S1478 - Naaimachine PFAFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis S1478 PFAFF in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over S1478 PFAFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding S1478 - PFAFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. S1478 van het merk PFAFF.
GEBRUIKSAANWIJZING S1478 PFAFF
Brusselslaat 7, 2321 Meer, FR
00800-74643700, E-mail: pfaff-service-fr@teknihall.com
IAN 290240
Deze huishoudnaaimachine voldoet aan de eisen van IEC/EN 60335-2-28 en UL1594.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Wonneer u een elektrisch apparaat gebrukt, moet u altijd de elementaire verilgheidsvoorschriften in acht nemen, inclusief het volgende:
Lees alle instructies door voordat u deze huishoudnaaimachine in gebruik neemt. Bewaar de instruct op een geschikte plaats, zich bij de naaimachine. Lever de instructies bij de naaimachine als deze eigenaar verwisselt.
GEVAAR - U BEPERKT ALS VOLGT HET RISICO VAN EEN ELEKTRISCHE SCHOK:
- Naaimachines mogen nooit onbewaatkt blijven wanner de stekker in het stopcontact zit. Haal de stekker van deze naaimachine altijd meteen uit het stopcontact na het gebruik en voordat u de machine gaat reinigen, afdekpanelen ervan verwijdert, voordat u de machine smeert of wanner andere onderhoudswerkzaamheden uitvoert die in de gebruiksaanwijzing staan.
WAARSCHUWING - U BEPERKT ALS VOLGT HET RISICO VAN BRANDWONDEN, BRAND, EEN ELEKTRISCHE SCHOK OF LICHAMELIJK LETSEL:
- Laat kinderen nicht speelen met de naaimachine. Let goed op wonneer deze naaimachine worden gebruikt door of in de buurt van kinderen.
- Gebruik deze naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoorde naaimachine bedoeld is en zoals die worden beschreven in deze handleiding. Gebruik alleen hulpstukken die door de producent zich aanbevolen, zoals in deze handleiding worden beschreiben.
- Gebruik deze naaimachine nooit wonneer het netsnoer of de stekker beschadigd is, als de naaimachine Niet goed werkkt, als de naaimachine geallen of beschadigd is of in het water hee gelegen. Breng de naaimachine in dat geval maar de dichtstbijzijnde bevoegde dealer of een onderhoudscentrum voor onderzoek, reparatie en elektrische of mechanische bijstelling.
- Gebruik de naaimachine nooit wonneer de ventilatieopeningen geblokkeerd zich. Houd de ventilatieopeningen van de naaimachine en het voetpedaal vrij van opgehoopt stof, pluisjes en loshangende lappen stof.
- Houd uw vingersuit de buurt van alle bewegende delen. Wees vooral voorzichtig in de buurt v naaimachinenaald.
- Gebruik alkijd de juiste streekplaat. Wanner u de verkeerde streekplaat gebruikt, kan de naald breken.
- Gebruik geen gebogen naalden.
- Trek of duw tijdens het naaien Niet aan de stof. Hierdoor kunt u namelijk de naald buigen, wa deze kan breken.
- Draag een veiligheidsbril.
- Schakel de naaimachine uit ("0") wonneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald, zoals een draad door de naald halen, een andere naaldplaatsen, de spoelplaatsen, een andere naaivoetplaatsen en dergelijk.
- Laat geen voorwerpen in een opening vallen en steek geen voorwerpen in openings in de naaimachine.
-
Gebruik de naaimachine nicht buiten.
-
Gebruk de naaimachine nicht in een omgeving waar spuitbussen worden gebruikt of waar zuurs worden toegediend.
Voordat u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u eerst alle knappen op de uit-stand zetter - Trek de stekker Niet aan het netsnoer uit het stopcontact. Pak de stekker vast, niet het snoer.
- Het voetpedaal worden gebruikt om de naaimachine te bedieren. Plaats geen andere voorwerpen het voetpedaal.
- Gebruik de machine nicht als hij nat is.
- Als het LED-lampje beschadigd of kapot is,要去 het worden verrangen door de fabrikant of di service-agent of een persoon metdezelfde kwalificaties,om gevaar te voorkomen.
- Als het snoer van het voetpedaal is beschadigd,要去 het worden verrangen door de fabrikant diens service-agent of een persoon metdezelfde kwalificaties om gevaar te voorkomen.
- Deze naaimachine heeft dubbele isolatie. Gebruik alleen originele reserveonderdelen. Raadpleeg de instructies voor het repareren van dubbel geisoleerde apparaten.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
ALLEEN VOOR EUROPA:
Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8aar en door personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale capacititeien of met een gebrek aan ervaring en kennis als ze super of instructies hebben gekregen om het apparaat op een veilige manier te kunnen gebruiken en al begrijpen welke gesaren eraan verbonden zichn. Kinderen mogen nicht met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen nicht zonder supervisie door kinderen worden uitgevoerd.
Bijnormale gebruiksomstandigheden is het geluidsniveau minder dan 78 db.
De machine mag alleen worden gebruikt met een voetpedaal van het type 4C-316B (110-125V), 326G (230V), 4C-336G (240V) dat is vervaardigd door Wakaho Electric Ind. Co. Ltd. (Vietnam).
VOOR BUITEN EUROPA:
Deze naaimachine is nicht bedoeld om te worden gebrukt door Personen (inclusief kinderen) met verminderde fysieke, sensorische of mentale capacititeen, of met een gebrek aan ervaring en kenni ze geen supervisie of instructie voor het gebruik van de naaimachine hebben gekregen van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veriligheid. Kinderen要去en in de gaten worden gehoud om te zorgen dat ze Niet met de naaimachine spelen.
Bijnormale gebruiksomstandigheden is het geluidsniveau minder dan 78 db.
De machine mag alleen worden gebruikt met een voetpedaal van het type 4C-316B (110-125V), 326G (230V), 4C-336G (240V) dat is vervaardigd door Wakaho Electric Ind. Co. Ltd. (Vietnam).
SERVICE UITVOEREN AAN DUBBEL GEISOLEERDE APPARATEN
In een dubbel geïsoleerd product zitten twee isolatiesystemen inplaats van aarding. Dubbel geïsoleerde apparaten hebben geen aardingsvoorziening en die mag ook Niet aan het apparaat worden toegevoegt. Het repareren van een dubbel geïsoleerd product vereist de hoogste nauwkeurigheid en een grondige kennis van het systeme en mag alleen worden uitgevoerd door deskundige technici. De reserveonderdelen voor dubbel geïsoleerde producten要去en identiek zich aan de onderdelen in het product. Een dubbel geïsoleerd product is gemarkeerd met de woorden 'DUBBELE ISOLATIE' OF 'DUBBEL GEÖILEERD'.
Gefeliciteerd met de aankoop van deze naaimachine. We weten zeker dat u zeer tevreden zult zich met d product. Om ervoor te zorgen dat u het product veilig en op de juiste manier gebruikt, vragen we u om volgende instructies in ache te nemen. Lees deze instructies voordat u de naaimachine gaat gebruiken en v de veiligheidsinstructies en informatie op. Bewaar deze instructies om ze wanner dat nodig is te konnen raadplegen en geef ze door aan andere gebruikers.
Bedoeld gebruik
Deze naaimachine is geschikt voor veel verschillende stoffen, van batist tot denim. In deze instructies worden beschreiben hoe u de naaimachine optimaal kunt gebruiken en onderhouden. Dit product is nicht becoeld voor industrieel gebruik.
INHOUDSOPGAVE
OVER UW OVERLOCKMACHINE. 1
Onderdelen van de overlockmachine. 1
Voorkant en zijkant van de overlockmachine 1
Binnenkant van de machine. 2
Accessoires 2
De naaivoet en de stroombron aansluten. 3
De uitschuifbare garenstandaard opzetten 3
De voorkant van de overlockmachine openen en sluiten.
De aanschuiftafel verwijderen en verrangen. 4
Persvoelichter. 4
De naalden verwisselen. 5
Naaivoet verwisselen. 5
Het bovenmes uitschakelen. 6
Het bovenmes weeinschakelen 6
De 2-draads overlockconverter bevestigen
De 2-draads overlockconverter verwijderen.6
VOORBEREIDINGEN 7
Algemene informatatie over inrijgen. 7
Welke naald en draad te gebruiken bij verzillende stoffen....7
De bovensrijper inrijgen (rood) 8
De ondergrijper inrijgen (geel) 9
De linkernaald inrijgen (Blauw). 10
De rechtenaald inrijgen (groen). 10
Draadspanningsinstellungen 11
Differentieel transport afstellen 12
De naivoetdruk aanpassen 13
Steekbreedteinstellingen 13
Stecklengte-installingen 14
Instelling hendel instelhaakje. 14
NAAIEN 15
Stekenoverzicht 15
4-draads overlock 15
3-draads overlock, breed (en small) 16
3-draads smalle rand 16
3-draads flatlock, breed (en smal) 16
3-draads rolzoom 17
2-draads overlock, breed (en small) 17
2-draads gerolde overlock, breed (en smal) 17
2-draads rolzoom 18
Draad verwisselen. 18
Begin te naaien 19
Speldenplaatsen 19
De draadketting vastmaken 19
Overlocksteek met koord. 20
Rimpelen met het differentieel transport 20
Rolzomen naien 21
2-draads rolzoom (A). 21
3-draads rolzoom (B) / smalle rand (C) 21
atlocksteek 22
Standaard flatlock, breed (B) 22
Decoratieve flatlock, breed (C) 22
Laddersteek (D) 22
AMACHINE-ONDERHOUD 23
Reinigen 23
Olien 23
Het ondermes verrangen 23
Het bovenmes verrangen. 24
Opslag. 24
Controles 24
Opsporen van fouten 24
Technische specificaties. 26
OVER UW OVERLOCKMACHINE
Onderdelen van de overlockmachine
Voorkant en zijkant van de overlockmachine
- Uitschuifbare garenstandaard - zorgt ervoor dat de draad soepel doorlooptijdens het naaien (pagina 3)
- Spoelstandaard en garenpen - hier worden de garenklossen op geplaatst
- Garenkloshouder - zorgt ervoor dat de garenklos stabel op de garenkloshouder staat
- Knop van het differentieel transport - draai hieraant om het differentieel transport af te stellen (pagina 12)
- Steeklengteknop - draai hieraan om de steeklengte aan te passen (pagina 14)
- Aan/uit-schakelaar voor het bovenmes - gebruik de schakelaar om het bovenmes in/uit te schakelen (pagina 6)
- Aanschuiftafel — biedt een vlak naai-oppervlak en geeft toegang tot de vrije arm (pagina 4)
- Steekplaat - zorgt voor een vlak gebied rond de naaivoet om te naaien
- Naaivoet - houdt de stof gegen de tanden van de transporteur gedrukt, die de stof onder de naaivoet trekken verwijl u naait
- Persvoetlichter - brengt de naaivoet omhoog en omlaag (pagina 4)
- Draadspanningsknuppen - hiermee kunt u de juiste spanning selecteren voor uw steek, garen, stof en techniek (pagina 11)
- Draadspanningsknop linkernaald (blauw)
- Draadspanningsknop rechternaald (groen)
- Draadspanningsknop bovengrijper (rood)
- Draadspanningsknop ondergrijper (geel)
- Draadgeleiders - bovenste, onderste en naalddraadgeleiders zorgen ervoor dat de draad goed doorloopt tijdens het naaien
- Naalden
- Voorkant - beschermt de binnenste inrijgroutes (pagina 4)
- Afstelknop voor de naaivoetdruk - hiermee stelt u de juiste druk op de naaivoet in voor uw stof (pagina 13)
- Hendel instelhaakje - schakel het instelhaakje in/uit; h instelhaakje worden gebruikt om de stofrand te stabiliseren tijdens het vormen van de steken (pagina 14)
- Snijbreedtehendel - breng de hendel omhoog of omlaag om de snij-/steekbreedte aan te passen (pagina 13)
- Handwiel - regelt de beweging van de naald en de grijpers (draai het altijd maar u toe)
- Hoofdschakelaar - schakelt de machine en de LED-verlichting in
- Hoofdcontact— wordt gebruikt om het netsnoer/ voetpedaal aan te sluiten (pagina 3)


Binnenkant van de machine
- Ondermes - als het bovenmes is ingeschakeld, worden de stofrand afgesneden terwijl u naait
- Bovenmes - snijdt de stofrand af terwijl u naait
- Instelhaakje — worden gebruikt om de stof te stabiliseren tijdens het vormen van de steek
- Bovengrijper
- Ondergrijper
- Draadinsteker ondergrijper - helpt bij het inrijgen van de ondergrijper
- Draadgeleiders bovengrijper - zorgen ervoor dat de draad soepel doorloopt tijdens het naaien
- Draadgeleiders ondergriper - zorgen ervoor dat de draad soepel doorloopt tijdens het naaien

Accessoires
- Naaldpak met twee naalden,
maat #14/90 (SINGER® Overlocknaalden #2022) - Schroevendragier
- Pincet
- Inbussleutel voor het verrangen van naalden
- 2-draads overlockconverter
- Voeltpedaal

De naaivoet en de stroombron aansluten
Bij de accessoires vindt u ook de voedingskabel en het voetpedaal.
Let op: Raadpleeg een erkende elektricien als u zich zeker weet hoe u de overlockmachine op de stroomvoorziening moet aansluten. Haal de stekker uit het stopcontact wanner de machine nicht worden gelebruikt.
Voor deze overlockmachine moet voetpedaal model 4C-316B (110-125V), 4C-326G (230V), 4C-336G (240V) van het merk Wakaho Electric Ind. Co. Ltd. (Vietnam) worden gezruikt.
Controleer voordat u de stekker van de machine in het stopcontact steekt of de spanning gelijk is aan de spanning die op hetplaatje op de onderkant van de machine staat aangegeven. De specificaties kuren van land tot land verschillen.
- Sluit het snoer van het voetpedaal/elektriciteitssnoer (A) aan op de machine (B).
- Steek de stekker in het stopcontact.
- Zet de schakelaar op "I" om de machine aan te zieten (C).
- Duw het voetpedaal in om te beginnen met naaien. Gebruik het voetpedaal om de naaisnelheid aan te passen. Hoe harder u het indrukt, hoe sneller de machine naait. Om te stoppen met naaien, haalt u uw voet van het pedaal.
- Zet de schakelaar op "O" om de machine uit te zetten.

Let op: Wonneer de voorkant van de machine openstaat, is de veiligheidsschakelaar ingeschakeld zodat de machine niet kan naoien, zichs Niet als het voetpdaal worden ingedrukt.
Let op: Uw overlockmachine is erop gebouwd om de Beste resultaten te leveren bij normale kamertemperatuur. Extreem warme en koud temperaturen konnen de naairesultaten nadelig beinvloeden.
De uitschuifbare garenstandaard opzetten
Trek de uitschuifbare garenstandaard UIT tot de volledige hoogte en draai er dan aan totdat de standardvastklikt.
Schuif de (taps toelopende) garenklosjes op de garenklosholders op de garenpen.
Als de machine al is ingeregen, trek de draden danrecht zodat ze Niet in de war raken.

De voorkant van de overlockmachine openen en sluiten
De voorkant openen
Duw de voorkant eerst zo ver möglichk waar rechts en trek hem dan omlaag maar u toe.
De voorkant sluiten
Trek de Voorkant eerst omhoog en schuif hem dan maar links totdat hij vastklikt.
Let op: De voorkant heeft een veiligheidsschakelaar; de machine naait Niet als de voorkant open staat.
De aanschuiftafel verwijderen en verrangen

Naaien met de vrije arm
Schuif voor naaien met de vrije arm de aanschuiftafel van de overlockmachine af. Met de vrije arm is het makkelijk omkleine werkstukken en moeilijk bereikbare gedeelten zoals armsgaten te naaien en zomen van broekspijpen af te werken.
De aanschuiftafel verwijderen
Steek een vinger in de gleuf aan de linkerkant van de aanschuiftafel. Schuif de aanschuiftafel maar links en verwijder hem van de overlockmachine.
De aanschuiftafel verrangen
Breng de uitstekende gedeelten op de aanschuiftafel geleik met de groeven op de vrije arm en schuif de tafel maar rechts totdat hij vastklikt.

Persvoetlichter
Breng de naaivoet omhoog met de persvoetlichter (A) aan de achterkant van de machine.

De naalden verwisselen

Zet de hoofdschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact.
- Draai het handwiel maar u toe totdat de naalden in de hoogste positie staan.
- Draai de naaldklemschroef links (B) en/of rechts (A) los met de inbussleutel verwijl u de naalden vasthoudt. Verwijder des schroeven Niet.
- Verwijder de rechter of linkernaald, afhankelijk van het steektype dat u wilt naaien.
- Houd de neue naald(en) met het platte gedeelte maar de某种程度.
- Breng de naald(en) zo ver mogelijk aan in de linker- en/of rechternaaldklem.
- Draai de linker (B) en/of rechter (A) naaldklemschroef goed vast.
Let op: Als u beiden naalden gebruikt, worden de linkernaald iets hoger geplaatst dan de rechtenaald (ze要去en Niet op gelijke hoogte zitten, Zoals een tweelingnaald).

Naaivoet verwisselen

Zet de hoofdschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact.
- Breng de naaivoet omhoog.
- Draai het handwiel maar u toe totdat de naalden in de hoogste positie staan.
- Druk op de zwarte knop op de achechterkant van de persvoetstang (A); de naaivoet komt los.
- Zet de neue voet met de pen (B) recht onder de groef van de houder en breng de naivoet omaag. Druk op de zwarte knop op deijkenkant van de persvoetstang (A); de naivoet klikt vast.
Let op: Optionele naaivoeten worden nicht bij de overlockmachine geleverd.

Hef bovenmes uitschakelen
- Draai het handwiel maar u toe totdat het boyenmes in de laagste positie staat.
- Schakel het bovenmesuit door de schakelaar van het bovenmes op de positie Niet snijden (A) te zetten.
Het bovenmes weein schakelen
- Schakel het bovenmes in door de schakelaar van het bovenmes op de positie snijden (B) te zieten.
Let op: Laat het bovenmes altijd in de snijpositie staan tijdens het naaien; deze machine moet alle overtollige stof afsnijden om de steek over de stofrand te kunnen vormen. Een uitzondering hierop is het naaien van decoratieve flatlocknaden. In dat geval moet het bovenmes worden uitgeschakeld.
De 2-draads overlockconverter bevestigen
2-draads overlocksteken worden genaaid met een bovendraad en de ondergrijperdraad. Voor het naaien moet de tweedraadsconverter aan de bovengrijper worden bevestigd, zodat de machine met slechts twee draden naait.
- Open de Voorkant van de overlockmachine.
- Breng de bovengrijper maar de laagste positie door het handwiel maar u toe te draaien.
- Breng de punt van de converter (A) aan in het gat van de bovengrijper (B).
- Duw de converter (C) omlaag in de gleuf van de bovengrijper.
De 2-draads overlockconverter verwijdersen
Verwijder de converter door hem maar u toe te kantelen (D).


VOORBEREIDINGEN
Algemene informatatie over inrijgen
Er staat een kleurcodeschema in de voorklep ter referentie (zie de afbeelding rechts). Begin alkijd met het inrijgen van de grijpers en daarna de naalden van links maar rechts (volg de hieronder aangegeven volgorde).
- Bovengrijper - Rood
- Ondergrijper - Geel
- Linkernaald - Blauw
- Rechternaald - Groen
Let op: Breng de naivaot.altijd omhoog voordat u de machine inrijgt.
Belangrijk:
Als de draden breken tijdens het naaien, rijg dan alle draadroutes opnieuw in in de hieronder aangegeven volgorde.
- Verwijder de draad uit de naald(en)
- Verwijder de draad uit de boven- en ondergrijper
- Rijde bovengrijper in
- Rijg de ondergriper in
- Rijde naald(en) in van links maar rechts

Zie de onderstaande tabel voor aanbevelingen over welke naalden en garen te gebruiken voor verzillende stofdikten.
Welke naald en draad te gebruiken bij verschillende stoffen
| Dunne stof (voile crêpe, georgette, enz.) | Normale stof (katoen, zware katoen, wol, satijn, enz. | Dikke stof (denim, jersey, tweed, enz.) |
| ### | ### | ### |
| Naalden naalden maar #12/80, geschikt voor overlockmachines (SINGER® Overlocknaalden #2022) | Naalden naalden�aat #14/90, geschikt voor overlockmachines (SINGER® Overlocknaalden #2022) | Naalden naalden�aat #14/90, geschikt voor overlockmachines (SINGER® Overlocknaalden #2022) |
| Garen Garen dat geschikt is voor overlockmachines | ||
De bovengrijper inrijgen (rood)
Volg bij het inrigen van de bovengrijper de draadroute die is gemarkeerd met een rode stip.
- Open de voorkant van de overlockmachine. Breng de naald in de hoogste positie door het handwiel maar u toe te draaien. Breng de naaivoet omhoog. Breng de draad van achteren maar voren door de draadgeleider op de garenstandaard (1). Gebruik het pincet om het inrijgen te vergemakkelijken.
- Trek de draad van rechts waar links onder de bovenste draadgeleider (2).
- Houd de draad met beiden handen vast en leid de draad tussen de spanningssschijven en trek de draad omlaag om er zeker van teijken dat hij goed tussen de spanningssschijven zich (3).

Rijg het grijpergedeelte van de machine in door de draadgeleiders met rode kleurcodering te volgen (4-6). Gebruik het pincet om het inrijgen te vergemakkelijken.
- Breng de draad met behulp van het pincet acheter de onder grijper en rijg de draad van voor maar achefter in het gat in bovensgrijper (7).
- Trek ongeveer 10 cm draad door de grijper en breng de draad maar de achterkant van de steeplaat.

De ondergrijper inrijgen (geel)
Volg bij het inrijgen van de ondergrijper de draadroute die is gemarkeerd met een gele stip.
- Breng de draad van achteren maar voren door de draadgeleider op de garenstandaard (1). Gebruik het pincet om het inrijgen te vergemakkelijken.
Trek de draad van rechts waar links onder de bovendraadgeleider op de achterkant van de bovenklep (2). - Houd de draad met bye handen vast en leid de draad tu de spanningssschijven en trek de draad omlaag om er zeker van te zichn dat hij goed tussen de spanningssschijven zit (3).
- Draai het handwiel maar u toe totdat de ondergrijper helemaal rechts is.

Rijg het grijpergedeelte van de machine in door de draadgeleiders met gele kleurcodering te volgen (4-7). Gebruik het pincet om het inrijgen te vergemakkelijken.
Leid de draad na draadgeleider 7 van voor maarchter doog het gat in de ondergrijper (8).
- Trek ongeveer 10 cm draad door de grijper en breng de draad over de bovengrijper en waar de achechterkant van de steekplaat.
- Houd het draaduiteinde vast met uw linkerhand. Breng de draad met behulp van het pincet awhile de haakjes van de draadinsteker van de ondergrijper (9).
- Trek de hendel op de draadinsteker van de ondergrijper (10) voorzichtig zo ver möglichk omhoog. Laat de hendel los en de ondergrijper worden helemaal ingeregen (11).
Let op: Wonneer beiden grippers zich ingeregen,要去en de draden lopen zoals rechts is afgebeeld (12).



De linkernaald inrijgen (Blauw)
Volg bij het inrijgen van de linkernaald de droadroute die is gemarkeerd met een blauwe stip.
- Breng de draad van zicheren maar voren door de draadgeleider op de garenstandaard (1). Gebruik het pincet om het inrijgen te vergemakkelijnen.
Trek de draad van rechts waar links onder de bovendraadgeleider op de achterkant van de bovenklep (2). - Houd de draad met beiden handen vast en leid de draad tu de spanningssschijven en trek de draad omlaag om er zeker van teল dat hij goed tussen de spanningssschijven zit (3). Leid de draad omlaag en onder de draadgeleider 4, ga verder omhoog en rond draadpunt 5.
Leid de draad omaag en leg de draad ache ter de draadgeleider boven de naald(en) (6).
Rijg de draad door het oog van de linkernaald [7]. Gebruik het pincet om de draad makkelijker door het oog van de naald te krijgen. - Trek ongeveer 10 cm draad door het oog van de naald en LAST dat vrij hangen.
- Breng de draad maar de achterkant, onder de naivoet.

De rechtencaald inrijgen (groen)
Volg bij het inrijgen van de rechtenaald de draadroute die is gemarkeerd met een groene stip.
- Breng de draad van achteren maar voren door de draadgeleider op de garenstandaard (1). Gebruik het pincet om het inrijgen te vergemakkelijnen.
Trek de draad van rechts waar links onder de bovendraadgeleider op de achterkant van de bovenklep (2). - Houd de draad met beiden handen vast en leid de draad tussen de spanningssschijven en trek de draad omlaag om er zeker van te zichn dat hij goed tussen de spanningssschijven zit (3). Leid de draad omlaag en onder de draadgeleider 4, ga verder omhoog en rond draadpunt 5.
Leid de draad omlaag en leg de draad ache ter de draadgeleider boven de naald(en) (6). - Rijg de draad door het oog van de rechtsnaald (7). Gebruik het pincet om de draad makkelijker door het oog van de naald te krijgen.
- Trek ongeveer 10 cm draad door het oog van de naald en LAST dat vrij hangen.
- Breng de draad maar de achterkant, onder de naivoet.

Draadspanningsinstellungen
Stel de draadspanning af op het type stof en het garen dat u gebruikt. Hoe hoger het cijfer op de draadspanningssschijven, hoe strakker de draadspanning. Zie Stekenoverzicht, pagina 15 voor de aanbevolen draadspanning voor iedere steek.
Blad met uitleg van de kleuren

Goede kant van de stof

Rechterbovendraad Bovengrijperdra

Verkeerde kant van de stof

Linkerbovendraad Ondergrijperdraad
Juiste draadspanning
De onder- en bovengrijperdraad要去en goed uitgebalanceerd..., ... Zijn met bezelfde spanning (de grijperdraden要去en elkaar kruisen op de rand van de stof). De bovendraden mogen niellos of te strak..., Maar要去en gelijkmatig gespannen...,

De bovengrijperdraad is te los (A)
De bovensrijperdraad is nicht gebalanceerd als deze maar de verkeerde kant van de stof worden getrokken. Verhoog de draadspanning van de bovensrijper of verlaag de draadspanning van de ondergrijper.


De bovengrijperdraad is te strak (B)
De bovensgrijperdraad is nicht gebalanceerd als deze trekt op de bovenkant van de stof. Verlaag de draadspanning van de bovensgrijper of verhoog de draadspanning van de ondergrijper.
De ondergrijperdraad is te los (C)
De ondergrijperdraad is Niet gebalanceerd als deze maar de goede kant van de stof worden getrokken. Verhoog de draadspanning van de ondergrijper of verlaag de draadspanning van de bovengrijper.


De ondergrijperdraad is te strak (D)
De ondergrijperdraad is Niet gebalanceerd als deze trekt op de verkeerde kant van de stof. Verlaag de draadspanning van de ondergrijper of verhoog de draadspanning van de bovengrijper.
De linkerbovendraad is te los (E)
Als de linkerbovendraad te los is, verhoog dan de draadspanning van de linkernaald of verlaag de spanning van de beiden grijperdraden.


De linkerbovendraad is te strak (F)
Als de linkerbovendraad te strak is, verlaag dan dedraadspanning van de linkernaald.
De rechterbovendraad is te los (G)
Als de rechterbovendraad te los is, verhoog dan de draadspanning van de rechtenaald.
De rechterbovendraad is te strak (H)
Als de rechterbovendraad te strak is, verlaag dan de draadspanning van de rechternaald.


Differentieel transport afstellen
Het differentieel-transportsysteme bestaatuit twee reeksen tandjes achter elkaar (A). De reeksen transporttanden werken onaehankelijk van elkaar en geven goede resultaten bij het naaien op speciale stoffen. Wanneer de hoeveelheid transport van de voorste transporttanden wordt veranderd ten opzichte van het transport van de achterste transporttanden, wordt de stof "uitgerekt" of "gerimpeld".
Gebruik het differentieel transport om te voorkomen dat gebreide stoffen recken of verrommen en dat dunne stoffen gaan rimpelen. Zet voor overlocken op normale stof het differentieel transport op 1.0 (B).
Bij het afwerken van elastische stoffen, zoals gebreide stoffen en jersey, stelt u het differentieel transport in op een nummer:tussen 1.0 en 2.0.De instelling hangt af van de genaarde stof. Naai eerst een proeflapje met verschillende instelleningen voordat u uw project gaat naieren.
Bij het afwerken van dunne geweven of los gebreide stoffen zoo bijde en zijdeachtige breisels, stelt u het differentieel transport in op een nummer tussen 0.7 en 1.0. Brengijdens het naaien de stof Lichtjes op spanning door de zoom voor en acheer de naaivoetlicht vast te houden. De instellenen hangen af van de genaaide stof en de gewenste hoeveelheid rek. Naai waaromeerst een proeflapje met verschillende instellenen voordat u uw project gaat naaien.




| Stof Differennteel transport | Aanpassing | Resultaat | |
| Elastische stof (gebreide stof, jersey) | 1,0-2,0 | ||
| Niet-elastische stof (katoen, denim) | 1,0 | ||
| Dunne stof (Zijde, zichdechtige breisels) | 0,7-1,0 |
De naivoetduk aanpassen
De naivoetdruk is vooraf ingesteld voor aaaien op stof met een normale ditke. Bij het aaaien op stoffen met een andere ditke, moet de druk mogelijk worden aangepast. Over het algemeen moet de naivoetdruk worden verlaagd als u dunne stof naait en verhoogd als u ditke stof naait. Maak altijd eerst een proeflapje van uw stof voordat u op uw project gaat aaaien.
Verlaag of verhoog de druk inkleine stappen door aan de afstelknop voor de naivoetdruk te draaien.
Minder druk: Verlaag de druk door de afstelknop waar links te draaien, maar de "-" toe.
Meer druk: Verlaag de druk door de afstelknop waar rechts te draaien, maar de "+" toe.
Terug waar de standardinstelling: Draai aan de afstelknop totdat de afstand vanaf de voorkant tot de "kop" van de schroef 10 mm is.

Steekbreedte-installingen
De steebreedte kan worden vergroot of verkleind door de naaldpositie te veranderen of met de snijbreedtehendel.
Breedte-instelling door de naaldpositie te veranderen
A) Wanner alleen de linkernaald of beide naelden worden gebrukt, is de steekbreedte ongeveer 6 mm.
B) Wanneer alleen de rechtenaald worden gebruikt, is de steekbreedte ongeveer 3 mm.


Breedte-afstelling met de snijbreedthendel
Door de snijbreedte nauwkeurig af te stellen met de snijbreedtehendel, zich verdere afstellingen möglichk binnen het onderstaande bereik:
Wanner alleen de linkernaald worden gebruikt: 5 - 7mm
Wanner alleen de rechternaald worden gebruikt: 3 - 5mm
Breng de hendel omhoog en omlaag om de steekbreedte aan passen, "7" is de breedste en "1" de smalste instelling.

Steeklengthingen
De steeklengteknop moet in de meeste naai-omstandigheden op "3" staan. Pas de steeklengte aan tot 4 mm wanner u ditke stoffen naait. Pas de steeklengte aan op 2 mm wanner u dunne stoffen naait.

Instelling hendel instelhaakje
De hendel van het instelhaakje moet op "N" (Normaal) worden gezet voor al het standard-overlockwerk. Voor het naaien van rolzomen moet u het haakje intrekken door de hendel op "R" (Rolzoom) te zetten. Duw de hendel zo ver möglichk maar allerichtingen als u het instelhaakje verplaatst.


NAAIEN
Op uw overlockmachine worden verschillende steken verkreten door verschillende naaldposities, inrijgmethoden, spanningsinstellenen en het gebruik van de 2-draads overlockconverter te combineren.
Zie Voorbereidingen, pagina 7, voor referenties voor het instellen van uw machine.
Stekenoverzicht
De instellen in de onderstaande tabel zich onze aanbevelingen, gebaseerd op normale omstandigheden. Het kan nodig zich en de draadspanning aan te passen afhankelijk van de steek, het type stof en het garen dat u gebruikt. Maak voor het Beste resultaat spanningsaanpassingen inkleine stappen van Nieteer dan een half nummer tegelijk. Maak altijd eerst een proeflapje van uw stof voordat u op uw project goats naaien.
In de onderstaande tabel worden verschillende ditken en stoftypes uitgelegd. De draden worden weergegeven in verschillende grijstinten zodat u beter begrijpt hoe de steken worden gezvormd.
Blad met uitleg van de pictogrammen
| Geweven dun Chiffon, voile, organza, batist, zijde, enz. | Naaldpositie | 2-draads overlockconverter |
| Geweven normala Katoen, zware katoen, wol, satijn, enz) | Differentieel transport | Rechterbovendraad |
| Geweven dik Denim, canvas, badstof, enz. | Steeklengte | Linkerbovendraad |
| Elastisch dun Charmeuse, nylon, tricot, enkelvoudig gebreide jerseys, enz. | Snijbreedte Bovengrijperdraad | |
| Elastisch normala Dubbel gebreide jerseys, velours, zwemkleding, enz. | N/R Positie van het instelhaakje | Ondergrijperdraad |
Elastisch dik Sweaterstof,fleece,etc.
4-draads overlock
Voor alle naden die elastisch moeten zijn of mee moetenrekken, zoals halslijnen,zijnaden,mouwen,enz.
| Steck/Stof | II | III | ---- | % | N/R | A | Draadspanning | ||||
| H | H | M | A | ||||||||
| Beide | 1.0 3 | 5~6 N | - | 3 | 3 | 4 | 4 | ||||
| Beide | 1.0 3 | 5~6 N | - | 4 4 4 | 4 | ||||||
| Beide | 1.0 3~ | 4 5~6 N | - | 4 4 4 | 4 | ||||||
| Beide | 1.0 3 | 5~6 N | - | 4 4 4 | 4 | ||||||
| Beide | 1.0 3 | 5~6 N | - | 4 4 4 | 4 | ||||||
| Beide | 1.0 3~ | 4 5~6 N | - | 4 4 4 | 4 | ||||||
3-draads overlock, breed (en smal)
Voor het naaien van twee lagen elastische stof of het afwerken van een enkele laag dunne tot normale stof. Gebruik dikkere draden in de gripers om decoratieve randen te make.
Let op: Gebruik de rechtenaald voor een smalle steek. De aanbevolen draadspanningsinstellenen staan tussen haakjes in het overzicht.
| Steck/Stof | N/R | Draadspanning | ||||||||||
| Links | 1.0 3 | 5~6 N | - | 4 | (-) | - | (4) | 4 | (5) | |||
| Links | 1.0 3 | 5~6 N | - | 4 | (-) | - | (4) | 4 | (5) | |||
| Links | 1.0 3 | ~4 5~6 | N | - | 4 | (-) | - | (4) | 4 | (5) | ||
| Links | 1.0 3 | 5~6 N | - | 4 | (-) | - | (4,5) | 4 | (5) | |||
| Links | 1.0 3 | 5~6 N | - | 4 | (-) | - | (4,5) | 4 | (5) | |||
| Links | 1.0 3 | ~4 5~6 | N | - | 4 | (-) | - | (4,5) | 4 | (5) | ||
3-draads smalle rand
Voor het naaien van twee lagen elastische stof of het afwerken van een enkele laag dunne stof. Veel gebruikt voor het makesen van decoratieve plooien. Gebruik decoratieve garens, zaals rayon dikte 40, in de grijpers en normal garen in de naald. Gebruik verzschillende kleuren in de grijpers voor een interessant efect.
Let op: Niet aanbevolen voorDICke stoffen.
| Stek/Stof N/R | II | III | ... | % | A | Draadspanning | |||||
| III | III | M | > | ||||||||
| Rechts | 1.0 | 1~1,5 | 5~6 R | - | - | 5~6 6 | 3 | ||||
| Rechts | 1.0 | 1~1,5 | 5~6 R | - | - | 5~6 6 | 3 | ||||
| Rechts | 1.0 | 1~1,5 | 5 | R | - | - | 5~6 6 | 3 | |||
3-draads flatlock, breed (en smal)
Om stoffen aan elkaar te naaien met een decoratief efect, met de flatlockzijde of de laddersteekzijde. Maak verschillende efecten door de grijpers in te rijgen met decoratief garen, Zoals rayon dikte 40.
Let op: Gebruik de rechtenaold voor een smalle steek. De aanbevolen draadspanningsinstellenen staanussen haakjes in het overzicht.
| Stek/Stof | N/R | Draadspanning | ||||||||||
| Links | 1.0 2~3 5 N | - | 0 | (-) | - | (0) | 5 | (5~7) 9 | ||||
| Links | 1.0 2~3 5 N | - | 0 | (-) | - | (0) | 5 | (5~7) 9 | ||||
| Links | 1.0 2~3 5 N | - | 0 | (-) | - | (0) | 5 | (5~7) 9 | ||||
| Links | 1.0 2~3 5 N | - | 0 | (-) | - | (0) | 5 | (5~7) 9 | (8~9) | |||
| Links | 1.0 2~3 5 N | - | 0 | (-) | - | (0) | 5 | (5~7) 9 | (8~9) | |||
| Links | 1.0 2~3 5 N | - | 0 | (-) | - | (0) | 5 | (5~7) 9 | (8~9) | |||
3-draads rolzoom
Voor het afwerken van dunne stoffen. Deze steek geeft een moie afwerking aan zijdeachtige sjaals, ruches en serveten. Voor een moie rolzoomr rijgt u de gripers in met dun decoratief garen, zoals rayon dikte 40, voor een moie cordonrand en de naald en ondergrijper met dun normala garen.
Let op: Niet aanbevolen voorDICke stoffen.
| Steck/Stof N/R | II | III | ... | % | ✓ | Draadspanning | |||||
| IV | VII | M | > | ||||||||
| Rechts | 1.0 | 1~1,5 | 5 | R | - | - | 5 | 4~6 7~9 | |||
| Rechts | 1.0 | 1~1,5 | 5 | R | - | - | 5 | 4~6 7~9 | |||
| Rechts | 1.0 | 1~1,5 | 5 | R | - | - | 5 | 4~6 7~9 | |||
2-draads overlock, breed (en smal)
Voor het afwerken van een enkele laag dunne tot normale stof (2-draads overlockconverter nodig). Let op: Gebruik de rechtenaold voor een smalle steek. De aanbevolen draadspanningsinstellenen staanussen haakjes in het overzicht.
| Stek/Stof N/R | Draadspanning | ||||||||||||||
| Links | 1.0 | 2~4 | 5~6 | N | Ja | 1~2 | (-) | - | (1~3) | - | (-) | 5~8 | (6~9) | ||
| Links | 1.0 | 2~4 | 5~6 | N | Ja | 1~2 | (-) | - | (1~3) | - | (-) | 5~8 | (6~9) | ||
| Links | 1.0 | 3~4 | 5~6 | N | Ja | 1~2 | (-) | - | (1~3) | - | (-) | 5~8 | (6~9) | ||
| Links | 1.0 | 2~4 | 5~6 | N | Ja | 1~2 | (-) | - | (1~3) | - | (-) | 5~8 | (6~9) | ||
| Links | 0.0 | 2~4 | 5~6 | N | Ja | 1~2 | (-) | - | (1~3) | - | (-) | 5~8 | (6~9) | ||
| Links | 1.0 | 2~4 | 5~6 | N | Ja | 1~2 | (-) | - | (1~3) | - | (-) | 5~8 | (6~9) | ||
2-draads gerolde overlock, breed (en smal)
Geeft een moogie afwerking op dunne stoffen (2-draads overlockconverter nodig). Let op: Gebruik de rechtenaald voor een smalle steek. De aanbevolen snijbreedte- en draadspanningsinstellenen staan tussen haakjes in het overzicht.
| Steek/Stof N/R | Draadspanning | |||||||||||||
| Links | 1.0 | 2~3 | 4~5 | (5~6) | N | Ja | 4~6 | (-) | - | (5~7) | - | (-) | ||
| Links | 1.0 | 2~3 | 4~5 | (5~6) | N | Ja | 4~6 | (-) | - | (5~7) | - | (-) | ||
| Links | 1.0 | 3~4 | 4~5 | (5~6) | N | Ja | 4~6 | (-) | - | (5~7) | - | (-) | ||
| Links | 1.0 | 2~4 | 4~5 | (5~6) | N | Ja | 4~6 | (-) | - | (5~7) | - | (-) | ||
| Links | 1.0 | 3~4 | 4~5 | (5~6) | N | Ja | 4~6 | (-) | - | (5~7) | - | (-) | ||
| Links | 1.0 | 3~4 | 4~5 | (5~6) | N | Ja | 4~6 | (-) | - | (5~7) | - | (-) | ||
2-draads rolzoom
Voor het afwerken van dunne stoffen. Deze steek geeft een smoie afwerking aan zijdeachtige sjaals, ruches en servieten. Rijg de grijper in met een decoratieve dunne draad, zoals rayon dikte 40, voor een smoie cordonrand (2-draads converter nodig). Let op: Niet aanbevolen voor dikke stoffen.
| Steck/Stof | II | III | …… | R | N/R | A | Draadspanning | ||||
| III | II | M | > | ||||||||
| XXX | Rechts | 1.0 | 1~1,5 | 5~6 R | Ja | - | 5 | - | 4~6 | ||
| XXX | Rechts | 1.0 | 1~1,5 | 5~6 R | Ja | - | 5 | - | 4~6 | ||
| XXX | Rechts | 1.0 | 1~1,5 | 5 | R | Ja | - | 5 | - | 4~6 | |
Draad verwisselen
Dit is een eenvoudige manier om draden te verwisselen:
- Knip de draad zich bij het klosje af, achefter de geleiders op de uitschuiftbare aarenstandgard.
- Verwijder het garenklosje enplaats het neue klosje op de garenpen.
-
Knoop het begin van de nieuwe draad aan het einde van de oude draad. Knip de uiteinden van de draden af op onceveer 2-3 cm en trek stevig aan beiden draden om te controeren of de knoop goed vastzit.
-
Breng de naaivoet omhoog.
- Kijk eerst goed hoe de draadspanningsknoppen zijn ingesteld en draai de spanningsknoppen dan op "0"
- Trek de draten een voor een door de machine totdat de knopen voor de naald zitten. Als de draden Niet makkelijk door de machine lopen, kijk dan of ze Niet in de war zitten o de draadgeleiders of op de grijpers onder de aarenstandgaard.
- Knip de draad door ache ter knoop en rijg de naold in.
- Zet de spanningsknoppen wee in de vorige stand.


Begin te naaien
- Wanner de machine helemaal is ingeregen, sluit u de Voorklep en brengt u alle draden over de stekplaat en ieits aan de linkerkant onder de naaivoet.
- Controller of het bovenste mes goed gegen het onderste mes komt door het handwiel langzaam maar u toe te draaien. Als het bovenste mes Niet goed beweegt, controller dan of er geen stof of draden vastzitten:tussen de messen.
- Houd de draden vast en iets gespannen.
- Draai het handwiel 2 of 3 hele draaien maar u toe om het begin van een draadketting te makeen. Controleer of alle draden om het instelhakje van de steeplaat worden gewonden. Als de draden Niet om het instelhakje worden gewonden, controeert u of de draden goed zich ingeregen.
- Blijf de draadketting vasthonden verwijl u het voetpedaal indrukt. Blijf naaien totdat de ketting 5-8 cm lang is.
- Leg stof onder de voorkant van de naaivoet en naai een proeflapje. Geleid de stof lichtjes met uw linkerhand tijdens het naaien. Trek Niet aan de stof, daardoor kan de naald verbuigen en breken.
- Wonneer u aan het einde van de stof bent, blijft u doornaaien verwijl u de afgewerkte stof voorzichtig achteruit enaar links trekt. Dit wordt het afhechten van de ketting genoemd. Zo wordt voorkomen dat de draden losraken en wordt de machine voorbereid om verder te naaien.
- Knip de draadketting 2-5 cm ache ter de naaivoet af.
Speldenplaatsen
Breng rechte spelden aan de linkerkant van de naaivoet aan. De spelden zichen dan gemakkelijk te verwijderen en zich inuit de buurt van de messen.
Waarschuwing: Als u over spelden heb een naait, worden de rand van de messen beschadigd.
De draadketting vastmaken
- Rijg de hetting in een handwerknaald met een groot oog.
- Steek de naald in het einde van de naad en trek de ketting in de naad om de draden vast te zetten.


Overlocksteek met koord
De overlocksteek met koord kan worden gebruikt om steken te verstevigen bij het aan elkaar naaien van elastische stoffen zoals breisels. Het meenaaien van een koord zorgt ervoor dat breisels nichtrekken en stabiliseert de naden.

- Haal het koord door het gat aan de voorkant van de voet.
- Leg het koord onder de naaivoet waar de achechterkant van de machine en naai de naad in het kledingstuk.
- Het koord wordt in de steek bevestigd verwil de naad wordt genaaid.
Rimpelen met het differentieel transport
Het differentieel transport kan worden gebruikt om dunne stoffe te rimpelen. Gebruik het voor mouwen, het makes van ruches eneer.
Stel het differentieel transport inussen 1.5 en 2 om het beste rimpeleffect voor uw project te verkrijgen.Probeer het altiid eerstuit op een proeflapje van uw stof.Zie Differentieel transport afstellen, pagina 12, om te leren hoe u het differentieel transport kunt aanpassen.
Rolzomen naaien
De rolzoomsteek is geschikt voor dunne stoffen zoals batist, voile, organdie, crépe, enz. De rolzoom ontstaat door de draadspanning zo aan te passen dat de rand van de stof onder de stof rolt tijdens het overlocken. U kunt de mate waarmee de stof oprolt veranderen door de draadspanning aan te passen. Om een rolzoom te naaien, moet u de hendel van het instelhaak op "R" zetten.
Tip: Voor een mooie rolzoom rijgt u de bovengrijper in met decoratief garen en de naald en ondergrijper met lichtgewicht gewoon garen.

2-draads rolzoom (A)
- Bevestig de 2-draads overlockconverter (zie paging 6).
- Gebruik de rechternaald en de onderrijper.
- Zet de hendel van het instelhaakje op "R".
- Zet de steeklengteknop op "1" voor een smalle zoom.
- Stel de draadspanning af volgens de stekentabel op paging 18.
- Maak een draadketting en naai een proeflapje van uw stof voordat u zich op het project gaat naaien. Houd de ketting vast wonneer u begint met naaien zodate hij niet in de zoom krult.



3-draads rolzoom (B) / smalle rand (C)
Een variant van de rolzoomsteek (B) is de smalle rand (C). Die kan worden verkreten door de draadspanning af te stellen volgens "3-draads rolzoom" (pagina 17) en/of "3-draads smalle rand" (pagina 16).
- Gebruik de rechternaald en de boven- en ondergrijper.
- Zet de hendel van het instelhaakje op "R".
- Zet de steeklengteknop op "3-2" voor een smalle zoom.
- Stel de draadspanning in volgens "3-draads rolzoom" (pagina 17) of "3-draads smalle rand" (pagina 16).
- Maak een draadketting en naai een proeflapje van uw stof voordat u zich op het project gaat naaien. Houd de ketting vast wanner u begint met naaien zodate hij niet in de zoom krult.
Flatlocksteek
Een flotlocksteek (A) worden gemaatk door de spanning van de 3-draads overlocksteek aan te passen, de zoom te naaien en de stoffen uit elkaar te trekken om de zoom plat te make. Despanningen要去en juist worden afgesteld, zodat de stof goed plat worden getrokken.
Een flattocksteek kan als decoratieve constructiesteek worden gebruikt, om twee delen aan elkaar te naaien (standaardflattocksteek) of om een stuk stof te versieren (decoratieve flattocksteek).
Er zijn twee manieren om een flatlocksteek te naaien. Met de verkeerde kanten van de stof op elkaar voor een decoratief effect of met de goede kanten op elkaar om een laddersteek te maken.

A
Standard flatlock, breed (B)
- Gebruik de linkernaald.
- Rijg de onder- en bovengrijper en de linkernaald in.
- Stel de draadspanning in volgens "3-draads flatlock, breed (en smal)" op pagina 16.
- Leg de verkeerde kanten van de twee stukken stof op elkaar om een decoratieve steek te noaien op de goede kant van het project.
- Naai de zoom en knip de overtollige stof af. De bovendraad vormt een V op de onderkant van de stof. De ondergrijperdraad worden in een rechte lijn getrokken op de rand van de stof.
- Vouw de stof open en trek aan beiden kanten van de zoom op de steken plat te trekken.

B

C

↓

↓
Decoratieve flatlock, breed (C)
- Zet het bovenmes in rustpositie (pagina 6). De stof moet bij deze stof nicht worden afgesneden.
- Volg de stappen 1-3 hierboven.
- Vouw de stof met de verkeerde kanten op elkaar om een decoratieve steek te naaien op de goede kant van het project.
- Leg de stof zo dat de naad worden genaaid met een gedeelte van de steek buiten de stof.
- Vouw de stof open en trek aan beiden kanten van de zoom om de steken plat te trekken.
Tip: De bovensrijperdraad is de meest opyallende draad in de flatlocksteek. Doe decoratief garen in de bovensrijper en gewoon garen in de ondergrijper en de naald.
Laddersteek (D)
Een laddersteek is een flatlocksteek die worden genaaid met de goede kanten van de stof op elkaar. De bovendraad is de draad die de ladder vormt.


D
MACHINE-ONDERHOUD
Een overlock heeft meer onderhoud nodig dan een gewone naaimachine, om 2 redenen:
- Er worden veel stof geprodued wanner de messen de stof snijden.
- Een overlockmachine loopt op een zeer hoge snelheid en m vaak worden geolied om de interne delen te smeren.
Reinigen

Zet de hoofdschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact.
Open de Voorkant en verwijder al het stof met een borsteltje.
Olien

Zet de hoofdschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact.
Om de machine soepel en stil te lately lopen,要去en de bewegende delen die op de afbeelding staan aangegeven vaak worden gesmeerd. We raden aan om te smeren na iedere 24 gebruik.
Gebruik naaimachineoleie. Gebruik geen andere olie, anders kan de machine beschadigen.
Veeg alle overtollige olie van de machine af voordat u gaat naaien.

Het ondermes verrangen

Zet de hoofdschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact.
Het vaste ondermes moet worden verrangen als het bot worden. Vervang het volgens de onderstaande instructies. Als u problemen ondvindt, neem dan contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger om de nodige aanpassingen te make.
- Schakel het bovenmesuit (A). Open de voorkant van de overlockmachine.
- Draai de afstelschroef van het ondermes (B) los en verwijder het vaste mes (C).
- Plaats een/New wundermes in de groef van de ondermeshooder. Het blad van het ondermes moet op gelinge hoogte met de stekplaat�.
- Draai de afstelschroef van het ondermes (B) vast.
Schakel het bovenmes (D) weer in. - Draai aan het handwiel totdat de naalden in de laagste positie staan.

Het bovenmes verrangen

Zet de hoofdschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact.
Het bovenmes moet worden verrangen als het bot worden. Vervang het volgens de onderstaande instructies. Als u problemen ondvindt, neem dan contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger om de nodige aanpassingen te make.
Zet het bovenmes in de laagste positie.
- Schakel het bovenmesuit (A). Open de voorkant van de overlockmachine.
- Draai de afstelschroef van het bovenmes (B) los en verwijde het bovenmes (C).
- Plaats een/New bovenmes in de groef van de bovenmeshoender. De voorste rand van het bovenmes is ongeveer 0,2-0,5 mm lager dan de snijrand van het vaste mes (D).
- Draai de afstelschroef van het bovenmes (B) vast.
Schakel het bovenmes (E) weer in.

Opslag
Haal de stekker uit het stopcontact wonneer de machine nicht worden gebruikt. Berg de machine Niet op in direct zonlicht of een vochtige omgeving.
Controles
Als u vragen heeft over controles en/of de werkung, kurz u contact opnemen met once Klantenservice.
Opsporen van fouten
Mogelijk ooorzaak: Machine Niet goed aangesloten op de stroobron.
Oplossing: Controller of de machine goed is aangesloten op de stroombron (pagina 3).
De stof worden nicht goed getransporteerd
Mogelijk ooorzaak: De steeklente is te kort ingesteld voor de genaarde stof.
Oplossing: Verleng de steeklenge-instelling (pagina 14).
Mogelijke oorzaak: Het differentieel transport staat Niet in de juiste positie voor de genaarde stof.
Oplossing: Pas het differentieel transport aan (pagina 12).
Mogelijke oorzaak: De naaivoetdruk is Niet goed ingesteld voor de genaarde stof.
Oplossing: Pas de naivaotdruk aan (pagina 13).
De naald breekt
Mogelijke oorzaak: De naald zit möglichk Niet goed in de naaldklem.
Oplossing: Breng de naald helemaal omhoog in de naaldklem aan en draai de schroef dan goed vast (pagina 5).
Mogelijkeoorzaak:U trekt met de hand aan de stof ache ter daaivoet tijdens het naien waardoor de naelden verbuigen.
Oplossing: Trek nicht met de hand aan de stof; laat de transporteur de stof onder de naivoet trekken.
Mogelijkeoorzaak:De naald heeft mogelijk Niet de juiste dikte voor de genaide stof.
Oplossing: Gebruik een naalddekte die bij de stof past (pagina 7).
De draad breekt
Mogelijke oorzaak: De machine is möglichniet goed ingeregen; de draden zin in de verkeerde volgorde ingeregen.
Oplossing: Controller of de machine in de juiste volgorde is ingeregen (pagina 7).
Mogelijkeoorzaak:De draad rolt nicht soepel van het garenklosje af.
Oplossing: Controller het garenklosje om te zien of de draad Niet vast blijft zitten.
Mogelijke oorzaak: De naald(en) können een gebogen, botte of gebrozen punt haben.
Oplossing: Vervang de naald(en) (pagina 5).
Mogelijkeoorzaak:De naald is Niet goed aangebracht.
Oplossing: Breng de naald op de juiste manier aan (pagina 5).
Mogelijkeoorzaak:Hetgebruik van garen van een slechte kwaliteit of metongelijke verzels.
Oplossing: Gebruik garen van een goede kwaliteit met soepele, gelijkmatige gezels.
Mogelijkeoorzaak:Dedraadspanningistetraik ingesteld.
Oplossing: Verlaag de draadspanning (pagina 11).
Mogelijkeoorzaak:De draad zit vast in een van de draadgeleiders.
Oplossing: Controller de inrijgrote om er zeker van te zich dat alle draden soepel doorlopen.
Er worden steken overgeslagen
Mogelijkeoorzaak:De naald(en) kunnen een gebogen, botte of gebroken punt hebben.
Oplossing: Vervang de naald(en) (pagina 5).
Mogelijkkeoorzaak:De naaldzit mogelijk Niet goed in de naaldklem.
Oplossing: Breng de naald helemaal omhoog in de naaldklem aan en draai de schroef dan goed vast.
Mogelijkkeoorzaak:De naald heeft mogelijk nicht de juiste dikte voor de genaarde stof.
Oplossing: Gebruik een naalddekte die bij de stof past (pagina 7).
Mogelijkeoorzaak: De machine is mogelijk Niet goed ingeregen of de draden zich in de verkeerde volgorde ingeregen.
Oplossing: Controller of de machine in de juiste volgorde is ingeregen, zoals in de handleiding staat (pagina 7).
Mogelijkeoorzaak:Hetgebruik van garen van een slechte kwaliteit of metongelijke verzels.
Oplossing: Gebruik garen van een goede kwaliteit met soepele, gelijkmatige verzels.
Onregelmatige steken
Mogelijkkeoorzaak:De stekenzijnietgebalanceerd.
Oplossing: Pas de draadspaningen en mogelijk de snijbreedte aan (pagina 11/pagina 13).
Mogelijkeoorzaak:De draad rolt nicht soepel van het garenklosje af.
Oplossing: Controller het garenklosje om te zien of de draad Niet vast blijft zitten.
Mogelijkeoorzaak: De machine is mogelijk Niet goed ingeregen of de draden zich in de verkeerde volgorde ingeregen.
Oplossing: Controller of de machine in de juiste volgorde is ingeregen, zoals te zien is op (pagina 7).
De stof trekt
Mogelijkke oorzaak: De draadspanningsen zijn te strak ingesteld.
Oplossing: Verlaag de draadspanningen (pagina 11).
Mogelijke oorzaak: De draad rolt nicht soepel van het garenklosje af.
Oplossing: Controller het garenklosje om te zien of de draad Niet vast blijft zitten.
Mogelijke oorzaak: Het gebruik van garen van een slechte kwaliteit of met ongelijke gezels.
Oplossing: Gebruik garen van een goede kwaliteit met soepele, gelijkmatige gezels.
Mogelijke oorzaak: De steeklente is te kort ingesteld.
Oplossing: Pas de steeklengthe aan op een langere instelling (pagina 14).
Mogelijke oorzaak: Het differentieel transport staat nicht in de juiste positie voor de genaarde stof.
Oplossing: Pas het differentieel transport aan (pagina 12).
De stof worden onregelmatig afgesneden
Mogelijke oorzaak: Het boven- en ondermes staan nicht in de juiste positie.
Oplossing: Controller of de messen goed zich uitgelijnd (pagina 24).
Mogelijk ooorzaak: Het mes/de messen zich beschadigd of versleten.
Oplossing: Vervang een of beiden messen (pagina 23—pagina 24).
De stof loopt vast
Mogelijke oorzaak: Het boven- en ondermes staan nicht in de juiste positie.
Oplossing: Controller of de messen goed zich uitgelijnd (pagina 24).
Mogelijke oorzaak: De draad rolt nicht soepel van het garenklosje af.
Oplossing: Controller het garenklosje om te zien of de draad Niet vast blijft zitten.
Mogelijke oorzaak: Te dikke stoflagen.
Oplossing: Druk ditke lagen samen met een normale naaimchine voordat u ze op uw overlockmachine naait.
Technische specificaties
| Naaisnelheid Maximaal 1200 ± 100 rpm | Stecklenge 1-4 mm | Naaldstangslag 25 ± 3 mm |
| Naalden SINGER® EL #2022 #90/14 | Steerkbreedte 2,3-7 mm | Hoogte naaivoet 5-7 mm |
| Aantal naalden 1-2 | Verhouding differentieel transport 0.7-2.0 | Gewicht 6,3 kg |
| Aantal draden 2-4 | Type lamp LED-lamp | Afmetingen machine Breedte: 334 mm Diepte: 286 mm Hoogte: 279mm |
| Beschermingsklasse II (Europa) | Vermogen Machine: 100 Watt LED-verlichting: 100 mWatt | Nominale spanning 120 V/60 Hz (Noord-Amerika) 230 V/50 Hz (Europa) |
Wij behouden ons hetrecht voor zonder aankondiging vooraf veranderingen aan te brengen in de machine en het assortiment accessoires, of aanpassingen te doen in functies of ontwerp. Dergelijkke veranderingen zijn echter altijd ten gunste van de gebruiker van het product.
SINGER en het ovale "S" design zijn exclusieve handelsmerken van The Singer Company Limited S.à.r.l. of haar dochterondernemingen.
Garantie
Dit apparaat heeft een garantie van 3aar vanaf de aankoopdatum. Het apparaat is met zorg vervaardigd en grondig geinspecteerd voor de levering. Bewaar de kassabon als aankoopbewijs.
Neem in het geval van een garantieclaim telefonisch contact op met once service-hotline. Op die manier weet u zeker dat u uw product kunt returneren zonder verzendkosten te betalen. Bewaar de originele verpakking zatat uw apparaat veilig kan worden vervoerd in het geval van een garantieclaim.
De garantie geldt alleen voor materiaal- of fabricagefouten en nicht voor schade aan slijtageonderdelen of aan breekbare onderdelen. Dit product is uitsluitend bedoeld voor net-commercialeel privilegebruik. Een onjuist of oneigenlijk gebruik van het apparaat, het gebruik van kracht en veranderingen die Niet zich uitgevoerd door once erkende service-afdeling, maken de garantie onteldig. Deze garantie vormt geen beperking van uw wettelijkrechten. Deze garantie geldt alleen voor de eerste koper en is Niet overdraagbaar.
Reparaties
Teknihal Benelux p/a
P/A Antwoordnummer 13533,4800 WE Breda,NL
Phone: 00800-74643700, E-mail: singer-service-nl@teknihall.com
IAN 290240
Houd uw kassabon en het artikelnummer (bijv. IAN 12345) bij de hand als aankoopbewijs wonneer u maar uw product vraagt.
Conformiteitsverklaring
Dit apparaat voldoet aan de eisen van de relevante Europese en nationale richtlijnen. Dit wordt bevestigd door het CE-merk. De fabrikant is in het bezit van de relevante verklaringen.


Bij het afvoeren van dit product moet u erop letten dat het op de juiste wijze worden gerecycled volgens de nationale richtlijnen voor elektrische/elektronische producten. Gooi elektrische apparaten Niet weg als ongesorteerd afval, maar kaak gebruik van geschieiden afvalinzameling. Neem contact op met de gemeente voor informatie over de aanwezigine inzamelpunten. Als u oude apparaten verrangt door(AP)nieuwe, kan de verkoper wettelijk verplicht ons om uw oude apparaat Gratis terug te nemen om het af te voeren.
Als elektrische apparaten worden weggegoud op stortplaatsen of vuilnisbelter kuren er gevaarlijke stoffen in het grondwater lekken, in de voedselketen terechtkommen en schade aanrichten aan uw gezondheid en welzijn.
Manufacturer