Baxi 250 ECO - Zonnepaneel

250 ECO - Zonnepaneel Baxi - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 250 ECO Baxi in PDF-formaat.

📄 36 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice Baxi 250 ECO - page 31
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
MerkBaxi
Model250 ECO
ProductsoortThermisch zonnepaneel
Geschatte afmetingen2000 x 1000 x 50 mm
Geschat gewicht20 kg
Aanbevolen oriëntatieZuid, of Zuidwest
Optimale hellingshoekGeografische breedte (jaarlijks constant), +10° winter, -10° zomer
Hellingshoekbereik15° tot 75°
WarmteoverdrachtsvloeistofMengsel van water en glycol met corrosieremmers
Aanbevolen glycolconcentratie26% tot 51% afhankelijk van minimumtemperatuur (-10°C tot -35°C)
Bedrijfsdruk2 bar (koud), max 10 bar
Testdruk1,5 keer de werkdruk
pH van de vloeistof7,5 tot 8,5
Materiaal van de collectorAluminium frame, zonneglas
Hydraulische aansluitingGeschroefd, gelast of geflensd (koper of roestvrij staal)
OnderhoudJaarlijkse controle (staat, lekkages, druk, pH, glycol)
Controle van de temperatuursondeGoed contact, geïsoleerd tegen weersinvloeden
ExpansievatGeïnstalleerd nabij het hydraulisch blok, gedimensioneerd volgens normen
VorstbeveiligingTot -35°C met geschikte glycol
Belangrijkste functiesProductie van warm tapwater door thermische zonne-energie
Onderdelen en repareerbaarheidNeem contact op met erkende installateur voor vervanging

Veelgestelde vragen - 250 ECO Baxi

Wat is de ideale oriëntatie voor het installeren van het zonnepaneel Baxi 250 ECO?
De ideale oriëntatie is zuid. Als dat niet mogelijk is, kies dan voor west.
Welke hellingshoek kiezen voor de zonnecollector?
De optimale hellingshoek hangt af van het gebruik: geografische breedte voor constante vraag, breedtegraad +10° voor wintergebruik, breedtegraad -10° voor zomergebruik. Toegestaan bereik: 15° tot 75°.
Hoe het systeem tegen vorst beschermen?
Gebruik een water-glycolmengsel met remmers. De concentratie hangt af van de minimumtemperatuur: 26% bij -10°C, tot 51% bij -35°C. Niet meer dan 50% glycol.
Welke vuldruk wordt aanbevolen?
Koud moet de druk ongeveer 2 bar zijn. De maximale systeemdruk is 10 bar.
Hoe de toestand van de warmteoverdrachtsvloeistof controleren?
Controleer elke twee jaar de pH (moet tussen 7,5 en 8,5 zijn) en de glycolconcentratie met een refractometer. Als de vloeistof donker of troebel is met pH < 7,0, vervang deze dan.
Welke onderhoudsbeurten moeten worden uitgevoerd?
Minimaal één keer per jaar: controleer de staat van de collectoren (scheuren, corrosie, lekkages), het hydraulisch circuit (druk, debiet, pH), het expansievat en de veiligheidsklep. Voor installaties >20 m², halfjaarlijkse controle.
Kunnen meerdere collectoren in serie worden geïnstalleerd?
Ja, in meervoudige parallelle opstelling met hetzelfde aantal collectoren per rij. Installeer afsluit- en aftapkranen per rij.
Hoe de lucht uit het circuit verwijderen?
Gebruik handmatige of automatische ontluchters. Let op: activeer de ontluchter alleen als het systeem koud is om brandwonden te voorkomen.
Wat is de geschatte levensduur van het paneel?
Met regelmatig onderhoud kan een thermisch zonnepaneel 20 tot 30 jaar meegaan. De warmteoverdrachtsvloeistof moet elke 5 tot 10 jaar worden vervangen.
Wat te doen bij lekkage of storing?
Schakel een erkende installateur in. Probeer niet zelf te repareren. Controleer de afdichtingen en aansluitingen tijdens onderhoud.

Gebruikersvragen over 250 ECO Baxi

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Zonnepaneel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 250 ECO - Baxi en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 250 ECO van het merk Baxi.

GEBRUIKSAANWIJZING 250 ECO Baxi

  1. Gelieve deze aanwijzingen te lezen voordat u het zonnesysteem installeert of in bedrijf stelt.
  2. Gelieve de gebruiker deze aanwijzingen te bezorgen voor raadpleging in de toekomst.
  3. Dit thermische zonne-energiesysteem voor warm tapwater mag uitsluitend door bekwaam en bevoegd personeel worden geïnstalleerd en geplaatst.

Houd tijdens de werkzaamheden rekening met:

  • De wettelijke bepalingen op het gebied van preventie van ongeva- llen.
  • De wettelijke bepalingen op het gebied van milieubescherming.
  • De wettelijke bepalingen op het gebied arbeidsveiligheid.
  • De specifieke veiligheidsbepalingen van de EU en de bijzondere normen en voorschriften van elk land.

Baxi 250 ECO - 1

Bescherm de collector in de originele verpakking tegen weersomstandigheden tot aan de installatie.

Voor het vervoer van de collector wordt aanbevolen deze te verplaatsen aan het aluminium frame en met de verpakking. Verplaats de collector niet aan de hydraulische verbindigsstukken. Voorkom stoten of andere mechanische inwerkingen op de collector, in het bijzonder op het zonneglas, de achterkant van de collector en de hydraulische verbindingen.

Baxi 250 ECO - 2

Dek de collector tijdens de installatie af tot het systeem volledig bedrijfsklaar is, om hoge temperaturen wegens zonnestrating te voorkomen.

Baxi 250 ECO - 3

De installateur staat ervoor in om te waarborgen dat aan alle specifieke voorschriften van elk land / elke regio wordt voldaan

ORIËNTATIE EN INCLINATIEHOEK VAN DE COLLECTOR

De beste oriëntatie van de zonne-energiecollector is naar het zuiden. Als de zonnecollector niet naar het zuiden kan worden georiënteerd, moet deze vooral naar het westen worden georiënteerd.

De optimale inclinatiehoek hangt af van de gebruiksduur van het systeem, namelijk:

a) Constante vraag het hele jaar door: geografische breedte b) Vraag hoofdzakelijk in de winter: geografische breedte +10°
c) Vraag hoofdzakelijk in de zomer: geografische breedte -10° d) De collectoren zijn geschikt voor installatie met een hellingshoek (β) van 15° tot 75°

Vermijd enige vorm van schaduw die de zonne-energiecollectoren nadelig kan beïnvloeden. Het verlies wegens oriëntatie, hellingshoek en eventuele schaduwen moet minimaal zijn of minder dan de toepasselijke voorschriften.

ALGEMENE INSTALLATIEVOORWAARDEN

Alle installaties hebben een onafhankelijk primair (met warmtechargendevloeistof) en secundair circuit. De verschillende vloeistoffen mogen in geen geval worden gemengd.

Ze moeten allemaal voldoen aan de geldende regelgeving en de specifieke voorschriften op het gebied van bescherming tegen elektrische ontladingen.

Elektrolytische sleeves moffen worden geïnstalleezt tussen delen van verschillende materialen om galvanische koppeling te voorkomen.

WERKVLOEISTOF

De installateur of ontwerper bepaalt de toegelaten minimum temperatuur van het systeem. Componenten die zich buiten bevinden, moeten bestand zijn tegen deze temperatuur zonder permanente schade op te lopen. De installatie moet worden beschermd tegen temperaturen van 5°C lager dan de historisch geregistreerde minimum waarde, aan de hand van een hiertoe bestemde niet-giftige chemische vloeistof.

Vriespunt (°C)-10-15-20-25-30-32-35
Glycolconcentratie(%)26333742475051

Baxi 250 ECO - WERKVLOEISTOF - 1

text_image IN OUT

Baxi 250 ECO - WERKVLOEISTOF - 2

Aanbevolen wordt een rechtstreeks toepasselijk mengsel van water en glycol met corrosieremmers te gebruiken. Vermijd de concentratie te veel te verhogen en overschrijdt nooit de waarde van 50%, aangezien in dat geval het mengsel te viskeus zal zijn en bovendien de warmtedragende eigenschappen van de vloeistof afnemen. Meng niet met andere soorten vloeistoffen.

Hoewel het een niet-giftige, geurloze en biologisch afbreekbare vloeistof betreft, moet er voorzichtig mee worden omgegaan. Aanbevolen wordt handschoenen die bestand zijn tegen chemische producten en geschikte oogbescherming te gebruiken wanneer u met deze vloeistof werkt.

Als de vloeistof in aanraking komt met de huid, was dan met water en zeep. In het geval van contact met de ogen, spoel dan onmiddellijk met ruim, schoon, stromend water.

INSTALLATIE VAN DE ZONNE-ENERGIECOLLECTOREN

Als er meer dan één rij nodig is, moeten de collectoren in een meervoudige parallelschakeling worden geplaatst, bij voorkeur met hetzelfde aantal collectoren per schakeling. Er moeten onderbrekingselementen worden geïnstalleerd zodat elke rij onafhankelijk kan werken. Er moet voor elke rij een veiligheids- en aflaatklep worden geïnstalleerd. Als er een automatisch aftapventiel wordt geïnstalleerd, moet er een onderbrekingsklep worden geïnstalleerd om het automatische aftapventiel te deactiveren wanneer de installatie in bedrijf is. Zorg ervoor dat er zich geen terugstroom kan voordoen, om energieverlies te vermijden.

Temperatuursensor

Bij de installatie van de temperatuursensoren moet worden gewaarborgd dat er goed contact is met het te meten punt. Bovendien moeten de sensoren afgeschermd worden tegen de invloed van omgevingsomstandigheden en tegen de stroom van de vloeistof in worden geïnstalleerd. De temperatuursensor moet worden geïnstalleerd aan de uitgang van de overeenkomstige rij, op het warmste punt.

Zorg ervoor dat de temperatuursensor juist is geïnstalleerd in de collector. Bevestig de kabel van de sensor met geschikt materiaal zodat deze niet ongewenst van de collector loskomt.

Let in het bijzonder op de maximum temperaturen die in de laatste collector van de rij kunnen worden bereikt, aangezien dit nadelig kan zijn voor de zonnevloeistof.

Expansievat

In het primaire circuit moet dicht bij de hydraulische groep een expansievat worden geïnstalleerd, naargelang de afmetingen en de eigenschappen van de installatie. De afmetingen van het expansievat moeten overeenstemmen met de norm DIN 4757, EN 12977 of VDI 6002. Het expansievat moet worden geïnstalleerd:

1.- Zo dat de temperatuur van het water dat in aanraking komt met het membraan zo laag mogelijk is.
2.- Bij voorkeur aan de aanzuigigslyn van de pomp.
3.- Tussen het expansievat en de installatie mag geen enkel onderbrekingselement worden geïnstalleerd.

Leidingen

De leidingen moeten zo kort mogelijk zijn en volledig aflaten mogelijk maken. De horizontale delen moeten een hellingsgraad van minstens 1% vertonen. Voor de leidingen van het primaire circuit mogen materialen zoals koper en roestvrij staal worden gebruikt, met schroef-, las- of klemverbindingen en de leidingen die zijn blootgesteld aan de weersomstandigheden moeten aan de buitenkant worden afgeschermd om bestand te zijn tegen de werking van de elementen en verlies tijdens het transport te voorkomen.

De aanbevolen afmetingen van de buizen om een drukverlies van minder dan 2,5 mbar per strekkende meter te waarborgen, zijn:

m^25 7.5 2.5 25
l/h*m^215 20 30 4060 15 2030 4060 1520 30 4060 1520 30 4060
l/h7510015020030011315022530045018825037550075037550075010001500
min. int. ∅DN13DN13DN13DN16DN16DN13DN13DN16DN16DN20DN16DN16DN20DN20DN25DN20DN20DN25DN25DN32

Pompen

Steeds wanneer mogelijk moet er een pomp worden gemonteerd in de koudste delen van het circuit, zonder dat er zich enige cavitatie voordoet en steeds met een horizontale rotatieas.

Voor de afmetingen van de te installeren pomp moet, naast het verlies in de leidingen, rekening worden gehouden met het drukverlies in de geïnstalleerde collectoren.

Collectorverbinding

De optimale verbinding (parallelschakeling) is door de rij ingangs- en uitgangscollectoren op tegenovergestelde punten te kruisen; ze kunnen ook worden verbonden aan hetzelfde uiteinde van de rij collectoren, met nauwelijks enig rendementsverlies.

INBEDRIJFSTELLING

Wanneer de installatie voltooid is, moeten we deze allereerst schoonmaken om alle lasresten, afbijtmiddel of vuil uit de leidingen te verwijderen.

Gebruik een voldoende grote bak om de vloeistof op te vangen. Na het schoonmaken van het circuit kunt u het systeem vullen.

⚠ Het systeem moet worden gevuld zonder rechtstreekse zonnestraling. Als dit niet mogelijk is, moet u de collector (of collectoren) tijdens het vullen en schoonmaken afdekken. Zo niet bestaat het gevaar van dampvorming.

Zet het systeem met 1,5 keer de werkdruk onder druk om eventuele lekken te detecteren. Verhelp alle lekken die u vaststelt in het systeem.

Als alternatief kunt u een luchttest toepassen om grote verliezen van het systeem vast te stellen voordat u de installatie schoonmaakt en vult met warmtedragende vloeistof.

Tijdens het vullen en de inbedrijfstelling moet het systeem volledig leeg zijn. Aanbevolen wordt het systeem opnieuw te controleren tijdens de eerste weken dat het in bedrijf is om de lucht te verwijderen.

In het geval van schade of drunkverlies van het systeem, moet de lucht bij het opnieuw vullen weer worden verwijderd. Het primaire circuit mag NOOIT worden gevuld met leidingwater als de eigenschappen ervan aanleiding kunnen geven tot afzettingen, bezinksel of etsingen, of als dit circuit anti-vriesmiddel nodig heeft wegens het risico van vorst of enig ander additief voor een juiste werking.

Opmerking: Activeer het aftapventiel enkel wanneer het systeem koud is. Tijdens normaal bedrijf is de temperatuur van de warmte-dragende vloeistof hoog, wat ernstige brandwonden kan veroorzaken.

⚠️ Controleer regelmatig de waarde van de pH, die tussen 7,5 en 8,5 moet liggen. Als de vloeistof donker en troebel is en de pH-waarde lager is dan 7,0, moet de warmtedragende vloeistof worden vervangen.

Het aanwezige glycolpercentage in de warmtedragende vloeistof moet om de twee jaar worden gecontroleerd. Dit is mogelijk aan de hand van een refractometer.

Denk eraan dat de druk in koude toestand in de collectoren tussen 2 en 2,5 bar moet liggen. Aangezien de vuldrukmeter zich aan de onderkant van de installatie bevindt, moet u de statische druk van de installatie toevoegen bij het aflezen. De maximum druk van het systeem bedraagt 10 bar.

⚠️ Vergeet na de inbedrijfstelling van de installatie niet alle handmatige dan wel automatische aftapventielen te sluiten.

Wanneer de installatie schoon en leeg is en de druk juist is, moet u het debiet van de installatie regelen. Stel hiervoor het debiet van de pomp in op de laagst mogelijke snelheid (om het elektrische verbruik te minimaliseren) en regel de stroom met behulp van een debietmeter.

De volgende lijsten bevatten de voornaamste onderhoudswerkzaamheden van een installatie.

  1. Controle van het juiste functioneren van de installatie Kijk deze lijst na bij de eerste inbedrijfstelling.

Controleer de verbindingen en hydraulische aansluitingen van de zonne-energiecollectoren op de installatie.
○ Controleer het ondersteuningssysteem van de zonne-energiecollectoren.
○ Controleer het hydraulische circuit op lekken.
Controleer dat de warmtedragende vloeistof bestaat uit een mengsel van water en een anti-vriesvloeistof.
Controleer de installatie op de beveiligingen: expansievat en veiligheidsklep.
Controleer de aansluiting en werking van het regelsysteem van de installatie.

2. Controle van de algemene staat van de installatie

De volgende controles omvatten alle nodige handelingen om de installatie binnen de aanvaardbare werkings-, rendements-, beschermings- en duurzaamheidslimieten te houden. Deze handelingen moeten worden uitgevoerd door bevoegd technisch personeel met ervaring op het gebied van thermische zonnetechnologie en mechanische installaties in het algemeen. Het onderhoudsboek van de installatie moet steeds up-to-date worden gehouden. Voor het onderhoud van installaties met een collectoroppervlakte van meer dan 20 m ^2 is minstens één inspectie om de zes maanden vereist. Voor installaties met een oppervlakte van minder dan 20 m ^22 moet deze inspectie minstens jaarlijks worden uitgevoerd.

Staat van de collectoren

Aanwezigheid van condensatie en vuil
Aanwezigheid van barsten, vervormingen
Aanwezigheid van corrosie
Verschijning van lekken
Controle van de bevestiging van de temperatuursonde

Staat van de ondersteuningsstructuur van de collectoren en de bevestigingen en verankeringen ervan

Aftakeling, tekenen van corrosie en aanspanning van
Staat van de bevestigingen van de collector
Staat van het dak rond de zonne-installatie
Controle van de vegetatie rond de collector
Controle van de lasten van het systeem indien nodig

Hydraulisch circuit

Aanwezigheid van lucht in het systeem
Controle of het aftapventiel goed werkt en schoon is
Controle van de aftakeling van de isolatie
Voer een druktest uit
Aanwezigheid van lekken
Afdichting van de pomp
Werking van de pomp tijdens bedrijf
Controle van het debiet van het systeem
Controleer de dichtheid van de koelvloeistof met een refractometer
Controleer de pH-waarde van de koelvloeistof. pH>7,5

Controle van de werkdruk

Controle van de druk van het systeem
Controle van de druk van het expansievat

Veiligheidssysteem

Handelingen (openen en sluiten) om te voorkomen dat de onderbrekingsklep stroef wordt.
Aanwezigheid van glycol in de opvangbak
Controleer dat de veiligheidsklep werkt

Regelsysteem

Controle op afstuit en opstart differential van de pomp
Check uitlees signal van de temperatuunsensoren van het systeem

NOTES

NOTES

NOTE

NOTAS

NOTAS

UWAGI

NOTES

NOTITIES

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Baxi

Model : 250 ECO

Categorie : Zonnepaneel