ST100 HF - Lasapparaat Toolcraft - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ST100 HF Toolcraft in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur ST100 HF Toolcraft
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ST100 HF - Toolcraft en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ST100 HF van het merk Toolcraft.
GEBRUIKSAANWIJZING ST100 HF Toolcraft
Geachte klant, Hartelijk dank voor de aankoop van dit product. Het product voldoet aan alle wettelijke, nationale en Europese normen. Om dit zo te houden en een veilig gebruik te garanderen, dient u als gebruiker deze gebruiksaanwijzing in acht te nemen! Deze gebruiksaanwijzing behoort bij dit product. Er staan belangrijke aanwijzingen in over de ingebruikna- me en het gebruik. Houd hier rekening mee als u dit product doorgeeft aan derden. Bewaar deze gebruiks- aanwijzing daarom voor later gebruik! Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be.
2. Verklaring van de symbolen
Het symbool met een bliksemschicht in een driehoek wordt gebruikt als er gevaar voor uw gezondheid bestaat bijv. door elektrische schokken. Het symbool met het uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke tips in deze gebruiksaanwijzing die beslist opgevolgd moeten worden. Het pijl-symbool ziet u waar bijzondere tips en aanwijzingen over de bediening worden gegeven. Het artikel is alleen bestemd voor aanwending en gebruik in droge ruimtes binnenshuis. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing.80
3. Doelmatig gebruik
Het digitale soldeerstation is bedoeld voor het uitvoeren van soldeerwerkzaamheden op het elektro- en elektronica- gebied in combinatie met diverse vormen van zacht soldeer (lood-, loodvrij-/zilversoldeer). De soldeertemperatuur kan worden ingesteld en de soldeerpunt kan worden vervangen. Een groot LC-display toont zowel de ingestelde temperatuur alsook de actueel op de soldeerpunt gemeten temperatuur. Het gebruikte hoogfrequente verwarmingselement biedt een snelle opwarmfase evenals een nauwkeurige tempera- tuurregeling tijdens het solderen. Drie programmeerbare knoppen kunnen geprogrammeerd worden met vrij selecteerbare temperatuurwaarden. Er kan ook een vaste, niet veranderbare temperatuurwaarde worden ingesteld, die is beveiligd met een wachtwoord. De door u ingestelde temperatuur kan zodoende niet door de gebruiker van de soldeerbout worden veranderd. De meegeleverde soldeerbout is afgestemd op dit soldeerstation (temperatuurnauwkeurigheid). Als de soldeerbout vervangen moet worden, kan deze afstemming worden herhaald. Het soldeerstation is uitsluitend geschikt voor gebruik met netspanning (230 V/AC, 50 Hz). In verband met veiligheid en normering zijn aanpassingen en/of wijzigingen aan dit product niet toegestaan. Indien het product voor andere doeleinden wordt gebruikt dan hiervoor beschreven, kan het product worden beschadigd. Ook kan dit gevaren opleveren zoals bijv. kortsluiting, brand, elektrische schokken, etc. Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en bewaar deze goed. Geef het product alleen samen met de gebruiksaanwijzing door aan derden. Dit product voldoet aan alle nationale en Europese wettelijke normen. Alle vermelde bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de respectievelijke eigenaren. Alle rechten voorbehouden.
4. Omvang van de levering
- Soldeerbout met soldeerpunt (vervangbaar)
- Staander voor soldeerbout
- Droge reinigingsspons (metaal)
- Gebruiksaanwijzing Actuele gebruiksaanwijzingen Download de actuele gebruiksaanwijzingen via de link www.conrad.com/downloads of scan ze met behulp van de afgebeelde QR-code. Volg de aanwijzingen op de website.81
5. Veiligheidsinstructies
Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en let vooral op de veiligheidsinstructies. Indien u de veiligheidsinstructies en de aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaanwijzing niet opvolgt, kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld voor de daardoor ontstane schade aan personen of voorwerpen. Bovendien vervalt in dergelijke gevallen de aansprakelijkheid/garantie. a) Algemeen
- Uit veiligheids- en vergunningsredenen is het niet toegestaan dit product zelf om te bouwen en/of te veranderen. Demonteer het nooit (uitsluitend voor de in deze gebruiksaanwijzing beschreven werk- zaamheden voor het vervangen van de soldeerpunt of een defecte zekering evenals het resetten van een wachtwoord)!
- Het product is geen speelgoed. Houd het buiten bereik van kinderen en huisdieren.
- Dit product is niet bedoeld voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) met beperkte licha- melijke, sensorische of geestelijke vaardigheden of door personen zonder de juiste ervaring of kennis, tenzij zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of als zij door deze persoon werden geïnstrueerd over het gebruik van het apparaat.
- Laat verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren. Dit zou voor kinderen gevaarlijk speelgoed kun- nen worden. Verstikkingsgevaar!
- In scholen, opleidingscentra, hobbyruimtes en werkplaatsen dient door geschoold personeel voldoende toezicht te worden gehouden op de bediening van dit product.
- In commerciële instellingen dient men de ongevallenpreventievoorschriften van het Verbond van Com- merciële Beroepsverenigingen voor Elektrische Installaties en Apparatuur in acht te nemen.
- Behandel het product met zorg. Schokken, stoten of zelfs vallen vanaf een geringe hoogte kunnen het product beschadigen.
- Raadpleeg een vakman wanneer u twijfelt over het juiste gebruik, de veiligheid of het aansluiten van het product.
- Laat onderhoud, aanpassingen en reparaties alleen uitvoeren door een vakman of in een daartoe be- voegde werkplaats.
- Als u nog vragen heeft die niet door deze gebruiksaanwijzing zijn beantwoord, neem dan contact op met onze technische dienst of andere specialisten. b) Stroomkabel/netspanning/zekering
- De constructie van het product voldoet aan beschermingsniveau I. Viir het gebruik van het product mag uitsluitend een voorgeschreven geaarde contactdoos worden gebruikt.
- Controleer voor het aansluiten van het soldeerstation dat de netspanning in uw regio overeenkomt met de informatie op het typeplaatje.
- Het stopcontact waarop de stroomkabel wordt aangesloten, moet gemakkelijk toegankelijk zijn.
- Trek de stekker nooit aan de kabel uit het stopcontact.82
- Raak de stekker of de stroomkabel nooit met vochtige of natte handen aanraken. Dit kan een levensge- vaarlijke elektrische schok tot gevolg hebben!
- Raak de stroomkabel of het soldeerstation niet aan als dit beschadigingen vertoont. Er bestaat levens- gevaar door een elektrische schok! Schakel eerst de netspanning van het stopcontact uit, waarop de stroomkabel is aangesloten (door de bijbehorende zekeringskast uit te schakelen resp. zekering eruit te draaien, vervolgens de FI-aardlek- schakelaar uitschakelen, zodat het stopcontact op alle polen vrij van spanning is). Trek pas daarna de stekker uit het stopcontact.
- Vervang de defecte zekering door een soortgelijke zekering met dezelfde nominale waarden (type, spanning, nominale stroom, activeringseigenschap). Overbrug een defecte zekering nooit, er bestaat brandgevaar en het gevaar van een levensgevaarlijke elektrische schok!
