CHACON 34953 - Rookmelder

34953 - Rookmelder CHACON - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 34953 CHACON in PDF-formaat.

📄 21 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice CHACON 34953 - page 9
Bekijk de handleiding : Français FR English EN Español ES Nederlands NL Português PT
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : CHACON

Model : 34953

Categorie : Rookmelder

Download de handleiding voor uw Rookmelder in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 34953 - CHACON en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 34953 van het merk CHACON.

GEBRUIKSAANWIJZING 34953 CHACON

Introductie Onze foto-elektrische rookmelder is ontworpen om rook te ontdekken, die de detectiekamer binnenkomt. Hij reageert niet op gas, warmte of vlammen. Deze rookmelder is ontworpen om zo vroeg mogelijk te waarschuwen bij het ontstaan van brand door het geven van een alarmsignaal middels de ingebouwde sirene. Hij kan u en uw gezin net voldoende tijd geven om te ontsnappen, voordat het vuur zich verspreidt. Echter, de rookmelder is alleen in staat een dergelijke waarschuwing voor mogelijk brandgevaar te geven, indien de rookmelder zich op een plaats bevindt, juist is geïnstalleerd en juist wordt onderhouden volgens de beschrijving in deze gebruikershandleiding. Locaties voor het plaatsen van uw rookmelders Voor een volledige bescherming in gezinswoningen moeten rookmelders in elke wooneenheid in alle kamers, gangen, opslagruimtes, kelders en zolders worden geïnstalleerd. De minimale bescherming is een melder op elke verdieping en één in elke slaapkamer, plus één op zolder en in elke woonkamer. Nuttige tips:

  • Installeer een rookmelder in de gang buiten elke aparte slaapkamer,
  • Installeer een rookmelder op elke verdieping van een huis of
  • Installeer een minimum van twee rookmelders in elk huishouden.
  • Installeer een rookmelder in iedere slaapkamer.
  • Installeer rookmelders aan beide uiteinden van een gang, waaraan de slaapkamers grenzen, als deze gang langer is dan 12 meter.
  • Installeer een rookmelder in elke kamer waar men slaapt met de deur geheel of gedeeltelijk gesloten, omdat rook door de gesloten deur kan worden geblokkeerd en een gangalarm de slaper niet wakker kan maken als de deur is gesloten.

EETKAMER KEUKEN SLAAP- KAMER SLAAP- KAMER SLAAPKAMER WOONKAMER Figuur 1: Locaties voor het plaatsen van rookmelders voor een zelfstandige wooneenheid met slechts één slaapgedeelte

KEUKENHUISKAMER SLAAP- KAMER SLAAP- KAMER SLAAP- KAMER SLAAPKAMER WOONKAMER Figuur 2: Locaties voor het plaatsen van rookmelders in een woning met één verdieping met meer dan een slaapgedeelteROOKMELDERS VOOR MINIMALE BEVEILIGING KEUKENGARAGEKELDERSLAAPKAMER SLAAPKAMERSLAAPKAMER BEGANE GROND Figuur 3: Locaties voor het plaatsen van rookmelders in een wooneenheid met meerdere verdiepingen

  • Installeer de rookmelders in de kelder onderaan de keldertrap.
  • Installeer de rookmelders van de tweede verdieping bovenaan de trap van de eerste naar de tweede verdieping.
  • Zorg ervoor dat er geen deur of een ander obstakel de doorgang van de rook naar de rookmelder blokkeert.
  • Installeer extra rookmelders in uw woonkamer, eetkamer, huiskamer, zolder, bijkeuken en voorraadkamer.
  • Installeer rookmelders zo veel mogelijk in het midden van het plafond. Indien dit niet haalbaar is, installeer de rookmelder dan aan het plafond en niet dichter dan 10 cm van een wand of hoek
  • Als montage aan het plafond niet mogelijk is en wandmontage is toegestaan door uw lokale en nationale regelgeving, installeer de rookmelders dan op de muur, tussen de 10 tot 15 cm verwijderd
  • Als sommige van uw kamers schuine of hoge plafonds hebben of een puntdak, probeer dan de rookmelders op een afstand van 0,9 meter te monteren, horizontaal gemeten vanaf het hoogste PLAFOND 10CM 10CMMinimaal15CMMaximaal

