogbe- stendig verpakkingsmateriaal om kruiscontaminatie te voorkomen. – Polyethyleenfolie en aluminiumfolie zijn het meest geschikt. – De verpakking moet dicht zijn en strak om de levensmiddelen heen zitten. – Gebruik geen glazen verpakkingen, omdat glas kan springen.DE
Zorg ervoor dat de vriesruimte niet te vol zit, omdat een optimaal vriesvermo- gen dan niet gewaarborgd is en het energieverbruik toeneemt. – Tekenen van vocht of opzwellen van de diepvriesverpakking wijzen erop dat de levensmiddelen niet correct zijn bewaard/getransporteerd en eventueel zijn bedorven. Controleer vóór consumptie de status van de levensmiddelen. In de vriesruimte kan fruit worden ingevroren en kunnen ijsblokjes worden ge- maakt. 10.4. Levensmiddelen ontdooien Afhankelijk van het gebruik, kunnen de levensmiddelen in het apparaat, in een met lauwwarm water gevulde bak, in een magnetron, bij omgevingstemperatuur of in de oven worden ontdooid. Groenten en fruit die voor koken zijn bedoeld, hoeven niet te worden ontdooid. VOORZICHTIG! Gevaar voor de gezondheid! Ondeskundige omgang met levensmiddelen kan tot vergiftiging door levensmiddelen leiden. Als u het apparaat uitschakelt of bij een stroomuitval wordt er niet meer voldoende gekoeld. Ingevroren le- vensmiddelen kunnen gedeeltelijk of geheel ontdooi- en. Ontdooide levensmiddelen moeten zo mogelijk nog op dezelfde dag worden genuttigd of in de koel- ruimte uiterlijk tot de volgende dag worden be- waard. Ontdooide levensmiddelen, ook gedeeltelijk ontdooid, mogen niet opnieuw worden ingevroren.112
11. Reiniging en onderhoud
Reinig oppervlakken die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in aanraking komen regelmatig. WAARSCHUWING! Gevaar voor een elektrische schok! Er bestaat gevaar voor een elektrische schok door stroomvoerende onderdelen. Trek vóór reiniging altijd de stekker uit het stopcon- tact (trek niet aan het snoer, maar uitsluitend aan de stekker). Als u niet bij de netstekker kunt, moet u in de meterkast de betreffende zekering uitschakelen. Pak de netstekker niet vast met natte handen. GEVAAR! EXPLOSIE- en BRANDGEVAAR! Door gasvorming kunnen explosies optreden. Gebruik voor het reinigen van het apparaat of onder- delen ervan geen brandbare vloeistoffen. Gebruik geen ontdooispray. Hierdoor kunnen zich explosieve gassen vormen. WAARSCHUWING! Gevaar voor de gezondheid! Ondeskundige omgang met levensmiddelen kan tot vergiftiging door levensmiddelen leiden. Als u het apparaat uitschakelt of bij een stroomuitval wordt er niet meer voldoende gekoeld. Ingevroren le- vensmiddelen kunnen gedeeltelijk of geheel ontdooi- en.DE
Een temperatuurstijging tijdens het handmatig ont- dooien, onderhouden en reinigen van het apparaat kan de bewaartijd van de ingevroren levensmiddelen ver- korten. Neem, ook bij het slechts tijdelijk uitschakelen zoals bij de reiniging, de bevroren levensmiddelen uit het apparaat en bewaar ze dik in krantenpapier gewik- keld in een voldoende koele ruimte of een koelkast. WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel! Door extreem lage temperaturen kunnen brandwon- den ontstaan. Raak de bevroren binnenwanden van de vriesruimte en bevroren levensmiddelen niet met blote handen aan. Gebruik bijvoorbeeld een droge doek om de be- vroren producten vast te pakken. LET OP! Gevaar voor beschadiging! Schade aan het apparaat door verkeerde omgang met kwetsbare oppervlakken van het apparaat. Kwetsbare oppervlakken: De kunststof onderdelen en de deurafdichting mogen niet in aanraking ko- men met olie en vet omdat de oppervlakken hier- door poreus en broos kunnen worden. Gebruik in geen geval bijtende, schurende of korre- lige reinigingsmiddelen of reinigingsmiddelen die azijnzuur, soda of oplosmiddelen bevatten. Deze kunnen de oppervlakken beschadigen. Gebruik om het ontdooien te versnellen geen ande- re mechanische inrichtingen of hulpmiddelen zoals elektrische radiatoren, heteluchtblazers, haardrogers of scherpe of harde voorwerpen. De thermische iso- latie en de binnenruimte zijn gevoelig voor krassen en hitte en kunnen smelten.114 Gebruik in de koelkast geen elektronische appara- ten. Zowel het apparaat zelf als het gebruikte elek- tronische apparaat kunnen onherstelbaar bescha- digd raken. Zet de thermostaatregelaar op 0. Het apparaat schakelt uit. Trek de netstekker uit het stopcontact. 