Hobby 302 - Naaimachine PFAFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Hobby 302 PFAFF in PDF-formaat.
| Merk | Pfaff |
| Model | Hobby 302 |
| Producttype | Naaimachine |
| Voeding | Elektrisch via pedaalreostaat, 220-240 V |
| Verlichting | Lamp van maximaal 15 W |
| Steeklengte | 0 tot 4 mm, instelbaar |
| Zigzagsteekbreedte | Tot 5 mm (afhankelijk van model) |
| Beschikbare steken | Rechte steek, zigzag, reksteek, onzichtbare steek, knoopsgat, enz. |
| Naaldsysteem | 130/705 H, maten 60 tot 120 |
| Spoel | Uitneembaar type, ingebouwde voorspanning |
| Standaard persvoeten | Normaal, doorzichtig, onzichtbare steek, ritsvoet, stopnaaldplaat |
| Speciale functies | Vrije arm, stopnaad, rechte geleider, spoelopwinder |
| Naaimogelijkheden | Lichte tot zware stoffen (tot spijkerbroek, dun leer) |
| Onderhoud | Regelmatig reinigen van de transporteur en grijper, oliën |
| Veiligheid | Uitschakelen voor onderhoud of naaldwissel |
| Afmetingen | Ongeveer 42 x 18 x 30 cm (schatting) |
| Gewicht | Ongeveer 7 kg (schatting) |
| Optionele accessoires | Speciale voeten (overlock, zoomvoet, plooivoet, enz.) |
| Repareerbaarheid | Reserveonderdelen verkrijgbaar via Pfaff-dealers |
Veelgestelde vragen - Hobby 302 PFAFF
Gebruikersvragen over Hobby 302 PFAFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Hobby 302 - PFAFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Hobby 302 van het merk PFAFF.
GEBRUIKSAANWIJZING Hobby 302 PFAFF
Het kofferhuis optillen.

Handgreep van u af, kantelen.

Electrische aansluiting: Zet de voet-verestand op een gemakkelijk bereikbare plaat op de vloer. Eerst stekker S in-de machine steken, daarna stekker T in het stopcontact. Daarna de hoofdschakelaar 8 inschaken.

Spoelen: Met de linkerhand de werkbox verwijderen.

Afsluitkapje 21aar onder openen.

Spoelhuls aan kleje S wegtrekken.

Het spoeltje op de as van de spel-winder 4plaatsen.

Spoelaarrechtstegen despoelwinder Sdrukken.

Naaimechanisme uitschakelen: Het handwiel 5 vasthouden en koppel-schroef 6 in het handwiel waar voren draaien.

Garenpen 19 omhoog trekker, klosjer garen op de pen steken.

Spoelen: De draad van de garenklos in de voorspanning (16) trekken, maar de spoel leiden, door een gaatje steken en vasthouden. Voetweerstand indrukken en opspoelen na een aantal omwentelingen van de spoel de draad losliaten. De volle spoel waar links drukken, afnemen en draad afknippen.

Koppelschroef vastzetten: Om na het spoelen de machine weer in werkig te stellen: schroef 6 vastzetten met handwiel 5.

Spoel inleggen S: Draad van u af leggen. Spoel in de spoelhuls duwen: dan de draad via gleuf T onder veer U doortrekken.

Spoelspanning kontroleren: Bij goede spanning moet de spoelhuls blijven zweven; door een rukje aan de draad te geven moet de spoel steeds een stukje zakken. Stelschroefje S maar rechts is vaster; maar links is lossere spanning.

Spoelhuls inzetten: Klep T opnenen en de spoelhuls op stift U schuiven de hulsvinger V moet in de uitholling W vallen.

Bovendraad inrijgen: Naald en draadhevel in de hoogste stand. Naaivoetje omhoog. De draad via geleiding 2, door gleuf S waar beneden, maar boven door gleuf T, in de draadhevel 1, maar beneden terug in gleuf T door het rechtderaadhaakje U van het naaldslot trekken.

Steek de draad van voor maarchter door het cog van de naald.

Bovendraad vasthouden. Handwiel met de hand maar u toe draaien en een steek make. Naald en draadhevel in de hoogste stand. Dan met de bovendraad spoeldraad maar boven halen.

