varimatic 6089 - Naaimachine PFAFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis varimatic 6089 PFAFF in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over varimatic 6089 PFAFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding varimatic 6089 - PFAFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. varimatic 6089 van het merk PFAFF.
GEBRUIKSAANWIJZING varimatic 6089 PFAFF
Veiligheidsvoorschrift voor huishoudnaaimachines volgens IEC 335-2-28
a) Men dient steeds voldoende voorzichtigheid in acht te nemen, vooral ten aanzien van de op-en neergaande naald en de werkwijze van het naaimechanisme regelmatig in het oog te houden.
b) Bij het verlaten van de machine, bij het onderhoud, schoonmaken of bij het verwisselen van mechanische delen of accessoires, dient de stroomtoevoer te worden uitgeschakeld door de stekker uit het stopkontact te nemen
c) Er mogen uitsluitend naaimachine lampjes van maximaal 15 Watt voor deze machine worden gebruikt.
d) De spanning van de aandrijfriem mag alleen door de Pfaff handelaar worden ingesteld.
Bedieningsdelen van de naaimachine
101 Draadhefboom
102 Spoelvoorspanning
103 Handgreep
104 Spoelwinder
105 Handwiel
106 Koppelschroef
107 Steeklengte-instelwiel
108 Afneembare werkbox
tevens accessoiresbakje
109 Steekplaat
110 Naaivoethouder met naaivoet
111 Inrijggleuf
112 Bovendraadspanning
113 Stofaandrukker
114 Naaldslot met borgschroef
115 Garenpennen
117 Tiptoetsen
118 Bodemplaat
119 Afsluitklep,
daarachter grijper
120 Draadgeleid
121 Instelschuif voor stopwerk
122 Instelwiel voor siersteken
123 Toets achteruit stikken
124 Vrije arm
125 Hoofdschakelkaar
128 Sockel
129 Deksel, daaronder de grijper
130 Accessoiresvak
131 Draadsnijder
Inhead ping. 28
Veiligheidsvoorschrift voor huishoudnaaimachines volgens IEC 335-2-28
a) Men dient steeds voldoende voorzichtigheid in acht te nemen, vooral ten aanzien van de op-en neergaande naald en de werkwijze van het naimechanisme regelmatig in het oog te houden.
b) Bij het verlaten van de machine, bij het onderhoud, schoonmaken of bij het verwisselen van mechanische delen of accessoires, dient de stroomtoevoer te worden uitgeschakeld door de stekker uit het stopkontact te nemen
c) Er mogen uitsluitend naaimachine-lampjes van maximaal 15 Watt voor deze machine worden gebruikt.
d) De spanning van de aandrijfriem mag alleen door de Pfaff handelaar worden ingesteld.
De koffer van de machine nemen en de handgreep achterwaarts kantelen.

De voetpedaal en de gebruiksaanwijzing uit vak N nemen. Zie voor het opbergen bovenstaande afbeelding.

Electrische aansluiting: Zet de voet- weerstand op een gemakkelijk bereikbare plaats op de vloer. Eerst stekker N in de machine steken, daarna stekker O in het stopcontact.

Schakelaar P indrukken waarna ook het lampje zal gaan branden. Voetpedaal intrappen. De voetdruk op het pedaal regelt de snelheid van de machine.
Electronisch-voetpedaal (schakelaar Q) Schakelaar R op ▶ = halve naaisnelheid Schakelaar R op ◀◀ = volle naaisnelheid

Spoelen voorbereiden
De werkbox iets optillen en naar voren wegtrekken.

Deksel 129 van de machine nemen of afsluitkapje 119 openen.

De stroom uitschakelen med hoofdschakelaar 125.
Spoelhuls aan klepje N wegtrekken.

Steek de spoel op de spoelas 104, en draai hem tot gleuf O over stift N valt.

Spoel naar rechts, tegen geleider P drukken.

Handwiel uitschakelen: Pak het handwiel 105 vast en draai koppelschroef 106 naar u toe.

text_image
115Garenpen 115 helemaal omhoog trekken en de klos garen op de pen steken.

