Green Force I - Autoradio Raveland - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Green Force I Raveland in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Green Force I - Raveland en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Green Force I van het merk Raveland.
GEBRUIKSAANWIJZING Green Force I Raveland
Versterker Voedingsspanning: 12V= Zekeringen: 25A vlakke autozekering Uitgangsvermogen: 2 x 250W max. Frequentiebereik: 10 - 50.000Hz Scheidingsfrequenties: laagdoorlaat 50 - 250Hz hoogdoorlaat 80 - 2.000Hz Bass boost: 0 / 6 / 12dB Afmetingen: 200 x 50 x 240mm Subwoofer Belastbaarheid: 500 W (max.) Impedantie: 4 ohm Frequentiebereik: 22 - 160Hz Geluidsdruk: 95dB Afmetingen: 360 x 385 x 345mm80 De versterker schakelt gedurende het bedrijf aan en uit:
- Slecht massacontact van de massa-aansluitkabel, aansluitpunt van de kabel of batterijcontact gecorrodeerd.
- Te geringe spanning op aansluiting +12V van de aansluitterminal voor de stroomvoorziening (9), aansluitpunt van de kabel of accuklem gecorrodeerd, te zwakke accu.
- Loszittend contact aan de remote-leiding, aansluiting REM van de aansluitterminal voor de stroomvoorziening (9) heeft een loszittend contact of is gecorrodeerd. De weergave vindt plaats zonder basgeluid:
- De bas-regelaar op de autoradio staat op minimum.
- Het actieve filter is verkeerd ingesteld. Andere reparaties dan hierboven beschreven, mogen uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd.
15. Afvalverwijdering
Het product dient na afloop van de levensduur volgens de geldende wettelijke voorschriften afgevoerd te worden.
14. Verhelpen van storingen
U heeft met de Raveland Power Package 1 een product aangeschaft dat volgens de nieuwste stand der techniek is ontwikkeld en veilig is in het gebruik. Toch kunnen zich problemen of storingen voordoen. Hieronder vindt u enkele manieren om eventuele storingen te verhelpen: Neem altijd de veiligheidsvoorschriften in acht! Geen werking, indicator POWER (11) brandt niet:
- De aansluiting GND van het aansluitterminal voor de stroomverzorging (9) maakt geen verbinding met de voertuigmassa.
- De aansluiting REM van de aansluitterminal voor de stroomvoorziening (9) maakt geen verbinding naar de antenneuitgang van de autoradio.
- De aansluiting +12V van de aansluitterminal voor de stroomverzorging (9) wordt niet van +12V voorzien.
- De zekering FUSE (10) van de versterker of de zekering in de plusleiding is defect. De indicator POWER (11) brandt, er is echter geen geluid te horen:
- De volumeregelaar van de autoradio staat op minimum.
- De regelaar GAIN (4) van de versterker staat op minimum.
- De subwoofer is niet correct aangesloten. De indicator PROTECTION (12) brandt, er is echter geen geluid te horen:
- De kortsluiting-beschermschakeling van de eindtrap is op grond van een kortsluiting aan de luidsprekeruitgang geactiveerd.
- De temperatuur-veiligheidsschakeling van de versterker is door een oververhitting van de versterker geactiveerd. Laat het apparaat eerst afkoelen. Stoorgeluiden treden op:
- Slechte massaverbinding van de massakabel, eventuele roest of verf van de contactvlakken verwijderen.
- De massapunt van de autoradio en de versterker liggen niet op hetzelfde potentiaal, verschillende massapunten proberen.
- De kabels van de eindtrap liggen te dicht bij de kabels voor het ontstekingsmechanisme van het voertuig.
- Het ontstekingsmechanisme is niet ontstoord.
- De kabels van de versterker liggen te dicht bij de kabels van de voedingsspanning.78
Controleer regelmatig de technische veiligheid van Raveland Power Package 1, bijvoorbeeld op beschadiging van aansluitsnoeren of behuizing. Indien kan worden aangenomen dat gebruik zonder gevaren niet meer mogelijk is, dan moet het product buiten bedrijf worden gesteld en worden beveiligd tegen onopzettelijk gebruik. Verbinding met boordnet verbreken! U mag ervan uitgaan dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is indien:
- de apparaten zichtbaar zijn beschadigd,
- de apparaten niet meer goed functioneren of
- het te zwaar mechanisch is belast. Neem altijd de volgende veiligheidsinstructies in acht voordat u de autoversterker gaat schoonmaken of onderhouden: Bij het openen van deksels en/of het verwijderen van onderdelen van het apparaat kunnen spanningvoerende delen vrij komen te liggen. Voor onderhouds- of reparatiewerkzaamheden moet daarom de versterker worden losgekoppeld van alle spanningsbronnen. Condensatoren in het apparaat kunnen nog geladen zijn, zelfs als het van alle spanningsbronnen is losgekoppeld. Een reparatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een vakman die vertrouwd is met de risico’s resp. relevante voorschriften. Let bij de vervanging van zekeringen op dat uitsluitend zekeringen van het aangegeven type en met de juiste nominale stroomsterkte worden gebruikt (zie Technische gegevens). Het repareren van zekeringen of het overbruggen van de veiligheidsschakelaar is niet toegestaan.
- Na succesvolle loskoppeling van de stroomverzorging (boordnet afklemmen!) trekt u voorzichtig de zekering FUSE (10) uit de zekeringhouder.
- Vervang de zekering door een zekering van hetzelfde type.
- Verbind de versterker nu pas weer met het boordnet en neem deze in gebruik.
- Stel na deze instelling met de volumeknop van de autoradio een gemiddeld geluidsniveau in. Het totale volume wordt vanaf nu uitsluitend met de volumeknop van de autoradio ingesteld.
- Om een optimale klank te bereiken, kan nu nog de ingestelde scheidingsfrequentie met de regelaar LPF (6) licht worden veranderd. Let hierbij ook weer op een zuiver basgeluid. Probeer ook het ompolen van de luidsprekerkabels aan de subwoofer. Vaak brengt de gedraaide faseverhouding een betere weergave van het basgeluid (dit is afhankelijk van de inbouwplaats van de subwoofer).
- Bij een te zwakke lage basweergave kunt u met de schakelaar SUPER BASS (5) een twee-traps lage basversterker activeren (zie “De super-bass-schakeling van de versterker”).
- Een te hoog volume binnen in de auto heeft tot gevolg dat akoestische waarschuwingssignalen niet meer kunnen worden waargenomen. Hierdoor brengt u uzelf en andere weggebruikers in gevaar. Let daarom op dat het volume niet te hard staat.
- Onachtzaamheid in het verkeer kan leiden tot ernstige ongelukken. Daarom mag de Hifi-installatie uitsluitend worden bediend als de verkeerssituatie het toelaat. Zorg bovendien dat uw aandacht door het bedienen van de installatie niet van het verkeer wordt afgeleid.
- Bewaar magneetgeheugens niet in de buurt van de autoluidspreker, zoals bijv. diskettes, videobanden, enz. aangezien het magneetveld van de luidsprekers de op deze geheugenmedia vastgelegde informatie kan verstoren.
- Het wordt afgeraden gedurende een langere periode naar muziek met een te hoog volume te luisteren. Hierdoor kan het gehoor beschadigd raken.76 b) De bass-boost-schakeling van de versterker De versterker bezit een bass-boost-schakeling voor de luidsprekeruitgangen, die lage basfrequenties in twee trappen versterkt. Deze wordt vooral gebruikt om kleinere basluidsprekers of subwoofers in het lage basbereik iets meer “volume” te geven. De schakelaar SUPER BASS (5) stuurt de lage basversterking:
- Stand „0dB“ Lage basversterker uitgeschakeld
- Stand „6dB“ Lage bas wordt met 6dB versterkt
- Stand „12dB“ Lage bas wordt met 12dB versterkt c) Eerste inbedrijfname Nadat de aansluiting uitgevoerd is en u de bekabeling nogmaals gecontroleerd heeft, kunt u de Raveland Power Package 1 in bedrijf nemen.
- Klem na de controle van de bekabeling de minpool van de accu weer aan.
- Draai de regelaar GAIN (4) tegen de wijzers van de klok in op minimum.
- Schuif de schakelaar X-OVER (7) in de positie LPF en plaats de regelaar LPF (6) ongeveer in de middenpositie. Hiermee wordt het benodigde laagdoorlaatfilter voor de subwoofer ingesteld.
- Schuif de schakelaar SUPER BASS (5) op de stand 0dB.
- Schakel uw autoradio in. De weergave POWER (11) begint te branden. Brandt de indicator PROTECTION (12), dan is een storing aanwezig. De versterker moet direct worden uitgeschakeld. Controleer in dit geval alle aansluitingen en luidsprekers. Indien hierbij geen storing kan worden geconstateerd, raadpleeg dan een vakman.
- Als de led POWER (11) brandt, draait u het volume van de autoradio op ca. 75 % van het maximale volume.
- Pas vervolgens met de regelaar GAIN (4) het volume van de subwoofer aan het volume van de overige luidsprekers aan. De subwoofer dient niet te dreunen of hard boven het geluid hoorbaar te zijn; de subwoofer dient alleen de satelliet-luidspreker in het lage basbereik te ondersteunen.
b) Aansluiten van de cinch-uitgangen De versterker beschikt naast de luidsprekeruitgangen ook over cinchuitgangen, waarmee het ingangssignaal zonder gebruik van adapters naar verdere componenten van de auto-hifi-installatie kan worden overgebracht.
- Verbind aansluiting OUT (2) met de ingang van de nageschakelde componenten. OUT L > ingang links OUT R > ingang rechts
a) Het actieve scheidingsfilter van de versterker De versterker is met een actief scheidingsfilter uitgerust, die het mogelijk maakt voor de luidsprekeruitgangen een hoogdoorlaat- resp. laagdoorlaattak te schakelen. De scheidingsfrequenties kunnen hierbij traploos worden ingesteld. De schakelaar X-OVER (7) beïnvloedt het actieve scheidingsfilter:
- FULL Actieve wissel uitgeschakeld, de versterker geeft het gehele frequentiebereik weer.
- LPF Laagdoorlaatfilter ingeschakeld, de versterker geeft alleen het frequentiebereik onder de met de regelaar LPF (6) ingestelde frequentie weer.
- HPF Hoogdoorlaatfilter ingeschakeld, de versterker geeft alleen het frequentiebereik boven de met de regelaar HPF (8) ingestelde frequentie weer.74
10. Aansluiting van de versterkeruitgangen
a) Aansluiten van de luidsprekeruitgangenDe autoversterker is voorzien van uitgangen voor 2 luidsprekers.De beide luidsprekeruitgangen kunnen echter ook voor de mono bridge functie worden gebruikt, waarbij slechts éénluidspreker wordt aangedreven maar waarbij een aanzienlijk hoger uitgangsvermogen ter beschikking staat.De subwoofer wordt daarom in de mono bridge modus aangesloten (1-kanaals mono-brugfunctie).De bedrading naar de subwoofer moet tweeaderig worden uitgevoerd. Isoleer openverbindingsplaatsen. Zorg dat snoeren niet door scherpe randen kunnen worden beschadigd.Gebruik uitsluitend luidsprekers met voldoende belastingscapaciteit (zie de technischegegevens).Let erop dat alle luidsprekers volgens de juiste polariteit zijn aangesloten- dus de plus- enmintekens moeten overeenstemmen!De versterker is ontwikkeld voor gebruik met luidsprekerimpedanties van minimaal 2 ohm(stereomodus) resp. 4 ohm (mono bridge modus). Sluit in geen geval luidsprekers met eenlagere impedantie aan.
- Verbind de luidsprekeraansluiting van de subwoofer met de aansluiting SPEAKER REAR (17) op de versterker. Aansluiting (+) van de subwoofer (rode klem) > aansluiting BRIDGED+Aansluiting (-) van de subwoofer (zwarte klem) > aansluiting BRIDGED-
b) Aansluiting via de luidsprekeringangen
- Steek de meegeleverde luidspreker-aansluitkabels in de aansluiting HIGH IN (3) van de versterker.
- Verbind de luidsprekeruitgangen van uw autoradio met de kabeleinden van de adapter: linker positieve luidsprekeruitgang > HIGH IN L+ linker negatieve luidsprekeruitgang > HIGH IN L- rechter negatieve luidsprekeruitgang > HIGH IN R- rechter positieve luidsprekeruitgang > HIGH IN R+72
9. Aansluiting van de versterkeringangen
De versterker is voorzien van zowel luidspreker- als cinchingangen voor het aansluiten op de autoradio. Wanneer uw autoradio over cinchuitgangen beschikt, dient de versterker voor een hoogwaardige geluidsweergave in ieder geval via de cinchingangen te worden aangesloten. Als uw autoradio echter niet is uitgerust met cinchuitgangen, kunt u de versterker zonder gebruik van extra apparaten of adapters op de luidsprekeruitgangen aansluiten. In geen geval mogen echter beide ingangen (luidspreker- en cinchingangen) gelijktijdig worden gebruikt. Gebruik voor de aansluiting van de cinchingangen alleen hiervoor geschikte en afgeschermde cinchkabels. Bij gebruik van andere kabels kunnen zich storingen voordoen. Houd de lengte van de cinchleidingen zo kort mogelijk. Leg de cinchleidingen niet in de buurt van andere kabels. U voorkomt zo storende invloeden op de versterkeringang. Om vervormingen of verkeerde aanpassingen te voorkomen die tot beschadiging van de versterker zouden kunnen leiden, mogen op de cinchingangen slechts bronnen met een cinchuitgang en op de luidsprekeringangen alleen luidsprekeruitgangen worden aangesloten. Let hierbij ook op de aansluitwaarden in de „Technische gegevens“. a) Aansluiting via de cinch-ingangen
- Verbind de cinchuitgangen van uw autoradio met de aansluiting IN (1) van de versterker: linker cinch-uitgang autoradio > IN L rechter cinch-uitgang autoradio > IN R
- Verbind de aansluiting +12V van de aansluitterminal voor de stroomvoorziening (9) rechtstreeks met de pluspool van de boordaccu.• Verbind de aansluiting REM van de aansluitterminal voor de stroomvoorziening (9) met deafstandsbedieningsaansluiting of antenneuitgang van de autoradio. De versterker wordt via deze ingang ingeschakeld, als een spanning van +12V aanwezig is.Intussen bezitten bijna alle autoradio´s een dergelijke besturingsuitgang, die slechts +12V voert als deradio wordt ingeschakeld.• Verbind de aansluiting GND van de aansluitterminal voor de stroomvoorziening (9) met de minklem (massa) vande accu of met de voertuigcarrosserie.Let op! Aangezien door de steeds vaker toegepaste lijmtechniek resp. door gelakte metalenonderdelen het elektrische geleidingsvermogen beperkt wordt, is niet elk metalen onderdeelals massapunt geschikt. Voer de verdeling van de voedingsspanning stervormig uit,d.w.z. de aansluitingen van de minleidingenvoor alle componenten van de auto-HiFi-installatie gaan telkens van één punt uit. Door deze maniervan verdeling worden aardlussen voorkomen.Op dezelfde manier dient met de plusleidingen te werk te worden gegaan.70
8. Aansluiting van de stroomvoorziening
De elektrische aansluiting mag uitsluitend door een deskundige worden uitgevoerd. Om kortsluiting en hieruit resulterende beschadigingen te voorkomen, moet tijdens het aansluiten de minpool (massa) van de autoaccu worden losgekoppeld. Sluit de minpool van de accu pas weer aan als u de apparaten volledig heeft aangesloten en de aansluiting goed is gecontroleerd. Gebruik voor het testen van de spanning op de bekabeling van het boordnet uitsluitend een voltmeter of een diodetestlamp, aangezien normale testlampen te veel stroom opnemen waardoor de boordelektronica beschadigd kan raken. Let bij het leggen van leidingen op dat deze niet worden afgekneld of langs scherpe randen schuren; gebruik bij doorvoerpunten rubberbussen. Om storingsinvloeden van de generator of andere elektrische voorzieningen van het voertuig te reduceren, dient de voedingsspanning van de versterker rechtstreeks via de signaalopnemer op de boordaccu plaats te vinden. Geen andere verbruikers, zoals ventilatoren, ruitenwissers, enz. mogen via dezelfde kabel als de autoversterker van voeding worden voorzien. Gebruik voor de aansluiting van voedingsspanning en massa van de versterker aansluitkabels met een zo groot mogelijke leidingdiameter. De benodigde leidingdiameter wordt bepaald door het benodigde vermogen van de aangesloten componenten (bij gebruik van alleen de set wordt ca. 16mm²2 aanbevolen). Als kabels met een te geringe doorsnede worden gebruikt, kan dit in ongunstige gevallen leiden tot doorbranden van een kabel. Bovendien komt het door de verhoogde ohmsche weerstand tot onnodige vermogensverliezen. Een extra zekering in de plusleiding van de versterker is in ieder geval vereist (zekeringhouder is niet bij de levering inbegrepen). De zekering moet zo dicht mogelijk bij de accu worden aangesloten (max. 20 cm er vanaf). In geval van een kortsluiting (bijv. aansluitkabel doorgeschuurd) onderbreekt de zekering de plusleiding; een beschadiging van de accu of een kabelbrand van de toevoerleiding wordt zo voorkomen. De zekeringsterkte is afhankelijk van de stroomopname van de aangesloten toestellen van de auto-hifi-installatie.
Als inbouwplaats zijn de kofferruimte en de vrije ruimte onder de zittingen geschikt. Houd er hierbij rekening mee, dat de autoversterker zo toegankelijk mogelijk moet blijven, zodat de elektrische aansluiting nog kan worden uitgevoerd.
Een gunstige inbouwplaats is de scheidingswand tussen kofferbak en passagiersruimte. Monteer hierbij het apparaat zo, dat de koelribben van de behuizing verticaal staan. Daardoor is een betere luchtcirculatie rondom de behuizing mogelijk.
- Teken de gaten voor de schroeven op de inbouwplaats. Hiervoor kan het apparaat als sjabloon worden gebruikt.
- Boor de gaten voor de bevestigingsschroeven.
- Schroef de versterker vast met hiervoor geschikte schroeven. b) Subwoofer
- Maak de subwoofer met spanbanden of een soortgelijk bevestigingsmateriaal stevig vast. De bevestiging moet ook in geval van een noodstop of ongeluk het gewicht van de subwoofer kunnen dragen.
- De kofferruimte is een geschikte plaats voor de montage.68
7. Mechanische inbouw
Wijzigingen aan het voertuig, die door het inbouwen van de versterker of andere componenten nodig zijn, moeten altijd zo worden uitgevoerd, dat hierdoor geen beperking van de verkeersveiligheid of van de constructieve stabiliteit van de auto ontstaat. Bij veel motorvoertuigen vervalt de wettelijke goedkeuring van een voertuig reeds door het uitzagen van een stuk metaal. Neem contact op met uw autodealer als u twijfelt over de keuze van de montageplaats. Omdat bij het gebruik van de autoversterker warmte vrijkomt, moet de inbouwplaats hittebestendig zijn. Laat rondom de behuizing van de versterker een ruimte van 5 cm vrij om voldoende ventilatie rondom het apparaat te verkrijgen. Zorg dat de luchtcirculatie niet door voorwerpen zoals tijdschriften, tafelkleden of gordijnen wordt beperkt. Let op dat bij het boren van montagegaten elektrische kabels, remleidingen, brandstoftank enz. niet worden beschadigd. Neem bij gebruik van gereedschap voor het inbouwen van uw auto-HiFi-componenten altijd de veiligheidsinstructies van de fabrikant van het betreffende gereedschap in acht. Houd bij de montage van de autoluidsprekers resp. uw HiFi-installatie rekening met het gevaar dat bij een ongeluk verwondingen kunnen ontstaan door losgerukte apparatuur. Bevestig daarom elk onderdeel stevig op een plaats waar het geen gevaar vormt voor inzittenden. a) Versterker Zoek voor de autoversterker een geschikte inbouwplaats. Een geschikte montageplaats voor de autoversterker bezit de volgende kenmerken:
- zo stofvrij mogelijk
- goede luchtcirculatie
- hittebestendige omgeving
6. Aansluitingen en bedieningselementen
(1) Aansluiting IN (2) Aansluiting OUT (3) Aansluiting HIGH IN (4) Regelaar GAIN (5) Schakelaar SUPER BASS (6) Regelaar LPF (7) Schakelaar X-OVER (8) Regelaar HPF (9) Aansluiting voedingsspanning (10) Zekeringen FUSE (11) Indicatie POWER (12) Indicatie PROTECTION (13) Aansluiting SPEAKER OUTPUT66
5. Productbeschrijving
De Raveland Power Package 1 bestaat uit een geavanceerde versterker met hoog vermogen en een subwoofer. Voor een complete, echter te allen tijde uitbreidbare auto-HiFi-installatie, ontbreekt dus alleen nog een autoradio, bij voorkeur met cd-speler of cd-wisselaar en satellietluidsprekers die echter bij de meeste voertuigen al in de standaarduitrusting zijn opgenomen. De afzonderlijke onderdelen van het systeem beschikken over de volgende eigenschappen: Versterker
- Veiligheidsschakeling tegen kortsluiting bij de luidsprekeruitgangen en tegen te hoge temperatuur
- 2 ohm stabiele luidsprekeruitgangen
- Uitschakelbare actieve wissel
- Afstandsbediening via de autoradio
- Inschakelvertraging ter onderdrukking van storingsgeluiden in het inschakelmoment Subwoofer
Geachte klant, De volgende veiligheidsvoorschriften en risico’s hebben niet alleen de bescherming van het product, maar ook de bescherming van uw gezondheid tot doel. Lees de volgende punten zorgvuldig door:
- Om veiligheids- en vergunningsredenen is het eigenmachtig ombouwen en/of veranderen van het product niet toegestaan.
- Alle personen, die deze set bedienen, installeren, opstellen, in bedrijf nemen of onderhouden, moeten hiervoor opgeleid en voldoende gekwalificeerd zijn en deze gebruiksaanwijzing opvolgen.
- Als spanningsbron mag alleen het 12 V-gelijkspanning boordnet in het voertuig (negatieve pool van de accu aan de carrosserie van de auto) worden gebruikt. Sluit de versterker nooit aan andere voedingsspanning aan.
- Zorg voor een correcte ingebruikneming van de apparaten. Neem hierbij deze gebruiksaanwijzing in acht.
- Zorg dat elektrische apparatuur niet in contact komt met vloeistof. Zet voorwerpen waar vloeistof in zit niet boven op elektrische apparaten (bijv. vazen). Er bestaat brandgevaar of gevaar voor een levensgevaarlijke elektrische schok. Indien een dergelijke situatie zich toch voordoet, koppel het apparaat dan los van de netvoeding en raadpleeg een erkend elektromonteur.
- Stel de apparaten niet bloot aan hoge temperaturen, druip- of spatwater, sterke trillingen of hoge mechanische belastingen.
- Zet geen brandende voorwerpen, zoals kaarsen, op de apparaten.
- Raadpleeg een vakman wanneer u twijfelt over de werkwijze, veiligheid of aansluiting van de apparaten.
- Houd het product buiten bereik van kinderen; het is geen speelgoed. Kinderen kunnen niet inschatten welke gevaren aan het gebruik van elektrische apparatuur zijn verbonden.
- Laat verpakkingsmateriaal niet achteloos slingeren. Dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed zijn.
- De apparaten mogen niet zonder toezicht in werking zijn.
- Gebruik de toestellen uitsluitend in een gematigd klimaat; niet in een tropisch klimaat.
- Neem ook de veiligheidsvoorschriften en gebruiksaanwijzingen in acht van de andere apparaten die worden aangesloten.
- Let ook op de aanvullende veiligheidsinstructies in de afzonderlijke hoofdstukken van deze handleiding!
- Indien u vragen heeft over de correcte aansluiting of als er problemen zijn waar u in de gebruiksaanwijzing geen oplossing voor kunt vinden, neemt u dan contact op met onze technische helpdesk of met een andere elektromonteur.64
2. Voorgeschreven gebruik
Onder voorgeschreven gebruik van de Raveland Power Package 1 wordt verstaan de versterking van audiosignalen met een laag niveau en de weergave van deze signalen in motorvoertuigen. De versterker is uitsluitend geschikt voor aansluiting op een 12 V-gelijkspanningsboordnet, met de negatieve pool van de autoaccu verbonden met de carrosserie en mag alleen in motorvoertuigen met dit type boordspanning worden ingebouwd en in gebruik worden genomen. De subwoofer mag alleen op luidsprekeruitgangen van audioapparaten worden aangesloten. Sluit geen van de apparaten aan op het 230 V-stroomnet. Door de soort van de inbouw dient de gebruiker ervoor te zorgen dat de apparaten tegen vocht en natheid worden beschermd. Een andere toepassing dan hierboven beschreven, kan leiden tot beschadiging van deze producten. Daarnaast bestaat het risico van bijv. kortsluiting, brand of elektrische schokken. Aan de producten mag niets worden veranderd resp. omgebouwd en de behuizingen mogen niet worden geopend! Volg alle veiligheidsinstructies en montagevoorschriften in deze gebruiksaanwijzing op.
3. Verklaring van symbolen
Het symbool met een uitroepteken wijst de gebruiker erop, dat hij/zij voor de ingebruikneming van het apparaat de gebruiksaanwijzing moet lezen en deze bij het gebruik in acht moet nemen.
Het hand-symbool staat voor speciale tips en bedieningsinstructies.
4. Veiligheidsvoorschriften
Bij schade veroorzaakt door het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing, vervalt het recht op garantie! Voor vervolgschade die hieruit ontstaat, zijn wij niet aansprakelijk! Voor materiële schade of persoonlijk letsel veroorzaakt door ondeskundig gebruik of het niet opvolgen van de veiligheidsvoorschriften, zijn wij niet verantwoordelijk! In dergelijke gevallen vervalt elke aanspraak op garantie!
Geachte klant, Hartelijk dank voor de aanschaf van dit product. Dit product voldoet aan de voorwaarden van de nationale en Europese wetgeving. Volg de instructies van de gebruiksaanwijzing op om deze status van het apparaat te handhaven en een ongevaarlijke werking te garanderen! Deze gebruiksaanwijzing hoort bij dit product. Deze bevat belangrijke instructies voor de inbedrijfstelling en het gebruik. Neem deze instructies in acht, ook wanneer u het product aan derden doorgeeft. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig om later nog eens door te kunnen lezen! Alle voorkomende bedrijfsnamen en productaanduidingen zijn handelsmerken van de betreffende eigenaren. Alle rechten voorbehouden.
SimpelGids