BT-305 - Voeding BASETECH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BT-305 BASETECH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over BT-305 BASETECH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Voeding in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BT-305 - BASETECH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BT-305 van het merk BASETECH.
GEBRUIKSAANWIJZING BT-305 BASETECH
NL Gebruiksaanwijzing Pagina 41-53
Seite
- Inleiding 42
- Beoogd gebruik 42
- Leveringspakket 43
- Productbeschrijving 43
- Verklaring van de symbolen 44
- Veiligheidsvoorschriften 45
- Aansluitcontacten en bedieningselementen 47
- Ingebruikname en bediening 49
a) Aansluiting en ingebruikname 49
b) Instellen van de uitgangsspanning 49
c) Instellen van de stroombegrenzing 50
d) Aansluiten van verbruikers 50 - Reiniging en onderhoud 51
a) Algemeen onderhoud 51
b) Zekering vervangen....51 - Functiestoringen 52
- Verwijdering 52
- Technische gegevens ....53
1. Inleiding
Geachte klant,
Hartelijk dank voor de aanschaf van dit product.
Dit product voldoet aan de wettelijke nationale en Europese voorschriften. Volg de instructies van de gebruiksaanwijzing op om deze status van het apparaat te handhaven en een ongevaarlijke werking te garanderen!

Lees voor de ingebruikname van dit product de volledige gebruiksaanwijzing door en neem alle bedienings- en veiligheidsvoorschriften in acht!
Alle vermelde bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de respectievelijke eigenaren. Alle rechten voorbehouden.
Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk.
Voor meer informatie kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be.
2. Beoogd gebruik
Het laboratorium-netapparaat dient als potentiaalvrije spanningsbron voor het aandrijven van laagspanningsapparaten. Het is ontwikkeld voor universeel gebruik in onderzoek, ontwikkeling, productie, service en opleiding. De aansluiting van de verbruikers gebeurt via de veiligheidsbussen aan de voorzijde van het apparaat.
Het stroomverbruik van een aangesloten verbruiker mag de in de technische gegevens aangegeven maximale ampèrehoeveelheid niet overschrijden.

Volg alle veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing op. Deze bevat belangrijke informatie voor het gebruik van het product.
Voor de ingebruikname van het product moet de volledige gebruiksaanwijzing aandachtig worden doorgelezen. Die bevat belangrijke informatie over de storingsvrije bediening van het apparaat. Bewaar hem a.u.b. voor toekomstig gebruik.
3. Leveringspakket
• Laboratorium-netapparaat
- Netaansluitkabel
- Gebruiksaanwijzing
4. Beschrijving van het product
Het laboratorium-netapparaat dient voor de laagspanning-stroomvoorziening van kleine verbruikers. Voor een eenvoudige bediening zijn de bedieningselementen en indicatoren overzichtelijk aangebracht. De waarden voor stroom en spanning kunnen op het contrastrijke LCD-display goed worden gelezen. Het instellen van de stroom- en spanningswaarden gebeurt via de draairegelaar aan de voorzijde van het apparaat.
Door de geïntegreerde stroombegrenzing is het laboratorium-netapparaat beveiligd tegen overbelasting en kortsluiting en het voldoet aan veiligheidsklasse I. Het mag alleen worden aangesloten via geaarde contactdozen met een wisselstroomspanning van 230 V/50 Hz. Gebruik onder slechte omgevingsomstandigheden is niet toegestaan. Slechte omgevingsomstandigheden zijn:
- Nattigheid of een te hoge luchtvochtigheid
- Stof en brandbare gassen, dampen of oplossingsmiddelen
- Onweer resp. bliksemomstandigheden (sterke elektrostatische velden moeten principieel worden vermeden)
Een ander gebruik dan hiervoor beschreven is niet toegestaan en kan het laboratorium-netapparaat het aansluit-snoer beschadigen, wat risico's zoals kortsluiting, brand en elektrische schokken met zich meebrengt. Het complete product mag niet worden gewijzigd of omgebouwd.
5. Verklaring van symbolen

Een bliksemschicht in een driehoek waarschuwt voor een elektrische schok of een veiligheidsbeperking van elektrische onderdelen in het apparaat.

