DH122844 - Ontvochtiger Emerio - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DH122844 Emerio in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Ontvochtiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DH122844 - Emerio en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DH122844 van het merk Emerio.
GEBRUIKSAANWIJZING DH122844 Emerio
1. Lees en bewaar deze gebruiksaanwijzing. Opgelet: de
afbeeldingen in de gebruiksaanwijzing zijn louter indicatief.
2. Dit toestel mag gebruikt worden door kinderen vanaf de
leeftijd van 8 jaar en door personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of met gebrek aan ervaring of kennis, indien zij onder het toezicht staan of gebruiksinstructies voor het veilig gebruik van dit toestel gekregen hebben en de mogelijke gevaren begrijpen.
3. Kinderen mogen niet met dit toestel spelen.
4. Kinderen die niet onder toezicht staan, mogen dit apparaat
niet reinigen of onderhouden.
5. Als het stroomsnoer beschadigd is, dan moet het
vervangen worden door de fabrikant, diens dealer of een gekwalificeerde technicus om risico’s te voorkomen.
6. Voordat u de stekker in het stopcontact steekt, dient u te
controleren of de stroom en de frequentie overeen komen met de specificaties van het typeplaatje.
7. Trek de stekker uit het stopcontact als het apparaat niet in
gebruik is en voordat u het apparaat reinigt.
8. Let op dat de stroomkabel niet over scherpe randen hangt
en niet in de buurt komt van hete voorwerpen en open vuur.- 74 -
9. Dompel het apparaat of de stekker niet onder in water of
andere vloeistoffen. Er bestaat levensgevaar als gevolg van een elektrische schok!
10. Om de stekker uit het stopcontact te halen, dient u aan de
stekker zelf te trekken. Trek niet aan de stroomkabel.
11. Steek de stekker niet in het stopcontact en haal hem er niet
uit als u natte handen heeft.
12. Probeer nooit de behuizing van het apparaat te openen en
probeer nooit zelf het apparaat te repareren. Dit kan een elektrische schok veroorzaken.
13. Dit apparaat werd niet ontworpen voor commercieel
gebruik. Alleen voor gebruik binnenshuis.
14. Gebruik het apparaat niet voor andere doeleinden dan het
15. Draai de kabel niet om het apparaat en buig hem niet.
16. Gebruik het toestel niet in de buurt van een vuurbron, in
een zone waar olie kan opspatten, stel het niet bloot aan direct zonlicht en plaats het niet in een zone waar water kan opspatten, zoals in de buurt van een badkuip, douche of een zwembad, of in een wasruimte.
17. Steek nooit uw vingers of een stang in de luchtinlaat. Licht
kinderen altijd over deze gevaren in.
18. Houd het toestel rechtop tijdens transport en opslag zodat
de compressor niet wordt beschadigd.
19. Voordat u het toestel reinigt of verplaatst, schakel het altijd
uit en haal de stekker uit het stopcontact.
20. Om brandgevaar te vermijden, dek het toestel nooit af.
21. Installeer het apparaat in overeenstemming met de
nationale bedradingsvoorschriften.
22. Details over het type en de waarde van de zekeringen: T,
250V AC, 2A of 3,15A.
23. Neem contact op met een bekwame onderhoudstechnicus
om dit toestel te repareren of te onderhouden.
24. Niet aan het snoer trekken, het vervormen of aanpassen,
of het in water dompelen. Aan het snoer trekken of het verkeerd gebruiken kan schade aan het apparaat en een elektrische schok veroorzaken.- 75 -
25. Leef de nationale gasverorderingen altijd na.
26. Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd zoals
aanbevolen door de fabrikant van het apparaat. Onderhoud en reparatie die de hulp van ander opgeleid personeel vereisen, moeten worden uitgevoerd onder het toezicht van een persoon die weet hoe brandbare koudemiddelen te gebruiken.
27. Start of stop het toestel niet door de stekker in het
stopcontact te steken of eruit te trekken. Het kan een elektrische schok of brand veroorzaken als gevolg van de overmatige generatie van hitte.
28. Haal de stekker uit het stopcontact als u een ongewoon
geluid, geur of rook waarneemt.
29. Sluit dit apparaat altijd aan op een geaard stopcontact.
30. Gebruik geen middelen die het ontdooiproces versnellen
of reinigingsmiddelen, tenzij deze die door de fabrikant zijn aanbevolen.
31. Berg het apparaat op in een ruimte zonder continu
werkende ontstekingsbronnen (bijv. een open vlam, ingeschakeld gastoestel of een ingeschakeld elektrisch verwarmingstoestel).
32. Niet doorboren of verbranden.
33. Opgelet, bepaalde koudemiddelen zijn geurloos.
34. Als het apparaat wordt geïnstalleerd, bediend of bewaard
in een ruimte zonder ventilatie, moet de ruimte aldus zijn ingericht dat de ophoping van koudemiddel door een lek wordt vermeden. Dit kan leiden tot brand- of explosiegevaar door het ontsteken van het koudemiddel door een elektrisch verwarmingstoestel, fornuis of andere ontstekingsbron.
35. Bewaar het apparaat op een dergelijke wijze zodat
mechanische storing wordt vermeden.
36. Dit apparaat bevat het koudemiddel R290. R290 is een
koelgas dat in overeenstemming is met de Europese milieurichtlijnen. Doorboor geen enkel deel van het koelcircuit.- 76 -
37. Personen die het koelcircuit bedienen of er aan werken,
moeten in het bezit zijn van een gepast certificaat van een bevoegde organisatie, zodat deze personen bevoegd zijn om koudemiddelen op een veilige manier te behandelen overeenkomstig de specificaties die in de industrie van kracht zijn.
38. Voor instructies voor het repareren van apparaten die
R290 bevatten, raadpleeg onderstaande paragrafen.