De draad vanaf het klosje, via de spoelvoorspanning 102 naar het spoeltje leiden en enige keren in pijlrichting om het spoeltje wikkelen. Dan de voetpedaal intrappen en spoelen. Als de spoel vol is blijft ze staan. De volle spoel naar links drukken, van de as nemen en de draad doorknippen.
Viltschijfjes inzetten
De bij de accessoires bijliggende viltschijfjes voor het opzetten van garen over garenpen 115 schuiven.

Naaimechanisme inschakelen: Het handwiel vasthouden en koppelschroef 106 van u af draaien. Dan het handwiel naar u toe draaien tot het inklikt.

Spoel inleggen N: Draad van u afleggen. Spoel in de spoelhus; de draad via gleuf O onder veer P doortrekken.

Spoelspanning kontroleren: Bij een goede spanning moet de spoelhuls blijven zweven; door een rukje aan de draad te geven moet de spoel steeds een stukje zakken. Stelschroefje N naar links = losser; naar rechts is vastere spanning.

- De stroom uitschakelen met hoofdschakelaar 125. Klepje O openhouden en de huls zover mogelijk op stift P schuiven. Opening Q van de spoelhuls boven houden.

Bovendraad inleggen ● De stroom uitschakelen met hoofdschakelaar 125. Naald en draadhefboom moeten boven staan. Naaivoet omhoog. De draad vanaf het klosje eerst om de spoelvoorspanning, dan door opening N en gleuf Q naar P leiden. Dan de draad door gleuf Q omhoog halen, van links naar rechts door hefboom 101, terug door gleuf Q, achter geleider R en de rechter draadgeleider S van de naaldhouder trekken.

Steek de draad van voor naar achter door het oog van de naald.

Onderdraad omhoog halen:
Bovendraad vasthouden. Handwiel met de hand naar u toe draaien en één steek maken tot naald en draadhefboom weer boven staan. Met de bovendraad de onderdraad naar boven trekken.

Boven- en onderdraad onder de naaivoet door naar rechts leggen. (ca. 10 cm)

Deksel 129 weer op de machine plaatsen of afsluitkapje 119 sluiten.

Werkbox in pijlrichting tegen de machine schuiven.

Is het werkstuk erg dik, dan stofaandrukker 113 hoger duwen.

Hoofdschakelaar inschakelen. Stofdrukker 113 omlaag.

Voetpedaal intrappen. De voetdruk op het pedaal regelt de snelheid van de machine.

Het verkrijgen van een goed stiksel is van onderstaande punten afhankelijk: 1. De naald mag niet beschadigd zijn. 2. De spanningen van onder- en bovendraad moeten goed zijn ingesteld. De spanning van de onderdraad is tijdens de fabricage of de juiste wijze geregeld. Indien nodig deze spanning wijzigen met het instelschroefje op de spoelhuls. Dit schroefje altijd minimaal verdraaien (zie bldz. 8).
Bovendraadspanning kontroleren:
De gebruikelijke draadspanning ligt in de zone tussen 3 en 5. Hoe hoger het cijfer hoe zwaarder de spanning. Kontroleer de spanning altijd met een brede zigzagsteek. Een kort stukje proefnaaien. Verknoping van boven en onderdraad moet tussen de stof plaatshebben. By knoopsgaten staat de spanning op 3.

Stofdrukker 113 omhoog duwen. Stof onder de voet wegtrekken.

Draadafsnijder 131. Het garen in pijlrichting door de afsnijder trekken.

text_image
107 3 2 NDe cijfers op steeklengteknop 107 geven de lengte in mm aan. Het instelbereik gaat van 0 tot 6 mm. De gewenste steeklengte wordt naast instelmarkering N gedraaid.
Op tekening O (onder) ziet u de instelling voor de stretchsteken.

text_image
123 4 3Rückwärtsnähen
Toets 123 naar beneden drukken: de machine stikt achteruit. Zolang men de toets ingedrukt houdt blijft de machine achteruit stikken.

De Hobbyserie is uitgevoerd met een — per type — verschillend aantal tiptoetsen en programma's.
A, B, C, zijn de knoopsgatentoetsen. Toets B is tevens de uitschakeltoets voor de ingetipte toetsen en voor de linker naaldstand (zie pag. 21).
D Zigzagsteek 2 mm
3Voudige-stretch-zigzagsteek 2 mm
E Zigzagsteek 3,5 mm
3Voudige-stretch-zigzagsteek 3,5 mm
F Zigzagsteek 5 mm
3Voudige-stretch-zigzagsteek 5 mm
G Rechte steek
3Voudige-stretch-rechte steek
In de stekentabel op pag. 73 staan de steken en de steekkombinaties, met aanwijzingen waarvoor ze kunnen worden gebruikt aangegeven.
De programma's en kombinaties die gestikt kunnen worden op uw machine worden aangeduid door middel van blokletters onder de toetsen.

Toets indrukken. De gewenste steeklengte tussen 1-6 mm instellen met het steeklengtewiel.
Alle zigzagsteken worden door gelijktijdig indrukken van toets G in de breedte gehalveerd.

Gewenste steek intoetsen G en de steeklengteknop draaien op het stuitpunt van het symbool .
Alle 3 Voudige-stretch-zigzagsteken worden in de breedte gehalveerd door toets G en de gewenste steek gelijktijdig in te toetsen.

text_image
4 2 B GNaaldstand instellen:
Naaldstand links: toets B indrukken
Naaldstand midden: toets G indrukken

Instelwiel voor de siersteken
Elke steek heeft een letteraanduiding. Kies de gewenste uit op de stekentabel en draai instelwiel N tot de gekozen steek met de letteraanduiding onder indikatie O staat.
De steeklengte instellen tussen 0,5 en 1. Voor het naaien van de steken op de tiptoetsen moet het siersteken-instelwiel N" uitgeschakeld worden. Daarvoor de stip onder de instelmarkering O" draaien.

Siersteken en steekkombinaties
Motiefkombinaties bestaan uit een siersteek gekombineerde met een van de tiptoetsen. Op de stekentabel ziet u welke kombinaties kunnen worden gebruikt. Met instelwiel N de gewenste siersteek instellen en de benodigde tiptoets indrukken. Bij de aanduiding „stretch“ de steeklengte instelknop op III draaien.

Naald wisselen: ● De stroom uitschakelen met hoofdschakelaar 125.
Schroef N losdraaien. Naald eruit halen. Nieuwe naald (130/705 H) met de platte kant naar de achterzijde, zo hoog mogelijk in de houder schuiven. Schroef A vastdraaien.

Stoftransport uitschakelen:
Klep 119 openen of deksel 129 optillen. Grendel in richting P schuiven = uitgeschakeld. Richtung O schuiven = weer in werking.

- De stroom uitschakelen mit hoofdschakelaar 126. Druk op rode knop N. De naaivoet is los.
Naaivoet aanzetten: De stofaandrukker laten zakken en het zooltje intussen zo schuiven dat stift 0 in uitholling P klikt.
R en Q zijn voor het bevestigen van het toebehoren. S is naaivoethouderschroef.

De werkbox iets optillen en naar voren wegtrekken (N).
Voor het weer aansluiten de werkbox in de richting van de pijl tegen de machine schuiven (O).

De deksel van de werkbox 108 openen. Daaronder is plaats voor accessoires.

Naaivoeten (standaard accessoires)
1 Knoopsgatenvoet 4 Blindzoomvoet
2 Treksluitingvoet 5 Borduurvoet
3 Normal naaivoetje 7 Lineal
8 Viltringetje

