Neopulse 220 C XL - Lasapparaat GYS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Neopulse 220 C XL GYS in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Neopulse 220 C XL GYS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Neopulse 220 C XL - GYS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Neopulse 220 C XL van het merk GYS.
GEBRUIKSAANWIJZING Neopulse 220 C XL GYS
Voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt, moet u de aanwezigheid van nieuwe updates controleren.
Voordat u dit apparaat voor de eerste keer gebruikt moeten de laskabels gekalibreerd worden.
Gebruikershandleiding
NEOPULSE 220 C / 220 C XL
Vertaling van de originele handleiding
WAARSCHUWINGEN - VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
ALGEMENE INSTRUCTIES Voor het in gebruik nemen van dit apparaat moeten deze instructies zorgvuldig gelezen en goed be- grepen worden. Voer geen onderhoud of wijzigingen uit die niet in de handleiding vermeld staan. Ieder lichamelijk letsel of iedere vorm van materiële schade veroorzaakt door het niet naleven van de instructies in deze handleiding kan niet verhaald worden op de fabrikant van het apparaat. Raadpleeg, in geval van problemen of onzekerheid over het gebruik, een gekwaliceerd en bevoegd persoon om het apparaat correct te installeren. OMGEVING Dit apparaat mag enkel gebruikt worden om te lassen, en uitsluitend volgens de in de handleiding en/of op het typeplaatje vermelde instructies. De veiligheidsvoorschriften moeten gerespecteerd worden. In geval van onjuist of gevaarlijk gebruik kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld. De installatie moet worden gebruikt in een stof- en zuur- vrije ruimte, in afwezigheid van ontvlambaar gas of andere corrosieve substanties. Voor de opslag van deze apparatuur gelden dezelfde voorwaarden. Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het gebruik van dit apparaat. Temperatuurbereik: Gebruik tussen -10 en +40°C (+14 en +104°F). Opslag tussen -20 en +55°C (-4 en 131°F). Luchtvochtigheid: Lager of gelijk aan 50% bij 40°C (104°F). Lager of gelijk aan 90% bij 20°C (68°F). Hoogte : Tot 1000 m boven de zeespiegel (3280 voet).
PERSOONLIJKE BESCHERMING EN BESCHERMING VAN ANDEREN
Booglassen kan gevaarlijk zijn en ernstige en zelfs dodelijke verwondingen veroorzaken. Tijdens het lassen worden de individuen blootgesteld aan een gevaarlijke warmtebron, aan de lichtstraling van de lasboog, aan elektro-magnetische velden (waarschuwing voor dragers van een pacemaker), aan elektrocutie-gevaar, aan lawaai en aan uitstoting van gassen. Bescherm uzelf en bescherm anderen, respecteer de volgende veiligheidsinstructies : Draag, om uzelf te beschermen tegen brandwonden en straling, droge, goed isolerende kleding zonder omslagen, brandwerend en in goede staat, die het gehele lichaam bedekt. Draag handschoenen die een elektrische en thermische isolatie garanderen. Draag een lasbescherming en/of een lashelm die voldoende bescherming biedt (afhankelijk van de lastoepassing). Bescherm uw ogen tijdens schoonmaakwerkzaamheden. Het dragen van contactlenzen is uitdrukkelijk verboden. Soms is het nodig om het lasgebied met brandwerende schermen af te schermen tegen stralingen, projectie en wegspattende gloeiende deeltjes. Informeer de personen in het lasgebied om niet naar de boog of naar gesmolten stukken te staren, en om aangepaste kleding te dragen die voldoende bescherming biedt. Gebruik een bescherming tegen lawaai als de laswerkzaamheden een hoger geluidsniveau bereiken dan de toegestane norm (dit geldt tevens voor alle personen die zich in de las-zone bevinden). Houd uw handen, haar en kleding op voldoende afstand van bewegende delen (ventilator). Verwijder nooit de behuizing van de koelgroep wanneer de las-installatie aan een elektrische voedingsbron is aangesloten en onder spanning staat. Wanneer dit toch gebeurt, kan de fabrikant niet verantwoordelijk worden gehouden in geval van een ongeluk. De elementen die net gelast zijn zijn heet, en kunnen brandwonden veroorzaken wanneer ze aangeraakt worden. Zorg ervoor dat, tijdens onderhoudswerkzaamheden aan de toorts of de elektrode-houder, deze voldoende afgekoeld zijn en wacht ten minste 10 minuten alvorens met de werkzaamheden te beginnen. De koelgroep moet in werking zijn tijdens het gebruik van een watergekoelde toorts, om te voorkomen dat de vloeistof brandwonden veroorzaakt. Het is belangrijk om, voor vertrek, het werkgebied veilig achter te laten, om mensen en goederen niet in gevaar te brengen.
Dampen, gassen en stof uitgestoten tijdens het lassen zijn gevaarlijk voor de gezondheid. Zorg voor voldoende ventilatie, soms is toevoer van verse lucht tijdens het lassen noodzakelijk. Een lashelm met verse luchtaanvoer kan een oplossing zijn als er onvoldoende ventilatie is. Controleer of de afzuigkracht voldoende is, en verieer of deze aan de gerelateerde veiligheidsnormen voldoet. Waarschuwing: bij het lassen in kleine ruimtes moet de veiligheid op afstand gecontroleerd worden. Bovendien kan het lassen van materialen die bepaalde stoen zoals lood, cadmium, zink, kwik of beryllium bevatten bijzonder schadelijk zijn. Ontvet de te lassen materialen voor aanvang van de laswerkzaamheden.86 Gebruikershandleiding
NEOPULSE 220 C / 220 C XL
Vertaling van de originele handleiding De gasessen moeten worden opgeslagen in een open of goed geventileerde ruimte. Ze moeten in verticale positie gehouden worden, in een houder of op een trolley. Lassen in de buurt van vet of verf is verboden.
BRAND EN EXPLOSIE-RISICO
Scherm het lasgebied volledig af, brandbare stoen moeten op minimaal 11 meter afstand geplaatst worden. Een brandblusinstallatie moet aanwezig zijn in de buurt van laswerkzaamheden. Pas op voor projectie van hete onderdelen of vonken, zelfs door kieren heen. Deze kunnen brand of explosies veroorzaken. Houd personen, ontvlambare voorwerpen en containers onder druk op veilige en voldoende afstand. Het lassen in containers of gesloten buizen moet worden verboden, en als ze open zijn dan moeten ze ontdaan worden van ieder ontvlambaar of explosief product (olie, brandstof, gas-residuen....). Slijpwerkzaamheden mogen niet worden gericht naar het lasapparaat, of in de richting van brandbare materialen. GASFLESSEN Het gas dat uit de gasessen komt kan, in geval van hoge concentraties in de lasruimte, verstikking veroorzaken (goed ventileren is absoluut noodzakelijk). Het transport moet absoluut veilig gebeuren : de essen moeten gesloten zijn en de lasstroombron moet uitgeschakeld zijn. De essen moeten verticaal bewaard worden en door een ondersteuning rechtop gehouden worden, om te voorkomen dat ze omvallen. Sluit de essen na ieder gebruik. Let op temperatuurveranderingen en blootstelling aan zonlicht. De es mag niet in contact komen met een vlam, een elektrische boog, een toorts, een massa-klem of een andere warmtebron of gloeiend voorwerp. Houd de es uit de buurt van elektrische circuits en lascircuits, en las nooit een es onder druk. Wees voorzichtig bij het openen van het ventiel van de es, houd uw hoofd ver verwijderd van het ventiel en controleer voor gebruik of het gas geschikt is om mee te lassen. ELEKTRISCHE VEILIGHEID Het elektrische netwerk dat wordt gebruikt moet altijd geaard zijn. Gebruik het op de veiligheidstabel aanbevolen type zekering. Een elektrische schok kan, direct of indirect, ernstige en zelfs dodelijke ongelukken veroorzaken. Raak nooit delen aan de binnen- of buitenkant van de machine aan (toortsen, klemmen, kabels, elektrodes) die onder spanning staan. Deze delen zijn aangesloten op het lascircuit. Koppel, voordat u het lasapparaat opent, dit los van het stroom-netwerk en wacht 2 minuten totdat alle condensatoren ontladen zijn. Raak nooit tegelijkertijd de toorts of de elektrodehouder en de massa-klem aan. Zorg ervoor dat, als de kabels of toortsen beschadigd zijn, deze vervangen worden door gekwaliceerde en bevoegde personen. Gebruik alleen kabels met de geschikte doorsnede. Draag altijd droge, in goede staat verkerende kleren om uzelf van het lascircuit te isoleren. Draag isolerend schoeisel, waar u ook werkt.
EMC CLASSIFICATIE VAN HET MATERIAAL
Dit Klasse A materiaal is niet geschikt voor gebruik in een woonomgeving waar de stroom wordt aangeleverd door een openbaar laagspanningsnet. Het is mogelijk dat er problemen ontstaan met de elektromagnetische compatibiliteit in deze omgevingen, vanwege storingen of radio-frequente straling. Deze apparatuur is conform aan de norm CEI 61000-3-11 en kan aangesloten worden aan openbare lage spanningsnetwerken, onder voorwaarde dat de impedantie van het openbare lagespanningsnetwerk op het aankoppelingspunt lager is dan Zmax = 0.349 Ohms. Het is de verantwoordelijkheid van de installateur of de gebruiker van het apparaat om zich er van te verzekeren, indien nodig in overleg met de beheerder van het stroomnetwerk, dat de impedantie van het netwerk conform is aan de beperkingen van de impedantie. Dit materiaal voldoet aan de CEI 61000-3-12 norm. ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES Elektrische stroom die door geleidend materiaal of kabels gaat veroorzaakt plaatselijk elektrische en magnetische velden (EMF). De lasstroom wekt een elektromagnetisch veld op rondom de laszone en het lasmateriaal. De elektromagnetische velden (EMF) kunnen de werking van bepaalde medische apparaten, zoals pacemakers, verstoren. Voor mensen met medische implantaten moeten speciale veiligheidsmaatregelen in acht genomen worden. Bijvoorbeeld : toegangsbeperking voor voorbijgangers, of een individuele risico-evaluatie voor de lassers. Alle lassers zouden de volgende adviezen op moeten volgen om de blootstelling aan elektro-magnetische straling van het lascircuit tot een minimum te beperken:NL
Gebruikershandleiding
NEOPULSE 220 C / 220 C XL
Vertaling van de originele handleiding
- plaats de laskabels samen - bind ze zo mogelijk onderling aan elkaar vast;
- houd uw romp en uw hoofd zo ver mogelijk verwijderd van het lascircuit;
- wikkel de laskabels nooit rond uw lichaam;
- ga niet tussen de laskabels in staan. Houd de twee laskabels aan dezelfde kant van uw lichaam;
- sluit de massaklem aan op het werkstuk, zo dicht mogelijk bij de te lassen zone;
- werk niet vlakbij de lasstroombron, ga er niet op zitten en leun er niet tegenaan;
- niet lassen tijdens het verplaatsen van de lasstroombron of het draadaanvoersysteem. Personen met een pacemaker moeten een arts raadplegen voor gebruik van het apparaat. Blootstelling aan elektromagnetische straling tijdens het lassen kan gevolgen voor de gezondheid hebben die nog niet bekend zijn. AANBEVELINGEN OM DE LASZONE EN DE LASINSTALLATIE TE EVALUEREN Algemeen De gebruiker van dit apparaat is verantwoordelijk voor het installeren en het gebruik van het booglasmateriaal volgens de instructies van de fabrikant. Als elektromagnetische storingen worden geconstateerd, is het de verantwoordelijkheid van de gebruiker van het booglasmateriaal om het probleem op te lossen, met hulp van de technische dienst van de fabrikant. In sommige gevallen kan de oplossing liggen in een eenvoudige aarding van het lascircuit. In andere gevallen kan het nodig zijn om met behulp van lters een elektromagnetisch schild rondom de stroomvoorziening en om het gehele werkvertrek te creëren. In ieder geval moeten de storingen, veroorzaakt door elektromagnetische stralingen, beperkt worden tot een aanvaardbaar niveau. Evaluatie van de lasruimte Voor het installeren van een booglas-installatie moet de gebruiker de eventuele elektro-magnetische problemen in de omgeving evalueren. De volgende gegevens moeten in aanmerking worden genomen : a) de aanwezigheid boven, onder en naast het lasmateriaal van andere voedingskabels, besturingskabels, signaleringskabels of telefoonkabels; b) de aanwezigheid van radio- en televisiezenders en ontvangers; c) de aanwezigheid van computers en overig besturingsmateriaal; d) de aanwezigheid van belangrijk beveiligingsmateriaal, voor bijvoorbeeld de beveiliging van industrieel materiaal; e) de gezondheid van personen in de directe omgeving van het apparaat, en het eventueel dragen van een pacemaker of een gehoorapparaat. f) materiaal dat wordt gebruikt voor kalibreren of het uitvoeren van metingen; g) de immuniteit van overig materiaal aanwezig in de omgeving. De gebruiker moet zich ervan verzekeren dat alle apparatuur in de werkruimte compatibel is. Het is mogelijk dat er extra beschermende maatregelen nodig zijn; h) het moment dat het lassen of andere activiteiten plaatsvinden. De afmeting van het omliggende gebied dat in acht moet worden genomen en/of moet worden beveiligd hangt af van de structuur van het gebouw en van de overige activiteiten die er plaatsvinden. Dit omliggende gebied kan groter zijn dan de begrenzing van het gebouw. Een evaluatie van de lasinstallatie Naast een evaluatie van de laszone kan een evaluatie van de booglasinstallaties elementen aanreiken om storingen vast te stellen en op te lossen. Bij het evalueren van de emissies moeten de werkelijke meetresultaten worden bekeken, zoals deze zijn gemeten in de reële situatie, zoals vermeld in Artikel 10 van de CISPR 11. De metingen in de specieke situatie, op een specieke plek, kunnen tevens helpen de doeltreendheid van de maatregelen te testen. AANBEVELINGEN VOOR METHODES OM ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES TE REDUCEREN a. Openbaar stroomnet: U kunt de booglasinstallatie aansluiten op een openbaar stroomnet, met inachtneming van de aanbevelingen van de fabrikant. Als er storingen plaatsvinden kan het nodig zijn om extra voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals het lteren van het openbare stroomnetwerk. Er kan overwogen worden om de voedingskabel van de lasinstallatie af te schermen in een metalen leiding of een gelijkwaardig materiaal. Het is wenselijk om de elektrische continuïteit van deze afscherming over de gehele lengte te verzekeren. De bescherming moet aangekoppeld worden aan de lasstroomvoeding, om er zeker van te zijn dat er een goed elektrisch contact is tussen de geleider en het omhulsel van de lasstroomvoeding. b. Onderhoud van het booglasmateriaal : De booglasapparatuur moet regelmatig worden onderhouden, volgens de aanwijzingen van de fabrikant. Alle toegangen, service ingangen en kleppen moeten gesloten en correct vergrendeld zijn wanneer het booglasmateriaal in werking is. Het booglasmateriaal mag op geen enkele manier gewijzigd worden, met uitzondering van veranderingen en instellingen zoals genoemd in de handleiding van de fabrikant. Let u er in het bijzonder op dat het vonkenhiaat van de toorts correct afgesteld is en goed onderhouden wordt, volgens de aanbevelingen van de fabrikant. c. Laskabels : De kabels moeten zo kort mogelijk zijn, en dichtbij elkaar en vlakbij of, indien mogelijk, op de grond gelegd worden. d. Equipotentiaal verbinding : Het is wenselijk om alle metalen objecten in en om de werkomgeving te aarden. Waarschuwing : metalen objecten die verbonden zijn aan het te lassen voorwerp vergroten het risico op elektrische schokken voor de gebruiker, wanneer hij tegelijkertijd deze objecten en de elektrode aanraakt. Het wordt aangeraden de lasser van deze voorwerpen te isoleren. e. Aarding van het te lassen onderdeel : Wanneer het te lassen voorwerp niet geaard is, vanwege elektrische veiligheid of vanwege de afmetingen en de locatie, zoals bijvoorbeeld het geval kan zijn bij scheepsrompen of metalen structuren van gebouwen, kan een verbinding tussen het voorwerp en de aarde, in sommige gevallen maar niet altijd, de emissies verkleinen. Vermijd het aarden van voorwerpen, wanneer daarmee het risico op verwondingen van de gebruikers of op beschadigingen van ander elektrisch materiaal vergroot wordt. Indien nodig, is het wenselijk dat het aarden van het te lassen voorwerp rechtstreeks plaatsvindt, maar in sommige landen waar deze directe aarding niet toegestaan is is het aan te raden te aarden met een daarvoor geschikte condensator, die voldoet aan de reglementen in het betreende land. f. Beveiliging en afscherming : Selectieve afscherming en beveiliging van andere kabels en materiaal in de omgeving kan eventuele problemen verminderen. Voor speciale toepassingen kan de beveiliging van de gehele laszone worden overwogen.
TRANSPORT EN VERVOER VAN DE LASSTROOMBRON
Gebruik niet de kabels of de toorts om het apparaat te verplaatsen. Het apparaat moet in verticale positie verplaatst worden. Til nooit het apparaat boven personen of voorwerpen.88 Gebruikershandleiding
NEOPULSE 220 C / 220 C XL
Vertaling van de originele handleiding Til nooit een gases en het apparaat tegelijk op. De vervoersnormen zijn verschillend. Het is beter om de spoel te verwijderen voor het optillen of transporteren van de lasstroomvoeding.
INSTALLATIE VAN HET MATERIAAL
- Plaats de voeding op een ondergrond met een helling van minder dan 10°.
- Zorg dat er voldoende ruimte is om de machine te ventileren en om toegang te hebben tot het controlepaneel.
- Niet geschikt voor gebruik in een ruimte waar geleidend metaalstof aanwezig is.
- Plaats het lasapparaat niet in de stromende regen, en stel het niet bloot aan zonlicht.
- Het materiaal heeft een beschermingsgraad IP23S, wat betekent dat het materiaal een beschermingsgraad IP23S heeft: - bescherming tegen de toegang tot gevaarlijke delen van vaste stoen met een diameter van meer dan 12,5 mm en, - bescherming tegen regen, gericht op 60° ten opzichte van de verticaal, wanneer de bewegende delen van het apparaat nog niet in werking zijn. Deze apparatuur kan daarom volgens IP23S-beschermingsklasse buiten worden opgeslagen. Niet gecontroleerde lasstroom kan de aardgeleiders vernietigen, gereedschap en elektrische installaties beschadigen en onderdelen verhitten, wat kan leiden tot brand. - Alle lasverbindingen moeten goed en stevig op elkaar aangesloten zijn. Controleer dit regelmatig ! - Verzekert u zich ervan dat de bevestiging van het werkstuk solide is en geen elektrische problemen heeft ! - Zet alle elektrisch geleidende elementen van het lasapparaat zoals het chassis, de trolley en de hefsystemen goed vast of hang ze op zodat ze geïsoleerd zijn ! - Leg of zet geen ander gereedschap zoals boormachines, slijpgereedschap enz. op het lasapparaat, op de trolley of op de hefsystemen als deze niet geïsoleerd zijn ! - Leg altijd de lastoortsen of elektrodehouders op een geïsoleerd oppervlak wanneer ze niet gebruikt worden ! Om oververhitting te voorkomen moeten de voedingskabels, verlengsnoeren en laskabels helemaal afgerold worden. De fabrikant kan niet verantwoordelijk gehouden worden voor lichamelijk letsel of schade aan voorwerpen veroorzaakt door niet correct of gevaarlijk gebruik van dit materiaal. ONDERHOUD / ADVIES
- Het onderhoud mag alleen door gekwaliceerd personeel uitgevoerd worden. We raden u aan een jaarlijkse onderhoudsbeurt uit te laten voeren.
- Haal de stekker uit het stopcontact om de elektriciteitsvoorziening te onderbreken en wacht twee minuten voordat u werkzaamheden op het apparaat gaat verrichten. De spanning en de stroomsterkte binnen het toestel zijn hoog en gevaarlijk.
- De kap regelmatig afnemen en met een blazer stofvrij maken. Maak van deze gelegenheid gebruik om met behulp van geïsoleerd gereedschap ook de elektrische verbindingen te laten controleren door gekwaliceerd personeel.
- Controleer regelmatig de voedingskabel. Als de voedingskabel beschadigd is, moet deze door de fabrikant, zijn reparatie-dienst of een gekwaliceerde technicus worden vervangen, om zo gevaarlijke situaties te voorkomen.
- Laat de ventilatieopening van de lasstroombron vrij zodat de lucht goed kan circuleren.
- Deze lasstroombron is niet geschikt voor het ontdooien van leidingen, het opladen van batterijen / accu’s of het opstarten van motoren.
INSTALLATIE - GEBRUIK VAN HET APPARAAT
Alleen ervaren en door de fabrikant gekwaliceerd personeel mag de installatie uitvoeren. Verzekert u zich ervan dat de generator tijdens het installeren niet op het stroomnetwerk aangesloten is. Seriële en parallelle generator-verbindingen zijn verboden. Om de optimale las-omstandigheden te creëren wordt aanbevolen om de laskabels te gebruiken die worden meegeleverd met het apparaat. OMSCHRIJVING Dit apparaat is een draagbare enkelfase vermogensbron voor semi-automatisch «synergetisch» lassen (MIG of MAG), voor het lassen met beklede elektroden (MMA) en voor het lassen met niet-afsmeltende elektroden (TIG). De NEOPULSE 220 C is geschikt voor spoelen met een Ø van 200 mm. De NEOPULSE 220 C XL is geschikt voor spoelen met een Ø van 200 en 300 mm. BESCHRIJVING VAN HET MATERIAAL (I)
1- Aansluiting gas 7- Draadaanvoersysteem
5- Aansluiting USB 11- Positieve Polariteit-aansluiting
6- Reverser afvoer draadaanvoer 12- Negatieve polariteit aansluiting
Gebruikershandleiding
NEOPULSE 220 C / 220 C XL
Vertaling van de originele handleiding INTERFACE HUMAN - MACHINE (IHM) MMI Lees de handleiding voor het gebruik van de bediening (MMI), die deel uitmaakt van de complete handleiding van het materiaal.
ELEKTRISCHE VOEDING - OPSTARTEN
- Dit materiaal wordt geleverd met een 16 A aansluiting type CEE 7/7, en mag alleen gebruikt worden in combinatie met een 230V enkelfase elek- trische installatie (50 - 60 Hz) met drie kabels waarvan één geaard. De eectieve stroomafname (l1e) bij optimaal gebruik staat aangegeven op het apparaat. Controleer of de stroomvoorziening en de bijbehorende beveiligingen (netzekering en/of hoofdschakelaar) geschikt zijn voor de stroom die nodig is voor het gebruik van dit apparaat. In sommige landen kan het nodig zijn om de elektrische aansluiting aan te passen, om het toestel optimaal te kunnen gebruiken. De gebruiker moet zich ervan verzekeren dat de elektrische aansluitingen altijd goed toegankelijk zijn.
- De vermogensbron is geschikt om te functioneren met een elektrische spanning van 230V -20% +15%. De stroombron schakelt over op beveiliging wanneer de voedingsspanning lager is dan 185 Ve of hoger dan 265 Ve. (er verschijnt een standaardcode op het beeldscherm).
- Het opstarten van het apparaat gebeurt door de aan/uitschakelaar (l-3) op positie I te zetten. Het uitschakelen gebeurt door de schakelaar op 0 te zetten. Waarschuwing ! Nooit de stroomvoorziening afsluiten wanneer het apparaat oplaadt.
AANSLUITEN OP EEN STROOMGENERATOR
Deze apparatuur kan worden gebruikt met een generator, op voorwaarde dat de hulpspanning aan de volgende eisen voldoet : - De spanning moet wisselspanning zijn van 230 V -20% +15%, en de piekspanning moet lager zijn dan 400V - De frequentie moet tussen de 50 en 60 Hz liggen. Het is belangrijk om deze voorwaarden voor het gebruik te controleren, omdat veel generatoren hogere spanningspieken produceren die het materiaal kunnen beschadigen.
GEBRUIK VAN VERLENGSNOEREN
Alle gebruikte verlengsnoeren moeten de voor het apparaat geschikte lengte en kabelsectie hebben. Gebruik een verlengsnoer dat voldoet aan de nationale regelgeving. Ingangsspanning Lengte - Sectie van het verlengsnoer (Lengte < 45m) 230 V 2.5 mm²
INSTALLEREN VAN DE SPOEL
a b - Verwijder de nozzle (a) en de contact-buis van uw MIG/MAG toorts.
- Open het klepje van de generator. - Plaats de spoel op de houder. - Houd rekening met de aandrijf-pen (c) van de spoelhouder. Om een spoel van 200 mm te monteren, moet u de plastiek spoelhouder (a) maximaal aandraaien. Als u een spoel met een Ø van 200 mm op de versie 220 C XL monteert, raden we u aan om een adapter (wig) te gebruiken (meegeleverd met het product). - Stel de rem van de spoel (b) correct af, om te voorkomen dat tijdens de lasstop de draad in de war raakt. Draai over het algemeen niet te strak aan. Dit kan de motor oververhitten.
De rollers verwisselt u als volgt : - Draai de draaiknop (a) maximaal los en laat deze neerkomen. - Draai de schroeven (b) van de aanvoerrollen los. - Plaats de aanvoerrollen die geschikt zijn voor de door u uit te voeren werkzaamheden en schroef de schroeven weer vast. De meegeleverde aanvoerrollen hebben een dubbele groef (0.8 en 1,0).90 Gebruikershandleiding
NEOPULSE 220 C / 220 C XL
Vertaling van de originele handleiding- Controleer het opschrift op de rol, om er zeker van te zijn dat deze geschikt is voor de diameter en het materiaal van het door u gebruikte draad (voor een draad van Ø 1.2, gebruikt u de groef Ø 1.2).- Gebruik rollen met een V-groef voor staaldraad en andere hardere draadsoorten.- Gebruik rollen met een U-groef voor aluminiumdraad en andere soepele draadsoorten. : de aanduiding is af te lezen op de rol (bijvoorbeeld : 1.2 VT) : de te gebruiken groef
Ga, om het lasdraad te installeren, als volgt te werk :- Draai het wieltje zo ver mogelijk los en laat het zakken. - Breng de draad in, sluit vervolgens het draadaanvoersysteem en draai de draaiknop weer aan. - Activeer de motor op de trekker van de toorts of op de handmatige knop voor het activeren van de draadaanvoer (I-6). Opmerkingen :Opmerkingen :•Een te krappe mantel kan problemen bij de draadaanvoer geven en de motor oververhitten.• De aansluiting van de toorts moet eveneens goed aangedraaid worden, dit om oververhitting te voorkomen.
- Controleer of het draad en de spoel niet in contact zijn met de mechaniek van het apparaat, dit kan kortsluiting veroorzaken. RISICO OP BLESSURES ALS GEVOLG VAN BEWEGENDE ONDERDELEN De draadaanvoersystemen zijn voorzien van bewegende delen die handen, haar, kleding en gereedschap kunnen grijpen en die ernstige verwondingen kunnen veroorzaken !• Raak met uw hand(en) geen bewegende, draaiende of aandrijvende onderdelen aan.
- Let goed op dat de afdekkingen van de behuizing van het apparaat correct gesloten blijven wanneer het apparaat in werking is !
- Draag geen handschoenen tijdens het afwikkelen van de lasdraad en het verwisselen van de spoelen.SEMI-AUTOMATISCH LASSEN IN STAAL/INOX (MAG MODULE)Met dit apparaat kunt u lassen met staaldraad met een Ø 0.6 tot 1,0 mm (II-A). Het apparaat is standaard uitgerust voor een gebruik met Ø 1,0 mm staaldraad (roller Ø 0.8/1.0). De contactbuis, de groef van de aandrijfrol en de mantel van de toorts zijn voor deze afmetingen bestemd. Gebruik voor het lassen met draad met een Ø van 0,6 een toorts die niet langer is dan 3 m. De contactbuis en de aandrijfrol van het draadaanvoersysteem moeten vervangen worden door een model met een groef van 0,6 (art. code 042353). Plaats de aandrijfrol zo dat het getal 0,6 leesbaar is. Voor het lassen van staal dient u een speciaal lasgas (Ar+CO2) te gebruiken. De CO2 verhouding kan variëren, afhankelijk van het gebruikte type gas. Voor het lassen van inox moet een mengsel met 2% CO2 gebruikt worden. Wanneer gelast wordt met puur CO2 is het noodzakelijk om een gasvoorverwarmer aan te sluiten op de gases. Voor specieke eisen wat betreft gas kunt u contact opnemen met uw gasleverancier. De gastoe- voer voor staal ligt tussen de 8 en 15 liter per minuut, afhankelijk van de omgeving.SEMI-AUTOMATISCH LASSEN VAN ALUMINIUM (MIG MODUS)Met dit apparaat kunt u lassen met aluminiumdraad met een Ø van 0.8 tot 1.2 mm (II-B). Voor aluminium dient u een speciek zuiver Argon (Ar) gas te gebruiken. Om het juiste gas te kiezen, kunt u advies vragen aan uw gasleverancier. De gastoevoer bij aluminium ligt tussen 15 en 25 liter per minuut, afhankelijk van de omgeving en de ervaring van de lasser. Hierbij de verschillen tussen het gebruik voor staal en aluminium:- Gebruik de specieke rollen voor het lassen van aluminium.- Zet minimale druk op de rollen van de draadaanvoer zodat de draad niet geplet wordt. - Gebruik de capillaire buis (bestemd om het draad van de rollers van het draadaanvoersysteem naar de EURO aansluiting te geleiden) alleen voor het lassen van staal/inox. - Gebruik een speciale aluminium-toorts. Deze toorts voor aluminium heeft een teon mantel, om de wrijving te verminderen. NIET de mantel bij de aansluiting afknippen! Deze mantel wordt gebruikt om de draad vanaf de rollen te geleiden.- Contact buis : gebruik een SPECIALE aluminium contactbuis die geschikt is voor de diameter van het draad.Tijdens het gebruik van de rode of blauwe mantel (lassen van aluminium) wordt aanbevolen om het accessoire 91151 (II-C) te gebruiken. Deze inox geleidingshuls zorgt voor een betere centrering van de mantel en verbetert de aanvoer van de draad.VideoSEMI-AUTOMATISCH LASSEN CUSI EN CUAL (HARDSOLDEREN)Dit materiaal is geschikt voor het lassen van CuSi en CuAl draad met een Ø van 0,8 tot 1,0 mm. Net zoals bij staaldraad moet er een capillaire buis geplaatst worden, en moet men een toorts met een staal-mantel gebruiken. Bij hardsolderen moet een puur Argon (Ar) gas gebruikt worden.NL
Gebruikershandleiding
NEOPULSE 220 C / 220 C XL
Vertaling van de originele handleiding
SEMI-AUTOMATISCH LASSEN DRAAD « NO GAS »
Met dit materiaal kunt u draad met een Ø van 0.9 tot 1.2 mm.lassen zonder gasbescherming (No Gaz). Lassen met gevuld draad en een standaard buis kan oververhitting en beschadiging van de toorts veroorzaken. Verwijder de originele nozzle van uw MIG-MAG toorts. KEUZE POLARITEIT Polariteit + Polariteit - Het MIG/MAG lassen met beschermgas vereist over het algemeen een positieve polariteit. Het MIG/MAG lassen zonder beschermgas (No Gas) vereist over het algemeen een nega- tieve polariteit. U moet altijd de aanbevelingen van de fabrikant van het draad opvolgen betreende uw keuze voor de polariteit. AANSLUITING GAS - Installeer een geschikte drukregelaar op de gases. Sluit deze aan op het lasapparaat met de bijgeleverde slang. Bevestig de 2 klemmen om eventuele lekkages te voorkomen. - Verzekert u zich ervan dat de gases goed is bevestigd, en volg nauwkeurig de aanwijzingen op voor het vastmaken van de ketting op de genera- tor. - Regel de gastoevoer door aan het wieltje op de drukregelaar te draaien. NB : om de gastoevoer eenvoudiger te kunnen regelen, kunt u op de trekker van de toorts drukken om de rollen aan te drijven (wieltje van de draa- daanvoer iets losser draaien om zo te voorkomen dat het draad wordt meegetrokken). Maximale gasdruk 0.5 Mpa (5 bars). Deze procedure is niet van toepassing op het lassen in de « No Gaz » module. GEADVISEERDE COMBINATIES (mm) Stroom (A) Ø Draad (mm) Nozzle (mm) Gastoevoer (L/min) MIG 0.8-2 20-100 0.8 12 10-12 2-4 100-200 1.0 12-15 12-15 4-8 200-300 1.0/1.2 15-16 15-18 8-15 300-500 1.2/1.6 16 18-25 MAG 0.6-1.5 15-80 0.6 12 8-10 1.5-3 80-150 0.8 12-15 10-12 3-8 150-300 1.0/1.2 15-16 12-15 8-20 300-500 1.2/1.6 16 15-18 MIG/MAG LASMODULE (GMAW/FCAW) Lasprocedures Instellingen Instellingen HANDMATIG STD DYNAMIC STD IMPACT STD ROOT COLD PULS PULS Koppel materiaal/gas - Fe Ar 25% CO
Keuze van het te lassen materiaal. Synergetische lasinstellingen Draad diameter Ø 0.6 > Ø 1.2 mm Keuze draaddiameter ModulArc OFF - ON - - - - - Activeert of niet de modulatie van de lasstroom (Dubbele Puls) Gebruik van de trekker 2T, 4T Keuze gebruik van de trekker. Punt module SPOT, DELAY - Keuze module punten92 Gebruikershandleiding
NEOPULSE 220 C / 220 C XL
Vertaling van de originele handleiding 1ste Instelling Dikte Stroom Snelheid
Keuze van de weer te geven hoofdinstelling (Dikte van het te lassen plaatwerk, gemiddelde lasstroom of draadsnelheid). Energie Hold Thermische coëf- ciënt Zie het hoofdstuk «Energie» op de volgende pagina’s. De toegang tot sommige las-instellingen hangt af van de gekozen schermweergave : Instellingen/Weergave : Easy / Expert / Geavanceerd Raadpleeg de IHM-handleiding LASPROCEDURES Voor meer informatie betreende de GYS synergieën en de lasprocedures kunt u de QR-code scannen : PUNT MODULE
- SPOT Met deze lasmodule kunnen de te lassen onderdelen voor het lassen geassembleerd worden. Het punten kan handmatig, per trekker, of getem- poriseerd gebeuren, in een van te voren gedenieerd ritme. Deze punt-tijd resulteert in een betere reproduceerbaarheid en het realiseren van niet- geoxideerde punten (toegankelijk in het geavanceerde menu).
- DELAY Deze punt-module lijkt op de SPOT, maar wisselt punten af met vooraf gedenieerde pauzes zolang de trekker ingedrukt wordt gehouden. DEFINITIE INSTELLINGEN Een- heid Draadsnelheid m/min Hoeveelheid toegevoegd metaal en indirect de lasintensiteit en de inbranding. Spanning V Invloed op de breedte van de lasnaad. Smoorklep - Vlakt min of meer de lasstroom af. Instelling afhankelijk van de laspositie. Pre-gas s Duur van het zuiveren van de toorts en het creëren van een beschermgas voorafgaand aan de ontsteking. Post gas s Tijdsduur van het in stand houden van de gasbescherming, na het uitschakelen van de lasboog. Beschermt het werkstuk en de elektrode tegen oxidatie. Dikte mm Dankzij de synergie is een volledig automatische instelling mogelijk. Het ingeven van de dikte regelt automatisch de aangepaste spanning en draadsnelheid. Stroom A De lasstroom wordt geregeld op basis van het type draad dat wordt gebruikt en het te lassen materiaal Booglengte - Voor het aanpassen van de afstand tussen het uiteinde van de draad en het smeltbad (afstellen van de span- ning). Creep speed % Progressieve draadsnelheid. Voor de ontsteking komt de draad langzaam uit de toorts om zo zonder schokken het eerste contact te creëren. Hot Start % & s De Hot Start geeft een zeer hoge stroom-intensiteit tijdens de ontsteking, die voorkomt dat de draad aan het werkstuk blijft plakken. Deze stroom wordt ingesteld in intensiteit (% van de lasstroom) en in tijd (seconden). Crater Filler % Dit stroomniveau bij het uitdoven is de fase die volgt op het verlagen van de stroom. Deze stroom wordt ingesteld in intensiteit (% van de lasstroom) en in tijd (seconden). Soft Start s Progressief stijgen van de stroom. Om bruuske ontstekingen of schokken te voorkomen wordt de stroom tussen het eerste contact en het lassen onder controle gehouden. Upslope s Progressieve stijging van de stroom. Koude stroom % Tweede lasstroom, genaamd «koude » stroom Pulsfrequentie Hz Puls-frequentie Duty cycle % In puls : controleert de duur van warme stroom in verhouding tot de duur van de koude stroom. Downslope s Dalende stroom Punt s Bepaalde duur. Duur tussen 2 punten s De duur tussen het einde van een punt (buiten Post gas) en het hervatten van een nieuw punt (inclusief Pre- Gas). Burnback s Functie die het risico op het plakken van de draad aan het eind van de lasnaad voorkomt. De duur komt ove- reen met het terugtrekken van de draad uit het smeltbad. De toegang tot sommige instellingen hangt af van de lasprocedure (Handmatig, Standaard enz) en van de gekozen schermweergave (Easy, Expert, of Geavanceerd). Raadpleeg de IHM-handleidingNL
Gebruikershandleiding
NEOPULSE 220 C / 220 C XL
Vertaling van de originele handleiding
Procedure 2T Standaard : IstartDstartI hot startT hotstartGas Pre-FlowCreep SpeedI blackoutT burn-backI burn-backGas post-Flow Soft-startT crater FillerI crater Filler Wanneer er op de trekker gedrukt wordt, begint Pre-gas. Wanneer de draad het werkstuk aanraakt start een puls de boog op, en vervolgens begint de lascyclus. Bij het loslaten van de trekker stopt de draadaanvoer, en met een stroom-puls kan de draad netjes afgesneden worden. Daarna start de Post-gas. Zolang de Post-gas fase niet is beëindigd, kan met een druk op de trekker het lassen snel weer (handmatig) opgestart worden, zonder eerst de HotStart-fase weer te moeten doorlopen. Een HotStart en (of) een Crater-Filler kunnen aan de cyclus toegevoegd worden. Procedure 4T Standaard : IstartDstartI hot startT hotstartI BlackoutT burn-backI burn-backGas post-Flow
Soft-start T crater FillerI crater FillerGas Pre-FlowCreep Speed In 4T standaard wordt de duur van Pre-gas en Post-gas ingesteld door een waarde uitgedrukt in seconden. Hot Start en Crater Filler met de trekker.94 Gebruikershandleiding
NEOPULSE 220 C / 220 C XL
Vertaling van de originele handleiding Procedure 2T Puls : IstartDstartI hot startT hotstartT upslopeGas Pre-FlowCreep SpeedT downslopeI blackoutT burn-backI burn-backGas post-Flow Soft-startT crater FillerI crater Filler Wanneer er op de trekker gedrukt wordt, begint Pre-gas. Wanneer het draad het werkstuk aanraakt start een puls de boog op. Vervolgens begint het apparaat met HotStart, dan de Upslope en uiteindelijk begint de lascyclus. De Downslope begint bij het loslaten van de trekker, tot het bereiken van ICrater ller. Vervolgens wordt de draad afgesneden, gevolgd door Post-gas. Net als in « Standaard» is er de mogelijkheid om snel het lassen weer op te starten tijdens de post-gas, zonder eerst door de Hotstart fase te hoeven gaan. Procedure 4T Puls : IstartDstartI hot startT hotstartT upslopeT downslopeI BlackoutT burn-backI burn-backGas post-Flow
Soft-start T crater FillerI crater FillerGas Pre-FlowCreep Speed In 4T puls wordt de duur van Pre-gas en Post-gas ingesteld door een waarde uitgedrukt in seconden. Hot Start en Crater Filler met de trekker.NL
Gebruikershandleiding
NEOPULSE 220 C / 220 C XL
Vertaling van de originele handleiding
- Bij TIG DC lassen moet altijd een beschermgas (Argon) worden gebruikt.
- Sluit de massaklem aan op de positieve (+) aansluiting. Koppel de TIG toorts (art. code 046108) aan op de EURO connector van de generator en de omkeer-kabel op de negatieve (-) aansluiting.
- Verzekert u zich ervan dat de toorts correct is uitgerust, en dat de slijtonderdelen (spantang, spantanghouder, verspreider en nozzle) niet versleten zijn.
- De keuze van de elektrode is afhankelijk van de stroom van de TIG DC lasprocedure.
SLIJPEN VAN DE ELEKTRODE
Voor het optimaal functioneren wordt aangeraden de te gebruiken elektroden als volgt te slijpen :
L = 3 x d voor een zwakke stroom. L = d voor sterke stroom
Standaard - Vlakke stroom Puls - Puls stroom Spot - Vlak punten Tack - Gepulseerd punten Type materiaal Fe, Al enz. - Keuze van het te lassen materiaal Diameter van de Wolfraam elektrode
Keuze van de diameter van de elektrode. Hiermee kan het regelen van de stroom tijdens de HF ontsteking verjnd worden. Module trekker 2T / 4T / 4T LOG. Keuze gebruik van de trekker.
Lasmodule met constante energie, met correctie van booglengte-va- riaties. Energie Hold Thermische coëf- ciënt - Zie het hoofdstuk «Energie» op de volgende pagina’s. De toegang tot sommige las-instellingen hangt af van de gekozen schermweergave : Instellingen/Weergave : Easy / Expert / Geavanceerd LASPROCEDURES
- TIG DC Geschikt voor de stroom van ijzerhoudende metalen zoals staal, roestvrij staal, maar ook koper en koperlegeringen en titaan.
- TIG synergetisch Functioneert niet meer op de keuze van een type stroom DC en het ingeven van instellingen van de lascyclus, maar integreert regels en lassyner- giëen gebaseerd op ervaring. Deze module beperkt zich dus tot drie fundamentele instellingen : Type materiaal, Dikte van het te lassen plaatwerk en Laspositie. INSTELLINGEN
- Standaard De TIG DC Standaard lasprocedure geeft een hoge laskwaliteit op de meeste ijzerhoudende materialen, zoals staal, rvs, maar ook koper en koperle- geringen, titaan....... De vele mogelijkheden om stroom en gas te regelen bieden u een perfecte beheersing van uw lasprocedure, vanaf de ontsteking tot de uiteindelijke afkoeling van de.lasnaad.
- Puls Deze lasmodule met puls-stroom wisselt sterkere lasstroom (l, laspuls) af met zwakkere stroom (l_Koude puls om het werkstuk af te koelen). De pulsmodule wordt gebruikt om de te lassen onderdelen samen te voegen, met een beperkte stijging van de temperatuur. Ook ideaal voor het in positie lassen. Voorbeeld: De lasstroom I is afgesteld op 100A en % (I_Koud) = 50%, dus een koude stroom = 50% x 100A = 50A. F(Hz) is afgesteld op 10Hz, de duur van het signaal is 1/10Hz = 100ms -> iedere 100ms, een puls van 100A en een puls van 50A zullen elkaar afwis- selen.96 Gebruikershandleiding
NEOPULSE 220 C / 220 C XL
Vertaling van de originele handleiding• SPOT Met deze lasmodule kunnen de te lassen onderdelen voor het lassen geassembleerd worden. Het punten kan handmatig, per trekker, of getem- poriseerd gebeuren, in een van te voren gedenieerd ritme. Deze «punt-duur» zorgt voor een betere reproduceerbaarheid, en het realiseren van niet-geoxideerde punten.• TACK De lasmodule is ook geschikt voor de pre-assemblage van onderdelen voor het eigenlijke lassen, maar deze keer in twee fases. een eerste fase in DC puls concentreert de lasboog en geeft een betere inbranding, gevolgd door een tweede in DC standaard die de boog verbreedt en het smeltbad vergroot. De instelbare tijdsduur van de 2 punt-fases resulteert in een betere reproduceerbaarheid, en het realiseren van niet geoxideerde punten.
- E-TIG Met deze module kan worden gelast met een constant vermogen. De variaties in booglengte worden real time gemeten, om zo een constante breedte van de lasnaad en een constante inbranding te verkrijgen. Wanneer tijdens het assembleren een beheersing van de las-energie wordt gevraagd, garandeert de E.TIG module de lasser dat het lasvermogen, bij ieder positie van de toorts met betrekking tot het te lassen voorwerp, gerespecteerd wordt.Standaard (constante stroom) E-TIG (constante energie) 2 mm
Bouton principal T3T1 Bouton principal T2T4T3T1 Bouton principal T2T4 >0.5s<0.5s<0.5s T1 - De hoofd-knop is ingedrukt, de lascyclus start (Pregas, l_Start, UpSlope en lassen).T2 - De hoofd-knop wordt losgelaten, de lascyclus wordt gestopt (DownSlope, l_Stop, Postgas).Op de toorts met 2 knoppen, en alleen in 2T, wordt de secundaire knop gebruikt als hoofd-knop.
T3T1 Bouton principal T2T4 >0.5s<0.5s<0.5s T1 - De hoofd-knop is ingedrukt, de cyclus start vanuit Pre-gas en stopt in de fase l_Start.T2 - De hoofd-knop wordt losgelaten, de cyclus gaat over in UpSlope en in lassen.T3 - De hoofd-knop is ingedrukt, de cyclus gaat over in Downslope en stopt in de fase l_Stop.T4 - De hoofd-knop wordt losgelaten, de cyclus eindigt met Post- gas. NB : voor toortsen, dubbele knoppen en dubbele knop + draaiknop=> knop « hoog/lasstroom » en draaiknop actief, knop « laag » niet actief.NL
Gebruikershandleiding
NEOPULSE 220 C / 220 C XL
Vertaling van de originele handleiding
>0.5s<0.5s<0.5s T1 - De hoofd-knop is ingedrukt, de cyclus start vanuit Pre-gas en stopt in de fase l_Start. T2 - De hoofd-knop wordt losgelaten, de cyclus gaat over in UpSlope en in lassen. LOG : deze module wordt gebuikt in de lasfase : - een korte druk op de hoofdknop (<0.5s) de stroom schakelt van lasstroom l naar koude stroom l en vice versa. - De tweede knop wordt ingedrukt gehouden, de stroom schakelt over van I lasstroom naar I koude stroom. - De tweede knop wordt losgelaten, de stroom schakelt van I koude stroom naar I lasstroom. T3 : Een lange druk op de hoofdknop (>0.5s), de cyclus gaat over naar Down Slope en stopt in de fase I_Stop. T4 - De hoofd-knop wordt losgelaten, de cyclus eindigt met Post- gas. Voor de toortsen met dubbele knoppen of dubbele trekkers houdt de « bovenste » trekker dezelfde functie als de eenvoudige toorts met maar één enkele trekker of lamel. De « onderste » trekker is niet actief.
HANDMATIG ZUIVEREN GAS
De aanwezigheid van zuurstof in de toorts kan leiden tot een verslechtering van de mechanische eigenschappen en kan tot gevolg hebben dat het werkstuk minder resistent is voor corrosie. Druk, om het gas van de toorts te zuiveren, lang op drukknop n° 1 en volg de procedure op het scherm. DEFINITIE INSTELLINGEN Een- heid Pre-gas s Duur van het zuiveren van de toorts en het creëren van een beschermgas voorafgaand aan de ontsteking. Stroom tijdens het opstarten % Dit stroomniveau bij het opstarten is de fase voordat het stroomniveau verhoogd wordt. Tijdsduur tijdens het opstarten s Duur van het opstart-stroomniveau, voordat het stroomniveau wordt verhoogd. Stijgende stroom s Zorgt voor een progressieve verhoging van de lasstroom. Lasstroom A Lasstroom. Downslope s Voorkomt kratervorming aan het einde van het lassen, en vermindert het risico op scheurtjes, in het bijzonder op lichtere legeringen. Onderbreken van de stroom % Dit stroomniveau bij het uitdoven is de fase die volgt op het verlagen van de stroom. Tijdsduur onderbreking s Dit stroomniveau bij het uitdoven is de fase die volgt op het verlagen van de stroom. Dikte mm Dikte van het te lassen werkstuk Positie - Laspositie Post gas s Tijdsduur van het in stand houden van de gasbescherming, na het uitschakelen van de lasboog. Beschermt het werkstuk en de elektrode tegen oxidatie tijdens het afkoelen. Wave-vorm - Wave-vorm tijdens het puls-gedeelte. Koude stroom % Tweede lasstroom, genaamd «koude » stroom Koude stroom % Schakelen duur warme puls-stroom (l) Frequentie van de puls
- In geval van lassen met handmatig toevoegen van metaal zal F (Hz) worden gesynchroniseerd met de hande- ling van het toevoegen van metaal,
- Bij dunner plaatwerk zonder toevoegen van materiaal (< 0.8 mm), F(Hz) >> 10Hz
- In positie lassen : F(Hz) < 100Hz Spot s Handmatig of een vooraf bepaalde tijdsduur. Duur van de Puls s Fase Pulsen : handmatig of een vooraf bepaalde tijdsduur Duur zonder Puls s Fase vlakke stroom : handmatig of een vooraf bepaalde tijdsduur De toegang tot sommige las-instellingen hangt af van de lasprocedure (Standaard, Puls enz.) en van de gekozen schermweergave (Easy, Expert, of Geavanceerd).98 Gebruikershandleiding
NEOPULSE 220 C / 220 C XL
Vertaling van de originele handleiding
- Sluit de kabels, de elektrode-houder en de massa-klem aan aan de daarvoor bestemde aansluitingen.
- Respecteer de polariteiten en las-intensiteiten, zoals aangegeven op de verpakkingen van de elektroden.
- Verwijder de beklede elektrode uit de elektrode-houder wanneer het apparaat niet gebruikt wordt.
- Het materiaal is uitgerust met 3 specieke Inverter-functies : - De Hot Start functie geeft een extra hoge stroom-intensiteit bij aanvang van het lassen. - De Arc Force functie levert een extra hoge stroom-intensiteit, die voorkomt dat de elektrode plakt wanneer deze in het smeltbad komt. - De Anti-Sticking functie vereenvoudigt het losmaken van de elektrode wanneer deze vastplakt.
INSTELLINGEN VAN DE PROCEDURE
Lasprocedures Instellingen Instellingen Standaard Puls Type elektrode Rutiel Basisch Cellulose De specieke instellingen worden bepaald door het type elektrode dat wordt gebruikt. Anti-Sticking OFF - ON De anti-sticking wordt aanbevolen voor het veilig verwijderen van de elektrode in geval van plakken aan het te lassen werkstuk (de stroom wordt automatisch onderbroken). Energie Hold Thermische coëf- ciënt Zie het hoofdstuk «Energie» op de volgende pagina’s. De toegang tot sommige las-instellingen hangt af van de gekozen schermweergave : Instellingen/Weergave : Easy / Expert / Geavanceerd Raadpleeg de IHM-handleiding LASPROCEDURES
- Standaard Deze MMA Standaard lasmodule is geschikt voor de meeste toepassingen. Geschikt voor het lassen met alle soorten beklede elektroden, rutiel, basisch en op alle soorten materiaal : staal, roestvrijstaal, en gietijzer.
- Puls Deze MMA Puls lasmodule is geschikt voor toepassingen waar verticaal opgaand (PF) gelast moet worden. Met de puls-module is het mogelijk om een koud smeltbad te behouden, dat toch een goede materiaaloverdracht geeft. Zonder puls vereist het verticaal opgaand lassen een «dennenboom» beweging, dit is een nogal moeilijke driehoeksbeweging. Dankzij de MMA Puls is het niet meer nodig deze beweging uit te voeren. Afhankelijk van de dikte van het te lassen voorwerp kan één rechte omhooggaande beweging voldoende zijn. Als u toch uw smeltbad wilt vergroten is een eenvoudige laterale beweging voldoende. In dit geval kunt u de frequentie van uw puls-stroom op uw scherm regelen. Deze procedure geeft de lasser een betere beheersing tijdens het verticaal lassen.
KEUZE VAN DE BEKLEDE ELEKTRODES
- Rutiele elektrode : zeer eenvoudig te gebruiken in alle posities.
- Basische elektrode : voor een gebruik in alle posities, en geschikt voor het realiseren van veiligheidswerkzaamheden dankzij de versterkte mecha- nische eigenschappen.
- Cellulose elektroden : zorgen voor een zeer dynamische boog met een hoge fusie-snelheid. Dankzij de mogelijkheid tot het gebruik in alle posities zijn deze elektroden bijzonder geschikt voor pipeline-werkzaamheden. DEFINITIE INSTELLINGEN Een- heid Percentage Hot Start
De Hot Start geeft een zeer hoge stroom-intensiteit tijdens de ontsteking, die voorkomt dat de elektrode aan het werkstuk blijft plakken. Deze stroom wordt ingesteld in intensiteit (% van de lasstroom) en in tijd (seconden). Duur Hot Start s Lasstroom A De instelling van de lasstroom is afhankelijk van het gekozen type elektrode (zie de verpakking van de elektro- den). Arc Force % De Arc Force levert een overstroom, om te vermijden dat de elektrode aan het smeltbad vastplakt. Percentage l koud % Koude stroom s Frequentie van de puls Hz PULS frequentie van de PULS module. De toegang tot sommige las-instellingen hangt af van de gekozen schermweergave : Instellingen/Weergave : Easy / Expert / Geavanceerd Raadpleeg de IHM-handleidingNL
Gebruikershandleiding
NEOPULSE 220 C / 220 C XL
Vertaling van de originele handleiding
INSTELLEN VAN DE LAS-INTENSITEIT
De volgende instellingen komen overeen met het intensiteitsbereik dat gebruikt kan worden, afhankelijk van het type en de diameter van de elektrode. Deze zijn betrekkelijk ruim, daar ze afhangen van de lastoepassing en de laspositie. Ø van de elektrode (mm) Rutiel E6013 (A) Basisch E7018 (A) Cellulose E6010 (A)
Het wordt aangeraden om de Arc Force in het middenvlak (0) te plaatsen bij het opstarten van het lassen, en deze eventueel aan te passen naar gelang de resultaten en de lasvoorkeur. Let op : het instellingsbereik van de arcforce is afhankelijk van het gekozen type elektrode. ENERGIE Module ontwikkeld voor energie-besparend lassen, in het kader van het uitvoeren van een LMB. Met deze module kunt u, naast het tonen van de energetische waarden na het lassen, de thermische coëciënt instellen volgens de gebruikte norm : 1 voor de normen ASME en 0.6 (TIG) of 0.8 (MMA/MIG/MAG) voor de Europese normen. In het getoonde energieverbruik wordt deze coëciënt meegenomen. PUSH-PULL TOORTS (OPTIONEEL) Art. code Draad diameter Lengte Type koelsysteem 046283 0.6 > 1.2 mm 4 m lucht Een Push-Pull toorts kan worden aangesloten op de generator met behulp van een connector (l-9). Met dit type toorts kan AISi draad worden ge- bruikt, zelfs met een Ø 0.8 m. Deze toorts kan worden gebruikt in alle MIG-MAG las-modules. Het apparaat herkent de Push-Pull toorts na een eenvoudige druk op de trekker. Bij gebruik van een Push-Pull toorts met potentiometer kan de lasser via de bediening de maximum waarde van het instelbereik ingeven. Met de potentiometer kan de lasser tussen 50% en 100% ten opzichte van die waarde variëren.
De draadaanvoer is niet constant. Spatten verstoppen de opening Maak de contact-tip schoon of vervang deze, breng anti-hechtmiddel aan. De draad wordt niet goed door de rollen mee- genomen. Breng een anti-hechtmiddel aan. Eén van de rollen draait niet goed. Controleer de instelling van de schroef van de roller. De kabel van de toorts zit gedraaid. De kabel van de toorts moet zo recht mogelijk lopen. De motor van het draadaanvoersysteem werkt niet. De rem van de spoel of van de rollen zit te strak. Stel de rem en de rollen losser af. Slechte draadaanvoer. De mantel die de draad leidt is vuil of bescha- digd. Reinigen of vervangen. De pin van de as van de rollen mist Breng de pin weer in de houder De rem van de draadspoel is te strak afges- teld. Stel de rem losser af.100 Gebruikershandleiding
NEOPULSE 220 C / 220 C XL
Vertaling van de originele handleiding Slechte of geen lasstroom. Stopcontact en/of stekker zijn niet correct aangesloten. Controleer de aansluiting en kijk of deze cor- rect op het stroomnet is aangesloten. Slechte aarding. Controleer de massa kabel (de aansluiting en de staat van de klem). Geen vermogen. Controleer de trekker van de toorts. De draad loopt vast na de rollers. De mantel die de draad leidt is geplet. Controleer de mantel en de toorts. De draad blokkeert in de toorts. Vervangen of schoonmaken. Geen capillaire buis. Controleer de aanwezigheid van de capillaire buis. De snelheid van de draadaanvoer is te hoog. Verlaag de aanvoersnelheid van de draad. De lasrups is poreus. De gastoevoer is te laag. Regelbereik tussen 15 en 20 L/min. Reinigen van het basismetaal. De gases is leeg. Vervangen. De kwaliteit van het gas is onvoldoende. Vervangen. Tochtstroom of invloed van de wind. Voorkom tocht, scherm het lasgebied goed af. Gasbuis is vies. Maak de gasbuis schoon of vervang deze. Slechte draadkwaliteit. Gebruik een lasdraad dat geschikt is voor MIG-MAG lassen. Het las-oppervlak is van slechte kwaliteit (roest enz.) Maak voor het lassen het werkstuk schoon. Het gas is niet aangesloten. Controleer of het gas aangesloten is aan de ingang van de generator. Zeer grote vonkdelen. Boogspanning is te laag of te hoog. Lasinstellingen controleren. Slechte aarding. Controleer en plaats de massaklem zo dicht mogelijk bij de laszone. Beschermgas is onvoldoende. Gastoevoer aanpassen. Geen gas aan de uitgang van de toorts. Slechte gasaansluiting. Controleer de aansluiting van het gas Controleer of de elektro-klep correct werkt Fout tijdens het downloaden De data op de USB-stick is onleesbaar of beschadigd. Controleer uw gegevens. Probleem met de back-up U heeft het maximum aantal back-ups over- schreden. U moet opgeslagen programma’s verwijderen. Het aantal back-ups is beperkt tot 500. Automatisch verwijderen van JOBS. Enkele jobs zijn verwijderd, daar deze niet compatibel waren met de nieuwe synergieën.
Storing detectie Push Pull toorts - Controleer de aansluiting van uw Push Pull toorts. Probleem met de USB-stick Geen enkele JOB gedetecteerd op de USB- stick
Geen geheugenplaats meer vrij in het appa- raat Maak ruimte vrij op de USB-stick Probleem bestand Het File «...» komt niet overeen met de ge- downloade synergieën Het bestand is gecreëerd met synergieën die niet aanwezig zijn op het apparaat. GARANTIE VOORWAARDEN De garantie dekt alle gebreken of fabricage-fouten gedurende 2 jaar, vanaf de aankoopdatum (onderdelen en arbeidsloon). De garantie dekt niet :
- Alle andere schade als gevolg van vervoer.
- De gebruikelijke slijtage van onderdelen (Bijvoorbeeld : : kabels, klemmen, enz.).
- Incidenten als gevolg van verkeerd gebruik (verkeerde elektrische voeding, vallen, ontmanteling).
- Gebreken ten gevolge van de gebruiksomgeving (vervuiling, roest, stof). In geval van defecten kunt u het apparaat terugsturen naar de distributeur, vergezeld van : - een gedateerd aankoopbewijs (factuur, kassabon....) - een beschrijving van de storing.IT
Let op! Lees aandachtig de handleiding.
Stroombron met UPS technologie, levert gelijkstroom.
Geschikt voor het lassen in een ruimte met verhoogd risico op elektrische schokken. De voedingsbron zelf moet echter niet in dergelijke ruimte worden geplaatst.
Inschakelduur volgens de norm EN60974-1 (10 minuten – 40°C).
Maximale nominale voedingsstroom (effectieve waarde)
Maximale effectieve voedingsstroom
Apparaat in ove- reenstemming met de Europese richtlijnen. De verklaring van overeenstemming is te downloaden op onze website (adres vermeld op de omslag).
Materiaal conform aan de Britse eisen. De Britse verklaring van overeenkomt is beschikbaar op onze website (zie omslagpagina).
Dit materiaal voldoet aan de Marokkaanse normen. De verklaring Cم (CMIM) van overeenstemming is beschikbaar op onze internet site (vermeld op de omslag).
Dit klasse A apparaat voldoet aan de EN60974-1 en EN60971-10 normen.
Het apparaat voldoet aan de norm EN 60974-5.
Afzonderlijke inzameling vereist volgens de Europese richtlijn 2012/19/UE. Gooi het apparaat niet bij het huishoudelijk afval !
Product recyclebaar, niet bij het huishoudelijk afval gooien
EAC (Euraziatische Economische Gemeenschap) merkteken van overeenstemming
Informatie over de temperatuur (thermische beveiliging)
Aan (stroom aan) / Uit (stroom uit)
Geventileerd materiaal.
Beschermd tegen de toegang tot gevaarlijke delen van vaste lichamen met een diameter >12,5 mm en beschermd tegen regen onder een hoek van 60° ten opzichte van de verticaal wanneer de bewegende delen van het toestel nog niet in werking zijn.
Deze handleiding voor het gebruik van de interface (IHM) maakt deel uit van de volledige documentatie. Een algemene handleiding wordt meegeleverd met het apparaat. Lees de instructies zoals beschreven in deze algemene handleiding en respecteer ze, in het bijzonder de veiligheidsmaatregelen ! Gebruik uitsluitend met de volgende appa- raten NEOPULSE 220 C
NEOPULSE 320 C NEOFEED 4W NEOPULSE 400 CW Software versie Deze handleiding beschrijft de volgende softwareversies :
De software versie van de interface wordt getoond in het algemene menu : Informatie / MMI2 Gebruik van het bedieningspaneel van het apparaat Bediening van de generator Het hoofdscherm toont alle benodigde informatie voor de lasprocedure voor, tijdens en na het lassen (de interface kan licht evolueren, afhankelijk van de gekozen procedure). (4) (8) (7) (1) (2) (6) (5) (3) (1) Naam gebruiker / traceability (2) Drukknop n° 1 : Algemene menu of Return naar het vorige menu (3) Drukknop n° 2 : Instellingen van de in gang zijnde procedure (4) Navigatie-knoppen (5) Drukknop n° 3 : Instellingen (6) Drukknop n° 4 : Job of Bevestigen (7) In gang zijnde instellingen (8) Meten van Spanning, Stroom en Energie Algemene menu Het scherm van het Algemene menu wordt getoond wanneer het apparaat voor het eerst wordt opgestart. U kunt tussen verschillende blokken navigeren dankzij de draaiwieltjes en de drukknoppen . Procedures Instellingen Systeem Portability Kalibratie Informatie (1) (2) (3) (1) Return (2) Bevestigen (3) Icoon van het actuele blokNL
Procedures De toegang tot sommige lasprocedures hangt af van het apparaat : MIG-MAG (GMAW/FCAW) Semi-automatisch lassen met beschermgas TIG (GTAW) Booglassen met niet afsmeltbare elektroden onder beschermgas MMA (SMAW) Booglassen met beklede elektrode Gutsen Arc-air gutsen, voor het aanbrengen van groeven in metaal Instellingen (gebruiker) Weergave modules - Easy : beperkte weergave en functionaliteit (geen toegang tot de lascyclus). - Expert : volledige weergave, waarmee de duur en tijd van de verschillende fases van de lascyclus kunnen worden aangepast. - Geavanceerd : integrale weergave, waarmee alle instellingen van de lascyclus kunnen worden aangepast. Taal Keuze van de taal van de interface (Frans, Engels, Duits enz.) Meeteenheden Keuze weergave eenheden : Internationaal (SI) of Imperiaal (USA). Naamgeving materialen Europese norm (EN) of Amerikaanse norm (AWS). Helderheid Past de helderheid van het scherm van de interface aan (in te stellen van 1 (donker) tot 10 (zeer helder)). Code gebruiker Personaliseren van de toegangscodes voor de gebruikers, om zo hun eigen sessies te kunnen vergrendelen (Stan- daard 0000). Tolerantie l (stroom) Tolerantie instelling stroom : OFF : vrije instelling, de instelling van de stroom is niet gelimiteerd. ± 0A : geen enkele tolerantie, de stoom is vastgezet. ± 1A> ± 50A : interval waarvoor de gebruiker de stroom kan variëren. Tolerantie U (spanning) Tolerantie instelling spanning : OFF : vrije instelling, de instelling van de spanning is niet gelimiteerd. ± 0.0V : geen enkele tolerantie, stroom vastgezet. ± 0.1V> ± 5.0V : interval waarvoor de gebruiker de spanning kan variëren. Tolerantie (snelheid draad) Tolerantie instelling snelheid draad (m/min) : OFF : vrije instelling, de draadsnelheid is niet gelimiteerd.4 Gebruik van het bedieningspaneel van het apparaat ± 0.0m/min : geen enkele tolerantie, draadsnelheid vastgezet. ± 0.1m/min> ± 5.0m/min : interval instelling waarvoor de gebruiker de draadsnelheid kan variëren. Systeem Naam van het apparaat Informatie betreffende de naam van het apparaat en de mogelijkheid om deze te personaliseren met een druk op de interface. Klok Instellen tijd, datum en formaat (AM / PM). Koelgroep - OFF : de koelgroep is gedeactiveerd. - ON : de koelgroep is permanent actief. - AUTO automatische bediening (activeren bij aanvang van het lassen en deactiveren 10 minuten na het einde van het lassen) ONTLUCHTEN : functie voor het ontluchten van de koelgroep of het vullen van de kabels, de beveiligingen zijn nu niet actief (zie hiervoor de handleiding van de koelgroep voor het veilig ontluchten van uw apparaat). Reset Reset van de instellingen van het apparaat : - Gedeeltelijk : standaard waarde van de actieve lasprocedure. - Totaal : alle gegevens betreffende de instellingen van het apparaat zullen worden gereset en teruggebracht naar de fabriekswaarden. Vergrendeling Mogelijkheid tot vergrendeling van de interface van het apparaat, om zo de lopende klus te beveiligen en onbedoelde wij- zigingen te voorkomen. De instellingen kunnen worden gewijzigd, met als limiet de door u gekozen toleranties in het menu Instellingen (zie vorige pagina). Alle andere functies zijn niet toegankelijk. Om de interface te ontgrendelen drukt u op drukknop n° 1 en geeft u uw gebruikerscode van 4 cijfers in (Standaard 0000).NL
Gebruikers De gebruikersmodule maakt het mogelijk om het product met meerdere personen te delen. Wanneer het product de eerste keer wordt opgestart staat het in de Admin module. De administrateur kan verschillende gebruikers creëren. Iedere gebruiker heeft een eigen instellingen (module, afstelling, procedure, JOBs.....), deze kunnen niet worden gewi- jzigd door een andere gebruiker. Iedere gebruiker heeft een eigen, persoonlijke toegangscode met 4 cijfers nodig om met de generator te kunnen werken.
- De administrateur heeft toegang tot het algemene menu.
- De gebruiker heeft toegang tot een vereenvoudigde interface. Hij heeft niet de mogelijkheid om elementen te verwij- deren (Traceability, Jobs, Gebruikersproelen enz). Interface congureren gebruikers (uitsluitend toegankelijk voor de administrateur). Het linkergedeelte van het scherm toont de gebruikers. De administrateur heeft de mogelijkheid om de gebruikers te sorteren op naam of datum, met een korte druk op de drukknop n° 2. Met een langere druk op deze knop kunnen één of meerdere actieve gebruikers verwijderd worden (de Admin kan niet verwijderd worden). Het rechter gedeelte van het scherm toont de details van alle eerder gecreëerde gebruikers met de volgende informatie : Avatar, Naam, N° team en Tolerantie (%). Het creëren van een gebruikersproel Druk op de drukknop n° 3 voor het creëren van een gebruikers. - User : Personaliseer de naam van de gebruiker met een druk op de drukknop n° 3. - Avatar : Keuze van de kleur van de avatar van de gebruiker - Team : Toekennen van het teamnummer (maximaal 10) - Code gebruiker : persoonlijke toegangscode (Standaard 0000) - Tolerantie stroom l : OFF : vrije instelling, de instelling van de stroom is niet gelimiteerd. ± 0.0A : geen enkele tolerantie, de stroom is vastgezet (wordt niet aanbevolen). ± 0.A> ± 50A : interval waarvoor de gebruiker de stroom kan variëren. - Tolerantie spanning U : OFF : vrije instelling, de instelling van de spanning is niet gelimiteerd. ± 0.0V : geen enkele tolerantie, de spanning is vastgezet (wordt niet aanbevolen). ± 0.1V> ± 5.0V : interval waarvoor de gebruiker de spanning kan variëren. - Tolerantie draadsnelheid (m/min) : OFF : vrije instelling, de draadsnelheid is niet gelimiteerd. ± 0.0m/min : geen enkele tolerantie, de draadsnelheid is vastgezet (wordt niet aanbevolen). ± 0.1m/min> ± 5.0m/min : interval instelling waarvoor de gebruiker de draadsnelheid kan variëren. Voor de gebruiker die ook «Admin» is, is het wijzigen van de naam en de avatar niet mogelijk. Wijzigen van een gebruikersproel Kies de gebruiker in het linkergedeelte van het scherm en druk op de drukknop n° 4. Keuze van de gebruikers Als er een (of meerdere) gebruiker(s) zijn gecreëerd, toont het blok alle gebruikers die het apparaat kent. Kies de gewenste gebruiker en druk om te bevestigen. Er zal nu een ontgrendelingscode worden gevraagd. Met de functie «Sluiten» kunt u het apparaat vergrendelen voor de keuze van gebruikers, geen enkele instelling is toegankelijk. Deze weergave is identiek wanneer het apparaat wordt aangezet (schakelaar OFF -> ON). Tonen van de gebruiker Linksboven aan het scherm worden de huidige avatar en gebruikersnaam getoond. Vergrendel code Ieder gebruikersproel wordt beschermd door een persoonlijke code van 4 cijfers. Wanneer de persoonlijke code niet is ingesteld, is deze standaard 0000. Na drie foute pogingen zal het apparaat blokkeren en een ontgrendel-code vragen. Deze code, die bestaat uit 6 cijfers, kan niet worden gewijzigd en is : 314159.6 Gebruik van het bedieningspaneel van het apparaat Traceability Met deze interface-besturing kunnen alle stappen van een lasoperatie tijdens industriële processen, rups na rups, worden getraceerd en geregistreerd. Dankzij deze kwalitatieve benadering kunnen er analyses en evaluaties van de kwaliteit van het laswerk gerealiseerd worden, en is het mogelijk een rapport en documentatie van de opgeslagen las-instellingen te maken. Met deze functie kunt u, in het kader van de norm EN ISO 3834, zeer precies en snel gegevens opvragen en opslaan. Deze gegevens kunnen weer worden opgeslaan op een USB stick.
1 - Start - Creëren van traceability
- Personaliseer de naam van de klus met een druk op de drukknop n° 3.• Meet-interval : - Hold De waarden Stroom/Spanning worden niet geregistreerd (gemiddelde over de lasnaad) tijdens het lassen. - 250 ms, 500 ms, enz. : Opslaan van de waarden Stroom/Spanning (gemiddelde over de lasnaad) iedere «X» milliseconden of seconden tijdens het lassen.• Optiies - OFF : eenvoudige traceability• Opties - ON : volledige traceabilityTeller Passages (ON/OFF) Teller Lassen (ON/OFF)Temperatuur (ON/OFF) : Temperatuur van het te lassen onderdeel aan het begin van de lasnaad.Lengte (ON/OFF) : Lengte van de lasnaad (de meet-eenheden zullen worden getoond naar gelang de gedenieerde keuze in Instellingen /Meeteenheden).Variabel : maakt het mogelijk om extra persoonlijke informatie toe te voegen (gewicht, opmerkingen, draadsnelheid enz) Druk op om de traceability functie de activeren. Tonen van de traceabiity Linksboven op het scherm worden de naam van de klus en het n° van de lasnaad getoond (het n° van de lasnaad is au- tomatisch en kan niet worden gewijzigd). Identicatie - Opties ON Aan het eind van iedere lasnaad verschijnt een identicatie-venster : N° passage, N° Lassen, Temperatuur van het te lassen onderdeel en/of de lengte van de lasnaad. Bevestigen Het bevestigen kan plaatsvinden op de IHM of met een druk op de trekker van de toorts. Stop - Stop de traceability Om de traceability functie te stoppen moet de gebruiker terugkeren naar het blok Traceability en «Stop» kiezen. Exporteren De informatie kan worden overgebracht met behulp van een USB stick.De gegevens .CSV kunnen worden verwerkt in een spreadsheet (Microsoft Excel®, Calc OpenOfce®, enz.).De naam van het le is gelinkt aan de naam en het serie n° van het apparaat.
2 - Start - Instellen van de traceability
Het linkergedeelte van het scherm toont de reeds gecreëerde klussen. De gebruiker heeft de mogelijkheid om deze klussen te sorteren op naam of datum, met een korte druk op de drukknop n° 2. Met een lange druk op deze knop kan de gebruiker de huidige klus of alle klussen deleten. Op het rechter gedeelte van het scherm worden de details van alle voorgaande klussen getoond, met de volgende in- formatie : meetfrequentie, aantal geregistreerde lasnaden, totale lasduur, geleverde las-energie, instelling van iedere lasnaad, (procedure, datum en tijd, lasduur en U-I van het lassen).Het creëren van traceability(zie vorige paragraaf) Rec Lanceer de traceability van de in gang zijnde klusNL
Portability Import Cong. Overzetten van de instelling van een apparaat vanaf een USB-stick (repertoire : USB stick\Portability\Cong) naar het apparaat. Met een langere druk op kunt u de instellingen van de USB-stick deleten. Export Cong. Exporteren van de instelling van het apparaat naar de USB-stick (repertoire : USB stick\Portability\Cong). Import Job Importeren van Jobs volgens de procedures aanwezig onder het repertoire USB-stick\Portability van de USB stick naar het apparaat. Export Job Exporteren van Jobs van het apparaat naar de USB stick volgens de procedures (repertoire : USB stick\Portability\ Job) Waarschuwing : de vorige jobs van de USB stick kunnen gedelete worden. Om verlies van gegevens tijdens het importeren of exporteren ervan te voorkomen, moet u de USB stick niet verwijderen en het apparaat niet uitschakelen tijdens de procedure. De naam van het le is gelinkt aan de naam en het serie n° van het apparaat. Kalibratie Kalib. Snelheid Functie kalibreren van de snelheid van het draadaanvoersysteem. Het doel van het kalibreren : het compenseren van eventuele variatie in snelheid van de draadaanvoer. De getoonde spanningsmeting kan worden bijgesteld en de energie-berekening wordt verjnd. Wanneer de procedure gelanceerd wordt, wordt deze uitgelegd aan de hand van een animatielmpje op het scherm. Het kalibreren van de snelheid van de draadaanvoer moet periodiek plaatsvinden, om zo altijd een optimale laskwa- liteit te garanderen. Kalib. Kabels Deze module is ook bedoeld voor het kalibreren van las-accessoires zoals de toorts, de kabel + elektrode-houder en kabel + massa-klem. Het doel van de kalibratie is het compenseren van lengte-variaties van de accessoires. De getoonde spanningsmeting wordt bijgesteld en de energie-berekening wordt verjnd. Wanneer de procedure ge- lanceerd wordt, wordt deze uitgelegd aan de hand van een animatielmpje op het scherm. Belangrijk : Het kalibreren van de kabel moet worden uitgevoerd bij iedere wisseling van de toorts, kabel of massa- kabel, om zo altijd een optimale laskwaliteit te verzekeren.8 Gebruik van het bedieningspaneel van het apparaat Informatie Gegevens conguratie van de componenten van het apparaat :- Model- Serienummer- Naam van het apparaat- Software versie- Gebruikte Job en synergieënMet een druk op een willekeurige drukknop kunt u het informatie-blok verlaten. Opslaan en oproepen van jobs Toegankelijk via het icoon «JOB» op het hoofdscherm. De in gebruik zijnde instellingen worden automatisch opgeslagen, en weer opgeroepen wanneer het lasapparaat opnieuw opgestart wordt. Naast de in gebruik zijnde instellingen is het mogelijk om instellingen genaamd « JOBS » op te slaan en weer op te roepen. Er zijn 500 JOBS beschikbaar voor de MIG/MAG en TIG procedure, en 200 voor de MMA procedure. Het geheugen is ge- baseerd op de instellingen van de in gebruik zijnde procedures en instellingen en het proel van de gebruiker. Job Met deze module JOB kunnen JOBS gecreëerd, opgeslagen, weer opgeroepen en verwijderd worden. Quick Load - Oproepen van JOBS met de trekker buiten het lassen om. De Quick Load is een module waarmee JOBS kunnen worden opgeroepen (20 max). Dit is enkel mogelijk in de MIG-MAG en TIG procedure.Vanuit een Quickload lijst, bestaande uit eerder gecreëerde JOBS, kunnen de JOBS met een korte druk op de trekker weer opgeroepen worden. Alle trekkermodules en lasmodules zijn mogelijk. Error codes De volgende tabel toont een (niet complete) lijst met meldingen en error codes die op uw apparaat kunnen verschi-jnen. Voer eerst de beschreven controles uit, voordat u een beroep doet op een door GYS erkende technicus. Wanneer de lasser het apparaat moet openen, moet eerst de stroom worden afgesloten en de stekker uit het stopcontact worden gehaald. Daarna nog minstens 2 minuten wachten alvorens het apparaat te openen.Codes storingMeldingen Oplossingen STORING OVERSPANNINGControleer de elektrische installatieLaat uw elektrische installatie nakijken door een gekwaliceerde persoon. STORING ONDERSPANNINGControleer de elektrische installatie005 Fout in de aardingAanwezigheid van stray voltage. Controleer de bekabeling van het accessoires van het lasapparaat (toorts, massaklem, elektrode-hou-der enz). STORING KOELGROEPKoelgroep niet gedetecteerdDe koelgroep wordt niet gedetecteerd. Controleer de aansluiting tussen de koelgroep en de generator. STORING IN DE AANVOERCircuit koelsysteem verstoptControleer of de koelvloeistof correct door de toorts circuleert.NL
STORING WATERNIVEAU Controleer het waterniveau Vul het reservoir van de koelgroep tot het maximale niveau (aanbe- volen koelvloeistof art. code : Art. code 062511)
KOELGROEP Thermische beveiliging Wacht enkele minuten tot het koelsysteem is afgekoeld. Waarschuwing : let er op dat de aanbevolen inschakelduur voor de gebruikte lasstroom niet wordt overschreden. Verzekert u zich ervan dat de ingangen en de uitgangen niet zijn geblokkeerd.
GENERATOR Thermische beveiliging Wacht enkele minuten totdat de generator is afgekoeld. Waarschuwing : let er op dat de aanbevolen inschakelduur voor de gebruikte lasstroom niet wordt overschreden. Verzekert u zich ervan dat de ingangen en de uitgangen niet zijn geblokkeerd. Installeer het anti-stof lter (art. code 063143). Waarschuwing : het anti-stof lter reduceert de inschakelduur.
Ventilator Storing ventilator Haal de stekker uit het stopcontact en controleer of de ventilator niet geblokkeerd is.
TREKKER Een trekker is ingedrukt Verwijder de toorts en controleer of de melding blijft verschijnen. Controleer of de schakelaar «Zuiveren gas / Draadaanvoer» niet geblokkeerd is. Controleer of de trekker van de MIG/MAG toorts niet geblokkeerd is.
MOTOR Onmogelijk om de gevraagde snelheid te be- reiken Controleer de druk op de aandrijfrollen van het draadaanvoer- systeem. Controleer of het draad niet geblokkeerd is in de mantel van de toorts. Voer een kalibratie uit van de snelheid van het draadaanvoersysteem (Menu «Kalibratie»)
Overladen, Controleer uw instellingen Druk op de trekker en laat weer los om te wissen Controleer de instellingen van de generator en de installatie (draad, rollers, gas, toorts enz) Indien het probleem voortduurt moet u een update uitvoeren (Via Planet GYS)
Probleem met het opstarten van het lassen Controleer uw lasinstellingen Druk op de trekker en laat weer los om te wissen Controleer de instellingen van de generator en de installatie (draad, rollers, gas, toorts enz) Indien het probleem voortduurt moet u een update uitvoeren (Via Planet GYS)
Intern system error. Start uw apparaat opnieuw op Schakel het apparaat uit en daarna weer aan. Indien het probleem voortduurt moet u een update uitvoeren (Via Planet GYS) - Error tijdens het kalibreren van de motor Voer opnieuw een kalibratie uit van de snelheid van het draa- daanvoersysteem (Menu «Kalibratie») - Error tijdens het kalibreren. Voer opnieuw een kalibratie uit van de laskabels (Menu «Kalibratie») - Geen geheugenplaats meer vrij in het apparaat Verwijder Jobs, om zo ruimte vrij te maken in uw interne geheugen.
File %s niet geaccepteerd Err %d Toch doorgaan ? De data op de USB-stick is onleesbaar of beschadigd. Controleer uw gegevens.
Onmogelijk om gegevens op de USB stick op te slaan Maak ruimte vrij op de USB-stick Indien het probleem aanhoudt moet u de USB stick vervangen.
Aantal toegestane pogingen overschreden Toegangscode gevraagd Geef de toegangscode in : 314159
Gebruikerscode ongeldig De persoonlijke code werkt niet, geef de juiste code in. De standaard code is 0000. Als er een niet vermelde error code verschijnt, of als uw problemen voortduren, kunt u contact opnemen met de after salesdienst van GYS.10 Gebruik van het bedieningspaneel van het apparaat Waarschuwingsiconen (Warning) De waarschuwingsiconen rechtsboven op het scherm geven u informatie betreffende uw apparaat. Waar- schuwing- sicoon Betekenis Demonstratie module. Het lassen is niet actief.Controleer uw elektrische installatie (netspanning).Koelcircuit geobstrueerd.Controleer of de koelvloeistof correct door de toorts circuleert. De batterij van het bedieningspaneel is bijna leeg. Vervang de batterij (CR2032) en stel datum en tijd in (Systeem / Klok). De ventilator draait niet op de juiste snelheid. Controleer de staat van de ventilator.IT
SimpelGids