- Controleer het product voor elke ingebruikname op beschadigingen. Als het product beschadigd is, mag u het niet meer gebruiken. Breng het product naar een servicewerkplaats of voer het op een mili- euvriendelijke wijze af. Een beschadigde stroomkabel moet door eenzelfde type stroomkabel worden vervangen. c) Plaatsing
- Het soldeerstation mag alleen in droge, gesloten ruimtes binnenshuis gebruikt worden. Laat het niet vochtig of nat worden. Bij vocht/nattigheid op de stroomkabel/stekker resp. in het soldeerstation bestaat levensgevaar door een elektrische schok! Let op: In het onderste gedeelte van de soldeerbouthouder bevindt zich een klein bakje, waar u of de meegele- verde droge reiniger of een spons in kunt plaatsen. Deze spons mag worden bevochtigd met water. De hete soldeerpunt kan aan de spons van vloeimiddelresten worden ontdaan. Dompel de soldeerpunt of de soldeerbout echter nooit in of onder water. Let bij het bevochtigen van de spons erop dat nooit water in het soldeerstation of op de soldeerbout terecht komt!
- Vermijd direct zonlicht, overmatige hitte of kou. Houd het soldeerstation uit de buurt van stof en veront- reinigingen.
- Plaats het soldeerstation op een stabiele, vlakke, schone en voldoende grote locatie. Plaats het sol- deerstation nooit op een brandbaar oppervlak (bijv. een tapijt of tafelkleed). Gebruik altijd een geschikte onbrandbare, hittebestendige ondergrond.
- Houd het soldeerstation uit de buurt van brandbare of licht ontvlambare materialen (bijv. gordijnen).
- Dek de ventilatieopeningen nooit af; er bestaat oververhittings- resp. brandgevaar. Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het gebruik.
- Steek geen voorwerpen in de ventilatieopeningen van het soldeerstation; er bestaat levensgevaar door een elektrische schok!
- U mag het soldeerstation niet zonder geschikte bescherming op waardevolle meubeloppervlakken plaat- sen. Anders kunnen er krassen, drukplekken, verkleuringen of brandvlekken ontstaan.
- Het product mag alleen op een plaats worden opgesteld, gebruikt of opgeslagen, waar kinderen er niet bij kunnen komen. Kinderen dienen onder toezicht te staan om ervoor te zorgen, dat ze niet met het apparaat spelen. Gevaar voor brandwonden!83
- Plaats het product niet in de directe omgeving van sterke magnetische of elektromagnetische velden, zendmasten of RF-generatoren. De besturingselektronica kan hierdoor worden beïnvloed.
- Zorg ervoor dat de kabels niet worden platgedrukt of door scherpe randen worden beschadigd. Zet geen voorwerpen op de kabels.
- Zet geen met vloeistof gevulde voorwerpen zoals glazen, vazen of planten op of naast het soldeerstation resp. de stroomkabel. Als deze vloeistoffen in het soldeerstation terecht komen, wordt het soldeerstation onherstelbaar bescha- digd en bestaat er bovendien groot gevaar op een levensgevaarlijke elektrische schok of brand. Als er vloeistof terecht is gekomen in het soldeerstation, dient u de netspanning van het stopcontact eerst uit te schakelen, waarop het soldeerstation is aangesloten (door de bijbehorende zekeringskast uit te schakelen resp. de zekering eruit te draaien, vervolgens de FI-aardlekschakelaar uit te schakelen, zodat het stopcontact op alle polen vrij van spanning is). Trek daarna pas de stekker van de stroomkabel uit de contactdoos. Gebruik het product vervolgens niet meer, maar breng het naar een service-werkplaats ter reparatie of voer het milieuvriendelijk af. d) Gebruik
- Gebruik het soldeerstation niet in ruimtes of onder ongunstige omstandigheden waarbij brandbare gas- sen, dampen of stofdeeltjes aanwezig zijn of aanwezig kunnen zijn! Er bestaat explosiegevaar!
- Maak geen voorwerpen aan het soldeerstation vast, dek het soldeerstation nooit af, er bestaat brand- gevaar!
- De soldeerbout moet voor het inschakelen van het soldeerstation worden aangesloten op het soldeer- station.
- Zorgervoordatdesoldeerpuntcorrectgemonteerdengexeerdisaandesoldeerbout.Gebruikde soldeerbout nooit zonder soldeerpunt. Dit leidt tot beschadiging van het verwarmingselement en tempe- ratuursensor, verlies van waarborg/garantie!
- Schakel het soldeerstation uit, voordat u het aansluit op de netspanning. Het soldeerstation is bestemd voor gebruik op de netspanning (230 V/AC, 50 Hz). Sluit het soldeerstation met behulp van de stroom- kabel alleen op een correct geaard stopcontact van het openbare elektriciteitsnetwerk.
- In het onderste gedeelte van de soldeerbouthouder bevindt zich een klein bakje, waar u of de mee- geleverde metalen droge reiniger of alternatief een spons in kunt plaatsen. Deze spons mag worden bevochtigd met water. Aandemetalendrogereinigersponskandanlaterdehetesoldeerpuntmetuxrestenwordenschoon- gemaakt. Reinig de hete soldeerpunt echter nooit schoon met een droge spons, daardoor wordt de spons be- schadigd! De metalen droge reiniger zorgt voor een milde reiniging van de soldeerpunt en ook voor een langere levensduur van de soldeerpunt, aangezien geen temperatuurschok door het koude water kan ontstaan. Bovendien blijft een deel van het soldeer achter op de soldeerpunt.
- Voor het eerste gebruik moet de hete soldeerpunt vertind worden. Doe een beetje soldeertin (gevulde soldeerdraadmetvloeimiddel)opdesoldeerpunt(devoorste5mm),zodatereengelijkmatigelmvan soldeertin op de punt wordt gevormd.84
- Klop de soldeerresten aan de soldeerpunt niet aan de behuizing van het soldeerstation eraf!
- Gebruik de soldeerbout nooit voor het verwarmen van vloeistoffen.
- Soldeer nooit onderdelen of componenten die onder spanning staan. Koppel het apparaat waaraan u wilt solderen, eerst volledig los van de spannings-/stroomvoorziening. Controleer aansluitend de span- ningsvrijheid met een geschikt meetapparaat en beveilig het apparaat tegen onbevoegd hernieuwd in- schakelen, bijv. met een waarschuwingsbordje. Voorzichtig! Het aanraken of het solderen van condensatoren (of soortgelijke componenten) of daaraan verbonden leidingen/geleiders kan een levensgevaarlijke elektrische schok veroorzaken! Condensatoren kunnen zelfs uren na het uitschakelen van de bedrijfsspanning nog geladen zijn!
- Afhankelijk van het werkstuk resp. het soldeerproces moet het werkstuk met geschikte klemmiddelen worden vastgezet. Daardoor heeft u beide handen vrij voor het soldeerproces.
- Houd uw werkplek schoon.
- Werk uitsluitend wanneer de werkplek voldoende verlicht is.
- Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het solderen. Soldeer- en vloeistofdampen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.
- Was uw handen grondig af, nadat u met loodhoudende soldeer heeft gewerkt.
- Eet of drink niet tijdens het solderen, en neem soldeer niet in de mond.
- Draag geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril tijdens het solderen. Vloeibaar soldeer, soldeerspetters, etc. kunnen ernstige brandwonden of oogletsel veroorzaken!
- Gebruik bij het solderen nooit soldeervetten, soldeerzuren of soortgelijke hulpmiddelen. Dat leidt tot een slechte soldeerverbinding en deze kunnen tevens de soldeerpunt beschadigen. Leg bij voorkeur een soldeerdraad aan met een vloeimiddelkern (een zgn. gevulde soldeerdraad).
- Grijp tijdens de soldeerwerkzaamheden niet boven de voelbare greepgrens aan de soldeerbout. Gevaar voor brandwonden! Het gehele voorste gedeelte van de soldeerbout is zeer heet tijdens het gebruik (en tijdens de opwarm- en afkoelfase). Om brandwonden te voorkomen mag u de soldeerbout alleen aan de greep aanraken.
- Soldeer uitsluitend op niet-brandbare oppervlakken. Let op materialen die in de buurt liggen omdat deze door de hitte beschadigd kunnen raken.
