Optimate 4 CANbus - Batterijlader Tecmate - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Optimate 4 CANbus Tecmate in PDF-formaat.

📄 36 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Tecmate Optimate 4 CANbus - page 23

Gebruikersvragen over Optimate 4 CANbus Tecmate

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Optimate 4 CANbus - Tecmate en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Optimate 4 CANbus van het merk Tecmate.

GEBRUIKSAANWIJZING Optimate 4 CANbus Tecmate

dual program LADER MET AUTOMATISCHE DIAGNOSE VOOR 12 V LOODZUURACCU’S. NIET GEBRUIKEN VOOR NiCd-, NiMH-, Li-ion- OF NIET-OPLAADBARE ACCU’S. VEILIGHEIDSWAARSCHUWING EN OPMERKINGEN: ALS U DE 'BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES' OP DE VORIGE PAGINA'S NOG NIET HEBT GELEZEN, LEES ZE DAN EERST VOOR U DE LADER GEBRUIKT. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of mentale vermogens of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of instructie hebben gekregen inzake het gebruik van het apparaat van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten onder toezicht staan om er zeker van te zijn dat ze niet met het apparaat spelen. VEILIGHEIDSWAARSCHUWING EN OPMERKINGEN: Accu's stoten EXPLOSIEVE GASSEN uit - voorkom het ontstaan van vlammen of vonken in de buurt van de accu. De stekker van de lader mag niet in het stopcontact zitten, wanneer gelijkstroom-/ accuverbindingen gemaakt of verbroken worden. Accuzuur is in hoge mate corrosief. Draag beschermende kleding en oogbescherming en vermijd contact. Bij onbedoeld contact onmiddellijk met water en zeep wassen. Controleer of de accuaansluitingen vastzitten; als dat niet het geval is, moet u de accu door een vakman laten nakijken. Als de accuaansluitingen aangetast zijn, reinigt u ze met een koperdraadborstel; als ze vettig of vuil zijn, reinigt u ze met een doek die bevochtigd is met reinigingsmiddel. Gebruik de lader alleen als de ingangs- en uitgangsdraden en aansluitingen onbeschadigd en in goede staat zijn. Met het oog op uw veiligheid moet u een beschadigde ingangskabel meteen laten vervangen door de fabrikant of een erkende reparateur. Bescherm de lader tegen zuur en zuurdampen, en tegen damp en vochtigheid, zowel tijdens het gebruik als bij de opslag. Schade als gevolg van corrosie, oxidatie of interne elektrische kortsluiting valt niet onder de garantie. Zorg tijdens het opladen voor voldoende afstand tussen de lader en de accu, om contact met of blootstelling aan zuur of zure dampen te voorkomen. Als u de lader horizontaal gebruikt, plaatst u hem op een harde, vlakke ondergrond maar NIET op plastic, textiel of leer. Onderaan in de voetplaat zitten gaten om de lader te bevestigen op een geschikt verticaal oppervlak dat in goede staat verkeert. BLOOTSTELLING AAN VLOEISTOFFEN: Deze lader is ontworpen om per ongeluk gemorste of spatten van vloeistoffen van bovenaf op de behuizing, of lichte regenval te weerstaan. Het wordt afgeraden de lader lang aan regen bloot te stellen, met het oog op een langere levensduur. Defecten aan de lader door oxidatie die het gevolg is van eventuele insijpeling van vloeistoffen in de elektrische onderdelen, aansluitingen of stekkers, vallen niet onder de garantie.DE LADER AANSLUITEN OP DE ACCU 1. De stekker van de lader mag niet in het stopcontact zitten, wanneer gelijkstroom-/accuverbindingen gemaakt of verbroken worden. 2. Indien u een accu in een voertuig met de accuklemmen gaat opladen, dient u, voordat u de lader aansluit, te controleren of de accuklemmen veilig en op voldoende afstand van de omringende bedrading, metalen buizen en het chassis geplaatst kunnen worden. Sluit de lader aan in deze volgorde: sluit eerst de pool van de accu aan die niet verbonden is met het chassis (meestal positief), sluit daarna de andere accuklem aan (meestal negatief) op het chassis op ruime afstand van de accu en de brandstofleiding. Ontkoppel de lader in omgekeerde volgorde. 3. Plaats de accu in een goed geventileerde ruimte wanneer u een accu met accuklemmen buiten het voertuig gaat opladen. De lader aansluiten op de accu: RODE klem op de POSITIEVE (POS, P of +) pool en ZWARTE klem op de NEGATIEVE (NEG, N of –) pool. Zorg dat de klemmen stevig en veilig zijn bevestigd. Een goed contact is belangrijk. 4. Als de accu zwaar ontladen (en mogelijk gesulfateerd) is, dient de accu uit het voertuig verwijderd en gecontroleerd te worden voordat een poging wordt ondernomen om de accu te herstellen. Controleer de accu visueel op mechanische defecten zoals bol staan, gescheurde behuizing of tekenen van elektrolytlekkage. Als de accu vuldoppen heeft en de platen in de cellen vanaf de buitenzijde zichtbaar zijn, kunt u zorgvuldig proberen vast te stellen of bepaalde cellen afwijken van andere (bijvoorbeeld wit materiaal tussen de platen, platen die elkaar raken). Probeer de accu niet op te laden wanneer mechanische defecten zichtbaar zijn, maar laat de accu door een vakman nakijken. 5. Voor een nieuwe accu: Lees de veiligheidsinstructies en de gebruiksaanwijzing van de fabrikant zorgvuldig door voordat u de lader aansluit op een nieuwe accu. Volg, indien van toepassing, de instructies betreffende het vullen van zuur zorgvuldig en nauwkeurig op.

