SOTF1510B - Fornuis SCHOLTES - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SOTF1510B SCHOLTES in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SOTF1510B - SCHOLTES en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SOTF1510B van het merk SCHOLTES.
GEBRUIKSAANWIJZING SOTF1510B SCHOLTES
Al bijna een eeuw ontwikkelt Scholtès ultramoderne producten ten dienste van elke chef. Omdat koken een passie is, biedt onze technologie u een breed scala aan opties en wordt u uitgenodigd om uw culinaire creativiteit te verkennen. Wij wensen u veel plezier bij het gebruik van uw nieuwe apparaat en danken u voor uw vertrouwen.INHOUD
1 - Veiligheid en belangrijke
voorzorgsmaatregelen
4 - Onderhoud en stoornissen
5 - Zorg voor het milieu
Gelieve voor u uw product gebruikt, kennis te nemen van de installatierichtlijnen en de veiligheidsinstructies. De veiligheidsinformatie moet zorgvuldig worden gelezen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor letsels of schade veroorzaakt door een onjuiste installatie of een verkeerd gebruik.1 Lees deze belangrijke veiligheidsinstructies aandachtig en bewaar ze voor een later gebruik. toekomstig gebruik. LEES VÓÓR INSTALLATIE EN GEBRUIK VAN HET
1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare
personen Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en ouder, en door personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of gebrek aan ervaring en kennis, mits zij onder toezicht staan of instructie over een veilig gebruik van het apparaat hebben ontvangen en zich bewust zijn van de mogelijke gevaren.
VOORZORGSMA- ATREGELEN2 Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Kinderen onder de 8 jaar moeten uit de buurt van de kookplaat blijven, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan. Reiniging en gebruiksonderhoud mogen niet zonder toezicht door kinderen worden uitgevoerd. Het toestel en de toegankelijke delen van dit apparaat kunnen heet worden tijdens het gebruik. Zorg ervoor dat u de verwarmingselementen niet aanraakt.
1.2 Algemene veiligheid
Controleer het apparaat na het uitpakken op schade. Sluit het apparaat niet aan als het beschadigd is. Alleen een bevoegde professional mag dit apparaat installeren en de kabel vervangen. De stekker moet ook na installatie toegankelijk blijven. Schade veroorzaakt door een verkeerde aansluiting valt niet onder de garantie. Koppel het apparaat steeds los van het stroomnet voordat u een onderhoud uitvoert. Het apparaat kan worden losgekoppeld door een toegankelijk stopcontact te voorzien of door een vaste schakelaar te integreren, in overeenstemming met de installatieregels. Als de hoofdstroomkabel is beschadigd, moet deze worden vervangen door de fabrikant, zijn bevoegd servicecentrum of andere gekwaliceerde personen om gevaar te vermijden. Zorg ervoor dat de stroomkabels van elektrische apparaten die dicht bij de kookplaat zijn aangesloten niet in contact komen met de kookzones.3 Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet op het oppervlak van de kookplaat worden geplaatst, aangezien ze heet kunnen worden. Gebruik nooit stoom- of hogedrukgereedschap om uw apparaat schoon te maken. Het apparaat is niet ontworpen om ingeschakeld te worden met een externe timer of een apart afstandsbedieningssysteem. WAARSCHUWING: olie of vet onbewaakt laten koken op een kookplaat kan gevaarlijk zijn en brand veroorzaken. Probeer brand nooit met water te blussen, maar schakel het apparaat uit en dek de vlam af met een deksel of blusdeken. Brandgevaar: plaats geen voorwerpen op de kookoppervlakken. Als het oppervlak gebarsten is, schakel het apparaat dan uit om het risico op elektrische schokken te vermijden. Gebruik uw kookplaat niet voordat u het glazen blad hebt vervangen. Vermijd harde stoten door kookgerei: hoewel het werkblad van vitrokeramisch glas erg stevig is, is het niet onbreekbaar. Leg geen hete deksels plat op uw kookplaat. Een zuigeffect kan het vitrokeramische oppervlak beschadigen. Sleep kookgerei niet over het oppervlak, dit kan de decoratieve afwerking van de vitrokeramische bovenkant op lange termijn beschadigen. Gebruik nooit aluminiumfolie om te koken. Plaats nooit voorwerpen gewikkeld in aluminiumfolie of in aluminium schalen op uw kookplaat. Het aluminium zal smelten en uw apparaat permanent beschadigen.4 Bewaar geen schoonmaakproducten of ontvlambare producten in het kastje onder de kookplaat. Schakel de kookplaat na gebruik uit met de bedieningen, laat het uitschakelen niet over aan de pandetector. WAARSCHUWING: Gebruik alleen kookplaatbeschermers die zijn ontworpen door de fabrikant van het kooktoestel, zoals vermeld in de gebruikershandleiding of die zijn meegeleverd met het apparaat. Het gebruik van ongeschikte beschermers kan ongevallen veroorzaken. Plaats geen magnetiseerbare voorwerpen (bijv. creditcards, geheugenkaarten) of elektronische apparaten in de buurt van het apparaat, aangezien deze kunnen worden beschadigd door het elektromagnetische veld. Uw apparaat voldoet aan de toepasselijke Europese richtlijnen en verordeningen. Voor het vermijden van interferentie tussen uw kookplaat en een pacemaker, of andere elektrische implantaten (zoals insulinepompen), moet de pacemaker of het implantaat ontworpen en geprogrammeerd zijn in overeenstemming met de geldende voorschriften. Informeer bij de fabrikant van de pacemaker of uw huisarts.5
Uitpakken Verwijder alle onderdelen van de verpakking. Controleer de kenmerken van het apparaat die vermeld staan op het naamplaatje (dat is geplakt op de basis van uw inductiekookplaat).
2.1 Inbouwen in een basiseenheid
Controleer of de luchtinlaten en -uitlaten niet verstopt zijn. Volg de informatie over de montageafmetingen (in millimeter) van de basiseenheid waarin de kookplaat wordt geplaatst. Snijd het werkblad uit volgens uw model: maten weergegeven in de tekening (Afb.1/Afb.2). Voor installatie en gebruik moet er minimaal 5 cm ruimte worden vrijgelaten rond de opening. Zorg er in ieder geval voor dat de inductiekookplaat goed geventileerd is en dat de luchtinlaat en -uitlaat niet geblokkeerd zijn (Afb.3). Als u de kookplaat boven een lade of boven een ingebouwde oven installeert, zorg er dan voor dat deze voldoen aan de afmetingen op de afbeeldingen om voldoende luchtafvoer te garanderen aan de voorkant. Opgelet: de kookplaat mag niet direct boven een vaatwasser, koelkast, diepvries, wasmachine of wasdroger worden geïnstalleerd, aangezien de vochtigheid de elektronica van de kookplaat kan beschadigen.
2.2 Elektrische aansluiting
Deze kookplaat moet op het lichtnet worden aangesloten via een uitschakelingsapparaat voor alle polen dat voldoet aan de huidige installatievoorschriften. In de vaste bedrading moet een ontkoppelingsapparaat worden opgenomen. Controleer voordat u de kookplaat aansluit op het stroomnet of:
1. Het huishoudelijke elektriciteitsnet geschikt is voor het stroomverbruik van de
2. De gegevens overeenkomen met de waarde op het typeplaatje
3. De secties van de voedingskabels bestand zijn tegen de belasting die op het
typeplaatje is aangegeven.6 Waarschuwing: gebruik geen adapters, verloopstukken of aftakkingen om de kookplaat op het stroomnet aan te sluiten, aangezien deze oververhitting en brand kunnen veroorzaken. De voedingskabel mag geen hete onderdelen raken en moet zo worden geplaatst dat de temperatuur op geen enkel punt hoger wordt dan 75 °C. Opmerking: als de kabel is beschadigd, dan mag hij enkel worden vervangen door een erkend technicus. De installateur moet nagaan of de elektrische aansluiting voldoet aan de veiligheidsregels. Opmerking: wanneer uw kookplaat voor het eerst van stroom wordt voorzien, gaat er een indicatielampje branden op het bedieningspaneel. Wacht 30 seconden of druk op een willekeurige toets op het bedieningspaneel om het lampje uit te zetten. Deze weergave is normaal en is gereserveerd voor gebruik door de klantenservice.7
a. Algemene schakelaar aan-uit b. Vergrendeling c. Zones in- en uitschakelen d. Boost-functie e. Instellingen power/timer f. Vermogensweergave g. Timerweergave h. Timerselectie
Koken met inductie is een efciënte, voordelige en veilige kooktechnologie. Deze technologie werkt met behulp van een magnetisch veld dat rechtstreeks warmte genereert in de pan, in plaats van indirect doorheen het glasoppervlak te verwarmen. Het glas wordt alleen heet omdat de pan het uiteindelijk opwarmt. Ferromagentisch gebruiksvoorwerp Magnetisch circuit Keramisch glas Inductoren Geïnduceerde stromen8
3.3 Keuze van kookgerei
Het meeste kookgerei is compatibel met inductie. Alleen glas, terracotta, aluminium zonder speciale bodem, koper en sommige soorten niet-magnetisch roestvrij staal werken niet met inductiekoken. We raden u aan kookgerei te kiezen met een dikke, platte bodem. De warmte wordt hierdoor beter verdeeld voor een uniforme bereiding. Opmerking: laat een lege pan nooit zonder toezicht opwarmen. Opmerking: plaats geen kookgerei op het bedieningspaneel.
