Green Force II - Autoradio Raveland - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Green Force II Raveland in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Green Force II - Raveland en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Green Force II van het merk Raveland.
GEBRUIKSAANWIJZING Green Force II Raveland
Geachte klant, Hartelijk dank voor de aanschaf van dit product. Dit product voldoet aan de voorwaarden van de nationale en Europese wetgeving. Volg de instructies van de gebruiksaanwijzing op om deze status van het apparaat te handhaven en een ongevaarlijke werking te garanderen! Deze gebruiksaanwijzing hoort bij dit product. Deze bevat belangrijke instructies voor de inbedrijfstelling en het gebruik. Neem deze instructies in acht, ook wanneer u het product aan derden doorgeeft. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig om later nog eens door te kunnen lezen! Alle voorkomende bedrijfsnamen en productaanduidingen zijn handelsmerken van de betreffende eigenaren. Alle rechten voorbehouden.
Voor meer informatie kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be.64
2. Voorgeschreven gebruik
Onder voorgeschreven gebruik van het Raveland Power Package 2 wordt verstaan de versterking van audiosignalen met een laag niveau en de weergave van deze signalen in motorvoertuigen. De versterker is er alleen voor de aansluiting aan een 12V-gelijkspanningsboordnet met de negatieve pool van de batterij aan carrosserie toegelaten en mag alleen in voertuigen met deze boordspanningshaard worden ingebouwd en gebruikt. De luidsprekers mogen alleen op luidsprekeruitgangen van audioapparaten worden aangesloten. Sluit geen van de apparaten aan op het 230 V-stroomnet. Door de soort van de inbouw dient de gebruiker ervoor te zorgen dat de apparaten tegen vocht en natheid worden beschermd. Een andere toepassing dan hierboven beschreven, kan leiden tot beschadiging van deze producten. Daarnaast bestaat het risico van bijv. kortsluiting, brand of elektrische schokken. Aan de producten mag niets worden veranderd resp. omgebouwd en de behuizingen mogen niet worden geopend! Volg alle veiligheidsinstructies en montagevoorschriften in deze gebruiksaanwijzing op.
3. Verklaring van symbolen
Het symbool met een uitroepteken wijst de gebruiker erop, dat hij/zij voor de ingebruikneming van het apparaat de gebruiksaanwijzing moet lezen en deze bij het gebruik in acht moet nemen.
Het “hand”-symbool staat voor speciale tips en bedieningsinstructies.
4. Veiligheidsvoorschriften
Elke schade, die het gevolg is van het niet naleven van deze handleiding leidt tot varvallen van de aansprakelijkheid/garantie! Voor vervolgschade die hieruit ontstaat, zijn wij niet aansprakelijk! Voor materiële schade of persoonlijk letsel veroorzaakt door ondeskundig gebruik of het niet opvolgen van de veiligheidsvoorschriften, zijn wij niet verantwoordelijk! In dergelijke gevallen vervalt elke aanspraak op garantie!65 Geachte klant, de volgende veiligheids- en gevarenvoorschriften hebben niet alleen de bescherming van het product, maar ook de bescherming van uw gezondheid tot doel. Lees de volgende punten zorgvuldig door:
- Om veiligheids- en vergunningsredenen is het eigenmachtig ombouwen en/of veranderen van het product niet toegestaan.
- Alle personen, die deze set bedienen, installeren, opstellen, in bedrijf nemen of onderhouden, moeten hiervoor opgeleid en voldoende gekwalificeerd zijn en deze gebruiksaanwijzing opvolgen.
- Als spanningsbron mag alleen het 12 V-gelijkspanning boordnet in het voertuig (negatieve pool van de accu aan de carrosserie van de auto) worden gebruikt. Sluit de versterker nooit aan andere voedingsspanning aan.
- Zorg voor een correcte ingebruikneming van de apparaten. Neem hierbij deze gebruiksaanwijzing in acht.
- Zorg dat elektrische apparatuur niet in contact komt met vloeistof. Zet voorwerpen waar vloeistof in zit niet boven op elektrische apparaten (bijv. vazen). Er bestaat brandgevaar of gevaar voor een levensgevaarlijke elektrische schok. Indien een dergelijke situatie zich toch voordoet, dient het apparaat van de netvoeding losgekoppeld en een erkend elektromonteur geraadpleegd te worden.