39. Om schade te voorkomen, zet het apparaat minstens 2 uur
rechtop voordat u het in gebruik neemt. Waarschuwing: Brandgevaar / ontvlambare materialen. Lees de gebruikershandleidingen. Gebruiksaanwijzing; gebruiksinstructies. Service-indicator; lees de technische handleiding. Waarschuwing: Houd de ventilatieopeningen vrij. Waarschuwing: Berg het apparaat op in een goed geventileerde ruimte waarbij de grootte van de kamer overeenstemt met het oppervlak dat is aangegeven. Alle werkzaamheden die een impact op de veiligheid kunnen hebben mogen alleen worden uitgevoerd door bevoegde personen. De vrije ruimte rondom het toestel moet minstens 30 cm bedragen. Installeer, gebruik en bewaar het apparaat in een ruimte met een vloeroppervlak van minstens 4 m
1. Zorg dat de luchtinlaat en -uitlaat op geen enkel moment verstopt zijn.
2. Gebruik dit toestel op een horizontale ondergrond om het lekken van water te vermijden.
3. Gebruik dit toestel niet in een explosieve of corrosieve atmosfeer.
4. Wanneer het toestel wordt uitgeschakeld, wacht minstens 3 minuten voordat u het opnieuw inschakelt om
het beschadigen van de compressor te vermijden.
5. Gebruik een aparte stroomvoorziening. Het delen van een stopcontact met andere elektrische apparaten is
niet toegestaan. De stroomsterkte van het stopcontact mag niet lager dan 10 A zijn. Sluit de stekker stevig op het stopcontact aan voor een veilige werking.
6. Dompel het toestel niet in water of plaats het niet in de buurt van water.
7. Zit of sta niet op het toestel.
8. Gebruik het toestel niet in een afgesloten ruimte, zoals in een kast, om brandgevaar te vermijden.
3. Luchtinlaat en filter
5. Luchtuitlaat (met een deksel)
Belangrijk! Het snoer bevindt zich in het waterreservoir om transportschade te vermijden. Trek het waterreservoir uit om het snoer voor gebruik uit te halen.- 78 - BEDIENINGSPANEEL
5. Ventilatorsnelheidsknop
13. Temperatuurweergave-controlelampje
14. Luchtvochtigheidsweergave-controlelampje
16. Gewenste luchtvochtigheid bereikt-controlelampje
17. Ontdooifunctie-controlelampje
18. Waterreservoir vol-controlelampje (brandt ook wanneer het waterreservoir niet goed is geplaatst.)
23. Oscillatiefunctie-controlelampje
- Om schade te voorkomen, zet het apparaat minstens 2 uur rechtop voordat u het in gebruik neemt.
- Controleer na het verwijderen van de verpakking of het apparaat in een goede staat is.
- Laat kinderen niet met het verpakkingsmateriaal spelen, er bestaat verstikkingsgevaar. Installeer het apparaat op een vlakke ondergrond waar de luchtinlaat/-uitlaat niet belemmerd kan worden. Zorg voor een vrije ruimte van minstens 30 cm rondom het toestel. Om energie te besparen, houd ramen en deuren dicht wanneer het apparaat in werking is. Opmerking: Als de luchtontvochtiger storing ondervindt van huishoudelijke apparaten, zoals een televisie en radiocassettespeler, houd het apparaat meer dan 70 cm uit de buurt van de luchtontvochtiger. GEBRUIK Steek de stekker in het stopcontact. Aan/uit-knop Druk op de aan/uit-knop om het apparaat in te schakelen. Het luchtuitlaatdeksel gaat automatisch open. Druk opnieuw op de knop om het apparaat uit te schakelen. Het luchtuitlaatdeksel gaat automatisch dicht.- 79 - Modusknop Druk op de modusknop om uw gewenste modus te selecteren: ontvochtigingsmodus, ventilatormodus of kleding drogen-modus.
1. Ontvochtigingsmodus: het controlelampje "DEH" brandt. De ventilatorsnelheid kan tussen laag en hoog
worden geschakeld. De luchtvochtigheid kan tussen 30 en 90%RH, of op “CO” (Continu) of “AU” (Comfort) worden ingesteld. Druk op de knop “ ”/” ” om de instelling te wijzigen. Deze instelling treedt na ongeveer 10 seconden van inactiviteit in werking. Het digitaal scherm geeft de ruimteluchtvochtigheid opnieuw weer.
1) Wanneer de ruimteluchtvochtigheid ≥ ingestelde luchtvochtigheid + 4% is, begint de compressor te
werken en blijft de ventilator op de ingestelde snelheid draaien. Na het ontvochtigen, wanneer de ruimteluchtvochtigheid ≤ ingestelde luchtvochtigheid - 3% is, wordt de compressor uitgeschakeld en stopt het apparaat met ontvochtigen. Zodra de ruimteluchtvochtigheid opnieuw ≥ ingestelde luchtvochtigheid + 4% is, wordt de werking van de compressor hervat. De luchtvochtigheid binnenshuis kan aldus worden gehandhaafd op de ingestelde luchtvochtigheid volgens de hierboven vermelde cycluswerking.
2) Wanneer de ruimteluchtvochtigheid de ingestelde luchtvochtigheid (-3%) niet bereikt, is het
controlelampje "OK" op het bedieningspaneel gedoofd. Wanneer de ruimteluchtvochtigheid de ingestelde luchtvochtigheid (-3%) bereikt, brandt het controlelampje "OK" op het bedieningspaneel.
3) Wanneer de ingestelde luchtvochtigheid "CO" is, draait de compressor continu zonder rekening te
houden met de ingestelde luchtvochtigheid en kan de ventilatorsnelheid geregeld worden.
4) Wanneer de ingestelde luchtvochtigheid "AU" is, werkt het apparaat als volgt:
- Kamertemperatuur is lager dan 5℃, het apparaat stopt met werken. - 5℃ ≤ kamertemperatuur ≤ 20℃, het apparaat werkt om een luchtvochtigheid van 60%RH te bereiken. - 20℃ ≤ kamertemperatuur ≤ 27℃, het apparaat werkt om een luchtvochtigheid van 55%RH te bereiken. - Kamertemperatuur is hoger dan 27℃, het apparaat werkt om een luchtvochtigheid van 50%RH te bereiken. - Kamertemperatuur ≥ 27℃, de ventilatorsnelheid kan niet worden geregeld en het apparaat werkt standaard op hoge ventilatorsnelheid.
2. Ventilatormodus: het controlelampje "FAN" brandt. De compressor werkt niet; de ventilatorsnelheid kan
tussen laag en hoog worden geschakeld. De luchtvochtigheid kan niet worden ingesteld en de ruimteluchtvochtigheid wordt op het digitaal scherm weergegeven.
