EHIX 933 133 S - Andere keukenapparaten AMICA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EHIX 933 133 S AMICA in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur EHIX 933 133 S AMICA
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Andere keukenapparaten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EHIX 933 133 S - AMICA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EHIX 933 133 S van het merk AMICA.
GEBRUIKSAANWIJZING EHIX 933 133 S AMICA
work. The bulb is loose or damaged. Tighten up or replace the blown bulb (see ‘Cleaning and Maintenance’).122 Voltage rating 400V 3N~50Hz / 400V 2N~50Hz Power rating max. 10,9 kW Cooker dimensions H/W/D 59,5 x 59,5 x 57,5 cm TECHNICAL DATA Certicate of compliance CE The Manufacturer hereby declares that this product complies with the general requirements pursuant to the following European Directives: The Low Voltage Directive 2014/35/EC, Electromagnetic Compatibility Directive 2014/30/EC, ErP Directive 2009/125/EC, and therefore the product has been marked with the symbol and the Declaration of Conformity has been issued to the manufacturer and is available to the competent authorities regulating the market. The product meets the requirements of European standards EN 60335- 1; EN60335-2-6. The data on the energy labels of electric ovens is given according to standard EN 60350-1 / IEC 60350-1. These values are dened with a standard workload a with the functions active: bottom and top heaters (conventional heating) and fan assisted heating (forced air heating), if these functions are available. The energy eciency class was assigned depending on the function available in the product in accordance with the priority below: During energy consumption test, remove the telescopic runners (if the product is tted with any). Forced air circulation ECO (ring heater + fan) Forced air circulation ECO (bottom heater + top + roaster + fan) Conventional mode ECO (bottom heater + top)GEACHTE KLANT, De fornuizen combineren uitzonderlijk gebruiksgemak en optimale doeltreendheid. Na het le- zen van deze gebruikershandleiding zult u zonder problemen dit fornuis kunnen bedienen. Voor het ingepakt werd en de fabriek verliet, werd dit fornuis bij de controleposten grondig gecontroleerd op het gebied van veiligheid en functionaliteit. Voordat u het toestel aanschakelt, dient u deze gebruikershandleiding grondig door te lezen. De instructies uit deze handleiding helpen u om verkeerd gebruik van het toestel te voorko- men. Bewaar deze gebruikershandleiding goed en zorg dat ze altijd binnen bereik is. Om ongelukken te vermijden moeten de instructies uit deze handleiding precies nageleefd worden. Opgelet! Het fornuis mag pas gebruikt worden nadat u deze gebruikershandleiding grondig doorgelezen heeft. Het toestel is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijke kookdoeleinden. De producent behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen die geen invloed hebben op de werking van het toestel. Informatie over het product met betrekking tot Verordening (EU) Nr. 65/2014 en Verorden- ing (EU) Nr. 66/2014, is te vinden op de laatste pagina's van de gebruikershandleiding of in ander gedrukte documenten die bij het product worden geleverd.
NL124 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Attentie. Dit apparaat en de bereikbare onderdelen ervan worden tijdens het gebruik heet. Wees bijzonder voorzichtig bij het aanraken van de verwarmingselementen. Zorg dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat kun- nen komen, tenzij ze onder permanent toezicht staan. Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met lichamelijke of geestelijke beperkingen of personen zonder ervaring met of kennis van het apparaat, als dit gebruik plaatsvindt onder toezicht of in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing van het apparaat, door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat kunnen spelen. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht schoonmaken of onderhoudswerkzaamheden ver- richten. Attentie. Het koken van vetten of olie op de kookplaat zonder toezicht kan erg gevaarlijk zijn en leiden tot brand. Probeer het vuur NOOIT met water te blussen, maar schakel het apparaat uit en bedek de vlammen met een deksel of een niet-brandbare deken. Attentie. Brandgevaar: geen voorwerpen verzamelen op de kookoppervlakte. Attentie. Schakel de stroom uit als de oppervlakte is gebar- sten, om elektrische schokken te voorkomen.125 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Leg geen metalen voorwerpen als messen, vorken, lepels, deksels en aluminiumfolie op de oppervlakte van de kook- plaat, zij kunnen heet worden. Schakel de kookplaat na aoop van het gebruik uit met de regelaar, vertrouw niet op de pandetectie. Tijdens het gebruik wordt het toestel heet. Wees voorzichtig en raak de hete onderdelen in de oven niet aan. Als dit apparaat gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden. Laat geen kinderen bij de oven komen. Attentie. Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen of scherpe metalen voorwerpen voor het schoonmaken van het glas van de deur, omdat deze krassen kunnen veroorzaken op het oppervlak. Dit kan leiden tot barsten van het glas. Attentie. Om elektrocutie te vermijden dient u het toestel uit te schakelen vooraleer u het lampje vervangt. Gebruik geen stoomreinigers voor het schoonmaken van het fornuis. Gevaar voor verbranding! Bij het openen van de ovendeur kan hete stoom ontsnappen. Wees voorzichtig met het ope- nen van de deur tijdens of na aoop van het koken. Buig u bij het openen niet over de deur. Vergeet niet dat stoom bij bepaalde temperaturen onzichtbaar kan zijn.126 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Wees bijzonder voorzichtig als er kinderen in de buurt van het fornuis zijn, want ze kennen de bedieningsprincipes van het fornuis niet. De hete branders van de gaskookplaat, de ovenkamer, het rooster, de ruit van de deur, en potten en pannen met hete vloeistoen kunnen brandwonden veroorzaken! Zorg ervoor dat er geen kleine keukentoestellen of hun kabels in direct contact komen met de hete oven of de kookplaat, want de isolatie van deze toestellen is niet bestand tegen hoge temperaturen. Laat het fornuis niet achter zonder toezicht terwijl u kookt. Oliën en vetten kunnen ont- vlammen als gevolg van oververhitting of overkoken. Zorg ervoor dat de kookplaat niet vuil wordt of onderloopt door overlopende spijzen. Eventueel vuil moet onmiddellijk verwijderd worden. Plaats geen potten of pannen met een natte bodem op de hete kookvelden, want dit kan onomkeerbare wijzigingen aan de plaat veroorzaken (onverwijderbare vlekken). Gebruik enkel potten en pannen die volgens de aanwijzingen van de producent geschikt zijn om te koken op een keramische plaat. Als het oppervlak van de kookplaat gebarsten is, moet het toestel van het stroomnet ontkoppeld worden om elektrocutie te vermijden. Schakel de kookplaat niet aan zonder er eerst een pot of pan op te plaatsen. Het is verboden om potten of pannen met scherpe randen te gebruiken, want die kunnen de keramische plaat beschadigen Kijk niet naar de halogene kookvelden terwijl ze opwarmen (als ze niet afgedekt zijn met een pot of pan). Plaats geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 15 kg op de open deur van de oven, en geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 25 kg op de kookplaat. Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of scherpe metalen voorwerpen om de glazen deur te reinigen. Hierdoor kan het oppervlak gekrast raken, wat kan leiden tot barsten in het glas. Het is aan te raden het deksel te reinigen vooraleer u het opent. U laat het oppervlak van de kookplaat best eerst afkoelen voordat u het deksel sluit. Het is verboden om een fornuis met technische defecten te gebruiken. Defecten mogen enkel hersteld worden door een erkend technicus met gepaste kwalicaties. Bij problemen veroorzaakt door technische defecten, moet het fornuis van het stroomnet ontkoppeld worden en moet het defect gemeld worden voor herstelling. Er mogen geen toestellen voor reiniging met stoom gebruikt worden om het fornuis te reinigen. Personen met ingeplante toestellen die lichaamsfuncties ondersteunen (bv. een pacemaker, een insulinepomp of een hoorapparaat) moeten er zich van vergewis- sen, dat de werking van deze toestellen niet verstoord wordt door de inductieplaat (de inductieplaat werkt binnen het frequentiebereik 20-50 kHz). Het toestel is uitsluitend ontworpen voor kookdoeleinden. Elke andere toepassing (bv. voor het verwarmen van ruimtes) stemt niet overeen met de bestemming van het toestel en kan gevaar veroorzaken.127 ENERGIEBESPARING Door op verantwoorde wijze energie te gebruiken be- spaart u niet alleen op de kosten van het huishouden, maar werkt u ook bewust mee aan de bescherming van het milieu. Laten we daarom ons steentje bijdragen aan energie- besparing! Dat kan op de volgende manier: Gebruik goede potten en pannen om te koken. Kookpotten en pannen mogen niet kleiner zijn dan de kroon van de vlam van de brander. Dek de potten en pannen steeds af met een deksel. Zorg ervoor dat de branders, het rooster en de gaskookplaat rein zijn. Vuil verstoort de warmteoverdracht – sterk aangebrand vuil kan soms enkel verwijderd worden met gebruik van reinigingsmiddelen die niet milieuvriendelijk zijn. Let er bijzonder op dat de vlamopeningen in de ring onder de branderdop en de openingen van de branderkoppen rein zijn. Vermijd onnodig opheen van deksels om het kookproces te controleren. Open ook niet onnodig vaak de deur van de oven. Gebruik de oven enkel voor grotere hoeveelheden. Porties vlees tot 1 kg kunnen spaarzamer bereid worden in een pot op een brander van het fornuis. Gebruik de restwarmte in de oven. Schakel bij baktijden van meer dan 40 minu- ten de oven 10 minuten voor het einde van de bakbeurt uit. Sluit de deur van de oven zorgvuldig. Otherwise energy consumption increases unnecessarily. Bouw het fornuis niet in in de onmid- dellijke nabijheid van koelkasten of diep- vriezers. Het energiegebruik van deze toestellen stijgt hierdoor onnodig. Opgelet! Hou rekening met de kortere bak- tijd bij het instellen van de programmator.128 Het toestel wordt door zijn verpakking beveiligd tegen beschadigingen tijdens het transport. Na het uitpakken van het toestel dient u de verpakkingselementen te recycleren op milieuvriendelijke wijze. Alle materialen die gebruikt worden voor de verpakking zijn onschadelijk voor het milieu. Ze zijn 100% geschikt voor recyclage en zijn aangeduid met het gepaste symbool. Opgelet! De verpakkingsmaterialen (zakjes uit polyethyleen, stukken piepschuim, enz.) moeten tijdens het uitpakken buiten het be- reik van kinderen gehouden worden. UITPAKKEN Op het einde van de gebruiks- periode mag dit product niet bij het gewone huisvuil geplaatst worden, maar moet afgegeven worden bij een verzamelpunt voor recyclage van elektrische en elektronische toestellen. Dit wordt aangegeven door het gepaste symbool op het product, in de gebruikershandleiding of op de verpakking. De materialen die gebruikt zijn bij de pro- ductie van het toestel, zijn geschikt voor hergebruik volgens hun aanduiding. Dankzij dit hergebruik, de verwerking van materia- len of andere vormen van hergebruik van afgedankte toestellen draagt u bij tot de bescherming van het milieu. Informatie over het verzamelpunt voor gebruikte toestellen kunt u krijgen bij de gemeentediensten. R E C Y C L A G E V A N G E B R U I K T E T O ESTELLEN129
BESCHRIJVING VAN HET TOESTEL
1 Draaiknop van de temperatuurregelaar 2 Draaiknop voor de keuze van de functie van de oven 3, 4, 5, 6 Draaiknoppen voor de bediening van de kookplaten 7 Controlelampje van de temperatuurregelaar L 8 Controlelampje voor de werking van het fornuis R 9 Greep van de deur van de oven 10 Keramische plaat 11 Elektronische programmator
Uitrusting van het fornuis – overzicht: *Bepaalde modellen Bakplaat voor gebak* Grillrooster (droogrekje) Bakplaat voor gebraad* Laddertjes131 INSTALLATIE Voorbereiding van het meubelblad om de plaat in te bouwen ● De keukenruimte moet droog en goed verlucht zijn en een goed werkende ventilatie bezitten. De opstelling van het fornuis moet een vrije toegang tot alle bedieningselemen- ten garanderen. Het fornuis is ontworpen volgens klasse Y, d.w.z. dat het aan één zijde ingebouwd kan worden tegen een hoog meubel of een muur. ● Het meubelblad moet tussen 28 en 40 mm dik en minimum 600 mm diep zijn. Het blad moet vlak zijn en goed waterpas staan. Het blad moet aan de kant van de muur afgedicht en beveiligd zijn tegen insijpelend water en vocht. ● De afstand tussen de rand van de opening en de rand van het blad moet vooraan min. 60 mm en achteraan min. 50 mm bedragen. ● De bekleding en lijm die voor de inbouwmeubelen gebruikt zijn, moeten tegen een tem- peratuur van 100°C bestand zijn. Als deze voorwaarde niet voldaan is, kan het oppervlak vervormd raken of kan de bekleding loskomen. ● De randen van de opening moeten beveiligd worden met vochtbestendig materiaal. ● De opening in het blad moet volgens de afmetingen op g. gemaakt worden. ● In het achterste gedeelte van de beschermplaat moet een opening worden gemaakt die minimaal 80 mm breed is Installatie van het apparaat zonder pakking is niet toegestaan. Plaats de kookplaat symmetrisch in de meubelopening, zodanig dat de spleten tussen de kookplaat en de rand van het werkblad aan alle kanten gelijk zijn (g. 5). Aanbrengen van de pakking Afhankelijk van het model is de pakking door de fabrikant aangebracht (g. 1) Als de pakking niet door de fabrikant is aangebracht, ga dan als volgt te werk: Voordat u het apparaat in de aanrechtopening installeert, dient u de meegeleverde pakking op de onderzijde van de plaat aan te brengen (g. 2). Verwijder daartoe eerst de beschermfolie van de pakking en plak deze vervolgens zo dicht mogelijk tegen de rand van de plaat (g. 3, 4).
INSTALLATIE Fig. B Fig. A Montage van de oven: ● bereid de montageopening voor de oven voor in het meubel volgens de afmetingen die op de guur aangeduid zijn, ● sluit de oven aan op het stroomnet terwijl de stroom uitgeschakeld is, ● schuif de oven gedeeltelijk in de voorbe- reide opening in het meubel en sluit de oven aan op de kookplaat (g.B). ● de aardkabel van de plaat (geel-groen) moet verbonden worden met de aardklem van de oven (aangeduid met ) die zich bij de aansluiting bevindt. ● schuif de oven volledig in de opening en beveilig hem tegen uitschuiven met be- hulp van vier schroeven op de plaatsen die op de guur aangeduid zijn (g.A).133 INSTALLATIE
INSTALLATIE ≥30mm min 650mm 5-10 mm135 INSTALLATIE Aansluiting van het fornuis op de elektrische installatie Opgelet! De plaat mag enkel op de elektrische instal- latie aangesloten worden door een erkend installateur met de gepaste kwalificaties. Het is verboden om zelfstandig wijzigingen of aanpassingen aan te brengen aan de elektrische installatie. De aansluitleiding moet gemonteerd worden op de steun voor de aansluiting van het for- nuis.Opgelet! Vergeet niet het aardingscircuit aan te sluiten op de klem van de contactstrip, die aangege- ven is met het teken . De elektrische instal- latie die het fornuis van stroom voorziet, moet beveiligd zijn met een gepaste zekering die de stroom afsluit in noodgevallen. De afstand tussen de werkcontacten van de zekering moet min. 3 mm bedragen. Voordat u het fornuis op de elektrische installatie aansluit, moet u de informatie op het typeplaatje en het aansluitschema lezen.