- Stel de apparaten niet bloot aan hoge temperaturen, druip- of spatwater, sterke trillingen of hoge mechanische belastingen.
- Zet geen brandende voorwerpen, zoals kaarsen, op de apparaten.
- Raadpleeg een vakman wanneer u twijfelt over de werkwijze, veiligheid of aansluiting van de apparaten.
- Houd het product buiten bereik van kinderen; het is geen speelgoed. Kinderen kunnen niet inschatten welke gevaren aan het gebruik van elektrische apparatuur zijn verbonden.
- Laat verpakkingsmateriaal niet achteloos slingeren. Dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed zijn.
- De apparaten mogen niet zonder toezicht in werking zijn.
- Gebruik de toestellen uitsluitend in een gematigd klimaat; niet in een tropisch klimaat.
- Neem ook de veiligheidsvoorschriften en gebruiksaanwijzingen in acht van de andere apparaten die worden aangesloten.
- Let a.u.b. op de aanvullende veiligheidsvoorschriften in de afzonderlijke hoofdstukken van deze handleiding.
- Indien u vragen heeft over de correcte aansluiting of als er problemen zijn waar u in de gebruiksaanwijzing geen oplossing voor kunt vinden, neemt u dan contact op met onze technische helpdesk of met een andere elektromonteur.66
5. Productbeschrijving
Het Raveland Power Package 2 bestaat uit een versterker met groot vermogen, een subwoofer en een satelliet- luidsprekersysteem. Voor een complete, echter te allen tijde uitbreidbare auto-HiFi-installatie, ontbreekt dus alleen nog een autoradio, bij voorkeur met cd-speler of cd-wisselaar. De afzonderlijke onderdelen van het systeem beschikken over de volgende eigenschappen: Versterker
- MOSFET-schakelende voeding
- 4-/3- of 2-kanaals werking
- Bass-Boost-schakeling
- Veiligheidsschakeling tegen kortsluiting bij de luidsprekeruitgangen en tegen te hoge temperatuur
- 2 ohm stabiele luidsprekeruitgangen
- Uitschakelbare actief filter
- Afstandsbediening via de autoradio
- Inschakelvertraging ter onderdrukking van storingsgeluiden in het inschakelmoment Subwoofer
- Behuizing met tapijtbekleding Satelliet-luidsprekersysteem
- 165mm 2-weg systeem met groot membraanoppervlak voor drukvolle basweergave
6. Aansluitingen en bedieningselementen
Wijzigingen aan het voertuig die door het inbouwen van de versterker, de luidspreker of andere componenten noodzakelijk zijn, moeten altijd zodanig worden uitgevoerd, dat daardoor geen vermindering van de veiligheid in het verkeer of de constructieve stabiliteit van de auto wordt veroorzaakt. Bij veel auto´s vervalt al bij het uitzagen van een plaatgedeelte de goedkeuring. Neem contact op met uw autodealer als u twijfelt over de keuze van de montageplaats. Omdat bij het gebruik van de autoversterker warmte vrijkomt, moet de inbouwplaats hittebestendig zijn. Laat rondom de behuizing van de versterker een ruimte van 5 cm vrij om voldoende ventilatie rondom het apparaat te verkrijgen. Zorg dat de luchtcirculatie niet door voorwerpen zoals tijdschriften, tafelkleden of gordijnen wordt beperkt. Let op dat bij het boren van montagegaten elektrische kabels, remleidingen, brandstoftank enz. niet worden beschadigd. Neem bij gebruik van gereedschap voor het inbouwen van uw auto-HiFi-componenten altijd de veiligheidsinstructies van de fabrikant van het betreffende gereedschap in acht. Houd bij de montage van de autoluidsprekers resp. uw HiFi-installatie rekening met het gevaar dat bij een ongeluk verwondingen kunnen ontstaan door losgerukte apparatuur. Bevestig daarom elk onderdeel stevig op een plaats waar het geen gevaar vormt voor inzittenden. a) Versterker Zoek voor de autoversterker een geschikte inbouwplaats. Een geschikte montageplaats voor de autoversterker bezit de volgende kenmerken:
- zo stofvrij mogelijk
- goede luchtcirculatie
- hittebestendige omgeving Als inbouwplaats zijn de kofferruimte en de vrije ruimte onder de zittingen geschikt. Houd er hierbij rekening mee, dat de autoversterker zo toegankelijk mogelijk moet blijven, zodat de elektrische aansluiting nog kan worden uitgevoerd.
