ROWENTA Turbo Cool AU5010 - Airconditioning

Turbo Cool AU5010 - Airconditioning ROWENTA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Turbo Cool AU5010 ROWENTA in PDF-formaat.

📄 64 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice ROWENTA Turbo Cool AU5010 - page 56
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : ROWENTA

Model : Turbo Cool AU5010

Categorie : Airconditioning

Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Turbo Cool AU5010 - ROWENTA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Turbo Cool AU5010 van het merk ROWENTA.

GEBRUIKSAANWIJZING Turbo Cool AU5010 ROWENTA

Lees de gebruiksaanwijzing en veiligheidsinstructies goed voordat u het apparaat gebruikt. Houd de gebruiksaanwijzing bij de hand voor referentie. Voor uw veiligheid voldoet dit apparaat aan alle toepasselijke normen en voorschriften (laagspanning, elektromagnetische compatibiliteit, milieurichtlijnen, enz.). WAARSCHUWING (Brandgevaar) Dit apparaat maakt gebruik van brandbaar koelmiddel. Als dit koelmiddel lekt en in contact komt met vuur of een verwarmingsonderdeel, kan er schadelijk gas en brandgevaar ontstaan. Lees vóór gebruik de BEDIENINGSINSTRUCTIES zorgvuldig door Het onderhoudspersoneel moet de BEDIENINGSINSTRUCTIES en INSTALLATIEHANDLEIDING zorgvuldig doorlezen voordat het systeem in gebruik wordt genomen Meer informatie vindt u in de BEDIENINGSINSTRUCTIES, de INSTALLATIEHANDLEIDING, enz. Modelnaam Symbol AU5010F0 AU5020F0 Unit koelmiddel R290 R290 Totale hoeveelheid koelmiddel

Nominaal vermogen voor koeling

rated voor koeling 2,3 2,5

Nominale energie-efficiëntieverhouding EER

2,6 2,6 Energie-efficiëntieklasse

Nominaal opgenomen vermogen voor koeling

Elektriciteitsverbruik in de stand-by-stand

Elektriciteitsverbruik

een beschadigd netsnoer moet worden vervangen door de fabrikant, de aftersales-serviceafdeling van de fabrikant, of iemand met vergelijkbare kwalificaties. Dit om gevaar te voorkomen.

  • Controleer vóór elk gebruik de algemene staat van het apparaat, de stekker en het netsnoer.
  • Gebruik het apparaat onder normale bedrijfsomstandigheden, zoals beschreven in deze instructies.
  • Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u het vult, schoonmaakt of verplaatst.
  • Raadpleeg vóór onderhouds- en afstelwerkzaamheden de gebruikershandleiding bij de handleiding. Voor landen die vallen onder Europese voorschriften (CE):
  • Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen mits ze minstens 8 jaar oud zijn, en door mensen met onvoldoende ervaring en kennis, of lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen hebben, mits ze goed zijn getraind en geïnformeerd over de risico’s. Kinderen mogen het apparaat niet zonder toezicht schoonmaken en geen onderhoudswerkzaamheden uitvoeren.
  • Laat kinderen niet spelen met het apparaat. Voor andere landen:

Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruikers (waaronder kinderen) met fysieke, visuele of mentale beperkingen, of die te weinig ervaring en kennis hebben, tenzij ze onder toezicht staan of aanwijzingen hebben gekregen omtrent het gebruik van het apparaat door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Houd toezicht op kinderen zodat ze niet met het apparaat spelen

Neem de voorschriften voor het afvoeren van olie en koelmiddelen in acht bij het afvoeren van het apparaat.

Gebruik het apparaat niet in de buurt van ontvlambare voorwerpen en producten, en houd een afstand van minimaal 50 cm aan tussen het apparaat en alle voorwerpen (muren, gordijnen, spuitbussen, enz.).

De afstandsbediening werkt op 2 batterijen van 1,5 V (LR03 of AAA).