Figuur 5: Aanbevolen locaties om rookmelders te monteren in kamers met een schuin, hellend of puntdak LET OP "Vroege branddetectie wordt als volgt het best bereikt door de installatie van branddetectie-apparatuur in alle kamers en ruimtes van het huishouden: (1) Een rookmelder geïnstalleerd in elke aparte slaapruimte (in de buurt van, maar buiten de slaapkamers), en (2) hitte- of rookmelders in de woonkamers, eetkamers, slaapkamers, keukens, gangen, zolders, ruimtes met ovens, kasten, bijkeukens en opslagruimtes, bergingen, kelders en aangebouwde garages." Locaties waar u uw rookmelders niet moet installeren Wanneer rookmelders zijn geïnstalleerd op plaatsen waar zij niet goed zullen werken, zullen zij loos alarm geven. Installeer om vals alarm te voorkomen de rookmelders niet in de volgende situaties: Als verbrandingsdeeltjes de bijproducten zijn van iets wat brandt. Dus installeer om vals alarm te voorkomen de rookmelders niet in of nabij ruimtes waar verbrandingsdeeltjes aanwezig zijn, zoals keukens met weinig ramen of een slechte ventilatie, garages waar uitlaatgassen voorkomen, in de buurt van ovens, geisers en kachels. Installeer de rookmelders niet op minder dan 6 meter in de buurt van plaatsen waar normaal verbrandingsdeeltjes aanwezig zijn, zoals keukens. Als een afstand van 6 meter niet mogelijk is, bijvoorbeeld in een stacaravan, probeer dan de rookmelder zo ver mogelijk van de verbrandingsdeeltjes te installeren, bij voorkeur op de muur. Zorg voor een goede ventilatie om vals alarm op dergelijke plaatsen te voorkomen. BELANGRIJK: Schakel de rookmelder, om welke reden dan ook, niet uit om loos alarm te voorkomen. Figuur 6 laat zien hoe normale luchtstromen langs keukens ervoor zorgen dat een rookmelder verbrandingsdeeltjes waarneemt. Aangaande dit probleem zijn de juiste en onjuiste plaatsen voor rookmelders aangegeven. TERUGKERENDE