3. Kleding drogenmodus: het controlelampje "LAUNDRY" brandt. De compressor blijft continu draaien. De
ventilatorsnelheid kan niet worden geregeld en het apparaat werkt standaard op hoge ventilatorsnelheid. De luchtvochtigheid kan niet worden ingesteld en de ruimteluchtvochtigheid wordt op het digitaal scherm weergegeven. Verhogen/verlagen instelknop
1. Druk op de knoppen “ ”/“ ” om de luchtvochtigheidsinstelling aan te passen.
2. Houd de knoppen “ ” en ” ” 2 seconden tegelijk ingedrukt om de kamertemperatuur op het digitaal
scherm te controleren. Het scherm wordt ong. 5 seconden opgelicht. Ventilatorsnelheidsknop Druk op de ventilatorsnelheidsknop om een lage of hoge ventilatorsnelheid te selecteren. Het overeenkomstig controlelampje brandt.- 80 - Timerknop Timer AAN instelling: - Wanneer het apparaat is uitgeschakeld, druk op de „TIMER“ knop en het overeenkomstig controlelampje brandt. - Houd de knop “TIMER” ingedrukt om een gewenste inschakelingstijd tussen 0 en 24 uur te selecteren. De instelling treedt na ong. 10 seconden van inactiviteit in werking. - Het apparaat wordt automatisch ingeschakeld zodra de ingestelde tijd is verstreken. Timer UIT instelling: - Wanneer het apparaat is ingeschakeld, druk op de „TIMER“ knop en het overeenkomstig controlelampje brandt. - Houd de knop “TIMER” ingedrukt om een gewenste uitschakelingstijd tussen 0 en 24 uur te selecteren. De instelling treedt na ong. 10 seconden van inactiviteit in werking. Het digitaal scherm geeft opnieuw de luchtvochtigheid weer. - Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld zodra de ingestelde tijd is verstreken. Opmerking: Druk opnieuw op de knop "TIMER" om de resterende tijd te controleren. Blijf op de knop “TIMER“ drukken tot “00” en de timerfunctie wordt geannuleerd. Kinderslotfunctie Houd de kinderslotknop 5 seconden ingedrukt om de kinderslotfunctie in te schakelen. Het controlelampje "LOCK" brandt en alle knoppen (uitgezonderd de kinderslotknop) op het bedieningspaneel zijn vergrendeld. Houd de kinderslotknop opnieuw 5 seconden ingedrukt om de kinderslotfunctie uit te schakelen. Oscillatiefunctie Druk op de oscillatieknop om de oscillatiefunctie van het luchtuitlaatdeksel in/uit te schakelen. Ontdooifunctie Het apparaat opent de ontdooifunctie automatisch. Het controlelampje "DEF." brandt en de compressor stopt met werken. Wanneer ontdooid, dooft het controlelampje "DEF." en werkt de compressor opnieuw. Opmerking:
Het weergavebereik voor de ruimteluchtvochtigheid is 35~95%RH (ruimteluchtvochtigheid < 35%, scherm “LO”; ruimteluchtvochtigheid > 95%, scherm “HI”). De werkomgevingstemperatuur van dit apparaat is 5~35
en de werkomgevingsvochtigheid is 10~95%RH.
De compressor heeft een beveiligingsfunctie met een vertraging van drie minuten. Wanneer de compressor werkt en de stroom wordt per ongeluk onderbroken, dan wordt de compressor na inschakeling niet opnieuw onmiddellijk gestart. De compressor zal pas na 3 minuten werken. Na het wijzigen van de modus of na het herstellen van de fout Vol reservoir kan de compressor de beveiligingsstatus openen. U moet 3 minuten wachten voordat de compressor weer kan starten.
Het stroomcontrolelampje werkt tevens met betrekking tot de compressor. Het controlelampje blijft branden wanneer de compressor in werking is. Het controlelampje blijft knipperen wanneer de compressor niet in werking is.
4. Het digitaal scherm op het bedieningspaneel en het scherm aan de voorkant van het apparaat zijn synchroon.
Beide schermen doven na 10 seconden van inactiviteit. Druk op een willekeurige knop en het bedieningspaneel wordt opnieuw verlicht.
HET OPGEVANGEN WATER AFVOEREN
Als het waterreservoir vol is, brandt het waterreservoir vol-controlelampje. De werking stopt automatisch en de zoemer piept 15 keer om de gebruiker te waarschuwen dat het water uit het waterreservoir moet worden afgevoerd.- 81 - Het waterreservoir leegmaken
1. Trek het waterreservoir voorzichtig uit door het holle gedeelte aan beide zijden vast te houden.
2. Giet het opgevangen water uit.
3. Plaats het waterreservoir terug door het horizontaal en voorzichtig in het apparaat te duwen. De handgreep
op het deksel van het waterreservoir moet plat liggen. Opgelet:
1) Haal de vlotter niet uit het waterreservoir. De water vol-sensor kan het waterpeil niet langer juist detecteren
zonder de vlotter en er kan water uit het waterreservoir lekken.
2) Maak het waterreservoir niet schoon met een reinigingsmiddel, staalwol, een chemisch behandelde
stofdoek, benzine, benzine, verdunner of een ander oplosmiddel.
3) Breng het waterreservoir opnieuw stevig in het apparaat aan met beide handen. Als het waterreservoir zich
niet in de juiste positie bevindt, is de sensor voor vol waterreservoir nog steeds actief en zal de luchtontvochtiger niet werken. Continue waterafvoer Steek de inbegrepen kunststof slang in de continue afvoer en het condenswater wordt via deze uitlaat continu afgevoerd in plaats van het in het waterreservoir op te vangen. Zorg ervoor dat de slang naar beneden is geïnstalleerd, zodat het water ongehinderd en continu naar buiten kan stromen.- 82 -
REINIGING EN ONDERHOUD
Maak het apparaat regelmatig schoon voor een lange levensduur en een juiste werking van het apparaat Waarschuwing: Voordat het apparaat wordt schoongemaakt, schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact om het risico op elektrische schokken te vermijden. Gebruik geen heet water of chemische oplosmiddelen om het apparaat te reinigen.
1. Maak het waterreservoir regelmatig schoon met koud of warm water en veeg het droog met een zachte
doek om schimmelvorming te voorkomen.