11.1. Ontdooien van de koel- en vriesruimte Aan de achterwand van het koelgedeelte vormen zich condensaatdruppels, die au- tomatisch naar beneden lopen. Bij het ontdooien kunnen met condensaatdruppels ook verontreinigingen in de trechteropening van de goot terechtkomen. Hierdoor kan de afvoeropening verstopt raken. Om dit te verhinderen, maakt u deze voor- zichtig schoon met bijv. een wattenstaafje of een prikker. Het apparaat werkt cyclusgewijs: Er wordt gekoeld (aan de achterste wand vormt zich rijp), daarna wordt er ontdooid (het water loopt via de wand naar beneden). Als zich op het oppervlak van de vriesruimte veel ijs afzet, neemt de efficiëntie van het apparaat af en verbruikt het meer energie. Zet een paar uur voordat u het apparaat gaat ontdooien, de temperatuurrege- laar op stand 7. De ingevroren levensmiddelen kunnen dan langere tijd op ka- mertemperatuur worden bewaard. Een temperatuurstijging tijdens het handmatig ontdooien, onderhou- den en reinigen van het apparaat kan de bewaartijd van de ingevroren levensmiddelen verkorten. Het wordt aanbevolen om het apparaat minimaal één keer per jaar te ontdooien. Haal de ingevroren levensmiddelen uit het vriesgedeelte, wikkel ze in een paar lagen krantenpapier, wikkel er eventueel nog een deken omheen en leg ze op een koele plaats. Maak het koel- en vriesgedeelte leeg. Verwijder de laden uit het koel- en het vriesgedeelte. Na ongeveer een half uur is de rijp op de gladde wanden gemakkelijk te verwij- deren met behulp van een kunststof of houten spatel. De spatels behoren niet tot de leveringsomvang.DE
11.2. Apparaat reinigen Maak de afvoer voor condenswater in het koelgedeelte schoon, bijv. met een wattenstaafje of een prikker (zie afbeelding). Het koel- en het vriesgedeelte met een mild schoonmaakmiddel (bijv. afwasmid- del) reinigen en laten drogen. Alle alle losse onderdelen zorgvuldig met een mild schoonmaakmiddel (bijv. af- wasmiddel) reinigen (groentelade, deurvakken, glasplaten, rooster). De glasplaten zijn van gehard veiligheidsglas en zijn vaatwasmachine- bestendig. Om schimmelvorming te voorkomen, kunt u een beetje azijn (schoon- maakazijn, huishoudazijn of geconcentreerde azijn) toevoegen aan het water dat u voor het reinigen gebruikt. Zand-, soda- en zuurhoudende schoonmaakmiddelen zijn niet geschikt. Reinig de oppervlakken van het apparaat, behalve de deurafdichting, met een mild schoonmaakmiddel. Maak de deurafdichting schoon met schoon water, neem het water af en laat de afdichting drogen. Schakel het apparaat weer in zoals beschreven in het betreffende hoofdstuk van de gebruiksaanwijzing. 11.3. Gloeilamp vervangen GEVAAR! Gevaar voor een elektrische schok! Er bestaat gevaar voor een elektrische schok door stroomvoerende onderdelen. Trek de stekker van de koelkast uit het stopcontact voordat u de gloeilamp gaat vervangen.116 Het type gloeilamp is onder “16. Technische gegevens” op blz. 119 aan- gegeven. Zet de temperatuurregelaar op de positie 0 en trek vervolgens de stekker uit het stopcontact. De schroef aan de lampafdekking met een kruiskopschroevendraaier losdraaien en de afdekking verwijderen. Defecte gloeilamp door een nieuwe vervangen. Plaats het kapje en bevestig het met de schroef.
