VCharge 100 Duo - Modelbouw VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VCharge 100 Duo VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over VCharge 100 Duo VOLTCRAFT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Modelbouw in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VCharge 100 Duo - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VCharge 100 Duo van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING VCharge 100 Duo VOLTCRAFT
- Inleiding 178
- Verklaring van symbolen 178
- Voorgeschreve gebruik 179
- Leveringsomvang 180
- Veiligheidsvoorschriften 180
a) Algemeen 180
b) Stroomkabel/netspanning 181
c)Opstelplaats 182
d) Gebruik 183
- Accuvoorschriften 185
a) Algemeen 185
b)Extra informatatie over lithium-accu's 187
- Geschikte accutypen 189
-
Bedieningselementen 190
-
Ingebruikname 192
a) Aan de spannings-/stroomverzorging aansluten 192
b) Accu aan het laadapparaat aansluiten 193
c) Algemene informatatie i.v.m. de bediening van de menu's. 196
a) Algemeen 198
b) Accu zonder Balancer-aansluiting opladen ("CHARGE") 199
c) Accu met Balancer-aansluiting opladen ("BALANCE") 201
d) Snelladen ("FAST CHG") 203
e) Accu opslaan ("STORAGE"). 203
f) Accu ontladen ("DISCHARGE") 204
Pagina
- NiMH- en NiCd-accu's 205
a) Algemeen 205
b) Accu laden ("CHARGE") 205
c) Automatische laadmodus ("Auto CHARGE") 207
d) Accu nogmaals heropladen ("RE-PEAK") 207
e) Accu ontladen ("DISCHARGE") 209
f) Cyclusprogramma ("CYCLE"). 210
- Loodaccu's (Pb) 212
a) Algemeen 212
b) Accu laden ("CHARGE") 212
c) Accu ontladen ("DISCHARGE") 214
- Accugegevens opslaan/laden 216
a) Accugegevens selecteren/instellen 216
b) Accugegevens opslaan 221
c) Accugegevens opladen 222
- Spanningsindicator voor lithium-accu's 223
- Systeeminstellingen 224
- USB-uitgang 227
18.Pc-software 228 - Waarschuwingen op het display 229
- Informatie van het laadapparaat 231
- Onderhoud en reiniging 232
- Afvoer 232
a) Algemeen 232
b) Batterijen en accu's. 232
Wij danken u hartelijk voor het aanschaffen van een Voltcraft®-product. Hiermee heeft u eenuitstekend apparaat in扣除 gehald.
Voltcraft® - Deze naam staat op het gebied van meettechniek, laadtechniek en voedingsspanning voor onovertroffen kwaliteitproducten die worden gekenmerkt door gespecialiseerde vakkundigheid, buitengewone prestaties en permanente innovations.
Voor ambitieuze elektronica-hobbyisten tot en met professionele bebruikers ligt voor de meest ingewikkelde taken met een product uit het Voltcraft®-assortiment algijd de perfecte oplossing binnen handbereik. Bovendien: bieden wij u de geavanceerde techniek en betrouwbare kwaliteit van onsze Voltcraft®-producten gegen een nagenoeg Niet te evenaren verhouding van prijs en prestaties. Daarom scheppen wij de basis voor een duurzame, goede en tevens succesvolle samenwerking.
Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe Voltcraft®-product!
Alle vermelde bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de respectievelijke eigenaren. Alle rechten voorbehonden.
Bij technische vragen kunt u zich wenden tot unsere helpdesk.
Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be.
2. Verklaring van symbolen

Het bliksemsymbol也好 gebrukt wanner er gevaar bestaat voor uw gezondheid, bijv. door een elektrische schok.

Het symbol met het uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing die in ieder geval要去en worden opgevolgd.

Het pijlsymbol ziet u, wanneer u bijzondere tips en aanwijzingen voor de bediening zult verkrijgen.
3. Voorgeschreiben gebruk
Het laadapparaat dient voor het op- en ontlagen van accu's van het type NiMH/NiCd (1 - 15 cellen), LiPo/Lilon/LiFe (1 - 6 cellen) en voor loodaccu's (1 - 10 cellen, 2V - 20V ).
Er zijn 2 van elkaar onafhankelijk uitgangen (laad-/ontlaadkanalen) beschikbaar, wier bediening telkens via een tweeeregelig, verlicht LCD-schem en vier bedienknoppen gebeurt.
Uitgang #1:
De laadstroom kan:tussen 0,1 A en 10,0 A worden ingesteld (afhankelijk van het aantal cellen/ de accuspanning). Het maximale laadvermogen bedraagt 100 W.
De ontlaadstroom kan:tussen 0,1 A en 6,0 A worden ingesteld (afhankelijk van het aantal cellen/de accuspanning). Het maximale ontlaadvermogen bedraagt 10 W.
Uitgang #2:
De laadstroom kan:tussen 0,1 A en 5,0 A worden ingesteld (afhankelijk van het aantal cellen/ de accuspanning). Het maximale laadvermogen bedraagt 50 W.
De ontlaadstroom kan:tussen 0,1 A en 2,0 A worden ingesteld (afhankelijk van het aantal cellen/de accuspanning). Het maximale ontlaadvermogen bedraagt 5 W.
Het gecombineerde totale laadvermogen voor kanaal 1 + 2 bedraagt 100W
Het laadapparaat biedt bovendien per uitgang een aansluiting voor een externe temperatuursensor (niet inbegrepen, als accessoire bestelbaar) voor de accubewaking. Voor moercellige lithium-accu's is voor elke uitgang een balancer geinteggreerd (er+zijn twee passende externe XH-adapters voor accu's met 2 - 6 cellen meegeleverd).
Het laadapparaat beschikt over een ingebouwde stekkertransformator zodat het möglichk is om met netspanning (100 - 240 V/AC, 50/60 Hz) te werken. Het laadapparaat kan zichter ook met een gestabiliseerde gelijkspanning van 11 - 18 V/DC worden gezruikt (bv. via een externe voertuigaccu of een geschikte stekkertransformator).
De veiligheidsinstrumentes en alle andere informatie in deze gebruiksaanwijzing dienen absolut in acht te worden genomen!
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en bewaar deze voor toekomstig gebruik. Geef het product uitsluitend samen met de gebruiksaanwijzing aan derden door.
Een andere toepassing dan hierboven beschreiben, kan leiden tot beschadiging van het product. Daarnaast bestaat het risico van bijv. kortsluiting, brand of elektrische schokken. Het volledige product mag Niet aangepast of omgebouwd worden en de behuizing mag Niet geopend worden!
Het product voldoet aan de nationale en Europese wettelijkke voorschriften.
4. Leveringsomvang
- Multifunctionele oplader
Stroomkabel - 2 x XH adapter
- 2 x laadkabel (bananenstekker maar T-stekker)
- Software-cd
- Gebruiksaanwijzing

Actuele gebruiksaanwijzingen
Download de actuele gebruiksaanwijzingen via de link www.conrad.com/downloads of scan de afgebeelde QR-code. Volg de aanwijzingen op de website.
5. Veiligheidsvoorschriften
Lees aandachtig de gebruiksaanwijzing en let in het bijzonder op de veiligheidsvoorschriften. Als u de veiligheidsvoorschriften en de informatatie met betrekking tot het correct gebruik in deze gebruiksaanwijzing Niet volgt, zich wij Niet aansprakelijk voor de resulterende persoonlijkeLetsels/materiele schade. Bovendien vervaft In zulke geallen de garantie.
a) Algemeen
- Om veiligheids- en toelatingsredenen (CE) is het eigenhandig ombouwen en/of wijzigen van het product Niet toegestaan. Haal het product nooit uit elkaar!
- Onderhouds-, instellings- of reparateworkkaamheden mogen uitsluitend door een erkend technicus/elektrotechnisch bedrijf worden uitgevoerd. Binnenin het apparaat bevinden zich geen onderdelen die door de gebruiker können worden ingesteld of onderhoden.
- Dit product is geen spelégoed: houd het waarom buiten bereik van kinderen! Het product mag alleen op eenplaats worden gezet, gebruikt of opgeborgen die voor kinderen Niet bereikbaar is. Hetzelfde geldt voor accu's. Wees dus extra voorzichtig als kinderen in de buurt�! Kinderen konnen instellingen veranderen of de accu'(s) kortsluiten, wat kan leiden tot een brand of explosie. Dit is levensgevaarlijk!

cholen, opleidingscentra, hobbyruimten en werkplaatsen要去 door geschoold personneel voldoende toezicht worden gehonden op de bediening van het product.
edrijven要去rekening gehonden worden met de voorschriften ter voorkoming van ongevalten opgesteld door de nationale bonden van de ongevallenverzekering voor elektrische installations en bedrijsmiddelen.
- Laat het verpakkingsmaterialieniet achteeloos slingeren.Dit kan voor kinderen gevaarlijk spelelgoed+zijn!
-
Behandel het product voorzichtig. Door stoten, schokken of een val - zichs van geringe hoogte - kan het beschadigd raken.
-
Bij vragen met betrekking tot het correcte gebruik of met betrekking tot problemen waar u in de gebruiksaanwijzing geen oplossing voor kunt vinden, contact opnemen met ons of met een anderevakman.
b) Stroomkabel/netspanning
- De opbouw van het product komt overeen met beschemklasse I. Bij gebruik van een laadapparaat via het netsnoer mag alleen een standard contactdoos met ran-daarding worden gebruikt.
- De contactdoos waarmee het netsnoer worden verbonden, moet makkelijk toegankelijk্নijk়.
- Trek de stekker nooit aan de kabel UIT de contactdoos.
- Wanner het netsnoor of het laadapparaat tekenen van schade vertoont, mag u het Niet beetpakken; er bestaat levensgevaar door elektrische schok!
Schakel erst de netspanning voor de contactdoos, waaraan de netkabel is aangesloten uit (bijhorende zekeringsautomaat uitschakelen of zekering uitdraaien, cervolgens bijhorende FI-beschermschakelaar uitschakelen zodat de contactdoos aan alle polen van de stroomtoevoer is afgesloten).
Trek pas daarna de stekker uit het stopcontact.
Als het laadapparaat beschadigd is, mag u het product Niet meer gebruiken. Breng het laadapparaat maar een reparatiedienst of verwijder het op milieuvriendelijk wijze.
Als het netsnoer beschadigd is, verwijdert u het beschadigde netsnoer op een milieuvriendelijk manier en gebruikt u het Nieteer. Vervang hem door een identieke neueu netkabel.
c) Opstelplaats - Het oplaadtoestel

oplaadtoestel mag enkel in een droge, gesloten binnenruimte worden gebruikt. Het apparaat mag nicht vochtig of nat worden.
-
Vermijd direct zonlicht, sterkeitte en koude. Houd het laadapparaat uit de buurt van stof en vuil. Hetzelfde geldt voor de aangesloten accu.
-
Kies voor het laadapparaat een stabel, effen, schoon en voldoende groot oppervlak om het toestel neer te zetten. Zet het apparaat nooit op brandbare oppervlakken (vb. tapijt, tafelkleed). Gebruik algijd een geschikte onbrandbare, hittebestendige ondergrond.
-
Houd het laadapparaat ver van brandbare of Licht ontvlambare materialen (vb. gordijnen).
-
Dek de verluchtingsopeningen nooit af; er bestaat oververhittings- of brandgevaar. Steek nooit voorwerpen in de verluchtingsopeningen van het laadapparaat. Er bestaat levensgevaar door elektrische slag!
-
Blokveer de ventilator nooit in zijn werkung. De ventilator start indien nodig automatisch op.
-
Plaats het laadapparaat Niet zonder geschikte bescherming op kostenbare meubeloppervlakken. Anders zijn er krassporen, drukplaatsen of verkleuringen möglich. Hetzelfde geldt voor de accu.
-
Gebruik het laadapparaat nicht binnen in voertuigen.
-
Het laadapparaat mag alleen op een plaats worden gezet, gebruikt of opgeborgen die voor kinderen Niet bereikbaar is. Kinderen können instellenen veranderen of de accu/accupack kortsluiten, wat kan leiden tot een brand of explosie. Dit is levensgevaarlijk!
-
Vermijd de opstelling in de onmiddelijkke buurt van sterke magnetische of elektron magnetische velden, zendantennes of HF-generatoren. Hierdoor kan de besturingslektronica beinvloed worden.
-
Zorg dat de kabels nicht aufgekneld, gebogen of door scherpe randen beschadigd worden. Plaats geen voorwerpen op de kabels.
-
Zet geen voorwerpen met vloeistoffen, vazen of planten op of naast het laadapparaat/netsnoer.
Wanneer deze vloeistoffen in het laadapparaat (of in de steekverbindingen van het netsnoer) raken, worden het laadapparaat vernietigd en bestaat er bovendien groot levensgevaar voor elektrische slag of brand.