2. Maak de buitenkant van het apparaat schoon met een vochtige doek. Gebruik geen schoonmaakmiddelen
of schuursponsjes om het beschadigen van de kunststof buitenkant te vermijden.
3. Maak de filter schoon zoals beschreven in de volgende sectie.
4. Wanneer u denkt het apparaat langere tijd niet te gebruiken:
1) Maak het waterreservoir leeg, veeg het droog en breng het opnieuw aan.
2) Reinig de filter.
3) Zet het apparaat rechtop en vermijd direct zonlicht.
Filter Aan de achterkant van het apparaat bevindt zich een filterset die regelmatig moet worden verwijderd en schoongemaakt. De ontvochtigingscapaciteit kan afnemen wanneer de filterset verstopt is. Trek de filter vanaf de onderkant uit het apparaat. Het wordt aanbevolen om de filter na elke twee weken van continu gebruik schoon te maken. Als de filter niet vuil is, verwijder alleen het stof met een stofzuiger. Als de filter vuil is, was deze in koud water of warm water van maximaal 40 graden. Gebruik geen chemische oplosmiddelen of heet water. Veeg de filter grondig droog voordat u deze opnieuw installeert. Opmerking: Om vervorming van de filter te vermijden, laat deze na reiniging op een natuurlijke manier aan de lucht drogen. Gebruik nooit een droog- of verwarmingstoestel. Maak de filter niet schoon met alcohol, benzine, benzeen of een ander chemisch oplosmiddel. PROBLEEMOPLOSSING Status Mogelijke oorzaak Oplossingen
luchtontvochtiger werkt niet Zit de stekker niet in het stopcontact? Steek de stekker in het stopcontact. Is het waterreservoir vol? Of is het waterreservoir in de verkeerde richting geïnstalleerd? Voer het stilstaand water in het reservoir af en breng het reservoir opnieuw in de juiste positie aan. Is de kamertemperatuur hoger dan 35℃ of lager dan 5℃? De beveiligingsinrichting is geactiveerd en het apparaat werkt niet.- 83 -
ontvochtigingsfunc tie werkt niet. Is de luchtfilter verstopt? Reinig de luchtfilter. Is de luchtinlaat of -uitlaat geblokkeerd? Verwijder eventuele verstoppingen in de luchtuitlaat of -inlaat. Geen wind Is de luchtfilter verstopt? Reinig de luchtfilter. Te veel lawaai wanneer het apparaat in werking is. Staat het apparaat niet stabiel of is het gekanteld? Gebruik het apparaat niet op een onstabiele ondergrond. Is de luchtfilter verstopt? Reinig de luchtfilter. E1 Code Kortsluiting of open circuit van spoelsensor Neem contact op met de service na verkoop.
Vóór de levering worden onze apparaten streng gecontroleerd. Indien het toestel ondanks alle zorg bij de productie of tijdens het transport beschadigd werd, moet u het naar de handelaar terugbrengen. Naast het wettelijke recht op waarborg heeft de klant recht op de volgende garantieclaim: Wij geven een garantie van 2 jaar op het toestel, te beginnen met de koopdatum. Indien u een defect product heeft, kunt u rechtstreeks terug gaan naar het aankooppunt. Gebreken die het gevolg zijn van ondeskundig gebruik van het toestel, fouten tijdens ingrepen en reparaties door derden of door de inbouw van vreemde onderdelen, vallen niet onder deze garantie. Bewaar altijd uw aankoopnota, zonder aankoopnota kunt u geen aanspraak maken op enige vorm van garantie. Bij schade veroorzaakt door het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing vervalt het recht op garantie. Voor vervolgschade die hieruit ontstaat kunnen wij niet verantwoordelijk gehouden worden. Voor materiële schade of persoonlijk letsel veroorzaakt door ondeskundig gebruik of het niet opvolgen van de veiligheidsvoorschriften zijn wij niet aansprakelijk. In dergelijke gevallen vervalt iedere aanspraak op garantie. Schade aan accessoires of onderdelen betekend niet dat het gehele apparaat zal worden vervangen. Afgebroken glazen of kunststof onderdelen of accessoires vallen niet onder de garantie en zullen tegen vergoeding vervangen kunnen worden. Defecten aan hulpstukken of aan slijtage onderhevige onderdelen, alsmede reiniging, onderhoud of de vervanging van slijtende delen vallen niet onder de garantie en zullen dus in rekening gebracht worden. MILIEUVRIENDELIJKE AFVALVERWERKING Recycling – Europese Richtlijn 2012/19/EU Deze markering betekent dat dit product niet samen met ander huishoudelijk afval mag worden afgedankt. Om het milieu en de volksgezondheid niet in gevaar te brengen en het hergebruik van grondstoffen te bevorderen, moet dit product op verantwoordelijke wijze worden afgevoerd. Lever verbruikte apparatuur a.u.b. in bij de hiervoor bestemde inzamelpunten of bij de winkel waar het product was aangeschaft. Zij zullen dit product accepteren voor milieuvriendelijke afvalverwerking.- 84 - Emerio B.V. Customer service: Kundeninformation: Klantenservice: Oudeweg 115 T: +31 (0) 23 3034369 T: +49 (0) 3222 1097 600 T: +31 (0) 23 3034369 2031 CC Haarlem www.emerio.eu/service www.emerio.eu/service www.emerio.eu/service The Netherlands Looking for spare parts? Have a look at www.spareparts.emerio.eu Sie brauchen Ersatzteile? Besuchen Sie www.ersatzteile.emerio.eu Onderdelen nodig? Kijk op www.onderdelen.emerio.eu- 85 - INSTRUCTIES VOOR HET REPAREREN VAN APPARATEN DIE R290 BEVATTEN
1) Controle van de bedrijfsruimte
Voordat er kan worden gewerkt aan systemen die ontvlambare koudemiddelen bevatten, moeten er veiligheidscontroles worden uitgevoerd om het risico op ontsteking tot een minimum te beperken. De volgende voorzorgsmaatregelen dienen in acht te worden genomen voordat er reparaties aan het koelsysteem kunnen worden uitgevoerd.
De werkzaamheden moeten volgens een gecontroleerde procedure worden uitgevoerd om het risico op de aanwezigheid van een ontvlambaar gas of een ontvlambare damp tijdens de werkzaamheden tot een minimum te beperken.
3) Algemene werkomgeving
Al het onderhoudspersoneel en alle overige personen in de werkomgeving moeten worden geïnformeerd over de aard van de werkzaamheden die worden uitgevoerd. Werkzaamheden in besloten ruimtes moeten worden voorkomen. Het gebied rond de werkomgeving moet worden afgesloten. Zorg ervoor dat er veilig in de werkomgeving kan worden gewerkt door het te controleren op de aanwezigheid van ontvlambare stoffen.
4) Controleren op de aanwezigheid van koudemiddel
De omgeving moet voor en tijdens de werkzaamheden worden gecontroleerd met een gepaste koudemiddeldetector, zodat de technicus weet of er ontvlambare stoffen aanwezig zijn. Zorg ervoor dat de apparatuur voor lekdetectie geschikt is voor detectie van ontvlambare koudemiddelen, d.w.z. geen vonken afgeeft, goed is afgedicht en intrinsiek veilig is.
5) Aanwezigheid van een brandblusser
Als er hete werkzaamheden aan de koelapparatuur of bijbehorende onderdelen moeten worden verricht, moet er geschikte blusapparatuur aanwezig zijn. Zorg dat er een CO₂- of poederblusser in de buurt van de werkomgeving aanwezig is.
6) Geen ontstekingsbronnen
Geen enkele persoon die aan een koelsysteem werkzaamheden verricht waarbij leidingen worden blootgelegd die ontvlambaar koudemiddel bevatten of hebben bevat, mag ontstekingsbronnen op zo'n manier gebruiken dat deze een brand- of explosiegevaar vormt. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, waaronder brandende sigaretten, moeten uit de buurt van de ruimte waar het apparaat wordt geïnstalleerd, gerepareerd, verwijderd of afgedankt worden gehouden aangezien ontvlambaar koudemiddel vrij kan komen. Vóór het begin van de werkzaamheden moet het gebied rond de apparatuur worden gecontroleerd op de aanwezigheid van ontbrandingsgevaren en ontstekingsrisico's. Er moeten borden worden geplaatst met de tekst "Niet roken".
7) Geventileerde omgeving
Zorg ervoor dat de werkomgeving in de buitenlucht is of voldoende wordt geventileerd, voordat het systeem wordt geopend of hete werkzaamheden worden verricht. Tijdens de werkzaamheden moet er voortdurend ventilatie zijn. De ventilatie moet ervoor zorgen dat vrijgekomen koudemiddel wordt verspreid en bij voorkeur wordt afgegeven naar de buitenlucht.
8) Controle van de koelapparatuur
Bij het vervangen van elektrische componenten moeten componenten worden gebruikt die geschikt zijn voor het doel en die de juiste specificaties hebben. Volg altijd de onderhouds- en reparatierichtlijnen van de fabrikant. In geval van twijfel, neem contact op met de technische dienst van de fabrikant. Voer de volgende controles uit op installaties die brandbaar koudemiddel gebruiken: – De hoeveelheid koudemiddel moet in overeenstemming zijn met de omvang van de ruimte waarin de apparatuur met koudemiddel wordt geplaatst; – De ventilatieapparatuur en -uitlaten werken naar behoren en worden niet geblokkeerd; – Als een indirect koelcircuit wordt gebruikt, controleer het secundaire circuit op de aanwezigheid van koudemiddel; – De markering op het apparaat moeten goed zichtbaar en leesbaar zijn. Markeringen en tekens die niet leesbaar zijn moeten worden vervangen;- 86 - – Installeer koelleidingen of onderdelen van het koelcircuit in een positie waar ze niet blootgesteld kunnen worden aan stoffen die de onderdelen die het koudemiddel bevatten kunnen corroderen, tenzij deze onderdelen van een materiaal zijn gemaakt die corrosiebestendig zijn of gepast tegen corrosie zijn beschermd.
9) Controle van elektrische apparatuur
Als onderdeel van reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan elektrische componenten moeten vooraf veiligheidscontroles worden uitgevoerd en moeten de componenten worden geïnspecteerd. Als een defect wordt geconstateerd dat de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen stroomtoevoer op het circuit worden aangesloten, voordat het defect adequaat is verholpen. Als het defect niet direct kan worden verholpen, maar de bedrijfswerkzaamheden niet langer kunnen worden onderbroken, moet er een adequate en tijdelijke oplossing worden gevonden. Van deze tijdelijke oplossing moet melding worden gemaakt bij de eigenaar van het apparaat, zodat alle partijen op de hoogte zijn. Tot de initiële veiligheidscontroles behoren: De condensatoren moeten worden ontladen: dit moet op een veilige manier worden gedaan om de mogelijkheid op vonken te voorkomen; Er mogen geen actieve elektrische componenten en draden blootliggen tijdens het opladen, herstellen of spoelen van het systeem; Het systeem moet continu geaard zijn.
2. Reparaties op de afgedichte onderdelen
1) Tijdens de reparatie van afgedichte componenten moet alle stroomtoevoer worden ontkoppeld van het
apparaat waaraan wordt gewerkt, voordat afdichtingen mogen worden verwijderd. Indien het absoluut noodzakelijk is dat er tijdens onderhoudswerkzaamheden stroomtoevoer naar het apparaat is, moet er een permanent werkende lekdetector worden geplaatst op het meest kritieke punt, zodat deze kan waarschuwen als er een gevaarlijke situatie optreedt.
2) Op de volgende punten moet bijzonder goed worden gelet om te voorkomen dat de behuizing van
elektrische componenten tijdens werkzaamheden zijn beschermende functie niet verliest. Hiertoe behoort schade aan kabels, te veel aansluitingen, terminals die niet voldoen aan de oorspronkelijke specificaties, schade aan afdichtingen, niet goed passende wartels, enz. Zorg dat het apparaat op een juiste manier in elkaar is gezet. Zorg dat de afdichtingen of het afdichtingsmateriaal niet zijn versleten om indringing van brandbare stoffen te vermijden. De reserveonderdelen moeten in overeenstemming zijn met de specificaties van de fabrikant. OPMERKING: Het gebruik van een silicone afdichtmiddel kan een impact hebben op de juiste werking van bepaalde lekdetectieapparatuur. Intrinsieke veilige onderdelen moeten niet eerst worden geïsoleerd alvorens er werkzaamheden op uit te voeren.
3. Reparatie van intrinsiek veilige componenten
Stel het circuit niet bloot aan permanente inductie- of condensatorbelasting zonder van tevoren te controleren of deze belasting de toegestane spanning en stroomsterkte van het apparaat niet overschrijdt. Intrinsiek veilige componenten zijn de enige componenten waaraan kan worden gewerkt als er stroom op staat en er ontvlambare gassen of dampen aanwezig zijn. Het testapparaat moet aan de specificaties voldoen. Vervang de componenten alleen met door de fabrikant gespecificeerde componenten. Andere onderdelen kunnen het koudemiddel in brand steken wanneer er een lek aanwezig is.
Controleer of de bekabeling niet onderhevig is aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere nadelige factoren in de bedrijfsomgeving. Houd tevens rekening met de effecten van veroudering en de continue trillingen van bronnen als compressors en ventilatoren.
5. Detectie van ontvlambaar koudemiddel
Onder geen enkele omstandigheid mogen er ontstekingsbronnen worden gebruikt voor het zoeken naar of detecteren van lekkend koudemiddel. Er mogen geen lekzoeklampen (of andere detectoren met een open vlam) worden gebruikt.- 87 -
6. Methoden voor lekdetectie
De volgende lekdetectiemethoden zijn geschikt bevonden voor systemen die ontvlambaar koudemiddel bevatten. Elektronische lekdetectoren kunnen worden gebruikt voor het detecteren van brandbare koudemiddelen. De gevoeligheid kan echter ongepast zijn of herkalibratie kan nodig zijn. (Kalibreer de detectieapparatuur in een gebied zonder koudemiddel). Zorg dat de detector geen potentiële ontstekingsbron is en voor het gebruikte koudemiddel gepast is. Stel de lekdetectieapparatuur in op een percentage van de LFL van het koudemiddel en kalibreer het volgens het gebruikte koudemiddel en de gepaste gaspercentage (maximum 25%). Lekdetectievloeistoffen zijn gepast voor gebruik met de meeste koudemiddelen, maar gebruik geen detergenten die chloor bevatten. De chloor kan reageren met het koudemiddel en de koperen leidingen corroderen. Als een lek wordt vermoed, verwijder/ doof alle open vlammen. Als een koudemiddellek wordt gevonden en er gesoldeerd moet worden, moet al het koudemiddel uit het systeem worden verwijderd of met behulp van ventielen worden geïsoleerd in een deel van het systeem dat zich op afstand van het lek bevindt. Zowel vóór als tijdens het solderen moet het systeem worden gespoeld met zuurstofvrije stikstof.
7. Verwijderen en vacuüm zuigen
Er worden algemene procedures gehanteerd voor reparatie- of andere werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit. Houd met het oog op de ontvlambaarheid van koudemiddelen echter de volgende maatregelen in acht. Voer de volgende procedure uit:
- Verwijder het koudemiddel;
- Ontlucht het circuit met inert gas;
- Ontlucht opnieuw met inert gas;
- Open het circuit door het te snijden of te solderen. Het verwijderde koudemiddel moet worden opgevangen in de juiste verzamelingscilinders. Het systeem moet worden doorgespoeld met zuurstofvrije stikstof om het systeem veilig te maken. Het is mogelijk dat dit proces meerdere keren moet worden herhaald. Hiervoor mag geen gebruik worden gemaakt van perslucht of zuurstof. Het doorspoelen gebeurt door het vacuüm in het systeem op te heffen met zuurstofvrije stikstof tot de bedrijfsdruk is bereikt, de stikstof te laten ontsnappen in de omgevingslucht en het systeem vervolgens opnieuw vacuüm te zuigen. Dit proces moet worden herhaald tot er geen koudemiddel meer in het systeem aanwezig is. Wanneer er voor het laatst zuurstofvrije stikstof is toegepast, moet dit worden vrijgegeven aan de omgevingslucht tot de omgevingsdruk is bereikt. Vervolgens kan er met de werkzaamheden worden begonnen. Deze procedure is absoluut noodzakelijk als er soldeerwerkzaamheden op de leidingen dienen te gebeuren. Zorg dat de uitlaat van de vacuümpomp zich niet in de buurt van een ontstekingsbron bevindt en er voldoende ventilatie aanwezig is.
Naast de algemene vulprocedures moeten de volgende vereisten worden nageleefd. – Zorg ervoor dat er bij het gebruik van de vulapparatuur geen vermenging van verschillende koudemiddelen optreedt. Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk worden gehouden om de hoeveelheid koudemiddel tot een minimum te beperken. – De cilinders moeten rechtop staan. – Zorg ervoor dat het koudemiddelsysteem geaard is, voordat het systeem wordt gevuld met koudemiddel. – Label het systeem wanneer het is gevuld (indien dit nog niet is gedaan). – Het is uiterst belangrijk dat het systeem niet overmatig gevuld wordt. Voordat het systeem opnieuw wordt gevuld, moet er een druktest met zuurstofvrije stikstof worden uitgevoerd. Het systeem moet na het vullen, maar vóór ingebruikname, worden getest op lekkage. Een tweede lektest moet worden uitgevoerd alvorens de locatie te verlaten.
Voordat deze procedure wordt uitgevoerd, moet de technicus volledig bekend zijn met het apparaat. Het wordt aanbevolen dat alle koudemiddelen veilig worden opgevangen. Vóór het uitvoeren van de taak moet er een olie- en koudemiddelmonster worden genomen, voor het geval het opgevangen koudemiddel vóór hergebruik moet worden geanalyseerd. Het is essentieel dat er stroomtoevoer is vóór de werkzaamheden beginnen.- 88 - a) Raak vertrouwd met het apparaat en zijn werking. b) Zorg voor gepaste elektrische isolatie van het systeem. c) Voordat u de procedure uitvoert:
- Indien nodig, zorg dat er mechanische uitrusting voor het behandelen van de bewaarflessen met koudemiddel aanwezig is;
- Zorg voor persoonlijke beschermingsmiddelen en dat ze juist worden gebruikt;
- Zorg tijdens het terugwinningsproces voor een continu toezicht door een vakbekwame persoon.