LUCHTSTROOMBINNENKOMENDE LUCHTSTROOMSLAAPKAMER SLAAPKAMER OVENBADKEUKENWOONKAMER

JUISTE LOCATIE ONJUISTE LOCATIE Figuur 6: Aanbevolen locaties voor de rookmelder om luchtstromen met verbrandingsdeeltjes te vermijdenIn een vochtige of zeer vochtige ruimtes, of in de buurt van badkamers met een douche. Vocht in vochtige lucht kan de detectiekamer binnenkomen en vervolgens door afkoeling in druppeltjes veranderen, die een ongewenst vals alarm kunnen veroorzaken. Installeer rookmelders minstens 3 meter verwijderd van badkamers. In zeer koude of zeer warme ruimtes, met inbegrip van onverwarmde gebouwen of ruimtes buiten. Als de temperatuur boven of onder de bedrijfstemperatuur van de rookmelder komt, zal de rookmelder niet goed werken. De bedrijfstemperatuur van uw rookmelder is 4 tot 38°C. op de detectiekamer, waardoor hij overgevoelig wordt. Bovendien kan stof of vuil de openingen naar de detectiekamer blokkeren. Installeer de rookmelder niet in de buurt van ventilatie-openingen voor frisse lucht of zeer tochtige ruimtes, zoals bij airconditioning, warmtebronnen of ventilatoren. Ventilatie-openingen voor frisse lucht en tocht kunnen rook van de rookmelders wegdrijven. Ruimtes met niet stromende lucht zijn vaak bovenin een puntdak of in de hoeken tussen plafonds en wanden. Lucht die niet stroomt, 5 voor de aanbevolen montageplaatsen. In ruimtes met veel insecten. Als insecten de detectiekamer van een rookmelder binnenkomen, kunnen zij een vals alarm veroorzaken. Waar insecten een probleem zijn, dient u zich van hen te ontdoen, voordat u daar een rookmelder installeert. In de buurt van TL-verlichting kan de elektrische "ruis" van de rookmelders tenminste 1,5 meter uit de buurt van dergelijke lampen. WAARSCHUWING: Verwijder de batterijen nooit om een vals alarm te stoppen. Open een raam of gebruik een ventilator om de lucht rond de rookmelder te ontdoen van de rook. Het alarm schakelt zichzelf uit, wanneer de rook is verdwenen. Als vals alarm aanhoudt, probeer dan de rookmelder te reinigen, zoals wordt beschreven in deze handleiding. WAARSCHUWING: Blijf niet in de buurt van de rookmelder staan als het alarm afgaat. Het alarm is erg luid, bedoeld om u in een noodsituatie wakker te maken. Een te grote blootstelling aan het geluid dicht bij de sirene kan schadelijk zijn voor uw gehoor. Het installeren van uw rookmelders Lees "Locaties voor het plaatsen van uw rookmelders" en "Locaties waar u uw rookmelders niet moet installeren" in de handleiding. Besluit vervolgens waar u de rookmelders installeert. Volg deze stappen om uw rookmelder te installeren:

1. Trek een horizontale lijn van 15 cm lang op de plaats waar u de

rookmelder gaat installeren.

2. Verwijder de montagebeugel van de unit door tegen de klok in te

3. Plaats de beugel zodanig, dat de twee langste sleuven op de lijn

liggen. Maak een markering in allebei de sleuven voor de plaatsing van een plug en een schroef.

4. Verwijder de beugel.

5. Boor met behulp van een 5 mm boor twee gaten op de

markeringen en steek er de plastic pluggen in. Zet de rookmelder weg tijdens het boren van de gaten voor de montage om te voorkomen dat er stof van de muur op de rookmelder terechtkomt.

6. Bevestig de beugel aan de muur met behulp van de twee schroeven

en kunststof pluggen (alles bijgeleverd).

7. Houd de rookmelder goed in uitgelijnde positie voor de sleuf van

de beugel. Draai met de klok mee om de rookmelder vast op zijn plaats te zetten. Trek even aan de rookmelder om te controleren dat deze goed is bevestigd aan de montagebeugel. BEUGEL ROOKMELDER SCHROEVEN SCHROEVEN

8. 8Voer de volgende stappen uit om het batterijklepje te openen en

de batterij te installeren: (1) De rookmelder wordt door een batterij van energie voorzien. (2) Zorg ervoor dat de plus en de min op de batterij overeenkomen met de aangegeven plus en de min op de aansluitingen van de rookmelder. Zorg ervoor de droge zink-mangaan batterij in de juiste positie te plaatsen, zoals aangegeven in de rookmelder. (3) Als de plus en de min goed zijn afgestemd, duw dan de batterij stevig op zijn plek, totdat deze vastklikt en niet kan worden los geschud. BATTERIJ LET OP: Deze rookmelder wordt geleverd met slotjes in de deksel, die voorkomen dat de deksel van de rookmelder kan worden gesloten als de batterij niet is geïnstalleerd. Dit betekent dat de rookmelder niet zal werken, totdat er een nieuwe batterij goed is geïnstalleerd. De batterij is in de fabriek met opzet VERKEERD geplaatst om hem ongebruikt te laten tot aan de installatie. Hij moet opnieuw en correct worden gepositioneerd om de DC-spanning te kunnen leveren. OPMERKING: Wanneer de batterij van de rookmelder voor het eerst contact maakt met de melder, knippert de LED-indicator eenmaal. Dit is normaal en geeft aan dat de batterij goed is geplaatst. Sluit de klep en houd vervolgens de testknop ongeveer 5 seconden ingedrukt, totdat de sirene klinkt. De sirene moet een luid en pulserend alarm geven. Dit betekent dat het apparaat goed werkt. LUIDSPREKER

Het verbinden met het bedieningspaneel De 34953 kan niet alleen werken als een zelfstandig station, maar kan ook in combinatie met een alarmcentrale een alarmsysteem vormen, wanneer aan de rookmelder een draadloze module wordt toegevoegd.1) Zorg ervoor dat het bedieningspaneel in de verbindingsmodus staat.

2) Houd de testknop van de rookmelder gedurende 3 seconden

ingedrukt. Er zijn drie piepjes te horen. Tegelijkertijd is één pieptoon hoorbaar vanaf het bedieningspaneel. De rookmelder is nu succesvol met het bedieningspaneel verbonden. Testen: Houd de testknop op de rookmelder gedurende 3 seconden ingedrukt. Het bedieningspaneel zal direct alarm geven. Rode LED-indicator Op de rookmelder bevindt zich een rode LED die als de ALARM- indicator functioneert. Hij kan via de testknop worden gezien op de voorkant van de rookmelder. Wanneer de rode LED één keer 32 seconden lang knippert, betekent dit, dat de rookmelder in normaal bedrijf is. Wanneer de rookmelder rook ontdekt en er tegelijk een hoorbaar alarm klinkt, zal de rode LED regelmatig knipperen, eens per 0,67 seconden. Het testen van uw rookmelder Test de melder wekelijks door het stevig indrukken van de testknop, totdat de sirene klinkt. Het indrukken bij het testen kan tot 5 seconden duren, voordat de sirene geluid maakt. Dit is de enige manier om er zeker van te zijn dat de rookmelder goed werkt. Als de rookmelder niet goed door de test komt, laat hem dan onmiddellijk repareren of vervangen. WAARSCHUWING: Gebruik nooit open vuur om uw rookmelder te testen. U kunt brand veroorzaken en schade toebrengen aan de rookmelder of aan uw huis. De ingebouwde testknop test nauwkeurig alle functies van de rookmelder, zoals is vereist door Underwriters' Laboratories. Dit is de enige juiste manier om de rookmelder te testen. WAARSCHUWING: Wanneer u de rookmelder niet aan het testen bent en de sirene maakt een luid en continu geluid, dan betekent dit, dat de rookmelder rook of verbrandingsdeeltjes in de lucht heeft waargenomen. Overtuig u ervan dat het alarm van de sirene een waarschuwing is voor een mogelijke ernstige situatie, die uw onmiddellijke aandacht vereist. Het alarm kan worden veroorzaakt door een situatie van overmacht. Rook een alarm veroorzaken. Als dit gebeurt, open dan een raam of gebruik een ventilator om de rook of stof uit de lucht te verwijderen. Het alarm wordt uitgeschakeld, zodra de lucht volledig schoon is. OPMERKING: Haal de batterij niet uit de rookmelder. Daarmee stopt u de brandbeveiliging. Als er een pieptoon of piepje klinkt, vrijwel tegelijk met een LED- rookmelder zwak is. Vervang de batterij onmiddellijk door een nieuwe. één keer per minuut, betekent dit dat de rookmelder defect is en onmiddellijk moet worden gerepareerd of vervangen. Het onderhouden van uw rookmelder Om uw rookmelder in goede conditie te houden, moet u de melder wekelijks te testen, zoals beschreven in artikel "HET TESTEN VAN UW ROOKMELDER". Vervang de batterij van de rookmelder wanneer de "piep" van een bijna lege batterij één keer per minuut klinkt. De "piep" van een bijna lege batterij moet tenminste 30 dagen duren. OPMERKING: Gebruik voor het vervangen van batterijen de Gold Peak 1604P 1604S, 1604G, 1604A; Eveready 522, 216; Duracel MN1604; Premisafe G6F22; Ultralife U9VL-J; EVE CR9V WAARSCHUWING: Gebruik geen andere soorten batterijen. Deze rookmelder werkt mogelijk niet goed met andere batterijen. Open tenminste éénmaal per jaar het klepje en stofzuig het stof van detectiekamer van de rookmelder. Dit kunt u doen wanneer u de rookmelder opent om de batterij te vervangen. Verwijder de batterij, voordat u de rookmelder schoonmaakt. Gebruik bij het stofzuigen een zachte borstel om de rookmelder te reinigen. Verwijder zorgvuldig alle stof op de componenten van de rookmelder, vooral op de openingen van de detectiekamer. Vervang de batterij na het schoonmaken. Test de rookmelder om ervoor te zorgen dat de batterij correct werkt. Controleer dan of er zich geen vuil in de testknop bevindt. Als er stof in de testknop zit, steek er dan een tandenstoker in van de achterkant naar de voorkant. OPMERKING: Als er ongewenst alarm van de rookmelder blijft komen, moet u controleren of de locatie van de rookmelder wel deugt. Raadpleeg het hoofdstuk "LOCATIES VOOR HET PLAATSEN VAN UW ROOKMELDERS". Plaats uw rookmelder elders als hij niet op de juiste plaats is bevestigd. Reinig de rookmelder zoals hierboven is beschreven. Reinig de deksel van de rookmelder als hij vies wordt. Open eerst het deksel en verwijder de batterij. Veeg het deksel af met een vochtige doek met schoon water. Droog het met een niet-pluizende doek. Zorg ervoor dat er geen water op de componenten van de rookmelder komt. Vervang de batterij en sluit het deksel. Test de rookmelder om ervoor te zorgen dat de batterij correct werkt

