MM 10PV - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MM 10PV BENNING in PDF-formaat.
| Producttype | Digitale True RMS multimeter |
| Model | BENNING MM 10PV (met PV-functie) en MM 10-1 |
| Afmetingen (zonder bescherming) | 156 x 74 x 43 mm |
| Afmetingen (met bescherming) | 163 x 82 x 50 mm |
| Gewicht (zonder bescherming) | 310 g |
| Gewicht (met bescherming) | 425 g |
| Voeding | 2 batterijen 1,5 V LR6 (AA) |
| Display | LCD 4 cijfers, max 6000, bargraph 120 segmenten, achtergrondverlichting |
| Overspanningscategorie | CAT IV 600 V / CAT III 1000 V |
| Bescherming | IP30, rubberen beschermingsframe met magneet |
| DC-spanning | Tot 1000 V (600,0 mV tot 1000 V) |
| AC-spanning | Tot 1000 V (600,0 mV tot 1000 V) True RMS |
| PV-spanning (MM 10PV) | Tot 2000 V DC / 1500 V AC met TA PV-adapter |
| DC/AC-stroom (MM 10PV) | Tot 10 A (6,000 A / 10,00 A) |
| DC/AC-stroom (MM 10-1) | Tot 400 mA (600 µA tot 400 mA) |
| Weerstand | Tot 40,00 MΩ |
| Capaciteit | Tot 10,00 mF |
| Frequentie | Tot 100 kHz |
| Temperatuur | -40 °C tot +400 °C (type K sonde inbegrepen) |
| Speciale functies | Continuïteitstest met zoemer en LED, diodetest, contactloze spanningsindicator, laagdoorlaatfilter (HFR), datalogger (tot 4000 waarden), Bluetooth 4.0, AutoV/LoZ (MM 10-1) |
| Inbegrepen accessoires | 2 veiligheidsmeetkabels (1,4 m), etui, temperatuursonde, batterijen, handleiding; MM 10PV bevat bovendien 2 krokodillenklemmen en TA PV-adapter |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met droge doek en mild schoonmaakmiddel, oplosmiddelen vermijden. Vervang batterijen als symbool knippert. Controleer regelmatig kabelisolatie. |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Vervangbare zekeringen: 11 A / 1000 V (MM 10PV) en 440 mA / 1000 V (MM 10-1). Batterijen LR6. Jaarlijkse kalibratie aanbevolen. |
Veelgestelde vragen - MM 10PV BENNING
Gebruikersvragen over MM 10PV BENNING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MM 10PV - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MM 10PV van het merk BENNING.
GEBRUIKSAANWIJZING MM 10PV BENNING
Fig. 5a: Meten van gelijk-/ wisselstroom (frequentiemeting) (BENNING MM 10-PV)

text_image
BENNING MM 10-PV) Direct/ alternating current measurement (frequency measurement) (BENNING MM 10-PV) Mesure de courant continu et de courant alternatif (mesure de fréquence) (BENNING MM 10-PV) Meten van gelijk-/ wisselstroom (frequentiemeting) (BENNING MM 10-PV) VoltSense BENNING MM 10-PV Auto Lez Log-Δ MAX MM 88.88 °C F AFC 0.000 OFF PVA LO/PH MAX MAX 2.5m RANGE REFL HOLD LOG 2.5m Hz mV Ω A Hz OFF PV Volt Sense TRUE RMS COMA MAX 10A FUSED 600V CAT IV 100V CAT III A B AFig. 5b: Meten van microampere/ milliampere gelijk-/ wisselstroom (BENNING MM 10-1)

text_image
microampere/ milliampere (BENNING MM 10-1) Meten van microampere/ milliampere gelijk-/ wisselstroom (BENNING MM 10-1) VoltSense BENNING MM 10-1 Auto LoZ Log MAXMM 8.8.8 HFR 2 sec Lo/Hz RANGE MIN/MAX 2 sec REL 2 sec HOLD LOXL 2 sec Hz mV Ω μmA OFF AutoV LoZ μmA Volt Sense TRUE RMS µmA COM MAX 10A FUSED 500N CAT IV -1000V CAT III Flammensensor Flame Sensor Gasbrenner-Steuereinheit Gas burner control module A BFig. 8: Meten van temperatuur

text_image
VoltSense BENNING MM 10-PV Auto LeZ LOG MAXMM MAX 8.000 8.000 HFR 2.5mV Lo/Hz M/NMAX 2.5mV RANGE REL HOLD LOG 2.5mV Hz V Ω A Hz V PV Volt Sense TRUE RMS COMA V Ω MAX 10A FUSED 600V 1000V AT IIFig. 9: Spanningsindicator met zoemer en LED

text_image
VollSensindikator mit Summer und LED indicator with buzzer and LED ur de tension avec ronfleur et LED ingsindicator met zoemer en LED 8888 BENNING MM 10-PV Auto Lez Log ▲ MAX MIN 2.5V A## 100V OFF PV mV Ω M/MAX 2.5V REL HOLD LOG 2.5V Volt Sense TRUE RMS COMA VΩ MAX 10A FUSED 500V CAT/V 1000V CAT IIIBild 10: Batteriewechsel
Fig. 10: Battery replacement
Fig. 10 : Remplacement de la pile
Fig. 10: Vervanging van de batterijen

Fig. 12: Wikkeling van veiligheidsmeetsnoeren

Gebruiksaanwijzing BENNING MM 10-PV/ MM 10-1
Digitale TRUE RMS digital multimeter voor het meten van:
- Gelijk-/ wisselspanning
- Gelijk-/ wisselstroom
- Weerstand
- Dioden-/ doorgangcontrole
- Capaciteit
- Frequentie
- Temperatuur
Inhoud
- Opmerkingen voor de gebruiker
- Veiligheidsvoorschriften
- Leveringsomvang
- Beschrijving van het apparaat
- Functies van de digitale multimeter
5.1 Algemene kenmerken
5.2 Functies van de datalogger
5.2.1 Instellen van de datalogger
5.2.2 Automatische opslag (LOG)
5.2.3 Manuele opslag (SAVE) - Gebruiksomstandigheden
- Elektrische gegevens
- Meten met de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1
- Onderhoud
- Technische gegevens van de meettoebehoren
- Milieu
1. Opmerkingen voor de gebruiker
Deze gebruiksaanwijziging is bedoeld voor:
- Elektriciens.
- Elektrotechnici.
De BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan 1000 VAC/DC (zie ook pt. 6: „Gebruiksomstandigheden“).
Bij gebruik van de BENNING MM 10-PV met de meetadapter BENNING TA PV wordt het nominale spanningsbereik verruimd tot 1500 VAC/ 2000 VDC (zie ook pt. 8.2.2 "Spanningsmeting (PV-stand)" en pt. 10. „Technische gegevens van de meettoebehoren").
In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 worden de volgende symbolen gebruikt:

Opgelet! Magneten kunnen de werking beïnvloeden van pacemakers en ingeplante defibrillatoren. Als drager van dergelijke toestellen dient u een voldoende grote afstand tot de magneet aan te houden.