Boven- en onderdraad onder de naivoet door maar links leggen.

De machines hebben een vrije arm voor rondvormige kledingstukken.

Werkstuk onder de naaivoet leggen.

Stofdrukker 15 omlaag.

Snelheidspedaal intrappen: De voetdruk op het pedaal regelt de snelheid van de machine.

Bovendraadspanning 14 S: Zichtbare cijferindikatie.
Het verkrijgen van een goed stiksels van onderstaande punten afhankelijk:
- een onbeschadigde naald.
- De juiste bovendraad-en onderdraadspanning.
De onderdraadspanning is in de fabriek op de juiste wijze ingesteld.
Is na het kontroleren van de onderdraadspanning (zie blaz.9) korrektie nodig, dan het instelschroefje op de spoelhuls altijd minimaal verdraien.
De gebruikelijke draadspanningigt in de zone tussen 4 en 6. Hoe hoger het cijfer hoe zwaarder de spanning. Kontroleer de spanning altijd met een brede zigzagsteek. Een kort stukje proefnaaien. Verknoping van boven en onderdraad moet tussen de stoff plaatshebben.


Stofdrukker 15 omhoog duwen. Stof onder de voet wegtrekken.

Draadafsnijder 12: de draden in de gleuf leggen enaar beneden trekken.

Afhechten: Toets 7 indrukken en de machine stikt achefteruit. Zolang men de toets ingedrukt houdt blijft de machine awhile'sikken.

Steeklengte-instelling 27: De gewenste steeklegteussen O en 4 mm onder indikatie S draaien. De zone tussen O en 1 is voor knoopsgaten make.

Het steekmotief in tabel 26 uitkiezen. De correspondende letter (A-R) boven het motief, met steekeuzering 18 in instelvenster 17 onder markings S draaien. In het instelvenster is onder de letter de bij de steek behorende machine-instelling aangegeven.