Het symbool met het uitroepteken duidt op belangrijke instructies in deze gebruiksaanwijzing, die absoluut moeten worden opgevolgd.

Het "pijl"-symbool wijst op speciale tips en aanwijzingen voor de bediening van het product.

Het product is uitsluitend geschikt voor het gebruik in droge binnenruimtes. Het mag niet vochtig of nat worden.

Dit apparaat is CE-goedgekeurd en voldoet aan de betreffende Europese richtlijnen.

Aardpotentiaal

Aardklem; deze schroef mag niet worden losgedraaid.
6. Veiligheidsvoorschriften

Bij beschadigingen veroorzaakt door het niet opvolgen van deze gebruiksaanwijzing vervalt de garantie. Voor gevolgschade die hieruit ontstaat, zijn wij niet aansprakelijk!
Voor materiële schade of persoonlijk letsel, veroorzaakt door ondeskundig gebruik of het niet opvolgen van de veiligheidsaanwijzingen, aanvaarden wij geen aansprakelijkheid! In dergelijke gevallen vervalt de waarborg/garantie.
Geachte klant,
Deze veiligheidsvoorschriften hebben niet alleen de bescherming van het product, maar ook van uw gezondheid en die van andere personen tot doel. Lees daarom dit hoofdstuk zeer aandachtig door voordat u het product gebruikt!
Het laboratorium-netapparaat heeft de fabriek in veiligheidstechnisch perfecte staat verlaten.
Volg de instructies en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing op om deze status van het apparaat te handhaven en een veilige werking te garanderen.
- Om veiligheids- en vergunningsredenen (CE) is het eigenmachtig ombouwen en/of veranderen van het apparaat niet toegestaan.
- Het laboratorium-netapparaat voldoet aan veiligheidsklasse I en is alleen geschikt voor aansluiting via een geaarde contactdoos (230 V/50 Hz). Let op dat de aardverbinding niet defect/onderbroken is, aangezien er anders bij een defect levensgevaar bestaat.
- Het product is geen speelgoed en moet buiten bereik van kinderen blijven.
Kinderen kunnen niet inschatten welke gevaren aan het gebruik van elektrische apparatuur zijn verbonden. Kinderen kunnen ook instellingen wijzigen of voorwerpen in de ventilatieopeningen van het netapparaat steken. Er bestaat levensgevaar door elektrische schok! Bedien het product daarom altijd buiten bereik van kinderen. - Het laboratorium-netapparaat mag uitsluitend in gesloten, droge ruimtes binnenshuis worden opgesteld en gebruikt. Het mag niet vochtig of nat worden. Het netapparaat mag ook niet worden blootgesteld aan extreme temperaturen, direct zonlicht, trillingen of sterke mechanische belastingen.
- Gebruik het laboratorium-netapparaat uitsluitend in een gematigd klimaat; nooit in een tropisch klimaat. Neem hierbij ook de omgevingsvoorwaarden in het hoofdstuk "Technische gegevens" in acht.
- Kies een stabiel, vlak, schoon en voldoende groot oppervlak om het laboratorium-netapparaat te plaatsen.
- Gebruik het laboratorium-netapparaat niet in de onmiddellijke omgeving van open vuur en zet geen containers met vloeistoffen op of naast het laboratorium-netapparaat.
- Wanneer het laboratorium-netapparaat vanuit een koude in een warme ruimte wordt gebracht, kan condenswater ontstaan. Hierdoor ontstaat risico van een levensgevaarlijke elektrische schok. Laat daarom het laboratorium-netapparaat eerst op kamertemperatuur komen vooraleer u het met de netspanning verbindt en inschakelt of gebruikt.
-
Let er voor de ingebruikname en tijdens het gebruik van het laboratorium-netapparaat op dat uw handen, schoenen, kleding, de vloer en het apparaat zelf droog zijn.
-
Trek bij onweer de netstekker van het laboratorium-netapparaat uit de contactdoos om schade door overspanning te vermijden.
- Let op dat de isolatie van het laboratorium-netapparaat, de veiligheidsbussen, de aangesloten kabels en het netsnoer niet worden beschadigd of vernield. Voorkom het gebruik van niet-geïsoleerde leidingen.
- Gebruik aansluitkabels met voldoende capaciteit en met een intacte isolatie.
- Draag bij het bedienen van het apparaat geen geleidende metalen voorwerpen of juwelen, zoals halskettingen, armbanden, ringen, etc.
- Laat het laboratorium-netapparaat nooit onbewaakt tijdens het gebruik.
- Bescherm de aangesloten verbruikers tegen bedrijfsstoringen en het toevoeren van overspanningen.
- Bij serieschakeling van meerdere netapparaten kan een spanning ontstaan die gevaarlijk is en zelfs levensgevaarlijk kan zijn, wanneer u deze aanraakt. Houdt u dit verband aan de laagspanningsrichtlijn.
- Het gebruik van het laboratorium-netapparaat produceert warmte. Steek nooit voorwerpen tussen de koelribben van het apparaat of hinder de ventilatie nooit, op welke manier dan ook. Het netapparaat wordt hoofdzakelijk door convectie gekoeld. Dek het laboratorium-netapparaat daarom nooit af.
- Wanneer kan worden aangenomen dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is, mag het laboratorium-netapparaat niet meer worden gebruikt en moet het worden beveiligd tegen onbedoeld gebruik. Haal de stekker uit het stopcontact. U mag ervan uitgaan dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is indien:
- het laboratorium-netapparaat zichtbaar is beschadigd,
- het laboratorium-netapparaat niet meer functioneert,
- het laboratorium-netapparaat onder ongunstige omstandigheden is opgeslagen geweest of
- wanneer er zware transportbelasting is opgetreden.
- Gebruik het laboratorium-netapparaat niet als oplaadapparaat.
- Het laboratorium-netapparaat is niet voor toepassing op mensen en dieren toegestaan.
- Onderhouds, aanpassings- en reparatiewerkzaamheden mogen alleen door een vakman resp. in een vakwerkplaats worden uitgevoerd.
- Bij het openen van deksels of het verwijderen van delen, ook wanneer dit met de hand mogelijk is, kunnen spanningvoerende delen wordt blootgelegd. Er bestaat levensgevaar door elektrische schok!
- Voordat het laboratorium-netapparaat wordt geopend, moet het van alle spanningsbronnen zijn losgekoppeld. Haal de stekker uit het stopcontact.
- Condensatoren in het laboratorium-netapparaat kunnen nog geladen zijn, zelfs wanneer het laboratorium-netapparaat van alle spanningsbronnen werd losgekoppeld.
- Er mogen alleen zekeringen van het aangeduide type en met de aangegeven nominale stroomsterkte worden gebruikt. Het gebruik van gerepareerde zekeringen is niet toegestaan; er bestaat brandgevaar!
- In industriële omgevingen dienen de Arbo-voorschriften ter voorkoming van ongevallen met betrekking tot elektrische installaties en bedrijfsmiddelen in acht te worden genomen.
- In scholen, opleidingscentra, hobbyruimten en werkplaatsen moet door geschoold personeel voldoende toezicht worden gehouden op het werken met het laboratorium-netapparaat.

Neem ook de veiligheidsvoorschriften in acht, zoals die beschreven zijn in de afzonderlijke hoofdstukken resp. in de gebruiksaanwijzingen van de aangesloten apparaten.
Bij vragen met betrekking tot het correcte gebruik of met betrekking tot problemen waar u in de gebruiksaanwijzing geen oplossing voor kunt vinden, contact opnemen met ons of met een andere vakman.
Raadpleeg hiervoor de contactinformatie in hoofdstuk 1.
7. Aansluitcontacten en bedieningselementen

De afbeelding vindt u op de volgende pagina.
(1) LED-aanduiding "A" voor uitgangsstroom
(2) LED-aanduiding "V" voor de uitgangsspanning
(3) LED-aanduiding voor de actief geschakelde uitgangsbussen
(4) Druktoets voor het activeren/deactiveren van de uitgangsbussen
(5) Draairegelaar "VOLTAGE" voor grove spanningsinstelling
(6) Draairegelaar "FINE" voor nauwkeurige spanningsinstelling
(7) Plus-aansluitbussen voor de gelijkstroomuitgang
(8) Aansluitbus voor de aarding (geel-groen)
(9) Minus-aansluitbussen voor de gelijkstroomuitgang
(10) Aan/uit-schakelaar ("ON" = aan / "OFF" = uit)
(11) Draairegelaar "CURRENT" voor uitgangsstroombegrenzing
(12) LED-aanduiding "CV" voor de spanningsregeling van de uitgang
(13) LED-aanduiding "CC" voor de stroomregeling van de uitgang
(14) Koelribben
(15) Zekeringhouder
(16) Netingangsbus

text_image
BT-305 A V C.C. C.V. OUTPUT CURRENT FINE VOLTAGE POWER 0 -30V/0 -5A + ON OFF 10 9 8 7
text_image
WEEE-Reg.-N: De26001718 BT-305 SERIAL NO: INPUT:230VAC/50Hz OUTPUT:0-30VDC/0-5A REPLACE PULSE WITH SAVE TYPE BREAKDOWN TIME:10ms-30ms 250VAC/15A 14 15 168. Ingebruikname en bediening
a) Aansluiting en ingebruikname
- Plaats het laboratorium-netapparaat op een vaste, vlakke ondergrond.
- De aan/uit-schakelaar moet aanvankelijk op "OFF" staan.
- Steek de koelapparaatstekker van de meegeleverde netaansluitingskabel in aansluiting (16) aan de achterkant van het apparaat en de netstekker in een contactdoos met 230 V/50 Hz wisselstroom.
- Schakel nu het laboratorium-netapparaat in door de aan/uit-schakelaar (10) in te drukken (positie "ON").
- De beide LED-aanduidingen (1 en 2) gaan branden en geven de op dat moment ingestelde stroom- en spanningswaarde weer.
- Afhankelijk van de instelling van de draairegelaar "CURRENT" (11) voor de uitgangsstroombegrenzing gaat ofwel de LED-aanduiding "CV" (12) voor de spanningsregeling van de uitgang ofwel de LED-aanduiding "CC" (13) voor de stroomregeling van de uitgang branden.
- Het laboratorium-netapparaat is nu gereed voor het instellen van de uitgangsspanning en de stroombegrenzing.
b) Instellen van de uitgangsspanning
Opdat de correcte uitgangsspanning kan worden ingesteld, moet de uitgang van het laboratorium-netapparaat in spanningsgeregelde toestand worden gebruikt.
- Draai de draairegelaar "CURRENT" (11) voor de uitgangsstroombegrenzing van de linker aanslag met de wijzers van de klok mee totdat de rode LED-aanduiding "CC" (13) voor de stroombegrenzing "CC" uitgaat en de groene LED-aanduiding "CV" (12) voor de spanningsregeling gaat branden.
- Controleer de draairegelaar "FINE" (6) voor een nauwkeurige instelling van de spanning. Deze regelaar moet in de middenpositie staan.
- Stel daarna de gewenste uitgangsspanning ongeveer in met de draairegelaar "VOLTAGE" (5). De op dat moment ingestelde spanning wordt door middel van de LED-aanduiding "V" (2) weergegeven. Als de regelaar met de wijzers van de klok mee wordt gedraaid, dan gaat de spanning omhoog, en als de regelaar tegen de wijzers van de klok in wordt gedraaid, dan gaat de spanning omlaag.
- Daarna kan de uitgangsspanning exact worden ingesteld met de draairegelaar "FINE" (6).

Mocht de draairegelaar "FINE" (6) tot de aanslag moeten worden gedraaid, draai dan terug tot de middenpositie en verander de spanningswaarde enigszins met de draairegelaar "VOLTAGE" (5) en probeer dan opnieuw nauwkeurig in te stellen.

Attentie!
De ingestelde spanning komt pas bij de uitgangsbussen beschikbaar, wanneer de druktoets (4) voor het activeren/deactiveren van de uitgangsbussen wordt bediend. In dat geval branden ook de LED-aanduidingen (3) voor de actief geschakelde uitgangsbussen.
c) Instellen van de stroombegrenzing

Stel eerst het toegelaten bedrijfsvoltage van de te gebruiken verbruiker in met behulp van de beide spanningsregelaars "VOLTAGE" (5) en "FINE" (6) (zie hoofdstuk 8. b).
De ingestelde spanning mag niet bij de uitgangsbussen beschikbaar zijn en de LED-aanduiding (3) voor de actief geschakelde uitgangsbussen mag niet branden.
Mocht de LED-aanduiding (3) toch branden, bedien dan de druktoets (4) voor het activeren/deactiveren van de uitgangsbussen, zodat de spanning bij de uitgangsbussen wordt uitgeschakeld en de LED-aanduiding (3) uitgaat.
- Stel de gewenste maximale stroomsterkte voor de uitgangsstroombegrenzing in met de draairegelaar "CURRENT" (11). De op dat moment ingestelde stroomwaarde wordt door middel van de LED-aanduiding "A" (1) weergegeven.
- Als de regelaar met de wijzers van de klok mee wordt gedraaid, dan gaat de stroomwaarde omhoog, en als de regelaar tegen de wijzers van de klok in wordt gedraaid, dan gaat de stroomwaarde omlaag.
- Schakel het laboratorium-netapparaat uit met de aan/uit-schakelaar (positie "OFF") nadat u de maximale stroomwaarde hebt ingesteld.

Wanneer de beide draairegelaars voor de spanningsinstelling (5 en 6) op de linker aanslag zijn ingesteld, dan toont de spanningsweergave op de display 00.0 volt.
Als dan ook de draairegelaar "CURRENT" (11) voor de uitgangsstroombegrenzing tot de linker aanslag wordt gedraaid, dan gaat het laboratorium-netapparaat over in de stroomgeregelde toestand en verschijnt er een minimale waarde in de spanningsweergave.
Dat gebeurt om schakel-technische redenen en is geen fout in het laboratorium-netapparaat.
d) Aansluiten van verbruikers
Controleer eerst of het totale vermogen van alle verbruikers samen het maximumvermogen van het laboratorium-netapparaat niet overschrijdt.
- Zorg ervoor dat de verbruikers altijd zijn uitgeschakeld, wanneer ze met het laboratorium-netapparaat worden verbonden. Anders kunnen er vonken ontstaan die zowel de uitgangsbussen als de stekkers beschadigen.
- Schakel het laboratorium-netapparaat in.
- Stel het voor de desbetreffende verbruiker benodigde bedrijfsvoltage in.
- Stel de stroombegrenzing op de benodigde waarde in.
- Verbind de plus-aansluiting (+) van de verbruiker met de plus-uitgangsbus (7) van het laboratorium-netapparaat en de minus-aansluiting (-) van de verbruiker met de minus-uitgangsbus (9) van het laboratorium-netapparaat. Gebruik kabels met voldoende capaciteit met 4mm banaanstekkers of gebruik standaard laboratoriumkabels.
- Aard de verbruiker via de daarvoor voorziene aardingsaansluiting (8) van het laboratorium-netapparaat.
- Bedien de druktoets (4) voor het activeren/deactiveren van de uitgangsbussen, zodat de spanning bij de uitgangen wordt vrijgeschakeld en de LED-aanduiding (3) gaat branden.

Zodra de spanning bij de uitgangsbussen wordt vrijgeschakeld en de verbruiker is aangekoppeld, dan worden de actuele waarden voor stroom en spanning op de LED-displays (1 en 2) weergegeven.
Afhankelijk van de bedrijfssituatie van het laboratorium-netapparaat (stroom- of spanningsgeregeld) gaat de rode LED-aanduiding "CC" (13) voor de stroombegrenzing branden of de groene LED "CV" (12) voor de spanningsregeling.
In dien gewenst, kunt u ook bij vrijgeschakelde uitgangsbussen de waarde voor de stroombegrenzing of de waarde voor de spanningsregeling bijstellen.
Bedien de druktoets (4) voor het activeren/deactiveren van de uitgangsbussen opnieuw, om de spanning bij de uitgangsbussen uit te schakelen, zodat de LED-aanduiding (3) uitgaat.

Attentie!
Het laboratorium-netapparaat heeft een veiligheidsschakeling, waardoor de stroom in geval van kortsluiting wordt begrensd. Om het laboratorium-netapparaat echter niet te oververhitten, moet u het in geval van kortsluiting altijd onmiddellijk uitschakelen en de verbruikers afsluiten. Laat het laboratorium-netapparaat afkoelen en zorg daarbij voor een ongehinderde luchtcirculatie. De koelribben (14) moeten schoon en stofvrij zijn en de behuizingsopeningen mogen niet worden afgedekt.
De maximale ononderbroken bedrijfsduur van het laboratorium-netapparaat is 8 uur. Schakel het laboratorium-netapparaat dan uit en laat het tot omgevingstemperatuur afkoelen.
9. Reiniging en onderhoud
a) Algemeen onderhoud
Schakel het laboratorium-netapparaat voor het reinigen altijd uit. De buitenkant van het laboratorium-netapparaat mag slechts met een zachte, droge doek of kwast worden gereinigd. Gebruik in geen geval agressieve schoonmaak-middelen of chemische oplossingen, aangezien deze het oppervlak van de behuizing kunnen beschadigen.
b) Zekering vervangen

Attentie!
Schakel het laboratorium-netapparaat uit en verwijder alle aansluitkabels van het apparaat. Trek dan de netstekker van het laboratorium-netapparaat uit de contactdoos.
Druk met een geschikte schroevendraaier de zekeringhouder aan de achterzijde (15) een beetje naar binnen en open de bajonetsluiting met een kwartslag tegen de richting van de wijzers van de klok.
Vervang de defecte zekering door een nieuwe dunne smeltveiligheid van hetzelfde type en met dezelfde nominale stroomsterkte (zie hoofdstuk "Technische gegevens").
Plaats de zekeringhouder weer terug, druk hem zachtjes naar binnen en draai hem met behulp van een schroevendraaier in de richting van de wijzers van de klok opnieuw vast. Controleer daarna of het laboratorium-netapparaat correct functioneert.
10. Functiestoringen
Het laboratorium-netapparaat functioneert niet, de indicatoren lichten niet op.
- Controleer de netschakelaar.
- Controleer of de koelapparaat-aansluitstekker juist op de netbus (16) aan de achterkant van het apparaat is aangesloten.
- Controleer de werking van de netaansluiting (contactdozen, zekeringen, beschermschakelaars, etc.).
- Controleer of de juiste netspanning aanwezig is.
De aangesloten verbruikers functioneren niet.
- Controleer de polariteit bij de aansluitbussen (7 en 9).
- Controleer of de stroombegrenzing is geactiveerd.
- Verlaag de belasting van het laboratorium-netapparaat door de verbruiker.
- Controleer de technische gegevens van de verbruiker.
11. Verwijdering

Verwijder het onbruikbaar geworden product volgens de geldende wettelijke voorschriften.
Bedrijfsvoltage 230 V/AC (±10%)
Frequentie 50 Hz (±2 Hz)
Vermogensverbruik 345 VA max.
Regelbare uitgangsspanning 0 - 30 V/DC
Regelbare uitgangsstroom 0 - 5 A
Bedrijfsduur zonder onderbreking .... max. 8 u
Hoofdzekering (5 x 20 mm) ...... F3A / 250V
Afmetingen (B x H x D) 130 x 155 x 295 mm
Gewicht 4,95 kg
Bedrijfstemperatuur: +5 °C tot +40 °C
Omgevingsluchtvochtigheid .... max. 90% relatieve luchtvochtigheid (niet condenserend)
Veiligheidsklasse ....I
Uitgangspanning:
Stationair ....≤ 0,01% + 1 mV
Stabiliteit bij 10 - 100 % belasting ....≤ 0,2% +2 mV
Rimpels (5 Hz - 1 MHz) ....≤ 0,5 mVrms / ≤ 20 mVss
Uitgangsstroom:
Stationair ....≤ 0,01% + 2 mA
Stabiliteit bij 0 - 100 % belasting ....≤ 0,2% + 6 mA
Rimpels (5 Hz - 1 MHz) ....≤ 3 mArms / ≤ 30 mAss
Nauwkeurigheid van de weergave:
Spanning ....±1% + 2 digitalen
Stroom .... ±2% + 2 digitalen
D Impressum
Deze gebruiksaanwijzing is een publicatie van de firma Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverfilming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden.
Deze gebruiksaanwijzing voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen. Wijziging van techniek en uitrusting voorbehouden.