Een gunstige inbouwplaats is de scheidingswand tussen kofferbak en passagiersruimte. Monteer hierbij het apparaat zo, dat de koelribben van de behuizing verticaal staan. Daardoor is een betere luchtcirculatie rondom de behuizing mogelijk.69
- Teken de gaten voor de schroeven op de inbouwplaats. Hiervoor kan het apparaat als sjabloon worden gebruikt.
- Boor de gaten voor de bevestigingsschroeven.
- Schroef de versterker vast met hiervoor geschikte schroeven. b) Subwoofer
- Maak de subwoofer met spanbanden of een soortgelijk bevestigingsmateriaal stevig vast. De bevestiging moet ook in geval van een noodstop of ongeluk het gewicht van de subwoofer kunnen dragen.
- De kofferruimte is een geschikte plaats voor montage. c) Satelliet-luidsprekers
- Zoek een geschikte montageplaats voor de satelliet-luidsprekers.
- Controleer of de benodigde ruimte achter het montageoppervlak voldoende is voor de inbouwdiepte. Houd bij de inbouw in een deur ook rekening met de ruimte die een opengedraaid zijraam inneemt.
- Het montageoppervlak moet stabiel genoeg zijn om een veilige bevestiging mogelijk te maken. Eventueel kan een houten plank worden gebruikt als extra versteviging.
- Nadat de montageplaats voor de luidsprekers is bepaald, kunt u de inbouwopeningen voor de luidsprekers uitsnijden. Monteer de luidsprekers volgens onderstaande afbeelding:70
8. Aansluiting van de stroomvoorziening
De elektrische aansluiting mag uitsluitend door een deskundige worden uitgevoerd. Om kortsluiting en hieruit resulterende beschadigingen te voorkomen, moet tijdens het aansluiten de minpool (massa) van de autoaccu worden losgekoppeld. Sluit de minpool van de accu pas weer aan als u de apparaten volledig heeft aangesloten en de aansluiting goed is gecontroleerd. Gebruik voor de controle van de spanning aan boordspanningskabels alleen een voltmeter of een diodetester, omdat normale controlelampen te hoge stromen opnemen en daardoor de boordelektronica zou kunnen beschadigen. Let bij het leggen van leidingen op, dat deze niet ingeklemd worden of tegen scherpe kanten aan schuren; gebruik bij doorvoeringen rubber kokers. Om storingsinvloeden van de generator of andere elektrische voorzieningen van het voertuig te reduceren, dient de voedingsspanning van de versterker rechtstreeks via de signaalopnemer op de boordaccu plaats te vinden. Geen andere verbruikers, zoals ventilatoren, ruitenwissers, enz. mogen via dezelfde kabel als de autoversterker van voeding worden voorzien. Gebruik voor de aansluiting van voedingsspanning en massa van de versterker aansluitkabels met een zo groot mogelijke leidingdiameter. De benodigde leidingdiameter wordt bepaald door het benodigde vermogen van de aangesloten componenten (bij gebruik van alleen de set wordt ca. 16mm² aanbevolen). Als kabels met een te geringe doorsnede worden gebruikt, kan dit in ongunstige gevallen leiden tot doorbranden van een kabel. Bovendien komt het door de verhoogde ohmse weerstand tot onnodige vermogensverliezen. Een extra zekering in de plusleiding van de versterker is in ieder geval vereist (zekeringhouder is niet bij de levering inbegrepen). De zekering moet zo dicht mogelijk bij de accu worden aangesloten (max. 20 cm er vanaf). In geval van kortsluiting (bijv. aansluitkabel doorgeschuurd) onderbreekt de zekering de plusleiding; een beschadiging van de accu of een kabelbrand van de toevoerleiding wordt zo voorkomen. De zekering is afhankelijk van de stroomopname van de aangesloten toestellen van de auto- hifi-installatie.71
- Verbind de aansluiting +12V van de aansluitterminal voor de stroomvoorziening (14) rechtstreeks met de pluspool van de boordaccu.
- Verbind de aansluiting REM van de aansluitterminal voor de stroomverzorging (14) met de aansluiting van de afstandsbediening of de antennestuuruitgang van de autoradio.
De versterker wordt via deze ingang ingeschakeld, als een spanning van +12V aanwezig is. Intussen bezitten bijna alle autoradio´s een dergelijke besturingsuitgang, die slechts +12V voert als de radio wordt ingeschakeld.
