SI0551 - Detector IFM - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SI0551 IFM in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SI0551 IFM
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Detector in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SI0551 - IFM en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SI0551 van het merk IFM.
GEBRUIKSAANWIJZING SI0551 IFM
Gebruiksaanwijzing
Stromingssensor
SI5004
SI0551
Inhoudsopgave
1 Inleiding.... 3
1.1 Gebruikte symbolen 3
1.2 Waarschuwingen.... 3
2 Veiligheidsaanwijzingen 4
3 Transport, behandeling en opslag.... 5
4 Gebruik volgens de voorschriften.... 6
5 Functie 7
6 Montage.... 8
6.1 Inbouwpositie 8
6.1.1 Insteekdiepte 8
6.1.2 Aanbevolen inbouwpositie 8
6.1.3 Beperkt mogelijke inbouwpositie 9
6.1.4 Niet toegestane inbouwpositie.... 9
6.1.5 Uitrichting 10
6.2 Verstorende invloeden.... 10
6.3 Procesaansluiting.... 10
7 Elektrische aansluiting 12
8 Bedienings- en weergave-elementen 13
9 Inbedrijfstelling 14
10 Instellingen 15
10.1 High Flow-afregeling: 15
10.2 Low Flow-afregeling 15
10.3 Apparaat resetten 15
10.4 Vergrendelen/ontgrendelen 15
11 Bedrijf.... 17
12 Storing verhelpen 18
13 Onderhoud, reparatie en afvoer.... 19
1 Inleiding
Handleiding, technische gegevens, certificeringen en overige informatie zijn toegankelijk via de QR-code op het apparaat, de verpakking of op documentation.ifm.com.
1.1 Gebruikte symbolen
√ Voorwaarde
▶ Instructie voor het uitvoeren van een handeling
▷ Reactie, resultaat
vet Aanduiding van toetsen, knoppen of indicaties
Kruisverwijzing zonder link
Kruisverwijzing met link

Belangrijke aanwijzing
Bij niet-naleving van de voorschriften kunnen storingen ontstaan

Informatie
Aanvullende aanwijzing
1.2 Waarschuwingen
Waarschuwingen waarschuwen voor mogelijk persoonlijk letsel en materiële schade. Daardoor is het mogelijk veilig met het product om te gaan. Waarschuwingen worden als volgt beoordeeld:

WAARSCHUWING
Waarschuwing voor ernstig lichamelijk letsel
▷ Dodelijk en zwaar letsel is mogelijk als de waarschuwing wordt genegeerd.

VOORZICHTIG
Waarschuwing voor licht en middelzwaar persoonlijk letsel
▷ Licht tot middelzwaar letsel is mogelijk als de waarschuwing wordt genegeerd.

