PPS11815 - Laboratoriumvoeding VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PPS11815 VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PPS11815 VOLTCRAFT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Laboratoriumvoeding in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PPS11815 - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PPS11815 van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING PPS11815 VOLTCRAFT
Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle rechten, vertaling inbegren, voorbehonden. Reproductions van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverfilming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingssapparatuur, vereisen de schriftelijktoestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen.
Programmeerbare laboratoriumvoeding
NL GEBRUIKSAANWIJZING
Pagina 92 - 121
Deze gebruiksaanwijzing hoort bij dit product. Zij bevat belangrijke informatatie over de inbedrijfstelling en het gebruik. Let hierop, ook wonneer u dit product aan derden overhandigt.
Bewaar waar dearom deze gebruiksaanwijzing om in voorkomende geallen te kunnen raadplegen. In de inhoudsopgave op pagina 92 vindt u een lijst met inhoudspunten met vermelding van het bijbehorende.


INHALTSVERZEICHNIS
- Inleiding 93
- Bedoeld gebruik 94
- Leveringsomvang 95
- Tleg van symbolen 95
- Veiligheidsvoorschriften 96
- Bedieningselementen 98
7.Installatie van de software 98 - Ingebruikname 99
- Normaal gebruik 102
- Gebruik van opslagplaats "Preset" en "Set". 104
- Remote Control Operation "Remote Ctrl" 107
12.BEDIENING MET DE PC SOFTWARE 111
13.Beschermingsvoorzieningen 116 - Onderhoud en reiniging 117
15.Verhelpen van storingen 118
16.Verwijdering. 119 - Technische gegevens 120
1. INLEIDING
Geachte klant,
Wij danken u hartelijk voor het aanschaffen van een Voltcraft®-product. Hiermee heeft u eenuitstekend apparaat inuis gehald.
Voltcraft® - deutsche staat op het gebied van meettechniek, laadtechniek en voedingsspanning voor onovertroffen kwaliteitproducten die worden gekenmerkt door gespecialiseerde vakkundigheid, buitengewone prestaties en permanente innovaties.
Voor ambitieuze elektronica-hobbyisten tot en met professionele gebruikers ligt voor de meest ingewikkelde taken met een product uit het Voltcraft®-assortiment altijd de perfecte oplossing binnen handbereik. Bovendien bieden wij u de geavanceerde techniek en betrouwbare kwaliteit van unsere Voltcraft®-producten gegen een nagenoeg Niet te evenaren verhouding van prijs en prestaties. Daarom scheppen wij de basis voor een duurzame, goede en tevens succesvolle samenwerking.
Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe Voltcraft®-product!
Alle voorkomende bedrijfsnamen en productaanduidingen zijn handelsmerken van de betreffende eigenaren. Alle rechten voorbehonden.
Voor meer informatie kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be.
Meest recente gebruiksaanwijzing
Download de meest recente gebruiksaanwijzing via www.conrad.com/downloads of scan de afgebeelde QR-code. Volg de aanwijzingen op de website op.

2. BEDOELD GEBRUIK
De programeerbare laboratoriumvoeding dient als potentaalvrijde DC-spanningsbron voor de aanrijving van laagspanningsapparaten. De instelbare uitgang kan aan de voorkant tot max. 5 A en aan dechterkant tot de volledige nominale stroomsterkte worden ingesteld. De voorste uitgang is tot 5 A begrensd en beschermd gegen overbelasting. Bij een serieschakeling van de uitgangen van meerdere voedingen konnen aanraakgevaarlijke spanningen >75 V/DC opgewekt worden. Vanaf deze spanning要去en omwille van veiligheidsredenen geisoleerde leidingen/meetsnoeren worden gebruikt. De aansluiting gebeurt aan de voorkant via 4mm veiligheidsbussen, aan dechterkant via hogestroom-schroefklembussen. De uitgangen (voir en awhile) zijn met elkaar verbonden.

Er要去en voldoende gedimensioneerde aansluitkabels worden gebrukt. Een tekleine ledingsdoorsnede kan tot oververhitting en brand leiden.
De uitgangsgegevens van de laboratoriumvoedingen zijn als volgt:
| Type Uitgangsspanning Uitgangsstroom | (totale, MAIN + AUX) |
| PPS 11810 1 – 18 V/DC 0 – 10 A | |
| PPS 11360 1 – 36 V/DC 0 – 5 A | |
| PPS 11603 1 – 60 V/DC 0 – 250 mA | |
| PPS 13610 1 – 18 V/DC 0 – 20 A | |
| PPS 16005 1 – 36 V/DC 0 – 10 A | |
| PPS 11815 1 – 60 V/DC 0 – 5 A |
De instelling van spanning en stroom worden traploos via digitale draairegelaars met grove en fijnene instelling uitgevoerd, zodate een snelle en nauwkeurige instelling van de waarde möglichk is. De waarden worden aangegeven op een overzichtelijk display. De stroombegrenzing voor het gebruik met constante stroom kan zonder kortsluitingsbrug vooraf worden ingesteld.
De netvoeding is op afstand bedienhaar. Via een externe spanning (0 - 5 V/DC) of via een externe potentiometer (5 kOhm) kan de uitgangsspanning en de uitgangsstroom worden ingesteld. De DC-uitgang is via een schakelcontact in- en uitschakelhaar.
Drie vrij programmeerbare opsglaatsen können met verschillende voorgeschreiben spanningen en stroombegrenzingen worden bezet. De keuzeschakelaar bevindt zich aan dechterkant.
Met de meegeleverde software en de USB-aansluiting kan de voeding beheerd worden door een pc voor het uitvoeren van cyclische operaties. Maximaal 20 programmeerbare sets met spanning en stroom en met verschillende tijdsduren+kennen geprogrammeerd worden en de cyclische handelingen hunnen maximaal 999 maal herhaald worden.
Het apparaat is bestand gegen overbelasting en kortsluitingen en beschikt over een veiligheidstemperatuuruitschakeling. De laboratoriumvoeding voldoet aan veiligheidsklasse 1. Dit product is alleen goedgekeurd voor aansluiting op een randgeaarde contactdoos met een gebruikelijke wisselspanning van 230 V/AC.
Het eigendig ombouwen en/of veranderen van het product is Niet toegestaan om veiligheids- en keuringsredenen (CE). Een andere toepassing dan hierboven beschreiben, is Niet toegestaan en kan leiden tot beschadiging van het product. Daarnaast bestaat het risico van bijv. kortsluiting, brand, elektrische schokken, enz. Lees de gebruiksaanwijzing grondig en bewaar deze voor raadpleging in de toekomst.

Volg alle veiligheidsinstrumentes en informatatie in denen handleiding op.
3. LEVERINGSOMVANG
Laboratoriumvoeding
- Remote-aansluitbus
- Netsnoer met randaarde
- USB-kabel
- CD (software)
- Gebruiksaanwijzing
4. TLEG VAN SYMBOLEN

Een uitroepteken in een driehoek betekent belangrijke instructies in deze handleiding die absolutut要去en worden opgevolgd.

Een bliksemschicht in een driehoek waarschuwt voor een elektrische schok of een verligheidsbeperking van elektrische onderdelen in het apparaat.

Dit symbol kan worden gezonden bij tips of informatatie over het gebruik.

Alleen voor toepassing in droge binnenruimtes

Dit apparatus is CE-goedgekeurd en voldoet aan de betrokken Europese richtlijnen.

Aardklem; deutsche schroef mag nicht worden losgedraaid
5. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig dooren let vooral op de veiligheidsinstrumenties. Indien de veiligheidsinstrumenties en de aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaanwijzing Niet worden opgevolgd,+kennen wij Niet aansprakelijk worden gesteld voor de daardoor ontstane schade aan apparatuur of persoonlijk letsel. Bovendien vervalt in dergelijk gevallen de garantie.
Personen / Product
- Het product is geen spellegood. Houd het buiten bereik van kinderen en huisdieren.
- Laat verpakkingsmaterialien nicht zomaar rondslingeren. Dit kan gevaarlijk materialien worden voor spelende kinderen.
- Bescherm het product gegen extreme temperatures, direct zonlicht, sterke schokken, hoge luchtvochtigheid, vocht, ontvlambare gassen, dampen en oplosmiddelen.
- Zet het product Niet onder mechanische druk.
- Als het nicht langer möglichk is het product veilig te bedieren, stel het dan buiten bedrijf en zorg ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken. Veilige bediening kan nicht langer worden gegardeerd wonneer het product:
-zichtbaar is beschadigd,
-niet langer op juiste wijze werkt,
-
tijdens langeperiodeisopgeslagenonder slechteomstandigheden,of -onderhevigisgeweestaan ernstige vervoergerelateerde druk.
-
Behandel het product met zorg. Schokken, botsingen of zichs een val van een beperkte hoogte kan het product beschadigen.
-
Neem alstublieft ook de veiligheids- en gebruiksaanwijzingen van alle andere apparaten in acht die met het product�zij verbonden.
-
Producten die op het Lichtnet werkken,要去en buiten bereik van kinderen worden gehonden. Wees waarom extra voorzichtig wonneer u het product gebruikt in de aanwezigheid van kinderen. Zij hunnen voorwerpen in het apparaat proberen te steken door de openingsen van de behuizing. Hierdoor bestaat het risico op overlieden door een elektrische schok.
- Giet nooit vloeistoffen over elektrische apparaten enplaats nooit voorwerpen gezuld met vloeistoffen (zoals bijv. vazen) op of in de buurt ervan. Een aanzienlijk risico bestaat op brand of een levensgevaarlijke elektrische schok.
- Bedien het product alleen in droge ruimtes binnenshuis. Het mag nicht vochtig of nat worden. Anders bestaat er risico op een levensgevaarlijke elektrische schok!
- In scholen, trainingscentra, hobby- of doe-het-zelf workshops, moet de bediening van elektrische apparaten alkijd onder supervisie staan van getraind personeel.
-
Wonneer u het gezrukt op een commercieel terrein,要去en de ARBO-voorschriften ter voorkoming van ongevallen met betrekking tot elektrisch apparatuur in acht worden genomen.
-
Onderdelen onder spanning hunnen blootgelegd worden wanner het deksel worden geopend of bij het verwijderen van onderdelen. U要去aarom het product van alle stroomvoorzieningen ontkoppelen voordat onderhoud of reparaties uitgevoerdMMCogen worden. Condensatoren in het apparaat hunnen nog steeds een elektrische spanning bevatten, zelfs wanner het apparaat van alle stroombronnen is ontkoppeld.
- Plaats kabels algijd zo, dat niemand erover kan struikelen of erin verstrikt kan raken. Er bestaat risico op verwonding.
- Draag, wanner u werkt met elektriciteitsaanvoer of opladers, geen metalen of geleidende kettingen, armbanden, ringen etc. Verbind nooit de stroomvoorziening of oplader met Personen of dieren.
- Controller het product,ijdere keer wanner u het in gebruik neemt, op schade. Gebruik het product Niet wanner u schade waarneemt. Ontkoppel de stroomvoorziening en haal de stekker uit het stopcontact. Breng het product verwolgens aan een gespecialiseerde winkel of reparatieolocation.
- Gebruik alleen een goedwerkend stopcontact (230V~/50Hz) dat is aangesloten op het publieke elektriciteitsnetwork.
- Trek de stekker niet aan het snoer UIT het stopcontact!
- De stekker要去 het stopcontact worden gehaald:
-voordat het product worden schoongemaaakt
-tijdens een onweersstorm
-wanneer het product tijdens lange vrij wordt gebruikt.
- Zorgt ervoor dat het productijdens ingebruikname voldoende worden geventileerd. Plaats geen tijsdschriften, dekens, gordijnen of iets soortgelijks over de ventilatieoppeningen. Bewaar minstens 15 cm afstand met andere apparaten.
- Wanner u het product installeert, zorg er dan voor dat de kabel Niet doorgeprikt, geknikt of beschadigd is door scherpe randen
- Zorg ervoor dat er geen apparaten met krachtige elektrische of magnetische velden, zoals transformatoren, motoren, draadloze telefoons en radiografisch bestuurbare apparaten zich in de buurt van het product bevinden. Deze können het product beynyloeden.
- Gebruik de oplader Niet opplaatsen of in ruimten met ongunstige omstandigheden.
Dit kan de gevoelige elektronica in de oplader beschadigen en kan möglichk levensbedreigende situatuies veroorzaken. Ongunstige omstandigheden zich:
-hoge luchtvochtigheid (>80%) relativve, condensatie)
-vochtigheid stof, ontylambare gassen, oplosdampen, benzine
-hoge omgevingstemperaturen (> onq. +50^
-
elektromagnetische velden (motoren, transformatoren, geluidssystemen voor modelbouw etc.) of elekstrostatische velden
-
Het product mag Niet direct in gebruik worden genomen nadat het van een koude maar een warme omgeving is gebracht. Condens kan het product beschadigen. Wacht tot het product is geacclimatiseerd voor gebruik.
Diversen
- Raadpleeg een expert wanneer u twijfelt over het juiste gebruik, de veilighheid of het aansluiten van het apparaat.
- Onderhoud, aanpassingen en reparations mogen alleen uitgevoerd worden door een expert of in een daartoe bevoegde winkel.
6. BEDIENINGSELEMENTEN
- LED-panelmeterweergave met C.V.- (Constante spanning) en C.C.- (Constante stroom) indicator
- Controle-indicator achechterkant
- Regelknopuitgangsspanning
- Regelknop uitgangsstroom
- POWER (aan/uit) schakelaar
- Aux. OUTPUT 5 A MAX (Extra uityoeraansluitingen)
- MAIN OUTPUT (Uitgangen)
- Keuzeschakelaar voor modus
- Selectieschakelaar voor herroepen
- Afstandsbediening
- Invoerrooster koelventilator
- Voedingsingang en netzekering
- USB-poort
7. INSTALLATIE VAN DE SOFTWARE
Software is compatible met Windows® besturingssystemen XP, 2003, Vista, 7,8
- Voer de meegeleverde software CD in de DVD drive van uw computer.
- Instaleer de driver (USB waar UART Bridge), in directory USB CP210x Drivers..., die geschikt is voor uw besturingsysteme.
- Kopieer de directory hcs van de CD maar de computer's applicatie directory of een andere locatie maar keuze.
- Open het bestand hcs.exe in de directory hcs. Het programme start op.
8. INGEBRUIKNAME

De voeding is geen lader. Gebruik voor het laden van accu's geschikte laders met een geschikte laaduitschakeling.
Bij langdurig gebruik met nominale last wordt het oppervlak van de behuizing warm. Let op! Mogelijk gevaar op verbranden! Zorg waarom algijd voor voldoende ventilatie rondon de voeding en gebruik deze nooit geheel of gedeelrijk afgedekt om eventuele schade te voorkomen.
Let er bij het aansluiten van een verbruiker op de voeding op dat deze uitgeschakeld is. Een ingeschakelde verbruiker kan bij aansluiting op de uitgangsklemen van de voeding leiden tot vonkvorming, wat op haar beurt kan leiden tot beschadiging van de aansluitbussen resp. tot schade aan de aangesloten leidingen en/of hun klemmen.
Schakel de voeding uit en koppel ze los van het net als ze Niet worden gebruikt. De indicateoren blijven na het uitschakelen nog enkele seconden ingeschakeld om de interne condensatoren te ontladen en de LAST ingestelde parameters op te slaan.
Er dient absolut op een voldoende große leidingsdoorsnede van de DC-aansluitleidingen te worden gelet aangezien overbelasting tot een leidingbrand kan leiden.
Aansluiting van het netsnoer
- Verbind de meegeleverde netkabel met randaarde met de netaansluiting (18) van de voeding. Controller de aansluiting.
- Verbind het netsnoer met een goedgekeurd stopcontact met randaarde. De totale lenghte van de netkabels tot aan de contactdoos mag Niet meer+zijn dan 2m
Opstellen van het toestel
Plaats de laboratoriumvoeding op een stabiele, vlakke en degelijkke ondergrond. Let er op, dat de verluchtingsgleuven van het apparaat Niet worden afgedekt.
Algemeen
De laboratoriumvoeding worden gestuurd door microprocessoren en worden via twee digitale instelregelaars (incrementele sensor zonder eindpositie) met toetsenfunctie bediend. Dit maakt fjne en grove regeling via een regelaar möglichk.
Na het inschaken vindt er een systeemcontrole plaats. In de beiden schermen (2 en 3) worden de teststatus weergegeven. De volgorde van de meldingen is als volgt:

Weergave van de actuèle softwarestand.







Segmenttest of de weergave met alle individuele segmenten fonctioniert.
Daarna volgt de test van de LED-indicatoren "C.V.", "C.C." en "REAR CONTROL".
Systeemtest van de beschemvoorzieningen begint.
De bescherming gegen overspanning wordt getest.
De bescherming gegen overbelasting worden getest.
De bescherming gegen oververhitting worden getest.
Ventilatortest. De ventilator worden kort over het gehele toerentalbereik getest. Het ventilatortoerental neemt kort waarhoortoor.
De afstandsbedieningsfunctie voor "Uitgang UIT" worden getest.
Na deze stap wordenaar de normale bedrijfsweergave omgeschakeld.
De voeding maar het gebruik in 4 modi toe. Deze modi worden via een schuifschakelaar aan dechterkant "MODE" (8) geselecteerd. De volgende modi zijn möglichk:
Normaal Normaal gebruik De instelling van spanning en stroom geleurt aan de voorkant
Preset Gebruik van opslagplaats. In het toestel konnen drie voorgeschreven spanningen worden opgeslagen en via deze "Preset"-functierechtstreeks worden geselecteerd. De keuze van de opslagplaats gebeurt via de schuifschakelaar "RECALL" (15). De voorste instelregelaars zijn gedectiveerd.
Remote Ctrl Gebruik met afstandsbediening. De voeding kan via een externe spanning of een externe poti op afstand worden bediend. De afstandsinstelling kan voor spanning en stroom gebeuren. De voorste instelregelaars zijn gedexeerd.
Set Instelbedrijf. De drie preset-plaatsen können vrij worden geprogrammeerd. Opslagplaats op schuifschakelaar "RECALL" (9) selecteren en instellen gen via instelregelaar (3, 4) instellen.
De individuele bedrijfsmodi worden hieronder uitgebreider beschreiben.
Toegevoegde functies
De transformator wordenatisch geseset telkens wanner u deze inschakelt. In het geval dat u het apparaatijdens gebruik wilt resetten en nicht wilt herstarten, voer dan een handmatige reset UIT.
- Houd de bedieningsknop VOLTAGE ongeveer 30 seconden ingedrukt om de MENU-modus te openen. "CCO" en "no" worden weergegeben.

- Draai de bedieningsknop CURRENT totdat "CCO" en "YES" worden weergegeven.

- Druk eenmaal op de bedieningsknop CURRENT om het apparaat te resetten. "YES" zal op de display verschijnen om een geslaagde reset te bevestigen.

- Druk op de bedieningsknop VOLTAGE om de MENU-modus te verlaten.

9. NORMAL GEBRUK
Bij normale werkingaat de voeding zich via de voorste instelregelaar bedieren. Let. erop dat de schuifschakelaar "MODE" zich in de stand "Normal" bevindt.
Verwijder de aangesloten verbruiker van de uitgang (6 of 7).
Schakel de voeding in via de aan/uit-schakelaar (5). Het display (1) Licht op en na een korte zelftest verschijnt de spannings- en stroomaanduiding.
MODE

Normal
Preset
Remote Ctrl
Set

Stel voor elke spanningsinstelling eerst de stroombegrenzing in. Een te hoge stroomwaarde kan uw aansluitleidingen beschadigen, een te lage stroomwaarde (<1 A) kan de uitgangsspanning begrenzen.
Stroombegrenzing instellen
De begrenzing van de uitgangsstroom is een beschemingsmechanisme, om de verbruiker of de aansluitdraden te beschermen. De stroombegrenzing kan zonder kortsluiting aan de uitgang vooraf worden ingesteld. De voeding levert dan maximum de vooraf ingestelde stroom.
- Verwijder de aangesloten verbruiker van de voeding.
- Schakel de voeding in via de aan/uit-schakelaar (5). Het display (1)licht op en na een korte zelftest verzschijnt de spannings- en stroomaanduiding.
- Stel de stroombegrenzing op de instelregelaar "CURRENT" (4) volgens uw gebruik in.
- Draai aan de regelaar en de stroombegrenzingswaarde verschijnt.

Als er binnen de 3 seconden geen instelling gebeurt, schakelt het scherm waar de actuele stroomaanduiding terug.
- Om de stroombegrenzing in te stellen, draait u de instelregelaar maar links of rechts. Na het inschakelen is het fijn-instelbereik (0,1 A).altijd actief.Dit worden door een Licht holderder getal weergegeven.Druk kort vooraan op de draairegelaar.De decimaalwaarde (1,0 of 0,1) van het instelbereik verandert bij elke druk.Wanneru draait,verandert de Waarde.
- De instelling kan grof (bij de eenheden) of fjn (bij de tientallen) gebeuren.
- Als de gewenste stroomwaarde werden ingesteld, schakelt het scherm na ca. 3 seconden automatisch maar de normale weergave terug.

Wordt de vooraf ingestelde stroomsterkteijdens het normale gebruik bereikt, dan schakelt de voeding over op stroombegrenzing en verminderiert waar bij de spanningswaarde. Dit bedrijf worden aangegeven met de rode statusindicatie "C.C." (1).
Uitgangsspanning instellen
De uitgangsspanning kan op de instelregelaar "VOLTAGE" (3) worden ingesteld. De grove en fijneregeling gebeurt op bezelfde wijze zoals bij deinstelling van de stroombegrenzing.

Door het große regelbereik is het möglichk dat de spannignsinstelling ca. 1-2 seconden nodig heeft om van een hoge maar een lage spanningswaarde over te gaan.

Bij normaal gebruik werkht het apparaat in de constante spanningsmodus. Dit betekent dat de voeding een vooraf ingestelde, constante spanning afgeeft. Deze werking worden aangegeven met de groene LED-statusindicator "C.V." (1).
Aansluten van een verbruiker

Let bij het aansluiten van een verbruiker op dat deze uitgeschakeld met de voeding worden verbonden. De max. stroomopname van de aan te sluiten verbruiker mag de aanduidingen uit de technische gegevens Niet overschrijden.
Bij het in serie schakelen van de uitgangen van meerdere voedingen ontstaan aanraakgevaarlijke spanningen (>75V / DC) , die levensgevaarlijk können zijn.
Vanaf deze spanning mogen alleen geisoleerde accessoires (aansluitleidingen, meetleidingen, enz.) worden gezruikt.
Voorkom het gebruik van nicht-geïsoleerde leidingen en contacten. Deze legeplaatsen dienen door geschikt, moeilijk ontvlambaar isolatiematerialial of andere maatregelen te worden afgedekt om gegen rechtsreeks contact en kortsluiting te beschemmen.
Let op een voldoende sectie van de geleiders voor de verwachte stroomsterkte.
Op de voeding zijn twee uitgangen beschikbaar. Deze uitgangen voeren algijddezelfde uitgangsspanning. Het verschil ligt darüber in de stroombelasthaarheid.

Aan de voorste bussen (6) kan slechts een stroom van max. 5 A worden afgenomen. Er is een automatische stroombegrenzing geintegreerd. De schroefbussen op dechterkant zijn voor de volledige nominale stroom bestemd.
Vanaf 20 A uitgangsstroom is de schroefklemfunctie van de bussen aan dechterkant aangewezen om een oververhitting van de steebussen te vermijden.
- Verwijder de aangesloten verbruiker van de uitgang.
- Schakel de voeding in via de aan/uit-schakelaar (5). De bedrijfsindicator (1) Licht op en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
- Stel de parameters in maar wens zoals beschreiben in het hoofdstuk "In gebruik nemen".
- Controller nogmaals de correct ingestelde uitgangsspanning.
- Verbind de pluspool (+) van de verbruiker met de rode bus „+“ en de minpool (-) met de blauwe bus „-“, van de betreffende uitgang (vooraan = “AUX. OUTPUT” (6), achteraan = “MAIN OUTPUT” (7)).


De aangesloten verbruiker kan nu worden ingeschakeld.

De stroomopname van de aangesloten verbruiker worden op het display (1) in ampere (A) weergegeven.
10. GEBRUK VAN OPSLAGPLAATS “PRESET” EN “SET”
Op het toestel kannen drie voorgeschreven spanningen incl. stroominstellungen via de "Set"-functie worden opgeslagen en via de "Preset"-functie rechtstreeks worden geselecteerd.
Af fabriek zijn alle drie opslagplaatsen (P1, P2, P3) vooringesteld.
Deze zijn als volgt toegewezen:
| Geheugen Type | P1 P2 P3 | |||||
| Spanning | Stroom Spanning | Stroom Spanning | Stroom | m | ||
| PPS 11810 | 5 V | Maximum | 13.8 V | Maximum | 15 V | Maximum |
| PPS 11360 | 5 V | Maximum | 13.8 V | Maximum | 25 V | Maximum |
| PPS 11603 | 5 V | Maximum | 13.8 V | Maximum | 55 V | Maximum |
| PPS 13610 | 5 V | Maximum | 13.8 V | Maximum | 15 V | Maximum |
| PPS 16005 | 5 V | Maximum | 13.8 V | Maximum | 25 V | Maximum |
| PPS 11815 | 5 V | Maximum | 13.8 V | Maximum | 55 V | Maximum |

Let erop dat er geen verbruikers zichn aangesloten.

Ook het geheugen kan met de geleverde software worden ingesteld, zich het hoofdstuk BEHEER MET DE PC SOFTWARE.
- Activeer de "Preset"-functie via de schuifschakelaar "MODE" (8) aan dechterkant.
- Zet de schakelaar in de stand "Preset". De LEDindicator "REAR CONTROL" (2) op de voorkantlicht op. De voorste draairegelaars zijn nu gedeactiveerd.
- Selecteer op de schuifschakelaar "RECALL" (9) aan de achterkant de overeenkomstige opsglaats "P1, P2 of P3".
- De overeenkomstige uitgangsspanning worden op de display (1) weergegeven.
- De verbruiker kan worden aangesloten en ingeschakeld.
- Om de voorgeschreiben spanningsfunctie te deactiveren schuift u de schuifschakelaar "MODE" (8) terug maar de positie "Normal". De LED-indicator "REAR CONTROL" (2) dooft UIT. Het worden bij normalaal gebruik van de voeding omgeschakeld (DC-verbruiker algijd op voorhand verwijderen!)
Normal
Preset
Remote Ctrl
Set
P1
P2
P3
RECALL

MODE

Opslagplaats zich toewijzen "Set"
Alle drie de opslagplaatsen können met gebruikseigen waarden voor uitgangsspanning en stroombegrenzing worden ingevuld.

Let erop dat er geen verbruikers zichn aangesloten.
- Activeer de "Set"-functie via de schuifschakelaar "MODE" (8) aan dechterkant. Zet de schakelaar in de stand "Set". De LED indicator "REAR CONTROL" (2) op de voorkantlicht op.
- Selecteer op de schuifschakelaar "RECALL" (9) aan dechterkant de overeenkomstige opslagplaats "P1, P2 of P3". De overeenkomstige waarden voor spanning en stroom worden op het display (1) weergegeven.
- Via de Voorste draairegelaar (3 en 4) können de gewenste uitgangsspanning en de stroombegrenzing worden ingesteld.
- Herhaal deze desgewenst deze stappen met de andere opsglaatsen.
- Als alle parameters zijn ingesteld, schuift u de schuifschakelaar "MODE" (8) terug maar de positie "Preset" voor het gebruik met voorgeschreven spanning of de stand "Normal" voor standardgebruik.
Normal
Preset
Remote Ctrl
Set
P1
P2
P3
RECALL

MODE

Vooraf ingestelde uitgangswaarden (P1/P2/P3) resettenaar de standardfabriekswaarden
U kunt in deze transformator vooraf drie spanningswaarden (inclusief stroominstellenen) instellen door middel van de drie geheugenplekken: P1, P2 en P3. Als u de geheugenplekken wilt resetten maar de standard fabriekswaarden,.gaat u als volgt te werk:
- Houd de bedieningsknop VOLTAGE ongeveer 30 seconden ingedrukt om de MENU-modus te openen. "CCO" en "no" worden weergegeben.

- Draai de bedieningsknop VOLTAGE totdat "rPr" en "no" worden weergegeven.

- Draai de bedieningsknop CURRENT totdat "rPr" en "YES" worden weergegeven.

- Druk eenmaal op de bedieningsknop CURRENT om de vooraf ingestelde waarden te resetten. "YES" zal oplichten wonneer de waarden succesvol zijn gereset.

- Druk op de bedieningsknop VOLTAGE om de MENU-modus te verlaten.

Opslagplaatsen maar de fabrieksinstellungen terugzetten
- Schakel de voedinguit.
- Druk vooraan gelijktijdig op de beiden draairegelaars en houd deze ingedrukt.
- Schakel uw voeding in. Nadat de indicatoren oplichten LAST u beiden draairegelaars los. De af fabriek vooringestelde parameters zich opnieuw beschibhaar.
11. REMOTE CONTROL OPERATION “REMOTE CTRL”
Via de ingebouwde "Remote Control"-aansluiting van de afstandsbediening (10) kan de spanningsen stroominstelling met een externe spanningsbron of door een externe, instelbare waarstand (kort poti) gebeuren. De aansluiting van de afstandsbediening gebeurt met de "Remote Control"-inbouwstekker
(10) aan de achterkant. Voor de aansluiting werden een Remote-bus inbegrepen.

Bij gebruik met afstandsbediening moet de stroomstuurpad algijd mee aangesloten zichn, aangezien de uitgang anders in de stroombegrenzingsmodus "C.C." schakelt en de uitgangsspanning worden begrensd.
Voorbereiding van de aansluiting van de afstandsbediening
-
Verwijder de zijdelingse schroeven van de ingebrepen steekbus en verwijder met eenkleine draaibeweging de voorste, zwarte contactbus.
-
Voer zichteraan door de metalen huls vrij aansluitleidingen met een leidingsdoorsnede van minstens 0,34mm^2 . Soldeer zorgvuldig deze leidingen aan de soldeerlippen nr. 1, 2, 3, 4 en 5 van de zwarte contactbus vast. Let er waar bij op dat er geen kortsluiting ontstaat.

De nummers van de soldeerlippen zijn aan het zwarte isoleerlicham aangebracht.
Markeer de losse leidingsuiteinden met de overeenkomstige contactnummers (1-5) om te voorkomen dat ze verwisseld raken.
Plaats de zwarte contactbus in omgekeerde volgorde in de metalen huls en schroef deze zorgvuldig vast.
De contacttoewijzing gebeurt als volgt:
Contact 1 Interne stuurspanning +5V / DC (< 50~mA)
Contact 2 Spanningsinstelling
Contact 3 Stroominstelling
Contact 4 Referentiemassa ("Ground")
Contact 5 Uitgang Aan/uit
Contact 6-8 Niet bezet

Sturing via externe spanningsbron
De voeding kan met een externe spanningsbron van 0 tot 5V/DC over het gehele bereik voor spanningen stroom op afstand worden bediend.
Voor het verwangen gaat u als volgt te werk:
Verbind de aansluitleidingen van de Remote-bus zoals afgebeeld:

Spanningsinstalling "V"
- Aansluiting 2 tot pluspool (+) van de externe stuurspanning.
- Aansluiting 4 tot minpool (-) van de externe spanningsbron.

- Aansluiting 3 tot pluspool (+) van de externe stuurspanning.
- Aansluiting 4 tot minpool (-) van de externe spanningsbron.

De spanning op de aansluiting van de afstandsbediening mag 5V Niet overschrijden De aansluitingen mogen nicht worden kortgesloten.
- Schakel de voeding uit en verbind dan de Remote-bus met de Remote-aansluiting op de achterkant. Schroef de buitenste bevestigingsring vast.
- Regel de spanning van de externe spanningsbron op 0 V.
- Schakel uw voeding in.
- Stel de MODE-schakelaar (8) in de positie "Remote Ctrl" op de achterkant in. De individatie "REAR CONTROL" (2) Licht op.
- Via een externe spanningsbron kan nu de gewenste uitgangswaarde worden ingesteld. Controller het totale instelbereik ophaar correcte werkinq. De uitgangsspanning kan op het display worden gecontrolererd.
MODE

Normal Preset Remote Ctrl Set

Sluit bij de contrôle van de stroomregelling de hoofduitgang (7) aan de achterkant met een voldoende/DDke kabel kort (minst. 8mm^2 ). Controller het totale instelbereik ophaar correcte werking.
Als de afstandsbedieningsfunctie Nieteer nodig is, stelt u de MODE-schakelaar in de stand "Normal" in.
Sturing via een regelbare wonderstand (Poti).
De voeding kan met een externe Poti (5 Kohm) over het gehele bereik voor spanning en stroom op afstand worden bediend.
Voor het verwangen gaat u als volgt te werk:
Verbind de aansluitleidingen van de Remote-bus zoals afgebeeld:

Spanningsinstalling "V"
Aansluiting 1 op het einde van de weerstand.
Aansluiting 2 op het middelste glijcontact van de waterdan
Aansluiting 4 op het tweeede uiteinde van de watstand.

Aansluiting 1 op het einde van de weerstand.
Aansluiting 3 op het middelste glijcontact van de waterdstand.
Aansluiting 4 op het tweeede uiteinde van de waterdstand.

De aansluitingen 1 en 4 mogen nicht worden kortgesloten.
- Schakel de voeding uit en verbind dan de Remote-bus met de Remote-aansluiting op de achterkant. Schroef de buitenste bevestigingsring vast.
- Schakel uw voeding in.
- Stel de MODE-schakelaar in de positie "Remote Ctrl" (8) op de achterkant in. De individatie "REAR CONTROL"licht op.
- Via de externe poti können de gewenste uitgangswaarden worden ingesteld. Controller het totale instelbereik ophaar correcte werkig.De uitgangsspanning kan op het display worden gecontrolerd.


Sluit bij de contrôle van de stroomregelling de hoofduitgang (7) aan de achterkant met een voldoende dokke kabel kort (minst. 8mm^2 ). Controller het totale instelbereik ophaar correcte werkinq.
Als de afstandsbedieningsfunctie nicht meer nodig is, stelt u de MODE-schakelaar in de stand "Normal" in.
Uitgang op afstand bedieren (aan/uit)
De DC-uitgang kan via een schakelcontact in- en UIT worden geschakeld.
Voor het verwangen gaat u als volgt te werk:
- Verbind de aansluitleidingen van de Remote-bus zoals afgebeeld.
- Contacteer aansluitingen 4 en 5 met een potenialvrij schakelcontact.
- Als de uitgang is uitgeschakeld, knipperen de statusindicatoren "C.V." en "C.C." (1). Het uitleesvenster geeft waarop de huidige instellenen van de uitgangsspanning en van de uitgangsstroom (1) aan.
- Als de uitgang is uitgeschakeld, können de uitgangswaarden met de instelregelaars voor spanning (3) en stroombegrenzing (4) worden vastgelegd.



Aan de contacten 4 en 5 mag geen spanning worden aangelegd.
- Schakel de voeding uit en verbind dan de Remote-bus met de Remote-aansluiting op de achterkant. Schroef de buitenste bevestigingsring vast.
- Schakel uw voeding in.
- Stel de MODE-schakelaar in de positie "Remote Ctrl" op de achterkant in. De individatie "REAR CONTROL"licht op.
- Bij een open schakelcontact is de DC-uitgang actief, bij een geslotenschakelcontact worden de DC-uitgang uitgeschakeld. Controller derschakelfunctie op haar correcte werking.
- Bij een uitgeschakelde DC-uitgang verschijnt "OP OFF" op het display.
- Als de afstandsbedieningsfunctie Niet meer nodig is, stelt u de MODEschakelaar in de stand "Normal" in.
MODE

12. BEDIENING MET DE PC SOFTWARE
- Plaats de keuzeschakelaar MODE in positie Normal.
- Sluit de voeding toevoer met de USB kabel aan op de USB hub op uw computer. Sluit de USB kabel aan op de USB poort aan de weiterzijde.
- Schakel de voeding toevoer aan.
- Start het programma met het hcs.exe bestand. Na het opstarten worden de voeding toevoer bestuurd via het programma.
- De contrôle lamp REAR CONTROL gaat branden. De voed ing toevoer registreert de ingangen nicht更是 met de voorste regelknappen.

Bedieningselementen van de software en de basisbediening
A Functie tabs Schakel de functie van het venster aan de rechterzijdeussen:
- Externalijdprogramma (External Timed Program)
- Interne voorinstelling geheugen (Internal Preset Memory)
Data log (Data Log) - Installing (Setting)
B Data invoer babel Het data invoerveld voor de externeijdprogramma functie. Het maximale aantal acties is 20.
| C Tabel opschonen Wis alle data in de data invoer tabel voor de externe tijdprogramma functie. | |
| D Start / Stop | Start (Start) / Stop (Stop) het externe tijdprogramma volgens de warden in de data invoer tabel. |
| E Lopende Cyclus Het aantal cycli dat het tijdprogramma gaat draaien. De waarde is geldig van 0 - 999, waar bij 0 een oneindige cyclus betekent. | |
| F Tabel Beschrijving Een tekst veld voor het invoeren van een tabel beschrijving. | |
| G Bestandsbeheer | Exporteer tabel/installingen als .csv file. Importeer .csv geformatteerde tabel/installingen Print huidige scherm |
| H Overdracht instellenen Ingestelde spanning en stroomaar de voeding toevoer overdragen. | |
| I Uitgang aan/uit Activeer/deactiveer voeding toevoer. Invoer bevestigen met de (H) knop. Het LED-display toont "O P UIT". | |
| J Stroom Het veld waar u de stroomaar de voeding toevoer kunt programmeren. Na het invoeren van de waarde, drukt u op de enter toets (H) om de installogenen over te dragenaar de voeding toevoer. Eventueel kunt u de stroom instellen door middel van de schuifregelaar. | |
| K Voltage Het veld waar u de spanningaar de voeding toevoer kunt programmeren. Na het invoeren van de waarde, drukt u op de enter toets (H) om de installogenen over te dragenaar de voeding toevoer. Eventueel kunt u de spanning instellen door middel van de schuifregelaar. | |
| L Uitgang aan/uit Activeer/deactiveer voeding toevoer. Klik op de contrôle. Terwijl de uitgang worden gedestructiveerd verschijnt in het LED display "O P UIT". | |
| M Instellenen | U kunt de voltage instelling en de huidige begrenzing van de voeding toevoer aflezen. |
| N Status | U kunt de huidige spanning, stroom en vermogen uitgang van de voeding toevoer aflezen. "C.V" is gelijk aan de C.V. indicator; "C.C." is gelijk aan de C.C. indicator. |
Intern voortingesteld geheugen

Met de software kurz u het vooraf ingestelde geheugen van de voeding lezen, instellen en toepassen.
- De waarden worden automatisch in de software geladen; als dat nicht het geval is,kest u de informatatie laden met een druk op de knop Read From PS.
- Als u een van de vooraf ingestelde waarden wilt gebruiken, selecteert u de betreffende optie. Druk verzolgens op de knop Set.
- Als u de Voorinstelling waarden wilt wijzigen, dubbelklikt u op het spanning (Voltage) of stroom (Current) veld en stelt de gewenste waarden in met de schuifregelaars.
De ingestelde waarden voor spanning en stroom要去en >0,0 (groter dan nul) zijn voor u om de instellingen over te dragen aan de stroom toevoer via de knop Set.
- Als u de tabel wilt wissen, drukt u op de knop Clear Table.
Met de knappen voor bestandsbeheer (G)kest u de instellingen importereren,exporteren of afdrukken.
Logboek

U kunt het real-time/geregistreerde spanning/stroom-diagram van deze functie bekijken.
Met de knappen voor bestandsbeheer (G)kest u de instelleningen importereren,exporteren of afdrukken.
- Schakel tessen opgenomen schema (Import) en het real-time schema (Now) door het selecteren van de overeenkomstige optie in de hoek linksonder.
- Verschuift het diagram inijd met de schuifregelaar Move.
- Proportioneel kunt u het formaat van de afbeelding wijzigen met de schuifregelaar Zoom.
- Lees spanning, stroom en stroomverbruik van het diagram. Deze drie eenheden zijn gemarkeerd met een kleur en+kunnen gemakkelijk worden anderschieten met gebruik van de legende.
Instellen

| Taal (Language) Gekozen software taal. | |
| COMM-poort (COM Port) De verbinding:tussen de pc en de voeding.Deze worden automatisch ingesteld bij het starten van de software en het wordt afgeraden om dit handmatig te wijzigien. | |
| DataLog monstertijd (Data Log Sampling Time) | Hetijdinterval:tussen elke demonstering. |
| Bovengrens spanning (UVL) instilling (Voltage Upper Limit (UVL) Setting) | Beperk de afgegeven spanning vanuit de software. |
| Bovengrens stroom (UCL)instilling (Current Upper Limit (UCL) Setting) | Beperk de afgegeven stroom vanuit de software. |
- Druk op de knop OK om de instellingen toe te passen.
- Druk op de knop Default om de standardinstellungen te herstellen.
13. BESCHERMINGSVOORZIENINGEN
Er werden op de voeding verschillende automatische beschemmvoorzieningen geintegreerd die de voeding gegen beschadigingen beschemmen. De geactiveerde beschemmvoorzieningen worden met lettercodes op het display weergegeven en gelijktijdig worden de DC-uitgang uit verligheidsoverwegingen uitgeschakeld.

Als een beschemvoorziening actief is,要去 de verbruiker onmiddelijk wordenuitgeschakeld en van de voeding worden afgeklemd.
Om de uitgang te heractiveren, schakelt u de voeding uit. Wacht tot alle indicatoren zijn uitgedoofd. Schakel de voeding opnieuw in. De voeding要去 opnieuw normal functioneren. Indien dit het geval nicht is, kunt u contact opnemen met unsere klantenservice. De volgende weergaven�ng可想而知:
Uitschakeling bij overspanning

- Aan de DC-uitgang werden een hogere vremeinde spanning vastgesteld dan deze die de voeding toestaat. De uitgang wordenuitgeschakeld.
- Het spanningsniveau voor de uitschakeling�in de techn. gegevens vermeld.
Uitschakeling bij oververhitting

- De geintegreerde temperatuursensor heeft een te hoge systeemtemperatuur vastgesteld. Om oververhitting te voorkomen worden de uitgang uitgeschakeld.
- Schakel de voedinguit enlast minstens 30 minuten afkoelen. Controller na het inschaken of de ventilator of de ventilatieopneden geblokkeerd+zijn.In de inschakel-zelftestfase要去 de ventilator hoorbaar lopen.Indien dit het geval nicht is, kunt u contact opnemen met once klantenservice.
Uitschakeling bij overbelasting

- Bij overbelasting aan de DC-uitgang worden normal gezieen de stroombegrenzing actief. Indien dit het geval Niet is, worden een tweede beschemfunctie actief.
- Schakel onmiddelijk na het verschijnen van deze waarschuwingsmelding de voedinguit en controllerer de aansluitgegevens van de verbruiker. Verwijder de verbruiker van de DC-uitgang van de leiding.
- Schakel de voeding opniew in en controllerer de functie. Als de foulmeling blijft bestaan,=kunt u contact opnemen met once klantenservice.
14. ONDERHOUD EN REINIGING
- Verwijder de product van de voedingsbron.
- Afgezien van een incidentele reiniging of het verzangen van een zekering is de laboratoriumvoeding onderhoudsvrij.
- Gebruik voor het schoonmaken van het apparaat een schone, droge, antistatische en pluisvrijereinigingsdoek zonder toevoeging van schurende, chemische en oplosmiddelhoudende reingingsmiddelen.
Netzekering verrangen
Kan de laboratoriumvoeding Nieteeringschakeld worden, dan werden waarschijnlijk de netbeveiliging aan dechterzijde (12) geactiveerd.
Voor het verwangen van de netzekering gaat u als volgt te werk:
- Schakel de netvoeding uit en verwijder alle aansluitsnoeren en de stekker van het apparaat.
- Druk met een geschikte sleufschroevendraier de zekeringhouser (12) aan de achterkant met een hendelbeweging uit de houser.
- Vervang de defecte zekering door een neue zwakstroomzekering (5x20 mm) van hetzelfdete type en metdezelfde nominale stroomsterkte. De zekeringwaarde vindt u in het hoofdstuk "Technische gegevens".
- Druk de zekeringinzet in de klem voor zekeringhouser.


Zekeringen zijn verrangonderdelen, en worden nicht door de garantie gedekt.
15. VERHELPEN VAN STORINGEN
U heeft met deze laboratoriumvoeding een product aangeschaft dat betrouwbaar en veilig is in het gebruik.
Toch kuren zich problemen of storingen voordoen.
Hieronder vindt u enkele manieren om eventuele storingen te verhelpen:

Neem altijd de veiligheidsinstructies in acht!
| Fout Mogelijk oorzaak | |
| De voeding kan zich nicht inschakelen. | • Brandt de bedrijfsindicator op de voeding (1)? • Controller de netspanning (evt. netzekering in het apparaat resp. de beveiligingsschakelaar in de kabel controleren). |
| Aangesloten verbruikers functioneren nicht. | • Is de juiste spanning ingesteld? • Is de polariteit juist? • Controller de technische geevens van de verbruiker. |
| De indicateatie “REAR CONTROL”licht op. Het toestel kan via de mal” Draairegelaar kan zich worden bediend. | De werkung met afstandsbediening is geactiveerd. Stel de schuifschakelaar “MODE” op de achechterkant in de stand “Normal”. |
| Indicatie “O P OFF”licht op. De DC | C-uitgang verband via de uitgang van de afstandsbediening (10) uitgeschakeld. Verwijder de verbinding tussen contact 4 en 5. De uitgang worden opnieuw ingeschakeld. |
| De uitgangsstroom worden 5 A re begrensd, hoewel de stroominstelling hoger ligt. | De voorste aansluiting worden tot max. 5 A begrensd. Voor hoge stromen sluit u de verbruiker aan de hoofduitgang aan de achechterkant aan. |
| De indicateatie “C.C.”licht op. Constante | Stroomwerking: De vooringestelde stroomsterkte werden overschreden. Controller de stroomopname van uw verbruiker en vergroot ev. de stroombegrenzing van de voeding. |
| De indicateatie “C.V.”licht op. Constante | stroomwerking: De voeding werkt normala. Op de uitgang worden de ingestelde, constante spanning uitgegeven. |
| OVP Uitschakeling bij overspanning: Zie het hoofdstuk “Beschemvoorzieteningen”. | |
| OtP Uitschakeling bij overtemperatuur: Zie het hoofdstuk “Beschemvoorzieningen”. | |
| OLP Uitschakelen bij overbelasting: Zie het hoofdstuk “Beschemvoorzieningen” | |

Andere reparations dan hierboven beschreiben,ogensuitsluitend door een erkendevakman worden uitgevoerd.
16. VERWIJDERING

Alle elektrische en elektronische apparatuur die op de Europese markt worden gebracht,要去 met dit symbolerenigmearkeerd.Dit symbol geeft aan dat dit apparaat aan het einde van zich levensduur geschaden van het ongesorteerd gemeentelijk afval moet worden weggeogoid.
ledere bezitter van oude apparaten is verplicht om oude apparaten geschaden van het ongesorteerd gemeentelijk afval af te voeren. Eindgebruikers zijn verplicht oude batterijen en accu's die nicht bij het oude apparaat zich ingesloten, evenals lampen die op een Niet-destructieve manier uit het oude toestel+kennen worden verwijderd, van het oude toestel te schieren alvorens ze in te leveren bij een inzamelpunt.
Distributeurs van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk verplicht om oude apparatuur gratis terug te nemen. Conrad geeft u de volgende gratis inlevermöglichheden (meer informatie op unsere website):
- in once Conrad-filialen
- in de door Conrad gemaakte inzamelpunten
- in de inzamelpunten van de openbare afvalverwerkingsbedrijven of bij de terugnamesystemen die zich ingericht door fabrikanten en distributeurs in de zin van de ElektroG
- Voor het verwijderen van persoonsgegevens op het te verwijderen oude apparaat is de eindgebruiker verantwoordelijk.
- Houd er rekening mee dat in landen buiten Duitsland andere verplichtingen+kennen gelden voor het inleveren van oude apparaten en het recyclen van oude apparaten.
| PPS 11810 PPS 11360 PPS 116D3 | |||
| Bedrijffsspanning: 100 – 240 V/AC, 50/60 Hz | |||
| Max. ingangsstroom: 1,2 A / 2,4 A 1,2 A / 2,5 A 1,0 A / 2,0 A | |||
| Max. uitgangsvermogen: 180 W 180 W 150 W | |||
| Uitgangsspanning: 1 – 18 V/DC 1 – 36 V/DC 1 – 60 V/DC | |||
| Uitgangsstroom: 0 – 10 A 0 – 5 A 0 – 2500 mA | |||
| Restspanning bij nominale last (eff.): 5 mV, 30 mA | |||
| Spannings-Regeling bij 10 – 100 %lastverandering: | 50 mV | ||
| Spannings-Regeling bij netinstabilititeit(90 – 260 V/AC): | 20 mV | ||
| Stroom-Regeling bij 10 - 90%Lastverandering: | 100 mA | ||
| Stroom-Regeling bij netinstabilititeit(90 – 260 V/AC): | 50 mA | ||
| Weergavenauwkeurigheid: ±0,2% +3 dgt | |||
| OVP-uitschakelniveau van V-uitgang: | +2 V (1 – 5 V)+3 V (5 – 18 V) | +2 V (1 – 5 V)+3 V (5 – 20 V)+4 V (20 – 36 V) | +2 V (1 – 5 V)+3 V (5 – 20 V)+4 V (20 – 60 V) |
| Rendement: | 84,7 % | 85,9 % | 86 % |
| Klokfreiagentie: | 100 – 120 kHz | ||
| Arbeidsfactor met aktieve PFC: | >0,95 | ||
| Toestelventilator: | Temperatuurstgestuurd (0 – 100 %) | ||
| Netzekering Traag (5 x 20 mm): | F6AL250V | ||
| Bedrijsftemperatuur: | 0 tot +45 °C | ||
| Toegestane luchtvochtigheid: | 10 – 80 %, nicht condenserend | ||
| Opslagtemperatuur: | -15 tot +70 °C | ||
| Luchtvochtigheid tijdens opslag: | 0 – 85 %, nicht condenserend | ||
| Bedrijsfshoogte: | max. 2000 m boven de zeespeigel (N.N.) | ||
| Veiligheidsklasse: | 1 | ||
| Gewicht: | 2,4 kg | ||
| Afmetingen (B x H x D): | 200 x 90 x 208 mm | ||
| PPS 13610 PPS 16005 PPS 11815 | |||
| Bedrijffsspanning: 100 - 240 V/AC, 50/60 Hz | |||
| Max. ingangsstroom: 2,1 A / 4,6 A 2,1 A / 4,6 A 1,7 A / 3,8 A | |||
| Max. uitgangsvermogen: 360 W 360 W 300 W | |||
| Uitgangsspanning: 1 - 18 V/DC 1 - 36 V/DC 1 - 60 V/DC | |||
| Uitgangsstroom: 0 - 20 A 0 - 10 A 0 - 5 A | |||
| Restspanning bij nominale last (eff.): 5 mV, 30 mA | |||
| Spannings-Regeling bij 10 - 100 %lastverandering: | 50 mV | ||
| Spannings-Regeling bij netinstabilititeit(90 - 260 V/AC): | 20 mV | ||
| Stroom-Regeling bij 10 - 90%Lastverandering: | 100 mA | ||
| Stroom-Regeling bij netinstabilititeit(90 - 260 V/AC): | 50 mA | ||
| Weergavenauwkeurigheid: ±0,2% +3 dgt | |||
| OVP-uitschakelniveau van V-uitgang: | +2 V (1 - 5 V)+3 V (5 - 18 V) | +2 V (1 - 5 V)+3 V (5 - 20 V)+4 V (20 - 36 V) | +2 V (1 - 5 V)+3 V (5 - 20 V)+4 V (20 - 60 V) |
| Rendement: 82,5 % 82,9 % | 83,3 % | ||
| Klokfrequentie: | 100 - 120 kHz | ||
| Arbeidsfactor met aktieve PFC: | >0,95 | ||
| Toestelventilator: | Temperatuurstusturd (0 - 100 %) | ||
| Netzekering Traag (5 x 20 mm): | F6AL250V | ||
| Bedrijfstemperatuur: | 0 tot +45 °C | ||
| Toegestane luchtvochtigheid: | 10 - 80 %, nicht condenserend | ||
| Opslagtemperatuur: | -15 tot +70 °C | ||
| Luchtvochtigheid tijdens opslag: | 0 - 85 %, nicht condenserend | ||
| Bedrijfshoogte: | max. 2000 m boven de zeespeigel (N.N.) | ||
| Veiligheidsklasse: | 1 | ||
| Gewicht: | 2,4 kg | ||
| Afmetingen (B x H x D): 200 x 90 x 208 mm | |||