- Verbind de aansluiting GND van de aansluitterminal voor de stroomvoorziening (14) met de minklem (aarde) van de accu of met de voertuigcarrosserie. Let op! Aangezien door de steeds vaker toegepaste lijmtechniek resp. door gelakte metalen onderdelen het elektrische geleidingsvermogen beperkt wordt, is niet elk metalen onderdeel als massapunt geschikt.
Voer de verdeling van de voedingsspanning stervormig uit,d.w.z. de aansluitingen van de minleidingen voor alle componenten van de auto-HiFi-installatie gaan telkens van één punt uit. Door deze manier van verdeling worden aardlussen voorkomen. Op dezelfde manier dient met de plusleidingen te werk te worden gegaan.72 HPF HPF
9. Aansluiting van de versterkeringangen
De versterker bezit cinch-ingangen voor de aansluiting aan de autoradio. Autoradio’s met cinch-uitgangen kunnen direct aan de ingangsbussen aangesloten worden. Beschikt de autoradio alleen over luidsprekeruitgangen, dan moet voor het aansluiten een geschikte NF-adapter worden toegepast. Gebruik voor de aansluiting van de cinchingangen alleen hiervoor geschikte en afgeschermde cinchkabels. Bij gebruik van andere kabels kunnen zich storingen voordoen. Houd de lengte van de cinchleidingen zo kort mogelijk. Leg de cinchleidingen niet in de buurt van andere kabels. U voorkomt zo storende invloeden op de versterkeringang. Om vervormingen of onjuiste aanpassingen te voorkomen die tot beschadiging van de versterker kunnen leiden, mogen op de cinchingangen uitsluitend apparaten met een cinchuitgang worden aangesloten. Let hierbij ook op de aansluitwaarden in de „Technische gegevens“.
- Verbind de cinch-uitgangen van uw autoradio met de cinch-ingangen van de versterker: Achterste uitgangen > aansluiting REAR IN (6) L = linker ingang R = rechter ingang Voorste uitgangen > aansluiting FRONT IN (8) L = linker ingang R = rechter ingang
- Indien uw autoradio niet over 4 cinch-uitgangen beschikt, maakt u dan gebruik van een zgn. Y-adapter.73
10. Aansluiting van de versterkeruitgangen
a) Aansluiten van de luidsprekeruitgangen De autoversterker is voorzien van uitgangen voor 4 luidsprekers. Steeds 2 luidsprekeruitgangen kunnen echter ook voor de mono bridge functie worden gebruikt, waarbij slechts één luidspreker wordt aangedreven maar waarbij een aanzienlijk hoger uitgangsvermogen ter beschikking staat. De satellietluidsprekers worden in de stereomodus aangesloten; de subwoofer wordt in de mono bridge modus aangesloten (3-kanaals functie). De bedrading naar de luidsprekers moet steeds tweeaderig worden uitgevoerd. Isoleer open verbindingsplaatsen. Zorg dat snoeren niet door scherpe randen kunnen worden beschadigd. Gebruik uitsluitend luidsprekers met voldoende belastingscapaciteit (zie de technische gegevens). Let erop dat alle luidsprekers volgens de juiste polariteit zijn aangesloten- dus de plus- en mintekens moeten overeenstemmen! De versterker is ontwikkeld voor gebruik met luidsprekerimpedanties van minimaal 2 ohm (stereomodus) resp. 4 ohm (mono bridge modus). Sluit in geen geval luidsprekers met een lagere impedantie aan.
- Verbind de luidsprekeraansluitingen van de satelliet-luidsprekers met de aansluiting SPEAKER FRONT (16) op de versterker. Pluspool linker satelliet-luidspreker > aansluiting LEFT+ Minpool linker satelliet-luidspreker > aansluiting LEFT- Pluspool rechter satelliet-luidspreker > aansluiting RIGHT+ Minpool rechter satelliet-luidspreker > aansluiting RIGHT-
- Verbind de luidsprekeraansluiting van de subwoofer met de aansluiting SPEAKER REAR (17) op de versterker: Aansluiting (+) van de subwoofer (rode klem) > aansluiting BRIDGED+ Aansluiting (-) van de subwoofer (zwarte klem) > aansluiting BRIDGED-74
e24 b) Aansluiten van de cinch-uitgangen De versterker beschikt naast de luidsprekeruitgangen ook over cinchuitgangen, waarmee het ingangssignaal zonder gebruik van adapters naar verdere componenten van de auto-hifi-installatie kan worden overgebracht.