adapparaat via het netsnoer worden aangedreven, schakelt u eerst de net
spanning voor de contactdoos, waaraan de netkabel is aangesloten,uit (bijhorende zekeringsautomaat uitschakelen of zekering uitdraaien,ervolgens bijhorende aardlekschakelaar uitschakelen zodate de contactdoos aan alle polen van de stroomtoevoer is afgesloten).Trek nu pas de stekker van het netsnoer uit de contactdoos.
Als het laadapparaat via de DC-ingang (11 - 18 V/DC) worden aangedreten, ontkoppelt u het laadapparaat van de spannings-/stroomverzorging.
Vervolgens ontkoppelt u de aangesloten accu van het laadapparaat. Gebruik het laadapparaat hierna Niet meer, maar breng het waar een elektrotechnisch bedrijf.
d) Gebruik
- Het laadapparaat kan ofwel via de netspanning (100 - 240 V/AC, 50/60 Hz) of via een gestabiliseerde gelijkspanning van 11 - 18 V/DC (bv. via een externe voertuigaccu of een geschikte stekkertransformator) worden aangedreten.
Gebruik algijd slechts een van beiden aansluitypes, maar nooit beiden tegelijk. Hier-door kan het laadapparaat beschadigd worden.
- Wanner u met het laadapparaat of accu's werk, mag u geen metalen of geleiden de materialen, zoals vb. juwelen (kettingen, armbanden, ringen, etc.) dragen. Door een kortsluiting aan de accu of laadkabel bestaat er brand- en explosiegevaar.
-
Laat het product nooit onbewaakt tijdens het gebruik. Ondanks de vele veriligeidsschakelingen können storingen of problemen bij het opladen van een accu nicht geheel worden uitgesloten.
-
Zorg voor voldoende ventilatie rondon de labvoedingijdens het gebruik. Dek de laadapparaat nooit af. Laat voldoende afstand (min. 20 cm)CUSen het laadapparaat en andere voorwerpen. Door oververhitting kan brand ontstaan!
- Het laadapparaat is uitsluitend geschikt voor het opladen (of ontladen) van NiMH-, NiCd-, Lilon-/LiPo-/LiFe- en loodaccu's. Laad nooit andere accutypes of Niet-heropplaadbare batterijen op. Er bestaat groot brandgevaar of gevaar voor een explosie!
- Sluit altijd eerst de laadkabel aan het laadapparaat aan. Pas daarna mag de accumet de laadkabel worden verbonden.
Bij het verwijderen moet in omgekeerde volgorde te werk worden gegaan - eerst de accu van de laadkabel ontkoppelen, dan de laadkabel van het laadapparaat.
Bij een verkeerde volgorde kan het tot kortsluiting van de stekkers van de laadkabel komen, er bestaat brand- en explosiegevaar!


k het apparaat uitsluitend in een gematigd klimaat; nicht in een tropisch klimaat. Neem hierbij ook de omgevingsvoorwaarden van het hoofdstuk "Technische gegevens" in acht.
k het product nooit direct wanner het van een koude ruimte in een warmeruimte is gebracht. Het condenswater dat wordt gezormd, kan onder bepaalde omstandigheden het apparaat beschadigen of storingen veroorzaken!
Verbind het product Niet onmiddelijk met een contactdoos, maar LAST het eerst op kamertemperatuur komen voor u het in bedrijf neemt. Dit kan een paar uur duren!
-
Vermijd een gebruik van het apparaat in de onmiddelijkke buurt van sterke magnetische of elektromagnetische velden, zendantennes of HF-generatoren. Hierdoor kan de besturingslektronica beinvloed worden.
-
Wonneer kan worden aangenomen dat een veilig gebruik Nieteer möglichk is, mag het apparaat Nieteer worden gebruikt en moet het worden beveiligd gegen onbedoeld gebruik.
Koppel het laadsystem los van de spannings-/stroomverzorging. U mag het product daarna Niet meer gebruiken. Breng hem waar een reparatiedienst of verwijder hem op milieuvriendelijk wijze.
Men mag aannemen dat een gevaarloze werkung nicht meer möglichk is wanner het product zichtaar is beschadigd, Nieteer functioneert, langdurig onder ongunstige omstandigheden is opgeslagen of tijdens transport te zwaar is belast.
- Bewaar het gehele product op een droge, koele, schoneplaats, Niet toegankelijk voor kinderen.
6. Accuvoorschriften
Het gebruik van accu's is vandaag de dag weliswaar vanzelfsprekend, maar er bestaan toch tal van bevaren en problemen. Vooral bij LiPo-/Lilon-/LiFe-accu's met hun hoge energie-inhoud (in vergelijkking met gewone NiCd of NiMH accu's)要去en er verschillende voorschriften in acheit worden genomen aangezien er anders explosie- en brandgevaar bestaat.
Neem waarom in ieder geval de volgende informatie en veiligheidsvoorschriften voor het gebruik van accu's inRCT.

Wanner de fabrikant van de accumeer informatie ter beschikking stelt, moeten deze eveneens aandachtig worden gelezen en in acht worden genomen!

-
Accu's zijn geen spelelgoed. U moet accu's ook buiten het bereik van kinderen opberven.
-
Laat batterijen nicht achteloos liggen; er bestaat het gevaar dat deze door kinderen of huisdieren worden ingeslikt. In dit geval dient u onmiddelijk een arts te raadplegen!
- Accu's mogen nooit worden kortgesloten,uit elkaar gehaald of in het vuur geworpen. Er bestaat brand- en explosiegevaar!
-
Lekkende of beschadigde accu's hunnen bij huidcontact bijtende wonden veroorzaken; draag in dit geval beschermende handschoenen.
-
Traditionele nicht-oplaadbare batterijen mogen nicht worden opgeladen. Er bestaat brand- en explosiegevaar!
Niet-oplaadbare batterijen zijn bedoeld voor eenmalig gebruik. Ze要去en volgens deplaatselijk voorschriften worden ingeleverd als ze leeg�.
Laad uitsluitend batterijen op die hier geschikt voor zich; gebruik een geschikte op-lader.
Accu's mogen nicht vochtig of nat worden.
- Zet het laadapparaat en accu op een nicht-brandbaar en hittebestendig oppervlak, zoals bijvoorbeeld een stenen vloer. Zorg voor voldoende afstand t.o.v. brandbare voorwerpen. Houdussen laadapparaat en accu voldoende afstand. Leg de accu nooit op het laadapparaat.
- Omdat zowel het laadapparaat als de aangesloten accupack warm wordenijdens het opladen/ontladen, moet er voor voldoende ventilatie gezorgd worden. Dek het laadapparaat en de accu nooit af!

Gebruik nooit.Accupacks die uitverschillende cellen zijn samengesteld.
Laad/ontlaad accu's nooit zonder toezicht.
- Laad/ontlaad een accu nooit rechtstreeks in een model. Verwijder de accu eerst uithet model.
- Houd bij de aansluiting van de accu op uw model of laadapparaat rekening met de juiste polariteit (plus/+ en min/). Bij een omgekeerde polariteit raakt nicht alleen het laadapparaat maar ook de accu beschadigd. Er bestaat brand- en explosiegevaar!
Het hier geleverde laadapparaat is voorzien van een veiligheidsschakeling gegen omgekeerde polariteit. Toch kan een omgekeerde polariteit in bepaalde gezallen leiden tot beschadigingen.
- Wanner u het apparaat langere vrijd Niet gebruikt (bijv. bij opslag), dient u een eventueel aangesloten accu van het laadapparaat te verwijderen en koppel het laadsysteme los van de spannings-/stroomverzorging.
Het laadapparaat beschikt Niet over een netschakelaar. Wanner u het laadapparaat via het netsnoer gezruikt, trekt u de stekker uit de contactdoos wanner u het laadapparaat Niet meer nodig hebt.
-
Laad/ontlaad geen accu's die nog heet+zijn (bijv.veroorzaakt door een te hoge ontlaadstroom in het model).Laat de accu eerst op kamertemperatuur komen voordat deze wee worst opgeladen of ontladen.
-
Beschadig nooit het omhulsel van de accu. Er bestaat brand- en explosiegevaar!
- Laad/ontlaad nooit beschadigde, lekkende of vervormde accu's. Dit kan leiden tot brand of een ontploffing! Gooi zulke onbruikbaar geworden accu's op een milieuvri-endelijkme manier weg, gebruik deze nicht meer.
- Koppel de accu los van het laadapparaat als de accu volledig opgeladen is.
- Laad accu's ongeveer om de 3 maanden op odomat anders door de zichontlading de zogeheten diepontlading kan optreten waardoor de accu's onbruikbaar zullen worden.
- Bewaar accu's op een geschikte plaats. Plaats een rookmelder in de ruimte. Het risico voor brand (of ontstaan van giftige rook) kan nicht worden uitgesloten. Speciale accu's voor de modelbouw zijn geschikt voor grotere belastingen (bv. hoog laad- en ontlaadstromen, trillingen, etc.).
b)Extra informatatie over lithium-accu's
Moderne accu's met lithium-techniek hebben nicht alleen een veel hogere capaciteit dan NiMH- of NiCd-accu's, maar ze hebben ook een veel lager gewicht. Dit maakt dit type accu met name voor toepassingen in de modelbouw zeer interessant en meestal worden hier dus de zogenaamde LiPo-accu's gelebruikt (lithium-polymeer).
Lithium-accu's vereisen darüber bijzondere zorgvuldigheid bij het laden/ontladen en bij gebruik en onderhoud.
Daarom wollen wij u in de volgende hoofdstukken latent zien welke gevaren bestaan en hoe deze können worden voorkomen, zodate pergelijk accu's langearend hun capaciteit beholden.
Raadpleeg hiervoor ook hoofdstuk 6. a).
- Het buitenste omhulsel van veel lithium-accu's bestaat alleen uit een dikke folie en is waarom zeer gevoelig.
Demonteer of beschadig accu's nicht. Laat de accu Niet vallen en streek Niet met scherpe voorwerpen in de accu! Voorkom elke mechanische belasting van de accu. Trek nooit aan de aansluitkabels van de accu! Er bestaat brand- en explosiegevaar! Let hier ook op wanner de accu in het model worden geplaatst of eruit worden verwijderd.
- Zorg bij het gebruik, op- of ontladen, transport en de opslag van de accu dat deze Niet oververhit raakt. Plaats de accu Niet in de buurt van warmtebronnen (zoals rijregelaar, motor) en voorkom ook de bloatstelling aan direct zonlicht. Bij oververhitting van de accu bestaat brand- en explosiegevaar!
De accu mag nooit een hogere temperatuur dan +60^ hebben (raadpleegevt. extra informatatie van fabrikant!).
- Indien de accu beschadigingen vertoont (bijv. na het neerstorten van een modelliegtuig of modelhelikopter) of als het omhulsel uitgezet is of bol staat, mag de accu Niet meer worden gebruikt. Laad de accu Nietmeer op. Er bestaat brand-en explosiegevaar!
Pak de accu slechts voorzichtig beet en gebruik eventueel beschermende hand Schoenen. Verwijder de accu overeenkomstig de milieuvoorschriften.
Bewaar zulke accu's in geen geval meer in een woning of hous/garage. Beschadigde of opgeblazen lithium-accu's konnen plotseling vuur vatten.

Gebruik voor het opladen van een lithium-accu alleen een hiervoor bestemd laad
apparaat, resp. gebruik de juiste laadprocedure. Gewone laadapparaten voor NiCd-, NiMH- of loodaccu's mogen nicht worden gebruikt; er bestaat brand- en explosiegevaar!
Kies naargelang de accu alteid de juiste manier van opladen.
-
Laadt u een lithium-accu met meer dan een cel, gebruik dan absolut een zag. balancer (b.v. in het hier geleverde laadapparaat al geintegreerd).
-
Laad de LiPo-accu's met een laadstroom van max. 1C (in zoverre door de accufabrikant nicht anders aangeduid!). Dit betekent dat de laadstroom de op de accu vermelde capaciteitswaarde nicht mag overschrijden (bijv. accucapaciteit 1000mAh , max. laadstroom 1.000mA = 1A ).
Neem bij LiFe- en Lilon-accu's altijd de instructies van de accufabrikant in acht.
- De ontlaadstroom mag de op de accu aangegeven waarde nicht overschrijden.
Als bijvoorbeeld bij een LiPo-accu een waarde van "20C" op de accu staat aangegeven, dan komt de maximale ontlaadstroom overeen met 20 maal de capaciteit van de accu (bijv. accucapaciteit 1000mAh , max. ontlaadstroom 20C = 20 × 1.000mA = 20A ).
Anders kan de accu oververhit raken, hetgeen kan leiden tot verrorming/bol gaan staan van de accu of tot een ontploffing of brand!
De aangegeven waarde (bijv. "20C") heeft doorgaans geen betrekking op de permanente stroomsterkte maar op de maximale stroom die de accu kortstondig kan leveren. De permanente stroomsterkte mag nicht hoger� dan de helft van deze aangegeven waarde.
- Let op dat de afzonderlijke cellen van een lithium-accu Niet diepontladen worden.
Een diepontlading van een lithium-accu voert tot een permanente beschadiging/vernietiging van de accu.
Als het model Niet is voorzien van een beveiliging gegen diepontlading of een optische individatie van de te lage accuspanning, stel het gebruik van het model danijdig in.
7. Geschikte accutypen
| Accutype LiPo Lilon LiFe NiCd | NiMH Pb | |||||
| Nominate spanning (V/cel) 3,7 3,6 3,3 1,2 1,2 | 2,0 | |||||
| Max. laadspanning (V/cel) 4,2 4,1 3,6 1,5 1,5 | 2,46 | |||||
| Spanning voor opslag (V/cel) 3,8 3,7 3,3 - - - | ||||||
| Laadstroom voor snelladen <= 1C <= 1C <= 4C 1C - 2C 1C - 2C <= 0,4C | ||||||
| Min. spanning na ontladen (V/cel) | 3,0 - 3,3 2,9 - 3,2 2,6 - 2 | 9 0,1 - 1,1 0 | 1 - 1,1 1,8 | |||
De spanningen in de bovenstaande babel gelden voor een enkele cel.
De max. laad- en ontlaadstromen worden met de capaciteitswaarde "C" aangegeven.
Een laadstroom van 1C komt daarmee overeeen met de op de accu vermelde capaciteitswaarde (vb. aangegeven accucapaciteit 1000mAh , max. laadstroom 1000mA = 1A ).