3.4 Afmetingen kookgerei
Er zijn verschillende kookzones beschikbaar. Kies er een die geschikt is, op basis van de grootte van het recipiënt. Als de bodem van het kookgerei te klein is, gaat de stroomindicator knipperen en werkt de kookzone niet, ook als het materiaal van het kookgerei geschikt is voor inductie. Zie hieronder de tabel.
3.5 In-/uitschakelen
Om een zone in te schakelen, drukt u op de algemene toets aan-uit (a). “0” knippert in elke zone gedurende 5 seconden. Als er geen pan wordt gedetecteerd, selecteert u een zone (c). Als een pan wordt gedetecteerd, wordt de “0” weergegeven en worden de andere zones uitgeschakeld. Vervolgens kunt u het vermogensniveau instellen. Zonder het vermogensniveau in te stellen, zal de zone na enkele seconden automatisch uitschakelen. Uitschakelen van een zone/de kookplaat: houd de toets voor zone (c) ingedrukt. Er klinkt een lange pieptoon en de weergave gaat uit of er verschijnt een “H” (restwarmte- indicatie). Druk op de toets aan-uit (a) om de kookplaat volledig uit te schakelen. Diameter zone (mm) Minimale diameter pan (mm) maximale diameter pan (mm)
3.6 Het vermogen instellen
Als de kookzone is ingeschakeld, drukt u op de toets "+" of "-" (e) om het vermogensniveau tussen 1 en 15 aan te passen. Bij het inschakelen kunt u direct naar 10 vermogen gaan door op de toets «–» voor de zone te drukken. Wanneer u op de toets Boost (d) drukt, krijgt u toegang tot het boostvermogen. Opmerking: terwijl de boostfunctie is geactiveerd op een zone, heeft de andere zone een beperkt vermogen (zie hieronder).
3.7 Gebruik van de flexibele zone
De exibele zone kan gebruikt worden als 2 aparte zones of als een enkele zone. U kunt de totale exibele zone selecteren door de bovenste en de onderste toets voor selectie van de linker zone (c) tegelijkertijd in te drukken. De onderste weergave geeft aan dat u de volledige exibele zone gebruikt. U kunt de instellingen aanpassen met de toetsen op de bovenste zone. Het instellen van het vermogen en de timer verloopt zoals voor een normale kookzone. Om de zone uit te schakelen, houdt u de toets voor selectie van de linker zone (c) ingedrukt. Er klinkt een lange piep en de weergave verdwijnt of het symbool “H” verschijnt. Let op: door op de aanraaktoets voor of achter de zone te drukken, wordt de functie uitgeschakeld en worden de instellingen naar de geselecteerde zone overgedragen. Belangrijk: zorg ervoor dat u het kookgerei correct plaatst naargelang het gebruik van uw exibele zone.
3.8 De timer instellen
Elke kookzone heeft een eigen timer. Deze kan worden gebruikt zodra de kookzone is ingeschakeld. Om de timer in te schakelen of te wijzigen, drukt u op de aanraaktoets voor de timer (h) en vervolgens op de toets “+” of “-” om de tijdinstelling aan te passen van 1 tot 99 minuten. Aan het einde van de bereiding verschijnt er 0 op de weergave en klinkt er een waarschuwingssignaal. Druk op een willekeurige toets om deze informatie te verwijderen. 220mm10 Als u niet op een toets drukt, stopt het signaal na enkele seconden. Om de timer tijdens het koken te stoppen, drukt u op de aanraaktoets voor de timer (f) gedurente 1 seconde u terug naar 0 met de toets “-”. Opmerking: wanneer u de timer selecteert en op "-" drukt, gaat u rechtstreeks naar de maximale instelling van 99 minuten. Kookwekkerfunctie Met deze functie kunt u een wekker instellen, ook zonder dat u aan het koken bent. Druk op de timer-aanraaktoets (h) van een kookzone die u niet gebruikt. Er verschijnt “t” op de vermogensweergave en u kunt de tijd aanpassen door op de toets “+” of “-” te drukken.
