SI6700 - Detector IFM - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SI6700 IFM in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SI6700 IFM
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Detector in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SI6700 - IFM en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SI6700 van het merk IFM.
GEBRUIKSAANWIJZING SI6700 IFM
Gebruiksaanwijzing
Stromingssensor
SI6600
SI6700
SI6800
Inhoudsopgave
1 Inleiding.... 3
1.1 Gebruikte symbolen 3
1.2 Waarschuwingen.... 3
2 Veiligheidsaanwijzingen 4
3 Transport, behandeling en opslag.... 5
4 Gebruik volgens de voorschriften.... 6
5 Functie 7
6 Montage.... 8
6.1 Inbouwpositie 8
6.1.1 Insteekdiepte 8
6.1.2 Aanbevolen inbouwpositie 8
6.1.3 Beperkt mogelijke inbouwpositie 9
6.1.4 Niet toegestane inbouwpositie.... 9
6.1.5 Uitrichting 10
6.2 Verstorende invloeden.... 10
6.3 Procesaansluiting 10
6.3.1 Montage door adapter met afdichtring (hygiëneconform) 11
6.3.2 Montage door de inlasadapter met afdichtring (hygiëneconform).... 11
6.3.3 Montage door procesadapter met metaal-op-metaal-afdichting.... 11
6.3.4 Montage aan G1-flens.... 11
6.3.5 Toepasbaar in hygiënische omgeving volgens 3-A.... 12
6.3.6 Toepassing in het hygiënische bereik volgens EHEDG.... 12
7 Elektrische aansluiting 14
8 Bedienings- en weergave-elementen 15
9 Inbedrijfstelling 16
10 Instellingen 17
10.1 Schakelpunt wijzigen 17
10.2 High Flow-afregeling.... 17
10.3 Low Flow-afregeling 17
10.4 Schakelpuntlogica 18
10.5 Apparaat resetten (reset) 18
10.6 Vergrendelen/ontgrendelen 18
11 Bedrijf.... 19
12 Storing verhelpen 20
13 Onderhoud, reparatie en afvoer 21
1 Inleiding
Handleiding, technische gegevens, certificeringen en overige informatie zijn toegankelijk via de QR-code op het apparaat, de verpakking of op documentation.ifm.com.
1.1 Gebruikte symbolen
√ Voorwaarde
▶ Instructie voor het uitvoeren van een handeling
▷ Reactie, resultaat
vet Aanduiding van toetsen, knoppen of indicaties
Kruisverwijzing zonder link
Kruisverwijzing met link

Belangrijke aanwijzing
Bij niet-naleving van de voorschriften kunnen storingen ontstaan

Informatie
Aanvullende aanwijzing
1.2 Waarschuwingen
Waarschuwingen waarschuwen voor mogelijk persoonlijk letsel en materiële schade. Daardoor is het mogelijk veilig met het product om te gaan. Waarschuwingen worden als volgt beoordeeld:

WAARSCHUWING
Waarschuwing voor ernstig lichamelijk letsel
▷ Dodelijk en zwaar letsel is mogelijk als de waarschuwing wordt genegeerd.

VOORZICHTIG
Waarschuwing voor licht en middelzwaar persoonlijk letsel
▷ Licht tot middelzwaar letsel is mogelijk als de waarschuwing wordt genegeerd.

ATTENTIE
Waarschuwing voor materiële schade
▷ Materiële schade is mogelijk als de waarschuwing wordt genegeerd.
2 Veiligheidsaanwijzingen
- Het beschreven apparaat wordt als deelcomponent in een systeem ingebouwd.
- De veiligheid van het systeem is de verantwoordelijkheid van de bouwer.
-
De systeembouwer is verplicht een risicobeoordeling uit te voeren en van daaruit documentatie op te stellen en mee te leveren volgens de wettelijke gestandaardiseerde eisen voor de exploitant en de gebruiker van het systeem. Deze moet alle noodzakelijke informatie en veiligheidsaanwijzingen bevatten voor de exploitant, gebruiker en eventueel het door de systeembouwer geautoriseerde servicepersoneel.
-
Dit document voor inbedrijfstelling van het product lezen en tijdens de gebruiksduur opbergen.
- Het product moet onbeperkt geschikt zijn voor de betreffende applicaties en omgevingscondities.
- Het product alleen volgens de voorschriften gebruiken (→ Gebruik volgens de voorschriften).
- Het product alleen voor de toegestane media gebruiken.
- Het niet naleven van de gebruiksaanwijzingen of de technische gegevens kan tot materiële schade en/of persoonlijke ongevallen leiden.
- Voor gevolgen door wijzigingen in het product of verkeerd gebruik door de exploitant is de fabrikant niet aansprakelijk en biedt hij geen garantie.
- De montage, elektrische aansluiting, inbedrijfstelling, bediening en onderhoud van het product mogen alleen door opgeleid vakkundig personeel worden uitgevoerd dat door de exploitant is geautoriseerd.
- Apparaten en kabels op een doeltreffende manier tegen beschadiging beschermen.
3 Transport, behandeling en opslag
▶ Bewaar het apparaat op in de originele verpakking.
- ▶ Gebruik de originele verpakking als u het apparaat weer opbergt.
▶ Indien dit niet het geval is, dient u de ongebruikte aansluitingen van een contrastekker of een beschermkap te voorzien en verpak het apparaat op een correcte manier.
▶ Bij het opslaan van het apparaat houdt dan rekening met de toegestane omgevingscondities (→ Technische gegevens).
4 Gebruik volgens de voorschriften
Het apparaat bewaakt de stroming in vloeibare en gasvormige media.
Gebruik in algemene of hygiënische toepassingen in de voedingsmiddelen- en drankenindustrie.
5 Functie
Het apparaat meet de flow volgens het calorimetrische meetprincipe en schakelt de uitgang.
In de fabrieksinstelling bevindt het schakelpunt zich bij LED 7.
De uitgang van het apparaat is in de fabriek ingesteld op de maakcontact-functie en kan worden omgeschakeld naar de verbreekcontact-functie.
Het schakelpunt-LED geeft de schakelstatus aan:
• LED oranje = uitgang gesloten
• LED rood = uitgang geopend.
Normale werking
Bij normale stroming heeft de uitgang de volgende status:
- Uitgang gesloten in de maakcontact-functie.
- Uitgang geopend in de verbreekcontact-functie.

Afb. 1: Flow ≥ SP / maakcontact-functie

Afb. 2: Flow ≥ SP / verbreekcontact-functie
Afwijking van de normale werking
Als de flowsnelheid daalt, verandert de schakelstatus wanneer het schakelpunt SP min de hysterese wordt onderschreden.

Afb. 3: Flow < SP / maakcontact-functie

Afb. 4: Flow < SP / verbreekcontact-functie

De hysterese wijzigt naargelang de stroomsnelheid en wordt wezenlijk beïnvloed door het ingestelde meetbereik. Dit bedraagt 2...5 cm/s bij instelling 5...100 cm/s (= fabrieksinstelling), en vergroot bij hogere flowsnelheden.
De typische reactietijd van het apparaat bedraagt 1...10 s. Deze kan worden beïnvloed door de instelling van het schakelpunt:
- Laag schakelpunt = snelle reactie bij stroomstijging.
- Hoog schakelpunt = snelle reactie bij stroomdaling.
6 Montage

VOORZICHTIG
Tijdens de installatie of in geval van een storing kan er hoge druk of hete media uit het systeem ontsnappen.
▷ Letselgevaar door druk of brandwonden.
▶ Controleren of de installatie tijdens de montagewerkzaamheden drukloos is.
▶ Controleren of er tijdens de montagewerkzaamheden geen media op de plaats van montage kunnen uit lopen.
6.1 Inbouwpositie
6.1.1 Insteekdiepte


Afb. 5: Insteekdiepte
- De punt van de sensor moet volledig omringd worden door het medium.
• Aanbevolen insteekdiepte: minstens 12 mm.
6.1.2 Aanbevolen inbouwpositie