- Zorg dat de gebruikte terugwinningsuitrusting en bewaarflessen in overeenstemming zijn met de gepaste normen. d) Pomp het koudemiddelsysteem indien mogelijk leeg. e) Als gebruik van een vacuümpomp niet mogelijk is, moet een verdeelstuk worden gebruikt zodat het koudemiddel van verschillende onderdelen van het systeem kan worden verwijderd. f) Zorg ervoor dat de cilinder op de weegschaal staat voordat het koudemiddel wordt opgevangen. g) Start de opvangmachine en bedien deze volgens de instructies van de fabrikant. h) Vul de cilinders niet te veel. (Niet meer dan 80% van het vloeistofvolume)
i) Overschrijd de maximale werkdruk van de cilinder niet, zelfs niet tijdelijk.
j) Als de cilinders correct zijn gevuld en het proces is voltooid, moeten de cilinders en het apparaat snel van de locatie worden verwijderd en moeten alle isolatieventielen op het apparaat worden afgesloten. k) Verzameld koudemiddel mag pas voor een ander koudemiddelsysteem worden gebruikt, als het is schoongemaakt en gecontroleerd.
Het apparaat moet worden voorzien van een label waarop staat vermeld dat het apparaat is ontmanteld en dat het koudemiddel is verwijderd. Het label moet worden gedateerd en ondertekend. Zorg ervoor dat er labels op de cilinders aanwezig zijn met vermelding dat de cilinders ontvlambaar koudemiddel bevatten.
Bij het opvangen van koudemiddel van een systeem, voor zowel onderhoud als ontmanteling, moeten alle koudemiddelen op een veilige manier worden verwijderd. Wanneer koudemiddel wordt opgevangen in cilinders mogen alleen geschikte cilinders voor koudemiddel worden gebruikt. Zorg dat u het nodige aantal cilinders hebt om alle koudemiddel te kunnen bewaren. Alle cilinders die worden gebruikt, zijn bestemd voor het opvangen van koudemiddel en moeten als zodanig worden gelabeld (d.w.z. speciale cilinders voor het opvangen van koudemiddel). De cilinders moeten compleet zijn, met een overdrukventiel en afsluitventielen, en alle onderdelen moeten in goede staat verkeren. Lege opvangcilinders moeten met een vacuümpomp worden geleegd en, indien mogelijk, worden gekoeld vóór het opvangen van het koudemiddel. De opvangapparatuur moet zich in een goede staat bevinden, voorzien zijn van instructies en geschikt zijn voor het opvangen van ontvlambare koudemiddelen. Daarnaast moet er een gekalibreerde weegschaal aanwezig zijn die in goede staat verkeert. Slangen moeten intact zijn, compleet met lekvrije en juist werkende koppelstukken. Controleer vóór gebruik of de opvangmachine in een goede staat verkeert, goed is onderhouden en dat alle elektrische componenten zijn afgedicht om ontsteking te voorkomen in geval koudemiddel vrijkomt. In geval van twijfel, neem contact op met de fabrikant. Lever het teruggewonnen koudemiddel in bij uw leverancier van koudemiddel, in de juiste cilinder en voorzien van de relevante documentatie. Meng geen koudemiddelen in opvangunits en, in het bijzonder, niet in cilinders. Als er compressoren of compressorolie moeten worden verwijderd, moet de olie tot een acceptabel niveau worden afgezogen met een vacuümpomp, zodat er geen ontvlambaar koudemiddel in de olie achterblijft. Het vacuümproces moet vóór retournering van de compressor aan de leverancier worden uitgevoerd. Om dit proces te versnellen mag de compressorbehuizing uitsluitend elektrisch worden verwarmd. Olie moet altijd voorzichtig uit een systeem worden verwijderd. Competentie van het onderhoudspersoneel Algemeen Speciale opleiding naast de gebruikelijke reparatieprocedures voor koelapparatuur is nodig wanneer het apparatuur met ontvlambaar koudemiddel betreft.- 89 - In vele landen wordt deze opleiding gegeven door nationale opleidingsorganisaties die geaccrediteerd zijn om de relevante nationale competentienormen, die wettelijk vastgelegd kunnen zijn, bij te brengen. De behaalde competentie moet in een certificaat zijn vastgelegd. Opleiding De opleiding moet het volgende bevatten: Informatie over het explosiepotentieel van ontvlambare koudemiddelen om aan te tonen dat ontvlambare stoffen gevaarlijk kunnen zijn wanneer ze verkeerd worden behandeld. Informatie over mogelijke ontstekingsbronnen, in het bijzonder deze die niet vanzelfsprekend zijn, zoals aanstekers, lichtschakelaars, stofzuigers, elektrische verwarmingstoestellen. Informatie over de verschillende veiligheidsconcepten: Ongeventileerd – De veiligheid van het apparaat is niet afhankelijk van de ventilatie van de behuizing. Het uitschakelen van het apparaat of het openen van de behuizing heeft geen beduidend gevolg voor de veiligheid. Het is echter mogelijk dat er lekkend koudemiddel in de behuizing ophoopt en er een ontvlambare atmosfeer bij het openen van de behuizing vrijkomt. Geventileerde behuizing – De veiligheid van het apparaat is afhankelijk van de ventilatie van de behuizing. Het uitschakelen van het apparaat of het openen van de behuizing heeft geen beduidend gevolg voor de veiligheid. De ventilatie van de ruimte mag tijdens de reparatieprocedures niet worden uitgeschakeld. Geventileerde ruimte – De veiligheid van het apparaat is afhankelijk van de ventilatie van de ruimte. Het uitschakelen van het apparaat of het openen van de behuizing heeft geen beduidend gevolg voor de veiligheid. De ventilatie van de ruimte mag tijdens de reparatieprocedures niet worden uitgeschakeld. Informatie over het concept van afgedichte componenten en afgedichte behuizingen overeenkomstig IEC 60079 ‑15:2010. Informatie over de juiste werkprocedures: a) Inbedrijfstelling
- Zorg dat het vloeroppervlak voldoende groot is voor het koudemiddel of dat de ventilatieslang op een juiste manier is aangebracht.
- Sluit de leidingen aan en voer een lektest uit voordat u het apparaat met koudemiddel vult.
