VOLTCRAFT FG 8210 - Generator

FG 8210 - Generator VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis FG 8210 VOLTCRAFT in PDF-formaat.

📄 82 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice VOLTCRAFT FG 8210 - page 62
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL

Download de handleiding voor uw Generator in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FG 8210 - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FG 8210 van het merk VOLTCRAFT.

GEBRUIKSAANWIJZING FG 8210 VOLTCRAFT

GEBRUIKSAANWIJZING PAGINA 60-78

Geachte klant, Wij danken u hartelijk voor het aanschaffen van dit Voltcraft®-product. Hiermee heeft u een uitstekend product in huis gehaald. U hebt een kwaliteitsproduct aangeschaft dat ver boven het gemiddelde uitsteekt. Een product uit een merkfamilie die zich op het gebied van meet-, laad-, en voedingstechniek met name onderscheidt door specieke vakkundigheid en permanente innovatie. Met Voltcraft® worden gecompliceerde taken voor u als kieskeurige doe-het-zelver of als professionele gebruiker al gauw kinderspel. Voltcraft® biedt u betrouwbare technologie tegen een buitengewoon voordelige prijs-kwaliteitver- houding. Wij zijn ervan overtuigd: Uw keuze voor Voltcraft is tegelijkertijd het begin van een langdurige en prettige samenwer- king. Veel plezier met uw nieuwe Voltcraft®-product! Deze gebruiksaanwijzing hoort bij dit product. Deze bevat belangrijke instructies voor de ingebruikname en bedie- ning. Let hierop, ook wanneer u dit product aan derden doorgeeft. Bewaar deze handleiding om haar achteraf te raadplegen! Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informatie kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be61

De functiegenerator FG 8210 wekt meetsignalen op van 100 mHz tot max. 10 MHz met verschillende signaalvor- men en een instelbare amplitude en symmetrie. Het scherm toont de functies. De volgende functies zijn beschikbaar: - Signaalvormen: sinus, rechthoek, driehoek, DC - TTL-synchrone uitgang - Lineaire wobbelfunctie - DC-offset instelling - Spanningsgestuurde frequentieinstelling (VCF) - Frequentieteller tot 100 MHz De meetaansluiting gebeurt via BNC-meetbussen. De fasen van de BNC-contacten zijn allemaal met aardponten- tiaal van de aardleiding verbonden. De maximale ingangsgroottes ten opzichte van de aarde mogen niet worden overschreden. Om de specicaties te volgen, moet het apparaat min. 30 minuten voor het begin van de meting ingeschakeld zijn. Alleen voor gebruik in droge binnenruimtes. De constructie van het product voldoet aan beschermingsklasse 1. Gebruik als spanningbron enkel een goedge- keurde, geaarde contactdoos van het openbare elektriciteitsnet. De contactdoos moet zich in de buurt van het toestel bevinden en makkelijk toegankelijk zijn of er moet een noodstopinrichting aanwezig zijn. Het gebruik onder inwerking van ongunstige omgevingsomstandigheden is niet toegestaan. Ongunstige omstandig- heden zijn: - vocht of een te hoge luchtvochtigheid - stof en brandbare gassen, dampen of oplossingsmiddelen. - onweer resp. weersomstandigheden zoals sterk elektrostatische velden enz. Een andere toepassing dan hierboven beschreven kan leiden tot beschadiging van het product. Daarnaast bestaat het risico van bijv. kortsluiting, brand of elektrische schokken. Het complete product mag niet worden veranderd of omgebouwd! De veiligheidsvoorschriften dienen absoluut in acht te worden genomen!

  • Functiegenerator FG 8210

(zie uitklappagina) 1 Draaghendel en opstelbeugel (verstelbaar). Door zijdelings uit elkaar trekken van de beide houders en draaien kan de helling van de generator worden ingesteld. 2 Scherm 7 cijfers (LED) 3 Systeemindicatoren mHz Milli-Hertz (exp. -3) Hz Hertz (eenheid van el. frequentie) kHz KiloHertz (exp. 3) MHz MegaHertz (exp. 6) G.T Indicatie van de poorttijd (meetimpuls, G.T = gate time) 4 BNC-bus voor de frequentietelleringang (EXT COUNT IN) De maximale ingangsspanning bedraagt 250 Vpp. 5 BNC-ingangsbus voor de spanningsgestuurde frequentieinstelling (VCF IN) De maximale ingangsspanning bedraagt 10 VDC! 6 BNC-bus voor de synchron. uitgang (TTL-niveau) 7 BNC-bus voor de signaaluitgang (impedantie 50 ohm) 8 ATT-schakelaar voor de signaalverzwakking (demping -20 dB) op de uitgang (7) 9 Instelling van de amplitude (signaalspanning) 10 Schakelaar voor de signaalvorm van de uitgang (sinus/driehoek/rechthoek) 11 Instelknop met dubbele werking voor de DC-offset ingedrukt: neutrale DC-offsetinstelling (middelste stand) uitgetrokken: manuele offset-instelling, verschuiving van het signaalverloop naar boven (+/positief of naar beneden (-/negatief) 12 Stelknop met dubbele functie voor de symmetrieinstelling ingedrukt: Symmetrieinstelling neutraal uitgetrokken: manuele symmetrie-instelling mogelijk, bijv. instelling van puls/pauzeverhouding 13 Bereikkeuzetoetsen voor het frequentieregelbereik (scherm x1 Hz tot x1 MHz) 14 Instelknop met dubbele functie voor de wobbelfunctie ingedrukt: Wobbelfunctie is uit uitgetrokken: wobbelfunctie uitgeschakeld, met instelmogelijkheid van de bandbreedte (width) 15 Instelknop voor de instelling van de wobbelsnelheid (rate) 16 Fijne instelregelaar voor de generator-frequentieinstelling 17 LPF-knop voor Low Pass Frequentielter in tellermodus (voor metingen in NF-bereik) INT/EXT-omschakeltoets voor scherm (weergave van de interne generatorfrequentie of externe tellerfrequentie) 18 Grove instelregelaar voor de generator-frequentieinstelling 19 Netschakelaar voor inbedrijfname (ON = AAN / OFF = UIT)64 20 Ventilatieopening voor apparaatkoeling 21 Bedrijfsmassa (aarde) bijv. voor ESD-beschermmaatregelen of voor andere apparaten 22 Zekeringhouder voor netzekering 23 Beschermcontact-koelapparaataansluiting (netaansluiting, IEC C14) 24 Keuzeschakelaar voor netspanning (230 V of 115 V)