Waarschuwing voor gevaarlijke spanning! Verwijst naar voorschriften die in acht genomen moeten worden om gevaar voor de omgeving te vermijden.

Let op de gebruiksaanwijzing! Dit symbool geeft aan dat de aanwijzingen in de handleiding in acht genomen moeten worden om gevaar te voorkomen.
Meetcategorie II is bruikbaar voor voor test- en meetcircuits die recht- CAT II streeks verbonden zijn met de gebruikersaansluitingen (stopcontacten en soortgelijke aansluitingen) van laagspanningsinstallaties.

Meetcategorie III is bruikbaar voor test- en meetcircuits die op de verdeelkring van het laagspanningsnet van het gebouw aangesloten zijn.

Meetcategorie IV is bruikbaar voor test- en meetcircuits die op het en-trypunt van het laagspanningsnet van het gebouw aangesloten zijn.

Dit symbool geeft aan dat de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 dubbel geïsoleerd is (bescherminingsklasse II).

Zie de gebruikershandleiding.

Dit symbool op de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 betekent dat de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 in overeenstemming met de EU-richtlijnen is.

Dit symbool op de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 duidt op de ingebouwde zekeringen.

Dit symbool verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning.

Dit symbool geeft de instelling weer van "diodecontrole".

Dit symbool geeft de instelling „doorgangstest“ aan. De zoemer geeft bij doorgang een akoestisch signaal.

Dit symbool geeft de instelling weer van "capaciteitsmeting".

DC: gelijkspanning/ -stroom

AC: wisselspanning/ -stroom

Aarding (spanning t.o.v. aarde)
2. Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat is vervaardigd en getest volgens de voorschriften:
DIN VDE 0411 deel 1/ EN 61010-1
DIN VDE 0411 deel 2-033/EN 61010-2-033
DIN VDE 0411 deel 031/EN 61010-031
en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waarschuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.

Wees extreem voorzichtig tijdens het werken met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.

Opgelet! Magneten kunnen de werking beïnvloeden van pacemakers en ingeplante defibrillatoren. Als drager van dergelijke toestellen dient u een voldoende grote afstand tot de magneet aan te houden.

De BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 mag alleen worden gebruikt in elektrische circuits van overspanningscategorie III met max. 1000 V ten opzichte van aarde of overspanningscategorie IV met max. 600 V ten opzichte van aarde.
Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III of de meetcategorie IV mag het uitstekende geleidende gedeelte van een contactpunt op de veiligheidsmeetleidingen niet langer zijn dan 4 mm.
Voor metingen binnen de meetcategorie III en de meetcategorie IV moeten de bij de set gevoegde, met CAT III en CAT IV aangeduide opsteekdoppen op de contactpunten worden gestoken.
Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker.
Bedenk dat werken aan installaties of onderdelen die onder spanning staan, in principe altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen voor mensen al levensgevaarlijk zijn.
4
Gebruik bij de spanningsmeting van PV-installaties met een spanning tot 1500 V DC uitsluitend de BENNING TA PV-meetadapter en zet de BENNING MM 10-PV in de 'PV'-stand.
De meetadapter reduceert de spanning op de BENNING MM 10-PV en mag dus uitsluitend voor de BENNING MM 10-PV gebruikt worden!
Gevaarlijke spanning!
De meetadapter BENNING TA PV mag alleen worden gebruikt in elektrische circuits van overspanningscategorie II met max. 1000 V AC/ 1500 V DC ten opzichte van aarde, overspanningscategorie III met max. 1000 V ten opzichte van aarde of overspanningscategorie IV met max. 600 V ten opzichte van aarde.
4
Om gevaar te voorkomen, meet u altijd eerst een actuele spanning zonder laagdoorlaatfilter (zonder hoogfrequente onderdrukking, HFR) om een gevaarlijke spanning te detecteren.
!
Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoeren moeten gecontroleerd te worden.
Bij constatering dat het apparaat niet meer zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet meer gebruikt kan worden.
Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar niet meer mogelijk is:
- bij zichtbare schade aan de behuizing en/ of meetsnoeren van het apparaat
- als het apparaat niet meer (goed) werkt
- na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden
- na zware belasting of mogelijke schade ten gevolge van transport of onoordeelkundig gebruik, of
- het apparaat of de meetleidingen vochtig zijn.
4
Om gevaar te vermijden
- mogen de blanke contactpunt van de veiligheidsmeetsnoeren niet worden aangeraakt
- plaats de meetleidingen in de daartoe voorziene meetstekkers op de multimeter en controleer of deze goed vastzitten.
!
Reiniging:
Reinig de buitenkant regelmatig met een doek en reinigingsmiddel en wrijf deze aansluitend goed droog. Gebruik geen schuurof oplosmiddelen.
3. Leveringsomvang
Bij de levering van de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 behoren:
3.1 Eén BENNING MM 10-PV/ MM 10-1
3.2 Twee veiligheidsmeetsnoer, rood/ zwart (L = 1,4 m), (art. nr. 044145)
3.3 Eén compactbeschermingsetui
3.4 Eén draadtemperatuursensor type K
3.5 Twee ingebouwde 1,5 V mignon batterijen (AA/ IEC LR6)
3.6 Eén gebruiksaanwijzing.
Extra leveringsomvang van de BENNING MM 10-PV:
3.7 Twee veiligheidskrokodilklemmen, rood/ zwart, 4 mm plug-in technologie
3.8 Eén meetadapter BENNING TA PV (art. nr. 10217846)
Opmerking t.a.v. optionele onderdelen:
- Temperatuurvoeler (K-type) gemaakt van V4A-buis
Toepassing: Voeler voor weekplastic, vloeistoffen, gas en lucht
Meetbereik: - 196 °C tot + 800 °C
Afmetingen: L = 210 mm, meetstift L = 120 mm, diameter meetstift ∅ 3 mm, V4A (art.Nr. 044121)
Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen:
- Voorts is de BENNING MM 10-PV voorzien van één smeltzekering tegen overbelasting. Één zekering nominale stroom 11 A snel (1000 V), 30 kA, D = 10 mm, L = 38 mm (Art.Nr. 10218772).
- Voorts is de BENNING MM 10-1 voorzien van één smeltzekering tegen overbelasting. Één zekering nominale stroom 440 mA (1000 V), 10 kA, D = 10 mm, L = 34,9 mm (Art.Nr. 10016655).
- De BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 wordt gevoed door twee ingebouwde 1,5 V mignon batterijen (AA/ IEC LR6)
- Bovengenoemde veiligheidsmeetleidingen (gecontroleerd toebehoren, art. nr. 044145) behoren bij montage van de opsteekdoppen tot CAT III 1000 V/ CAT IV 600 V en zijn geschikt voor een stroom tot 10 A.
- Bovengenoemde meetadapter BENNING TA PV (gecontroleerd toebehoren, art. nr. 10217846) behoort tot CAT II 1000 V AC/ 1500 V DC en bij montage van de opsteekdoppen tot CAT III 1000 V/ CAT IV 600 V.
4. Beschrijving van het apparaat
Zie fig. 1: voorzijde van het apparaat
Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 aangegeven informatie- en bedieningselementen.
① Digitaal display (LCD) voor het aflezen van gemeten waarde, weergave van een staafdiagram en de aanduiding indien meting buiten bereik van het toestel valt
② Aanduiding polariteit
③ Symbool voor lege batterijen
4 Functie-toets (blauw), kiezen van de meetfunctie/tweede functie, resp. activering van de hoogfrequentieonderdrukking (laagdoorlaatfilter)
5 RANGE-toets voor omschakeling (automatisch/ handmatig instellen), resp. aanpassing van de gevoeligheid van de spanningsindicator (Lo/Hi)
6 REL-toets, relatieve functie resp. opslaan van de hoogste en laagste meetwaarde (MIN/MAX)
7 HOLD-toets voor opslag in het geheugen van de weergegeven meetwaarde, resp. displayverlichting
8 Bluetooth®-toets, om de Bluetooth® interface op te starten, resp. LOG-functie
⑨ Draaischakelaar voor functiekeuze
10 Contactbus (positief ^1 ) voor 10 A-bereik (BENNING MM 10-PV), resp. voor 400 mA-bereik (BENNING MM 10-1)
⑪ COM-contactbus, gezamenlijke contactbus voor spannings-, stroom-, weerstands-, frequentie, capaciteits-, temperatuurmeting, doorgangs-en diodencontrole
⑫ Contactbus + (positief ^1 ) V, A (BENNING MM 10-PV), μA (BENNING MM10-1), Ω, , Hz, μF,
13 Rubber beschermingshoes
14 Meetadapter BENNING TA PV (BENNING MM 10-PV)
15 LED (rood) voor spanningsindicator en doorgangstest ^1 Hierop is de automatisch polariteitsaanduiding gebaseerd voor gelijkstroom en -spanning
5. Functies van de digitale multimeter
5.1 Algemene kenmerken
5.1.1 De numerieke waarden zijn op het display (LCD) ① af te lezen met 4-vloeistof-kristal aanduiding van 15 mm hoog, met een komma voor de decimalen. De grootst mogelijk af te lezen waarde is 6000.
5.1.2 De staafdiagramaanduiding bestaat uit 120 segmenten.
5.1.3 De polariteitaanduiding ② werkt automatisch. Er wordt slechts één pool t.o.v. de contactbussen aangeduid met „-“.
5.1.4 Metingen buiten het bereik van de meter worden aangeduid met „0L“ of „-0L“. NB: Geen aanduiding of waarschuwing bij overbelasting. Een overschrijding van gevaarlijke contactspanning (> 60 V DC / 30 V AC rms) wordt aangegeven door een extra knipperend symbool „(♂)“.
5.1.5 Bij de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 weerklinkt er een signaal wanneer u op een toets drukt. Het indrukken van een verkeerde toets is te herkennen aan een tweevoudig signaal.
5.1.6 Het meetpercentage van de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 bedraagt nominaal 3 metingen per seconde voor het display.
5.1.7 De BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 wordt in- en uitgeschakeld met de draaischakelaar ⑨. Uitschakelstand is OFF.
5.1.8 De functie-toets (blauw) 4 heeft twee functies: Met de functie-toets (blauw) 4 wordt gekozen tussen de tweede en derde functie van de draaischakelaar. HFR-functie (laagdoorlaatfilter): Met een langere druk op de toets (2 s) wordt de HFR-functie (laagdoorlaatfilter) geactiveerd resp. gedeactiveerd. De HFR-functie is bedoeld voor het aansluiten van een laagdoorlaatfilter
(hoogfrequente onderdrukking) in de V AC- en A AC-functies ( BENNING MM 10-PV)/ μmA AC-functies (BENNING MM 10-1) om hoogfrequente pulsen uit te filteren e. g. bij gepulseerde motoraandrijvingen. HFR" -symbol op het LC-display ①. De grensfrequentie (- 3 dB) van het filter is fg = 800 Hz. Bij het bereiken van de grensfrequentie fg, is de weergegeven waarde een factor 0.707 lager dan de werkelijke waarde zonder filter. Druk opnieuw op de toets om terug te schakelen naar de normale bedrijfsmodus.
zonder HFR (zonder laagdoorlaatfilter)
met HFR (met laagdoorlaatfilter)

Om gevaar te voorkomen, meet u altijd eerst een actuele spanning zonder laagdoorlaatfilter (zonder hoogfrequente onderdrukking, HFR) om een gevaarlijke spanning te detecteren.
5.1.9 De RANGE-toets ⑤ heeft twee functies:
RANGE (omschakeling):
De bereiktoets „RANQ5“dient voor het doorschakelen van het handmatige meetbereik bij het gelijktijdig vervagen van „AUTO“ in de display. Door de toets langer ingedrukt te houden (2 seconden) wordt de automatische bereikkeuze geselecteerd (aanduiding „AUTO“).
Lo/Hi (gevoeligheid spanningsindicator):
In de spanningsindicatorfunctie (VoltSense) kan de RANGE-toets ⑤ worden gebruikt om over te schakelen naar Hi (hoge gevoeligheid) of Lo (lage gevoeligheid).
5.1.10 De REL-toets ⑥ heeft twee functies:
REL-functie:
De REL-to-6s(relatieve-waardefunctie) slaat de huidige displaywaarde op en geeft het verschil (offset) tussen de opgeslagen meetwaarde en de volgende meetwaarden op het display weer.
MIN/MAX-functie:
Met een langere druk op de toets (2 s) wordt de MIN/MAX-functie geactiveerd.
De MIN/MAX-functie registreert en bewaart automatisch de hoogste en laagste meetwaarde. Bij een nieuwe druk worden de volgende waarden getoond: In de weergave 'MAX/MIN' worden de huidige meetwaarden getoond, 'MAX' toont de hoogste opgeslagen en 'MIN' de laagste opgeslagen waarde. Met de HOLD-toets ⑦ kan de MIN/MAX-functie stopgezet worden. Door de REL-toets ⑥ langer ingedrukt te houden (2 s) wordt opnieuw overgeschakeld op de normale modus.
5.1.11 De HOLD-toets ⑦ heeft twee functies:
HOLD-functie:
Met een druk op de toets HOLD ⑦ wordt het meetresultaat opgeslagen. Op de display ① verschijnt ondertussen het symbool 'HOLD'. Wanneer de meetwaarde de opgeslagen waarde met meer dan 50 digits overschrijdt, wordt de meetwaardeverandering aangegeven met een knipperend scherm en een geluidssignaal. (meetwaardeveranderingen tussen AC en DC spanning/stroom worden niet erkend). Bij een nieuwe druk op de toets wordt opnieuw overgeschakeld op de meetmodus.
Displayverlichting:
Met een langere druk op de toets (2 s) wordt de displayverlichting geactiveerd resp. gedeactiveerd.
5.1.12 De Bluetooth®-toets 8 heeft twee functies:
Voor het activeren van de Bluetooth ^ -interface en de gelijktijdige weergave van het symbool 'Hop het lcd-scherm 1. Met een nieuwe druk wordt de Bluetooth ^ -interface gedeactiveerd.
LOG-functie (datalogger/meetwaardegeheugen):
Bij een langere druk op de toets (2 s) wordt de LOG-functie geactiveerd en verschijnt ondertussen het symbool 'LOG' op de display ①. Zie paragraaf 5.2
5.1.13 De BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 schakelt na ong. 20 minuten auto-
matisch uit (APO, Auto-Power-Off). Wanneer de draaischakelaar uit de 'OFF'-stand gehaald wordt of een knop ingedrukt wordt, schakelt het toestel opnieuw aan. De uitschakeltijd is aanpasbaar (zie paragraaf 5.1.14).
5.1.14 De BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 beschikt over individuele instelmogelijkheden. Om een instelling te veranderen moet u één van volgende toetsen indrukken en ondertussen de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 uit de 'OFF'-stand zetten.
| functie-toets (blauw) 4: | Instellen van de APO-tijd met keuze uit 5/10/20 min. ofuitschakelen van de APO-functie, weergave ‘OFF’. Bij iedere druk verandert de waarde. |
| REL-toets 6: | Eenheid van temperatuur in °C of °F |
| HOLD-toets 7: | Weergave van alle displaysymbolen |
| RANGE-toets 5: | Weergave van de firmwareversie |
5.1.15 De temperatuurcoëfficiënt van de gemeten waarde: 0,2 x (aangegeven nauwkeurigheid van de gemeten waarde)/ °C < 18 °C of > 28 °C, t.o.v. de waarde bij een referentietemperatuur van 23 °C
5.1.16 De BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 wordt gevoed door twee mignon batterijen 1,5 V (IEC LR6).
5.1.17 Het batterijsymbool ③ toont voortdurend de resterende batterijcapaciteit over maximaal 3 segmenten. Bovendien wordt bij het inschakelen de batterijstatus met 'Full' (vol), 'HALF' (half) of 'Lo' (laag) aangeduid.

