hobby 422 - Naaimachine PFAFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis hobby 422 PFAFF in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over hobby 422 PFAFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding hobby 422 - PFAFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. hobby 422 van het merk PFAFF.
GEBRUIKSAANWIJZING hobby 422 PFAFF
Het kofferhuis optillen.

Handgreep van u af, kantelen.

Electrische aansluiting: Zet de voet- weerstand op een gemakkelijk bereik- bare plaats op de vloer. Eerst stekker S in-de machine steken, daarna stekker T in het stopcontact. Daarna de hoofd- schakelaar 8 inschakelen.

Spoelen: Met de linkerhand de werkbox verwijderen.

Afsluitkapje 21 naar onder openen.

Spoelhuls aan klepje S wegtrekken.

Het spoeltje op de as van de spoel- winder 4 plaatsen.

Spoel naar rechts tegen de spoelwinder S drukken.

Naaimechanisme uitschakelen: Het handwiel 5 vasthouden en koppel-schroef 6 in het handwiel naar voren draaien.

text_image
19Garenpen 19 omhoog trekken, klosje garen op de pen steken.

Spoelen: De draad van de garenklos in de voorspanning (16) trekken, naar de spoel leiden, door een gaatje steken en vasthouden. Voetweerstand indrukken en opspoelen na een aantal omwentelingen van de spoel de draad loslaten. De volle spoel naar links drukken, afnemen en draad afknippen.

Koppelschroef vastzetten: Om na het spoelen de machine weer in werking te stellen: schroef 6 vastzetten met handwiel 5.

text_image
S T USpoel inleggen S: Draad van u af leggen. Spoel in de spoelhuls duwen: dan de draad via gleuf T onder veer U doortrekken.

Spoelspanning kontroleren: Bij goede spanning moet de spoelhuls blijven zweven; door een rukje aan de draad te geven moet de spoel steeds een stukje zakken. Stelschroefje S naar rechts is vaster; naar links is lossere spanning.

text_image
W U V TSpoelhuls inzetten: Klep T opnenen en de spoelhuls op stift U schuiven de hulsvinger V moet in de uitholling W vallen.

text_image
1 2 3 4 5 T S U U ###Bovendraad inrijgen: Naald en draadhevel in de hoogste stand. Naaivoetje omhoog. De draad via geleiding 2, door gleuf S naar beneden, naar boven door gleuf T, in de draadhevel 1, naar beneden terug in gleuf T door het rechter draadhaakje U van het naaldslot trekken.

Steek de draad van voor naar achter door het oog van de naald.

Bovendraad vasthouden. Handwiel met de hand naar u toe draaien en één steek maken. Naald en draadhevel in de hoogste stand. Dan met de bovendraad de spoeldraad naar boven halen.

Boven- en onderdraad onder de naaivoet door naar links leggen.

Afsluitkapje 21 sluiten.

De machines hebben een vrije arm voor rondvormige kledingstukken.

Workbox 9 tegen de machine schuiven (stiften in openingen).

Werkstuk onder de naaivoet leggen.

text_image
15Stofdrukker 15 omlaag.

Snelheidspedaal intrappen: De voetdruk op het pedaal regelt de snelheid van de machine.

text_image
14 5 4 3 SBovendraadspanning 14 S: Zichtbare cijferindikatie.
Wichtig!
Het verkrijgen van een goed stiksel is van onderstaande punten afhankelijk:
- een onbeschadigde naald.
- De juiste bovendraad- en onderdraadspanning.
De onderdraadspanning is in de fabriek op de juiste wijze ingesteld. Is na het kontroleren van de onderdraadspanning (zie bladz. 9) korrektie nodig, dan het instelschroefje op de spoelhuls altijd minimaal verdraaien.
De gebruikelijke draadspanning ligt in de zone tussen 4 en 6. Hoe hoger het cijfer hoe zwaarder de spanning. Kontroleer de spanning altijd met een brede zigzagsteek. Een kort stukje proefnaaien. Verknoping van boven en onderdraad moet tussen de stoff plaatshebben.

Stofdrukker 15 omhoog duwen. Stof onder de voet wegtrekken.

text_image
12Draadafsnijder 12: de draden in de gleuf leggen en naar beneden trekken.

text_image
7Afhechten: Toets 7 indrukken en de machine stikt achteruit. Zolang men de toets ingedrukt houdt blijft de machine achterwaarts stikken.

