VCharge 100 Duo - Modelbouw VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VCharge 100 Duo VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Modelbouw in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VCharge 100 Duo - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VCharge 100 Duo van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING VCharge 100 Duo VOLTCRAFT
Geachte klant, Wij danken u hartelijk voor het aanschaffen van een Voltcraft
-product. Hiermee heeft u een uitstekend apparaat in huis gehaald. Voltcraft
- Deze naam staat op het gebied van meettechniek, laadtechniek en voedingsspan- ning voor onovertroffen kwaliteitsproducten die worden gekenmerkt door gespecialiseerde vak- kundigheid, buitengewone prestaties en permanente innovaties. Voor ambitieuze elektronica-hobbyisten tot en met professionele gebruikers ligt voor de meest ingewikkelde taken met een product uit het Voltcraft
-assortiment altijd de perfecte oplossing binnen handbereik. Bovendien: bieden wij u de geavanceerde techniek en betrouwbare kwaliteit van onze Voltcraft
-producten tegen een nagenoeg niet te evenaren verhouding van prijs en prestaties. Daarom scheppen wij de basis voor een duurzame, goede en tevens succesvolle samenwerking. Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe Voltcraft
-product! Alle vermelde bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de respectievelijke eigenaren. Alle rechten voorbehouden. Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be.
2. Verklaring van symbolen
Het bliksemsymbool wordt gebruikt wanneer er gevaar bestaat voor uw gezondheid, bijv. door een elektrische schok. Het symbool met het uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing die in ieder geval moeten worden opgevolgd. Het pijlsymbool ziet u, wanneer u bijzondere tips en aanwijzingen voor de bediening zult verkrijgen.179
3. Voorgeschreven gebruik
Het laadapparaat dient voor het op- en ontladen van accu's van het type NiMH/NiCd (1 - 15 cellen), LiPo/LiIon/LiFe (1 - 6 cellen) en voor loodaccu's (1 - 10 cellen, 2 V - 20 V). Er zijn 2 van elkaar onafhankelijk uitgangen (laad-/ontlaadkanalen) beschikbaar, wier bediening telkens via een tweeregelig, verlicht LCD-scherm en vier bedienknoppen gebeurt.
- Uitgang#1: De laadstroom kan tussen 0,1 A en 10,0 A worden ingesteld (afhankelijk van het aantal cellen/ de accuspanning). Het maximale laadvermogen bedraagt 100 W. De ontlaadstroom kan tussen 0,1 A en 6,0 A worden ingesteld (afhankelijk van het aantal cellen/de accuspanning). Het maximale ontlaadvermogen bedraagt 10 W.
- Uitgang#2: De laadstroom kan tussen 0,1 A en 5,0 A worden ingesteld (afhankelijk van het aantal cellen/ de accuspanning). Het maximale laadvermogen bedraagt 50 W. De ontlaadstroom kan tussen 0,1 A en 2,0 A worden ingesteld (afhankelijk van het aantal cellen/de accuspanning). Het maximale ontlaadvermogen bedraagt 5 W. Het gecombineerde totale laadvermogen voor kanaal 1+2 bedraagt 100 W. Het laadapparaat biedt bovendien per uitgang een aansluiting voor een externe temperatuur- sensor (niet inbegrepen, als accessoire bestelbaar) voor de accubewaking. Voor meercellige lithium-accu's is voor elke uitgang een balancer geïntegreerd (er zijn twee passende externe XH-adapters voor accu's met 2 - 6 cellen meegeleverd). Het laadapparaat beschikt over een ingebouwde stekkertransformator zodat het mogelijk is om met netspanning (100 - 240 V/AC, 50/60 Hz) te werken. Het laadapparaat kan echter ook met een gestabiliseerde gelijkspanning van 11 - 18 V/DC worden gebruikt (bv. via een externe voer- tuigaccu of een geschikte stekkertransformator). De veiligheidsinstructies en alle andere informatie in deze gebruiksaanwijzing dienen absoluut in acht te worden genomen! Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en bewaar deze voor toekomstig gebruik. Geef het product uitsluitend samen met de gebruiksaanwijzing aan derden door. Een andere toepassing dan hierboven beschreven, kan leiden tot beschadiging van het product. Daarnaast bestaat het risico van bijv. kortsluiting, brand of elektrische schokken. Het volledige product mag niet aangepast of omgebouwd worden en de behuizing mag niet geopend worden! Het product voldoet aan de nationale en Europese wettelijke voorschriften.180
- Gebruiksaanwijzing Actuele gebruiksaanwijzingen Download de actuele gebruiksaanwijzingen via de link www.conrad.com/downloads of scan de afgebeelde QR-code. Volg de aanwijzingen op de website.
5. Veiligheidsvoorschriften
Lees aandachtig de gebruiksaanwijzing en let in het bijzonder op de veilig- heidsvoorschriften. Als u de veiligheidsvoorschriften en de informatie met be- trekking tot het correct gebruik in deze gebruiksaanwijzing niet volgt, zijn wij niet aansprakelijk voor de resulterende persoonlijke letsels/materiële schade. Bovendien vervalt In zulke gevallen de garantie. a) Algemeen
- Om veiligheids- entoelatingsredenen (CE) is het eigenhandig ombouwen en/of wijzigen van het product niet toegestaan. Haal het product nooit uit elkaar!
- Onderhouds-,instellings-ofreparatiewerkzaamhedenmogenuitsluitenddooreen erkend technicus/elektrotechnisch bedrijf worden uitgevoerd. Binnenin het apparaat bevinden zich geen onderdelen die door de gebruiker kunnen worden ingesteld of onderhouden.
- Ditproductisgeenspeelgoed:houdhetdaarombuitenbereikvankinderen!Het product mag alleen op een plaats worden gezet, gebruikt of opgeborgen die voor kinderen niet bereikbaar is. Hetzelfde geldt voor accu's. Wees dus extra voorzichtig als kinderen in de buurt zijn! Kinderen kunnen instellingen veranderen of de accu('s) kortsluiten, wat kan leiden tot een brand of explosie. Dit is levensgevaarlijk!181
- Inscholen,opleidingscentra,hobbyruimtenenwerkplaatsenmoetdoorgeschoold personeel voldoende toezicht worden gehouden op de bediening van het product.
- Inbedrijvenmoetrekeninggehoudenwordenmetdevoorschriftentervoorkoming van ongevallen opgesteld door de nationale bonden van de ongevallenverzekering voor elektrische installaties en bedrijfsmiddelen.
- Laathetverpakkingsmateriaalnietachteloosslingeren.Ditkanvoorkinderenge- vaarlijk speelgoed zijn!
- Behandelhetproductvoorzichtig.Doorstoten,schokkenofeenval-zelfsvange- ringe hoogte - kan het beschadigd raken.
- Bijvragenmetbetrekkingtothetcorrectegebruikofmetbetrekkingtotproblemen waar u in de gebruiksaanwijzing geen oplossing voor kunt vinden, contact opnemen met ons of met een andere vakman. b) Stroomkabel/netspanning
- DeopbouwvanhetproductkomtovereenmetbeschermklasseI.Bijgebruikvan een laadapparaat via het netsnoer mag alleen een standaard contactdoos met ran- daarding worden gebruikt.
- Decontactdooswaarmeehetnetsnoerwordtverbonden,moetmakkelijktoeganke- lijk zijn.
- Trekdestekkernooitaandekabeluitdecontactdoos.
- Wanneerhetnetsnoerofhetlaadapparaattekenenvanschadevertoont,maguhet niet beetpakken; er bestaat levensgevaar door elektrische schok! Schakel eerst de netspanning voor de contactdoos, waaraan de netkabel is aan- gesloten uit (bijhorende zekeringsautomaat uitschakelen of zekering uitdraaien, vervolgens bijhorende FI-beschermschakelaar uitschakelen zodat de contactdoos aan alle polen van de stroomtoevoer is afgesloten). Trek pas daarna de stekker uit het stopcontact. Als het laadapparaat beschadigd is, mag u het product niet meer gebruiken. Breng het laadapparaat naar een reparatiedienst of verwijder het op milieuvriendelijke wi- jze. Als het netsnoer beschadigd is, verwijdert u het beschadigde netsnoer op een mili- euvriendelijke manier en gebruikt u het niet meer. Vervang hem door een identieke nieuw netkabel.182 c) Opstelplaats
- Hetoplaadtoestelmagenkelineendroge,geslotenbinnenruimtewordengebruikt. Het apparaat mag niet vochtig of nat worden. Als het laadapparaat via het netsnoer wordt aangedreven, bestaat bij vochtigheid/ natte op het laadapparaat/het netsnoer levensgevaar door elektrische slag!
- Vermijddirectzonlicht,sterkehitteenkoude.Houdhetlaadapparaatuitdebuurt van stof en vuil. Hetzelfde geldt voor de aangesloten accu.
- Kiesvoorhetlaadapparaateenstabiel,effen,schoonenvoldoendegrootoppervlak om het toestel neer te zetten. Zet het apparaat nooit op brandbare oppervlakken (vb. tapijt, tafelkleed). Gebruik altijd een geschikte onbrandbare, hittebestendige ondergrond.
- Houdhetlaadapparaatvervanbrandbareoflichtontvlambarematerialen(vb.gor- dijnen).
- Dekdeverluchtingsopeningennooitaf;erbestaatoververhittings-ofbrandgevaar. Steek nooit voorwerpen in de verluchtingsopeningen van het laadapparaat. Er be- staat levensgevaar door elektrische slag!
- Blokkeerdeventilatornooitinzijnwerking.Deventilatorstartindiennodigautoma- tisch op.
- Plaatshetlaadapparaatnietzondergeschiktebeschermingopkostbaremeube- loppervlakken. Anders zijn er krassporen, drukplaatsen of verkleuringen mogelijk. Hetzelfde geldt voor de accu.
- Gebruikhetlaadapparaatnietbinneninvoertuigen.
- Hetlaadapparaatmagalleenopeenplaatswordengezet,gebruiktofopgeborgen die voor kinderen niet bereikbaar is. Kinderen kunnen instellingen veranderen of de accu/accupack kortsluiten, wat kan leiden tot een brand of explosie. Dit is levensge- vaarlijk!
- Vermijddeopstellingin deonmiddellijkebuurtvansterke magnetischeofelekt- romagnetische velden, zendantennes of HF-generatoren. Hierdoor kan de bestu- ringselektronica beïnvloed worden.
- Zorgdatdekabelsnietafgekneld,gebogenofdoorscherperandenbeschadigd wordt. Plaats geen voorwerpen op de kabels.
- Zetgeenvoorwerpenmetvloeistoffen,vazenofplantenopofnaasthetlaadap- paraat/netsnoer. Wanneer deze vloeistoffen in het laadapparaat (of in de steekverbindingen van het netsnoer) raken, wordt het laadapparaat vernietigd en bestaat er bovendien groot levensgevaar voor elektrische slag of brand.183 Als het laadapparaat via het netsnoer wordt aangedreven, schakelt u eerst de net- spanning voor de contactdoos, waaraan de netkabel is aangesloten, uit (bijhoren- de zekeringsautomaat uitschakelen of zekering uitdraaien, vervolgens bijhorende aardlekschakelaar uitschakelen zodat de contactdoos aan alle polen van de stro- omtoevoer is afgesloten). Trek nu pas de stekker van het netsnoer uit de contact- doos. Als het laadapparaat via de DC-ingang (11 - 18 V/DC) wordt aangedreven, ontkop- pelt u het laadapparaat van de spannings-/stroomverzorging. Vervolgens ontkoppelt u de aangesloten accu van het laadapparaat. Gebruik het laadapparaat hierna niet meer, maar breng het naar een elektrotechnisch bedrijf. d) Gebruik
- Hetlaadapparaatkanofwelviadenetspanning(100-240V/AC,50/60Hz)ofvia een gestabiliseerde gelijkspanning van 11 - 18 V/DC (bv. via een externe voertu- igaccu of een geschikte stekkertransformator) worden aangedreven. Gebruik altijd slechts een van beide aansluittypes, maar nooit beide tegelijk. Hier- door kan het laadapparaat beschadigd worden.
- Wanneerumethetlaadapparaatofaccu'swerkt,magugeenmetalenofgeleiden- de materialen, zoals vb. juwelen (kettingen, armbanden, ringen, etc.) dragen. Door een kortsluiting aan de accu of laadkabel bestaat er brand- en explosiegevaar.
- Laathetproductnooitonbewaakttijdenshetgebruik.Ondanksdeveleveiligheids- schakelingen kunnen storingen of problemen bij het opladen van een accu niet geheel worden uitgesloten.
- Zorgvoorvoldoendeventilatierondomdelabvoedingtijdenshetgebruik.Dekde laadapparaat nooit af. Laat voldoende afstand (min. 20 cm) tussen het laadap- paraat en andere voorwerpen. Door oververhitting kan brand ontstaan!
- Hetlaadapparaatisuitsluitendgeschiktvoorhetopladen(ofontladen)vanNiMH-, NiCd-, Lilon-/LiPo-/LiFe- en loodaccu's. Laad nooit andere accutypes of niet-hero- plaadbare batterijen op. Er bestaat groot brandgevaar of gevaar voor een explosie!
- Sluitaltijdeerstdelaadkabelaanhetlaadapparaataan.Pasdaarnamagdeaccu met de laadkabel worden verbonden. Bij het verwijderen moet in omgekeerde volgorde te werk worden gegaan - eerst de accu van de laadkabel ontkoppelen, dan de laadkabel van het laadapparaat. Bij een verkeerde volgorde kan het tot kortsluiting van de stekkers van de laadkabel komen, er bestaat brand- en explosiegevaar!184
- Gebruikhetapparaatuitsluitendineengematigdklimaat;nietineentropischkli- maat. Neem hierbij ook de omgevingsvoorwaarden van het hoofdstuk "Technische gegevens" in acht.
- Gebruikhetproductnooitdirectwanneerhetvaneenkouderuimteineenwarme ruimte is gebracht. Het condenswater dat wordt gevormd, kan onder bepaalde om- standigheden het apparaat beschadigen of storingen veroorzaken! Verbind het product niet onmiddellijk met een contactdoos, maar laat het eerst op kamertemperatuur komen voor u het in bedrijf neemt. Dit kan een paar uur duren!
- Vermijdeengebruikvanhetapparaatindeonmiddellijkebuurtvansterkemagneti- sche of elektromagnetische velden, zendantennes of HF-generatoren. Hierdoor kan de besturingselektronica beïnvloed worden.
- Wanneerkanwordenaangenomendat eenveiliggebruikniet meermogelijkis, mag het apparaat niet meer worden gebruikt en moet het worden beveiligd tegen onbedoeld gebruik. Koppel het laadsysteem los van de spannings-/stroomverzorging. U mag het pro- duct daarna niet meer gebruiken. Breng hem naar een reparatiedienst of verwijder hem op milieuvriendelijke wijze. Men mag aannemen dat een gevaarloze werking niet meer mogelijk is wanneer het product zichtbaar is beschadigd, niet meer functioneert, langdurig onder ongunstige omstandigheden is opgeslagen of tijdens transport te zwaar is belast.
- Bewaarhetgeheleproductopeendroge,koele,schoneplaats,niettoegankelijk voor kinderen.185
6. Accuvoorschriften
Het gebruik van accu´s is vandaag de dag weliswaar vanzelfsprekend, maar er bestaan toch tal van gevaren en problemen. Vooral bij LiPo-/LiIon-/LiFe-accu´s met hun hoge energie-inhoud (in vergelijking met gewone NiCd of NiMH accu´s) moeten er verschillende voorschriften in acht worden genomen aangezien er anders explosie- en brandgevaar bestaat. Neem daarom in ieder geval de volgende informatie en veiligheidsvoorschriften voor het gebruik van accu´s in acht. Wanneer de fabrikant van de accu meer informatie ter beschikking stelt, moeten deze eveneens aandachtig worden gelezen en in acht worden genomen! a) Algemeen
- Accu'szijngeenspeelgoed.Umoetaccu'sookbuitenhetbereikvankinderenop- bergen.
- Laatbatterijennietachteloosliggen;erbestaathetgevaardatdezedoorkinderen of huisdieren worden ingeslikt. In dit geval dient u onmiddellijk een arts te raadple- gen!
- Accu'smogennooitwordenkortgesloten,uitelkaargehaaldofinhetvuurgewor- pen. Er bestaat brand- en explosiegevaar!
- Lekkendeofbeschadigdeaccu'skunnenbijhuidcontactbijtendewondenveroorza- ken; draag in dit geval beschermende handschoenen.
- Traditioneleniet-oplaadbarebatterijenmogennietwordenopgeladen.Erbestaat brand- en explosiegevaar! Niet-oplaadbare batterijen zijn bedoeld voor eenmalig gebruik. Ze moeten volgens de plaatselijk voorschriften worden ingeleverd als ze leeg zijn. Laad uitsluitend batterijen op die hier geschikt voor zijn; gebruik een geschikte op- lader.
- Accu'smogennietvochtigofnatworden.
- Zethetlaadapparaatenaccuopeenniet-brandbaarenhittebestendigoppervlak, zoals bijvoorbeeld een stenen vloer. Zorg voor voldoende afstand t.o.v. brandbare voorwerpen. Houd tussen laadapparaat en accu voldoende afstand. Leg de accu nooit op het laadapparaat.
- Omdatzowelhetlaadapparaatalsdeaangeslotenaccupackwarmwordentijdens het opladen/ontladen, moet er voor voldoende ventilatie gezorgd worden. Dek het laadapparaat en de accu nooit af!186
- Gebruiknooitaccupacksdieuitverschillendecellenzijnsamengesteld.
- Laad/ontlaadaccu'snooitzondertoezicht.
- Laad/ontlaadeenaccunooitrechtstreeksineenmodel.Verwijderdeaccueerstuit het model.
- Houdbijdeaansluitingvandeaccuopuwmodeloflaadapparaatrekeningmetde juiste polariteit (plus/+ en min/-). Bij een omgekeerde polariteit raakt niet alleen het laadapparaat maar ook de accu beschadigd. Er bestaat brand- en explosiegevaar! Het hier geleverde laadapparaat is voorzien van een veiligheidsschakeling tegen omgekeerde polariteit. Toch kan een omgekeerde polariteit in bepaalde gevallen leiden tot beschadigingen.
- Wanneeru het apparaat langere tijd niet gebruikt (bijv.bij opslag), dient ueen eventueel aangesloten accu van het laadapparaat te verwijderen en koppel het laadsysteem los van de spannings-/stroomverzorging. Het laadapparaat beschikt niet over een netschakelaar. Wanneer u het laadap- paraat via het netsnoer gebruikt, trekt u de stekker uit de contactdoos wanneer u het laadapparaat niet meer nodig hebt.
- Laad/ontlaadgeenaccu'sdienogheetzijn(bijv.veroorzaaktdooreentehogeont- laadstroom in het model). Laat de accu eerst op kamertemperatuur komen voordat deze weer wordt opgeladen of ontladen.
- Beschadignooithetomhulselvandeaccu.Erbestaatbrand-enexplosiegevaar!
- Laad/ontlaadnooitbeschadigde,lekkendeofvervormdeaccu's.Ditkanleidentot brandofeenontplofng!Gooizulkeonbruikbaargewordenaccu'sopeenmilieuvri- endelijke manier weg, gebruik deze niet meer.
- Koppeldeacculosvanhetlaadapparaatalsdeaccuvolledigopgeladenis.
- Laadaccu´songeveeromde3maandenopomdatandersdoordezelfontlading de zogeheten diepontlading kan optreden waardoor de accu´s onbruikbaar zullen worden.
- Bewaaraccu'sopeengeschikteplaats.Plaatseenrookmelderinderuimte.Het risico voor brand (of ontstaan van giftige rook) kan niet worden uitgesloten. Speciale accu's voor de modelbouw zijn geschikt voor grotere belastingen (bv. hoog laad- en ontlaadstromen, trillingen, etc.).187 b) Extra informatie over lithium-accu's Moderne accu's met lithium-techniek hebben niet alleen een veel hogere capaciteit dan NiMH- of NiCd-accu´s, maar ze hebben ook een veel lager gewicht. Dit maakt dit type accu met name voor toepassingen in de modelbouw zeer interessant en meestal worden hier dus de zogenaamde LiPo-accu's gebruikt (lithium-polymeer). Lithium-accu's vereisen echter bijzondere zorgvuldigheid bij het laden/ontladen en bij gebruik en onderhoud. Daarom willen wij u in de volgende hoofdstukken laten zien welke gevaren bestaan en hoe deze kunnen worden voorkomen, zodat dergelijke accu's lange tijd hun capaciteit behouden. Raadpleeg hiervoor ook hoofdstuk 6. a).
- Hetbuitensteomhulselvanveellithium-accu'sbestaatalleenuiteendikkefolieen is daarom zeer gevoelig. Demonteer of beschadig accu's niet. Laat de accu niet vallen en steek niet met scherpe voorwerpen in de accu! Voorkom elke mechanische belasting van de accu. Trek nooit aan de aansluitkabels van de accu! Er bestaat brand- en explosiegevaar! Let hier ook op wanneer de accu in het model wordt geplaatst of eruit wordt verwij- derd.
- Zorgbijhetgebruik,op-ofontladen,transportendeopslagvandeaccudatdeze niet oververhit raakt. Plaats de accu niet in de buurt van warmtebronnen (zoals rijre- gelaar, motor) en voorkom ook de blootstelling aan direct zonlicht. Bij oververhitting van de accu bestaat brand- en explosiegevaar! De accu mag nooit een hogere temperatuur dan +60 °C hebben (raadpleeg evt. extra informatie van fabrikant!).
- Indiendeaccubeschadigingenvertoont(bijv.nahetneerstortenvaneenmodelv- liegtuig of modelhelikopter) of als het omhulsel uitgezet is of bol staat, mag de accu niet meer worden gebruikt. Laad de accu niet meer op. Er bestaat brand- en explosiegevaar! Pak de accu slechts voorzichtig beet en gebruik eventueel beschermende hand- schoenen. Verwijder de accu overeenkomstig de milieuvoorschriften. Bewaar zulke accu's in geen geval meer in een woning of huis/garage. Beschadig- de of opgeblazen lithium-accu's kunnen plotseling vuur vatten.188
- Gebruikvoorhetopladenvaneenlithium-accualleeneenhiervoorbestemdlaad- apparaat, resp. gebruik de juiste laadprocedure. Gewone laadapparaten voor NiCd-, NiMH- of loodaccu's mogen niet worden gebruikt; er bestaat brand- en ex- plosiegevaar! Kies naargelang de accu altijd de juiste manier van opladen.
- Laadtueenlithium-accumetmeerdanééncel,gebruikdanabsoluuteenzog. balancer (b.v. in het hier geleverde laadapparaat al geïntegreerd).
- Laadde LiPo-accu'smet eenlaadstroom vanmax. 1C(in zoverredoor deac- cufabrikant niet anders aangeduid!). Dit betekent dat de laadstroom de op de accu vermelde capaciteitswaarde niet mag overschrijden (bijv. accucapaciteit 1000 mAh, max. laadstroom 1.000 mA = 1 A). Neem bij LiFe- en LiIon-accu's altijd de instructies van de accufabrikant in acht.
- Deontlaadstroommagdeopdeaccuaangegevenwaardenietoverschrijden. Als bijvoorbeeld bij een LiPo-accu een waarde van "20C" op de accu staat aange- geven, dan komt de maximale ontlaadstroom overeen met 20 maal de capaciteit van de accu (bijv. accucapaciteit 1000 mAh, max. ontlaadstroom 20C = 20 x 1.000 mA = 20 A). Anders kan de accu oververhit raken, hetgeen kan leiden tot vervorming/bol gaan staanvandeaccuoftoteenontplofngofbrand! De aangegeven waarde (bijv. "20C") heeft doorgaans geen betrekking op de per- manente stroomsterkte maar op de maximale stroom die de accu kortstondig kan leveren. De permanente stroomsterkte mag niet hoger zijn dan de helft van deze aangegeven waarde.
- Letopdatdeafzonderlijkecellenvaneenlithium-accunietdiepontladenworden. Een diepontlading van een lithium-accu voert tot een permanente beschadiging/ vernietiging van de accu. Als het model niet is voorzien van een beveiliging tegen diepontlading of een opti- sche indicatie van de te lage accuspanning, stel het gebruik van het model dan tijdig in.189
7. Geschikte accutypen
Accutype LiPo LiIon LiFe NiCd NiMH Pb Nominale spanning (V/cel) 3,7 3,6 3,3 1,2 1,2 2,0 Max. laadspanning (V/cel) 4,2 4,1 3,6 1,5 1,5 2,46 Spanning voor opslag (V/cel) 3,8 3,7 3,3 - - - Laadstroom voor snelladen <= 1C <= 1C <= 4C 1C - 2C 1C - 2C <= 0,4C Min. spanning na ontladen (V/cel) 3,0 - 3,3 2,9 - 3,2 2,6 - 2,9 0,1 - 1,1 0,1 - 1,1 1,8 De spanningen in de bovenstaande tabel gelden voor een enkele cel. De max. laad- en ontlaadstromen worden met de capaciteitswaarde "C" aangegeven. Een laadstroom van 1C komt daarmee overeeen met de op de accu vermelde capa- citeitswaarde (vb. aangegeven accucapaciteit 1000 mAh, max. laadstroom 1000 mA = 1 A). Let bij meercellige accupacks altijd op de correcte spanningsinstelling. Bijvoorbeeld bij een tweecellige accupack kunnen de afzonderlijke cellen zowel parallel als in serie geschakeld zijn. Als de voor de accu maximaal toegelaten laadstroom overschreden of een verkeerd cellenaantal/verkeerde spanningsinstelling wordt gekozen, bestaat het gevaar dat de accu wordt vernietigd. Bovendien bestaat explosie-/brandgevaar door de accu! Verdere instructies over de max. laadstroom en het cellenaantal/de spanning vindt u in de gegevensbladen of de etiketten van de accu's; deze gegevens hebben voorrang op de informatie in de bovenstaande tabel. Belangrijk!
- Laadnooitaccu'sopdienietindebovenstaandetabelzijnvermeld.
- Laadnooitaccu'smetingebouwdeelektronicaop.
- Laadnooitaccu'sopdienogmetandereapparaten(vb.eenrijregelaar)isverbon- den.
- Laadnooiteenbeschadigdeofopgezwollenaccu's.190
1 Uitgang#1:LCD-schermenbedientoetsen 2 Uitgang#2:LCD-schermenbedientoetsen 3 Verlicht twee-regelig scherm 4 Knop "BATT. TYPE/STOP" om een menu te verlaten of het opladen te stoppen 5 Knop "DEC" voor de invoer van waarden (waarde verminderen), menukeuze (terug) en het weergeven van diverse gegevens tijdens het laden/ontladen 6 Knop "INC" voor de invoer van waarden (waarde vermeerderen), menukeuze (vooruit) en het weergeven van spanningswaarden van afzonderlijke cellen bij het laden van lithium- accu's met balanceraansluiting 7 Knop "START/ENTER" voor starten/voortzetten van het laadproces resp. voor de bevesti- ging van een instel-/bedienfunctie 8 Uitgang#1:Rondebussen(4mm)vooraccu-aansluiting(rood=plus/+,zwart=min/-) 9 Uitgang#1:AansluitbusvoormeegeleverdeexterneXH-adapter 10 Uitgang#1:Busvoorexternetemperatuursensor(nietinbegrepen,afzonderlijkbestelbaar) 11 Uitgang#2:Busvoorexternetemperatuursensor(nietinbegrepen,afzonderlijkbestelbaar) 12 Uitgang#2:AansluitbusvoormeegeleverdeexterneXH-adapter 13 Uitgang#2:Rondebussen(4mm)vooraccu-aansluiting(rood=plus/+,zwart=min/-) 14 Gelijkspanningsingang (11 - 18 V/DC, gestabiliseerd), bv. voor de aansluiting aan een ex- terne voertuigaccu 15 Koudapparaatbus voor aansluiting van het laadapparaat aan de netspanning Gebruik het laadapparaat ofwel via de netspanningsaansluiting (1) of via de gelijk- spanningsingang (9). Gebruik nooit beide ingangen tegelijkertijd. Hierdoor kan het laadapparaat beschadigd worden. 16 Uitgang#1:MicroUSB-busvoorPC-aansluiting 17 Uitgang#2:MicroUSB-busvoorPC-aansluiting 18 USB-spannings-/stroomuitgang (5 V/DC, max. 2,1 A), bv. om een mobiele telefoon of tablet- pc op te laden 19 Ventilator (start afhankelijk van het laad-/ontlaadprogramma indien nodig automatisch)192
a) Aan de spannings-/stroomverzorging aansluiten Let op! Sluit het laadapparaat altijd eerst aan de spannings-/stroomverzorging aan; pas daar- na mag een accu met het laadapparaat worden verbonden. Het laadapparaat biedt twee verschillende bedrijfsmogelijkheden.
- Bedrijfviadenetspanning(100-240V/AC,50/60Hz)
- Bedrijfviagestabiliseerdegelijkspanning(11-18V/DC,bv.viaeenexternevoertuigaccuof een stekkertransformator) Gebruik nooit beide bedrijfsmodi tegelijkertijd. Hierdoor kan het laadapparaat be- schadigd worden. Verlies van waarborg/garantie! Als het laadapparaat via de gelijkspanningsingang moet worden aangedreven, moet de stroom- verzorging overeenkomstig sterk gekozen worden, bv. een geschikte 12 V-voertuigaccu. Als het laadapparaat niet met een 12 V-voertuigaccu moet worden aangedreven, maar via het vaste stroomnet, moet dit een overeenkomstig hoge stroom kunnen le- veren (wij raden bij gebruik van het volledig laadvermogen, een stekkertransformator met minstens 14 A aan). Aangezien er in het laadapparaat een eigen stekkertransformator geïntegreerd is, is het gebruik via een afzonderlijke stekkertransformator van het vast net zinloos en moet worden vermeden! Bij gebruik van een gelijkspanningsingang moet bij aansluiting op de juiste polariteit (plus/+ en min/-) worden gelet. Na aansluiting aan de spannings-/stroomverzorging schakelt het laadapparaat automatisch in. Beide scher- menvanuitgang#1en#2lichtenop,destartmeldingver- schijnt (zie afbeelding rechts) en het laadapparaat geeft twee korte geluidssignalen weer. Vervolgens is het laadapparaat bedrijfsklaar. VOLTCRAFT 100 DUO193 b) Accu aan het laadapparaat aansluiten Neem de volgende punten in acht voordat u een accu aansluit of laadt/ontlaadt:
- Indienuditnogniethebtgedaan,moetueersthoofdstuk5,6en7geheelen zorgvuldig doorlezen.
- Weetuprecieswelkegegevensuwaccuheeft?Onbekendeofniet-bedrukteaccu's waarvan de waarde niet bekend is, mogen niet worden aangesloten/geladen/ontla- den!
- Letopudatdeaansluitingenvanuitgang#1en#2nietdoorelkaarhaalt.
- Hebtudejuistespanningingesteld(bijv.bijmeercelligeLiPo-accu's)?Eentweecel- lige LiPo-accu kan o.a. parallel geschakeld zijn (3,7 V) of in serie (7,4 V).
- Zijnalleverbindingskabelsenaansluitingeninorde?Zijndestekkersgoedinde aansluitbussengestoken?Beschadigdestekkersenkabelsdienentewordenver- vangen.
- Sluitaandeuitgangvanhetlaadapparaataltijdslechtseenafzonderlijkeaccuof een afzonderlijk accupack aan, maar nooit meerdere tegelijk.
- Bijaansluitingvaneenaccuaanhetlaadapparaatverbindualtijdeersthetlaadkan- aal met het laadapparaat. Pas daarna mag de laadkabel met de accu verbonden worden. Bij het verwijderen gaat u in omgekeerde volgorde te werk (eerst accu van de laadkabel ontkoppelen, dan de laadkabel van het laadapparaat). Anders bestaat het gevaar op kortsluiting. Dit kan leiden tot brand of explosie van de accu!
- Wanneeruzelfgeconfectioneerdeaccupackswiltopladen,danmoetendecellen soortgelijk zijn (zelfde type, zelfde capaciteit, zelfde fabrikant). Bovendien moeten de cellen dezelfde laadtoestand hebben (lithium-accu's kunnen via de balancer overeenkomstig gelijk worden gesteld, andere accupacks zoals NiMH of NiCd, echter niet).
- Voorueenaccu/accupackaanhetlaadapparaataansluit,ontkoppeltuhetvolledig, bv. van een vlieg- of rijregelaar.194 Belangrijk bij het laden/ontladen van een meercellige lithium-accu met balanceraanslu- iting: Meercellige lithium-accu's beschikken normaal gezien altijd over een balanceraansluiting. Via deze accu is het mogelijk dat het laadapparaat de spanning van elke afzonderlijke cel apart kan bewaken. Het laadapparaat synchroniseert bij afwijkingen de spanning van alle cellen met elkaar. De balancer voorkomt op die manier dat een of meerdere cellen wordt overladen of andere cellen niet voldoende vol worden opgeladen. De balancer beschermt dus zowel tegen overladen (wat tot brand of explosie kan leiden) of een diepontlading van een afzonderlijke cel en garandeert daardoor het optimale vermogen van het accu in uw model. Werkwijze bij het aansluiten van een accu aan het laadapparaat:
1. Verbind het laadapparaat met de spannings-/stroomverzorging.
2. Verbindeerstdelaadkabelmetbeiderondebussenvan4mmvanlaaduitgang#1(of#2).
Let daarbij op de juiste polariteit (plus/+ = rode kabel, min/- = zwarte kabel). De laadkabel mag nog niet met de accu zijn verbonden! Hierbij kan het tot kortsluiting van de stekkers van de laadkabel komen, er bestaat brand- en explosiegevaar!
3. Wanneer u een meercellige lithium-accu met balancerkabel aan het laadapparaat wilt aans-
luiten, verbindt u het meegeleverde balancerboard met de overeenkomstige bus van het laadapparaat(vanuitgang#1of#2).
4. Sluit nu de laadkabel op de accu aan. Let daarbij op de juiste polariteit (plus/+ = rode kabel,
min/- = zwarte kabel).
5. Verbind de balancerstekker van een meercellige lithium-accu aan de overeen-
komstige aansluiting van de XH-adapter. Gebruik bij het aandrukken geen geweld! Let op de juiste polariteit. De minaansluiting van de balancerstekker van de accu moet normaal gezien gemar- keerd zijn (bv. zwarte kabel); op het balancerboard is de minpool eveneens gemarkeerd (opdruk "-"). Als de balancerstekker van de accu niet op de vorm van de bus op de XH-adapter past (deze is voor zgn. XH-stekkers voorzien), moet u een geschikte aansluitkabel gebruiken. Deze kunt u in de accessoirehandel verkrijgen.195 Voorbeeld voor het opladen van twee lithium-accu's met balancerstekker: Bij het ontkoppelen van een accu gaat u als volgt te werk:
1. Als een meercellige lithium-accu via de balancerkabel met het balancerboard is verbonden,
ontkoppelt u de kabel eerst van het balancerboard.
Gelieve in deze volgorde te werken! De accu moet altijd eerst van de laadkabel (en bij lithium-accu's van de balancera- ansluiting) worden ontkoppeld. Pas daarna mag de laadkabel van het laadapparaat worden ontkoppeld. Bij een andere volgorde bestaat het gevaar voor kortsluiting door beide ronde stek- kers van de met de accu aangesloten laadkabel. Bovendien bestaat er brand- en explosiegevaar!
4. Wanneer er geen accu meer met het laadapparaat is verbonden, kunt u het laadapparaat
van de spannings-/stroomverzorging ontkoppelen.196 c) Algemene informatie i.v.m. de bediening van de menu's Een overzicht van de menustructuur vindt u in het volgend hoofdstuk. Beideuitgangen#1en#2vanhetlaadapparaatzijnvanelkaaronafhankelijk. De bediening van beide uitgangen (laad-/ontlaadkanalen) gebeurt telkens via een verlicht LCD- scherm en vier knoppen die zich rechts naast het scherm bevinden.
- Verlaathetinstelmenumetdeknop"BATT.TYPE/STOP";doorevt.meermaalsopdezeknop te drukken keert u terug naar het hoofdmenu.
- Selecteerinhethoofdmenumetdetoets"INC"of"DEC"hetgewenstesubmenuenbevestig de keuze met de toets "START/ENTER".
- Metdeknoppen"INC"en"DEC"kunnendeverschillendeinstellingenwordengeselecteerd.
- Omeenwaardeofinstellingteveranderen,druktuop"START/ENTER";deweergaveknip- pert. Verander de op het scherm knipperende waarde met de knop "INC" of "DEC". Om een waarde snel te wijzigen (vb. de laadstroom) houdt u de respectievelijke knop langer ingedrukt.
- Slade(gewijzigde)waardeopmetdeknop"START/ENTER". Tijdens het laad-/ontlaadproces kunt u door meerdere keren op de knop "DEC" te drukken, diverse gegevens op het scherm weergeven (zie hoofdstuk 20). Als er gedu- rende enkele seconden op geen enkele knop wordt gedrukt, keert het laadapparaat terug naar de normale weergave. Als een lithium-accu met balancerstekker aan het laadapparaat is aangesloten, kunt u tijdens het laden/ontladen op de knop "INC" drukken om te schakelen naar de weergave van de spanning van de individuele cellen. Druk kort op de knop "START/ ENTER" zodat het laadapparaat opnieuw naar de normale weergave terugkeert.197
a) Algemeen De accuprograma's voor LiPo-, Lilon- en LiFe-accu's verschillen alleen in de spanningen en de toegelaten laadstroom, zie tabel in hoofdstuk 7. Bij het opladen van een lithium-accu zijn er twee van elkaar verschillende fasen. Eerst wordt de accu met constante stroom opgeladen. Als de accu de maximale spanning (bij een LiPo-accu, vb. 4,2 V) bereikt, wordt met constante spanning verder geladen (de laadstroom daalt daarbij). Als de laadstroom onder een bepaalde grens daalt, wordt het laden beëindigt en is de accu volledig opgeladen. Wanneer de accu een balancer-aansluiting heeft (normaal gezien bijna alle lithium- accu's met meer dan een cel), moet bij het laden/ontladen van de accu niet alleen de aansluitkabel van de accu, maar ook de balancer-aansluiting met het laadapparaat worden verbonden. Er zijn verschillende typen voor de balancer-stekker. Gebruik geen geweld wanneer de stekker niet in het laadapparaat past! In een speciaalzaak zijn de juiste adapters verkrijgbaar voor balancer-stekkers. Er zijn ook soms accu's met meer dan een cel, waarbij de celaansluitingen afzonderli- jk uitgevoerd worden en waarbij het strikt genomen niet om een "meercellig accupack" gaat. Let daarom altijd op de informatie van de accufabrikant in verband met het bouwtype en de nominale spanning. Alleen bij gebruik van een balancer (in het laadapparaat geïntegreerd) hebben alle cellen van een meercellig accupak na het laadproces dezelfde spanning en komt het niet tot een overlading van een van de cellen (brand- en explosiegevaar), resp. tot een diepontlading van een van de cellen (beschadiging van de accu). De in te stellen laadstroom is afhankelijk van de capaciteit van de accu de bouwwijze (zie hoofdstuk 7). Raadpleeg in elk geval de gegevens van de accufabrikant. Het laadapparaat moet zich in het hoofdmenu bevinden. Kies met de knopp "INC" of "DEC" het bij de te gebruiken accu passende accutype (LiPo, Lilon of LiFe), zie afbe- eldingen rechts. Bevestig de keuze met de knop "START/ENTER". PROGRAM SELECT LiIo BATT PROGRAM SELECT LiFe BATT PROGRAM SELECT LiPo BATT199 Vervolgens kunt u met de knopp "INC" of "DEC" de verschillende accuprogramma's kiezen:
- "STORAGE":accu'sopeenbepaaldespanningswaardeladenofontladen(bijv.tijdensde opslag)
- "DISCHARGE":accuontladen b) Accu zonder Balancer-aansluiting opladen ("CHARGE") Uiteraard kunt u ook meercellige lithium-accu's met balanceraansluiting met het accu- programma "CHARGE" opladen. Hierbij volgt echter geen synchronisering van de afzonderlijke celspanningen zodat het tot een overladen van een of meerdere cellen kan komen. Er bestaat brand- en explosiegevaar! Laad daarom meercellige lithium-accu's met balanceraansluiting altijd met het accup- rogramma "BALANCE" op, maar nooit met het accuprogramma "CHARGE"!
- Kieseerst,zoalsbeschreveninhoofdstuk11.a),inhethoofdmenumetdeknopp"INC"of "DEC" het accutype (LiPo, Lilon of LiFe) en druk dan op de knop "START/ENTER".
- Selecteermetdeknopp"INC"of"DEC"hetaccupro- gramma "CHARGE". Linksboven staat het voorheen geselecteerde accuty- pe. De waarde linksonder geeft de huidig ingestelde laadstroom weer ("2.0A"), rechtsonder staat de nominale accuspanning ("11.1V") en het bijhorend aantal cellen ("3S" = 3-cellige accu). Met de knopp "INC" of "DEC" kan een ander accuprogramma worden gekozen; met de knop "BATT. TYPE/STOP" keert u terug naar het hoofdmenu.
- Omeenwaardeteveranderen,druktuopdeknop"START/ENTER". De laadstroom linksonder op het scherm knippert. Verander de laadstroom met de knopp "INC" of "DEC". Voor een snelle instelling dient u de betreffende knop langer ingedrukt te houden. De maximaal mogelijke laadstroom is afhankelijk van het accutype en het cellenaantal. Hetmax.laadvermogenvooruitgang#1bedraagt100W;vooruitgang#2is50Wbe- schikbaar.Hetgecombineerdelaadvermogen(uitgang#1+#2)bedraagtmax.100W. LiPo CHARGE 2.0A 11.1V(3S)200
- Bevestigdelaadstroommetdeknop"START/ENTER". Het aantal cellen rechtsonder op het scherm knippert. Stel het aantal cellen met de knoppen "INC" of "DEC" in. Voor een snelle instelling dient u de betreffende knop langer ingedrukt te houden. De bijhorende nominale accuspanning wordt automatisch berekend en linksonder naast het aantal cellen weergegeven. Bevestig het aantal cellen met de knop "START/ENTER".
- Wanneerergeenenkeleweergavemeerknippert,startuhetopladendoordeknop"START/ ENTER" langer ingedrukt te houden (ong. 3 seconden).
- Hetlaadapparaatcontroleertnudeaangeslotenaccu. Bij een fout wordt een waarschuwingssignaal uitgestu- urd en de overeenkomstige informatie op het scherm weergegeven. Met de knopp "BATT. TYPE/STOP" beëindigt u het waarschuwingssignaal; u komt weer terug in het vorige instelmenu. Als er geen fout werd vastgesteld, verschijnt bijvoorbe- eld de rechts afgebeelde weergave op het scherm. De waarde bij "R:" geeft het cellenaantal dat die het laadapparaat herkend heeft (in het voorbeeld een 3-cellige accu). De waarde bij "S:" geeft het cellenaantal aan die u in het menu hebt ingesteld (bijvoorbeeld eveneens een 3-cellige accu). Indien deze beide aantallen niet overeenkomen, controleer dan zowel de instellingen van het laadapparaat als de accu. Het kan zijn dat de accu diepontladen is of dat een cel defect is. Dergelijke accu's moet u niet opladen aangezien hierbij brand- en explosiegevaar bestaat! Met de knopp "BATT. TYPE/STOP" komt u weer terug in het vorige instelmenu.
- Alsbeidecellenaantallenovereenstemmen,druktukortopdeknop"START/ENTER".
- Het opladen begint. Op het scherm verschijnt er di- verse informatie over de actuele vooruitgang van het laden. Voorbeeld: Linksboven wordt het accutype en het cellenaantal aangegeven (bijv. "LP3s" = LiPo-accu met 3 cellen), boven in het midden de laadstroom en rechtsboven de huidige accuspanning. Linksonder staat het actuele accuprogramma ("CHG" = "CHARGE"), in het midden de verst- reken laadduur en rechts daarnaast de opgeladen capaciteit in mAh. BATTERY CHECK WAIT...
CONFIRM(ENTER) LP3s 1.2A 12.32V CHG 022:43 00682201 Tijdens het laad-/ontlaadproces kunt u door meerdere keren op de knop "DEC" te drukken, diverse gegevens op het scherm weergeven (zie hoofdstuk 20). Als er gedu- rende enkele seconden op geen enkele knop wordt gedrukt, keert het laadapparaat terug naar de normale weergave.
- Nadathetopladenisvoltooid,weerklinkteengeluidssignaal(mitsdezeoptienietwerduitge- schakeld). Indien u het laadproces wilt stoppen, drukt u op de knop "BATT. TYPE/STOP". c) Accu met Balancer-aansluiting opladen ("BALANCE") In tegenstelling tot het eenvoudige accuprogramma "CHARGE" (zie hoofdstuk 11. b)) wordt bij het accupro- gramma "BALANCE" de spanning van elke afzonderlijke cel van een meercellig lithium-accu bewaakt en bij afwi- jkingen overeenkomstig gecorrigeerd. Naast de normale twee accuaansluitingen (plus/+ en min/-) moet bovendien ook de balancer- aansluiting van de accu op het laadapparaat worden aangesloten. Let bij de aansluiting van de balancerstekker van de accu aan het laadapparaat op de correcte polariteit. In regel is de minpool van de balanceraansluiting van een zwarte kabel voorzien of speciaal gemarkeerd. Deze zijde van de balancerstekker moet in de richting "-" van de balan- cerbus van het laadapparaat wijzen en natuurlijk ook op deze aansluitstift worden gestoken. Als u zelfgeconfectioneerde accu's gebruikt, moet de balancerstekker correct zijn ge- congureerd. De zwarte/gemarkeerde kabel is de minpool van de eerste cel. De volgende aansluit- pen is de pluspool van de eerste cel. De volgende aansluitpen is de pluspool van de tweede, derde, vierde, vijfde en zesde cel (naargelang het aantal cellen). De laatste aansluitpin van de balancerstekker van de accu is ook de pluspool van de laatste cel. Zo kan tussen de buitenste beide pins van de balancerstekker dezelfde spanning worden gemeten als aan beide accuaansluitingen zelf. Het vervolg van deze laadprocedure wordt in hoofdstuk 11. b) beschreven. Als een lithium-accu met balancerstekker aan het laad- apparaat is aangesloten, kunt u door op de knop "INC" te drukken omschakelen naar de weergave van de span- ning van de individuele cellen, zie afbeelding rechts. Druk kort op de knop "START/ENTER" zodat het laadapparaat opnieuw naar de normale weer- gave terugkeert. LiPo BALANCE 2.0A 7.4V(2S)
Belangrijk! Alleen een accupack met een exact gelijke spanning per cel levert het maximale ver- mogen en de maximale gebruiksduur voor een modelvliegtuig of -auto. Door de schommelingen in materiaalkwaliteit en de interne opbouw van bijvoorbeeld een meercellige lithium-accupack kan het bij ontladen voorkomen dat de cellen aan het eind van het ontlaadproces een verschillende spanning hebben. Indien men een dergelijke lithium-accu zonder balancer laadt, dan ontstaan zeer snel grote verschillen in de spanning van de cellen. Dit leidt niet alleen tot een kortere gebruiksduur(omdatééncelinspanningzwakis),maarookwordtdeaccudoor diepontlading beschadigd. Verder bestaat bij het opladen van een lithium-accu met verschillende accuspannin- gen zonder balancer het gevaar voor overladen van een individuele cel. Voorbeeld: Het lijkt alsof een zonder balancer geladen LiPo-accupack met 2 cellen een spanning van 8,4 V heeft en dus volledig is opgeladen. Maar de afzonderlijke cellen hebben echter een span- ning van 4,5 V en 3,9 V (een cel is gevaarlijk overladen en de andere is half leeg). Een dergelijk overladen cel kan gaan lekken, opzwellen of in het ergste geval exploderen of in brand raken! Wanneer deze LiPo-accu bv. in een modelvliegtuig wordt gebruikt, leidt dit tot een zeer korte vliegtijdaangeziendespanningvandehalegecelsnelleegraaktendeaccugeenstroom meer levert. Als uw lithium-accu over een balanceraansluiting beschikt, moet deze bijkomend bij de normale twee accuaansluitingen (plus/+ en min/-) altijd over de meegeleverde XH- adapter aan het laadapparaat worden aangesloten; gebruik dan altijd het laadpro- gramma "BALANCE" en niet het laadprogramma "CHARGE". Als de balancerstekker van de accu niet op de vorm van de bus op de XH-adapter past (deze is voor zgn. XH-stekkers voorzien), moet u een geschikte aansluitkabel gebruiken. Deze kunt u in de accessoirehandel verkrijgen.203 d) Snelladen ("FAST CHG") Bij het laden van een lithium-accu wordt de laadstroom door de gebruikte laadprocedure altijd minder, hoe voller de accu (wanneer de accu zijn maximale laadspanning heeft bereikt en het laadapparaat van constante stroom naar de constante spanningslaadprocedure omschakelt). Daardoor neemt natuurlijk ook de oplaadtijd toe. Bij het snel opladen wordt een hogere laadstroom bereikt. Dit gaat echter ten koste van de ca- paciteit aangezien op grond van de veiligheidsschakelingen in het laadapparaat het laadproces vroeger wordt beëindigd. Dit betekent dat bijvoorbeeld een LiPo-accu bij de snellading niet volledig kan worden opgela- den. Er is slechts ongeveer 90% van de capaciteit beschikbaar die bij het normale oplaadproces mogelijk is. De snellading is dus alleen zinvol wanneer u de accu zo snel mogelijk weer gebruiks- klaar moet hebben. De procedure voor het instellen van de laadstroom en spanning/aantal cellen dient op dezelfde manier te worden uitgevoerd als bij het accuprogramma "CHARGE", zie hoofdstuk 11. b). e) Accu opslaan ("STORAGE") Dit accuprogramma kan worden gebruikt wanneer de accu langere tijd moet worden opges- lagen. Afhankelijk van het ingestelde accutype wordt de accu tot op een bepaalde spanning geladen of ontladen. Afhankelijk van de celspanning wordt de accu opgeladen of ontladen. Dit is bij een meercellige accupack alleen zinvol wanneer een balancer-aansluiting aanwezig is en aan het laadapparaat werd aangesloten. Bij het langer opslagen van een lithium-accu (zoals vb. bij het overwinteren van een vliegaccu) moet de accu in elk geval elke 3 maanden worden gecontroleerd en opni- euw met het accuprogramma "STORAGE" worden behandeld, opdat het niet tot een schadelijke diepontlading komt. De procedure voor het instellen van de laadstroom en spanning/aantal cellen dient op dezelfde manier te worden uitgevoerd als bij het accuprogramma "CHARGE", zie hoofdstuk 11. b).204 f) Accu ontladen ("DISCHARGE") Normaliter is het bij lithium-accu's niet nodig deze voor het opladen te ontladen (dit in tegen- stelling tot de werkwijze bij NiCd-accu's). De accu kan ongeacht zijn aanwezige capaciteit direct worden opgeladen. Als u toch een lithium-accu wilt ontladen, kan de ontlaadstroom worden ingesteld. De maximaal mogelijke ontlaadstroom is afhankelijk van het accutype en het cellena- antal.Hetmax.ontlaadvermogenvooruitgang#1bedraagt10W;vooruitgang#2is 5 W beschikbaar. Dit beperkt de max. mogelijke ontlaadstroom bij accu's met meer cellen. Ontlaad een lithium-accu alleen tot aan de minimum toegelaten ontlaadeindspanning per cel (zie tabel in hoofdstuk 7 of let op de informatie van de accufabrikant). Als de accu nog verder wordt ontladen, wordt hij door deze diepontlading permanent be- schadigd en onbruikbaar! De werkwijze bij het instellen van ontlaadstroom en spanning/cellenaantal moet precies zo wor- den uitgevoerd als bij het opladen, zie hoofdstuk 11. b), behalve dat de accu na het starten van het accuprogramma niet geladen, maar ontladen wordt.205 PROGRAM SELECT NiMH BATT PROGRAM SELECT NiCD BATT NiMH CHARGE CURRENT 2.0A
12. NiMH- en NiCd-accu's
a) Algemeen De accuprogramma voor NiMH- en NiCd-accu's verschillen in principe alleen in de intern gebru- ikte laadprocedure. De instellingen in de menu's zijn gelijk. Het laadapparaat moet zich in het hoofdmenu bevinden. Kies hier met de knopp "INC" of "DEC" het bij de te gebru- iken accu passende accutype, zie afbeeldingen rechts. Bevestig de keuze met de knop "START/ENTER". Vervolgens kunt u met de knopp "INC" of "DEC" de ver- schillende accuprogramma's kiezen:
- "CYCLE":herhaaldeontlaad-/laadcycliuitvoeren Met de knopp "BATT. TYPE/STOP" keert u terug naar het hoofdmenu. b) Accu laden ("CHARGE") De in te stellen laadstroom is afhankelijk van de capaciteit van de accu en dient normaliter 1C te bedragen (zie ook hoofdstuk 7). Hoogwaardige accu's verdragen ook een laadstroom tot 2C. Raadpleeg hiervoor in elk geval de gegevens van de accufabrikant. De aanduiding "1C" betekent dat de laadstroom overeenkomt met de waarde van de capaciteit van de accu. Bij een 3000 mAh-NiMH-accu met 1C moet dus een laadstro- om van 3 A worden ingesteld. Een waarde van 0,5C betekent dat de laadstroom met de halve capaciteitswaarde overeenkomt. Bij een NiMH-accu met een capaciteit van 3000 mAh betekent 0,5C dat een laadstroom van 1,5 A moet worden ingesteld. Daarbij geldt: hoe kleiner de accu (de afzonderlijke cellen dus), des te geringer is de maximale laadstroom.206 NiMH 1.2A 7.63V CHG 022:43 00682 BATTERY CHECK
Traditionele NiMH-mignon/AA-cellen met een capaciteit van 2000 mAh laten bijvoor- beeld geen laadstroom van 1C toe (dit komt overeen met een laadstroom van 2 A). Om zulke cellen snel op te laden (inbegrepen in ontvangeraccu's) mag niet meer dan 0,5C worden ingesteld. Ga voor het laden van een NiMH- resp. NiCd-accu als volgt te werk:
- Kieseerst,zoalsbeschreveninhoofdstuk12.a),inhethoofdmenumetdeknopp"INC"of "DEC" het accutype (NiMH of NiCd) en druk dan op de knop "START/ENTER".
- Selecteermetdeknopp"INC"of"DEC"hetaccupro- gramma "CHARGE". De waarde rechtsonder staat voor de huidig ingestelde laadstroom. Met de knopp "INC" of "DEC" kan een ander accuprogramma worden gekozen; met de knop "BATT. TYPE/STOP" keert u terug naar het hoofdmenu.
- Wanneerdewaardevoordelaadstroomgewijzigdmoetworden,druktuopdeknop"START/ ENTER". De laadstroom knippert. Verander de laadstroom met de knopp "INC" of "DEC". Voor een snelle instelling dient u de betreffende knop langer ingedrukt te houden. De maximaal mogelijke laadstroom is afhankelijk van het accutype en het cellenaantal. Hetmax.laadvermogenvooruitgang#1bedraagt100W;vooruitgang#2is50Wbe- schikbaar.Hetgecombineerdelaadvermogen(uitgang#1+#2)bedraagtmax.100W. Bevestig de ingestelde laadstroom met de knop "START/ENTER".
- Wanneerergeenenkeleweergavemeerknippert,startuhetopladendoordeknop"START/ ENTER" langer ingedrukt te houden (ong. 3 seconden).
- Hetlaadapparaatcontroleertnudeaangeslotenaccu. Bij een fout wordt een waarschuwingssignaal uitgestu- urd en de overeenkomstige informatie op het scherm weergegeven. Met de knopp "BATT. TYPE/STOP" beëindigt u het waarschuwingssignaal; u komt weer terug in het vorige instelmenu. Als er geen fout werd vastgesteld, verschijnt bijvoorbe- eld de rechts afgebeelde weergave op het scherm. Linksboven wordt het accutype weergegeven ("NiMH" = NiMH-accu), bovenaan in het midden de laadstroom en rechtsboven de huidige accuspanning. Linksonder wordt het huidige accuprogramma weergegeven ("CHG" = "CHARGE"), in het midden de verstreken laadduur en rechts daarnaast de geladen capaciteit in mAh. NiMH CHARGE CURRENT 2.0A207 NiMH Auto CHARGE CURRENT 5.0A NiMH RE-PEAK
- Nadathetopladenisvoltooid,weerklinkteengeluidssignaal(mitsdezeoptienietwerduitge- schakeld). Indien u het laadproces wilt stoppen, drukt u op de knop "BATT. TYPE/STOP". c) Automatische laadmodus ("Auto CHARGE") Bij de automatische laadmodus controleert het laad- apparaat de toestand van de aangesloten accu (bv. in binnenweerstand) en berekent daaruit de laadstroom. U moet een bovengrens voor de laadstroom instellen zodat de accu door een te hoge laadstroom niet beschadigd wordt. Afhankelijk van de accu en diens binnenweerstand kunnen in het accuprogramma "Auto CHARGE" o.m. korte laadtijden worden bereikt dan bij het accuprogramma "CHARGE" (hoof- dstuk 12 b)). Ga om in te stellen of te bedienen te werk zoals bij het accuprogramma "CHARGE" (hoofdstuk 12. b)). Het enige verschil is dat niet de daadwerkelijke laadstroom wordt ingesteld, maar de grenswaarde voor de maximale laadstroom die het laadapparaat omwille van veilig- heidsredenen niet mag overschrijden. d) Accu nogmaals heropladen ("RE-PEAK") Het laadapparaat beëindigt bij NiMH- en NiCd-accu's het opladen automatisch wanneer de accu vol is. De herkenning wanneer de accu volledig is opgeladen wordt op basis van de Delta-U- methode uitgevoerd. Met behulp van het accuprogramma "RE-PEAK" is het mogelijk dat deze herkenning nogmaals wordt uitgevoerd. Zo kan niet alleen worden verzekerd dat de accu werkelijk volledig is opgela- den, maar kan ook worden gecontroleerd hoe goed de accu de snellading verdraagt. Laad de accu dus eerst volledig op (zie hoofdstuk 12. b) of hoofdstuk 12 c)). Pas daarna start u het accuprogramma "RE-PEAK". Ga als volgt te werk:
- Stelzoalsbeschreveninhoofdstuk12.a),hetaccu- type in (NiMH of NiCd) en kies het accuprogramma "RE-PEAK". De waarde rechtsonder staat voor het aantal herkenningsprocedures.208 Met de knopp "INC" of "DEC" kan een ander accuprogramma worden gekozen; met de knop "BATT. TYPE/STOP" keert u terug naar het hoofdmenu.
- WanneerhetaantalherkenninsprocessenvoordeDelta-U-methodemoetwordengewijzigd, drukt u kort op de knop "START/ENTER". Het aantal knippert.
- Metdeknoppen"INC"of"DEC"kuntuhetaantalherkenningsprocesseninstellen.
- Drukkortopdeknop"START/ENTER"omdeinstellingtebevestigen.Hetindicatielampje stopt met knipperen.
- Starthetaccuprogramma"RE-PEAK"doordeknop"START/ENTER"3secondeningedrukt te houden. Wanneer de instellingen verkeerd zijn resp. het laadapparaat een fout vaststelt, dan klinkt een waarschuwingssignaal en wordt de betreffende informatie op het scherm weergegeven. Met de knopp "BATT. TYPE/STOP" beëindigt u het waarschuwingssi- gnaal en keert het laadapparaat terug naar het vorige instelmenu. Het scherm geeft tijdens het opladen bijvoorbeeld de volgende gegevens weer: Linksboven wordt het accutype weergegeven ("NiMH" = NiMH-accu), bovenaan in het midden de laadstroom en rechtsboven de huidige accuspanning. Linksonder staat het actuele accuprogramma ("RPC" = "RE-PEAK"), in het midden de verst- reken laadduur en rechts daarnaast de opgeladen capaciteit in mAh.
- Wanneerhetlaadprocesisvoltooid,klinkteengeluidssignaal(mitsdezeoptienietisuitge- schakeld). Indien u het laadproces wilt stoppen, drukt u op de knop "BATT. TYPE/STOP". NiMH 0.2A 9.59V RPC 000:33 00017209 NiMH DISCHARGE
e) Accu ontladen ("DISCHARGE") Dit accuprogramma kan worden gebruikt om deels geladen NiMH-/NiCd-accu's in een gede- nieerdeuitgangstoestandtebrengenofomeenmetingvandeaccucapaciteituittevoeren. Speciale NiCd-accu's mogen niet in deels opgeladen toestand opnieuw worden opgeladen aan- gezien de capaciteit hierbij kan verlagen (Memory-effect). De maximaal mogelijke ontlaadstroom is afhankelijk van het accutype en het cellena- antal.Hetmax.ontlaadvermogenvooruitgang#1bedraagt10W;vooruitgang#2is 5 W beschikbaar. Dit beperkt de max. mogelijke ontlaadstroom bij accu's met meer cellen. Ga voor het ontladen van een NiMH- of NiCd-accu als volgt te werk:
- Stel het accutype in (NiMH-of NiCd), zoals beschre- ven in hoofdstuk 12. a) en kies het accuprogramma "DISCHARGE". Linksboven in het scherm wordt het ingestelde accutype weergegeven (NiMH-of NiCd), rechts daarnaast het accuprogramma. De waarde linksonder geeft de huidig ingestelde ontlaadstroom weer, de waarde rechtsonder staat voor de uitschakelspanning aan het einde van het ontlaadproces. Met de knopp "INC" of "DEC" kan een ander accuprogramma worden gekozen; met de knop "BATT. TYPE/STOP" keert u terug naar het hoofdmenu.
- Omdewaardevoordeontlaadstroomendeuitschakelspanningtewijzigen,druktukortopde knop "START/ENTER". De ontlaadstroom knippert.
- Steldeuitschakelspanningmetdeknoppen"INC"of"DEC"in.Vooreensnelleinstellingdient u de betreffende knop langer ingedrukt te houden.
- Drukkortopdeknop"START/ENTER"omdeinstellingtebevestigen. Ga zoals hierboven beschreven te werk om de ontlaadstroom of de uitschakelspan- ning nogmaals te veranderen, indien gewenst.
- Wanneerergeenenkeleweergavemeerknippert,houdtudeknop"START/ENTER"langer ingedrukt (ong. 3 seconden) om het ontladen te starten. Wanneer de instellingen verkeerd zijn resp. het laadapparaat een fout vaststelt, dan klinkt een waarschuwingssignaal en wordt de betreffende informatie op het scherm weergegeven. Met de knopp "BATT. TYPE/STOP" beëindigt u het waarschuwingssi- gnaal en keert het laadapparaat terug naar het vorige instelmenu.210 Het scherm geeft tijdens het ontladen bijvoorbeeld de volgende gegevens weer: Linksboven op het scherm wordt het accutype weerge- geven ("NiMH" = NiMH-accu), bovenaan in het midden de ontlaadstroom en rechtsboven de huidige accu- spanning. Linksonder staat het actuele accuprogramma ("DSC" = "DISCHARGE"), in het midden de verstreken ontlaadduur en rechts daarnaast de ontladen capaciteit in mAh.
- Wanneerhetontlaadprocesisvoltooid,klinkteengeluidssignaal(mitsdezeoptienietisuitge- schakeld). Indien u het ontlaadproces wilt stoppen, drukt u op de knop "BATT. TYPE/STOP". f) Cyclusprogramma ("CYCLE") Om accu's te testen, nieuwe accu's te formatteren of oudere accu's op te frissen, kunt u tot 5 cycli automatisch na elkaar uitvoeren. Zowel de combinatie "Laden/ontladen" ("CHG>DCHG") als "Ontladen/laden" ("DCHG>CHG") is mogelijk. Als laad- of ontlaadstroom worden de waarden gebruikt die u in het laadprogramma ("CHARGE") of ontlaadprogramma ("DISCHARGE") hebt ingesteld. Ga als volgt te werk:
- Stel het accutype in (NiMH-of NiCd), zoals beschre- ven in hoofdstuk 12. a) en kies het accuprogramma "CYCLE". Linksboven in het scherm wordt het ingestelde accutype weergegeven, rechts daarnaast het accuprogramma. Het indicatielampje linksonder staat voor de overeenkomstige combinatie "Laden/ontalden" ("CHG>DCHG") of "Ontladen/laden" ("DCHG>CHG"), rechtsonder wordt het aantal huidig ingestelde cycli weergegeven. Met de knopp "INC" of "DEC" kan een ander accuprogramma worden gekozen; met de knop "BATT. TYPE/STOP" keert u terug naar het hoofdmenu.
- Alseenanderecyclusmodusmoetwordengeselecteerdofuhetaantalcycliwiltinstellen, drukt u kort op de knop "START/ENTER". Het indicatielampje "CHG>DCHG" of "DCHG>CHG" knippert.
- Selecteermetdeknoppen"INC"of"DEC"degewenstevolgordebijhetcyclusbedrijf: "CHG>DCHG" = laden + aansluitend ontladen "DCHG>CHG" = ontladen + aansluitend laden NiMH 0.5A 7.42V DSC 022:45 00230 NiMH CYCLE DCHG>CHG 1211
- Drukkortopdeknop"START/ENTER"enhetaantalcycliknippert(hoevaakdenetingestelde volgorde van laden/ontladen of ontladen/laden wordt uitgevoerd).
- Stelmetdeknoppen"INC"of"DEC"hetaantalcycliin(1-5cyclimogelijk).
- Drukkortopdeknop"START/ENTER"omdeinstellingtebevestigen.Hetindicatielampje stopt met knipperen.
- Omde cyclusmodus testarten, houdt ude knop "START/ENTER"langer ingedrukt(ong. 3 seconden). Als de instellingen verkeerd zijn resp. het laadapparaat een fout vaststelt, dan klinkt een waarschuwingssignaal en wordt de betreffende informatie op het scherm weer- gegeven. Met de knopp "BATT. TYPE/STOP" beëindigt u het waarschuwingssignaal en keert het laadapparaat terug naar het vorige instelmenu. Het scherm geeft tijdens het laden of ontladen bijvoorbeeld de volgende gegevens weer: Linksboven wordt het accutype weergegeven ("NiMH" = NiMH-accu), bovenaan in het midden de laad- of ont- laadstroom en rechtsboven de huidige accuspanning. Linksonder staat de geselecteerde cyclusmodus ("C>D" = laden/ontladen, "D>C" = ontladen/ laden), in het midden de verstreken laad- of ontlaadduur en rechts daarnaast de opgeladen of ontladen capaciteit in mAh.
- Wanneerde cyclusmodus is afgesloten, klinkt een geluidssignaal (mitsdeze optieniet is uitgeschakeld). Om de cyclusmodus te stoppen, drukt u op de knop "BATT. TYPE/STOP". NiMH 2.0A 7.42V C>D 022:45 00890212
a) Algemeen Loodaccu's zijn een heel ander soort accu's dan lithium-, NiMH- of NiCd-accu's. Deze kunnen vergeleken met hun hoge capaciteit slechts een geringe stroom leveren en bovendien is het laadproces heel anders. De laadstroom voor moderne loodaccu's mag niet hoger zijn dan 0,4C, optimaal voor alle loodaccu's is 1/10C. Een hogere laadstroom is niet toegestaan omdat de accu hierdoor overbelast raakt! Er bestaat niet alleen explosie- en brandgevaar, maar ook verwondingsgevaar door de bevatten zuren. Raadpleeg bovendien altijd de op de accu aangegeven informatie resp. de gegevens van de accufabrikant om te bepalen welke laadstroom is toegestaan. Het laadapparaat moet zich in het hoofdmenu bevinden. Selecteer hier met de knopp "INC" of "DEC" het accutype "Pb BATT", zie afbeelding rechts. Bevestig de keuze met de knop "START/ENTER". Vervolgens kunt u met de knopp "INC" of "DEC" de verschillende accuprogramma's kiezen:
- "DISCHARGE":accuontladen b) Accu laden ("CHARGE") De in te stellen laadstroom is afhankelijk van de capaciteit van de accu en dient normaliter 0,1C te bedragen (zie ook hoofdstuk 7). Hoogwaardige laadaccu's verdragen ook een laadstroom tot 0,4C. Raadpleeg hiervoor in elk geval de gegevens van de accufabrikant. De aanduiding "0,1C" betekent dat de laadstroom voor 1/10 met de capaciteit van de accu overeenkomt. Bij een loodaccu met een capaciteit van 5000 mAh (= 5 Ah) moet bij 0,1 C een laadstroom van 0,5 A worden ingesteld. Ga voor het laden van een loodaccu als volgt te werk:
- Kieseerst,zoalsbeschreveninhoofdstuk13.a),inhethoofdmenumetdeknoppen"INC"of "DEC" het accutype "Pb BATT" en druk dan op de knop "START/ENTER". PROGRAM SELECT Pb BATT213
- Selecteermetdeknoppen"INC"of"DEC"hetaccupro- gramma "CHARGE". Linksboven in het scherm wordt het ingestelde accuty- pe weergegeven, rechts daarnaast het accuprogram- ma. De waarde linksonder geeft de huidig ingestelde laadstroom aan; de waarde rechtsonder de spanning resp. het aantal cellen van de loodaccu (hier in het voorbeeld een 6-cellige loodac- cu, 6 x 2,0 V = 12,0 V). Met de knopp "INC" of "DEC" kan een ander accuprogramma worden gekozen; met de knop "BATT. TYPE/STOP" keert u terug naar het hoofdmenu.
- Wanneerdewaardevoordelaadstroomgewijzigdmoetworden,druktuopdeknop"START/ ENTER". De laadstroom knippert. Verander de laadstroom met de knoppen "INC" en "DEC". Voor een snelle instelling dient u de betreffende knop langer ingedrukt te houden. De maximaal mogelijke laadstroom is afhankelijk van het accutype en het cellenaantal. Hetmax.laadvermogenvooruitgang#1bedraagt100W;vooruitgang#2is50Wbe- schikbaar.Hetgecombineerdelaadvermogen(uitgang#1+#2)bedraagtmax.100W.
- Bevestigdeingesteldelaadstroommetdeknop"START/ENTER".
- Hetaantalcellenrechtsonderophetschermknippert.Stelhetaantalcellenmetdeknoppen "INC" of "DEC" in. Voor een snelle instelling dient u de betreffende knop langer ingedrukt te houden.
- Bevestighetaantalcellenmetdeknop"START/ENTER".
- Wanneerergeenenkeleweergavemeerknippert,startuhetopladendoordeknop"START/ ENTER" langer ingedrukt te houden (ong. 3 seconden). Indien de instellingen verkeerd zijn resp. het laadapparaat een fout vaststelt, dan klinkt een waarschuwingssignaal en wordt de betreffende informatie op het display weergegeven. Met de knopp "BATT. TYPE/STOP" beëindigt u het waarschuwingssi- gnaal en keert het laadapparaat terug naar het vorige instelmenu. Het scherm geeft tijdens het opladen bijvoorbeeld de volgende gegevens weer: Linksboven wordt het accutype weergegeven ("P" = loodaccu), bovenaan in het midden de laadstroom en rechtsboven de huidige accuspanning. Linksonder staat het actuele accuprogramma ("CHG" = "CHARGE"), in het midden de verst- reken laadduur en rechts daarnaast de opgeladen capaciteit in mAh.
- Wanneerhetlaadprocesisvoltooid,klinkteengeluidssignaal(mitsdezeoptienietisuitge- schakeld). Indien u het laadproces wilt stoppen, drukt u op de knop "BATT. TYPE/STOP". Pb CHARGE 1.0A 12.0V(6P) P-6 1.0A 12.32V CHG 022:45 00690214 c) Accu ontladen ("DISCHARGE") Ditaccuprogrammakanwordengebruiktomdeelsgeladenloodaccu'sineengedenieerde uitgangstoestand te brengen of om een meting van de accucapaciteit uit te voeren. De maximaal mogelijke ontlaadstroom is afhankelijk van het accutype en het cellena- antal.Hetmax.ontlaadvermogenvooruitgang#1bedraagt10W;vooruitgang#2is 5 W beschikbaar. Dit beperkt de max. mogelijke ontlaadstroom bij accu's met meer cellen. Ga voor het ontladen van een loodaccu als volgt te werk:
- Kieseerst,zoalsbeschreveninhoofdstuk13.a),inhethoofdmenumetdeknopp"INC"of "DEC" het accutype "Pb BATT" en druk dan kort op de knop "START/ENTER".
- Selecteermetdeknopp"INC"of"DEC"hetaccupro- gramma "DISCHARGE". Linksboven in het scherm wordt het ingestelde accuty- pe weergegeven, rechts daarnaast het accuprogram- ma. De waarde linksonder geeft de huidig ingestelde ontlaadstroom aan; de waarde rechtsonder de spanning resp. het aantal cellen van de loodaccu (hier in het voorbeeld een 6-cellige loodaccu, 6 x 2,0 V = 12,0 V). Met de knopp "INC" of "DEC" kan een ander accuprogramma worden gekozen; met de knop "BATT. TYPE/STOP" keert u terug naar het hoofdmenu.
- Wanneerdewaardevoordeontlaadstroomgewijzigdmoetworden,druktukortopdeknop "START/ENTER". De ontlaadstroom knippert.
- Veranderdeontlaadstroommetdeknopp"INC"of"DEC".Vooreensnelleinstellingdientude betreffende knop langer ingedrukt te houden. Druk kort op de knop "START/ENTER" om de ingestelde ontlaadstroom te bevestigen.
- Wanneerergeenenkeleweergavemeerknippert,houdtudeknop"START/ENTER"langer ingedrukt (ong. 3 seconden) om het ontladen te starten. Indien de instellingen verkeerd zijn resp. het laadapparaat een fout vaststelt, dan klinkt een waarschuwingssignaal en wordt de betreffende informatie op het display weergegeven. Met de knopp "BATT. TYPE/STOP" beëindigt u het waarschuwingssi- gnaal en keert het laadapparaat terug naar het vorige instelmenu. Pb DISCHARGE 0.2A 12.0V(6P)215
- Hetschermgeefttijdenshetontladenbijvoorbeelddevolgendegegevensweer: Linksboven wordt het accutype weergegeven ("P" = loodaccu), bovenaan in het midden de ontlaadstroom en rechtsboven de huidige accuspanning. Linksonder staat het actuele accuprogramma ("DSC" = "DISCHARGE"), in het midden de verstreken ontlaadduur en rechts daarnaast de ontladen capaciteit in mAh.
- Wanneerhetontlaadprocesisvoltooid,klinkteengeluidssignaal(mitsdezeoptienietisuitge- schakeld). Indien u het ontlaadproces wilt stoppen, drukt u op de knop "BATT. TYPE/STOP". P-6 1.0A 12.32V DSC 022:45 00690216
14. Accugegevens opslaan/laden
Het laadapparaat beschikt over in totaal 10 geheugens waarin u accugegevens/instel- lingen kunt opslaan. Deze kunnen indien nodig opnieuw worden opgeladen. a) Accugegevens selecteren/instellen
- Kiesinhethoofdmenuvanhetlaadapparaatmetde knoppen "INC" of "DEC" de functie "BATT MEMORY".
- Bevestigdekeuzemetdeknop"START/ENTER".Het geheugennummer knippert.
- Selecteermetdeknoppen"INC"of"DEC"envande10 opslagplaatsen. Als er in het geheugen reeds gegevens aanwezig zijn, geeft het scherm vb. afwisse- lend het accutype, het cellenaantal en de laad- en ontlaadstroom weer. Bij een leeg geheugen wordt alleen "ENTER SET ->" weergegeven.
- Bevestigdekeuze van het opslagplaatsnummer met de knop "START/ENTER". Eerst wordt het accutype weergegeven, zie afbeelding rechts.
- Metdeknoppen"INC"of"DEC"kuntudegewensteinstelfunctieselecteren(bv.accutype, aantal cellen, laadstroom, etc.); een beschrijving van de respectievelijke weergegeven instel- functies vindt u op de volgende pagina's. Als een instelling gewijzigd moet worden, drukt u kort op de knop "START/ENTER". Telkens knippert de instelbare waarde.
- Veranderdeknipperendewaardemetdeknoppen"INC"en"DEC".Vooreensnelleinstelling dient u de betreffende knop langer ingedrukt te houden.
- Voltooideinstellingopdoorkortopdeknop"START/ENTER"tedrukken.Derespectievelijk instelbare waarde stopt met knipperen. U kunt vervolgens een andere instelfunctie kiezen, zie hierboven. Als alle uitgevoerde instellingen in het bij het begin gekozen geheugen moeten worden op- geslagen, moet u tot slot met de knoppen "INC" of 'DEC" de instelfunctie "SAVE PROGRAM" oproepen en kort op de knop "START/ENTER". Als dit niet wordt uitgevoerd, gaan alle instellingen verloren! PROGRAM SELECT BATT MEMORY [ BATT MEMORY 1] ENTER SET-> BATT TYPE LiPo SAVE PROGRAM ENTER217
- Vervolgensgeefthetschermdeweergavemethetknipperendegeheugennummerweer. Om uitgevoerde instellingen te annuleren en de instelmodus te verlaten, drukt u op de knop "BATT. TYPE/STOP" tot het hoofdmenu opnieuw verschijnt. De volgende instelfuncties zijn beschikbaar: Afhankelijk van het ingestelde accutype (LiPo, Lilo, LiFe, NiMH, NiCd, Pb) zijn ver- schillende instelfuncties beschikbaar. Bijvoorbeeld is er bij lithium-accu's een instel- functie voor de laadsluitspanning per cel. Stel daarom altijd eerst het accutype in en pas daarna de andere gegevens zodat het laadapparaat de bij het accutype passende instelfuncties kan aanbieden. Accutype Kies het accutype "LiPo", "Lilo", "LiFe", "NiMH", "NiCd" of "Pb". Zoals reeds hierboven beschreven, moet deze selectie eerst worden voorgenomen aangezien slechts dan de bij het accutype passende instelfuncties worden weergege- ven. Accuspanning Afhankelijk van het ingestelde accutype kan de accuspanning hier worden ingesteld. Er kan echter geen willekeurige spanning worden ingesteld, maar het bereik is af- hankelijk van de nominale spanning van een afzonderlijke cel van het respetievelijke accutype, zie hoofdstuk 7. Bijvoorbeeld bedraagt bij LiPo-accu's de nominale spanning van een cel 3,7 V, dan kan de accuspanning ook slechts in stappen van 3,7 V worden ingesteld (3,7 V, 7,4 V, 11,1 V, etc.). BATT TYPE LiPo BATT VOLTS 7.4V(2S)218 Laadstroom Stel hier de gewenste laadstroom in. Dit moet in overeenstemming met de gebruikte accu wor- den gekozen. Aanuitgang#1kaneenlaadstroomvan0,1-10,0Awordeningesteld,aanuitgang#2kaneen laadstroom van 0,1 - 6,0 A worden ingesteld. De tijdens het opladen werkelijk aanwezige laadstroom is afhankelijk van het accuty- peenhetcellenaantal.Hetmax.laadvermogenvooruitgang#1bedraagt100W;voor uitgang#2is50Wbeschikbaar. Hetgecombineerdelaadvermogen(uitgang#1+#2)bedraagtmax.100W. Ontlaadstroom Stel hier de gewenste ontlaadstroom in. Dit moet in overeenstemming met de gebruikte accu worden gekozen. Aanuitgang#1kaneenontlaadstroomvan0,1-5,0Awordeningesteld,aanuitgang#2kaneen ontlaadstroom van 0,1 - 2,0 A worden ingesteld. De tijdens het ontladen werkelijk aanwezige ontlaadstroom is afhankelijk van het accutypeenhetcellenaantal.Hetmax.ontlaadvermogenvooruitgang#1bedraagt 10W;vooruitgang#2is5Wbeschikbaar. Ontlaadsluitspanning per cel Hier kan de spanning per cel worden ingesteld waarbij het ontladen wordt beëindigd. Let op! Stel nooit een te lage spanning in. Bij lithium-accu's kan dit bijvoorbeeld tot een die- pontlading en permanente beschadiging van de accu leiden! Neem de tabel in hoofdstuk 7 of de speciale informatie van de accufabrikant in acht. CHARGE CURRENT 2.2A DSCH CURRENT 2.0A DSCH VOLTAGE 3.0V/CELL219 Laadsluitspanning per cel Hier kan bij lithium-accu's de spanning per cel worden ingesteld waarbij het laden wordt beëin- digd. Let op! Stel nooit een te hoge spanning in. Bij lithium-accu's kan dit tot brand of een ont- plofngvandeacculeiden! Neem de tabel in hoofdstuk 7 of de speciale informatie van de accufabrikant in acht. Uitschakelen bij overtemperatuur Het laadapparaat kan het laden/ontladen automatisch stoppen wanneer de accu de hier inge- stelde temperatuur overschrijdt. Opdat deze functie kan worden gebruikt, is een externe temperatuursensor nodig (niet inbegrepen). Deze moet aan de overeenkomstige bus van het laadapparaat worden aangesloten. Onderhoudslaadstromm (alleen bij NiMH en NiCd) Stel hier de onderhoudslaadstroom in. Wanneer een NiMH- of NiCd-accu volledig is opgeladen, verliest hij door zelfontlading opnieuw een deel van zijn vermogen. Door de onderhoudslaadstroom (korte laadimpulsen, geen permanente laadstroom!) wordt ver- zekerd dat de accu volledig opgeladen blijft. Bovendien voorkomt dit dat kristallen in de accu worden gevormd. TVC=YOUR RISK! 4.20V TEMPERATURE CUT-OFF 50C TRICKLE 100mA220 Vertragingstijd bij Delta-U-herkenning (alleen bij NiMH en NiCd) Het laadapparaat beëindigt het opladen van NiMH- of NiCd-accu's in overeenstemming met de Delta-U-methode. Stel hier in hoe lang het laadapparaat na deze herkenning nog moet worden verder opgeladen. Spanning voor Delta-U-herkenning (alleen bij NiMH) Stel hier de spanning in waarbij de Delta-U-laadmethode een volledig opgeladen accu herkent. Als de waarde te hoog wordt ingesteld, herkent het laadapparaat niet dat de accu volledig is opgeladen. Hier wordt dan normaal gezien de beschermingsschakeling voor de laadduur of het maximaal vermogen (indien correct ingesteld) geactiveerd. Als de waarde te laag is ingesteld, schakelt het laadapparaat te vroeg uit en wordt de accu niet volledig opgeladen. Wijzig de spanning stap voor stap en controleer het laadproces. Omwille van het groot aantal verschillende accu's is het niet mogelijk om een optimale waarde voor te stellen. Instellingen opslaan Houd hiervoor rekening met het volgende hoofdstuk 14. b).
[ BATT MEMORY 1] ENTER SET-> b) Accugegevens opslaan Om de ingestelde waarden op te slaan, moet u de instel- functie "SAVE PROGRAM" kiezen en vervolgens kort op de knop "START/ENTER" drukken. Anders gaan alle instellingen verloren. Het laadapparaat toont bij het opslaan een overeen- komstige schermmelding ("SAVE....") en geeft dan een geluidssignaal weer. Aansluitend geeft het laadapparaat afwisselend de be- langrijkste informatie weer die u in het geheugen hebt opgeslagen. In het voorbeeld in de afbeelding rechts is in het geheu- gen "1" een LiPo-accu met 2 cellen, een laadstroom van 2,2 A en een ontlaadstroom van 0,4 A opgeslagen. Zo kunt u in een oogopslag herkennen welke accu of wel- ke gegevens in het geheugen aanwezig zijn. Bij een leeg geheugen wordt in de onderste cel alleen "ENTER SET ->" weergegeven.222 c) Accugegevens opladen
- Kiesinhethoofdmenuvanhetlaadapparaatmetde knoppen "INC" of "DEC" de functie "BATT MEMORY".
- Bevestigdekeuzemetdeknop"START/ENTER".Het geheugennummer knippert.
- Selecteermetdeknoppen"INC"of"DEC"envande10 opslagplaatsen. Als er in het geheugen gegevens aanwezig zijn, geeft het scherm in de onderste regel bv. afwisselend het accutype, het aantal cellen en de laad- en ontlaadstroom weer. Bij een leeg geheugen wordt in de onderste cel alleen "ENTER SET ->" weergegeven.
- Laaddeaccugegevensvanhetgeselecteerdegeheu- gen door de knop "START/ENTER" gedurende 3 se- conden ingedrukt houdt. Op het scherm verschijnt de melding "ENTER CHARGE LOAD.....", de gegevens zijn daarop opgeladen en het gewenste laad-/ontlaadprogramma kan aansluitend worden gestart (knop "START/ENTER" opnieuw gedurende 3 seconden ingedrukt houden). Wanneer u bij een leeg geheugen de knop "START/ENTER" gedurende 3 seconden ingedrukt houdt, start het laadapparaat de selectie-/instelmodus, zie hoofdstuk 14. a). [ BATT MEMORY 1] LiPo 7.4V(2S) [ BATT MEMORY 2] ENTER SET-> ENTER CHARGE LOAD... [ BATT MEMORY 1] C:2.2A D:1.0A223 PROGRAM SELECT
15. Spanningsindicator voor lithium-accu's
Het laadapparaat an de huidige spanningen van de cellen van een lithium-accu weergeven. Hiervoor moet de lithium-accu over een balanceraansluiting beschikken die aan het laadapparaat moet zijn aangesloten. Ga als volgt te werk:
- Kiesinhethoofdmenuvanhetlaadapparaatmetde knoppen "INC" of "DEC" de functie "LI BATT METER".
- Bevestigdekeuzemetdeknop"START/ENTER". Vervolgens verschijnt het spanningsindicatielampje.
- Metdeknoppen"INC"en"DEC"kuntuomschakelen tussen: - Individuele spanningen van cellen 1 - 6 - Totale spanning ("MAIN"), maximale celspanning ("H") en minimale celspanning ("L") De weergave van de afzonderlijke spanningen is natuurlijk afhankelijk van het cellenaantal. In de voorbeeldafbeelding kan het dus om een 3-cellige LiPo-accu gaan (of om een meercellige LiPo-accu met defecte cellen of balanceraansluitingen). Door de weergave van de maximale celspanning ("H") en de minimale celspanning ("L") van alle cellen van het aangesloten accupack kunt u in een oogopslag het verschil tussen de spanningstoestand van de cellen herkennen.
- Metdeknopp"BATT.TYPE/STOP"keertuzoalsgewoonlijkterugnaarhethoofdmenu.224
16. Systeeminstellingen
In de systeeminstellingen van het laadapparaat zijn diverse basisinstellingen samengevat. In de leveringstoestand zijn deze van meest voorkomende waarden voorzien. Afhankelijk van de accu's die u wilt laden of ontladen, zijn echter bepaalde wijzigingen van de waarden zinvol. Ga als volgt te werk:
- Kiesinhethoofdmenuvanhetlaadapparaatmetde knoppen "INC" of "DEC" de functie "SYSTEM SET ->".
- Bevestigdekeuzemetdeknop"START/ENTER". Eerst wordt de pauzetijd tussen het laden/ontladen (vb. bij cyclusmodus) weergegeven, zie afbeelding rechts. Met de knoppen "INC" of "DEC" kunt u de ge- wenste instelfunctie kiezen. Als een instelling gewijzigd moet worden, drukt u kort op de knop "START/ENTER". Telkens knippert de instelbare waarde. Verander de knipperende waarde met de knoppen "INC" en "DEC". Voor een snelle instelling dient u de betreffende knop langer ingedrukt te houden. Voltooi de instelling op door kort op de knop "START/ENTER" te drukken. De res- pectievelijk instelbare waarde stopt met knipperen. U kunt vervolgens een andere instelfunctie kiezen, zie hierboven. Om naar het hoofdmenu terug te keren, drukt u op de knop "BATT. TYPE/STOP". Voor een beschrijving van de mogelijke instelfuncties let u op de volgende informatie. Pauzeduur tussen laden/ontladen Bij het opladen van een accu wordt deze warm (afhankelijk van de laadstroom). In de cyclus- modus kan het laadapparaat een pauze tussen het laden en ontladen inlassen zodat de accu afkoelt voor hij het ontladen start. Rest Time CHG>DCHG 10Min PROGRAM SELECT SYSTEM SET-> Rest Time CHG>DCHG 10Min225 Veiligheidstimer Wanneer een laadproces start, start ook de interne veiligheidstimer. Wanneer het laadapparaat om een of andere reden niet kan vaststellen of de accu volledig is geladen (bijv. bij de Delta-U- herkenning),danwordtbijeengeactiveerdeveiligheidstimerhetlaadprocesnaaoopvande hier ingestelde tijd automatisch beëindigd. Dit beschermt de accu tegen overlading. De veiligheidstimer kan worden ingeschakeld ("ON") of uitgeschakeld ("OFF"). Bovendien kan de tijd voor de veiligheidstimer worden gewijzigd. Stel de tijd echter niet te kort in aangezien de accu anders niet volledig kan worden opgeladen omdat de veiligheidstimer het laden stopzet. Bereken de tijd voor de veiligheidstimer als volgt: Voorbeelden: Accucapaciteit Laadstroom Timertijd 2000 mAh 2,0 A 2000 / 2,0 = 1000 / 11,9 = 84 minuten 3300 mAh 3,0 A 3300 / 3,0 = 1100 / 11,9 = 92 minuten 1000 mAh 1,2 A 1000 / 1,2 = 833 / 11,9 = 70 minuten De factor 11,9 dient om te zorgen dat 140% van de accucapaciteit kan worden opge- laden (de accu is daardoor gegarandeerd volledig opgeladen) voor de veiligheidstimer wordt geactiveerd. Automatische uitschakeling bij bepaalde laadcapaciteit Door deze beveiligingsfunctie van het laadapparaat wordt het laadproces automatisch stopge- zet wanneer een bepaalde capaciteit in de accu is "binnengeladen". De beveiligingsfunctie kan worden ingeschakeld ("ON") of uitgeschakeld ("OFF"). Bovendien kan de capaciteit worden ingesteld. Stel de capaciteit echter niet te kort in want dan kan de accu niet volledig worden geladen. Capacity Cut-Off ON 5000mAh SAFETY TIMER ON 120Min226 Toetsenbevestigings-/waarschuwingstoon in-/uitschakelen Met de functie "Key Beep" wordt de bevestigingstoon bij elke druk op een knop in- ("ON") of uitgeschakeld ("OFF"). Via de functie "Buzzer" kan het geluidssignaal bij diverse functies/waarschuwingsmeldingen worden ingeschakeld ("ON") of uitgeschakeld ("OFF"). Bewaking van de ingangsspanning Deze functie bewaakt de spanning aan de ingang van het laadapparaat. Dit is zinvol wanneer een 12 V-voertuig-loodaccu voor de stroomverzorging wordt gebruikt. Als de spanning onder de ingestelde waarde zakt, wordt het opladen afgebroken zodat het niet tot een diepontlading van de voertuig-loodaccu komt. Weergave van de accu- en laadapparaattemperatuur In deze functie kunt u de externe accutemperatuur en de interne temperatuur van het laadap- paraat laten weergeven. De externe temperatuur kan alleen worden weergegeven wanneer aan het laadap- paraat is aangesloten (niet inbegrepen, maar als accessoire verkrijgbaar). Deze temperatuursensor wordt aan de accu aangebracht. Key Beep ON Buzzer ON Input Power Low Cut-Off 11.0V Ext.Temp 0C Int.Temp 27C227 Fabrieksinstellingen laden (reset) Hier kunnen de fabrieksinstellingen worden teruggezet (reset). Houd de knop "START/ENTER" gedurende 3 seconden ingedrukt. Daarop verschijnt in de on- derste schermregel "COMPLETED"; het laadapparaat start opnieuw en bevindt zich vervolgens opnieuw in het hoofdmenu. Let op dat vervolgens alle door u ingestelde waarden naar de fabrieksinstelling zijn teruggezet; ook de 10 accugeheugens (zie hoofdstuk 14) zijn gewist. Versie van de rmware weergeven Rechtsonderophetschermwordtdehuidigermwarevanhetlaadapparaatweergegeven.
Wanneer het laadapparaat met de spannings-/stroomverzorging verbonden is, is aan de USB- uitgang een typische USB-spanning van 5 V/DC en een stroom van tot 2,1 A beschikbaar. Aan deze uitgang kunt u bijvoorbeeld een mobiele telefoon of tablet-pc opladen.
Installeer eerst de software (minstens Windows XP of hoger nodig) en de driver van de meegeleverde cd voor u het laadapparaat aan een computer aansluit. Let voor de bediening van de software bv. op de overeenkomstige informatie op de cd of in de help-functie van de software. Belangrijk! In principe kunnen niet beide USB-interfaces (zie hoofdstuk 8, pos. 16/17) tegelijk aan een individuele computer aangesloten en via de software worden gestuurd (op het moment van de aanmaak van deze gebruiksaanwijzing was er geen omschakel- mogelijkheid). In dit geval zijn er twee aparte computers nodig die telkens met een USB-interface van het laadapparaat moeten worden verbonden.
- Plaatsdemeegeleverdecdindebetrokkendrivevanuwcomputer.
- Opendeinhoudsopgavevandecdbv.metbehulpvanbestandsbeheervanWindowsenstart het installatieprogramma.
- Volgalleaanwijzingenvandesoftwareresp.Windows.
- VerbindnudeUSB-busvanhetlaadapparaatviaeengeschikteUSB-kabel(nietmeegele- verd, afzonderlijk te bestellen) met een vrije USB-interface van de computer. Windows herkent nieuwe hardware en sluit de installatie van het stuurprogramma af. Win- dows moet vervolgens mogelijks opnieuw worden opgestart.
- Startdesoftware.Alsuproblemenhebt,startudesoftwarealstestmetadministrator-rechten.
- Hetlaadapparaatkannuviadesoftwarewordenbestuurd. Als een nieuwe versie van de software beschikbaar is, vindt u deze op onze website www.conrad.com in het downloadgedeelte bij uw product.229
19. Waarschuwingen op het display
De polariteit van de accuaansluitingen is omgedraaid. De verbinding met de accu is onderbroken, vb. wanneer de accu tijdens het laadproces is losgekoppeld. De polen van de accu werden verkeerd aangesloten. De balanceraansluiting van de accu werd verkeerd aan- gesloten of de polen werden verkeerd aangesloten. De ingangsspanning (aan de gelijkspanningsingang) voor het laadapparaat is te laag (<11 V). De ingangsspanning (aan de gelijkspanningsingang) voor het laadapparaat is te hoog (>18 V). De spanning in een cel van een aangesloten lithium-accu is te laag. De spanning in een cel van een aangesloten lithium-accu is te hoog. De spanning van een cel van een aangesloten lithium- accu is niet correct meetbaar. Het ingestelde cellenaantal is verkeerd. De binnentemperatuur van het laadapparaat is te hoog. REVERSE POLARITY CONNECTION BREAK CONNECT ERROR
Die via de externe temperatuursensor (niet inbegrepen, afzonderlijk te bestellen) aan de accu gemeten tempe- ratuur is te hoog. De ingestelde capaciteitslimiet (zie hoofdstuk 16) werd overschreden. De ingestelde tijdslimiet voor het opladen (zie hoofdstuk
16) werd overschreden.
De aangesloten accu is vol. Controleer evt. de instelling van het cellenaantal.
20. Informatie van het laadapparaat
Tijdens het laad-/ontlaadproces kunt u door meerdere keren op de knop "DEC" te drukken, di- verse gegevens op het scherm weergeven. Als er gedurende enkele seconden op geen enkele knop wordt gedrukt, keert het laadapparaat terug naar de normale weergave. Welke informatie kan worden weergegeven, is afhankelijk van het aangesloten accu- type. Spanning van de accu bij het einde laad-/ontlaadproces Ingangsspanning Weergave van de temperatuur aan de externe temperatuursensor Als er geen externe temperatuursensor is aangesloten (niet inbegrepen, afzonderlijk te bestellen), verschijnt bij "Ext. Temp" de aanduiding "0C". Tijdsduur voor veiligheidstimer Accucapaciteit voor veiligheidsuitschakeling End Voltage 12.6V(3S) IN Power Voltage 14.93V Ext.Temp 0C Int.Temp 27C Safety timer ON 200min Capacity Cut-off ON 5000mAh232
21. Onderhoud en reiniging
Het apparaat is nagenoeg onderhoudsvrij en mag absoluut niet worden geopend. Laat het apparaat uitsluitend door een deskundige of elektrotechnisch bedrijf repareren; anders bestaat het gevaar dat het product defect raakt en bovendien vervalt hierdoor de goedkeuring (CE) en de garantie. Voor een reiniging moet een evt. aangesloten accu van het laadapparaat worden ontkoppeld. Koppel vervolgens het laadapparaat los van de spannings-/stroomver- zorging. Reinig het apparaat alleen met een zachte, schone, droge en pluisvrije doek; gebruik geen reinigingsmiddel aangezien dit de behuizing en tekst kan beschadigen. Stof kan eenvoudig worden verwijderd met een stofzuiger of schone, zachte borstel.
a) Algemeen Het product hoort niet thuis in het huishoudelijk afval. Verwijder het onbruikbaar geworden product aan het einde van zijn levensduur vol- gens de geldende wettelijke voorschriften. b) Batterijen en accu's U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen en accu’s in te leveren; verwijdering via het huisvuil is niet toegestaan! Op batterijen/accu´s die schadelijke stoffen bevatten, vindt u de hiernaast vermelde symbolen. Deze geven aan dat ze niet via het huisvuil mogen worden verwijderd. De aanduidingen voor irriterend werkende, zware metalen zijn: Cd=cadmium, Hg=kwik, Pb=lood (aanduiding staat op de batterij/accu bv. onder de links afgebeelde container- symbolen). Lege batterijen en niet meer oplaadbare accu´s kunt u gratis inleveren bij de verzamelplaatsen vanuwgemeente,onzelialenofandereverkooppuntenvanbatterijenenaccu´s. Zo voldoet u aan de wettelijke verplichtingen voor afvalscheiding en draagt u bij aan de be- scherming van het milieu.233
SimpelGids