- Gebruik het product op gematigde breedten, nooit in de tropen. Raadpleeg het hoofdstuk “Technische gegevens” voor de toegestane omgevingscondities.
- Schakel het product nooit direct in wanneer het van een koude ruimte in een warme ruimte is gebracht. De condens die daarbij ontstaat, kan onder bepaalde omstandigheden de werking van het apparaat storen of tot beschadigingen leiden! Bovendien bestaat er vanwege vochtigheid op het soldeerstation, de stroomkabel of stekker de mogelijkheid van een levensgevaarlijke elektrische schok! Laat het product eerst op kamertemperatuur komen voordat u het in gebruik neemt. Dit kan enkele uren duren!
- Als het product niet langer veilig gebruikt kan worden, stel het dan buiten bedrijf en zorg ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken. Veilig gebruik kan niet langer worden gegarandeerd als het product: - zichtbaar is beschadigd, - niet meer naar behoren werkt, - tijdens een langere periode is opgeslagen onder slechte omstandigheden, of - tijdens het vervoer aan hoge belastingen onderhevig is geweest.85
6. Bedieningselementen
1 Aan-/uitschakelaar 2 Bedieningsknoppen 3 ESD-aansluiting 4 Aansluitbus voor soldeerbout 5 Zekeringhouder 6 Stroombus voor het aansluiten op het elektriciteitsnet 7 Temperatuurregelaar 8 Status-LED voor de verwarmingsfunctie 9 Verlicht display 10 Staafdiagram voor de afwijking tussen daadwerkelijke waarde en gewenste waarde van de soldeerpunttemperatuur 11 Soldeerbouthouder 12 Afneembare beschermkap (voor gebruik van de metalen droge spons) 13 Natte /droge spons (droge spons is afgebeeld) 14 Aansluitkabel van de soldeerbout 15 Verwarmingselement sluitschroef 16 Wartelmoer voor de soldeerpunt 17 Soldeerpunt (vervangbaar) 18 Stekker van de soldeerbout86
7. Plaatsing en ingebruikname
Neem het hoofdstuk “Veiligheidsinstructies” in acht!
- Kies voor het soldeerstation en de soldeerbouthouder een geschikt horizontaal, stabiel en voldoende groot opper- vlak, dat ver genoeg weg is van ontvlambare voorwerpen. Plaats de soldeerbouthouder niet op andere apparaten. Als zich te veel soldeer op de soldeerpunt bevindt, kan dit bij het eruit trekken of terugzetten van de soldeerbout op of in het apparaat druppelen. Ook tijdens het reinigen met de metalen droge reiniger of met de vochtige natte reinigingsspons kan het gebeuren, dat restjes soldeer eruit vallen en zo terechtkomen in het eronder staande apparaat. Gevaar voor kortsluitingen!
- Bescherm hitte-gevoelige oppervlakken door voor een geschikte ondergrond te zorgen. Plaats het soldeerstation en de soldeerbouthouder nooit op waardevolle meubeloppervlakken of op de grond, zet het nooit op een tapijt. Houd een veilige afstand ten opzichte van brandbare of licht ontvlambare voorwerpen (bijv. gordijnen).
- Mocht zich op de soldeerpunt van de soldeerbout een beschermend rubber o.i.d. bevinden, dient u dit te verwijde- ren. Dit is alleen bedoeld als transportbescherming en is verder niet meer nodig.
- Controleer dat de sluitschroef (16) voor de soldeerpunt is vastgedraaid (gebruik geen gereedschap voor het vast- draaien!).
- Plaats de soldeerbout in de soldeerbouthouder (11).
- Plaats de meegeleverde metalen droge reiniger (messingwol) of alternatief de met een beetje water bevochtigde natte reinigingsspons in het daarvoor bestemde bakje van het soldeerboutstandaard. Bij gebruik van de metalen droge reiniger plaatst u de beschermkap (12) op de soldeerboutstandaard. De beschermkap houdt de metalen droge reiniger vast. Bovendien is hij bestemd als bescherming tegen soldeerspatten. Bij gebruik van de natte reinigingsspons dient deze met water te worden bevochtigd. Hij mag echter niet te nat zijn. Druk hem voor gebruik uit. Doe van tijd tot tijd een beetje water op de spons zodat hij niet uitdroogt. Spoel de spons af en toe uit met schoon water.
- Verbind de stekker (18) van de soldeerbout met de desbetreffende aansluitbus (4) van het soldeerstation. De stekker past slechts op een manier. Pas geen geweld toe bij het plaatsen ervan. Schroef de ronde wartelmoer van de stekker met de hand vast (geen gereedschap gebruiken!).
- Als u het soldeerstation op een ESD-werkplek gebruikt, dan staat er een ESD-aansluiting (3) ter beschikking op het soldeerstation. Verbind deze m.b.v. een geschikte kabel met uw ESD-werkplek.
- Verbind de netbus (6) via de meegeleverde stroomkabel met een correct gemonteerde, geaarde contactdoos.87
a) Aan-/uitschakelen Voordat u het soldeerstation inschakelt, dient u er in ieder geval op letten dat de soldeerbout correct is aangesloten op het soldeerstation. Met de aan-/uitschakelaar (1) kan het soldeerstation worden ingeschakeld (positie “I” = aan) of uitgeschakeld (positie “O” = uit). Bij een ingeschakeld soldeerstation wordt het verlichte LC-display (9) geactiveerd. b) Soldeerpunttemperatuur instellen
- De bovenste displayregel “SET” toont de ingestelde temperatuur (gewenste waarde), de onderste displayregel “TMP” toont de via de temperatuursensor in de soldeerbout gemeten temperatuur (daadwerkelijke waarde).
- De status-led (8) via de temperatuurregelaar (7) geeft aan, of de verwarmingsfunctie is geactiveerd (led brandt) of niet (led is uit). Als de soldeerbout zich in de soldeerbouthouder (11) bevindt, zal de led slechts kort af en toe branden, aan- gezien slechts weinig energie nodig is om de temperatuur op peil te houden. Tijdens het solderen aan grote onderdelen zal de led zeer vaak resp. zeer lang branden, aangezien veel energie nodig is voor het verwarmen.
- Een staafdiagram (10) links op het display toont de temperatuurafwijking ten opzichte van de gewenste waarde. Hoe meer balken worden weergegeven, des te groter is de afwijking. Zo kunt u op een blik herkennen, of de inge- stelde, gewenste temperatuur (bovenste displayregel “SET”) is bereikt (door een verwarmings- of afkoelproces).
- De soldeerpunttemperatuur kan via de temperatuurregelaar (7) in het bereik van 50 °C tot 480 °C worden inge- steld. Alternatief kunt u de temperatuur ook met behulp van de drie bedieningsknoppen (2) instellen (desbetref- fende knop kort indrukken). De knoppen zijn af fabriek geprogrammeerd met de volgende temperatuurwaarden (veranderbaar, zie hoofdstuk 9): Knop “1”: 150 °C Knop “2”: 270 °C Knop “3”: 360 °C Let op: Als een vaste soldeerpunttemperatuur (met wachtwoordbeveiliging) is geprogrammeerd (zie hoofdstuk
10. b) dan kan de ingestelde temperatuur niet via de temperatuurregelaar noch via de drie bedienings-
knoppen worden veranderd. Als een opgeslagen temperatuurwaarde via een van de drie bedieningsknoppen geactiveerd werd en als u deze temperatuur manueel wilt veranderen, beweegt u de temperatuurregelaar (7) een stukje naar links of rechts. Vervolgens kan de temperatuur weer via de temperatuurregelaar (7) worden ingesteld. Als de temperatuurregelaar (7) zich reeds helemaal links bevindt en u een lagere temperatuur wilt instel- len, draait u de temperatuurregelaar eerst een stukje naar rechts met de klok mee. Vervolgens kunt u de temperatuurwaarde instellen. Als de temperatuurregelaar (7) zich reeds helemaal rechts bevindt en u een hogere temperatuur wilt instellen, draait u de temperatuurregelaar eerst een stukje naar links tegen de klok in. Vervolgens kunt u de temperatuurwaarde instellen. De temperatuurregelaar (7) is niet direct met de verwarmingsfunctie koppelt (zoals bij gebruikelijke analoge soldeerstations), omdat de temperatuur ook met behulp van de 3 knoppen kan worden gekozen.88
- De soldeerbout heeft een beetje tijd nodig, om de ingestelde temperatuurwaarde te bereiken. Tijdens de opwarmfa- se resp. tijdens de naverwarmingsprocedure brandt of knippert de status-led (8) dienovereenkomstig. Als er rook van de soldeerpunt komt, gaat het daarbij om verdampende vloeimiddelresten. Zorg voor voldoende ventilatie op uw werkplek (bijv. afzuiginstallatie).