Instructies voor de installateur Het fornuis is in de fabriek aangepast aan voeding met driefasige wisselstroom (400V 3N~50Hz). De nominale spanning van de verwarmingselementen van het fornuis bedraagt 230V. De keuken kan aan een tweefasige voeding (400V 2N~50Hz) worden aangepast door de klemmen op de aansluit- strip overeenkomstig het aansluitschema te overbruggen. Er is ook een aansluitschema bij de aansluiting van het fornuis geplaatst. De contactstrip is bereikbaar nadat u het deksel van de aansluiting wegneemt door de klemmen te deblokkeren met een platte sleutel. Vergeet niet een gepaste leiding te kiezen volgens het soort aansluiting en het nominale vermogen van het fornuis.136 INSTALLATIE Schema met mogelijke aansluitingen Opgelet! Spanning van de verwarmingselementen 230V Opgelet! Bij elke aansluitingsvariant moet de aardingsleiding aangesloten zijn op de klem PE Aanbevolen soort aansluitleiding
Voor het 400V 2N~50Hz lichtnet een tweefasige aansluiting met nulleiding, de geleidingsbruggen verbinden de klemmen 2-3 en 4-5, de faseleidingen aan 1, 2 en 3, nulleiding aan 4, de aardleiding aan . 2N~
Voor het 400V 3N~50Hz lichtnet een driefasige aansluiting met nul- leiding, de geleidingsbrug verbindt de klemmen 4-5, de faseleidingen aan 1, 2 en 3, nulleiding aan 4, de aardleiding aan . 3N~
L1, L2, L3 - faseleidingen; N - nulleiding; PE - aardleiding De pijlen in bovenstaande diagrammen geven aan waar de draden zijn aangesloten.137 BEDIENING voor u de oven voor de eerste maal aanschakelt verwijder de verpakkingselementen en de onderhoudsmiddelen die in de fabriek aangebracht werden, uit de binnenkant van de oven, neem de uitrusting uit de oven en was ze met warm water met afwasmiddel, schakel de ventilatie in de ruimte aan of open het raam, druk de draaiknop zachtjes in en draai hem naar rechts in de stand of (zie hoofdstuk: Werking van de timer en besturing van de oven), verwarm de oven (tot een temp. van 250°C, ong. 30 min.), verwijder alle vuil en was de oven grondig uit. De draaiknoppen zijn “verborgen” in het bedieningspaneel, om een functie te kiezen gaat u als volgt tewerk: 1.druk zachtjes de draaiknop in en laat hem weer los,
2. stel de gewenste functie in. De aanduiding
rond de draaiknop komt overeen met de opeenvolgende functies die door de oven uitgevoerd kunnen worden.
Belangrijk! Was de binnenkant van de oven en- kel met warm water met een kleine hoeveelheid afwasmiddel. Attentie! In ovens die zijn uitgerust met de elektronische programmeerfunctie Ts, verschijnt na aansluiting op het lichtnet op het display de pulserende tijdsaanduiding „0:00”. Stel de actuele tijd van de program- meerfunctie in. (Zie bediening van de programmeerfunctie) De oven werkt niet als u de actuele tijd niet instelt. Belangrijk! De elektronische programmeerfunctie Ts is uitgerust met sensors die worden geactiveerd door met de vinger een gemerkt oppervlak aan te raken (tip- toetsen). Elke aanraking van een sensor gaat gepaard met een geluidssignaal. Houd de oppervlakte van de sensors schoon.138 BEDIENING Voor de elektronische programmator* Instelling van de actuele tijd Na aansluiting op het lichtnet of opnieuw inschakelen na een stroomstoring toont de display de knipperende cijfers 0.00, Houd de tiptoets MENU (of tegelijkertijd de tiptoetsen < / >) ingedrukt, totdat het symbool verschijnt op de display, de punt onder het symbool gaat knipperen, Stel binnen 7 s de actuele tijd in met de tiptoetsen < / >. Ca. 7 s na het instellen van de tijd worden de nieuwe gegevens opgeslagen en stopt de punt onder het symbool met knipperen. U kunt de tijd corrigeren door later tegelijker- tijd de tiptoetsen < / > in te drukken; zolang de punt onder het symbool knippert kunt u de actuele tijd corrigeren. Attentie! U kunt de oven aanzetten nadat het symbool op de display is verschenen. MENU - tiptoets voor keuze werkingsmodus > - Plus-tiptoets < - Min-tiptoets - symbool klaar voor werking - symbool kookwekker - symbool werkingsduur Kookwekker De kookwekker kan op ieder moment worden geactiveerd, onafhankelijk van de activiteit van andere functies. De kooktijd kan wor- den ingesteld van 1 minuut tot 23 uur en 59 minuten. Om de kookwekker in te stellen: Druk op de tiptoets MENU, op de display knippert het symbool : Stel de tijd van de kookwekker in met de tiptoetsen < / >, op de display worden de ingestelde tijd van de kookwekker en de actieve functie getoond, na het verstrijken van de ingestelde tijd klinkt een geluidssignaal en knippert , Om het geluidssignaal uit te schakelen raakt u de tiptoets MENU of de beide tiptoet- sen < / > tegelijkertijd aan, het symbool dooft en de display toont de actuele tijd. Attentie! Als het geluidssignaal niet handmatig wordt uitgezet, schakelt het zichzelf na circa 7 mi- nuten automatisch uit. Werkingsduur Als u wilt dat de oven op een bepaalde tijd uitschakelt, handelt u als volgt: Om de functie werkingsduur in te schake- len, zet u de functieknop van de oven op de door u gekozen functie en de tempe- ratuurknop op de gewenste temperatuur. Druk op de tiptoets MENU totdat op de display kort dur verschijnt en het symbool gaat knipperen, Stel de gewenste werkingstijd in met de tiptoetsen < / > binnen een bereik van 1 minuut tot 10 uur. *Bepaalde modellen139 BEDIENING De ingestelde tijd wordt na circa 7 s in het geheugen opgeslagen, het display toont opnieuw de actuele tijd terwijl het symbool is verlicht. Na het verstrijken van de ingestelde tijd scha- kelt de oven automatisch uit, het geluidssig- naal klinkt en het symbool gaat knipperen. Zet de functiedraaiknop van de oven en de temperatuurregelaar in de positie uitgeschakeld, Om het geluidssignaal uit te schakelen raakt u de tiptoets MENU of de beide tiptoet- sen < / > tegelijkertijd aan, het symbool dooft en de display toont de actuele tijd. Wissen instellingen U kunt de instelling van de kookwekker of de werkingsduur op ieder moment wissen. Om de werkingsduur te wissen raakt u de tiptoetsen < / > tegelijkertijd aan. Wissen instellingen kookwekker: Kies met de tiptoets MENU de kookwek- kerfunctie, Druk opnieuw op de tiptoetsen < / >; De toon van het geluidssignaal wijzigen U kunt de toon van het geluidssignaal als volgt wijzigen: Druk tegelijkertijd op de tiptoetsen < / >; Kies met de tiptoets MENU de functie ton, de aanduidingen gaan knipperen: Kies met de tiptoetsen < / > de gewenste toon: binnen het bereik van 1 naar 3 met de tiptoets >. binnen het bereik van 3 naar 1 met de tiptoets >. Wijzigen van de helderheid van de display Het is mogelijk om de helderheid van de display te wijzigen in het bereik van 1 tot 9, waarbij 1 de donkerste instelling is en 9 de helderste. De ingevoerde waarde is van toe- passing wanneer de klok inactief is (nl. als de gebruiker gedurende ten minste 7 seconden geen van de tiptoetsen heeft aangeraakt). U kunt de helderheid van de display op de volgende wijze veranderen: Druk tegelijkertijd op de tiptoetsen < / >, Kies met de tiptoets MENU de functie bri (met de eerste keer indrukken krijgt u de functie ton, met de tweede de functie bri). Kies met de tiptoetsen < / > de gewenste helderheid: binnen het bereik van 1 naar 9 met de tiptoets >. binnen het bereik van 9 naar 1 met de tiptoets >. Attentie! Wanneer de klok actief is (nl. als de gebruiker de sensor binnen de afgelopen 7 seconden heeft aangeraakt), is de helderheid van het scherm maximaal. Nachtmodus Van 22:00 tot 6:00 uur vermindert de klok automatisch de helderheid.140 BEDIENING Principes van de werking van een inductieveld De elektrische generator voedt de spoel die in het apparaat is geplaatst. Deze spoel genereert een magnetisch veld dat wordt door- gegeven aan het kookgerei. Het magnetische veld veroorzaakt dat het kookgerei opwarmt. Dit systeem vereist het gebruik van kookgerei dat gevoelig is voor de werking van een mag- netisch veld. De inductietechnologie heeft twee grote voordelen: ● de warmte wordt uitsluitend door het kookgerei overgedragen, het is mogelijk de warmte maximaal aan te wenden; ● het warmtetraagheidsverschijnsel treedt niet op, omdat het kookproces automatisch begint op het moment dat het kookgerei op de kookplaat wordt gezet en eindigt, zodra hij weer van de kookplaat wordt afgehaald. Bij normaal gebruik van de inductiekookplaat kunt u verschillende geluiden horen die geen invloed hebben op de werking van de kookplaat. ● Fluittoon met een lage frequentie. Dit geluid hoort u wanneer het kookgerei leeg is. Zodra u het gerei vult met water of een gerecht stopt het. ● Fluittoon met een hoge frequentie. Dit geluid ontstaat bij maximaal vermogen in kookgerei dat is opgebouwd uit meerdere lagen van verschillende materialen. Dit geluid is ook hoorbaar wanneer u tegelijkertijd twee of meer kookzones op maximaal vermogen gebruikt. Het geluid verdwijnt of wordt minder intensief zodra u het vermogen verlaagt. ● Krakend geluid. Dit geluid ontstaat in kookgerei dat is opgebouwd uit meerdere lagen van verschillende materialen. De intensiteit van het geluid hangt af van de kookwijze. ● Zoemend geluid. Dit geluid ontstaat tijdens de werking van de koelventilator voor de elektronische componenten. De geluiden die hoorbaar kunnen zijn bij juiste exploitatie worden veroorzaakt door de wer- king van de koelventilator, de afmetingen van het kookgerei en het materiaal waarvan het is gemaakt, de bereidingswijze van het gerecht en het toegepaste vermogen. Deze geluiden zijn een normaal verschijnsel en betekenen niet dat de kookplaat defect is.141 BEDIENING De display toont het symbool als er geen pan of een ongeschikte pan op de ko- okzone staat. De kookzone schakelt niet in. Indien binnen 1 minuten geen pan wordt gevonden, dan wordt het inschakelproces van de kookplaat beëindigd. U schakelt de kookzone uit met behulp van de tiptoets en niet door alleen de pan te verwijderen. Pandetectie in de inductiekookzone Pandetectie is geïnstalleerd in kookplaten met inductiekookzones. Tijdens de werking van de kookplaat schakelt de pandetectie de warmteafgifte in de kookzone automatisch in of uit op het moment dat er een pan op wordt geplaatst, respectievelijk weggenomen. Dit zorgt dus voor energiebesparing.
- De display toont het warmteniveau als de kookzone wordt gebruikt in combinatie met een geschikte pan.
- Inductiekoken vereist het gebruik van aangepaste pannen met een bodem van magnetisch materiaal (zie de tabel). De pandetectie werkt niet als in-/uitschakelaar van de kookplaat. Zorg ervoor dat u bij het in- en uitschakelen en bij het instellen van het vermogen- sniveau altijd maar één tiptoets tegelijk aanraakt. Als u meerdere tiptoetsen tegelijkertijd aanraakt (uitgezonderd de klok en de sleutel), negeert het systeem de ingevoerde besturingssignalen. Bij langdurig aanraken klinkt het foutsignaal. Schakel de kookzones na aoop van het gebruik uit met de regelaar, vertrouw niet op de pandetectie. De inductiekookplaat is uitgerust met sensors die worden geactiveerd door met de vinger een gemerkt oppervlak aan te raken (tiptoetsen). Elke aanraking van een tiptoets gaat gepaard met een geluidssignaal. Veiligheidsinrichting: Bij juiste installatie en correct gebruik van de kookplaat is slechts zelden een veiligheidsin- richting noodzakelijk. Ventilator: dient voor bescherming en koeling van de besturings- aan aandrijvingsonderdelen. Hij werkt automatisch met twee verschillende snelheden. De ventilator gaat werken zodra u de kookzones uitschakelt en werkt bij een uitgeschakelde kookplaat totdat het elektrische systeem voldoende is afgekoeld. Transistor: De temperatuur van de elektronische onderdelen wordt doorlopend gemeten met een sensor. Als de temperatuur op gevaarlijke wijze stijgt, verlaagt dit onderdeel auto- matisch het vermogen van de kookzone of schakelt de kookzones uit die zich het dichtst bij de oververhitte elektronische onderdelen bevinden. Detectie: pandetectie maakt de werking van de kookplaat en daarmee de verwarming mo- gelijk. Kleine voorwerpen die op de kookzone worden gelegd (bv. een lepeltje, mes, ring ...) worden niet herkend als pan en de kookplaat schakelt niet in.142 BEDIENING Basisvoorwaarde voor de goede werking en eciëntie van de kookplaat is het gebruik van de juiste kwaliteit pannen. Kenmerken van het kookgerei. ● Gebruik altijd kookgerei van hoge kwaliteit met een perfect vlakke bodem. Zo voorkomt u het ontstaan van punten met een te hoge temperatuur waar voedingsmiddelen tijdens het koken aan vast kunnen kleven.Pannen en koekenpannen met dikke, metalen wanden zorgen voor uitstekende verspreiding van de warmte. ● Zorg ervoor dat de bodem van het kookgerei droog is. Controleer na het vullen, of wanneer u een pan gebruikt die in de koelkast heeft gestaan, of de oppervlakte volledig droog is voordat u het kookgerei op de kookplaat zet. Hierdoor voorkomt u verontreiniging van de oppervlakte van de kookplaat. ● Het deksel verhindert dat de warmte ontsnapt, waardoor de kooktijd korter wordt en u minder energie verbruikt. ● Om vast te stellen of het kookgerei geschikt is, moet u controleren of de bodem een magneet aantrekt. ● Voor een optimale temperatuurcontrole door de inductiemodule moet de bodem van het kookgerei vlak zijn. ● Een holle bodem of een diep ingeslagen logo van de producent hebben een negatieve invloed op de temperatuurcontrole door de inductiemodule en kunnen oververhit- ting van het kookgerei veroorzaken. ● Gebruik geen beschadigd kookgerei bv. met een bodem die door te hoge temperaturen is gedeformeerd. ● Bij toepassing van groot kookgerei met een ferromagnetische bodem waarvan de diameter kleiner is dan de totale diameter van het kookgerei, wordt uitsluitend het ferromagnetische deel van het kookgerei verhit. Hierdoor ontstaat de situatie dat de warmte zich ongelijkmatig door het kookgerei verspreidt. Het ferromagnetische oppervlak wordt in de bodem van het kook- gerei verminderd vanwege de aluminium elementen die erin zijn geplaatst, daardoor kan de geleverde hoeveelheid warmte lager zijn. Er kunnen ook problemen optreden met het detecteren van het kookgerei, of het gerei wordt helemaal niet gedetecteerd. De diameter van het ferromagnetische deel van het kookgerei moet passen bij de doorsnede van de kookzone om de beste kookresultaten te bereiken. Wan- neer het kookgerei niet wordt ontdekt op de door u gekozen kookzone, probeer dan een kookzone met een kleinere diameter. Keuze van het kookgerei voor het koken op een inductiekookzone143 BEDIENING Markering van keuken- gerei Controleer of zich op het etiket een symbool bevindt, dat aangeeft dat de pan geschikt is voor inductiekookplaten Gebruik magnetische pannen (van geëmailleerd staal, ferritisch roestvast staal, gietijzer), u kunt dit controleren door een magneet tegen de onderkant van de pan te houden (die moet vastkleven). RVS Aanwezigheid pan niet ontdekt Uitgezonderd pannen van ferromagnetisch staal Aluminium Aanwezigheid pan niet ontdekt Gietijzer Bijzonder geschikt Opgelet: de pannen kunnen krassen op de kookplaat veroorzaken Geëmailleerd staal Bijzonder geschikt Aanbevolen worden pannen met een dikke, vlakke en gladde bodem Glas Aanwezigheid pan niet ontdekt Porselein Aanwezigheid pan niet ontdekt Pannen met een kope- ren bodem Aanwezigheid pan niet ontdekt Gebruik voor inductiekoken uitsluitend ferromagnetisch kookgerei van materialen als: ● geëmailleerd staal ● gietijzer ● kookgerei van roestvrij staal dat geschikt is voor inductiekoken. De grootte van het kleinste bruikbare kookgerei voor een kookzone is: De minimumdiameters voor kookgerei gemaakt van andere materialen dan geëmailleerd staal kunnen variëren. De diameter van de kook- zone De minimale diameter van de panbodem in geëmaille- erd staal (mm) (mm)
BEDIENING De kookzones hebben een variërend verwar- mingsvermogen. Het verwarmingsvermogen kan stapsgewijs worden gereguleerd door de draaiknop naar links of naar rechts te draaien. Als de kookplaat is uitgeschakeld dan zijn alle kookzones uitgeschakeld en de displays zijn donker. Verwar- mingsvermo- gen Gebruik 0 Uitgeschakeld. Gebruikmaken van de restwarmte 1-2 Opwarmen van warme gerechten. Langzaam koken van kleinere porties 3 Langzaam koken bij laag vermogen 4-5 Langdurige bereiding van grotere porties en het bakken van grotere porties 6 Bakken, braden 7-8 Bakken 9 Start van de bereiding van gerechten, bakken A Automatische startinstelling P Boosterfunctie (versneld koken) Inschakelen van de kookplaat
- Schakel de kookzone in met behulp van de draaiknop op het bedieningspaneel.
- De symbolen bij de draaiknoppen geven aan welke kookzone door de knop wordt aangestuurd.
- U kunt meteen het gewenste verwarmings- vermogen instellen (1-9).
- Het ingestelde verwarmingsvermogen wordt ook getoond op de display van de kookplaat. De displays doven 10 seconden nadat alle kookzones zijn uitgeschakeld. [3] Kookzone linksvoor Ø 210 mm 2,0 kW / 3,0 kW [4] Kookzone linksachter Ø 160 mm 1,2 kW / 1,4 kW [5] Kookzone rechtsachter Ø 210 mm 2,0 kW / 3,0 kW [6] Kookzone rechtsvoor Ø 160 mm 1,2 kW / 1,4 kW
BEDIENING Restwarmteindicator De kookplaat is ook uitgerust met een rest- warmteindicator “H”. Zelfs als de kookzone niet direct wordt verwarmd, neemt hij warmte op van de bodem van de pan. Zolang het symbool “H” zichtbaar is op de display, kunt u de restwarmte gebruiken voor het verwar- men van pannen of het smelten van vet. Als de indicator is gedoofd, kunt u de kookzone aanraken. Besef wel dat hij dan nog niet is afgekoeld tot omgevingstemperatuur. Attentie! Bij het ontbreken van spanning brandt de restwarmteindicator niet. Automatische vermindering van het ver- mogen Alle vier de kookzones zijn uitgerust met een speciaal mechanisme dat het mogelijk maakt om de werking van elk van de kookzones te starten bij maximaal verwarmingsvermogen, onafhankelijk van het ingestelde vermogen. Na zekere tijd keert het verwarmingsver- mogen terug naar het ingestelde vermogen (van 1 tot 8). Om gebruik te maken van deze functie is het voldoende om het vermogen te kiezen waarmee het gerecht moet worden klaargemaakt of waarnaar de kookzone moet terugkeren. Automatische vermindering van het vermo- gen is nuttig wanneer ...
- de gerechten aan het begin van hun bereiding koud zijn en ze sterk verhit moeten worden, om vervolgens bij laag verwarmingsvermogen verder verwarmd te worden, waarbij het niet noodzakelijk is om ze steeds te controleren (bv. rundvle- esragout). Blokkade Door het activeren van de kinderbeveiliging kunt u elk gebruik van de kookzones onmoge- lijk maken. Op die manier zorgt de beveiliging voor bescherming van uw kinderen. Activering kinderbeveiliging ● U kunt het kinderslot activeren als alle draaiknoppen op de positie "0" staan. ● Draai de knoppen [3] en [6] tegelijkertijd naar links en houd ze gedurende 3 secon- den vast. Op alle displays verschijnt het symbool "L". Het kinderslot is ingescha- keld. ● Het draaien aan een willekeurige draai- knop van de kookplaat veroorzaakt dat het symbool “L” op alle displays ver- schijnt. Uitschakelen kinderbeveiliging ● Draai de knoppen [3] en [6] tegelijkertijd naar rechts tot de positie "P" en houd beide knoppen gedurende 1 seconde in deze stand. Draai beide knoppen vervolgens terug naar de positie "0". Het kinderslot- symbool "L" verdwijnt van het display en het kinderslot is uitgeschakeld. Attentie! Na afsluiting van het lichtnet is de blokkade actief146 Aanwijzingen:
- Indien de draaiknop zich direct na de keuze van automatische vermindering van het vermogen in de positie “0” bevindt (dat wil zeggen dat er geen verwarmingsver- mogen is gekozen), schakelt de automa- tische vermindering van het vermogen na 3 seconden uit.
- Als u de pan van de kookzone neemt en hem binnen 10 minuten opnieuw op dezelfde kookzone plaatst, wordt het ingestelde automatisch verminderen van het vermogen niet geannuleerd. De tijd dat de kookzone op maximaal vermo- gen werkt, hangt af van het gekozen vermo- gensniveau. Na verloop van die tijd schakelt hij terug naar dat niveau. Automatische vermindering van het vermo- gen is niet nuttig wanneer ...
- u gerechten braadt of stooft die gekeerd of geroerd moeten worden, of waaraan water moet worden toegevoegd;
- u noedels of pasta kookt in een grote hoeveelheid water;
- u gerechten klaarmaakt die lang gekookt moeten worden in de snelkookpan. Inschakelen van de automatische verminde- ring van het vermogen:
- Zet de draaiknop in de positie “A” en draai hem vervolgens terug naar het gewenste vermogensniveau. De display toont afwis- selend het symbool “A” en het gekozen vermogensniveau. Nadat de verwarmings- tijd met verhoogd vermogen (bv. 5) is verstreken, keert de kookzone terug naar het gekozen verwarmingsvermogen dat nu continu door de display getoond wordt. Op het display Op het display BEDIENING Niveau verwarmingsver- mogen Tijdsduur van de automatische ver- mindering van het vermogen (sec)
9 -147 BEDIENING Beperking van de werkingsduur Om de feilloze werking van de kookplaat te vergroten, is hij uitgerust met een beperking van de werkingsduur voor elk van de kook- zones. De maximale werkingsduur wordt vastgesteld op grond van het laatst gekozen vermogensniveau. Als u het vermogensniveau gedurende langere tijd (zie tabel) niet verandert, wordt de bijbehorende kookzone automatisch uitgeschakeld en de restwarmteindicator ingeschakeld. U kunt echter op ieder moment de respectievelijke kookzones inschakelen en bedienen volgens de gebruiksaanwijzing. Boosterfunctie “P” De boosterfunctie is gebaseerd op het ver- hogen van het vermogen van de zone ø 210 - van 2000W tot 3000W zone ø 160 - van 1200W tot 1400W. U schakelt de boosterfunctie in door de draaiknop in de positie “P” te plaatsen en gedurende 3 sec. vast te houden. Op de indicator van de kookzone verschijnt de letter “P” als teken dat de functie is ingeschakeld. U schakelt de boosterfunctie uit door de draaiknop in een andere positie te zetten bij een actieve inductiekookzone of nadat u de pan van de inductiekookzone heeft gehaald. Voor de kookzone Ø 210 is de werkings- duur van de boosterfunctie beperkt tot 5 minuten. Na de automatische uitschake- ling van de boosterfunctie verwarmt de kookzone verder volgens het normale vermogen. De boosterfunctie kan opnieuw worden ingeschakeld, onder voorwaarde dat de temperatuurvoelers in de elektronische systemen en de spoelen dit toelaten. Als u de pan verwijdert van de kookzone als de boosterfunctie is ingeschakeld, dan blijft deze functie actief en wordt het aftellen van de tijd voortgezet. Indien tijdens de werking van de booster- functie de temperatuur (van het elektro- nische systeem of de spoel) wordt over- schreden, dan wordt de boosterfunctie automatisch uitgeschakeld. De kookzone keert terug naar het normale vermogen. Twee verticaal geplaatste kookzones vor- men een paar. Bij ingeschakelde boosterfunctie is het totale vermogen te groot. Het vermogen van de tweede zone uit het paar wordt automatisch gereduceerd. Niveau verwar- mingsvermogen Maximale wer- kingsduur (min)
P 10 Om energie te besparen een wordt het ver- mogensniveau "9" na 30 minuten automa- tisch verlaagd naar vermogensniveau "8". De kooktijd verandert niet.148 BEDIENING De oven kan verwarmd worden met behulp van een verwarmingselement bovenaan en onderaan en een grillelement (als dat er is). De oven kan bediend worden met behulp van de draaiknop voor de functie van de oven - draai de draaiknop naar de gewenste functie om de oven in te stellen – en met behulp van de draaiknop van de temperatuurrege- laar – draai de draaiknop naar de gewenste temperatuur om de oven in te stellen. De draaiknoppen zijn “verborgen” in het bedieningspaneel, om een functie te kiezen gaat u als volgt tewerk: - druk zachtjes de draaiknop in en laat hem weer los, - stel de gewenste functie in. De aanduiding rond de draaiknop komt overeen met de opeenvolgende functies die door de oven uitgevoerd kunnen worden. De oven kan uitgeschakeld worden door beide draaiknoppen in de stand “”/“0” te plaatsen. Opgelet! Als er een functie van de oven inge- steld is, wordt de verwarming (van een verwarmingselement enz.) pas aangeschakeld als de temperatuur ingesteld is. Grill aangeschakeld Oppervlakkig “grillen” wordt toegepast om kleine porties vlees te braden: ste- aks, schnitzels, vis, toasts, worstjes, ovenschotels te grillen (het gegrilde gerecht mag niet dikker dan 2-3 cm zijn, tijdens het bakken moet het omgedraaid worden). 0 Nulstand Ontdooien Alleen de ventilator is ingeschakeld, er wordt geen enkel verwarmingselement gebruikt. Ventilator en supergrill Als de draaiknop in deze stand staat, wordt de functie supergrill met ven- tilator uitgevoerd. In de praktijk laat deze functie toe om het braadproces te versnellen en de smaak van de gerechten te verbeteren. Zorg dat de deur van de oven gesloten is tijdens de bereiding. Supergrill Met de functie „supergrill” worden gerechten gegrild terwijl het ver- warmingselement bovenaan ook aangeschakeld is. De functie laat toe om een hogere temperatuur in de bovenlaag van de oven te bere- iken, waardoor de gerechten meer gebruind worden. Dit laat ook toe om grotere porties te braden. Oven met gedwongen luchtcirculatie (verwarmingselement onder + verwar- mingselement boven + ventilator) Functies en bediening van de oven Snel verwarmen Het onderaan en bovenaan verwar- mingselement, het broodrooster en de ventilator zijn ingeschakeld. Toegepast voor het voorverwarmen van de oven.
Eco149 BEDIENING Verwarmingselement onderaan en bovenaan aangeschakeld Door de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de oven op conven- tionele wijze verwarmd. Ideaal om taarten, vlees, vis, brood, pizza (vo- orverwarmen en gebruik van donkere bakplaten vereist) te bakken en om op één niveau te bakken. Ventilator en verwarmingselement onderaan en bovenaan aange- schakeld Bij deze stand van de draaiknop voert de oven de functie gebak uit. Conven- tionele oven met ventilator (functie aangeraden voor gebak). Verwarmingselement onderaan aangeschakeld Bij deze stand wordt de oven enkel met het verwarmingselement onde- raan verwarmd. Bijbakken van gebak onderaan (bv. vochtig gebak en gebak met vruchten). Het aanschakelen van de oven wordt aange- geven met twee controlelampjes, een R en een L. Het R controlelampje geeft aan dat de oven werkt. Als het rode controlelampje uitgaat, heeft de oven de ingestelde tempera- tuur bereikt. Als het recept aangeeft dat het gerecht in een voorverwarmde oven geplaatst moet worden, dan mag u dit pas doen als het L controlelampje voor de eerste maal uitgaat. Tijdens de bereiding zal het L lampje af en toe aan- en uitgaan (de temperatuur in de oven wordt op peil gehouden). Het R contro- lelampje kan ook branden als u de draaiknop in stand “Verlichting van de oven” plaatst. Onafhankelijke verlichting van de oven Door de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de binnenkant van de oven verlicht. ECO-verwarmingsfunctie Bij gebruik van deze functie start een optimale verwarmingswijze die bedo- eld is om energie te besparen tijdens het bereiden van gerechten. Bij deze instelling van de draaiknop is de ove- nverlichting uitgeschakeld. Eco150 BEDIENING Om de grill aan te schakelen moet u: de draaiknop van de oven op de stand de oven ongeveer 5 minuten verwarmen (met gesloten deur) de bakplaat met het gerecht op het ge- paste niveau plaatsen, en als u gebruikt maakt van het spit een bakplaat voor het druipende vet vlak onder het spit plaat- sen. de deur van de oven sluiten. Gebruik van de grill Tijdens het grillproces ondergaan de gerech- ten de inwerking van infrarood dat uitgezon- den wordt door het verhitte verwarmingsele- ment van de grill. Opgelet! Tijdens het grillen moet de deur van de oven gesloten zijn. Als de grill gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden. Laat geen kinderen bij de oven komen. Voor de grillfunctie en supergrill moet de temperatuur ingesteld worden op 220ºC, en voor de functie grill met ventila- tor op maximum 190ºC.151
BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPS
Gebak het is aan te raden om gebak te bereiden op de bakplaten die deel uitmaken van de uitrusting van het fornuis, gebak kan bereid worden in bakvormen of bakplaten die op het droogrekje geplaatst moeten worden. Voor gebak worden best zwarte bakvormen gebruikt omdat deze beter de warmte geleiden en de baktijd verkorten. we raden af om bakvormen en bakplaten met een helder en blinkend oppervlak te gebruiken wanneer u gebruik maakt van de conventionele verwarmfunctie (verwar- mingselementen bovenaan + onderaan). Bij dit soort bakvormen wordt de onderkant van het gebak niet goed doorbakken. als u gebruik maakt van de functie voor heteluchtcirculatie moet u de oven niet voor- verwarmen. Voor de andere verwarmingsfuncties moet de ovenkamer voorverwarmd worden voordat u het gebak erin plaatst, voordat u het gebak uit de oven neemt, kunt u de kwaliteit ervan controleren met een houten stokje (als het gebak gelukt is, blijft het stokje droog en zuiver wanneer u het erin steekt), het is aangeraden om het gebak nog ong. 5 min. in de oven te laten nadat u de oven uitgeschakeld heeft. de baktemperaturen bij gebruik van de functie voor heteluchtcirculatie zijn normaal gezien ong. 20-30 graden lager dan bij conventioneel bakken (met gebruik van de verwarmingselementen bovenaan en onderaan), de parameters voor gebak in tabel geven enkel aanwijzingen en kunnen gecorrigeerd worden volgens uw eigen ervaring en culinaire smaak, indien de informatie in kookboeken duidelijk afwijkt van de waarden in de handleiding van het fornuis, laat u zich best leiden door de richtlijnen in de handleiding. Vlees braden in de oven kunnen porties vlees van meer dan 1 kg bereid worden. Kleinere stukken worden beter op de gasbranders van het fornuis bereid. bij het braden worden best vuurvaste schotels gebruikt. Ook de handgrepen van deze schotels moeten bestand zijn tegen hoge temperaturen. bij braden op het droogrekje of op het rooster wordt er best een braadplaat met een kleine hoeveelheid water op het laagste niveau geplaatst. het vlees wordt best minstens éénmaal halverwege de braadtijd omgedraaid op zijn andere zijde. Tijdens het bakken moet het vlees ook af en toe overgoten worden met de saus die ontstaat bij het braden of met heet, zout water. Het vlees mag niet met koud water overgoten worden.152
BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPS
ECO-verwarmingsfunctie bij gebruik van de functie ECO-hetelucht start een optimale verwarmingswijze die bedoeld is om energie te besparen tijdens het bereiden van gerechten; het is niet mogelijk om de kooktijd te verkorten door hogere temperaturen in te stellen; wij raden ook af om de oven voor te verwarmen; tijdens het koken mag u de temperatuurinstellingen niet wijzigen en de deur niet openen. Aanbevolen parameters bij gebruik van de functie ECO-verwarmingsfunctie Soort gebak gerecht Functies van de oven Temperatuur (
BAKKEN IN DE OVEN - PRAKTISCHE TIPS Indien niet anders vermeld gelden deze tijden voor een onverwarmde ovenruimte. Voor een voorver- warmde oven moet u deze tijden met 5-10 minuten verkorten.
Verwarm de lege oven voor
De opgegeven tijden gelden voor gerechten in kleine vormen Attentie: De parameters uit de tabel zijn ter oriëntatie en u kunt ze aanpassen aan de hand van uw eigen ervaringen en culinaire preferenties. Oven met gedwongen luchtcirculatie (verwarmingselement onder + verwarmingselement boven + ventilator) Bereidingswijze gerecht Functie van de oven Temperatuur (
Baktijd (min.) Kleine taart Bakblik 4 160
Bakblik Bakplaat 2 + 4
Bakblik Bakplaat 2 + 4
Vetvrij biscuit- deeg Rooster + springvorm met zwarte coating Ø 26 cm 2 170 - 180
Appeltaart Rooster + twee springvormen met zwarte coating Ø 20 cm
de vormen als volgt op het rooster plaatsen: rechtsachter en linksvoor
Verwarm de lege oven voor, de functie snel voorverwarmen niet gebruiken met 5 minuten.155 TESTGERECHTEN. In overeenstemming met de norm EN 60350-1. Soort gerecht Accessoires Niveau Verwar- mingsfunc- tie Temperatuur
Tijd (min.) Toast van witbrood Rooster 4 220
Rundvleesbur- gers Rooster + bakplaat (voor het opvangen van lekkende vleessappen)
Verwarm de lege oven voor door hem 8 minuten aan te zetten, de functie snel voorverwarmen niet gebruiken. Soort gerecht Accessoires Niveau Verwar- mingsfunc- tie Temperatuur
Tijd (min.) Hele kip Rooster + bakplaat (voor het opvangen van lekkende vleessappen)
Rooster + bakplaat (voor het opvangen van lekkende vleessappen)
Bakken Indien niet anders vermeld gelden deze tijden voor een onverwarmde ovenruimte. Voor een voorver- warmde oven moet u deze tijden met 5-10 minuten verkorten.156
REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUIS
De zorg waarmee de gebruiker het fornuis reinigt en onderhoudt, heeft een belangrijke invloed op zijn levensduur en probleemloze werking. Voor de reiniging moet de oven uitge- schakeld worden. Let er hierbij op dat alle draaiknopen in de stand “”/“0” staan. De oven mag pas gereinigd worden als hij afgekoeld is. Reiniging na elk gebruik
- Licht, niet aangebrand vuil moet ver- wijderd worden met een vochtige doek zonder reinigingsmiddel. Bij gebruik van een afwasmiddel kan er een blauwach- tige verkleuring ontstaan. Hardnekkige vlekken laten zich niet altijd verwijderen bij de eerste reiniging, zelfs bij gebruik van een speciaal reinigingsmiddel.