- Verbind de aansluiting REAR OUT (7) met de ingang van de nageschakelde componenten. Bovenste cinch-bus > ingang links Onderste cinch-bus > ingang rechts75
a) Het actieve filter van de versterker De versterker is met een actieve filter uitgerust, die het mogelijk maakt voor de achterste kanalen een hoogdoorlaat- resp. laagdoorlaatfilter te schakelen. Voor de voorste kanalen is een hoogdoorlaatfilter beschikbaar. De scheidingsfrequenties kunnen hierbij traploos worden ingesteld. De frequentiefilterschakelaar REAR (2) beïnvloedt het actieve filter voor de achterste luidsprekeruitgangen:
- FULL Actief filter uitgeschakeld, het versterkerkanaal geeft het gehele frequentiebereik weer.
- HPF Hoogdoorlaatfilter ingeschakeld, de versterkertak geeft alleen het frequentiebereik boven de met de regelaar HPF (1) ingestelde frequentie weer.
- LPF Laagdoorlaatfilter ingeschakeld, de versterkertak geeft alleen het frequentiebereik onder de met de regelaar REAR LPF (3) ingestelde frequentie weer. De frequentiefilterschakelaar REAR (10) beïnvloedt het actieve filter voor de voorste luidsprekeruitgangen:
- FULL Actief filter uitgeschakeld, het versterkerkanaal geeft het gehele frequentiebereik weer.
- HPF Hoogdoorlaatfilter ingeschakeld, de versterkertak geeft alleen het frequentiebereik boven de met de regelaar FRONT HPF (11) ingestelde frequentie weer.76 b) De bass-boost-schakeling van de versterker De versterker bezit een bass-boost-schakeling voor de achterste kanalen, die lage basfrequenties in twee trappen versterkt. Deze wordt vooral gebruikt om kleinere basluidsprekers of subwoofers in het lage basbereik iets meer “volume” te geven. De schakelaar SUPER BASS (4) stuurt de lage basversterking:
- Positie “0” Lage basversterker uitgeschakeld
- Positie “6” Lage bas wordt met 6dB versterkt
- Positie “12” Lage bas wordt met 12dB versterkt c) Eerste inbedrijfname Nadat de aansluiting uitgevoerd is en u de bekabeling nogmaals gecontroleerd heeft, kunt u de Raveland Power Package 2 in bedrijf nemen.
- Sluit na de controle van de bekabeling de minpool van de accu weer aan.
- Draai de regelaars REAR GAIN (5) en FRONT GAIN (9) tegen de wijzers van de klok in op minimum.
- Schuif de frequentiefilterschakelaar REAR (2) in de positie LPF en plaats de regelaar REAR LPF (3) ongeveer in de middenpositie. Hiermee wordt het benodigde laagdoorlaatfilter voor de subwoofer ingesteld.
- Schuif de frequentiefilterschakelaar FRONT (10) in de positie HPF en plaats de regelaar FRONT HPF (11) op ongeveer 100 Hz. Hiermee wordt het benodigde hoogdoorlaatfilter voor de satelliet-luidsprekers ingesteld.
- Plaats de schakelaar SUPER BASS (4) in de stand 0dB.
- Schakel uw autoradio in. De indicator POWER (12) begint te branden. Brandt de indicator PROTECTION (13), dan is een storing aanwezig. De versterker moet direct uitgeschakeld worden. Controleer in dit geval alle aansluitingen en luidsprekers. Kan hierbij geen storing kan worden vastgesteld, raadpleeg dan een vakman.
- Brandt de indicator POWER (12), draai dan het volume van de autoradio op ca. 75 % van het maximale volume.
- Stel nu het maximale volume van de satelliet-luidsprekers met de regelaar FRONT GAIN (9) op een voor u draaglijke waarde in. Bij het gebruik van meerdere versterkers past u het volume van de verschillende versterkers onderling aan. Let op, dat het maximale volume afhankelijk is van het vermogen van de luidsprekers en de versterker. Door een te hoog volume kunnen beschadigingen aan zowel de luidsprekers als aan de versterker ontstaan. Een overbelasting is door optredende vervormingen eenvoudig te horen.
