MEDION MD 15526 - Batterijlader

MD 15526 - Batterijlader MEDION - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MD 15526 MEDION in PDF-formaat.

📄 62 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice MEDION MD 15526 - page 3
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Nederlands NL

Gebruikersvragen over MD 15526 MEDION

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MD 15526 - MEDION en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MD 15526 van het merk MEDION.

GEBRUIKSAANWIJZING MD 15526 MEDION

VERTALING VAN DE OORSPRONKELIJKE GEBRUIKSAANWIJZING

3. Gebruik voor het beoogde doel ................................................................. 5

1. Inhoud van de verpakking

Verwijder alle verpakkingsmateriaal. LET OP! Gevaar voor verstikking Houd verpakkingszakken en -folie uit de buurt van baby’s en kleine kinderen. Controleer na het uitpakken of de volgende onderdelen zijn meegeleverd:

  • Acculader met 2 aansluitklemmen voor snelcontact (1x rood, 1x zwart)
  • Gebruikershandleiding en garantiebewijs

2. Over deze handleiding

Lees de veiligheidsinstructies zorgvuldig door voordat u het apparaat in gebruik neemt. Neem de waarschuwingen op het apparaat en in de ge- bruiksaanwijzing in acht. Bewaar de handleiding altijd binnen handbereik. Geef deze handleiding en het garantiebewijs mee wanneer u het apparaat verkoopt of aan ie- mand anders overdoet. 2.1. In deze handleiding gebruikte waarschuwingssymbolen en -woorden GEVAAR! Waarschuwing voor acuut levensgevaar! WAARSCHUWING! Waarschuwing voor mogelijk levensgevaar en/of ernstig onherstel- baar letsel! WAARSCHUWING! Waarschuwing voor gevaar van een elektrische schok! VOORZICHTIG! Neem alle aanwijzingen in acht om letsel en materiële schade te voor- komen! LET OP! Neem de aanwijzingen in acht om materiële schade te voorkomen!5

OPMERKING! Nadere informatie over het gebruik van het apparaat. OPMERKING! Neem de aanwijzingen in de handleiding in acht!

Opsommingsteken/informatie over voorvallen die zich tij- dens de bediening kunnen voordoen

Advies over uit te voeren handelingen Verklaring van conformiteit (zie het hoofdstuk „Verklaring van confor- miteit“): Producten die met dit symbool zijn gemarkeerd voldoen aan de eisen zoals vastgelegd in de EG-richtlijnen. Veiligheidsklasse II Elektrische apparaten van veiligheidsklasse II zijn elektrische appara- ten die volledig zijn omgeven met dubbele en/of versterkte isolatie en geen aansluitmogelijkheden voor een aarddraad hebben. De behui- zing van een elektrisch apparaat van veiligheidsklasse II dat volledig door isolatiemateriaal is omgeven kan gedeeltelijk of volledig de extra of versterkte isolatie vormen. Gebruik in binnenruimten Apparaten met dit symbool zijn uitsluitend geschikt voor gebruik in binnenruimten. Accusymbool De gegevens achter dit symbool geven de maximal en minimale stro- omsterkte van de op te laden accu weer. T2A Smeltzekering Apparaten met dit symbool beschikken over een smeltzekering die doorbrandt bij de aangegeven temperatuur of bij het overschrijden van de genoemde nominale stroom en de stroomkring onderbreekt. T2A

3. Gebruik voor het beoogde doel

Dit apparaat is een primair geschakelde acculader met pulseren- de instandhoudingslading. De acculader is geschikt voor het op- laden van de volgende oplaadbare 6 V of 12 V loodaccu's met elektrolytoplossing of -gel en oplaadbare AGM-accu's:6 − 6V: capaciteit van 1,2 Ah tot 14 Ah; − 12V: capaciteit van 1,2 Ah tot 120 Ah; Bovendien kunnen diep ontladen accu's worden geregenereerd (regeneratiemodus). Deze acculader is niet bedoeld voor professioneel gebruik. Gebruik de acculader uitsluitend voor het opladen van de in deze handleiding aangegeven accu's. Andere accu's mogen in geen geval met deze acculader worden opgeladen. Bij gebruik van andere soorten accu's bestaat er kans op letsel en kan de ac- culader beschadigd raken. De acculader laadt accu's automatisch in meerdere fasen op en kan deze opnieuw opladen tot ca. 100% van de oorspronkelijke capaciteit. U kunt een accu ook op de acculader aangesloten laten als u de accu langere tijd niet gebruikt, om ervoor te zorgen dat de accu opgeladen blijft. Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik en is niet geschikt voor industriële of zakelijke toepassingen. Denk eraan dat de garantie vervalt bij ondoelmatig gebruik:

  • Breng geen wijzigingen aan dit apparaat aan zonder onze toestemming en gebruik geen randapparatuur die niet door ons is goedgekeurd of geleverd.
  • Gebruik alleen door ons geleverde of goedgekeurde onder- delen en accessoires.
  • Neem alle informatie in deze handleiding in acht, met name de veiligheidsvoorschriften. Elke andere toepassing wordt be- schouwd als ondoelmatig gebruik en kan leiden tot letsel of materiële schade.
  • Gebruik het apparaat niet onder extreme omgevingsomstan- digheden.

4. Veiligheidsinstructies

Lees de veiligheidsinstructies zorgvuldig door voordat u het ap- paraat in gebruik neemt.7

Neem de waarschuwingen op het apparaat en in de gebruiks- aanwijzing in acht. Bewaar de handleiding altijd binnen handbereik. Geef deze handleiding mee als u het apparaat aan iemand anders door- geeft. Berg het apparaat en de accessoires buiten bereik van kinde- ren op. Dit apparaat kan gebruikt worden door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met onvoldoende ervaring en/of kennis, mits deze personen onder toezicht staan of zijn geïns- trueerd in het gebruik van het apparaat zodat zij de daarmee samenhangende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en door gebruikers uit te voeren onderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kin- deren, tenzij deze ouder dan 8 jaar zijn en onder toezicht sta- an. Kinderen die jonger zijn dan 8 jaar moeten uit de omgeving van het apparaat en het netsnoer worden gehouden. Stel de acculader nooit bloot aan regen of vocht! Gebruik het apparaat nooit in de open lucht! Het apparaat mag nooit in aanraking komen met water, ook niet met drup- of spatwater. Sluit de acculader alleen aan op een goed bereikbaar stop- contact 220-240 V ~ 50 Hz. Dek de acculader niet af omdat deze anders door oververhit- ting beschadigd kan raken. Gebruik geen verlengsnoeren om gevaar voor struikelen te voorkomen. Gebruik het apparaat alleen bij omgevingstemperaturen van -10 tot 35 °C. Het apparaat mag niet gedurende langere tijd worden bloot- gesteld aan krachtig, direct zonlicht.8 4.1. Storingen Trek bij beschadigingen van het netsnoer, de acculader zelf of het aansluitsnoer direct het stekker uit het stopcontact. Probeer in geen geval het apparaat zelf te openen en/of te re- pareren. Neem contact op met ons Service Center of een an- der deskundig bedrijf. Laat een defect apparaat of een beschadigd netsnoer onmid- dellijk repareren of vervangen door een goedgekeurde werk- plaats of neem contact op met de klantenservice om risico’s te vermijden. 4.2. Gevaar voor explosie!

  • Zorg altijd voor voldoende ventilatie. Voer het oplaadproces uit in een goed geventileerde ruimte die bescherming biedt tegen weersinvloeden.
  • Zorg er tevens voor dat er tijdens het opladen geen sprake is van open vuur (vlammen, gloeiende spaanders of vonken)! Tijdens het oplaadproces en de instandhoudingslading kan waterstof in gasvorm vrijkomen. Bij contact met open vuur vindt een uiterst explosieve knalgasreactie plaats! 4.3. Explosie en brandgevaar! Zorg ervoor dat explosieve of brandbare stoffen, zoals ben- zine of oplosmiddelen, tijdens gebruik van de acculader niet kunnen worden ontstoken! Sluit de aansluitkabel aan op een plek die zich op voldoende afstand van de batterij en de brandstofleiding bevindt. 4.4. Bescherm uzelf tegen elektrische schokken! Gebruik de acculader alleen voor 6 V of 12 V loodaccu's (bat- terijen) met elektrolytoplossing of -gel resp. oplaadbare AGM- accu's! Controleer bij een vast in het voertuig gemonteerde accu of het voertuig buiten bedrijf is en op een veilige plek staat ge- parkeerd! Schakel de ontsteking uit en zet het voertuig in de9

parkeerstand, bijvoorbeeld door de handrem aan te trekken (personenauto) of door een touw aan de steiger te bevesti- gen (boot)! Vermijd elektrische kortsluiting bij het aansluiten van de accu- lader op de accu. Sluit de aansluitkabel voor de minpool uits- luitend aan op de minpool van de accu! Sluit de aansluitkabel voor de pluspool uitsluitend aan op de pluspool van de accu! Controleer voordat u de acculader aansluit of het lichtnet vol- gens de voorschriften 220-240 V~50 Hz levert! Pak het netsnoer uitsluitend vast bij het geïsoleerde deel van de stekker als u de stekker in het stopcontact steekt! Pak de aansluitklemmen (pluspool en minpool) uitsluitend vast bij het geïsoleerde deel! Verwijder de stekker van de acculader uit het stopcontact voordat u montage of onderhouds- of reinigingswerkzaam- heden uitvoert! Stel de acculader niet bloot aan vuur, hitte en gedurende lan- gere perioden aan temperaturen boven 45 °C! Bij hogere tem- peraturen daalt automatisch het uitgangsvermogen van de acculader. Koppel het apparaat los van het lichtnet voordat u de aanslu- itklemmen op de accu aansluit. 4.5. Defi nitie van beschermingsklasse Dit apparaat voldoet conform DIN EN 60529 aan beschermings- klasse IP65. Dit betekent:

  • Het apparaat is stofdicht en volledig beveiligd tegen aanra- king.
  • Het apparaat is bestand tegen waterstralen (sproeier) uit elke willekeurige hoek. 4.6. Omgaan met oplaadbare batterijen Gebruik de acculader niet voor het opladen van niet-oplaad- bare batterijen.10 Gebruik geen bevroren oplaadbare batterijen! Gebruik geen beschadigde of gecorrodeerde oplaadbare bat- terijen. Oplaadbare cellen of batterijen mogen nooit worden gede- monteerd, geopend of in stukken gehakt. De cellen of batterijen mogen nooit worden blootgesteld aan hoge temperaturen of vuur. Bewaar de cellen of batterijen niet in direct zonlicht. Sluit cellen of batterijen nooit kort. Houd er rekening mee dat bij het opladen van accu's en bat- terijen een hoogexplosief knalgasmengsel ontstaat. Bij on- deskundig gebruik bestaat gevaar voor explosie. Let daarom op het volgende: Vuur, vonken, open licht en roken zijn verboden. Zorg ervoor dat bij het gebruik van kabels en elektrische ap- paraten geen vonken of elektrostatische ontlading ontstaan. Vermijd kortsluitingen. Pas op voor letsel door bijtend accuzuur! De accu bevat sterk bijtend zuur. Gebruik zuurbestendige veiligheidshandschoe- nen en -kleding en oogbescherming. Om lekkage van accuzu- ur via de ontluchtingsopeningen te voorkomen mag de accu niet worden gekanteld. Als een cel is gaan lekken, mag de vloeistof niet in contact ko- men met huid of ogen. Als dit toch gebeurt, moet de betreffende plek met een rui- me hoeveelheid water worden schoongespoeld. Neem direct contact op met een arts. Verwijder uitgelopen accuzuur met een droge, absorberen- de doek en vermijd daarbij contact met de huid, bijvoorbeeld door gebruik te maken van zuurbestendige veiligheidshand- schoenen. Neem het plus- (+) en minteken (-) op de cellen, accu's en ap- paraten absoluut in acht. Gebruik deze op de juiste wijze. Bewaar cellen en accu's buiten bereik van kinderen.11

Gebruik de acculader alleen voor oplaadbare 6 V of 12 V loodaccu's met elektrolytoplossing of -gel resp. oplaadbare AGM-accu's. Bewaar voor toekomstig gebruik ook de technische documen- tatie bij de op te laden accu's samen met deze handleiding.12

Bevestigingsgaten Toets MODE Display Netsnoer met stekker Oplaadmodus 1 actief Oplaadmodus 4 actief Oplaadmodus 3 actief Oplaadmodus 2 actief OplaadindicatieWanneer het accusymbool knippert, wordt de accu opgeladen.Wanneer het symbool permanent brandt, is de accu volledig opgeladen en schakelt de lader over op instandhoudingslading. Geen accu aangesloten Accu defect13

Klemmen verkeerd aangesloten

Indicatie van de huidige accuspanning

Klem voor pluspool (rood), met aansluitkabel

Klem voor minpool (zwart), met aansluitkabel

6.1. Statusindicatoren Tijdens gebruik kunnen de volgende indicatoren oplichten: LED Modus

Modus 1: Oplaadproces voor 6 V accu Aanbevolen capaciteit 1,2–14 Ah, laadstroom 1 A Modus 2: Oplaadproces voor 12V accu voor motoren of personenauto's Aanbevolen capaciteit 1,2–120 Ah, laadstroom 1A Modus 3: Snelladen 12 V autoaccu Aanbevolen capaciteit 1,2–120 Ah, laadstroom 4A Modus 4: Snelladen bij lage omgevingstemperatuur, alleen voor 12 V accu Aanbevolen capaciteit 1,2-120 Ah, laadstroom 4 A Oplaadproces actief Instandhoudingslading bij volledig opgeladen batterij Voordat de acculader bij volledig opgeladen accu overschakelt naar in- standhoudingslading, knippert de rand van het accusymbool geduren- de ca. 1 minuut. Storing: Accu defect Storing: bijv. verkeerd gepoolde aansluitklemmen14 6.2. Beschrijving van de oplaadcyclus Stap 1 2 3 Modus Accuspan- nings- controle Opladen met cons- tante stro-

A: bij een spanning van min- der dan 8 V wordt de accu her- kend als een 6 V accu. B: bij een spanning tussen 1,5 V en 5 V wordt de instand- houdingsla- ding inge- schakeld (1 A pulslading totdat een spanning van 5,25 V wordt be- reikt). C: wanneer de spanning niet binnen 30 minuten 5,25 V be- reikt, wordt de accu her- kend als de- fect. 1 A lading met constan- te stroom tot 7,2 V. - Wanneer na 1 minuut de spanning: A: onder de 6 V komt, wordt de accu her- kend als de- fect B: tussen 6 V en 6,4 V komt, scha- kelt de ac- culader over naar instand- houdingsla- ding C: op meer dan 6,85 V komt, begint de instand- houdingsla- ding zodra de spanning weer lager komt 1 A: Opladen met constan- te spanning Wanneer de laadstroom lager komt dan 0,2 A, stopt het op- laden totdat de spanning onder de 6,85 V daalt 6,4 V / 1 A: De oplaad- cyclus wordt voortgezet15

A: bij een spanning van meer dan 8 V wordt de accu her- kend als een 12 V accu. B: bij een spanning tussen 8 V en 10,5 V wordt de instand- houdingsla- ding inge- schakeld (1 A pulslading totdat een spanning van 10,5 V wordt be- reikt). C: wanneer de spanning niet binnen 30 minuten 10,5 V be- reikt, wordt de accu her- kend als de- fect. 1 A lading met constan- te stroom tot 14,4 V. - Wanneer na 1 minuut de spanning: A: onder de 12 V komt, wordt de accu her- kend als de- fect B: tussen 12 V en 12,8 V komt, scha- kelt de ac- culader over naar instand- houdingsla- ding C: op meer dan 13,7 V komt, begint de instand- houdingsla- ding zodra de spanning weer lager komt 1 A: Opladen met constan- te spanning Wanneer de laadstroom lager komt dan 0,2 A, stopt het op- laden totdat de spanning onder de 13,7V daalt 12,8 V/1 A: De oplaad- cyclus wordt voortgezet 3 4 A opladen met constan- te stroom tot 14,8 V, daar- na opladen met constan- te spanning 14,4 V cons- tante span- ning totdat de laadstro- om 1 A be- reikt. 4 4 A opladen met constan- te stroom tot 14,8 V, daar- na opladen met constan- te spanning 14,8 V cons- tante span- ning totdat de laadstro- om 1 A be- reikt16 6.3. Acculader aansluiten op de accu LET OP! Gevaar voor een elektrische schok! Er bestaat gevaar voor een elektrische schok dóór stroomvoerende onderdelen Trek altijd de stekker uit het stopcontact voordat u montage- en onderhoudswerkzaamheden gaat uit- voeren of het apparaat gaat reinigen. Trek de stekker altijd uit het stopcontact voordat u de aansluitklemmen op de accu aansluit of afkop- pelt. OPMERKING Raadpleeg voordat u de accu van een personenauto of motorfiets los- koppelt eerst de handleiding van het voertuig om na te gaan wat de mogelijke gevolgen zijn van het loskoppelen van de accu. Als de accu die u wilt opladen die in het voertuig is aangesloten, koppelt u voor- dat u met opladen begint eerst de aansluitkabel voor de minpool (zwart) van het voertuig los van de minpool van de accu. De minpool van de accu is gewoonlijk ver- bonden met de carrosserie van het voertuig. Koppel vervolgens de aansluitkabel voor de pluspool (rood) van het voertuig los van de pluspool van de accu. Klem daarna de klem van de pluspool (rood) van de ac- culader vast op de pluspool van de accu en vervolgens de klem van de minpool (zwart) op de minpool van de accu. Steek de stekker van het netsnoer van de acculader in een stopcontact. 6.4. Oplaadmodus selecteren Kies een oplaadmodus afhankelijk van het type accu en de omgevingstemperatuur. U kunt ook een volledig ontladen (diep ontladen) accu opnieuw opladen ("regene- reren"). De elektronica van de acculader start niet onmiddellijk na het aansluiten van de accu met het oplaadproces, maar pas nadat een oplaadmodus is geselecteerd. Op die manier worden vonken, die vaak optreden tijdens de aansluiting, vermeden. U kunt een oplaadmodus selecteren door meerdere malen op de toets MODE te drukken. Het symbool van de respectievelijke modus wordt op de display weergegeven. De acculader herkent de modi die bij het type accu passen. Daarom kan niet bij rood zwart17

elke accu elke modus worden geselecteerd. Nadat u een modus hebt geselecteerd, wordt deze uitgevoerd. Als een volle- dig opgeladen accu blijft aangesloten op de acculader, schakelt de lader auto- matisch over naar instandhoudingslading. De accu wordt ook met instandhou- dingslading opgeladen als een andere modus wordt geselecteerd.

6.4.1. Modus 1 (accu's 6 V tot max. 14 Ah)

Stel deze modus in voor het opladen van 6 V loodaccu met een lagere capaciteit dan 14 Ah. De acculader herkent normaal gesproken de modi die bij het type accu passen. Volg de onderstaande stappen wanneer de accu niet wordt herkend. OPMERKING Het type accu is vermeld op het typeplaatje. Druk meerdere malen op de toets MODE om Modus 1 te selecteren. Oplaadmodus 1

wordt op de display weergegeven. Wanneer u vervolgens geen andere modus kiest, begint de elektronica het oplaad- proces automatisch met een laadstroom van ca. 1 A. Wanneer de accu volledig is opgeladen, stopt de rand van het accusymbool met knipperen en gaat het symbool geheel branden. In deze toestand wordt instand- houdingslading uitgevoerd.

6.4.2. Modus 2 (accu's 12 V tot max. 120 Ah)

Stel deze modus in voor het opladen van accu's met een lagere capaciteit dan 120 Ah. De acculader herkent normaal gesproken de modi die bij het type accu passen. Volg de onderstaande stappen wanneer de accu niet wordt herkend. OPMERKING Het type accu is vermeld op het typeplaatje. Druk meerdere malen op de toets MODE om Modus 2 te selecteren. Oplaadmodus 2 wordt op de display weergegeven. Wanneer u vervolgens geen andere modus kiest, begint de elektronica het oplaad- proces automatisch met een laadstroom van ca. 1 A. Wanneer de accu volledig is opgeladen, stopt de rand van het accusymbool met knipperen en gaat het symbool geheel branden. In deze toestand wordt instand- houdingslading uitgevoerd.18

6.4.3. Modus 3 (snelladen voor accu's van 12 V, vanaf 1,2 Ah

tot 120 Ah) Stel deze modus in voor het opladen van accu's met een hogere capaciteit dan 1,2 Ah onder normale omgevingstemperaturen. De acculader herkent normaal gesproken de modi die bij het type accu passen. Volg de onderstaande stappen wanneer de accu niet wordt herkend. OPMERKING Het type accu is vermeld op het typeplaatje. Druk meerdere malen op de toets MODE om Modus 3 te selecteren. Oplaadmodus 3 wordt op de display weergegeven. Wanneer u vervolgens geen andere modus kiest, begint de elektronica het oplaad- proces automatisch met een laadstroom van ca. 4 A. Wanneer de accu volledig is opgeladen, stopt de rand van het accusymbool met knipperen en gaat het symbool geheel branden. In deze toestand wordt instand- houdingslading uitgevoerd.

6.4.4. Modus 4 (accu's van 12 V, vanaf 1,2 Ah tot 120 Ah, bij

lage temperatuur) Stel deze modus in voor het opladen van accu's met een hogere capaciteit dan 1,2 Ah bij een lage omgevingstemperatuur. Kies deze modus ook voor het opladen van AGM-accu's (Absorbent Glass Mat: Accu's met een in glasvezel gebonden elektrolyt) met een capaciteit van meer dan 1,2 Ah. De acculader herkent normaal gesproken de modi die bij het type accu passen. Volg de onderstaande stappen wanneer de accu niet wordt herkend. OPMERKING Het type accu is vermeld op het typeplaatje. Druk meerdere malen op de toets MODE om Modus 4 te selecteren. Oplaadmodus 4 wordt op de display weergegeven. Wanneer u vervolgens geen andere modus kiest, begint de elektronica het oplaad- proces automatisch met een laadstroom van ca. 4 A. Wanneer de accu volledig is opgeladen, stopt de rand van het accusymbool met knipperen en gaat het symbool geheel branden. In deze toestand wordt instand- houdingslading uitgevoerd.19

6.5. Diep ontladen 12 V accu regenereren/opladen (regeneratiemodus) Klem de volledig ontladen (volledig lege accu) vast op de acculader en start een oplaadproces. In deze regeneratiemodus wordt de accu opgeladen totdat de lader een klemspan- ning meet die hoog genoeg is voor een reguliere oplaadmodus. De acculader scha- kelt vervolgens automatisch over naar een bijpassende oplaadmodus en vervolgt het oplaadproces op de gebruikelijke wijze. 6.6. Beschermfunctie apparaat Het apparaat wordt beschermd tegen onjuiste ingebruikname. Als de klemmen worden kortgesloten, als de stroomkring niet is gesloten (de klemmen niet juist zijn bevestigd) of de batterijspanning onder 7,5 V daalt, blijft het apparaat in de stand- by modus staan. U kunt het apparaat dan niet in bedrijf stellen. Wanneer de klemmen verkeerd zijn gepoold (verkeerd om zijn aangesloten), brandt bovendien LED . Wanneer de accu zelf defect is gaat op de display

6.6.1. Beveiliging tegen oververhitting

Als de acculader tijdens het oplaadproces te heet wordt, wordt de laadstroom ver- laagd. Hierdoor wordt voorkomen dat het apparaat beschadigd raakt. OPMERKING Door de lagere laadstroom kan de oplaadtijd aanzienlijk worden ver- lengd. 6.7. De accu loskoppelen Voer bij het loskoppelen van de accu van de acculader de onderstaande stappen in deze volgorde uit: Koppel het apparaat na het opladen los van de netvoeding. Verwijder de klem voor de minpool (zwart) van de minpool van de accu. Verwijder de klem voor de pluspool (rood) van de pluspool van de accu. Sluit de aansluitkabel voor de pluspool van het voertuig weer aan op de plus- pool van de accu. Sluit de aansluitkabel voor de minpool van het voertuig weer aan op de minpool van de accu. 6.8. Uitschakelen Schakel de acculader uit door de stekker uit het stopcontact te trekken.20

Het apparaat is voorzien van bevestigingsgaten, zodat u het aan de muur kunt be- vestigen. WAARSCHUWING! Gevaar voor een elektrische schok! Hierbij bestaat gevaar voor een elektrische schok dóór stroomvoerende leidingen. Boor niet op plekken waar verborgen elektriciteits-, gas- of waterleidingen kunnen liggen. Gebruik geschikte zoekapparaten om deze leidingen op te sporen. Kies een geschikte plek aan de wand. Zorg altijd voor voldoende ventilatie. Kies twee pluggen en schroeven die geschikt zijn voor de muur en voor de grootte van de bevestigingsgaten. Markeer de boorgaten aan de muur. Boor beide gaten en breng de pluggen aan. Schroef het apparaat vast.

8. Buiten gebruik stellen

Trek de stekker uit het stopcontact wanneer u het apparaat niet meer gebruikt. Bewaar het apparaat op een droge plek.

9. Reiniging en onderhoud

Trek vóór het reinigen de stekker uit het stopcontact. Reinig het apparaat met een droge, zachte doek. Vermijd het gebruik van chemische oplos- en schoon- maakmiddelen omdat deze het oppervlak en/of de opschriften van het apparaat kunnen beschadigen. Reinig na langer gebruik ook de aansluitklemmen met een droge doek voor een optimaal contact aan de polen.21

Apparaat Gooi de acculader aan het einde van de levensduur in geen geval bij het gewone huisvuil. Informeer bij uw gemeente naar de mogelijkheden voor een milieuvriendelijke en verantwoorde behandeling als afval. Batterijen Oplaadbare batterijen moeten op de juiste manier worden afgevoerd. Op verkooppunten van batterijen en gemeentelijke inzamelpunten staan daarvoor speciale containers ter beschikking. Verpakking Uw acculader bevindt zich in een verpakking ter bescherming tegen transportschade. Verpakkingen zijn grondstoffen en kunnen worden hergebruikt of teruggebracht in de grondstoffenkringloop.

12. Conformiteitsinformatie

Hiermee verklaart Medion AG dat dit apparaat voldoet aan de basiseisen en andere relevante voorschriften:

  • EMV-richtlijn 2014/30/EU
  • Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU
  • RoHS-richtlijn 2011/65/EU. Volledige conformiteitsverklaringen kunt u vinden op www.medion.com/conformity.22

Copyright © 2017 Uitgave: 02/06/2017 Alle rechten voorbehouden. Deze handleiding is auteursrechtelijk beschermd. Vermenigvuldiging in mechanische, elektronische of enige andere vorm zonder schriftelijke toestemming van de fabri- kant is verboden. Het copyright berust bij de firma: Medion AG Am Zehnthof 77 45307 Essen Duitsland De handleiding is via de Service Hotline te bestellen en is via het serviceportal www.medion.com/nl/service/start/ beschikbaar voor download. U kunt ook de bovenstaande QR-code scannen en de handleiding via het service- portal naar uw mobiele toestel downloaden.23

VERTALING VAN DE OORSPRONKELIJKE GEBRUIKSAANWIJZING

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MEDION

Model : MD 15526

Categorie : Batterijlader