- Controleer de veiligheidsapparatuur alvorens het apparaat in bedrijf te stellen. b) Onderhoud
- Repareer draagbare apparatuur buiten of in een werkplaats die specifiek is bestemd voor het repareren van apparaten met ontvlambaar koudemiddel.
- Zorg voor voldoende ventilatie in de werkplaats.
- Storing van de apparatuur kan optreden door verlies van koudemiddel en een koudemiddellek is mogelijk.
- Gooi condensatoren op een juiste manier weg zodat er geen vonkvorming mogelijk is. De standaardprocedure om de aansluitklemmen van condensatoren kort te sluiten veroorzaakt over het algemeen vonken.
- Breng de afgedichte behuizingen opnieuw op een juiste manier aan. Als de afdichtingen versleten zijn, vervang ze.
- Controleer de veiligheidsapparatuur alvorens het apparaat in bedrijf te stellen. c) Reparatie
- Repareer draagbare apparatuur buiten of in een werkplaats die specifiek is bestemd voor het repareren van apparaten met ontvlambaar koudemiddel.
- Zorg voor voldoende ventilatie in de werkplaats.
- Storing van de apparatuur kan optreden door verlies van koudemiddel en een koudemiddellek is mogelijk.
- Gooi condensatoren op een juiste manier weg zodat er geen vonkvorming mogelijk is.
- Als soldeerwerkzaamheden nodig zijn, voer de volgende procedures in de juiste volgorde uit: – Verwijder het koudemiddel. Als terugwinning door de nationale regelgeving niet vereist is, voer het koudemiddel naar buiten af. Zorg dat het afgevoerde koudemiddel geen gevaar oplevert. In geval van twijfel, laat een persoon toezicht op de uitlaat houden. Zorg ervoor dat er geen afgevoerd koudemiddel opnieuw in het gebouw stroomt. – Zuig het koudemiddelcircuit vacuüm. – Spoel het koudemiddelcircuit gedurende 5 minuten met stikstof. – Zuig het circuit opnieuw vacuüm. – Verwijder de te vervangen onderdelen door ze af te snijden, en niet met gebruik van een vlam.- 90 - – Spoel het soldeerpunt met stikstof tijdens de soldeerprocedure. – Voer een lektest uit voordat u het apparaat met koudemiddel vult.
- Breng de afgedichte behuizingen opnieuw op een juiste manier aan. Als de afdichtingen versleten zijn, vervang ze.
- Controleer de veiligheidsapparatuur alvorens het apparaat in bedrijf te stellen. d) Ontmanteling
- Als de veiligheid wordt aangetast tijdens het buiten dienst stellen van de apparatuur, verwijder het koudemiddel voordat u start met de ontmanteling.
- Zorg voor voldoende ventilatie in de ruimte waar de apparatuur zich bevindt.
- Storing van de apparatuur kan optreden door verlies van koudemiddel en een koudemiddellek is mogelijk.
- Gooi condensatoren op een juiste manier weg zodat er geen vonkvorming mogelijk is.
- Verwijder het koudemiddel. Als terugwinning door de nationale regelgeving niet vereist is, voer het koudemiddel naar buiten af. Zorg dat het afgevoerde koudemiddel geen gevaar oplevert. In geval van twijfel, laat een persoon toezicht op de uitlaat houden. Zorg ervoor dat er geen afgevoerd koudemiddel opnieuw in het gebouw stroomt.
- Zuig het koudemiddelcircuit vacuüm.
- Spoel het koudemiddelcircuit gedurende 5 minuten met stikstof.
- Zuig het circuit opnieuw vacuüm.
- Vul tot aan de atmosferische druk met stikstof.
- Breng een label op de apparatuur aan met de vermelding dat het koudemiddel is verwijderd. e) Verwijdering
- Zorg voor voldoende ventilatie in de werkplaats.
- Verwijder het koudemiddel. Als terugwinning door de nationale regelgeving niet vereist is, voer het koudemiddel naar buiten af. Zorg dat het afgevoerde koudemiddel geen gevaar oplevert. In geval van twijfel, laat een persoon toezicht op de uitlaat houden. Zorg ervoor dat er geen afgevoerd koudemiddel opnieuw in het gebouw stroomt.
- Zuig het koudemiddelcircuit vacuüm.
- Spoel het koudemiddelcircuit gedurende 5 minuten met stikstof.
- Zuig het circuit opnieuw vacuüm.
- Snij de compressor uit en voer de olie af. Transport, markering en opslag van apparaten die ontvlambaar koudemiddel gebruiken Transport van apparatuur die ontvlambaar koudemiddel bevat Opgelet! Extra transportvoorschriften kunnen gelden voor wat betreft apparatuur die ontvlambaar gas bevat. Het maximum aantal apparaten of de samenstelling van de apparatuur die samen mag worden opgeslagen wordt bepaald door de geldende transportvoorschriften. Markering van apparatuur met behulp van aanduidingen Aanduidingen voor gelijksoortige apparaten, die in een werkgebied worden gebruikt, worden over het algemeen bepaald door de lokale regelgeving en geven de minimum voorschriften inzake veiligheids- en/of gezondheidssignalering op het werk aan. Alle vereiste aanduidingen moeten in een goede staat worden gehouden en de werkgevers moeten ervoor zorgen dat de werknemers gepaste en voldoende instructies en opleiding krijgen over de betekenis van de gepaste veiligheidsaanduidingen en de uit te voeren handelingen die met deze aanduidingen verband houden. De doeltreffendheid van de aanduidingen mag niet afnemen door het aanbrengen van te veel aanduidingen op een bepaalde plaats. De gebruikte pictogrammen moeten zo eenvoudig mogelijk zijn en alleen essentiële details bevatten. Afdanking van apparatuur die ontvlambare koudemiddelen gebruiken. Zie de nationale wetgeving. Opslag van apparatuur De opslag van apparatuur moet in overeenstemming zijn met de instructies van de fabrikant. Opslag van verpakte (niet-verkochte) apparatuur De opslagverpakking moet zodanig worden beschermd dat mechanische beschadiging van de apparatuur in de verpakking niet kan resulteren in lekkage van het koudemiddel. Het maximum aantal apparaten dat samen mag worden opgeslagen wordt bepaald door de lokale wetgeving.- 91 - Instrukcja obsługi – Polish
Notice-Facile