12. Maatregelen bij uitval van de netvoeding
Ontdooide levensmiddelen, ook gedeeltelijk ontdooid, mogen niet opnieuw wor- den ingevroren. Bij stroomuitval moet u vóór gebruik van de levensmiddelen controleren of ze nog in orde zijn (zie ook “3.4.4. Omgang met het apparaat” op blz. 95).
13. Problemen oplossen
Tijdens het gebruik kunnen storingen optreden. Controleer aan de hand van de vol- gende tabel of u het probleem zelf kunt verhelpen. Elke andere reparatie is niet toe- gestaan en heeft tot gevolg dat de garantie vervalt. Neem daarom bij storingen contact op met ons Service Center of een ander professioneel reparatiebedrijf. Storing Oorzaak Oplossing Het apparaat werkt niet. Stroomcircuit onderbro- ken. Controleer of de netstekker in het stopcontact zit. Controleer of er spanning op het stopcontact staat door er een ander elektrisch ap- paraat op aan te sluiten (bij- voorbeeld een nachtlampje). Controleer de zekering. Controleer het netsnoer op beschadigingen.DE
Storing Oorzaak Oplossing De compressor wordt maar heel af en toe in- geschakeld. Controleer of de omgevings- temperatuur niet lager is dan 16°C. Binnenverlichting werkt niet. De gloeilamp is defect/ losgeraakt. Controleer of de gloeilamp goed vastzit. Vervang de gloeilamp zo no- dig. De temperatuur in het koel-/vries- gedeelte is niet laag genoeg. De deur kan niet wor- den gesloten of de deur wordt te vaak geopend. Plaats de levensmiddelen zo- danig dat de deur goed kan worden gesloten. Open de deur kort. De temperatuur in het koel-/vries- gedeelte is niet laag genoeg. De omgevingstem- peratuur is hoger dan +38°C. Het apparaat is bedoeld voor een omgevingstemperatuur van +16°C tot +38°C. Er is te weinig luchtcir- culatie. Schuif het apparaat verder van de muur. Het apparaat staat in het volle zonlicht of naast een warmtebron. Zet het apparaat op een an- dere plaats. Onder in het koelgedeelte blijft water staan. De levensmiddelen ko- men rechtstreeks in aanraking met de ach- terwand van het koelge- deelte. Haal de levensmiddelen en verpakkingen weg bij de achterwand. De afvoeropening is ver- stopt. De afvoeropening voor de condensaatdruppels bijv. met een wattenstaafje of een prikker reinigen. Het apparaat maakt te veel la- waai. Het apparaat is niet goed opgesteld. Zet het apparaat waterpas. Het apparaat komt in contact met meubels of andere voorwerpen. Zet het apparaat vrij neer, zodat het geen andere voor- werpen raakt.118
14. Buiten gebruik stellen
Ga als volgt te werk wanneer u het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt: Zet eerst de temperatuurregelaar op de positie 0 en trek vervolgens de stekker uit het stopcontact. Maak het apparaat leeg. Reinig het koel- en vriesgedeelte en laat het drogen. Reinig alle onderdelen (groentelade, deurvakken, glasplateaus, inlegschappen enzovoort) zorgvuldig. Laat de deur openstaan om de ontwikkeling van onaangename geuren en schimmelvorming te voorkomen.
