RT 4082 - Grasmaaier STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RT 4082 STIHL in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RT 4082 - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RT 4082 van het merk STIHL.
GEBRUIKSAANWIJZING RT 4082 STIHL
Grasfangkorb entleeren
12.9 Grasfangkorb entleeren

Verletzungsgefahr!
Grasfangkorb entleeren
Wij zijn blij dat u heb gekozen voor STIHL. Wij ontwikkelen en produceren once producten in topkwaliteit in overeenstemming met de behoeften van once klanten. Zo ontstaan producten met een hoge betrouwbaarheid, ook bij extreme belasting.
STIHL staat ook voor service met topkwaliteit. Onze dealers staan garant voor deskundig advies en instructie alsmede een uitgebreide technische begeleiding.
Wij danken u voor uw vertrouwen in ons en wensen u veel plezier met uw STIHL product.

Dr. Nikolas Stihl
BELANGRIJK! VOOR GEBRUK GOED DOORLEZEN EN BEWAREN.
1. Inhoudsopgave
Over deze gebruiksaanwijzing 182
Algemeen 182
Instructie voor het lezen van de gebruiksaanwijzing 182
Beschrijving van het apparatus 184
Voor uw veilighheid 185
Algemeen 185
Training - Gebruik van de machine 186
Transport van de zitmaaier 187
Tanken - omgaan met benzine 187
Kleding en uitrusting 188
Vór het werken 188
Tijdens het werken 189
Onderhoud en reparaties 192
Opslag bij langdurige
bedrijfsonderbrekingen 193
Afvoer 194
Toelichting van de symbolen 194
Leveringsomvang
Werkzaamheden voor de eerste ingebruikname 195
Bedieningselementen 195
Contactslot 195
Gashendel met chokefungtie 196
Schakelaarmaaiwerk 196
Veiligheidsschakelaar awhile maaien 197
Keuzehendel rijrichting 197
Stuurwiel 198
Verstelhendel bestuurdersstoel 198
Aandrijfpedaal 198
Rempedaal 199
Handrem 199
Hendel snijhoogteverstelling 199
Hendel voor ledigen
grasopvangbox 200
Ontgrendelhendel grasopvangbox 201
Hendel voor vrijloop transmissie 201
Peilindicator (grasopvangbox) 202
Elektronica 202
Zelfdiagnose bij het starten 202
Defect aan de zitmaaierijdens bedrivf 203
Storing in de elektronica 203
Aanwijzingen voor werken 203
Veiligheidsvoorzieningen 204
Apparaat in gebruik nemen 205
Brandstof bijtanken 205
Verbrandingsmotor starten 206
Verbrandingsmotor uitschakelen 206
Rijden 206
Remmen 207
Snijhoogte instellen 207
Maaien 207
Programmeren van het automatisch ontkoppelen van het maaiwerk 208
Grasopvangbox ledigen 208
Grasopvangbox wegemen en
vastaken 208
Trekken van lasten 209
Gebruik op hellingen 210
Orientalhulp 210
Maaiwerk 211
Maaiwerk demonteren 211
Maaiwerk monteren 213
Onderhoud 215
Onderhoudsschema 215
Apparaat reinigen 216
Peilindicator (grasopvangbox) reinigen 217
Veiligheidsvoorzieningen
controleren 217
Uitwerpkanaal demonteren 218
Uitwerpkanaal monteren 218
Maaimes onderhoden 219
Inbouwposition van het maaiwerk
controleren 221
Bandenspanning 221
Wielen verrangen 222
Opbergvak openen en sluiten 223
Afdekking van de
verbrandingsmotor 224
Inhoud van de motorolie
controleren 226
Motorolie verversen 226
Brandstofkraan 226
Afdekking van de stuurkolom
demonteren 227
Afdekking stuurkolom monteren 227
Zekeringen 227
Accu loskoppelen en aansluten 228
Accu uit- en inbouwen 230
Accu laden 230
Smeren 231
Verbrandingsmotor 231
Transmissie 231
Opslag 231
Stilleggen bij langere
onderbrekingen (bijvoorbeeld winterpauze) 231
Na langere bedrijfspauzes (bjv. winterpauze) 231
transport 232
standaard reserveonderdelen
ccessoires 232
lieuebescheming 232
lijtage minimaliseren en schade
borkomen 233
Conformiteitsverklaring 233
EU-conformiteitsverklaring
Zitmaaier STIHL RT 4082.1 233
Technische gegevens 234
Afmetingen 235
REACH 235
Defectopsoring 235
Onderhoudsschema 238
Leveringsbevestiging 238
Servicebevestiging 238
2. Over deze gebruiksaanwijzing
2.1 Algemeen
Deze gebruiksaanwijzing is een originele gebruiksaanwijzing van de fabrikant in de zin van de EG-richtlijn 2006/42/EC.
STIHL werk vtordurend aan de ontwikkeling van zijn producten; wijzigingen in de levering qua vorm, techniek en uitvoering� aan som voorbehonden.
Op basis van gegevens of afbeeldingen ut dit boekje kuren bijgevolg geen aanspraken worden gemaakt.
Het is möglichk dat in deze gebruiksaanwijzing modellen worden beschreiben die nicht in elk land verkrijgbaar zich.
Deze gebruiksaanwijzing is
auteursrechtelijk beschermd. Alle rechten blijven voorbehonden, met name hetrecht op het kopiernen, vertalen en het verwerken met elektronische systemen.
2.2 Instructie voor het lezen van de gebruiksaanwijzing
Afbeeldingen en teksten beschrijven bepaalde bedieningsstappen.
Alle pictogrammen die op het apparaat zijn aangebracht, worden in deze gebruiksaanwijzing toegelicht.
Kijkrichting:
kijkrichting bij gebruik links en rechts in de gebruiksaaanwijzing: de gebruiker staat awhile het apparaat en kijkt in de rijrichting maar voren.
Hoofdstukverwijzing:
aar de desbeteffende hoofdstukken en paragrafen met nadere uitleg worden met een pijtje verwezen. Het volgende voorbeeld bevat een verwijzing maar een hoofdstuk: ( 4.)
Markeringen van tekstpassages:
de beschreiben aanwijzingen{kunnenzoals in de volgende voorbeelden gemickeerd zich.
Handelingen waar bij ingrijpen van de gebruiker vereist is:
- Bout (1) met een schroevendraier losdraaien, hendel (2) activeren ...
Algemene opsommingen:
-productgebruik bij sport- of wedstrijdevenementsen
Teksten met aanvullende betekenis:
tekstpassages met aanvullende betekenis zich met een van de onderstaand beschreiben symbolen gemarkeerd om deze in de gebruiksaanwijzing extra te accentueren.

Gevaar!
Gevaar voor ongevallen en ernstig letsel. Bepaalde handelingen+zijnoodzakelijk of verboden.

Waarschuwing!
Kans op letsel. Bepaalde handelingen voorkomen möglich of waarschijnlijk letsel.

Voorzichtig!
Minder ernstig letsel of materiele schade dat/die door bepaalde handelingen kan worden voorkomen.

Aanwijzing
Informatie voor een better apparaatgebruik en om een möglich oneigenlijk gebruik te vermijden.
Afbeildingen met tekstpassages:
Bedieningsstappen met directe verwijzing\ aar de afbeelding vindt u onmiddelijk na\ de afbeelding met bijbehorende\ positienummers.
Voorbeeld:

Contactsleutel (1) in contactslot (2) plaatsen.
Teksten met afbeeldingverwijzing:
afbeeldingen die het gebruik van het apparaat toelichten, vindt u geheel aan het begin van de gebruiksaaanwijzing.
Het camerasymbool koppelt de afbeeldingen op de pagina's met afbeeldingen met het
desbetreffende tekstgedeelte in de gebruiksaanwijzing.

3. Beschrijving van het apparaat




1 Bestuurdersstoel
2 Sturwiel
3 Contactslot
4 Keuzehendel rijrichting (vooruit -chteruit)
5 Afdekking (stuurkolom)
6 Rempedaal
7 Aandrijfpedaal (rijsnelheid)
8 Voorwiel
9 Veiligheidsschakelaar awhile maaien
10 Maaiwerk
11 Achterwiel
12 Schakelaar maaiwerk
13 Verstelhendel bestuurdersstoel
14 Gashendel met chokefunctie
15 Tankindication
16 Tankdop
17 Opbergvak
18 Handgreep grasopvangbox met ont-grendelhendel grasopvangbox
19 Grasopvangbox
20 Hendel voor ledigen grasopvangbox
21 Hendel snijhoogteverstelling
22 Vulpeilindicator
23 Trekhaak
24 Handrem
4. Voor uw veiligheid
4.1 Algemeen

Tijdens de werkzaamheden met het apparaat要去en de voorschriften terpreventie van ongevallen beslist in acheit
wordengenomen.

Lees voor de eerste inbedrijfstelling de hele gebruiksaanwijzing goed door. Bewaar de gebruiksaanwijzing
voor later gebruik zorgvuldig op een veilige plaats.
Volg de gebruiks- en onderhoudsinstructies in de afzonderlijke gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor.
Deze veiligheidsmaatregelen zich onontbeerlijk voor uwveiligheid, maar deze opsomming is Nietuitputtend. Gebruik het apparaat altijd verstandig en met verantwoordelijkkeidsgevoel, en denk erom dat de bruiker aansprakelijk worden gesteld voor oncegallen met andere Personen of voor schade aan hun eigendommen.
Leen het apparaat inclusief accessoires alleen uit aan personen die met dit model en de bediening ervan vertrouwd zijn. De gebruiksaanwijzing is onderdeel van het apparaat en要去 algijd worden meegegeven.

Levensgevaar door verstikking!
Verstikkingsgevaar voor kinderen bij het spelen met
verpakkingsmaterial. Houd verpakkingsmaterial alsijd buiten het bereik van kinderen.
Gebruik het apparaat alleen als uuitgerust bent en een goede lichamelijke en geestelijkke conditie hebt. Als u een verminderde gezondheid heeft, dient u uw arts te vragen of u met het apparaat kutwerken. Na het gebruik van alcohol, drugs of medicijnen die de reactiesnelheid nadelig beinvloeden, mag nicht met het apparaat worden gewerkt.
Controleer of de gebruiker lichamelijk, zintuigelijk en geestelijk in staat is om het apparaat te bedieren en ermee te werken. Als de gebruiker met lichamelijke, zintuigelijk of geestelijk beperkingen daartoe in staat is, mag de gebruiker er alleen onder toezicht of na instructie door een verantwoordelijk persoon mee werken.
Controleer of de gebruiker meerderjarig is of conform nationale regelgeving onder toezicht voor een beroep worden opgeleid.
Opgelet - Gevaar voor oncevallen!
De zitmaier is alleen voor het maaien van gras bestemd. Een andere toepassing is nicht toegestaan.
Het apparatus kan met originele
accessoires van STIHL worden uitgerust. Hierdoor kan het apparatus ook voor andere toepassingen worden gebruikt. Voor nadere informatie verwijzen wij u
haar uw STIHLvakhandelaar.
Om persoonlijk letsel van de gebruiker of andere Personen te vermijden, mag de machine bijvoorbeeld Niet worden gebruikt voor (onvolledige opsomming):
- het snoeien van rankgewas,
- het hakselen en verkleinen van boomen struikafval,
-
het schoonmaken van voetpaden (opzuiigen, wegblazen),
-
sneeuwruimen met behulp van het maaiwerk,
- gazononderhoud op dakbeplantingen,
- het egaliseren van bodemoneffenheden, zoals molshopen,
- het Transporteren van maaigoed, buiten de in de waarvoortedoelde grasopvangbox.
U mag met de machine Niet aan het verkeer deelnemen.
Het vervoer van Personen (met name van kinderen) en dieren is Niet toegestaan.
Nooit op het maaiwerk staan, zeker nicht op de tastwielen.
Voorwerpen mogen Niet op het apparaat maar uitsluitend met behulp van een door STIHL goedgekeurde aanhanger (accessaire) worden vervoerd. De laadgrenzen要去en worden aangehonden. ( 12.11)
Bij het gebruik op openbare terreinen, parken, sportvelden,angs wegen en op land- en bosbouwbedrijven moet u bijzonder behoedzaam te werk gaan.
De machine mag nicht worden gebruikt bij sport- en wedstrijdevenementsen.
Om veiligheidsredenen is het verboden wijzigingen aan het apparaat aan te brengen, behalte vakkundige montage van toebehoren en combi-apparaten die door STIHL zich goedgekeurd. Bovendien heeft dit tot gevolg, dat uw garantie verralt. Neem voor informatie over goedgekeurde toebehoren en combi-apparaten contact op met uw STIHL vakhandelaar.
Vooral elke wijziging aan het apparaat waardoor het vermogen, het toerental van de verbrandingsmotor of de rijnselheid worden veranderd, is verboden.
Het apparaat is uitgevoerd met elektronica die Niet mag worden gewijzigd of verwijderd.
De apparataatsoftware mag om veiligheidsredenen nooit worden gewijzigd of gemanipuleerd.

Opgelet! Gevaar voor de gezondheid door trillingen!
Een overmatige belasting doo
trillingen kan schade aan de
bloedsomloop en het zenuwstelselveroorzaken,vooral bij personnes metcirculatiestoornissen.Raadpleeg een artswanner er symptomen optreden die doorde trillingen zouden+kennenveroorzaakt.
Dergelijkke symptomen treden voornamelijk op in de vingers, handen of polsen en zich bijvoorbeeld (onvolledige opsomming):
- gevoellosheid,
-pi j n,
slappe spieren,
-huidverkleuringen,
- onaangenaam kriebelen.
Houd de duwstangijdens het werken stevig maar Niet verkrampt met beiden handen op de waarvoor bedoeldeplaatsen vast.
Plan de werkelijk den zodenig dat hoge belasting gedurende langere tijd worden voorkomen.
4.2 Training - Gebruik van de machine
Maak uzelf vertrouwd met de bedieningselementen en stelelementen en met het gebruik van het apparaat. De gebruiker要去 weten hoe het
gereedschap en de verbrandingsmotor van het apparaat snel+kennen worden gestopt.
Het apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die de gebruiksaanwijzing hebben gelezen en die met de bediening van het apparaat vertrouwd zijn. Elke gebruiker要去 voor de eerste ingebruikname vragen om een deskundige en practische instructie. De verkoper of een andere deskundige要去 aan de gebruiker uitleggen, hoe hij veilig met het apparaat kan werken.
Bij deze instructie moet de gebruiker er vooral op worden gewezen,
- dat deze tijdens het werken met het apparaat uiterst zorgvuldig en geconcentreerd te werk要去en.
- dat het gebruik van de rem Niet helpt om een zitmaier die van een helling aflglijt, onder controle te krijgen.
De orzaken voor het verlies van controle over de zitmaaier kutnen onder andere zich:
-onvoldoende grip van de wielen,
- te snel rijden,
- onjuist remmen,
- ondeskundig gebruik (o.a. sportevenementsen),
- ontoreikende kennis van eventuele gevolgen die met de bodemgesteldheid samenhagen, met name op een helling (zie onder hoofdstuk "Voor uw veilighide", kopje "Werken op hellingen"),
- onjuist vasthaken van lasten en slechte verdeling van de last.
Ook wonneer u het apparaat volgens de voorschriften bedient, blijven er risico's bestaan.
4.3 Transport van de zitmaier
De zitmaaier kan door het eigenv gewicht zware kneuswonden veroorzaken. Ga bij het laden en lossen van de zitmaaier tijdens het transport in een voertuig of aanhangwagen met groe voorzichtigheid te werk.
Deze zitmaaier mag nicht worden gesleegt.
Gebruik voor het transport op de openbare weg een geschikt voertuig of een geschikte aanhanger.
De zitmaaier bij het transport op een laadvlak bevestigen zoals in deze gebruiksaanwijzing beschreiben staat. Steeds handrem aantrekken. ( 15.)
Voor het transport moet de aandrijving van het maaimes resp. de combi-machines worden losgekoppeld.
Houd u bij het transport van het apparaat aan deplaatselijke voorschriften, met name wat betreft de laadveiligheid en het transport van voorwerpen op laadoppervlakken.
Het apparaat, vooral de verbrandingsmotor en geluiddempoer, na het laden en voor verder transport volledig lately afkoelen. Het laadvlak en de omgeving van de geluiddempoer en verbrandingsmotor dienen tijdens het transport vrij te worden gezchoolen van brandbare materialien zoals stro, bladeren of gedroogde grasresten.
4.4 Tanken - omgaan met benzine

Levensgevaarlijk!
Benzine is gifting en in hoge mate ontylambaar.
Bewaar de brandstof uitsluitend in geschiktte en goedgekeurde reservoirs (jerrycans). Schroef de tankdoppen van de jerrycans altijd goed erop en draai de doppen stevig vast. Om veiligheidsredenen要去en defecte afsluitingen worden verrangen.

Houd benzineuitdebuurt van
vonken,openvlammen,
permanentbrandendvuur,
warmtebronnenenandere
Tank alleen in de buitenlucht en rook nicht tijdens het tanken.
Schakel de verbrandingsmotor voor het bijtanken uit en LAST deze afkoelen.
De benzine moet voor het starten van de verbrandingsmotor worden bijgevuld. Bij een draaiende verbrandingsmotor of hetemachine mag de tankdop Niet worden geopend en mag er geen benzine worden bijgevuld.
Tankdop voorzichtig en langzaam openen.
Wacht de drukcompensatie af en verwijder pas daarna de tankdop helemaal.
Gebruik voor het bijtanken een geschiktete trechter of een vulpijp, zodat er geen brandstof op de verbrandingsmotor en de behuizing of het gazon kan uitsstromen.
Vul de brandstoftank nooit tot boven de onderkant van de vulplug, zodat de brandstof ruimte heeft om uit te zetten. Volg ook de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de verbrandingsmotor op.
Als er benzine is overgelopen, mag u de verbrandingsmotor pas starten nadat u het met benzine verontreinigde oppervlak hebt gereinigd. Start de verbrandingsmotor Niet voordat de benzinedampen zijn verdampt (droog vegen).
Gemorste brandstof moet meteen worden afgeveegd.
Verwissel van kleding als er benzine op is gemorst.
De tankdop moet elke keer na het tanken goed worden geplaatst en vastgeschroefd. De machine mag Niet zonder vastgeschroefde originele tankdop worden gebruikt.
Om veiligheidsredenen moet u de brandstofleiding, brandstoftank, tankdop en aansluitingen regelmatig op beschadigingen, veroudering (scheuren), een stevige bevestiging en lekkages controleren en zo nodig verrangen (neem contact op met een vakhandelaar, STIHL raadt de STIHL vakhandelaar aan).
Als de tank要去 worden geleegd,要去 dit in de buitenlucht worden uitgevoerd.
Gebruik geen drankflessen of soortgelijke zaken om brandstoffen en smeermiddelen af te voeren of op te sloan, zoals bijv. benzine. Personen, met name kinderen, zouden in de verleiding konnen komen om eruit te drinken.