- Pas vervolgens met de regelaar REAR GAIN (5) het volume van de subwoofer aan het volume van de satelliet- luidsprekers aan. De subwoofer mag niet dreunen of qua klank hoorbaar zijn; hij moet de satelliet-luidsprekers alleen in het lage basbereik ondersteunen. De onderlinge verhouding van het volume tussen de subwoofer en satelliet-luidsprekers kan ook achteraf nog met de fader-regelaar van de autoradio vanaf de bestuurdersplaats worden geregeld, wanneer de autoradio over vier voorversterkeruitgangen beschikt.77
- Stel na deze instelling met de volumeknop van de autoradio een gemiddeld geluidsniveau in. Het totale volume wordt vanaf nu uitsluitend met de volumeknop van de autoradio ingesteld.
- Om een optimaal geluid te bereiken, kunnen nu nog de ingestelde scheidingsfrequenties met de regelaars REAR LPF (3) en FRONT HPF (11) iets worden bijgesteld. Let hierbij ook weer op een zuiver basgeluid. Probeer ook het ompolen van de luidsprekerkabels bij de subwoofer. Vaak zorgt de gedraaide faseverhouding voor een betere basweergave (dit is afhankelijk van de inbouwplaats van de subwoofer).
- Bij een te zwakke lage basweergave kunt u met de schakelaar SUPER BASS (4) een twee-traps lage basversterker activeren (zie “De super-bass-schakeling van de versterker”).
- Een te hoog volume binnen in de auto heeft tot gevolg dat akoestische waarschuwingssignalen niet meer kunnen worden waargenomen. Hierdoor brengt u uzelf en andere weggebruikers in gevaar. Let daarom op dat het volume niet te hard staat.
- Onachtzaamheid in het verkeer kan leiden tot ernstige ongelukken. Daarom mag de Hifi-installatie uitsluitend worden bediend als de verkeerssituatie het toelaat. Zorg bovendien dat uw aandacht door het bedienen van de installatie niet van het verkeer wordt afgeleid.
- Bewaar magneetgeheugens niet in de buurt van de autoluidspreker, zoals bijv. diskettes, videobanden, enz. aangezien het magneetveld van de luidsprekers de op deze geheugenmedia vastgelegde informatie kan verstoren.
- Het wordt afgeraden gedurende een langere periode naar muziek met een te hoog volume te luisteren. Hierdoor kan het gehoor beschadigd raken.78
Controleer regelmatig de technische veiligheid van het Raveland Power Package 2 bijvoorbeeld op beschadiging van aansluitsnoeren of behuizing. Indien kan worden aangenomen dat gebruik zonder gevaren niet meer mogelijk is, moet het product buiten bedrijf worden gesteld en worden beveiligd tegen onopzettelijk gebruik. Verbinding met boordnet verbreken! U mag ervan uitgaan dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is indien:
- de apparaten zichtbaar zijn beschadigd,
- de apparaten niet meer goed functioneren of
- na zware mechanische belastingen Neem altijd de volgende veiligheidsinstructies in acht voordat u de autoversterker gaat schoonmaken of onderhouden: Bij het openen van deksels en/of het verwijderen van onderdelen van het apparaat kunnen spanningvoerende delen vrij komen te liggen. Voor onderhouds- of reparatiewerkzaamheden moet daarom de versterker worden losgekoppeld van alle spanningsbronnen. Condensatoren in het apparaat kunnen nog geladen zijn, zelfs als het van alle spanningsbronnen is losgekoppeld. Een reparatie mag uitsluitend plaatsvinden door een technicus die vertrouwd is met de risico’s resp. toepasselijke voorschriften. Let bij vervanging van zekeringen op dat uitsluitend zekeringen van het aangegeven type en met de juiste nominale stroomsterkte worden gebruikt (zie Technische gegevens). Het repareren van zekeringen of het overbruggen van de veiligheidsschakelaar is niet toegestaan.
- Na een succesvolle loskoppeling van de stroomvoorziening (boordnet loskoppelen!) trekt u voorzichtig de zekeringen FUSE (15) uit de zekeringhouder.
- Vervang deze door zekeringen van hetzelfde type.