Naaivoetje: Normale-naaivoet of borduurvoet en geleide-lineaal
Steek: Toets G
De lineaal N kan bij nagenoeg alle naar-voetjes worden gebruikt.
Bevestigen van de lineaal
De lineaal N door gaatje O schuiven en met schroef P vastdraaien. De lineaal kan op iedere gewenste breedte afgesteld worden.
Parallel lopende stiksels of sierstiksels langs kragen, zomen e.d. kan men moeiteloos maken met behulp van de lineaal.
Tijdens het doorstikken van kragen, zo- men e.d. loopt de lineaal-op de gewen- ste afstand-langs de stofkant, afb Q. Bij watteerwerk loopt de lineaal steeds over het voorgaande stiksel, afb. R. Steeds aan dezelfde kant beginnen.
Safety rules
Toets C indrukken. Bovendraadspanning in de knoopsgatenzone op 3 zetten. Knoopsgatenvoet inklikken. Steekdichtheid in knoopsgatenzone N instellen. De vuldraad alsvolgt aanbrengen: Draad over het achterste nokje O leggen, strak aantrekken en in het voorste nokje P vastklemmen. Bij het naaien loopt pijl Q langs lengteschaal R. Hierdoor kan de lengte van het knoopsgat worden bepaald. De lengteverdeling op de slede van de voet verloopt in halve centimeters. Voor knoopsgaten dun naaigaren gebruiken.

Voor een beter overzicht is de knoopsgatenvoet op de afbeeldingen weggelaten.
De slede van de voet eerst geheel naar u toe schuiven.
1 Het eerste rijtje naaien tot het pijltje van de voet op de gewenste lengte staat. Naald omhoog brengen.
2 Toets B indrukken, ingedrukt houden en 4-6 trenssteken maken daarbij de stof vasthouden. Naald omhoog. De toets loslaten.
3 Toets A indrukken voor het linkerijtje. Dit rijtje net zolang maken als het rechter rijtje. Naald omhoog.
4 Toets B indrukken, ingedrukt houden en 4-6 trenssteken maken, daarbij de stof vasthouden. Naald omhoog. Dan de toets loslaten.
5 De machine even laten lopen om enige afhechtsteken te maken. De stof van de machine nemen en de inlegdraad aantrekken en afknippen.
6 Het knoopsgat met het tornmesje opensnijden.
Maak eerst een knoopsgat op een proeflapje.

Naaivoet: Zonder voet of met de
borduurvoet
Steek: toets E
Transporteur: laten zakken
Draai het handwiel zover naar u toe, tot de naald links naar beneden gaat. Leg nu de knoop op de gemarkeerde plaats. Voorzichtig, knoop met stof onder de voet leggen. Stofandrukker naar beneden zetten en de naald in het linkergaatje van de knoop laten insteken. Het handwiel verder draaien, tot de naald in het rechtergaatje van de knoop staat. Daarvoor de knoop eventueel iets bijdraaien. 6-8 zigzagsteken naaien en de naald boven de stof zetten, afb. N. Toets B intippen, loslaten en enige afhechtsteken in het linkergaatje maken.
Knopen op steel
Op dikke stof moeten de knopen op een steeltje worden aangezet.
De naald in het linkergaatje van de knoop plaatsen. Voor u de naaivoet laat zakken, eerst de kolf van een machine-naald of een lucifer tussen de gaatjes van de knoop leggen, afb. O. Enige zig-zagsteken naaien, de stof onder de voet weghalen en de draadeinden op ca.
15 cm afknippen. Boven en onderdraad naar het steeltje halen en het steeltje met de hand omwikkelen en verknopen, afb. P en Q.

Ritssluiting inzetten
Naaivoet: ritsvoet
Steeklengte: 2-3
Steek: Toets G
Garen: normaal garen
Zo wordt de ritsvoet ingeklikt
Het achterasje van de ritsvoet in uitholling R hangen en de zool naar boven drukken tot het voorste asje in uitholling S klikt. Deze voet kan voor iedere bewerking in de goede positie geschoven worden, naar links, rechts of midden.
Treksluiting inzetten: onzichtbare sluiting
De treksluiting inrijgen en open ritsen. De voet zover mogelijk naar links schuiven tot de naald boven de rechtse opening van de voet staat. De treksluiting zo onder de voet leggen dat de tandjes in de rechter geleiding van de voet lopen. De sluiting tot de helft instikken; naald in de stof; naaivoet omhoog; de sluiting dichtritsen Afb. O + P. Naaivoet omlaag; de sluiting tot het eindpunt instikken en het dwarsnaadje naaien. Het tweede stiksel op dezelfde afstand stikken. Op de helft van het stiksel de naald in de stof; voet omhoog; treksluiting openen Afb Q; naaivoet omlaag; het stiksel afmaken.