DUBBEL PROGRAMMA: de OptiMate 4 is uitgerust met twee laadprogramma’s. Er kan slechts één programma tegelijkertijd worden uitgevoerd. Afhankelijk van het geselecteerde model van de OptiMate 4 zal programma 1 (STANDAARD) of programma 2 (CAN-bus) standaard zijn ingesteld. Programma 1 (STANDAARD) is het normale laadprogramma voor rechtstreekse aansluiting op een accu in elke mogelijke conditie. Alle programmafuncties zijn actief, inclusief Standaard, TURBO- en PULS-desulfateringsmodus. Programma 2 (CAN-bus) activeert automatisch een 12 V-uitgang op voertuigen die zijn uitgerust met een CAN-bus, voor het laden, testen en onderhouden van de accu wanneer het voertuig is gestald. De standaard desulfateringsmodus en de TURBO-desulfateringsmodus met hoge spanning zijn gedeactiveerd. De PULS-desulfateringsmodus met lage spanning blijft actief, om een ontladen accu die aan het bedradingscircuit van het voertuig blijft gekoppeld, te herstellen. VEILIGHEID24 Programma 2 kan ook worden gebruikt om een accu in of buiten het voertuig rechtstreeks te laden en te onderhouden, maar kan niet worden gebruikt om een gesulfateerde accu te herstellen. Om een gesulfateerde accu te herstellen, kiest u programma 1 en volgt u de instructies onder DIEP ONTLADEN VERWAARLOOSDE ACCU’S.Programma-indicatie wanneer de lader niet is aangesloten op een 12 V-uitgang of accu. STANDAARD: alleen LED #1 (VOEDING AAN), blijft branden. CAN-bus: LED #1 (VOEDING AAN) blijft branden en zowel LED #3 (DESULFATEREN) als LED #4 (LADEN) knipperen steeds kort met regelmatige tussenpozen.VOEDING AAN: LED #1 – Deze LED bevestigt de AC stroomtoevoer naar de lader. BESCHERMING OMGEKEERDE POLARITEIT: LED #2 – Brandt wanneer de accu verkeerd is aangesloten. De lader is elektronisch beschermd en zal dus niet beschadigd raken. De uitgang blijft uitgeschakeld tot de aansluiting gecorrigeerd is. CAN-bus: LED #3+4+5+6+7 knipperen: er is een kortsluiting over de uitgangsklemmen gedetecteerd. Wanneer LED #2 (OMGEKEERDE POLARITEIT) eveneens brandt, is de accu verkeerd aangesloten. De lader is elektronisch beveiligd, zodat er niets zal worden beschadigd. De uitgang zal uitgeschakeld blijven totdat de aansluitingen correct zijn. STAP 1 CAN-bus puls- activering Standaard:Start met lage spanning(accu ≥ 0,5V)CAN-BUS: LED #3+4 KNIPPEREN: het programma verstuurt een signaal om een via CAN-bus bestuurde 12 V-uitgang te detecteren en te activeren. Het niet activeren van de uitgang kan de volgende oorzaken hebben: programma 1 is geselecteerd; slechte aansluiting op de 12 V-uitgang; accu heeft te laag vermogen om CAN-bus te voeden; verouderd CAN-busprogramma op het voertuig – neem contact op met de voertuigfabrikant.STD: controle van accuspanning - STD-modus wordt geactiveerd wanneer de spanning van de