- Plaats na beëindiging van de soldeerwerkzaamheden, de soldeerbout weer in de soldeerbouthouder (11). Steek de soldeerbout volledig in de houder, zodat hij niet per ongeluk eruit kan vallen, anders bestaat brandgevaar of gevaar voor brandwonden! c) Stand-by functie Als de soldeerbout in de soldeerbouthouder (11) zit en gedurende ongeveer 20 minuten niet wordt gebruikt, activeert het soldeerstation de stand-by-functie (de soldeerbout beschikt over een ingebouwde hellingsensor, via die wordt gedetecteerd dat de soldeerbout niet wordt gebruikt). De temperatuur wordt op 200 °C omlaag geregeld, om energie te besparen en om de soldeerpunt te ontzien. Op het display verschijnt de weergave “SET: STB” en “TMP:200”. Opgelet! Als u aan het soldeerstation een lagere temperatuur dan 200 °C heeft ingesteld, dan zal het soldeerstation de soldeerbout bij activering van de stand-by-functie toch op 200 °C opwarmen! U heeft twee mogelijkheden om de stand-by-functie te beëindigen:
- Druk eventjes op één van de drie bedienknoppen (2). Het soldeerstation keert terug naar de laatst ingestelde temperatuur (door op de bedieningsknop te drukken, wordt de aldaar opgeslagen temperatuur niet geactiveerd. Alleen de stand-by-modus wordt beëindigd).
- Haal de soldeerbout uit de soldeerbouthouder (de in soldeerbout ingebouwde hellingsensor herkent een beweging, waardoor de stand-by-functie van de soldeerbout wordt beëindigd). d) Energiebesparingsfunctie Als de soldeerbout in de soldeerbouthouder (11) zit en gedurende ongeveer 40 minuten niet wordt gebruikt, activeert het soldeerstation de energiebesparingsfunctie (de soldeerbout beschikt over een ingebouwde hellingsensor, via die wordt gedetecteerd dat de soldeerbout niet wordt gebruikt). Op het display verschijnt de aanduiding “zzZZZz.. RESTART”. Om de energiebesparingsfunctie te beëindigen en het soldeerstation weer te kunnen gebruiken, schakelt u het sol- deerstation met behulp van de aan-/uitschakelaar (1) even uit en weer aan.89
9. Temperatuurwaarden laden/opslaan
Op de drie bedieningsknoppen (2) kunt u telkens een vaak gebruikte temperatuurwaarde opslaan, bijv. voor de ver- schillende soldeersoorten of voor SMD-soldeerwerkzaamheden. De drie bedieningsknoppen (2) zijn bij de eerste ingebruikname van het soldeerstation reeds geprogrammeerd met de volgende temperatuurwaarden: Knop “1”: 150 °C Knop “2”: 270 °C Knop “3”: 360 °C Deze programmering kunt u vervangen door eigen temperatuurwaarden. De door u opgeslagen temperatuurwaarden blijven ook na het uitschakelen van het soldeerstation bewaard. Is een opgeslagen temperatuurwaarde via een van de drie bedieningsknoppen (2) geactiveerd en wilt u de temperatuur manueel veranderen, beweegt u de temperatuurregelaar (7) een stukje naar links of rechts. Vervolgens kan de temperatuur weer via de temperatuurregelaar (7) worden ingesteld. a) Temperatuurwaarde laden Druk eventjes op de bedieningsknop, diens temperatuurwaarde u wilt laden. Op de bovenste regel van het display wordt nu de nieuwe gewenste waarde weergegeven. Als deze hoger is dan de actueel ingestelde temperatuurwaarde, start het opwarmproces (anders wacht u, totdat de soldeerpunt is afgekoeld op de nieuwe, lagere waarde). b) Temperatuurwaarde opslaan
- Stel de gewenste temperatuurwaarde (bovenste displayregel “SET”) in met behulp van de temperatuurregelaar (7). Als de temperatuurregelaar (7) zich reeds helemaal links bevindt en u een lagere temperatuur wilt instel- len, draait u de temperatuurregelaar eerst een stukje naar rechts met de klok mee. Vervolgens kunt u de temperatuurwaarde instellen. Als de temperatuurregelaar (7) zich reeds helemaal rechts bevindt en u een hogere temperatuur wilt instellen, draait u de temperatuurregelaar eerst een stukje naar links tegen de klok in. Vervolgens kunt u de temperatuurwaarde instellen. De temperatuurregelaar (7) is niet direct met de verwarmingsfunctie koppelt (zoals bij gebruikelijke analoge soldeerstations), omdat de temperatuur ook met behulp van de 3 knoppen kan worden gekozen.
- Houd de bedieningsknop, waarop u de temperatuurwaarde wilt opslaan, zo lang ingedrukt, tot de ingestelde waar- de 3x knippert en vervolgens weer continu wordt weergegeven. De nieuwe temperatuurwaarde is opgeslagen. Laat de bedieningsknop nu weer los. Terwijl de temperatuurwaarde knippert, wordt links naast de temperatuurwaarde “PS1”, “PS2” of “PS3” weergegeven (afhankelijk van welke bedieningsknop wordt ingedrukt). Dit geeft het opslagproces weer.90
- Programmering van een niet veranderbare soldeerpunttemperatuur Deze functie kan bijvoorbeeld worden gebruikt, als het soldeerstation in de productie wordt gebruikt en u niet wilt dat de temperatuur door de gebruiker wordt veranderd. Na het inschakelen van het soldeerstation warmt het soldeerstation de soldeerbout altijd op de door u geprogram- meerde soldeerpunttemperatuur op. Een verandering van de temperatuur door de bedieningsknoppen (2) of door de temperatuurregelaar (7) is niet mogelijk.
- Kalibratie van de soldeerpunttemperatuur De soldeerbout is af fabriek gekalibreerd op het soldeerstation. Wanneer bijv. een defecte soldeerbout door een nieuwe wordt vervangen, moet u de soldeerpunttemperatuur opnieuw kalibreren. Ook bij gebruik van een nieuwe/ andere soldeerpunt is een kalibratie zinvol. Voor de kalibratie heeft u een geschikte temperatuurmeter nodig, die een temperatuur van iets meer dan 360 °C kan meten. Optimaal geschikt is een oppervlaktesensor met kleine meetpunt, zodat er geen sprake is van een foutieve meting.
- Programmering van een wachtwoord Het wachtwoord is nodig als u een niet veranderbare soldeerpunttemperatuur wilt programmeren. Bovendien wordt zo voorkomen, dat de gebruiker de door u vast ingestelde soldeerpunttemperatuur via de instelmodus veranderd. a) Instelmodus activeren/beëindigen
- Schakel het soldeerstation met behulp van de aan-/uitschakelaar (1) uit (positie “O” = uit).
- Houd gelijktijdig de beide knoppen “1” en “3” ingedrukt en schakel het soldeerstation via de aan-/uit-schakelaar aan (stand“I”).Ophetdisplaywordtnudermware-versiegetoond.
- Laat vervolgens beide knoppen weer los. Op het display verschijnt het hoofd- menu van de instelmodus, zie afbeelding rechts. “1-ST” = programmering van een niet veranderbare soldeerpunttemperatuur “2-CAL” = kalibratie van de soldeerpunttemperatuur “3-CP” = programmering van een wachtwoord
- Om de desbetreffende instelfunctie op te roepen, drukt u op de bijbehorende bedieningsknop “1”, “2” of “3”.
- Als de instelmodus moet worden beëindigd, schakelt u het soldeerstation met behulp van de aan/uit-schakelaar uit.91 b) Programmering van een niet veranderbare soldeerpunttemperatuur
- Activeer de instelmodus zoals beschreven in hoofdstuk 10. a). Als u nog geen wachtwoord heeft ingesteld resp. de fabrieksinstelling “000” niet heeft gewijzigd, moet u eerst een wachtwoord programmeren, zie hoofdstuk 10. e). Indien het wachtwoord “000” is, kan de pro- grammering van de niet veranderbare soldeerpunttemperatuur niet worden uitgevoerd.
- Als het hoofdmenu op het display wordt weergegeven, drukt u kort op de knop “1”. Als het wachtwoord “000” luidt, verschijnt gedurende enkele seconden de foutmelding “SET PASS FIRST!” (= eerst wachtwoord programmeren) en vervolgens verschijnt opnieuw het hoofdmenu. Verander eerst het wachtwoord af (zie hoofdstuk 10. e).
- Op het display verschijnt eventjes “SET TEMP.” (= temperatuur instellen). Vervolgens verschijnt “ENT.PASS 000” (= wachtwoord invoeren).
- Voer met de drie bedieningsknoppen (2) het wachtwoord in. Knop “1” = waarde verlagen Knop “2” = invoerpositie kiezen Knop “3” = waarde verhogen
- Om de invoer te bevestigen, houdt u de knop “2” langer ingedrukt. Het wachtwoord knippert drie keer en er ver- schijnt “SET TEMP 000” (= temperatuur instellen).
- Voer met de drie bedieningsknoppen (2) de gewenste soldeerpunttemperatuur in. Knop “1” = waarde verlagen Knop “2” = invoerpositie kiezen Knop “3” = waarde verhogen
- Om de invoer te bevestigen, houdt u de knop “2” langer ingedrukt. De soldeerpunttemperatuur knippert drie keer en er verschijnt “SET TEMP SUCCESS” (= instelling van de temperatuur succesvol).
- Na enkele seconden gaat de weergave terug naar het hoofdmenu, zie afbeelding in hoofdstuk 10. a). Als de instel- modus moet worden beëindigd, schakelt u het soldeerstation met behulp van de aan/uit-schakelaar uit. Na het uitschakelen en opnieuw inschakelen van het soldeerstation wordt automatisch opgewarmd op de ingestelde soldeerpunttemperatuur. Een verandering van de temperatuur met behulp van de bedienings- knoppen (2) of de temperatuurregelaar (7) is niet meer mogelijk. Deze functie kan bijvoorbeeld worden gebruikt, als het soldeerstation in de productie wordt gebruikt en u niet wilt dat de temperatuur door de gebruiker wordt veranderd. In de volgende alinea c) wordt beschreven, hoe deze bedrijfsmodus weer wordt gedeactiveerd.92 c) Deactivering van de niet veranderbare soldeerpunttemperatuur Als u zoals in hoofdstuk 10. b) beschreven, de niet veranderbare soldeerpunttemperatuur heeft geprogrammeerd, verwarmt het soldeerstation de soldeerbout na het inschakelen automatisch op de ingestelde temperatuur. Een ver- andering van de temperatuur met behulp van de bedieningsknoppen (2) of de temperatuurregelaar (7) is niet meer mogelijk. Om deze functie weer te deactiveren, om het soldeerstation normaal te kunnen gebruiken (temperatuurinstelling via de bedieningsknoppen (2) of de temperatuurregelaar (7) veranderen), moet u als volgt te werk gaan:
- Activeer de instelmodus zoals beschreven in hoofdstuk 10. a).
- Als het hoofdmenu op het display wordt weergegeven, drukt u kort op de knop “1”.
- Op het display verschijnt eventjes “SET TEMP.” (= temperatuur instellen). Vervolgens verschijnt “ENT.PASS 000” (= wachtwoord invoeren).
- Voer met de drie bedieningsknoppen (2) het wachtwoord in. Knop “1” = waarde verlagen Knop “2” = invoerpositie kiezen Knop “3” = waarde verhogen
- Om de invoer te bevestigen, houdt u de knop “2” langer ingedrukt. Het wachtwoord knippert drie keer en er ver- schijnt “SET TEMP 000” (= temperatuur instellen).
- Laat de temperatuur in de instelling “000”; verander deze niet. Als “000” wordt opgeslagen, wordt de functie van de niet veranderbare soldeerpunttemperatuur gede- activeerd. Elke andere toegestane temperatuurwaarde (“050”...”480”) verandert alleen de na het uit- en inschakelen aanwezige, vaste temperatuurwaarde. Let er daarom altijd op, de instelling op “000” te laten staan en op te slaan, als u de functie wilt deactiveren!
- Houd de knop “2” langer ingedrukt. De waarde “000” knippert drie keer en er verschijnt “SET TEMP SUCCESS” (= instelling van de temperatuur succesvol).
- Na enkele seconden gaat de weergave terug naar het hoofdmenu, zie afbeelding in hoofdstuk 10. a).
- Schakel het soldeerstation met de aan-/uitschakelaar (1) uit.
- Na het opnieuw inschakelen van het soldeerstation kan de soldeerpunttemperatuur weer manueel via de drie bedieningsknoppen (2) of de temperatuurregelaar (7) worden veranderd. Indien een nieuwe vaste, niet veranderbare soldeerpunttemperatuur moet worden ingesteld, dient u te werk te gaan zoals beschreven in hoofdstuk 10. b).93 d) Kalibreren Voordat u een kalibratie start, dient u ervoor te zorgen, dat de soldeerpunt volledig (op kamertemperatuur) is afgekoeld. De toegestane temperatuur bij de start van het kalibratieproces bedraagt +23 ±5 °C. Let er bovendien op dat de soldeerbout niet wordt blootgesteld aan een luchtstroom (ventilator, soldeerrook-af- zuiginstallatie e.d.). Anders kan de kalibratie niet worden uitgevoerd en verschijnt er na de toegang tot de kalibratiefunctie een foutmelding op het display (“CALIBR. FAILED” = kalibratie mislukt). Let erop dat de soldeerbout in de soldeerbouthouder is geplaatst. Na het starten van de kalibratiefunctie begint de verwarmingsfunctie, de doeltemperatuur bedraagt ca. 360 °C.
- Als het hoofdmenu op het display wordt weergegeven (zie afbeelding in hoofdstuk 10. a), drukt u eventjes op de knop “2”. Op het display verschijnt eventjes “CALIBR. MODE” (= kalibratiemodus). Vervolgens verschijnt “ENT.PASS 000” (= wachtwoord invoeren).
- Voer met de drie bedieningsknoppen (2) het wachtwoord in (in de basisinstelling af fabriek is “000” ingesteld; als u zoals beschreven in hoofdstuk 10. e) een eigen wachtwoord heeft geprogrammeerd, moet dit worden gebruikt). Knop “1” = waarde verlagen Knop “2” = invoerpositie kiezen Knop “3” = waarde verhogen
- Om de invoer te bevestigen, houdt u de knop “2” langer ingedrukt. Het wachtwoord knippert drie keer. Vervolgens start het soldeerstation met het opwarmproces (de rode status-led geeft dit weer door te branden/knipperen) en op het display verschijnt “CNT DOWN” (= countdown); een countdown loopt van 30 tot 1 (30... 29...28....2...1). Zoals reeds in het begin beschreven, verschijnt er een foutmelding op het display (“CALIBR. FAILED” = ka- libratie mislukt, “TIP MUST BE COLD” = soldeerpunt moet zijn afgekoeld), als de soldeerbout niet volledig is afgekoeld. De toegestane temperatuur bij de start het kalibratieproces bedraagt +23 ±5 °C. Indien de foutmelding op het display wordt weergegeven, schakelt u het soldeerstation uit en wacht u totdat de soldeerbout volledig is afgekoeld. Start het kalibratieproces vervolgens opnieuw.
- De countdown duurt ongeveer 5 minuten, vervolgens is de soldeerpunttemperatuur gestabiliseerd. Op de display verschijnt de mededeling “MEASURE TIP TEMP” (= meet de soldeerpunttemperatuur). Meet nu met een geschikte temperatuurmeter de soldeerpunttemperatuur (zo dicht mogelijk bij de soldeer- punt). Optimaal geschikt is een oppervlaktesensor met kleine meetpunt, zodat er geen sprake is van een foutieve meting. De soldeerpunt moet schoon zijn; let er ook op dat hij goed vertind is.
- Druk eventjes op de knop “2”; het soldeerstation beëindigt de verwarmingsfunctie. Op het display wordt “MEAS TEM 000” (= gemeten temperatuur invoeren) weergegeven.
- Voer met behulp van de drie bedieningsknoppen (2) de door u in de soldeerpunt gemeten temperatuur in (toelaat- baar invoergebied: 320 °C tot 400 °C). Knop “1” = waarde verlagen Knop “2” = invoerpositie kiezen Knop “3” = waarde verhogen
- Om de invoer te bevestigen, houdt u de knop “2” langer ingedrukt. De soldeerpunttemperatuur knippert drie keer en er verschijnt “CALIBR. SUCCESS” (= kalibratie succesvol).94 Als u een niet toegestane waarde heeft ingevoerd (toegestaan is zoals hierboven genoemd een tempe- ratuur van 320 °C tot 400 °C), verschijnt de foutmelding “TEMP. ERROR” (temperatuur-fout) op het dis- play. Na enkele seconden wordt weer de invoermogelijkheid voor de gemeten temperatuur weergegeven (“MEAS TEM”), zie boven. Voer een temperatuur uit het toegestane bereik in. Als u geen correcte waarde weet en de kalibratiemodus wilt verlaten, zonder iets op te slaan, schakelt u het soldeerstation uit. Start de kalibratie vervolgens opnieuw. Laat echter eerst de soldeerpunt op kamertemperatuur afkoelen (zie opmerking aan het begin van hoofdstuk 10. c).
- Na enkele seconden gaat de weergave terug naar het hoofdmenu, zie afbeelding in hoofdstuk 10. a). Als de instel- modus moet worden beëindigd, schakelt u het soldeerstation met behulp van de aan/uit-schakelaar uit. e) Programmering van een wachtwoord
- Als het hoofdmenu op het display wordt weergegeven (zie afbeelding in hoofdstuk 10. a), drukt u eventjes op de knop “3”. Op het display verschijnt eventjes “PASSWD. CHANGE” (= wachtwoord wijzigen). Vervolgens wordt “OLD PASS 000” (= oud wachtwoord) weergegeven.
- Voer met de drie bedieningsknoppen (2) het oude wachtwoord in. In de fabrieksinstelling luidt het wachtwoord “000”. Knop “1” = waarde verlagen Knop “2” = invoerpositie kiezen Knop “3” = waarde verhogen Als het wachtwoord “000” is, kan de programmering van de niet veranderbare soldeerpunttemperatuur niet worden uitgevoerd (zie hoofdstuk 10. b).
- Om de invoer te bevestigen, houdt u de knop “2” langer ingedrukt. Het wachtwoord knippert drie keer en “NEW PASS 000” (= nieuw wachtwoord) verschijnt.
- Voer met de drie bedieningsknoppen (2) het nieuwe wachtwoord in. Knop “1” = waarde verlagen Knop “2” = invoerpositie kiezen Knop “3” = waarde verhogen
- Om de invoer te bevestigen, houdt u de knop “2” langer ingedrukt. Het wachtwoord knippert drie keer en “VERIFY P 000” (= wachtwoord bevestigen) verschijnt.
- Voer met de drie bedieningsknoppen (2) het nieuwe wachtwoord ter bevestiging nogmaals in. Knop “1” = waarde verlagen Knop “2” = invoerpositie kiezen Knop “3” = waarde verhogen
- Om de invoer te bevestigen, houdt u de knop “2” langer ingedrukt. Het wachtwoord knippert drie keer en “P CHANGE SUCCESS” (= wijziging van het wachtwoord succesvol) verschijnt.
- Na enkele seconden gaat de weergave terug naar het hoofdmenu, zie afbeelding in hoofdstuk 10. a). Als de instel- modus moet worden beëindigd, schakelt u het soldeerstation met behulp van de aan/uit-schakelaar uit. Schrijf het wachtwoord op. Wanneer u het wachtwoord heeft vergeten, kan dit wel op “000” worden gereset; hiervoor moet u echter het soldeerstation openen. Dit mag alleen door personen worden uitgevoerd, die geschikte elektrotechnische vakkennis bezitten. Het proces wordt beschreven in hoofdstuk 10. f).95 f) Vergeten wachtwoord resetten Als u het wachtwoord heeft vergeten, dat u in hoofdstuk 10. e) heeft ingevuld, moet u het wachtwoord via de voorkant van het soldeerstation resetten. Dit mag alleen door personen worden uitgevoerd, die geschikte elektrotechnische vakkennis bezitten. Bij een onvakkundige werkwijze bestaat niet alleen het gevaar dat het soldeerstation beschadigd raakt, maar ontstaat tevens levensgevaar door een elektrische schok. In geval van twijfel mag u de reset niet zelf uitvoeren. Raadpleeg in plaats daarvan een vakman. Ga als volgt te werk:
- Schakel het soldeerstation met behulp van de aan-/uitschakelaar uit (positie “O” = uit).
- Haal de netspanning van het soldeerstation, door de stekker uit het stopcontact te trekken. Trek vervolgens de stroomkabel uit de aansluitbus (6) van het soldeerstation. Laat de soldeerbout aangesloten.
- Draai de vier schroeven aan de voorkant van het soldeerstation eruit en verwijder de kunststof ring. Vervolgens kan de voorkant met de hieraan bevestigde printplaat voorzichtig naar voren worden geklapt.
- Aan de achterkant van de printplaat vindt u twee contacten. Zie de volgende afbeelding. Op het tijdstip van de opmaak van deze gebruiksaanwijzing waren deze voorzien van de tekst “X5”. Aan de hand van de afbeelding dient u de contacten ook zonder tekst eenduidig te vinden (let op de cirkelmarkering op de afbeelding):
- Verbind deze beide contacten bijv. via een steekbrug/klem.
- Plaats de printplaat zo dat deze geen contact met de metalen behuizing van het soldeerstation krijgt.
- Verbind het soldeerstation weer met de netspanning en schakel het soldeerstation aan. Steek uw vingers niet in het soldeerstation, raak geen elektrische contacten aan. Bij aanraking van hoge spanningvoerende contacten bestaat levensgevaar door een elektrische schok! Houd de frontplaat vast aan de rand. Let er absoluut op, dat de printplaat geen contact maakt met de metalen behuizing van het soldeerstation.
- Op het LC-display verschijnt nu “PASSWD. RESET!”. Het wachtwoord werd gereset op de fabrieksinstelling “000”.96
- Schakel het soldeerstation uit en verbreek de verbinding met de netspanning. Trek de stekker uit het stopcontact. Trek vervolgens de stroomkabel uit de aansluitbus van het soldeerstation.
- Verbreek de verbinding van de beide contacten.
- Plaats de frontplaat weer op het soldeerstation. Let er daarbij op, dat u geen kabels inklemt. Plaats de kunststof ring in de juiste positie erop en schroef hem vast. Denk er absoluut aan, eerst de verbinding van de beide contacten te scheiden!
- Sluit het soldeerstation aan op de netspanning en schakel het aan.
- Het soldeerstation is nu klaar voor gebruik, het wachtwoord is gereset op de fabrieksinstelling “000”.
- Kies de gewenste temperatuur overeenkomstig het soldeerproces dat u wilt uitvoeren. De temperatuur moet in elk geval hoger liggen dan het smeltpunt van het soldeer. Zodat het soldeer snel smelt en het soldeerproces snel kan worden uitgevoerd, dient aan het soldeerstation een met tenminste 50 °C hogere temperatuur worden ingesteld dan het smeltpunt van het soldeer. Te lang solderen leidt bij veel componenten tot een beschadiging door de lange warmte-inwerking. Het is daarom meestal aan te bevelen, een hogere soldeerpunttemperatuur te kiezen om het soldeerproces zo kort mogelijk te houden. Een te hoge temperatuur kan echter ook tot problemen of een beschadiging van de component leiden.
- Moeten grotere hoeveelheden soldeer worden verhit (bijv. voor een groot soldeervlak; of voor een soldeervlak met goede warmteafvoer zoals een koelplaat), dan kan een hogere temperatuur worden ingesteld.
- Na het instellen van de gewenste temperatuur heeft het soldeerstation enkele seconden nodig, zodat het verwar- mingsproces kan worden uitgevoerd en de soldeerpunt de gewenste temperatuur bereikt.
- Trek de soldeerbout uit de soldeerbouthouder (11). Raak de soldeerbout in elk geval alleen aan de kunststof greep aan. Pak nooit de hete punt resp de meta- len schacht vast. Hierbij bestaat gevaar voor brandwonden/letsel!
- Wanneer het soldeer in aanraking komt met de soldeerpunt, dan moet het snel smelten. Komt er rook vrij, dan betrefthethierhetverdampendeuxmiddel,datzichbinneninhetsoldeerbevindt(zog.gevuldesoldeerdraad).
- Stel bij grotere soldeervlakken de temperatuur eventueel iets naar boven bij om het solderen sneller te kunnen uitvoeren. Gebruik het soldeerstation in de hoogste temperatuurinstelling slechts zo lang als nodig om een overmati- ge belasting van de soldeerpunt te voorkomen.
- Bij werkonderbrekingen draait u de temperatuur van de soldeerbout terug. Dit bespaart energie en verlengt de levensduur van de soldeerpunt. Het soldeerstation activeert automatisch na 20 minuten inactiviteit de stand-by- functie (zie hoofdstuk 8. c) resp. na ongeveer 40 minuten inactiviteit een energiebesparende functie (zie hoofdstuk
- Plaats de soldeerbout bij het opwarmen, afkoelen en tijdens de soldeeronderbrekingen altijd in de soldeerbouthouder (11).
Bij soldeeronderbrekingen, maar ook voor het uitschakelen van het soldeerstation moet er op worden gelet dat de soldeerpunt voldoende tin bevat.97
- Zorg ervoor dat de soldeercontacten van het werkstuk schoon zijn. Gebruik uitsluitend elektronica soldeer. Zuur- houdend soldeer kan de soldeerpunt of het werkstuk beschadigen.
- Tijdens het solderen verhit u de te solderen verbinding met de soldeerpunt en voegt u tegelijkertijd soldeer toe. Haal het soldeersel van de soldeerverbinding. Haal vervolgens de soldeertip van de soldeerverbinding. Soldeer met bekwame spoed omdat er anders beschadigingen aan het werkstuk kunnen optreden (bijv. opgeheven geleiders, oververhitte onderdelen, etc.).
- Laat het soldeervlak na het soldeerproces afkoelen. Het soldeer verhardt, afhankelijk van de grootte van de sol- deerverbinding, binnen ca. 1 à 2 seconden. Beweeg of verplaats gedurene deze tijd de gesoldeerde component of kabel niet, omdat dit een zogenaamde “koude soldeerverbinding” kan veroorzaken. Dan oogt de soldeerverbinding matzilver en biedt het noch een goed elektrisch contact noch een degelijke mechanische bevestiging. Een perfecte soldeerverbinding glanst daarentegen als chroom.
- Ontdoe de soldeerpunt regelmatig van vloeimiddelresten (via de metalen droge reiniger of een vochtige spons). Daartoe de soldeerpunt kort afstrijken. Druk de soldeerpunt niet in de vochtige spons, houd de soldeerpunt ook nooit te lang aan of in de spons, omdat deze hierdoor wordt beschadigd. Bovendien zal het soldeerstation de verwarmingscapaciteit zo- doende onnodig bijregelen. Let er altijd op, dat de spons voldoende vochtig is. Maak de soldeerpunt nooit schoon aan een droge spons. Gebruik als alternatief voor de spons de meegeleverde metalen droge reiniger. Mechanische schade aan de soldeerpunt beschadigt de beschermingslaag die zich daar bevindt en ver- mindert de levensduur aanzienlijk. Reinig de soldeerpunt daarom niet met scherpe voorwerpen of een metalen borstel.
- Voor het beëindigen van de soldeerwerkzaamheden dient u de soldeerpunt te ontdoen van vloeimiddelresten (zie boven). Vervolgens moet u de soldeerpunt vertinnen. Doe een beetje soldeer op de soldeerpunt, zodat er een gelijkmatigelmvansoldeeropdepuntontstaat.Ditvoorkomtcorrosievandesoldeerpunt. Plaats de soldeerbout vervolgens in de soldeerbouthouder (11). Schakel vervolgens het soldeerstation uit (scha- kelstand “O” = uit). De soldeerbout heeft minimaal 10 à 15 minuten nodig om volledig af te koelen. Pak gedurende deze tijd noch de soldeerpunt, noch de soldeerbouthouder vast; verbrandingsgevaar! Het soldeerstation moet eerst volledig zijn afgekoeld voordat u dit opbergt! Wanneer dit wordt nagelaten bestaat het risico op brand!98
12. Vervangen van de soldeerpunt
Afhankelijk van de soldeerwerkzaamheden dient u een geschikte soldeerpunt te gebruiken (u kunt verschillende soldeerpunten als toebehoor bestellen). Geschikt toebehoor vindt u op www.conrad.com op de bij het product behorende internetpagina (bestel- nummer van het soldeerstation in het zoekveld invoeren). Gebruik uitsluitend soldeerpunten, de worden aanbevolen voor het soldeerstation. Bij gebruik van andere soldeerpunten kan er niet alleen sprake zijn van een verkeerde temperatuurmeting (de daadwerkelijke temperatuur van de soldeerpunt komt niet overeen met het temperatuurweergave), maar ook van een beschadiging van het verwarmingselement, verlies van waarborg/garantie! Bijwekzaamhedenaankleinecomponentenheeftueenzeerjnesoldeerpuntnodig.Wordendaarentegensoldeer- werkzaamheden aan grotere componenten uitgevoerd, moet u voor een soldeerpunt met een bredere/platte punt kiezen. Een grotere soldeerpunt kan het meer warmte overbrengen, waardoor het soldeerproces sneller kan worden uitgevoerd. In principe ontstaat er tijdens het soldeerproces een mechanische en ook thermische belasting van de soldeerpunt.Inhetbijzonderbijzeerjnesoldeerpuntenleidtditertoe,datdesoldeerpuntindeloopvan de tijd bot wordt en zo geen nauwkeurig soldeerproces aan kleine componenten meer mogelijk is. De levensduur van een soldeerpunt is afhankelijk van verschillende factoren, hoge soldeertemperaturen kunnen de levensduur bijv. sterk verkorten. Het vervangen van de soldeerpunt dient u als volgt uit te voeren:
- Zet het soldeerstation uit en laat de soldeerbout volledig afkoelen.