Schakel het apparaat uit en haal de netstekker uit het stopcontact. Demonteer de deur en de afdichting of plak de deur dicht met tape, zodat kin- deren zichzelf niet kunnen insluiten. Het apparaat en de isolatie moeten volgens de daarvoor geldende voorschriften worden afgevoerd. Houd er bij het afvoeren van het apparaat rekening mee dat het apparaat of de isolatie cyclopentaan (brandbaar isolatiegas) bevat. Verpakking Het apparaat zit ter bescherming tegen transportschade in een verpak- king. Verpakkingen zijn gemaakt van materialen die milieuvriendelijk kunnen worden afgevoerd en vakkundig kunnen worden gerecycled. Apparaat Gebruikte apparaten met het hiernaast afgebeelde symbool mogen niet bij het gewone huishoudelijke afval worden gedaan. Volgens richtlijn 2012/19/EU moet het apparaat aan het einde van de le- vensduur volgens de voorschriften worden afgevoerd. Hierbij worden voor hergebruik geschikte stoffen in het apparaat gere- cycled, zodat belasting van het milieu wordt voorkomen. Geef het afgedankte apparaat af bij een hiervoor bedoeld inzamelpunt of bij een afvalsorteercentrum. Neem voor meer informatie contact op met de milieudienst bij u ter plaatse of met uw gemeente.DE
Nominale spanning: 220 – 240 V ~ Nominale frequentie: 50 Hz Nominaal stroomverbruik: 0,75A Koelmiddel: R-600a Koelmiddelhoeveelheid: 47g Isolatiegas: cyclopentaan Gewicht: ca. 38 kg Veiligheidsklasse I Bewaartijd bij storing: 13,5 uur 16.1. Productinformatieblad Naam of handelsmerk van de leverancier: MEDION® Adres van de leverancier: MEDION AG Am Zehnthof 77 45307 Essen Duitsland Modelaanduiding: MD 37298 Type koelapparaat: Geluidsarm apparaat: nee Bouwvorm: vrijstaand Wijnkoeler: nee Ander koelapparaat: ja Algemene productparameters: Parameter Waarde Parameter Waarde Totale af- metingen (in mm) Hoogte 1430 Totale kubieke in- houd (in dm
Breedte 545 Diepte 555 EEI 100 Energieklasse E Geluidsniveau (in dB(A) re 1 pW) 40 Geluidsniveauklasse C Jaarlijks energiever- bruik (in kWh/a)* 171,92 Klimaatklasse: N, ST120 Minimale omgevings- temperatuur (in °C) waarvoor het koelap- paraat geschikt is 16 Maximale omge- vingstemperatuur (in °C) waarvoor het koelapparaat ge- schikt is
- Op basis van genormeerde testresultaten gedurende 24 uur vastgesteld energieverbruik in kWh/jaar. Het werkelijke energieverbruik hangt af van het gebruik en de standplaats van het apparaat. Vakparameters: Type vak Vakparameters en -waarden Kubieke in- houd van het vak (in
of l) Aanbevo- len tempe- ratuurin- stelling voor een optima- le bewa- ring van levensmid- delen (in °C). Vriesver- mogen (in kg/24 uur) Ontdooi- ingstype* Opbergvak voor verse levensmid- delen ja 169,0 +4 — M Vriesvak met vier sterren ja 37,0 -18 2,4 M
- automatische ontdooiing = A, handmatige ontdooiing = M Vriesvak met vier sterren Snelvriesfunctie nee Lichtbronparameters: Soort lichtbron Nominale spanning 220 - 240 V, Vermogen max. 10 W, schroefdraad E14. Maximaal toegestane afmetingen van de gloeilamp: Diameter 26 mm, lengte 55 mm Energieklasse Zie productinformatieblad als download Minimale duur van de door de fa- brikant aangeboden garantie: 24 maanden vanaf de aankoopdatumDE
Andere gegevens: Scan de QR-code op het energielabel om het volledige productinformatieblad te downloaden.
17. EU-conformiteitsinformatie
Hierbij verklaart Medion AG dat dit apparaat in overeenstemming is met de fundamentele eisen en de overige toepasselijke voorschriften:
- EMC-richtlijn 2014/30/EU
- Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU
- Ecodesign-richtlijn 2009/125/EG
- RoHS-richtlijn 2011/65/EU
18. Reserveonderdelen
Als u reserveonderdelen wilt bijbestellen, bezoek dan onze MEDIONServiceshop op https://www.medion.com/medionserviceshop. Daar vindt u alle passende informatie over uw product.
19. Service-informatie
Wanneer uw apparaat niet zoals gewenst of verwacht functioneert, neem dan con- tact op met onze klantenservice. U heeft verschillende mogelijkheden, om met ons contact op te nemen:
- In onze Service-Community vindt u andere gebruikers en onze medewerkers en daar kunt u uw ervaringen uitwisselen en uw kennis delen. U vindt onze Service-Community onder community.medion.com.