- Naaivoet

= Zigzag-instelknop

steeklengetinstelknop

= Steekmotieven
Voor het naaien van de gekleurd afgebeelde stretchsteken moet symbol „Stretch" van de steeklengteknop 27 onder instelmarkering T gedraaid worden. Naar gelang de stofsoort kan de stek door draaien maar + langer of door draaien maar - korte ingesteld worden.
Nuttige stekentabel: bldz. 18/19
Stretchstekentabel: bldz. 20/21
| Symbol/Symbole Simbol/Symbool | Nutzstich-Tabelle | Utility stitches | Points utilisaires | |
| Stich | Stitch | Point | ||
| A | Knopflochsymbole | Buttonhole symbols | Symboles de boutonnière | |
| B | Geradstich Stichlage Mitte | Straight stitch, middle needle position | Point droit, départ médian | |
| BC | Geradstich Stichlage links | Straight stitch, left needle position | Point droit, départ à gauche | |
| WW | D | Zickzackbereich | Zigzag stitch range | Point zigzag |
| WW | E | Elastiknaht | Elastic seam | Point zigzag piqué |
| WW | F | Elastischer Blindstich | Elastic blindstitch | Point invisible élastique |
| WW | G | Blindstich schmal | Blindstitch, narrow | Point invisible étroit |
| WW | H | Muschelkantenstich | Shell-edging stitch | Point cocotte |
| WW | J | Verbindungsstich | Joining stitch | Point en créneau |
| WW | K | Zier elastikstich | Elastic decorative stitch | Point zigzag fantastaisie |
| N | Zierstich | Fancy stitch | Point fantastaisie | |
| O | Zierstich | Fancy stitch | Point fantastaisie | |
| P | Zierstich | Fancy stitch | Point fantastaisie | |
| R | Zierstich | Fancy stitch | Point fantastaisie |
| Nuttige-steken-label | Modelle/Models | ||
| Steck | 350 | 382 | 422 |
| Knoopsgaten symbolen | ● | ● | ● |
| Rechte steck naaldstand midden | ● | ● | ● |
| Rechte steck naaldstand links | ● | ● | ● |
| Zigzagzone | ● | ● | ● |
| Gestekte zigzag | ● | ● | ● |
| Rektbare blindsteek | ● | ● | ● |
| Blindsteek, smal | ● | ● | |
| Schulpsteek | ● | ● | ● |
| Verbindungssteek | ● | ● | ● |
| Elastische siersteek | ● | ||
| Siersteek | ● | ||
| Siersteek | ● | ||
| Siersteek | ● | ||
| Siersteek | ● | ||
Geradstich nahen
Modelen 350 en 382: Met de steekeu-zering 18 B of C onder marking S draaien. De steeklengte kiezen met instelknop 27. Model 422: Met de steekeu-zering 18, B onder marking S zetten. Daarna met zigzag-instelknop 20 voor naaldstand links, O en voor naaldstand links, 5 onder de instelmarketing draaien. De steeklengte kiezen.
| Symbol/Symbole Symboli/Symbool | Stretchstich-Tabelle | Stretch stitches | Points stretch | |
| Stich | Stitch | Point | ||
| B | Stretch-3fach-Geradstich Mitte | Straight triple stretch stitch, middle | Triple point stretchroit médiàn | |
| BC | Stretch-3-fach-Geradstich links | Straight triple stretch stitch, left | Triple point stretch droit à gauche | |
| D | Stretch-3fach-Zickzackstich | Zigzag triple stretch stitch | Triple point stretch.zigzag | |
| XXX | E | Wabenstich | Honeycomb stitch | Point nid d'abeille |
| F | Kanten-Einfaßstich breit | Overedge-stitch, wide | Point de bordage large | |
| G | Kanten-Einfaßstich schmal | Overedge-stitch, narrow | Point de bordage étroit | |
| XXX | H | Overlockstich | Overlock stitch | Point overlock |
| J | Pulloverstich | Pullover stitch | Point tricot | |
| K | Federstich | Feather stitch | Point d'épi | |
| N | Zierelastikstich | Elastic decorative stitch | Point zigzag fantaisie | |
| O | Zierelastikstich | Elastic decorative stitch | Point zigzag fantaisie | |
| P | Zierelastikstich | Elastic decorative stitch | Point zigzag fantaisie | |
| R | Zierelastikstich | Elastic decorative stitch | Point zigzag fantaisie | |
| Stretchsteken-label | Modelle/Models | ||
| Steek | 382 | 422 | |
| Stretch-3voudige-rechte steek, midden | ● | ● | |
| Stretch-3voudige-rechte steek, links | ● | ● | |
| Stretch-3voudige-zigzagsteek | ● | ● | |
| Wafelsteek | ● | ● | |
| Boorcsteek, breed | ● | ● | |
| Boardsteek, smal | ● | ||
| Overlocksteek | ● | ● | |
| Pulloversteek | ● | ● | |
| Veerstjeessteek | ● | ||
| Elastische siersteck | ● | ||
| Elastische siersteck | ● | ||
| Elastische siersteck | ● | ||
| Elastische siersteck | ● | ||

Naald wisselen: Schakel erst de stroomuit. Schroef losdraaien. Naald eruithalen. Nieuwe naald (130/705 H) metde platte kant maar de achechterzijde, zohoog maybeik in de houder schuiven. Schroef S vastdraaien.

Transporteur afdekken: Het stopplaatje over de tandjes schuiven en aandrukken. De drie pennetjes van het plaatje要去en waar bij in de gaatjes T, U en V van de steekplaat klikken.

Naaivoet wisselen: Schakel eerst de stroomuit. Druk op rode knop S. De naaivoet is los.

Naaivoet inklemmen: Naaivoet zo onder de klem U leggen, dat de stofdrukker precies met uitsparing U over as T klikt.

Lineaalklem: Lineaal in W steken en met V vastzetten. X is de voethouder schroef.

Naaivoeten (standaard accessoires)
A Gewone naivoet
B Borduurvoet
G Blindzoomovoet
E Treksluitingvoet
S Stopplaatje

Accessoiresbakje: De deksel van werkbox 9 openen. In het bakje isplaats voor de machineaccessoires.


Zickzacknähen
Modellen 350 en 382 (afb. U): De gewenste zigzagbreedte met de steekkeuzering 18 in zone W, onder instelmarkering S draaien. D is de breedste zigzagsteek.
Model 422 (afb. V): Letter D wordt onder marketing S gezet en de breedte wordt met zigzagknop 20 onder marketing T gedraaid. 5 is de breedste zigzag.