- Maak de geribbelde wartelmoer (16) aan de metalen schacht van de soldeerbout los en verwijder hem. Door de opwarm- en afkoelprocessen kan het gebeuren, dat de wartelmoer vast zit en niet met de hand kan worden losgedraaid. Maak de wartelmoer (16) in dit geval voorzichtig los met een geschikte tang. Pas echter nooit geweld toe, aangezien dit tot een beschadiging van het verwarmingselement kan leiden; verlies van waarborg/garantie!
- Trek de soldeerpunt van het verwarmingselement.
- Plaats een nieuwe soldeerpunt op het verwarmingselement.
- Steek de wartelmoer er weer op en draai deze met de hand vast. Gebruik bij het vastdraaien geen geweld!
- Als u een geschikte temperatuurmeter heeft, voert u een kalibratie van de soldeerpunttemperatuur uit, zie hoofd- stuk 10. d).99
13. Vervangen van de zekering
De zekering beschermt het apparaat tegen overbelasting. Bij normaal gebruik mag de zekering niet geactiveerd worden. Een activering van de zekering kan echter optreden in geval van een defecte soldeerbout of een kortsluiting in de kabel tussen soldeerbout en soldeerstation. De zekering kan ook geactiveerd worden bij een defect in het soldeer- station. Ga voor het vervangen van een defecte zekering als volgt te werk:
- Zet het soldeerstation uit. Mocht de soldeerbout nog warm zijn, dient u deze volledig te laten afkoelen.
- Koppel het soldeerstation los van de netspanning. Trek de stekker volldig uit het stopcontact. Koppel vervolgens de stroomkabel volledig los van het soldeerstation.
- Verwijder de zekeringhouder (5) onder de netbus (6). Deze kan bijv. met een platte schroevendraaier voorzichtig eruit worden gewrikt.
- Trek de zekering uit de zekeringenhouder.
- Controleer de zekering bijv. met behulp van een geschikt meetapparaat (digitale multimeter). Als de zekering defect is, vervangt u deze door een nieuwe, identieke zekering (zie hoofdstuk “Technische gege- vens” aan het einde van de gebruiksaanwijzing voor het type zekering). Gebruiknooiteenzekeringmetanderespecicaties.Overbrugeendefectezekeringnooit! Er bestaat brandgevaar!
- Steek de nieuwe zekering in de zekeringhouder. Steek de zekeringhouder terug in het soldeerstation, zodat deze vastklikt.
- Neem het soldeerstation weer in gebruik (soldeerstation met de netspanning verbinden en inschakelen). Mocht de zekering na het inschakelen opnieuw doorbranden, verbreekt u de verbinding van het soldeersta- tion met de netspanning en laat u het complete soldeerstation vervolgens door een vakman controleren.100
14. Service en onderhoud
- Het soldeerstation is voor u, afgezien van een incidentele vervanging van de soldeerpunt, de spons of de zekering, onderhoudsvrij. Laat onderhoud of reparaties uitlsuitend uitvoeren door een vakman.
- Voorafgaand aan het reinigen moet het soldeerstation uitgeschakeld en van het stroomnet gescheiden worden. Trek de stekker uit het stopcontact.
- Laat de soldeerbout en het soldeerstation volledig afkoelen.
- Veeg de buitenkant van het soldeerstation alleen af schoon met een schone, zachte en droge doek.
- Gebruik in geen geval agressieve schoonmaakmiddelen of chemische oplossingen omdat de behuizing hierdoor beschadigd kan raken (verkleuringen) of de werking belemmerd kan worden.
- De soldeerpunt vergt geen speciale reiniging. Het volstaat deze tijdens het solderen regelmatig met behulp van de vochtige spons of de metalen droge reiniger te ontdoen van vloeimiddelresten of overtollig soldeer.
- Voordat u het soldeerstation uitschakelt, moet de soldeerpunt goed met soldeer bedekt zijn. Dit voorkomt corrosie van de soldeerpunt en verhoogt de levensduur.
Elektronische apparaten zijn recyclebare stoffen en horen niet bij het huisvuil. Voer het product aan het einde van zijn levensduur volgens de geldende wettelijke bepalingen af.101
16. Verhelpen van storingen
Probleem Oplossing Geen weergave op de display • Is het soldeerstation verbonden met de netspanning en ingeschakeld?
- Is de zekering van het soldeerstation doorgebrand? Foutmelding “H-E” op het display • Het soldeerstation heeft een interne storing van de verwarmingselektro- nica geconstateerd (“H-E” = “Heater Error”). Schakel het soldeerstation uit en weer aan.
- Is de soldeerbout correct aangesloten op het soldeerstation?
- De soldeerbout is misschien defect (kabel, verwarmingselement of temperatuursensor). Foutmelding “SE” op het display
- Het soldeerstation heeft een storing van de soldeerbout geconstateerd (“SE” = “Sensor Error”). Is de soldeerbout correct aangesloten op het soldeerstation?
- De soldeerbout is misschien defect (kabel of temperatuursensor). Bij het verlagen van de tempera- tuurinstelling duurt het lang, totdat de lagere temperatuur wordt bereikt
- Dit is afhankelijk van de functie en normaal. Het verwarmingselement en de soldeerpunt hebben een beetje tijd nodig, totdat ze zijn afgekoeld op een lagere temperatuurinstelling. Soldeer wordt niet vloeibaar • De temperatuur is te laag ingesteld.
- De warmte van de soldeerbout wordt te snel afgeleid (bijv. bij werk- zaamheden aan grotere werkstukken). Stel een hogere temperatuur in resp. gebruik een soldeerpunt met een grotere/vlakkere punt.
- De soldeerbout is niet geschikt voor de soldeerwerkzaamheden (bijv. solderen van dakgoten).
- Het soldeerstation is uitsluitend geschikt voor werkzaamheden met zacht soldeer. De ingestelde temperatuur klopt niet
- Als u de temperatuur van de soldeerpunt met een hoogwaardig meetapparaat controleert, is er, vanwege de constructie, altijd sprake van een geringe afwijking (de temperatuursenso meet de temperatuur in het verwarmingselement, het meetapparaat de temperatuur op de buitenkant van de soldeerpunt).
- Kalibreer de temperatuur in het instelmenu. De temperatuur kan niet via de bedieningsknoppen of de tempera- tuurregelaar worden ingesteld
- Het soldeerstation is geprogrammeerd op een vaste temperatuur, zie hoofdstuk 10. b). Deactiveer deze bedrijfsmodus, zie hoofdstuk 10. c). Rookontwikkeling aan de soldeer- punt
- Tijdens het soldeerproces verdampt het vloeimiddel, dat zich in de ge- vulde soldeerdraad bevindt. Dit proces is normaal. Zorg voor voldoende ventilatie op de werkplek, adem de vloeimiddeldampen niet in.102
SimpelGids