Afb. 6: Aanbevolen inbouwpositie
- Bij horizontaal lopende buizen: montage zijdelings.
- Bij verticaal geplaatste leidingen: montage in de stijgleiding.
6.1.3 Beperkt mogelijke inbouwpositie


Afb. 7: Beperkt mogelijke inbouwpositie
- Bij horizontale leidingen, als de leiding vrij is van afzettingen: Montage van onderaf.
- Voor horizontale leidingen, wanneer de leiding volledig gevuld is met medium: Montage van bovenaf.
6.1.4 Niet toegestane inbouwpositie


Afb. 8: Niet toegestane inbouwpositie
- De punt van de sensor mag de buiswand niet raken.
- Montage niet in vrije uitstroom leidingen die aan de onderzijde geopend zijn.
6.1.5 Uitrichting

Afb. 9: Flowrichting (pijl)
▶ Voor een optimale meetnauwkeurigheid moet de sensor zo worden gemonteerd dat de stekker tegen de flowrichting wijst.

De zijde die in de flowrichting moet wijzen, is ook gemarkeerd met een gat boven het sleutelvlak (1).
6.2 Verstorende invloeden
Fittingen in de leidingen, bochten, kleppen, vernauwingen e.d. beïnvloeden de werking van het apparaat.
▶ Afstanden tussen sensor en verstorende invloeden in acht nemen.


Afb. 10: In- en outlet trajecten
D: Leidingbuitendiameter
S: Verstorende invloeden
6.3 Procesaansluiting
Door procesadapters kan het apparaat op verschillende procesaansluitingen worden aangepast. Adapters kunnen afzonderlijk als toebehoren worden besteld.
- Informatie over beschikbaar montagetoebehoren op www.ifm.com.
- Correcte afdichting van het apparaat en waterdichtheid van de aansluiting zijn alleen gegarandeerd met ifm-adapters.

▶ Handleiding van het montagetobehoren raadplegen.

- ▶ Gebruik een goedgekeurde smeerpasta die geschikt is voor de toepassing. Schroefdraad van procesaansluiting, adapter en sensor insmeren. Er mag geen smeermiddel in aanraking komen met de punt van de sensor.
▶ Plaats het apparaat met de procesadapter in de procesaansluiting en draai deze vast met de steeksleutel. Aanbevolen aanhaalmoment: 35 Nm.
6.3.1 Montage door adapter met afdichtring (hygiëneconform)
Bestelnr. E332xx / E333xx.
▶ Voor het naleven van de hygiène-eisen een procesadapter met lekkage-boorgat gebruiken. De adapters worden geleverd met een EPDM-O-ring (bestelnr. E30054).
Overige afdichtringen zijn als toebehoren leverbaar:
• FKM-O-ring (bestelnr. E30123).
- PEEK-afdichtring (bestelnr. E30124).
De PEEK-afdichtring is stabiel gedurende een lange periode en onderhoudsvrij. Bij verwisselen van de PEEK-afdichtring of bij vervanging van de PEEK-afdichtring door een O-ring moet ook de procesadapter worden vervangen door een nieuw, gelijkwaardig type.
6.3.2 Montage door de inlasadapter met afdichtring (hygiëneconform)
▶ Voor het naleven van de hygiène-eisen een procesadapter met lekkage-boorgat gebruiken.
▶ Let erop dat de procesadapter bij het inlassen niet vervormd.
De adapter wordt geleverd met een EPDM-O-ring (bestelnr. E30054).
Een verdere afdichtring is als toebehoren leverbaar:
• FKM-O-ring (bestelnr. E30123).
6.3.3 Montage door procesadapter met metaal-op-metaal-afdichting
Bestelnr. E337xx / E338xx

ATTENTIE
Verlies van het afdichtingseffect bij hermontage
▷ Een langdurig stabiele, onderhoudsvrije en spelingvrije afdichting bij een metaal-op-metaal-afdichting is alleen mogelijk bij eenmalige montage.
▶ Bij herhaaldelijke montage de afdichtingdelen moet een nieuwe adapter worden gebruikt.
6.3.4 Montage aan G1-flens
Het proces wordt door de achterste afdichtring bij de sensor afgedicht.
Het afdichtingsvlak bij de flens moet vlak zijn ten opzichte van het boorgat en een oppervlaktekwaliteit van minimaal Rz = 6,3 hebben.
6.3.5 Toepasbaar in hygiënische omgeving volgens 3-A

Afb. 11: Gebruik volgens 3-A
Voor apparaten met 3-A-goedkeuring geldt:
▶ voor de procesaansluiting alleen adapter met 3-A-certificering gebruiken.
▶ Het apparaat mag niet op het diepste punt van de pijpleiding of de tank (positie 5) worden ingebouwd, zodat het medium uit het gedeelte van het meetelement kan wegstromen.
▶ Let op de 3-A-conforme inbouw van het apparaat in de installatie.
▶ Zelflegende installatie gebruiken.

Niet te gebruiken in installaties die moeten voldoen aan de criteria voor punt E9.2 / 63-04 van de 3A-norm 63-04.
6.3.6 Toepassing in het hygiënische bereik volgens EHEDG

De sensor moet bij overeenkomstige installatie geschikt zijn voor CIP (cleaning in place).
▶ Toepassingsgrenzen (temperatuur- en materiaalbestendigheid) volgens datablad in acht nemen.
▶ Let op de EHEDG-conforme inbouw van het apparaat in de installatie.
▶ Zelflegende installatie gebruiken.
▶ Alleen EHEDG-goedgekeurde procesadapters met noodzakelijke, speciale afdichtingen gebruiken volgens EHEDG-document.

De afdichting van het systeem mag geen contact maken met de afdichting van de sensor.

Bij tankinbouw moet de inbouw vlakverzonken zijn, of moet de reiniging door rechtstreeks inspuiten verzekerd zijn. Dode ruimtes moeten bereikbaar zijn.
▶ Lekkageboorgaten goed zichtbaar en bij verticale leidingen naar beneden gericht installeren.
▶ Om dode ruimtes te voorkomen, moeten de afmetingen in de volgende afbeelding worden aangehouden: L < (D - d).

Afb. 12: Gebruik volgens EHEDG
1: Lekkageboorgat
7 Elektrische aansluiting

Het apparaat mag uitsluitend door een elektromonteur worden geïnstalleerd.
Nationale en internationale voorschriften voor de aanleg van elektrotechnische installaties dienen te worden opgevolgd.
Voeding conform SELV, PELV.
▶ Installatie spanningsvrij schakelen.
▶ Apparaat op de onderstaande wijze aansluiten:


Afb. 13: Indeling aansluitpinnen
1: Ub+
3: Ub-
4: Digitale uitgang (PNP): Schakelsignaal stroming
8 Bedienings- en weergave-elementen

1: Bedrijfsindicatie
- De LED's 0...9 geven het bereik tussen stilstaand en maximale stroming weer.
- De groene LED's geven de huidige stroming aan.
- Een brandende LED geeft het schakelpunt aan:
– Oranje: Uitgang gesloten
– Rood: Uitgang open
In het huidige voorbeeld: Maakcontact-functie (fabrieksinstelling).
2: Instelknoppen voor afstelling en configuratie
9 Inbedrijfstelling
▶ Voedingsspanning inschakelen.
▷ Alle leds gaan branden en doven geleidelijk weer. Gedurende deze tijd is de uitgang gesloten wanneer deze is ingesteld op sluiter of open wanneer ingesteld op opener.
▷ Het apparaat bevindt zich in de bedrijfsmodus.
▶ Zorg voor een normale stroming in de installatie.
▶ Controleer de weergave en bepaal de volgende stappen:
| Displayweergave | Toelichting | |
| 1 | ![]() | Het is de fabriek ingestelde werkbereik is geschikt voor de toepassing.► ▶ Pas het schakelpunt indien nodig aan de toepassing aan. |
| 2 | ![]() | De normale stroming onderschrijdt het weergavebereik van het display.► ▶ Voer de High Flow-afregeling uit.► ▶ Pas het schakelpunt aan de toepassing aan. |
| 3 | ![]() | De normale stroming overschrijdt het weergavebereik van het display (LED 9 knippert).► ▶ Voer de High Flow-afregeling uit. |
Tab. 1: Displayweergave bij fabrieksinstelling (→ Functie)

De fabrieksinstelling kan op elk moment worden hersteld (→ Apparaat resetten).

Voor andere media dan water:
▶ Voer de aanvullende afstelling van de minimale stroming uit (→ Low Flow-afregeling).
10 Instellingen
10.1 Schakelpunt wijzigen
Bij fabrieksinstelling ligt het schakelpunt op LED 7. Een wijziging is zinvol in volgende gevallen:
- De normale stroming onderschrijdt het weergavebereik van het display, zie ➞ 16.
• De stroming fluctueert sterk of pulseert. - Een snellere reactietijd van het apparaat is gewenst.
- Laag schakelpunt = snelle reactie bij stroomstijging.
- Hoog schakelpunt = snelle reactie bij stroomdaling.
▶ Druk op de knop Ⓓof ⬇.
▷ De schakelpunt-LED knippert.
▶ Druk zo vaak als nodig op de knop Ⓐof ⬇.
▷ Met elke druk op de knop wordt de LED met een positie verschoven in de weergegeven richting.
▶ Zodra het gewenste schakelpunt wordt bereikt, mag de knop niet langer dan 2 seconden worden ingedrukt.
▷ Het apparaat gaat met de nieuw ingestelde waarde naar de bedrijfsmodus.
10.2 High Flow-afregeling
Het apparaat definieert de huidige flow als de normale stroming en past de weergave dienovereenkomstig aan.
▶ Zorg voor een normale stroming in de installatie.
▶ Houd de knop ▶ingedrukt.
▷ LED 9 brandt en gaat na ong. 5 seconden knipperen.
▶ Laat de knop ◎los.
▷ Het apparaat is nu aangepast aan de stromingsomstandigheden. Het apparaat gaat naar de bedrijfsmodus.
▷ Het display dient nu een vergelijkbare LED-weergave als in voorbeeld 1 moeten weergeven ➞ 16.

Als alle LED's rood knipperen, is de afregeling mislukt. Zie het ➞ hoofdstuk Storing verhelpen voor mogelijke oorzaken. Het apparaat gaat met ongewijzigde waarden naar de bedrijfsmodus.

De afstelling beïnvloedt het schakelpunt: dat wordt proportioneel verhoogd (maximaal tot led 7).
10.3 Low Flow-afregeling
Als het apparaat in andere media dan water wordt gebruikt, moet om de minimale stroming van het apparaat worden aangepast.

De Low Flow-afregeling mag alleen worden uitgevoerd na het uitvoeren van de High Flow-afregeling.
▶ Zorg voor de minimale stroming in de installatie of stop de stroming.
▶ Houd de knop Ⓓingedrukt.
▷ LED 0 brandt en gaat na ong. 5 seconden knipperen.
▶ Laat de knop Ⓓlos.
▷ Het apparaat neemt de nieuwe waarde over en gaat naar de bedrijfsmodus.
10.4 Schakelpuntlogica
Het apparaat wordt als maakcontact geleverd.
Omschakelen naar de verbreekcontactfunctie:
▶ Houd de knop Ⓓminstens 15 seconden ingedrukt.
▷ LED 0 brandt en gaat na ong. 5 seconden knipperen.
▷ Na 10 seconden wordt de huidige instelling weergegeven: LED's 5...9 branden oranje (= uitgang in maakcontact-functie).
▷ Na ong. 15 seconden knipperen de LED's 0...4 oranje.
▶ Laat de knop Ⓐlos.
▷ De uitgang is gewijzigd naar verbreekcontactfunctie.
▶ Herhaal het proces om opnieuw om te schakelen.
10.5 Apparaat resetten (reset)
▶ Houd de knop ▶minstens 15 seconden ingedrukt.
▷ LED 9 brandt en gaat na ong. 5 seconden knipperen.
▷ Na ong. 15 seconden knipperen de LED's 0...9 oranje.
▶ Laat de knop ◎los.
▷ Alle instellingen worden teruggezet naar de fabrieksinstellingen:
• Werkbereik: 5 ...100 cm/s voor water
• Schakelpunt: LED 7
• Uitgangsfunctie: maakcontact
- Niet vergrendeld
10.6 Vergrendelen/ontgrendelen
Om een foutieve invoer te voorkomen, kan het apparaat elektronisch worden vergrendeld.
Fabrieksinstelling: Niet vergrendeld.
▶ Houd beide instelknoppen 10 seconden ingedrukt.
▷ Het display gaat uit.
▷ Het apparaat is vergrendeld.
▶ Herhaal het proces om te ontgrendelen.
11 Bedrijf
Het apparaat detecteert de stroming en schakelt de uitgangen volgens de parameterinstellingen.
Het apparaat geeft de huidige flow en schakelstatus op het display weer.

Bij een uitval of onderbreking van de voedingsspanning blijven alle instellingen behouden.
| Displayweergave | Toelichting | |
| 1 | LED 0 knippert | Huidige stroming onder het weergavebereik. |
| 2 | ![]() | Huidige stroming onder het schakelpunt. |
| 3 | ![]() | Huidige stroming gelijk aan het schakelpunt. |
| 4 | ![]() | Huidige stroming boven het schakelpunt. |
| 5 | LED 9 knippert | Actuele stroming boven het weergavebereik. |
Tab. 2: Displayweergave bij instelling maakcontact, schakelpunt op LED 4
LED oranje: Uitgang gesloten; LED rood: Uitgang open
12 Storing verhelpen
| Indicatie | Beschrijving | Hulp |
| De LED-weergave gaat kort (0,6 sec.) uit wanneer een knop wordt ingedrukt. | Het apparaat is permanent vergrendeld. | ► Ontgrendel het apparaat. |
LED's zijn permanent uit. | Bedrijfsspanning te laag (< 19 V) of uitgevallen. | ► Herstel de juiste stroomvoorziening. |
De bedrijfsindicatie en de rode LED's branden afwisselend. | Kortsluiting aan de schakeluitgang. | ► Verhelp de kortsluiting.► ▷ Het apparaat schakelt onmiddellijk over naar de normale bedrijfsstatus en de huidige bedrijfsindicatie wordt op het display weergegeven. |
De LED's knipperen rood na het afregelen van de stroming. Het apparaat schakelt vervolgens met ongewijzigde waarden naar de bedrijfsmodus. | Afregeling van High Flow of Low Flow is mislukt. | ► Controleer of aan alle montage-eisen is voldaan.► Vergroot het verschil tussen de maximale en minimale stroming en voer de afregeling opnieuw uit.► Herhaal beide afregelingsprocedures in de juiste volgorde. |
13 Onderhoud, reparatie en afvoer
Het apparaat mag alleen door de fabrikant worden gerepareerd.
▶ Zorg ervoor dat de punt van de sensor vrij is van afzettingen:
- Controleer regelmatig de sensorpunten op afzettingen. Controle-intervallen vastleggen op basis van de applicatie.
- Bij vervuiling de punt van de sensor met een zachte doek reinigen. Vastgekoekte afzettingen, zoals bijvoorbeeld kalk, met een in de handel verkrijgbare azijnreiniger verwijderen.
▶ Apparaat na gebruik milieuvriendelijk afvoeren conform de geldende nationale voorschriften.



LED 0 knippert


LED 9 knippert
LED's zijn permanent uit.
De bedrijfsindicatie en de rode LED's branden afwisselend.
De LED's knipperen rood na het afregelen van de stroming. Het apparaat schakelt vervolgens met ongewijzigde waarden naar de bedrijfsmodus.