Steeklengte-instelling 27: De gewenste steeklengte tussen 0 en 4 mm onder indikatie S draaien. De zone ⬇ tussen 0 en 1 is voor knoopsgaten maken.

text_image
PFAFF hobby S 17 18 T A B G E 22 3 /STRETCH A1 A2 A3 D G W D E AA J1 G 0-1 2-3 4 27 26Het steekmotief in tabel 26 uitkiezen. De corresponderende letter (A-R) boven het motief, met steekkeuzering 18 in instelvenster 17 onder marking S draaien. In het instelvenster is onder de letter de bij de steek behorende machine-instelling aangegeven.

= Naaivoet

= Zigzag-instelknop

= steeklengte-instelknop

= Steekmotieven
Voor het naaien van de gekleurd afgebeelde stretchsteken moet symbool „Stretch“ van de steeklengteknop 27 onder instelmarkering T gedraaid worden. Naar gelang de stofsoort kan de steek door draaien naar + langer of door draaien naar - korter ingesteld worden.
Nuttige stekentabel: bldz. 18/19
Stretchstekentabel: bldz. 20/21
| Symbol/Symbole Simboli/Symbool | Nutzstich-Tabelle | Utility stitches | Points utilitaires | |
| Stich | Stitch | Point | ||
| [SACC] | A | Knopflochsymbole | Buttonhole symbols | Symboles de boutonnière |
| B | Geradstich Stichlage Mitte | Straight stitch, middle needle position | Point droit, déport médian | |
![]() | BC | Geradstich Stichlage links | Straight stitch, left needle position | Point droit, déport à gauche |
| W | D | Zickzackbereich | Zigzag stitch range | Point zigzag |
![]() | E | Elastiknaht | Elastic seam | Point zigzag piqué |
![]() | F | Elastischer Blindstich | Elastic blindstitch | Point invisible élastique |
![]() | G | Blindstich schmal | Blindstitch, narrow | Point invisible étroit |
| [H3AB] | H | Muschelkantenstich | Shell-edging stitch | Point cocotte |
![]() | J | Verbindungsstich | Joining stitch | Point en créneau |
![]() | K | Zierelastikstich | Elastic decorative stitch | Point zigzag fantaisie |
![]() | N | Zierstich | Fancy stitch | Point fantaisie |
| [DSYA] | O | Zierstich | Fancy stitch | Point fantaisie |
![]() | P | Zierstich | Fancy stitch | Point fantaisie |
![]() | R | Zierstich | Fancy stitch | Point fantaisie |
| Nuttige-steken-tabel | Modelle/Models | ||
| Steek | 350 | 382 | 422 |
| Knoopsgaten symbolen | ● | ● | ● |
| Rechte steek naaldstand midden | ● | ● | ● |
| Rechte steek naaldstand links | ● | ● | ● |
| Zigzagzone | ● | ● | ● |
| Gestikte zigzag | ● | ● | ● |
| Rektbare blindsteek | ● | ● | ● |
| Blindsteek, smal | ● | ● | |
| Schulpsteek | ● | ● | ● |
| Verbindungssteek | ● | ● | ● |
| Elastische siersteek | ● | ||
| Siersteek | ● | ||
| Siersteek | ● | ||
| Siersteek | ● | ||
| Siersteek | ● | ||
Geradstich nähen
Modellen 350 en 382: Met de steekkeuzering 18 B of C onder marking S draaien. De steeklengte kiezen met instelknop 27.
Model 422: Met de steekkeuzering 18, B onder marking S zetten. Daarna met zigzag-instelknop 20 voor naaldstand links, O en voor naaldstand links, 5 onder de instelmarkering draaien. De steeklengte kiezen.
| Symbol/Symbole Simboli/Symbool | Stretchstich-Tabelle | Stretch stitches | Points stretch | |
| Stich | Stitch | Point | ||
![]() | B | Stretch-3fach-Geradstich Mitte | Straight triple stretch stitch, middle | Triple point stretch droit médian |
![]() | BC | Stretch-3-fach-Geradstich links | Straight triple stretch stitch, left | Triple point stretch droit à gauche |
![]() | D | Stretch-3fach-Zickzackstich | Zigzag triple stretch stitch | Triple point stretch zigzag |
![]() | E | Wabenstich | Honeycomb stitch | Point nid d'abeille |
![]() | F | Kanten-Einfaßstich breit | Overedge-stitch, wide | Point de bordage large |
![]() | G | Kanten-Einfaßstich schmal | Overedge-stitch, narrow | Point de bordage étroit |
![]() | H | Overlockstich | Overlock stitch | Point overlock |
![]() | J | Pulloverstich | Pullover stitch | Point tricot |
![]() | K | Federstich | Feather stitch | Point d'épi |
![]() | N | Zierelastikstich | Elastic decorative stitch | Point zigzag fantaisie |
![]() | O | Zierelastikstich | Elastic decorative stitch | Point zigzag fantaisie |
![]() | P | Zierelastikstich | Elastic decorative stitch | Point zigzag fantaisie |
![]() | R | Zierelastikstich | Elastic decorative stitch | Point zigzag fantaisie |
| Stretchsteken-tabel | Modelle/Models | ||
| Steek | 382 | 422 | |
| Stretch-3voudige-rechte steek, midden | ● | ● | |
| Stretch-3voudige-rechte steek, links | ● | ● | |
| Stretch-3voudige-zigzagsteek | ● | ● | |
| Wafelsteek | ● | ● | |
| Boorcsteek, breed | ● | ● | |
| Boordsteek, smal | ● | ||
| Overlocksteek | ● | ● | |
| Pulloversteek | ● | ● | |
| Veerstjeessteek | ● | ||
| Elastische siersteek | ● | ||
| Elastische siersteek | ● | ||
| Elastische siersteek | ● | ||
| Elastische siersteek | ● | ||

Naald wisselen: Schakel eerst de stroom uit. Schroef losdraaien. Naald eruit halen. Nieuwe naald (130/705 H) met de platte kant naar de achterzijde, zo hoog mogelijk in de houder schuiven. Schroef S vastdraaien.

Transporteur afdekken: Het stopplaatje over de tandjes schuiven en aandrukken. De drie pennetjes van het plaatje moeten daarbij in de gaatjes T, U en V van de steekplaat klikken.

Naaivoet wisselen: Schakel eerst de stroom uit. Druk op rode knop S. De naaivoet is los.

text_image
T UNaaivoet inklemmen: Naaivoet zo onder de klem U leggen, dat de stofdrukker precies met uitsparing U over as T klikt.

text_image
V W XLineaalklem: Lineaal in W steken en met V vastzetten. X is de voethouder schroef.

A
98-694 563-10

B
98-694 414-011
G
98-694 407-011


E
98-694 404-018

Naaivoeten (standaard accessoires)
A Gewone naaivoet
B Borduurvoet
G Blindzoomvoet
E Treksluitingvoet
S Stopplaatje

Accessoiresbakje: De deksel van werkbox 9 openen. In het bakje is plaats voor de machineaccessoires.

Modellen 350 en 382 (afb. U): De gewenste zigzagbreedte met de steek-keuzering 18 in zone W, onder instel-markering S draaien. D is de breedste zigzagsteek.
Model 422 (afb. V): Letter D wordt onder markering S gezet en de breedte wordt met zigzagknop 20 onder markering T gedraaid. 5 is de breedste zigzag.

text_image
U T S 15 20
Naaivoetje: Normale-naaivoet A of borduurvoet B en lineaal (extra accessoires)
De lineaal S kan bij nagenoeg alle naai- voetjes worden gebruikt.
Bevestigen van de lineaal
(extra accessoires): De lineaal S door boring T schuiven en met schroef U vastdraaien. De lineaal kan op iedere gewenste breedte afgesteld worden. Parallel lopende stiksels of sierstiksels langs kragen, zomen e.d. kan men moeiteloos maken met behulp van de lineaal. Tijdens het doorstikken van kragen, zomen e.d. loopt de lineaal-op de gewenste afstand-langs de stofkant (afb V). Bij watteerwerk loopt de lineaal steeds over het voorgaande stiksel (afb. W). Op deze manier komen de stiksels correct in de stof te liggen.

Naaiyoet: blindzoomvoet G
Spanning: bovenspanning iets
losser
Garen: normaal naaigaren
Steek: rekbare blindsteek
Steeklengte: 3-4
Naald: dikte 70 of 80
Zo wordt de insteek van de naald geregeld
De stof onder de voet leggen, met zoom aan de onderkant. De omgeslagen rand langs de geleiding T van de voet laten lopen. Met instelschroef S, plaatje T zover naar links draaien tot de naald — met de linkerinsteek — een draad van de bovenstof pakt, afb. U en V. Maakt U eerst een proefnaad op een restje stof!

Naaivoet: borduurvoet B Spanning: bovendraadspanning iets losser
Garen: dun en soepel naaigaren
Steeklengte: knoopsgatenzone Naald: 70-80
- Steekkeuzering 18 op A1 draaien en de eerste rups naaien. De naald omhoog brengen.
- Steekkeuzering 18 op 2A4 draaien en 4-6 trenssteken maken. De naald omhoog brengen.
- Steekkeuzering 18 op A3 draaien en de tweede rups net zo lang als de eerste maken. De naald weer omhoog.
- Steekkeuzering 18 op 2A4 brengen en met 4-6 trenssteken het knoopsgat afsluiten. De naald omhoog brengen.
- Steekkeuzering 18 bij de modellen 350, 382 op C en bij model 422 op B zetten. Bovendien bij model 422 de zigzagknop op O zetten. Dan enige afhechtsteken naaien.
- Het knoopsgat met een tornmesje (extra accessoires) opensnijden.

| Naaivoet: | zonder naaivoet of borduurvoet B |
| Steek: | C bij model 350 en 382 D bij model 422 |
| Transporteur: | afdekken met stopplaatje |
| Garen: | dun naaigaren |
De knoop op de daarvoor gemerkte plaats leggen, onder de naaivoethouder schuiven en deze omlaag brengen. Bij model 350 of 382 met steekkeuzering 18 C en bij model 422 D instellen. Bij model 422 ook de zigzagknop op 0 instellen. Dan het handviel naar u toe draaien tot de naald in het linkse gat van de knoop staat, de naald omhogg en weer iets laten zakken. Daarna bij model 350/382 met steekkeuzering 18 en bij model 422 met zigzagknop 20 de steekbreedte zo regelen dat de naalt in het rechtse gat van de knoop steekt. Nu 6-8 zigzagsteeken naaien en enige rechte steken in het linkse gaatje stikken (S).
Knopen met steel: De naald in het linkergaatje van de knoop plaatsen. Voor u de naaivoet laat zakken (T) een lucifer tussen de gaatjes van de knoop leggen, afb. 2. Enige zigzagsteken naaien, de stof onder de voet weghalen en de draadeinden op ca. 15 cm afknippen. Boven en onderdraad naar het steeltje halen en het steeltje met de hand omwikkelen en verknopen, afb. U en V.

Ritssluiting inzetten
Naaivoet: ritsvoet E
Steeklengte: 2-3
Steek: rechte steek, naaldstand midden.
Garen: normaal garen
Zo wordt de ritsvoet ingeklikt: Het achterasje van de ritsvoet in uitholling W hangen en de zool naar boven drukken tot het voorste asje in uitholling X klikt. Deze voet kan voor iedere bewerking in de goede positie geschoven worden, naar links, rechts of midden (afb. S).
Treksluiting inzetten: onzichtbare
sluiting: De treksluiting inrijgen en open ritsen. De voet zover mogelijk naar links schuiven tot de naald boven de rechtse opening van de voet staat. De treksluiting zo onder de voet leggen dat de tandjes in de rechter geleiding van de voet lopen (afb. T). De sluiting tot de helft instikken; naald in de stof; naaivoet omhoog; de sluiting dichtritsen (afb. U). Naaivoet omlaag; de sluiting tot het eindpunt instikken en het dwarsnaadje naaien. Het tweede stiksel op dezelfde afstand stikken. Op de helft van het stiksel de naald in de stof; voet omhoog; treksluiting openen afb. V; naaivoet omlaag; het stiksel afmaken.

Naadsluiting (tandjes zichtbaar)
Machine instelling zie blz 34. De treksluiting en de stof als volgt gereedmaken. Strijk de naden scherp om. De linkervouw openvouwen (afb. S). Leg de linkerzijde van de sluiting nu zo op de strijkvouw (afb. T) dat de tandjes er precies oversteken. De steken worden precies in de vouw gestikt. Schuif de voet in het midden, zodat de naald precies in het middelste steekgat komt. Dan liggen de tandjes van de sluiting ook precies onder de linker tunnel van de voet (afb. U). Aan het begin van de naad de tandjes iets omhoog houden. Dan de naad geheel doornaaien en goed afhechten. Sluiting dichtritsen. De tweede stofkant op de rits leggen en aan het begin vastspelden (afb. V). Sluiting openritsen. Stofkant weer openvouwen en opnieuw afspelden (afb. W). Tijdens het naaien lopen nu de tandjes van de sluiting door de rechter tunnel van het voetje (afb. X). De sluiting is nu ingezet. Nu de stof draaien en op voetbreedte (afb. Y) het treksluitingband eenmaal vastnaaien.

Machine-instelling zie blz 34. Verschuif de zool van de treksluitingvoet geheel naar links. De inslagen van het split scherp instrijken. De treksluiting (gesloten) zóver onder de rechterzijde van het split spelden, dat de tandjes nog zichtbaar zijn. Voorgeknipt tegenbeleg V inrijgen en bij het naaien meestikken. De tandjes van de sluiting liggen bij het instikken onder de rechter zijkant van de voet (afb. S). Laat vlak voor het einde van de naad de naald in de stof staan. Stofdrukker omhoog zetten en de treksluiting openritsen. Voet omlaag en de naad tot het einde afnaaien. Dan de sluiting weer dicht trekken. De linkeroverslag volgens afb. T ruim over de treksluiting spelden en inrijgen. Sluiting openritsen. Verstelbare lineaal op de voet aanbrengen en zover inregelen dat de afstikbreedte tussen het stiksel en de stofkant precies breed genoeg is (afb. U). Voet omlaag en de naad nauwkeurig doornaaien. Aan het eind de naad met een trens afhechten.

text_image
U T S
Machine voorbereiden:
Naaivoet: stopvoet
Steek: rechte steek, naaldstand midden
Bovenspanning: iets losser
Garen: dun machinestopgaren
Naald: dikte 70
Transporteur: afdekken met stopplaatje
Zo zet u de stopvoet op de machine: De voethouder verwijderen met schroef S. Dan de stopvoet bevestigen, daarbij opletten dat beugel T op schroef U komt te liggen. Eerst de onderdraad naar boven halen en de voet laten zakken. De beide draden bij de eerste steken vasthouden. De stof met de hand sturen, daarbij de machine vlug laten lopen. Span de draden, van boven naar beneden, over het beschadigde gedeelte afb. V. Neem ook een gedeelte van de onbeschadigde stof mee, afb. W. Het beste is om de stiksels aan het begin en het einde rond te laten lopen, afb. W. Zodra het te stoppen oppervlak gelijkmatig is bedekt, draait U de stof 90° en stopt U nogmaals over de reeds gestikte draden totdat alles goed is dichtgestopt. De lengte van de steek bepaalt u zelf, door vlug of langzaam de stof te verschuiven.

Schakel eerst de stroom uit. Naald en naaivoetje in de hoogste stand. De 2 bevestigingsschroeven van de steekplaat losdraaien en de steekplaat verwijderen. Met een penseel de transporteur schoonmaken (er blijven altijd wat stofresten achter) De 2 grendels S bij de grijper naar buiten draaien. Ring T en grijper U eruitnemen. Grijperbaan met penseel schoonmaken. Af en toe een drupje olie in de grijperbaan doen.
Belangrijk. De grijper niet laten vallen!

Schakel eerst de stroom uit voor u het lampje verwisselt. Het oude lampje omhoog drukken, naar S draaien en eruit nemen. Nieuw lampje zo inzetten dat de beide pennen in de gleuven U glijden. Het lampje omhoogdrukken en naar T draaien. Er mogen uitsluitend naaimachine-lampjes van maximaal 15 Watt voor deze machine worden gebruikt.
Nadel-Tabelle
Het gebruik van de juiste naald, garandeert een betere verwerking van de stof
| Stofkwaliteitdun | Stofkwaliteitmiddel | Stofkwaliteit dik |
| naald60 70 75 | naald80 90 | naald100 110 120 |
Vorm van de Naaldpunt
| Benaming | Profiel | Naaldpunt en naaldoog | Geschikt voor: |
| 130/705 Hnaalddikte: 70/80 | ![]() | kleine bol-vormige punt | Universele naald voor fijnmazige synthetische weefsels, linnen, katoen, batist, chiffon, organdie, wol, zijde sierrandjes en borduurwerk. |
| 130/705 H-SUKnaalddikte: 70/110 | ![]() | bolvormige punt, middel | Grofmazige gebreide stoffen, fijn-mazig gebreid materiaal, lastex, interlock, simplex, quiana |
| 130/705 H-PSnaalddikte: 75/90 | ![]() | kleine bol-vormige punt klein naald-oog | Special ontwikkelde stretchnaald.Bijzonder geschikt voor delikate stretch-stoffen, b.v. zijden jersey |
| 130/705 H-SKFnaalddikte: 70/110 | ![]() | grote bol-vormige punt | Grofmazige foundation, lycra, simplex, lastex |
| 130/705 H-Jnaalddikte: 90/110 | ![]() | spitse naaldpunt | Keper, werkkleding, zwaar linnen, jeans, fijn zeildoek |
| 130/705 H-LLnaalddikte 70/120 | ![]() | snijpunt (rechts snijdend) | Leer, wildleer, kalfsleer |
| 130/705 H-PCLnaalddikte: 80-110 | ![]() | snijpunt met gleuf (links uitlopend) | Skai, plastic, folie, wasdoek |
| 130 H-Nnaalddikte 100-110 | ![]() | lang naaldoog kleine bol-vormige punt | Zadelsteek met knoopsgatgaren 30/3 |
| 130/705 H-Wingnaalddikte: 100 | ![]() | ajour-punt | Effectvolle ajournaad in sterk geappreteerde weefsels, organdie, glasbatist |
Naaldentabel
| Benaming | Steeklengte | Steekbreedte | Naald-afstand | Geschikt voor: | |
| 130/705 H-ZWI naalddikte: 80 | 2,5 mm2,5 mm | -- | 1,6 mm2,0 mm | normale biezen normale biezen | |
| 130/705 H-ZWI naalddikte: 80naalddikte: 90naalddikte: 100 | 2,5 mm2,5 mm3,0 mm | -- | 2,5 mm3,0 mm4,0 mm | brede biezenbrede biezenextra brede biezen | |
Opheffen van kleine storingen
Oorzaak:
Opheffen:
1. De machine slaat steken over
De naald is niet goed ingezet.
Naald zover mogelijk naar boven schui- ven, met de vlakke kant naar achteren.
U gebruikt een verkeerd systeem naald.
Naald systeem 130/705 H inzetten.
De naald is krom of stomp.
Nieuwe naald inzetten.
De machine is niet goed ingeregen.
De machine opnieuw inrijgen.
De naald is te dun voor het garen.
Naald volgens naaldtabel uitzoeken.
2. De bovendraad breekt
Door dezelfde oorzaken als boven.
Zie onder opheffen 1.
Bij een te zware bovenspanning.
Bovenspanning losser zetten.
Bij slechte kwaliteit garen, b. v. met veel knoopjes of bij garen dat door lang liggen uitgedroogd is.
Goede kwaliteit gemerceriseerd of syntetisch garen gebruiken.
3. De naald breekt
De naald is niet hoog genoeg ingezet.
Nieuwe naald inzeten en zo hoog mogelijk in de naaldhouder schuiven.
De naald is krom.
Nieuwe naald inzetten.
De naald is te dun of te dik.
Naald volgens naaldtabel uitzoeken.
Door trekken of duwen aan de stof is de naald verbogen en stoot op de steekplaat.
Niet trekken of duwen aan de stof alleen sturen
Het spoelhuis is niet goed ingezet.
Bij het inzetten even indrukken tot het spoelhuis klikt.
4. Het stiksel is onregelmating
De spanning is versteld.
Boven-en onderdraadspanning controleren.
Te dik, onregelmatig of te stug garen.
Alleen goede kwaliteit garen gebruiken.
De onderdraad is niet regelmatig opgespoeld
Spoelen met de draad door de spoelspanning, niet uit de vrije hand.
Grote lussen onder de stof.
Bovendraad opnieuw inrijgen.
Oorzaak:
Opheffen:
5. De machine transporteert niet of onregelmatig
Tussen de tandjes van de transporteur zit stof geperst.
Steekplaat wegnemen, stof met het stofkwastje weghalen.
6. De machine loopt zwaar
Draadresten in de grijperbaan.
Draadresten verwijderen en een druppel olie in de grijperbaan doen.
7. Belangrijke aanwijzingen
Laat de ingeregen machine niet lopen, zonder stof onder de voet. Schakel eerst de stroom uit als u de kamer verlaat.
Sonderzubehör
De accessoires zijn voor bijzondere werzaamheden. Ze zijn verkrijgbaar bij de officiële Pfaff dealer.
| Accessoires | Bestelnr. | Toepassing |
| Applikatievoet | 93-035 920-91 | |
| Biaisbandvoet naaivoethouder afnemen | 98-053 484-91 | Omboren van kanten met band |
| Biezenvoet 5 rillen(tweelingnaald, naaldafstand 1,8-2,5) | 93-035 950-91 | Biesjes maken,(naalddikte 80,smalle biesjesnaalddikte 70) |
| Biezenvoet 7 rillen(tweelingnaald, naaldafstand 1,4-1,8) | 93-035 953-91 | |
| Doorslagvoet | 93-035 943-91 | Doorslaan, stofversieren |
| Geleidelineaal | 98-802 422-00 | Wattieren |
| Rechte-steekvoet | 98-694 803-00 | Opgeletl Alleen rechte steken metnaaldstand in het midden gebruiken.Voor doorstiknaden en voor het stikkenvan dunne stoffen b. v. zijden jersey |
| Steekplaat met rondgat | in bewerking | |
| Platte naadvoet 4,5 mm | 93-035 946-91 | Voor platte naden |
| Platte naadvoet 6,5 mm | 93-035 948-91 | |
| Knoopsgatenvoet | 98-694 411-00 | Knoopsgatenmaken |
| Rimpelvoet | 93-035 998-91 | Rimpelen van volants etc. |
| Kordonneervoet | 93-035 915-91 | Voor kordonneerwerk |
| Overlockvoet | 98-620 404-00 | Voor het afwerken van dunne stoffenen gelijktijdig stikken anfwerken van rekbaar materiaal |
| Rolzoomvoet 2 mm | 98-694 804-00 | Smalle zoom, met zigzagsteek |
| Zomer 3 mm | 98-694 401-00 | Afwerken von kanten |
| Stopvoet (Naaivoethouder afnemen) | 93-106 103-91 | Stoppen en woistoppen |
| Teflonvoet | 98-694 801-00 | Stikken van plastic en kunststof |
| Borduurvoet | 98-694 879-00 | borduren en sierste |
Inhoud
Aansluiten van de machine 4
Accessoiresvakje 24
Afhechten, achterwaarts stikken 15
Blindzomen 28, 29
Bovendraad inrijgen 10
Bovendraadspanning kontroleren 13, 14
Draadafsnijder 14
Knopen aanzetten 32, 33
Knoopsgaten 30, 31
Koffer afnemen 4
Lampie wisselen 43
Naaimechanisme uit- en inschakelen 6,8
Naaivoeties 24
Naalvoetie wisselen 23
Naaldentabel 50, 51
Naald wisselen 22
Onderdraad naar boven halen 11
Opheffen van storingen 58, 59
Rechte steken naaien 19
Schoonmaken en smeren 42
Spoelen voorbereiden 5,6
Spoelen
Spoel in de spoelhuls
Spoelhuls in de machine
Spoelspanning kontroleren
Steeklengte instellen 15
Stofdrukker 12
Stoppen 40, 41
Steekmotief-instelring 16, 17
Stekentabel-nuttige steken 18, 19
Stekentabel-stretchsteken 20, 21
Stretchsteken instellen 16, 17
Veiligheidsvoorschriften 25
Voetpedaal
Watteren en sierstiksels 26, 27
Zigzag naaien 25
PFAFF
G. M. PFAFF
Aktiengesellschaft
Technische wijzingen voorbehouden.
Gedrukt in Duitsland.
Nr. 29-629 998-58 000 R 0692






