- Sterk aangekoekt vuil moet verwij- derd worden met een schraper. Daar- na moet het oppervlak gereinigd wor- den met een vochtige doek. Schraper om de kookplaat te reinigen157
REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUIS
Opgelet! Gebruik geen schurende reinigings- middelen voor het reinigen en onder- houden van de glazen voorzijde. De oven moet na elk gebruik gereinigd worden. Bij de reiniging moet de verlichting aangeschakeld worden, zodat u beter de werkruimte ziet. De kamer van de oven mag enkel met warm water met een beetje afwasmiddel gereinigd worden. Stoomreiniging – Steam Clean: - giet 0,25l water (1 glas) in een komme- tje dat u op het eerste niveau van onder in de oven plaatst, - sluit de deur van de oven, - stel de temperatuurknop in op stand 50ºC, en de functieknop op de functie verwarmingselement onderaan , - warm de ovenkamer ongeveer 30 mi- nuten op, - open de deur van de oven, reinig de binnenkant van de oven met een doek of sponsje en was de oven daarna uit met warm water met afwasmiddel. Wrijf na het wassen de ovenkamer droog. Vervanging van de halogeenlamp van de ovenverlichting Zorg ervoor dat het apparaat is losge- koppeld van het lichtnet voordat u de halogeenlamp gaat vervangen. Hiermee voorkomt u elektrische schokken. Ovenverlichting Stel alle draaiknoppen in op stand “”/“0” en schakel de voeding uit, Draai het lampenkapje los en veeg hem heel goed droog. Verwijder het halogeenlampje. Gebruik hiervoor een doekje of papier. Vervang het halogeenlampje indien nodig door een nieuwe G9 - spanning 230V - vermogen 25W Plaats het halogeenlampje voorzichtig in de tting. Draai het lampenkapje vast. Attentie! Zorg ervoor dat u het geplaat- ste halogeenlampje niet direct met uw vingers aanraakt.158
REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUIS
Attentie! De telescoopgeleiders niet wassen in de afwasmachine. Verwijderen van de telescoopgeleiders Installeren van de telescoopgeleiders Uitnemen van de zijwandgeleiders Plaatsen van de zijwandgeleiders
Fornuizen die zijn aangeduid met de letter D zijn uitgerust met eenvoudig te verwijderen zijwandgeleiders voor de ovenroosters. Trek aan de klem aan de voorkant, kantel vervolgens de geleider en verwijder hem uit de klemmen aan de achterkant. U kunt hem nu reinigen. Fornuizen die zijn aangeduid met de let- ters Dp hebben roestvrijstalen geleiders die zijn bevestigd aan de zijwandgelei- ders. Verwijder en reinig deze geleiders samen met de zijwandgeleiders. Trek de geleiders uit voordat u er een bakblik op plaatst (als de oven heet is, haak dan de achterste rand van het bakblik aan de voorkant in de geleiders en trek ze naar voren) en schuif ze vervolgens samen met het bakblik weer naar binnen.159
REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUIS
Wegnemen van de deur Om gemakkelijker toegang te hebben tot de ovenkamer en die te reinigen, kunt u de deur wegnemen. Hiervoor moet u de deur openen en de beveiliging op het scharnier naar boven klappen (g. A). Doe de deur lichtjes toe, hef ze op en neem ze naar voor toe uit. Om de deur opnieuw te monteren gaat u omgekeerd te werk. Bij het monteren moet u erop letten dat de uitsparing op het scharnier correct op de uitstulping van de scharnierhouder geplaatst is. Plaats altijd de beveiliging terug nadat u de deur terug gemonteerd hebt en druk ze goed aan. Als u de beveiliging niet correct terugplaatst, kan het scharnier beschadigd raken wanneer u de deur probeert te sluiten. Wegnemen van de deur Verwijderen van de binnenruit
1. Verwijder de bovenrand van de deur.
2. Trek de binnenruit uit de houder (in het
onderste deel van de deur). Neem de middenruit weg. (Fig. D).
3. Was de ruit met warm water en een klein
beetje reinigingsmiddel. Ga omgekeerd te werk om de ruit op- nieuw te monteren. Het gladde deel van de ruit moet zich bovenaan bevinden. Attentie! Druk de bovenlijst van de deur niet gelijktijdig op beide kanten van de deur. Voor een juiste montage van de bovenlijst van de deur drukt u eerst het linker uiteinde tegen de deur en drukt u vervolgens op het rechter uiteinde tot u een duidelijke “klik” hoort. Hierna drukt u op het linker uiteinde tot u een duidelijke “klik” hoort. Verwijderen van de binnenruit
Periodieke controle Naast het lopende onderhoud en reiniging van het fornuis moet u ook: regelmatig de werking van de bedienings- elementen en de werkende onderdelen van het fornuis controleren. Na het ver- strijken van de garantieperiode moet u ten minste één maal per twee jaar een technische controle van het fornuis laten uitvoeren door een onderhoudsdienst, de vastgestelde gebreken verhelpen, een regelmatig onderhoud van de wer- kende onderdelen van het fornuis uitvoe- ren. Opgelet! Alle herstellingen en instellingen moeten uitgevoerd worden bij een erkende onderhoudsdienst of door een erkend installateur met gepaste kwalicaties.161
HANDELSWIJZE BIJ PROBLEEMSITUATIES
Bij probleemsituaties moet u: de werkende onderdelen van het fornuis uitschakelen de elektrische voeding ontkoppelen een herstelling aanvragen sommige kleine problemen kan de gebruiker zelf oplossen met behulp van de aanwijzingen in de tabel hieronder. Controleer opeenvolgend alle punten in de tabel voordat u de onderhouds- of klantendienst contacteert. PROBLEEM
1. de elektrische uitrusting
werkt niet 2.de display van de pro- grammator geeft het uur “0.00” aan
3. de verlichting van de
oven werkt niet OORZAAK Stroompanne Het toestel werd van het stroomnet ontkoppeld of er was een tijdelijke stroom- panne losgekomen of beschadigd lampje HANDELSWIJZE Controleer de zekering van de huisinstallatie, vervang de doorgebrande zekering Stel het uur in (zie Gebrui- kershandleiding van de programmator) draai het lampje aan of vervang het doorgebrande lampje (zie hoofdstuk Reini- ging en onderhoud)162 Nominale spanning 400V 3N~50Hz / 400V 2N~50Hz Nominaal vermogen max. 10,9 kW Afmetingen van het fornuis 85/60/60,5 cm TECHNISCHE GEGEVENS Verklaring van de producent De producent verklaart hierbij, dat dit product voldoet aan de basisvereisten van de hieronder vernoemde Europese richtlijnen: Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EC, Richtlijn voor elektromagnetische compatibiliteit 2014/30/EC, Richtlijn voor ErP 2009/125/EC, en dat het product daarom gemerkt is met en dat er een conformiteitsverklaring voor afgeleverd werd, die ter beschikking gesteld wordt aan de organen die toezicht houden over de markt. Het product voldoet aan de eisen van de normen EN 60335-1, EN 60335-2-6 die gelden in de Europese Unie. De gegevens op de energie-etiketten van elektrische ovens staan vermeld in overeenstemming met de norm EN 60350-1/IEC 60350-1. Deze waarden zijn bepaald bij een standaardbelasting met de actieve functies: onder- en bovenverwarming (conventioneel) en met ondersteuning door een ventilator (indien betreende functies beschikbaar zijn). De energie-eciëntieklasse is aangeduid afhankelijk van de functies die in het product be- schikbaar zijn, in overeenstemming met de volgende prioriteiten: Tijdens de aanduiding van het energieverbruik moet u de telescoopgeleiders demonteren (indien beschikbaar in het product). Gedwongen luchtcirculatie ECO (verwarmingselement hetelucht + ventilator) Gedwongen luchtcirculatie ECO (verwarmingselement onder + boven + gril + ventilator) Conventioneel ECO (verwarmingselement onder + boven)163
SimpelGids