BASETECH BT11 - Multimeter

BT11 - Multimeter BASETECH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis BT11 BASETECH in PDF-formaat.

📄 12 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BASETECH BT11 - page 10
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL

Gebruikersvragen over BT11 BASETECH

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BT11 - BASETECH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BT11 van het merk BASETECH.

GEBRUIKSAANWIJZING BT11 BASETECH

  • Multimeter met vast verbonden meetleidingen
  • 2 batterijen LR44 (of soortgelijk)
  • Gebruiksaanwijzing Actuele handleiding U kunt de actuele handleiding downloaden via de link www.conrad.com/downloads of scan de QR-code. Volg de instructies op de website. Uitleg van symbolen Het symbool met een bliksemschicht in een driehoek wordt gebruikt wanneer er gevaar bestaat voor uw gezondheid, zoals bijv. door een elektrische schok. Het symbool met een uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing die moeten worden nageleefd. Het “pijl”-symbool ziet u, wanneer u bijzondere tips en aanwijzingen voor de bediening zult verkrijgen. Dit apparaat is CE-goedgekeurd en voldoet aan de betreffende Europese richtlijnen. Beschermingsniveau 2 (dubbele of versterkte isolatie) Overspanningscategorie III voor metingen in de gebouwinstallatie (bijv. stopcontacten of onderverdelingen). Deze categorie omvat ook alle kleinere categorieën (bijv. CAT II voor het meten aan elektrische apparaten). Aardpotentiaal Veiligheidsinstructies Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en let vooral op de veiligheidsinstructies. Indien de veiligheidsinstructies en de aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaanwijzing niet worden opgevolgd, kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld voor de daardoor ontstane schade aan apparatuur of persoonlijk letsel. Bovendien vervalt in dergelijke gevallen de garantie. a) Algemeen
  • Het product is geen speelgoed. Houd het buiten bereik van kinderen en huisdieren.
  • Laat verpakkingsmateriaal niet zomaar rondslingeren. Dit kan gevaarlijk materiaal worden voor spelende kinderen.
  • Bescherm het product tegen extreme temperaturen, direct zonlicht, sterke schokken, hoge luchtvochtigheid, vocht, ontvlambare gassen, dampen en oplosmiddelen.
  • Zet het product niet onder mechanische druk.
  • Wanneer het niet langer mogelijk is om het apparaat veilig te bedienen, stel het dan buiten bedrijf en zorg ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken. Veilige bediening kan niet langer worden gegarandeerd wanneer het product: - zichtbaar is beschadigd, - niet langer op juiste wijze werkt, - gedurende een lange periode is opgeslagen onder slechte omstandigheden, of - onderhevig is geweest aan ernstige vervoergerelateerde druk.
  • Behandel het apparaat met zorg. Door schokken, botsingen of zelfs een val van een beperkte hoogte kan het product beschadigen.
  • Houd in commerciële instellingen de hand aan de ongevallenpreventievoorschriften van de Vereniging voor Commerciële Beroepsverenigingen voor elektrische installaties en materieel.
  • In scholen, opleidingscentra, hobbyruimten en werkplaatsen moet door geschoold personeel voldoende toezicht worden gehouden op de bediening van meetapparaten.
  • Zorg bij elke spanningsmeting dat het meetapparaat zich niet binnen het stroommeetbereik bevindt. De spanning tussen meetapparaat en aardpotentiaal mag niet hoger zijn dan 250 V DC/AC in CAT III.
  • Vóór elke wisseling van het meetbereik moeten de meetstiften van het meetobject worden verwijderd.
  • Wees vooral voorzichtig bij de omgang met spanningen >25 V wissel- (AC) resp. >35 V gelijkspanning (DC)! Reeds bij deze spanningen kunt u door het aanraken van elektrische geleiders een levensgevaarlijke elektrische schok krijgen.
  • Kijk het meetinstrument en de meetsnoeren vóór elke meting op beschadigingen na. U mag in geen geval metingen doen als de beschermende isolatie ontbreekt, beschadigd of gescheurd is.
  • Om elektrische schokken te voorkomen, moet u erop letten dat u de aansluitingen/ meetpunten niet (ook niet indirect) tijdens de meting aanraakt. Boven de voelbare handgreepmarkeringen op de meetstiften mag tijdens het meten niet worden vastgehouden. Gebruik de multimeter nooit kort voor, tijdens, of kort na een onweersbui (blikseminslag/energierijke overspanningen). Zorg dat uw handen, schoenen, kleding, de vloer, schakeling en onderdelen van de schakeling enz. absoluut droog zijn. Gebruiksaanwijzing Digital Multimeter BT-11 Bestelnr. 1599499 Bedoeld gebruik
  • Meting en weergave van de elektrische grootheden binnen het bereik van de overspanningscategorie III (tot max. 250 V t.o.v. aardpotentiaal, volgens EN 61010-1) of lager
  • Meting van gelijk- en wisselspanning tot max. 250 V
  • Meting van gelijkstroom tot max. 200 mA
  • Meting van weerstanden tot 2000 kOhm
  • Batterijtest voor 9 en 1,5 V-batterijen onder lastconditie
  • Rechthoek-signaalgenerator Het gebruik is alleen toegestaan met het aangegeven batterijtype (2 x LR44 of soortgelijk). Het meetapparaat mag in geopende toestand, met open batterijvak of met geopend zekeringenvak niet worden gebruikt. Metingen in vochtige ruimten of onder ongunstige omstandigheden zijn niet toegestaan. Ongunstige omgevingscondities zijn:
  • nattigheid of hoge luchtvochtigheid,
  • Stof en brandbare gassen, dampen of oplossingsmiddelen,
  • Onweer resp. onweercondities zoals sterke elektrostatische velden enz.! De meetwaarden worden op de multimeter (hierna DMM genoemd) digitaal weergegeven. De weergave van meetwaarden van de DMM omvat 2000 counts (count = kleinst mogelijke displayeenheid). De afzonderlijke meetbereiken worden gekozen via een draaischakelaar. Het meetcircuit wordt met een zwakstroomzekering beveiligd tegen overbelasting. De zekering bevindt zich in de rode meetpunt. De meetleidingen zijn om veiligheidsredenen vast met het meetapparaat verbonden en kunnen niet worden vervangen. Het meetapparaat is bestemd voor hobbygebruik maar ook voor professionele toepassingen. Om veiligheids- en goedkeuringsredenen mag het product niet omgebouwd of verandert worden. Indien het product voor andere doeleinden wordt gebruikt dan hiervoor beschreven, kan het product worden beschadigd. Bovendien kan bij verkeerd gebruik een gevaarlijke situatie ontstaan met als gevolg bijvoorbeeld kortsluiting, brand, elektrische schok enzovoort. Lees de gebruiksaanwijzing volledig door en bewaar ze goed. Het product mag alleen samen met de gebruiksaanwijzing aan derden ter beschikking worden gesteld. Het product voldoet aan de nationale en Europese wettelijke voorschriften. Alle vermelde bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de respectievelijke eigenaren. Alle rechten voorbehouden. Verklaring van de symbolen en eenheden op de multimeter V Wisselspanning V Gelijkspanning V Volt (eenheid van el. spanning) mV Millivolt (macht -3) mA Milli-ampère (eenheid van el. stroom, macht -3) µA Micro-ampère (macht -6) Ω ohm (unité de la résistance électrique) kΩ kiloohm (exp.3) test de diodes test de piles rechthoek-signaalgenerator CAT III catégorie de surtension 3• Vermijd een gebruik van het apparaat in de onmiddellijke buurt van: - sterke magnetische of elektromagnetische velden - zendantennes of HF-generatoren Daardoor kan de meetwaarde worden vervalst.
  • Schakel het meetapparaat nooit onmiddellijk in, nadat het van een koude naar een warme ruimte is gebracht. Door het condenswater dat wordt gevormd, kan het apparaat onder bepaalde omstandigheden beschadigd raken. Laat het apparaat eerst op kamertemperatuur komen zonder het in te schakelen.
  • Raadpleeg een expert wanneer u twijfelt over het juiste gebruik, de veiligheid of het aansluiten van het apparaat.
  • Onderhoud, aanpassingen en reparaties mogen alleen uitgevoerd worden door een expert of in een daartoe bevoegde winkel.
  • Als u nog vragen heeft die niet in deze gebruiksaanwijzingen beantwoord worden, neem dan contact op met onze technische klantendienst of ander technisch personeel. b) Batterijen/accu’s
  • Let op de juiste polariteit bij het plaatsen van de batterijen / accu’s.
  • De batterijen / accu’s dienen uit het apparaat te worden verwijderd wanneer het gedurende langere tijd niet wordt gebruikt om beschadiging door lekkage te voorkomen. Lekkende of beschadigde batterijen / accu’s kunnen brandend zuur bij contact met de huid opleveren. Gebruik daarom veiligheidshandschoenen om beschadigde batterijen / accu’s aan te pakken.
  • Batterijen / accu’s moeten uit de buurt van kinderen worden gehouden. Laat batterijen / accu’s niet rondslingeren omdat het gevaar bestaat dat kinderen en/ of huisdieren ze inslikken.
  • Alle batterijen / accu’s dienen op hetzelfde moment te worden vervangen. Het door elkaar gebruiken van oude en nieuwe batterijen / accu’s in het apparaat kan leiden tot batterijlekkage en beschadiging van het apparaat.
  • Batterijen / accu’s mogen niet worden ontmanteld, kortgesloten of verbrand. Probeer nooit gewone batterijen te herladen. Er bestaat dan explosiegevaar! Ingebruikname De batterijen zijn bij levering al in de DMM geplaatst. Draaischakelaar De afzonderlijke meetfuncties kunnen via de draaischakelaar worden ingesteld. Het meetapparaat is in de stand “OFF” uitgeschakeld. Schakel het meetapparaat altijd uit als u het niet gebruikt. Meetfuncties Zorg ervoor, dat de max. toegelaten ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak schakelingen en schakeldelen niet aan als daarop een hogere spanning dan 25 V ACrms of 35 V DC kan staan! Levensgevaar! Controleer vóór aanvang van de meting de aangesloten meetleidingen op beschadigingen, zoals sneden, scheuren of afknellingen. Defecte meetleidingen mogen niet meer worden gebruikt! Levensgevaar! a) Spanningsmeting “V” Voor het meten van gelijkstromen (DC) gaat u als volgt te werk (V ):
  • Schakel de DMM met de draaischakelaar in en kies het voor uw spanning passende meetbereik “V ”
  • Sluit nu de beide meetstiften aan op het meetobject (batterij, schakeling, enz.). Het rode meetpunt komt overeen met de pluspool, het zwarte meetpunt met de minpool.
  • De betreffende polariteit van de meetwaarde wordt samen met de actuele meetwaarde in het display weergegeven. Is er bij gelijkspanning voor de meetwaarde een “-” (min)-teken te zien, dan is de gemeten spanning negatief (of demeetleidingen zijn verwisseld).
  • Schakel het meetapparaat na beëindiging van de meting uit. Draai de draaischakelaar in de positie “OFF”. Voor het meten van wisselspanningen (V ) gaat u als volgt te werk:
  • Schakel de DMM met de draaischakelaar in en kies het voor uw spanning passende meetbereik “V ”.
  • Sluit nu de beide meetstiften aan op het meetobject (generator, schakeling, enz.).
  • De meetwaarde wordt in het display weergegeven. Het spanningsbereik “V DC/AC” bezit een ingangsweerstand van >1 MOhm.
  • Schakel het meetapparaat na beëindiging van de meting uit. Draai de draaischakelaar in de positie “OFF”. b) Weerstandsmeting Controleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals andere meetobjecten absoluut spanningsloos zijn. Voor de weerstandsmeting gaat u als volgt te werk:
  • Schakel de DMM met de draaischakelaar in en kies het voor uw doel passende meetbereik “Ω”.
  • Controleer de meetleidingen op doorgang door beide meetstiften met elkaar te verbinden. Nu moet zich een weerstandswaarde van ca. 3 ohm instellen.
  • Sluit nu de beide meetstiften aan op het meetobject. De meetwaarde wordt in het display weergegeven, mits het meetobject niet hoogohmig of onderbroken is.
  • Zodra “1” (= overloop) in het display verschijnt, heeft u het meetbereik overschreden of is het meetcircuit onderbroken. Schakel naar het eerstvolgende hogere meetbereik om.
  • Schakel het meetapparaat na beëindiging van de meting uit. Draai de draaischakelaar in de positie “OFF”. Wanneer u een weerstandsmeting uitvoert, moet u erop letten dat de meetpunten waarmee de meetstiften in contact komen, vrij zijn van vuil, olie, soldeerhars en dergelijke. Dergelijke omstandigheden kunnen het meetresultaat vervalsen. c) Test de diodes Controleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals andere meetobjecten absoluut spanningsloos zijn. Kies het meetbereik
  • Controleer de meetleidingen op doorgang door beide meetstiften met elkaar te verbinden. Nu moet zich een waarde van ca. 003 instellen.
  • Sluit nu de beide meetstiften aanop het meet-object (diode).
  • In het display wordt de doorlaatspanning in millivolt (mV) weergegeven. Gebruikelijke spanningswaarden: silicium-diode ca. 700 mV, germanium-diode ca. 250 mV. Als “1” verschijnt, wordt de diode in sperrichting gemeten of is de diode defect (onderbreking).
  • Schakel het meetapparaat na beëindiging van de meting uit. Draai de draaischakelaar in de positie “OFF”. d) Test de piles Met de beide meetbereiken kunnen alle batterijen en accu’s met een nominale spanning van 9 V of 1,5 resp. 1,2 V worden gecontroleerd. De cellen worden bij de test minimaal belast, wat overeenkomt met een daadwerkelijk gebruik. Kies het overeenkomstige meetbereik . Bij 1,2 V accu’s a.u.b. het 1,5 V-bereik gebruiken.
  • Verbind de rode meetpunt met de pluspool en de zwarte meetpunt met de minpool.
  • De klemmenspanning van de batterij/accu wordt in het display weergegeven. Bij nieuwe batterijen resp. volle accu’s is de klemspanning minimaal hoger dan de aangegeven nominale spanning.
  • Schakel het meetapparaat na beëindiging van de meting uit. Draai de draaischakelaar in de positie “OFF”. e) Rechthoek-signaalgenerator De DMM werkt in dit bereik als rechthoekgenerator voor controle van audioschakelingen e.d. In dit meetbereik ligt op de meetpunten een signaal met 60±10 Hertz en een amplitude van 3 Vpp. Sluit de meetleidingen in dit meetbereik niet kort. Kies het meetbereik .
  • Verbind de beide meetpunten met het meetobject (rood = signaal, zwart = referentiemassa).
  • Schakel het meetapparaat na beëindiging van de meting uit. Draai de draaischakelaar in de positie “OFF”. f) Gelijkstroommeting A Stroommetingen zijn in drie bereiken van 0 tot 200 mA mogelijk. Alle stroommeetbereiken zijn gezekerd en dus beveiligd tegen overbelasting. Voor het meten van gelijkstromen (DC) gaat u als volgt te werk:
  • Wanneer u stromen tot max. 2000 μA meten wilt, zet dan de draaischakelaar in de positie “2000 μA” resp. het passende meetbereik.
  • Sluit nu de beide meetstiften in serie aan op het meetobject (batterij, schakeling, enz.); de betreffende polariteit wordt samen met de actuele meetwaarde in het display weergegeven.Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com). Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverlming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie komt bij het afdrukken overeen met de technische normen op het afdrukken. Copyright 2017 by Conrad Electronic SE. 1599499_V2_1117_02_jc_m_nl Meet in het μA/mA-bereik in geen geval stroom groter dan 200 mA, aangezien dan de zekering wordt geactiveerd. De spanning in het meetcircuit mag 250 V niet overschrijden. In het stroommeetbereik zijn de beide meetpunten laagohmig verbonden. Al bij aanraking van een metalen punt bestaat het gevaar van een levensgevaarlijke elektrische schok. IIs geen meting meer mogelijk (geen verandering van meetwaarden enz.) dan werd waarschijnlijk de interne zekering geactiveerd. Het vervangen van zekeringen wordt in het volgende hoofdstuk beschreven.
  • Schakel het meetapparaat na beëindiging van de meting uit. Draai de draaischakelaar in de positie “OFF”. Onderhoud en reiniging Bij het openen van deksels en/of het verwijderen van onderdelen van het apparaat kunnen spanningvoerende delen vrij komen te liggen. De aangesloten kabels van alle meetobjecten moeten voor reiniging of reparatie worden losgekoppeld.
  • Haal de stekker van het product voor het reinigen altijd uit het stopcontact.
  • U mag voor de reiniging geen schurende of chemische reinigingsproducten gebruiken, benzine, alcohol e.d. gebruiken. Hierdoor wordt het oppervlak van het meetapparaat aangetast. De dampen van dergelijke middelen zijn bovendien explosief en schadelijk voor de gezondheid. U mag voor de reiniging ook geen scherpe werktuigen zoals schroevendraaiers of staalborstels e.d. gebruiken.
  • Voor het reinigen van het apparaat, resp. het display en de meetleidingen kunt u een schone, pluisvrije, antistatische en droge doek gebruiken.
  • Dompel het product niet onder in water. Vervangen van zekeringen Indien geen meetwaarden meer op het display worden weergegeven, is de zekering waarschijnlijk defect. De zekering is heel gebruikersvriendelijk in de rode meetpunt geïntegreerd. Voor het vervangen gaat u als volgt te werk:
  • Schakel het meetapparaat uit en verwijder de beide meetpunten van het meetobject.
  • Schroef het voorste uiteinde van de rode meetpunt van de handgreep.
  • Vervang de defecte zekering door een nieuwe zwakstroomzekering van hetzelfde type en nominale stroomsterkte (zwakstroomzekering 0,5A/250 V snel).
  • Schroef de rode meetpunt weer zorgvuldig in elkaar. Batterijen plaatsen/wisselen Het meetapparaat werkt op twee knoopcellen van het type LR44. Het vervangen van de batterijen is noodzakelijk wanneer het display zwakker wordt. Doe het volgende om de batterij te plaatsen of te vervangen:
  • Verbreek het stroomcircuit van het meetapparaat en schakel het apparaat uit.
  • Draai de schroef aan de achterkant van de behuizing los en open de behuizing
  • Plaats nieuwe batterijen volgens de juiste poolrichting in het vak. Let hierbij op de polariteitaanduiding in het vak.
  • Sluit de behuizing weer zorgvuldig. Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand. LEVENSGEVAARLIJK! Laat geen lege batterijen in het meetapparaat aangezien zelfs batterijen die tegen lekken zijn beveiligd, kunnen corroderen, waardoor chemicaliën vrij kunnen komen die schadelijk zijn voor uw gezondheid of schade veroorzaken aan het apparaat. Une pile de remplacement appropriée est disponible sous le numéro de commande suivant: 652044 (commander x 1 un kit de 2). Fouten opsporen en storingen verhelpen U heeft met de DMM een product aangeschaft dat volgens de nieuwste stand der techniek is ontwikkeld en veilig is in het gebruik. Toch kunnen zich problemen of storingen voordoen. Hieronder vindt u enkele maatregelen om eventuele storingen eenvoudig zelf te verhelpen: Fout Mogelijke oorzaak De multimeter functioneert niet. Zijn de batterijen verbruikt? Controleer de toestand. Geen meetwaarde- verandering. Is een foutieve meetfunctie actief (AC/DC)? De interne overbelastingszekering is defect.

Verwijdering a) Product Elektronische apparaten zijn recycleerbare stoffen en horen niet bij het huisvuil. Als het product niet meer werkt, moet u het volgens de geldende wettelijke bepalingen voor afvalverwerking inleveren. Verwijder de geplaatste batterijen/accu’s en gooi deze afzonderlijk van het product weg. b) Batterijen/accu’s Als eindverbruiker bent u conform de KCA-voorschriften wettelijk verplicht om alle lege batterijen/accu’s in te leveren; batterijen/accu’s mogen niet met het huisvuil meegegeven worden. Batterijen/accu´s die schadelijke stoffen bevatten, zijn gemarkeerd met nevenstaand symbool. Deze mogen niet via het huisvuil worden afgevoerd. De aanduidingen voor irriterend werkende, zware metalen zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood (de aanduiding staat op de batterijen/accu’s, bijv. onder de links afgebeelde vuilnisbaksymbool). U kunt verbruikte batterijen/accu’s gratis bij de verzamelpunten van uw gemeente, onze lialen of overal waar batterijen/accu’s worden verkocht afgeven. Zo vervult u uw wettelijke verplichtingen en draagt u bij tot de bescherming van het milieu. Technische gegevens Display ............................................... 2000 counts Meetinterval .......................................2,5 metingen per seconde Ingangsweerstand .............................>1 MΩ Bedrijfsspanning ................................3 V/DC (2x LR 44 of soortgelijk) Omgevingsvoorwaarden .................... Bedrijf: 0 tot +40 °C, max. 80 % rV (niet condenserend) Afmetingen (B x H x D) ...................... 52 x 27 x 103 (mm) Gewicht ..............................................ca. 80 g a) Meettoleranties Weergave van de nauwkeurigheid in ± (% van de aezing + weergavefouten in counts (= aantal kleinste posities)). De nauwkeurigheid geldt 1 jaar lang bij een temperatuur van +23 °C ±5 °C, bij een rel. luchtvochtigheid van minder dan 75 %, niet condenserend. De opwarmtijd bedraagt ca. 1 minuut. NauwkeurigheidMeetbereikBedrijfsmodus ±(1.5% + 2 counts)200 mV Gelijkspanning ±(2.5% + 2 counts)2000 mV - 250 V ±(2.5% + 9 counts)200 à 250 VWisselspanning 50 Hz ±(2.5% + 9 counts)2000 μA - 200 mAGelijkstroom ±(2.5% + 5 Counts + 3 Ohm)200 ohms à 2000 kohmsWeerstand Test de diodes ...................................Testspanning: 1,3 V / teststroom: 0,9 mA Test de piles .......................................50 mA laststroom in het bereik 1,5 V 5 mA laststroom in het bereik 9 V b) Maximale ingangsgrootheden/overbelastingsbeveiliging Spanningsmeting ............................... 250 VDC resp. VACrms (rms = effectief) Stroommeting ....................................max. 200 mA DC, max. 250 V DC Bescherming tegen overbelasting ..... Fijnzekering 5 x 20 mm (F500mA/250V) ........................................................... Flink 500 mA, 250 V. Alleen door een vakman te vervangen. Zorg ervoor, dat de max. toegelaten ingangswaarden in geen geval worden overschreden. U mag geen schakelingen of schakeldelen aanraken, als daarin hogere spanningen dan 25 V ACrms of 35 V / DC aanwezig kunnen zijn! Levensgevaar! Controleer regelmatig de technische veiligheid van het apparaat en de meetleidingen b.v. op beschadiging van de behuizing of afknelling enz. Zijn beschadigingen aanwezig, dan mag het meetapparaat niet meer worden gebruikt. De meetbereiken diode- en batterijtest, rechthoek-signaalgenerator evenals weerstandsmeting zijn niet tegen te hoge ingangsspanningen of overbelasting beschermd. Een overschrijding van de max. toelaatbare ingangsgrootheden resp. een overbelasting, kan tot beschadiging van het meetapparaat resp. een levensbedreigende situatie voor de gebruiker leiden.

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BASETECH

Model : BT11

Categorie : Multimeter