- Verbind de versterker nu pas weer met het boordnet en neem deze in gebruik.79
14. Verhelpen van storingen
U heeft met de Raveland Power Package 2 een product aangeschaft dat volgens de nieuwste stand der techniek is ontwikkeld en veilig is in het gebruik. Toch kunnen zich problemen of storingen voordoen. Hieronder vindt u enkele manieren om eventuele storingen te verhelpen: Neem altijd de veiligheidsvoorschriften in acht! Geen werking, indicator POWER (12) brandt niet:
- De aansluiting GND van het aansluitterminal voor de stroomverzorging (14) heeft geen verbinding met de voertuigmassa.
- De aansluiting REM van de aansluitterminal voor de stroomvoorziening (14) heeft geen verbinding naar de antenneuitgang van de autoradio.
- De aansluiting +12V van de aansluitterminal voor de stroomverzorging (14) wordt niet van +12V voorzien.
- De zekeringen FUSE (15) van de versterker of de zekering in de plusleiding is defect. De indicator POWER (12) brandt, er is echter geen geluid te horen:
- De volumeregelaar van de autoradio staat op minimum.
- De regelaars REAR GAIN (5)/FRONT GAIN (9) van de versterker staan op minimum.
- De luidsprekers zijn niet volgens de instructies aangesloten. De indicator PROTECTION (13) brandt, er is echter geen geluid te horen:
- De kortsluiting-beschermschakeling van de eindtrap is op grond van een kortsluiting aan de luidsprekeruitgang geactiveerd.
- De temperatuur-veiligheidsschakeling van de versterker is door een oververhitting van de versterker geactiveerd. Laat het apparaat eerst afkoelen. Een kanaal werkt niet:
- Controleer de aansluitingen REAR IN (6)/FRONT IN (8).
- Controleer de aansluiting van de luidsprekers op de aansluitterminals SPEAKER FRONT (16)/REAR (17).
- De balansregelaar op de autoradio staat niet in het midden.80 Stoorgeluiden treden op:
- Slechte massaverbinding van de massakabel, eventuele roest of verf van de contactvlakken verwijderen.
- De massapunt van de autoradio en de versterker liggen niet op hetzelfde potentiaal, verschillende massapunten proberen.
- De kabels van de eindtrap liggen te dicht bij de kabels voor het ontstekingsmechanisme van het voertuig.
- Het ontstekingsmechanisme is niet ontstoord.
- De kabels van de versterker liggen te dicht bij de kabels van de voedingsspanning. De versterker schakelt gedurende het bedrijf aan en uit:
- Slecht massacontact van de massa-aansluitkabel, aansluitpunt van de kabel of batterijcontact gecorrodeerd.
- Te lage spanning op aansluiting +12V van de aansluitterminal voor de stroomvoorziening (14), aansluitpunt van de kabel of accuklem gecorrodeerd, te zwakke accu.
- Loszittend contact aan de remote-leiding, aansluiting REM van de aansluitterminal voor de stroomvoorziening (14) heeft een loszittend contact of is gecorrodeerd. De weergave vindt plaats zonder basgeluid:
- Een satelliet-luidspreker is met verkeerde polariteit aangesloten.
- De bas-regelaar op de autoradio staat op minimum.
- Het actieve filter is verkeerd ingesteld. De weergave geschiedt zonder middel-hoogtoonaandeel:
- Het actieve filter is verkeerd ingesteld.
- De hogetonenregelaar op de autoradio staat op minimum. Andere reparaties dan hierboven beschreven, mogen uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd.
15. Afvalverwijdering
Als het product niet meer werkt, moet u het volgens de geldende wettelijke bepalingen voor afvalverwerking inleveren.81
16. Technische gegevens
Versterker Voedingsspanning: 12 V= Zekeringen: 2 x 20A vlakke voertuigzekering Uitgangsvermogen: 4 x 250W max. Frequentiebereik: 10 - 50.000Hz Scheidingsfrequenties: Laagdoorlaat: 50 - 250Hz Hoogdoorlaat: 80 - 2.000Hz Bas boost: 0 / 6 / 12dB Afmetingen: 240 x 50 x 320mm Subwoofer Belastbaarheid: 500 W (max.) Impedantie: 4 ohm Frequentiebereik: 22 - 160Hz Geluidsdruk: 95dB Afmetingen: 360 x 385 x 345mm Satelliet-luidspreker Belastbaarheid: 200W max. Impedantie: 4 ohm Frequentiebereik: 60 - 20.000Hz Geluidsdruk: 91dB Diameter inbouwgat: 156mm Inbouwdiepte: 58mm
SimpelGids