ATTENTIE
Waarschuwing voor materiële schade
▷ Materiële schade is mogelijk als de waarschuwing wordt genegeerd.
2 Veiligheidsaanwijzingen
- Het beschreven apparaat wordt als deelcomponent in een systeem ingebouwd.
- De veiligheid van het systeem is de verantwoordelijkheid van de bouwer.
-
De systeembouwer is verplicht een risicobeoordeling uit te voeren en van daaruit documentatie op te stellen en mee te leveren volgens de wettelijke gestandaardiseerde eisen voor de exploitant en de gebruiker van het systeem. Deze moet alle noodzakelijke informatie en veiligheidsaanwijzingen bevatten voor de exploitant, gebruiker en eventueel het door de systeembouwer geautoriseerde servicepersoneel.
-
Dit document voor inbedrijfstelling van het product lezen en tijdens de gebruiksduur opbergen.
- Het product moet onbeperkt geschikt zijn voor de betreffende applicaties en omgevingscondities.
- Het product alleen volgens de voorschriften gebruiken (→ Gebruik volgens de voorschriften).
- Het product alleen voor de toegestane media gebruiken.
- Het niet naleven van de gebruiksaanwijzingen of de technische gegevens kan tot materiële schade en/of persoonlijke ongevallen leiden.
- Voor gevolgen door wijzigingen in het product of verkeerd gebruik door de exploitant is de fabrikant niet aansprakelijk en biedt hij geen garantie.
- De montage, elektrische aansluiting, inbedrijfstelling, bediening en onderhoud van het product mogen alleen door opgeleid vakkundig personeel worden uitgevoerd dat door de exploitant is geautoriseerd.
- Apparaten en kabels op een doeltreffende manier tegen beschadiging beschermen.
3 Transport, behandeling en opslag
▶ Bewaar het apparaat op in de originele verpakking.
▶ Gebruik de originele verpakking als u het apparaat weer opbergt.
▶ Indien dit niet het geval is, dient u de ongebruikte aansluitingen van een contrastekker of een beschermkap te voorzien en verpak het apparaat op een correcte manier.
▶ Bij het opslaan van het apparaat houdt dan rekening met de toegestane omgevingscondities (→ Technische gegevens).
4 Gebruik volgens de voorschriften
Het apparaat bewaakt de stroming in vloeibare en gasvormige media.
5 Functie
Het apparaat meet de stromingssnelheid volgens het calorimetrische meetprincipe en zet deze om in een analoog uitgangssignaal (4...20 mA).
Het uitgangssignaal volgt de karakteristiek van de sensor. Het laat zien hoe de led-indicatoren de relatieve stromingssnelheid binnen het detectiegebied weergeeft.
Bij over-flow (stromingssnelheid overschrijdt het meetbereik) stijgt het uitgangssignaal naar 20...22 mA.

A: Statusindicatie (led-strip)
B: Stromingssnelheid
C: Karakteristiek
D: Sensorsignaal
E: Uitgangssignaal in mA
Afb. 1: Analoog signaal
Het apparaat wordt geleverd met de volgende fabrieksinstellingen: Meetbereik = 5...100 cm/s in water. De typische reactietijd van het apparaat bedraagt 1...10 s.
6 Montage

VOORZICHTIG
Tijdens de installatie of in geval van een storing kan er hoge druk of hete media uit het systeem ontsnappen.
▷ Letselgevaar door druk of brandwonden.
▶ Controleren of de installatie tijdens de montagewerkzaamheden drukloos is.
▶ Controleren of er tijdens de montagewerkzaamheden geen media op de plaats van montage kunnen uit lopen.
6.1 Inbouwpositie
6.1.1 Insteekdiepte


Afb. 2: Insteekdiepte
- De punt van de sensor moet volledig omringd worden door het medium.
• Aanbevolen insteekdiepte: minstens 12 mm.
6.1.2 Aanbevolen inbouwpositie


Afb. 3: Aanbevolen inbouwpositie
- Bij horizontaal lopende buizen: montage zijdelings.
- Bij verticaal geplaatste leidingen: montage in de stijgleiding.
6.1.3 Beperkt mogelijke inbouwpositie


Afb. 4: Beperkt mogelijke inbouwpositie
- Bij horizontale leidingen, als de leiding vrij is van afzettingen: Montage van onderaf.
- Voor horizontale leidingen, wanneer de leiding volledig gevuld is met medium: Montage van bovenaf.
6.1.4 Niet toegestane inbouwpositie


Afb. 5: Niet toegestane inbouwpositie
- De punt van de sensor mag de buiswand niet raken.
- Montage niet in vrije uitstroom leidingen die aan de onderzijde geopend zijn.
6.1.5 Uitrichting

Afb. 6: Stromingsrichting (pijl)
▶ Voor een optimale meetnauwkeurigheid moet de sensor zo worden gemonteerd dat de stekker tegen de flowrichting wijst.

De zijde die in de flowrichting moet wijzen, is ook gemarkeerd met een gat boven het sleutelvlak (1).
6.2 Verstorende invloeden
Fittingen in de leidingen, bochten, kleppen, vernauwingen e.d. beïnvloeden de werking van het apparaat.
▶ Afstanden tussen sensor en verstorende invloeden in acht nemen.