  • Batterijen moeten met de juiste polen worden geplaatst, zoals aangegeven in het batterijvak.
  • De poolklemmen van de batterij mogen niet worden kortgesloten.
  • Uit de buurt van vuur houden.
  • BELANGRIJK: het is aan te raden de stekker uit het stopcontact te halen wanneer u het apparaat niet gebruikt. Verwijder de batterijen uit de afstandsbediening wanneer u het apparaat langere tijd opbergt.NL
  • Zet het apparaat in de stand-bymodus en haal de stekker uit het stopcontact voordat u de batterij vervangt.
  • Volg de instructies van de batterijfabrikant bij het plaatsen van nieuwe batterijen.
  • In de gebruikershandleiding vindt u meer informatie over het activeren van de batterij. Specifieke instructies over apparaten met het gas R290
  • Het apparaat AU5010F0 bevat ongeveer 0,193 kg koelgas.
  • Het apparaat AU5020F0 bevat ongeveer 0,233 kg koelgas
  • De maximale hoeveelheid koelmiddel is 0,3 kg; het koelgas R290 voldoet aan de Europese milieurichtlijnen.
  • Voor de installatie, het gebruik en de opslag van het apparaat is een oppervlak van meer dan 10 m² voor AU5010F0 en 12 m² voor AU5020F0 (met plafondhoogte > 2 m) nodig
  • Wanneer lekkend koelgas blijft hangen in ruimten zonder ventilatie, kan dit leiden tot brand of explosiegevaar als het koelmiddel in contact komt met elektrische kachels, fornuizen of andere ontstekingsbronnen.
  • Berg het apparaat zorgvuldig op om mechanische mankementen te voorkomen.
  • Aan koelmiddelcircuits mag alleen worden gewerkt door personen die zijn gecertificeerd door een erkende instantie om te werken met koelmiddelen volgens de branchewetgeving.
  • Onderhoud en reparaties waarbij hulp van ander gekwalificeerd personeel nodig is, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van specialisten in het gebruik van ontvlambare koelmiddelen.
  • Om het ontdooien te versnellen of om te reinigen mag u uitsluitend de middelen gebruiken die zijn aanbevolen door de fabrikant.
  • Het apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder voortdurend werkende ontstekingsbronnen (zoals open vuur; een werkende gasinstallatie; of een werkende elektrische verwarming).
  • Niet doorboren of verbranden.
  • Bedenk dat koelmiddelen soms geurloos zijn.

VOORZORGSMAATREGELEN VOOR GEBRUIK

Uw apparaat is alleen bedoeld voor huishoudelijk gebruik. Het mag niet bedrijfsmatig worden gebruikt. Het apparaat moet worden geïnstalleerd volgens de geldende voorschriften in uw land. De gebruikstemperatuur ligt tussen 16 °C en 35 °C. Trek niet aan het netsnoer of het apparaat, zelfs niet wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt. Rol het netsnoer altijd volledig uit voordat u het gebruikt. Gebruik het apparaat niet in een stoffige ruimte of op een plaats waar brandgevaar bestaat. Plaats nooit voorwerpen in het apparaat (bijv. naalden, enz.). Gebruik geen verlengsnoer. Gebruik het apparaat nooit in een schuine of horizontale stand. Plaats het apparaat op een vlakke, stabiele ondergrond. Plaats geen zware voorwerpen of kinderen op het apparaat. Bedek het apparaat niet. Dek de luchtinlaat- en/of uitlaatroosters niet af. Raak het apparaat niet aan met natte handen. Stop het apparaat door de knop (A) te gebruiken voordat u de stekker uit het stopcontact haalt. Gebruik het apparaat niet buitenshuis. De garantie komt te vervallen als er schade optreedt als gevolg van onjuist gebruik. – TRANSPORT

  • Let op: uw apparaat is voorzien van een koelcompressor; als u het apparaat plat neerlegt, kan dit leiden tot storingen.
  • Schakel het apparaat na vervoer ten minste één uur niet in voordat u het start. – OPBERGEN
  • Als u het apparaat niet gebruikt, moet u het uit de buurt van vocht in een goed geventileerde ruimte plaatsen die qua afmetingen voldoet aan de specificaties tijdens gebruik.
  • Voordat u het opbergt, moet u de rubberen plug aan de onderkant van de afvoerpoort (nr. 9) eruit halen en het water laten weglopen. (Fig. 1) Laat de unit enkele uren alleen in de ventilatormodus draaien om eventueel vocht op de koudewisselaar te drogen om zo schimmel te voorkomen.NL

Schakel het apparaat uit en haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u het reinigt of onderhoudt. Reiniging: veeg af met een zachte, droge doek. Was de airconditioning nooit met water. Gebruik nooit vluchtige stoffen zoals benzine of schuurpoeder om het apparaat schoon te maken. Onderhoud luchtfilter: de luchtfilter moeten na ongeveer 100 uur gebruik worden gereinigd. Stop het apparaat en trek vervolgens de luchtfilter terug. (Fig. 2) Gebruik een stofzuiger, water of een zachte droge doek om de filter schoon te maken en plaats de filter terug. Gebruik het apparaat niet zonder de filter. Fig. 2. BEDIENINGSINSTRUCTIES De elektrische faciliteiten van de ruimte en de installatie en het gebruik van het apparaat moeten voldoen aan de geldende normen in uw land. Controleer voor het eerste gebruik of het voltage, de frequentie en het vermogen van uw apparaat geschikt zijn voor uw stroomvoorziening. Uw apparaat moet worden gebruikt met een geaard stopcontact. Het is een apparaat van klasse I. Controleer voordat u het apparaat inschakelt of:

  • het apparaat is geplaatst volgens de instructies in deze handleiding;
  • de luchtinlaat- en uitlaatroosters volledig vrij zijn;
  • het apparaat op een stabiele, horizontale ondergrond is geplaatst; Plaats het product niet onder een waslijn of een ander voorwerp waardoor er water in zou kunnen vallen. LET OP: het is aan te raden de stekker uit het stopcontact te halen wanneer u het apparaat niet gebruikt.NL

2. Uitlaatrooster binnenluch

6. Luchtinlaat (verdamper)

7. “Luchtuitlaat voor externe afzuiging

(in modus Airconditioning)

8. Luchtinlaat ( condensator)

Opmerking: zorg ervoor dat de waterafvoer goed is geïnstalleerd voor gebruik.

12&13. Uitlaatconnectoren

Installatie 1 - mobiele installatie 1/ Klik de uitlaatpijp (nr. 14) op de uitlaatconnector 2/ Schuif de andere uitlaatconnector (nr. 13) over de luchtuitlaat (nr. 7) aan de achterkant van de unit Schuif de slang (nr. 11) uit tot de gewenste lengte en plaats de uitlaatpijp (nr. 14) door een open raam, zoals weergegeven in fig. 4. Fig. 3 Fig. 4 Semipermanente installatie Indien nodig kan uw apparaat ook semipermanent worden geïnstalleerd (fig. 5)Ga als volgt te werk:

  • Boor een gat in een buitenmuur of door een kozijn. Zorg ervoor dat u de MIN/MAX-afmetingen voor de grootte van het gat en de positie ervan aanhoudt. (Fig. 6 en 7)
  • Monteer de meegeleverde muurflensaccessoire (nr. 15) in het gat.
  • Stop het andere uiteinde van de slangmontage in de accessoire die u eerder op de muur hebt bevestigd zoals weergegeven in (fig. 5) Wanneer de slang niet wordt gebruikt, plaatst u de dop (nr. 15) op de connector om het gat in de muur af te dekken. OPMERKING: wanneer u de airconditioning semipermanent installeert, moet u een binnendeur altijd een beetje open laten staan om de luchtdruk tussen binnen en buiten gelijk te houden. Fig. 5 INDOOR MIN 30cmMIN 30cmNL

Ø 15 cm MAX 100 cm MIN 35 cm (14) (16) (16) (16) (16) Schémas 7 et 8 Fig. 6 & 7 De raamafdichtkit aanbrengen De raamafdichtkit is inbegrepen in de referentie AU5020F0. (#16) De kit kan worden gekcoht als een Rowenta-accessoire met referentie. Controleer voor de installatie of de zelfklevende tape uw venster niet beschadigt.

1. Open het raam en reinig de oppervlakken om stof en vet te verwijderen van het

raamkozijn en -frame. Bevestig de strip op het frame. Plaats de strip niet op het contactoppervlak van de raamafdichting (u moet het raam kunnen sluiten).

2. Plaats de strip op de buiten- of binnenzijde van het raamframe (greepzijde).

Zorg dat het raam kan worden gesloten. Voordat u de strip vastplakt moet u er zeker van zijn dat het plakkende oppervlak het raamframe niet zal beschadigen.

3. Laat het raam open. Plak eerst de brede zijde van de raamvorm (rits gesloten)

vast op het raamframe, vanuit het midden naar de rechter- en linkerzijde of vanaf boven naar onder.

4. Sluit het raam en controleer of het raam de raamvorm niet vastklemt. Plak de

smalle zijde van de raamvorm (rits gesloten) vast op het raamframe, vanuit het midden naar de rechter- en linkerzijde of vanaf boven naar onder.

5. Open het raam een beetje zodat de uitlaatslang door de ritsopening in de raam-

vorm kan worden gestoken.NL

BEDIENINGSPANEEL FULL (B) (A) (C) (D) (E) Stroomschakelaar (A) Met de stroomschakelaar schakelt u het apparaat in en uit. Nadat u de airconditioning hebt uitgeschakeld, moet u 3 minuten wachten voordat u deze weer inschakelt. Waarschuwingslampje ‘VOL’(B) Er kan condenswater in de unit ontstaan. Als de interne tank vol raakt, gaat het waarschuwingslampje branden en stopt de unit met werken totdat het water uit de unit wordt afgevoerd (evacuatie nr. 10). Raadpleeg de opslaginstructies op pag. 2 voor het leeg laten lopen van de unit. Timer (C) Automatisch uitschakelen: druk op de timerknop terwijl het apparaat in de actieve modus staat. Stel vervolgens de gewenste gebruikstijd in uren in voordat u het apparaat uitschakelt door op de knoppen ‘+’ of ‘-’ te drukken. Automatisch inschakelen: zet het apparaat in de UIT-modus en druk op de timerknop. Stel vervolgens de gewenste vertraging in uren in opAAN door op de knoppen ‘+’ of ‘-’ te drukken voordat het apparaat automatisch in de laatst gebruikte modus begint te werken. De tijd kan worden ingesteld tussen 1 en 24 uur Modusregelaar (D) De modusregelaar heeft vie instellingen. Een lampje geeft aan welke modus momenteel wordt gebruikt.

  • Koelmodus : tijdens de koelmodus wordt de lucht gekoeld en wordt warme lucht via de warmte-uitlaatslang (#12) afgevoerd. Pas de ventilatorsnelheid en luchttemperatuur aan wat u prettig vindt aan. Gebruik de knoppen (-) en (+) om de gewenste temperatuur in te stellen tussen 16 en 32 °C. Na 10 seconden schakelt het display over naar de kamertemperatuur.
  • Eco-modus : In deze modus wordt de doeltemperatuur automatisch 3°C lager gezet dan de kamertemperatuur om energie te besparen. De snelheid wordt automatisch gedefinieerd. Na 3 seconden zal het display terugkeren naar kamertemperatuur. Opmerking: de slangen voor luchtverversing moeten bij gebruik van de koelmodus naar buiten lopen.
  • Ontvochtigingsmodus : er wordt vocht aan de lucht onttrokken terwijl deze door de unit gaat, zonder dat de volledige koelmodus actief is. In deze modus kan bij een temperatuur van meer dan 25 °C het ventilatortoerental worden aangepast, anders wordt het ventilatortoerental op ‘laag’ ingesteld. Sluit in deze modus de uitlaatslang niet aan en laat de warme lucht terug in de kamer stromen. U moet de unit leeg laten lopen om het water te verwijderen: raadpleeg p. 2 van de opslaginstructies voor de installatie.
  • Ventilatormodus : de lucht wordt gecirculeerd door de ruimte zonder koeling. De slang voor luchtverversing hoeft in deze modus niet te worden aangebracht. Pas de ventilatorsnelheid aan wat u prettig vindt aan. Snelheidsregelaar ventilator (E) De snelheidsregelaar van de ventilator heeft drie instellingen: Hoog, Gemiddeld en Laag.NL

Afstandsbediening De afstandsbediening gebruikt 2 AAA- of LR03-batterijen van 1,5 V die niet worden meegeleverd. Als u de batterij van de afstandsbediening wilt vervangen, verwijdert u het klepje aan de achterzijde van de afstandsbediening en plaatst u de batterijen met de polen (+) en (-) in de juiste richting. Verwijder de batterijen als de afstandsbediening een maand of langer niet wordt gebruikt. De afstandsbediening werkt op dezelfde manier als de functies op het bedieningspaneel. Let op dat u de signaal-led op de voorzijde van de afstandsbediening niet bekrast of beschadigt, zodat deze goed blijft werken. PROBLEEMOPLOSSING Probleem Analyse Het apparaat start niet - Wacht 3 minuten en start opnieuw. De beveiliging zorgt er mogelijk voor dat de unit niet werkt. - De stekker is niet goed aangesloten. Het apparaat stopt tijdens gebruik - Ingestelde temperatuur is te hoog. - Luchtuitlaten zijn geblokkeerd door obstakels of de slang is verstopt - Luchtinlaten (filter) zijn verstopt door stof Het apparaat werkt niet en de indicator ‘water vol’ brandt - Water moet worden afgetapt: zie de paragraaf ‘Bedieningspaneel - B’ - De afvoerslang is verstopt of verdraaid Leds geven ‘E1’ of ‘E2’ weer - Raadpleeg een specifiek erkend servicecentrum.

INGEVAL VAN PROBLEMEN

Demonteer het apparaat nooit zelf, omdat er voor R290-gas specifieke toestemming voor reparatie nodig is. Een slecht gerepareerd apparaat kan gevaarlijk zijn voor de gebruiker. Gebruik het apparaat niet en neem contact op met een bepaald erkend servicecentrum als:

  • Het apparaat kapot is.
  • Het apparaat of het netsnoer is beschadigd.
  • Het apparaat niet goed werkt. U vindt een lijst met specifieke erkende servicecentra op de website van Rowenta. LEVER UW BIJDRAGE AAN HET MILIEU! Uw apparaat bevat waardevolle materialen die kunnen worden teruggewonnen of gerecycled. Lever het in bij een afvalverzamelpunt of een goedgekeurd servicecentrum, zodat het op de juiste manier kan worden afgevoerd. Gooi de batterijen niet weg met uw huishoudelijk afval, maar breng ze naar een van de speciale inzamelpunten voor batterijen. Deze instructies vindt u ook op onze website www.rowenta.com.