Zodra alle segmenten van het batterijsymbool gedoofd zijn en het batterijsymbool knippert, moet u de batterijen onmiddellijk vervangen door nieuwe zodat niemand gevaar loopt door onjuiste metingen.
5.1.18 De levensduur van de batterijen is goed voor 300 tests (alkalinebatterij, zonder achtergrondverlichting en BluetoothÓ).
5.1.19 Afmetingen van het apparaat: L x B x H = 156 x 74 x 43 mm (zonder beschermingshoes). L x B x H = 163 x 82 x 50 mm (met beschermingshoes). Gewicht:
310 gram (zonder beschermingshoes).
425 gram (met beschermingshoes).
5.1.20 De meetsnoeren zijn nadrukkelijk alleen bedoeld voor het meten van de voor de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 genoemde nominale spanning en stroom.
5.1.21 BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 zorgt voor draadloze gegevensoverdracht via Bluetooth® 4.0 Standard naar een Android- of iOS-toestel (smartphone/tablet).
5.1.22 De BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 wordt beschermd tegen mechanische beschadigingen door een rubber beschermingshoes 13. Het rubberen beschermingsframe 13 maakt het mogelijk om de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 tijdens de metingen op te stellen of met de geïntegreerde magneet te bevestigen.
5.2 Functies van de datalogger
Met de datalogger (LOG) kunt u de metingen automatisch en manueel opslaan tegen een vooraf gedefinieerd meetinterval (bemonsteringssnelheid) met tot 4.000 meetwaarden. Het meetinterval ligt tussen 1 s en 60 s. De meetwaarden kunnen later voor verdere verwerking via Bluetooth® uitgelezen worden.
5.2.1 Instellen van de datalogger
Voor het instellen van de datalogger moet u de Bluetooth®-toets 8 indrukken en gelijktijdig de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 inschakelen via de draaischakelaar 9. De huidige instelling wordt met een symbool op de display 1 aangeduid. Van zodra het symbool verschijnt moet u opnieuw op de Bluetooth®-toets 8 drukken om uit de volgende functies te kiezen:
| Symbool | Functie |
| LOG | Automatische opslag met een vooraf gedefinieerd meetinterval |
| SAVE | Manuele opslag middels een druk op de knop |
| CLR | Wissen van het interne meetwaardegeheugen |
Een geselecteerde functie wordt na 2 s overgenomen en wordt permanent bewaard.

flowchart
graph TD
A["Press"] --> B["Zoom"]
B --> C["Save"]
C --> D["Timer"]
D --> E["Return to Display"]
5.2.2 Automatische opslag (LOG)
Stel de datalogger in overeenstemming met paragraaf 5.2.1 in op de automatische opslagfunctie 'LOG' met een vooraf gedefinieerd meetinterval. Activeer de datalogger door de Bluetooth®-toets ⑧ gedurende 2 s ingedrukt te houden totdat het symbool 'LOG' en het ingestelde meetinterval op de display ① verschijnt. Van zodra het meetinterval verschijnt drukt u meteen op de Bluetooth®-toets ⑧ om het meetinterval van 1 s, 5 s, 10 s, 30 s tot 60 s in te stellen.
Nadat u het gewenste meetinterval gekozen hebt zal de datalogger na 2 seconden automatisch de meetwaarden opslaan in het interne geheugen. Een actieve datalogger is te herkennen aan een knipperend 'LOG'-symbool en kan worden uitgeschakeld door de Bluetooth®-toets 8 gedurende 2 s in te drukken.
Opmerking:
Bij iedere opstart van de 'LOG'-datalogger worden het interne geheugen en dus ook alle opgeslagen meetwaarden gewist.

flowchart
graph TD
A["Device 1: 0.0 mV"] --> B["Press > 2 Sec"]
B --> C{Control Signals}
C -->|Yes| D["Load 1: 6.0"]
C -->|No| E["Load 2: -1.0e-"]
D --> F["Wait 2 Sec"]
E --> F
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
5.2.3 Manuele opslag (SAVE)
Stel de datalogger in overeenstemming met paragraaf 5.2.1 in op de manuele opslagfunctie 'SAVE' waarbij de opslag gebeurt met een druk op de knop. Activeer de datalogger door de Bluetooth®-toets ⑧ gedurende 2 s ingedrukt te houden totdat het symbool 'LOG' op de display ① verschijnt. Bij iedere druk op de HOLD-toets ⑦ wordt de meetwaarde in het interne geheugen opgeslagen en verschijnt kort het bijhorende geheugenplaatsnummer op de display ⑪ De manuele opslag kan worden beëindigd door de Bluetooth®-toets ⑧ gedurende 2 s ingedrukt te houden.
Opmerking:
Bij de eerste opstart van de manuele opslagfunctie 'SAVE' worden het interne geheugen en dus ook alle opgeslagen meetwaarden van de datalogger 'LOG' gewist. De manuele opslagfunctie 'SAVE' kan aansluitend meermaals gestart en beëindigd worden. De meetwaarden worden doorlopend in het interne geheugen bewaard op geheugenplaatsen 0001 - 4000.

text_image
PRESS > 2 Sec LOG-2sec LOG-1 0.0 V 0.0 V 0.0 V 0.0 V 0.0 V5.3 Gegevensoverdracht naar de smartphone/tablet
BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 is uitgerust met een Bluetooth Low Energy 4.0 interface om meetwaarden radiogestuurd in real time naar een Android- of iOS-toestel te sturen.
De hiervoor benodigde app 'BENNING MM-CM Link' vindt u in de Google Playstore en App Store.


Google Playstore App Store
Dankzij de app 'BENNING MM-CM Link' hebt u toegang tot de volgende functies:
- Weergave van de meetwaarden in real time en bewaard in een csv-bestand.
- Download de datalogger LOG (max. 4.000 meetwaarden) van de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1.
Om de Bluetooth® interface te activeren, drukt u op de Bluetooth®-toets 8 op de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 (het symbool " knippert). Zodra er een Bluetooth® verbinding is gemaakt, blijft het symbool " permanent branden.
Reikwijdte in openlucht: ca. 10 m
6. Gebruiksomstandigheden
- De BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes.
- Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m. maximaal
- Overspanningscategorie / opstellingscategorie van de BENNING MM 10-PV/MM10-1:
IEC 60664/ IEC 61010 → 600 V categorie IV; 1000 V categorie III,
- Beschermingsgraad stofindringing: 2 (EN 61010-1)
- Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529)
Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); Bescherming tegen binnendringen van stof en vuil > 2,5 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming tegen stof/vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd tegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid).
- Werktemperatuur en relatieve vochtigheid:
Bij bedrijfstemperatuur van - 10 °C tot 10 °C
Bij bedrijfstemperatuur van 10 °C tot 30 °C: relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 80 %,
Bij bedrijfstemperatuur van 31 °C tot 40 °C: relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 75 %,
Bij bedrijfstemperatuur van 41 °C tot 50 °C: relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 45 %,
- Bewaartemperatuur: De BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 kan zonder batterijen worden bewaard bij temperaturen van - 20 °C tot + 60 °C, relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 80 %.
Opmerking: de nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als som van:
- een relatief deel van de meetwaarde - een aantal digits.
Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 18 °C tot 28 °C bij een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %. De aangegeven nauwkeurigheid is gespecificeerd voor 1 % - 100 % van de eindwaarde van het meetbereik.
Extra specificaties voor AC-functies:
De meetwaarde wordt als echte effectieve meetwaarde (True RMS, ACkoppeling) gemeten en aangeduid. Bij niet sinusvormige curvevormen wordt de aan-duidingswaarde minder nauwkeurig. Zo bestaat voor de volgende Crest-factoren een extra foutmarge:
Crest-factor van 1,0 tot 2,0 extra foutmarge + 3,0 %
Crest-factor van 2,0 tot 2,5 extra foutmarge + 5,0 %
Crest-factor van 2,5 tot 3,0 extra foutmarge + 7,0 %
Maximale amplitudefactor van het meetsignaal:
3,0 @ 3000 digit
2,0 @ 4500 digit
1,5 @ 6000 digit
Meetwaarden < 20 digit verschijnen op de display ① als 0.
Blokgolfsignalen worden niet gespecificeerd.
HFR-functie (laagdoorlaatfilter)
bijkomende fouten voor de functie V AC en A AC
± 4% voor de genoemde meetnauwkeurigheid (45 Hz - 200 Hz)
Afsnijfrequentie fg (- 3 dB): 800 Hz
7.1 Meetbereik voor gelijkspanning (V AC, V DC)
| Functie Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid | |||
| V AC | 600,0 mV 0,1 | mV ± (1,0 % + 7 digits) | |
| 6,000 V | 0,001 V | ± (1,0 % + 5 digits) | |
| 60,00 V | 0,01 V | ||
| 600,0 V | 0,1 V | ||
| 1000 V | 1 V | ||
| V DC | 600,0 mV 0,1 | mV ± (0,5 % + 7 digits) | |
| 6,000 V | 0,001 V | ± (0,5 % + 4 digits) | |
| 60,00 V | 0,01 V | ||
| 600,0 V | 0,1 V | ||
| 1000 V | 1 V | ||
Beveiliging tegen overbelasting: 1000 VAC/DC
Frequentiebereik: 45 Hz - 500 Hz, sinus
Ingangsweerstand: DC: 10 MΩ, AC: 10 MΩ II < 100 pF
7.2 Spanningsbereik (PV) met de meetadapter BENNING TA PV (BENNING MM 10-PV)
| Functie Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid | |||
| PV V DC | 600,0 V2000 V | 0,1 V1 V | ± (2,0 % + 7 digits) |
| PV V AC | 600,0 V1500 V | 0,1 V1 V | ± (2,0 % + 7 digits) |
Beveiliging tegen overbelasting: 1000 VAC/DC
Frequentiebereik: 45 Hz - 500 Hz, sinus
Ingangsweerstand: DC: 10 MΩ, AC: 10 MΩ II < 100 pF
7.3 Spanningsbereik (AutoV LoZ) (BENNING MM 10-1)
De lage Ohm ingangsweerstand van ca. 3 kΩ veroorzaakt een onderdrukking van inductieve en capacitieve spanningen.
| Functie Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid | |||
| AutoV Loz | 600,0 V1000 V | 0,1 V1 V | ± 2,0 % + 5 digits |
Beveiliging tegen overbelasting: 1000 VAC/DC
Frequentiebereik: 45 Hz - 500 Hz, sinus
Ingangsweerstand: ca. 3 kΩ
7.4 Stroombereiken (A _AC/DC ) (BENNING MM 10-PV)
| Functie Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid | |||
| AAC | 6,000 A10,00 A | 0,001 A0,01 A | ± 1,5 % + 5 Digit |
| A DC | 6,000 A10,00 A | 0,001 A0,01 A | ± 1,0 % + 5 Digit |
Maximale meettijd:
- 3 minuten met > 5 A (pauze > 20 minuten)
- 30 seconden met > 10 A (pauze > 10 minuten)
Beveiliging tegen overbelasting: 11 A AC/DC
Frequentiebereik: 45 Hz - 500 Hz, sinus
7.5 Microampere/ milliampere stroombereiken ( A AC/DC) (BENNING MM 10-1)
| Functie Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid | |||
| μA/mA AC | 600,0 μA 0,1 | μA ± 1,5 % + 7 digits | |
| 6,000 mA | 0,001 mA | ± 1,5 % + 5 digits | |
| 60,00 mA | 0,01 mA | ||
| 400,0 mA | 0,1 mA | ||
| μA/mA DC | 600,0 μA 0,1 | μA ± 1,0 % + 7 digits | |
| 6,000 mA | 0,001 mA | ± 1,0 % + 5 digits | |
| 60,00 mA | 0,01 mA | ||
| 400,0 mA | 0,1 mA | ||
Beveiliging tegen overbelasting: 440 mA AC/DC
Frequentiebereik: 45 Hz - 500 Hz (sinus)
7.6 Weerstandenbereik (Ω), doorgangs- en diodencontrole
| Functie | Meetbereik Resolutie | Nauwkeurigheid | |
| 600,0 Ω | 0,1 Ω | ± 0,9 % + 7 digits | |
| Weerstand | 6,000 kΩ | 0,001 kΩ | ± 0,9 % + 4 digits |
| 60,00 kΩ | 0,01 kΩ | ||
| 600,0 kΩ | 0,1 kΩ | ||
| 6,000 MΩ | 0,001 MΩ | ||
| 40,00 MΩ* | 0,01 MΩ | ± 1,5 % + 7 digits | |
| Doorgang | 600,0 Ω | 0,1 Ω | ± 0,9 % + 7 digits |
| Diode | 1,500 V | 0,001 V | ± 0,9 % + 4 digits |
* Meetwaarden > 10 MΩ kunnen een aanstaan van de aanduiding (max. ± 50 digits) veroorzaken
Beveiliging tegen overbelasting: 1000 VAC/DC
Max. Nullastspanning: ca. 1,8 V
Doorgangscontrole: De ingebouwde zoemer klinkt bij een weerstand R < 20 Ω tot 200 Ω.
Zommer-aanspreektijd: < 100 ms
Akoestische indicatie van de zommer: 2,7 kHz
7.7 Capaciteitsbereik (μF)
Voorwaarde: condensatoren ontladen en de meetpennen overéénkomstig de polariteit aanleggen.
| Meetbereik | Resolutie | Nauwkeurigheid |
| 1,000 μF | 0,001 μF | ± 1,9 % + 7 digits |
| 10,00 μF | 0,01 μF | ± 1,9 % + 4 digits |
| 100,0 μF | 0,1 μF | |
| 1,000 mF | 0,001 mF | |
| 10,00 mF | 0,01 mF |
Beveiliging tegen overbelasting: 1000 VAC/DC
Minimale gevoeligheid:
5 V _eff voor V AC-bereik (1 Hz \~ 10 kHz)
20 V _eff voor V AC-bereik (10 kHz \~ 50 kHz)
60 V _eff voor V AC-bereik (50 kHz \~ 100 kHz)
0,6 Aeff voor A AC-bereik (MM 10-PV)
Minimale frequentie: 1 Hz
7.9 Temperatuurbereik (°C/ °F)
| Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid* | ||
| - 40 °C - +400 °C 0,1 °C ± (1 % + 22 digits) | ||
| - 40 °F - +752 °F 0,1 °F | ± (1 % + 38 digits) | |
* Bij de aangegeven meetnauwkeurigheid, moet de meetnauwkeurigheid van de K-type temperatuursensor opgeteld worden.
Draadtemperatuursensor K-type: Meetbereik - 60 °C tot 200 °C
Resolutie: ± 2 °C
De meetnauwkeurigheid is geldig voor stabiele omgevingstemperaturen < ± 1 °C. Na wijziging van de omgevingstemperatuur van ± 2 °C zijn de meetnauwkeurigheidsgegevens na 2 uur geldig.
Beveiliging tegen overbelasting: 1000 VAC/DC
8. Meten met de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1
8.1 Voorbereiden van metingen
Gebruik en bewaar de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht.
- Controleer de gegevens op de veiligheidsmeetsnoeren ten aanzien van nominale spanning en stroom. Origineel met de BENNING MM 10-PV/MM 10-1 meegeleverde snoersets voldoen aan de te stellen eisen.
- Controleer de isolatie van de veiligheidsmeetsnoeren. Beschadigde meetsnoeren direct verwijderen.
- Veiligheidsmeetsnoeren testen op correcte doorgang. Indien de ader in het snoer onderbroken is, het meetsnoer direct verwijderen.
- Voor dat met de draaischakelaar ⑨ een andere functie gekozen wordt, dienen de meetsnoeren van het meetpunt te worden afgenomen.
- Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.
8.2 Spannings-/ frequentiemeting

Let op de maximale spanning t.o.v. aarde.
Houd rekening met de overspanningscategorie van het circuit! Monteer de opsteekdoppen (CAT III/ IV) op de contactpunten voor metingen in circuits binnen de overspanningscategorie CAT III of IV.
Gevaarlijke spanning!
De hoogste spanning die aan het
- COM-bus 11
- bus + 12
van de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 ligt t.o.v. aarde, mag maximaal 600 V CAT IV/ 1000 V CAT III bedragen.
8.2.1 Spannings-/ frequentiemeting (stand: V\~, V==, mV==, AutoV/LoZ)
- Kies met de draaiknop ⑨ de gewenste instelling V\~, V== mV== of AutoV/LoZ (BENNING MM 10-1) op de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1.
- Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding via de zwarte COM bus ⑪ op de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1.
- Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de rode bus + 12 op de BENNING MM 10-PV/MM 10-1.
- Breng de veiligheidsmeetleidingen in contact met het meetpunt, lees de meetwaarde af van de digitale weergave 1.
- Via de functie-toets (blauw) ④ kan in de functie Vomgeschakeld worden op de frequentiemeting (Hz).
zie fig. 2: meten van gelijkspanning
zie fig. 3: meten van wisselspanning (frequentiemeting)
zie fig. 4b: AutoV/LoZ spanningsmeting (BENNING MM 10-1)
Opmerking:
De Auto/LoZ-functie (BENNING MM 10-1) wordt op de digitale display ① weergegeven met "AutoLoZ". Deze bepaalt zelfstandig de noodzakelijke meetfunctie (AC/DC spanning) en het optimale meetbereik. Verder wordt de ingangsweerstand verlaagd tot ca. 3 kΩ om inductieve en capacitieve spanningen (blinde spanningen) te onderdrukken.
8.2.2 Spanningsmeting (PV-stand) via de meetadapter BENNING TA PV (BENNING MM 10-PV)

Gebruik bij de spanningsmeting van PV-installaties met een spanning tot 1500 V DC uitsluitend de BENNING TA PV-meetadapter en zet de BENNING MM 10-PV in de 'PV'-stand.
De meetadapter reduceert de spanning op de BENNING MM 10-PV en mag dus uitsluitend voor de BENNING MM 10-PV gebruikt worden!
Gevaarlijke spanning!
- Plaats de meetadapter BENNING TA PV in de COM- ⑪ en +-contactbus ⑫.
- Kies met de draaiknop ⑨ de gewenste instelling PV op de BENNING MM 10-PV.
- Het toestel staat automatisch ingesteld op DC maar kan indien nodig via de functie-toets (blauw) ④ op AC ingesteld worden.
- Breng de veiligheidsmeetleidingen in contact met het meetpunt, lees de meetwaarde af van de digitale weergave 1.
Opmerking:
Wanneer de PV bereikinstelling geselecteerd wordt zonder connectering van de BENNING TA PV-meetadapter of een foute bereikinstelling wordt gekozen bij connectering van de BENNING TA PV-meetadapter, zal een geluidssignaal weer-klinken en op de display ① het symbool 'Prob' verschijnen.
Een akoestisch signaal wordt afgegeven als de verkeerde koppelingstype (bijv. AC in plaats van DC) is geselecteerd in het PV-meetbereik en een DC-spanning groter dan 30 V wordt gecontacteerd via de BENNING TA PV-meetadapter. De verkeerd ingestelde koppelingstype wordt in dit geval aangegeven met een knipperend symbool "DC" en "⚡".
Hetzelfde geldt voor een AC-toepassing met een onjuist ingesteld DC-koppelingstype. Er klinkt een akoestisch signaal en een knipperend "AC" -symbool en "⚡" worden weergegeven op het digitale display.
zie fig. 4a: PV-spanningsmeting met meetadapter BENNING TA PV (BENNING MM 10-PV)
8.3 Stroom-/ frequentiemeting ( ^Hz_A -stand) (BENNING MM 10-PV)
- Kies met de draaiknop ⑨ de gewenste instelling ^Hz_A en via de functie-toests (blauw) ④ om het type koppeling (AC/DC) op de BENNING MM 10-PV te selecteren.
- Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding via de zwarte COM bus ⑪ op de BENNING MM 10-PV.
- Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de rode bus + 12 op de BENNING MM 10-PV.
- Breng de veiligheidsmeetleidingen in contact met het meetpunt, lees de meetwaarde af van de digitale weergave 1.
- Via de functie-toets (blauw) ④ kan omgeschakeld worden op de frequentiemeting (Hz).
zie fig. 5a: meten van gelijk-/ wisselstroom (frequentiemeting)
(BENNING MM 10-PV)
8.3.1 Meten van microampere/ milliampere gelijk-/ wisselstroom ( A stand) (BENNING MM 10-1)
- Kies met de draaiknop ⑨ de gewenste instelling μA≈ en via de functie-toests (blauw)④ om het type koppeling (AC/DC) op de BENNING MM 10-1 te selecteren.
-
Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding via de zwarte COM bus ⑪ op de BENNING MM 10-1.
-
Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de rode bus + 10 op de BENNING MM 10-1.
- Breng de veiligheidsmeetleidingen in contact met het meetpunt, lees de meetwaarde af van de digitale weergave 1.
zie fig. 5b: meten van microampere/ milliampere gelijk-/ wisselstroom (BENNING MM 10-1)
8.4 Weerstandsmeting (stand)
- Kies met de draaiknop ⑨ de gewenste instelling 📄 de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1.
- Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding via de zwarte COM bus ⑪ op de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1.
- Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de rode bus + 12 op de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1.
- Breng de veiligheidsmeetleidingen in contact met het meetpunt, lees de meetwaarde af van de digitale weergave 1.
zie fig. 6: weerstandsmeting/ doorgangstest met zoemer en LED
8.5 Doorgangstest met zoemer en LED (stand)
- Kies met de draaiknop ⑨ de gewenste instelling 📄 de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1.
- Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding via de zwarte COM bus ⑪ op de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1.
- Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de rode bus + 12 op de BENNING MM 10-PV/MM 10-1.
- Druk op de functie-toets (blauw) ④ om de doorgangstest met zoemer/led te activeren.
- Breng de veiligheidsmeetleidingen in contact met de meetpunten. Wanneer de leidingweerstand tussen de COM- bus ⑪ en de bus ⑫ lager ligt dan het bereik 20 kΩ en 200 kΩ, zal de zoemer van de BENNING MM 10-PV/MM 10-1. geactiveerd worden en de rode led⑮ oplichten.
zie fig. 6: weerstandsmeting/ doorgangstest met zoemer en LED
8.6 Capaciteitsmeting (+16t and)

Voor capaciteitsmetingen dienen de condensatoren volledig ontladen te zijn. Er mag nooit spanning gezet worden op de contactbussen voor capaciteitsmeting. Het apparaat kan daardoor beschadigd worden of defect raken. Een beschadigd apparaat kan spanningsgevaar opleveren.
- Kies met de draaiknop ⑨ de gewenste instelling - (e) de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1.
- Stel de polariteit vast van de condensator en ontlaad de condensator
- Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding via de zwarte COM bus ⑪ op de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1.
- Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de rode bus + 12 op de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1.
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren overéénkomstig polariteit aan de ontladen condensator en lees de gemeten waarde af in het display ① van de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1.
zie fig. 7: capaciteitsmeting/ diodetest
8.7 Diodecontrole (+ stand)
- Kies met de draaiknop ⑨ de gewenste instelling - (e) de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1.
- Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding via de zwarte COM bus ⑪ op de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1.
- Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de rode bus + 12 op de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1.
- Druk op de functie-toets (blauw) ④ om de diodetest te activeren.
- Breng de veiligheidsmeetleidingen in contact met het meetpunt, lees de meetwaarde af van de digitale weergave 1.
- Voor een normale, in stroomrichting gemonteerde Si-diode wordt een stroomspanning van 0,400 V tot 0,800 V aangegeven. De aanduiding "000 V" wijst op een kortsluiting in de diode.
- Für eine normale in Flussrichtung angelegte Si-Diode wird die Flussspannung zwischen 0,400 V bis 0,800 V angezeigt. Die Anzeige „000“ deutet auf einen Kurzschluss in der Diode hin, met 'OL' wordt een onderbreking van de diode aangeduid.
- Een geblokkeerde diode wordt met '0L' aangeduid. Wanneer de diode fout is, verschijnt '000' of een andere waarde.
zie fig. 7: capaciteitsmeting/ diodetest
8.8 Temperatuurmeting (stand)
- Kies met de draaiknop ⑨ de gewenste instelling ♂ op de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1.
- Met de functie-toets (blauw) ④ de omschakeling naar °F resp. °C uitvoeren.
- De adapter voor de temperatuursensor (type K) overéénkomstig polariteit inpluggen in de COM-bus 11 en in de bus 12.
- Leg het contactpunt (uiteinde van de sensorkabel) aan de te meten plaats en lees de gemeten waarde af in het display ① van de BENNING MM 10-PV/MM10-1.
zie fig. 8: temperatuurmeting
8.9 Spanningsindicator (Volt sense)

De spanningsindicatorfunctie kan niet gebruikt worden voor het vaststellen van de spanningsvrijheid. Ook zonder akoestische of optische signaalmelding kan een gevaarlijke aanrakingsspanning bestaan. Elektrisch gevaar!
- Kies met de draaiknop ⑨ de gewenste instelling Volt Seipe de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1, de symbol knippert in het display.
- Met de RANGE-toets ⑤ kunt u kiezen tussen Hi (hoge gevoeligheid) en Lo (lage gevoeligheid).
- Voor de spanningsindicatorfunctie zijn geen meetleidingen nodig (contact-loos registreren van een wisselveld). Bovenaan de BENNING MM 10-PV/MM 10-1 bevindt zich de opnamesensor. Wanneer een fasespanning gelokaliseerd wordt, weerklinkt een geluidssignaal en licht er bovenaan het toestel een rode led ^15 op. Er wordt enkel een waarde weergegeven bij een geaard wisselstroomnet!
Praktijktip:
Onderbrekingen (kabelbruggen) in openliggende kabels, bijv. kabelhaspels, lichtslang, etc. zijn van de voedingsbron (fase) tot de onderbrekingsplek te volgen.
Functiebereik: ≥ 230 V
zie fig. 9: spanningsindicator met zoemer en LED
8.9.1 Buitengeleidercontrole/ fase-indicatie (sstand)
- Ontkoppel de zwarte veiligheidsmeetleiding van de COM-bus op de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1.
- Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de bus + 12 op de BENNING MM 10-PV/MM 10-1.
- Kies met de draaiknop ⑨ de gewenste instelling Volt Sepe de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1, de symbol knippert in het display.
- Met de RANGE-toets ⑤ kunt u kiezen tussen Hi (hoge gevoeligheid) en Lo (lage gevoeligheid).
- Breng de rode veiligheidsmeetleiding in contact met het meetpunt (installatiedeel).
- Wanneer een geluidssignaal weerklinkt en een rode led oplicht, zit er op dit meetpunt (installatiedeel) van de fase een geaarde wisselspanning.
9. Onderhoud

De BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt! Gevaarlijke spanning!
Werken aan een onder spanning staande BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 mag uitsluitend gebeuren door elektrotechnische specialisten, die daarbij de nodige voorzorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen.
Maak de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 dan ook spanningsvrij, alvorens het apparaat te openen.
- Ontkoppel eerst de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten object.
- Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1.
- Zet de draaischakelaar ⑨ in de positie "Off".
9.1 Veiligheidsborging van het apparaat
Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van:
- Zichtbare schade aan de behuizing
- Meetfouten
- Afwijking bij de zelftest
- Waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstan-
digheden
- Transportschade
In dergelijke gevallen dient de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 direct te worden uitgeschakeld en niet opnieuw elders te worden gebruikt.
9.2 Reiniging
Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek. (speciale reinigingsdoeken uitgezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het batterijvak en de batterijcontacten niet vervuilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreiniging ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterij en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.
9.3 Het wisselen van de batterij

De BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt! Gevaarlijke spanning!
De BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 wordt gevoed door twee ingebouwde 1,5 V mignon batterijen (AA/ IEC LR6). Een batterijwissel (zie afbeelding 10) is noodzakelijk, wanneer alle segmenten van het batterijsymbool [3] in de digitale weergave ① gedoofd zijn en het batterijsymbool [knippert.
De batterijen worden als volgt gewisseld:
- Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit.
- Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1.
- Zet de draaischakelaar ⑨ in de positie "Off".
- Neem de rubber beschermingshoes 13 af van de BENNING MM 10-PV/MM10-1.
- Leg het apparaat op de voorzijde en draai de twee schroeven, uit het deksel van het batterijvak.
- Verwijder het deksel van de behuizing.
- Neem de lege batterijen uit het vak
- Leg de batterijen in de juiste richting in het batterijvak.
- Klik het deksel weer op de achterwand en draai de schroeven er weer in.
- Plaats de rubber beschermhoes ^13 weer op de BENNING MM 10-PV/MM10-1.
zie fig.10: vervanging van de batterijen

Gooi lege batterijen niet weg met het gewone husvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage voor een schoner milieu.
9.4 Het wisselen van de zekeringen

Voor het openen van de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 moet het apparaat spanningsvrij zijn. Gevaarlijke spanning!
De BENNING MM 10-PV wordt door één ingebouwde snelle smeltzekering (zekering 11 A) en de BENNING MM 10-1 wordt door één ingebouwde snelle smeltzekering (zekering 440 mA) beschermd tegen overbelasting (zie fig. 11).
De zekering wordt als volgt gewisseld:
- Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit.
- Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1.
- Zet de draaischakelaar ⑨ in de positie "Off"
- Neem de rubber beschermingshoes 13 af van de BENNING MM 10-PV/MM10-1.
- Leg het apparaat op de voorzijde en draai de twee schroeven, uit het deksel van het batterijvak.
- Verwijder het deksel van de behuizing en neem de lege batterijen uit het vak
- Plaats de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1 op de voorzijde en draai de vier buitenste schroeven (zwart) uit het onderstuk (behuizingsbodem).

Geen schroeven losdraaien van de printplaat van de BENNING MM 10-PV/ MM 10-1!
- Til de achterwand van het apparaat aan de onderkant omhoog en neem het vervolgens aan de bovenkant af van het voorste deel van de behuizing
- Til de defecte zekering aan één kant uit de zekeringhouder
- Neem de defecte zekering uit de zekeringhouder
- Plaats een nieuwe zekering met dezelfde nominale spanning, smeltsnelheid
en met dezelfde afmetingen
- Positioneer de zekering in het midden van de houder
- Klik de achterplaat weer op de behuizing en draai de vier schroeven er weer in.
- Leg de batterijen in de juiste richting in het batterijvak en klik het deksel weer op de achterwand en draai de schroeven er weer in.
- Plaats de rubber beschermhoes ^13 weer op de BENNING MM 10-PV/MM10-1.
Zie fig. 11: Vervanging van de smeltzekeringen
9.5 IJking
BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gegevens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1ste jaar na de leveringsdatum.
Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren.
Zekering F 11 A, 1000 V, 30 kA, D = 10 mm x L = 38 mm (Art.Nr. 10218772) voor BENNING MM 10-PV
Zekering F 440 mA, 1000 V, 10 kA, D = 10 mm x L = 34,9 mm (Art.Nr. 10016655) voor BENNING MM 10-1
10. Technische gegevens van de veiligheidsmeetkabelset
- Norm: EN 61010-031
- Maximale nominale spanning (bedrijfsspanning) van de BENNING TA PV-meetadapter (art. nr. 10217846) voor test- en meetcircuits die niet recht-streeks zijn verbonden met het lichtnet: 1500 VAC / 2000 VDC
- Maximale meetspanning t.o.v. de aarde ( 12 ) en meetcategorie voor test- en meetcircuits die rechtstreeks zijn verbonden met het lichtnet:
Veiligheidsmeetsnoer (art. nr. 044145) Met opsteekdop: 1000 V CAT III, 600 V CAT IV Zonder opsteekdop: 1000 V CAT II Meetbereik max.: 10 A
Meetadapter BENNING TA PV (art. nr. 10217846) Met opsteekdop: 1000 V CAT III, 600 V CAT IV Zonder opsteekdop: 1000 VAC CAT II/ 1500 VDC CAT II
- Lengte: 1,4 m
- Beschermingsklasse II (☐), doorgaans dubbel geïsoleerd of versterkte isolatie
- Vervuilingsgraad: 2
- Omgevingsvoorwaarden: metingen mogelijk tot H = 2000 m temperatuur: 0 °C tot + 50 °C, vochtigheidsgraad 50 % tot 80 %
- Gebruik de veiligheidsmeetkabelset alleen indien ze in een goede staat is en volgens deze handleiding, anders kan de bescherming verminderd zijn.
- Verwijder de meetleiding wanneer de isolatie beschadigd is of bij onderbreking van de leiding/stekker.
- Raak tijdens de meting de blanke contactpennen niet aan. Neem het toestel enkel vast achter de greepbegrenzing!
- Steek de haakse aansluitingen in het te gebruiken BENNING meetapparaat.
11. Milieu

Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levensduur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daarvoor bestemde adressen.