Stroomvoorziening Stroomverbruik stand-by Stroomverbruik alarm LED-frequentie in de bedrijfsstand LED-frequentie in Alarm-modus Lage batterijspanning Voorwaarden voor een goede werking Bewakingsgebied Decibel bij alarm Radiofrequentie Zendafstand Materiaal van de behuizing Afmetingen (L x B x H) 1x DC 9V 6F22 batterij <5 uA <15 mA Eén keer in de 32 seconden. Eén keer in de 0,62 seconden. Eén pieptoon met één LED- dagen) Temperatuur: -10 °C tot +55 °C Relatieve vochtigheid: <95% (geen condensatie) 20m

85dB/3m 433,92 MHz of 868 MHz <80 m in open veld ABS-kunststof 102 x 102 x 31 mmES Raadgevingen : A. Hoe brand vermijden ? Laat lucifers buiten bereik van kinderen. Laat nooit kaarzen alleen aanstaan. Gooi nooit de inhoud van de assenbak in een vuilniszak of in een papierkorf zonder eerst te controleren of alles wel degelijk uit is. Voeg water toe in de assenbak vooraleer deze te ledigen. Voor het slapengaan moet het vuur van deschoorsteen goed uitgedoofd zijn of moet het vuurscherm goed op zijn plaats staan om vuuruitspattingen tegen te houden. Bewaar de ontvlambare stoffen in een veilige omgeving. Gebruik steeds zekeringen met het gevraagd vermogen op uw elektrisch netwerk. Experimenteer nooit met huisgemaakte zekeringen. Vervang defecte elektrische netwerken of centrales. Gebruik slechts elektronisch goedgekeurde systemen. B. Wees attent om te reageren! Bij een vuur is het leven van uw familie en uzelf afhankelijk van de volgende seconden. Hierdoor is een goede voorbereiding belangrijk.