6. VEILIGHEDISINSTRUCTIES

Lees de volledige gebruiksaanwijzing vóór de ingebruikname goed door, deze bevat belangrijke aanwijzingen voor een correcte werking. Bij schade veroorzaakt door het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing, vervalt het recht op garantie! Voor vervolgschade die hieruit ontstaat, zijn wij niet aansprakelijk! Voor materiële schade of persoonlijk letsel, veroorzaakt door ondeskundig gebruik of het niet op- volgen van de veiligheidsaanwijzingen, aanvaarden wij geen aansprakelijkheid! In zulke gevallen vervalt de garantie.

  • Het apparaat heeft de fabriek in veiligheidstechnisch perfecte staat verlaten. Volg de in deze gebruiksaanwijzing opgenomen veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen op om deze toestand van het apparaat en gebruik ervan zonder gevaar te borgen. Let op de volgende symbolen: Een uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke instructies in deze gebruiksaanwijzing die absoluut moeten worden opgevolgd. Een bliksemschicht in een driehoek waarschuwt voor een elektrische schok of een veiligheidsbeperking van elektrische onderdelen in het apparaat. Het „pijl“-symbool wijst op speciale tips en aanwijzingen voor de bediening van het product. Aardpotentiaal Aardleiding Dit apparaat is CE-goedgekeurd en voldoet aan de betrokken Europese richtlijnen.
  • CAT II Meetcategorie II voor metingen aan elektrische en elektronische apparaten, die via een netstekker worden voorzien van spanning. Deze categorie omvat ook alle kleinere categorieën (bijv. CAT I voor het meten van signaal- en stuurspanningen).
  • CAT III Meetcategorie III voor metingen in de gebouwinstallatie (bijv. stopcontacten of onderverdelingen). Deze categorie omvat ook alle kleinere categorieën (bijv. CAT lI voor het meten aan elektrische apparaten). De frequentiegenerator mag niet in meetcategorie CAT III worden gebruikt.
  • Meetapparaten en accessoires zijn geen speelgoed; houd deze buiten bereik van kinderen!
  • In commerciële omgevingen dienen de Arbo-voorschriften ter voorkoming van ongevallen met betrekking tot elektrische installaties en bedrijfsmiddelen in acht te worden genomen.
  • In scholen, opleidingscentra, hobbyruimten en werkplaatsen moet door geschoold personeel voldoende toezicht worden gehouden op de bediening van meetapparatuur.65
  • Raak het apparaat nooit aan met natte of vochtige handen. Er bestaat het gevaar van een levensgevaarlijke elektrische schok.
  • Ga voorzichtig met het product om. Door stoten, slagen of vallen kan het al vanop geringe hoogte beschadigd worden.
  • Het apparaat mag enkel door een vakman worden geopend. Bij het openen van deksels of het verwijderen van onderdelen, ook wanneer dit handmatig mogelijk is, kunnen spanningvoerende delen worden blootgelegd. Con- densators in het apparaat kunnen nog geladen zijn, ook als het apparaat van alle spanningsbronnen losgemaakt werd. Voordat het apparaat wordt geopend, moet deze van alle meet- en spanningsbronnen zijn losgekoppeld.
  • Schakel het apparaat nooit meteen in nadat het van een koude in een warme ruimte is gebracht. Het condens- water dat wordt gevormd, kan onder bepaalde omstandigheden het apparaat beschadigen. Laat het apparaat uitgeschakeld op kamertemperatuur komen.
  • De netvoeding wordt warm tijdens gebruik; zorg voor voldoende ventilatie. Ventilatiesleuven mogen niet worden afgedekt!
  • Er mogen alleen zekeringen van het aangeduide type en met de aangegeven nominale stroomsterkte worden gebruikt. Het gebruik van gerepareerde zekeringen is niet toegestaan.
  • Het gebruik van de functiegenerator is voor toepassing op mensen en dieren niet toegestaan.
  • Wees vooral voorzichtig bij de omgang met spanningen groter dan 50 V wisselspanning (AC) resp. groter dan 75 V gelijkspanning (DC). Reeds bij deze spanningen kunt u een levensgevaarlijke elektrische schok krijgen als u elektrische geleiders aanraakt.
  • Controleer voor elke meting uw functiegenerator resp. uw meetdraden (meetpennen, BNC-snoeren) op beschadiging(en). Beschadigde onderdelen en accessoires mogen niet meer worden gebruikt. Deze moeten voor verder gebruik worden beveiligd.
  • Om een elektrische schok te vermijden moet u er op letten, dat u de punten van het (de) meetsnoer(en) resp. de krokodilklemmen bij open BNC-leidingen en de te meten aansluitingen (meetpunten) niet, ook niet onrechtstreeks aanraakt.
  • Bescherm het product tegen extreme temperaturen, direct zonlicht, hevige trillingen, hoge vochtigheid, water, brandbare gassen, dampen en oplosmiddelen.
  • Zorg dat elektrische apparatuur niet in contact komt met vloeistof. Zet geen vloeistof bevattende voorwerpen (vb. glazen) op elektrische apparaten.
  • Gebruik het apparaat niet in ruimten of onder ongunstige omstandigheden waarin/waarbij brandbare gassen, dampen of stoffen aanwezig zijn of kunnen zijn.
  • Als er geen veilig bedrijf meer mogelijk is, neemt u het product buiten bedrijf en beschermt u het tegen ongewenst gebruik. Het veilig bedrijf is niet langer gewaarborgd, als het product: - zichtbare schade vertoont, - niet meer correct functioneert, - gedurende langere tijd onder ongunstige omstandigheden is opgeslagen of - aan hoge transportbelasting werd blootgesteld.
  • Neem ook de veiligheidsvoorschriften in acht, zoals die beschreven zijn in de afzonderlijke hoofdstukken resp. in de gebruiksaanwijzingen van de aangesloten apparaten.
  • Waarschuwing! Dit is een apparaat van klasse A. Dit apparaat kan binnenshuis radiograsche storingen veroorza- ken; in dit geval kan van de exploitant verlangd worden desbetreffende maatregelen te nemen.66
  • Let voor de eerste ingebruikname op dat de keuzeschakelaar voor de netspanning (24) aan de achterzijde zich in de correcte positie bevindt.
  • Voor Europa stelt u deze in de stand „230V“.