aangesloten accu minstens 0,5 V is. Accu's met een meetwaarde van minder dan 2 V bij de aansluiting gaan naar STAP 2 – pulsactivering – waarbij de accu wordt getest op kortsluiting. Accu's met een meetwaarde van 2 V of meer gaan rechtstreeks naar STAP 3. STAP 2 CAN-bus laag- spannings- controle Standaard:Puls-activering(<2V)LED #7 KNIPPERTPulsactivering – LED nr. 7 (rood) knippert: de OptiMate 4 verstuurt een testsignaal om te bepalen of de accu kan worden hersteld. Indien de spanning boven 2 V blijft en er geen kortsluiting is vastgesteld, begint het programma bij STAP 3. Indien het lampje blijft knipperen, kunnen de volgende situaties voorkomen dat de accu wordt opgeladen: 1) Het voertuigcircuit is aangesloten op de accu heeft te laag vermogen om CAN-bus te voeden.OPMERKING: Indien de op te laden accu een lage spanning heeft of in gesulfateerde staat verkeert, koppelt u de accu voor de beste laad- en testresultaten los van het voertuigcircuit en laadt u de accu vervolgens op. 2) Meerdere accucellen zijn kortgesloten. De accu is permanent beschadigd en moet worden vervangen. STAP 3 TEST voor het laden TEST LED #5: GROEN #6: GEEL #7: ROODDe TESTLED's #5, 6, 7 geven een succesvolle activering van de via een CAN-bus bestuurde 12 V-uitgang en de conditie van de accu voorafgaand aan het laden aan. Raadpleeg de tabel op pagina 2 voor een vergelijking van de gegevens van de testleds met de geschatte laadstatus (SOC%). Wanneer de indicatie gedurende 10 seconden stabiel is, wordt begonnen met laden. Tijdens de test gemaakte beslissingen: De mate van ontlading wordt bepaald: een accu die voor 60% of meer geladen is, gaat rechtstreeks door naar STAP 6, terwijl een sterk ontlade accu STAP 4 en 5 doorloopt. Sterk ontlade accu's ondergaan een langere test (tot 12 uur) tijdens STAP 7 (8). Alleen Standaard: STAP 4 TURBO SAVE LED #3 : ROODNiet geactiveerd in CAN-bus-modusSchakelt in wanneer de accu gesulfateerd is of de laadstroom niet kan accepteren of vasthouden. Laadtijd: maximaal 2 uur. Uitgangsspanning neemt toe tot maximaal 22 V met een stroom die wordt beperkt tot 0,2 A op voorwaarde dat er geen voertuigelektronica is gedetecteerd; zo niet wordt er naar de volgende stap overgegaan. BELANGRIJK: Lees het deel ZEER LEGE, VERWAARLOOSDE ACCU'S hieronder. STAP 4 PULSE SAVE Standaard: STAP 5 LED #3 : ROODSchakelt in wanneer de laadstatus van de accu 40% of minder bedraagt OF wanneer de accu tijdens TURBO SAVE voldoende is hersteld. Laadtijd: minimaal 15 minuten, maximaal 2 uur.Er wordt een herstellading aangevoerd. Er wordt een stroom geleverd in pulsen om de accu voor te bereiden op de ontvangst van een normale laadstroom. Deze modus is met name effectief voor het herstellen van in de fabriek geactiveerde/‘hoogwaardige’ AGM lood- of cyclische accu’s.

V25 STAP 5 LADENStandaard:STAP 6LED #4 : GEELDe LAADmodus wordt geactiveerd als de accu meer dan 50% of meer ontladen is (zoals getest bij STAP 3) of zodra de accu voldoende hersteld is tijdens STAP 4 (5).Er wordt een constante stroom van 1 A met een spanning van maximaal 14,2-14,4 V geleverd aan de accu. OPMERKING CAN-bus: Het programma wordt gereset 2 min na het handmatig uitschakelen of als het CAN-bus systeem de gecontroleerde 12V voeding heeft uitgeschakeld en het programma de voeding niet binnen de 2 minuten opnieuw kan opstarten. STAP 6 OPTIMALI-SERENStandaard:STAP 7LED #4 : GEELDe OPTIMALISEERmodus start wanneer de spanning tijdens de LAADmodus voor de eerste keer 14.3V bedraagt. Pulsabsorptie: De stroom wordt geleverd in pulsen, variërend van 0,2 tot 1 A met een spanning van maximaal 14,2-14,4 V, om de accu in een zo kort mogelijke tijd volledig te laden. Controle: zodra de stroomvraag lager is dan 0,2 A wordt de laadspanning begrensd tot 13,6 V terwijl het laadniveau van de accu wordt gecontroleerd. Wanneer de accu nog verder moet worden geladen, keert het programma terug naar pulsabsorptie. Nota: de laadtijd wordt doorgaans verlengd indien het systeem een hoger dan verwacht stroomgebruik van aangesloten circuits vaststelt of de conditie van de accu verre van optimaal is.Om veiligheidsredenen is de totale laadtijd beperkt tot 48 uur. STAP 7 TEST na ladenStandaard:STAP 8LED #5 KNIPPERTTEST NA LADEN: De levering van stroom aan de accu wordt gedurende 30 minuten** onderbroken, zodat het programma kan bepalen of de accu in staat is om de lading vast te houden.Dit zal het CAN-bussysteem aangeven de 12 V-uitgang binnen de eigen tijdslimiet uit te schakelen, waarbij de verbinding en de lader wordt verbroken. Aan het einde van de testperiode zal het programma de via een CAN-bus bestuurde 12 V-uitgang opnieuw initialiseren om de accuspanning te meten en vervolgens overschakelen naar ONDERHOUDSLADEN, waarbij het resultaat van de test wordt weergegeven.Raadpleeg de tabel ‘VROEGE TEKENEN VAN ACCUPROBLEMEN’ op pagina 2 voor een vergelijking van de gegevens van de testleds met de geschatte laadstatus (SOC%).Er is sprake van een ernstig probleem als de accu niet in staat is om voldoende lading vast te houden gedurende de testperiode. U vindt meer informatie in het hoofdstuk ‘OPMERKINGEN OVER DE TESTRESULTATEN’. ** ALLEEN STANDAARD PROGRAMMA: ALS het resultaat in STAP 3 ROOD was (led #7) of ROOD en GEEL (led #6 en 7), wat aangeeft dat de accu vóór het aansluiten sterk ontladen was, wordt de spanningsbehoudtest verlengd tot 12 uur om de accuconditie te bevestigen. Het testresultaat (aangegeven met leds # 5,6,7) wordt realtime aangepast aan de gemeten accuspanning. STAP 8 OPTIMATE smart ONDERHOUDStandaard:STAP 9LED #5 / 6 / 7 AAN Voor accu’s in een gezonde conditie blijft LED #5 (groen) branden.Uitzondering: STD nattecel-accu’s met vuldoppen hebben een lager volledig geladen voltage: LED #5 blijft samen met led #6 branden. ONDERHOUDSCYCLUS: Leds #5/6/7 branden constant overeenkomstig de laadstatus die tijdens STAP 7 (8) gemeten is. Instelling druppellaadspanning: 13,6 V.De standaard onderhoudslaadcyclus bestaat uit druppellaadperiodes van 30 minuten gevolgd door telkens een rustperiode van 30 minuten. Tijdens de rustperiodes is er geen laadstroom. Deze ‘50% bedrijfscyclus’ voorkomt verlies van elektrolyten in verzegelde accu’s en minimaliseert geleidelijk verlies van water uit de elektrolyt in accu’s met vuldoppen, waardoor een significante bijdrage wordt geleverd aan het optimaliseren van de levenscyclus van onregelmatig of seizoensgebonden gebruikte accu’s.Tijdens de druppellaadperiodes wordt een continu LAGE STROOMPULS GELEVERD OM SULFATERING TE VOORKOMEN, het accuvermogen te vergroten en de levensduur te verlengen. OPMERKING CAN-bus: Het programma wordt gereset 2 min na het handmatig uitschakelen of als het CAN-bus systeem de gecontroleerde 12V voeding heeft uitgeschakeld en het programma de voeding niet binnen de 2 minuten opnieuw kan opstarten. LAADSTROOMBALK: LED #8, 9, 10 – Brandt wanneer een pulsstroom of continue stroom wordt geleverd aan de accu. DUBBEL PROGRAMMA: Om van het ene programma over te schakelen naar het andere: 1. Koppel de lader los van de AC-voeding. 2. Bevestig de accuklemmenset op de lader en sluit de negatieve klem rechtstreeks aan op de positieve klem. 3. Sluit de lader opnieuw aan op de AC-voeding. 4. Let op de volgende ledindicaties: LED #3+4+5+6+7 knipperen 12 keer tijdens het selecteren van het andere programma (5x langzaam, 5x snel, 2x langzaam). Na overschakeling naar het andere programma zijn de volgende indicaties te zien (terwijl de accuklemmen nog steeds op elkaar zijn aangesloten): – Overgeschakeld van CAN-bus naar STANDAARD: alleen LED #1 (VOEDING AAN) blijft branden.