- U kunt natuurlijk ook ons contactformulier gebruiken onder www.medion.com/contact.
- En bovendien staat ons serviceteam ook via de hotline of per post ter beschik- king. Nederland Openingstijden Hotline Klantenservice Ma - vr: 07.00 - 23.00 uur Za - zo: 10.00 - 18:00 uur 0900 - 2352534 Buiten deze tijden kunt u op het genoemde nummer te allen tijde gebruik maken van onze voicemaildienst met terugbeloptie.122 Serviceadres MEDION B.V. John F.Kennedylaan 16a 5981 XC Panningen Nederland België Openingstijden Service Hotline Ma - vr: 09:00 - 19:00
Serviceadres MEDION B.V. John F.Kennedylaan 16a 5981 XC Panningen Nederland Deze en vele andere gebruiksaanwijzingen staan ter beschikking om te downloa- den via het serviceportaal. Daar vindt u ook drivers en andere software voor verschillende apparaten. Ook kunt u de QR-code hiernaast scannen en de gebruiksaanwijzing via het service- portaal downloaden op uw mobiele eindapparaat. Nederland Luxemburg www.medion.com/nl/service/start/ www.medion.com/lu/fr/DE
België www.medion.com/be/nl/service/start/
20. Privacy statement
Beste klant! Wij delen u mee dat wij, MEDION AG, Am Zehnthof 77, 45307 Essen, als verwer- kingsverantwoordelijke uw persoonsgegevens verwerken. In aangelegenheden die te maken hebben met het recht op gegevensbescherming, worden wij bijgestaan door de functionaris voor gegevensbescherming van onze onderneming, die bereikbaar is onder MEDION AG, Datenschutz, Am Zehnthof 77, D-45307 Essen; datenschutz@medion.com. Wij verwerken uw gegevens ten behoe- ve van de garantieafwikkeling en daarmee samenhangende processen (bijv. repa- raties) en baseren ons bij de verwerking van uw gegevens op de met ons gesloten koopovereenkomst. Wij zullen uw gegevens voor de garantieafwikkeling en daarmee samenhangende processen (bijv. reparaties) doorgeven aan de dienstverleners die de reparaties in opdracht van ons uitvoeren. Wij slaan uw persoonsgegevens gewoonlijk op voor de duur van drie jaar om ervoor te zorgen dat uw wettelijke garantieaanspraken kun- nen worden vervuld. U hebt tegenover ons het recht op informatie over de betreffende persoonsgege- vens en op rectificatie, wissing, beperking van de verwerking, bezwaar tegen de verwerking en op gegevensoverdraagbaarheid. Ten aanzien van het recht op informatie en wissing gelden evenwel beperkingen volgens § 34 en § 35 van de Duitse wet bescherming persoonsgegevens (BDSG) (art. 23 AVG). Bovendien hebt u het recht om een klacht in te dienen bij een toe- zichthoudende autoriteit (art. 77 AVG juncto § 19 BDSG). Voor MEDION AG is dat de functionaris voor gegevensbescherming en informatievrijheid van de deelstaat Noordrijn-Westfalen (Landesbeauftragte für Datenschutz und Informationsfreiheit Nordrhein Westfalen), Postbus 200444, 40212 Düsseldorf. www.ldi.nrw.de. De verwerking van uw gegevens is noodzakelijk voor de garantieafwikkeling; zon- der dat de vereiste gegevens beschikbaar worden gesteld, is het niet mogelijk om de garantie af te wikkelen.124
Copyright © 2021 Stand: 29.01.2021 Alle rechten voorbehouden. Deze gebruiksaanwijzing is auteursrechtelijk beschermd. Verveelvoudiging in mechanische, elektronische of welke andere vorm dan ook zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant is verboden. Het copyright berust bij de firma: MEDION AG Am Zehnthof 77 45307 Essen Duitsland Houd er rekening mee dat het bovenstaande adres geen retouradres is. Neem eerst contact op met onze klantenservice.DE
Notice-Facile