Afb. 7: In- en outlet trajecten
D: Leidingbuitendiameter
S: Verstorende invloeden
6.3 Procesaansluiting
Door procesadapters kan het apparaat op verschillende procesaansluitingen worden aangepast.
Correcte afdichting van het apparaat en waterdichtheid van de aansluiting zijn alleen gegarandeerd met ifm-adapters.
Voor kleine debieten zijn ifm-adapterblokken leverbaar.

Het apparaat wordt zonder accessoires geleverd.
Informatie over beschikbare toebehoren vindt u op documentation.ifm.com.
Bij gebruik van componenten van andere fabrikanten wordt een optimale functie niet gegarandeerd.

Afb. 8: Het apparaat met de adapter op het proces aansluiten
1: Procesaansluiting
2: Adapter
3: Sensortip
4: Wartelmoer
▶ Smeer het schroefdraad van de procesaansluiting, de adapter en de wartelmoer in. Gebruik een goed-gekeurde smeerpasta die geschikt is voor de toepassing.

Er mag geen smeermiddel in aanraking komen met de punt van de sensor.
▶ Passende adapter in de procesaansluiting schroeven.
▶ Stromingsbewaking op de adapter plaatsen en de wartelmoer vastdraaien. Aandraaimoment 25 Nm. Daarbij het apparaat in zijn uitrichting houden.
7 Elektrische aansluiting

Het apparaat mag uitsluitend door een elektromonteur worden geïnstalleerd.
Nationale en internationale voorschriften voor de aanleg van elektrotechnische installaties dienen te worden opgevolgd.
Voeding conform SELV, PELV.
▶ Installatie spanningsvrij schakelen.
▶ Apparaat op de onderstaande wijze aansluiten:


Afb. 9: Indeling aansluitpunten
1: Ub+
2: Analoge uitgang
3: Ub-
4: Niet gebruikt
8 Bedienings- en weergave-elementen

1: Bedrijfsindicatie
De groene leds geven de huidige stromingssterkte weer:
De leds 0...9 geven het bereik weer tussen stilstand en maximale stroming.
2: Instelknoppen voor afregelen en configureren
9 Inbedrijfstelling
▶ Voedingsspanning inschakelen.
▷ Alle leds gaan branden en doven geleidelijk weer. Gedurende deze periode bedraagt het uitgangssignaal 20 mA.
▷ Het apparaat staat in de bedrijfsmodus.
▶ Zorg voor een normale stroming in de installatie.
▶ Controleer de weergave en bepaal de volgende stappen:
| Display-weergave | Toelichting | |
| 1 | ![]() | Het werkgebied dat in de fabriek is ingesteld, is geschikt voor deze applicatie. |
| 2 | ![]() | Normale stroming onderschrijdt het weergavebereik van het display.► ▶ Voer een high-flow-afstelling uit. |
| 3 | ![]() | Normale stroming overschrijdt het weergavebereik van het display (LED 9 knippert).► ▶ Voer een high-flow-afstelling uit. |
Tab. 1: Weergave op het display bij fabrieksinstellingen (→ Functie)

De fabrieksinstelling kan op elk moment worden hersteld (→ Apparaat resetten).

Voor andere media dan water:
▶ Voer de aanvullende afstelling van de minimale stroming uit (→ Low Flow-afregeling).
10 Instellingen
10.1 High Flow-afregeling:
Het apparaat definieert de huidige flow als de normale stroming en past de weergave dienovereenkomstig aan.
▶ Zorg voor een normale stroming in de installatie.
▶ Houd de knop ▶ingedrukt.
▷ LED 9 brandt en gaat na ong. 5 seconden knipperen.
▶ Laat de knop ◎los.
▷ Het apparaat is nu aangepast aan de stromingsomstandigheden. Het apparaat gaat naar de bedrijfsmodus.
▷ Het display dient nu een vergelijkbare LED-weergave als in voorbeeld 1 moeten weergeven ➞ 14.

Als alle LED's rood knipperen, is de afregeling mislukt. Zie het ➞ hoofdstuk Storing verhelpen voor mogelijke oorzaken. Het apparaat gaat met ongewijzigde waarden naar de bedrijfsmodus.
10.2 Low Flow-afregeling
Als het apparaat in andere media dan water wordt gebruikt, moet om de minimale stroming van het apparaat worden aangepast.

De Low Flow-afregeling mag alleen worden uitgevoerd na het uitvoeren van de High Flow-afregeling.
▶ Zorg voor de minimale stroming in de installatie of stop de stroming.
▶ Houd de knop Ⓐingedrukt.
▷ LED 0 brandt en gaat na ong. 5 seconden knipperen.
▶ Laat de knop Ⓐlos.
▷ Het apparaat neemt de nieuwe waarde over en gaat naar de bedrijfsmodus.
10.3 Apparaat resetten
▶ Houd de knop ⬤minstens 15 seconden ingedrukt.
▷ LED 9 brandt en gaat na ong. 5 seconden knipperen.
▷ Na ong. 15 seconden knipperen de LED's 0...9 oranje.
▶ Laat de knop ◎los.
▷ Alle instellingen worden teruggezet naar de fabrieksinstellingen:
• Werkbereik: 5 ...100 cm/s voor water
- Niet vergrendeld
10.4 Vergrendelen/ontgrendelen
Om een foutieve invoer te voorkomen, kan het apparaat elektronisch worden vergrendeld.
Fabrieksinstelling: Niet vergrendeld.
▶ Houd beide instelknoppen 10 seconden ingedrukt.
▷ Het display gaat uit.
▷ Het apparaat is vergrendeld.
▶ Herhaal het proces om te ontgrendelen.
11 Bedrijf
Het apparaat geeft de huidige stroming weer op het display.

Bij een uitval of onderbreking van de voedingsspanning blijven alle instellingen behouden.
| Display-weergave | Toelichting | |
| 1 | ![]() | Actuele stroming binnen het weergavebereik. |
| 2 | ![]() | led 9 knippert: Actuele stroming boven het weergavebereik. |
| 3 | ![]() | LED 0 knippert: Actuele stroming ver onder het weergavebereik. |
Tab. 2: Display-weergave
12 Storing verhelpen
| Indicatie | Beschrijving | Hulp |
| De LED-weergave gaat kort (0,6 sec.) uit wanneer een knop wordt ingedrukt. | Het apparaat is permanent vergrendeld. | ► Ontgrendel het apparaat. |
LED’s zijn permanent uit. | Bedrijfsspanning te laag (< 19 V) of uitgevallen. | ► Herstel de juiste stroomvoorziening. |
De LED’s knipperen rood na het afregelen van de stroming. Het apparaat schakelt vervolgens met ongewijzigde waarden naar de bedrijfsmodus. | Afregeling van High Flow of Low Flow is mislukt. | ► Controleer of aan alle montage-eisen is voldaan.► Vergroot het verschil tussen de maximale en minimale stroming en voer de afregeling opnieuw uit.► Herhaal beide afregelingsprocedures in de juiste volgorde. |
13 Onderhoud, reparatie en afvoer
Het apparaat mag alleen door de fabrikant worden gerepareerd.
▶ Zorg ervoor dat de punt van de sensor vrij is van afzettingen:
- Controleer regelmatig de sensorpunten op afzettingen. Controle-intervallen vastleggen op basis van de applicatie.
- Bij vervuiling de punt van de sensor met een zachte doek reinigen. Vastgekoekte afzettingen, zoals bijvoorbeeld kalk, met een in de handel verkrijgbare azijnreiniger verwijderen.
▶ Apparaat na gebruik milieuvriendelijk afvoeren conform de geldende nationale voorschriften.






LED’s zijn permanent uit.
De LED’s knipperen rood na het afregelen van de stroming. Het apparaat schakelt vervolgens met ongewijzigde waarden naar de bedrijfsmodus.