– Overgeschakeld van STANDAARD naar CAN-bus: LED #3 en LED #4 knipperen beide met regelmatige tussenpozen, meteen gevolgd door LED #8.

5. Koppel de accuklemmen los. De OptiMate 4 is klaar om een accu te laden op basis van het geselecteerde programma.

ZEER PLATTE, VERWAARLOOSDE ACCU’S: Als de accu zwaar ontladen (en mogelijk gesulfateerd) is, dient de accu uit het voertuig verwijderd en gecontroleerd te worden voordat een poging wordt ondernomen om de accu te herstellen. De TURBO-herstelmodus van de lader kan niet worden ingeschakeld wanneer de lader detecteert dat de accu nog steeds is aangesloten op het bedradingscircuit. De elektrische weerstand van een aangesloten accu is namelijk duidelijk lager dan die van de accu alleen. Wanneer een diep ontladen accu voorafgaand aan een herstelpoging niet is verwijderd, zal dit echter geen schade toebrengen aan de elektronica van het voertuig of de accu. Lees aandachtig het volgende: een accu die voor lange tijd diep ontladen is geweest, kan blijvende schade ontwikkelen in een of meer cellen. Dit soort accu's kan tijdens het opladen met sterke stroom uitzonderlijk warm worden. Controleer de temperatuur van de accu tijdens het eerste uur, daarna om het uur. Controleer op ongebruikelijke tekenen, zoals bubbelend of lekkend elektrolyt, sterkere activiteit in één cel in vergelijking met andere cellen, of sisgeluiden. Wanneer de accu op een bepaald moment zo warm wordt dat u hem niet meer kunt aanraken of er ongewone tekenen zijn, KOPPELT U DE LADER METEEN LOS. OPMERKINGEN OVER DE TESTRESULTATEN: 1. Door kleine spanningsverliezen in het CAN-bus systeem van het voertuig kan een iets lager resultaat waargenomen worden. Sluit voor een nauwkeurigertestresultaat de OptiMate rechtstreeks op de accu aan. 2. Voor een ander testresultaat dan groen #5 (of groen #5 en geel #6 samen als de accu van het STD type met vuldoppen is), koppelt u de accu los van het elektrische systeem dat hij ondersteunt en sluit de OptiMate opnieuw aan. Indien het testresultaat nu beter is, is het stroomverlies gedeeltelijk te wijten aan een elektrisch probleem in het elektrische systeem en niet in de accu zelf. Als het resultaat nog niet beter is, wordt aangeraden de accu naar een professionele servicewerkplaats met professioneel materiaal te brengen voor een grondinger onderzoek. 3. Wanneer alleen LED #7 (rood) brandt of wanneer LED 6# (geel) en LED #7 (rood) beide branden (of gele LED alleen bij een verzegelde accu), is er sprake van een ernstig probleem. De rode / gele+rode LEDs betekent dat de accuspanning na het laden niet wordt vastgehouden of dat ondanks verschillende recuperatiepogingen de accu niet kon worden gerecupereerd. De oorzaak kan te vinden zijn in de accu zelf, bijvoorbeeld een kortgesloten cel of volledige sulfatie of corrosie. Wanneer de accu nog op het elektrische systeem dat hij ondersteunt is aangesloten kan de rode LED 7# ook een stroomverlies betekenen dat te wijten is aan versleten bedrading of een defecte schakelaar of contact, of aan stroomverbruikende accessoires op hetzelfde circuit. Een plotse belasting die wordt ingeschakeld terwijl de lader is aangesloten, kan ook leiden tot een aanzienlijk spanningsverlies van de accu. b) Langdurig trillen kan tot haarscheurtjes in intercelconnectoren in de accu leiden. Een groot spanningsverlies doet zich alleen bij een hoge stroombehoefte (bv. bij het starten van de motor) voor. 4. GOED TESTRESULTAAT, maar de