7.2 AANSLUITING VAN HET NETSNOER

  • Verbind het meegeleverde netsnoer met randaarde met de netaansluitbus (21) op de functiegenerator. Controleer de aansluiting.
  • Verbind het netsnoer met een goedgekeurd stopcontact met randaarde.

7.3 IN-/UITSCHAKELEN

  • Druk op de netschakelaar (19), om de generator in- resp. uit te schakelen. In de ingedrukte stand is het apparaat ingeschakeld.
  • Na het inschakelen loopt er een zelftest, herkenbaar aan het oplichten van alle schermsegmenten. Na de test is de generator bedrijfsklaar. Let op een opwarmfase van min. 30 minuten voor u met de metingen begint.
  • Houd om er zeker van te zijn dat het uitgangssignaal van de ene zijde symmetrisch en van de andere zijde niet door de wobbelgenerator wordt beïnvloed, rekening met de volgende tabel: Bedieningselement Schakelaarstand Wobbelfunctie „SWEEP WIDTH“ (14) ingedrukt Symmetrie „SYM“ (12) ingedrukt DC-offset (11) ingedrukt Verzwakker „ATT“ (8) niet ingedrukt Omschakelaar „COUNTER INT/EXT“ (17) niet ingedrukt De massa-aansluiting van de teller en de buitenzijde van de BNC-bussen (4), (5), (6), en (7), zijn rechtstreeks verbonden met de beschermleiding van de netstekker. Overtuig u ervan dat de scha- kelingen waarin/waaraan u uw metingen uitvoert, via een scheidingstransformator galvanisch van de netspanning zijn gescheiden. Verbind nooit de in-/uitgangen (BNC) direct met de netspanning, met chassis waarop spanning kan staan, en met schakelingen, die zonder transformator (galvani- sche scheiding van ingang en uitgang) werken. Let op: levensgevaar! Denk om de max. spanningen, aangegeven op de ingangsbussen (4) en (5). Controleer vóór elke meting alle BNC-bussen op beschadiging of kortsluiting.67
  • Stel de functiegenerator in conform het hoofdstuk „7.4 Basisinstelling“.
  • Druk op een schakelaar in het veld „FREQUENCY RANGE (Hz)“ (13). Met deze factor wordt de waarde van de variabele frequentieinstelling (via de stelknop „FREQUENCY“) „vermenigvuldigd“. In de middelste stand bedraagt de factor ong. 5. Staat de instelknop op MAX, dan bedraagt hij ca. 10 (MIN = 0,1).
  • Via de draairegelaar „COARSE“ (18) kan de uitgangsfrequentie grof worden ingesteld. Voor de jninstelling gebruikt u de draairegelaar „FINE“ (16). Voorbeeld: Bedien de schakelaar „1k“ in het veld „FREQUENCY RANGE“ (13). Staat de instelknop in het midden, dan wordt op het scherm ong. 5 kHz aangegeven. Staat de instelknop op „MAX“, dan bedraagt de aangegeven waarde iets meer dan 10 kHz. De uitgangsfrequentie kan met de instelknop „FREQUENCY“ in het bovenste instelgebied (vanaf de middelste stand tot het maximum) gemakkelijker en nauwkeuriger worden ingesteld als in het onderste deel (factor 0,01). Alle frequentiegebieden overlappen elkaar en maken zo een nauwkeurige instelling mogelijk over het volledige frequentiegebied. Selecteer indien mogelijk steeds een kleiner frequentiegebied en stel de frequentie dan in in het bovenste deel van het instelgebied.
  • De uitgangsimpedantie van de generator bedraagt 50 ohm; het uitgangsniveau is dus sterk afhankelijk van de belasting. Om een zo constant mogelijke uitgangsspanning te bekomen, moet de uitgang worden afgesloten met een afsluitweerstand van 50 ohm.
  • Houd de aangesloten signaalleidingen zo kort mogelijk, vooral bij hogere frequenties en blokgolven. Om een zo nauwkeurig mogelijke uitgangsspanning, een bepaald uitgangsniveau, te kunnen instellen, verdient het aanbeveling om ter controle een oscilloscoop (als „voltmeter“) te gebruiken. Overschrijd nooit de max. ingangsgrootten, hetzij aan de VCF-ingang noch aan de frequentietel- leringang en vermijd een kortsluiting aan de generatoruitgangen „TTL-OUT“ en „OUTPUT“. In het andere geval bestaat er gevaar op beschadiging of zelfs stuk gaan van de frequentiegenerator. Bij overschrijden van de max. ingangsgrootte resp. bij aanraken van spanningen, groter dan 50 VAC resp. 75 VDC bestaat er gevaar op een levensgevaarlijke elektrische schok.

8.1.1 SIGNALENINSTELLING

  • De generator is in staat de drie standaard basisvormen sinus, rechthoek en driehoek op te wekken. Deze basis- vormen laten zich via de symmetriefunctie „SYM“ (instelknop 12 uitgetrokken) van vorm veranderen.
  • Voor het instellen van de vorm van de uitgangsspanning bedient u een schakelaar in het veld „FUNCTION“ (10).
  • Sluit een afgeschermde 50 ohm BNC-leiding op de BNC-bus „OUTPUT“ (7) aan.
  • Stel de vereiste amplitude (= spanningsgrootte) in met de knop „AMPL“ (9).68 In de volgende afbeelding zijn de basisvormen van de generator voorgesteld, met hun faserelatie. TTL-puls Driehoek Sinus Rechthoek

8.1.2 INSTELLING DC-OFFSET

  • Via de instelknop „DC OFFSET“ (11) kan het gelijkspanningsaandeel van het uitgangssignaal worden geregeld in het gebied van ca. +/- 5 V in 50 ohm (resp. +/- 10 V op de onbelaste uitgang). Om de offset in te stellen, trekt u aan de instelknop (11) om de functie te activeren. Draaien naar rechts (+) betekent een positieve verschuiving van het signaalverloop, draaien naar links (-) betekent een negatieve verschuiving. Als de instelknop is ingedrukt, dan heeft het uitgangssignaal geen gelijkspanningsaandeel. Door verdraaien van de „DC OFFSET“ naar boven (positief) of naar beneden (negatief) binnen de spannings- grenzen (+/- 5 V in 50 ohm resp. ± 10 V op de onbelaste uitgang) bestaat er geen gevaar, dat de amplitudes worden afgesneden en het signaal wordt vervormd. Indien er nochtans een grote amplitude en een grote offset-instelling samenvallen, dan kan het tot vervorming (clippen) van het uitgangssignaal komen. Dit kan eenvoudig worden gecontroleerd met behulp van een oscilloscoop. Om dit probleem te vermijden, vermindert u naar mogelijkheid de amplitude of de DC-offset. De tabel hieronder geeft aan, hoe en binnen welke grenzen het offset-niveau beweegt en wanneer het signaal gaat clippen (bij 50 ohm). Maximale amplitude-instelling Geen DC-offset Geen vervorming Gereduceerde amplitude-instelling Kleine DC-offset Geen vervorming Maximale amplitude-instelling Grote DC-offset Sterke vervorming69

8.1.3 INSTELLING DC-UITGANG

  • Via de DC-offsetfunctie kan ook een zuivere gelijkspanning zonder frequentiewijziging worden uitgevoerd. Bedien zachtjes een van de niet ingedrukte schakelaars in het veld „FUNCTION“ net zo ver, tot de drie schakelaars alle drie in de niet ingedrukte schakelaarstand „springen“.
  • Als geen van de drie schakelaars is ingedrukt, dan staat er op de uitgang „OUTPUT“ een zuivere gelijkspanning ter beschikking. Via de uitgetrokken instelknop „DC OFFSET“ (11) kunt u het DC-niveau instellen. Controleer het DC-niveau met een DC-spanningsmeter of een oscilloscoop.

8.1.4 SYMMETRIEINSTELLING

  • Houd hiervoor ook rekening met hoofdstuk 8.2.
  • Het uitgangssignaal kan via de symmetrie-instelling worden veranderd. De aanzet van het signaal wordt veranderd, wat leidt tot een verschuiving van de symmetrie. Bij een rechthoek ontstaan zo impulspieken; bij een driehoek ontstaat een zaagtand.
  • Trek voor het inschakelen van deze functie aan de instelknop „SYM“ (12) tot deze vastklikt. In de middelste stand is het signaal symmetrisch; naar links draaien verkort de stijgende ank, naar rechts draaien verkort de dalende ank. In de ingedrukte stand is deze functie uitgeschakeld.

8.1.5 SYNCHRONE UITGANG TTL

  • De synchronisatie-uitgang geeft onafhankelijk van de golfvorm van het uitgangssignaal (buiten DC) een TTL- rechthoeksignaal af met de signaalfrequentie en symmetrie. Op de BNC-bus „OUTPUT TTL SYNC“ (6) staat een TTL-niveau ter beschikking met een vaste amplitude. De frequentie en de symmetrie van het TTL-niveau zijn op het basissignaal afgestemd. De bedienelementen „AMPL“ (signaalspanning), „DC OFF-SET“ en „ATT“ (afgezwakt -20dB) hebben geen invloed op het TTL-niveau.

8.2 „PULS“-GENERATOR

Voor het gebruik als pulsgenerator wordt de symmetrie-functie „SYM“ gebruikt. Bij een standaard-signaal zoals een sinus, driehoek of rechthoek resp. TTL bedraagt de verhouding tussen de positieve en de negatieve periode 1:1. Door uittrekken van de instelknop „SYM“ (12) wordt de functie „Symmetrieinstelling“ ingeschakeld, d.w.z. dat de verhouding tussen de positieve en de negatieve periode over een gebied van meer dan 10:1 kan worden veranderd (in beide richtingen!). Een sinussignaal wordt dan een uitgerokken sinus, een driehoek wordt een zaagtandfunctie en een rechthoek of TTL-signaal wordt een zgn. naaldimpuls. Een voorbeeld van hoe de basisvormen van uitzicht veranderen ziet u in de afbeelding hieronder. De stip- pellijn ----- staat daarbij voor de nullijn. Puls (uit rechthoek) Zaagtand (uit driehoek) Gestrekte sinus TTL-puls70 Ga als volgt te werk om de symmetrie van de basiscurven te veranderen:

  • Stel de functiegenerator in zoals beschreven in hoofdstuk „7.4 Basisinstelling“, en verbind de uitgang (7) met een oscilloscoop. Gebruik steeds een afsluitweerstand van 50 ohm om vervorming van het signaal te vermijden.
  • Selecteer de gewenste basisvorm door bedienen van de betrokken schakelaar in het veld „FUNCTION“. Druk de schakelaar voor rechthoeksignalen in voor een naaldimpuls, de schakelaar voor driehoeksignalen voor zaagtan- den of de schakelaar voor sinussignalen om een gestrekte sinus te krijgen.
  • Voor extreem korte stijgtijden en lange daaltijden (een verhouding van meer dan 1:10) trekt u de instelknop „SYM“ uit, en draait u hem naar links (max. „asymmetrie“ tegen de linker aanslag). Voor extreem lange stijgtijden en zeer korte afvaltijden moet u de instelknop „SYM“ naar rechts draaien (max. „asymmetrie“ tegen de rechter aanslag). Door het veranderen van de symmetrie verandert de frequentie, deze moet eventueel worden bijgesteld. Overschrijd nooit de max. ingangsgrootten, hetzij aan de VCF-ingang noch aan de frequentietel- leringang en vermijd kortsluitingen aan de generatoruitgangen „TTL-OUT“ en „OUTPUT“. In het andere geval bestaat er gevaar op beschadiging of zelfs stuk gaan van de frequentiegenerator. Bij overschrijden van de max. ingangsgrootte resp. bij aanraken van spanningen, groter dan 50 VAC resp. 75 VDC bestaat er gevaar op een levensgevaarlijke elektrische schok. Om de verhouding bij een zaagtand (driehoek) of een gestrekte sinus beter te kunnen instellen, wordt aan- bevolen gebruik te maken van de schakelaar voor het rechthoeksignaal in het veld „FUNCTION“. Aansluitend bepaalt u de periodeduur van de daal- en de stijgtijd met de oscilloscoop en stel deze met de generator in op de gewenste waarde (met de instelknoppen „SYM“ en „FREQUENCY“). Kies de gewenste signaalvorm.

8.3 TTL-SYNCHRONE UITGANG

De TTL-uitgang is voorzien voor bepaalde logische schakelingen. Het TTL-niveau heeft een vaste amplitude (spanningsgrootte). Frequentie en symmetrie zijn aan het basissignaal gebonden. Het veranderen van de DC-offset is niet mogelijk. Het niveau ligt boven de nullijn. Sluit op de TTL-uitgang (6) een afgeschermd 50 ohm BNC-meetsnoer aan met krokodillenklemmen. Verbind de rode klem (signaal) met de clock-ingang van de logische schakeling; de zwarte klem (massa) met de massa van de logische schakeling. De TTL-uitgang kan als „echte“ klokgenerator voor TTL-schakelingen worden gebruikt. Met deze uitgang kunnen alle TTL-schakelingen worden „aangedreven“. Overschrijd nooit de max. ingangsgrootten, hetzij aan de VCF-ingang noch aan de frequentietel- leringang en vermijd kortsluitingen aan de generatoruitgangen „TTL-SYNC“ en „OUTPUT“. In het andere geval bestaat er gevaar op beschadiging of zelfs stuk gaan van de frequentiegenerator. Bij overschrijden van de max. ingangsgrootte resp. bij aanraken van spanningen, groter dan 50 V/AC resp. 75 V/DC bestaat er gevaar op een levensgevaarlijke elektrische schok.71

8.4 FM-SIGNAALGENERATOR

Frequentiemodulatie (FM) is de wijziging van de uitgangsfrequentie afhankelijk van het verloop van een tweede, toegevoerde stuurfrequentie. Om de frequentiegenerator als frequentiegemoduleerde signaalgenerator te kunnen inzetten, gaat u te werk als volgt:

  • Voer de basisinstellingen voor de functiegenerator uit zoals beschreven in hoofdstuk 8.1. Stel de dragerfrequentie in met de instelknop „FREQUENCY“ en de amplitude met de instelknop „AMPL“.
  • Sluit op de VCF-ingang (5) via een BNC-meetleiding (HF-kabel) een puur wisselspanningssignaal (modulatie- spanning zonder gelijkspanningsaandeel).
  • Wijzig de verbonden modulatiespanning (max. 10 Vpp) tot de gewenste frequentieafwijking is bereikt. Een gelijkaardige weergave van de samenhang tussen de frequentiemodulatie en de met de VCF-ingang verbon- den wisselspanning (modulatiespanning) is als volgt beschreven: Een verandering van de wisselspanning op de VCF-ingang (VCF IN) met 0,1 V leidt tot een frequentieverandering van 1 % van de grootst mogelijke frequentieinstelling (MAX-gebied van de instelknop „FREQUENCY“) van het betrokken ingestelde frequentiegebied. Is bijv. de schakelaar „100k“ in het veld „FREQUENCY RANGE (Hz)“ (Hz)“ ingedrukt, dan is de maximaal bereik- bare frequentie in dit gebied ca. 1 MHz. Een wijziging met 0,1 V komt overeen met een frequentieverandering van 10 kHz. In de onderstaande tabel is de samenhang weergegeven tussen het ingestelde gebied, de max. bereikte frequentie en de frequentiewijziging per 0,1 V spanningswijziging op de VCF-ingang. Voorbeeld: Indien een signaal van 455 kHz- met een verschuiving van +/- 15 kHz (= 30 kHz-zwaai) moet worden opgewekt, dan moet op de frequentiegenerator de schakelaar „100k“ in het veld „FREQUENCY RANGE (Hz)“ worden ingedrukt. Met de instelknop „FREQUENCY“ wordt de 455 kHz-dragerfrequentie ingesteld. De hoogst mogelijke instelbare frequentie in dit frequentiegebied bedraagt ong. 1 MHz. 1% van 1 MHz komt overeen met 10 kHz (= 0,1 V). 30 kHz is het 3-voud van 10 kHz. Het 3-voud van 0,1 V is dus 0,3 V. Frequentiebereik in [Hz] Hoogst mogelijke frequentie in [Hz] Frequentieslag in [Hz] per 0,1V spanningswijziging aan VCF IN 1 10 0,1

100 1 k 10 1 k 10 k 100 10 k 100 k 1 k 100 k 1 M 10 k 1 M 10 M 100 k72 Overschrijd nooit de max. ingangsgrootten, hetzij aan de VCF-ingang noch aan de frequentietel- leringang en vermijd kortsluitingen aan de generatoruitgangen „TTL-SYNC“ en „OUTPUT“. In het andere geval bestaat er gevaar op beschadiging of zelfs stuk gaan van de frequentiegenerator. Bij overschrijden van de max. ingangsgrootte resp. bij aanraken van spanningen, groter dan 50 V/AC resp. 75 V/DC bestaat er gevaar op een levensgevaarlijke elektrische schok.

8.5 SPANNINGSGESTUURDE FREQUENTIEINSTELLING „VCF“

De uitgansgsfrequentie van de generator laat zich door het aansluiten van een externe spanning tot 10 V onder de vorm van een vaste of variabele gelijk- of wisselspanning instellen. De verschillende spanningssoorten worden in de volgende hoofdstukken beschreven. Door aansluiten van een externe spanning in het gebied van tussen 0 en 10 V op de VCF-ingang (5) kan de uitgangsfrequentie in een verhouding van max. 10:1 worden veranderd. Deze is nochtans afhankelijk van de stand van de frequentiebereikschakelaar (13). Bij het aansluiten van een externe gelijkspanning op de VCF-bus moet daarbij absoluut worden gelet op de pola- riteit, „+“ binnen. De uitgangsfrequentie wordt ook door het aansluiten van een spanning vergroot. Toch kan hier alleen de maximale frequentie van het geselecteerde gebied worden aangesloten. Indien bijv. het gebied „1M“ is ingesteld en beide instel- knoppen „FREQUENCY“ op de stand „MIN“ staan, en er zich op de VCF-ingang geen spanning bevindt, dan geeft de indicatie ca. 100 kHz aan. Indien u nu een gelijkspanning aansluit op de VCF- ingang (5) en deze langzaam vergroot tot 10 VDC, wordt tenslotte bij 10 VDC een frequentie aangegeven van ca. 10 MHz. Het bijkomend evrdraaien van de instelknop „FREQUENCY“ leidt verder tot geen verhoging van de frequentie. Bedien op de generator bijv. de schakelaar „1k“ in het veld „FREQUENCY RANGE“. Draai aan de instelknop „FRE- QUENCY“ tot er 5 kHz wordt aangegeven. Door een spanning in een bereik van 0 tot 10 V met de „VCF IN“-ingang (5) te verbinden is alleen nog de instelling, resp. verhoging van de frequentie aan de uitgang (7) tot ca. 10 kHz mogelijk. Draai bijv. op een regelbare voeding de spanning traag ophoog tot 10 V. De frequentie op de uitgang van de genera- tor verandert proportioneel met de VCF-ingangspanning. Staat de instelknop „FREQUENCY“ al binnen het MAX-gebeid, dan is er maar een zeer beperkte spanningsgestuur- de frequentieverandering mogelijk. Stuurspanning VCF Gebiedsfactor 0 0,1

Overschrijd nooit de max. ingangsgrootten, hetzij aan de VCF-ingang noch aan de frequentietel- leringang en vermijd kortsluitingen aan de generatoruitgangen „TTL-SYNC“ en „OUTPUT“. In het andere geval bestaat er gevaar op beschadiging of zelfs stuk gaan van de frequentiegenerator. Bij overschrijden van de max. ingangsgrootte resp. bij aanraken van spanningen, groter dan 50 V/AC resp. 75 V/DC bestaat er gevaar op een levensgevaarlijke elektrische schok.

8.6 „GEPROGRAMMEERDE“ FREQUENTIEINSTELLING

Op de generator kunnen via voorgeselecteerde stuurspanningen 0 tot 10 V bepaalde frequenties worden „gepro- grammeerd“. De stuurspanning wordt op de ingang „VCF IN“ aangesloten. De instelling op de frequentiegenerator beperkt zich tot een minimum. Stel het gewenste frequentiegebied in, en de instelknoppen „FREQUENCY“ (16 en 18) op de stand „MIN“. Sluit een bepaalde vaste gelijkspanning op de VCF-ingang aan om de gewenste frequentie te krijgen op de uitgang van de generator. Indien er meerdere frequenties nodig zijn binnen een bepaald frequentiegebied, bijv. voor proefvelden of voor kwaliteitscontrole, dan kunnen verschillende gelijkspanningen via een stappenschakelaar op de VCF-ingang worden aangesloten. Overschrijd nooit de max. ingangsgrootten, hetzij aan de VCF-ingang noch aan de frequentie- telleringang en vermijd kortsluitingen aan de generatoruitgangen „TTL-SYNC“ en „OUTPUT“. In het andere geval bestaat er gevaar op beschadiging of zelfs stuk gaan van de frequentiegenerator. Bij overschrijden van de max. ingangsgrootte resp. bij aanraken van spanningen, groter dan 50 V/AC resp. 75 V/DC bestaat er gevaar op een levensgevaarlijke elektrische schok.

8.7 WOBBELGENERATOR (SWEEP)

De wobbelgenerator maakt een lineare frequentieverandering op de signaaluitgang mogelijk. De frequentieband en het aantal wobbelsequenties kunnen worden ingesteld. Om de frequentiegenerator als wobbelgenerator te gebruiken gaat u te werk als volgt:

  • Stel de functiegenerator in zoals beschreven in hoofdstuk 8.1.
  • Druk de gewenste bereikschakelaar in het veld „FREQUENCY RANGE (Hz)“ (13) in, met het gebied dat door de wobbelgenerator moet worden doorlopen.
  • Plaats de frequentie-instelknoppen (18 en 16) in de stand „MIN“ resp. in de stand waarop het wobbelen moet worden gestart (bijv. 100 Hz in het gebeid 1k).
  • Trek aan de instelknop „WIDTH“ (14) tot deze vastklikt, de wobbel-functie is nu actief.
  • De wobbelsnelheid (herhalingssnelheid) kan via de instelknop „RATE“ (15) worden ingesteld.
  • Met de instelknop „WIDTH“ (14) kan de wobbel-bandbreedte binnen het geselecteerde frequentiebereik worden inegsteld.
  • Het scherm (2) toont een voortdurend veranderen van de frequentie. Bij snelle wobbelcycli kan het gebeuren, dat het scherm het werkelijke frequentieverloop niet kan volgen. Dit ligt aan de vaste poorttijd van de teller, die niet verandert met de instelling van de herhalingssnelheid (RATE). Ter bewaking resp. ter controle van de instellingen wordt aansluiting op een oscilloscoop (indien voorhanden) aanbevolen.74

8.8 EXTERN GESTUURDE WOBBELGENERATOR

De wobbelgenerator kan ook via de VCF-stuuringang worden ingesteld. Om de functiegenerator als spanningsgestuurde sweep-generator te gebruiken gaat u te werk als volgt:

  • Stel de functiegenerator in zoals beschreven in hoofdstuk 8.7. De instelknop „WIDTH“ blijft ingedrukt (niet uittrek- ken). Verder is er ook geen instelling met de instelknop „RATE“ of met „WIDTH“ vereist.
  • Sluit op de VCF-ingang (5) een gelijkspanninsgvrije, asymmetrische wisselspanning aan. Een amplitude van 0 tot 10 V maakt een wobbelgedrag tot 100:1 mogelijk. De curvevorm is daarbij van belang. Let er op, dat de dalende ank van het signaal groter is dan de stijgende ank (veranderde symmetrie). Ter bewaking resp. ter controle van de instellingen wordt aansluiting op een oscilloscoop (indien voorhanden) aanbevolen. Overschrijd nooit de max. ingangsgrootten, hetzij aan de VCF-ingang noch aan de frequentietel- leringang en vermijd kortsluitingen aan de generatoruitgangen „TTL-SYNC“ en „OUTPUT“. In het andere geval bestaat er gevaar op beschadiging of zelfs stuk gaan van de frequentiegenerator. Bij overschrijden van de max. ingangsgrootte resp. bij aanraken van spanningen, groter dan 50 V/AC resp. 75 V/DC bestaat er gevaar op een levensgevaarlijke elektrische schok.

8.9 FREQUENTIETELLER

De frequentiegenerator kan worden gebruikt als frequentieteller. Schakel daartoe de indicatie via de schakelaar „COUNTER INT/EXT“ (17) in extern tellerbedrijf. Schakelaar ingedrukt: Extern tellerbedrijf Schakelaar niet ingedrukt: Indicatie interne generator Selecteer het frequentiegebied „FREQUENCY RANGE 1“ (13). De telleringang (4) is aangeduid met „EXT COUNT IN“ en kan worden gebruikt voor frequenties tot 100 MHz. Om ook lage frequenties (<100 kHz) storingsvrij te kunnen meten, is er een „laagdoorlaatlter“ ingebouwd. Dit onderdrukt hoge frequenties (-3dB), die de meting zouden kunnen vervalsen. Druk bij het meten van frequenties van minder dan 100 kHz steeds de schakelaar „LPF“ (17) in. Bij hogere frequen- ties mag deze schakelaar niet worden ingedrukt. Het meetsignaal moet absoluut galvanisch van het net gescheiden zijn. De amplitude mag niet groter zijn dan 48 Vpp (piek tot piek). De ingang is tot aan een signaalspanning van 250 Vpp tegen overbelasting beschermd. Na het aansluiten van een frequentie van min. 2 Hz tot max. 100 MHz met een galvanisch van het net gescheiden signaalspanning en een max. amplitude van 48 Vpp (= piek tot piek) gebeurt de indicatie daarvan op het 7-cijferig scherm. Andere toetsen zijn niet vereist voor het bedienen van de frequentieteller. De decimale punt, de maat- eenheden en de poorttijd stellen zich automatisch in op het te verwachten meetsignaal. De ingangsgevoeligheid bedraagt min. 100 mVrms. De laatst gemeten frequentie blijft op het scherm behouden tot een nieuw meetbaar signaal wordt herkend. Bij het afklemmen van de meetleiding blijft de laatst gemeten waarde staan tot de functie gewijzigd is of een nieuw signaal wordt gedetecteerd.

Afgezien van het vervangen van zekeringen en een incidentele reinigingsbeurt zijn de apparaten onderhoudsvrij. Gebruik voor het schoonmaken van het apparaat een schone, droge, antistatische en pluisvrije reinigingsdoek zonder toevoeging van schurende, chemische en oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen. Voor het reinigen van het display gebruikt u een zachte, zuivere, pluisvrije, antistatische en licht vochtige reinigings- doek.

Wanneer het toestel niet meer kan worden ingeschakeld, dan is er waarschijnlijk een defecte netzekering. Voor het vervangen van de netzekering gaat u als volgt te werk:

  • Schakel de functiegenerator uit, en verwijder de meetleidingen en het netsnoer uit het apparaat.
  • Open de zekeringhouder aan de rugzijde (22) met behulp van een schrievendraaier en licht drukken in tegenuur- werkwijzerzin. De bajonetsluiting van de zekeringhouder opent. Neem de zekeringhouder uit.
  • Vervang de defecte zekering door een nieuwe jnzekering (5x20 mm) van hetzelfde type en met dezelfde nomina- le stroomsterkte. Naargelang netspanningskeuze worden verschillende zekeringen gebruikt: Netspanning Zekering 230 V 50/60 Hz F250mA / 250 V (Flink) 115 V 50/60 Hz F500mA / 250 V (Flink)
  • Druk de zekering terug in de houder, en vergrendel hem met een lichte druk in uurwerkwijzerzin tot hij terug vastklikt.76

10. AFVALVERWIJDERING

Elektronische apparaten zijn grondstoffen en horen niet bij het huisvuil. Indien het apparaat onbruikbaar is geworden, dient het in overeenstemming met de geldende wettelijke voorschriften te worden afge- voerd. Afvoer via het huisvuil is niet toegestaan. Zo voldoet u aan de wettelijke verplichtingen en draagt u bij aan de bescherming van het milieu!

11. VERHELPEN VAN STORINGEN

U heeft met de functiegenerator een product aangeschaft dat betrouwbaar en veilig is in het gebruik. Toch kunnen zich problemen of storingen voordoen. Hieronder vindt u enkele manieren om eventuele storingen te verhelpen: Neem altijd de veiligheidsvoorschriften in acht! Fout Mogelijke oorzaak Het apparaat functioneert niet. Geen indicatie. Evt. zekering in het apparaat resp. aardbeveiliger defect. Controleer de netspanning. Geen meetbaar uitgangssignaal. Amplitude en verzwakker verkeerd ingesteld? Geen verandering op het display Is de juiste displaybron geselecteerd (INT/EXT (17)) Geen symmetrieinstelling, geen offsetinstelling, geen wobbelfunctie mogelijk. De betrokken functies zijn niet geactiveerd. Controleer regelmatig de technische veiligheid van het apparaat, bijv. op beschadiging van de behuizing. Een andere reparatie mag uitsluitend plaatsvinden door een technicus die vertrouwd is met de risico‘s resp. toepasselijke voorschriften. Bij het eigenmachtig uitvoeren van wijzigingen of reparaties aan of in het apparaat, vervalt elke aanspraak op garantie. Bij vragen over het gebruik van het meetapparaat staat onze technische helpdesk ter beschikking.77

Colofon Deze gebruiksaanwijzing is een publicatie van de rma Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com). Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, micro- verlming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. Deze gebruiksaanwijzing voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen. Wijziging van techniek en uitrusting voorbehouden. © Copyright 2013 by Conrad Electronic SE. V2_1113_01/AB

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : VOLTCRAFT

Model : FG 8210

Categorie : Generator