Machine instellen zie blz. 37.
Verschuif de zool van de treksluiting- voet geheel naar links.
De inslagen van het split scherp instrijken. De treksluiting (gesloten) zóver onder de rechterzijde van het split spelden, dat de tandjes nog zichtbaar zijn. Voorgeknipt tegenbeleg Q inrijgen en bij het naaien meestikken. De tandjes van de sluiting liggen bij het instikken onder de rechter zijkant van de voet (afb. N). Laat vlak voor het einde van de naad de naald in de stof staan.
Stofdrukker omhoog zetten en de treksluiting openritsen. Voet omlaag en de naad tot het einde afnaaien. Dan de sluiting weer dicht trekken.
De linkeroverslag volgens afb. O ruim over de treksluiting spelden en inrijgen. Sluiting openritsen. Verstelbare lineaal op de voet aanbrengen en zover inregelen dat de afstikbreedte tussen het stiksel en de stofkant precies breed genoeg is (afb P). Voet omlaag en de naad nauwkeurig doornaaien. Aan het eind de naad met een trens afhechten.

Bovenspanning: iets losser
Garen:
dun machinestopgaren
Naald:
dikte 70
Transporteur: laten zakken
Schuifje 121 naar achteren schuiven.
Stofaandrukker omlaag.
Stopvoet bevestigen:
De naald in de hoogste stand zetten. Beugel P naar van u af drukken en vast- houden. De stift van het voetje in open- ning N schuiven, waarbij vorkje R om de stofaandrukstang valt. Het voetje zover mogelijk naar links drukken. Beugel P loslaten, waardoor deze over schroef Q komt te liggen. Schroef O vastdraaien.
Haal de spoeldraad omhoog. Beide draden even vasthouden en enkele hechtsteken maken. Ga vervolgens met dicht liggende banen (Afb. S) over de te repareren plek, tot een hechte basis is bereikt. Draai de stof 90° graden en schuif nogmaals met dicht opeen liggende steekbanen over het gat tot de stop gereed is (Afb T). De steeklengte moet u zelf — al schuivend — bepalen.

Bovenspanning: knoopsgatenzone bij 3
Naaigaren:
dun en soepel garen,
liefst stopgaren, wol
Naald:
dikte 70
Transporteur: uitgeschakeld
Schuifie 121 naar achteren schuiven.
Stofaandrukker omlaag.
Steek de draad wol door het draadgleufje P van de stopvoet.
De draad ligt nu onder de voet. Start links boven het gat en span woldraden naar rechts en terug over het gat tot dit geheel is bedekt (afb. N). Dan de woldraad doorknippen; met zigzagsteek of gestikte zigzag de woldraden losjes hechten. Om de stop niet te hard te maken behoeven slechts enkele hechtstiksels over de stop te worden gelegd (afb. O).
Ston bij voorkeur op de linker stofkant.
Aan de rechterkant is de wolstop daardoor minder zichtbaar.

Schoonmaken en smeren:
Stekker uit het stopkontakt. Naald omhoog en de naaivoet verwijderen. De spoelhuls uit de machine nemen. Het voorste nokje N van de knoopsgatenvoet in gaatje O aan de linkerkant van de steekplaat steken. De voet naar beneden drukken, waarbij de steekplaat omhoog komt. De steekplaat verwijderen. Met een kwastje de transporteur en de grijperruimte schoonmaken. De grijperbaan af en toe smeren met een druppel olie (zie schets boven). Verder behoeft de machine niet gesmeerd te worden.

Stekker uit het stopkontakt. De lineaal iets scheef in opening N in de kop van de machine steken. Het lamphuis naar beneden drukken en vasthouden. Het oude lampje omhoog drukken, richting O draaien en eruit nemen. Nieuw lampje zo inzetten dat de beide pennen in de gleuven Q glijden. Het lampje omhoogdrukken en naar P draaien. Er mogen uitsluitend naaimachinelampjes van maximaal 15 Watt voor deze machine worden gebruikt.
Nadel-Tabelle
Het gebruik van de juiste naald, garandeerd een betere verwerking van de stof
| Stofkwaliteitdunnaald60 70 75 | Stofkwaliteitmiddelnaald80 90 | Stofkwaliteitdiknaald100 110 120 | ||
| Vorm van de Naaldpunt | ||||
| Benaming | Profiel | Naaldpunt en naaldoog | Geschikt voor: | |
| 130/705 Hnaalddikte:70/80 | ![]() | kleine bol-vormige punt | Universele naald voor fijnmazige synthetische weefsels, linnen, katoen,batist, chiffon, organdie, wol, zijde sierrandjes en borduurwerk. | |
| 130/705 H-SUKnaalddikte:70/110 | ![]() | bolvormige punt,middel | Grofmazige gebreide stoffen, fijn-mazig gebreid materiaal, lastex,interlock, simplex, quiana | |
| 130/705 H-PSnaalddikte:75 + 90 | ![]() | kleine bol-vormige puntklein naald-oog | Special ontwikkelde stretchnaald.Bijzonder geschikt voor delikate stretch-stoffen, b.v. zijden jersey | |
| 130/705 H-SKFnaalddikte:70/110 | ![]() | grote bol-vormige punt | Grofmazige foundation, lycra,simplex, lastex | |
| 130/705 H-Jnaalddikte:90/110 | ![]() | spitse naaldpunt | Keper, werkkleding, zwaar linnen,jeans, fijn zeildoek | |
| 130/705 H-LLnaalddikte:70/120 | ![]() | snijpunt(rechts snijdend) | Leer, wildleer, kalfsleer | |
| 130/705 H-PCLnaalddikte:80-110 | ![]() | snijpunt met gleuf (links uitlopend) | Skai, plastic, folie, wasdoek | |
| 130 H-Nnaalddikte:70/110 | ![]() | lang naaldoog kleine bol-vormige punt | Zadelsteek met knoopsgatgaren30/3 | |
| 130/705 H-Wingnaalddikte:100 | ![]() | ajour punt | Effectvolle ajournaad in sterk geappreteerde weefsels, organdie,glasbatist | |
| 130/705 H-Enaalddikte:75/90 | ![]() | spitse bol-vormige punt middel | Speciaal voor borduurwerk | |
| 130/705 H-Qnaalddikte:75/90 | ![]() | spitse bol-vormige punt smal | Speciaal voor quilten ontwikkeld | |
| 130/705 H-Mnaalddikte:60-80 | ![]() | spitse naaldpunt | Voor verwerken van Microfaser | |
| Benaming | Steeklengte | Steekbreedte | Naald-afstand | Geschikt voor: | |
| 130/705 H-ZWI naaddikte: 80 | 2,5 mm2,5 mm | —— | 1,6 mm2,0 mm | normale biezen normale biezen | |
| 130/705 H-ZWI naalddikte: 80naalddikte: 90naalddikte: 100 | 2,5 mm2,5 mm3,0 mm | —— | 2,5 mm3,0 mm4,0 mm | brede biezenbrede biezenextra brede biezen | |
| Sierstiksels met de tweelingnaaldVoor de gewenste steek gemaakt wordt eerst kontroleren, door draaien met het vliegwiel, of de naalden niet in de steeckplaat steken. | |||||
| Zigzagstiksels met de tweelingnaald | |||||
| 130/705 H-ZWI dikte 80dikte 80dikte 80 | 0,5-1,5 mm0,5-1,5 mm0,5-1,5 mm | 1,6 mm2,0 mm2,5 mm | sierstikselsierstikselsierstiksel | ||
| Dubbele zwaardnaald/ajour | |||||
| 130/705H-ZWI-HO dikte 80dikte 100 | 2,0-3,0 mm2,0-3,0 mm | —— | Decoratiefajour-effectin grofmazigeweefsels | ||
Opheffen van kleine storingen
Oorzaak
Opheffen
1. De machine slaat steken over
De naald is niet goed ingezet.
Naald zover mogelijk naar boven schuifen, met de platte kant van u af.
U gebruikt een verkeerd systeem naald.
Naald system 130/705 H inzetten.
De naald is krom of stomp.
Nieuwe naald inzetten.
De machine is niet goed ingeregen.
De machine opnieuw inrijgen.
De naald is te dun voor het garen.
Dikkere naald inzetten.
2. De bovendraad breekt
Door dezelfde oorzaken als boven.
Zie onder opheffen 1.
Bij een te zware bovenspanning.
Bovenspanning losser zetten.
Bij slechte kwaliteit garen, b. v. met veel knoopjes of bij garen dat door lang liggen uitgedroogd is.
Goede kwaliteit gemerceriseerd of syntetisch garen gebruiken.
3. De naald breekt
De naald is niet hoog genoeg ingezet.
Nieuwe naald inzetten en zo hoog mogelijk in de naaldhouder schuiven.
De naald is krom.
Nieuwe naald inzetten.
De naald is te dun of te dik.
Naald volgens naaldtabel uitzoeken.
Door trekken of duwen aan de stof is de naald krom getrokken en stoot op de steekplaat.
Niet trekken of duwen aan de stof alleen, sturen
Het spoelhuis is niet goed ingezet.
Bij het inzetten de spoelhuls tot het stuitpunt van u af drukken.
4. Het stiksel is onregelmatig
De spanning is versteld.
Boven-en onderdraadspanning kontroleren.
Te dik, onregelmatig of te stug garen.
Alleen goede kwaliteit garen gebruiken.
De onderdraad is niet regelmatig opgespoeld
Spoelen met de draad door de spoelspanning, niet uit devrije.
Grote lussen onder de stof.
Bovendraad opnieuw inrijgen. Boven- en onder spanning kontrolleren.
Oorzaak
Opheffen
5. De machine transporteert niet of onregelmatig
Tussen de tandjes van de transporteur zit stof geperst.
Steekplaat wegnemen, stof met het stofkwastje weghalen.
Transporteur is uitgeschakeld.
6. De machine loopt zwaar
Draadresten in de grijperbaan.
Draadresten verwijderenen een druppel olie in de grijperbaan doen.
7. De machine (types met siersteken) maakt niet de steken van de tiptoetsen:
Het instelwiel voor de siersteken is ingeschakeld.
Instelwiel voor de siersteken uitschakelen.
8. Belangrijke aanwijzingen
Bij het verwisselen van naalden en naaivoetjes moet de stroom uitgeschakeld worden. Daarvoor hoofdschakelaar 125 indrukken.
De ingeregen machine nooit zonder stof eronder laten draaien. Wanneer men, ook voor korte tijd de machine alleen laat, altijd de hoofdschakelaar v. d. machine uitzetten. Dit is belangrijk, vooral wanneer er kinderen in de buurt zijn.
| Accessoires | Bestelnr. | Toepassing |
| Applikatievoet | 93-035 920-91 | Applikeren |
| Blaisbandvoet naaivoethouder afnemen | 98-053 484-91 | Omboren van stofkanten |
| Biezenvoet 5 rillen(tweelingnaald, naaldafstand 2,0-2,5) | 93-035 950-91 | Biesjes maken,(naalddikte 80,smalle biesjesnaalddikte 70) |
| Biezenvoet 7 rillen(tweelingnaald, naaldafstand 1,6) | 93-035 953-91 | |
| Doorslagvoet | 93-035 943-91 | Doorslaan, stofversieren |
| Rechte-steekvoet | 98-694 803-00 | Voor doorstiknaden en voor hetstikken van dunne stoffen b. v.zijden jersey |
| Rechte-steek steekplaat | 93-032 087-91 | |
| Platte naadvoet 4,5 mm | 93-035 946-91 | Voor platte naden |
| Platte naadvoet 6,5 mm | 93-035 948-91 | |
| Rimpelvoet | 93-035 998-91 | Rimpelen van volants etc. |
| Rimpel- en plooivoet | 98-999 650-01 | Rimpelen van volants etc. |
| Kordonneervoet | 93-035 915-91 | Voor kordonneerwerk |
| Nestelplaatje | 93-036 976-45 | Nestelgaatjes |
| Overlockvoet | 98-620 404-00 | Voor het afwerken van dunne stoffenen gelijktijdig stikken anfwerken van rekbaar materiaal |
| Rolzoomvoet 2 mm | 98-694 804-00 | Smalle zoom, met zigzagsteek |
| Zomer, 3 mm | 98-694 401-00 | Plat zoompje met rechte- ofzigzagsteek |
| Stopvoet | 93-035 960-91 | Stoppen |
| Breiwerkvoet | 93-035 957-91 | Voor gebreid materiaal |
| Teflonvoet | 98-694 801-00 | Stikken van plastic en kunststof |
| Borduurvoet | 98-694 879-00 | Borduren en siersteken |
Inhoud
Aansluiten van de machine 3
Accessoiresbox 26
Afhechten, achterwaarts stikken 15
Bovendraad inrijgen
Bovendraadspanning kontroleren 13
Draadafsnijder 15
Knopen aanzetten 34, 35 21
Knoopsgaten instellen 32 32
Knoopsgaten maken 32, 55 45
Lampje wisselen 5.7
Naaimechanisme uit- en inschakelen
Naaldentabel 51, 52
Naaivoetjes 27
Naaivoetje wisselen 25
Naald wisselen 24
Naaldstand instellen (rechte steek) 21
Nuttige steken instellen 19
Onderdraad naar boven halen
Opheffen van storingen 60, 61
Programmatabel 73
Schoonmaken en smeren
Siersteken instellen
Siersteek-kombinaties
Spoelen voorbereiden 4,5
Spoelen
Spoel in de spoelhuls
Spoelhuls in de machine
Spoelspanning kontroleren
Steeklengte instellen
Stofdrukker 11, 12
Stoppen 40,4
Stoppen met wol 42, 4
Stretchsteken instellen
Tiptoetsen
Transporteur uitschakelen
Treksluiting inzetten 36, 5
Treksluiting in pantalon (dames) 38, 3
Veiligheidsvoorschriften
Voetpedaal 3,1
Watteren en sierstiksels 28, 2
Werkbox aanstuiten
Programmtabelle
deze tabel is op overzichtelijke wijze het stekenprogramma afgebeeld. Boven het programma- mmer met de daarbij behorende steek, daaronder welke toets moet worden ingedrukt. Bij alle ken met de verwijzing III „stretch“ moet de steeklengteknop tot het stuitpunt van symbool tretch” gedraaid worden. Bij de overige steken kunt u de steeklengte zelf kiezen. de tekstabel is de benaming en de toepassing in afzonderlijke programma’s aangegeven.

text_image
01 A B C
text_image
02 G H I 03 D D E E F 04 stretch G stretch 05 DIEIF stretch| Nr. | Benaming: | Toepassen: |
| 01 | Knoopsgaten | Automatisch, zonder de stof te keren, alleen intippen en het knoopsgat is klaar. De steekdichtheid is instelbaar. |
| 02 | Rechte steek | Voor al het naaiwerk en een zadelsteek tot 6 mm in modellen uitgevuerd met 6 mm steeklengte. |
| 03 | Zigzagsteek | Veelzijdig toe te passen; zoals afwerken, applikeren, kant inzetten, kordonneren, borduren en stoppen, knopen aanzetten enz. |
| 04 | Drievoudige-stretchrechte steek | Voor naden die extra versterkt moeten worden, rekt mee bij elke belasting, zonder dat de naad knapt. |
| 05 | Drievoudige-stretchzigzagsteek | Bijzondere platte, elastische naadversteviging b. v. in foundation, is tevens een siersteek. |
G. M. PFAFF
Aktiengesellschaft
Technische wijzigingen voorbehouden
Gedrukt in Duitsland.
Nr. 29-629 995-80/000 R 0694