accu kan niet voldoende vermogen leveren: a) blijvende schade in de accu kan een overmatige zelfontlading veroorzaken die niet kan worden opgespoord tijdens de testperiode van 12 uur. Koppel de accu los van de OptiMate. Wacht minstens 48 uur voordat u de lader opnieuw aansluit, en houd de TESTresultaten tijdens de PREKWALIFICATIETEST in de gaten. b) Langdurig trillen kan tot haarscheurtjes in intercelconnectoren in de accu leiden. Een groot spanningsverlies doet zich alleen bij een hoge stroombehoefte (bv. bij het starten van de motor) voor. DE ACCU ONDERHOUDEN VOOR LANGERE PERIODEN: De OptiMate onderhoudt een accu waarvan de basistoestand goed is gedurende maanden aan een stuk. Controleer ten minste eenmaal per twee weken of de aansluitingen tussen de lader en accu betrouwbaar zijn, en, in geval van accu's met vuldoppen op iedere cel, ontkoppel de accu van de lader, controleer het elektrolytpeil en vul de cellen zo nodig bij (met gedestilleerd water, NIET met zuur); sluit de accu vervolgens weer op de lader aan. Neem bovenstaande VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN altijd in acht wanneer u de accu vastpakt of in de buurt van een accu bent. ECO-STROOMBESPARINGSMODUS WANNEER DE LADER OP HET ELEKTRICITEITSNET IS AANGESLOTEN: De vermogensomzetter gaat in ECO-modus wanneer de lader niet op een accu is aangesloten. Dit resulteert in een stroomopname van minder dan 0,5 W, wat overeenkomt met een stroomverbruik van 0,012 kWh per dag. Als een accu op de lader is aangesloten is het stroomverbruik afhankelijk van de stroombehoefte van de accu en het aangesloten voertuig / de elektronische circuits. Wanneer de accu opgeladen is en het laadprogramma in de langetermijnonderhoudslaadmodus staat (om de accu 100% vol te houden) wordt het totale stroomverbruik geraamd op 0,024 kWh per dag of minder. BEPERKTE GARANTIE TecMate (International) SA, Sint-Truidensesteenweg 252, B-3300 Tienen, België, staat deze beperkte garantie toe aan elke eerste koper van dit toestel. Deze beperkte garantie gaat in op de dag van aankoop en is niet overdraagbaar. De drie jaar geldige garantie aangeboden door TecMate (International) dekt alle erkende gebreken en arbeidskosten. Indien de lader defect blijkt te zijn tengevolge van een constructiefout, zal de klant het toestel altijd vooraf en op eigen kosten terugsturen naar de fabrikant of naar de nationale officiële verdeler, samen met een kopij van de aankoopfactuur (zie "NOTITIE"). In zulke gevallen, zal de eenheid ter keuze van de fabrikant worden hersteld of worden vervangen.Onkosten tengevolge van een ongeval, slordigheid, kwaadwilligheid, misbruik, niet conform gebruik volgens de aanwijzingen van de fabrikant, of herstellingen gedaan door door TecMate niet-erkende verdelers, zijn niet gedekt door de garantie. DE BEPERKTE GARANTIE SLUIT UITDRUKKELIJK ALLE VERDERE VERANTWOORDELIJKHEID UIT MET BETREKKING TOT EVENTUELE SCHADEVERGOEDINGEN VAN WELKE AARD DAN OOK. UW STATUTAIRE RECHTEN WORDEN NIET BEÏNVLOED. NOTITIE: Zie www.tecmate.com/warranty of contacteer warranty@tecmate.com. OptiMate 4 en de namen van andere producten zoals BatteryMate, TestMate en TestMate mini, die in deze instructies worden vermeld, zijn gedeponeerd handelsmerken van TecMate International NV. Meer informatie overTecMate productenkanop www.tecmate.com worden gevonden.27

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Tecmate

Model : Optimate 4 CANbus

Categorie : Batterijlader