1. Maak een vluchtplan!

- Kies de meest aangepaste vensters om te vluchten voor het geval dat de uitgang geblokkeerd zouworden door vuur of door rook. - Plaats een ladder of een touw wanneer het venster zich hoog boven de grond bevindt. - Spreek een ontmoetingsplaats vast aan de buitenkant van de woning - Het is aanbevolen om s’nachts de slaapkamerdeur dicht te houden. Een deur kan het vuur opafstand houden zodat u de tijd hebt om via het venster te vluchten. - Indien U gebruik kan maken van vuurbestrijdingselementen moet U er zeker van zijn dat dezewerken en dat U ermee kan omgaan. - Oefen je vluchtplan met de kinderen. Maak hier een spel van om de kinderen niet af te schrikken.

2. Bij het begin van een brand

- Grote brand: Waarschuw de leden van de familie en verzeker U ervan dat ze onmiddelliik het huis verlaten. Volg je vluchtplan op. Sluit indien mogelijk de deuren om de uitbreiding van de brand te vertragen. Bel de brandweer op! - Kleine brand: Bij een vuurtje kan je trachten deze te stoppen met een brandblusser, een branddeken. Indien u zelf niet de brand kan stoppen, moet U zo snel mogelijk de woning uitvluchten. Keer niet terug naar binnen! Beperkte waarborg Chacon SA garandeert dat zijn bijgevoegde rookmelder (maar niet de batterij) vrij is van gebreken ten aanzien van de materialen en de fabricatie, bij normaal gebruik en onderhoud, voor een periode van 2 jaar na aankoopdatum. Dit is de enige uitdrukkelijke garantie die Chacon SA voor dit product geeft. Tussenpersonen, vertegenwoordigers, handelaren of werkne- mers van het bedrijf zijn niet gemachtigd om de verplichtingen of beperkingen van de garantie uit te breiden of te wijzigen. De garantieverplichting van het bedrijf Chacon is beperkt tot het herstel of de vervanging van die onderdelen van de rookmelder die gebreken vertonen ten aanzien van de materialen of de fabricatie, bij normaal gebruik en onderhoud, binnen de periode van 2 jaar na aankoopdatum. Het bedrijf is niet verplicht om rookmelders te herstellen of te vervangen indien ze defect zijn geraakt ten gevolge van beschadi- gingen, slecht onderhoud, oneigenlijk gebruik, modificaties of wijzigingen die aangebracht werden na de aankoopdatum. Chacon SA kan niet aansprakelijk gesteld worden voor alle opgelopen schade of verliezen, van welke soort dan ook, inclusief ongelukken of daaruitvolgende schade dat rechtsreeks of onrechtstreeks het gevolg is van een gebrek aan dit product. Herstel de rookmelder niet indien U deze als gebrekkig waant. Neem eerst contact op met de technische dienst van de firma Chacon, Avenue mercator 2, 1300 WAVER op het nummer 0900/51100 tussen 14 en18 uur iedere werkdag (0,45€/min). hotline@chacon.be Introducción Nuestro detector de humo ha sido diseñado para detectar el humo que entra en la cámara del detector. No detecta gas, calor o llamas. Este detector de humo ha sido diseñado para proporcionar una alerta oportuna del origen de un incendio haciendo sonar la bocina de alarma integrada. Puede conceder un tiempo muy valioso para que usted y su familia escapen antes de que el fuego se propague. Sin embargo, sólo será posible recibir estas alertas oportunas de accidentes de incendio si el detector está colocado, instalado y mantenido según se describe en este Manual del usuario. Lugares donde instalar los detectores de humo Se debe instalar detectores de humo en todas las habitaciones, salones, despensas, sótanos y áticos de cada vivienda familiar para conseguir una cobertura completa en las unidades residenciales. Con un detector en cada piso y en cada zona de dormitorios, y uno en los áticos y en cada sala de estar se consigue una cobertura mínima. A continuación encontrará algunos consejos útiles: