PAC127560 - Airconditioning Emerio - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PAC127560 Emerio in PDF-formaat.

📄 173 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Emerio PAC127560 - page 99

Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PAC127560 - Emerio en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PAC127560 van het merk Emerio.

GEBRUIKSAANWIJZING PAC127560 Emerio

1. Lees en bewaar deze gebruiksaanwijzing. Let op: de afbeeldingen in de gebruiksaanwijzing dienen alleen

2. Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en personen met beperkte fysische,

visuele of mentale vaardigheden, of die een gebrek aan ervaring en kennis hebben, indien ze gepaste instructies hebben gekregen zodat ze het apparaat op een veilige manier kunnen gebruiken en op de hoogte zijn van de gevaren die het gebruik van het apparaat met zich meebrengt.

3. Laat kinderen niet met het apparaat spelen.

4. Kinderen mogen het apparaat niet reinigen of onderhouden zonder toezicht.

5. Als het snoer is beschadigd, moet het worden vervangen door de fabrikant, zijn klantenservice of

gelijksoortig geschoolde personen om elk gevaar te vermijden.

6. Niet doorboren of verbranden.

7. Opgelet, bepaalde koudemiddelen zijn geurloos.

8. Bewaar het apparaat op een dergelijke wijze zodat mechanische storing wordt vermeden.

9. Alleen voor gebruik binnenshuis.

10. Gebruik het toestel niet in de buurt van een vuurbron, in een zone waar olie kan opspatten, stel het niet

bloot aan direct zonlicht en plaats het niet in een zone waar water kan opspatten, zoals in de buurt van een badkuip, douche of een zwembad, of in een wasruimte.

11. Steek nooit uw vingers of een stang in de luchtinlaat. Licht kinderen altijd over deze gevaren in.

12. Voordat u het toestel reinigt of verplaatst, schakel het altijd uit en haal de stekker uit het stopcontact.

13. Niet aan het snoer trekken, het vervormen of aanpassen, of het in water dompelen. Aan het snoer

trekken of het verkeerd gebruiken kan schade aan het apparaat en een elektrische schok veroorzaken.

14. Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de fabrikant van het apparaat.

Onderhoud en reparatie die de hulp van ander opgeleid personeel vereisen, moeten worden uitgevoerd onder het toezicht van een persoon die weet hoe brandbare koudemiddelen te gebruiken.

15. Start of stop het toestel niet door de stekker in het stopcontact te steken of eruit te trekken. Het kan

een elektrische schok of brand veroorzaken als gevolg van de overmatige generatie van hitte.

16. Haal de stekker uit het stopcontact als u een ongewoon geluid, geur of rook waarneemt.

17. Sluit dit apparaat altijd aan op een geaard stopcontact.

18. Als het toestel beschadigd is, schakel het toestel uit, haal de stekker uit het stopcontact en neem contact

op met een erkend servicecentrum voor reparatie.

19. Gebruik geen middelen die het ontdooiproces versnellen of reinigingsmiddelen, tenzij deze die door de

fabrikant zijn aanbevolen.

20. Berg het apparaat op in een ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijv. een open vlam,

ingeschakeld gastoestel of een ingeschakeld elektrisch verwarmingstoestel).

21. Dit apparaat bevat het koudemiddel R290. R290 is een koelgas dat in overeenstemming is met de

Europese milieurichtlijnen. Doorboor geen enkel deel van het koelcircuit.

22. Als het apparaat wordt bediend of bewaard in een ruimte zonder ventilatie, moet de ruimte aldus zijn

ingericht dat de ophoping van koudemiddel door een lek wordt vermeden. Dit kan leiden tot brand- of explosiegevaar door het ontsteken van het koudemiddel door een elektrisch verwarmingstoestel, fornuis of andere ontstekingsbron.- 99 -

23. Personen die het koelcircuit bedienen of er aan werken, moeten in het bezit zijn van een gepast

certificaat van een bevoegde organisatie, zodat deze personen bevoegd zijn om koudemiddelen op een veilige manier te behandelen overeenkomstig de specificaties die in de industrie van kracht zijn.

24. Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de fabrikant van het apparaat.

Onderhoud en reparatie die de hulp van ander opgeleid personeel vereisen, moeten worden uitgevoerd onder het toezicht van een persoon die weet hoe brandbare koudemiddelen te gebruiken.

25. Voor instructies voor het repareren van apparaten die R290 bevatten, raadpleeg onderstaande

26. Laat het apparaat altijd minstens 2 uur met rust nadat het naar een andere ruimte is gebracht.

Waarschuwing: Brandgevaar / ontvlambare materialen. Lees de gebruikershandleidingen. Gebruiksaanwijzing; gebruiksinstructies Service-indicator; lees de technische handleiding. Waarschuwing: Houd de ventilatieopeningen vrij. Waarschuwing: Berg het apparaat op in een goed geventileerde ruimte waarbij de grootte van de kamer overeenstemt met het oppervlak dat is aangegeven. Zorg voor een vrije ruimte van minstens 20 cm rondom het toestel. Gebruik en bewaar het apparaat in een ruimte met een vloeroppervlak van minstens 13 m

Preventieve maatregelen

1. Schakel voor het eerste gebruik de stroomvoorziening in, druk op de aan/uit-knop en verbind het

apparaat met de waterkraan met behulp van de onafhankelijke waterinlaat-/uitlaatslang volgens de gesproken melding.

2. Tijdens het koelen is de hoogste watertemperatuur 40℃en de laagste watertemperatuur -9℃. De

hoogste werkdruk van de watercyclus is 0,03 MPa en de laagste werkdruk is 0,005 MPa. De maximale waterinlaatdruk is 0,2-0,6 MPa. Tijdens het verwarmen is de hoogste watertemperatuur 30℃en de laagste watertemperatuur -9℃.

3. Aangezien het een mobiele airconditioner van het type warmtepomp met energieopslag is, kan dit

apparaat zonder installatie worden gebruikt. Voordat u gaat koelen of verwarmen, voltooi eerst de koude- of warmteopslag. Om langer te kunnen koelen of verwarmen, sla zoveel mogelijk koude- of warmte-energie op te slaan.

4. Beweeg langzaam om botsing of kantelen te voorkomen.

5. Stapel geen voorwerpen bij de luchtinlaat/-uitlaat van het apparaat. Zorg voor een vrije ruimte van

minstens 200 mm zijn tussen de luchtinlaat/-uitlaat en omringende voorwerpen. Houd de luchtinlaat/-uitlaat vrij om te voorkomen dat de luchtuitwisseling van de luchtinlaat/-uitlaat van het apparaat wordt verstoord.- 100 -

6. Gebruik bij het reinigen en onderhouden van het apparaat een zachte doek om het apparaat schoon te

vegen. Gebruik geen was, verdunningsmiddel of irriterend reinigingsmiddel.

7. Maak het filter regelmatig schoon. Het wordt aanbevolen om het elke twee weken schoon te maken.

8. Als u denkt het apparaat langere tijd niet te gebruiken, trek de stekker uit het stopcontact en laat het

water uit het waterreservoir lopen.

9. Demonteer of repareer het apparaat niet zonder professioneel onderhoudspersoneel.

10. Als de watertemperatuur 18 graden of lager is, laat geen water in het apparaat stromen of voer geen

water af. (De temperatuur van het waterreservoir wordt weergegeven op het digitaal scherm onder de koude-opslag- of warmte-opslagfunctie en op de bedieningsinterface van de app.) Speciale herinnering

1. Open tijdens koude-opslag deuren en ramen voor ventilatie.

2. Na het wijzigen van de modus kan de compressor de beveiligingsstatus openen. Het apparaat kan

stationair blijven. U moet 3 minuten wachten voordat de compressor weer kan starten.

3. Wanneer de compressor start, hoort u een beetje lawaai van de tweefasige stroom. Nadat de compressor

is gestart, zal het lawaai van de tweefasige stroom verdwijnen.

4. Draai na het afvoeren de inlaat-/uitlaatleiding los en verwijder deze van het apparaat, anders zal er

sifonage optreden. Zelfs na het afvoeren, zal er nog water uit het apparaat stromen.

5. Zelfs als de afvoerfunctie van het apparaat wordt gebruikt om het water in het reservoir af te voeren, kan

niet al het water niet worden afgevoerd. Zorg er aldus voor dat tijdens het verplaatsen, dragen en opslaan, het apparaat rechtop staat en niet wordt gekanteld. Wanneer het apparaat wordt gekanteld, schakel het apparaat niet onmiddellijk in. Wacht een bepaalde periode en schakel het apparaat pas in wanneer het water volledig is verdampt.

6. Houd rekening met de temperatuur van het water in het waterreservoir alvorens het water af te voeren.

Water in het reservoir moet worden afgevoerd bij een temperatuur boven 18℃. Als de temperatuur lager is dan 18℃, gebruik dan de warmte-opslagfunctie om de watertemperatuur te verhogen voordat het water wordt afgevoerd. Zo niet, kan er ijs in het waterreservoir het afvoeren van het water beletten of kan het waterreservoir niet volledig worden geleegd.

7. Opmerking: Na inschakeling van het apparaat in om het even welke modus, zal de interne ventilator eerst

30 seconden draaien en daarna zal het apparaat werken in de modus die u hebt ingesteld.- 101 -

BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN

1. Luchtuitlaat met verstelbare oscillatiegleuven

3. Handgreep (aan weerskanten)

6. Wateruitlaat en -knop

8. Waterinlaat-/uitlaatslang

Opmerking: bekijk de afzonderlijke gids voor de wateraansluitingen. Bedieningspaneel A. Aan/uit-knop Druk op deze knop om het apparaat aan/uit te zetten. B. Afvoerknop Druk op deze knop om de waterafvoerfunctie te starten. C. Toevoerknop Druk op deze knop om de watertoevoerfunctie te starten. D. + / - knoppen Druk in de modus koude-opslag, koeling, sterke koeling, warmte-opslag of verwarming op de knoppen om de ingestelde temperatuur te verhogen of te verlagen (elke druk wijzigt de temperatuur met 1 graad). Voor de timer en vooraf ingestelde functies druk op de knoppen om de ingestelde tijd te verhogen of te verlagen (elke druk wijzigt de tijd met 1 uur). E. Digitaal scherm- 102 -

10. Ontvochtigingsmodus

14. Voorinstelling voor koude-opslag

15. Voorinstelling voor warmte-opslag

16. Energie-indicator (energiebalk)

17. Watertoevoerfunctie

18. Waterafvoerfunctie

21. Oscillatiefunctie

22. Temperatuur-/timerweergave

F. Modusknop Druk op deze knop om de gewenste modus te selecteren: Koude-opslag, koelmodus, sterke koelmodus, ontvochtigingsmodus, warmte-opslag, verwarmingsmodus en ventilatiemodus. G. Windsnelheid-knop Druk op deze knop om de gewenste windsnelheid te selecteren: laag/middelmatig/hoog/automatisch. H. Oscillatieknop Druk op deze knop voor oscillatie omhoog-omlaag of de oscillatie te stoppen.

Wanneer het apparaat in de koel-, sterke koel-, ontvochtigings-, verwarmings- of ventilatiemodus werkt, druk op deze knop om de eindtijd van de modus in te stellen. Na het inschakelen van het apparaat, druk op deze knop om de start- en eindtijd van de modus in te stellen. J. Voorinstellingsknop Druk op deze knop om het aantal uren in te stellen voordat het apparaat gebruikt zal worden en het apparaat zal de energie (koude-opslag/warmte-opslag) gedurende deze periode automatisch opslaan.- 103 - GEBRUIK Voordat u het apparaat gebruikt, bekijk onze onderstaande installatie-instructievideo's. Dit apparaat maakt gebruik van een uniek energieopslagsysteem. Het gebruikt de opgeslagen koude- of warmte-energie om het apparaat te laten koelen of verwarmen. Gebruik aldus eerst de koude-opslagfunctie of de warmte-opslagfunctie voordat u de koelmodus / sterke koelmodus of verwarmingsmodus instelt. Activeer de koude-opslagfunctie niet in de ruimte die u wilt koelen. Tijdens de koude-opslagfunctie wordt er een grote hoeveelheid warmte de ruimte in geblazen. Voor het beste en snelste resultaat, plaats het apparaat tijdens het opslaan in de buurt van een open deur of raam, zodat de hete lucht naar buiten wordt afgevoerd. Voor de ontvochtigings- of ventilatiefunctie is er geen energieopslag nodig. U kunt op de modusknop drukken om direct de ontvochtigingsmodus of de ventilatiemodus te kiezen zonder eerst naar koude-opslag of warmte-opslag te gaan. Opmerking: Na inschakeling van het apparaat in om het even welke modus, zal de interne ventilator eerst 30 seconden draaien en daarna zal het apparaat werken in de modus die u hebt ingesteld.

1. Het apparaat op de voeding aansluiten

1) Sluit voor ingebruikname het apparaat op de voeding aan en raadpleeg vervolgens stap 2 van

2) Wanneer het apparaat niet voor de eerste keer wordt gebruikt of wanneer er water in het

waterreservoir zit, steek de stekker in het stopcontact en druk op de aan/uit-knop op het bedieningspaneel.

In geval het alarm voor tekort aan water wordt geactiveerd (geen water in het waterreservoir tijdens het eerste gebruik of tekort aan water tijdens gebruik), volg de onderstaande stappen om het reservoir binnenin het apparaat met water te vullen.

1) Verwijder de waterinlaatknop aan de achterkant van het apparaat door deze tegen de klok in te

2) Gebruik de waterinlaat-/ uitlaatslang om het apparaat op de kraan aan te sluiten. Druk op de

waterinlaatknop en draai de kraan tegelijkertijd open.

3) Wanneer het waterpeil het werkingspeil heeft bereikt, zal de waterinlaatklep automatisch sluiten om

de toevoer van water te stoppen.

4) Verwijder de waterinlaat-/uitlaatslang en schroef de waterinlaatknop opnieuw vast.

1) Druk op de modusknop om de koude-opslagfunctie te selecteren.

2) Druk op de "+" of "-" knop om de temperatuur voor koude-opslag in te stellen. Hoe lager de

ingestelde temperatuur, hoe groter de opslagcapaciteit. Stel het temperatuurbereik in tussen -9℃ en 5℃.

3) Nadat de koude-opslag is voltooid, gaat het apparaat automatisch in stand-by.- 104 -

  • Tijdens de koude-opslag is de wind op hoge snelheid ingesteld en staan de oscillatiegleuven in de maximale uitblaashoek. De warmte-energie wordt nu afgevoerd. Open in een kleine ruimte de deuren en ramen voor ventilatie. Activeer de koude-opslagfunctie niet in de ruimte die u wilt koelen. Tijdens de koude-opslagfunctie wordt er een grote hoeveelheid warmte de ruimte in geblazen. Voor het beste en snelste resultaat, plaats het apparaat tijdens het opslaan in de buurt van een open deur of raam, zodat de hete lucht naar buiten wordt afgevoerd.
  • De werkelijke temperatuur van het water in het waterreservoir wordt tijdens de koude-opslag weergegeven.
  • De luchtinlaat en -uitlaat mogen niet worden afgedekt.

1) Druk op de modusknop om de koelmodus te selecteren.

2) Druk op de "+" of "-" knop om de gewenste koeltemperatuur in te stellen, tussen 16℃ en 32℃.

3) Druk op de windsnelheidsknop om de lage/middelmatige/hoge/automatische windsnelheid in 4

verschillende niveaus te selecteren.

4) Druk op de oscillatieknop om de oscillatiefunctie in/uit te schakelen.

  • De kamertemperatuur wordt tijdens het koelen weergegeven.
  • Wanneer de koelcapaciteit van het water in het waterreservoir opgebruikt is (de watertemperatuur bereikt 40℃), wordt de koeling gestopt en kan het water alleen worden gebruikt na de koude-opslag.

Deze modus kan worden gebruikt wanneer snel koelen vereist is.

1) Druk op de modusknop om de sterke koelmodus te selecteren.

2) Druk op de "+" of "-" knop om de sterke koeltemperatuur in te stellen, tussen 16℃ en 32℃.

3) De windsnelheid is standaard en kan niet worden aangepast.

4) Druk op de oscillatieknop om de oscillatiefunctie in/uit te schakelen.

  • De kamertemperatuur wordt tijdens sterke koeling weergegeven.
  • Wanneer de koelcapaciteit van het water in het waterreservoir opgebruikt is (de watertemperatuur bereikt 40℃), wordt de koeling gestopt en kan het water alleen worden gebruikt na de koude-opslag.

1) Druk op de modusknop om de warmteopslagfunctie te selecteren.

2) Druk op de "+" of "-" knop om de temperatuur voor de warmte-opslag in te stellen, tussen 20℃ en

30℃. Hoe hoger de ingestelde temperatuur, hoe groter de opslagcapaciteit.

3) Wanneer het digitaal scherm uw ingestelde temperatuur weergeeft, betekent dit dat de

warmte-opslag voltooid is. Opmerking:

  • De luchtuitlaatventilator is tijdens de warmte-opslag gesloten en is er geen luchtvolume om uit te blazen.
  • De werkelijke temperatuur van het water in het waterreservoir wordt tijdens de warmte-opslag weergegeven.- 105 -

1) Druk op de modusknop om de verwarmingsmodus te selecteren.

2) Druk op de knop "+" of "-" om de verwarmingstemperatuur in te stellen, tussen 16℃ en 32℃.

3) Druk op de windsnelheidsknop om de lage/middelmatige/hoge/automatische windsnelheid in 4

verschillende niveaus te selecteren.

4) Druk op de oscillatieknop om de oscillatiefunctie in/uit te schakelen.

  • Het geeft de kamertemperatuur tijdens het verwarmen weer.
  • De luchtinlaat en -uitlaat mogen niet worden afgedekt.

1) Druk op de modusknop om de ontvochtigingsmodus te selecteren.

2) Druk op de oscillatieknop om de oscillatiefunctie in/uit te schakelen.

  • Het geeft de kamertemperatuur tijdens het ontvochtigen weer.

1) Druk op de modusknop om de ventilatiemodus te selecteren.

2) Druk op de windsnelheidsknop om de lage/middelmatige/hoge windsnelheid in 3 verschillende

niveaus te selecteren.

3) Druk op de oscillatieknop om de oscillatiefunctie in/uit te schakelen.

  • De kamertemperatuur wordt tijdens de ventilatie weergegeven.

10. Timing (Om de timer in te stellen voor de koel-, sterke koel-, ontvochtigings-, verwarmings- of

ventilatiemodus.) - Stel de eindtijd in wanneer het apparaat in de koel-, sterke koel-, ontvochtigings-, verwarmings- of ventilatiemodus werkt:

1) Druk op de timerknop.

2) Druk op de "+" of "-" knop om de eindtijd in te stellen.

3) Druk opnieuw op de timerknop om te bevestigen.

- Stel de starttijd en eindtijd in wanneer het apparaat net is ingeschakeld, en niet in de koel-, sterke koel-, ontvochtigings-, verwarmings- of ventilatiemodus werkt:

1) Druk op de aan/uit-knop om het apparaat in te schakelen en druk vervolgens op de timerknop.

2) Volg de gesproken instructies om op de modusknop te drukken en uw gewenste modus te

selecteren: koelen, sterk koelen, ontvochtigen, verwarmen of ventileren.

3) Druk op de timerknop om te bevestigen.

4) Druk op de "+" of "-" knop om de starttijd in te stellen en druk vervolgens op de timerknop om te

5) Druk op de "+" of "-" knop om de eindtijd in te stellen en druk vervolgens op de timerknop om te

bevestigen. Voorbeeld: We stellen de starttijd “1” en eindtijd “2” op 9:00 in. Het toestel start dan op 10:00 en stopt op 12:00.- 106 - Opmerking:

  • Aan het einde van de timerinstelling zult u een gesproken melding horen.
  • Zodra de timer is ingesteld, kan de modus niet meer worden gewijzigd. Als u de modus wilt wijzigen, druk op de aan/uit-knop om het apparaat uit te schakelen en opnieuw in te schakelen.

11. Voorinstelling (Om de timer in te stellen voor koude-opslag of warmte-opslag.)

- Vooraf ingestelde instelling:

1) Druk op de voorinstellingsknop om de vooraf ingestelde modus te openen en selecteer

vervolgens de voorinstelling voor koude-opslag of warmte-opslag.

2) Druk op de "+" of "-" knop om te selecteren binnen hoeveel uur de koude-opslag of

warmte-opslag voltooid moet worden (tijdsbereik: 4-24 uur). Druk na het selecteren van de tijd opnieuw op de voorinstellingsknop om te bevestigen en u hoort een gesproken melding dat de voorinstelling voltooid is. - Voorinstelling annuleren:

1) Druk opnieuw op de voorinstellingsknop, de vorige voorinstelling wordt geannuleerd en er kan

een nieuwe voorinstelling worden gemaakt.

2) De voorinstelling wordt automatisch geannuleerd wanneer de stroom wordt uitgeschakeld.

3) Houd de voorinstellingsknop langer dan 3 seconden ingedrukt om de voorinstelling te annuleren.

Opmerking: Zodra de koude-opslag of warmte-opslag voltooid is, gaat het apparaat automatisch in stand-by. Druk vervolgens op de modusknop om de koel- of verwarmingsfunctie te kiezen. Andere handelingen kunnen niet worden uitgevoerd wanneer de voorinstelling is ingesteld. Als de gebruiker andere handelingen wilt uitvoeren, moet de voorinstelling eerst geannuleerd worden.

1) Houd de "+" en "-" knop 3 seconden tegelijkertijd ingedrukt om de kinderslotfunctie in te schakelen.

Alle knoppen zijn nu vergrendeld en kunnen niet worden bediend.

2) Houd de "+" en "-" knop opnieuw 3 seconden tegelijkertijd ingedrukt om de kinderslotfunctie uit te

schakelen of trek de stekker uit het stopcontact.

- Afvoer van condenswater Tijdens gebruik zal er zich condenswater ophopen in de waterbak binnenin het apparaat. Wanneer het waterpeil in de bak een bepaald niveau bereikt, wordt er een condenswater vol-alarm weergegeven. De machine stopt met werken zodra de water vol-indicator en de "E4" code op het digitaal display oplichten. Wanneer dit gebeurt, voer al het condenswater af (zet eerst een waterreservoir onder de waterafvoer, trek de plug eruit en laat het condenswater weglopen). Het condenswater vol-alarm wordt uitgeschakeld en de normale werking wordt hervat. Opmerking: Om activering van het alarm voor vol water te voorkomen ("E4" code is op het digitaal display opgelicht), (bijvoorbeeld 's nachts in de modus koude-opslag, koeling of sterke koeling), kan de meegeleverde afvoerslang worden gebruikt om het water continu af te voeren. Om dit te doen, verwijder de plug uit de afvoeropening aan de achterkant van het apparaat. Sluit de afvoerslang aan op de opening en voer het water af in een emmer of afvoerputje. (Bij het uittrekken van de plug kan er condenswater naar buiten stromen.)- 107 - - Waterreservoir leegmaken Om het water in het waterreservoir af te voeren, volg de onderstaande stappen:

1) Draai de wateruitlaatknop aan de achterkant van het apparaat los, draai één uiteinde van de

waterinlaat-/uitlaatslang vast op het afvoergat en sluit het ander uiteinde aan op een wateropvangbak of afvoerputje.

2) Steek de stekker in het stopcontact en druk op de aan/uit-knop op het bedieningspaneel.

3) Druk op de afvoerknop. Houd de afvoerknop langer dan 3 seconden ingedrukt en het systeem

start automatisch de waterpomp om het water af te voeren.

4) Wanneer de afvoer is voltooid, wordt de afvoerpomp automatisch uitgeschakeld.

5) Verwijder de waterinlaat-/uitlaatslang en schroef de waterafvoerknop opnieuw vast.

14. Gesproken meldingen aan/uit-functie

1) Houd de knop "-" langer dan 6 seconden ingedrukt, het controlelampje van de aan/uit-knop knippert

twee keer en de gesproken meldingen-functie wordt uitgeschakeld. Er worden aldus geen gesproken meldingen afgespeeld tijdens het bedienen van het apparaat.

2) Houd de knop "+" langer dan 6 seconden ingedrukt om de gesproken meldingen-functie te

herstellen. Belangrijk: Na het wijzigen van de modus kan de compressor de beveiligingsstatus openen. Het apparaat kan stationair blijven. U moet 3 minuten wachten voordat de compressor weer kan starten. Bekijk de energiebalk om de status van de resterende opgeslagen energie te controleren. Als de energiebalk leeg is of de indicator voor lage temperatuur/hoge temperatuur brandt, voer dan de warmte-opslag/koude-opslag uit. Opmerking: Wanneer de kamertemperatuur de ingestelde temperatuur bereikt, zal het apparaat automatisch stoppen en opnieuw opstarten (afhankelijk van de kamertemperatuur met een temperatuurverschil van 2 graden). Het bedieningspaneel wordt 3 minuten na inactiviteit gedoofd. Druk op een willekeurige knop en het bedieningspaneel wordt opnieuw verlicht. Wi-Fi-VERBINDINGSHANDLEIDING (Deze handleiding voor de APP kan niet volledig zijn bijgewerkt omwille van een upgrade van de softwareversie of een andere reden. Deze instructies zijn louter indicatief. Onderstaande mobiele telefooninterface gebruikt de Engelse versie in iOS als voorbeeld):

1. Zoek naar "Smart Life" in App Store (voor iOS) of Google play (voor Android) om de app te downloaden.

2. Meld u aan of log in op uw account van de App. Tik op "+" in de rechterbovenhoek of op de knop

"Apparaat toevoegen" om uw apparaat toe te voegen. (Fig.1)

3. Zoek naar "Grote huishoudelijke apparaten" en tik op het pictogram "Draagbare Airconditioner

(BLE+Wi-Fi)”. (Fig.2) Houd de aan/uit-knop op het bedieningspaneel van het apparaat ong. 5 seconden totdat de Wi-Fi-indicator snel knippert.

4. Tik op "Bevestig dat de indicator knippert" in Fig.3. Blijf tikken op "Snel knipperen" in (Fig. 4).

U hoort een gesproken melding die u vraagt om het 2.4 GHz Wi-Fi netwerk te gebruiken. Voer uw Wi-Fi-wachtwoord in en tik op "Volgende". (Fig.5) Opmerking: Bij het instellen van de Wi-Fi functie moet u een beschikbaar 2.4 GHz netwerk selecteren en het apparaat verbinden. Uw mobiele telefoon moet verbonden zijn met hetzelfde netwerk om Smart Life op de telefoon te kunnen instellen. Als dit is gebeurd, kunt u vanaf uw telefoon op elk netwerk toegang krijgen tot het apparaat.- 108 -

5. Wacht totdat u (Fig.6) krijgt en tik dan op "Klaar".

6. U kunt nu uw apparaat bedienen in de besturingsinterface. Tik op de knoppen om uw apparaat in te

stellen. Opmerking: Het apparaat is compatibel met Alexa en Google Assistant.

(Fig.1) (Fig.2)- 109 - (Fig.3) (Fig.4) (Fig.5) (Fig.6)- 110 - Besturingsinterface Tik op "AAN/UIT" om het apparaat te starten. Houd er rekening mee dat onderstaande interface een generieke versie is die andere selecties bevat, die niet van toepassing zijn op dit model. Volg de functies in de sectie "GEBRUIK" om de app juist te bedienen.

1. Temperatuur instellen

5. Hulpverwarming (Alleen bruikbaar in verwarmingsmodus.)

8. Licht van bedieningspaneel aan/uit

9. Oscillatiefunctie

11. Meer functies (Geen referentiewaarde voor dit productmodel.)

12. Aan/uit-knop- 111 -

Opmerking: Er is geen voorinstellingsknop in de app. De gebruiker kan de starttijd en uitschakeltijd voor alle modi, waaronder koude-opslag en warmte-opslag, instellen door schema's toe te voegen onder de timerfunctie. Als u een starttijd voor een modus wilt instellen, doe het volgende:

1) Selecteer de starttijd;

4) Stel andere functies in zoals de temperatuur, oscillatiefunctie en windsnelheid.

5) Tik op "Opslaan" in de rechterbovenhoek.

Als u een uitschakeltijd voor een modus wilt instellen, doe het volgende:

1) Selecteer de uitschakeltijd;

4) U hoeft de temperatuur, windsnelheid oscillatiefunctie niet in te stellen.

5) Tik op "Opslaan" in de rechterbovenhoek.

Zorg ervoor dat alle instellingen binnen de geldige opties/bereiken vallen (zie de sectie "GEBRUIK"). Het geldige temperatuurbereik van de verwarmingsmodus is bijvoorbeeld 16℃ tot 32℃. De lijst met ingestelde temperaturen toont echter -9℃ tot 32℃ in de app. Vergeet niet om een temperatuur tussen 16℃ en 32℃ te kiezen als de verwarmingsmodus is geselecteerd.- 112 -

REINIGING EN ONDERHOUD

Haal de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat reinigt. Maak het apparaat niet schoon met benzine of een andere chemische stof. Dompel het apparaat niet onder. Zorg dat er geen water in het apparaat terechtkomt Veeg af met een zachte, licht bevochtigde doek Het filterscherm schoonmaken: Draai de twee knoppen van de waterinlaat en -uitlaat aan de achterkant los, verwijder vervolgens het achterste luchtinlaatrooster en haal het filterscherm van het achterste luchtinlaatrooster af voor reiniging. Dompel het filterscherm in schoon water of warm water (ongeveer 40 ℃ ) waaraan een neutraal reinigingsmiddel is toegevoegd, laat het aan de lucht drogen en installeer het filterscherm vervolgens opnieuw. Opmerking:

1. Gebruik geen water met een te hoge temperatuur (een geschikte temperatuur is ongeveer 40℃) of

irriterende reinigingsmiddelen (zoals alcohol, benzine, benzeen, etc.) om het filterscherm schoon te maken.

2. Om vervorming van het filterscherm te voorkomen, houd het gereinigde filterscherm uit de buurt van een

warmtebron en laat het aan de lucht drogen.

3. Het wordt aanbevolen om het filterscherm elke twee weken schoon te maken.

Vervang het water in het waterreservoir regelmatig Het wordt aanbevolen om het water in het waterreservoir minstens eenmaal per kwartaal via de wateruitlaat/-inlaat te verversen. Seizoensgebonden onderhoud Als u denkt het apparaat langere tijd niet te gebruiken, volg dan de onderstaande stappen om het apparaat op een juiste manier te onderhouden:

1. Leeg het waterreservoir.

2. Reinig het filterscherm en installeer het vervolgens opnieuw.

3. Dek de machine met plastic tassen af en plaats deze in een koele en droge ruimte.

Filterscherm Luchtinlaatrooster Knoppen- 113 - Als u denkt het apparaat langere tijd niet te gebruiken, houd dan rekening met de volgende punten wanneer u het apparaat opnieuw zult gebruiken:

1. Controleer of er water in het waterreservoir zit en of het waterpeil aan de eisen voldoet. U zult een

gesproken melding horen wanneer u de machine start. Volg de gesproken melding.

2. Controleer of het netsnoer in een goede staat is. Gebruik het niet als het beschadigd is.

Bezoek voor onderhoudsinstructies onze servicepagina www.emerio.eu/service

VEELVOORKOMENDE FOUTEN EN PROBLEEMOPLOSSING

Intelligente foutdetectie Foutcode Betekenis van code Oplossing

Tekort aan water in waterreservoir Sluit de waterinlaat-/uitlaatslang aan en druk op de toevoerknop om water aan te voeren.

Waterreservoir is vol Sluit de waterinlaat-/uitlaatslang aan en druk op de afvoerknop om water af te voeren.

Communicatiestoring Neem contact op met onze klantenservice.

Probleemoplossing De volgende tabel geeft een overzicht van de meest voorkomende storingen en onderhoudsmethoden van deze mobiele airconditioner met energie-opslag. Wanneer het apparaat niet werkt zoals het hoort, kan een eenvoudige diagnose en onderhoud worden uitgevoerd met behulp van de volgende tabel. Als het probleem nog steeds niet is opgelost, neem dan contact op met een professionele onderhoudstechnicus. Probleem Mogelijke reden Oplossing Het apparaat werkt niet De stroom is niet ingeschakeld. Schakel de stroom in. Koelen en verwarmen starten niet. Controleer of de ingestelde temperatuur is bereikt. Geen wachttijd van drie minuten na omschakeling tussen koelen en verwarmen of uitschakeling. Wacht meer dan drie minuten. Slechte koel-/verwarmingsprestaties van het apparaat De deuren en ramen staan open en er is een koude- of warmtelek in de kamer. Er zijn andere warmtebronnen (koudebronnen). Sluit de deur of het raam en verwijder de warmtebron (koudebron). Filterzeef is vuil. Reinig of vervang het filterscherm. Luchtinlaat of -uitlaat geblokkeerd; slechte luchtcirculatie. Verstopping verwijderen. Het apparaat maakt veel lawaai. Het apparaat staat niet vlak. Zet hem op een vlakke ondergrond om gewiebel te voorkomen. Compressor werkt niet Vertragingsbeveiliging van compressor is ingeschakeld. Wacht langer dan 3 minuten en schakel het apparaat in nadat de temperatuur is gedaald. In de koelmodus, wanneer de watertemperatuur de startconditie Wanneer de koeling van de watercyclus is voltooid, start de- 114 - van de compressor niet bereikt, wordt de watercyclus gebruikt voor koeling en start de compressor op dit moment niet. compressor automatisch om te koelen. In de ontvochtigingsmodus, wanneer de watertemperatuur lager dan 18℃, is werkt de compressor niet. Zodra de watertemperatuur boven de 18℃is,begint de compressor te werken. Tijdens koude-opslag is er condens aan de voor- en achterkant van het apparaat. Bij een hoge luchtvochtigheid en koude waterdamp in de lucht zal de dauw condenseren op de voor- en achterkant van het apparaat. Dit wijst niet op een fout, u kunt het apparaat blijven gebruiken.

TECHNISCHE GEGEVENS Onderstaande gegevens zijn voor uw operationele referentie Model: PAC-127560 koude-opslag capaciteit: 4,5kW.h Stroomverbruik koude-opslag: 0,9kW.h Koelcapaciteit: 600~2500W Verwarmingscapaciteit: 900~2500W Circulerend luchtvolume: 360m

Preventie tegen elektrische schokken: KlasseⅠ Nominale spanning en frequentie: 220-240V~, 50Hz Nominaal ingangsvermogen bij koeling: 30~800W Nominale ingangsstroom bij koeling: 0,14~3,7A Nominaal ingangsvermogen bij verwarming (incl. hulpverwarming) 600~1400W

Nominale ingangsstroom bij verwarming: 2,8~6,5A

Ingang aanvullende verwarming: 1000W

Circulerend water in het reservoir (door gebruiker toe te voegen): 37L

Maximale werkdruk van warmtewisselaar: 2.1MPa

Maximaal toelaatbare druk aan hogedrukzijde: 2.1MPa

Maximaal toelaatbare druk aan lagedrukzijde: 1MPa

Bereik van temperatuurregelaar: 16~32℃

Bereik van omgevingstemperatuur: 5~38℃

Vóór de levering worden onze apparaten streng gecontroleerd. Indien het toestel ondanks alle zorg bij de productie of tijdens het transport beschadigd werd, moet u het naar de handelaar terugbrengen. Wij geven een garantie van 2 jaar op het toestel, te beginnen met de koopdatum. Indien u een defect product heeft, kunt u rechtstreeks terug gaan naar het aankooppunt. Gebreken die het gevolg zijn van ondeskundig gebruik van het toestel, fouten tijdens ingrepen en reparaties door derden of door de inbouw van vreemde onderdelen, vallen niet onder deze garantie. Bewaar altijd uw aankoopnota, zonder aankoopnota kunt u geen aanspraak maken op enige vorm van garantie. Bij schade veroorzaakt door het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing vervalt het recht op garantie. Voor vervolgschade die hieruit ontstaat kunnen wij niet verantwoordelijk gehouden worden. Voor materiële schade of persoonlijk letsel veroorzaakt door ondeskundig gebruik of het niet opvolgen van de veiligheidsvoorschriften zijn wij niet aansprakelijk. In dergelijke gevallen vervalt iedere aanspraak op garantie. Schade aan accessoires of onderdelen betekend niet dat het gehele apparaat zal worden vervangen. Afgebroken glazen of kunststof onderdelen of accessoires vallen niet onder de garantie en zullen tegen vergoeding vervangen kunnen worden. Defecten aan hulpstukken of aan slijtage onderhevige onderdelen, alsmede reiniging, onderhoud of de vervanging van slijtende delen vallen niet onder de garantie en zullen dus in rekening gebracht worden. Het symbool van de doorgekruiste vuilniscontainer betekent dat dit product niet met het gewone huisvuil mag worden weggegooid. Elektronische en elektrische apparatuur die niet is opgenomen in het selectieve afvalsorteringsproces is potentieel gevaarlijk voor het milieu en de menselijke gezondheid vanwege de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. Voer deze op verantwoorde wijze af bij een erkend afvalverwerkings- of recyclingbedrijf. Voor professionele reparaties, installatieproblemen of het bestellen van reserveonderdelen, neem contact op met onze klantenservice: Emerio B.V. Customer service: Kundeninformation: Klantenservice: Oudeweg 115 T: +49 (0) 3222 1097 615 T: +49 (0) 3222 1097 615 T: +49 (0) 3222 1097 615 2031 CC Haarlem E: emerio-de@sertronics.de E: emerio-de@sertronics.de E: emerio-nl@sertronics.de The Netherlands www.emerio.eu/service Looking for spare parts? Have a look at https://spareparts.emerio.eu Sie brauchen Ersatzteile? Besuchen Sie https://ersatzteile.emerio.eu Onderdelen nodig? Kijk op https://onderdelen.emerio.eu- 116 - INSTRUCTIES VOOR HET REPAREREN VAN APPARATEN DIE R290 BEVATTEN

1) Controle van de bedrijfsruimte

Voordat er kan worden gewerkt aan systemen die ontvlambare koudemiddelen bevatten, moeten er veiligheidscontroles worden uitgevoerd om het risico op ontsteking tot een minimum te beperken. De volgende voorzorgsmaatregelen dienen in acht te worden genomen voordat er reparaties aan het koelsysteem kunnen worden uitgevoerd.

De werkzaamheden moeten volgens een gecontroleerde procedure worden uitgevoerd om het risico op de aanwezigheid van een ontvlambaar gas of een ontvlambare damp tijdens de werkzaamheden tot een minimum te beperken.

3) Algemene werkomgeving

Al het onderhoudspersoneel en alle overige personen in de werkomgeving moeten worden geïnformeerd over de aard van de werkzaamheden die worden uitgevoerd. Werkzaamheden in besloten ruimtes moeten worden voorkomen. Het gebied rond de werkomgeving moet worden afgesloten. Zorg ervoor dat er veilig in de werkomgeving kan worden gewerkt door het te controleren op de aanwezigheid van ontvlambare stoffen.

4) Controleren op de aanwezigheid van koudemiddel

De omgeving moet voor en tijdens de werkzaamheden worden gecontroleerd met een gepaste koudemiddeldetector, zodat de technicus weet of er ontvlambare stoffen aanwezig zijn. Zorg ervoor dat de apparatuur voor lekdetectie geschikt is voor detectie van ontvlambare koudemiddelen, d.w.z. geen vonken afgeeft, goed is afgedicht en intrinsiek veilig is.

5) Aanwezigheid van een brandblusser

Als er hete werkzaamheden aan de koelapparatuur of bijbehorende onderdelen moeten worden verricht, moet er geschikte blusapparatuur aanwezig zijn. Zorg dat er een CO₂- of poederblusser in de buurt van de werkomgeving aanwezig is.

6) Geen ontstekingsbronnen

Geen enkele persoon die aan een koelsysteem werkzaamheden verricht waarbij leidingen worden blootgelegd die ontvlambaar koudemiddel bevatten of hebben bevat, mag ontstekingsbronnen op zo'n manier gebruiken dat deze een brand- of explosiegevaar vormt. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, waaronder brandende sigaretten, moeten uit de buurt van de ruimte waar het apparaat wordt geïnstalleerd, gerepareerd, verwijderd of afgedankt worden gehouden aangezien ontvlambaar koudemiddel vrij kan komen. Vóór het begin van de werkzaamheden moet het gebied rond de apparatuur worden gecontroleerd op de aanwezigheid van ontbrandingsgevaren en ontstekingsrisico's. Er moeten borden worden geplaatst met de tekst "Niet roken".

7) Geventileerde omgeving

Zorg ervoor dat de werkomgeving in de buitenlucht is of voldoende wordt geventileerd, voordat het systeem wordt geopend of hete werkzaamheden worden verricht. Tijdens de werkzaamheden moet er voortdurend ventilatie zijn. De ventilatie moet ervoor zorgen dat vrijgekomen koudemiddel wordt verspreid en bij voorkeur wordt afgegeven naar de buitenlucht.

8) Controle van de koelapparatuur

Bij het vervangen van elektrische componenten moeten componenten worden gebruikt die geschikt zijn voor het doel en die de juiste specificaties hebben. Volg altijd de onderhouds- en reparatierichtlijnen van de fabrikant. In geval van twijfel, neem contact op met de technische dienst van de fabrikant. Voer de volgende controles uit op installaties die brandbaar koudemiddel gebruiken: – De hoeveelheid koudemiddel moet in overeenstemming zijn met de omvang van de ruimte waarin de apparatuur met koudemiddel wordt geplaatst; – De ventilatieapparatuur en -uitlaten werken naar behoren en worden niet geblokkeerd;- 117 - – Als een indirect koelcircuit wordt gebruikt, controleer het secundaire circuit op de aanwezigheid van koudemiddel; – De markering op het apparaat moeten goed zichtbaar en leesbaar zijn. Markeringen en tekens die niet leesbaar zijn moeten worden vervangen; – Installeer koelleidingen of onderdelen van het koelcircuit in een positie waar ze niet blootgesteld kunnen worden aan stoffen die de onderdelen die het koudemiddel bevatten kunnen corroderen, tenzij deze onderdelen van een materiaal zijn gemaakt die corrosiebestendig zijn of gepast tegen corrosie zijn beschermd.

9) Controle van elektrische apparatuur

Als onderdeel van reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan elektrische componenten moeten vooraf veiligheidscontroles worden uitgevoerd en moeten de componenten worden geïnspecteerd. Als een defect wordt geconstateerd dat de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen stroomtoevoer op het circuit worden aangesloten, voordat het defect adequaat is verholpen. Als het defect niet direct kan worden verholpen, maar de bedrijfswerkzaamheden niet langer kunnen worden onderbroken, moet er een adequate en tijdelijke oplossing worden gevonden. Van deze tijdelijke oplossing moet melding worden gemaakt bij de eigenaar van het apparaat, zodat alle partijen op de hoogte zijn. Tot de initiële veiligheidscontroles behoren: De condensatoren moeten worden ontladen: dit moet op een veilige manier worden gedaan om de mogelijkheid op vonken te voorkomen; Er mogen geen actieve elektrische componenten en draden blootliggen tijdens het opladen, herstellen of spoelen van het systeem; Het systeem moet continu geaard zijn.

2. Reparaties op de afgedichte onderdelen

1) Tijdens de reparatie van afgedichte componenten moet alle stroomtoevoer worden ontkoppeld van het

apparaat waaraan wordt gewerkt, voordat afdichtingen mogen worden verwijderd. Indien het absoluut noodzakelijk is dat er tijdens onderhoudswerkzaamheden stroomtoevoer naar het apparaat is, moet er een permanent werkende lekdetector worden geplaatst op het meest kritieke punt, zodat deze kan waarschuwen als er een gevaarlijke situatie optreedt.

2) Op de volgende punten moet bijzonder goed worden gelet om te voorkomen dat de behuizing van

elektrische componenten tijdens werkzaamheden zijn beschermende functie niet verliest. Hiertoe behoort schade aan kabels, te veel aansluitingen, terminals die niet voldoen aan de oorspronkelijke specificaties, schade aan afdichtingen, niet goed passende wartels, enz. Zorg dat het apparaat op een juiste manier in elkaar is gezet. Zorg dat de afdichtingen of het afdichtingsmateriaal niet zijn versleten om indringing van brandbare stoffen te vermijden. De reserveonderdelen moeten in overeenstemming zijn met de specificaties van de fabrikant. OPMERKING: Het gebruik van een silicone afdichtmiddel kan een impact hebben op de juiste werking van bepaalde lekdetectieapparatuur. Intrinsieke veilige onderdelen moeten niet eerst worden geïs oleerd alvorens er werkzaamheden op uit te voeren.

3. Reparatie van intrinsiek veilige componenten

Stel het circuit niet bloot aan permanente inductie- of condensatorbelasting zonder van tevoren te controleren of deze belasting de toegestane spanning en stroomsterkte van het apparaat niet overschrijdt. Intrinsiek veilige componenten zijn de enige componenten waaraan kan worden gewerkt als er stroom op staat en er ontvlambare gassen of dampen aanwezig zijn. Het testapparaat moet aan de specificaties voldoen. Vervang de componenten alleen met door de fabrikant gespecificeerde componenten. Andere onderdelen kunnen het koudemiddel in brand steken wanneer er een lek aanwezig is.- 118 -

Controleer of de bekabeling niet onderhevig is aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere nadelige factoren in de bedrijfsomgeving. Houd tevens rekening met de effecten van veroudering en de continue trillingen van bronnen als compressors en ventilatoren.

5. Detectie van ontvlambaar koudemiddel

Onder geen enkele omstandigheid mogen er ontstekingsbronnen worden gebruikt voor het zoeken naar of detecteren van lekkend koudemiddel. Er mogen geen lekzoeklampen (of andere detectoren met een open vlam) worden gebruikt.

6. Methoden voor lekdetectie

De volgende lekdetectiemethoden zijn geschikt bevonden voor systemen die ontvlambaar koudemiddel bevatten. Elektronische lekdetectoren kunnen worden gebruikt voor het detecteren van brandbare koudemiddelen. De gevoeligheid kan echter ongepast zijn of herkalibratie kan nodig zijn. (Kalibreer de detectieapparatuur in een gebied zonder koudemiddel). Zorg dat de detector geen potentiële ontstekingsbron is en voor het gebruikte koudemiddel gepast is. Stel de lekdetectieapparatuur in op een percentage van de LFL van het koudemiddel en kalibreer het volgens het gebruikte koudemiddel en de gepaste gaspercentage (maximum 25%). Lekdetectievloeistoffen zijn gepast voor gebruik met de meeste koudemiddelen, maar gebruik geen detergenten die chloor bevatten. De chloor kan reageren met het koudemiddel en de koperen leidingen corroderen. Als een lek wordt vermoed, verwijder/ doof alle open vlammen. Als een koudemiddellek wordt gevonden en er gesoldeerd moet worden, moet al het koudemiddel uit het systeem worden verwijderd of met behulp van ventielen worden geïsoleerd in een deel van het systeem dat zich op afstand van het lek bevindt. Zowel vóór als tijdens het solderen moet het systeem worden gespoeld met zuurstofvrije stikstof.

7. Verwijderen en vacuüm zuigen

Er worden algemene procedures gehanteerd voor reparatie- of andere werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit. Houd met het oog op de ontvlambaarheid van koudemiddelen echter de volgende maatregelen in acht. Voer de volgende procedure uit:

  • Verwijder het koudemiddel;
  • Ontlucht het circuit met inert gas;
  • Ontlucht opnieuw met inert gas;
  • Open het circuit door het te snijden of te solderen. Het verwijderde koudemiddel moet worden opgevangen in de juiste verzamelingscilinders. Het systeem moet worden doorgespoeld met zuurstofvrije stikstof om het systeem veilig te maken. Het is mogelijk dat dit proces meerdere keren moet worden herhaald. Hiervoor mag geen gebruik worden gemaakt van perslucht of zuurstof. Het doorspoelen gebeurt door het vacuüm in het systeem op te heffen met zuurstofvrije stikstof tot de bedrijfsdruk is bereikt, de stikstof te laten ontsnappen in de omgevingslucht en het systeem vervolgens opnieuw vacuüm te zuigen. Dit proces moet worden herhaald tot er geen koudemiddel meer in het systeem aanwezig is. Wanneer er voor het laatst zuurstofvrije stikstof is toegepast, moet dit worden vrijgegeven aan de omgevingslucht tot de omgevingsdruk is bereikt. Vervolgens kan er met de werkzaamheden worden begonnen. Deze procedure is absoluut noodzakelijk als er soldeerwerkzaamheden op de leidingen dienen te gebeuren. Zorg dat de uitlaat van de vacuümpomp zich niet in de buurt van een ontstekingsbron bevindt en er voldoende ventilatie aanwezig is.- 119 -

Naast de algemene vulprocedures moeten de volgende vereisten worden nageleefd. – Zorg ervoor dat er bij het gebruik van de vulapparatuur geen vermenging van verschillende koudemiddelen optreedt. Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk worden gehouden om de hoeveelheid koudemiddel tot een minimum te beperken. – De cilinders moeten rechtop staan. – Zorg ervoor dat het koudemiddelsysteem geaard is, voordat het systeem wordt gevuld met koudemiddel. – Label het systeem wanneer het is gevuld (indien dit nog niet is gedaan). – Het is uiterst belangrijk dat het systeem niet overmatig gevuld wordt. Voordat het systeem opnieuw wordt gevuld, moet er een druktest met zuurstofvrije stikstof worden uitgevoerd. Het systeem moet na het vullen, maar vóór ingebruikname, worden getest op lekkage. Een tweede lektest moet worden uitgevoerd alvorens de locatie te verlaten.

Voordat deze procedure wordt uitgevoerd, moet de technicus volledig bekend zijn met het apparaat. Het wordt aanbevolen dat alle koudemiddelen veilig worden opgevangen. Vóór het uitvoeren van de taak moet er een olie- en koudemiddelmonster worden genomen, voor het geval het opgevangen koudemiddel vóór hergebruik moet worden geanalyseerd. Het is essentieel dat er stroomtoevoer is vóór de werkzaamheden beginnen. a) Raak vertrouwd met het apparaat en zijn werking. b) Zorg voor gepaste elektrische isolatie van het systeem. c) Voordat u de procedure uitvoert:

  • Indien nodig, zorg dat er mechanische uitrusting voor het behandelen van de bewaarflessen met koudemiddel aanwezig is;
  • Zorg voor persoonlijke beschermingsmiddelen en dat ze juist worden gebruikt;
  • Zorg tijdens het terugwinningsproces voor een continu toezicht door een vakbekwame persoon.
  • Zorg dat de gebruikte terugwinningsuitrusting en bewaarflessen in overeenstemming zijn met de gepaste normen. d) Pomp het koudemiddelsysteem indien mogelijk leeg. e) Als gebruik van een vacuümpomp niet mogelijk is, moet een verdeelstuk worden gebruikt zodat het koudemiddel van verschillende onderdelen van het systeem kan worden verwijderd. f) Zorg ervoor dat de cilinder op de weegschaal staat voordat het koudemiddel wordt opgevangen. g) Start de opvangmachine en bedien deze volgens de instructies van de fabrikant. h) Vul de cilinders niet te veel. (Niet meer dan 80% van het vloeistofvolume)

i) Overschrijd de maximale werkdruk van de cilinder niet, zelfs niet tijdelijk.

j) Als de cilinders correct zijn gevuld en het proces is voltooid, moeten de cilinders en het apparaat snel van de locatie worden verwijderd en moeten alle isolatieventielen op het apparaat worden afgesloten. k) Verzameld koudemiddel mag pas voor een ander koudemiddelsysteem worden gebruikt, als het is schoongemaakt en gecontroleerd.

Het apparaat moet worden voorzien van een label waarop staat vermeld dat het apparaat is ontmanteld en dat het koudemiddel is verwijderd. Het label moet worden gedateerd en ondertekend. Zorg ervoor dat er labels op de cilinders aanwezig zijn met vermelding dat de cilinders ontvlambaar koudemiddel bevatten.

Bij het opvangen van koudemiddel van een systeem, voor zowel onderhoud als ontmanteling, moeten alle koudemiddelen op een veilige manier worden verwijderd. Wanneer koudemiddel wordt opgevangen in- 120 - cilinders mogen alleen geschikte cilinders voor koudemiddel worden gebruikt. Zorg dat u het nodige aantal cilinders hebt om alle koudemiddel te kunnen bewaren. Alle cilinders die worden gebruikt, zijn bestemd voor het opvangen van koudemiddel en moeten als zodanig worden gelabeld (d.w.z. speciale cilinders voor het opvangen van koudemiddel). De cilinders moeten compleet zijn, met een overdrukventiel en afsluitventielen, en alle onderdelen moeten in goede staat verkeren. Lege opvangcilinders moeten met een vacuümpomp worden geleegd en, indien mogelijk, worden gekoeld vóór het opvangen van het koudemiddel. De opvangapparatuur moet zich in een goede staat bevinden, voorzien zijn van instructies en geschikt zijn voor het opvangen van ontvlambare koudemiddelen. Daarnaast moet er een gekalibreerde weegschaal aanwezig zijn die in goede staat verkeert. Slangen moeten intact zijn, compleet met lekvrije en juist werkende koppelstukken. Controleer vóór gebruik of de opvangmachine in een goede staat verkeert, goed is onderhouden en dat alle elektrische componenten zijn afgedicht om ontsteking te voorkomen in geval koudemiddel vrijkomt. In geval van twijfel, neem contact op met de fabrikant. Lever het teruggewonnen koudemiddel in bij uw leverancier van koudemiddel, in de juiste cilinder en voorzien van de relevante documentatie. Meng geen koudemiddelen in opvangunits en, in het bijzonder, niet in cilinders. Als er compressoren of compressorolie moeten worden verwijderd, moet de olie tot een acceptabel niveau worden afgezogen met een vacuümpomp, zodat er geen ontvlambaar koudemiddel in de olie achterblijft. Het vacuümproces moet vóór retournering van de compressor aan de leverancier worden uitgevoerd. Om dit proces te versnellen mag de compressorbehuizing uitsluitend elektrisch worden verwarmd. Olie moet altijd voorzichtig uit een systeem worden verwijderd. Competentie van het onderhoudspersoneel Algemeen Speciale opleiding naast de gebruikelijke reparatieprocedures voor koelapparatuur is nodig wanneer het apparatuur met ontvlambaar koudemiddel betreft. In vele landen wordt deze opleiding gegeven door nationale opleidingsorganisaties die geaccrediteerd zijn om de relevante nationale competentienormen, die wettelijk vastgelegd kunnen zijn, bij te brengen. De behaalde competentie moet in een certificaat zijn vastgelegd. Opleiding De opleiding moet het volgende bevatten: Informatie over het explosiepotentieel van ontvlambare koudemiddelen om aan te tonen dat ontvlambare stoffen gevaarlijk kunnen zijn wanneer ze verkeerd worden behandeld. Informatie over mogelijke ontstekingsbronnen, in het bijzonder deze die niet vanzelfsprekend zijn, zoals aanstekers, lichtschakelaars, stofzuigers, elektrische verwarmingstoestellen. Informatie over de verschillende veiligheidsconcepten: Ongeventileerd – De veiligheid van het apparaat is niet afhankelijk van de ventilatie van de behuizing. Het uitschakelen van het apparaat of het openen van de behuizing heeft geen beduidend gevolg voor de veiligheid. Het is echter mogelijk dat er lekkend koudemiddel in de behuizing ophoopt en er een ontvlambare atmosfeer bij het openen van de behuizing vrijkomt. Geventileerde behuizing – De veiligheid van het apparaat is afhankelijk van de ventilatie van de behuizing. Het uitschakelen van het apparaat of het openen van de behuizing heeft geen beduidend gevolg voor de veiligheid. De ventilatie van de ruimte mag tijdens de reparatieprocedures niet worden uitgeschakeld. Geventileerde ruimte – De veiligheid van het apparaat is afhankelijk van de ventilatie van de ruimte. Het uitschakelen van het apparaat of het openen van de behuizing heeft geen beduidend gevolg voor de veiligheid. De ventilatie van de ruimte mag tijdens de reparatieprocedures niet worden uitgeschakeld. Informatie over het concept van afgedichte componenten en afgedichte behuizingen overeenkomstig IEC 60079‑15:2010. Informatie over de juiste werkprocedures: a) Inbedrijfstelling- 121 -

  • Zorg dat het vloeroppervlak voldoende groot is voor het koudemiddel of dat de ventilatieslang op een juiste manier is aangebracht.
  • Sluit de leidingen aan en voer een lektest uit voordat u het apparaat met koudemiddel vult.
  • Controleer de veiligheidsapparatuur alvorens het apparaat in bedrijf te stellen. b) Onderhoud
  • Repareer draagbare apparatuur buiten of in een werkplaats die specifiek is bestemd voor het repareren van apparaten met ontvlambaar koudemiddel.
  • Zorg voor voldoende ventilatie in de werkplaats.
  • Storing van de apparatuur kan optreden door verlies van koudemiddel en een koudemiddellek is mogelijk.
  • Gooi condensatoren op een juiste manier weg zodat er geen vonkvorming mogelijk is. De standaardprocedure om de aansluitklemmen van condensatoren kort te sluiten veroorzaakt over het algemeen vonken.
  • Breng de afgedichte behuizingen opnieuw op een juiste manier aan. Als de afdichtingen versleten zijn, vervang ze.
  • Controleer de veiligheidsapparatuur alvorens het apparaat in bedrijf te stellen. c) Reparatie
  • Repareer draagbare apparatuur buiten of in een werkplaats die specifiek is bestemd voor het repareren van apparaten met ontvlambaar koudemiddel.
  • Zorg voor voldoende ventilatie in de werkplaats.
  • Storing van de apparatuur kan optreden door verlies van koudemiddel en een koudemiddellek is mogelijk.
  • Gooi condensatoren op een juiste manier weg zodat er geen vonkvorming mogelijk is.
  • Als soldeerwerkzaamheden nodig zijn, voer de volgende procedures in de juiste volgorde uit: – Verwijder het koudemiddel. Als terugwinning door de nationale regelgeving niet vereist is, voer het koudemiddel naar buiten af. Zorg dat het afgevoerde koudemiddel geen gevaar oplevert. In geval van twijfel, laat een persoon toezicht op de uitlaat houden. Zorg ervoor dat er geen afgevoerd koudemiddel opnieuw in het gebouw stroomt. – Zuig het koudemiddelcircuit vacuüm. – Spoel het koudemiddelcircuit gedurende 5 minuten met stikstof. – Zuig het circuit opnieuw vacuüm. – Verwijder de te vervangen onderdelen door ze af te snijden, en niet met gebruik van een vlam. – Spoel het soldeerpunt met stikstof tijdens de soldeerprocedure. – Voer een lektest uit voordat u het apparaat met koudemiddel vult.
  • Breng de afgedichte behuizingen opnieuw op een juiste manier aan. Als de afdichtingen versleten zijn, vervang ze.
  • Controleer de veiligheidsapparatuur alvorens het apparaat in bedrijf te stellen. d) Ontmanteling
  • Als de veiligheid wordt aangetast tijdens het buiten dienst stellen van de apparatuur, verwijder het koudemiddel voordat u start met de ontmanteling.
  • Zorg voor voldoende ventilatie in de ruimte waar de apparatuur zich bevindt.
  • Storing van de apparatuur kan optreden door verlies van koudemiddel en een koudemiddellek is mogelijk.
  • Gooi condensatoren op een juiste manier weg zodat er geen vonkvorming mogelijk is.
  • Verwijder het koudemiddel. Als terugwinning door de nationale regelgeving niet vereist is, voer het koudemiddel naar buiten af. Zorg dat het afgevoerde koudemiddel geen gevaar oplevert. In geval van twijfel, laat een persoon toezicht op de uitlaat houden. Zorg ervoor dat er geen afgevoerd koudemiddel opnieuw in het gebouw stroomt.
  • Zuig het koudemiddelcircuit vacuüm.
  • Spoel het koudemiddelcircuit gedurende 5 minuten met stikstof.
  • Zuig het circuit opnieuw vacuüm.- 122 -
  • Vul tot aan de atmosferische druk met stikstof.
  • Breng een label op de apparatuur aan met de vermelding dat het koudemiddel is verwijderd. e) Verwijdering
  • Zorg voor voldoende ventilatie in de werkplaats.
  • Verwijder het koudemiddel. Als terugwinning door de nationale regelgeving niet vereist is, voer het koudemiddel naar buiten af. Zorg dat het afgevoerde koudemiddel geen gevaar oplevert. In geval van twijfel, laat een persoon toezicht op de uitlaat houden. Zorg ervoor dat er geen afgevoerd koudemiddel opnieuw in het gebouw stroomt.
  • Zuig het koudemiddelcircuit vacuüm.
  • Spoel het koudemiddelcircuit gedurende 5 minuten met stikstof.
  • Zuig het circuit opnieuw vacuüm.
  • Snij de compressor uit en voer de olie af. Transport, markering en opslag van apparaten die ontvlambaar koudemiddel gebruiken Transport van apparatuur die ontvlambaar koudemiddel bevat Opgelet! Extra transportvoorschriften kunnen gelden voor wat betreft apparatuur die ontvlambaar gas bevat. Het maximum aantal apparaten of de samenstelling van de apparatuur die samen mag worden opgeslagen wordt bepaald door de geldende transportvoorschriften. Markering van apparatuur met behulp van aanduidingen Aanduidingen voor gelijksoortige apparaten, die in een werkgebied worden gebruikt, worden over het algemeen bepaald door de lokale regelgeving en geven de minimum voorschriften inzake veiligheids- en/of gezondheidssignalering op het werk aan. Alle vereiste aanduidingen moeten in een goede staat worden gehouden en de werkgevers moeten ervoor zorgen dat de werknemers gepaste en voldoende instructies en opleiding krijgen over de betekenis van de gepaste veiligheidsaanduidingen en de uit te voeren handelingen die met deze aanduidingen verband houden. De doeltreffendheid van de aanduidingen mag niet afnemen door het aanbrengen van te veel aanduidingen op een bepaalde plaats. De gebruikte pictogrammen moeten zo eenvoudig mogelijk zijn en alleen essentiële details bevatten. Afdanking van apparatuur die ontvlambare koudemiddelen gebruiken. Zie de nationale wetgeving. Opslag van apparatuur De opslag van apparatuur moet in overeenstemming zijn met de instructies van de fabrikant. Opslag van verpakte (niet-verkochte) apparatuur De opslagverpakking moet zodanig worden beschermd dat mechanische beschadiging van de apparatuur in de verpakking niet kan resulteren in lekkage van het koudemiddel. Het maximum aantal apparaten dat samen mag worden opgeslagen wordt bepaald door de lokale wetgeving.- 123 - Instrukcja obsługi – Polish
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Emerio

Model : PAC127560

Categorie : Airconditioning