3.9 Vergrendelingsfunctie
Uw kookplaat heeft een kinderslot waarmee de bedieningselementen worden vergrendeld wanneer de kookplaat niet in gebruik is of tijdens het koken (om de huidige instellingen te behouden). Om veiligheidsredenen blijven de stoptoets en de toetsen voor zoneselectie actief, zodat de kookplaat of een kookzone kan worden uitgeschakeld. Vergrendelen: druk gedurende 3 seconden op de toets met het slotje (b) totdat het slot in de weergaven verschijnt en een pieptoon de operatie bevestigt. Kookplaat vergrendeld in werking: de weergave van de kookzones in werking geeft afwisselend het vermogen en het vergrendelingssymbool aan. Als u op de aan/uit- of timertoetsen drukt voor de zones die aan staan, verschijnt “bloc” gedurende 2 seconden en schakelt vervolgens uit. Ontgrendelen: druk op het slotje (b) gedurende 3 seconden tot een dubbele pieptoon klinkt en de vergrendeling verdwijnt van de weergaven.
3.10 Veiligheidsaanbevelingen
Restwarmte Na intensief gebruik blijft de gebruikte kookzone gedurende enkele minuten heet. Gedurende deze tijd wordt er een “H” weergegeven. Raak de betreffende zones dus niet aan. Temperatuurbegrenzer Elke kookzone is voorzien van een veiligheidssensor die continu de temperatuur van de bodem van de pan monitort. Als er een lege pan op een zone blijft staan die is ingeschakeld, past de sensor automatisch het vermogen van de kookplaat aan en wordt het risico van beschadiging van het kookgerei of de kookplaat beperkt. Bescherming tegen morsen De kookplaat kan worden uitgeschakeld in de volgende drie gevallen:
- Er wordt een vloeistof in de zone van de aanraaktoetsen gemorst.
- Er wordt een vochtige doek over de aanraaktoetsen geplaatst.
- Er wordt en metalen voorwerp op de aanraaktoetsen geplaatst.11 Wat Hoe Belangrijk Dagelijks vuil op glas (vingerafdrukken, vlekken achtergelaten door voedsel of niet- suikerhoudende morsvlekken op het glas)
1. Schakel uw kookplaat uit.
2. Gebruik een vochtige spons
of breng een vitrokeramisch product aan.
3. Spoel af en droog met een
- Als u uw kookplaat uitschakelt, dan verdwijnt de weergave “H” van de restwarmte.
- Bepaalde schuursponsjes en agressieve schoonmaakmiddelen kunnen krassen op het glas veroorzaken. Gelieve adequate producten te gebruiken.
- Laat nooit resten van schoonmaakmiddelen achter op de kookplaat: er kunnen vlekken op het glas ontstaan. Vlekken van overkoken, smeltvlekken en hete suikerachtige morsvlekken op het glas Breng warm water aan op de te reinigen zone, gebruik een krabber geschikt voor glas om de grove vlekken te verwijderen, werk af met een hygiënische spons, en droog af.
- Verwijder zo snel mogelijk het meeste vuil en suikerachtige morsvlekken want zij kunnen het glazen oppervlak permanent beschadigen.
- De krabber speciaal voor glas is vlijmscherp als de beveiligingskap eraf is. Wees uiterst voorzichtig en bewaar het gereedschap altijd buiten het bereik van kinderen. Verwijder het voorwerp of maak de aanraaktoetsen schoon en droog en ga verder met koken. Opmerking: in deze gevallen wordt het symbool '-' weergegeven en klinkt er een geluidssignaal. “Auto-Stop”-systeem Als u vergeet een pan uit te schakelen, heeft uw kookplaat een "Auto-Stop"- beveiligingsfunctie die de vergeten kookzone automatisch uitschakelt na een vooraf ingestelde tijd. (Zie overzicht hierna). Als het veiligheidssysteem wordt geactiveerd, wordt de kookzone uitgeschakeld, wordt de foutcode (AS) weergegeven op het bedieningspaneel en klinkt er een pieptoon. Om het geluid te stoppen, drukt u op een van de bedieningstoetsen. Vermogensniveau 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 Standaard werkende timer (uur)
ANOMALIEËN12 Morsvlekken op
aanraakbediening Veeg de zone met aanraaktoetsen schoon met een spons of doek. Maak de zone droog met keukenpapier of een droge doek.
- De kookplaat kan zichzelf uitschakelen als er vloeistof zit op de aanraakbedieningen. Zorg ervoor dat u de zone met aanraaktoetsen afveegt en droogwrijft voordat u de kookplaat weer inschakelt. Probleem Mogelijke oorzaken Wat te doen De inductiekookplaat kan niet worden ingeschakeld. Geen stroom. Zorg ervoor dat de inductiekookplaat is aangesloten op het stroomnet en dat deze is ingeschakeld. Controleer of er een stroomstoring is in uw huis of omgeving. Als u alles heeft gecontroleerd en het probleem blijft bestaan, bel dan een gekwaliceerde technicus. De aanraakbedieningen reageren niet. De bedieningselementen zijn vergrendeld. Ontgrendel de bedieningselementen. Zie het gedeelte 'Uw inductiekookplaat gebruiken. De aanraakbedieningen zijn moeilijk te bedienen. Er kan een klein laagje water over de bedieningselementen zitten. Zorg ervoor dat de zone met aanraaktoetsen droog is en druk uw vinger vlak op de bedieningselementen. Er komen krassen op het glas. Kookgerei met ruwe randen. Er worden ongeschikte, schurende schuursponsjes of schoonmaakproducten gebruikt. Gebruik kookgerei met een vlakke en gladde bodem. Zie de reinigingsvoorschriften. Sommige pannen maken krakende geluiden of klikgeluiden. Dit kan worden veroorzaakt door de constructie van uw kookgerei (lagen van verschillende metalen die op een andere manier trillen). Dit is normaal.13 De inductiekookplaat maakt een vreemd geluid wanneer deze gebruikt wordt op een sterk vermogen. Dit wordt veroorzaakt door de technologie van inductiekoken. Dit is normaal, maar het geluid moet verdwijnen als u de kookstand verlaagt. Er komt ventilatorgeluid uit de inductiekookplaat. Een koelventilator die in uw inductiekookplaat is ingebouwd, is ingeschakeld om te voorkomen dat de elektronica oververhit raakt. Het kan zijn dat deze blijft draaien, zelfs nadat u de inductiekookplaat hebt uitgeschakeld. Dit is normaal Schakel de inductiekookplaat niet uit terwijl de ventilator draait. Het kookgerei wordt niet heet en er verschijnt niets op de display. De inductiekookplaat kan het recipiënt niet detecteren omdat het niet geschikt is. De inductiekookplaat kan het recipiënt niet detecteren omdat het te klein is voor de kookzone of er niet goed op gecentreerd is. Gebruik kookgerei dat geschikt is voor inductiekoken. Controleer de positie van uw recipiënt. De inductiekookplaat of een kookzone heeft zichzelf automatisch onverwacht uitgeschakeld, er klinkt een pieptoon en er wordt een foutcode weergegeven op de display. Technische storing. Noteer de foutcode, schakel de inductiekookplaat uit en neem contact op met een gekwaliceerde technicus.14 De verpakking van dit apparaat kan worden gerecycled. Doe aan recyclen en draag bij aan milieubescherming door de verpakking in de daarvoor bestemde afvalcontainers te deponeren. Uw apparaat bevat ook veel recycleerbaar materiaal. Dit logo geeft aan dat gebruikte apparaten niet met ander afval mogen worden gemengd. De door uw fabrikant georganiseerde recycling van apparaten wordt uitgevoerd onder optimale omstandigheden, in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende de verwijdering van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. Neem contact op met uw gemeente of winkel voor informatie over het inzamelen van gebruikte apparaten in uw buurt. Bedankt dat u helpt om het milieu te beschermen. Informatie over de betekenis van de conformiteitsmarkering De CE-markering geeft aan dat het product voldoet aan de belangrijkste eisen van de Europese richtlijnen 2014/35/EU (laagspanning), 2014/30/UE (elektromagnetische compatibiliteit), 2011/65/EU (vermindering van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in EEA). De garantie dekt geen onderdelen van het product die onderhevig zijn aan slijtage, noch problemen of schade als gevolg van:
1. Aantasting van het oppervlak als gevolg van normale slijtage van het product;
2. Defecten of slijtage door contact van het product met vloeistoffen en door
corrosie veroorzaakt door roest of de aanwezigheid van insecten;
3. Elk ongeoorloofd incident, misbruik, verkeerd gebruik, wijziging, demontage of
4. Onjuist onderhoud, gebruik dat niet in overeenstemming is met de instructies
met betrekking tot het product of aansluiting op een verkeerde spanning;
5. Elk gebruik van accessoires die niet zijn geleverd of niet zijn goedgekeurd door
de fabrikant. De garantie vervalt als het typeplaatje en/of serienummer van het product is verwijderd.
Notice-Facile