Blaze Nina - Oven

Nina - Oven Blaze - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Nina Blaze in PDF-formaat.

📄 306 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Blaze Nina - page 236

Questions des utilisateurs sur Nina Blaze

0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.

Poser une nouvelle question sur cet appareil

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Aucune question pour l'instant. Soyez le premier à en poser une.

Download de handleiding voor uw Oven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Nina - Blaze en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Nina van het merk Blaze.

GEBRUIKSAANWIJZING Nina Blaze

1. De garantie is geldig voor een installatie die voldoet aan de regelgeving, gecertificeerd door GEMACHTIGD PERSONEEL.

2. Het product mag tijdens het transport en de installatie NIET ONDERSTEBOVEN of IN HORIZONTALE OP DE ZIJKANT GEPLAATST WORDEN. 3. De installatie van de kachel moet worden uitgevoerd door ervaren personeel en volgens de geldende bepalingen in het land van installatie. 4. In geval van een mislukte inschakeling of een stroomonderbreking moet men, alvorens de inschakeling te herhalen, ABSOLUUT DE VUURPOT LEEGMAKEN. Het niet-naleven van deze procedure kan ook leiden tot de breuk van het glas in de deur.

5. NOOIT HANDMATIG pellets in de vuurpot plaatsen in een poging de ontsteking van de kachel te bevorderen.

6. In geval van een afwijkend gedrag van de vlam of in ieder ander geval, DE KACHEL NOOIT UITSCHAKELEN door de elektriciteitsvoorziening te onderbreken, maar door middel van de uitschakeltoets. Het wegnemen van de elektriciteitsvoorziening houdt in dat er geen mogelijkheid is om de rookgassen af te voeren. 7. In geval de inschakelfase lang duurt (pellets die vochtig of van slechte kwaliteit zijn) en er mogelijk een overmatige rookvorming in de verbrandingskamer ontstaat, is het verstandig om de deur te openen om de afvoer te bevorderen en de veilige omstandigheden te handhaven. 8. Het is zeer belangrijk om PELLETS VAN EEN GECERTIFICEERDE EN GOEDE KWALITEITte gebruiken. Het gebruik van pellets met een slechte kwaliteit kan een gestoorde werking veroorzaken en in enkele gevallen de breuk van mechanische onderdelen waarvoor het toeleveringsbedrijf niet verantwoordelijk is. 9. De gewone reiniging (vuurpot en verbrandingskamer) MOET DAGELIJKS WORDEN UITGEVOERD. Het bedrijf is niet aansprakelijk in het geval van problemen die voortvloeien uit dit gebrek. Eva Stampaggi S.r.l. aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor schade aan personen of zaken als gevolg van de niet-naleving van de eerder beschreven punten en voor producten die niet overeenkomstig de wetgeving geïnstalleerd zijn.F-1

(Pelletkachels – pelletkachel met oven – Pelletfor nuis – pelletfornuis met oven – Inbouw-pelletkachels)

VEILIGHEIDSAANBEVELINGEN De kachels zijn vervaardigd in overeenstemming met de wet EN13240 (houtkachels) EN 14785 (pelletkachels) EN 12815 (op hout gestookte fornuizen en kookkachels), met behulp van hoogwaardige en niet-vervuilende materialen. Om beter gebruik te maken van uw kachel wordt aangeraden de instructies in dit boekje op te volgen. Lees deze handleiding zorgvuldig alvorens over te gaan tot het gebruik of de onderhoudswerkzaamheden. De bedoeling van Eva Stampaggi is om de grootst mogelijke hoeveelheid informatie te verstrekken teneinde een veiliger gebruik te verzekeren en schade aan personen of onderdelen van de kachel te voorkomen. Elke kachel wordt onderworpen aan interne keuring vóór de verzending en het is dus mogelijk dat u resten in de kachel aantreft.

De installatie en aansluiting moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel in volledige overeenstemming met de Europese normen (UNI 10683 voor Italië), nationale normen, lokale regelgeving en de bijgeleverde installatie-instructies. Deze moeten ook worden uitgevoerd door geautoriseerd personeel, professioneel voorbereid voor de uit te voeren taak. De verbranding van afval, met name plastic, beschadigt uw kachel en het rookkanaal en is bovendien verboden door de wet inzake de emissies van schadelijke stoffen. Gebruik nooit alcohol, benzine of andere ontvlambare vloeistoffen om het vuur aan te steken of te doen herleven tijdens het gebruik. In de kachel geen grotere hoeveelheid brandstof plaatsen dan in het boekje aangegeven staat. Het product niet wijzigen. Het apparaat mag niet gebruikt worden met een open deur of wanneer de ruit gebroken is. Het apparaat niet gebruiken als, bijvoorbeeld, droogrek, oplegtafel of trap enz. De kachel niet installeren in slaapkamers of badkamers. De te gebruiken pellets zijn de volgende: De pelletkachels functioneren uitsluitend met pellets (korrels) van verschillende houtsoorten in overeenkomst met de norm DIN plus 51731 of EN plus 14961-2 A1 of PEFC/04-31-0220 of ONORM M7135, of pellets met de volgende eigenschappen: Verwarmingsvermogen min 4.8 kWh/kg (4180 kcal/kg) Dichtheid 630-700 kg/m3 Max vochtgehalte 10% van het gewicht Diameter: 6 ±0.5 mm Asgehalte: max 1% van het gewicht Lengte: min 6 mm- max 30 mm Samenstelling: 100% onbehandeld hout van de houtindustrie of postconsumptiehout, zonder toevoeging van bindmiddelen en zonder schors, in overeenkomst met de van kracht zijnde regelgeving ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Gebruik deze kachel uitsluitend zoals beschreven in deze handleiding. Ieder ander niet door de fabrikant aanbevolen gebruik kan brand of ongevallen voor personen veroorzaken.

Zorg ervoor dat het type elektrische voeding overeenkomt met de aanduidingen op het typeplaatje (230V~/50Hz). Dit product is geen speelgoed. Kinderen moeten naar behoren gecontroleerd worden om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen. Dit apparaat is niet bestemd voor personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke capaciteiten of zonder de nodige ervaring en kennis, tenzij zij het nodige toezicht of instructies betreffende het gebruik van het apparaat hebben ontvangen van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon. Schakel de stroomvoorziening uit in geval van niet-gebruik of reiniging. Om de kachel los te koppelen, zet de schakelaar in stand O en verwijder de stekker uit het stopcontact. Pak alleen de stekker vast en trek niet aan de kabel. Onder geen beding de uitlaatopeningen voor de verbrandingslucht en het rookkanaal afsluiten. De kachel niet met natte handen aanraken aangezien de kachel beschikt over elektrische onderdelen. Het apparaat niet gebruiken in geval van beschadigde kabels of stekkers. Het apparaat is geclassificeerd als een type Y: voedingskabel vervangbaar door een gekwalificeerd technicus. Wanneer de voedingskabel beschadigd is, moet deze worden vervangen door de fabrikant of zijn technische servicedienst of een vergelijkbaar gekwalificeerd persoon. Plaats niets op de kabel en buig deze niet. Het gebruik van verlengsnoeren wordt afgeraden omdat deze oververhit kan raken en brandgevaar kan veroorzaken. Nooit één enkel verlengsnoer gebruiken voor de werking van meerdere apparaten. Tijdens de normale werking kunnen enkele delen van de kachel, zoals de deur, de ruit en de handgreep hoge temperaturen bereiken: let dus goed op, in het bijzonder met kinderen.7 Vermijd daarom het contact van onbeschermde huid met het hete oppervlak. LET OP! NOOIT zonder voldoende bescherming de DEUR, de RUIT, de HANDGREEP of het ROOKKANAAL AANRAKEN TIJDENS DE WERKING: deze worden zeer heet als gevolgd van de door de verbranding van de pellets ontwikkelde hitte! Houd brandbare materialen zoals meubels, kussens, beddengoed, papier, kleding, gordijnen en andere op een afstand van 1.5 m van de voorkant en 30 cm vanaf de zijkanten en achterkant. Er bestaat brandgevaar indien de kachel tijdens zijn werking wordt bedekt of in contact komt met ontvlambare materialen, met inbegrip van gordijnen, draperieën, dekens enz. HOUD HET PRODUCT OP VOLDOENDE AFSTAND VAN DEZE MATERIALEN. De kabel, de stekker of enig ander onderdeel van het apparaat nooit in water of andere vloeistof onderdompelen. De kachel niet gebruiken in stoffige omgevingen of in de aanwezigheid van ontvlambare gassen (zoals bijvoorbeeld in een werkplaats of een garage). Een kachel heeft een ingebouwde onderdelen die bogen of vonken genereren. De kachel mag niet worden gebruikt in gebieden die gevaarlijk kunnen zijn, zoals gebieden met een risico voor brand of explosie, geladen met chemicaliën of vochtige atmosferen. Gebruik het apparaat niet gebruiken in de directe nabijheid van badkuipen, douches, wastafels of zwembaden. Plaats het niet onder een stopcontact en gebruik het niet buitenshuis. Niet proberen het apparaat te repareren, demonteren of te wijzigen. Het apparaat bevat geen onderdelen die door de gebruiker gerepareerd kunnen worden. De schakelaar uitschakelen en de stekker uit het stopcontact verwijderen alvorens onderhoud te verrichten en werk alleen op de afgekoelde kachel. WAARSCHUWING: VOOR HET VERRICHTEN VAN ONDERHOUD ALTIJD DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT VERWIJDEREN LET OP! Deze kachels werken uitsluitend met pellets en pitten indien de kachel daarvoor is uitgerust; GEBRUIK GEEN ANDERE BRANDSTOFFEN; elk ander type materiaal dat verbrand wordt zal defecten en een gestoorde werking van het apparaat veroorzaken. Bewaar de pellets op een koele droge plaats: opslag in te koude of te vochtige omgevingen kan leiden tot een vermindering van de verwarmingscapaciteit van de kachel. Besteed bijzondere aandacht aan de opslag en de hantering van de zakken pellets om te voorkomen dat deze geplet worden en er zaagsel gevormd wordt. De brandstof heeft de vorm van kleine cilinders met Ø 6-7mm, een maximale lengte van 30 mm en met een maximale vochtigheid van 8%; de kachel is vervaardigd en gekalibreerd voor het verbranden van pellets van verschillende types samengeperst hout, in overeenkomst met de millieuvoorschriften. De overgang van het ene soort pellet naar een andere kan een lichte verandering in het prestatieniveau veroorzaken, soms nauwelijks waarneembaar. Deze wijziging kan verholpen worden door het gebruiksvermogen één stap te verhogen of te verlagen. Reinig de vuurpot regelmatig, bij iedere ontsteking of lading van pellets. De verbrandingskamer moet gesloten blijven, behalve tijdens de handelingen voor het laden of de verwijdering van resten, om het ontsnappen van rook te vermijden. De kachel niet snel aan- en uitschakelen; de elektrische en elektronische onderdelen waarmee de kachel is uitgerust zouden beschadigd kunnen worden. Het apparaat niet gebruiken als een verbrandingsoven of op enige andere wijze die afwijkt van het beoogde gebruik. Gebruik geen vloeibare brandstoffen. Op het apparaat geen ongeautoriseerde wijzigingen aanbrengen. Gebruik alleen door de fabrikant aanbevolen originele reserveonderdelen. Het is belangrijk dat het vervoer van de kachel plaatsvindt in overeenstemming met de veiligheidsvoorschriften; onzorgvuldige verplaatsingen en botsingen moeten vermeden worden omdat deze de keramiek of de structuur kunnen beschadigen. De metalen structuur is behandeld met tegen zeer hoge temperaturen bestendige lak. Tijdens de eerste ontstekingen is het mogelijk dat er onaangename geuren worden afgegeven als gevolg van het opdrogen van de lak op de metalen delen: dit vormt geen gevaar en het is voldoende de ruimtes te luchten. De lak bereikt na de eerste ontstekingen de maximale weerstand en de definitieve chemisch-fysische eigenschappen. Om het reservoir bij te laden is het voldoende de deksel te openen en de pellets in het reservoir te storten, ook bij de functionerende kachel, en op te letten goed in het reservoir te richten. Indien u voor langere tijd niet aanwezig bent is het verstandig het reservoir bij te vullen om de werkingstijd te waarborgen. Het kan gebeuren dat, als gevolg van het leegraken van het reservoir, de schroef zich volledig ontlaadt tot aan de uitschakeling van het apparaat. Bij het opnieuw inschakelen kan het nodig zijn twee ontstekingen uit te voeren voor het herstel van de ideale omstandigheden omdat de schroef bijzonder lang is. LET OP! Indien de installatie niet wordt uitgevoerd volgens de aangegeven procedures kan, in geval van stroomonderbreking, een gedeelte van de rookgassen in de ruimte vrijkomen. In enkele gevallen kan het nodig zijn een UPS-systeem te installeren. LET OP! De kachel is een apparaat voor verwarming en heeft derhalve zeer hete oppervlakken. Juist om deze reden bevelen wij uiterste voorzichtigheid aan tijdens het bedrijf: MET DE INGESCHAKELDE KACHEL: o nooit de deur openen; o nooit de ruit van de deur aanraken omdat deze erg heet is; o oppassen dat kinderen de kachel niet benaderen; o het rookkanaal niet aanraken; o geen enkel type vloeistof in de vuurhaard gooien; o geen enkel type onderhoud verrichten tot de kachel is afgekoeld; o geen enkel type werkzaamheid verrichten, tenzij door gekwalificeerd personeel; o alle aanduidingen van deze handleiding in acht nemen en opvolgen. VOORWOORD DE INSTALLATIE MET DE ROOKGASSENAFVOER VIA DE MUUR IS VERBODEN. DE ROOKGASSENAFVOER MOET VIA HET DAK ZIJN, ZOALS VOORGESCHREVEN DOOR DE NATIONALE REGELGEVING. Eva Stampaggi S.r.l. aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor schade aan personen of zaken als gevolg van de niet-naleving van het eerder beschreven punt en voor producten die niet overeenkomstig de wetgeving geïnstalleerd zijn. De kachel moet geïnstalleerd worden volgens de in uw land van kracht zijnde regelgeving. In Italië is bijvoorbeeld de norm UNI 10683:2012 van kracht, die de volgende 4 punten voorschrijft: 1. voorafgaande werkzaamheden - ten laste en onder de verantwoordelijkheid van de verkoper/installateur op het moment van de inspectie voorafgaand op de definitieve installatie. De voorafgaande werkzaamheden omvatten: de inspectie van de geschiktheid van de ruimte van installatie; de inspectie van de geschiktheid van het afvoersysteem voor de rookgassen; de inspectie van de geschiktheid van de externe luchtinlaten. Tijdens deze fase moet gecontroleerd worden of het product op veilige wijze en in overeenkomst met zijn technische kenmerken kan functioneren. De veiligheidsvoorwaarden moeten door middel van een preventieve inspectie beoordeeld worden. Kachels en open haarden zijn verwarmingssystemen die op veilige wijze geïnstalleerd moeten worden en in overeenstemming moeten zijn met de instructies van de fabrikant! 2. installatie - valt onder de verantwoordelijkheid van de installateur. Tijdens deze fase worden de installatie van het product en van het afvoersysteem van rookgassen overwogen, evenals de thema’s: veiligheidsafstand vanaf brandbare materialen; constructie van schoorstenen, rookkanalen, leidingsystemen en afvoerkanalen.

3. afgifte van de aanvullende documentatie - bevoegdheid van de installateur.

De afgegeven technische documentatie moet omvatten: handleiding voor gebruik en onderhoud van het apparaat en van de onderdelen van het systeem (bijvoorbeeld rookkanalen, schoorsteen, enz.); Fotokopie of foto van het identificatieplaatje van de schoorsteen; handleiding van het systeem (indien van toepassing);

Conformiteitsverklaring volgens het Ministriële Decreet 37/08. 4. controle en onderhoud - bevoegdheid van de onderhoudsmonteur die belast is met de zorg en het onderhoud van het product tijdens zijn gebruik in de loop van de tijd. De operator belast met de controle en het onderhoud van de systemen voor klimaatregeling in de winter en de zomer voert deze activiteiten op professionele wijze uit, in overeenstemming met de van kracht zijnde regelgeving. De operator moet, aan het einde van zijn werkzaamheden, een rapport van de technische controle opstellen en ondertekenen, overeenkomstig de formulieren voorzien door de normen van dit decreet en de uitvoeringsvoorschriften, met betrekking tot het type en het vermogen van het systeem, te overhandigen aan de persoon die een kopie van het rapport zal ondertekenen voor ontvangst en inzage.

Temperatuur Rookgassen: 195

Temperatuur Rookgassen: 227

Temperatuur Rookgassen: 204

Temperatuur Rookgassen: 173

Temperatuur Rookgassen: 214

Temperatuur Rookgassen: 155

Explosiebestendig Sommige producten zijn uitgerust met een beveiligingsinrichting tegen explosiegevaar. Alvorens het product in te schakelen en, in ieder geval, na elke reiniging, zorgvuldig controleren of de inrichting goed in zijn zitting gepositioneerd is. De inrichting bevindt zich in het bovenste gedeelte van de deur van de vuurhaard.PELLETFOR NUIS 6,7 KW (7,5) CPV-7627

Temperatuur Rookgassen: 164

Temperatuur Rookgassen: 223

Temperatuur Rookgassen: 217

Temperatuur Rookgassen: 111

Temperatuur Rookgassen: 226

Temperatuur Rookgassen: 184

Temperatuur Rookgassen: 244

Temperatuur Rookgassen: 204

Temperatuur Rookgassen: 193

Temperatuur Rookgassen: 207

Temperatuur Rookgassen: 206

Temperatuur Rookgassen: 179

Temperatuur Rookgassen: 155

Temperatuur Rookgassen: 191

Temperatuur Rookgassen: 161

Temperatuur Rookgassen: 217

°C Temperatuur Rookgassen: 195

°C Temperatuur Rookgassen: 193

Temperatuur Rookgassen: 182

Het rookkanaal is één van de belangrijke elementen voor de goede werking van de kachel. De beste rookkanalen zijn in staal (inox of gealumiseerd) vanwege de kwaliteit van de materialen, de weerstand, duurzaamheid, eenvoud van reiniging en onderhoud. De kachel heeft aan de achterzijde een ronde uitgang voor rookafvoer Φ 80 mm en een aansluitstuk waarop het rookkanaal moet worden aangebracht. Om de verbinding met het stijve rookkanaal eenvoudiger te maken raden we aan gebruik te maken van de speciale telescopische buisverbindingen die, naast het vereenvoudigen van deze handeling, ook de thermische uitzetting van zowel de vuurhaard als het rookkanaal compenseren. We raden aan het rookkanaal op het aansluitstuk van de kachel te vergrendelen door middel van silicone bestand tegen hoge temperaturen (1000 ° C). Indien de monding van het bestaande rookkanaal niet perfect loodrecht op de afvoer rookgassen van de vuurhaard staat moet hun verbinding tot stand worden gebracht met behulp van een speciale schuine buisverbinding. De hellingshoek moet, ten opzichte van het verticale vlak, nooit de 45° overschrijden en er mogen geen knelpunten aanwezig zijn. In geval van doorgang door een plafond moet een isolerende huls van 10 cm dikte worden aangebracht. Het is absoluut noodzakelijk dat het rookkanaal over zijn gehele lengte geïsoleerd wordt. De isolering zorgt voor het behoud van een hoge temperatuur van de rookgassen en een verbetering van de trek; vermijdt de condensvorming en het afzetten van onverbrande deeltjes op de wanden van het kanaal. Gebruik hiervoor geschikt isolerend materiaal (glaswol, keramische vezel, onbrandbare materialen van klasse A1). De technische minimum voor een goede trek van een pelletkachel is 2 meter verticaal. Het rookkanaal moet ondoordringbaar voor de weersomstandigheden en moet niet te veel richtingveranderingen hebben. Het gebruik van flexibele en uittrekbare metalen buizen is niet toegestaan.

Toevoer externe lucht met niet hersluitbaar roster

inspectie Toevoer externe lucht met niet hersluitbaar roster VERNAUWING

HÉLLING MINDER DAN 45°02.1 SCHOORSTEEN

De correcte installatie van de schoorsteen maakt een optimalisering van de werking van de kachel mogelijk. De winddichte schoorsteen moet worden samengesteld uit een aantal elementen, zodanig dat de som van de uitgaande dwarsdoorsnede altijd het dubbele is van die van het rookkanaal. De schoorsteen moet zo geplaatst worden dat de nok van het dak met ongeveer 150 cm wordt overschreden, zodat de schoorsteen in de volle wind staat. De schoorstenen moeten: een nuttige diameter van de uitgang hebben die ten minste het dubbele is van die van het rookkanaal. op zodanige wijze gebouwd zijn dat het binnendringen van regen of sneeuw voorkomen wordt. zo gebouwd zijn dat, in geval van winden vanuit elke richting, de afvoer van de verbrandingsproducten gewaarborgd wordt. niet zijn uitgerust met aanvullende mechanismen voor afzuiging.

Helling van het dak α [°] Horizontale breedte van het refluxzone vanaf de as van de nok A [m] Minimumhoogte van de afvoer vanaf het dak Hmin =Z+0,50m Hoogte van de refluxzone Z [m] 15 1,85 1,00 0,50 30 1,50 1,30 0,80 45 1,30 2,00 1,50 60 1,20 2,60 2,10

De tijdens de verbranding gevormde gassen ondergaan bij hun verwarming een toename in volume en hebben, dientengevolge, een lagere dichtheid ten opzichte van de koudere omgevende lucht. Dit temperatuurverschil tussen binnen- en buitenkant van de schoorsteen zorgt voor een depressie, thermische depressie genaamd, die toeneemt met naarmate het rookkanaal hoger is en de temperatuur stijgt. De trek van het rookkanaal moet in staat zijn alle weerstand van het rookcircuit te overwinnen op dusdanige wijze dat de tijdens de verbranding in de kachel geproduceerde rookgassen worden opgezogen en door de uitlaatpijp en het rookkanaal in de atmosfeer worden verspreid. Er zijn verschillende weersomstandigheden die de werking van het rookkanaal beïnvloeden, regen, mist, sneeuw, hoogte, maar de belangrijkste factor is ongetwijfeld de wind die naast de thermische depressie ook de dynamische depressie kan veroorzaken. De werking van de wind varieert naargelang het stijgende, horizontale of dalende wind betreft. Een stijgende wind heeft altijd de toename van de depressie en dus de trek ten gevolge. Een horizontale wind verhoogt de depressie indien de schoorsteen correct geïnstalleerd is. Een dalende wind heeft altijd de afname van de depressie ten gevolge en zorgt soms voor een omkering. Een overmatige trek zorgt voor een een oververhitting van de verbranding en dus voor een vermindering van de efficiëntie van de kachel. Een deel van de verbrandingsgassen, samen met kleine deeltjes brandstof, worden in het rookkanaal opgezogen voordat ze verbrand worden en verminderen zo de efficiëntie van de kachel, zorgen voor een toename van het pelletverbruik en veroorzaken de uitstoot van vervuilende rook. Naast de hoge temperatuur van de brandstof als gevolg van het overmatige zuurstofgehalte, is er ook een vroegtijdige slijtage van de verbrandingskamer. Een slechte trek echter, vertraagt de verbranding, doet de kachel afkoelen, veroorzaakt een rookterugslag in de ruimte, vermindert de efficiëntie en veroorzaakt gevaarlijk aanslag in het rookkanaal. Om het probleem van overmatige trek te verhelpen is het verstandig gebruik te maken van: Trekregelaar

02.3 EFFICIËNTIE KACHEL

Paradoxaal genoeg, kunnen hoogrenderende kachels de werking van de schoorsteen bemoeilijken . De goede werking van een schoorsteen is afhankelijk van de temperatuurstijging in de schoorsteen zelf, veroorzaakt door de verbrandingsgassen. Nu wordt de efficiëntie van een kachel bepaald door zijn capaciteit om het grootste gedeelte van de geproduceerde warmte over te dragen naar de te verwarmen ruimte: dus, hoe groter de efficiëntie van de kachel, hoe kouder de resterende verbrandingsgassen en, dientengevolge, hoe kleiner de "trek". Een traditionele schoorsteen met een geschat ontwerp en isolatie, werkt veel beter met een traditionele open haard of met een kachel van slechte kwaliteit, waar het grootste gedeelte van de warmte verloren gaat met de rook. Soorten rookkanalen: Rookkanaal in staal met dubbele kamer, geïsoleerd met materialen bestand tegen 400°C. Optimale efficiëntie.

Rookkanaal in vuurvast materiaal met dubbele geïsoleerde kamer en externe coating in lichtgewicht beton. Optimale efficiëntie.

Rookkanalen met een interne rechthoekige doorsnede moeten vermeden worden wanneer de verhouding tussen de langste zijde en de kortste zijde meer dan 1,5 is. Middelmatige efficiëntie. Traditionele rookkanaal in klei met spouwen. Optimale efficiëntie. JA NEE A) plat dak AS NOK A) plat dak B) schuin dak - 0.5 m boven de nok REFLUXZONE afstand > A afstand < A Hoogte refluxzone Z

ADe aanschaf van een kwaliteitskachel betekent dus vaak dat men moet ingrijpen op het rookkanaal, ook al is er al een bestaand en met oude systemen functionerend kanaal, om het beter te isoleren. Wanneer de kachel niet verwarmd of rook produceert is dat te wijten aan een slechte trek. Een vaak voorkomende fout is om de pijp van de kachel aan te sluiten op een bestaande schoorsteen dat ook ten dienste staat van het oude systeem. Op deze wijze zijn de twee systemen met vaste brandstoffen verbonden door middel van dezelfde schoorsteen, hetgeen verkeerd en gevaarlijk is. Wanneer de twee systemen tegelijkertijd worden gebruikt kan de totale belasting van rookgassen overmatig zijn voor de dwarsdoorsnede van de schoorsteen en een terugslag van rook veroorzaken; wanneer er één enkele kachel wordt gebruikt zal de warmte van de rook, naast de trek van de schoorsteen, ook de aanzuiging van koude lucht vanuit de opening van het uitgeschakelde systeem veroorzaken en zo de rookgassen weer afkoelen en de trek blokkeren. Wanneer de twee systemen bovendien op twee verschillende niveaus zijn geplaatst kan er, buiten de bovenstaande problemen, ook het principe van communicerende vaten ontstaan dat een onregelmatig en onvoorspelbaar gedrag van de verbrandingsgassen veroorzaakt.

Bij het gebruik van coaxiale buizen zal de lucht al voorverwarmd worden en bijdragen aan een verbeterde verbranding en lagere uitstoot in de atmosfeer. Voordat men overgaat tot de installatie is het noodzakelijk de volgende aanwijzingen in acht te nemen: Bepaal de definitieve plaats voor de kachel en dan: Zorg voor de verbinding met het rookkanaal voor het uitstoten van de rookgassen Zorg voor de toevoer van externe lucht (verbrandingslucht). Zorg voor de aansluiting op de elektriciteitsvoorziening en de aarding van het systeem. Het elektrische systeem van de ruimte waar de kachel wordt geïnstalleerd moet worden geaard, anders zouden er storingen van het bedieningspaneel kunnen plaatsvinden. Plaats de kachel op de vloer in een gunstige positie voor de aansluiting op het rookkanaal en in de nabijheid van de toevoer verbrandingslucht. Het apparaat moet geïnstalleerd worden op een vloer met een voldoende belastingsvermogen. Indien de bestaande bouw niet voldoet aan deze eis, moeten passende maatregelen genomen worden (bv. plaat voor de distributie van de belasting). Alle structuren die bij blootstelling aan overmatige hitte vlam kunnen vatten moeten tegen de hitte beschermd moeten. Houten vloeren of van ontvlambaar materiaal moeten beschermd worden met niet ontvlambaar materiaal (bijvoorbeeld: een 4 mm dikke plaat of keramisch glas). De installatie van het apparaat moet de eenvoudige toegang voor de reiniging van het apparaat zelf, de afvoerbuizen van de rookgassen en het rookkanaal waarborgen. Het apparaat is niet geschikt voor installatie op een gedeeld rookkanaal. De kachel onttrekt tijdens de werking een hoeveelheid lucht aan de ruimte van installatie; deze ruimte moet derhalve beschikken over een toevoer van externe lucht op de hoogte van de pijp aan de achterzijde van de kachel. De voor de afvoer van de rookgassen te gebruiken buizen moeten specifiek voor pelletkachels zijn: vervaardigd in gelakt staal of roestvrij staal, diameter 8 cm, met geschikte pakkingen. De toevoer "verbrandingslucht" moet naar een buitenmuur leiden of naar wanden met aanliggende kamers die beschikken over een toevoer van externe lucht en die niet gebruikt worden als slaapkamer of badkamer of ruimtes met brandgevaar zoals schuren, garages, opslag van brandbaar materiaal, enz. De luchttoevoeren moeten zodanig worden uitgevoerd dat deze niet vanaf de binnen- of buitenkant belemmerd kunnen worden en moeten beschermd worden met een rooster, metaalgaas of een andere geschikte bescherming die echter de minimale doorsnede niet mag verminderen. Wanneer de kachel wordt geplaatst in omgevingen en omringd wordt door brandbare materialen (bijvoorbeeld meubilair, houten bekledingen enz.) moeten de volgende afstanden worden bewaard:

Dit is een hermetisch gesloten kachel. Deze kachels onttrekken de verbrandingslucht en de lucht voor de reiniging van de ruit direct aan buitenaf, niet aan de kamer waar ze geïnstalleerd zijn, indien correct verbonden met een afzuigleiding, en dus wordt de zuurstof van de ruimte niet verbruikt. Bij het gebruik van coaxiale buizen zal de lucht al voorverwarmd worden en bijdragen aan een verbeterde verbranding en lagere uitstoot in de atmosfeer. Ideaal voor passiefhuizen, bieden het maximale comfort tegen lage kosten. De kachel kan ook zonder een externe luchtinlaat werken.

A cm² 500 450 B cm² 500 450Het is in ieder geval raadzaam om, naast het in acht nemen van de minimale afstanden, vuurvaste en hittebestendige isolatiepanelen te installeren (steenwol, gasbeton, enz.) Het aanbevolen type is: Promasil 1000 Classificatietemperatuur: 1000 °C Dichtheid: 245 kg/m

Krimp bij referentietemperatuur, 12 uur: 1,3/1000°C % Koude compressieweerstand: 1,4 MPa Buigweerstand: 0,5 MPa Coëfficiënt thermische uitzetting: 5,4x10

m/mK De functionerende kachel kan in de ruimte van installatie een depressie veroorzaken. Daarom moeten er in dezelfde ruimte geen andere apparatuur met open vlam aanwezig zijn, met uitzondering van ketels type c (afgesloten). Controleer de aanwezigheid van verbrandingslucht: deze moet worden onttrokken aan een vrije ruimte (geen ruimtes met afvoerventilatoren of zonder ventilatie) of aan de externe omgeving. De kachel niet installeren in slaapkamers of badkamers. Pak de kachel uit: pas op het product bij het uitpakken niet te beschadigen. Controleer de voeten van de kachel en stel ze zo in dat de kachel stabiel is. Plaats de kachel zo dat de deur en eventuele luiken niet tegen de muren botsen. Na het aansluiten van de kachel op de toevoer verbrandingslucht moet het aansluitstuk op de schoorsteen worden aangesloten VOORBEELDEN INSTALLATIE:

De buizen voor het uitstoten van de rookgassen mogen nooit geïnstalleerd worden met een directe horizontale of naar beneden gerichte uitgang van de uitgaande gassen.

In overeenkomst met de huidige voorschriften voor installatie, moet de pelletkachels geplaatst worden in een geventileerde ruimte met voldoende luchttoevoer om een correcte verbranding en dus een goede werking te waarborgen. De ruimte moet niet kleiner zijn dan 20 m3 en om een goede verbranding (40 m3/h lucht) te garanderen is een "toevoer verbrandingslucht" noodzakelijk die naar een buitenmuur leiden of naar wanden met aanliggende kamers die beschikken over een toevoer van externe lucht (Φ 80mm) en die niet gebruikt worden als slaapkamer of badkamer of ruimtes met brandgevaar zoals schuren, garages, opslag van brandbaar materiaal, enz. Deze luchttoevoeren moeten zodanig worden uitgevoerd dat deze niet vanaf de binnen- of buitenkant belemmerd kunnen worden en moeten beschermd worden met een rooster, metaalgaas of een andere geschikte bescherming die echter de minimale doorsnede niet mag verminderen. Wanneer de pelletkachels functioneert kan deze in de ruimte van installatie een depressie veroorzaken. Daarom moeten er in dezelfde ruimte geen andere apparatuur met open vlam aanwezig zijn (met uitzondering van ketels type c (afgesloten) tenzij deze beschikken over een eigen luchttoevoer). De pelletkachels moet niet geplaatst worden in de nabijheid van gordijnen, leunstoelen, meubilair of ander brandbare materialen. De pelletkachels moet niet geïnstalleerd worden in explosieve atmosferen of potentieel explosieve omgevingen als gevolg van de aanwezigheid van machines, materialen of stoffen die gasemissie kunnen veroorzaken of die door vonken vlam kunnen vatten. Alvorens over te gaan tot de installatie van de pelletkachels moet men ervoor zorgen dat alle afwerkingen of eventuele balken van brandbaar materiaal op voldoende afstand worden geplaatst, buiten het stralingsbereik van de kachel. Bovendien is het voor de correcte werking van het apparaat noodzakelijk om in zijn inkassing een luchtcirculatie te creëren. Deze luchtcirculatie voorkomt oververhitting; hiervoor moeten minimumafstanden in acht genomen worden en ventilatiegaten worden toegepast met een oppervlak van 80 cm2, zoals hierboven afgebeeld. De elektrische aansluiting moet worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel. Stroomopwaarts moet er een stroomonderbreker geïnstalleerd worden. Besteed bijzondere aandacht wanneer de kachel wordt opgenomen in een systeem en alle apparaten volgens de programmering moeten functioneren. Vermijd bij de installatie de elektrische kabels in de nabijheid van het rookkanaal of hete onderdelen te laten lopen. De spanning is 230 V en de frequentie 50 Hz. Het elektrische systeem waarop het apparaat wordt aangesloten moet voorzien zijn met een aardingsgeleider volgens de norm 73/23 EEG en 93/98 EEG.

Soortelijke warmte: 1,03 Kj/kgK Thermische geleidbaarheid bij gemiddelde temperatuur: 200 °C 0,07 W/mK 400 °C 0,10 W/mK 600 °C 0,14 W/mK 800 °C 0,17 W/mK Dikte: 40 mm

Externe luchtinlaat met rooster niet hersluitbaar “T” verbindingsstuk

richting reiniging richting

“T” verbindingsstuk isolatie Externe luchtinlaat met rooster niet hersluitbaar inspectie

richting reiniging04.1 PELLETKACHELS (Elektronica op pagina 246 – 248 – 251 – 253 – 255 - 263) BELANGRIJK: DE LENGTE VAN DE SCHOORSTEEN MOET MAXIMAAL 6 METER BEDRAGEN MET EEN PIJP MET EEN DIAMETER VAN 80mm. ELKE BOCHT VAN 90° EN ELK T-STUK GELDT ALS 1 METER PIJP. VOORAFGAAND AAN DE AANSLUITING OP DE SCHOORSTEEN MOETEN, OM DE CORRECTE PRESTATIES VAN DE KACHEL TE GARANDEREN, DE VOLGENDE SOORTEN INSTALLATIE IN ACHT WORDEN GENOMEN: SLIM PELLETKACHEL 4 KW (5,5) SP4 moet worden geïnstalleerd met een "T" -aansluiting en minstens 1 meter Φ80 mm buis, gecertificeerd volgens EN 1856-2. PELLETKACHEL 5 KW (6) SP6 moet worden geïnstalleerd met een "T" -aansluiting en minstens 1 meter Φ80 mm buis, gecertificeerd volgens EN 1856-2. PELLETKACHEL 8 KW (9) SPCT8 moet worden geïnstalleerd met een "T" -aansluiting en ten minste 1 meter en 1 bochten van 90 °, gecertificeerd volgens EN 1856-2. KANAAL. PELLETKACHEL 7,5 KW (9) SPCA7,5 moet worden geïnstalleerd met een "T" -aansluiting en minimaal 1 meter en 1 curve 90 ° Φ80 mm buis gecertificeerd volgens EN 1856-2. PELLETKACHEL 8 KW (9,3) SPSC8C / SCSC8 moet worden geïnstalleerd met een "T" -aansluiting en minimaal 1 meter en 1 curve 90 ° Φ80 mm buis gecertificeerd volgens EN 1856-2. PELLETKACHEL 11,5 kW (13,5) SPV-M11S moet worden geïnstalleerd met een "T" -aansluiting en minstens 1 curve van 90 ° Φ80 mm buis, gecertificeerd volgens EN 1856-2. KANAAL. PELLETKACHEL 14 KW (15) SPV-M13 moet worden geïnstalleerd met een "T" -aansluiting en minstens 1 curve van 90 ° Φ80 mm buis, gecertificeerd volgens EN 1856-

SLIM PELLETKACHEL 6,5 KW (7,5) moet worden geïnstalleerd met een "T" -aansluiting en minstens 1 meter Φ80 pijp gecertificeerd volgens EN 1856-2. SLIM PELLETKACHEL 9KW (11) SPVM-9 moet worden geïnstalleerd met een "T" -aansluiting en minstens 1 meter Φ80 mm buis, gecertificeerd volgens EN 1856-2. KANAAL. SLIM PELLETKACHEL 9,3 KW (10,5) SPCS9 moet worden geïnstalleerd met een "T" -aansluiting en minstens 1 meter Φ80 mm buis, gecertificeerd volgens EN 1856-2.

HOEKKACHEL VAN STAALPLAAT

De installateur moet rekening houden met de openingen van de convectielucht tijdens de installatie van hoekkachels en luchtwegen in de structuur die de kachel zal huisvesten aanbrengen.

BELANGRIJK: DE LENGTE VAN DE SCHOORSTEEN MOET MAXIMAAL 6 METER BEDRAGEN MET EEN PIJP MET EEN DIAMETER VAN 80mm. ELKE BOCHT VAN 90° EN ELK T-STUK GELDT ALS 1 METER PIJP. Indien men het fornuis met afvoer aan de achterzijde wenst te installeren, moet aan de achterkant de voorgesneden uitsparing verwijderd worden en vervolgens de pijpen geïnstalleerd worden.

De vermogens zijn als volgt ingesteld: P1, P2, P3, P4, P5, OVEN. Bij het gebruik van de vermogens van P1 tot P5 zal de kachel functioneren als een traditionele kachel: vooraf bepaalde verwarmingsvermogen en omgevingsventilatie. Wanneer gedrukt wordt op de toets 1 wordt de Set Omgeving gewijzigd. Bij het gebruik van de modus OVEN zal de kachel functioneren op basis van de temperatuur van de oven. Zoals u kun zien, is er in de oven een temperatuursonde aanwezig die de interne temperatuur controleert. Het verwarmingsvermogen van de kachel zal automatisch zijn, dat wil zeggen op basis van de temperatuur van de oven zal de kachel zelfstandig een dusdanig vermogen kiezen dat de temperatuur in de oven constant wordt gehouden. De temperatuur van de oven kan worden ingesteld door te drukken op toets 1 van het display en alleen in de functie OVEN. Wanneer de temperatuur van de oven de ingestelde temperatuur overschrijdt, zal de omgevingsventilatie de correcte temperatuurwaarden herstellen. TIMER Druk, na de selectie van de modus TIMER OVEN, op de toets (P2) potenza en vervolgens op de toets ON/OFF. Op dit punt verschijnt er een timer in minuten (default 60 minuten); door middel van de toetsen (P1) en (P2) kan de tijd gewijzigd worden en vervolgens bevestigd worden met toets ON/OFF. Na het verstrijken van de ingestelde tijd, wordt het geluidssignaal van de kaart gedurende 1 minuut geactiveerd met een frequentie van twee pieptonen per seconde. Alleen voor de kachel (BISCOTTO) LET OP!: Wanneer u de lucht van de kachel wenst te kanaliseren naar een andere omgeving, is het belangrijk dat u zich ervan bewust bent dat de lucht wordt onttrokken aan de omgeving van installatie van de kachel. Wanneer er in deze ruimte gekookt wordt, is het mogelijk dat de kookgeuren ook worden overgedragen aan de aangesloten kamer

Na de bevestiging van de inbouwkachel de microperforatieplaten met de meegeleverde schroeven blokkeren en het display bevestigen. Laden van de pellets: voor het laden moet de kachel worden uitgeschakeld en naar buiten worden getrokken. LET OP!: de inbouwkachel is voorzien van een elektrische beveiliging: deze koppelt bij het naar buiten trekken de voeding los. HET IS NOODZAKELIJK het apparaat uit te schakelen voor het laden van de pellets (OFF). Op deze wijze wordt voorkomen dat de in de verbrandingskamer aanwezige rookgassen in de kamer terecht komen.

VOORAFGAAND AAN DE AANSLUITING OP DE SCHOORSTEEN MOETEN, OM DE CORRECTE PRESTATIES VAN DE KACHEL TE GARANDEREN, DE VOLGENDE SOORTEN INSTALLATIE IN ACHT WORDEN GENOMEN: INBOUWKACHELS 7.5 KW Het rookkanaal moet geĩnstalleerd worden met 1 m pijp van Ø80mm gecertificeer EN-1856-2. OVEN

De balk die zich boven de inbouwkachel bevindt moet, indien aanwezig, goed geïsoleerd worden. Voor eventueel buitengewoon onderhoud, uit te voeren door bevoegd personeel, moet de uitgeschakeld inbouwkachel enigszins aan de voorzijde worden opgetild en vervolgens naar buiten worden getrokken. Laden van de pellets: trek de bovenste lade uit en stort de pellets.Deze handeling kan ook worden uitgevoerd wanneer de inbouwkachel functioneert.

BELANGRIJK: DE LENGTE VAN DE SCHOORSTEEN MOET MAXIMAAL 6 METER BEDRAGEN MET EEN PIJP MET EEN DIAMETER VAN 80mm. ELKE BOCHT VAN 90° EN ELK T-STUK GELDT ALS 1 METER PIJP. VOORAFGAAND AAN DE AANSLUITING OP DE SCHOORSTEEN MOETEN, OM DE CORRECTE PRESTATIES VAN DE KACHEL TE GARANDEREN, DE VOLGENDE SOORTEN INSTALLATIE IN ACHT WORDEN GENOMEN: Het pelletfornuis moet geïnstalleerd worden met 0,5 meter pijp Φ 80mm, gecertificeerd volgens de norm EN 1856-2. Het pelletfornuis kan, afhankelijk van het door u aangekochte model, worden ingebouwd of vrijstaand worden geinstalleerd. Pagina 240-241 Wenst u de kachel in te bouwen, dan kunnen de meubels zonder problemen op het kookoppervlak steunen. De veiligheidsafstand wordt verstrekt door de koppen van de in de afdekking geïnstalleerde schroeven. Het is mogelijk de ruimte tussen de afdekking en het vlak af te sluiten met hittebestendige silicone. Pagina 240-

Dit pelletfornuis combineert het gemak van de pellets met de bewezen traditie van het voordelige fornuis voor het gelijktijdig bereiden van maaltijden en verwarmen van omgevingen. Dankzij de technologie is het in dit geval niet alleen mogelijk te koken maar is de structuur zodanig ontworpen dat er hiervoor ook veel ruimte beschikbaar is. Bovendien zijn pellets eenvoudig hanteerbaar, zowel tijdens het laden als voor wat betreft het nauwkeurige beheer van de temperaturen; ze vervuilen niet en nemen niet veel plaats in. Dit voordelige geventileerde pelletfornuis is uitgerust met een laadsysteem van de pellets aan de voorzijde, eenvoudig en praktisch voor het dagelijkse gebruik. Zijn ruime bovenplaat, beschikbaar in staal of keramisch glas, is perfect voor het koken van gerechten door de afgegeven warmte te benutten. De rookgassenafvoer kan aan de boven- of achterkant voorzien worden. In de winter is het door middel van de geforceerde ventilatie mogelijk de gehele ruimte op snelle en gelijkmatige wijze te verwarmen, terwijl het fornuis in de zomer gebruikt kan worden om te koken waarbij de geforceerde ventilatie kan worden uitgesloten. Bij het ontwerp is niet alleen de functionaliteit overwogen maar ook het design: via het grote glazen paneel is het vuur zichtbaar. Beschikbaar voor zowel de inbouw als de vrijstaande installatie. Alvorens het pelletfornuis te installeren moet de achterste plint (indien aanwezig) gedraaid worden door de betreffende schroeven los te draaien. Indien men het fornuis met afvoer aan de achterzijde wenst te installeren, moet aan de achterkant de voorgesneden uitsparing verwijderd worden en vervolgens de pijpen geïnstalleerd worden.

BELANGRIJK: DE LENGTE VAN DE SCHOORSTEEN MOET MAXIMAAL 6 METER BEDRAGEN MET EEN PIJP MET EEN DIAMETER VAN 80mm. ELKE BOCHT VAN 90° EN ELK T-STUK GELDT ALS 1 METER PIJP. VOORAFGAAND AAN DE AANSLUITING OP DE SCHOORSTEEN MOETEN, OM DE CORRECTE PRESTATIES VAN DE KACHEL TE GARANDEREN, DE VOLGENDE SOORTEN INSTALLATIE IN ACHT WORDEN GENOMEN: Het pelletfornuis moet geïnstalleerd worden met 0,5 meter pijp Φ 80mm, gecertificeerd volgens de norm EN 1856-2. Het pelletfornuis kan, afhankelijk van het door u aangekochte model, worden ingebouwd of vrijstaand worden geinstalleerd. Pagina 240-241 Wenst u de kachel in te bouwen, dan kunnen de meubels zonder problemen op het kookoppervlak steunen. De veiligheidsafstand wordt verstrekt door de koppen van de in de afdekking geïnstalleerde schroeven. Het is mogelijk de ruimte tussen de afdekking en het vlak af te sluiten met hittebestendige silicone. Pagina 240-

Alvorens het pelletfornuis te installeren moet de achterste plint (indien aanwezig) gedraaid worden door de betreffende schroeven los te draaien. Indien men het fornuis met afvoer aan de achterzijde wenst te installeren, moet aan de achterkant de voorgesneden uitsparing verwijderd worden en vervolgens de pijpen geïnstalleerd worden. INBOUWKACHEL STANDAARD

Kanalisatie De apparaten die met kanalisatie kunnen worden uitgerust, zijn de inbouwkachels van 11kW (zonder geleiders). Bevestig na de installatie van de inbouwkachel de beugel van de tweede ventilator op de muur, op een gemakkelijke positie en, indien mogelijk, niet hoger dan de meegeleverde flexibele pijp. Span de klemmen goed aan en verbind de ventilator met een andere flexibele pijp om de lucht naar een andere kamer te kanaliseren. De instelling van de tweede ventilator op pagina 248.

INBOUWKACHEL GROTEGEBRUIK VAN DE OVEN

De vermogens zijn als volgt ingesteld: P1, P2, P3, P4, P5, OVEN. Bij het gebruik van de vermogens van P1 tot P5 zal de kachel functioneren als een traditionele kachel: vooraf bepaalde verwarmingsvermogen en omgevingsventilatie. Wanneer gedrukt wordt op de toets 1 wordt de Set Omgeving gewijzigd. Bij het gebruik van de modus OVEN zal de kachel functioneren op basis van de temperatuur van de oven. Zoals u kun zien, is er in de oven een temperatuursonde aanwezig die de interne temperatuur controleert. Het verwarmingsvermogen van de kachel zal automatisch zijn, dat wil zeggen op basis van de temperatuur van de oven zal de kachel zelfstandig een dusdanig vermogen kiezen dat de temperatuur in de oven constant wordt gehouden. De temperatuur van de oven kan worden ingesteld door te drukken op toets 1 van het display en alleen in de functie OVEN. Wanneer de temperatuur van de oven de ingestelde temperatuur overschrijdt, zal de omgevingsventilatie de correcte temperatuurwaarden herstellen. TIMER Druk, na de selectie van de modus TIMER OVEN, op de toets (P2) potenza en vervolgens op de toets ON/OFF. Op dit punt verschijnt er een timer in minuten (default 60 minuten); door middel van de toetsen (P1) en (P2) kan de tijd gewijzigd worden en vervolgens bevestigd worden met toets ON/OFF. Na het verstrijken van de ingestelde tijd, wordt het geluidssignaal van de kaart gedurende 1 minuut geactiveerd met een frequentie van twee pieptonen per seconde.

04.6 HETE-LUCHTKACHEL (Elektronica op pagina 260)

BELANGRIJK: DE LENGTE VAN DE SCHOORSTEEN MOET MAXIMAAL 6 METER BEDRAGEN MET EEN PIJP MET EEN DIAMETER VAN 80mm. ELKE BOCHT VAN 90° EN ELK T-STUK GELDT ALS 1 METER PIJP. GEKANALISEERDE KACHEL FUTURA 15 kW EN FUTURA 19.5 kW Het fornuis is uitgerust met een pelletreservoir van 40 kg, afstandsbediening, DFCS automatische controle van de verbrandingslucht, voorziet in een hermetische werking en is dus ook perfect voor passiefhuizen omdat er geen verbrandingslucht aan de omgeving onttrokken wordt. De kanalisatie-aansluitingen kunnen zich op de boven- of achterzijde bevinden; kan worden gekoppeld met reeds bestaande omgevingsthermostaten of gebruik maken van de omgevingssondes die de ventilatiesnelheid en het vermogen van de kachel regelen. De aansluitingen voor de pijpen van de gekanaliseerde lucht hebben een diameter van 80mm. Indien er lange trajecten moeten worden afgelegd of via wanden van ontvlambaar materiaal, wordt het gebruik van geïsoleerde pijpen aangeraden. De isolering heeft 50 mm isolerende wand en derhalve moet het doorgaande gat ten minste 140 mm zijn. Het is raadzaam gebruik te maken van de pakkingen om luchtlekken te voorkomen. Het gebruik van flexibele pijpen wordt afgeraden omdat deze tijdens de aansluiting beschadigd kunnen raken en omdat er, ten opzichte van gladde pijpen, een vermogensverlies kan plaatsvinden. Er is echter niets op tegen om pijpen met een diameter van 100 mm te installeren. De afvoer van de kachel kan zich op de bovenkant of aan de achterkant bevinden.Kies op basis van de positie van het rookkanaal of de kachel met een afvoer boven of achter moet worden geïnstalleerd. Wanneer u beslist voor de afvoer op de achterkant, snij dan een meter buis af om de precieze afstand te bepalen voor de verbinding met de bocht die op de achterafvoer moet worden aangesloten. De motor omgevingslucht 1 is degene die het meest links is geplaatst, in de nabijheid van het reservoir. De motor omgevingslucht 4 is degene die het meest rechts is geplaatst. Sluit de 4 pijpen van de gekanaliseerde lucht aan zoals eerder beschreven en ga verder met de installatie van de sondes of de thermostaten. Het is mogelijk om 4 omgevingssondes aan te sluiten (meegeleverd) of 4 omgevingsthermostaten (niet meegeleverd). De sondes of de thermostaten kunnen worden aangesloten met een normaal in de handel verkrijgbare 2-aderige kabel. De terminals op de achterzijde van de kachel zijn genummerd in overeenkomst met het nummer van de kanalisatie-uitgang. LET OP! (beperkingen voor de installatie van sondes of thermostaten): De omgeving nummer 1 kan verbonden worden met de omgevingssonde maar niet met een fysieke thermostaat: de afstandsbediening zal als thermostaat fungeren. Indien u dus in de omgeving nummer 1 een thermostaat wenst, moet u de afstandsbediening installeren. Installeer in ieder geval een sonde in de uitgang 1. Wanneer u een thermostaat in de omgeving 2 installeert, moet verplicht ook in de omgeving 3 een thermostaat geïnstalleerd worden. Indien er in de omgeving 2 een sonde geïnstalleerd wordt kunt u, indien gewenst, de thermostaat in de omgeving 3 installeren. Hieronder volgt een overzicht van de verschillende configuraties voor de installatie van thermostaten of sondes:

Mogelijke configuraties OMGEVING 1 Sonde / afstandsbediening

In geval van installatie van thermostaten moet u hulp vragen aan een gekwalificeerde technicus voor het wijzigen van de instellingen van de parameters. LET OP! (beperkingen ventilatie): Zoals u verderop zult zien, is de Set van ventilator 3 gelijk aan die van ventilator 4; bij het wijzigen van de instelling van ventilator 3 wordt automatisch ook de set van ventilator 4 aangepast. DEUR PELLETLADE

BELANGRIJK: DE LENGTE VAN DE SCHOORSTEEN MOET MAXIMAAL 6 METER BEDRAGEN MET EEN PIJP MET EEN DIAMETER VAN 80mm. ELKE BOCHT VAN 90° EN ELK T-STUK GELDT ALS 1 METER PIJP. Een zeer slanke pelletkachel, slechts 25 cm diep, maar met grote rendementprestaties dankzij zijn hermetische structuur die de warmteontwikkeling optimaliseert en toestaat ook gesloten ruimten zoals slaapkamers, studio’s en badkamers te verwarmen. De kachel is uitgerust met een reinigingsvoorziening van de ruit van de deur, een afstandsbediening met sonde voor de omgevingstemperatuur waarmee tot 10 werkvermogens beheerd kunnen worden en met het controlesysteem DFSC (Dynamic Flow Control System). Een kachel die verwarmt en de omgeving siert met zijn moderne lijnen, de ronde kanten en de deur van volledig zeefgedrukt glas. DE KACHEL WERKT NIET WANNEER HET DEKSEL VAN HET

De eerste te verrichten handeling is het aansluiten van de stekker op de elektriciteitsvoorziening; vul het pelletreservoir. Wees bij deze handeling voorzichtig om de hele zak niet in één keer te legen, maar doe dit langzaam. BESCHRIJVING PANEEL TOETS (P1) - Verhogen temperatuur: In de (SET TEMP) modus instelling temperatuur zorgt de toets voor het verhogen van de waarde van de thermostaat van een minimumwaarde van 06°C tot een maximumwaarde van 41°C; deze waarde wordt op het onderste display weergegeven terwijl op het bovenste display het bericht SET verschijnt. Tijdens de bewerking van de waarden voor gebruiker en technicus staat de toets de verhoging van de waarde toe; de waarde wordt op het onderste display weergegeven. Tijdens de werkfase dient de toets voor de weergave van de rookgassentemperatuur op het onderste display. TOETS (P2) - Verlagen temperatuur: In de (SET TEMP) modus instelling temperatuur zorgt de toets voor het verlagen van de waarde van de thermostaat van de maximumwaarde van 41°C tot een minimumwaarde van 06°C; deze waarde wordt op het onderste display weergegeven terwijl op het bovenste display het bericht SET verschijnt. Tijdens de bewerking van de waarden voor gebruiker en technicus staat de toets de verlaging van de waarde toe; de waarde wordt op het onderste display weergegeven. Tijdens de werkfase dient de toets voor de weergave van de tijd op het onderste display. TOETS (P3) - Set/menu: Deze toets verleent toegang tot de instelling (SET TEMP) van de temperatuur en tot het menu van de parameters gebruiker en technicus. In het menu is het mogelijk te scrollen door de lijst van de parameters door herhaaldelijk op de knop te drukken; op het bovenste display wordt het label van de parameter weergegeven en op het onderste display de waarde. TOETS (P4) - ON/OFF ontgrendelen: Druk gedurende twee seconden op de toets voor de handmatige in- of uitschakeling van de kachel, afhankelijk van het feit of deze in- of uitgeschakeld is. Indien er alarmen zijn opgetreden die de kachel in de geblokkeerde status hebben gebracht, is het met deze toets mogelijk de kachel te ontgrendelen en over te gaan naar de status Uitgeschakeld. Tijdens de programmering van de parameters gebruiker/technicus staat de toets toe het menu op ieder punt van de bewerking te verlaten. TOETS (P5) - Vermogen verlagen: In de werkmodus zorgt (ON) de toets voor het verlagen van de waarde van het vermogen gebruiker van de maximale waarde van 5 tot de minimale waarde 1; deze waarde wordt op het bovenste display weergegeven. TOETS (P6) - Vermogen verhogen: In de werkmodus zorgt (ON) de toets voor het verhogen van de waarde van het vermogen gebruiker van de minimale waarde van 1 tot de maximale waarde 5; deze waarde wordt op het bovenste display weergegeven. ECO - Temperatuur bereikt: Wanneer het display de code ECO weergeeft is de gewenste temperatuur bereikt en worden de toetsen P5 en P6 automatisch uitgeschakeld; wijzig de temperatuur om de toetsen P5 en P6 opnieuw te activeren en opnieuw toegang te verkrijgen tot de instelling van het vermogen LED CHRONO ACTIEF (L1): De Led brandt wanneer in het menu de parameter gebruiker UT1 anders is dan OFF, op deze wijze kan de wekelijkse of dagelijkse programmering worden ingesteld.LED SCHROEF ON (L2): De Led brandt gedurende de gehele tijdsinterval tijdens welke de Schroef ingeschakeld is en de motor voor het transport van de pellets naar de verbrandingskamer actief is. Dit gebeurt gebeurt tijdens de fasen van begin en werkend. LED ONTVANGST AFSTANDEBEDIENING (L3): De Led knippert wanneer de console een commando ontvangt voor de wijziging van temperatuur/vermogen vanaf de infrarood afstandsbediening. LED OMGEVINGSTHERMOSTAAT (L4): De LED gaat branden wanneer de temperatuur van de thermostaat is bereikt, wanneer de externe thermostaat niet gebruikt wordt. Wanneer de externe thermostaat gebruikt wordt (indien beschikbaar), LED brandt wanneer het BEREIKT temperatuur thermostaat. LED WIJZIGING SET TEMPERATUUR (L5): De Led knippert wanneer men zich binnen het menu gebruiker/technicus bevindt of tijdens de set van de temperatuur (SET TEMP). DISPLAY Status/Vermogen/Naam parameter (D1): Tijdens de start wordt de status van de kaart weergegeven. Tijdens de werking wordt het door de gebruiker ingestelde verwarmingsvermogen weergegeven. Tijdens de bewerking van de parameters gebruiker/technicus wordt het Label van de parameter die gewijzigd wordt weergegeven. DISPLAY Status/Tijd/Temperatuur/Waarde grootheid (D2): Tijdens de start wordt de status van de kaart weergegeven. Tijdens de werking wordt het door de gebruiker ingestelde temperatuur weergegeven. Tijdens de bewerking van de parameters gebruiker/technicus wordt de waarde van de parameter die gewijzigd wordt weergegeven.

Ontsteking van de kachel Druk voor het inschakelen van de kachel gedurende enkele seconden op P4. De inschakeling wordt op het display gesignaleerd. De kachel gaat over naar de status voor voor-ventilatie/voorverwarming gedurende 9'0". De kachel gaat naar de status voor-lading gedurende de met parameter Pr45 bepaalde waarde. Tijdens deze periode draait de schroef en zorgt voor het voortdurend laden van de pellets. Na het verstrijken van de tijd Pr45 gaat het systeem over tot de wachtfase voor de door parameter Pr46 bepaalde tijd. Na het verstrijken van de tijd Pr46 begint de laad-fase op de door parameter Pr04 bepaalde snelheid. De activiteit van de schroef wordt aangegeven door de led schroef "ON". De bougie blijft ingeschakeld tot de temperatuur rookgassen de waarde van de parameter Pr13 overschrijdt met een gradiënt van ongeveer 3°C/minuut. Handmatige lading pellets Handel gelijktijdig op de toetsen P5 en P6 om pellets te laden. Deze functie is alleen beschikbaar met de uitgeschakelde en afgekoelde kachel. Vlam aanwezig Nadat de temperatuur rookgassen de waarde van parameter Pr13 heeft bereikt en overschreden gaat het systeem over naar de modus inschakeling (ACC). Tijdens deze fase zal de temperatuur zich stabiliseren en gebeurt het dat, voor tenminste een door parameter Pr02 bepaalde tijd, deze situatie ongewijzigd blijft. Anders zal de kachel stoppen en de foutmelding weergeven (ALAR). Werkmodus kachel Nadat de temperatuur rookgassen de waarde van Pr13 heeft bereikt en overschreden en gedurende tenminste de tijd Pr02 heeft behouden, gaat de kachel over naar de werkfase die de normale werkingsmodus is. Het bovenste display toont het met de toetsen P5 en P6 ingestelde vermogen en het onderste display de omgevingstemperatuur. Wijziging van het ingestelde verwarmingsvermogen Tijdens de normale werkingsmodus (functionerende kachel) is het mogelijk het afgegeven verwarmingsvermogen te wijzigen met de toetsen P6 (verhogen) en P5 (verlagen).Het ingestelde vermogensniveau wordt weergegeven op het bovenste scherm. Wijziging van de instelling omgevingstemperatuur Voor de wijziging van de omgevingstemperatuur is het voldoende te handelen op de toets SET (P3) die de ingestelde omgevingstemperatuur weergeeft (SET TEMP). Door middel van de toetsen P1 (verlagen) en P2 (verhogen) is het mogelijk de waarde te wijzigen. Na ongeveer 3 seconden wordt de nieuwe waarde opgeslagen en keert het display terug naar de normale weergave. Het is mogelijk de ingestelde omgevingstemperatuur (SET TEMP) weer te geven door middel van druk op de toets P3 (SET). Na ongeveer 2 seconden toont het display weer de omgevingstemperatuur. Wanneer de omgevingstemperatuur de ingestelde waarde heeft bereikt, wordt het verwarmingsvermogen automatisch naar de minimumwaarde teruggebracht. Onder deze omstandigheden toont de bovenste display de melding ECO (spaarstand) en wordt de LED omgevingsthermostaat geactiveerd. Uitschakeling van de kachel Om de kachel uit te schakelen is het voldoende gedurende ongeveer 2 seconden te drukken op de toets P4. Op het bovenste display verschijnt het bericht OFF, op het onderste de klok (SET). De schroefmotor stopt en de snelheid van de ventilator rookgassen neemt toe. De ventilator van de warmtewisselaar blijft actief tot de temperatuur rookgassen onder de vooraf bepaalde waarde Pr15 daalt. Na ongeveer 10 minuten wordt de ventilator rookgassen gestopt. Afhankelijk van de versie kan het nodig zijn om voor de met Pr73 ingestelde tijd te wachten alvorens de kachel opnieuw te kunnen starten. Gedurende deze tijd ontvangt de druk op de toets P4 geen enkele reactie van het systeem en verschijnt de volgende melding die gebruiker uitnodigt te wachten op de fase van uitschakeling (COOL FIRE). Dezelfde situatie vindt plaats wanneer de temperatuur rookgassen de maximale met parameter Pr14 ingestelde waarde overschrijdt. Wanneer de temperatuur terugkeert naar het toegestane bereik bevindt de kachel zich weer in de normale bedrijfomstandigheden. Reiniging vuurpot Tijdens het normale bedrijf in de werkmodus, wordt met door parameter Pr03 vastgestelde tussenpozen en gedurende de met parameter Pr12 ingestelde tijd de modus "STOP FIRE” geactiveerd.

Chronothermostaat De functie chronothermostaat maakt het mogelijk de automatische in- en uitschakeling van de kachel tijdens de week te programmeren. De gebruiker verkrijgt toegang tot de programmering door twee keer op de toets P3 te drukken. Door nogmaals op de toets P3 te drukken kan men door de verschillende parameters scrollen. Met druk op de toets P4 kan men de programmering op ieder gewenst moment verlaten. De parameters van de chronothermostaat zijn de volgende: Parameter Beschrijving Instelbare waarden UT01 Instelling huidige dag en gebruik / niet-gebruik chronothermostaat DAY1,...DAY7;OFF; UT02 Instelling uur huidige tijd Van 00 tot 23 UT03 Instelling minuten huidige tijd Van 00 tot 60 UT04 GERESERVEERD VOOR DE TECHNICUS - GEEN instelling invoeren UT05 Instelling inschakeltijd PROGRAMMA 1 Van 00:00 tot 23:50 met stappen van 10' UT06 Instelling uitschakeltijd PROGRAMMA 1 Van 00:00 tot 23:50 met stappen van 10' UT07 Keuze dagen van inschakeling kachel volgens PROGRAMMA 1 Tussen ON/OFF voor de dagen 1 tot 7 UT08 Instelling inschakeltijd PROGRAMMA 2 Van 00:00 tot 23:50 met stappen van 10' UT09 Instelling uitschakeltijd PROGRAMMA 2 Van 00:00 tot 23:50 met stappen van 10' UT10 Keuze dagen van inschakeling kachel volgens PROGRAMMA 2 Tussen ON/OFF voor de dagen 1 tot 7 UT11 Instelling inschakeltijd PROGRAMMA 3 Van 00:00 tot 23:50 met stappen van 10' UT12 Instelling uitschakeltijd PROGRAMMA 3 Van 00:00 tot 23:50 met stappen van 10' UT13 Keuze dagen van inschakeling kachel volgens PROGRAMMA 3 Tussen ON/OFF voor de dagen 1 tot 7 UT14 Instelling inschakeltijd PROGRAMMA 4 Van 00:00 tot 23:50 met stappen van 10' UT15 Instelling uitschakeltijd PROGRAMMA 4 Van 00:00 tot 23:50 met stappen van 10' UT16 Keuze dagen van inschakeling kachel volgens PROGRAMMA 4 Tussen ON/OFF voor de dagen 1 tot 7 Toelichting van de betekenis van enkele parameters:

DAY 4 - Donderdag DAY 5 - Vrijdag DAY 6 - Zaterdag

OFF - Chronothermostaat uitgeschakeld

UT01 Voor de activering van de chronothermostaat, handelen op de toetsen P1 en P2 en vervolgens de huidige dag van de week instellen. (DAY 7 = Zondag). Voor de deactivering van de chronothermostaat, handelen op de toetsen P1 en P2 en vervolgens op OFF instellen. PROGRAMMA 1 INSCHAKELING/UITSCHAKELING (alleen’s ochtends) UT05 –UT06 Met deze twee parameters wordt het tijdstip van PROGRAMMA 1 voor de inschakeling en de uitschakeling van de werking van de kachel ingesteld. De instelling is actief wanneer de parameter UT01 het ligt in de modus. UT07 Met UT07 worden de dagen ingesteld waarop PROGRAMMA 1 (ON) moet worden toegepast en de dagen waarop het NIET MOET WORDEN TOEGEPAST (OFF). Deze parameter is actief wanneer de parameter UT01 het is ingesteld op de huidige dag. Met de toets P2 kiest men de dag van de week en met toets P1 wordt deze geactiveerd (ON)/uitschakelen(OFF) de inschakeling/uitschakeling van de kachel volgens PROGRAMMA 1.In het volgende voorbeeld heeft de inschakeling van de kachel volgens PROGRAMMA 1 (ochtend) alleen plaats op de feestdagen op zaterdag en zondag. DAY 1 Maandag DAY 2 Dinsdag DAY 3 Woensdag DAY 4 DAY 5 Vrijdag DAY 6 Zaterdag DAY 7 Zondag OFF 1 OFF 2 OFF 3 OFF 4 OFF 5 ON 6 ON 7 PROGRAMMA 2 INSCHAKELING/UITSCHAKELING (alleen’s middags) UT08 -UT9 Met deze twee parameters wordt het tijdstip van PROGRAMMA 2 voor de inschakeling en de uitschakeling van de werking van de kachel ingesteld. De instelling is actief wanneer de parameter UT01 is ingesteld in de dagelijkse of wekelijkse modus. UT010 Met UT10 worden de dagen ingesteld waarop PROGRAMMA 2 (ON) moet worden toegepast en de dagen waarop het NIET MOET WORDEN TOEGEPAST (OFF). Deze parameter is actief en neemt een betekenis aan wanneer de parameter UT01 het is ingesteld op de huidige dag. Met de toets P2 kiest men de dag van de week en met toets P1 wordt deze geactiveerd (ON)/uitschakelen(OFF) de inschakeling/uitschakeling van de kachel volgens PROGRAMMA 2 (middag). In het volgende voorbeeld vindt de inschakeling van de kachel alleen 's middags op werkdagen plaats. DAY 1 Maandag DAY 2 Dinsdag DAY 3 Woensdag DAY 4 DAY 5 Vrijdag DAY 6 Zaterdag DAY 7 Zondag ON 1 ON 2 ON 3 ON 4 ON 5 OFF 6 OFF 7 Hetzelfde geldt voor UT11 - UT12 - UT13 - UT14 - UT15 - UT16. Bijvoorbeeld: PROGRAMMERING TIMER UT01 --- INSTELLING HUIDIGE DAG (DAY 7 = ZONDAG) PROGRAMMA1 UT05 --- I" INSCHAKELING (bv. 07,00 uur) UT06 --- I" UITSCHAKELING (bv. 09,00 uur) UT07 --- BEVESTIG DAGEN (bv. DAY 1-OFF / DAY2-OFF/DAY3-OFF/DAY4-OFF/DAY5-OFF/DAY6-ON/DAY7-ON) PROGRAMMA 2 UT08 --- Ii" INSCHAKELING (bv. 18,00 uur) UT09 --- II" UITSCHAKELING (bv. 24,00 uur) UT10 --- BEVESTIG DAGEN (bv. DAY 1-ON / DAY2-ON/DAY3-ON/DAY4-ON/DAY5-ON/DAY6-OFF/DAY7-OFF) KANALISATIE

Instelling snelheid ventilator n.°2 Voor de instelling van de snelheid van de tweede warmtewisselaar, drukken op de toets P3 (SET), en vervolgens meerdere keren op P& om de gewenste waarde te kiezen. ALARMEN In geval van een gestoorde werking beschikt de kaart over een controlesysteem dat de gebruiker door middel van het display informeert waar de storing heeft plaatsgevonden. Door te drukken op de toets P4 is het mogelijk het opschrift op het display te RESETTEN. Toelichting van de betekenis van deze alarmen: ALAR SOND FUMI - Alarm sonde rookgassentemperatuur Het alarmsignaal treedt op in geval van breuk of loskoppeling van de sonde voor het detecteren van de temperatuur van de rookgassen. Tijdens het alarm wordt de snelheid van de ventilator rookgassen en van de warmtewisselaar naar de maximale waarde gebracht en wordt de toevoer van pellets onderbroken door de motor van de schroef uit te schakelen. Na 10 minuten wordt ook de ventilator uitgeschakeld. ALAR HOT TEMP - Alarm oververhitting rookgassen Het alarmsignaal treedt op in geval de sonde rookgassen een temperatuur boven de 220°C waarneemt. De melding ALAR HOT TEMP verschijnt. Tijdens het alarm wordt de toevoer van pellets onderbroken door de motor van de schroef uit te schakelen en de snelheid van de ventilator rookgassen wordt naar de maximale waarde gebracht; na 10 minuten wordt ook de ventilator uitgeschakeld. ALAR NO ACC - Alarm mislukte ontsteking Dit alarm treedt op wanneer de ontstekingstemperatuur van de oven niet meer dan 3 ° C / minuut te verhogen. Op het display verschijnt de melding ALAR NO ACC-. Zoals voor de eerdere gevallen begint de kachel de uitschakelingsprocedure, na ongeveer 10 minuten is deze procedure voltooid. ALAR COOL FIRE - Alarm uitschakeling tijdens de werkfase Indien de vlam tijdens de werkfase dooft en de temperatuur rookgassen daalt onder minimale grenswaarde voor de werking van de kachel zal het systeem ALAR NO FIRE melden en zal de kachel overgaan tot de uitschakeling. ALAR DEP FAIL - Alarm depressie Het alarmsignaal treedt op wanneer de schoorsteen of de afvoer rookgassen verstopt zijn (ALAR DEP FAIL) ALAR SIC FAIL - Alarm algemene veiligheidsthermostaat In geval de thermostaat algemene veiligheid een temperatuur boven de drempelwaarde detecteert, grijpt de thermostaat in om het voeden van de schroef te stoppen (in serie geschakeld met de voeding hiervan) en tegelijkertijd, door middel van de klemmen AL1 in CN4, kan de controller deze statuswijziging verwerven. De melding ALAR SIC FAIL verschijnt. Schroef de zwarte dop naast de kaart los en druk op de knop om het contact weer te bewapenen. ALAR COOL FIRE - Alarm stroomonderbreking Met de ingeschakelde kachel veroorzaakt de stroomonderbreking de stopzetting van de werking van de elektrische onderdelen van de kachel. Bij het herstellen van de elektriciteitsvoorziening hervat de kachel de normale activiteit met dezelfde status als op het moment van de stroomonderbreking, na een wachttijd voor de koelfase COOL FIRE waarin de rookgassen moeten worden teruggebracht naar een temperatuur onder de met parameter Pr13 bepaalde waarde. ALAR FAN FAIL - Alarm defect zuigventilator rookgassen Wanneer de ventilator voor de afzuiging rookgassen defect raakt zal de kachel stoppen en wordt de melding ALAR FAN FAIL getoond.

Console De console toont de informatie betreffende de werkingsstatus van de kachel. Na toegang tot het menu is het mogelijk verschillende soorten weergaven te verkrijgen en instellingen te verrichten die beschikbaar zijn afhankelijk van het toegangsniveau. Afhankelijk van de operationele modus kunnen de weergaven verschillende betekenissen aannemen, afhankelijk van de positie op het display.BESCHRIJVING PANEEL Pagina 233 F-2 (A1) KLOK (A2) OMGEVINGSTEMPERATUUR (A3) STATOS pagina 233 F-2 en pagina 249 figuur 1 (A4) DIALOOG (A5) VERMOGEN De afbeelding 1 beschrijft de betekenis van de statussignalen aan de linkerzijde van het display. Programmering Wanneer de LED oplicht, betekent dit dat de desbetreffende component actief figuur 1 p. 249 In pagina 233 F-3 wordt de lay-out van de berichten tijdens de programmering of de instelling van de operationele parameters. In het bijzonder: 1.De input-zone (B1) toont de ingevoerde programmeringswaarden 2.De zone menu-niveau (B2) toont het huidige menu-niveau. Zie het hoofdstuk menu (pagina 249). TOETS (P1) - Verhogen temperatuur: In de programmeringsmodus wijzigt/verhoogt deze toets de waarde van het gekozen menu, in de WORK/OFF uitgeschakelde modus verhoogt de toets de temperatuurwaarde van de omgevingsthermostaat. TOETS (P2) - Verlagen temperatuur: In de programmeringsmodus wijzigt/verlaagt deze toets de waarde van het gekozen menu, in de WORK/OFF uitgeschakelde modus verlaagt de toets de temperatuurwaarde van de omgevingsthermostaat. TOETS (P3) - Set/menu: Deze toets verleent toegang tot de instelling van de temperatuur en tot het menu van de parameters gebruiker en technicus. In het menu verleent de toets toegang tot het volgende niveau van submenu's en tijdens de programmeringsfase stelt de toets de waarde in en gaat over naar het volgende menu-item. TOETS (P4) - ON/OFF ontgrendelen: Druk gedurende twee seconden op de toets voor de handmatige in- of uitschakeling van de kachel, afhankelijk van het feit of deze in- of uitgeschakeld is (OFF or START). Indien er alarmen zijn opgetreden die de kachel in de geblokkeerde status hebben gebracht, is het met deze toets mogelijk de kachel te ontgrendelen en over te gaan naar de status Uitgeschakeld. In de fases menu/programmering voert de toets naar het lager menu-niveau, de toegepaste wijzigingen worden opgeslagen. TOETS (P5) - Vermogen verlagen: In de (WORK) werkmodus dient de toets voor het verlagen van de vermogenswaarde. In Menu modus schakelt naar het volgende menu-item. TOETS (P6) - Vermogen verhogen: In de (WORK) werkmodus dient de toets voor de wijziging van de snelheid van de warmtewisselaar. In Menu modus schakelt naar het volgende menu-item. HET MENU Door middel van druk op de toets P3 (MENU) verkrijgt men toegang tot het menu. Het menu is opgedeeld in verschillende items en niveaus voor de toegang tot de instellingen en de programmering van de kaart. De menu-items voor toegang tot de technische programmering zijn beschermd door een wachtwoord.

Menu M2 – SELECT FUERL Met deze instelling kunt u het type brandstof of PELLET/NOCCIOLINO te stellen (zie hierboven). Menu M3 – SET CLOCK Voor de instelling van de huidige tijd en datum. De kaart is uitgerust met een lithium batterij voor een autonomie van meer dan 3/5 jaar van de interne klok. Menu M4 – SET CHRONO Submenu M4 - 1 ENABLE CHRONO Voor de globale in- en uitschakeling van alle functies van de chronothermostaat. Submenu M4 - 2 PROGRAM DAY Voor de instelling van alle functies van de dagelijkse chronothermostaat. Er kunnen twee werkingssegmenten worden ingesteld, afgebakend door de volgens de volgende tabel ingestelde tijden, waar de instelling OFF de klok aanduidt het commando te negeren: Selectie Betekenis Mogelijke waardenori START 1 tijd van inschakeling tijd - OFF STOP 1 tijd van uitschakeling tijd - OFF START 2 tijd van inschakeling tijd - OFF STOP 2 tijd van uitschakeling tijd - OFF Submenu M4 - 3 PROGRAM WEEK Voor de instelling van alle functies van de wekelijkse chronothermostaat. De weekprogrammering beschikt over 4 onafhankelijke programma's, waarvan de eindimpact een combinatie is van de 4 individuele programmeringen. De weekprogrammering kan in- of uitgeschakeld worden. Bovendien, bij instelling op OFF in het veld tijden, zal de klok het overeenkomstige commando negeren. Waarschuwing: de programmering zorgvuldig uitvoeren en vermijden om de in- en/of uitschakeltijden gedurende dezelfde dag in verschillende programma's te overlappen. Submenu M4 - 4 PROGRAM WEEK-END Voor de inschakeling, uitschakeling en instelling van de functies van de chronothermostaat tijdens het weekend (dagen 5 en 6, dat wil zeggen zaterdag en zondag). ADVIES: om verwarring en onbedoelde start- en stophandelingen te voorkomen moet slechts één enkel programma per keer geactiveerd worden indien men zich niet precies bewust is van het gewenste resultaat. Schakel het dagelijkse programma (PROGRAM DAY) uit wanneer men het wekelijkse programma wenst te gebruiken. Wanneer men de weekprogrammering (PROGRAM WEEK-END) in de programma's 1, 2, 3 en 4 wenst te gebruiken moet de weekendprogrammering altijd uitgeschakeld gehouden worden. Activeer de weekendprogrammering (PROGRAM WEEK) uitsluiten na de uitschakeling van de weekprogrammering (PROGRAM WEEK-END). Menu M5 – SELECT LANGUAGE Voor de selectie van de dialoogtaal tussen de beschikbare talen.

Chrono Bougie Schroef Afzuiging rookgassen Warmtewisselaar niet gebruikt alarm

FUND VUURPOT PELLET FUND VUURPOT PITTEN NOCCIOLINO Belangrijk: de twee bodems van de vuurpot mogen niet verwisseld worden Keuze van het type brandstof: in het hoofdmenu de optie type lading kiezen. - Type lading 1 = PELLET (CARICO PELLET) - Type lading 2 = PITTEN (CARICO NOCCIOLINO) -Menu M6 – MODE STAND-BY Activeert de modus "STAND-BY" die de kachel zal uitschakelen nadat de omgevingstemperatuur gedurende de met Pr44 ingestelde tijd boven de SET waarde gebleven is. Na de door deze omstandigheid gecommandeerde uitschakeling is het opnieuw inschakelen alleen mogelijk wanneer zich de volgende voorwaarde voordoet: TSET < (Tomgeving - Pr43).

Menu M7 – MODE BUZZER De instelling op “OFF” schakelt het akoestische signaal uit. Menu M8 – LOAD INITIAL Maakt het mogelijk om, bij de uitgeschakelde en afgekoelde kachel, gedurende 90" een voor-lading van pellets uit te voeren. Start met toets P1 en onderbreek met toets P4. Menu M9 – STATE STOVE Weergave van de huidige status van de kachel door middel van het tonen van de status van de verschillende met de kachel verbonden eenheden. Menu M10 – SETTINGS TECHNIC Dit item van het menu is bestemd voor de technische installateur van de kachel. Door middel van het invoeren van het wachtwoord is het mogelijk om met de toetsen P2 (verlagen) en P1 (verhogen) de verschillende werkingsparameters van de kachel in te stellen (KEY ACCESS).

FUNCTIES VAN DE GEBRUIKER

Hieropvolgend wordt de normale werking beschreven van de op een convectiekachel geïnstalleerde besturingseenheid, onder verwijzing naar de voor de gebruiker beschikbare functies. De onderstaande aanwijzingen verwijzen naar de met de optie chronothermostaat uitgeruste besturingseenheid. In de volgende paragrafen wordt verder de technische programmeringsmodus besproken. Inschakeling van de kachel Druk voor het inschakelen van de kachel gedurende enkele seconden op P4. De inschakeling wordt op het display gesignaleerd (START). Startfase De kachel voert op volgorde de startfasen uit, in overeenkomst met de in de parameters bepaalde modi die de niveaus en de timing ervan controleren. Mislukte ontsteking Na het verstrijken van de tijd Pr01, indien de temperatuur de minimum toegestane waarde nog niet heeft bereikt, parameter Pr13, bereikt met een gradiënt van 2°C/min (NO LIGHTIN-), gaat de kachel over naar de alarmstatus. Functionerende kachel Wanneer de startfase op positieve wijze beëindigd is, gaat de kachel over naar de werkmodus die de normale werkwijze vertegenwoordigt (WORK). Als de temperatuur van de rookgassen hoger is dan Pr15 worden de warmtewisselaars ingeschakeld. Wijziging van de instelling omgevingstemperatuur Voor de wijziging van de omgevingstemperatuur is het voldoende te handelen op de toetsen P1 en P2. Het display de huidige status van de SET temperatuur. Gebruik van de externe thermostaat/chronothermostaat Indien men een externe omgevingsthermostaat wenst te gebruiken moet men deze aansluiten op de klemmen TERM (connector CN7 pin 7-8). externe thermostaat: op de kachel een SET temperatuur instellen gelijk aan 7°C. externe chronothermostaat: op de kachel een SET temperatuur instellen gelijk aan 7°C en op het menu 04-01 de functionaliteit chrono uitschakelen. De activering van de kachel vindt plaats met de ingeschakelde kachel bij het sluiten van het contact. De omgevingstemperatuur bereikt de ingestelde temperatuur (SET temperatuur) Wanneer de omgevingstemperatuur de ingestelde waarde heeft bereikt, wordt het verwarmingsvermogen automatisch teruggebracht naar de minimale waarde, conditie (MODULAT). Indien de (MODE STAND-BY) modus geactiveerd is, zal de kachel uitschakelen met een vertraging zoals bepaald met Pr44, na het bereiken van de SET temperatuur. De herstart vindt plaats nadat zich de volgende voorwaarde voordoet: Tomgeving > (TSET + Pr43) Reiniging vuurpot Tijdens het normale bedrijf in de werkmodus, wordt met door parameter Pr03 vastgestelde tussenpozen en gedurende de met parameter Pr12 ingestelde tijd de modus "CLEANING FRE-POT” geactiveerd. Uitschakeling van de kachel Om de kachel uit te schakelen is het voldoende gedurende ongeveer 2 seconden te drukken op de toets P4. De schroef wordt onmiddellijk gestopt en de rookafvoer wordt op hoge snelheid gebracht. De fase van (CLEANING FINAL) wordt uitgevoerd. De werking van de ventilator rookgassen wordt uitgeschakeld na het verstrijken van de tijd Pr39 nadat de temperatuur van de rookgassen tot onder de waarde van parameter Pr13 is gedaald. Opnieuw inschakelen van de kachel Het opnieuw inschakelen van de kachel is niet mogelijk totdat de temperatuur van de rookgassen onder de waarde Pr13 daalt en de veiligheidstijd Pr38 verstreken is. WAT GEBEURT ER ALS..... De pellets geen vlam vatten In geval van een mislukte ontsteking wordt de foutmelding (NO LIGHTIN-) weergegeven. Er een stroomonderbreking is (black-out) Na een stroomonderbreking gaat de kachel na het herstel van de voeding in de status (CLEANING FINAL) en wacht tot de temperatuur van de rookgassen daalt tot een waarde onder Pr13. In alle gevallen waar de duur van de (BLACK-OUT) groter is dan T wordt de kachel uitgeschakeld. ALARMEN Indien zich een storing van de werking voordoet, zal de kaart ingrijpen en de opgetreden onregelmatigheid signaleren en, afhankelijk van het type alarm, met verschillende modi handelen. De volgende alarmen kunnen zich voordoen: Elke alarmsituatie veroorzaakt de onmiddellijke uitschakeling van de kachel. De alarmstatus wordt bereikt na de tijd PR11 en kan worden gereset met de druk op de knop P4. ALARM ACTIVE ALARM FLOW – Obstructie alarm Dit gebeurt bij dezelfde sensor, die de alarmsignalen, vuil of de schoorsteen wordt belemmerd. ALARM ACTIVE PROBE EXHAUST -Alarm sonde rookgassentemperatuur Treedt op in geval van defect van de sensor rookgassen, wanneer deze stuk of losgekoppeld is. Tijdens de alarmtoestand voert de kachel de uitschakelingsprocedure uit. ALARM ACTIVE HOT EXHAUST - Alarm oververhitting rookgassen Treedt op indien de sensor rookgassen een temperatuur boven de 220°C detecteert. Tijdens het alarm wordt onmiddellijk de uitschakelingsprocedure geactiveerd. ALARM ACTIVE NO LIGHTIN - Alarm mislukte ontsteking Treedt op indien de ontstekingsfase mislukt. De uitschakelingsprocedure wordt onmiddellijk geactiveerd.

ALARM ACTIVE NO PELLET - Alarm uitschakeling tijdens de werkfase Indien de vlam tijdens de werkfase dooft en de temperatuur rookgassen onder minimale grenswaarde voor de werking van de kachel daalt (parameter Pr13) wordt het alarm zoals weergegeven in geactiveerd. De uitschakelingsprocedure wordt onmiddellijk geactiveerd.ALARM ACTIVE FAILURE DEPRESS - Alarm veiligheids-drukregelaar schroef In geval de drukregelaar (depressiemeter) een druk detecteert die lager is dan de drempelwaarde, grijpt de drukregelaar in om het voeden van de schroef te stoppen (in serie geschakeld met de voeding hiervan) en tegelijkertijd, door middel van de klemmen AL2 in CN4, kan de controller deze statuswijziging verwerven. De melding "FAILURE DEPRESS" wordt weergegeven en het systeem wordt gestopt. ALARM ACTIVE WAIT COOLING – Uitval van netvoeding ALARM ACTIVE SAFETY THERMAL - Alarm algemene thermostaat In geval de thermostaat algemene veiligheid een temperatuur boven de drempelwaarde detecteert, grijpt de thermostaat in om het voeden van de schroef te stoppen (in serie geschakeld met de voeding hiervan) en tegelijkertijd, door middel van de klemmen AL1 in CN4, kan de controller deze statuswijziging verwerven. Het bericht SAFETY THERMAL wordt weergegeven en het systeem wordt gestopt. Schroef de zwarte dop aan de achterzijde van de kachel los en druk op de knop om het contact te resetten. ALARM ACTIVE FAN FAILURE - Alarm defect zuigventilator rookgassen Wanneer de ventilator voor de afzuiging rookgassen defect raakt zal de kachel stoppen en wordt de melding FAN FAILURE getoond zoals in de volgende afbeelding. De uitschakelingsprocedure wordt onmiddellijk geactiveerd.

Console De console staat toe met de besturingseenheid te communiceren door middel van een eenvoudige druk op enkele toetsen. Een display en LED-indicatoren informeren de operator over de operatieve status van de kachel. In de modus programmering worden verschillende parameters weergegeven die door middel van druk op de toetsen gewijzigd kunnen worden. BESCHRIJVING PANEEL LED (L0) set omgeving KNOP (P1) verlagen/menu/set omgeving LED (L1) set vermogen KNOP (P2) verhogen/status kachel/set vermogen LED (L2) chrono KNOP (P3) ON/OFF/ esc/bevestigen

LED (L4) alarm DISPLAY (D1) status/vermogen/parameter LED (L5) cschroef/warmtewisselaar/bougiea HET MENU Door middel van een langdurige druk op de toets P1 verkrijgt men toegang tot het menu. Het menu is opgedeeld in verschillende items en niveaus voor de toegang tot de instellingen en de programmering van de kaart. Menu M1 – SET CLOCK Houd de toets (P1) ingedrukt tot aan de weergave van het opschrift M1, bevestig met de toets ON/OFF (P3) wijzig met de toetsen (P1) en (P2) de huidige dag en druk op de inschakeltoets. Stel het uur in en druk op ON/OFF (P3), stel de minuten in en druk op ON/OFF (P3), stel het cijfer van de huidige dag in en druk op ON/OFF (P3), stel de huidige maand in en druk op ON/OFF (P3), stel het huidige jaar in. Druk om te bevestigen en af te sluiten op de toets ON/OFF (P3) tot de tijd weer wordt weergegeven. Menu M2 – SET CHRONO Submenu M2 – 1 CHRONO ENABLE Houd de toets (P1) ingedrukt tot aan de weergave van het opschrift M1; druk op de toets (P2) tot de weergave van M2, bevestig met de toetsON/OFF (P3). Het menu M2-1 verschijnt, bevestig met ON/OFF (P3) en selecteer ON door middel van het pijltje (P1) om de algemene chrono te activeren. Ga terug door ON/OFF (P3) ingedrukt te houden en selecteer met de toets (P2) het te activeren programma. Submenu M2 – 2 PROGRAM DAY Twee vaste cycli AAN-UIT voor alle dagen. Submenu M2 – 3 PROGRAM UEEK Vier cycli AAN-UIT en voor elk uur moeten de dagen geselecteerd worden Submenu M2 – 4 PROGRAM U-END Twee cycli AAN-UIT voor zaterdag en zondag Een programma instellen Open het gewenste programma en druk één keer op ON/OFF (P3). De eerste parameter is de activering van het programma zelf: stel in op ON met de toets (P2). (LET OP OM ÉÉN PROGRAMMA PER KEER TE ACTIVEREN OM PROBLEMEN MET DE CHRONO TE VOORKOMEN). Druk op ON/OFF (P3). Selecteer voor het instellen van de STARTTIJD met de toetsen (P1) en (P2) het gewenste tijdstip van inschakeling. Druk op SET (P3) voor het instellen van de STOP en selecteer met de toetsen (P1) en (P2) het gewenste tijdstip voor uitschakeling, alleen in het weekprogramma. Druk op dit punt op SET (P3) voor de bevestiging van de dagen. Gebruik de toets ON/OFF om door de dagen van de week te bladeren en stel de dagen door middel van de toetsen (P1) en (P2) in op ON of OFF. Houd, na het instellen van de tijden en de dagen en om de CHRONO af te sluiten, de toets ON-OFF ingedrukt tot de startpagina verschijnt. Wanneer de tijden correct zijn ingesteld zal er een groene led gaan branden naast de klok linksboven van het display. Menu M03 – LANGUAGE Voor de selectie van de dialoogtaal tussen de beschikbare talen. Om over te gaan van een taal naar de volgende drukken op P2 (verhogen), om achteruit te gaan op P1 (verlagen), om te bevestigen drukken op P3. Menu M04 – STAND-BY Voor de in- en uitschakeling van de modus Stand-by. Na het selecteren van menu M4 met toets P3, drukken op P1 (verlagen) of P2 (verhogen) om de status te veranderen van ON naar OFF en vice versa. Voor de werking het hoofdstuk stand-by raadplegen. Menu M05 – BUZZER Voor de in- of uitschakeling van de zoemer van de besturingseenheid tijdens de signalering van de alarmen. Om in- of uit te schakelen drukken op de toetsen P1 of P2 en om te bevestigen op de toets P3. Menu M06 – LOAD INITIAL Deze functie is alleen beschikbaar wanneer de kachel op OFF staat en staat toe de schroef bij de eerste inwerkingstelling van de kachel te laden wanneer het pelletreservoir leeg is. Na het selecteren van menu M6 zal over het display het bericht "Druk op Plus" scrollen. Druk vervolgens op P2 (verhogen). De ventilator rookgassen wordt ingeschakeld op de maximale snelheid, de schroef wordt geactiveerd (led schroef aan) en blijven zo tot het verstrijken van de op het display weergegeven tijd, of tot er op de toets P3 gedrukt wordt. Menu M07 – STATE STOVE Na toegang tot het menu M7 scrollen op het display door middel van druk op de toets P3 de status van enkele variabele waarden tijdens de werking van de kachel in de werkmodus. De onderstaande tabel toont een voorbeeld van de weergave op het display en de betekenis van deze waarden. Weergegeven status - betekenis 3,1” - Status schroef lading pellets 52’ - Time out Toff - Status thermostaat 106° - Temperatuur Rookgassen 1490 - Snelheid ventilator rookgassen Menu M08 – SET TECHNIC Dit item van het menu is bestemd voor de technische installateur van de kachel. Door middel van het invoeren van het wachtwoord is het mogelijk om met de toetsen P1 (verlagen) en P2 (verhogen) de verschillende werkingsparameters van de kachel in te stellen.Menu M09 – ESCAPE Bij het kiezen van dit item met druk op de toets P3, verlaat men het menu en keert men terug naar de vorige status.

FUNCTIES VEN DE GEBRUIKER

Hieropvolgend wordt de normale werking beschreven van de op een convectiekachel geïnstalleerde besturingseenheid, onder verwijzing naar de voor de gebruiker beschikbare functies. Ontsteking van de kachel De eerste te verrichten handeling is het aansluiten van de stekker op de elektriciteitsvoorziening; vul het pelletreservoir. Wees bij deze handeling voorzichtig om de hele zak niet in één keer te legen, maar doe dit langzaam. De verbrandingskamer en de vuurpot moeten vrij zijn van eventuele verbrandingsresten. Controleer of het deksel van het reservoir en de deur gesloten zijn. Indien dit niet het geval is, wordt een slechte werking van de kachel en daaruit voortkomende alarmen veroorzaakt. Controleer bij de eerste ontsteking dat de vuurpot geen onderdelen bevat die zouden kunnen verbranden (zakje met voetjes, instructies, enz.). Druk voor het inschakelen van de kachel gedurende enkele seconden op P3. De inschakeling wordt op het display gesignaleerd met het bericht "START", zoals in afbeelding 4, en door het knipperen van de led ON\OFF. De fase heeft de duur zoals bepaald in parameter Pr01. In deze situatie gaat de kachel in de status van voorverwarming, de bougie gaat aan (zie led bougie) en de ventilator rookgassen wordt ingeschakeld. Eventuele storingen tijdens de fase inschakeling worden op het display gemeld en de kachel gaat naar de alarmstatus. Lading pellets Na ongeveer 1 minuut begint de fase voor het laden van pellets, op het display scrollt het bericht "LOAD PELLET" en de led ON\OFF knippert. Tijdens een eerste fase voorziet de schroef in het laden van pellets in de vuurpot, gedurende een in parameter Pr40 bepaalde tijd (led schroef aan), de snelheid van de ventilator rookgassen wordt bepaald door parameter Pr42 en de bougie is nog steeds aan (led bougie aan). In de tweede fase, na het verstrijken van parameter Pr40, wordt de schroef uitgeschakeld (led schroef uit) gedurende de tijd van parameter Pr41, terwijl de snelheid ventilator rookgassen en de bougie in de vorige status blijven. Indien er na deze fase geen ontsteking plaatsvindt, wordt de schroef weer ingeschakeld voor de tijd van parameter Pr04, de ventilator rookgassen en de bougie blijven ingeschakeld. Vuur aanwezig Nadat de temperatuur rookgassen de waarde van parameter Pr13 heeft bereikt en overschreden gaat het systeem over naar de modus inschakeling en wordt op het display de melding "FLAME LIGHT” Vlam Aanwezig" weergegeven en knippert de led ON\OFF. Tijdens deze fase blijft de temperatuur stabiel gedurende de tijd van parameter Pr02. De snelheid van de ventilator rookgassen is bepaald in parameter Pr17, de schroef wordt ingeschakeld voor de tijd van parameter Pr05 (led schroef knippert) en de bougie is uitgeschakeld (led bougie uit). Eventuele storingen zullen de kaart uitschakelen en de foutstatus signaleren. Werkmodus kachel Nadat de temperatuur rookgassen de waarde van Pr13 heeft bereikt en overschreden en gedurende tenminste de tijd Pr02 heeft behouden, gaat de kachel over naar de werkfase die de normale werkingsmodus is. Het display toont het bericht "UORK" en de led ON\OFF is ingeschakeld. Het vermogen is instelbaar door middel van de toets P2 en de omgevingstemperatuur door middel van de toets P1. Wanneer de temperatuur van de rookgassen de met parameter Pr15 ingestelde waarde bereikt wordt de ventilator van de warmtewisselaar ingeschakeld. (led warmtewisselaar aan). BELANGRIJK: Tijdens deze fase, voor een in parameter Pr03 bepaalde tijd, voert de kachel de reiniging van de vuurpot uit. Op het display verschijnt de melding "CLEANING FIRE-POT", de schroef is ingeschakeld (led schroef acan) met een snelheid bepaald in parameter 09, de ventilator rookgassen werkt op de snelheid van parameter Pr08. Na de in parameter Pr12 vastgestelde tijd keert de kachel terug naar de werkstatus. (deze procedure betreft niet de kachels 4 KW) Alleen KACHELS 4 KW Dit type kachel zal elke 8 bedrijfsuren (zowel ononderbroken als onderbroken) automatisch uitschakelen, onafhankelijk van de in SET CHRONO ingevoerde instellingen, de dag-, week- of weekendprogrammering. De uitschakeling vindt plaats voor het uitvoeren van de reiniging van de vuurpot; op het display verschijnt de melding (REINIG VUURPOT); na de handmatige reiniging kan de kachel weer worden ingeschakeld. De interne time wordt automatisch gereset tot aan het bereiken van nog eens 8 bedrijfsuren.

Wijziging van het ingestelde verwarmingsvermogen Tijdens de normale werking van de kachel (UORK) is het mogelijk het verwarmingsvermogen te wijzigen door te handelen op toets P2. (Led set vermogen aan). Om het verwarmingsvermogen te verhogen druk nogmaals op de toets P2, om het te verlagen op de toets P1. Het ingestelde vermogensniveau wordt weergegeven op het display. Om de instelling te verlaten, wacht 5 seconden zonder handelingen te verrichten op het toetsenbord, of druk op P3. Alleen voor PELLERFORNUIS De vermogens worden op deze wijze aangepast: PTN1, PTN2, PTN3, PTN4, PTN5: vermogens met ventilatie. PT-1, PT-2, PT-3, PT-4, PT-5: vermogens zonder ventilatie. Indien men het pelletfornuis in de zomer moet gebruiken om te koken of een andere reden, kunnen de vermogens PT- gebruikt worden zodat de ventilatie de omgeving niet zal verwarmen. Wijziging van de instelling omgevingstemperatuur Voor de wijziging van de omgevingstemperatuur is het voldoende te handelen op de toets P1. Het display toont de ingestelde omgevingstemperatuur (SET temperatuur). Door middel van de toetsen P1 (verlagen) en P2 (verhogen) is het mogelijk de waarde te wijzigen. Na ongeveer 5 seconden word de waarde opgeslagen en het display keert terug naar de normale weergave, of druk op P3 om de functie te verlaten. De omgevingstemperatuur bereikt de ingestelde temperatuur (SET temperatuur) Wanneer de omgevingstemperatuur de ingestelde waarde heeft bereikt, wordt het verwarmingsvermogen automatisch naar de minimumwaarde teruggebracht. Onder deze omstandigheden verschijnt op het display het bericht "MODULAT-". Wanneer de omgevingstemperatuur tot onder de ingestelde waarde daalt (Set temperatuur) keert de kachel terug naar de modus "UORK" en naar het eerder ingestelde vermogen (Set vermogen). Stand-by Indien geactiveerd in het menu, staat de functie STAND-BY toe de kachel uit te schakelen wanneer aan de onderstaande omstandigheden wordt voldaan. De functie wordt ingeschakeld voor de tijd van parameter Pr44, de omgevingstemperatuur is hoger dan de ingestelde temperatuur (Set omgeving) plus de parameter Pr43. Op het display verschijnt de melding "GO-STBY", gevolgd door de resterende minuten. Na het verstrijken van de tijd van parameter Pr44 verschijnt op het display de melding "UAIT COOLING". In deze situatie heeft de kachel de schroef uitgeschakeld (led schroef uit), de warmtewisselaar wordt bij het bereiken van de grenswaarde van Pr15 uitgeschakeld en de led ON\OFF knippert. Wanneer de temperatuur van de rookgassen de grenswaarde van parameter Pr13 bereikt, gaat de kachel naar de STAND-BY modus en verschijnt de melding "STOP ECO TEMP GOOD". De schroef is uitgeschakeld (led schroef uit), de warmtewisselaar is uitgeschakeld (led warmtewisselaar uit), zoals ook de ventilator rookgassen. Wanneer de omgevingstemperatuur onder de ingestelde temperatuur daalt (Set omgeving) min de grenswaarde van parameter Pr43, wordt de kachel weer ingeschakeld. Uitschakeling van de kachel Om de kachel uit te schakelen is heet voldoende langdurig op de toets P3 te drukken. Op het display verschijnt de melding "CLEANING FINAL". De motor van de schroef stopt (led schroef uit), de snelheid van de ventilator rookgassen wordt bepaald door parameter Pr08, en de led ON\OFF knippert. De ventilator van de warmtewisselaar (led warmtewisselaar aan) blijft actief tot de temperatuur rookgassen daalt onder de met parameter Pr15 ingestelde waarde. Na het verstrijken van de tijd van parameter Pr39 en indien de temperatuur rookgassen onder de waarde van parameter Pr10 daalt, wordt de kachel uitgeschakeld en verschijnt de melding "Off".ALARMEN Indien zich een storing van de werking voordoet, zal de kaart ingrijpen en de opgetreden onregelmatigheid signaleren, de led alarmen inschakelen (led alarm aan) en een akoestisch signaal afgeven. De volgende alarmen kunnen zich voordoen: Elke alarmsituatie veroorzaakt de onmiddellijke uitschakeling van de kachel. De alarmsituatie wordt bereikt na de tijd van Pr11, MET UITZONDERING VAN HET ALARM BLACK-OUT, en kan gereset worden met een langdurige druk op de toets P3. Telkens wanneer een alarm wordt gereset, wordt, om veiligheidsredenen, een uitschakelingsproces van de kachel geactiveerd. Gedurende de alarmfase is de led alarmen altijd actief (led alarm aan) en, indien de zoemer geactiveerd is, zal deze met tussenpozen klinken. Indien het alarm niet wordt gereset, wordt de kachel in ieder geval uitgeschakeld en wordt de alarmmelding weergegeven. AL1 BLAC-OUT - Alarm out stroomonderbreking Het kan gebeuren dat tijdens de werkfase van de kachel een stroomonderbreking plaatsvindt. Bij het opnieuw starten, indien de tijd van black-out kleiner was dan parameter Pr48, hervat de kachel de modus WERKING, anders wordt het alarm geactiveerd. Op het display scrollt het bericht “AL1 BLAC-OUT” en de kachel gaat over tot de uitschakeling. AL2 PROBE EXHAUST - Alarm sonde rookgassentemperatuur Vindt plaats indien de sonde rookgassen defect is. De kachel gaat over naar de alarmstatus, de led alarmen wordt ingeschakeld (led alarm aan). Op het display scrollt de melding “AL2 PROBE EXHAUST” en de kachel gaat over tot de uitschakeling. AL3 HOT EXHAUST - Alarm oververhitting rookgassen Treedt op in geval de sonde rookgassen een temperatuur detecteert die hoger is dan de ingestelde vaste waarde die niet gewijzigd kan worden door middel van een parameter. Het display toont de melding “AL3 HOT EXHAUST” zoals in en de kachel gaat over tot de uitschakeling. AL4 FAN FAILURE - Alarm defect encoder rookgassen Vindt plaats in geval van een defect aan de ventilator rookgassen. De kachel gaat over tot de alarmstatus en op het display scrollt de melding “AL4 FAN FAILURE” AL5 NO LIGHTIN- - Alarm mislukte ontsteking Treedt op indien de ontstekingsfase mislukt. Dit gebeurt wanneer, na het verstrijken van de tijd van parameter Pr01, de temperatuur van de rookgassen de waarde van parameter Pr13 niet overschrijdt. Op het display scrollt het bericht “AL4 FAN FAILURE“ en de kachel gaat over naar de alarmstatus. AL6 NO PELLET - Alarm afwezigheid pellets Dit alarm treedt op indien tijdens de werkfase de temperatuur van de rookgassen onder de waarde parameter Pr13 daalt. Op het display scrollt het bericht “AL6 NO PELLET" en de kachel gaat over naar de alarmstatus. AL7 SAFETY THERMAL - Alarm oververhitting thermische beveiliging Vindt plaats wanneer de algemene veiligheids-thermostaat een temperatuur boven de drempelwaarde waarneemt. De thermostaat grijpt in en stopt de schroef, vanwege de serieschakeling met de voeding van deze, en de besturingseenheid grijpt in met de signalering van de alarmstatus (led alarm aan) en de weergave op het display van de melding “AL7 SAFETY THERMAL”; de kachel gaat over tot de uitschakeling. AL8 FAILURE DEPRESS - Alarm afwezigheid depressie Treedt op wanneer de externe drukregelaar een druk/depressie waarneemt die lager is dan de drempelwaarde. De drukregelaar grijpt in en stopt de schroef, vanwege hun serieschakeling, en de besturingseenheid signaleert de alarmstatus (led alarm aan) en toont op het display de melding “AL8 FAILURE DEPRESS”. De kachel gaat over naar de uitschakeling.

Console De console staat toe met de besturingseenheid te communiceren door middel van een eenvoudige druk op enkele toetsen. Een display en LED-indicatoren informeren de operator over de operatieve status van de kachel. In de modus programmering worden verschillende parameters weergegeven die door middel van druk op de toetsen gewijzigd kunnen worden. BESCHRIJVING PANEEL KNOP (P1) Verhoging omgevingstemperatuur KNOP (P2) Verlaging omgevingstemperatuur KNOP (P3) Set / menù KNOP (P4) On / Off KNOP (P5) Verlaging vermogen KNOP (P6) Verhoging vermogen LED (L1) Chrono geactiveerd - CHRONO LED (L2) Schroef in beweging – SCHROEF ON LED (L3) Ontvangst afstandsbediening - AFSTANDSBEDIENING LED (L4) Thermostaat actief – SET OMGEVING LED (L5) Knippert tijdens de set temperatuur of in de menu's - SET HET MENU

Door te drukken op de toets P3 verkrijgt men toegang tot het menu. Het menu is opgedeeld in verschillende items en niveaus voor de toegang tot de instellingen en de programmering van de kaart. Menu M1 – SET CLOCK Druk eenmaal op de toets SET (P3): het menu M1 SET KLOK verschijnt. Bevestig door eenmaal op SET (P3) te drukken. Stel met de pijltjes links de huidige dat in en druk op SET (P3); stel het huidige uur in en druk op SET (P3); stel de huidige minuten in en druk op SET (P3); stel het cijfer van de huidige dag in en druk op SET (P3); stel het cijfer van de huidige maand in en druk op SET (P3) en stel tenslotte het cijfer van het huidige jaar in. Bevestig en sluit het menu M1 af door eenmaal op de inschakeltoets te drukken. Menu M2 – SET CHRONO Submenu M2 - 1 CHRONO ENABLE Druk eenmaal op de toets SET (P3). Ga met het pijltje (P5) naar M2 en open het menu door eenmaal te drukken op SET (P3). Het menu M2-1 verschijnt; bevestig met SET (P3) en stel met het pijltje (P1) op ON om de algemene chrono te activeren. Ga terug door eenmaal te drukken op de toets ON-OFF en kies met het pijltje (P5) het te activeren programma. Submenu M2 - 2 PROGRAM DAY Twee vaste cycli AAN-UIT voor alle dagen Submenu M2 - 3 PROGRAM UEKK Vier cycli AAN-UIT en voor elk uur moeten de dagen geselecteerd worden Submenu M2 - 4 PROGRAM U-END Twee cycli AAN-UIT voor zaterdag en zondag DISPLAY (D1): Tijdens de inschakeling worden de waargenomen omgevingstemperatuur en de tijd weergegeven. Tijdens de werking wordt het door de gebruiker ingestelde verwarmingsvermogen weergegeven. Tijdens de bewerking van de parameters gebruiker/technicus wordt de waarde van de parameter die gewijzigd wordt weergegeven. DISPLAY (D2): Tijdens de start wordt de status van de kaart weergegeven. Tijdens de werking wordt het door de gebruiker ingestelde temperatuur weergegeven. Tijdens de bewerking van de parameters gebruiker/technicus wordt het Label van de parameter die gewijzigd wordt weergegeven.Een programma instellen Open het gewenste programma en druk één keer op SET. De eerste parameter is de activering van het programma zelf: stel in op ON met het pijltje (P1). (LET OP OM ÉÉN PROGRAMMA PER KEER TE ACTIVEREN OM PROBLEMEN MET DE CHRONO TE VOORKOMEN). Druk op SET (P3). Selecteer voor het instellen van de STARTTIJD met de toetsen (P1) en (P2) het gewenste tijdstip van inschakeling. Druk op SET (P3) voor het instellen van de STOPTIJD en selecteer met de toetsen (P1) en (P2) het gewenste tijdstip voor uitschakeling, alleen in het weekprogramma. Druk op dit punt op SET voor de bevestiging van de dagen. Gebruik de pijltjes (P5) en (P6) om door de dagen van de week te bladeren en stel de dagen door middel van het pijltje (P1) in op ON of OFF. Houd, na het instellen van de tijden en de dagen en om de CHRONO af te sluiten, de toets ON-OFF ingedrukt tot de startpagina verschijnt. Wanneer de tijden correct zijn ingesteld zal er een groene led gaan branden naast de ZANDLOPER links van het bovenste display. Menu M3 – LANGUAGE Voor de selectie van de dialoogtaal tussen de beschikbare talen. Om over te gaan van een taal naar de volgende drukken op P1 (verhogen), om achteruit te gaan op P2 (verlagen), om te bevestigen drukken op P4. Menu M4 – STAND-BY Voor de in- en uitschakeling van de modus Stand-by. Na het selecteren van menu M4 met toets P3, drukken op P1 of P2 om de status te veranderen van ON naar OFF en vice versa. Voor de werking het hoofdstuk stand-by raadplegen. Menu M5 – LOAD INITIAL Deze functie is alleen beschikbaar wanneer de kachel op OFF staat en staat toe de schroef bij de eerste inwerkingstelling van de kachel te laden wanneer het pelletreservoir leeg is. Na het selecteren van menu M5 zal over het display het bericht "P1 voor laden" scrollen. Druk vervolgens op P1 (verhogen). De ventilator rookgassen wordt ingeschakeld op de maximale snelheid, de schroef wordt geactiveerd (led schroef aan) en blijven zo tot het verstrijken van de op het display weergegeven tijd, of tot er op de toets P4 gedrukt wordt. Menu M6 – STATE STOVE Na toegang tot het menu M6 scrollen op het display door middel van druk op de toets P3 de status van enkele variabele waarden tijdens de werking van de kachel in de werkmodus. De onderstaande tabel toont een voorbeeld van de weergave op het display en de betekenis van deze waarden. Weergegeven status - betekenis 3,1” - Status schroef lading pellets 52’ - Time out Toff - Status thermostaat 106° - Temperatuur Rookgassen 1490 - Snelheid ventilator rookgassen Menu M7 – SET TECHNIC Dit item van het menu is bestemd voor de technische installateur van de kachel. Door middel van het invoeren van het wachtwoord is het mogelijk om met de toetsen P1 (verhogen) en P2 (verlagen) de verschillende werkingsparameters van de kachel in te stellen.

Hieropvolgend wordt de normale werking beschreven van de op een convectiekachel geïnstalleerde besturingseenheid, onder verwijzing naar de voor de gebruiker beschikbare functies. Inschakeling van de kachel Druk voor het inschakelen van de kachel gedurende enkele seconden op P4. De inschakeling wordt op het display gesignaleerd met de melding "START". In deze situatie gaat de kachel in de status van voorverwarming, de bougie gaat aan (zie led bougie) en de ventilator rookgassen wordt ingeschakeld. Eventuele storingen tijdens de fase inschakeling worden op het display gemeld en de kachel gaat naar de alarmstatus. Lading pellets Na ongeveer 1 minuut begint de fase voor het laden van pellets, op het display scrollt het bericht "LOAD PELLET". In een eerste fase laadt de schroef gedurende een bepaalde tijd de pellets in de vuurpot. In de tweede fase wordt de schroef uitgeschakeld (led schroef uit) terwijl de snelheid ventilator rookgassen en de bougie in de vorige status blijven. Indien er na deze fase geen ontsteking plaatsvindt wordt de schroef weer ingeschakeld en blijft de bougie actief. Vlam aanwezig Nadat de temperatuur rookgassen een vastgestelde drempelwaarde heeft bereikt en overschreden gaat het systeem over naar de modus inschakeling en wordt op het display de melding "FLAME LIGHT” Vlam Aanwezig" weergegeven. De snelheid van de ventilator rookgassen is een vaste waarde, de schroef wordt ingeschakeld (led schroef knippert) en de bougie is uitgeschakeld (led bougie uit). Eventuele storingen zullen de kaart uitschakelen en de foutstatus signaleren. Functionerende kachel Nadat de temperatuur rookgassen een bepaalde waarde heeft bereikt en overschreden en gedurende een vooraf bepaalde tijd heeft behouden, gaat de kachel over naar de werkfase die de normale werkingsmodus is. Het bovenste display toont de tijd en de omgevingstemperatuur en het onderste display het ingestelde vermogen en het huidige vermogen van de kachel. Het vermogen is instelbaar door middel van de toetsen P5 en P6 en de omgevingstemperatuur door middel van de toetsen P1 en P2. Wanneer de temperatuur van de rookgassen een bepaalde drempelwaarde bereikt wordt de ventilator van de warmtewisselaar ingeschakeld. Tijdens deze fase verricht de kachel de reiniging van de vuurpot. Op het display scrollt de melding "CLEAN BRAZIER", de schroef is ingeschakeld (led schroef aan), evenals de ventilator rookgassen. Na een vastgestelde tijd keert de kachel terug naar de werkstatus. Wijziging van het ingestelde verwarmingsvermogen Tijdens de normale werking van de kachel (Werk) is het mogelijk het verwarmingsvermogen te wijzigen door te handelen op toetsen P5 en P6. Om het verwarmingsvermogen te verhogen druk nogmaals op de toets P6, om het te verlagen op de toets P5. Het ingestelde vermogensniveau wordt weergegeven op het display. Om de instelling te verlaten, wacht 5 seconden zonder handelingen te verrichten op het toetsenbord, of druk op P4. Wijziging van de instelling omgevingstemperatuur Voor de wijziging van de omgevingstemperatuur is het voldoende te handelen op de toetsen P1 en P2. Het display toont de ingestelde omgevingstemperatuur (SET temperatuur). Door middel van de toetsen P1 (verhogen) en P2 (verlagen) is het mogelijk de waarde te wijzigen. Na ongeveer 5 seconden word de waarde opgeslagen en het display keert terug naar de normale weergave, of druk op P4 om de functie te verlaten. Het is ook mogelijk "man" in te stellen voor de handmatige werking van de kachel met een vaste vermogenswaarde. Of "t-e", in geval er een externe thermostaat is aangesloten. De omgevingstemperatuur bereikt de ingestelde temperatuur (SET temperatuur) Wanneer de omgevingstemperatuur de ingestelde waarde heeft bereikt, wordt het verwarmingsvermogen automatisch naar de minimumwaarde teruggebracht. Onder deze omstandigheden verschijnt op het display het bericht "Modul". Wanneer de omgevingstemperatuur tot onder de ingestelde waarde daalt (Set temperatuur) keert de kachel terug naar de modus "modulat-" en naar het eerder ingestelde vermogen (Set vermogen). In geval van een externe thermostaat en indien de omgevingstemperatuur in t-e is ingesteld, gaat de open thermostaat in modulatie terwijl de gesloten thermostaat terugkeert naar het ingestelde vermogen. Stand-by Indien geactiveerd in het menu, staat de functie STAND-BY toe de kachel uit te schakelen wanneer aan de onderstaande omstandigheden wordt voldaan. De functie wordt voor een bepaalde tijd ingeschakeld, de omgevingstemperatuur is hoger dan de ingestelde temperatuur (Set omgeving) plus een vooraf ingestelde delta temperatuur. Op het display verschijnt de melding "SO-STBY", gevolgd door de resterende minuten. Na het verstrijken van de vastgestelde tijd verschijnt op het display de melding "ATTESA RAFFRED-". In deze situatie heeft de kachel een uitgeschakelde schroef (led schroef uit) en wordt de warmtewisselaar uitgeschakeld. Wanneer de temperatuur van de rookgassen de bepaalde grenswaarde bereikt, gaat de kachel naar de stand-by modus en verschijnt de melding "STOP ECO TEMP OK". De schroef is uitgeschakeld (led schroef uit), de warmtewisselaar is uitgeschakeld, zoals ook de ventilator rookgassen. Wanneer de omgevingstemperatuur onder de ingestelde temperatuur daalt (Set omgeving) min de grenswaarde van de delta temperatuur, wordt de kachel weer ingeschakeld. Uitschakeling van de kachel Om de kachel uit te schakelen is heet voldoende langdurig op de toets P4 te drukken. Op het display verschijnt de melding “CLEANING FIANL". De schroefmotor stopt (led schroef uit) en de snelheid van de ventilator rookgassen is vooraf bepaald. De ventilator van de warmtewisselaar (led warmtewisselaar aan) blijft actief tot de temperatuur rookgassen daalt onder een vooraf ingestelde waarde. Na het verstrijken van een bepaalde tijd en indien de temperatuur rookgassen onder een vooraf ingestelde waarde daalt, wordt de kachel uitgeschakeld en verschijnt de melding "Off".ALARMEN

Indien zich een storing van de werking voordoet, zal de kaart ingrijpen en de opgetreden onregelmatigheid signaleren, de led alarmen inschakelen (led alarm aan) en een akoestisch signaal afgeven. Elke alarmsituatie veroorzaakt de onmiddellijke uitschakeling van de kachel. De alarmsituatie wordt bereikt na een vooraf bepaalde tijd, MET UITZONDERING VAN HET ALARM BLACK-OUT, en kan gereset worden met een langdurige druk op de toets P4. Telkens wanneer een alarm wordt gereset, wordt, om veiligheidsredenen, een uitschakelingsproces van de kachel geactiveerd. Gedurende de alarmfase is de led alarmen altijd actief (led alarm aan) en, indien de zoemer geactiveerd is, zal deze met tussenpozen klinken. Indien het alarm niet wordt gereset, wordt de kachel in ieder geval uitgeschakeld en wordt de alarmmelding weergegeven. AL1 BLAC-OUT - Alarm black-out stroomonderbreking Het kan gebeuren dat tijdens de werkfase van de kachel een stroomonderbreking plaatsvindt. Bij het opnieuw starten, indien de tijd van black-out kleiner was dan parameter Pr48, hervat de kachel de modus WORKING anders wordt het alarm geactiveerd. Op het display scrollt het bericht “AL1 BLAC-OUT ” en de kachel gaat over tot de uitschakeling. AL2 PROBE EXHAUST - sonde rookgassentemperatuur Vindt plaats indien de sonde rookgassen defect is. De kachel gaat over naar de alarmstatus, de led alarmen wordt ingeschakeld (led alarm aan). Op het display scrollt de melding “AL2 PROBE EXHAUST” en de kachel gaat over tot de uitschakeling. AL3 HOT EXHAUST - Alarm oververhitting rookgassen Treedt op in geval de sonde rookgassen een temperatuur detecteert die hoger is dan de ingestelde vaste waarde die niet gewijzigd kan worden door middel van een parameter. Het display toont de melding “AL3 HOT EXHAUST” en de kachel gaat over tot de uitschakeling. AL4 FAN FAILURE - defect encoder rookgassen Vindt plaats in geval van een defect aan de ventilator rookgassen. De kachel gaat over tot de alarmstatus en op het display scrollt de melding “AL4 FAN FAILURE”. AL5 NO LIGHTIN- - Alarm mislukte ontsteking Treedt op indien de ontstekingsfase mislukt. Dit gebeurt indien na een bepaalde tijd de temperatuur van de rookgassen een bepaalde grenswaarde niet overschrijdt. Op het display scrollt het bericht “AL5 NO LIGHTIN-“ en de kachel gaat over naar de alarmstatus. AL6 NO FIRE - Alarm afwezigheid pellets Dit alarm treedt op indien tijdens de werkfase de temperatuur van de rookgassen onder een bepaalde parameter daalt. Op het display scrollt het bericht “AL6 NO FIRE" en de kachel gaat over naar de alarmstatus. AL7 SAFETY THERMAL - Alarm oververhitting thermische beveiliging Vindt plaats wanneer de algemene veiligheids-thermostaat een temperatuur boven de drempelwaarde waarneemt. De thermostaat grijpt in en stopt de schroef, vanwege de serieschakeling met de voeding van deze, en de besturingseenheid grijpt in met de signalering van de alarmstatus (led alarm aan) en de weergave op het display van de melding “AL7 SAFETY THERMAL”; de kachel gaat over tot de uitschakeling. AL8 FAILURE DEPRESS - Alarm afwezigheid depressie Treedt op wanneer de externe drukregelaar een druk boven de drempelwaarde waarneemt. De drukregelaar grijpt in en stopt de schroef, vanwege hun serieschakeling, en de besturingseenheid signaleert de alarmstatus (led alarm aan) en toont op het display de melding “AL8 FAILURE DEPRESS”. De kachel gaat over naar de uitschakeling.

Console De afstandsbediening toont de informatie betreffende de werkingsstatus van de kachel. Na toegang tot het menu is het mogelijk verschillende soorten weergaven te verkrijgen en instellingen te verrichten die beschikbaar zijn afhankelijk van het toegangsniveau. Afhankelijk van de operationele modus kunnen de weergaven verschillende betekenissen aannemen, afhankelijk van de positie op het display. BESCHRIJVING PANEEL DISPLAY (P0) TOETS (P1) - Verhogen: In de programmeringsmodus wijzigt/verhoogt deze toets de waarde van het gekozen menu, in de WORK/OFF uitgeschakelde modus verhoogt de toets de temperatuurwaarde van de omgevingsthermostaat of het vermogen van de kachel. TOETS (P2) - Verlagen: In de programmeringsmodus wijzigt/verlaagt deze toets de waarde van het gekozen menu, in de WORK/OFF uitgeschakelde modus verlaagt de toets de temperatuurwaarde van de omgevingsthermostaat of het vermogen van de kachel. TOETS (P3) - ON/OFF ontgrendelen: Druk gedurende twee seconden op de toets voor de handmatige in- of uitschakeling van de kachel, afhankelijk van het feit of deze in- of uitgeschakeld is (OFF/START). Door middel van een eenvoudige druk keert men terug naar het vorige menu tot aan de beginweergave. Indien er alarmen zijn opgetreden die de kachel in de geblokkeerde status hebben gebracht, is het met deze toets mogelijk de kachel te ontgrendelen en over te gaan naar de status Uitgeschakeld (OFF). TOETS (P4) - Set Temperatuur Omgeving: In de (WORK) werkmodus dient de toets voor de toegang tot de instelling omgevingstemperatuur. In de menumodus gaat men met deze toets naar het vorige menu-item terwijl men in programmeringsmodus terugkeert naar het vorige submenu-item, de toegepaste wijzigingen worden opgeslagen. TOETS (P5) - Set Vermogen: In de (WORK) werkmodus dient de toets voor de toegang tot de waarde van het vermogen. In de menumodus gaat men met deze toets naar het volgende menu- item terwijl men in programmeringsmodus terugkeert naar het volgende submenu-item, de toegepaste wijzigingen worden opgeslagen. TOETS (P6) - Set regeling temperatuur water: Deze toets verleent toegang tot de instelling van de temperatuur van het water van de ketel en van het huishoudelijke water. TOETS (P7) - Set/menu: Deze toets verleent toegang tot het menu van de parameters gebruiker en technicus. In het menu verleent de toets toegang tot het volgende niveau van submenu's en tijdens de programmeringsfase stelt de toets de waarde in en gaat over naar het volgende menu-item. TOETS (T1) ON/OFF: Handmatige in- en uitschakeling van de kachel TOETS (T2) +: verhogen van het vermogen TOETS (T3) -: verlagen van het vermogen LED (L1) signaal: Bevestigt de ontvangst van het signaal LED (L2) alarm: signaleert de alarmstatus van de kachel. Reset met toets on/off HET MENU Door middel van druk op de toets P7 (MENU) verkrijgt men toegang tot het menu. Het menu is opgedeeld in verschillende items en niveaus voor de toegang tot de instellingen en de programmering van de kaart. De menu-items voor toegang tot de technische programmering zijn beschermd door een wachtwoord. Menu M2 – STE CLOCK Voor de instelling van de huidige tijd en datum. De kaart is uitgerust met een lithium batterij die zorgt voor een autonomie van de interne klok van meer dan 3/5 jaar.Menu M3 – SET CHRONO Submenu M3 - 1 ENABLE CHRONO Voor de globale in- en uitschakeling van alle functies van de chronothermostaat. Submenu M3 - 2 PROGRAM DAY Voor de instelling van alle functies van de dagelijkse chronothermostaat. Er kunnen twee werkingssegmenten worden ingesteld, afgebakend door de volgens de volgende tabel ingestelde tijden, waar de instelling OFF de klok aanduidt het commando te negeren: Selectie Betekenis Mogelijke waardenori START 1 tijd van inschakeling tijd - OFF STOP 1 tijd van uitschakeling tijd - OFF START 2 tijd van inschakeling tijd - OFF STOP 2 tijd van uitschakeling tijd - OFF Submenu M3 - 3 PROGRAM WEEK Voor de instelling van alle functies van de wekelijkse chronothermostaat. De weekprogrammering beschikt over 4 onafhankelijke programma's, waarvan de eindimpact een combinatie is van de 4 individuele programmeringen. De weekprogrammering kan in- of uitgeschakeld worden. Bovendien, bij instelling op OFF in het veld tijden, zal de klok het overeenkomstige commando negeren. Waarschuwing: de programmering zorgvuldig uitvoeren en vermijden om de in- en/of uitschakeltijden gedurende dezelfde dag in verschillende programma's te overlappen. Submenu M3 - 4 PROGRAM WEEK-END Voor de inschakeling, uitschakeling en instelling van de functies van de chronothermostaat tijdens het weekend (dagen 6 en 7, dat wil zeggen zaterdag en zondag). ADVIES: om verwarring en onbedoelde start- en stophandelingen te voorkomen moet slechts één enkel programma per keer geactiveerd worden indien men zich niet precies bewust is van het gewenste resultaat. Schakel het dagelijkse programma uit wanneer men het wekelijkse programma wenst te gebruiken. Wanneer men de weekprogrammering in de programma's 1, 2, 3 en 4 wenst te gebruiken moet de weekendprogrammering altijd uitgeschakeld gehouden worden. Activeer de weekendprogrammering uitsluiten na de uitschakeling van de weekprogrammering. Menu M4 – SELECT LANGUAGE Voor de selectie van de dialoogtaal tussen de beschikbare talen.

Menu M5 – SELECT FEELER Voor de selectie van de interne of de remote sonde

Menu M6 – MODO STAND-BY Activeert de modus "MODO STAND-BY" die de kachel zal uitschakelen nadat de omgevingstemperatuur gedurende de met Pr44 ingestelde tijd boven de SET waarde gebleven is. Na de door deze omstandigheid gecommandeerde uitschakeling is het opnieuw inschakelen alleen mogelijk wanneer zich de volgende voorwaarde voordoet: TSET < (Tomgeving - Pr43) Menu M7 – MODE BUZZER De instelling op “OFF” schakelt het akoestische signaal uit. Menu M8 – LOAD INITIAL Maakt het mogelijk om, bij de uitgeschakelde en afgekoelde kachel, gedurende 90" een voor-lading van pellets uit te voeren. Start met toets P1 en onderbreek met toets P3. Voor de 12KW inzet-hoekkachel moet de eerste lading 5-6 maal worden uitgevoerd. Deze zelfde eerste lading moet worden uitgevoerd wanneer u vergeet pellets in het reservoir te laden terwijl de inzetkachel in werking is. De schroef wort volledig leeggemaakt en u moet de eerste (LOAD INITIAL) lading opnieuw uitvoeren. Menu M9 – STATE STOVE Weergave van de huidige status van de kachel door middel van het tonen van de status van de verschillende met de kachel verbonden eenheden. Er zijn meerdere pagina's ter beschikking die achtereenvolgend worden weergegeven. Menu M10 – SETTINGS TECHNIC Dit item van het menu is bestemd voor de technische installateur van de kachel. Door middel van het invoeren van het wachtwoord is het mogelijk om met de toetsen P2 (verhogen) en P1 (verlagen) de verschillende werkingsparameters van de kachel in te stellen.

FUNCTIES VAN DE FEBRUIKER

Hieropvolgend wordt de normale werking beschreven van de op een convectiekachel geïnstalleerde besturingseenheid, onder verwijzing naar de voor de gebruiker beschikbare functies. De onderstaande aanwijzingen verwijzen naar de met de optie chronothermostaat uitgeruste besturingseenheid. In de volgende paragrafen wordt verder de technische programmeringsmodus besproken. Inschakeling van de kachel Druk voor het inschakelen van de kachel gedurende enkele seconden op P3. De inschakeling wordt op het display gesignaleerd. Startfase De kachel voert op volgorde de startfasen uit, in overeenkomst met de in de parameters bepaalde modi die de niveaus en de timing ervan controleren. Mislukte ontsteking Na het verstrijken van de tijd Pr01, indien de temperatuur de minimum toegestane waarde nog niet heeft bereikt, parameter Pr13, bereikt met een gradiënt van 2°C/min, gaat de kachel over naar de alarmstatus. Functionerende kachel Wanneer de startfase op positieve wijze beëindigd is, gaat de kachel over naar de werkmodus die de normale werkwijze vertegenwoordigt (WORK). Als de temperatuur van de rookgassen hoger is dan Pr15 worden de warmtewisselaars ingeschakeld. De warmtewisselaars 2 en 3 worden alleen ingeschakeld indien ze geactiveerd zijn. Wijziging van de instelling omgevingstemperatuur Voor de wijziging van de omgevingstemperatuur is het voldoende te handelen op de toetsen P1 en P2. Het display de huidige status van de SET temperatuur. Gebruik van de externe thermostaat/chronothermostaat Indien men een externe omgevingsthermostaat wenst te gebruiken moet men deze aansluiten op de klemmen TERM (connector CN7 pin 7-8). externe thermostaat: op de kachel een SET temperatuur instellen gelijk aan 7°C.

externe chronothermostaat: op de kachel een SET temperatuur instellen gelijk aan 7°C en op het menu 03-01 de functionaliteit chrono uitschakelen. De activering van de kachel vindt plaats met de ingeschakelde kachel bij het sluiten van het contact. De omgevingstemperatuur bereikt de ingestelde temperatuur (SET temperatuur) Wanneer de omgevingstemperatuur de ingestelde waarde heeft bereikt, of de temperatuur van de rookgassen heeft de waarde van Pr13 bereikt, wordt het verwarmingsvermogen automatisch teruggebracht naar de minimale waarde, conditie (MODULAT-). Indien de MODE STAND-BY modus geactiveerd is, zal de kachel uitschakelen met een vertraging zoals bepaald met Pr44, na het bereiken van de SET temperatuur. De herstart vindt plaats nadat zich de volgende voorwaarde voordoet: Tomgeving > (TSET + Pr43)Reiniging vuurpot Tijdens het normale bedrijf in de werkmodus, wordt met door parameter Pr03 vastgestelde tussenpozen en gedurende de met parameter Pr12 ingestelde tijd de modus "CLEANING FIRE-POT" geactiveerd. Uitschakeling van de kachel Om de kachel uit te schakelen is het voldoende gedurende ongeveer 2 seconden te drukken op de toets P3. De schroef wordt onmiddellijk gestopt en de rookafvoer wordt op hoge snelheid gebracht. De fase van (CLEANING FINAL) wordt uitgevoerd. De werking van de ventilator rookgassen wordt uitgeschakeld na het verstrijken van de tijd Pr39 nadat de temperatuur van de rookgassen tot onder de waarde van parameter Pr13 is gedaald. Opnieuw inschakelen van de kachel Het opnieuw inschakelen van de kachel is niet mogelijk totdat de temperatuur van de rookgassen onder de waarde Pr13 daalt en de veiligheidstijd Pr38 verstreken is. WAT GEBEURT ER ALS...... De pellets geen vlam vatten In geval van een mislukte ontsteking wordt de foutmelding “NO LIGHTIN-“ weergegeven. Er een stroomonderbreking is (black-out) Na een stroomonderbreking gaat de kachel na het herstel van de voeding in de status “CLEANING FINAL/BLACK OUT” en wacht tot de temperatuur van de rookgassen daalt tot een waarde onder Pr13. In alle gevallen waar de duur van de black-out groter is dan T wordt de kachel uitgeschakeld.

ALARMEN Indien zich een storing van de werking voordoet, zal de kaart ingrijpen en de opgetreden onregelmatigheid signaleren en, afhankelijk van het type alarm, met verschillende modi handelen. De volgende alarmen kunnen zich voordoen: Elke alarmsituatie veroorzaakt de onmiddellijke uitschakeling van de kachel. De alarmstatus wordt bereikt na de tijd PR11 en kan worden gereset met de druk op de knop P3. ALARM ACTIVE PROBE EXHAUST - Alarm sonde rookgassentemperatuur Treedt op in geval van defect van de sensor rookgassen, wanneer deze stuk of losgekoppeld is. Tijdens de alarmtoestand voert de kachel de uitschakelingsprocedure uit. ALARM ACTIVE HOT EXHAUST - Alarm oververhitting rookgassen Treedt op indien de sensor rookgassen een temperatuur boven de 220°C detecteert. Het display toont de melding zoals in de afbeelding. Tijdens het alarm wordt onmiddellijk de uitschakelingsprocedure geactiveerd. ALARM ACTIVE NO LIGHTIN- - Alarm mislukte ontsteking Treedt op indien de ontstekingsfase mislukt. De uitschakelingsprocedure wordt onmiddellijk geactiveerd. ALARM ACTIVE NO LIGHTIN- - Alarm uitschakeling tijdens de werkfase Indien de vlam tijdens de werkfase dooft en de temperatuur rookgassen onder minimale grenswaarde voor de werking van de kachel daalt (parameter PR13) wordt het alarm geactiveerd. De uitschakelingsprocedure wordt onmiddellijk geactiveerd. ALARM ACTIVE CLEANING FINAL - Stroomuitval ALARM ACTIVE FAILURE DEPRESS - Alarm veiligheids-drukregelaar schroef In geval de drukregelaar (depressiemeter) een druk detecteert die lager is dan de drempelwaarde, grijpt de drukregelaar in om het voeden van de schroef te stoppen (in serie geschakeld met de voeding hiervan) en tegelijkertijd, door middel van de klemmen AL2 in CN4, kan de controller deze statuswijziging verwerven. De melding "ALARM ACTIVE FAILURE DEPRESS" wordt weergegeven en het systeem wordt gestopt. ALARM ACTIVE SAFETY THERMAL - Alarm algemene thermostaat In geval de thermostaat algemene veiligheid een temperatuur boven de drempelwaarde detecteert, grijpt de thermostaat in om het voeden van de schroef te stoppen (in serie geschakeld met de voeding hiervan) en tegelijkertijd, door middel van de klemmen AL1 in CN4, kan de controller deze statuswijziging verwerven. De melding “ALARM ACTIVE SAFETY THERMAL” wordt weergegeven en het systeem wordt gestopt. Schroef de zwarte dop naast de kaart los en druk op de knop om het contact weer te bewapenen. ALARM ACTIVE FAN FAILURE - Alarm defect zuigventilator rookgassen Wanneer de ventilator voor de afzuiging rookgassen defect raakt zal de kachel stoppen en wordt de melding “ALARM ACTIVE FAN FAILURE” getoond, zoals in de volgende afbeelding. De uitschakelingsprocedure wordt onmiddellijk geactiveerd.

Deze melding verschijnt wanneer de afstandsbediening niet met het noodbedieningspaneel communiceert. Controleer dat de kaart gevoed wordt en dat het noodbedieningspaneel (ontvanger) goed verbonden is. Zendeenheid instellen: De kachel moet zijn aangesloten op het elektriciteitsnet. Druk vervolgens gelijktijdig gedurende ongeveer 3-4 seconden op de toetsen (P1) en (P2), tot de melding SCEGLI UNITA’ verschijnt; selecteer dan de zendeenheid door middel van de toetsen (P1) en (P2) (\1-2-3...). Op de geleverde afstandsbedieningen zijn de zendeenheden ingesteld op 0 (defaultwaarde). Houd gedurende ongeveer 3 seconden de toets ON-OFF (P3) ingedrukt om te memoriseren. De afstandsbediening is klaar voor de normale werking. Deze handelingen moeten binnen 30 seconden vanaf de inschakeling van de kachel worden uitgevoerd.

De afstandsbediening vervangt het display van de traditionele pelletkachels. De afstandsbediening is voorzien van batterijlader, oplaadbare batterijen, houder en pluggen met schroeven voor de bevestiging aan de wand. Kan ook met alkalinebatterijen werken. Koppeling van de afstandsbediening met de kachel: koppel de kachel los van de netspanning. voed de kachel en druk na de “beep” kort op een willekeurige toets van de afstandsbediening die binnen zijn niet met een andere kachel gekoppeld mag zijn. Stand-by en opladen: De afstandsbediening gaat automatisch in stand-by wanneer hij voor meer dan 30 minuten niet gebruikt wordt. Bij de eerste druk op een willekeurige toets of een beweging wordt hij weer geactiveerd. De duur van de lading is ongeveer 3 dagen. Na het verstrijken van deze periode wordt er niet meer op het indrukken van de toetsen gereageerd en moet de afstandsbediening worden opgeladen, met de meegeleverde batterijlader, gedurende een tijd die voldoende is voor het bereiken van ten minste het minimale noodzakelijke niveau voor het heractivering, normaal 60 minuten. Plaats de afstandsbediening in de daarvoor bestemde houder wanneer hij niet gebruikt wordt. Ook wanneer de batterijen volledig ontladen zijn, blijft de koppeling behouden.Noodschakelaar: Mocht de afstandsbediening niet functioneren, dan kan de kachel worden in- en uitgeschakeld met de knop op de achterkant van de kachel, naast de voedingskabel. (zie afbeelding op pagina 246 NOODSCHAKELAAR). BESCHRIJVING PANEEL

TOETS (P1) toegang tot menu chronothermostaat. TOETS (P2) inschakeling/uitschakeling. TOETS (P3) Door de toets P3 langdurig in te drukken wordt er nuttige informatie weergegeven. TOETS (P4) Druk meerdere malen op de toets P4 tot de weergave van het menu (ROOM TEMPERATURE) OMGEVINGSTEMPERATUUR en wijzig de waarde vervolgens met de toetsen P5 en P6. TOETS (P5) verhogen. Scrollen door het menu. TOETS (P6) verlagen. Scrollen door het menu. SNEL MENU De toet P4 (SET/MENU) verleent toegang tot de functies van het menu. Bij het vervolgens meermaals indrukken verschijnen de volgende pagina’s: Instelling maximaal vermogen (MAXIMUM POWER): Verhoog en verlaag door middel van de toetsten P5 en P6 de SET voor het maximale werkvermogen. Bij een volgende druk op de toets P4 verschijnt de volgende pagina. ECO STOP: Schakel om tussen ON en OFF door middel van de toetsen P5 en P6. Bij een volgende druk op de toets P4 verschijnt de volgende pagina.Activeert of deactiveert de modus ECO STOP. Set omgevingstemperatuur (ROOM TEMPERATURE): Verhoog en verlaag door middel van de toetsten P5 en P6 de SET voor de omgevingstemperatuur 1. Bij een volgende druk op de toets P4 verschijnt de startpagina. Menu gebruiker Druk vanaf de hoofdpagina langdurig op de toets P4: EXIT: gaat terug naar de hoofdpagina. PRE-LOADING voorlading: gaat naar de functie voorlading. STATUS SYSTEEM: toont de pagina met de informatie over de huidige status van het systeem. PELLET SET: voor de aanpassing van de functionaliteit van het systeem op het type gebruikte pellet. GENERAL SETTINGS: verleent toegang tot het submenu “algemene instellingen”. PRE LOADING: (alleen toegankelijk met de uitgeschakelde kachel), biedt twee opties voor de voorlading: NORMAL: houd de toets P5 (verhogen) ingedrukt gedurende de gehele gewenste werkingstijd van de schroef. Druk op P3 om terug te gaan. AUTO: voert de voorlading gedurende een vooraf bepaalde tijd uit. Druk op P3 om terug te gaan. STATUS SYSTEEM: toont op volgorde: Tabel correctie instellingen type pellet status van de kachel temperatuur rookgassen (°C) snelheid van de rookgassenventilator (indien voorzien van encoder) in toeren/minuut huidig vermogensniveau omgevingstemperatuur (°C) snelheid motor schroef snelheid van de ventilator van de warmtewisselaar in percentage temperatuur van de kaart ingestelde stroming gedetecteerde stroming Gebruik de toetsen P5 en P6 om door de verschillende pagina’s te scrollen. Druk op P4 om terug te gaan. PELLET SET: Selecteer met de toetsen P5 en P6 de gewenste instellingen van de lading en bevestig met P4. Algemene instellingen: toont op volgorde: EXIT terug: gaat terug naar de hoofdpagina. TIME SETTING, set klok: voor de toegang tot de pagina voor de instelling van de tijd en de datum. Op de hieronder getoonde schermafbeelding overgaan van één veld naar het volgende met een korte druk op de toets P4 (SET). Selecteer met de toetsen P5 en P6 de gewenste waarden. Als gevolg van de in het systeem ingevoerde eeuwigdurende kalender is het niet mogelijk de dag van de week in te stellen. Druk lang op de toets P4 om terug te gaan. PROBE ON RADIO (Y/N): activeert de omgevingssonde van de afstandsbediening. Activeer of deactiveer de omgevingssonde van de afstandsbediening door middel van de toetsen P5 en P6. Druk kort op de toets P4 om terug te gaan. Let op dat in het geval de radiocommunicatie tussen afstandsbediening en de kachel onderbroken wordt, zal de kachel automatisch verwijzen naar de standaard-omgevingssonde. LANGUAGE SET: voor de selectie van de gewenste dialoogtaal. LOGS: toont de lijst van de opgeslagen registraties van de gebeurtenissen (alarmen). SERVICE: geeft de informatie van het gebruik van de kachel weer. PELLET LEVEL: activeert of deactiveert de sensor voor het niveau van de pellets. ECO-STOP HYS+: positieve hysteresis van de omgevingssonde. Es: waarde ECO-STOP HYS+=1,0. De kachel gaat over naar ECOSTOP wanneer de omgevingstemperatuur met 1°C wordt overschreden ten opzichte van de ingestelde waarde. ECO-STOP HYS-: negatieve hysteresis van de omgevingssonde. Es: waarde ECO-STOP HYS-=1,0. De kachel zal weer inschakelen wanneer de omgevingstemperatuur met 1°C daalt onder de ingestelde waarde. Chronothermostaat Door middel van de functie chronothermostaat verkrijgt de gebruiker de ontsteking, uitschakeling, instelling SET temperatuur en SET vermogen op geprogrammeerde en automatische wijze verspreid over de gehele week. Hiervoor moeten de gewenste instellingen worden uitgevoerd, tenzij men de vooraf ingestelde instellingen wenst te aanvaarden. Een lange druk op de toets P1 verleent toegang tot het PROGRAMMER SET. Het menu chronothermostaat biedt de mogelijkheid om alle instellingen uit te voeren die nodig zijn voor een goede werking van het systeem. Activering van de chronothermostaat Gebruik, na het markeren van het overeenkomstige menu-item, de toets P4 (SET) voor toegang tot het selectiemenu. Druk op de toetsen P5 en P6 om te activeren/deactiveren. Druk op P4 om op te slaan en terug te gaan. Na de activering van de chronothermostaat moet de kachel worden ingeschakeld met een lange druk op de toets P2; de kachel gaat over tot de status die in de programmering is vastgesteld voor het tijdstip van inschakeling.Wanneer de chronothermostaat geactiveerd wordt terwijl de kachel reeds is ingeschakeld, gaat de kachel over naar de status en het niveau die in de programmering bepaald zijn voor de werking na het verstrijken van het eerste halve uur. Indien de kachel niet is ingeschakeld, wordt het programma niet uitgevoerd. Wanneer de kachel zich in een alarmtoestand bevindt, is de chronothermostaat uitgeschakeld om te voorkomen dat de kachel kan worden ingeschakeld totdat de oorzaken van het alarm verholpen zijn. Vervolgens zal het noodzakelijk zijn de chrono (PROGRAM ENABLING) opnieuw te activeren.

instelling correctie aanzuiging rookgassen correctie lading pellets 0 verhoging van 10% verlaging van 10% 1 verhoging van 8% verlaging van 8% 2 verhoging van 6% verlaging van 6% 3 verhoging van 4% verlaging van 4% 4 verhoging van 2% verlaging van 2% 5 geen correctie geen correctie 6 verlaging van 2% verhoging van 2% 7 verlaging van 4% verhoging van 4% 8 verlaging van 6% verhoging van 6% 9 verlaging van 8% verhoging van 8% 10 verlaging van 10% verhoging van 10% DISPLAY (D1) huidige dag en datum. DISPLAY (D2) huidig uur en minuten. DISPLAY (D3) omgevingstemperatuur. DISPLAY (D4) status van de kachel (OFF). DISPLAY (D5) werkingsmodus (NORMAL of PROGRAM). DISPLAY (D6) de letter links geeft aan of de omgevingstemperatuur lager is dan de ingestelde temperatuur.Instellingen van de maximale vermogensniveaus Het menu biedt de mogelijkheid op 3 vermogensniveaus in te stellen: COMFORT SETTING, NORMAL SETTING, ECONOMY SETTING. Aan elk van deze niveaus is een maximaal vermogensniveau toegewezen. Per elk niveau is er een programmeringspagina beschikbaar. De pagina TIME SLOT SETTING toont iedere dag van de week, in het veld (A3) DAG, onderverdeeld in 24 periodes van één uur elk (0, 1, 2, ..... 24). Iedere periode is op zijn beurt onderverdeeld in twee halve uren gemarkeerd in het voorbeeld met het opschrift (A1) UREN. Selectie van de functies en de tijdsbestekken. Door middel van de toetsen P5 en P6 is het mogelijk in beide richtingen door de uren, de dag van de week en de programmeringssymbolen (kopiëren, lijmen, verlaten) te scrollen. Druk meerdere malen op de toets P4 (SET) tot het streepje de gewenste hoogte bereikt. Druk herhaaldelijk op de toets P4 om het gewenste niveau in te stellen (OFF, ECONOMY, NORMAL en COMFORT). Ga door middel van de toetsen P5 en P6 naar de hoge tijdsbestekken. Wijziging dag van de week. Ga door middel van de toetsen P5 en P6 naar de gewenste dag van de week. Gebruik de toets P4 (SET) om de dag te wijzigen. De dagen van de week worden in een cirkel voorgesteld. Na her selecteren van de gewenste dag, door middel van P5 en P6 naar de tijdsbestekken gaan en op de eerder beschreven wijze de gewenste instellingen uitvoeren. Voor iedere dag van de week is het mogelijk om een groot aantal ontstekingen, uitschakelingen en wijzigingen van de temperatuur in te stellen. Op de volgende wijze is het mogelijk om de instellingen van een dag van de week te kopiëren: scroll met de toetsen P5 (vooruit) en P6 (achteruit) door alle tijdsbestekken tot het bereiken van het symbool kopiëren; druk op de toets P4 (SET). ga met de toets P6 (achteruit) naar de dag van de week en scroll met de toets P4 door de dagen tot het bereiken van de dag waar u de eerder gekopieerde instelling wenst te lijmen. ga met de toets P5 (vooruit) naar het symbool lijmen en druk op de toets P4 (SET). Voer deze handeling uit voor alle dagen waarvoor u dezelfde instelling wenst. Om de functie te verlaten, druk op de toetsen P5 (vooruit) en P6 (achteruit) tot het bereiken van het symbool verlaten en druk op P4 (SET). Ontsteking De eerste te verrichten handeling is het aansluiten van de stekker op de elektriciteitsvoorziening; vul het pelletreservoir. Wees bij deze handeling voorzichtig om de hele zak niet in één keer te legen, maar doe dit langzaam. De verbrandingskamer en de vuurpot moeten vrij zijn van eventuele verbrandingsresten. Controleer of het deksel van het reservoir en de deur gesloten zijn. Indien dit niet het geval is, wordt een slechte werking van de kachel en daaruit voortkomende alarmen veroorzaakt. Controleer bij de eerste ontsteking dat de vuurpot geen onderdelen bevat die zouden kunnen verbranden (zakje met voetjes, instructies, enz.). Druk gedurende ongeveer twee seconden op de toets P2 (ON/OFF). Op volgorde worden de volgende operationele statussen geactiveerd: Status CHECK, het systeem controleert of de sondes correct geïnstalleerd zijn en werken. Indien de operationele modus met stromingsregeling actief is, wordt de stromingssensor gecontroleerd. Indien men nooit de kalibratie heeft uitgevoerd, signaleert het systeem de fouttoestand. Mode Initial warming, de ontstekingsbougie en de rookgassenventilator worden ingeschakeld. Status PRE LOADING voorlanding, de rookgassenventilator en de schroef worden op continue wijze geactiveerd. Status Wait aan, de lading van de pellets wordt onderbroken terwijl de rookgassenventilator en de bougie actief blijven om de ontsteking van de pallets te bevorderen. Status Fire on stabilisatie, de bougie gaat uit en er wordt gecontroleerd of de vlam voldoende stabiel en sterk is om een verhoging van de temperatuur van de rookgassen te kunnen veroorzaken met een gradiënt van ten minste 1.5°C/minuut. Wanneer deze status succesvol overbrugd wordt, wordt de kachel naar de status van zijn vermogen gebracht. Anders signaleert het systeem het alarm vanwege de ontbrekende stabilisatie. Status Ignition 1, het systeem schakelt over naar de volgende status wanneer de temperatuurstijging van de rookgassen gelijk is aan een bepaalde parameter. Indien dit niet binnen de vastgestelde tijd gebeurt, herhaalt het systeem de status, zonder echter pellets te laden. Indien nogmaals niet voldaan wordt aan de omstandigheid voor het overschakelen naar de volgende status signaleert het systeem het alarm van de mislukte ontsteking. Status Ignition 2, het systeem schakelt over naar de volgende status wanneer de ingestelde temperatuur wordt overschreden. Indien dit niet binnen de vastgestelde tijd gebeurt, signaleert het systeem het alarm van de mislukte ontsteking. Na het bereiken van de vooraf ingestelde temperatuur van de rookgassen worden de omgevingstemperaturen ingeschakeld. Status Fire on stabilisatie.Nadat de eerdere statussen correct doorstaan worden, is de bougie uit en wordt gecontroleerd of de vlam voldoende stabiel en sterk is om een verhoging van de temperatuur van de rookgassen te kunnen veroorzaken met een gradiënt van ten minste 1.5°C/minuut. Wanneer deze status succesvol overbrugd wordt, wordt de kachel naar de status van zijn vermogen gebracht. Anders signaleert het systeem het alarm vanwege de ontbrekende stabilisatie. Werking in vermogen De kachel gaat binnen de vooraf bepaalde tijd naar het vermogensniveau dat geschikt is voor het bereiken van de ingestelde temperatuur. Het is mogelijk om een maximaal werkvermogen in te stellen om te voorkomen dat het systeem op ongewenste vermogensniveaus werkt. In feite verhoogt het systeem geleidelijk het werkvermogen naar mate het verschil tussen de omgevingstemperatuur en de set TEMPERATURE hoger is. Naar mate de omgevingstemperatuur de SET benadert, wordt het vermogen gaandeweg verlaagd gedurende steeds toenemende periodes om het bereiken van de SET op geleidelijke wijze mogelijk te maken, zonder de SET te overschrijden. Set temperatuut bereikt De kachel stabiliseert zich op het vermogen waarop de ingestelde temperatuur zonder discontinuïteit behouden kan worden en dat de meeste voordelen voor de gebruiker garandeert met een vermindering van het vermogen op het minimale niveau nadat de SET bereikt is. ECO De status “ECO” waarschuwt dat het systeem zich in één van de volgende werkingsstatussen bevindt: Set bereikt: De omgevingstemperatuur heeft de ingestelde SET bereikt (of overschreden). Een evenwichtig systeem zal normaal gesproken het bericht “ECO” afwisselen met het bericht “NORMAL, terwijl het vermogen van de kachel de neiging zal hebben zich op een constante waarde te stabiliseren. De kachel wordt naar het vermogen 1 gebracht (status “ECO”). De kachel blijft voor onbepaalde tijd in deze status totdat de normale situatie wordt hersteld. ECO STOP Indien, nadat de omgevingstemperatuur de ingestelde SET heeft overschreden, vanwege bijzondere redenen, bijvoorbeeld omdat de ruimte van installatie klein is of omdat alle sondes zijn voldaan, de omgevingstemperatuur blijft toenemen, ook al werkt de kachel op het vermogen 1, zal de kachel, indien de optie ECO STOP vanaf het snelle menu geactiveerd is, het volgende gedrag vertonen: Wanneer de omgevingstemperatuur de parameter SET omgeving heeft overschreden voor een waarde die gelijk is aan ECO-STOP HYS+ gedurende een vooraf ingestelde tijd, gaat de kachel over naar de status voor uitschakeling via de geplande statussen. De status ECO STOP wordt gekenmerkt door het bericht ECO STOP. De voorwaarde voor de herstart is dat de omgevingstemperatuur daalt onder de waarde ECO-STOP HYS- ten opzichte van de ingestelde SET en gedurende ten minste een vooraf ingestelde tijd in deze conditie blijft. Uitschakeling van de kachel De ingeschakelde kachel kan op ieder gewenst moment worden uitgeschakeld door een paar seconden te drukken op de toets P2 (ON/OFF). Fasen uitschakeling. Na het indrukken van de toets P2 (ON/OFF) voor het uitschakelen van de kachel, gaat deze over naar de status Shutdown uitschakelen en vervolgens naar de status FINAL CLEANING, volgens de onderstaande procedure. Fase Shutdown uitschakelen. De rookgassenventilator (PA21) werkt op een gepaste snelheid om de verbranding van de resterende pellets in de vuurpot te bevorderen. De overgang naar de volgende status vindt plaats wanneer de temperatuur van de rookgassen daalt onder de met een vooraf ingestelde parameter bepaalde drempelwaarde. Cooling. De rookgassenventilator blijft geactiveerd tot de temperatuur van de rookgassen daalt onder een vooraf ingestelde parameter. SET TIJDSBESTEKKEN page 234 F-7 Knop (A1) UREN Knop (A2) NR. ZONE Knop (A3) DAG Knop (A4) KOPIEER Knop (A5) LIJMEN Knop (A6) VERLATEN Knop (A7) VERMOGEN SET TIJDSBESTEKKEN page 234 F-7 Niveau (A7-a) OFF- uit Niveau (A7-b) ECONOMY Niveau (A7-c) NORMAL Niveau (A7-d) COMFORTGeen net spanning Indien er tijdens de werking van de kachel gedurende minder dan 30” een stroomonderbreking optreedt, wordt bij de terugkeer van de netspanning dezelfde status hersteld. Wanneer de kachel zich in de status STAND-BY MODE bevindt, wordt deze status ook hersteld indien de stroomonderbreking langer duurt. In alle andere gevallen wordt de kachel, bij de terugkeer van de netspanning, naar de uitschakeling gebracht. Ook is het mogelijk dat de kachel overgaat naar de alarmtoestand veiligheid. In dit geval moet de werking van de veiligheidsthermostaat, op de achterzijde van de kachel, hersteld worden. Onvoldoende niveau pellets De kachel is uitgerust met een sensor voor de controle van het niveau van de pellets. Indien het niveau van de pellets onvoldoende is, is het niet mogelijk om de kachel te starten. Tijdens de werking zal de kachel op het minimale vermogen werken. ALARMEN De volgende alarmen worden geactiveerd na de aangegeven vertraging vanaf het moment dat de overeenkomstige gebeurtenis plaatsvindt. Indien de gebeurtenis van het alarm na het verstrijken van deze tijd niet verholpen is, gaat de kachel over naar de alarmstatus met de onmiddellijke uitschakeling van de kachel en de activering van de rookgassenventilator en de ventilator van de warmtewisselaar op de maximale snelheid. De ventilatoren worden vervolgens uitgeschakeld wanneer de temperatuur van de rookgassen naar de vooraf ingestelde lagere waarde daalt. Iedere alarmstatus, met uitzondering van het alarm “no fire”, wordt in het alarmlog geregistreerd. ALARM BESCHRIJVING No fire in de status inschakeling voldeed de rookgassentemperatuur niet aan de voorwaarden FAIL in de status stabilisatie voldeed de rookgassentemperatuur niet aan de voorwaarden Al. SmokeT in een willekeurige status heeft de rookgassentemperatuur de ingestelde maximale drempelwaarde bereikt en overschreden No fire tijdens de werkingsstatussen is de rookgassentemperatuur onder de ingestelde drempelwaarde gedaald Al. Vacuos / Al depr. de vacuümschakelaar heeft een abnormale druk/depressie gesignaleerd Al. Safety de thermostaat met reset heeft een temperatuur waargenomen die de betreffende drempelwaarde heeft overschreden Al. roomP. de omgevingssonde is losgekoppeld of defect (kortsluiting of onderbroken) Al. smokeP de thermokoppel rookgassen is losgekoppeld of defect (kortsluiting of onderbroken) Al. blower de rookgassenventilator is geblokkeerd of draait onder de 300 tpm. Al. flux de door de stromingssensor gedetecteerde waarden duiden op een storing. met de actieve stromingsregeling is het niet mogelijk de stroming automatisch te regelen. T. elect (°C) de interne temperatuur van de kachel en dus van de printplaat heeft de maximale drempelwaarde van 70°C overschreden. Reset Druk kort op de toets P2 (ON/OFF) om het alarm te stoppen en druk vervolgens lang op de toets P2 (ON/OFF) om de kachel stop te zetten. Indien de kachel niet wordt uitgeschakeld, is het nodig contact op te nemen met de servicedienst. Vermijd op het elektriciteitsnet los te koppelen zolang de vlam niet volledig gedoofd is.

De afstandsbediening vervangt het display van de traditionele pelletkachels. De afstandsbediening is voorzien van batterijlader, oplaadbare batterijen, houder en pluggen met schroeven voor de bevestiging aan de wand. Kan ook met alkalinebatterijen werken. Koppeling van de afstandsbediening met de kachel: koppel de kachel los van de netspanning. voed de kachel en druk na de “beep” op een willekeurige toets van de afstandsbediening die binnen zijn niet met een andere kachel gekoppeld mag zijn. Stand-by en opladen: De afstandsbediening gaat automatisch in stand-by wanneer hij voor meer dan 30 minuten niet gebruikt wordt. Bij de eerste druk op een willekeurige toets of een beweging wordt hij weer geactiveerd. De duur van de lading is ongeveer 3 dagen. Na het verstrijken van deze periode wordt er niet meer op het indrukken van de toetsen gereageerd en moet de afstandsbediening worden opgeladen, met de meegeleverde batterijlader, gedurende een tijd die voldoende is voor het bereiken van ten minste het minimale noodzakelijke niveau voor het heractivering, normaal 60 minuten. Plaats de afstandsbediening in de daarvoor bestemde houder wanneer hij niet gebruikt wordt. Noodschakelaar: Mocht de afstandsbediening niet functioneren, dan kan de kachel worden in- en uitgeschakeld met de knop op de achterkant van de kachel, naast de voedingskabel. (zie afbeelding op pagina 245 NOODSCHAKELAAR). BESCHRIJVING PANEEL TOETS (P1) toegang tot menu chronothermostaat. TOETS (P2) inschakeling/uitschakeling. TOETS (P3) Door de toets P3 langdurig in te drukken wordt er nuttige informatie weergegeven. TOETS (P4) Druk meerdere malen op de toets P4 tot de weergave van het menu (ROOM TEMPERATURE) OMGEVINGSTEMPERATUUR en wijzig de waarde vervolgens met de toetsen P5 en P6. TOETS (P5) verhogen, scrollen door het menu. TOETS (P6) verlagen, scrollen door het menu. SNEL MENU De toet P4 (SET/MENU) verleent toegang tot de functies van het menu. Bij het vervolgens meermaals indrukken verschijnen de volgende pagina’s: Instelling maximaal vermogen (MAXIMUM POWER): Verhoog en verlaag door middel van de toetsten P5 en P6 de SET voor het maximale werkvermogen. Bij een volgende druk op de toets P4 verschijnt de volgende pagina. Instelling temperatuur ROOM 1: Verhoog en verlaag door middel van de toetsten P5 en P6 de SET voor de omgevingstemperatuur (ROOM TEMPERATURE) ROOM 1. Bij een volgende druk op de toets P4 verschijnt de volgende pagina. Instelling temperatuur ROOM 2: Verhoog en verlaag door middel van de toetsten P5 en P6 de SET voor de omgevingstemperatuur (ROOM TEMPERATURE) ROOM 2. Bij een volgende druk op de toets P4 verschijnt de volgende pagina. Instelling temperatuur ROOM 3: Verhoog en verlaag door middel van de toetsten P5 en P6 de SET voor de omgevingstemperatuur (ROOM TEMPERATURE) ROOM 3. Bij een volgende druk op de toets P4 verschijnt de hoofdpagina. Instelling temperatuur ROOM 4: Ga naar het menu algemene instellingen. Menu gebruiker Druk vanaf de hoofdpagina langdurig op de toets P4: EXIT terug: gaat terug naar de hoofdpagina. PRE-LOAD voorlading: gaat naar de functie voorlading. SYSTEM STATUS: toont de pagina met de informatie over de huidige status van het systeem. PELLET SET: voor de aanpassing van de functionaliteit van het systeem op het type gebruikte pellet. BLOWER SET: voor de aanpassing van het vermogen van de ventilatoren. GENERAL SETTING: verleent toegang tot het submenu “algemene instellingen”. DISPLAY (D1) huidige dag en datum. DISPLAY (D2) huidig uur en minuten. DISPLAY (D3) omgevingstemperatuur. DISPLAY (D4) status van de kachel (OFF). DISPLAY (D5) werkingsmodus (NORMAL of PROGRAM). DISPLAY (D7) de nummers (A) geven aan of de 4 omgevingen warmte behoeven of niet.PRE-LOAD voorlading: (alleen toegankelijk met de uitgeschakelde kachel), biedt twee opties voor de voorlading: NORMAL: houd de toets P5 (verhogen) ingedrukt gedurende de gehele gewenste werkingstijd van de schroef. Druk op P3 om terug te gaan. AUTO: voert de voorlading gedurende een vooraf bepaalde tijd uit. Druk op P3 om terug te gaan. Status systeem: toont op volgorde: Tabel correctie instellingen type pellet status van de kachel. temperatuur rookgassen (°C). snelheid van de rookgassenventilator in toeren/minuut. huidig vermogensniveau. omgevingstemperatuur zone 1 (°C). snelheid motor schroef in tpm. omgevingstemperatuur zone 2 (°C). omgevingstemperatuur zone 3 (°C). snelheid van de ventilator van de warmtewisselaar 1 in percentage. snelheid van de ventilator van de warmtewisselaar 2 in percentage. snelheid van de ventilator van de warmtewisselaar 3 in percentage. snelheid van de ventilator van de warmtewisselaar 4 in percentage. fout debiet. Gebruik de toetsen P5 en P6 om door de verschillende pagina’s te scrollen. Druk op P4 om terug te gaan. PELLET SET: Selecteer met de toetsen P5 en P6 de gewenste instellingen van de lading en bevestig met P4. BLOWER SET: Selecteer met de toetsen P5 en P6 de zone van de ventilator waarvan men de instelling wenst te wijzigen. Selecteer met de toets P4. Voor de weergave van de instellingen van de geselecteerde ventilatiezone. Stel de gewenste modus in door middel van de toetsen verhogen/verlaten (P5/P6). In de modus AUTO werken de ventilatoren op een maximaal vermogen van 90%. Door middel van de balken zal het systeem de maximale snelheid van de ventilator verlagen. Wanneer alle balken leeg zijn, zullen de ventilatoren een maximale snelheid van 70% hebben. De ventilatoren 3 en 4 zijn samen aangesloten. Derhalve wordt bij het wijzigen van de snelheid van ventilator 3 ook de snelheid van ventilator 4 aangepast.

INGESTELDE SNELHEID VENTILATOR 3 = INGESTELDE SNELHEID VENTILATOR 4

Algemene instellingen, toont op volgorde: EXIT terug: gaat terug naar de hoofdpagina. TIME SETTING: voor de toegang tot de pagina voor de instelling van de tijd en de datum. Op de hieronder getoonde schermafbeelding overgaan van één veld naar het volgende met een korte druk op de toets P4 (SET). Selecteer met de toetsen P5 en P6 de gewenste waarden. Als gevolg van de in het systeem ingevoerde eeuwigdurende kalender is het niet mogelijk de dag van de week in te stellen. Druk lang op de toets P4 om terug te gaan. ROOM 4 TEMPERATURE: instelling temperatuur ROOM 4 en weergave werkelijke temperatuur. DISPLAY OFF: activeert/deactiveert de getimede uitschakeling van het display. Activeert/deactiveert de modus uitschakeling van het display na 300” van niet- gebruik. Druk kort op de toets P4 om terug te gaan. ECO STOP: activeert/deactiveert de stand-by modus. Activeer of deactiveer de functie stand-by door middel van de toetsen P5 en P6. Druk kort op de toets P4 om terug te gaan. PROBE ON RADIO (Y/N): activeert de omgevingssonde van de afstandsbediening. Activeer of deactiveer de omgevingssonde van de afstandsbediening door middel van de toetsen P5 en P6. Druk kort op de toets P4 om terug te gaan, voor de zone 1. Let op dat in het geval de radiocommunicatie tussen afstandsbediening en de kachel onderbroken wordt, zal de kachel automatisch verwijzen naar de standaard-omgevingssonde. LANGUAGES SET set taal: voor de selectie van de gewenste dialoogtaal. LOGS registraties: toont de lijst van de opgeslagen registraties van de gebeurtenissen (alarmen). SERVICE: geeft de informatie van het gebruik van de kachel weer. AIR FLOW CONTROL: activeert/deactiveert de debietcontrole. Met de toetsen P5 en P6 de werkingsmodus met debietcontrole (standaard) of de traditionele werkingsmodus activeren/deactiveren. De operationele modus met debietcontrole waarborgt de beste prestaties. Druk kort op de toets P4 om terug te gaan. ECO-STOP HYSTERESIS+: positieve hysteresis van de omgevingssonde. Es: waarde ECO-STOP HYSTERESIS+=1,0. De kachel gaat over naar ECO STOP wanneer de omgevingstemperatuur met 1°C wordt overschreden ten opzichte van de ingestelde waarde. ECO-STOP HYSTERESIS-: negatieve hysteresis van de omgevingssonde. Es: waarde ECO-STOP HYSTERESIS-=1,0. De kachel zal weer inschakelen wanneer de omgevingstemperatuur met 1°C daalt onder de ingestelde waarde. Chronothermostaat Door middel van de functie chronothermostaat verkrijgt de gebruiker de ontsteking, uitschakeling, instelling SET temperatuur en SET vermogen op geprogrammeerde en automatische wijze verspreid over de gehele week. Hiervoor moeten de gewenste instellingen worden uitgevoerd, tenzij men de vooraf ingestelde instellingen wenst te aanvaarden. Een lange druk op de toets P1 verleent toegang tot het menu (PROGRAMMER SET) chronothermostaat. Het menu chronothermostaat biedt de mogelijkheid om alle instellingen uit te voeren die nodig zijn voor een goede werking van het systeem. Activering van de chronothermostaat Gebruik, na het markeren van het overeenkomstige menu-item, de toets P4 (SET) voor toegang tot het selectiemenu. Druk op de toetsen P5 en P6 om te activeren/deactiveren. Druk op P4 om op te slaan en terug te gaan. Na de activering van de chronothermostaat moet de kachel worden ingeschakeld met een lange druk op de toets P2; de kachel gaat over tot de status die in de programmering is vastgesteld voor het tijdstip van inschakeling.Wanneer de chronothermostaat geactiveerd wordt terwijl de kachel reeds is ingeschakeld, gaat de kachel over naar de status en het niveau die in de programmering bepaald zijn voor de werking na het verstrijken van het eerste halve uur. Indien de kachel niet is ingeschakeld, wordt het programma niet uitgevoerd. Wanneer de kachel zich in een alarmtoestand bevindt, is de chronothermostaat uitgeschakeld om te voorkomen dat de kachel kan worden ingeschakeld totdat de oorzaken van het alarm verholpen zijn. Vervolgens zal het noodzakelijk zijn de chrono opnieuw te activeren. Instellingen van de maximale vermogensniveaus Het menu biedt de mogelijkheid op 3 vermogensniveaus in te stellen: COMFORT SETTING, NORMAL SETTING, ECONOMY SETTING. Aan elk van deze niveaus is een maximaal vermogensniveau toegewezen. Per elk niveau is er een programmeringspagina beschikbaar. De pagina TIME SLOT SETTING set tijdsbestekken toont iedere dag van de week, in het veld (A3) DAG, onderverdeeld in 24 periodes van één uur elk (0, 1, 2, ..... 24). Iedere periode is op zijn beurt onderverdeeld in twee halve uren gemarkeerd in het voorbeeld met het opschrift PROGRAMMER SET. Selectie van de functies en de tijdsbestekken. Door middel van de toetsen P5 en P6 is het mogelijk in beide richtingen door de uren, de dag van de week en de programmeringssymbolen (kopiëren, lijmen, verlaten) te scrollen. Druk meerdere malen op de toets P4 (SET) tot het streepje de gewenste hoogte bereikt. Druk herhaaldelijk op de toets P4 om het gewenste niveau in te stellen (OFF, ECONOMY, NORMAL en COMFORT). Ga door middel van de toetsen P5 en P6 naar de hoge tijdsbestekken. Wijziging dag van de week. Ga door middel van de toetsen P5 en P6 naar de gewenste dag van de week. Gebruik de toets P4 (SET) om de dag te wijzigen. De dagen van de week worden in een cirkel voorgesteld. Na her selecteren van de gewenste dag, door middel van P5 en P6 naar de tijdsbestekken gaan en op de eerder beschreven wijze de gewenste instellingen uitvoeren. Voor iedere dag van de week is het mogelijk om een groot aantal ontstekingen, uitschakelingen en wijzigingen van de temperatuur in te stellen. Op de volgende wijze is het mogelijk om de instellingen van een dag van de week te kopiëren: scroll met de toetsen P5 (vooruit) en P6 (achteruit) door alle tijdsbestekken tot het bereiken van het symbool kopiëren; druk op de toets P4 (SET). instelling correctie aanzuiging rookgassen correctie lading pellets 0 verhoging van 10% verlaging van 10% 1 verhoging van 8% verlaging van 8% 2 verhoging van 6% verlaging van 6% 3 verhoging van 4% verlaging van 4% 4 verhoging van 2% verlaging van 2% 5 geen correctie geen correctie 6 verlaging van 2% verhoging van 2% 7 verlaging van 4% verhoging van 4% 8 verlaging van 6% verhoging van 6% 9 verlaging van 8% verhoging van 8% 10 verlaging van 10% verhoging van 10% SET TIJDSBESTEKKEN page 234 F-7 Knop (A1) UREN Knop (A2) NR. ZONE Knop (A3) DAG Knop (A4) KOPIEER Knop (A5) LIJMEN Knop (A6) VERLATEN Knop (A7) VERMOGEN SET TIJDSBESTEKKEN page 234 F-7 Niveau (A7-a) OFF Niveau (A7-b) ECONOMY Niveau (A7-c) NORMAL Niveau (A7-d) COMFORT ga met de toets P6 (achteruit) naar de dag van de week en scroll met de toets P4 door de dagen tot het bereiken van de dag waar u de eerder gekopieerde instelling wenst te lijmen. ga met de toets P5 (vooruit) naar het symbool lijmen en druk op de toets P4 (SET). Voer deze handeling uit voor alle dagen waarvoor u dezelfde instelling wenst. Om de functie te verlaten, druk op de toetsen P5 (vooruit) en P6 (achteruit) tot het bereiken van het symbool verlaten en druk op P4 (SET). Ontsteking De eerste te verrichten handeling is het aansluiten van de stekker op de elektriciteitsvoorziening; vul het pelletreservoir. Wees bij deze handeling voorzichtig om de hele zak niet in één keer te legen, maar doe dit langzaam. De verbrandingskamer en de vuurpot moeten vrij zijn van eventuele verbrandingsresten. Controleer of het deksel van het pelletreservoir en de deur gesloten zijn. Indien dit niet het geval is, wordt een slechte werking van de kachel en daaruit voortkomende alarmen veroorzaakt. Controleer bij de eerste ontsteking dat de vuurpot geen onderdelen bevat die zouden kunnen verbranden (zakje met voetjes, instructies, enz.). Druk gedurende ongeveer twee seconden op de toets P2 (ON/OFF). Op volgorde worden de volgende operationele statussen geactiveerd: Status CHECK, het systeem controleert of de sondes correct geïnstalleerd zijn en werken. Indien de operationele modus met stromingsregeling actief is, wordt de stromingssensor gecontroleerd. Indien men nooit de kalibratie heeft uitgevoerd, signaleert het systeem de fouttoestand. Status INITIAL WARNING voorverwarming, de ontstekingsbougie en de rookgassenventilator worden ingeschakeld. Status PRE-LOAD voorlading, de rookgassenventilator en de schroef worden op continue wijze geactiveerd. Status WATING aan, de lading van de pellets wordt onderbroken terwijl de rookgassenventilator en de bougie actief blijven om de ontsteking van de pallets te bevorderen. Status FIRE PRESENT stabilisatie, de bougie gaat uit en er wordt gecontroleerd of de vlam voldoende stabiel en sterk is om een verhoging van de temperatuur van de rookgassen te kunnen veroorzaken met een gradiënt van ten minste 1.5°C/minuut. Wanneer deze status succesvol overbrugd wordt, wordt de kachel naar de status van zijn vermogen gebracht. Anders signaleert het systeem het alarm vanwege de ontbrekende stabilisatie. Status Ignition 1, het systeem schakelt over naar de volgende status wanneer de temperatuurstijging van de rookgassen gelijk is aan een bepaalde parameter. Indien dit niet binnen de vastgestelde tijd gebeurt, herhaalt het systeem de status, zonder echter pellets te laden. Indien nogmaals niet voldaan wordt aan de omstandigheid voor het overschakelen naar de volgende status signaleert het systeem het alarm van de mislukte ontsteking. Status Ignition 2, het systeem schakelt over naar de volgende status wanneer de ingestelde temperatuur wordt overschreden. Indien dit niet binnen de vastgestelde tijd gebeurt, signaleert het systeem het alarm van de mislukte ontsteking. Na het bereiken van de vooraf ingestelde temperatuur van de rookgassen worden de omgevingstemperaturen ingeschakeld. Status FIRE PRESENT.Nadat de eerdere statussen correct doorstaan worden, is de bougie uit en wordt gecontroleerd pf de vlam voldoende stabiel en sterk is om een verhoging van de temperatuur van de rookgassen te kunnen veroorzaken met een gradiënt van ten minste 1.5°C/minuut. Wanneer deze status succesvol overbrugd wordt, wordt de kachel naar de status van zijn vermogen gebracht. Anders signaleert het systeem het alarm vanwege de ontbrekende stabilisatie. Werking in vermogen De kachel gaat binnen de vooraf bepaalde tijd naar het vermogensniveau dat geschikt is voor het bereiken van de ingestelde temperatuur. Het is mogelijk om een maximaal werkvermogen in te stellen om te voorkomen dat het systeem op ongewenste vermogensniveaus werkt. In feite verhoogt het systeem geleidelijk het werkvermogen naar mate het verschil tussen de omgevingstemperatuur en de SET TEMPERATURE hoger is. Naar mate de omgevingstemperatuur de SET benadert, wordt het vermogen gaandeweg verlaagd gedurende steeds toenemende periodes om het bereiken van de SET op geleidelijke wijze mogelijk te maken, zonder de SET te overschrijden. In dit geval beginnen de omgevingsventilatoren het vermogen te moduleren tot aan hun uitschakeling. Set temperatuur bereikt De kachel stabiliseert zich op het vermogen waarop de ingestelde temperatuur zonder discontinuïteit behouden kan worden en dat de meeste voordelen voor de gebruiker garandeert met een vermindering van het vermogen op het minimale niveau nadat de SET bereikt is.

De status “ECO STOP T” waarschuwt dat het systeem zich in één van de volgende werkingsstatussen bevindt: Set bereikt: De omgevingstemperatuur heeft de ingestelde SET bereikt (of overschreden). Een evenwichtig systeem zal normaal gesproken het bericht “ECO STOP T” afwisselen met het bericht “NORMAL”, terwijl het vermogen van de kachel de neiging zal hebben zich op een constante waarde te stabiliseren. De kachel wordt naar het vermogen 1 gebracht (status “ECO STOP T”). De kachel blijft voor onbepaalde tijd in deze status totdat de normale situatie wordt hersteld. ECO STOP Indien, nadat de omgevingstemperatuur de ingestelde SET heeft overschreden, vanwege bijzondere redenen, bijvoorbeeld omdat de ruimte van installatie klein is of omdat alle sondes zijn voldaan, de omgevingstemperatuur blijft toenemen, ook al werkt de kachel op het vermogen 1, zal de kachel, indien de optie ECO STOP vanaf het gebruikersmenu geactiveerd is, het volgende gedrag vertonen: Wanneer de omgevingstemperatuur de SET met meer dan 2°C heeft overschreden, gaat de kachel over naar de status voor uitschakeling via de geplande statussen. De status ECO STOP wordt gekenmerkt door het bericht ECO STOP. De voorwaarde voor de herstart is dat de omgevingstemperatuur met 2°C daalt ten opzichte van de ingestelde SET en gedurende ten minste een vooraf ingestelde tijd in deze conditie blijft. Uitschakeling van de kachel De ingeschakelde kachel kan op ieder gewenst moment worden uitgeschakeld door een paar seconden te drukken op de toets P2 (ON/OFF). Fasen uitschakeling (SHUTWOWN). Na het indrukken van de toets P2 (ON/OFF) voor het uitschakelen van de kachel, gaat deze over naar de status uitschakelen (Shutdown) en vervolgens naar de status FINAL CLEANING, volgens de onderstaande procedure. Fase uitschakelen (Shutdown). De rookgassenventilator (PA21) werkt op een gepaste snelheid om de verbranding van de resterende pellets in de vuurpot te bevorderen. De overgang naar de volgende status vindt plaats wanneer de temperatuur van de rookgassen daalt onder de met een vooraf ingestelde parameter bepaalde drempelwaarde. Cooling. De rookgassenventilator blijft geactiveerd tot de temperatuur van de rookgassen daalt onder een vooraf ingestelde parameter. Geen net spanning Indien er tijdens de werking van de kachel gedurende minder dan 30” een stroomonderbreking optreedt, wordt bij de terugkeer van de netspanning dezelfde status hersteld. Wanneer de kachel zich in de status ECO STOP bevindt, wordt deze status ook hersteld indien de stroomonderbreking langer duurt. In alle andere gevallen wordt de kachel, bij de terugkeer van de netspanning, naar de uitschakeling gebracht. Ook is het mogelijk dat de kachel overgaat naar de alarmtoestand veiligheid. In dit geval moet de werking van de veiligheidsthermostaat, op de achterzijde van de kachel, hersteld worden. Onvoldoende niveau pellets De kachel is uitgerust met een sensor voor de controle van het niveau van de pellets. Indien het niveau van de pellets onvoldoende is, is het niet mogelijk om de kachel te starten. Tijdens de werking zal de kachel op het minimale vermogen werken. ALARMEN De volgende alarmen worden geactiveerd na de aangegeven vertraging vanaf het moment dat de overeenkomstige gebeurtenis plaatsvindt. Indien de gebeurtenis van het alarm na het verstrijken van deze tijd niet verholpen is, gaat de kachel over naar de alarmstatus met de onmiddellijke uitschakeling van de kachel en de activering van de rookgassenventilator en de ventilator van de warmtewisselaar op de maximale snelheid. De ventilatoren worden vervolgens uitgeschakeld wanneer de temperatuur van de rookgassen naar de vooraf ingestelde lagere waarde daalt. Iedere alarmstatus, met uitzondering van het alarm “no fire”, wordt in het alarmlog geregistreerd.ALARM BESCHRIJVING No fire in de status inschakeling voldeed de rookgassentemperatuur niet aan de voorwaarden FAIL in de status stabilisatie voldeed de rookgassentemperatuur niet aan de voorwaarden Al. SmokeT in een willekeurige status heeft de rookgassentemperatuur de ingestelde maximale drempelwaarde bereikt en overschreden ALARM BESCHRIJVING No fire tijdens de werkingsstatussen is de rookgassentemperatuur onder de ingestelde drempelwaarde gedaald Al. Vacuos / Al depr. de vacuümschakelaar heeft een abnormale druk/depressie gesignaleerd Al. Safety de thermostaat met reset heeft een temperatuur waargenomen die de betreffende drempelwaarde heeft overschreden Al. roomP. de omgevingssonde is losgekoppeld of defect (kortsluiting of onderbroken) Al. smokeP de thermokoppel rookgassen is losgekoppeld of defect (kortsluiting of onderbroken) Al. blower de rookgassenventilator is geblokkeerd of draait onder de 300 tpm. Al. flux de door de stromingssensor gedetecteerde waarden duiden op een storing. met de actieve stromingsregeling is het niet mogelijk de stroming automatisch te regelen.

T. elect (°C) de interne temperatuur van de kachel en dus van de printplaat heeft de maximale drempelwaarde van 70°C overschreden. Reset Druk kort op de toets P2 (ON/OFF) om het alarm te stoppen en druk vervolgens lang op de toets P2 (ON/OFF) om de kachel stop te zetten. Indien de kachel niet wordt uitgeschakeld, is het nodig contact op te nemen met de servicedienst. Vermijd op het elektriciteitsnet los te koppelen zolang de vlam niet volledig gedoofd is.

05.8 IR-AFSTANDSBEDIENING (optioneel)

(Pelletkachels – Pellerkachel met oven – Pelletfor nuis – pellerfornuis met oven – Inbouw-pelletkachels) IR-afstandsbediening (OPTIONEEL) Het bedieningspaneel van de kachel is ontworpen om enkele functies door middel van de afstandsbediening te ontvangen. Functie in-/uitschakeling: wanneer de twee toetsen met de nummers “1” en “6” gelijktijdig worden ingedrukt, wordt de kachel in- of uitgeschakeld. Aanpassing van het vermogen: druk gedurende de normale werking op de toetsen “5” en “6”, gemarkeerd door de vlam, om één van de vermogensniveaus van de kachel in te stellen. Aanpassing van de temperatuur: druk gedurende de normale werking op de toets “2” en vervolgens op de toetsen “1” en “2”, gemarkeerd door de thermometer, om de temperatuurinstelling te regelen.

ALGEMENE BESCHOUWINGEN De kachel heeft een eenvoudige maar regelmatige reiniging nodig om de maximale efficiëntie en een goede werking te waarborgen. Het is verstandig het regelmatige onderhoud te laten verrichten door een bevoegde technicus. De seizoensreiniging moet niet vergeten worden; deze moet worden uitgevoerd bij het hervatten van de werking. Tijdens de zomerperiode kunnen er belemmeringen voor de goede doorstroming van de rookgassen ontstaan (bv. nesten). Het is niet ongewoon dat gedurende de eerste koude dagen en bij wind schoorsteenbranden plaatsvinden, te wijten aan resten in de schoorsteen. Enkele aanbevelingen voor het handelen in deze situaties: Onmiddellijk de toegang van lucht tot het rookkanaal blokkeren; Gebruik handenvol zand of grof zout, geen water, om de brand en smeulende materialen te blussen; Verplaats vanuit de nabijheid van het oververhitte rookkanaal alle voorwerpen en meubilair. OOK VOOR HET VOORKOMEN VAN DIT SOORT STORINGEN IS DE JAARLIJKSE REINIGING VAN HET ROOKKANAAL VAN ESSENTIEEL BELANG, MET DE VERWIJDERING VAN VUILAFZETTINGEN, EVENTUELE NESTEN OF VERSTOPPINGEN. LET OP!: VOOR DE EXTERNE REINIGING VAN DE KACHEL MOET ENKEL EEN DROGE DOEK GEBRUIKT WORDEN. AAN HET EINDE VAN HET SEIZOEN MOET TIJDENS DE LAATSTE INSCHAKELING ALLE IN DE SCHROEF RESTERENDE PELLETS VOLLEDIG VERBRUIKT WORDEN. DE SCHROEF MOET LEEG BLIJVEN OM VERSTOPPINGEN VAN DE SCHROEF ALS GEVOLG VAN DOOR VOCHT GESTOLD ZAAGSEL TE VOORKOMEN. DAGELIJKSE REINIGING Werkzaamheden die op de volledig afgekoelde kachel moeten worden uitgevoerd: Maak de aslade leeg: zuig de as op of gooi het in de vuilnisbak. Zuig de verbrandingskamer schoon en let goed op dat er geen nog smeulend materiaal aanwezig is. In dit geval zal uw aszuiger vlam vatten. De as in de vuurpot en op de deur verwijderen. Reinig de ruit met een vochtige doek of met een vochtige bal van krantenpapier die u door de as haalt. Let op: indien deze handeling wordt uitgevoerd wanneer de kachel heet is, zou de ruit kunnen barsten. Alleen voor PELLETFOR NUIS Het is ook mogelijk om de plaat (of het glas) op te tillen om de pijpenbundel schoon te zuigen. Na deze reiniging controleren of de plaat correct is teruggeplaatst.

De fabrikant wijst alle directe en/of indirecte strafrechtelijke en/of civielrechtelijke verantwoordelijkheid af als gevolg van: het niet in acht nemen van de instructies van deze handleiding. niet-geautoriseerde wijzigingen of reparaties. een gebruik dat niet conform is met de veiligheidsvoorschriften. een installatie die niet conform is met de in het land van installatie geldende wetten en veiligheidsrichtlijnen. een gebrek aan onderhoud. het gebruik van niet-originele of niet voor het model kachel specifieke reserveonderdelen. Periode van stilstand Het is raadzaam om, tijdens een periode van inactiviteit, de resterende pellets uit het reservoir te verwijderen en de elektrische voeding los te koppelen door de stekker uit het stopcontact te verwijderen of de ON/OFF-schakelaar op uit te plaatsen.07. STORINGEN EN NOGELIJKE OPLOSSINGEN

De klant verklaart, na de voltooiing van de installatie van het Apparaat, dat de werkzaamheden vakkundig en in overeenstemming met de instructies van deze handleiding zijn uitgevoerd. Hij verklaart bovendien de goede werking gecontroleerd te hebben en op de hoogte te zijn van de aanwijzingen noodzakelijk voor het correcte gebruik, het correcte beheer en onderhoud van het Apparaat.. Handtekening van de KLANT Handtekening van de DEALER / INSTALLATEUR

Kopie voor de dealer of installateur

De klant verklaart, na de voltooiing van de installatie van het Apparaat, dat de werkzaamheden vakkundig en in overeenstemming met de instructies van deze handleiding zijn uitgevoerd. Hij verklaart bovendien de goede werking gecontroleerd te hebben en op de hoogte te zijn van de aanwijzingen noodzakelijk voor het correcte gebruik, het correcte beheer en onderhoud van het Apparaat.. Handtekening van de KLANT Handtekening van de DEALER / INSTALLATEUR

De garantie De garantie heeft een duur van twee jaar indien fiscaal verkocht aan een privépersoon (wetsbesluit n. 24 van 2-2-2002) en van één jaar indien in rekening gebracht aan een bedrijf of een zelfstandige professional (BTW-plichtig). Aangezien het gebruikelijk is bij de verkoop een fiscaal document af te geven teneinde geldigheid te verlenen aan de garantie, zal ditzelfde document de werkelijke duur van de garantie bepalen. Men kan op de volgende wijze gebruik maken van de garantie: De procedure na de verkoop wordt behandeld door onze medewerkers die bereikt kunnen worden op nr.tel. 0039 438.35469 of met een e-mail naar assistenza@evacalor.it Onze specialisten zijn in staat u informatie te verstrekken betreffende technische problemen, installatie en onderhoud. Indien het probleem niet telefonisch opgelost kan worden, zorgt ons personeel voor de melding van de storing aan het dichtstbijzijnde Centrum voor Technische Bijstand dat binnen vijf werkdagen zal ingrijpen. De tijdens de garantieperiode vervangen onderdelen worden gegarandeerd voor de resterende garantieperiode van het aangekochte product. De fabrikant kent geen enkele vorm van compensatie toe voor het niet-gebruik van het product tijdens de voor de reparatie benodigde tijd. In geval van vervanging van het product verbindt de producent zicht tot het leveren van het product aan de wederverkoper, die op zijn beurt voor de vervanging zal zorgen met dezelfde procedure toegepast op het moment van de verkoop aan de eindgebruiker. Deze garantie is geldig op het Italiaanse grondgebied, in geval van verkoop of installaties in het buitenland moet de garantie door de in dat land aanwezige distributeur erkent worden. De garantie wordt, naar ons goeddunken, vervult met de reparatie of de vervanging van de defecte elementen, de defecte onderdelen of het gehele product. Bij het verzoeken om assistentie is het essentieel bij de hand te hebben: Serienummer Model van de kachel Aankoopdatum Plaats van aankoop Certificaat aanvang garantie, samengesteld door het geautoriseerde Centrum voor Technische Bijstand De garantie is uitgesloten in de volgende gevallen: Niet conform uitgevoerde installatie of uitgevoerd door ongekwalificeerd personeel (UNI10683 en UNIEN 1443); Eerste inwerkingstelling niet uitgevoerd door een erkende technicus Oneigenlijk gebruik zoals bijvoorbeeld een ondermaatse kachel (te lang ingeschakeld op het maximale vermogen); Jaarlijks onderhoud kachel niet uitgevoerd door een door ons erkend Centrum voor Technische Bijstand; Niet uitgevoerde reiniging rookkanaal; De garantie dekt niet de volgende varianten die verband houden met de natuurlijke kenmerken van de bekledingsmaterialen: De aderen van de stenen, die hun belangrijkste kenmerk zijn en er de uniekheid van waarborgen; Eventuele kleine scheurtjes of spleetjes die aanwezig kunnen zijn in de bekleding in keramiek / aardewerk; Eventuele kleurverschillen van de bekleding in keramiek / aardewerk; Ruit van de deur; Afdichtingen; Weerstanden voor de ontsteking (de garantie is geldig voor 01 jaar) De garantie is niet geldig voor het metselwerk; Schade aan de metalen verchroomde en/of geanodiseerde en/of gecoate onderdelen of aan andere bewerkte oppervlakken, als gevolg van het wrijven of stoten met andere metalen; Schade aan de metalen verchroomde en/of geanodiseerde en/of gecoate onderdelen of aan andere bewerkte oppervlakken, als gevolg van een niet geschikt onderhoud en/of reiniging met producten of chemicaliën (deze delen moeten enkel met water gereinigd worden). Schade aan mechanische onderdelen of delen als gevolg van een oneigenlijk gebruik of een door niet gespecialiseerd personeel verrichte installatie of als gevolg van een installatie die niet in overeenkomst met in de verpakking bevatte instructies heeft plaatsgevonden; Schade aan elektrische of elektronische onderdelen of delen als gevolg van een oneigenlijk gebruik of een door niet gespecialiseerd personeel verrichte installatie of als gevolg van een installatie die niet in overeenkomst met in de verpakking bevatte instructies heeft plaatsgevonden; Let op: dit garantiebewijs na de aankoop bewaren samen met de originele verpakking van het product, het installatie- en keuringscertificaat en het door de dealer afgegeven ontvangstbewijs. BELANGRIJK: EVA STAMPAGGI RAADT U AAN OM CONTACT OP TE NEMEN MET DE ERKENDE VERKOPERS EN SERVICECENTRA. HET IS VERPLICHT OM DE INSTALLATIE UIT TE VOEREN IN OVEREENSTEMMING MET DE REGELGEVING; EVA STAMPAGGI RAADT MET NADRUK AAN OM DE EERSTE INWERKINGSTELLING VAN DE PRODUCTEN UIT TE LATEN VOEREN DOOR BEVOEGDE TECHNICI. EVA STAMPAGGI IS NIET AANSPRAKELIJK VOOR DE ONLINE-VERKOOP EN DE DAARMEE VERBAND HOUDENDE OFFERTES OMDAT EVA STAMPAGGI NIET DIRECT AAN HET PUBLIEK VERKOOPT. IN GEVAL VAN TECHNISCHE PROBLEMEN DIE ZICH VOORDOEN TIJDENS DE WETTELIJKE GARANTIEPERIODE, MOET, VOLGENS DE PROCEDURE, CONTACT WORDEN OPGENOMEN MET DE VERKOPER OF RECHTSTREEKS MET ONZE AFTER- SALESSERVICE.

LET OP! De verwijdering van elektrische en elektronische apparatuur (RAEE) moet correct worden uitgevoerd in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EG en latere wijziging 2003/108/EG. De aanwezigheid van dit op het product aangebrachte symbool bepaalt dat het apparaat NIET beschouwd moet worden als normaal afval, maar ontmanteld en verwijderd moet worden in overeenstemming met de plaatselijke regelgeving. Controleer dat de specifieke inzamelcentra voldoen aan de regelgeving en dat ze milieubewust handelen. De eigenaar is verantwoordelijk voor deze verwijdering. Om boetes en negatieve gevolgen voor milieu en gezondheid te voorkomen, wordt aangeraden om rechtstreeks uw gemeente, de plaatselijke instantie voor afvalverwerking of de verkoper te benaderen voor meer informatie over de plaatsen en wijzen van inzameling. De correcte verwijdering van het afval voor niet alleen het milieu en de gezondheid van mensen, maar ook omdat deze handeling leidt tot de terugwinning van materialen en dientengevolge belangrijke besparingen op energie en natuurlijke hulpbronnen.

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Blaze

Model : Nina

Categorie : Oven