Abstepparbeiten
Naaivoetje: Normale-naivoet A of borduurvoet B en lineaal (extra accessoires)
Steek: B Rechte steck De lineaal S kan bij nagenoeg alle naaivoeties worden gebrukt.
Bevestigen van de lineaal
(extra accessoires): De lineaal S door boring T schuiven en met schroef U vastdraaien. De lineaal kan opijdere gewenste bredte afgesteld worden. Parallel ropende stiksels of sierstiksels langs kragen, zomen e.d. kan men moeitelloos maken met behulp van de lineaal. Tijdens het doorstikken van kragen, zomen e.d. loopt de lineaal-op de gewenste afstand-langs de stofkant (afb V). Bij watteerwerk loopt de lineaal steuds over het voorgaande stiksel (afb.W). Op deze manier komen de stiksels correct in de stof te liggen.


Naaivoet: blindzoomovoet G
Spanning: bovenspanning iets losser
Garen: normala naigaren
Steek: rekbare blindsteek
Stecklengte: 3-4 Naald: dikte 70 of 80
Zo worden de insteek van de naald geregeld
De stof onder de voet leggen, met zoom aan de onderkant. De omgeslagen rand langs de geleiding T van de voet latentlopen.Met instelschroef S, plaatje T zover waar links draieren tot de naald - met de linkerinsteen - een draad van de bovenstof pakt, afb. U en V.Maakt U eerst een proefnaad op een restje stof!

A1

2A4

A3
Knopflöcher
Naaiyoet: bordurvoet B
Spanning: bovendraadspanning let's losser
Garen: dun en soepel naigaren.
Steeklenge: knoopsgatenzone
Naald: 70-80
Naaivoet: zonder naaivoet of
borduurvoet B
Steek: C bij model 350 en 382
D bij model 422
Transporteur: afdekken met stopplaatje
Garen: dun naigaren
De knoop op de waarvoor gemerkte plaats leggen, onder de naaivoethouder schuiven en deze omlaag brengen. Bij model 350 of 382 met steekeuzering 18 C en bij model 422 D instellen. Bij model 422 ook de zigzagknop op 0 instellen. Dan het handviel maar u toe draaien tot de naald in het linkse gat van de knoop staat, de naald omhogg en weeiets laten zakken. Daarna bij model 350/382 met steekeuzering 18 en bij model 422 met zigzagknop 20 de steekbreedte zo regelen dat de naalt in hetrechtse gat van de knoop steekt. Nu 6-8 zigzagsteeken naaien en enige rechte steken in het linkse gaatje stikken (S).
Knopen met steel: De naald in het linkergaatje van de knoopplaatsen. Voor u de naaivoet LASTZAKKEN (T) een lucifer tussen de gaatjes van de knoop leggen, afb.2.Enige zigzagsteken naaien, de stof onder de voet weghalen en de draadeinden op ca.15 cm afknippen. Boven onnderdraad naar het steeltje halen en het steeltje met de hand omwikkelen en verknopen, afb.U en V.


Ritssluiting inzetten
Steek: rechte steck, naaldstand.
midden.
Garen: normal garen
Zo worden de ritsvoet ingeklikt: Het achterasje van de ritsvoet in uitholling W hangen en de zool waar boven drukken tot het voorste asje in uitholling X klikt. Deze voet kan voor iedere bewerking in de goede positie geschoven worden, maar links, rechts of midden (afb. S).
Treksluiting inzetten: onzichtbare
sluiting: De treksluiting inrijgen en open ritsen. De voet zover möglichn waar links schuiven tot de naald boven de rechtse opening van de voet staat. De treksluiting zo onder de voet leggen dat de tandjes in de rechter geleiding van de voet lopen (afb. T). De sluiting tot de helft instikken; naald in de stof; naaivoet omhoog; de sluiting dichritsen (afb. U). Naaivoet omlaag; de sluiting tot het eindpunt instikken en het dwarsnaadjne naaien. Het tweede stiksel opdezelfde afstand stikken. Op de helft van het stiksdel naald in de stof; voet omhoog; treksluiting openen afb. V; naaivoet omlaag; het stiksel afmaken.



NahtreiBverschluß
Naadsluiting (tandjes zichtaar)
Machine instelling zie blz 34.
De treksluiting en de stof als volgt gereedmaken. Strijk de naden scherp om. De linkervouw openvouwen (afb. S). Leg de linkerzijde van de sluiting nu zo op de strijkvouw (afb. T) dat de tandjes er precies oversteken. De steken worden precies in de vouw gestikt. Schuif de voet in het midden, zodat de naald precies in het middelste steekgat komt. Dan liggen de tandjes van de sluiting ook precies onder de linker tunnel van de voet (afb. U). Aan het begin van de naad de tandjes ie's omhoog houden. Dan de naad geheel doornaaien en goed afhechten. Sluiting dichritsen. De tweede stofkant op de rits leggen en aan het begin vastspelden (afb. V). Sluiting openritsen. Stofkant weer openvouwen en opnieuw afspelen (afb. W). Tijdens het naaien lopen nu de tandjes van de sluiting door do rechter tunnel van het voete (afb. X). De sluiting is nu ingezet. Nu de stof draaien en op voetbreedte (afb. Y) het treksluitingband eenmaal vastnaaien.


Machine-instelling zie blz 34. Verschuif de zool van de treksluitingvoet geheel aan links. De inslagen van het split scherp instrijken. De treksluiting (gesloten) zover onder de rechterzijde van het split spelden, dat de tandjes nog zichtaar bijn. Voorgeknipt gegenbeleg V inrijgen en bij het naaien meestikken. De tandjes van de sluiting liggen bij het instikken onder de rechterrijkant van de voet (afb. S). Laat vlak voor het einde van de naad de naald in de stof staan. Stofdrukker omhoog zetten en de treksluiting openritsen. Voet omlaag en de naad tot het einde afnaaien. Dan de sluiting wijdichtrekken. De linkeroverslag volgens afb. T ruim over de treksluiting spelden en inrijgen. Sluiting openritsen. Verstelbare lineaal op de voet aanbrngen en zover inregelen dat de afstikbreedte tussen het stikselen de stofkant precies breed genoeg is (afb. U). Voet omlaag en de naad nauwkeurig doornaaien. Aan het eind de naad met een trens afchteen.


Stopfen
Machine voorbereiden:
Naaivoet: stopvoet
Steek: rechte steek, naaldstand midden
Boyspanning: jets losser
Garen: dun machinestopgaren
Naald: dikte 70
Transporteur: afdekken met stopplaatje
Zo zet u de stopvoet op de machine: De vnoethouder verwiederen met schroef S.
Dan de stopvoet bevestigen, waar bij opletten dat beugel T op schroef U komt te liggen. Eerst de onderdraad maar boven halen en de voet lately zakken. De beiden draden bij de eerste steken vasthouden. De stof met de hand sturen, waar bij de machine vlug lately lopen. Span de draden, van boven maar beneden, over het beschadigde gedeelte afb. V. Neem ook een gedeelte van de onbeschadigde stof mee,
afb. W. Het Beste is om de stiksels aan het begin en het einde rond te lately lopen, afb. W. Zodra het te stoppen oppervlak gelsekmatig is bedekt, draait U de stof 90^ en stopt U nogmaals over de reeds gestekte draden totdat alles goed is dichtgestopt. De lengte van de steek bepaalt u zichl, door vlug of langzaam de stof te verschuiven.


Reinigen und Olen
Schakel eerst de stroom uit. Naald en naivaoetje in de hoogste stand. De 2 bevestigingsschroeven van de steekplaat losdraaien en de steekplaat verwijden. Met een penseel de transporteurschoonmakers (er blijven altiid wat stofestenijken) De 2 grendels S bij de grijper maar buiuten draaien. Ring T en grijper U eruitnemen. Grijperbaan met penseel schoonmakers. Af en toe een drupje olie in de grijperbaan doein.
Belangrijk. De grijper Niet latent vallen!

Schakel eerst de stroom uit voor u het lampje verwisselt. Het oude lampje omhoog drukken, maar S draieren en eruit nemen. Nieuw lampje zo inzetten dat de beiden pennen in de gleuven U glijden. Het lampje omhoogdrukken enaar T draaien. Er mogenuitsluitend naaimachine-lampjes van maximaal 15 Watt voor deze machine worden gebruikt.
Nadel-Tabelle
Het gebruik van de juiste naald, garandeert een betere verwerking van de stof
| Stofkwaliteit dun | Stofkwaliteit middel | Stofkwaliteit dik |
| naald 60 70 75 | naald 80 90 | naald 100 110 120 |
Vorm van de Naaldpunt
| Benaming | Profiel | Naaldpunt en naaldoog | Geschikt voor: |
| 130/705 H naalddikte: 70/80 | kleine bolvormige punt | Universele naald voor fijnmazige synthetische weefsels, linnen, katoen, batist, chiffon, organdie, wol, zichde sierrandjes en borduurwerk. | |
| 130/705 H-SUK naalddikte: 70/110 | bolvormige punt, middel | Grofmazig gebreide stoffen, fijn-mazig gebrecht materiaal, lastex, interlock, simplex, quiana | |
| 130/705 H-PS naalddikte: 75/90 | kleine bolvormige punt Klein naald-oog | Special ontwikkelde strechnaald. Bijzonder geschikt voor delicate stretch-stoffen, bv. zijden jersey | |
| 130/705 H-SKF naalddikte: 70/110 | grote bolvormige punt | Grofmazig foundation, lycra, simplex, lastex | |
| 130/705 H-J naalddikte: 90/110 | spitse naaldpunt | Keper, werkkleding, zwaar linnen, jeans, fjn zeildoek | |
| 130/705 H-LL naalddikte 70/120 | snijpunt (rechts snijdend) | Leer, wildleer, kalfsleer | |
| 130/705 H-PCL naalddikte: 80-110 | snijpunt met gleuf (linksuitlopend) | Skai, plastic, folie, wasdoek | |
| 130 H-N naalddikte 100-110 | lang naaldoog kleine bolvormige punt | Zadelsteek met knoopsgatgaren 30/3 | |
| 130/705 H-Wing naalddikte: 100 | ajour-punt | Effectvolle ajounaad in sterke geappreeteerde weefsels, organdie, glasbatist |
Naaldentabel
| Benaming | Stecklengte | Steerkbreedte | Naald-abstand | Geschikt voor: |
| 130/705 H-ZWIaalddikte: 80 | 2,5 mm2,5 mm | - - | 1,6 mm2,0 mm | normale biezennormale biezen |
| 130/705 H-ZWIaalddikte: 80 | 2,5 mm | - | 2,5 mm | brede biezen |
| naalddikte: 90 | 2,5 mm | - | 3,0 mm | brede biezen |
| naalddikte: 100 | 3,0 mm | - | 4,0 mm | extra brede biezen |
1. De machine staat steken over
De naald is Niet goed ingezet.
Naald zover mogelijk maar boven schui- ven, met de vlakke kanr maar achteren.
U gebruikt een verkeerd systeem naald.
Naald system 130/705 H inzetten.
De naald is krom of stomp.
Nieuwe naald inzetten.
De machine is Niet goed ingeregen.
De machine opniewinrijgen.
De naald is te dun voor het garen.
Naald volgens naaldabel uitzoeken.
2. De bovendraad breekt
Doordezelfdeoorzakenalsboven.
Zie onder opheffen 1.
Bij een te zware bovenspanning.
Bovenspanning losser zetten.
Bij slechte kwaliteit garen, b. v. met veel knoopjes of bij garen dat door lang liggen uitgedroogd is.
Goede kwaliteit gemerceriseerd of syntetisch garen gebruiken.
3. De naald breekt
De naald is Niet hoog genoeg ingezet.
Nieuwe naald inzeten en zo hoog mogelijk in de naaldhouser schuiven.
De naald is krom.
Nieuwe naald inzetten.
De naald is te dun of te dik.
Naald volgens naaldtabel uitzoeken.
Door trekken of duwen aan de stof is de naald verbogen en stoot op de steekplaat.
Niet trekken of duwen aan de stof alleen sturen
Het spoelhuis is Niet goed ingezet.
Bij het inzetten even indrukken tot het spoelhuis klikt.
4. Het stiksels onregelmating
De spanning is versteld.
Boven-en onderdraadspanning controlleren.
Te dik, onregelmatig of te stug garen.
Alleen goede kwaliteit garen gebruiken.
De onderdraad is nicht regelmatig opgespoeld
Spoelen met de draad door de spoelspanning, Niet uit de vrijhe hand.
Grote lussen onder de stof.
Bovendraad opnieuw inrijgen.
Qorzaak:
Opheffen:
Tussen de tandjes van de transporteur zit stof geperst.
Steekplaat wegnemen,stof met het stofkwastje weghalen.
6. De machine loopt zwaar
Draadresten in de grijperbaan.
Draadresten verwijderen en een druppel olie in de grijperbaan doein.
7. Belangrijke aanwijzingen
Laat de ingeregen machine Niet lopen, zonder stof onder de voet.
Schakel eerst de stroom uit als u de kamer verlaat.
Sonderzubehör
De accessoires waar voor bijzondere werzaamheden. Ze waar verkrijgbaar bij de officiele Pfaff dealer.
| Accessoires | Bestelnr. | Toepassing |
| Aplikatievoet | 93-035 920-91 | |
| Biaisbandvoet naaivoethouder afnemen | 98-053 484-91 | Omboren van kanten met band |
| Biezenvoet 5 rillen(tweelingnaald, naaldfstand 1,8-2,5) | 93-035 950-91 | Biesjes make,(naalddikte 80,smalle biesjesnaalddikte 70) |
| Biezenvoet 7 rillen(tweelingnaald, naaldfstand 1,4-1,8) | 93-035 953-91 | |
| Doorslagvoet | 93-035 943-91 | Doorslaan, stofversieren |
| Geleidineaal | 98-802 422-00 | Wattieren |
| Rechte-steekvot | 98-694 803-00 | Opgelet! Alleen rechte steken metnaalldstand in het midden gebruiken.Voor doorstiknaden en voor het stikkenvan dunne stoffen b. v. zijden jersey |
| Streekplaat met rondgat | in bewerking | |
| Platte naadvoet 4,5 mm | 93-035 946-91 | Voor platte naden |
| Platte naadvoet 6,5 mm | 93-035 948-91 | |
| Knoopsgatenvoet | 98-694 411-00 | Knoopsgatenmaken |
| Rimpelvoet | 93-035 998-91 | Rimpelen van volants etc. |
| Kordonneervoet | 93-035 915-91 | Voor kordonneerwerk |
| Overlockvoet | 98-620 404-00 | Voor het afwerken van dunne stoffenen geleektijdig stikken enafwerken van rekbaar materiaal |
| Rolzoomvoet 2 mm | 98-694 804-00 | Smalle zoom, met zigzagsteek |
| Zomer 3 mm | 98-694 401-00 | Afwerken von kanten |
| Stopvoet (Naaivoethouder afnemen) | 93-106 103-91 | Stoppen en wolstoppen |
| Teflonvoet | 98-694 801-00 | Stikken van plastic en kunststof |
| Borduurvoet | 98-694 879-00 | borduren en sierste |
Inhoud
Aansluiten van de machine 4
Accessoiresvakje 24
15
Afhechten,achterwaarts stikken 15
Blindzomen 28, 29
Bovendraad inrijgen 10
Bovendraadspanning kontroleren 13, 14
Draadafsnijder 14
Knopen aanzetten 32, 33
Knoopsgaten 30, 31
Koffer aufnemen 4
Lampie wisselen 43
Naaimechanismeuit-eninschakelen 6,8
Naaiyoeties 24
Naalyoetie wissalen 23
Naaldentabel 50, 51
Naald wisselen 22
Onderdraad aan boyen halen 11
Onheffen van storingen 58, 59
Rechte steken naajen 19
Schoonmaken en smeren 42
Spiegelen voorbereiden 5,6
Spoelen 7
Spoel in de spoelhuls 8
Spoelhuls in de machine 9
Spoelspanning kontroleren 9
Stecklengte instellen 15
Stofdrukker 12
Stoppen 40, 41
Steekmotief-insteling 16, 17
Stekentabel-nuttige steken 18, 19
Stekentabel-stretchsteken 20, 21
1 Stretchsteken instellen 16, 17
Velligheidsvoorschriften 25
Voetpedaal 13
Watteren en sierstiksels 26, 27
Zigzag naaien 28
PFAFF
G.M.PFAFF
Aktiengesellschaft
Technische wijzingen voorbehouden.
Gedrukt in Duitsland
Nr.29-629998-58000R0692