Sla het apparaat nooit op in een gebouw met benzine in de tank. Ontstane benzinedampen+kunnen met open vuur of vonden in aanraking komen en ontbranden.
Zet de machine en de brandstoffank Niet in de buurt van verwarmingen, warmestralers, lasapparaten en andere warmtebronnen. Explosiegevaar!
4.5 Kleding en uitrusting

Draag tijdens werkzaamheden altijd stevige schoenen met grip.
Werk nooit op blote voeten of
bijvoorbeeld op sandalen.
De machine mag alleen met een lange broek en nauwe kleding aan in gebruik worden genomen.
Draag nooit losse kledingstukken die aan draaiende onderdelen (bedieningshendel) können blijven hangen - ook geen sieraden, geen stropdassen en geen sjaals.

Bij onderhouds- en
reinigingswerkzaamheden en tijdens het vervoer van de machine ook telkens stevige
handschoenen dragen en langhaar samenbinden en bedekken (hoofddoek, muts enz.).

Bij het slijpen van het maaimes moet algid een geschikte veiligheidsbril worden gedragen.

Tijdens het werken ontstaat lawaai. Lawaai kan het gehoor beschadigen.
Draag gehoorbescherming.
4.6 Voor het werkken
Het要去 duidelijk zich, dat er alleen personen met het apparaat werkden die gebruiksaanwijzing kennen.
Controleer het brandstofsystem voor ingebruikname van het apparaat op lekkage, met name de zichtbare onderdelen, zoals bijv. tank, tankdop, slangverbindingen. Verbrandingsmotor bij lekkage of schade Niet starten -
Brandgevaar!
Apparaat vór ingebruikname door vakhandelaar lately repareren.
Neem de gemeentelijk voorgeschreven tijden voor het gebruik van tuinapparaten met verbrandingsmotor in acht.
Controleer het complete terrein waarop het apparaat worden gebruikt en verwijder alle stenen, stokken, kabels, spelgoed en andere voorwerpen die door het apparaat omhoog+kunnen worden geslingerd.
Hindernissen (zoals boomstronken en wortels) hunnen in het hoge gras eenvoudig over het hoofd worden gezien.
Markeer Maarom voor het maaien alle in het gazon verborgen vreeimde voorwerpen (hindernissen) die nicht verwijderd hunnen worden.
Vór het gebruik van het apparaat要去en alle defecte, versleten en beschadigde onderdelen worden verrangen.
Onleesbare of beschadigde
waarschuwingsaanwijzingen op het
apparaat要去en worden verrangen.
Stickers en alle verdere
vervangingsonderdelen zichin verkrijgbaar
bij uw STIHL vakhandelaar.

Kans op letsel!
Versleten of beschadigde onderdelen (zoals botte messen) kunden de verilgheid van het apparaat aantasten en letselveroorzaken bij de gebruiker.
Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheidsvoorzieningen.
Veerbelaste mechanisms kuren opgeslagen energia afgeven. Veerbelaste mechanisms moeten onbeschadigd zichen werken.
Op het maaiwerk要去 steeds de vastgeschroefde uiterwernpimmel (uitwerpkanaal op maaiwerk) goed gemonteerd zich. Deze mag Niet beschadigd zich en zo nodig door een vakman worden verrangen.
Controleer de werking van de rem voor elke inbedrijfstelling. ( 12.5)
Controleer vór elk gebruik:
- of het snijgereedschap en de complete snijegenheid (maaimes, messenkoppeling, messenrem, bevestigingsbout, maaiwerkbehuizing) in onberispelijkste staat verkeren. Er moet vooral worden gecontroleerd op veilige montage, schade en slijtage.
- of de tankdop stevig vastgeschroefd is.
- of de tank en de brandstofbevattende delen en de tankdop in onberispelijke staat verkeren.
-
of de veiligheidsvoorzieningen in onberispelijke staat verkeren en goed werken.
-
of de banden (luchtdruk, beschadigingen, slijtage) en het frame in onberispelijke staat verkeren. De schroeferbindingen要去 op correcte montage worden gecontroleerd. Alle onderhoudswerkzaamheden die in het onderhoudsschemaworden vermeld onder de rubrief "Voor het in bedrijf nemen"要去 in elk geval worden uitgevoerd. ( 14.1)
Neem indien nodig contact op met een vakhandelaar. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan.
4.7 Tijdens het werken

Werk nooit als er Personen (in het bijzonder kinderen) of dieren in de buurt zich. Let erop, dat gras nooit in de richting van
derden wordenuitgeworpen.
Werk Niet met het apparaat bij regen,
onweer en met name Niet bij
blikseminslaggevaar.
Uitlaatgassen:

Levensgevaar door vergiftiging!
Stop onmiddelijk met werkben bij misselijkheid, hoofdpijn, zichststoornissen (bijv. blikvernauwing), slecht horen, duizeligheid of een verminder concentratievermogen. Deze symptomen können onder andere door een te hoge concentratie uitlaatgassen worden veroorzaakt.

Het apparaat genereert giftige
uitlaatgassen zodia de
verbrandingsmotor is
ingeschakeld. Deze gassen
bevatten gifting koolmonoxide, een kleuren reukloos gas, en andere schadelijke
stoffen. De verbrandingsmotor mag nooit in afgesloten of slecht geventileerde ruimtes in werkung worden gezet.
De uitlaatgassen van de verbrandingsmotor worden voor het linker achechterwiel afgegeven. Tijdens het maaien met het apparaat moet erop worden gelet, dat dit gedeelte steeds schoon blijft en nooit worden afgedekt, zodat de uitlaatgassen Niet opstuwen.
Starten:
De machine mag alleen vanuit de bestuurdersstoel worden gestart.
Start de machine op een vlakke ondergrund, Niet op een helling.
De verbrandingsmotor mag alleen in een goed geventileerde werkruimte worden gestart, vooral in garages moet op voldoende beluchting worden gelet.
Voordat u de verbrandingsmotor start, koppelt u het snijgereedschap, de combi-apparaten en de aandrijving los en trapt u het rempedaal krachtig in.
Houd bij het starten.altijd voldoende afstand:tussen uw voeten en het snijgereedschap.
Start de verbrandingsmotor nooit door kortsluiten van de klem van de startmotor. Bij het overbruggen van het normale schakelcircuit van de startmotor kan de zitmaaier plotseling in beweging+komen.
Start de verbrandingsmotor nooit wanner u benzinelucht ruikt - exposiegevaar!
Werken:

Let op-Kans op letsel!
Let op het werkbereik van het maaimes. Houd handen of voeten nooit gegen ofonder draaiende onderdelen.Raak het ronddraaiende maaimes Blijf alkijd uit de buurt vanuitwerpopening.Houd alk voldoende veiligheidsafst acht.

Werk alleen bij daglicht of bij goede kunstverlichting.
Bij het rijden buiten het gazon of wanner er nicht worden gemaad, moet het maimes worden losgekoppeld en moet het maaiwerk in de hoogste snijstand worden gezet.
U要去 in het gras verborgen voorwerpen heenrijden (beregeningsinstallaties, palen, waterkranen, fundamenten, stroomkabels enz.).Rijd nooit over dergelijkke voorwerpenBeen.
Bij het werk den met extra combi-apparaten wordt aanbevolen het maaiwerk en hetuitwerpkanaal te demonteren - zie gebruiksaanwijzing van de combi-apparaten.
Houd het stuurwielijdens het rijden algijd met beiden handen vast. Voorzichtigheid is met name bij het rijden op gazons en andere oneffen terreinen geboden, waarhat het stuurwiel bij het rijden in putten, over heuvels en bij schokken enz.vanzelf kan verdraaien.
Gevaar voor letsel aan handen en vingers!
Wanneer erijdens het werkken een defect aan de tank, de tankdop of aan brandstofvervoerende onderden (brandstofleidingen) worden vastgesteld, moet de verbrandingsmotor meteen worden uitgeschakeld. Neemervoigens contact op met een vakhandelaar. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan.
Let op kuilen (gaten) in het terrein en andere onzichtbare gevaarlijke plekken. Hindernissen konnen in het hoge grasseenvoudig over het hoofd worden gezien.
Rijd steeds met een gegaste snelheid.
Gebruik het apparaat uiterst behoedzaam wanneer u in de buurt van hellingen, vuilnishopen, terreinkanten, sloten en vrijden werk. Houd met name voldoende afstand tot dergelijke gevarenzones.
Ga met name voorzichtig te werk op onoverzachtelijkke plekken, bosjes, bomen en andere hinderissen waarachter zich personen, met name kinderen, of deren können bevinden.
Stop de zitmaaier meteen en schakel de maaimessen uit wanner er iemand binnen het maibereik kommt.
Houd de zone voor het voertuig voortdurend in de gaten. Let op hindernissen om deze tijd te konnen ontwijken.
Controleer voordat u awhileuii de zone awhile de zitmaaier en koppel indien aanwezig het combi-apparaat los. Maai nooit awhile als dit nicht beslistoodzakelijk is. Wees bij het awhile rijden bijzonder voorzichtig en controllerer voorafgaand aan het maaien het gehele gebied awhile de zitmaaier grondig.
Laat als u met een groep aan het werk bent, de anderen steedsijdig weten wat u van plan bent. Neem de veiligheidsafstand in ache!
Verlaag steeds de rijnselheid voordat u van richting verandert, zodat u.altijd de machine onder controle houdt en de zitmaaier ook Niet kan Kantelen.
Let bij het werkden in de buurt van wegen en bij het oversteken van verkeerswegen op andere verkeersdeelnemers.
Wees bijzonder voorzichtig bij het maaien in de buurt van wegen, fietspaden en wandelpaden. Weggeslingerde onderdelen hunnen ernstig letsel en zware schade tot gevolg hebben.
Ledig de grasopvangbox uitsluitend vanaf de bestuurdersstoel.
Schakel voor het ledigen van de grasopvangbox het maaimes aktijd uit en wacht totdat het mes stil staat.
Wanneer de zitmaaier met combi- apparaten worden gebruikt, moeten steeds de meegeleverde aanwijzingen en veiligheidsvoorschriften worden gevolgd.
Schakel de aanrijvinguit, schakel de verbrandingsmotor uitenacht tot het maaimes volledig stilstaat, trek de handrem aan en verwijder de contactsleutel:
- voordat u blokkades opheft of verstoppingen in het uitwerpkanaal verwijdert,
-voordat u de zitmaaier gaat controleren, reinigen of eraan gaat werken,
- als het maaimes een vreemd voorwerp heeft geraakt. Zoek maar beschadigingen aan de machine en aan het snijgereedschap en LAST de vereiste reparaties uitvoeren voordat u de machine opnieuw start,
- als het apparaat abnormaal hard begint te trillen. De robotmaaier要去 onmiddelijk worden gecontroleerd.
- bij het achechterlaten of het transport van het apparaat.
Schakel de verbrandingsmotor uit en wacht totdat het maaimes geheel stil staat:
- voör het bijvullen van brandstof,
- voör het afhaken van de grasopvangbox.
Werken op hellingen:
Op hellingen geleuren vaak ongevallen doordat men de controle over de machine verliest of doordat deze omvalt. Dit kan leiden tot ernstig of zichs dodelijk letsel.
Er bestaat geen "veilige" helling. Bij het rijden op met grayscale begroeide helleningen is bijzondere opmerkzaamheid vereist.
Om veiligheidsreden mag het apparaat Niet op hellingen steiler dan 10^ (17,6 %) worden gezruikt. Kans op letsel!
Een helling van 10^ betekent een verticale stijging van 17,6 cm bij een horizontale lengte van 100 cm.

Voor gegarandeerd voldoende smering van de verbrandingsmotor要去en bij het gebruik van het apparaat op hellingen ook
de instructies in de meegeleverde gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor in acht worden genomen.
Wanneer u de helling nicht achefterwaarts omhoog kunt rijden of als u Niet zeker bent, is het aan te raden om de helling Niet op te rijden.
Start of stop bij voorkeur Niet op hellingen.
Gebruik de machine Niet op plekken zoals hellingen of sloten waar deze kan Kantelen of weglijkden. De kans op Kantelen of weglijkden worden groter naarmate de ondergrond loser of vochtiger is.
Rijd op hellingen alttijd in de lengterichting. Bij het dwars rijden is er meer kans op kantelen.
Wijzig bij ritten op hellingen Niet abrupt de slenlheid of de richting. Voor het maaien onder zulke omstandigheden dient de zitmaaier voorzichtig, rustig en gelijkmatig te worden bediend.
Verander op hellingen nicht van richting.
Keer op hellingen alleen wanner dit onvermijdelijk is; rijd indien möglichk langzaam en in brede bogen bergafwaarts.
Maai geen nat grayscale, vooral Niet op hellingen, odomat de wielen op nat grayscale minder grip hebben. De zitmaaier kan dan weglijk den en is Niet meer onder controle te honden.
Bij het rijden op hellingen mag de transmissie Niet via de vrijloop van de transmissie worden ontgrendeld.
Wees bij het bedieren van combimachines uiterst voorzichtig (andere gewichtsverdeling op de machine).
Wanneer de wielen doorschieten of wanneer het voertuig bij het rijden op een helling bergopwaarts blijf steken, moet het
maaimes of het combi-apparaat worden uitgeschakeld. Verlaat cervolgens de helling door langzaamrecht bergafwaarts maar beneden terijden.
Probeer de zitmaaier nooit te stabiliserend door een voet op de grond tezetten.
Het gewicht van de grasopvangbox verhoogt de kans op kantelen, vooral als de box vol is.
De grasopvangbox nooit op een schuine ondergrund ledigen of optillen.
Trekken van lasten:
Wees bij het trekken van lasten bijzonder voorzichtig om het gevaar van ernstig of zichs dodelijk letsel door het kantelen van de zitmaaier te voorkomen.
Gebruik voor het transporteren van voorwerpen uitsluitend door STIHL goedgekeurde accessoires. Het transport op de zitmaaier, in of op de grasopvangbox is Niet togetstaan.
Gebruik voor het trekken van lasten uitsluitend de trekhaak. Lasten mogen nooit op de asbehuzing of op een andere plek boven de trekhaak worden bevestigd.
Zie voor gevevens over de treklast en het draagvermogen het hoofdstuk "Trekken van lasten". ( 12.11)
Overschrijden van de aangegeven last is gevaarlijk en kan schade aan het apparaat (verbrandingsmotor, transmissie enz.) tot gevolg hebben.
De lasten moeten bij het Transporteren op hellingen zodanig worden aangepast dat een veilige bediening van de zitmaaier (bijv. remmen, van richting veranderen, wegrijden) nog algijd gegarandeerd is.
Controleer of de lasten deskundig en stevig zich bevestigd. Voor het bevestigen van lasten moeten transportbanden worden gezruikt.
Verdeel de last gelijkmatig.
De overeenkomstige extra gewichten (accessoire) gebruiken wanneer het in de gebruiksaanwijzing van het toestel worden beschreiben.
Neem geen korte bochten. Wees uitermate voorzichtig bij het achteruitrijden.
Wijzig de snelheid of de richting nicht abrupt.
Stoppen en uitschakelen:
De zitmaaier mag uitsluitend op een vlakke ondergrund worden uitgeschakeld.
Controleer of de zitmaaier volledig stil staat voordat u van de zitmaaier af stapt.

Houd rekening met de uitloop van het snijgereedschap. Het duurt enkele seconden voordat het snijgereedschap helemaal tot stilstand is gekomen.
Voor het verlaten van de bestuurdersstoel het maaimes of de aandrijving waar de combi-apparaten uitschakelen, het maaiwerk en alle combi-apparaten lately zakken, alle stuurhendels in de neutrale standen zetter, de handrem aanrekken, de verbrandingsmotor uitschakelen en de contactsleutel eruit trekken.
Bewaar de contactsleutel zodenig dat uitsluitend bevoegde personen er toegang toe hebben.
4.8 Onderhoud en reparations

Zet het apparaat voorafgaand aan reinigings-, instel-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden op
een stevige,vlakke ondergrond,trek de handrem aan, schakel de verbrandingsmotor uit en laat deze afkoelen en trek de contactsleutel eruit.
Voor werkzaamheden rond de verbrandingsmotor, het uitlaatspruitstuk en de geluiddempeter eerst het apparaat lately afkoelen - ook bij alle onderhoudswerkzaamheden aan het maaiwerk. De temperaturen+kennen tot 80^ eneer oplopen.Kans op brandwonden!
Direct contact met motorolie kan gevaarlijk sein; ook mag motorolie nicht worden gemorst.
STIHL adviseert het bijvullen of verversen van motorolie door een STIHL vakhandelaar te lately uitvoeren.
Reiniging:
Na het gebruik要去en de complete zitmaaier en de combi-apparaten worden gereinigd. Verwijder in elk geval alle grasresten,ondat het vocht in het gras na verloop van tijd beschadigingenveroorzaakt.
STIHL raadt het gebruik van een hogedrukreiniger af. ( 14.2)
Maaiwerk demonteren bij reinigingswerkzaamheden. Maaiwerk nooit met waterstralen (b.v.tuinslang) of door aankoppelen in waterplassen reinigen.
Rijd voor het reinigen (bijv. van het frame van de zitmaaier) nooit zich langs een rand of een sloot.
Om brandgevaar te voorkomen, moet u de verbrandingsmotor, de koelvinnen, het accuvak, het gedeelte rondon de tank en de uitlaat vrij honden van gras, bladeren ofuitstromende olie (vet).
Reinig steeds de grasopvangbox.
Onderhoudswerkzaamheden:
Ermighten
onderhoudswerkzaamheden worden
uitgevoerd die in deze gebruiksaanwijzing vermeld staan. Alle andere
werkzaamheden dient u door een
vakhandelaar te lately uitvoeren.
Neem altijd contact op met een
vakhandelaar als u Niet over de vereiste kennis en gereedschappen beschikt.
STIHL raadt aan onderhoudswerkzaamheden en reparatiesuitsluitend door de STIHL vakhandelaar te laten uityoeren.
STIHL vakhandelaren volgen regelmatig cursussen en krijgen voortdurend technische informatatie ter beschikking gesteld.
Gebruik uitsluitend gereedschappen, accessoires of combi-apparaten die voor dit apparaat door STIHL zijn goedgekeurd of technisch gelijkwaardige onderdelen, om de kans op ongevallen met letsel of schade aan het apparaat te voorkomen. Neem bij vragen contact op met een vakhandelaar.
Originele STIHL gereedschappen,
accessoires en verrangingsonderdelen
zijn wat betreft hun eigenschappen
optimaal op het apparaat en de behoeften van de gebruiker afgestemd. Originele STIHL verrangingsonderdelen zijn
herkenbaar aan het STIHL
onderdeelnummer, het STIHL logo en
eventuel het STIHL symbol op de onderdelen. Opkleine onderdelen kan ook alleen het teken staan.
De zitmaaier en alle combi-machines要去en een keer peraar door eenvakhandelaar worden geinspecteerd. ( 14.1)
Houd waarschuwings- en instructiestickers algtd leesbaar en schoon. Beschadigde of verloren gegane stickers要去en via uw STIHL vakhandelaar doorulative originele stickers worden verrangen. Let er bij het verwangen van een onderdeel door een neue onderdeel op dat hetulative onderdeel vandezelfde stickers is voorzien.
Om veiligheidsredenen moeten brandstofbevattende onderdelen (brandstofleiding, brandstofkraan, brandstoftank, tankdop, aansluitingen enz.) regelmatig op beschadigingen en lekkages worden geinspecteerd en indien nodig door een erkendevakman worden verrangen (STIHL raadt de STIHL vakhandelaar aan).
Voorafgaand aan werkzaamheden aan of in de buurt van elektrische componenten moet de minkabel (-) op de accu worden losgekoppeld.
Het apparaat is met talloze
veiligheidsvoorzieningen uitgerust. Deze voorzieningen mogen nicht worden verwijderd of gemodificeerd (bijv. overbrugd) en moeten regelmatig worden geinspecteerd. Werkzaamheden aan de veiligheidsvoorzieningen mogenuitsluitend door een erkende monteur worden uitgevoerd. STIHL bevelt hiervoor de STIHL yakhandelaar aan.
Zorg voor een veilig gebruik van de machine dat alle moeren, bouteen en schroeven, met name de mesbevestigingsbout, goed+zijn vastgedraaid.
Om veiligheidsredenen moeten verslenen of beschadigde onderdelen meteen worden verrangen.
Controleer regelmatig of de grasopvangvoorziening (bijv. grasopvangbox, uitwerpkanaal) versleten of beschadigd is of Niet goedeer Werkt.
Vanwege het gewicht van de zitmaaier is bij werkzaamheden onder de machine grote voorzichtigheid geboden. Neem waarom contact op met uw vakhandelaar. STIHL beveelt de STIHL vakhandelaar aan. Deze beschikt over een werkput of een hydraulische werkbrug.
Controleer of de voor- en awhileen goed vastzitten.
Houd de zitmaaiers en de combi-appearaten voortdurend in onberispelijke staat, alle veiligheidsvoorzieningen要去en aanwezig en in onberispelijke staat zich.
Controleer of de banden voldoende spanning hebben. De in de gebruiksaanwijzing vermelde bandenspanning mag nicht worden overschreten.
Werk aan de snijeuenheid uitsluitend met veiligheidshandschoenen ( 4.5) en met de uiterste voorzichtigheid.
Controleer de werking van de rem met regelmatige korte tussenpozen en LAST eventuel de vereiste instellening of onderhoudswerkzaamheden door een erkende vakhandelaar uitvoeren. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan.
Ter voorkoming van vonkvorming als gevolg van kortsluiting要去 steeds eerst de minkabel (-) op de accu worden losgekoppeld en als alotste weeer erop worden aangesloten.

Rook bij ongeacht welke werkzaamheden aan de accu nooit. Houd vonden, open vuur en andere warmtebronnen ver
van de accu.
Bij het gebruik van startkabels is bijzondere voorzichtigheid geboden. Neem de desbeteffende instructies in acht ter voorkoming van schade aan de zitmaaier (in elk geval de starter maximaal 10 seconden ingedrukt honden). ( 12.2)
Voor het opladen van de accu met behulp van een ander laadsysteme moeten de aanwijzingen in het hoofdstuk "Accu laden" worden opgevolgd. ( 14.21)
Open nooit de accu en LASTDeze nicht vallen.
Laad de accu alltijd op in een gesloten, goed geventileerde, droge en gegen weersinvloeden beschermde ruimte.
Sluit de aansluitingen van de accu Niet kort.
Vervormde of defecte (lekkende) accu's mogen Nieteerwen gebruikt en moeten worden verrangen en milieuvriendelijk worden afgevoerd. Neem de nationale voorschriftn in acht.
Bij defecte accu's kan vloeistof uitlekken. Voorkom aanrakingen met de huid! Bij onbedoeld contact met water afspoelen. Indien de vloeistof in aanraking komt met de ogen, spoelt u deze eerst met water en consulteert u een arts. Uitstromende
accuvloeistof kan huidirritatie, brandwonden en bijtende plekkenveroorzaken.
Inspecteer de aansluitkabels op de accu regelmatig visueel op beschadigingen. Laat beschadigde kabels verrangen door een erkende monteur.
De zekeringen mogen nooit worden overbrugd. Plaats nooit een zekering met een andere dan de voorgeschreve capacititeit (ampere).
4.9 Opslag bij langdurige bedrijfsonderbrekingen
Laat de verbrandingsmotor afkoelen voordat u het apparaat in een afgesloten ruimte plaatst.
Bewaar de zitmaaier met een lege tank en de brandstofvoorraad in een aflsuitbare en goed geventileerde ruimte.
Bewaar de machine nooit met benzine in de tank in binnenruimtes waar eventuele benzinedampen met open vuur of vonden in aanraking kuren komen.
Als de tank moet worden afgetapt (b v. stilleggen voor de winterpauze), mag de brandstoftank uitsluitend in de open lucht worden geledigd (tank b v. in de open lucht leegrijden door de verbrandingsmotor te latent draaien).
Sla het apparaat in een veilige staat op.
De contactsleutel moet er altiijd worden uitgehaald en op een veilige plek worden bewaard om het onbevoed of ondeskundig gebruik door kinderen en andere Personen te voorkomen.
Reinig de zitmaaier voor het opslaan (bijv. winterpauze) grondig. Droge grasresten en bladeren in de buurt van de geluiddempster+kunnen ontbranden. Gevaar voor ontbranding!
Laat het apparaat volledig afkoelen voor dat u het bedekt.
Verricht voor het opslaan alle\ noodzakelijk\ onderhoudswerkzaamheden. ( 14.1)
Wanneer de zitmaaier gedurende langere tijd buiten werkung worden gesteld,要去en de accukabels worden losgekoppeld. STIHL raadt aan de accu te demonteren en deze volledig opgeladen in een droge en afgesloten ruimte op te slaan. ( 14.20)
Beveilig accu's gegen gebruik door onbevoegden (bijv. kinderen).
4.10 Afvoer
Afvalproducten zoals gebruikte olie of brandstof, gebruikte smeermiddelen, filters, accu's en soortgelijke slijtageonderdelen zich slecht voor mensen en dieren en+kunnen het milieu beschadigen. Ze要去en derhalve op de juiste wijze worden afgevoerd.
Neem contact op met het recyclingcenter of uw vakhandelaar voor nadere informatie over het deskundig afvoeren van afvalproducten. STIHL beveelt hiervoord de STIHL vakhandelaar aan.
Voer een apparaat aan het eind van de levensduur ervan op de waarvoor bestemde wijze af. Maak het apparaat onbruikbaar voordat het als afval worden verwerkt. Verwijder ter voorkoming van
ongevallen in het bijzonder de contactsleutel, de accu en de bougiekabel aan de verbrandingsmotor.
Kans op letsel door het maimes!
Laat ook een oude zitmaaier aan het eind van de levensduur nooit zonder toezicht staan. Bewaar de machine en in het bijzonder het maaimes algijd buiten het bereik van kinderen.
De accu moet gezehden van de machine worden afgevoerd. Zorg dat accu's veilig en milieuvriendelijk worden afgevoerd.
5. Toelichting van de symbolen

Opgelet!
Lees voor ingebruikname de gebruiksanawijzing en de veiligheidsinstrumenties en volg deze op.

Kans op letsel!
Trek voor alle werkzaamheden aan het snijgereedschap en onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de contactsleutel eruit.

Opgelet!
Wees voorzichtig voor rondvliegende voorwerpen - houd afstand en houd andereen uit de buurt.

Opgelet!
Houd bij een draaiende verbrandingsmotor rekening met wegslingerende onderden -werk met een grasopvangbox of een deflector (accessoire).

Kans op letsel!
Rijd of maai Niet op hellingen van meer dan 10^ (17%) .
Kans op kantelen!

Gevaar voor letsel!
Rijd of maai Niet in de lengterichting op hellingen vaneer dan 10^ (17%)
Kans op kantelen!

Kans op letsel!
Houd andere Personen uit deGeVarenzone.



Opgelet!
Kom bij een draaiende verbrandingsmotor nooit binnen het werkbereik van de maaimessen.
Kans op letsel!
Kans op brandwonden!
Raak hete oppervlakken Niet aan en houd afstand. Onderdelen van verbrandingsmotoren, met name geluideddempers, worden extreem heet.

Levensgevaar door vergiftigng!
Stop onmiddelijk met werken bij misselijkheid, hoofdpijn, zichststoornissen (zoals blinkvernauwing), slecht horen, duizeligheid of een verminder concentratievermögen. Deze symptomen kuren onder andere door een te hoge concentratie uitlaatgassen wordenveroorzaakt.

Levensgevaarlijk!
Benzine is gifting en in hoge mate ontvlambaar. Houd benzine uit de buurt van vonken, open vlammen, permanent brandend vuur, warmtebronnen en andere ontstekingsbronnen. Niet roken!
Schakel de verbrandingsmotor voor het bijtanken uit en LAST deze afkoelen.

Gevaar voor letsel!
Tijdens het werkden ontstaat lawaai.
Lawaai kan het gehoor beschadigen.
Draag gehoorbescheming.
6. Leveringsomvang
Omschrijving Stk.
- Basistoestel 1
- Contactsleutel 2
- Grasopvangbox 1
- Gebruiksaanwijzing 1
- Gebruikershandleiding verbrandingsmotor 1
7. Werkzaamheden voór de eerste ingebruikname

Waarschuwing!
Lees voorafgaand aan alle werken aan de zitmaaier het hoofdstuk "Voor uw veriligheid" zorgvuldig door en volg de instructies op! ( 4.)
Inhoud van de motorolie controleren. ( 14.13)
Brandstof bijtankan. ( 12.1)
- Brandstofkraan openen. ( 14.15)
- Bandenspanning optimaliseren.
(⇒ 14.9)
8. Bedieningselementen
8.1 Contactslot

Aanwijzing
De contactsleutel kan alleen worden ingestoken en uitgetrokken in de stand verbrandingsmotoruit (STOP).
Het contactslot mag alleen met de passende contactseutel worden bediend.
Gebruik nooit een schroevendraier of een soortgelijk voorwerp.

Contactsleutel (1) in het contactslot (2) steken.
Door te draaien aan de contactsleutel\ kunnen de volgende drie posities worden\ gekozen:
Verbrandingsmotoruit:
De verbrandingsmotor isuitgeschakeld of wordt stilgelegd.

Ontsteking aan en verbrandingsmotor loopt:
De ontsteking wordt ingeschakeld.
Na het starten springt de contactsleutel automatisch terug in deze positie en draait de verbrandingsmotor.

Verbrandingsmotor starten:
Wanneer aan alle
veiligheidstechnische aspecten
voir het starten is voldaan en de
contactseutel in deze positie worden
gedraaid, start de verbrandingsmotor.
Bij het loslaten van de contactseutel
springt deze waar'erug in de positie
"Verbrandingsmotor draait".

Aanwijzing
Bij uitgeschakelde verbrandingsmotor worden in positie "Contact aan" na 20 seconden een signaaltoon geactiveerd. Het geluidssignaal geeft aan dat de accu worden ontladen. Contactsleutel voor deactiveren van de signaaltoon in positie "Verbrandingsmotor uit" draaien of verbrandingsmotor starten.
8.2 Gashendel met chokefunctie
Met de gashendel worden het toerental van de verbrandingsmotor geregeld. Gashendel voor het starten van de verbrandingsmotor in de chokestand zetten.

Schade aan het apparatus vermijden!
Zodra de verbrandingsmotor draait, de choke uitschakelen. Gashendel bij draaiende verbrandingsmotor nooit in choke-stand zetten.
Chokestand:

gashendel (1) geheel maar voren in de chokestand schuiven (op klikstand letten).
Toerental van de verbrandingsmotor instellen:


bij het maaien en voor het starten van de warme verbrandingsmotor de gashendel in MAX-positie zetten.


Wanneer de gashendel (1) maar voren of maar achefteren worden geschoven, verandert het verbrandingsmotortoerental en bij een ingeschakeld maaiwerk het toerental van het maaimes.
Positie MAX:
maximaal toerental van de verbrandingsmotor
Positie MIN:
minimaal toerental van de verbrandingsmotor
Met de schakelaar maaiwerk kan het maaiwerk bij een draaiende verbrandingsmotor en met inachname van alle veiligheidvoorzieningen ( 11.) (204) worden ingeschakeld.

Schade aan het apparatus vermijden!
Schakel het maaimes nicht in in hoog gras of in de laagste snijstand.
Schakel het maaiemes uitsluitend bij een maximaal toerental van de verbrandingsmotor in.
Maaiwerk inschakelen

Druk de bovenste schakelaar (1) tot aan de aanslag in.
Maaiwerk uitschakelen

Druk de onderste schakelaar (1) in tot aan de aanslag.
Indien nodig kan de elektronica zodenig worden geprogrammeerd dat het maaiwerk bij een volle grasopvangbox automatisch wordenuitgeschakeld. ( 12.8)
8.4 Veiligheidsschakelaar awhile maaien
Met de veiligheidsschakelaar
achteruit maaien worden het
maaiwerk vrijgeveen voor het
maaien in de rijrichting achechteruit. Indien
geen vrijgave volgt, worden het maaiwerk uit
veiligheidsoverwegingen automatisch
ontkoppeld.

Voor het achechteruit maaien de veiligheidsschakelaar achechteruit maaien (1) binnen een vastgelegd tjidsvenster met de linker voet een keer kort indrukken.
Vrijgave bij ontkoppeld maaiwerk:
Zitmaaier stoppen en de rijrichting awhilekien. ( 8.5)
Veiligheidsschakelaar awhile maaien met de linkervoet een keer kort indrukken.
Maaiwerk inkoppelen en achechteruit maaien binnen de 5 seconden starten. ( 8.3)
Een vrijgave is ook tot 1 seconde na het starten möglichk.
Vrijgave bij ingekoppeld maaiwerk:
Veiligheidsschakelaar achechteruit maaien bij lopend maaiwerk met de linkervoet een keer indrukken.
Binnen 5 seconden in de rijrichting awhile omschakelen en verder maaien. ( 8.5)
Een vrijgave is ook tot 1 seconde na het wisselen van rijrichting möglichk.

Als de veiligheidschakelaar
achteruit maaien permanent worden
inedrucht, dan moet de schakelaar
binnen een tijdsvenster losgelaten
worden en opnieuw bediend
worden.
8.5 Keuzehendel rijrichting
Met behulp van keuzehendel rijrichting worden de rijrichting gekozen.

Na bedieren van het
aandrijfpedaal rijdt de zitmaaier in de
gekozen richting - door alleen maar de
keuzehendel rijrichting te bedieren zet het
apparaat zich nicht in beweging.

Bij een ingedrukt aandrijfpedaal is de keuzehendel rijrichting om veiligheidsredenen geblokkeerd. Voordat u de keuzehendel rijrichting activeert moet u daaromeeerst het aandrijfpedaal loslaten.
Rijrichting kiezen:

Rijrichting vooruit: Zet de keuzehendel rijrichting (1) in de voorste positie.
Rijrichting achechteruit:
Zet de keuzehendel rijrichting (1) in de**
achterste positie.
8.6 Stuurwiel

Waarschuwing!
Houd het stuurwielijdens het rijden altijd met beiden handen vast.

Door het stuurwiel (1) maar links of的那一
rechts R te draaien, verandert u de
rijrichting van de zitmaaier.
Hoe verder het stuurwiel (1) worden
gedraaid, des tekleiner wordt de
draaicirkel.
8.7 Verstelhendel bestuurdersstoel
De stoei kan in zeven verschillende standen worden versteld.

Verbrandingsmotor uitschakelen. ( 12.3)
Op de bestuurdersstoel plaats nemen en de rechterhand op het stuurwiel leggen.

1 Til met de linkerhand de verstelhendel bestuurdersstoel (1) omhoog en houd deze vast.
Bestuurdersstoel (2) in de gewenste stand zetten. Daarna hendel hoogteverstelling bestuurdersstoel loslaten en vastklikken.
8.8 Aandrijfpedaal

Aanwijzing
Controleer voor het induwen van het aandrijfpedaal of de juiste rijrichting op de keuzehendel rijrichting is geselecteerd.
Na het aantrekken van de handrem of het induwen van het rempedaal kan het aandrijfpedaal Niet worden ingeduwd.
Met behulp van het aandrifpedaal worden de rijnsnelheid traploos geregeld.


Stoppen:
Haal uw voet van het aandrijfpedaal (wielaandrijving) (1).
Rijsnelheid verlagen:
Laat het aandrijfpedaal (1)ietspokomen.
Rijsnelheid verhogen:
Duw het aandrijfpedaal (1) in.


8.9 Rempedaal
Met behulp van het rempedaal kan het apparaatijdens het rijden worden afgeremd of in stilstand worden geblokkeerd.

Trap het rempedaal (1) in.
Hoe krachtiger het rempedaal (1) worden ingetrapt, des te meer worden de anschterwielen afgeremd.

Waarschuwing!
Gebruik het apparaat nooit als derem defect is.
Laat een defecte rem algtd door een vakhandelaar repareren of afstellen.
STIHL beveelt hiervoord de STIHL vakhandelaar aan.
Probeer nooit zich de rem te onderhoden.
8.10 Handrem
Door de aangetrokken handrem worden de awhileen van de machine geblokkeerd. Daardoor wordt voorkomen dat de zitmaaier zichzelf in beweging kan zetten (b.v. op hellingen enz.).

Aanwijzing
Controleer voor het aantrekken van de handrem elke keer de werkig van de rem.
Handrem aantrekken

Duw het rempedaal (1) met uw voet tot aan de aanslag in en houd het vast. Trek aan de handremhendel (2).
Laat het rempedaal werk los. De handrem is geactiveerd wonneer het rempedaal ingetrapt blijft.
- Laat de handremhendel los. Deze klapt maar onderen.
- De weiterwielen zijn geblokkeerd.
Handrem loszetten

Duw met uw voet het rempedaal (1) korte tijd in.
- Het rempedaal keert'erug maar de oorspronkelijke uitgangspositie (dieniet-ingetrapte toestand).
- De handrem is gedexeerd en de中断wienen zijn nicht meer geblokkeerd.
8.11 Hendel snijhoogteverstelling
Met de hendel snijhoogteverstelling\ kunnen 6 snijstanden worden ingesteld.
Hendel snijhoogteverstelling ontgrendelen

Kans op letsel!
Voor het ontgrendelen van de hendel snijhoogteverstelling de hendel aan de greed goed vasthouden.
Om veiligheidsredenen de hendel snijhoogteverstelling ontgrendelen verwijl de machine stil staat.

Hendel snijhoogteverstelling (1) maar binnen (aar bestuurdersstoel) trekken en vasthouden.
- De hendel snijhoogteverstelling is ontgrendeld en de snijhoogte kan worden versteld.
Hendel snijhoogteverstelling vergrendelen

Hendel snijhoogteverstelling (1) langzaam met de hand maar buiten duwen tot de hendel snijhoogteverstelling in een klikstand vastklikt.
8.12 Hendel voor ledigen grasopvangbox
Met behulp van de hendel voor het ledigen van de grasopvangbox kan de grasopvangbox comfortabel worden geledigd zonder dat de gebruiker de bestuurdersstoel hoeft te verlaten.
Maaiwerk uitschakelen. ( 8.3)
Voor het ledigen van de grasopvangbox moet de machine afremmen tot deze stilstaat.
- Houd het rempedaal ingedrukt of trek de handrem aan.

Trek de hendel voor het ledigen van de grasopvangbox (1) maar bovenuit.

Druk de hendel voor het ledigen van de grasopvangbox (1) maar voren (in de richting van de stoel). De grasopvangbox (2) zwenktaar boven en het maigoed valt eruit.
- Laat de hendel voor het ledigen van de grasopvangbox langzaam zakken totdat de grasopvangboxeer op dechterkant vastklikt.
- Druk de hendel voor het ledigen van de grasopvangbox omlaag en zet deze in de ingetrokken uitgangsstand.
8.13 Ontgrendelhendel grasopvangbox

Waarschuwing!
Let op dat u bij het bedieren van de ontgrendelhendel grasopvangbox geen vingersbeknelt.
De ontgrendelhendel van de
grasopvangbox bevindt zich onder de
handgreep van de grasopvangbox.
Voor het vasthaken of loshaken van de
grasopvangbox moet de ontgrendelhendel
van de grasopvangbox omhoog worden
getrokken en worden vastgehonden.
Grasopvangbox ontgrendelen:

Trek de ontgrendelhendel van de grasopvangbox (1) helemaal maar boven en houd deze vast.
- De grasopvangbox is ontgrendeld en kan worden verwijderd.
Grasopvangbox vergrendelen:

Laat na het vasthaken van de
grasopvangbox de uitgetrokken
ontgrendelhendel van de grasopvangbox
(1) los. Let er hierbij op dat de
vergrendeling weer volledig vastklikt.
- Na het vergrendelen is de grasopvangbox waar aan de machine bevestigd.
8.14 Hendel voor vrijloop transmissie
De transmissie kan met behulp van de hendel voor vrijloop transmissie worden losgekoppeld (bijv.oor het duwen van het apparatus) of worden vastgekoppeld (voor de wielaandrijving).

Waarschuwing! Kans op kneuzingen!
De hendel voor vrijloop transmissie mag uitsluitend op een vlakke ondergrond worden uitgetrokken, omdat de machine zichelf in beweging kan zetten.
Bij het parkeren van de machine met een losgekoppelde transmissie要去 altd de handrem worden aangetrokken.

Aanwijzing
De hendel voor vrijloop transmissie mag uitsluitend wordenuitgetrokken wonneer de zitmaaierwordt verplaatst.
Transmissie loskoppelen

Trek de hendel voor vrijloop transmissie (1) tot de aanslag maar buiten.
Transmissie inschakelen

Druk de hendel voor vrijloop transmissie (1) omhoog en waar binnen tot de aanslag.
8.15 Peilindicator (grasopvangbox)
Als de grasopvangbox is gemuld, worden een continue toon geactiveerd. Hierdoor wordt gemeld dat de grasopvangbox te ledigen is.
De continue toon wordt door het ontkoppelen van het maaiwerk gedeactiveerd.
Door het veranderen van de lenghte van de peilindicator (grasopvangbox) worden het tijdstip van het signaal voor de bevulde grasopvangbox beinvloed.
Hiermee kunt u het vullen van de grasopvangbox afstemmen op de kwaliteit van het maigoed.
Meestal regelt een kortere sensor dat het signaal later wordt geactiveerd (de grasopvangbox worden valler gemaakt, ideaal bij zeer droog maigoed).
De peilindicator kan in 6 standen worden versteld.
Bij de aflevering is de peilindicator (grasopvangbox) geheel uitgetrokken.
Sensor inhoudsindicator verstellen:
- verbrandingsmotor uitschakelen.
(⇒ 12.3)
Handrem aantrekken. ( 8.10) - Grasopvangbox wegemen. ( 12.10)

De schuif (1) van de inhoudsindicator (grasopvangbox) door te verschuiven in pijlichting langer of korter make.
- Grasopvangbox vasthaken. ( 12.10)
9. Elektronica
De zitmaaier is uitgevoerd met elektronica die elke keer voor het starten en tijdens het bedrivf alle veiligheidsvoorzieningen controeert en zo een veilig gebruik waarborgt.
9.1 Zelfdiagnose bij het starten
Voorafgaand aan het starten van de verbrandingsmotor voert de elektronica een zelfdiagnose uit. Hierbij worden schakelaars, kabels enz. gecontroleerd op hun goede werkung.
Activeren van de zichdiagnose:
Ga op de bestuurdersstoel zitten.
Zet de handrem los. ( 8.10)
- Draai de contactsleutel in de positie "Contact aan" ( 8.1) - bedien hierbij geen schakelaar en geen pedaal.
Zelfdiagnose zonder storing:
Een korte pieptoon wordt geactiveerd - de elektronica is geactiveerd en de zitmaaier is startklaar.
- Start de verbrandingsmotor. (⇒ 12.2)
Zelfdiagnose met storing:
Een ononderbroken pieptoon of drie opeenvolgende pieptonen worden geactiveerd.
Een ononderbroken pieptoonduidt op een storing in de elektronica of een verkeerd aangesloten accu.
- Draai de contactsleutel in de stand "Verbrandingsmotor uit". (⇒ 8.1)
- Controleer de polariteit van de accuansluitingen en sluit de kabel eventeel juist aan. ( 14.19)
Herhaal de zichfdiagnose. Als de ononderbroken pieptoon ook na de correcte aansluiting van de accu actief blijft, is er een elektronicadefect. Neem contact op met uw vakhandelaar. STIHL beveelt de STIHL vakhandelaar aan.
Drie oepenvolgende pieptonen wijzen op een elektrisch defect (kortsluiting) of defect aan de zitcontactschakelaar. De verbrandingsmotor kan nicht worden gestart.
- Draai de contactsleutel in de stand "Verbrandingsmotor uit". (⇒ 8.1)
- Laat de vakhandelaar een gedetailleerde diagnose uitvoeren. STIHL beveelt hiervoord STIHL vakhandelaar aan.
9.2 Defect aan de zitmaaierijdens bedrivf
De elektronica houdt toezicht op een veilige toestand tijdens het werken. Bij een elektrisch defect (kortsluiting, losse stekker, kabelbreuk) worden drie oepenvolgende pieptonen geactiveerd.
De verbrandingsmotor wordenuitgeschakeld.
Werkwijze:
Draai de contactsleutel in de stand "Verbrandingsmotor uit". (8.1)
Activeer de zelfdiagnose. ( 9.1)

Als het defect zich kan worden verholpen, is een gedetailleerde diagnose vereist. Neem contact op met uw vakhandelaar. STIHL beveelt de STIHL vakhandelaar aan.
9.3 Storing in de elektronica
In zeldzame gevallen kan er tijdens het gebruik een storing in de elektronica zich optreden. Een ononderbroken pieptoon worden geactiveerd en de verbrandingsmotor valt stil.
Werkwijze:
- Draai de contactsleutel in de stand "Verbrandingsmotor uit". (⇒ 8.1)
Activeer de zelfdiagnose. ( 9.1) - Start de verbrandingsmotor opniew.
(⇒ 12.2)
Als het defect nicht kan worden verholpen, is een gedetailleerde diagnose vereist. Neem contact op met uw vakhandelaar. STIHL beveelt de STIHL vakhandelaar aan.
10. Aanwijzingen voor werken
Waarschuwing! Kans op letsel!
Neem voor elke ingebruikname alle informatie door voor het veilig werken met de machine. Werk op hellingen altijd bijzonder opmerkzaam en voorzichtig.
Aanwijzing
Controleer voor het maaien of het maaiwerk goed is ingebouwd. Kies bij de eerste ingebruikname van uw apparaat een vlakke, effen ondergrond en maai als proofrechte en iets overlappende stroken. Gras moet altijd in droge staat worden gemaad.
Een fraai en vol gazon ontstaat
- door te maaien met een hoog toerental van de verbrandingsmotor (gashendel in de positie MAX) en een lage rijnsnelheid.
-
door het gazon vaak te maaien en kort te houden.
-
wonneer bij warm en droog waar het gazon Niet te kort gemaaid worden, omdat het anders verbrandt door dezon en leijk worden.
- met een scherp maaimes. Daarom het maaimes regelmatig slijpen of verrangen.
- door in tegengestelde richtingen te maaien.
Maaien van lang gras
Bij zeer lang gras is het better om het gazon twee keer te maaien:
- de eerste keer maaien met een hoge snijstand, maximaal torental van de verbrandingsmotor en een lage rijnsnelheid;
- de tweede keer de gewenste snijstand kiezen en het maximale toerental van de verbrandingsmotor instellen. Pas de rijnselheid aan de staat van het gazon aan.

Waarschuwing - Brandgevaar! Overbelasting van aandrijving maaiwerk vermijden. Door overbelasting kan de V-riem voortdurend gaan slippen waardoor uiteindelijk brandgevaar als gevolg van oververhitting ontstaat.
Vreemde geluiden, bijv. een knarsende V-riem (schurend geluid), zijn tekenen van overbelasting. Daarom in hoog gras nooit met een verstoptuitwerpkanaal of een gemulde gesopvangbox maaien; indien nodig een mulchkit (speciale accessoire) gebruiken.
Het maaiwerk要去 vooral bij de Vriem steeds worden ontdaan van ontvlambaar materiaal (gras, bladeren, enz.) en regelmatig worden schoongemaakt, om brandgevaar te voorkomen.
Voorkomen van verstoppingen in hetuitwerpkanaal
Als het uitwerpkanaal met gras verstopt raakt, verlaagt u de rijnselheid. Deze kan te hoog zijn voor de kwaliteit van het gazon. De schuif van de peilindicator要去 tevens compleet worden uitgetrokken. ( 8.15)
Als het probleem aanhoudt, is de oorzaak waarschijnlijk gelegen in beschadigde of versleten vleugels van de maaimessen. Maaimes verrangen.
Bovendien moeten het maaiwerk, hetuitwerpkanaal en het maaimes na elkgebruik worden gereinigd, zodat er geengrasresten aankoeken.
Bemesten
Bij het maaien worden er permanent voedingsstoffen aan de bodem onttrokken. Deze+kunnen door middel van een hoogwaardige gazonmest wee worden aangevuld. In de regel volstaan drie bemestingssessions per maaseizoen. Hierbij moet het gazon droog+zijn om te voorkomen dat de mest aan de grassprieten blijt kleven, waardoor deze verbranden. Besproei het gazon achefteraf met water om de mest in elk geval van de sprieten te spoelen. (Volg de verwerkingsinstrumentes van de fabrikant op.)
Met grasafval is een natuurlijke bemesting möglich. Hiervoor gebruikt u een mulchkit. De mulchkit is als special accessoire verzrikjgbaar en worden nicht standarde meegeleverd. (Voor nadere informatatie verwijzen wij u maar uw STIHL vakhandelaar.)
Bodemontziend werken
De belangrijkste factoren voor bodemontziend werken zijn de gezende techniek en de vochtigkeit van de bodem.
Voor een goed maairesultaat moet de rijnselheid worden aangepast aan de staat van het te maaien gris (lengthen volheid) en de vochtigheidsgraad van het gazon.
Bij te kort genomen bochten neemt de belasting op de grasnerf toe. Dit levert met name bij een nat gazon slechte maairesultaten op, odomat de wielen in het zachte gazon wegzakken.
11. Veiligheidsvoorzieningen
Voor een veilige bediening en ter voorkoming van onjuist gebruik is het apparaat van verschillende veiligheidsvoorzieningen voorzien.

Kans op letsel!
Bij een eventuele defect aan een van de veiligheidsvoorzieningen mag het apparaat Niet in bedrivf worden genomen. Neem contact op met een vakhandelaar. STIHL beveelt de STIHL vakhandelaar aan.
Voor het starten van de verbrandingsmotor要去 in elk geval:
- het maaiwerk moet uitgeschakeld zichn,
-het rempedaal ingeduwd of de handrem aangetrokken zich.
De verbrandingsmotor zal wordenuitgeschakeld als de gebruiker
- de bestuurdersstoel verlaat verwijl het maaiwerk is ingeschakeld,
- bij ingeschakeld maaiwerk de grasopvangbox Kantelt of optilt of deflector (speciale accessoire) weghaalt,
- de bestuurdersstoel verlaat verwijl de handrem Niet is aangetrokken.
Geintegreerde messen-uitlooprem:
Na het uitschakelen komen de maaimessen pas na 5 seconden tot stilstand.
Opmerking
Na het inschakelen van het maaiwerk draaien de maaimessen en is er een windgeruis te horen. De nalooptijd duurt even lang als het windgeruis na het uitschakelen. Dit kan met een stopwatch worden gemeten.
Meet ter controle van de geintegreerde messen-uitlooprem met een stopwatch de duur van het windgeruis na het uitschakelen.
Als dit longer duurt dan 5 seconden: neem contact op met een STIHL vakhandelaar.
12. Apparaat in gebruik nemen

Kans op letsel!
Lees voor het in bedrijf stellen het volledige hoofdstuk "Voor uw veiligheid" zorgvuldig door en volg de instructies op. ( 4.)
Om veiligheidsredenen mag het apparaat Niet op hellingen steiler dan 10^ (17,6%) worden gebruikt. 17,6% helling betekent een verticale stijging van 17,6 cm bij 100~cm horizontale lenghte.
Maak uzelf voor ingebruikskname vertrouwd met de bedieningselementen van het apparatusat. ( 8.)
- Neem voor de ingebruikname het onderhoudsschema door en voer al deoodzakelijk onderhoudswerkzaamhedenuit. ( 14.1)
- Controller vór elk gebruik de veiligheidsvoorzieningen. (⇒ 11.) De zitmaier mag Niet in bedrivf worden genomen als er veiligheidsinrichtingen ontbreken, beschadigd, overbrugd of gewijzigd zich.
12.1 Brandstof bijtanken
Maximale tankinhoud:
6liter
Brandstofadvies:
loodvrije benzine, verse
merkbrandstoffen.
Gegevens over de brandstofkwaliteit (octaangetal) vindt u in de
gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor.

Tankdop (1) losdraaien en verwijderen.
-
Verbrandingsmotor uitschakelen en latente afkoelen (handwarm). (12.3)
Handrem aantrekken. ( 8.10) -
Brandstof met behulp van een geschikte vultrechter (niet meegeleverd) langzaam en voorzichtig bijtanken. Om overlopen te voorkomen,要去 het bijtanken in meerde stappen worden opgedeeld. Inhoud van de tank tussen de verschillende stappen visueel op de tankindicatie controeren. Hoe更是 brandstof reeds werden bijgetankt,des tekleiner moeten de hoeveelheden per stap worden.

Het brandstofpeil in de tank kan via de tankindicatie (2) worden afgelezen. De tank met brandstof vullen tot het brandstofpeil de bovenste marketing bereikt.
Tankdop aanbrengen en erin draaien. Vervolgens de tankdop handvast vastdraaien.
- Veeg gemorste brandstof droog en LAST deze even verdampen, voordat de verbrandingsmotor worden gestart.
12.2 Verbrandingsmotor starten

Schade aan het apparaat vermijden!
Start de verbrandingsmotor Niet onmiddelijk, kaak dan een pauze tussen de startupingen.
Contactsleutel nooit langer dan 10
sequonden in de positie
"Verbrandingsmotor starten" zetten.
Vór het starten:
- Motoroliepeil controlleren. ( 14.13)
- Grasresten uit het maaiwerk en de motorruimte verwijderen.
- Controller brandstof en tank indien nodig bij. (⇒ 12.1)
- Controller vór elke ingebruikname of de rem goed werkt. (⇒ 12.5)
- Alle persoonlijke instellingen (verstelling bestuurdersstoel) op het apparaat doorvoeren – Niet bij draaiende verbrandingsmotor!
- Start het apparaat Niet als er Personen, in het bijzonder kinderen, of dieren in de buurt zich.
Startvolgorde:
brandstofkraanopen.(14.15)
Ga op de bestuurdersstoel zitten.
- Het rempedaal voor het starten tot aan de aanslag intrappen en vasthouden of de handrem aantrekken. ( 8.9) , ( 8.10)
- Contactsleutel in het contactslot steken en in de stand "Contact aan" draaien. (⇒ 8.1)
Gashendel in choke-stand zetten. ( 8.2)
- Contactsleutel in de stand "Verbrandingsmotor starten" draaien. De verbrandingsmotor start. Zodra de verbrandingsmotor draait, contactsleutel loslaten. Deze springt vanzelf terug in de stand "Verbrandingsmotor draait".
Gashendel bij draaiende verbrandingsmotor in MAX-stand terugzetten. Op klikstand letten! ( 8.2)
Bij draaiende verbrandingsmotor kan de voet van het rempedaal worden genomen of de handrem worden losgezet.
12.3 Verbrandingsmotor uitschakelen
- Rem het apparaat af totdat het stil staat.
Maaiwerk uitschakelen. ( 8.3)
Gashendel in de MIN stand zetten. ( 8.2) - Contactsleutel in de positie "verbrandingsmotor uit" draaien. De verbrandingsmotor worden uitgeschakeld.
Handrem aantrekken. ( 8.10)
Eventueel de brandstofkraan sluiten. ( 14.15) - De contactsleutel eruit trekken en veilig bewaren.
12.4 Rijden

Waarschuwing!
Kies op ongebaande paden alkijd een lagere rijnselheid. Elke keer dat u van rijrichting verandert, met name op hellingen, moet de rijnselheid overeenkomstig verlaagd worden.

Schade aan het apparatus vermijden!
Altijd met het maximale toerental van de verbrandingsmotor rijden om een ideale koppeleng van de transmissie te garanderen. De rijnselheid dus alleen met het aandrijfpedaal en Niet met de gashendel regelen.
Voor het rijden:
- werking van de rem controlleren.
Hendel van de transmissie inschakelen. ( 8.14) - Verbrandingsmotor starten. ( 12.2)
Vooruit rijden:
- gashendel in de MAX-stand zetten.
(⇒ 8.2)
Rijrichting vooruit kiezen. ( 8.5)
Handrem loszetten, indien aangetrokken. ( 8.10) - Aandrijfpedaal bedieren, het apparaat zet zich vooruit in beweging.
Achteruit rijden:
- gashendel in de MAX-stand zetten.
(⇒ 8.2) -
Rijrichting anscheruit kiezen. ( 8.5)
Handrem loszetten, indien aangetrokken. ( 8.10) -
Aandrijfpedaal intrappen, het apparaat zet zich achteruit in beweging.
12.5 Remmen
Rijnselheid door lossen van het aandrijfpedaal verminderen, abrupt remmen bij volle rijnselheid vermijden. ( 8.8)
- Rempedaal gelijkmatig induwen totdat het apparaat tot stilstand komt. ( 8.9)
12.6 Snijhoogte instellen

Kans op letsel!
De snijhoogte enkel aanpassen als het apparaat stil staat.
- Rem het apparaat af totdat het stil staat.
Hendel snijhoogteverstelling ontgrendelen en vasthouden. ( 8.11) - De snijhoogte kan in 6 standen worden ingesteld door de hendel snijhoogteverstelling omhoog en omlaag te bewegen.
Hendel snijhoogteverstelling vergrendelen. ( 8.11)
Snijstand 1:
laagste snijhoogte (35 mm)
Snijstand 6:
hoogste snijhoogte (90 mm)
12.7 Maaien

Wordt het maaiwerk tijdens het rijden ingeschakeld, dan worden het toerental van de verbrandingsmotor door de extra belasting (aanloop van het maaimes) bij het starten van de maaimessen gedurende korte tijd lager.
Vór het maaien:
Hoofdstuk "Opmerkingen bij het werken" lezen en opvolgen. ( 10.)
- Werk algid bij een maximaal toerental van de verbrandingsmotor. Het maaimes is voor dit toerental geoptimaliseerd, hierdoor krijgt men het Beste maairesultaat en de.best aanzuigende werking voor het verzamelen van het maaigoed.
Het maaiwerk in de volgende volgorde koppelen:
- verbrandingsmotor starten. ( 12.2)
Gashendel in de MAX-stand zetten. ( 8.2)
Zitmaaier op het te maaien gazon rijden. Schakel het maaiwerk Niet in hoog gras of in de laagste snijstand in. Maaiwerk allen koppelen wonneer het apparaat al op het te bewerken gazon staat.
Vooruit maaien:
Rijrichting vooruit ( 8.5) kiezen, aansluitend het maaiwerk door indrukken van de schakelaar maaiwerk koppelen. ( 8.3)
Achteruit maiaen:
Rijrichting achechteruit ( 8.5) kiezen, en veilighheidsschakelaar achechteruit maaien ( 8.4) eenmaal kort indrukken, aansluitend het maaiwerk door indrukken van de schakelaar maaiwerk binnen 6 secondenkoppelen. ( 8.3)
Tijdens het maaien:
- gashendel in de MAX-stand zetten.
(⇒ 8.2) - De rijnselheid algid aan de grashoogte of de snijstand aanpassen. Kies bij hoog gras of de laagste snijstand een lage rijnselheid.

Een continue toon wijst op een gemulde grasopvangbox. ( 12.9)
Rijrichting wisselen bij gekoppeld maaiwerk:
Voor het achechteruit maaien de veilgheidsschakelaar achechteruit maaien binnen een vastgelegdijdsvenster (5 seconden voor of 1 seconde na het omschakelen) een keer indrukken. ( 8.4)
Apparaat op het gazonvlak tot stilstand brengen en de gewenste rijrichting met de hendel keuze rijrichting instellen. ( 8.5)
Maaienverderzetten.
Het maimes in de volgende volgorde uitschakelen:
-
rijd maar een reeds gemaaid gazon of selecteer de hoogste snijstand van het maaiwerk. (→ 8.11)
-
Maaiwerk uitschakelen door opniew op de maaiwerkschakelaar te drukken. (8.3)

Kans op letsel!
Houd na het uitschakelen van het maaiwerk rekening met de uitloop. Het duurt even (tot. 5 seconden) voordat het maaimes tot stilstand komt. ( 11.)
12.8 Programmeren van het automatisch ontkoppelen van het maaiwerk
De elektromagnetische messenkoppeling kan zodanig worden geprogrammeerd dat het maaiwerk bij een volle grasopvangbox automatisch worden ontkoppeld. Dit verhoegt het gebruiksgemak, aangezien het verstoppen van het uitwerpkanaal kan worden voorkomen.
Schakel de verbrandingsmotoruit. ( 12.3)
- Draai de contactsleutel in de positie "Contact aan". (→ 8.1)
Wacht op zelfdiagnose van de elektronica.
- Zet de keuzehendel rijrichting op vooruit.
Bedien de veiligheidsschakelaar awhiletijden en het aandrijfpedaal tegelijkkertijd gedurende 5 seconden. Een korte pieptoon wijst erop dat de automaat ingeschakeld is. - De huidige instelling worden permanent opgeslagen.
Zet de keuzehendel rijrichting op vooruit.
Bedien de veiligheidsschakelaar awhiletijden en het aandrijfpedaal tegelijkkertijd gedurende 5 seconden. 3 korte opeenvolgende pieptonen wijzen erop dat de automaatuitgeschakeld is.
- De huidige instelling worden permanent opgeslagen.
12.9 Grasopvangbox ledigen

Kans op letsel!
De grasopvangbox mag uitsluitend op vlakke ondergronden worden geledigd, odomat het zwaartepunt door het omhoog zwenken van de grasopvangbox verandert en zo de kans op kantelen toeneemt.

Wanner er tijdens het maaien een ononderbroken toon klinkt, is de grasopvangbox vol en moet deze worden geledigd.
Maaiwerk uitschakelen. Na het uitschakelen van het maaiwerk gaat deze toonuit.
Grasopvangbox wordt nicht helemaal gevuld
- Controlleren of het uitwerpkanaal gemonteerd is. ( 14.6)
Peilindicator (grasopvangbox) juist instellen. ( 8.15)
Bij het ledigen van de grasopvangbox het uitwerpkanaal op verstoppen controleren en indien nodig reinigen.
Vleugels van het maaimes op beschadiging of slijtage controleren en indien nodig verrangen.
Grasopvangbox ledigen
- Maaiwerk uitschakelen. ( 8.3) De ononderbroken toon klinkt nichteer.
- De hoogste snijstand van het maaiwerk selecteren. (⇒ 8.11)
- De machine verplaatsen maar de plek waar het maigoed wordenuitgeworpen.
Hendel voor het ledigen van de grasopvangbox uittrekken en waar voren drukken. ( 8.12) De grasopvangbox zwenktaar boven en het maaigoed valtuit de grasopvangbox. - Met een omhoog geklapte grasopvangbox eventuele iets waar voren rijden, zodate het maiaigoed uit de grasopvangbox kan vallen.
- De grasopvangbox kort omhoog en omlaag zwenken, opdat het maigoed volledig uit de grasopvangbox valt.
- De hendel voor het ledigen van de grasopvangbox langzaam waar achteren lately komen en de grasopvangbox weeer op de achechterkant vastklikken.
- De hendel voor het ledigen van de grasopvangboxeer loslaten en omlaag drukken tot deze waar in de ingetrokken uitgangsstand is.
12.10 Grasopvangbox wegemen en vasthaken
Voorhetwegnemen:
maaiwerk uitschakelen. ( 8.3)
- Grasopvangbox ledigen. ( 12.9)
Handrem aantrekken. ( 8.10)
Verbrandingsmotor uitschakelen. ( 12.3)
Bij het wegemen en vasthaken van de grasopvangbox要去 de beugel voor het ontgrendelen van de grasopvangbox.altijd in de ontgrendelde stand worden gehonden totdat de grasopvangbox volledig is verwijderd of vastgehaakt.

Grasopvangbox verwijderen
Trek de beugel ontgrendeling
grasopvangbox (1) maar boven en houd\
deze vast.

Grasopvangbox (2) verwijden.

Grasopvangbox inhaken
Grasopvangbox (2) aan beiden haken (3) op dechterwand bevestigen.
- Ontgrendelhendel grasopvangbox indrukken en vasthonden. (⇒ 8.13)

Grasopvangbox (2) tot aan de aanslag\ aar boven klappen.
- Ontgrendelhendel grasopvangbox loslaten en erop letten of de grasopvangbox vastklikt. (⇒ 8.13)
Als het apparaat zonder
grasopvangbox of deflector
(toebehoren, Niet meegeleverd)
wordt gebruikt, kan het maaiwerk
niet worden ingeschakeld.
In dat geval worden de
verbrandingsmotor automatisch
uitgeschakeld.
12.11 Trekken van lasten
Gevaar voor letsel! Bij het transport van lasten wijzigende rijiegenschappen van het apparaat (zoals een langere remweg). Hoe zwaarder de last, hoe sterker de rijiegenschappen veranderen! Kies bij het trekken van lasten algid een lage rijnselheid.
Voorkom schade aan het apparaat! Op hellingen worden de maximale treklast minder.
- Controleer voor het vasthaken vanlasten of de rem goed functioneert.12.5

Maximaal gewichtaanhanger opvlakke
ndergrund = 250~kg Maximaal gewichtaanhanger bij een
maximale stijing van 10^ = 100kg

Maximale kogeldruk = 40 kg
Maximale treklast = 40 kg
Een treklast van 40 kg aan de trekhaak worden op een vlakke ondergrond bereikt bij het trekken van een aanhanger met een gewicht van 250 kg.
12.12 Gebruik op hellingen
- Controller vóor elk gebruik op een helling of de rem goed werkt. (12.5)
Op hellingen altijd in de lengterichting rijden. Bij het dwars rijden is er meer kans op kantelen - let op de maximum helling. (4.7)
Op hellingen vermijden om van richting te veranderen, als dat tochoodzakelijk blijkt te zich moet u hierbij uiterst voorzichtig te werk gaan.
12.13 Orientalhulp
Aanwijzing De nauwkeurigheid van de orientatiehulp hangt af van de lichaamslengte van de gebruiker en van de instelling van de bestuurdersstoel.
Om ongemaide gedeelten:tussen meerdere maabanen te voorkomen, is het apparaat uitgevoerd met een orientatiehulp.
- De gebruiker zit op de bestuurdersstoel.

Als de orientatiehulp zich (1) vanaf de bestuurdersstoel gezien precies op de maairand (overgang van reeds gemaad gazon waar nicht gemaad gazon) bevindt, dan wordt het gazon met een overlapping (A) van ca. 5 cm gemaad. Bij een overlapping maait het maaimes ca. 5 cm in de reeds gemaadte maalbaan. Zo blijven er gegardeerd geen ongemaaide gedeelten:tussen de beiden maabanen awhile.
13. Maaiwerk
Overzicht van de onderdelen van het maaiwerk in gemonteerde staat

1 Maaiwerk
2 V-riem
3 Borgsplitpen
4 Bevestigingsbout
5 Hendel V-riemspanner
6 V-riempoelie
7 Maaiwerkophanging voor
8 Maaiwerkophanging anschter
13.1 Maaiwerk demonteren

Kans op letsel!
Lees voorafgaand aan alle
werkzaamheden aan het maaiwerk
het hoofdstuk "Voor uw veiligheid"
zorgvuldig door en volg de
instructies op. ( 4.)

Schade aan het apparaat vermijden!
Bij gedemonteerd maaiwerk mag de zitmaaier Niet met een gemonteerd uitwerpkanaal in werkung worden gezet. Het uitwerpkanaal uitbouwen, zodat dit tijdens het rijden Niet aan obstakels (molshopen, wortels enz.) kan blijven steken en hierdoor beschadigd worden. ( 14.5)
- Plaats het apparaat op een vlakke en stevige ondergrond.
Verbrandingsmotor uitschakelen. ( 12.3) - Contactsleutel eruit trekken.
Handrem aantrekken. ( 8.10) - Grasopvangbox wegnemen. ( 12.10)
- Uitwerpkanaal demonteren. ( 14.5)
Afdekking anschterste V-riem demonteren

Kans op brandwonden!
Vór het demonteren van de afdekking van dechterste V-riem de machine, vooral de uitlaat, geheel lately afkoelen.
Laagste snijstand kiezen.

Stap 1:
Draai de aflsuitschroef (1) 90^ linksom.
Stap 2:
Afdekking achefterste V-riem (2) maar voren trekken en verwijderen.
V-riem loshaken
- Snijstand 3 kiezen.

Hendel V-riemspanner (5) met behulp van een geschikt stuk buis in de richting van de pij (aar voren) drukken en vasthouden.

V-riem (2) van de V-riempoelie (6) verwijden.
- Na het verwijderen van de V-riem de hendel V-riemspanner langzaam loslaten.
Maaiwerk ache ter loshaken
Gevaar voor knellen!
Controleer bij het lostrekken van de bevestigingsbauten of er zich geen lichaamsdelen (hand, vingers, voet, enz.) direct onder het maaiwerk bevinden.
Aanwijzing
Voor een snellere demontage moet u de volgorde van de onderdelen precies aanhonden.

Stap 1:
Borgsplitspen (3) van de bevestigingsbout (4) lostrekken.
Stap 2:
Maaiwerk (1) iets omhoog tillen en vasthonden. Bevestigingsbout (4) eraf trekken en verwijderen.
Stap 3:
Borgsplitspen (3) van de bevestigingsbout (4) lostrekken.
Stap 4:
Maaiwerk (1) iets omhoog tillen en vasthonden. Bevestigingsbout (4) eraf trekken en verwijderen.
- Hetmaalwerk langzaam en voorzichtig neerleggen.
Voorkant maaiwerk loshaken
Gevaar voor knellen!
Controleer voor het loshaken of er zich geen lichaamsdelen (hand, vingers, voet, enz.) direct onder het maaiwerk bevinden.
Na het loshaken van het maaiwerk klapt de voorste maaiwerkophanging automatisch omhoog.

Maaiwerk (1) parallelaar voren schuiven en bij de voorste maaiwerkophanging (7) loshaken.
Maaiwerk verwijdenden
- Snijstand 6 kiezen.

Maaiwerk (1) aan de rechterzijde eruit trekken.
13.2 Maaiwerk monteren

Kans op letsel!
Lees voorafgaand aan alle werkzaamheden aan het maaiwerk het hoofdstuk "Voor uweiligheid" zorgvuldig door en volg de instructies op. ( 4.)
- Plaats het apparaat op een vlakke en stevige ondergrond.
Verbrandingsmotor uitschakelen. ( 12.3) - Contactsleutel eruit trekken.
Handrem aantrekken. ( 8.10)
Hoogste snijstand kiezen. - Grasopvangbox wegemen. ( 12.10)
- Uitwerpkanaal demonteren. ( 14.5)
Maaiwerk inschuiven
- Snijstand 6 kiezen.

Het maaiwerk (1) van de rechterzijde met de wielen maar voren onder de machine schuiven.

V-riem (2) boven de standen van de maaiwerkophanging (8) plaatsen.
Voorkant maaiwerk vasthaken
Laagste snijstand kiezen.

Voorste maaiwerkophanging (7) naar beneden klappen en aan het maaiwerk (1) vasthaken.
Maaiwerk (1) aanachten schuiven en hiermee de voorste maaiwerkophanging (7) aan het maaiwerk bevestigen.
Maaiwerk achefter vasthaken

Aanwijzing
Vór het vasthaken controleren of het maaiwerk correct is vastgehaakt aan de voorste maaiwerkophanging.
- Maaiwerk (1) met eén hand optillen en vasthouden. De boringen van de ophanging aan het maaiwerk en de maaiwerkophanging op de machine要去en samenvallen.

Aanwijzing
Voor een snellere montage moet u de volgorde van de onderdelen precies aanhonden.

Stap 1:
De bevestigingsbout (4) tot de aanslag door de boring van de ophanging aan het maaiwerk (9) en de maaiwerkophanging (8) steken.
Stap 2:
Borgsplitpen (3) door de boring van de bevestigingsbout (4) steken.
Stap 3:
De bevestigingsbout (4) tot de aanslag door de boring van de ophanging aan het maaiwerk (9) en de maaiwerkophanging (8) steken.

Stap 4:
Borgsplitspen (3) door de boring van de bevestigingsbout (4) steken.
V-riem aanbrengen
#
Gevaar voor knellen!
Bij het vasthaken van de V-riem erop letten dat er bij het loslaten van de hendel V-riemspanner geen hand of vinger tussen de V-riem en de V-riempoelie zit.
Snijstand 3 kiezen.

Hendel V-riemspanner (5) met behulp van een geschikt stuk buis in de richting van de pijl (aar voren) drukken en vasthouden.

V-riem (2) van de V-riempoelie (6) vasthaken.
Bij het vasthaken erop letten, dat de Vriem juist (zonder draaiingen) worden gemonteerd.
- Laat de hendel V-riemspanner (5) langzaam los en zorg ervoor dat de V-riem goed in de V-riempoelie ligt.
- Uitwerpkanaal monteren. ( 14.6)
- Grasopvangbox monteren. ( 12.10)
A
Kans op letsel!
Na het vasthaken van het maaiwerk een functiecontrole uitvoeren. Erop letten, dat er geen personen (in het bijzonder kinderen) of dieren in de buurt zijn. De functietest alleen uitvoeren wanner de gebruiker op de machine zit.
Afdekking achterste V-riem monteren
#
Kans op brandwonden!
Voor het monteren van de afdekking van dechterste V-riem de machine, vooral de uitlaat, geheel lately afkoelen.
Laagste snijstand kiezen.

Plaats de afdekking achechterste V-riem (1) met de bevestiging op de bevestigingsnok (2) van de transmissie (3) in de pijlichting.

Druk de afdekking van dechterste V-riem (1) omhoog en houd deze vast. Draai de afsluitschroef (2) 90^ rechtsom.
Aanwijzing
Controleer na het monteren of de afdekkingchterste V-riem goed vastzit.
Voorkom schade aan de
machine! De V-riem要去 na het monteren vrij zitten en mag Niet de afdekking awhilee V-riem aanraken.
Controleer dit door een visuèle inspectie.
14. Onderhoud
Kans op letsel!
Lees voor alle onderhouds-en reparatiewerken erst het hoofdstuk "Voor uw veiligkeit", met name de paragraaf "Onderhoud en reparations", zorgvuldig door en volg de instructies op. ( 4.)
Trek de contactsleutel uit om een ongewild starten van de verbrandingsmotor te verhinderen.

Werk uitsluitend met handschoenen.
Raak het maaimes nooit aan zolang het Niet stilstaat.

Om veiligheidsreden zijn onderhoudswerkzaamheden aan de rem verboden. Laat afstel- en onderhoudswerkzaamheden dooreen vakhandelaar uitvoeren. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan.
Algemene onderhoudsaanwijzingen:
- Houd het onderhoudsschema en de onderhoudsintervallen nauwkeurig aan.
- Volg de onderhouds-en reparatiewerkzaamheden van de verbrandingsmotor in de gebruiksaanwijzing op.
Voor onderhouds-, reparatie- en reinigingswerkzaamheden:
- Plaats het apparatus op een vlakke en stevige ondergrond.
Schakel de verbrandingsmotoruit. 12.3 - Trek de handrem aan. (⇒ 8.10)
Laat de verbrandingsmotor en geluiddemper volledig afkoelen.
Voor de volgende onderhouds-en reparatiewerkzaamheden verwijzen wij uaar de gebruiksaanwijzing voor de verbrandingsmotor:
Luchtfilter verrangen.
- Gegevens van de motorolie (type, vulhoeveelheid olie enz.).
- Bougie controlleren en verrangen.
- Brandstofffilter verwangen.
- Reinigen van de verbrandingsmotor.
14.1 Onderhoudsschema
Alle geveens in het onderhoudsschemamoeten nauwkeurig worden opgevolgd. Bij Niet-inachtneming van hetonderhoudsschema kan aanzienliske schade aan de machine wordenveroorzaakt.
Aanwijzing Bij een zwar
Bij een zware belasting, met name bij professioneel gebruik,+kunnen kortere onderhoudsintervallen dan de hier vermelde noodzakelijk zijn. Tevens kunnen extreme omstandigheden zoals een zanderige of steenachtige bodem, stof enz. tot kortere onderhoudsintervallen leiden dan in de gebruiksaanwijzing worden aangegeven. Om de 100 bedrijfsuren of een keer perJAar moet er een inspectie door een dealer worden uitgevoerd. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan.
Onderhoudswerkzaamheden voor elk gebruik:
Voor een krachtige en veilige werkung en ter voorkoming van storingen is het van belang om van de staat van het apparatus op de hoogte teijken.
Daarvoor zich de volgende inspecties vór elke start nodig (visuele inspectie):
-Bandenspanning. ( 14.9)
- Slijtage van en schade aan banden.
- Lekkage van de brandstofleidingen.
Motoroliepeil (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor).
- Brandstofpeil.
- Algemene visuele controle van het apparaat en het maaiwerk. Vooral de beschemkappen要去 op beschadigingen worden gecontroleerd.
- Goede bevestiging van de schroefverbindingen.
Onderhoudswerkzaamheden na elk gebruik:
Schade aan het apparaat vermijden!
Alle afzettingen op de bovenkant van het maaiwerk verwijderen, om ophoping van droog en daardoor ontvlambaar, organisch materiaal te voorkomen.
- Reinigen van het apparatusat (maaiwerk,uitwerpkanaal) en eventuele combi-apparaten.
- Let op de gegevens voor het reinigen van de verbrandingsmotor (zie de gebruiksaanwijzing voor de verbrandingsmotor).
- Reinig de transmissie door grasresten of andere verontreinigungen af te vegen.
Onderhoudswerkzaamheden na de eerste 10 bedrijfsuren (eerste inbedrijfstelling):
Een inspectie door uw vakhandelaar wordt aanbevolen. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan.
Onderhoudswerkzaamheden na elke 25 bedrijfsuren:
- Controle van de messenbevestiging en scherpte van het mes, op slijtagegrens van het maimes letten.
Onderhoudswerkzaamheden na elke 50 bedrijfsuren:
- Algemene smering.
-Inbouwpositie van het maaiwerk controleren. ( 14.8)
Onderhoudswerkzaamheden na elke 100 bedrijfsuren:
-Vervangen van het maaimes.
Een inspectie door een vakhandelaar.
laten uitvoeren.
STIHL beveelt hiervoor de
STIHL vakhandelaar aan.
Aanwijzing
Bij de inspectie door de
vakhandelaar worden de werkking van
de rem gecontroleerd en worden de
rem indien nodig onderhonden.
Daarnaast worden alle
noodzakelijkke
onderhoudswerkzaamheden aan
de transmissie uitgevoerd.
14.2 Apparaat reinigen
Voorkom schade aan het apparaat! Richt waterstralen (hogedrukreinigers) nooit op motoronderdelen, pakkingen, elektrische onderdelen (accu, kabelboom enz.) en lagers. Dit kan leiden tot beschadigingen of dure reparations.
Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen. Dergelijk reinigingsmiddelen konnen kunststoffen en metalen zodanig beschadigen dat de veiligheid van uw STIHL apparatusaat möglichk in het gedgingkomt. Als u vuil Niet met water, met een borstel of met een doek kunt verwijderen, raadt STIHL aan een speciaal reinigingsmiddel te gebruiken (bijvoorbeeld STIHL speciale reiniger).
i Demonteer het maaiwerk alsijd voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden.
Schakel de verbrandingsmotoruit. ( 12.3)
Trek de handrem aan. ( 8.10)
- Neem de sleutel uit het contactslot en bewaar deze op een veilige plek.
- Demonteer het maaiwerk. (⇒ 13.1)
- Verwijder eerst de aangekoekte grasresten in de maaiwerkbehuizing met een houten staaf.
Reinig de onderkant van het maaiwerk met een borstel en water.
- Let er bij het reinigen van de boenzijde van het maaiwerk op dat er geen water op V-riemen en tandriemen terechtkomt, richt nooit waterstralen op de openingsen van de afdekkingen.
- Reinig het uitwerpkanaal in gedemonteerde toestand los van het apparaat met stromend water en een borstel.
- Verwijder grasresten uit het maaiwerk (boven- en onderkant), de motorruimte en de transmissie. Reinig koelvinnen van de verbrandingsmotor en transmissie.
- Reinig de maaimessen met een borstel en water; klop voor het losmaken van verruiling in geen geval op de maaimessen (bijvoorbeeld met een hamer).
- Neem de grasopvangbox weg en reinig\
deze apart van het apparaat met\
stromend water en een borstel.
(⇒ 12.10)
14.3 Peilindicator (grasopvangbox) reinigen
De peilindicator (grasopvangbox) kan bij het maaien van nat of vochtig gras vuil worden. Daardoor werkt deze slechter.
Uit voorzorg要去 de peilindicator elke keer na het maaien of bij elke reiniging van het uitwerpkanaal worden gereinigd.
Verbrandingsmotor uitschakelen. ( 12.3)
- De contactsleutel eruit trekken en op een veilige plek bewaren.
Handrem aantrekken. ( 8.10)
- Grasopvangbox wegemen. ( 12.10)

De peilindicator (grasopvangbox) (1) met lichte druk maar beneden drukken. Hierbij moet hij vlot+kunnen worden bewogen en moet er een zacht "klikken" van de schakelaar hoorbaar zijn. Na het loslaten van de inhoudsindicator moet deze waar zichstandig terug maar boven in de uitgangspositie springen.
- Als de inhoudsindicator Niet soepel kan worden bewogen of bij verruiling,要去这其中 behulp van een borstel voorzichtig worden gereinigd – geen water gebruiken.
14.4 Veiligheidsvoorzieningen controlleren
Kans op letsel!
De veiligheidsvoorzieningen mogen
uitsluitend vanuit de
bestuurdersstoel worden
gecontroleerd.
Hierbij mogen geen Personen (in het bijzonder kinderen) of dieren in de buurt zich.
Controleer ten minste eenmaal per maand of alle veiligheidsvoorzieningen goed werken.
Controleer na een langere bedrijfspauze, bij weinig gebruikte apparaten of na reparations voor het opnieuw in gebruik nemen alle veiligheidsvoorzieningen.
Remcontactschakelaar controlleren:
ga op de bestuurdersstoel zitten.
- Grasopvangbox monteren. ( 12.10)
Schakel de verbrandingsmotor uit en lasts deze tot stilstandkommen.
Maaiwerkuitschakelen. ( 8.3)
- Rempedaal Niet intrappen of handrem loszetten.
- Contactsleutel in de positie "Verbrandingsmotor starten" draaien. ( 8.1)
De verbrandingsmotor kan nicht worden gestart met een geactiveerde remcontactschakelaar.
Maaiwerkcontactschakelaar controlleren:
ga op de bestuurdersstoel zitten.
- Rempedaal tot aan de aanslag intrappen en vasthouden. (⇒ 8.9)
Maaiwerk inschakelen. ( 8.3) - Contactsleutel in de positie "Verbrandingsmotor starten" draaien. ( 8.1)
De verbrandingsmotor kan nicht worden gestart met een geactiveerde maaiwerkcontactschakelaar.
Stoelcontactschakelaar controleren:
ga op de bestuurdersstoel zitten.
- Verbrandingsmotor starten en op maximaal toerental laten draaien. ( 12.2) , ( 8.2)
Maaiwerk inschakelen. ( 8.3)
Bestuurdersstoel ontlasten door langzaam en voorzichtig op te staan. Niet afstappen!
Bij een geactiveerde stoelcontactschakelaar worden de verbrandingsmotor uitgeschakeld.
Contactschakelaar grasopvangbox controlleren:
ga op de bestuurdersstoel zitten.
Verbrandingsmotor starten en op maximaal toerental laten draaien. ( 12.2) ( 8.2)
Maaiwerk inschakelen. ( 8.3)
- Grasopvangbox vanuit de bestuurdersstoel omhoog klappen (ledigen) met behulp van de hendel voor het ledigen van de grasopvangbox. ( 12.9)
Bij een geactiveerde contactschakelaar van de grasopvangbox worden de verbrandingsmotor en het maaiwerkuitgeschakeld!
Veiligheidsschakelaar awhile maaien controlleren:
Op de bestuurdersstoel plaats nemen -veiligheidsschakelaar awhile maaien Niet aanraken.
- Verbrandingsmotor starten ( 12.2) en op maximaal toerental lien draaien. ( 8.2)
Maaiwerk inschakelen. ( 8.3)
- Rijrichting anscheruit kiezen en vertrekken. (⇒ 8.5)
Bij een werkende veiligheidsschakelaar awhile maaien worden het maaiwerk na 1 seconde ontkoppeld.
14.5 Uitwerpkanaal demonteren
Voor betere reiniging van hetuitwerpkanaal kan het zonder extragereedschap worden gedemonteerd.
Verbrandingsmotor uitschakelen. ( 12.3)
- De contactsleutel eruit trekken en op een veilige plek bewaren.
Handrem aantrekken. ( 8.10)
- Grasopvangbox wegemen. ( 12.10)

De sluitmoer (1) eruit draaien en wegnen. Uitwerpkanaal (2) eruit trekken.
Schade aan het apparaat vermijden!
Monteer het uitwerpkanaal weermeteen na het reinigen om tevoorkomen dat het worden vergeten.
14.6 Uitwerpkanaal monteren
Schade aan het apparaat vermijden!
Bij het inschuiven van hetuitwerpkanaal controleren of dit aan alle kanten over de uitwerpopening van het maaiwerk worden gestulpt.
Aanwijzing
Bij elke reiniging of elke keer bij het monteren van het uitwerpkanaal ook de peilindicator (grasopvangbox) inspectoren en indien nodig reinigen.
Verbrandingsmotor uitschakelen. ( 12.3)
- De contactsleutel eruit trekken en op een veilige plek bewaren.
Handrem aantrekken. ( 8.10)
- Grasopvangbox wegemen. (12.10)
Laagste snijstand kiezen.

Het uitwerpkanaal (1) tot de aanslag erin schuiven en over de uitwerpopening van het maaiwerk aanbrengen. Sluitmoer (2) indraaien en aantrekken.
14.7 Maimes onderhoden

Kans op letsel!
Werk uitsluitend met
handschoenen. Neem.altijd contact op met een vakhandelaar (STIHL beveelt de STIHL vakhandelaar aan) als u Niet over de vereiste kennis of gereedschappen beschikt. STIHL raadt aan originele STIHL reserveonderdelen te gebruiken. Raak het maaimes nooit aan zolang het nicht stilstaat. Plaats het maaiwerk.altijd op een slipvaste ondergrond.
Onderhoudsinterval:
Na elke 25 uren gebruikstijd
Onderhoudswerkzaamheden:
- Slijtagegrenzen van het maimes controlleren.
- Zo nodig maaiimes slijpen.
Als het maairesultaat na verloop vanijd verslechtert, dient het maaimes te worden geslepen.
Slijtagegrenzen van het mes controlleren
A
Kans op letsel!
Een versleten maaimes kan afbreken en ernstig letselveroorzaken.Volg waarom de onderhoudsinstructies voor het mes.Maaimessen slijten afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur inmeer of mindere mate.Als u het apparaat op een zanderige ondergrond of in droge omstandigheden gebruikt, slijten de maaimessen sneller dan gemiddeld.
Opgelet!
Vemieuw bij het verrangen van het maaimes alkijd ook de mesbout en de borgring.
i
STIHL raadt in verband met het controlleren van de slijtagegrenzen aan het maaiwerk te demonteren. Als u over een geschikte hefbrug beschikt, kutu de slijtagegrenzen aan het maimes ook controlleren zonder dat u het maaiwerk hoeft te demonteren.
- Demonteer het maaiwerk. (⇒ 13.1)
Reinig het maaiwerk en de maaimessen zorgvuldig.
Maaiwerk veilig neerzetten voor de controle:

Zet het maaiwerk (1) gegen een muur en voorkom met de voet weglijkden.

Mesdikte:
Meet de dikte van het maimes (1) met een schuifmaat op meerdeplaatsen. Het maimes moet op elk specifieke punt de minimale dikte A hebben.
A>2.5mm
Mesbreedte:

Meet de breedte van het maimes (1) op de afgebeelde plaats met een schuifmaat. Het maimes moet de minimale bredte B hebben.
B>65mm

Kans op letsel!
Wanneer de gespecifieerde slijtagegrenzen worden bereikt of anderschreden, moet het maimes om veiligheidsredenen worden verrangen.
Maaimes demonteren
Maaiwerk demonteren. ( 13.1)
- Maaiwerk gegen een muur zetten en weglijk den voorkomen.

Mesbout (1) met behulp van een schroevendraier SW17 (niet meegeleverd) losdraaien en eruit schroeven. Mesbout (1) samen met de borgring (2) verwijdenen. Het maaimes verwijderen.
Maimes slijpen

Kans op letsel!
Draag tijdens het slijpen.altijd een veiligheidsbril en handschoenen.
Sijp het maaimes met inachtneming van de volgende punten:
- Koel het maaimes tijdens het slijpen, bijvoorbeeld met water. Het mes mag nicht blauw worden, waarat anders de snijresultaten minder worden.
- Slijp het maaimes gelijkmatig om vibratie door onbalans te voorkomen.
- Houd de slijphoek van 30^ aan.
- Houdijdens het slijpen rekening met de slijtagegrenzen.

Kans op letsel!
Het maaimes moet worden verwangen zodra inkepingen of scheuren te zien zich en of als de gegevens in het hoofdstuk "Slijtagegrenzen nazien" worden anderschreten.
Balans van maimes controeren

Schroevendraier (1) door de middelste boring steken.
Als het maaiimes (2) uittgelijnd is, moet het in de afgebeelde stand staan.

Kans op letsel!
Bij een eventuele onbalans van het maaimes moet de procedure "Maaimes slijpen" worden herhaald totdat het maaimesuitgebalanceerd is.
Het maaimes mag enkel door het slijpen van de snijkanten worden gebalanceerd.
Maaimes monteren

Kans op letsel!
Controleer maaimessen voor montage op beschadigingen (inkepingen of scheuren) en slijtage.
Vervang versleten of beschadigde maaimessen.
Vervang de borgring bij elkemontage van de messen.
Borg de mesbout bovendien met
Loctite 243.
Het voorgeschreveen
aandraaimoment van de mesbout
moet precies worden
aangehouden, odomat een veilige bevestiging van het snijgereedschap waarvan afhankelijk is.
- Monteer het maaimes met de omhoog gebogen windvleugels maar boven (richtingmaaiwerk).

Breng het maaimes (1) aan en draai de mesbout (2) met borgring (3) (let op de welving van de borgring) erin en haal deze met het voorgeschreveen aandraaimoment aan.
Aandraaimoment mesbout:
65-70Nm
14.8 Inbouwpositie van het maaiwerk controlleren
Onderhoudsinterval:
Het maaiwerk要去orden geinspecteerd na elke 50 uren gebruikstijd, of zo vaak als nodig (b.v. na krachtige schokken gegen het maaiwerk of bij onzuivere snede).

Een gelijkmatige bandenspanning is belangrijk voor het controeren van een correcte positie.
Voorafgaand aan de controle van de juiste inbouwpositie moet de bandenspanning op alle banden worden gecontroleerd en eventuele worden gecorrigeerd. ( 14.9)
Het maaiwerk is juist gemonteerd als het aan de voorkant iets lager staat dan aan dechterkant.
- Apparaat op een vlakke ondergrund zetten.
Verbrandingsmotor uitschakelen. ( 12.3)
Handrem aantrekken. ( 8.10) - De contactsleutel eruit trekken en op een veilige plek bewaren.
Laagste snijstand kiezen. ( 8.11)

Hoogteverschil A meten.
$$ A = 1 0 m m $$
14.9 Bandenspanning

De juiste bandenspanning is belangrijk voor het verstellen van het maaiwerk en om een Mooi maairesultaat te bereiken.
Door een te hoge bandenspanning zou de grasnerf door de bandoppen worden beschadigd.

Afdekkap van het ventiel (1) schroeven.
- Met behulp van een geschikte luchtpomp met manometer de volgende bandenspanningswaarden instellen.
Voorbanden:
0,9-1,2 bar
Achterbanden:
0,7-1,0 bar
14.10 Wielen verwangen
Bij beschadigingen (gaten, scheuren, snedes enz.) aan de randen het beschadigde wil demonteren en hiermee waar uw vakhandelaar gaan.
Apparaat optillen en ondersteunen

Kans op letsel!
Apparaat voor het optillen algijd tegen wegrollen beveiligden.
Let op het grote gewicht van het apparaat voor het optillen (zie hoofdstuk "Technische gegevens"). ( 21.)
Breng het apparaat indien nodig met behulp van een tweede person of met een krik (niet meegeleverd) omhoog.
De rem werkt alleen op de** achterwieten. Neem waarom bij het optillen van de achteras extra geschikte maatregelen gegen wegrollen.
Voorkom schade aan het apparatus
Bij het ondersteunen erop letten, dat het apparaat alleen met de as of met deijkenwand op de ondergrund ligt.
Het apparaat alleen aan de hiervoor bedoelde onderdelen (bijv. frame, bumper, velgen, as) optillen. Het apparaat nooit aan de kunststof delen optillen of hierop laten rusten.
- Het apparaat op een vlakke en vaste ondergrund zetten.
Verbrandingsmotor uitschakelen. ( 12.3)
Handrem aantrekken. ( 8.10) - De contactsleutel eruit trekken en op een veilige plek bewaren.


Vooras:
A > 200 mm
Achteras:
B>120mm
Wiel demonteren

Afdekkap (1) lostrekken. Borgring (2)
wegnemen met behulp van een schroevendraier.
Grote ring (3) samen met het wie1 (4) van de wielas trekken.

Controleer bij het demonteren van dechterwielen of de meenemers (pasveer) Niet kwijtraken.
Wiel monteren

Controleer vór het monteren van dechterwieten of de meenemers (pasveer) aan beiden kanten in de groef van de wielas zitten.
Voor het monteren van de wielen de volgende punten afwerken:
- Vuil van de wielas halen.
- Wielas voor de montage dun met smeervet insmeren.

De pasveer (5) in dechterste wielas plaatsen. Wiel (4) met de grote ring (3) op de wielas schuiven.

Borgring (2) in de inkeping van de wielas\ laten vallen.
Afdekkap (1) op wielas steken.
14.11 Opbergvak openen en sluiten
Opbergvakopen:
Schakel de verbrandingsmotoruit en
laatdezefafoelen. ( 12.3)
- De contactsleutel eruit trekken en veilig bewaren.
Handrem aantrekken. (8.10) - Trek de verstelhendel bestuurdersstoel omhoog en breng de bestuurdersstoel in de voorste stand (aar het stuurwiel) of klap deze maar voren.

Draai de schroeven (1) 90^ linksom.

Klap het opbergvak (2) maar voren toe omhoog (richting bestuurdersstoel).
Opbergvak sluiten:

Opbergvak (1) dichtklappen.
Bouten (2) iets omlaag drukken en
vasthouden.
Bouten (2) rechtsom erin draaien (ca. 90^ ).
14.12 Afdekking van de verbrandingsmotor
Voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden aan de verbrandingsmotor kan de afdekking van de verbrandingsmotor omhoog worden geklapt. Bij een omhoog geklapte afdekking is voldoende ruimte voor zulke werkzaamheden.
Vór het omhoog klappen
- Plaats het apparatus op een vlakke en stevige ondergrond.
Verbrandingsmotor uitschakelen. ( 12.3) -
De contactsleutel eruit trekken en op een veilige plek bewaren.
Handrem aantrekken. ( 8.10) -
Grasopvangbox demonteren.
(⇒ 12.10) - Uitwerpkanaal demonteren. (⇒ 14.5)
- Laat de verbrandingsmotor volledig afkoelen.
Maaiwerk demonteren. ( 13.1)
Afdekking van de verbrandingsmotor losmaken
A
Gevaar voor knellen!
Bij het loshalen van de stang snijhoogteverstelling erop letten, dat er zich geen lichaamsdelen (vingers, hand, voet, enz.) direct onder het maaiwerk bevinden.

Splint (1) aan de rechterzijde van de maaiwerkophanging awhile (4) eruit trekken. Stang snijhoogteverstelling (3) van de maaiwerkophanging awhile (4) losmaken.

Hierbij boute (5) zover losdraaien dat deze losgaan.

De bouten können na het losdraaien Niet worden weggenomen.
Afdekking van de verbrandingsmotor omhoog klappen

Kans op letsel!
Afdekking aktijd volledig tot de aanslag omhoog klappen, zodat de vergrendeling op het frame vastklikt. Hierdoor kan de afdekking van de verbrandingsmotor nicht vanzelf dicht slaan.

Afdekking van de verbrandingsmotor (6)
tot aan de aanslag omhoog klappen.
Zorg er hierbij voor dat de vergrendeling (7) goed op het frame vastklikt.
Afdekking van de verbrandingsmotor sluiten
Kans op beknelling! Verzeker u er voordat u de afdekking sluit, van dat er geen lichaamsdelen bekneld können raken. Sluit het deksel langzaam en voorzichtig.

Druk het deksel van de verbrandingsmotor (6) iets waar voren en houd het vast. Ontgrendel (hef) de vergrendeling (7) en LAST het deeksel (6) langzaam zakken.

Draai bye bouteen (5) erin en haal ze aan.
Aandraaimoment: 20 - 25 Nm

Steek de stang van de snijhoogteverstelling (3) in het gat van de maaiwerkophanging (4). Steek de splitpen (1) erin.
Monteer het maawerk. ( 13.2)
- Monteer het uitwerpkanaal. ( 14.6)
Haak de grasopvangbox vast. ( 12.10)
14.13 Inhoud van de motorolie controlleren
- Plaats het apparatus op een vlakke ondergrond.
Verbrandingsmotor uitschakelen. ( 12.3)
Handrem aantrekken. ( 8.10) - Verbrandingsmotor lately afkoelen.
Opbergvakopen.( 14.11)
Inhoud van de motorolie controlleren volgens gebruksaanwijzing verbrandingsmotor - indien nodig motorolie bijvullen. ( 14.14)
14.14 Motorolie verversen

Gevaar voor verbranding door hetemotorolie!
Vór het bijvullen of verversen van de motorolie de verbrandingsmotor volledig lately afkoelen.
Voor informatatie over motorolie en
vulhoeveelheid olie verwijzen wij uaar de
gebruiksaanwijzing van de
verbrandingsmotor.
Voer gebruike olie af conform de
wettelijk bepalingen.
Verversingsintervallen voor olie:
De aanbevolen intervallen voor het verversen van olie vindt u in de gebruiksaanwijzing voor de verbrandingsmotor.
Motorolie aftappen:
Schakel de verbrandingsmotor uitenaat这让e afkoelen (handwarm).12.3
Handrem aantrekken. ( 8.10)
- Uitwerpkanaal demonteren. ( 14.5)
Opbergvakopen. ( 14.11)
- Motorolie via de olieaftapklep (boven het achechterwiel rechts) zoals beschreiben in gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor aftappen.
Motorolie bijvullen:
Motorolie zoals beschreiben in de gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor bijvullen - een geschichte trechter en een slang (wordt nicht meegeleverd) gebruiken.
Opbergvak sluiten ( 14.11) en uitwerpkanaal monteren. ( 14.6)
14.15 Brandstofkraan
Door de brandstofkraan open en dicht te draaien, worden de brandstofstroom in de brandstofleiding vrijgeveven of onderbroken.

De brandstofkraan bevindt zich hinter het中断terwiel links.
Verbrandingsmotor uitschakelen. ( 12.3)
Handrem aantrekken. ( 8.10)

De brandstofkraan (1) wordt geopend of gesloten door aan het verstelventiel (2) te draaien.
14.16 Afdekking van de stuurkolom demonteren
Verbrandingsmotor uitschakelen. ( 12.3)
Handrem aantrekken. ( 8.10)
- De contactsleutel eruit trekken en op een veilige plek bewaren.

Beide klemnokken (1) iets indrukken en vasthonden. Afdekking stuurkolom (2) maar beneden trekken en verwijderen.
14.17 Afdekking stuurkolom monteren
Verbrandingsmotor uitschakelen. ( 12.3)
Handrem aantrekken. ( 8.10)
- Contactsleutel eruit trekken en op een veilige plek bewaren.

Afdekking (1) van onderen maar boven in het dashboard (2) geleiden. Daarvoor afdekking eerst bij het dashboard aanbrengen en aansluitend in de definitieve positie drukken.
Let op de juiste positie van de geleidingen (3) binnen de Zwarte afdekking en binnen het dashboard. De haken (4)要去en in het spatabord (5) vastklikken.
14.18 Zekeringen

Brandgevaar!
De zekeringen mogen nooit met een draad of folie worden overbruggd.
Plaats nooit een zekering met een andere dan de voorgeschreven capacititeit (ampere).
Als er binnen korteijd waar een zekering doorbrandt, is een defect (bijv. kortsluiting) de mogelijkke oorzaak. Neem contact op met een vakhandelaar. STIHL bevelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan.
Schakel de verbrandingsmotoruit. ( 12.3)
Trek de handrem aan. ( 8.10)
- Neem de sleutel uit het contactslot en bewaar deze op een veilige plek.
- Demonteer de afdekking van de stuurkolom. (⇒ 14.16)
Nomina stroomsterkte: 10 A

Steekzekeringen:
Verwijder de steekzekeringen (1).
Inspecteer visuele of de draad in het kunststof (2) beschadigd (doergebrand) is.
Bij een beschadigde draad (2)要去 dezekering worden verrangen.
Hoofdzekering:
Nominale stroomsterkte: 150 A

Open de afdekking (1); druk waarvoor de lippen (2) ieis maar afterwards.

Inspecteer visueel of de zekering (3) beschadigd (doergebrand) is. Laat zo nodig de zekering (3) door een vakhandelaar verrangen. STIHL beveelt hiervoorde STIHL vakhandelaar aan.
- Sluit de afdekking weer.
14.19 Accu loskoppelen en aansluiten

Kans voor letsel!
Koppel bij het loskoppelen van de accu altijd eerst de zwarte minkabel (-) en dan de rode pluskabel (+) los.
Sluit bij het aansluiten van de accu algijd eerst de rode pluskabel (+) aan.

De accu is onderhoudsvrij en hoeft alleen te worden verrangen als deze beschadigd is of te worden verwijderd als het apparaat voor langere tijd worden uitgeschakeld (bijvoorbeeld winterpauze).
Demonteer de accu voordat u het apparaat weggooit. Gooi de accu Niet bij het huisvuil weg, maar breng deze waar uw vakhandelaar ofaar een inzamelpunt voor gevaarlijk afval.
Schakel de verbrandingsmotoruit. 12.3
Trek de handrem aan. ( 8.10)
- Neem de contactsleuteluit het contactslot enbewaar deze op een veilige plek.
- Demonteer de afdekking van de stuurkolom. (⇒ 14.16)
Accu loskoppelen:

Draai de moer (1) van de Zwarte aansluitkabel (2) met behulp van twee moersleutels (SW8) los. Neem de bout, ringen, veerring en moer weg en neem de aansluitkabel (2) van de minpool (-) op de accu af.

Trek de afdekkap (3) los. Draai de moer (4) van de rode aansluitkabel (5) met behulp van twee moersleutels (SW8) los. Neem de bout, ring, veerring en moer weg en neem de aansluitkabel (5) van de pluspool (+) af.
-
Demonteer zo nodig de accu. (14.20)
-
Schroef bouteen, ringen, veerringen en moeren tot nader gebruik weeer op de minpool (-) en de pluspool (+) van de accu.
Monteer zo nodig de afdekking van de stuurkolom. ( 14.17)
Accu aansluten:
- Controller vór het monteren de accuspanning. als de minimumspanning Niet worden bereikt, moet de accu nog vór het inbouwen met een acculader volledig worden opgeladen.
Minimumspanning: 11,5 V
Bouw de accu in. ( 14.20) - Neem indien nodig bout, ring en moer van de accu weg.

A
Brandgevaar!
Neem altijd het voorgeschreven aanhaalmoment in acht. Zorg ervoor dat de aansluitkabel haaks op de pluspool van de accu worden gemonteerd en dat de schroefverbindingen op de polen altijd goed+zijn aangehaald om schade door vonkvorming te voorkomen.

Breng de aansluitklem van de rode aansluitkabel (4) haaks op de pluspool (+) van de accu aan.
Schroef de aansluitkabel vast met debout (5), ring (6), veerring (8) en moer (7)- gebruik wee moersleutels (SW8).
Aandraaimoment:6-8Nm
#
Brandgevaar!
Zorg ervoor dat de aansluitkabel haaks op de pluspool van de accu worden gemonteerd.
De afdekkap moet het contactgebied volledig bedekken om schade door vonkvorming te voorkomen.

Plaats de afdekkap (3) over het contactgebied (A).

Breng de aansluitklem van de Zwarte
aansluitkabel (2) op de minpool (-) van de
accu aan.
Schroef de aansluitkabel vast met de
bout (5), ring (6), veerring (8) en moer (7)
- gebruik twee moersleutels (SW8).
Aandraaimoment: 6 - 8 Nm
14.20 Accu uit- en inbouwen
Accuuitbouwen:
- afdekking stuurkolom demonteren.
(⇒ 14.16)
Accu loskoppelen. ( 14.19)

Bevestigingsklem (1) losmaken en accu (2) verwijden.
- Bevestigingsklem vasthaken.
- Afdekking stuurkolom monteren.
(⇒ 14.17)
Accu inbouwen:
- afdekking stuurkolom demonteren.
(⇒ 14.16)

Accu (1)plaatsen en bevestigingsklem (2) vasthaken.
Accuaansluiten. ( 14.19)
- Afdekking stuurkolom monteren.
(⇒ 14.17)
14.21 Accu Iaden

Kans op letsel!
Voor het opladen van de accu met behulp van andere laadsystemen moet de accu worden uitgebouwd. Neem de specificaties op het bijblad van de accu en het oplaadapparaat in acht.
Verbrandingsmotor uitschakelen. ( 12.3)
- Contactsleutel eruit trekken en op een veilige plek bewaren.
Accu uitbouwen ( 14.20) en met behulp van een overeenkomstig laadsysteme opladen.
14.22 Smeren
De beiden voorste fusees boven de smeernippels op de Vooras met standarder verwrijgbaar smeervet smeren.
Smering:
Verbrandingsmotor uitschakelen. ( 12.3)
- Contactsleutel eruit trekken en op een veilige plek bewaren.
Handrem aantrekken. ( 8.10)
Vooras ontlasten door deze te ondersteunen (optillen). ( 14.10)
- Smeernippels schoonmaken.

Met behulp van een vetspuit (niet meegeleverd) aan beiden kanten via de smeernippels (1) smeervet erin spuiten totdat er bij de fuseesiets vet uitsroomt.
- Uitgestroomd smeervet verwijderen.
- Ondersteuning van de vooras verwijderen.
14.23 Verbrandingsmotor
Neem de gebruiks- en
onderhoudsinstructies in de bijgevoegde
gebruiksaanwijzing van de
verbrandingsmotor in acht.
Voor een lange gebruiksduur is het van
belang de olie op peil te honden,
regelmatig de motorolie te verversen en
het luchtfilter te verrangen.
14.24 Transmissie
De transmissie is voor de gebruiker onderhoudsvrij.
Bij inspectie van de machine door de vakhandelaar wordenoodzakelijkke onderhoudswerkzaamheden aan de transmissie uitgevoerd.
14.25 Opslag
Apparaat in een droge en stofarme ruimte opslaan, buiten het bereik van kinderen of onbevoegde Personen.
Eventuele storingen aan het apparaat moeten in de regel voor het opbergen worden verholpen, zodat de machine.altijd veilig kan worden gebruikt.
- Brandstofkraan sluiten. ( 14.15)
- Contactsleutel uittrekken en zorgvuldig bewaren zodate onbevoegde Personen, met name kinderen, de sleutel nicht{kunnen bemachtigen.
14.26 Stilleggen bij langere onderbrekingen (bijvoorbeeld winterpauze)
- Reinig zorgvuldig alle buitendelen van de verbrandingsmotor en het apparaat, vooral de koelvinnen.
- Smeer alle bewegende delen goed in met olie of vet.
- Brandstofuit de brandstoffank aftappen en carburator ledigen (bijvoorbeeld door leegrijden).
Handrem aantrekken. ( 8.10) - Volg de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de verbrandingsmotor op.
- Ververs de motorolie (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor). ( 14.14)
Accu loskoppelen. ( 14.19)
Accu helemaal opgeladen veilig in een koele, droge ruimte opslaan.
14.27 Na langere bedrijfspauzes (bijv. winterpauze)
Accuspanning controleren. Als de minimumspanning Niet worden bereikt, de accu nog voor het inbouwen met een acculader volledig opladen. Minimumspanning: 11,5 V
Accuplaatsen en aansluien. ( 14.20)
- Controller de bandenspanning op alleWIelen. ( 14.9)
- Controller het brandstofpeil en tank indien nodig bij.
Eventueel de motorolie verversen. ( 14.14)
- Controller de inhoud van de motorolie en vul eventuele motorolie bij. (14.13)
15. Transport

Kans op letsel!
Lees voor het transport het hoofdstuk "Voor uw veiligkeit", in het bijzonder de paragraaf "Transport van de zitmaaier" zorgvuldig door en volg de instructies op. ( 4.) ( 4.3) Laadhellingen langzaam en zeer voorzichtig oprijden en erop letten u met de wielen Niet over de zichkant van de laadhellingen geraakt - Gevaar op vallen! Wijzig de slelheid of de richting nicht abrupt.

Bij transport op de openbare weg mag het apparaat uitsluitend met behulp van een geschikt voertuig of een geschikte aanhanger worden getransporteerd! Niet weg slepen!
Voor het laden hoogste snijstand kiezen. ( 12.6)
Bij het gebruik van een aanhangwagen\
deze aan de voorzijde ondersteunen
om te voorkomen dat deze onder het\
gewicht van het apparaat omhoog\
klapt.
- Gebruik voor het laden een geschikte hefvoorziening of aangepaste stabiele laadhellingen die voldoende breed�n.
Laadhellingen stevig plaatsen en bevestigen, wilstand en spoorbreedte van de zitmaaier in acht nemen. ( 21.)
- Verdeel de last gelijkmatig over de aanhanger.
- Na het laden laagste snijstand kiezen.
(⇒ 12.6)
Verbrandingsmotor uitschakelen. ( 12.3)
Schuif het apparaat zover maar voor dat de bumper de voorwand van de aanhanger of voertuig raakt.
Handrem aantrekken. ( 8.10)
Brandstofkraan sluiten. ( 14.15) - Zet het apparaat met behulp van geschikte bevestigingsmiddelen (gordels, kabels enz.) aan de voorste bumper gegen de voorste wand van de aanhanger of voertuig en borg deze.
- Plaats verzolgens wiggen (niet meegeleverd) onder de wielen, zodat onbedoeld wegrollen kan worden vermeden.
16. Standaard reserveonderdelen
Maaimes: 61407020100
Mesbout: 90103452430
Veerring: 00007026600

De bevestigingselementen van het maaimes (bijvoorbeeld de mesbout) moeten bij het verwisselen of monteren van een mes worden verrangen. Vervangingsonderdelen zich bij de STIHL vakhandelaar verkrijgbaar.
17. Accessoires
Voor het apparaat zijn nog meer accessoires verkrijigbaar. Voor nadere informatatie verwijzen wij u waar uw STIHL vakhandelaar, het internet (www.stihl.com) of de STIHL catalogus.

Om veiligheidsredenen mag u bij dit apparaat uitsluitend door STIHL goedgekeurde accessoires gebruiken.
Grasafval hoort Niet bij het huisvuil, maar moet worden gecomposteerd.

Verpakkingen, apparaten en accessoires zich gemaatk van recycleerbare materialen en moeten dienovereekenkomstig worden verwijderd.
Door materiaalresten afzonderlijk en milieubewust te verwerken, ondersteunt u het hergebruik van waardevolle stoffen. Daarom要去 het apparaat na afloop van de gebruikelijke levensduur als bijzonder afval worden verwerkt. Onjuiste verwijdering kan de gezondheid schaden en het milieu belasten.
Voer afvalproducten als afgewerkte olie (motorolie, transmissieolie), brandstof en accu's altijdeskundig af. Neem de plaatselijke voorschriften in ache! Verwijder de accu voordat u het apparaat wegdoet.
Bied de accu Niet via het huisvuil aan,
maar lever deze bij de vakhandelaar of het
afvalpunt voor gevaarlijke stoffen in.
Neem contact op met het recyclingcenter of uw vakhandelaar voor nadere informatie over het deskundig afvoeren van afvalproducten. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan.
19. Slijtage minimisieren en schade voorkomen
Belangrijke aanwijzingen voor het onderhoud van de productgroep
Grasmaier met bestuurdersstoel en verbrandingsmotor (STIHL RT)
De firma STIHL aanvaardt in geen geval aansprakelijkheid voor materialei schade en persoonlijk letsel die het gevolg zich van het Niet in ache nemen van de instructies in de gebruiksaanwijzing, met name betreffende veiligheid, bediening en onderhoud, of die optreten door gebruik van Niet toegestane aanbouw- of verwangingsonderdelen.
Neem de volgende belangrijke aanwijzingen in acht om schade of overmatige slijtage aan uw STIHL apparatus te vermijden:
1. Slijtageonderdelen
Sommige onderdelen van het STIHL apparaat zich ook bij gebruik volgens de voorschriften aan normale slijtage onderhevig en要去 afhankelijk van de gebruikswijze en gebruiksduurijdig worden verrangen.
Hieroe behoren onder andere:
Maaimes
- Grasopvangbox
-V-riem
- Accu
- Banden, rollen
- Bougie
2. Inachtneming van de voorschriften in\ deze gebruiksaanwijzing
Het STIHL apparatus moet zo zorgvuldig möglichk worden gebruikt, onderhodenen opgeslagen, Zoals omschreiben in deze gebruiksaanwijzing. Voor alle beschadigingen die door het Niet in acht nemen van veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwijzingen wordenveroorzaakt, is de gebruiker zich verantwoordelijk.
Dit geldt met name voor:
- Niet reglementair gebruik van het product.
- het gebruik van Niet door STIHL goedgekeurde hulpstoffen (smeermiddelen, benzine en motorolie, die gegevens van de motorfabrikant).
- Niet door STIHL goedgekeurde wijzigingen aan het product.
- het gebruik van gereedschappen of accessoires die nicht voor het apparaat zichen goedgekeurd, Niet geschikt zichn of van een minder goede kwaliteit zichn.
- gebruik van het product bij sport-of wedstrijdevenementsen.
- gevolgschade door een product met defecte onderdelen verder te gebruiken.
3. Onderhoudswerkzamheden
Alle in het hoofdstuk "Onderhoud" vermelde werkzaamheden要去 regelmatig worden uitgevoerd.
Voor zover.Deze
onderhoudswerkzaamheden Niet door de gebruiker zichuron worden uitgevoerd, moeten deze aan een vakhandelaar worden overgelaten.
STIHL raadt aan
onderhoudswerkzaamheden en reparationsuitsluitend bij de STIHL vakhandelaar te laten uitvoeren.
STIHL vakhandelaren volgen regelmatifcursussen en krijgen voortdurendtechnische informatatie ter beschikkinggesteld.
Als deze werkzaamheden nicht worden uitgevoerd, kan er schade ontstaan waar voor de gebruiker verantwoordelijk is.
Hieroe behoren onder andere:
corrosie en andere gevolgschade door ondeskundige opslag.
-beschadigingen aan de machine door het gebruik van kwalitatief minderwaardige reserveonderdelen.
- beschadigingen door nichtijdig of oneskundig uitgevoerd onderhoud resp. beschadigingen door onderhouds- of reparatiewerkzaamheden die nicht in werkplaatsen van vakhandelaars zijn uitgevoerd.
20. Conformiteitsverklaring
20.1 EU-conformiteitsverklaring Zitmaaier STIHL RT 4082.1
STIHL Tirol GmbH
Hans Peter Stihl-StraBe 5
6336 Langkampfen
Oostenrijk
verklaart op eigeng verantwoordelijkheid dat
- Type: Zitmaaier
-Merk:STIHL - Type: RT 4082.1
- Snijbreedte: 80 cm
- Productiecode: 6140
voldoet aan de betreffende bepalingen van de richtlijnen 2000/14/EC, 2006/42/EC, 2014/30/EU en 2011/65/EU en overeenkomstig de op de productiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkelde en geprodueerd: EN ISO 14982, EN ISO 5395-1 en EN ISO 5395-3.
Bevoegde instantie:
TÜV Rheinland LGA Products GmbH
Tillystraße 2
90431 Nürnberg, DE
Voor het bepalen van het gemeten en gewaarborgde geluidsniveau is gehandel volgens richtlijn 2000/14/EC, bijlage VIII.
RT 4082.1
Gemeten geluidsniveau: 99.7 dB(A)
- Gegarandeerd geluidsniveau: 100 dB(A)
De technische documentatie is bewaard bij STIHL Tirol GmbH.
Het bouwjaar en het machinenummer staan op de zitmaaier vermeld.
Langkampfen, 02/06/2021.
STIHL Tirol GmbH
namens

Matthias Fleischer, Hoofd Onderzoek en
Ontwikkeling
namens

Sven Zimmermann, Hoofd Kwaliteit
Verbrandingsmotor, soort
4-takt
verbrandingsmotor
Verbrandingsmotor, type EVC 4000
Cylinderinhoud 452 cm
3
Nominal vermogen
8.2
bij nominaltoerental kW-omw./min.
Hoogste toerental 2700 omw./min.
Brandstoftank 6 |
Startsystem ElektroStart met
contactsleutel
Type accu Lood-gel
Nominale spanning 12 V
Aandraaimoment
mesbout 65 - 70 Nm
Wielaandrijving
achterwiel
traploos vooruit enachtenuit
Brandstofkraan ja
Voorwielen 13x5.00-6
Bandenspanning
voorwieten 0,9-1,2 bar
Achterwielen 16x6.50-8
Bandenspanning
achterwielen 0,7-1,0 bar
Snijbreedte 80 cm
Snijhoogte 35-90mm
Capaciteit grasopvangbox 2501
Onzekerheid KwA 0,7 dB(A)
Meting volgens EN ISO 5395-3, EN 1032:
Vibraties op de stoel
(lichaamsversneling) a_w
Onzekerheid Kw 0,30 m/s2
Meting volgens EN ISO 5395-3, EN 20643:
Vibrations op het
stuurwiel ahw 3,00 m/s2
Onzekerheid Khw 1,5 m/s2
Opgeveen trillingskarakteristiek conform EN 12096
Gewicht met maai-werk en met lege grasopvangbox 204 kg
Voor informatie over het voldoen aan de REACH-verordening (EG) nr. 1907/2006 gaat u waar www.stihl.com/reach
21.1 Afmetingen

A=87cm
B=90cm
C=114cm
D=177cm
E=213cm
F=110cm
G=117cm
21.2 REACH
REACH duidt op een EG-verordening inzake het registeren, analyseren en toestaan van chemicalien.
22. Defectopsoring
Neem eventueel contact op met een vakhandelaar. STIHL beveelt de STIHL vakhandelaar aan.
Zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor.
Storing:
Startmotor draait, verbrandingsmotor slaat nicht aan.
Mogelijk oorzaak:
Gashendel staat in stand MIN.
- Chokestand (gashendel) is nicht geactiveerd.
- Geen brandstof in de tank.
- Brandstofkraan dicht.
-Er wordt te weinig brandstof aangevoerd.
- Bougie vol roet of beschadigd.
- Verkeerde afstand elektroden.
-Bougiestekker is van de bougie losgetrokken.
- Verbrandingsmotor is na meermaals opstarten "verzopen".
Luchtfilter is verstopt.
- Accu bijna leeg.
Oplossing:
Gashendel helemaal naar voren in de chokestand of in de stand MAX zetten. ( 8.2)
-Gashendel in chokestand zetten. ( 8.2)
- Brandstof bijvullen.
- Brandstofkraan openen. (⇒ 14.15)
- Brandstofffilter controlleren. (1)
- Bougie reinigen of cervangen. (11)
- Afstand elektroden instellen. (X)
- Bougiestekker aansluiten; verbinding tussen bougiekabel en stekker controleren. (x)
Draai de bougie los en droog deze; zet de gashendel in de stand MIN en start meermaals zonder bougie; schroef de bougie er weer in en steek de bougiestekker vast. (II)
Luchtfilter reinigen. (1)
-Laadniveau van de accu controleren en zo nodsig de accu opladen.
Storing:
- Veiligheidsvoorzieningen blokkeren de startmotor.
- Accu Niet of fout aangesloten.
- Accu volledig ontladen of onvoldoende geladen.
- Hoofdzekering (150 A) defect.
- Onjuiste massa-aansluiting op verbrandingsmotor of onderstel.
- Startmotor defect.
Oplossing:
- Alle veiligheidsvoorzieningen in acht nemen. ( 11)
-Aansluitingen accu controleren. ( 14.19) - Acculaden. ( 14.21)
- Hoofdzekering verrangen. (x)
-Aansluitkabels op de accu en het onderstel controleren. (x) - Startmotor repareren. (x)
Storing:
Start slecht of het vermogen van de verbrandingsmotor worden minder.
Mogelijk oorzaak:
Water in de brandstoftank en de carburator; carburator is verstopt.
- Brandstoftank is vuil.
Luchtfilter is vuil.
- Bougie vol roet.
- Maaien van te hoog of te vochtig gras.
Oplossing:
- Brandstoftank ledigen; brandstoftank, brandstofleiding en carburator reinigen. (X)
- Brandstoftank reinigen. (x)
Luchtfilter reinigen/ervangen. (1) - Bougie reinigen. (1)
- De snijstand en de rijnselheid aanpassen aan de te maaien oppervlakte.
Storing:
Verbrandingsmotor worden zeer heet.
Mogelijk oorzaak:
-Koelvinnen zijn vuil.
- Te laag oliepeil in de motor.
V-riem versleten.
Oplossing:
- Koelvinnen reinigen. (M)
- Controller de inhoud van de motorolie en vul motorolie bij. ( 14.13)
-V-riem verrangen. (长)
Storing:
Apparaat rijdt Niet.
Mogelijkkeoorzaak:
Transmissie losgekoppeld.
V-riem(transmissie)losgeraakt.
-V-riem(transmissie)versleten of beschadigd.
- Ontbrekende pasveer:tussen de achteras en awhilen.
Oplossing:
- Transmissie vastkoppelen (beugel vrijloop van de transmissie). ( 8.14)
V-riem (transmissie) vasthaken. (长)
V-riem(transmissie)vervangen. (长) - Pasveer monteren. ( 14.10)
Storing:
Sterke vibraties tijdens gebruik.
Mogelijk oorzaak:
-Het maaimes is ongebalanceerd door verkeerd slijpen of beschadigingen.
- De mesbout is nicht goed aangetrokken.
- De bevestiging van de verbrandingsmotor is nicht goed aangetrokken.
-V-riem beschadigd.
-Uitwerpkanaal verstopt.
Oplossing:
Maaiimes opnieuw slijpen en balanceren of maaimes verrangen. ( 14.7)
-Mesbout met aangegeven aanhaalkoppel vastdraien. ( 14.7)
- Bevestiging van de verbrandingsmotor vastzetten. (X)
-V-riemervangen. (长)
-Uitwerpkanaal reinigen. (长)
Storing:
Onzuivere snede, gras worden na het maaien geel.
Mogelijk oorzaak:
- Maaimes bot of versleten.
Rijnsnelheid is te hoog in verhouding tot de maaisituatie (snijhoogte, kwaliteit van het gazon).
Maximaal toerental van de verbrandingsmotor Niet ingesteld (gashendel Niet in stand MAX). -
Maaiwerkinstelling nicht in orde.
-Uitwerpkanaal verstopt. -
Het maaiwerk is verontreinigd met grasresten (verklevingen aan de binnenkant van de maaiwerkbehuizing).
Oplossing:
- Maaimes slijpen of verrangen (op slijtagegrenzen letten). ( 14.7)
Rijsnelheid verlagen of hogere snijhoogte kiezen.
-Gashendel in stand MAX zetten. ( 8.2) - Maaiwerkinstelling controleren en indien nodig het maaiwerk.just afstellen. ( 14.8)
- Grasopvangbox wegemen en grasresten uit het uitwerpkanaal verwijdenen.
- De binnenkant van het maaiwerk reinigen.
Storing:
Uitwerpkanaal verstopt.
Mogelijk oorzaak:
- Maaimesvleugel versleten of beschadigd.
- Maaien van te hoog of te vochtig gras.
- De rijnselheid is te hoog in verhouding tot de ingestelde snijhoogte.
Maximaal toerental van de verbrandingsmotor Niet ingesteld (gashendel Niet in stand MAX). - Peilindicator verkeerd afgesteld.
Oplossing:
- Maaiimes vervangen. (14.7)
-
Gazon in twee sessies maaien: 1. maaisessie met de hoogste snijstand, 2. maaisessie met de gewenste snijhoogte.
Rijsnelheid verlagen of hogere snijhoogte kiezen.
-Gashendel in stand MAX zetten. ( 8.2) -
Peilindicator instellen (schuif helemaal eruit trekken). ( 8.15)
Storing:
Grasopvangbox wordt nicht helemaal gemuld.
Mogelijkoorzaak:
- Peilindicator nicht juist afgesteld.
- Snijhoogte te laag ingesteld.
- Gras te vochtig en daardoor te zwaar om door de luchtstroom door hetuitwerpkanaal in de grasopvangbox te worden meegevoerd.
- Maaimes is bot of versleten.
- Gras is te hoog.
Luchtgaten in de grasopvangbox verstopt (geen luchtdoorstroming in de grasopvangbox).
Uitwerpkanaal of maaiwerk (binnenkant) vuil door verkleefd gras (grasresten van de laatste keer maaien).
Oplossing:
- Peilindicator afstellen. (8.15)
-Hogere snijhoogte kiezen.
Wachtent totdat het grasoppervlak droog is. - Maaiames slijpen of cervangen. (14.7)
Gazon in twee sessies maaien: 1. maaisessie met de hoogste snijstand, - maaisessie met de gewenste snijhoopte.
- Grasopvangbox schoonmaken (luchtdoorstroming reinigen).
- Uitwerpkanaal of binnenkant van het maaiwerk schoonmaken.
Storing:
- Peilindicator (grasopvangbox) vuil door grasresten.
- Peilindicator (grasopvangbox) nicht juist afgesteld.
Rijsnelheid te hoog.
Oplossing:
- Peilindicator reinigen en controleren of\ deze soepel loopt.
- Peilindicator (grasopvangbox)
afstellen. ( 8.15)
Rijsnelheid aan de te maaien oppervlakte aanpassen (rijsnelheid verlagen).
Storing:
Maaimes wordt nicht ingeschakeld of draait.
niet.
Mogelijkkeoorzaak:
- De veiligheidsvoorzieningen voorkomen dat het maimes worden ingeschakeld.
V-riem (maaiwerk) versleten, losgekoppeld of beschadigd.
Oplossing:
- Controleren of alle veiligheidsvoorzieningen voor het inschakelen van het maaimes werken. ( 11.)
-V-riem (maaiwerk) controlleren en zo nodig verwangen. (#)
Storing:
Verbrandingsmotor slaat af bij het inschakelen van het maaiwerk.
Mogelijkkeoorzaak:
- Gebruiker zit nicht of nied goed op de bestuurdersstoel.
- Stoelcontactschakelaar of de kabels zich defect.
- Schakelaar grasopvangbox nicht bediend of defect.
Oplossing:
- Op de bestuurdersstoel gaan zitten of anders gaan zitten.
- Stoelcontactschakelaar of kabels repareren of verrangen. (X)
- Grasopvangbox of deflector (niet in de levering inbegren) monteren of schakelaar grasopvangbox repareren of verrangen. (X)
Storing:
Maaiwerk worden bij hetchyteruit rijden ontkoppeld.
Mogelijk oorzaak:
- Veiligheidsschakelaar awhile maaien nicht bediend.
Oplossing:
- Maaiimes binnen het tijdsvenster vrijgeven (5 seconden voor, tot 1 seconde na het koppelen of wijzigenvan de rijrichting). ( 8.4)
Storing:
Verbrandingsmotor slaat af bij het verlaten van de bestuurdersstoel.
Mogelijkkeoorzaak:
-
Handrem nicht aangetrokken.
-
Maaiwerk ingeschakeld (veiligheidsvoorziening).
Oplossing:
- Handrem voor het verlaten van de bestuurdersstoel aanrekken. (⇒ 8.10)
- Maaiwerk voor het verlaten van de bestuurdersstoel uitschakelen. ( 8.3)
Storing:
Er klinken 3 kort op elkaar volgende akoestische signalen.
Mogelijkoorzaak:
- Defect in de stoelcontactschakelaar of in het elektrisch circuit (kortsluiting).
Oplossing:
- Contactsleutel in de positie "Verbrandingsmotor uit" draaien, zelfdiagnose uittvoeren. ( 9.1)
Storing:
Permanent toon actief.
Mogelijk oorzaak:
- Grasopvangbox is vol.
- Storing in de elektronica.
- Accu met onjuiste polariteit aangesloten.
Oplossing:
- Maaiwerk ontkoppelen en grasopvangbox ledigen. (⇒ 12.9)
- Contactsleutel in de positie "Verbrandingsmotor uit" draaien, zelfdiagnose uittvoeren. ( 9.1)
Polariteit van de accuaansluitingen controlleren, de kabel eventuele juist aansluiten. ( 14.19)
23. Onderhoudsschema
23.1 Leveringsbevestigting


Volgende onderhoudsbeurt
Datum:
23.2 Servicebevestigting

Geef deze gebruiksaanwijzing bij onderhoudswerkzaamheden aan uw STIHL yakhandelaar.
Hij geeft in de voorgedrakte velden aan welke servicewerkzaamheden er zich uitgevoerd.

Service uitgevoerd op

Datum volgende servicebeurt
Notice-Facile