Let bij meercellige.Accupacks altijd op de correcte spanningsinstelling. Bijvoorbeeld bij een tweecellige accupack konnen de afzonderlijke cellen zowel parallel als in serie geschakeld zich.
Als de voor de accu maximaal toegelaten laadstroom overschreden of een verkeerd cellenaantal/verkeerde spanningsinstelling worden gekozen, bestaat het gevaar dat de accu worden vernietigd. Bovendien bestaat explosie-/brandgevaar door de accu!
Verdere instructies over de max. laadstroom en het cellenaantal/de spanning vindt u in de gevevensbladen of de etiketten van de accu's; deze geevens hebben voorrang op de informatatie in de bovenstaande tabel.
Belangrijk!
- Laad nooit.Accupacks op die uit verschillende cellen bestaan (of uit cellen van verschillende fabrikanten).
- Laad nooit heropplaadbare batterijen op.
- Laad nooit accu's op die nicht in de bovenstaande babel zich vermeld.
- Laad nooit accu's met ingebouwde elektronica op.
- Laad nooit accu's op die nog met andere apparaten (vb. een rijregelaar) is verbonden.
- Laad nooit een beschadigde of opgezwollen accu's.
8. Bedieningselementen



1 Uitgang #1: LCD-schem en bedientoetsen
2 Uitgang #2: LCD-schem en bedientoetsen
3 Verlicht twee-regelig scherm
4 Knop "BATT. TYPE/STOP" om een menu te verlaten of het opladen te stoppen
5 Knop "DEC" voor de invoer van waarden (waarde verminderen), menukeuze (terug) en het weergeven van diverse gegevensijdens het laden/ontladen
6 Knop "INC" voor de invoer van waarden (waarde vermeerderen), menukeuze (vooruit) en het weergeven van spanningswaarden van afzonderlijke cellen bij het laden van lithium-accu's met balanceraansluiting
7 Knop "START/ENTER" voor starten/voortzetten van het laadproces resp. voor de bevestigging van een instel-/bedienfunctie
8 Uitgang #1: Ronde bussen (4 mm) voor accu-aansluiting (rood = plus/+, zwart = min/-)
9 Uitgang #1: Aansluitbus voor meegeleverde exter XH-adapter
10 Uitgang #1: Bus voor externe temperatuursensor (niet inbegrepen, afzonderlijk bestelhaar)
11 Uitgang #2: Bus voor externe temperatuursensor (niet inbegrepen, afzonderlijk bestelhaar)
12 Uitgang #2: Aansluitbus voor meegeleverde externe XH-adapter
13 Uitgang #2: Ronde bussen (4 mm) voor accu-aansluiting (rood = plus/+, zwart = min/-)
14 Gelijkspanningsingang (11 - 18 V/DC, gestabiliseerd), bv. voor de aansluiting aan een externe voertuigaccu
15 Koudapparaatbus voor aansluiting van het laadapparaat aan de netspanning

Gebruik het laadapparaat ofwel via de netspanningsaansluiting (1) of via de gelijkspanningsingang (9). Gebruik nooit bevde ingangen tegelijkertijd. Hierdoor kan het laadapparaat beschadigd worden.
16 Uitgang #1: MicroUSB-bus voor PC-aansluiting
17 Uitgang #2: MicroUSB-bus voor PC-aansluiting
18 USB-spannings-/stroomuitgang (5 V/DC, max. 2,1 A), bv. om een mobiele telefon of tablet-pc op te laden
19 Ventilator (start afhankelijk van het laad-/ontlaadprogramma indien nodig automatisch)
9. Ingebruikname
a) Aan de spannings-/stroomverzorging aansluten

Let op!
Sluit het laadapparaat altijd eerst aan de spannings-/stroomverzorging aan; pas daarna mag een accu met het laadapparaat worden verbonden.
Het laadapparaat biedt twee verschillende bedrijfsmogelijkkheden.
Bedrijf via de netspanning (100 - 240 V/AC, 50/60 Hz)
Bedrijf via gestabiliseerde gelijkspanning (11 - 18 V/DC, bv. via een externe voertuigaccu of een stekkertransformator)

Gebruik nooit beiden bedrijfsmodi tegelijkertijd. Hierdoor kan het laadapparaat beschadigd worden. Verlies van waarborg/garantie!
Als het laadapparaat via de gelijkspanningsingang moet worden aangedreten, moet de stroomverzorging overeenkomstig sterk gekozen worden, bv. een geschikte 12 V-voertuigaccu.

Als het laadapparaat Niet met een 12 V-voertuigaccu moet worden aangedreten, maar via het vaste stroomnet,要去 dit een overeenkomstig hoge stroom hunnen leveren (wij raden bij gebruik van het volledig laadvermogen, een stekkertransformator met minstens 14 A aan).
Aangezien er in het laadapparaat een eigen stekkertransformator geintegreerd is, is het gebruik via een afzonderlijke stekkertransformator van het vast net zinloos en要去 worden vermeden!
Bij gebruik van een gelijkspanningsingang要去 bij aansluiting op de juiste polariteit (plus/+ en min/-) worden gelet.
Na aansluiting aan de spannings-/stroomverzorging schakelt het laadapparaat automatisch in. Beide scheren van uitgang #1 en #2 lichten op, de startmeling verschijnt (zie afbeelding rechts) en het laadapparaat geeft twee korte geluidssignalen wee.
Vervolgens is het laadapparaat bedrijfsklaar.
VOLTCRAFT
100 DUO
b) Accu aan het laadapparaat aansluten
Neem de volgende punten in acheit voordat u een accu aansluit of laadt/ontlaadt:

en u dit nog Niet hebt gedaan, moet u eerst hoofdstuk 5, 6 en 7 geheel en zorgvuldig doorlezen.
Weet u precies welke gegevens uw accu heeft? Onbekende of nicht-bedrukte accu's waarvan de waarde Nietbekend is, mooteniet worden aangesloten/geladen/ontla-den!
- Let op u dat de aansluitingen van uitgang #1 en #2 Niet door elkaar haalt.
- Hebt u het juiste laad-/ontlaadprogramma voor het betreffende accutype geseleeteerd? Onjuiste instellenen beschadenig hem laadapparaat en de accu; er bestaat brand- en explosiegevaar!
Hebt u de passende laad- of ontlaadstroom ingesteld?
- Hebt u de juiste spanning ingesteld (bijv. bij meercellige LiPo-accu's)? Een tweecellige LiPo-accu kan o.a. parallel geschakeld zichn (3,7V) of in série (7,4V)
- Zijn alle verbindingskabels en aansluitingen in orde? Zijn de stekkers goed in de aansluitbussen gestoken? Beschadigde stekkers en kabels dienen te worden verrangen.
- Sluit aan de uitgang van het laadapparaat.altijd slechts een afzonderlijke accu of een afzonderlijk.accupack aan,maar nooit meertere tegelijk.
- Bij aansluiting van een accu aan het laadapparaat verbind u.altijd eerst het laadkanaal met het laadapparaat. Pas daarna mag de laadkabel met de accu verbonden worden. Bij het verwijderen gaat u in omgekeerde volgorde te werk (eerst accu van de laadkabel ontkoppelen, dan de laadkabel van het laadapparaat).
Anders bestaat het gevaar op kortsluiting. Dit kan leiden tot brand of explosie van de accu!
- Wanner u zelfgeconfectioneerde accupacks wilt opladen, dan要去en de cellen soortgelijk zijn (zelfde type, zelfde capaciteit, zelfde fabrikant).
Bovendien要去en de cellen bezelfde laadtoestand hebben (lithium-accu's kennen via de balancer overeenkomstig gewiek worden gesteld, andere accupacks Zoals NiMH of NiCd, aller nicht).
- Voor u een accu/accupack aan het laadapparaat aansluit, ontkoppelt u het volledig, bv. van een vlieg- of rijregelaar.
Belangrijk bij het laden/ontladen van een meercellige lithium-accu met balanceraansluiting:
Meercellige lithium-accu's beschikken normal gezieen alkijd over een balanceraansluiting. Vi deze accu is het maybek dat het laadapparaat de spanning van elke afzonderlijke cel apart kan bewaken.
Het laadapparaat synchroniseert bij afwijkingen de spanning van alle cellen met elkaar. De balancer voorkomt op die manier dat een of meerere cellen worden overladen of andere cellen Niet voldoende vol worden opgeladen. De balancer beschermt dus zowel gegen overladen (wat tot brand of explosie kan leiden) of een diepontlading van een afzonderlijke cel en garandeer daardoor het optimale vermogen van het accu in uw model.
Werkwijze bij het aansluiten van een accu aan het laadapparaat:
- Verbind het laadapparaat met de spannings-/stroomverzorging.
- Verbind erst de laadkabel met beiden ronde bussen van 4mm van laaduitgang #1 (of #2). Let waar bij op de juiste polariteit (plus/+= rode kabel, min/- = Zwarte kabel).

De laadkabel mag nog Niet met de accu+zijn verbonden! Hierbij kan het tot kortsluiting van de stekkers van de laadkabel komen, er bestaat brand- en explosiegevaar!
- Wanner u een meercellige lithium-accu met balancerkabel aan het laadapparaat wilt aansluiten, verbindt u het meegeleverde balancerboard met de overeenkomstige bus van het laadapparaat (van uitgang #1 of #2).
- Sluit nu de laadkabel op de accu aan. Let waar bij op de juiste polariteit (plus/+= rode kabel, min/- = zwarte kabel).
- Verbind de balancerstekker van een meercellige lithium-accu aan de overeenkomstige aansluiting van de XH-adapter. Gebruik bij het aandrukken geen geweld! Let op de juiste polariteit.
De minaansluiting van de balancerstekker van de accu moet normal gezien gemar-keerd zichn (bv. zwarte kabel); op het balancerboard is de minpool eveneens gemarkeerd (opdruk "-").
Als de balancerstekker van de accu Niet op de vom van de bus op de XH-adapter past (deze is voor zgn. XH-stekkers voorzien),要去 een geschikte aansluitkabel gebruiken. Deze kunt u in de accessairehandel verkrijgen.
Voorbeeld voor het opladen van twee lithium-accu's met balancerstekker:

Bij het ontkoppelen van een accu gaat u als volgt te werk:
- Als een meerrellige lithium-accu via de balancerkabel met het balancerboard is verbonden, ontkoppelt u de kabel eerst van het balancerboard.
- Ontkoppel de laadkabel van de accu.
- Tenslotte ontkoppelt u de laadkabel van het laadapparaat.

Gelieve in deze volgorde te werken!
De accu要去 algid eerst van de laadkabel (en bij lithium-accu's van de balanceraansluiting) worden ontkoppeld. Pas daarna mag de laadkabel van het laadapparaat worden ontkoppeld.
Bij een andere volgorde bestaat het gevaar voor kortsluiting door beiden Ronde stekkers van de met de accu aangesloten laadkabel. Bovendien bestaat er brand- en explosiegevaar!
- Wanner er geen accu meer met het laadapparaat is verbonden,kest u het laadapparaat van de spannings-/stroomverzorging ontkoppelen.
c) Algemene informatatie i.v.m. de bediening van de menu's

Een overzicht van de menustructeur vindt u in het volgend hoofdstuk.
Beide uitgangen #1 en #2 van het laadapparaat�n van elkaar onafhankelijk.
De bediening van beiden uitgangen (laad-/ontlaadkanalen) gebeurt telkens via een verlicht LCD-schem en vier knappen die zich rechts naast het scherm bevinden.
- Verlaat het instelmenu met de knop "BATT. TYPE/STOP"; doorevt.meermaals op deze knop te drukken keert u terug maar het hoofdmenu.
- Selecteer in het hoofdmenu met de toets "INC" of "DEC" het gewenste submenu en bevestig de keuze met de toets "START/ENTER".
- Met de knoppen "INC" en "DEC" kann den verschillende instellingen worden geselecterd.
- Om een waarde of instelling te veranderen, drukt u op "START/ENTER"; de weergave knippert. Verander de op het scherm knipperende waarde met de knop "INC" of "DEC". Om een waarde snel te wijzigien (vb. de laadstroom) houdt u de respectievelijke knop langer ingedrukt.
- Sla de (gewijzigde) waarde op met de knop "START/ENTER".

Tijdens het laad-/ontlaadproces(Intu) door moerdere keren op de knop "DEC" te drukken, diverse gegevens op het scherm weergeven (zie hoofdstuk 20). Als er gedurende enkele seconden op geen enkele knop wordt gedrukt, keert het laadapparaat terug maar de normale weergave.
Als een lithium-accu met balancerstekker aan het laadapparaat is aangesloten, kut uijdens het laden/ontladen op de knop "INC" drukken om te schakelen maar de weergave van de spanning van de individuele cellen. Druk kort op de knop "START/ ENTER" zodate het laadapparaat opnieuw�n de normale weergave terugkeert.
10. Menustructuur

Bij/Newere versies van het laadapparaat hunnen menustructuur of verschillende schermweergaven verschillend zijn.
De accuprograma's voor LiPo-, Lilon- en LiFe-accu's verschillen alleen in de spanningen en de toegelaten laadstroom, zie babel in hoofdstuk 7.
Bij het opladen van een lithium-accu zijn er twee van elkaar verschillende fasen. Eerst worden de accu met constante stroom opgeladen. Als de accu de maximale spanning (bij een LiPo-accu, vb. 4,2 V) bereikt, worden met constante spanning verder geladen (de laadstroom daalt waar bij). Als de laadstroom onder een bepaalde grens daalt, worden het laden beeindigt en is de accu volledig opgeladen.

Wanner de accu een balancer-aansluiting heeft (normaal gezien bijna alle lithium-accu's met meer dan een cel), moet bij het laden/ontladen van de accu Niet alleen de aansluitkabel van de accu, maar ook de balancer-aansluiting met het laadapparaat worden verbonden.
Er zijn verschillende typen voor de balancer-stekker. Gebruik geen geweld wanneer de stekker Niet in het laadapparaat past! In een specialzaak zijn de juiste adapters verkrijngbaar voor balancer-stekkers.
Er zich ook soms accu's met meer dan een cel, waar bij de celsaansluitingen afzonderlijk uitgevoerd worden en waar bij het strikt genomen Niet om een "meercellig.accupack" gaat. Let.darom altijd op de informatie van de accufabrikant in verband met het bouwtype en de nominale spanning.
Alleen bij gebruik van een balancer (in het laadapparaat geinteggreerd) hebben alle cellen van een meervellig.accupak na het laadprocesdezelfde spanning enkomt het Niet tot een overlading van een van de cellen (brand- en explosiegevaar), resp. tot een diepontlading van een van de cellen (beschadiging van de accu).
De in te stellen laadstroom is afhankelijk van de capacititeit van de accu de bouwwijze (zie hoofdstuk 7). Raadpleeg in elk geval de gegevens van de accufabrikant.
Het laadapparaat moet zich in het hoofdmenu bevinden.
Kies met de knopp "INC" of "DEC" het bij de te gebruiken accu passende accutype (LiPo, Lilon of LiFe), zie afbeeldingen rechts.
Bevestig de keuze met de knop "START/ENTER".



Vervolgens kunt u met de knopp "INC" of "DEC" de verschillende accuprogramma's kiezen:
- "BALANCE": lithium-accu met balancer-aansluiting opladen
- "CHARGE": lithium-accu zonder balancer-aansluiting opladen
- "FAST CHG": snel opladen voor lithium-accu
- "STORAGE": accu's op een bepaalde spanningswaarde laden of ontladen (bijv.ijdens de opslag)
- "DISCHARGE": accu ontladen
b) Accu zonder Balancer-aansluiting opladen ("CHARGE")

Uiteraard kunt u ook meercellige lithium-accu's met balanceraansluiting met het accu-programma "CHARGE" opladen.
Hierbij volgt darüber geen synchronisering van de afzonderlijke celspanningen zodate het tot een overladen van een of meerere cellen kan komen. Er bestaat brand- en explosiegevaar!
Laad waarom moercellige lithium-accu's met balanceraansluiting alkijd met het accuprogramma "BALANCE" op, maar nooit met het accuprogramma "CHARGE!"
- Kies eerst, zoals beschreiben in hoofdstuk 11. a), in het hoofdmenu met de knopp "INC" of "DEC" het accutype (LiPo, Lilon of LiFe) en druk dan op de knop "START/ENTER".
- Selecteer met de knopp "INC" of "DEC" het accuprogramma "CHARGE".
Linksboven staat het voorheen geselecteerde accutype.

De Waarde linksonder geeft de huidig ingestelde laadstroom weeR ("2.0A"),rechtsonder staat de nominale accuspanning ("11.1V") en het bijhorend aantal cellen ("3S" = 3-cellige accu).

Met de knopp "INC" of "DEC" kan een ander accuprogramma worden gekozen; met de knop "BATT. TYPE/STOP" keert u terug maar het hoofdmenu.
- Om een waarde te veranderen, drukt u op de knop "START/ENTER".
De laadstroom linksonder op het scherm knippert. Verander de laadstroom met de knopp "INC" of "DEC". Voor een snelle instelling dient u de betreffende knop langer ingedrukt te houden.

De maximaal möglichke laadstroom is afhankelijk van het accutype en het cellenaantal. Het max. laadvermogen voor uitgang #1 bedraagt 100 W; voor uitgang #2 is 50 W beschikbaar. Het gecombineerde laadvermogen (uitgang #1 + #2) bedraagt max. 100 W.
- Bevestig de laadstroom met de knop "START/ENTER".
Het aantal cellenrechtsonder op het scherm knippert. Stel het aantal cellen met de knoppen "INC" of "DEC" in. Voor een snelle instelling dient u de betreffende knop langer ingedrukt te honden. De bijhorende nominale accuspanning worden automatisch berekend en linksonder naast het aantal cellen weergegeven.
Bevestig het aantal cellen met de knop "START/ENTER".
- Wanner er geen enkele weergave meer knippert, start u het opladen door de knop "START/ENTER" langer ingedrukt te houden (ong. 3 seconden).
- Het laadapparaat contrôleert nu de aangesloten accu. Bij een fout worden een waarschuwingssignaal uitgestuurd en de overeenkomstige informatie op het scherm weergegeven. Met de knopp "BATT. TYPE/STOP".beeindigt u het waarschuwingssignaal; u komt waar terug in het vorige instelmenu.
BATTERY CHECK HAIT...
Als er geen fout werd vastgesteld, verschijnt bijvoorbeeld de rechts afgebeelde weergave op het scherm.
De Waarde bij "R:" geeft het cellenaantal dat die het laadapparaat herkend heeft (in het voorbeeld een 3-cellige accu).
De waarde bij "S:" geeft het cellenaantal aan die u in het menu hebt ingesteld (bijvoorbeeld eveneens een 3-cellige accu).
R:3SER S:3SER CANCEL(CSTOP)
P:3SEF S:3SEF CONFIRKENTERD

Indien deutsche andere aantallen nicht overeenkomen, controlleren dan zowel de instellingen van het laadapparaat als de accu. Het kan zichen dat de accu diepontladen is of date een cel defect is. Dergelijkke accu's moet u Niet opladen aangezien hierbij brand- en explosiegevaar bestaat!
Met de knopp "BATT. TYPE/STOP" komt u weitere terug in het vorige instelmenu.
- Als beiden cellenaantallen overeenstemmen, drukt u kort op de knop "START/ENTER".
- Het opladen begint. Op het scherm verschijnt verse informatatie over de actuele vooruitgang van het laden.
LP3s 1.24 12.32U
CHG 022:48 00632
Voorbeeld:
Linksboven wordt het accutype en het cellenaantal aangegeven (bijv. "LP3s" = LiPo-accu met 3 cellen), boven in het midden de laadstroom en rechtsboven de huidige accuspanning.
Linksonder staat het actuele accuprogramma ("CHG" = "CHARGE"), in het midden de verstreken laadduur en rechts daarnaast de opgeladen capaciteit in mAh.
Tijdens het laad-/ontlaadproces kut u door meertere keren op de knop "DEC" te drukken, diverse gegevens op het scherm weergeven (zie hoofdstuk 20). Als er gedurende enkele seconden op geen enkele knop worden gedrukt, keert het laadapparaat terug maar de normale weergave.
- Nadat het opladen is voltooid, werklijk teen geluidssignaal (mits deze optie nicht schakeld).
→ Indien u het laadproces wilt stoppen, drukt u op de knop "BATT. TYPE/STOP".
c) Accu met Balancer-aansluiting opladen ("BALANCE")
In gegenstelling tot het eenvoudige accuprogramma "CHARGE" (zie hoofdstuk 11. b)) worden bij het accuprogramma "BALANCE" de spanning van elke afzonderlijke cel van een meercellig lithium-accu bewaakt en bij afwijkingen overeenkomstig gecorrigeerd.

Naast de normale twee accuaansluitingen (plus/+ en min/-)要去 bovendien ook de balancer-aansluiting van de accu op het laadapparaat worden aangesloten.
Let bij de aansluiting van de balancerstekker van de accu aan het laadapparaat op de correcte polariteit. In regel is de minpool van de balanceraansluiting van een Zwarte kabel voorzien of special gemarkeerd. Deze zichde van de balancerstekker moet in de richting "-" van de balancerbus van het laadapparaat wijzen enatuurlijk ook op deze aansluitstift worden gestoken.
Als u zichgeconfectioneerde accu's gebruikt,要去 de balancerstekker correct+zijn ge-con gureerd.
De Zwarte/gemarkeeerde kabel is de minpool van de eerste cel. De volgende aansluitpen is de pluspool van de eerste cel. De volgende aansluitpen is de pluspool van detweede, derde, vierde, vijfde en zesde cel (naargelang het aanthal cellen).
De letzste aansluitpin van de balancerstekker van de accu is ook de pluspool van de)[-sta cel. Zo kan:tussen de buitenste.beide pins van de balancerstekkerdezelfdesspanning worden gemeten als aan.beide accuaansluitingen zelf.
Het verwolg van deze laadprocedure wordt in hoofdstuk 11. b) beschreiben.
Als een lithium-accu met balancerstekker aan het laadapparaat is aangesloten, kut u door op de knop "INC" te drukken omschakelen maar de weergave van de spanning van de individuele cellen, zie afbeelding rechts.

Druk kort op de knop "START/ENTER" zodate het laadapparaat opnieuw maar de normale weergave terugkeert.

Belangrijk!
een accupack met een exact gelijke spanning per cel levert het maximale vermogen en de maximale gebruiksduur voor een modelvliegtuig of -auto.
Door de schommelingen in materiaalkwaliteit en de interne opbouw van bijvoorbeeld een meercellige lithium-accupack kan het bij ontladen voorkomen dat de cellen aan het eind van het ontlaadproces een verschillende spanning hebben.
Indien men een dergelijkke lithium-accu zonder balancer laadt, dan ontstaan zeer nsel große verschillen in de spanning van de cellen. Dit leidt nicht alleen tot een kortere gebruiksduur (omdat een cel in spanning zwak is), maar ook worden de accu door diepontlading beschadigd.
Verder bestaat bij het opladen van een lithium-accu met verschillende accuspanningen zonder balancer het gevaar voor overladen van een individuele cel.
Voorbeeld:
Het lijkt alsof een zonder balancer geladen LiPo-accupack met 2 cellen een spanning van 8,4V heeft en dus volledig is opgeladen. Maar de afzonderlijke cellen hebbenECHter een spanning van 4,5V en 3,9V (een cel is gevaarlijk overladen en de andere is half leeg).
Een dergelijk overladen cel kan gaan lekken, opzwellen of in het ergste geval exploderen of in brand raken!
Wanner deze LiPo-accu bv. in een modelvliegtuig worden gebruikt, leidt dit tot een zeer korte vliegtijd aangezien de spanning van de halflege cel snel leegt en de accu geen stroomeer levert.

Als uw lithium-accu over een balanceraansluiting beschikt, moet deze bijkomend bij de normale twee accuaansluitingen (plus/+ en min/-) altijd over de meegeleverde XH-adapter aan het laadapparaat worden aangesloten; gebruik dan altijd het laadprogramma "BALANCE" en Niet het laadprogramma "CHARGE".

Als de balancerstekker van de accu Niet op de vom van de bus op de XH-adapter past (deze is voor zgn. XH-stekkers voorzien),要去 u een geschikte aansluitkabel gebruiken. Deze kunt u in de accessoirehandel verkrijgen.
d) Snelladen ("FAST CHG")
Bij het laden van een lithium-accu worden de laadstroom door de gebruekte laadprocedure algijd minder, hoe voller de accu (wonneer de accu+zijn maximale laadspanning heeft bereikt en het laadapparaat van constante stroom maar de constante spanningslaadprocedure omschakelt). Daardoor neemt naturuilijk ook de oplaadtijd toe.
Bij het snel opladen worden een hogere laadstroom bereikt. Dit gaatECHter ten kosten van de capaciteit aangezien op grond van de veiligheidsschakelingen in het laadapparaat het laadproces vroeger worden beeindigd.
Dit betekent dat bijvoorbeeld een LiPo-accu bij de snellading Niet volledig kan worden opgeladen. Er is slechts ongeveer 90% van de capaciteit beschikbaar die bij het normale oplaadproces möglichk is.
De snellading is dus alleen zinvol wonneer u de accu zo snel möglichk weeer gebruiks-kaar moet hebben.
De procedure voor het instellen van de laadstroom en spanning/aantal cellen dient opdezelfdme manier te worden uitgevoerd als bij het accuprogramma "CHARGE", zie hoofdstuk 11. b).
e) Accu opslaan ("STORAGE")
Dit accuprogramma kan worden gezruikt wanner de accu langereijd要去 worden opgeslagen. Afhankelijk van het ingestelde accutype worden de accu tot op een bepaalde spanning geladen of ontladen.
Afhankelijk van de celspanning worden de accu opgeladen of ontladen. Dit is bij een meervellige accupack alleen zinvol wonneer een balancer-aansluiting aanwezig is en aan het laadapparaat werk aangesloten.
Bij het langer opslagen van een lithium-accu (zoals vb. bij het overwinteren van een vliegaccu)要去 de accu in elk geval elke 3 maanden worden gecontroleerd en opnieuw met het accuprogramma "STORAGE" worden behandeld, opdat het Niet tot een schadelijke diepontlading komt.
De procedure voor het instellen van de laadstroom en spanning/aantal cellen dient opdezelfdeme manier te worden uitgevoerd als bij het accuprogramma "CHARGE", zie hoofdstuk 11. b).
f) Accu ontladen ("DISCHARGE")
Normaliter is het bij lithium-accu's Niet nodig deze voor het opladen te ontladen (dit in tegenstelling tot de werkwijze bij NiCd-accu's). De accu kan ongeacht+zijn aanwezige capaciteit direct worden opgeladen. Als u toch een lithium-accu wilt ontladen, kan de ontlaadstroom worden ingesteld.

De maximaal möglichke ontlaadstroom is afhankelijk van het accutype en het cellena-antal. Het max. ontlaadvermogen voor uitgang #1 bedraagt 10 W; voor uitgang #2 is 5 W beschikbaar. Dit beperkt de max. möglichke ontlaadstroom bij accu's met meer cellen.
Ontlaad een lithium-accu alleen tot aan de minimum toegelaten ontlaadeindspanning per cel (zie tabel in hoofdstuk 7 of let op de informatatie van de accufabrikant). Als de accu nog verder worden ontladen, worden hij door deze diepontlading permanent beschadigd en onbruikbaar!
De werkwijze bij het instellen van ontlaadstroom en spanning/cellenaantal moet precies zo worden uitgevoerd als bij het opladen, die hoofdstuk 11. b), behalte dat de accu na het starten van het accuprogramma Niet geladen, maar ontladen worden.
12. NiMH- en NiCd-accu's
a) Algemeen
De accuprogramma voor NiMH- en NiCd-accu's verschellen in principe alleen in de intern gebruikte laadprocedure. De instellingen in de menu's zijn gelijk.
Het laadapparaat moet zich in het hoofdmenu bevinden.
Kies hier met de knopp "INC" of "DEC" het bij de te gebruiken accu passende accutype, die afbeeldingen rechts.
Bevestig de keuze met de knop "START/ENTER".
Vervolgens kunt u met de knopp "INC" of "DEC" de verschillende accuprogramma'skiezen:
- "CHARGE": accu laden
- "Auto CHARGE": laadstroom in overeenstemming met de accu selecteren
- "DISCHARGE": accu ontladen
- "RE-PEAK": laadeindeherkenning nogmaals uitvoeren
- "CYCLE": herhaalde ontraad-/laadcyluiuhtvoeren
PROGRAM SELECT NiMH BATT
PROGRAM SELECT NiCD BATT
NIMH CHARGE CURRENT 2.0A
→ Met de knopp "BATT. TYPE/STOP" keert u terug maar het hoofdmenu.
b) Accu laden ("CHARGE")
De in te stellen laadstroom is afhankelijk van de capacititeit van de accu en dient normaliter 1C te bedragen (zie ook hoofdstuk 7). Hoogwaardige accu's verdragen ook een laadstroom tot 2C. Raadpleeg hiervoor in elk geval de gegevens van de accufabrikant.
De aanduiding "1C" betekent dat de laadstroom overeenkomt met de waarde van de capacititeit van de accu. Bij een 3000 mAh-NiMH-accu met 1C要去en laadstro om van 3 A worden ingesteld.
Een waarde van 0,5C betekent dat de laadstroom met de halve capaciteitswaarde overeenkomt. Bij een NiMH-accu met een capacititeit van 3000mAh betekent 0,5C dat een laadstroom van 1,5 A要去 worden ingesteld.
Daar bij geldt: hoe kleiner de accu (de afzonderlijke cellen dus), des te geringer is de maximale laadstroom.

Traditionele NiMH-mignon/AA-cellen met een capacititeit van 2000 mAh latent bijvoorbèeld geen laadstroom van 1C toe (dit komt overeen met een laadstroom van 2 A). Om zulke cellen snel op te laden (inbegrepen in ontvangeraccu's) mag Niet meer dan 0,5C worden ingesteld.
Ga voor het laden van een NiMH- resp. NiCd-accu als volgt te werk:
- Kies eerst, zoals beschreiben in hoofdstuk 12. a), in het hoofdmenu met de knopp "INC" of "DEC" het accutype (NiMH of NiCd) en druk dan op de knop "START/ENTER".
- Selecteer met de knopp "INC" of "DEC" het accuprogramma "CHARGE".
De Waarde rechtsonder staat voor de huidig ingestelde laadstroom.
NIMH CHARGE CURRENT 2.0a
Met de knopp "INC" of "DEC" kan een ander accuprogramma worden gekozen; met de knop "BATT. TYPE/STOP" keert u terug maar het hoofdmenu.
- Wanner de waarde voor de laadstroom gewijzigd moet worden, drukt u op de knop "START/ENTER". De laadstroom knippert. Verander de laadstroom met de knopp "INC" of "DEC". Voor een snelle instelling dient u de betreffende knop langer ingedrukt te honden.
De maximaal möglichke laadstroom is afhankelijk van het accutype en het cellenaantal. Het max. laadvermogen voor uitgang #1 bedraagt 100 W; voor uitgang #2 is 50 W beschikbaar. Het gecombineerde laadvermogen (uitgang #1 + #2) bedraagt max. 100 W.
Bevestig de ingestelde laadstroom met de knop "START/ENTER".
- Wanner er geen enkele weergave meer knippert, start u het opladen door de knop "START/ENTER" langer ingedrukt te houden (ong. 3 seconden).
- Het laadapparaat contrôleert nu de aangesloten accu. Bij een fout worden een waarschuwingssignaaluitgestuurd en de overeenkomstige informatatie op het scherm weergegeven. Met de knopp "BATT. TYPE/STOP".beeindigt u het waarschuwingssignaal; u komt wee terug in het vorige instelmenu.
BATTERY CHECK
NIMH 1.24 7.63U CHG022:4300632
Als er geen fout werd vastgesteld, verschijnt bijvoorbeeld de rechts afgebeelde weergave op het scherm.
Linksboven wordt het accutype weergegeven ("NiMH" = NiMH-accu), bovenaan in het midden de laadstroom en rechtsboven de huidige accuspanning.
Linksonder wordt het huidige accuprogramma weergegeven ("CHG" = "CHARGE"), in het midden de verstreken laadduur en rechts daarnaast de geladen capaciteit in mAh.
- Nadat het opladen is voltooid, werkblinkt een geluidssignaal (mits deze optie nicht werden uitgeschakeld).
→ Indien u het laadproces wilt stoppen, drukt u op de knop "BATT. TYPE/STOP".
Bij de automatische laadmodus controleert het laadapparaat de toestand van de aangesloten accu (bv. in binnenweerstand) en berekent waaruit de laadstroom. U moet een bovengrens voor de laadstroom instellen zodate de accu door een te hoge laadstroom Niet beschadigd worden.

Afhankelijk van de accu en diens binnenweerstand konnen in het accuprogramma "Auto CHARGE" o.m. korte laadtijden worden bereikt dan bij het accuprogramma "CHARGE" (hoofdstuk 12 b)).
Ga om in te stellen of te bedieren te werk zoals bij het accuprogramma "CHARGE" (hoofdstuk 12. b)).
Het enige verschil is dat nicht de daadwerkelijkke laadstroom worden ingesteld, maar de grenswaarde voor de maximale laadstroom die het laadapparaat omwille van veiligheidsredenen Niet mag overschrijden.
d) Accu nogmaals heropladen ("RE-PEAK")
Het laadapparaat beeindigt bij NiMH- en NiCd-accu's het opladen automatisch wanner de accu vol is. De herkenning wanner de accu volledig is opgeladen worden op basis van de Delta-Umethode uitgevoerd.
Met behulp van het accuprogramma "RE-PEAK" is het möglichk dat deze herkenning nogmaals worden UITgevoerd. Zo kan nicht alleen worden verzekerd dat de accu werkelijk volledig is opgeladen, maar kan ook worden gecontroleerd hoe goed de accu de snellading verdraagt.
Laad de accu dus eerst volledig op (zie hoofdstuk 12. b) of hoofdstuk 12 c)). Pas daarna start u het accuprogramma "RE-PEAK".
Ga als volgt te werk:
- Stel zoals beschreiben in hoofdstuk 12. a), het accu-type in (NiMH of NiCd) en kies het accuprogramma "RE-PEAK".

De Waarde rechtsonder staat voor het aantal herkenningsprocedures.
→ Met de knopp "INC" of "DEC" kan een ander accuprogramma worden gekozen; met de knop "BATT. TYPE/STOP" keert u terug maar het hoofdmenu.
- Wanner het aantal herkenninsprocessen voor de Delta-U-methode moet worden gewijzigd, drukt u kort op de knop "START/ENTER". Het aantal knippert.
- Met de knoppen "INC" of "DEC"kest u het aantal herkenningsprocessen instellen.
- Druk kort op de knop "START/ENTER" om de instelling te bevestigen. Het indicatielampje stopt met knipperen.
- Start het accuprogramma "RE-PEAK" door de knop "START/ENTER" 3 seconden ingedrukt te honden.
Wanner de instellenen verkeerd zich resp. het laadapparaat een fout vaststelt, dan klinkt een waarschuwingssignaal en wordt de betreffende informatie op het scherm weergegeven. Met de knopp "BATT. TYPE/STOP" beeindigt u het waarschuwingssignaal en keert het laadapparaat terug� het vorige instelmenu.
Het scherm geeftijdens het opladen bijvoorbeeld de volgende gegevens wee:
Linksboven wordt het accutype weergegeven ("NiMH" = NiMH-accu), bovenaan in het midden de laadstroom en rechtsboven de huidige.accuspanning.
NIMH 0.24 9.59U
RPC 00033 00017
Linksonder staat het actuele accuprogramma ("RPC" = "RE-PEAK"), in het midden de verstreken laadduur en rechts daarnaast de opgeladen capaciteit in mAh.
- Wanner het laadproces is voltooid, klinkt een geluidssignaal (mits deze optie Niet is uitgeschakeld).
→ Indien u het laadproces wilt stoppen, drukt u op de knop "BATT. TYPE/STOP".
e) Accu ontladen ("DISCHARGE")
Dit accuprogramma kan worden gezruikt om deels geladen NiMH-/NiCd-accu's in een gedefinieerde uitgangstoestand te brengen of om een meting van de accucapaciteituit te voeren.
Speciale NiCd-accu's mogen Niet in deels opgeladen toestand opniew worden opgeladen aangezien de capaciteit hierbij kan verlagen (Memory-effect).

De maximaal möglichke ontlaadstroom is afhankelijk van het accutype en het cellenaantal. Het max. ontlaadvermögen voor uitgang #1 bedraagt 10 W; voor uitgang #2 is 5 W beschikbaar. Dit beperkt de max. möglichke ontlaadstroom bij accu's met meer cellen.
Ga voor het ontladen van een NiMH- of NiCd-accu als volgt te werk:
- Stel het accutype in (NiMH-of NiCd), zoals beso ven in hoofdstuk 12. a) en kies het accuprogramma "DISCHARGE".

Linksboven in het scherm worden het ingestelde accutype weergegeven (NiMH-of NiCd), rechts daarnaast het accuprogramma.
De waarde linksonder geeft de huidig ingestelde ontlaadstroom wee, de waarderechtsonder staat voor de uitschakelspanning aan het einde van het ontlaadproces.

Met de knopp "INC" of "DEC" kan een ander accuprogramma worden gekozen; met de knop "BATT. TYPE/STOP" keert u terug maar het hoofdmenu.
- Om de waarde voor de ontlaadstroom en de uitschakelsspanning te wijzigen, drukt u kort op de knop "START/ENTER". De ontlaadstroom knippert.
- Stel met de knoppen "INC" of "DEC" de ontlaadstroom in. Voor een snelle instelling dient u de betreffende knop langer ingedrukt te honden.
- Druk kort op de knop "START/ENTER" en de uitschakelspanning knippert.
- Stel de uitschakelspanning met de knappen "INC" of "DEC" in. Voor een snelle instelling dient u de betreffende knop langer ingedrukt te houden.
- Druk kort op de knop "START/ENTER" om de instelling te bevestigen.

Ga zoals hierboven beschreiben te werk om de ontlaadstroom of de uitschakelspanning nogmaals te veranderen, indien gewenst.
- Wanner er geen enkele weergave meer knippert, houdt u de knop "START/ENTER" langer ingedrukt (ong. 3 seconden) om het ontladen te starten.

Wanner de instellenen verkeerd zijn resp. het laadapparaat een fout vaststelt, dan klinkt een waarschuwingssignaal en worden de betreffende informatie op het scherm weergegeven. Met de knopp "BATT. TYPE/STOP" beeindigt u het waarschuwingssignaal en keert het laadapparaat terug�n het vorige instelmenu.
Het scherm geeftijdens het ontladen bijvoorbeeld de volgende gegevens wee:
Linksboven op het scherm worden het accutype weergegeven ("NiMH" = NiMH-accu), bovenaan in het middende ontlaadstroom en rechtsboven de huidige accuspanning.
NIMH 0.5A 7.42U DSC 822:45 8233
Linksonder staat het actuele accuprogramma ("DSC" = "DISCHARGE"), in het midden de verstreten ontlaadduur en rechts daarnaast de ontladen capaciteit in mAh.
- Wanner het ontlaadproces is voltooid, klinkt een geluidssignaal (mits deze optie Niet is uitgeschakeld).
→ Indien u het ontlaadproces wilt stoppen, drukt u op de knop "BATT. TYPE/STOP".
f) Cyclusprogramma ("CYCLE")
Om accu's te testen, neue accu's te formatteren ofoudere accu's op te frissen, kunt u tot 5 cycli automatisch na elkaar uitvoeren. Zowel de combinatie "Laden/ontladen" ("CHG>DCHG") als "Ontladen/laden" ("DCHG>CHG") is möglichk.
- Als laad- of ontlaadstroom worden de waarden gezruikt die u in het laadprogramma ("CHARGE") of ontlaadprogramma ("DISCHARGE") hebt ingesteld.
Ga als volgt te werk:
- Stel het accutype in (NiMH-of NiCd), zoals beso ven in hoofdstuk 12. a) en kies het accuprogramma "CYCLE".
NIMH CYCLE DCHG>CHG
1
Linksboven in het scherm worden het ingestelde accutype weergegeven, rechts daarnaast het accuprogramma.
Het individielampje linksonder staat voor de overeenkomstige combinatie "Laden/ontalden" ("CHG>DCHG") of "Ontladen/laden" ("DCHG>CHG"),rechtsonder worden het aantal huidig ingestelde cyclwweergegeven.
Met de knopp "INC" of "DEC" kan een ander accuprogramma worden gekozen; met de knop "BATT. TYPE/STOP" keert u terug maar het hoofdmenu.
- Als een andere cyclusmodus要去 worden geseleerd of u het aantal cycli wilt instellen, drukt u kort op de knop "START/ENTER". Het indicatielampje "CHG>DCHG" of "DCHG>CHG" knippert.
- Selecteer met de knappen "INC" of "DEC" de gewenste volgorde bij het cyclusbedrijf:
"CHG>DCHG" = laden + aansluitend ontladen
"DCHG>CHG" = ontladen + aansluitend laden
- Druk kort op de knop "START/ENTER" en het aantal cycli knippert (hoe vaak de net ingestelde volgorde van laden/ontladen of ontladen/laden wordenuitgevoerd).
- Stel met de knoppen "INC" of "DEC" het aantal cycli in (1 - 5 cycli möglichk).
- Druk kort op de knop "START/ENTER" om de instelling te bevestigen. Het individielampje stopt met knipperen.
- Om de cyclusmodus te starten, houdt u de knop "START/ENTER" langer ingedrukt (ong. 3 seconden).

Als de instellenen verkeerd zijn resp. het laadapparaat een fout vaststelt, dan klinkt een waarschuwingssignaal en worden de betreffende informatatie op het scherm weergegeven. Met de knopp "BATT. TYPE/STOP" bestehtigt u het waarschuwingssignaal en keert het laadapparaat terug maar het vorige instelmenu.
Het scherm geeftijdens het laden of ontladen bijvoorbeeld de volgende gegevens wee:
Linksboven wordt het accutype weergegeven ("NiMH" = NiMH-accu), bovenaan in het midden de laad- of ontlaadstroom en rechtsboven de huidige accuspanning.

Linksonder staat de geselecteerde cyclusmodus ("C>D" = laden/ontladen, "D>C" = ontladen/ laden), in het midden de verstreten laad- of ontlaadduur en rechts daarnaast de opgeladen of ontladen capaciteit in mAh.
- Wanner de cyclusmodus is afgesloten, klinkt een geluidssignaal (mits deze optie nicht isuitgeschakeld).
Omdecyclusmodustostappen,druktu opde knop"BATT.TYPE/STOP".
13. Loodaccu's (Pb)
a) Algemeen
Loodaccu's zich een heel ander soort accu's dan lithium-, NiMH- of NiCd-accu's. Deze kannen vergeleken met hun hoge capaciteit slechts een geringe stroom leveren en bovendien is het laadproces heel anders.
De laadstroom voor moderne loodaccu's mag Niet hoger zichn dan 0,4C, optimaal voor alle loodaccu's is 1/10C.

Een hogere laadstroom is Niet toegestaan omdat de accu hierdoor overbelast raakt! Er bestaat Niet alleen explosie- en brandgevaar, maar ook verwondingsgevaar door de bevatten zuren.
Raadpleeg bovendien algid de op de accu aangegeven informatie resp. de gegevens van de accufabrikant om te bepalen welke laadstroom is toegestaan.
Het laadapparaat moet zich in het hoofdmenu bevinden.
Selecteer hier met de knopp "INC" of "DEC" het accutype "Pb BATT", zie afbeelding rechts.

Bevestig de keuze met de knop "START/ENTER".
Vervolgens kunt u met de knopp "INC" of "DEC" de verschillende accuprogramma's kiezen:
- "CHARGE": accu laden
- "DISCHARGE": accu ontladen
b) Accu laden ("CHARGE")
De in te stellen laadstroom is afhankelijk van de capacititeit van de accu en dient normaliter 0,1C te bedragen (zie ook hoofdstuk 7). Hoogwaardige laadaccu's verdragen ook een laadstroom tot 0,4C. Raadpleeg hiervoor in elk geval de gegevens van de accufabrikant.

De aanduiding "0,1C" betekent dat de laadstroom voor 1/10 met de capaciteit van de accu overeenkomt. Bij een loodaccu met een capaciteit van 5000mAh ( = 5Ah )要去 bij 0,1 C een laadstroom van 0,5 A worden ingesteld.
Ga voor het laden van een loodaccu als volgt te werk:
-
Kies eerst, zoals beschreiben in hoofdstuk 13. a), in het hoofdmenu met de knuppen "INC" of "DEC" het accutype "Pb BATT" en druk dan op de knop "START/ENTER".
-
Selecteer met de knappen "INC" of "DEC" het accuprogramma "CHARGE".
Linksboven in het scherm worden het ingestelde accutype weergegeven, rechts daarnaast het accuprogramma.

De waarde linksonder geeft de huidig ingestelde laadstroom aan; de waarderechtsonder de spanning resp. het aantal cellen van de loodaccu (hier in het voorbeeld een 6-cellige loodaccu, 6 × 2,0V = 12,0V ).
Met de knopp "INC" of "DEC" kan een ander accuprogramma worden gekozen; met de knop "BATT. TYPE/STOP" keert u terug maar het hoofdmenu.
- Wanner de waarde voor de laadstroom gewijzigd moet worden, drukt u op de knop "START/ENTER". De laadstroom knippert. Verander de laadstroom met de knappen "INC" en "DEC". Voor een snelle instelling dient u de betreffende knop langer ingedrukt te houden.
De maximaal möglichke laadstroom is afhankelijk van het accutype en het cellenaantal. Het max. laadvermogen voor uitgang #1 bedraagt 100 W; voor uitgang #2 is 50 W beschikbaar. Het gecombineerde laadvermogen (uitgang #1 + #2) bedraagt max. 100 W.
- Bevestig de ingestelde laadstroom met de knop "START/ENTER".
- Het aantal cellen rechtsonder op het scherm knippert. Stel het aantal cellen met de knoppen "INC" of "DEC" in. Voor een snelle instelling dient u de betreffende knop langer ingedrukt te honden.
- Bevestig het aantal cellen met de knop "START/ENTER".
- Wanner er geen enkele weergave meer knippert, start u het opladen door de knop "START/ENTER" langer ingedrukt te houden (ong. 3 seconden).
→ Indien de instellingen verkeerd zijn resp. het laadapparaat een fout vaststelt, dan klinkt een waarschuwingssignaal en worden de betreffende informatie op het display weergegeven. Met de knopp "BATT. TYPE/STOP" beeindigt u het waarschuwingssignaal en keert het laadapparaat terug maar het vorige instelmenu.
Het scherm geeftijdens het opladen bijvoorbeeld de volgende gegevens wee:
Linksboven wordt het accutype weergegeven ("P" = loodaccu), bovenaan in het midden de laadstroom en rechtsboven de huidige accuspanning.

Linksonder staat het actuele accuprogramma ("CHG" = "CHARGE"), in het midden de verstreken laadduur en rechts daarnaast de opgeladen capaciteit in mAh.
- Wanner het laadproces is voltooid, klinkt een geluidssignaal (mits deze optie Niet is uitgeschakeld).
→ Indien u het laadproces wilt stoppen, drukt u op de knop "BATT. TYPE/STOP".
c) Accu ontladen ("DISCHARGE")
Dit accuproprogramma kan worden gezrukt om deels geladen loodaccu's in een gedefinieerdeuitgangstoestand te brengen of om een meting van de accucapaciteit uit te voeren.

De maximaal möglichke ontlaadstroom is afhankelijk van het accutype en het cellena- antal. Het max. ontlaadvermogen voor uitgang #1 bedraagt 10 W; voor uitgang #2 is 5 W beschikbaar. Dit beperkt de max. möglichke ontlaadstroom bij accu's met meer cellen.
Ga voor het ontladen van een loodaccu als volgt te werk:
- Kies eerst, zoals beschreiben in hoofdstuk 13. a), in het hoofdmenu met de knopp "INC" of "DEC" het accutype "Pb BATT" en druk dan kort op de knop "START/ENTER".
- Selecteer met de knopp "INC" of "DEC" het accuprogramma "DISCHARGE".
Linksboven in het scherm worden het ingestelde accutype weergegeven, rechts daarnaast het accuprogramma.

De waarde linksonder geeft de huidig ingestelde ontlaadstroom aan; de waarderechtsonder de spanning resp. het aantal cellen van de loodaccu (hier in het voorbeeld een 6-cellige loodaccu, 6 × 2,0V = 12,0V ).
Met de knopp "INC" of "DEC" kan een ander accuprogramma worden gekozen; met de knop "BATT. TYPE/STOP" keert u terug maar het hoofdmenu.
- Wanner de Waarde voor de ontlaadstroom gewijzigd moet worden, drukt u kort op de knop "START/ENTER". De ontlaadstroom knippert.
- Verander de ontlaadstroom met de knopp "INC" of "DEC". Voor een snelle instelling dient u de betreffende knop langer ingedrukt te houden.
Druk kort op de knop "START/ENTER" om de ingestelde ontlaadstroom te bevestigen.
- Wanner er geen enkele weergave meer knippert, houdt u de knop "START/ENTER" langer ingedrukt (ong. 3 seconden) om het ontladen te starten.

Indien de instellingen verkeerd zich resp. het laadapparaat een fout vaststelt, dan klinkt een waarschuwingssignaal en worden de betreffende informatatie op het display weergegeven. Met de knopp "BATT. TYPE/STOP" beeindigt u het waarschuwingssignaal en keert het laadapparaat terug maar het vorige instelmenu.
- Het scherm geeftijdens het ontladen bijvoorbeeld de volgende gegevens waar:
Linksboven wordt het accutype weergegeven ("P" = loodaccu), bovenaan in het midden de ontlaadstroom en rechtsboven de huidige.accuspanning.

Linksonder staat het actuele accuprogramma ("DSC" = "DISCHARGE"), in het midden de verstreten ontlaadduur en rechts daarnaast de ontladen capaciteit in mAh.
- Wanner het ontlaadproces is voltooid, klinkt een geluidssignaal (mits deze optie nicht is uitgeschakeld).
→ Indien u het ontlaadproces wilt stoppen, drukt u op de knop "BATT. TYPE/STOP".
14. Accugegevens opslaan/laden
→ Het laadapparaat beschikt over in totaal 10 geheugens waarin u accugegevens/instellingen kunt opslaan. Deze+kunnen indien nodig opnieuw worden opgeladen.
a) Accugegevens selecteren/installen
- Kies in het hoofdmenu van het laadapparaat met de knoppen "INC" of "DEC" de functie "BATT MEMORY".
- Bevestig de keuze met de knop "START/ENTER". Het geheugennummer knippert.
- Selecteer met de knuppen "INC" of "DEC" en van de 10 opslagplaatsen.
PROGRAM1 SELECT BATT MEMORY
[BATT MEMORY 1]
ENTER SET->
Als er in het geheugen reeds gegevens aanwezig zijn, geeft het scherm vb. afwisse-lend het accutype, het cellenaantal en de laad- en ontlaadstroom weeer.
Bij een leeg geheugen worden "ENTER SET ->" weergegeven.
- Bevestig de keuze van het opsgplaatsnummer me de knop "START/ENTER".
BATT TYPE LiPo
Eerst worden het accutype weergegeven, zich afbeelding rechts.
- Met de knoppen "INC" of "DEC"kest u de gewenste instelfunctie selecteren (bv. accutype, aantal cellen, laadstrom, etc.); een beschrijving van de respectievelijke weergegeven instelfuncties vindt u op de volgende pagina's.
Als een instelling gewijzigd moet worden, drukt u kort op de knop "START/ENTER". Telkens knippert de instelbare waarde. - Verander de knipperende waarde met de knappen "INC" en "DEC". Voor een snelle instelling dient u de betreffende knop langer ingedrukt te houden.
-
Voltooi de instelling op door kort op de knop "START/ENTER" te drukken. De respectievelijk instelbare waarde stocht met knipperen. U=kunt verwolgens een andere instelfunctiekiezen,zie hierboven.
-
Als alle uitgevoerde instelleningen in het bij het begin gekozen geheugen要去en worden opgeslagen,要去u tot slot met de knoppen "INC" of "DEC" de instelfunctie "SAVE PROGRAM" oproepen en kort op de knop "START/ENTER".
SAUE PROGFM ENTER
Als dit nicht worden uitgevoerd, gaan alle instellingen verloren!
- Vervolgens geeft het scherm de weergave met het knipperende geheugennummer waar.
Om uitgevoerde instellingen te annuleren en de instelmodus te verlaten, drukt u op de knop "BATT. TYPE/STOP" tot het hoofdmenu opnieuw verschijnt.
De volgende instelfuncties zijn beschikkaar:
Afhankelijk van het ingestelde accutype (LiPo, Lilo, LiFe, NiMH, NiCd, Pb) zijn verschillende instelfuncties beschikbaar. Bijvoorbeeld is er bij lithium-accu's een instelfunctie voor de laadsluitspanning per cel.
Stelkaarom alkijd eerst het accutype in en pas daarna de andere gegevens zodat het laadapparaat de bij het accutype passende instelfuncties kan aanbieden.
Accutype

Kies het accutype "LiPo", "Lilo", "LiFe", "NiMH", "NiCd" of "Pb".
Zoals reeds hierboven beschreiben,要去的那一些选择器。
aangezien slechts dan die bij het accutype passende instelfuncties worden weergegeven.
Accuspanning

Afhankelijk van het ingestelde accutype kan de accuspanning hier worden ingesteld.
Er kan darüber geen willekeurige spanning worden ingesteld, maar het bereik is afhankelijk van de nominale spanning van een afzonderlijke cel van het respetievelijke accutype, zie hoofdstuk 7.
Bijvoorbeeld bedraagt bij LiPo-accu's de nominale spanning van een cel 3,7V , dan kan de accuspanning ook slechts in stappen van 3,7V worden ingesteld (3,7V, 7,4V, 11,1V, etc.).
Laadstroom
CHARGE CURRENT 2.2A
Stel hier de gewenste laadstroom in. Dit moet in overeenstemming met de gebruekte accu worden gekozen.
Aan uitgang #1 kan een laadstroom van 0,1 - 10,0 A worden ingesteld, aan uitgang #2 kan een laadstroom van 0,1 - 6,0 A worden ingesteld.
De tijdens het opladen werkelijk aanwezigie laadstroom is afhankelijk van het accutype en het cellenaantal. Het max. laadvermogen voor uitgang #1 bedraagt 100 W; voor uitgang #2 is 50 W beschikbaar.
Het gecombineerde laadvermogen (uitgang #1 + #2) bedraagt max. 100 W.
Ontlaadstroom
DSCH CURRENT 2.0A
Stel hier de gewenste ontlaadstroom in. Dit moet in overeenstemming met de gebruekte accu worden gekozen.
Aan uitgang #1 kan een ontlaadstroom van 0,1 - 5,0 A worden ingesteld, aan uitgang #2 kan een ontlaadstroom van 0,1 - 2,0 A worden ingesteld.
De tijdens het ontladen werkelijk aanwezige ontlaadstroom is afhankelijk van het accutype en het cellenaantal. Het max. ontlaadvermogen voor uitgang #1 bedraagt 10 W; voor uitgang #2 is 5 W beschikbaar.
Ontlaadsluitspanning per cel
DSCH VOLTAGE 3.0V/CELL
Hier kan de spanning per cel worden ingesteld waar bij het ontladen worden beeindigd.

Let op!
boit een te lage spanning in. Bij lithium-accu's kan dit bijvoorbeeld tot een diepontlading en permanente beschadiging van de accu leiden!
Neem de tabel in hoofdstuk 7 of de speciale informatatie van de accufabrikant in acht.
Laadsluitspanning per cel

Hier kan bij lithium-accu's de spanning per cel worden ingesteld waar bij het laden worden beeindigd.
Let op! Stel nooit een te hoge spanning in. Bij lithium-accu's kan dit tot brand of een ontploffing van de accu leiden!
Neem de tabel in hoofdstuk 7 of de speciale informatatie van de accufabrikant in acht.
Uitschakelen bij overtemperatuur

Het laadapparaat kan het laden/ontladen automatisch stoppen wonneer de accu de hier ingestelde temperatuur overschrijdt.
Opdat deze functie kan worden gebruikt, is een externe temperatuursensor nodig (niet inbegren). Deze要去 aan de overeenkomstige bus van het laadapparaat worden aangesloten.
Onderhoudslaadstrom (alleen bij NiMH en NiCd)

Stel hier de onderhoudslaadstroom in. Wanneer een NiMH- of NiCd-accu volledig is opgeladen, verliest hij door zelfontlading opnieuw een deel van zichn vermogen.
Door de onderhoudslaadstroom (korte laadimpulsen, geen permanente laadstroom!) worden verzekererd dat de accu volledig opgeladen blijft. Bovendien voorkomt dit dat kristallen in de accu worden gezormd.
Vertragingstijd bij Delta-U-herkenning (alleen bij NiMH en NiCd)
PEAK DELAY
1min
Het laadapparaat beeindigt het opladen van NiMH- of NiCd-accu's in overeenstemming met de Delta-U-methode. Stel hier in hoe lang het laadapparaat na deze herkenning nog要去 worden verder opgeladen.
Spanning voor Delta-U-herkenning (alleen bij NiMH)
DELTA PEAK SENSE
4.1U/C
Stel hier de spanning in waar bij de Delta-U-iaadmethode een volledig opgeladen accu herkent.

Als de waarde te hoog worden ingesteld, herkent het laadapparaat Niet dat de accu volledig is opgeladen. Hier worden dan normala gezien de beschemmingsschakeling voor de laadduur of het maximaal vermogen (indien correct ingesteld) geactiveerd.
Als de waarde te laag is ingesteld, schakelt het laadapparaat te vroeg uit en worden de accu Niet volledig opgeladen.
Wijzig de spanning stap voor stap en controller het laadproces. Omwille van het groot,aantalverschillende accu's is het Niet mogelijk om een optimale waarde voor te stellen.
Instellingen opslaan
SAVE PROGRAM
ENTER
Houd hiervoar rekening met het volgende hoofdstuk 14. b).
b) Accugegevens opslaan
Om de ingestelde waarden op te sloan, moet u de instelfunctie "SAVE PROGRAM" kiezen en cervolgens kort op de knop "START/ENTER" drukken. Anders gaan alle instellingen verloren.
Het laadapparaat toont bij het opslaan een overeenkomstige scherm melding ("SAVE....") en geeft dan een geluidssignaal wee.
Aansluitend geeft het laadapparaat afwisselede belangrijkste informatatie wee der die u in het geheugen hebt opgeslagen.
In het voorbeeld in de afbeelding rechts is in het geheugen "1" een LiPo-accu met 2 cellen, een laadstroom van 2,2 A en een ontlaadstroom van 0,4 A opgeslagen.
Zo kurz u in een oogopslag herkennen welke accu of welke gegevens in het geheugen aanwezig zich.

Bij een leeg geheugen worden in de onderste cel alleen "ENTER SET ->" weergegeven.
SAUE PROGRAM ENTER
SAVE PROGRAM
SAVE....
[BATT MEMORY 1] LiPo 7.4UC2S

- Kies in het hoofdmenu van het laadapparaat met de knoppen "INC" of "DEC" de functie "BATT MEMORY".
- Bevestig de keuze met de knop "START/ENTER". Het geheugennummer knippert.
- Selecteer met de knuppen "INC" of "DEC" en van de 10 opslagplaatsen.

Als er in het geheugen gegevens aanwezig zijn, geeft het scherm in de onderste regel bv. afwisselend het accutype, het aantal cellen en de laad- en ontlaadstroomeer.
[BATT MEMORY 1] LiPo 7.4K(2S)
Bij een leeg geheugen worden in de onderste cel alleen "ENTER SET ->" weergegeven.
- Laad de accugegevens van het geseleeteerde geheugen door de knop "START/ENTER" gedurende 3 seconden ingedrukt houdt.
ENTER CHARGE LOAD...
Op het scherm verschijnt de melding "ENTER CHARGE LOAD....", de gegevens zijnaarop opgeladen en het gewenste laad-/ontlaadprogramma kan aansluitend worden gestart (knop "START/ENTER" opnieuw gedurende 3 seconden ingedrukt honden).

Wanner u bij een leeg geheugen de knop "START/ENTER" gedurende 3 seconden ingedrukt houdt, start het laadapparaat de selectie-/instelmodus, zie hoofdstuk 14. a).
15. Spanningsindicator voor lithium-accu's
Het laadapparaat an de huidige spanningsen van de cellen van een lithium-accu weergeven.

Hiervoor要去 de lithium-accu over een balanceraansluiting beschikken die aan het laadapparaat要去 zichn aangesloten.
Ga als volgt te werk:
- Kies in het hoofdmenu van het laadapparaat met de knoppen "INC" of "DEC" de functie "LI BATT METER".
- Bevestig de keuze met de knop "START/ENTER". Vervolgens verschijnt het spanningsindicatielampje.
-
Met de knuppen "INC" en "DEC"=kunt u omschakelen:tussen:
-
Individuèle spanningen van cellen 1 - 6
-
Totale spanning ("MAIN"), Tmaxale celspanning ("H") en minimale celspanning ("L")
PROGRAM SELECT LI BATT METER
4.19 4.17 4.19 U
0.00 0.00 0.00 U
De weergave van de afzonderlijke spanningen is natuurlijk afhankelijk van het cellenaantal. In de voorbeeldafbeeling kan het dus om een 3-cellige LiPo-accu gaan (of om een meercellige LiPo-accu met defecte cellen of balanceraansluitingen).
Door de weergave van de maximale celspanning ("H") en de minimale celspanning ("L") van alle cellen van het aangesloten accupackkest u in een oogopslag het verschil tussen de spanningstoestand van de cellen herkennen.
- Met de knopp "BATT. TYPE/STOP" keert u zoals gewoonlijkteringug maar het hoofdmenu.
16. Systeeminstallingen
In de systeeminstelingen van het laadapparaat zijn diverse basisinstelleningen samengevat. In de leveringstoestand zijn deze van meest voorkomende waarden voorzien.
Afhankelijk van de accu's die u wilt laden of ontladen, zich erchter bepaalde wijzigingen van de waarden zinvol.
Ga als volgt te werk:
- Kies in het hoofdmenu van het laadapparaat met de knoppen "INC" of "DEC" de functie "SYSTEM SET ->".
- Bevestig de keuze met de knop "START/ENTER".
Eerst worden de pauzetijdCUSen het laden/ontladen (vb. bij cyclusmodus) weergegeven, die afbeelding rechts.


Met de knoppen "INC" of "DEC"kest u de gewenste instelfunctie kiezen.
Als eeninstelling gewijzigd moet worden, drukt u kort op de knop "START/ENTER". Telkens knippert de instelbare waarde.
Verander de knipperende waarde met de knuppen "INC" en "DEC". Voor een snelle instelling dient u de betreffende knop langer ingedrukt te houden.
Voltooi deinstelling op door kort op de knop "START/ENTER" te drukken. De respectievelijk instelbare waarde stocht met knipperen. U kuntervoigens een andere instelfunctie kiezen, die hierboven.
Om maar het hoofdmenu terug te keren, drukt u op de knop "BATT. TYPE/STOP".
Voor een beschrijving van de möglichke instelfuncties let u op de volgende informatie.
Bij het opladen van een accu worden deze warm (afhankelijk van de laadstroom). In de cyclusmodus kan het laadapparaat een pauze tussen het laden en ontladen inlassen zodat de accu afkoelt voor hij het ontladen start.
Veiligheidstimer
SAFETY TINERON 120min
Wanner een laadproces start, start ook de interne veiligheidstimer. Wanner het laadapparaat om een of andere reden Niet kan vaststellen of de accu volledig is geladen (bijv. bij de Delta-Uherkenning), dan worden bij een geactiveerde veiligheidstimer het laadproces na afloop van de hier ingestelde vrij automatisch beeindigd. Dit beschermt de accu gegen overlading.
De veiligheidstimer kan worden ingeschakeld ("ON") of uitgeschakeld ("OFF"). Bovendien kan dearend voor de veiligheidstimer worden gewijzigd.
→ Stel de hijd echter Niet te kort in aangezien de accu anders nicht volledig kan worden opgeladen odomat de veiligheidstimer het laden stopzet.
Bereken dearend voor deveiligheidstimerals volgt:
Voorbeelden:
Accucapaciteit Laadstroom Timertijd
De facto 11,9 dient om te zorgen dat 140% van de accucapaciteit kan worden opgeladen (de accu is daardoor gegarandeerd volledig opgeladen) voor de veiligheidstimer worden geactiveerd.
Automatische uitschakeling bij bepaalde laadcapaciteit
Capacity Out-Off ON 500mAh
Door deze beveiligingsfunctie van het laadapparaat worden het laadproces automatisch stopgezet wonneer een bepaalde capaciteit in de accu is "binnengeladen".
De beveiligingsfunctie kan worden ingeschakeld ("ON") of uitgeschakeld ("OFF"). Bovendien kan de capaciteit worden ingesteld.
Stel de capacititeitECHTERNiet te kort in want dan kan de accu Niet volledig worden geladen.
Toetsenbevestigings-/waarschuwingstoon in-/uitschakelen

Met de functie "Key Beep" worden de bevestigingstoon bij elke druk op een knop in- ("ON") ofuitgeschakeld ("OFF").
Via de functie "Buzzer" kan het geluidssignaal bij diverse functies/waarschuwingsmeldingen worden ingeschakeld ("ON") of uitgeschakeld ("OFF").
Bewaking van de ingangsspanning

Deze functie bewaakt de spanning aan de ingang van het laadapparaat. Dit is zinvol wonneer een 12 V-voertuig-loodaccu voor de stroomverzorging worden gebruikt.
Als de spanning onder de ingestelde waarde zakt, worden het opladen afgeb broken zodat het nicht tot een diepontlading van de voertuig-loodaccu komt.
Weergave van de accu- en laadapparaattemperatuur

In deze functie kurz u de externe accutemperatuur en de interne temperatuur van het laadaparaat lately weergeven.
- De externe temperatuur kan alleen worden weergegeven wanner aan het laadaparaat is aangesloten (niet inbegrepen, maar als accessoire verkrijgbaar).
Deze temperatuursensor worden aan de accu aangebracht.
Fabrieksinstellungen laden (reset)

Hier kann den fabrieksinstellungen worden teruggezet (reset).
Houd de knop "START/ENTER" gedurende 3 seconden ingedrukt. Daarop verschijnt in de onderste schermregel "COMPLETED"; het laadapparaat start opnieuw en bevindt zich verrolgens opnieuw in het hoofdmenu.
Let op dat verwolgens alle door u ingestelde waarden maar de fabrieksinstelling zich teruggezet; ook de 10 accugeheugens (zie hoofdstuk 14) zich gewist.
Versie van de firmware weergeven

Rechtsonder op het scherm worden de huidige firmware van het laadapparaat weergegeven.
17. USB-uitgang
Wanner het laadapparaat met de spannings-/stroomverzorging verbonden is, is aan de USB-uitgang een typische USB-spanning van 5 V/DC en een stroom van tot 2,1 A beschikbaar.
Aan deze uitgang kutu bijvoorbeeld een mobiele telefoon of tablet-pc opladen.
18. PC-software
→ Installer erst de software (minstens Windows XP of hoger nodig) en de driver van de meegeleverde cd voor u het laadapparaat aan een computer aansluit.
Let voor de bediening van de software bv. op de overeenkomstige informatie op de cd of in de help-functie van de software.

Belangrijk!
ncipe+knen niet beide USB-interfaces (zie hoofdstuk 8, pos. 16/17) tegelijk aan een individuele computer aangesloten en via de software worden gestuurd (op het moment van de aanmaak van deze gebruiksaanwijzing was er geen omschakelmogelijkheid). In dit geval zich er tweeAPE computers nodig die telkens met een USB-interface van het laadapparaat要去en worden verbonden.
- Plaats de meegeleverde cd in de betrokken drive van uw computer.
- Open de inhoudsopgave van de cd bv. met behulp van bestandsbeheer van Windows en start het installmentieprogramma.
- Volg alle aanwijzingen van de software resp. Windows.
- Verbind nu de USB-bus van het laadapparaat via een geschikte USB-kabel (niet meegeleverd, afzonderlijk te bestellen) met een vrij USB-interface van de computer.
Windows herkent neue hardware en sluit de installation van het stuurprogramma af. Windows要去 verzolgens möglichs opnieuw worden opgestart.
- Start de software. Als u problemen hebt, start u de software als test met administrator-rechten.
- Het laadapparaat kan nu via de software worden bestuurd.
Als een neue versie van de software beschikbaar is, vindt u deze op unsere website www.conrad.com in het downloadgedeelte bij uw product.
19. Waarschuwingen op het display
REVERSE POLARITY
De polariteit van de accuaansluitingen is omgedraaid.
CONNECTION BREAK
De verbinding met de accu is onderbroken, vb. wonneer de accu tijdens het laadproces is losgekoppeld.
De polen van de accu werden verkeerd aangesloten.
BALANCE CONNECT ERROR
De balanceraansluiting van de accu werk verkeerd aangesloten of de polen werden verkeerd aangesloten.
DC IN TOO LOH
De ingangsspanning (aan de gelijkspanningsingang) voor het laadapparaat is te laag (<11 V).
DC IN TOO HIGH
De ingangsspanning (aan de gelijkspanningsingang) voor het laadapparaat is te hoog (>18V)
CELL ERROR LOH VOLTAGE
De spanning in een cel van een aangesloten lithium-accu is te laag.
CELL ERROR HIGH VOLTAGE
De spanning in een cel van een aangesloten lithium-accu is te hoog.
CELL ERROR VOLTAGE-INSALID
De spanning van een cel van een aangesloten lithiumaccu is nicht correctmeetbaar.
Het ingestelde cellenaantal is verkeerd.
INT. TEMP. TOO HI
De binnentemperatuur van het laadapparaat is te hoog.
EXT. TEMP. 100 HI
Die via de externe temperatuursensor (niet inbegren, afzonderlijk te bestellen) aan de accu gemeten temperatur is te hoog.
OVER CHARGE CAPACITY LIMIT
De ingestelde capaciteitslimiet (zie hoofdstuk 16) werd overschreten.
OVER TIME LIMIT
De ingestelde tijdslimiet voor het opladen (zie hoofdstuk 16) werd overschreden.
BATTERY HAS FULL
De aangesloten accu is vol. Controller EVT. de instelling van het cellenaantal.
20. Informatie van het laadapparaat
Tijdens het laad-/ontlaadproces(Intu) door moerdere keren op de knop "DEC" te drukken, diverse gegevens op het scherm weergeven. Als er gedurende enkele seconden op geen enkele knop wordt gedrukt, keert het laadapparaat terug maar de normale weergave.
→ Welke informatatie kan worden weergegeven, is afhankelijk van het aangesloten accu-type.
Spanning van de accu bij het einde laad-/ontlaadproces
End Voltage 12.6V(3S)
Ingangsspanning
IN Power Voltage 14.93V
Weergave van de temperatuur aan de externe temperatuursensor
Ext.Temp BC Int.Temp 27C
- Als er geen externe temperatuursensor is aangesloten (niet inbegrepen, afzonderlijk te bestellen), verschijnt bij "Ext. Temp" de aanduiding "0C".
Tijdsduur voor veiligheidstimer
Accucapaciteit voor veiligheidsuitschakeling
21. Onderhoud en reiniging
Het apparaat is nagenoeg onderhoudsvrij en mag absolut而不是 worden geopend.
Laat het apparaat uitsluitend door een deskundige of elektrotechnisch bedrijf repareren; anders bestaat het gevaar dat het product defect raakt en bovendien vervalt hierdoor de goedkeuring (CE) en de garantie.

Voor een reiniging要去 eenevt. aangesloten accu van het laadapparaat worden ontkoppeld. Koppel verwolgens het laadapparaat los van de spannings-/stroomverzorging.
Reinig het apparaat alleen met een zachte, schone, droge en pluisvrije doek; gebruik geen reinigingsmiddel aangezien dit de behuizing en tekst kan beschaden.
Stof kan eenvoudig worden verwijderd met een stofzuiger of schone, zachte borstel.
22. Afvoer
a) Algemeen

Het product hoornt Niet thus in het huishoudelijk afval.
er het onbruikbaar geworden product aan het einde van zich levensduur volgens de geldende wettelijk voorschriften.
b) Batterijen en accu's
U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen en accu's in te leveren; verwijdering via het huisvuil is Niet toegestaan!

Op batterijen/accu's die schadelijke stoffen bevatten, vindt u de hiernaast vermelde symbolen. Deze gehen aan dat ze Niet via het huisvuil mogen worden verwijderd. De aanduidingen voor irriterend werkende, zware metalen zich: Cd=cadmium, Hg=kwik, Pb=lood (aanduiding staat op de batterij/accu bv. onder de links afgebeelde container-symbolen).
Lege batterijen en nicht meer oplaadbare accu's=kunt u Gratis inleveren bij de verzamelplaatsen van uw gemeente, once filialen of andere verkooppunten van batterijen en accu's.
Zo voldoet u aan de wettelijkke verplichtingen voor afvalscheiding en draagt u bij aan de bescherming van het milieu.
Bedrijffsspanning.. .Netspanningsuitgang: 100 - 240 V/AC, 50/60Hz
Gelijkspanningsingang: 11 - 18 V/DC

Gebruik nooit beiden ingangen tegelijkertijd. Hierdoor kan het laadapparaat beschadigd worden. Verlies van waarborg/garantie!
Laad-/ontlaadkanalen 2
Laadstroom. Uitgang #1: 0,1 - 10,0 A
Uitgang #2: 0,1 - 6,0 A
Laadvermogen. Uitgang #1: max. 100 W
Uitgang #2: max. 50 W

Het gecombineerde laadvermogen voor uitgang #1 en #2 bedraagt max. 100 W (bv. uitgang #1 = 60 W en uitgang #2 = 40 W).
Ontlaadstroom... Uitgang #1: 0,1 - 5,0 A
Uitgang #2: 0,1 - 2,0 A
Ontlaadvermogen Uitgang #1: max. 10 W
Uitgang #2: max. 5 W
Geschikte accu's . NiMH/NiCd, 1 - 15 cellen
Ontlaadstroom voor balancer............LiPo/Lilon/LiFe: 300 mA per cel
Delta-U-herkenning .NiMH/NiCd: 3 - 15 mV/ceI (instelhaar)
Veiligheidstimer 1-720 minutes, uitschakelbaar
Omgevingsvoorwaarden. Temperature 0°C tot +40°C; luchtvochtigheid 0% tot 90% relatief, nicht condenserend
Gewicht. 710 g
Afmetingen .143 x 115 x 63 mm (B x D x H)

Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle rechten, vertaling inbegren, voorbehonden. Reproductions van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverfilming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijktoestemming van deuitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen.