MIDEA Silent Cool 26 Pro - Airconditioning

Silent Cool 26 Pro - Airconditioning MIDEA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Silent Cool 26 Pro MIDEA in PDF-formaat.

📄 225 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MIDEA Silent Cool 26 Pro - page 67
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Suomi FI Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MIDEA

Model : Silent Cool 26 Pro

Categorie : Airconditioning

Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Silent Cool 26 Pro - MIDEA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Silent Cool 26 Pro van het merk MIDEA.

GEBRUIKSAANWIJZING Silent Cool 26 Pro MIDEA

De installatie moet worden uitgevoerd volgens de installatie-instructies. Foutieve installatie kan leiden tot waterlekkage, elektrische schokken of brand. - Gebruikalleendemeegeleverdeaccessoiresenonderdelenenspeciekegereedschappenvoordeinstallatie.Hetgebruiken van niet-standaard onderdelen kan leiden tot waterlekkage, elektrische schokken, brand en letsel of schade aan eigendom- men. - Verzeker je ervan dat het stopcontact dat u gebruikt, geaard is en de juiste spanning heeft. Het netsnoer is uitgerust met een driepolige aardingstekker om u te beschermen tegen schokken. Informatie over de spanning vind je terug op het naamplaatje van het apparaat. - Gebruik je apparaat enkel in een goed geaard stopcontact. Als het stopcontact dat je wilt gebruiken onvoldoende geaard is of beschermd wordt door een tijdvertragingszekering of stroomonderbreker (de benodigde zekering of stroomonderbreker wordt bepaald aan de hand van de maximale stroomsterkte van het apparaat.) De maximale stroomsterkte wordt aangegeven op hetnaamplaatjeophetapparaat),laatdaneengekwaliceerdeelektricienhetjuistestopcontactinstalleren. - Installeer het apparaat op een vlak, stevig oppervlak. Als u dit niet doet, kan dit leiden tot schade of overmatig lawaai en trillingen. - Het apparaat mag niet belemmerd worden om een goede werking te garanderen en de veiligheidsrisico's te beperken. - Wijzig de lengte van het netsnoer NIET of gebruik geen verlengsnoer om het apparaat van stroom te voorzien. - Gebruik NOOIT een stopcontact samen met andere elektrische apparaten. Een foute stroomvoorziening kan brand of een elektrische schok tot gevolg hebben. - Plaats uw airconditioner NIET in een natte ruimte zoals een badkamer of een wasruimte. Te veel blootstelling aan water kan ervoor zorgen dat de elektrische componenten kortsluiten. - Plaats het apparaat NIET op een locatie die kan worden blootgesteld aan brandbaar gas, omwille van het brandgevaar. - Het apparaat beschikt over wielen om het verplaatsen te vergemakkelijken. Zorg ervoor dat u de wielen niet op een dik tapijt gebruikt of over voorwerpen rolt, omdat dit het apparaat kan laten omvallen. - Bedien een apparaat NIET als het viel of beschadigd is. - Het apparaat met elektrische verwarming moet minstens 1 meter ruimte hebben ten opzichte van ontvlambare materialen. - Raak het apparaat niet aan met natte of vochtige handen of op blote voeten. - Als de luchtontvochtiger tijdens het gebruik omviel, moet je het apparaat uitschakelen en onmiddellijk de stekker uit het stopcontact trekken. Inspecteer het apparaat op zicht om er zeker van te zijn dat er geen schade is. Als je vermoedt dat het apparaat beschadigd is, neem dan contact op met een monteur of de klantenservice voor bijstand. - Tijdens een onweer moet de stroom worden afgesloten om schade aan het apparaat ten gevolge van bliksem te voorkomen. - Je airconditioner moet op een zodanige manier worden gebruikt dat deze beschermd is tegen vocht, bijv. condensatie, opspattend water, etc. Plaats of bewaar je airconditioner niet op een plaats waar deze in water of een andere vloeistof kan vallen of worden getrokken. Trek de stekker onmiddellijk uit als dit gebeurt. - Alle bedrading moet strikt worden uitgevoerd in overeenstemming met het bedradingsschema binnenin het apparaat. - Deprintplaat(PCB)vanhetapparaatisontworpenmeteenzekeringomoverstroombeveiligingtevoorzien.Despecicaties van de zekering staan afgedrukt op de printplaat, bijvoorbeeld: T 3.15A/250V, enz. NL3 │Voorzorgen Voorzorgen - Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis als zij onder toezicht staan of instructies gekregen hebben over het gebruik van het apparaat op een veilige manier en de betrokken gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mag niet door kinderen worden gedaan als ze niet onder toezicht staan (van toepassing voor Europese landen) - Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of instructies gekregen hebben over het gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. (van toepassing voor alle landen behalve Europese landen) - Kinderen moeten onder toezicht staan om er zeker van te zijn dat niet met het apparaat spelen. Kinderen moeten steeds onder toezicht staan in de buurt van het apparaat - Als het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, zijn onderhoudsvertegenwoordiger of perso- nenmetvergelijkbarekwalicatiesomgevaartevoorkomen. - Voor het reinigen of ander onderhoud, moet het apparaat losgekoppeld worden van de stroomvoorziening. - Verwijder geen vaste deksels. Gebruik dit apparaat nooit als het niet goed werkt of als het viel of beschadigd is. - Leg het snoer niet onder een tapijt. Bedek het snoer niet met vloerkleden, -lopers of gelijkaardige vloerbekleding. Leid het snoer niet onder meubels of apparaten. Leg het snoer uit de buurt van het verkeersgebied en waar men er niet kan over struikelen. - Gebruik het apparaat niet als het een beschadigd snoer, stekker, zekering of stroomonderbreker heeft. Voer het apparaat af of retourneer het naar een erkend servicepunt voor nazicht en/of herstelling. - Om het risico op brand of elektrische schokken te verminderen mag je deze ventilator niet gebruiken met een snelheidsstuur- toestel in vaste toestand. - Het apparaat moet geïnstalleerd worden volgens de nationale bedradingsvoorschriften. - Voor onderhoud of herstelling van dit apparaat neem je contact op met de bevoegde servicemonteur. - Contacteer de geautoriseerde installateur voor installatie van dit apparaat. - Bedek of blokkeer de inlaat- of uitlaatroosters niet. - Gebruik dit product niet voor andere functies dan degene die in deze handleiding beschreven worden - Vóór het reinigen moet je de stroom uitschakelen en het apparaat loskoppelen. - Sluit de stroom af als er vreemde geluiden, geuren of rook uit komen. - Gebruik alleen je vingers om op de toetsen op het bedieningspaneel te drukken. - Verwijder geen vaste deksels. Gebruik dit apparaat nooit als het niet goed werkt of als het viel of beschadigd is. - Bedien of stop het apparaat niet door de stekker in te steken of uit te trekken. - Gebruik geen gevaarlijke chemicaliën om schoon te maken of laat deze niet in contact komen met het apparaat. Gebruik het apparaat niet in de buurt van ontvlambare stoffen of dampen zoals alcohol, insecticiden, benzine, enz. - Vervoer je airconditioner altijd in een verticale positie en plaats hem tijdens gebruik op een stabiele, vlakke ondergrond. - Neem altijd contact op met een bevoegd persoon om reparaties uit te voeren. Als het netsnoer beschadigd is moet het wor- den vervangen door een nieuw netsnoer dat verkregen werd van de fabrikant van het product en niet worden gerepareerd. - Houd de stekker vast aan het uiteinde van de stekker wanneer je hem uit trekt. - Schakel het product uit wanneer het niet in gebruik is. NL4 │Waarschuwingen (alleen voor gebruik met R290/R32 koelmiddel) - Gebruik geen middelen om het ontdooiproces te versnellen of om schoon te maken, anders dan degenen die aanbe- volen zijn door de fabrikant. - Je moet het apparaat opbergen in een ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld: open vuur, een werkend gastoestel of een werkende elektrische verwarming). - Niet doorboren of verbranden. - Weet dat de koelmiddelen mogelijk geurloos zijn. - Apparaat Silent Cool 26 Pro §moet worden geïnstalleerd, bediend en opgeslagen in een ruimte met een vloeropper- vlak van meer dan 12m2 - Het naleven van de nationale gasvoorschriften moet worden verzekerd. - Belemmer ventilatieopeningen niet - Het apparaat moet zo worden opgeslagen dat mechanische schade vermeden wordt. - Een waarschuwing dat het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waarvan de grootte overeenkomtmetderuimtedieisgespeciceerdvoorgebruik. - Iedereen die betrokken is bij het werken aan of openen in een koudemiddelcircuit, moet in het bezit zijn van een gel- digcerticaatvaneendoordeindustriegeaccrediteerdebeoordelingsautoriteit,diehunbevoegdheidomkoelmidde- lenveiligtebehandeleninovereenstemmingmeteendoordebrancheerkendebeoordelingsspecicatieautoriseert. - Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de fabrikant van de apparatuur. Onderhoud en her- stellingen waarvoor de assistentie van ander bekwaam personeel vereist is, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van de persoon die bevoegd is voor het gebruik van ontvlambare koelmiddelen. Let op: Risico op brand / ontvlambare materialen (Alleen vereist voor R32/R290-apparaten) BELANGRIJKE OPMERKING: Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat je, je nieuwe luchtontvochtiger installeert of gebruikt. Bewaar deze handleiding voor toekomstige referentie. Uitleg van de symbolen die op het apparaat worden weergegeven (het apparaat gebruikt alleen R32/R290 koelmiddel): WAARSCHU- WING Dit symbool geeft aan dat dit apparaat een ontvlambaar koelmiddel gebruikt. Als het koelmiddel lekt en wordt blootgesteld aan een externe ontstekingsbron, bestaat de kans op brand LET OP Dit symbool geeft aan dat de bedieningshandleiding zorgvuldig moet worden gele- zen. LET OP Dit symbool geeft aan dat servicepersoneel deze apparatuur moet hanteren met verwijzing naar de installatiehandleiding. LET OP Dit symbool duidt op de aanwezigheid van informatie, zoals de bedieningshandlei- ding of installatiehandleiding. NL5 │Waarschuwingen (alleen voor gebruik met R290/R32 koelmiddel)

2. Het markeren van apparatuur met behulp van borden

Zie lokale voorschriften.

3. Afvoer van apparatuur die ontvlambare koelmiddelen

gebruikt. Zie nationale voorschriften.

4. Opslag van apparatuur/apparaten

De apparatuur moet opgeslagen worden in overeenstem- ming met de instructies van de fabrikant.

5. Opslag van verpakte (niet-verkochte) apparatuur De

opslagpakket beveiliging moet zodanig vervaardigt zijn dat mechanische schade aan de apparatuur in de verpakking geen lekkage van de koelmiddelvulling veroorzaakt. Het maximale aantal apparaten dat samen mag worden opgeslagen, wordt bepaald door lokale voorschriften.

6. Informatie over onderhoud

1) Controles van het gebied

Alvorens met werkzaamheden aan systemen met brand- bare koelmiddelen te beginnen, zijn veiligheidscontroles nodig om ervoor te zorgen dat het ontstekingsrisico tot een minimum wordt beperkt. Voor herstellingen aan het koelsysteem moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen alvorens werkzaamheden aan het systeem te starten.

De werkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens een gecontroleerde procedure om het risico op aanwe- zigheid van een ontvlambaar gas of damp terwijl het werk wordt uitgevoerd tot een minimum te herleiden.

3) Algemeen werkgebied

Al het onderhoudspersoneel en anderen die in de omge- ving werkzaam zijn, moeten worden geïnstrueerd over de aard van het werk dat wordt uitgevoerd. Werken in besloten ruimten moet worden vermeden. Het gebied rond de werkruimte zal worden afgesloten. Zorg ervoor dat de omstandigheden in het gebied veilig zijn door het beheren van ontvlambaar materiaal.

4) Controleren op aanwezigheid van koelmiddel

Het gebied moet vóór en tijdens het werk worden gecon- troleerd met een geschikte koelmiddeldetector, om te verzekeren dat de monteur op de hoogte is van potentieel ontvlambare atmosferen. Zorg ervoor dat de gebruikte lekdetectieapparatuur geschikt is voor gebruik met ont- vlambare koelmiddelen, d.w.z. niet-vonkend, adequaat afgedicht of intrinsiek veilig.

5) Aanwezigheid van een brandblusser

Als er warm werk moet worden uitgevoerd op de koelap- paratuur of daarmee samenhangende onderdelen, moet een geschikt brandblusapparatuur beschikbaar zijn. Zorg voor een droog poeder of CO2 brandblusser naast het laadgebied.

6) Geen ontstekingsbronnen

Iemand die werkzaamheden uitvoert met betrekking tot een koelsysteem waarbij pijpwerk dat brandbaar koelmid- del bevat of bevatte wordt blootgesteld, moet alle ontstekingsbronnen op een zodanige manier gebruiken dat dit niet kan leiden tot het risicoopeenbrandofontplofng. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief het roken van sigaretten, moeten op voldoende afstand gehouden wor- den van de plaats van installatie, herstelling, verwijdering en afvoer, gedurende dewelke mogelijk ontvlambaar koel- middel kan worden vrijgegeven in de omliggende ruimte. Voordat het werk uitgevoerd wordt, moet het gebied rond de apparatuur worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat er geen gevaar op ontvlamming of ontstekingsrisi- co's zijn. Er worden ook Niet Roken borden geplaatst.

7) Geventileerde ruimte

Zorg ervoor dat het gebied buiten is of dat het voldoende geventileerd wordt voordat het systeem wordt geopend of wanneer er sprake is van warm werk. Gedurende de periode dat de werkzaamheden worden uitgevoerd, moet er ventilatie zijn. De ventilatie moet veilig elk vrijgekomen koelmiddel verspreiden en bij voorkeur het uitwendig in de atmosfeer uitstoten.

8) Controles van de koelapparatuur

Als er elektrische onderdelen worden gewijzigd, moeten dezegeschiktzijnvoorhetdoelendejuistespecicatie hebben. De onderhouds- en servicerichtlijnen van de fabri- kant moeten steeds worden gevolgd. Raadpleeg bij twijfel de technische dienst van de fabrikant voor bijstand. De volgende controles moeten worden uitgevoerd op installa- ties die ontvlambare koelmiddelen gebruiken: Dat de laadgrootte is in overeenstemming met de grootte van de ruimte waarin de koelmiddel bevattende onderde- len geïnstalleerd zijn; Dat de ventilatieapparatuur en -uitlaten adequaat werken en niet belemmerd worden; NL6 │Waarschuwingen (alleen voor gebruik met R290/R32 koelmiddel) Als een indirect koelcircuit wordt gebruikt, moet het secun- daire circuit worden gecontroleerd op de aanwezigheid van koelmiddel; De markering op de apparatuur is zicht- baar en leesbaar. Markeringen en tekens die onleesbaar zijn, moeten worden gecorrigeerd; Koelleidingen of -onderdelen worden geïnstalleerd op een plaats waar het onwaarschijnlijk is dat ze worden blootge- steld aan een stof die koelmiddel bevattende componen- ten kan aantasten, tenzij de componenten zijn vervaardigd van materialen die inherent bestand zijn tegen corrosie of die op geschikte wijze beschermd zijn tegen het zodanig gecorrodeerd worden.

9) Controles van elektrische apparaten

Herstelling en onderhoud van elektrische componenten omvat initiële veiligheidscontroles en inspectieprocedures voor onderdelen. Als er een storing is die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen elektrische voeding op het circuit worden aangesloten totdat het naar tevreden- heid afgehandeld werd. Als de fout niet onmiddellijk kan worden gecorrigeerd maar het noodzakelijk is om door te gaan, moet een adequate tijdelijke oplossing worden gebruikt. Dit zal worden gemeld aan de eigenaar van de apparatuur, zodat alle partijen hierover geadviseerd zijn. Initiële veiligheidscontroles omvatten: Dat condensatoren worden ontladen: dit moet op een veili- ge manier gebeuren om vonkvorming te voorkomen; Dat er geen elektrische componenten en bedrading waar spanning op zit worden blootgesteld tijdens het opladen, herstellen of zuiveren van het systeem; Dat er continuïteit van aarding is.

7. Herstellingen aan verzegelde onderdelen

1) Tijdens herstellingen aan verzegelde onderdelen moe-

ten alle elektrische voorzieningen losgekoppeld worden van de apparatuur waaraan wordt gewerkt voordat de verzegelde bedekkingen, enz. verwijderd worden. Als het absoluut nodig is om een elektrische voeding te hebben tijdens onderhoudswerkzaamheden, dan moet er zich een permanent werkende vorm van lekdetectie op het meest kritieke punt bevinden om te waarschuwen voor een po- tentieel gevaarlijke situatie.

2) In het bijzonder moet er aandacht worden besteed aan

het volgende om ervoor te zorgen dat door te werken aan elektrische onderdelen, de behuizing niet op zo'n manier wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau hierdoor beïnvloed wordt. Dit is inclusief schade aan kabels, overmatig aantal aansluitingen, terminals die niet werden gemaaktvolgensdeoorspronkelijkespecicatie,schade aan afdichtingen, foutieve aansluiting van wartels, enz. Zorg ervoor dat het apparaat veilig gemonteerd is. Zorg ervoor dat afdichtingen of afdichtingsmaterialen niet zodanig verslechterd zijn dat ze het binnendringen van ontvlambare atmosferen niet meer kunnen verhinderen. Vervangingsonderdelen moeten overeenstemmen met de specicatiesvandefabrikant.OPMERKING:Hetgebruik van siliconen kit kan de doeltreffendheid van sommige soorten lekkagedetectie apparatuur belemmeren. Intrin- siek veilige onderdelen hoeven niet te worden geïsoleerd voordat eraan gewerkt wordt.

8. Herstellingen aan intrinsiek veilige onderdelen

Breng geen permanente inductieve of lastcapaciteit aan op het circuit zonder ervoor te zorgen dat dit de toegesta- ne spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet overschrijdt. Intrinsiek veilige onderdelen zijn de enige waaraan gewerkt kan worden terwijl ze onder spanning staan in de aanwezigheid van een ontvlambare atmosfeer. Het testapparaat moet de correcte notering hebben. Ver- vang onderdelen enkel met onderdelen die door de fabri- kantgespeciceerdzijnAndereonderdelenkunnenertoe leiden dat koelmiddel lekt en in de atmosfeer ontbrandt.

Ga na of de bekabeling niet onderhevig was aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of an- dere nadelige milieueffecten. Bij het controleren moet men ook rekening houden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen van bronnen zoals compressoren of ventilatoren.

10. Detectie van ontvlambare koelmiddelen

Er mogen in geen enkel geval potentiële ontstekingsbron- nen gebruikt worden bij het zoeken naar of detecteren van koelmiddellekkages. Een halogenide fakkel (of een andere detector die een open vlam gebruikt) mag niet worden gebruikt.

11. Lekkage detectiemethodes

De volgende lekkage detectiemethodes worden aanvaard voor systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten. Elektronische lekkagedetectoren worden gebruikt voor het detecteren van ontvlambare koelmiddelen, maar mogelijk is de gevoeligheid niet toereikend of moet het opnieuw NL7 │Waarschuwingen (alleen voor gebruik met R290/R32 koelmiddel) worden gekalibreerd. (Detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een koelmiddelvrije ruimte.) Verzeker je ervan dat de detector geen potentiële ontste- kingsbron en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. Lekkage detectieapparatuur zal worden ingesteld op een percentage van de LFL van het koelmiddel en gekalibreerd worden volgens het gebruikte koelmiddel en het juiste percentage aan gas (maximaal 25%) wordt bevestigd. Lekkage detectievloeistoffen zijn geschikt om gebruikt te worden met de meeste koelmiddelen, het gebruik van chloorhoudende reinigingsmiddelen dient echter te worden vermeden omdat chloor kan reageren met het koelmiddel en dit het koperen leidingwerk kan corroderen. Als er een vermoeden van een lek is, wordt alle open vuur verwijderd/ gedoofd. Als er lekkage van koelmiddel wordt vastgesteld waarvoor solderen vereist is, moet al het koelmiddel uit het systeem verwijderd of geïsoleerd worden (door middel van afsluiters) in een deel van het systeem dat zich op afstand van het lek bevindt. Zowel vóór als tijdens het soldeerpro- ces moet er zuurstofvrije stikstof (OFN) door het systeem worden gespoeld.

12. Verwijdering en evacuatie

Bij het openen van het koelcircuit om herstellingen uit te voeren of voor welk doel dan ook, moeten conventionele procedures worden gebruikt. Het is echter belangrijk dat de beste werkwijze wordt gevolgd, aangezien ontvlam- baarheid steeds in overweging genomen moet worden. De volgende procedure moet worden nageleefd: Verwijder het koelmiddel; Zuiver het circuit met inert gas; Evacueer; Zuiver opnieuw met inert gas; Open het circuit door te snijden of te lassen. De koelmiddelvulling moet worden gerecupereerd in de correcte recuperatie cilinders. Het systeem wordt gespoeld met OFN om het apparaat veilig te maken. Het is mogelijk dat dit proces meerdere keren moet worden herhaald. Voor deze taak mag men geen gebruik maken van pers- lucht of zuurstof. Het spoelen moet worden bereikt door het vacuüm in het systeem te doorbreken met OFN en te blijven vullen tot men de werkdruk bereikt, vervolgens moet er in de atmo- sfeer worden ontlucht en tenslotte vacuümtrekken. Men moet dit proces blijven herhalen totdat er geen koelmiddel meer in het systeem zit. Als de laatste OFN-lading wordt gebruikt, wordt het systeem ontlucht tot de atmosferische druk om het werk mogelijk te maken. Deze bewerking is van vitaal belang als er aan het leidingwerk soldeer activi- teiten moeten plaatsvinden. Zorg ervoor dat de uitlaat voor de vacuümpomp zich niet in de buurt van ontstekingsbronnen bevindt en dat er ventila- tie beschikbaar is.

Naast de normale laadprocedures moet men ook de vol- gende vereisten volgen. Verzeker je ervan dat er geen verontreiniging met ver- schillende koelmiddelen plaatsvindt als je laadapparatuur gebruikt. Slangen of leidingen dienen zo kort mogelijk te zijn om de hoeveelheid koelmiddel die zich erin bevindt tot een minimum te herleiden. Cilinders moeten rechtop worden bewaard. Verzeker je ervan dat het koelsysteem geaard is voordat je het systeem met koelmiddel vult. Plaats een label op het systeem als het opladen voltooid is (indien dit nog niet het geval is). De uiterste zorgvuldigheid is geboden om ervoor te zorgen dat het koelsysteem niet overvult wordt. Het systeem moet onder druk getest worden met OFN voordat het opnieuw wordt opgeladen. Na het voltooien van het opladen maar vóór de inbedrijfstelling moet het systeem worden getest op lekkage. Voor het verlaten van de site zal er nog een lektest uitgevoerd.

14. Buitengebruikstelling

Voordat men deze procedure uitvoert, is het essentieel dat de monteur volledig bekend is met de apparatuur en de details ervan. Het is de aanbevolen goede werkwijze om alle koelmiddelen veilig te recupereren. Voorafgaand aan de uit te voeren taak moet men een monster van de olie en het koelmiddel nemen voor het geval er een analyse nodig is voor het teruggewonnen koelmiddel opnieuw kan worden gebruikt. Het is essentieel dat er elektrische stroom beschikbaar is voordat de taak wordt gestart. a) Raak vertrouwd met de apparatuur en zijn werking. b) Isoleer het systeem elektrisch. c) Verzeker je hiervan voordat je de procedure pro- beert: Er is, indien nodig, uitrusting voor mechanische behan- deling beschikbaar voor het hanteren van koelmiddelcilin- NL8 ders; Alle persoonlijke beschermingsmiddelen zijn beschikbaar en worden correct gebruikt; Het herstelproces wordt te allen tijde gecontroleerd door een bevoegd persoon; Recuperatie apparatuur en cilinders voldoen aan de toe- passelijke normen. d) Draineer het koelmiddelsysteem indien mogelijk. e ls een vacuüm niet mogelijk is, maak dan een spruitstuk zodat je het koelmiddel uit verschillende delen van het systeem kunt verwijderen. f) Verzeker je ervan dat de cilinder zich op de schalen bevindt voordat het herstel plaatsvindt. g) Start de herstel machine en werk in overeenstemming met de instructies van de fabrikant. h) Doe de cilinders niet te vol. (Niet meer dan 80% volume vloeibare lading).

I) Overschrijd de maximale werkdruk van de cilinder niet,

zelfs niet tijdelijk. j) Als de cilinders correct gevuld werden en het proces voltooid is, moet je ervoor zorgen dat de cilinders en de apparatuur onmiddellijk van de locatie worden verwijderd en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur afgesloten zijn. k) Gerecupereerd koelmiddel mag niet in een ander koel- systeem worden geladen tenzij dit gereinigd en gecontro- leerd is.

De apparatuur moet een etiket krijgen met de vermelding dat het buitengebruik gesteld is en het koelmiddel geleegd werd. Het etiket moet worden gedateerd en ondertekend. Verzeker je ervan dat er op de apparatuur etiketten aan- wezig zijn met de melding dat de apparatuur ontvlambaar koelmiddel bevat.

Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, hetzij voor onderhoud of buitengebruikstelling, is de aanbevolen goede werkwijze het veilig verwijderen van alle koelmidde- len. Bij het overbrengen van koelmiddel in cilinders moet men ervoor zorgen dat er alleen geschikte koelmiddel recupe- ratiecilinders worden gebruikt. Zorg ervoor er voldoende cilinders beschikbaar zijn voor het houden van de totale systeemvulling. Alle cilinders die gebruikt gaan worden zijn bestemd voor het gerecupereerde koelmiddel en geëtiketteerd voor dat koelmiddel (d.w.z. speciale cilinders voor het recupereren van koelmiddel). De cilinders moeten compleet en in goede staat zijn met een overdrukventiel en bijbehorende afsluitkleppen. Lege recuperatiecilinders worden geëvacueerd en, indien mogelijk, gekoeld voordat het recupereren plaatsvindt. De recuperatieapparatuur moet in goede staat zijn met een instructies aangaande de voorhanden zijnde apparatuur en moet geschikt zijn voor het recupereren van ontvlam

bare koelmiddelen. Daarnaast moeten er gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn die in goede staat verkeren. De slangen moeten compleet zijn met lekvrije ontkop

pelingskoppelingen en in goede staat verkeren. Voordat je de recuperatie machine gebruikt moet je controleren of deze in goede staat, goed onderhouden is en dat alle bijbehorende elektrische onderdelen afgedicht werden om ontvlamming te voorkomen in het geval dat er koelmiddel vrijkomt. Raadpleeg de fabrikant als je twijfelt. Het gerecupereerde koelmiddel wordt geretourneerd naar de leverancier van het koelmiddel in de correcte recupera

tiecilinder en de relevante afvaltransportnota wordt gere

geld. Meng geen koelmiddelen in recuperatie eenheden en zeker niet in cilinders. Als compressoren of compres

soroliën verwijderd dienen te worden, moet je jezelf ervan verzekeren dat ze geëvacueerd zijn tot een aanvaardbaar niveau om ervoor te zorgen dat er geen brandbaar koel

middel in het smeermiddel achterblijft. Het evacuatie

proces moet worden uitgevoerd voordat de compressor geretourneerd wordt naar de leveranciers. Er mag alleen elektrische verwarming gebruikt worden op de compres

sorbehuizing om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem wordt afgetapt, moet dit op een veilige manier gebeuren. Opmerking

over de soort, de hoeveelheid en het CO2-equivalent in tonnen

modellen), raadpleeg je best het relevante etiket op het apparaat zelf. - Installatie, service, onderhoud en reparatie van dit apparaat moet worden uitgevoerd door een gecerti

monteur. - Het verwijderen en recyclen van het product moet worden uitgevoerd

monteur. NL9 │Voorbereiding Onderste luchtinlaat Bedieningspaneel Paneel zwenkwiel voorkant achterkant stopcontact Netsnoer gesp Netsnoer uitlaat Opvangbak afvoeruitlaat Horizontaal jaloezieblad Handvat (beide zijden) luchtuitlaat Ondersteluchtlter Afvoer uitlaat Bovenste luchtinlaat Bovensteluchtlter (achter het rooster) NL10 │Installatie Je installatieplaats moet aan de volgende vereisten voldoen - Zorg ervoor dat je het apparaat op een vlak oppervlak installeert om lawaai en trillingen tot een minimum te herleiden. - Het apparaat moet geïnstalleerd worden in de nabijheid van een geaarde stekker en de opvangbak afvoer (aan de achterkant van het apparaat) moet toegankelijk zijn. - Het apparaat moet zich op minstens 30 cm (12") van de dichtstbijzijnde muur bevinden om een goede airconditioning te verzekeren. - Dek de aansluitingen, uitgangen of afstandsbediening signaalontvanger van het apparaat NIET af, omdat dit schade aan het apparaat kan veroor- zaken. Aanbevolen Installatie OPMERKING: 50cm 19.7inch Alle illustraties in de handleiding zijn uitsluitend bedoeld als referentie Je apparaat kan enigszins verschillen. De werkelijke vorm heeft voorrang. Het apparaat kan worden bediend via enkel het bedieningspaneel van het apparaat of met de afstandsbediening. Deze handleiding bevat geen Af- standsbediening Werking, zie de <<Afstandsbediening illustratie>> die bij het apparaat werd bijgesloten voor meer informatie. Wanneer er grote verschillen zijn tussen de “HANDLEIDING” en “Afstands- bediening Illustratie” voor de functie omschrijving, zal de omschrijving in de “HANDLEIDING” heersen. Benodigd gereedschap - Middelgrote kruiskopschroevendraaier; - Meetlint of liniaal; -Mes of schaar; -Zaag (optioneel, om de raamadapter in te korten voor smalle ramen) Accessoires Controleer de grootte van je raam en kies de raam pasvorm schuifregelaar

NL11 │Installatie Onderdeel Beschrijving Aantal Onderdeel Beschrijving Aantal Apparaat adapter 1 st Bout 1 st Uitlaatslang 1 st Beveiligingsbeugel en schroef 1 setjes Raam schuifregelaar adapter 1 st Afvoerslang 1 st Muur uitlaat adapter A (enkel voor wandinstallatie) 1 st Afvoerslang adapter (alleen voor pomp verwarmingsmo- dus) 1 st Muur uitlaat adapter B(met dop) (enkel voor wandinstallatie) 1 st Schuimstof dichting A (Kle- vend) 2 st Schroef en anker (enkel voor wandinstallatie) 4 setjes Schuimstof dichting B (Kle- vend) 2 st Raam schuifregelaar A 1 st Schuimstof dichting C (Niet- Klevend) 1 st Raam schuifregelaar B 1 st Afstandsbediening en Batterij 1 setjes Netsnoer Gesp 1 st OPMERKING: Items met * zijn optioneel. Het ontwerp kan lichtjes variëren. Raam Installatie Kit Stap Een: Voorbereiden van de montage van de Uitlaatslang. Druk de uit- laatslang in de raamschuif adapter en eenheid adapter, klem automatisch door de elastische gespen van de adapters. Stap Twee: Installeer het uitlaatslang samenstel op het apparaat. Plaats de adapter van het uitlaatslang samenstel in de onderste groef van de luchtuitlaat van het apparaat terwijl de haak van de adapter in lijn ligt met de opening van de luchtuitlaat en schuif het uitlaatslang samenstel naar beneden in de richting van de pijl voor installatie. Zorg ervoor dat de haak van de adapter is uitgelijnd met de gatzitting van de luchtuitlaat. Haak adapter Onderste groef Zorg ervoor dat de adapter in de onderste groef van de luchtuitlaat geplaatst werd. Gatzitting Stap Drie: De verstelbare raam schuifregelaar voorbereiden

1. Afhankelijk van de grootte van je raam, pas je de raam schuifregelaar

2. Als er twee raam schuifregelaars vereist zijn omwille de lengte van het

raam, gebruik je de bout om de raam schuifregelaars vast te maken nadat ze op de juiste lengte werden ingesteld.

3. Voor sommige modellen, als de lengte van het raam drie raam schuifre-

gelaars vereist (optioneel), gebruik je twee bouten om de raam schuifre- gelaars vast te maken nadat ze op de juiste lengte werden ingesteld. NL12 │Installatie Opmerking: Nadat de uitlaatslang en verstelbare raam schuifregelaar voorbereid zijn, kun je kiezen uit een van de volgende installatiemethodes. Type 1: Uitzetraam of schuifraam installatie (optioneel) Schuimstof dichting B(Klevend type-korter)Schuimstof dichting A(Klevend type)Schuimstof dichting A(Klevend type) Schuimstof dichting B(Klevend type-korter)

1. Snij de klevende schuimstof dichting A en B op de juiste

lengte en bevestig ze op de raamlijst en het frame zoals getoond. Raam schuifre-gelaar B(indien nodig)Raam schuifregelaar B(indien nodig)Raam schuifregelaar ARaam schuifre-gelaar A

2. Plaats het raam schuifregelaar samenstel in de

raamopening Schuimstof dichting C(Niet-klevend type)Schuimstof dichting C(Niet-klevend type)

3. Snij de niet-klevende schuimstof dichting C-strip op de

breedte van het venster Plaats de dichting tussen het glas en het raamkozijn om te voorkomen dat er lucht en insec- ten in de kamer kunnen komen. BeveiligingsbeugelBeveiligings-beugel2 schroeven2 schroeven

met 2 schroeven, zoals afgebeeld

5. Plaats de raam schuifregelaar adapter in het gat van de

raam schuifregelaar. Type 2: Wandinstallatie (optioneel)

1. Maak een gat van 125mm (4,9 inch) in de wand voor

de muur uitlaat adapter B. 2. Bevestig de muur uitlaat adapter B aan de muur met behulp van de vier ankers en schroeven die meegeleverd werden in de kit. 3. Sluit het uitlaatslang samenstel (met muur uitlaat adapter A) aan op de muur uitlaat adapter B. Uitbreiding anker positie Opmerking: Sluit het gat af met de adapter dop als het niet gebruikt wordt. Muur uitlaat adapter BAdapter dopmax 120cm of 47 inchmin 30cm of 12 inch Opmerking: Om een goede werking te verzekeren mag de slang NIET worden overstrekt of gebogen Zorg ervoor dat er zich geen obstakel rond de luchtuitlaat van de uitlaatslang bevindt (in het bereik van 500 mm) zodat het uitlaatsysteem naar behoren kan werken. Alle illustraties in deze handleiding zijn uitsluitend bedoeld ter referentie Je airconditioner kan enigszins verschillen. De werkelijke vorm heeft voorrang. NL13 │Werking OPMERKING: Het bedieningspaneel kan er uitzien als een van de volgende: OPMERKING: Sommige functies (ION, FOLLOW ME, HEAT, WIFI etc.) zijn optioneel. ION is niet van toepassing op R32/ R290 apparaten.

off Timer aan/uit licht; HOGE ventilatorsnel- heid licht FOLLOW ME licht COOL-modus licht MED ventilatorsnelheid licht ION-licht FAN-modus licht LAAG ventilatorsnel- heid licht SLEEP-licht DRY-modus licht AUTO ventilatorsnel- heid licht (optioneel) Graden Celcius AUTO-modus licht FILTER-licht Graden Fahrenheit WIFI-licht Luchtvochtigheid (op sommige modellen); LED-display OPMERKING: Het door jou aangekocht apparaat, kan er als volgt uitzien NL14 │Werking Swong-toets/WiFi-toets Gebruikt om de Auto swing functie te starten. Wanneer de werking AAN staat, drukt u op de SWING-toets om de jaloezie in de gewenste hoek te laten stoppen. Gebruikt om de WiFi verbindingsmodus te starten. De eerste keer dat je de WiFi-functie gebruikt, hou je de SWING-toets 3 seconden ingedrukt om de WiFi-verbindingsmodus te star- ten. De LED-DISPLAY geeft 'AP' weer om aan te geven dat je een WiFi-verbinding kunt instellen. Als de verbinding (router) lukt binnen 8 minuten, sluit het apparaat automatisch de WiFi-verbin- dingsmodus af en licht het WiFi-indicatielichtje op. Als de verbinding niet lukt binnen 8 minuten, sluit het apparaat de WiFi-verbindingsmodus au- tomatisch af. In de WiFi-modus kun je de swing en omlaag (-) toetsen gedurende 3 seconden tegelijkertijd ingedrukt houden om de WiFi uit te schakelen en het LED-DISPLAY geeft geduren- de 3 seconden 'UIT' weer, druk tegelijkertijd op de swing en omhoog (+) toetsen om de WiFi aan te zetten en het LED-DISPLAY geeft gedurende 3 seconden 'OP' weer. OPMERKING: Als u de WiFi-functie herstart, kan het enige tijd duren om automatisch verbinding met het netwerk te maken. Fan/Ion-toets (Ion is optioneel) Beheer de ventilatorsnelheid. Druk erop om de ventilatorsnelheid in vier stappen te kiezen: LAAG, MED (optioneel), HOOG en AUTO. Het indicatielichtje voor de ventilatorsnelheid licht op onder de verschillende ventilatorinstel- lingen, behalve bij AUTO-snelheid. Als u de AUTO-ventilatorsnelheid selecteert, gaan alle ventilator indicatielichtjes uit. Op sommige mo- dellen, als de AUTO ventilatorsnelheid geselec- teerd werd, lichten alle ventilator indicatielichtjes op (optioneel). OPMERKING: Druk gedurende 3 seconden op deze toets om de ION-functie te starten. Het ION-licht licht op. De ionengenerator wordt geac- tiveerd en helpt je om pollen en onzuiverheden uit de lucht te verwijderen en vangt deze in de lter.Drukgedurende3secondenopdezetoets om de ION-functie te stoppen. Timer-toets Gebruikt om de AUTO AAN starttijd en de AUTO UIT stoptijd programma te starten, samen met de + & - toetsen. Het timer aan/uit-indicatielichtje licht op onder de timer aan/uit-instellingen. Sleep(Eco)/Filter-toets Gebruikt om de SLEEP/ECO-werking te starten. OPMERKING:Na250werkuren,lichthetlter indicatielichtje op. Deze functie dient als herinne- ringomdeLuchtltertereinigenvooreenefci- entere werking. Druk gedurende 3 seconden op deze toets om de herinnering te annuleren. Mode-toets Selecteert de geschikte bedieningsmodus. Elke keer dat je op de toets drukt, selecteer je een modus uit een reeks die van AUTO, COOL, FAN naar DRY gaat. Het modusindicatielampje onder de verschillende modusinstellingen licht op. OPMERKING: In de dry-modus kun je de lucht- vochtigheid aanpassen voor de modellen met een luchtvochtigheidssensor. Omhoog (+) en Omlaag (-) toetsen Gebruikt om de temperatuurinstellingen aan te passen (verhogen/verlagen) in stappen van 1°C/1°F (of 2°F) van 17°C/62°F tot 30°C/86°F (of 88°F) of de TIMER-instelling van 0-24u. of de luchtvochtigheidsinstellingen in een bereik van 35% RV (relatieve luchtvochtigheid) tot 85% RV (relatieve luchtvochtigheid) in stappen van 5% (alleen voor modellen met een luchtvochtig- heidssensor). OPMERKING: De besturing kan de temperatuur weergeven in Fahrenheit of Celsius. Als je van de ene naar de andere wilt overgaan, hou je de omhoog en omlaag toetsen tegelijkertijd inge- drukt gedurende 3 seconden. Aan/Uit-knop Stroomschakelaar aan/uit. LED-display Geeft de ingestelde temperatuur in °C of °F en de Auto-timer instellingen en de luchtvochtigheid (alleen voor modellen met een luchtvochtig- heidssensor) weer. In de DRY en FAN-modi toont het de kamertemperatuur. Toont de Fout- en beveiligingscodes: E1- kamertemperatuursensor fout E2- Verdamper temperatuursensor fout. E4- Displaypaneel communicatiefout P1-Opvangbak is vol-- Sluit de afvoerslang aan en laat het opgevangen water weglopen. Als de beveiliging zich blijft voordoen, bel dan voor service. NL15 │Werking Opmerking: Als er zich een van de bovenstaande storin- gen voordoet, schakel je het apparaat uit en controleer je op eventuele belemmeringen Herstart het apparaat, als de storing nog steeds aanwezig is, schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact. Contacteer de fabri- kant of zijn service vertegenwoordigers of een soortgelijk gekwaliceerdpersoonvooronderhoud. Bedieningsinstructies Uitlaatslang installatie: De uitlaatslang en adapter moeten worden geïnstalleerd of verwijderd volgens de gebruiksmodus. Voor COOL of AUTO-modus moet de uitlaatslang geïn- stalleerd worden. Voor de FAN, DEHUMIDIIFY (zonder luchtvochtigheidssensor) modus moet de uitlaatslang verwijderd worden. COOL-werking - Druk op de “MODE”-toets tot het “COOL” indicatielicht- je oplicht. - Druk op de ADJUST-toetsen “+” of “-” om je gewenste kamertemperatuur te kiezen De temperatuur kan inge- steld worden tussen 17°C~30°C/62°F~88°F (of 86°F). - Druk op de “FAN SPEED”-toets om de ventilatorsnel- heid te kiezen. DRY-werking - Druk op de “MODE”-toets tot het “DRY” indicatielichtje gaat branden. - In deze modus kunt u de ventilatorsnelheid niet selecteren en ook de temperatuur niet aanpassen De ventilatormotor werkt op LAAG snelheid. - Hou ramen en deuren gesloten voor het beste ontvochti- gingseffect - Plaats de leiding niet in het raam als je het luchtvochtig- heidsniveau (draagbaar zonder luchtvochtigheidssensor) niet kunt instellen. - Je kunt het luchtvochtigheidsniveau instellen als het apparaat een luchtvochtigheidssensor heeft. Plaats de terugvoerleiding voor het beste ontvochtigingseffect, maar de leiding hoeft niet te worden verbonden met het raam. AUTO-werking - Als u de airconditioner in de AUTO-modus instelt, zal hij automatisch koelen, of alleen de ventilator werking selecte- ren, afhankelijk van de door jou geselecteerde temperatuur en de kamertemperatuur. - De airconditioner zal de kamertemperatuur automatisch regelen rond het door u ingestelde temperatuurpunt. - In de AUTO-modus kunt u de ventilatorsnelheid niet selecteren. OPMERKING: In de AUTO-modus lichten bij sommige modellen zowel de AUTO-modus als de indicatie- lichtjes van de actuele werkingsmodus op. FAN-werking - Druk op de "MODE"-toets tot het "FAN " indicatielichtje gaat branden. - Druk op de "FAN SPEED"-toets om de ventilatorsnelheid te selecteren. De temperatuur kan niet worden aangepast. - Plaats de leiding niet in het raam. TIMER-werking - Als het apparaat aanstaat, drukt u op de knop Timer om het programma Auto-uit stop te starten, het indicatielichtje TIMER UIT licht op. Druk op de Omhoog of Omlaag-toets om de gewenste tijd te selecteren Druk binnen de 5 secon- den opnieuw op de TIMER-toets en het Auto-aan program- ma wordt gestart. En het TIMER AAN indicatielichtje licht op Druk op de Omhoog of Omlaag-toets om de gewenste Auto-aan starttijd te selecteren - Als het apparaat uitstaat, drukt u op de Timer-toets om het programma Auto-aan starten te starten en druk er binnen de vijf seconden nogmaals op om het programma Auto-uit stop te starten - Druk op of houdt de OMHOOG of OMLAAG toets inge- drukt om de Auto tijd te wijzigen in stappen van 0,5u, tot 10u, daarna in stappen van 1 u tot 24u. De besturing telt de resterende tijd tot de start af. - Indien er gedurende 5 seconden geen werking plaatsvindt zal het systeem automatisch terugkeren naar de vorige temperatuurinstelling. - Als u het apparaat AAN of UIT zet of de timerinstelling op 0,0 instelt, wordt het Auto Start/Stop timer programma geannuleerd. - Als er een storing optreedt, wordt het Auto Start/Stop timer programma ook geannuleerd. SLEEP/ECO-werking - Als op deze knop drukt, zal de geselecteerde temperatuur stijgen (koelen) of dalen (verwarming) met 1°C/2°F (of 1°F) na 30 minuten. De temperatuur zal dan toenemen (koelen) of afnemen (verwarmen) met nog eens 1°C /2°F (of 1°F) na nog eens 30 minuten. Deze nieuwe tempera- tuur wordt 7 uur aangehouden voordat hij terugkeert naar de oorspronkelijk geselecteerde temperatuur. Hiermee wordt de Sleep/Eco modus beëindigd en blijft het apparaat werken zoals het oorspronkelijk geprogrammeerd werd. OPMERKING: Deze functie kan niet worden gebruikt in de FAN of DRY-modi. NL16 Andere functies FOLLOW ME/TEMP SENSING functie (optioneel) OPMERKING: Deze functie kan ALLEEN worden geactiveerd via de afstandsbediening. De afstandsbediening werkt als een thermostaat op afstand en zorgt voor een precieze tempera- tuurregeling op zijn locatie Follow Me/Temp Sensing-functie te activeren, richt je de afstandsbediening naar het apparaat en druk je op de Follow Me/Temp Sensing-toets. De afstands- bediening blijft dit signaal naar de airconditioner verzenden totdat er opnieuw op de Follow Me/Temp Sensing-toets wordt gedrukt Als het apparaat geen Follow Me/Temp Sensing-sig- naal ontvangt tijdens een interval van 7 minuten, sluit het apparaat de Follow Me/Temp Sensing-modus af. OPMERKING: Deze functie kan niet worden gebruikt in de FAN of DRY-modi. AUTO-HERSTART (op sommige modellen) Als het apparaat onverwachts stopt omwille van een stroomonderbreking, wordt het automatisch herstart met de vorige functie-instelling als er opnieuw stroom is. WACHT 3 MINUTEN VOOR HET HERVATTEN VAN DE WERKING Nadat het apparaat gestopt is, kan het de eerste 3 minuten niet opnieuw worden gebruikt. Dit dient om het apparaat te beschermen. De werking start automatisch na 3 minuten.

LUCHTSTROOM RICHTING AANPASSING

  • De jaloezie kan automatisch worden aangepast. Pas de lucht- stroom richting automatisch aan. - Als de stroom aanstaat gaat de jaloezie volledig open. - Druk op de SWING-toets op het paneel of op de afstands- bediening om de functie Auto Swing in te schakelen. De jaloezie zal automatisch omhoog en omlaag schommelen. - Gelieve de jaloezie niet handmatig aan te passen. ENERGIEBESPARINGSVOORZIENING-functie (optioneel) Als de omgevingstemperatuur gedurende een bepaalde tijd lager is dan de ingestelde temperatuur, zal het apparaat automatisch de energiebesparingsvoorziening gebruiken. De compressor zal stoppen, daarna kan bij sommige modellen ook de ventilatormotor stoppen. Als de omgevingstemperatuur hoger is dan de ingestelde temperatuur, sluit het apparaat automatisch de energiebesparingsvoorziening af. De com- pressor en ventilatormotor draaien. Afvoer van water - Verwijder tijdens ontvochtigen de aftapplug aan de achterkant van het apparaat, installeer de afvoer aansluiting (5/8 "uni- versele vrouwelijke afsluitklem) met 3/4" slang (lokaal aan te kopen). Voor de modellen zonder afvoeraansluiting, bevestig je gewoon de afvoerslang op het gat. Plaats het open uiteinde van de slang recht boven het afvoergebied in je kelder. OPMERKING: Herplaats tijdens het koelen de bovenste aftapplug stevig op het apparaat om de maximale prestaties te bereiken en lekkage te vermijden. - Als je het luchtvochtigheidsniveau (draagbaar met luchtvoch- tigheidssensor) kunt instellen, plaats de terugvoerleiding voor het beste ontvochtigingseffect, maar de leiding hoeft niet te worden verbonden met het raam. Als je het luchtvochtig- heidsniveau (draagbaar met luchtvochtigheidssensor) niet kunt instellen, plaats dan de terugvoerleiding niet. Verwijder de bovenste aftapplug Doorlopende afvoerslang Druk de netsnoer gesp in het achter- ste deksel. OPMERKING: Zorg ervoor dat de slang veilig ligt, zodat er geen lekken zijn. Leid de slang in de richting van de afvoer en zorg ervoor dat er geen knikken zijn waardoor het water stopt met vloei- en. Plaats het uiteinde van de slang in de afvoer en zorg ervoor dat het uiteinde van de slang naar beneden gericht is zodat het water makkelijk kan stromen Als de doorlopende afvoerslang niet wordt gebruikt, moet je ervoor zorgen dat de aftapplug en de knop stevig geïnstalleerd zijn om lekkage te voorkomen. - Als het waterniveau van de opvangbak een vooraf bepaald niveau bereikt, piept het apparaat 8 keer, het digitale display toont "P1". Op dit moment stopt het airconditioning/ontvochtigen proces on- middellijk. De ventilatormotor blijft echter werken (dit is normaal). Verplaats het apparaat voorzichtig naar een afvoerlo- catie, verwijder de onderste aftapplug en laat het water weglopen. Plaats de onderste aftapplug terug en herstart het apparaat totdat het "P1" - symbool verdwijnt Als de fout zich blijft voordoen, bel je voor service. OPMERKING: Zorg ervoor dat je de onderste aftapplug opnieuw installeert voordat je het apparaat gebruikt om lekkage te voorko- men. │Werking NL17 WAARSCHUWING - Trek de stekker altijd uit het stopcontact voor het reinigen of onderhoud. - Gebruik GEEN ontvlambare vloeistoffen of chemicaliën om het apparaat te reinigen - Was het apparaat NIET onder stromend water. Dit zorgt voor elektrische gevaren - Gebruik de machine NIET als het netsnoer tijdens het reinigen beschadigd werd. Een beschadigd vermogen Reinig de luchtlter OnderstelterA(Druk het rooster ietsjes naar beneden en trek gelijktijdig de onderstelterAeruit)BovenstelterOnderstelterB(uithalen) Verwijderdeluchtlter LET OP GebruikhetapparaatNIETzonderlter,omdatvuilenpluisjeshet apparaat zullen verstoppen en de prestaties verminderen Onderhoudstips - Zorgervoordatjedeluchtlterelke2wekenreinigtvooropti- male prestaties. - De water opvangbak moet onmiddellijk worden leeggemaakt nadat de P1-fout zich voordeed en vóór het opbergen om schimmel te voorkomen. - In huishoudens met dieren moet je het rooster periodiek afvegen om een verstopte luchtstroming door dierlijk haar te voorkomen. Het apparaat reinigen Reinig het apparaat met een vochtige, pluisvrije doek en een mild reinigingsmiddel. Droog het apparaat met een droge, pluisvrije doek. Berg het apparaat op als het niet gebruikt wordt - Laat de water opvangbak van het apparaat leeglopen volgens de instructies in de volgende sectie. - Laat het apparaat gedurende 12 uur draaien in een warme kamer in de FAN-modus om schimmel te voorkomen. - Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact. - Reinigdeluchtltervolgensdeinstructiesindevorigesec- tie.Installeerdeschone,drogelteropnieuwvoordatjehet opbergt. - Haal de batterijen uit de afstandsbediening. Berg het apparaat op, op een koele, donkere plaats. Blootstelling aan direct zonlicht of extreme hitte kan de levensduur van het apparaat verkorten. │Onderhoud NL18 │Onderhoud OPMERKING: De kast en de voorkant kunnen worden afgestoft met een olievrije doek of gewassen worden met een doek die bevochtigd werd met een oplossing van warm water en een mild vloeibaar afwasmiddel. Spoel grondig af en wrijf droog. Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen, was of boenmiddel op de voorkant van de kast. Zorg ervoor dat je overtollig water uit de doek wringt voordat je de bedieningselementen schoonveegt. Overtollig water in of rond de bedieningselementen kan het apparaat beschadigen. │Foutdiagnose Controleer de machine aan de hand van de onderstaande tabel voordat je om onderhoud vraagt: Probleem Mogelijke Oorzaak Probleemoplossing Het apparaat gaat niet aan wanneer op de AAN/UIT-toets gedrukt wordt P1 Foutcode De water opvangbak is vol. Schakel het apparaat uit, laat het water uit de water opvangbak wegvloeien en herstart het apparaat. In de COOL-modus: de kamertem- peratuur is lager dan de ingestelde temperatuur Stel de temperatuur opnieuw in Het apparaat koelt niet goed Deluchtlterisverstoptmetstofof dierenhaar Schakel het apparaat uit en reinig de ltervolgensdeinstructies De uitlaatslang is niet aangesloten of is verstopt Schakel het apparaat uit, ontkoppel de slang, controleer op verstopping en sluit de slang opnieuw aan Het apparaat heeft een tekort aan koelmiddel Bel een servicemonteur om het appa- raat te inspecteren en koelmiddel bij te vullen De temperatuurinstelling is te hoog Verlaag de ingestelde temperatuur De ramen en deuren in de kamer staan open Zorg ervoor dat alle ramen en deuren dicht zijn De kamer is te groot Controleer het koelgebied nogmaals Er zijn warmtebronnen in de kamer Verwijder de warmtebronnen indien mogelijk Het apparaat maakt veel lawaai en trilt te veel De grond is niet vlak Plaats het apparaat op een vlak, waterpas oppervlak Deluchtlterisverstoptmetstofof dierenhaar Schakel het apparaat uit en reinig de ltervolgensdeinstructies Het apparaat maakt een gorgelend geluid Dit geluid wordt veroorzaakt door het stromen van koelmiddel in het apparaat Dit is normaal NL19 │Ontwerp- en conformiteit-aantekeningen Ontwerp Aantekening Hetontwerpendespecicatieskunnengewijzigdwordenzondervoorafgaandelijkekennisgevingomwillevanproduct- verbetering. Raadpleeg het verkoop agentschap of de fabrikant voor details. Elke update aan de handleiding zal geüpload worden op de servicewebsite, kijk alstublieft hierop voor de nieuwste ver- sie. Energieclassicatie Informatie Deenergieclassicatievoorditapparaatisgebaseerdopeeninstallatiemeteenniet-verlengdeafvoerleidingzonder raam schuifregelaar adapter of muur uitlaat adapter A (zoals weergegeven in de sectie Installatie van deze handleiding). Apparaat Temperatuurbereik Modus Temperatuurbereik Cool 17-35°C (62-95°F) Dry 13-35°C (55-95°F) Heat (pomp verwarmingsmodus) 5-30°C (41-86°F) Heat(elektrische V verwarmingsmodus) ≤30°C(86°F) NL20 │Sociale Opmerking Als u deze luchtontvochtiger gebruikt in Europese landen, moet de volgende informatie opgevolgd worden: VERWIJDERING: Gooi dit product niet weg als ongesorteerd stedelijk afval. Het afzonderlijk inzamelen van dit soort afval voor speciale behandeling is noodzakelijk. Het is verboden om dit toestel weg te gooien met het huishoudelijk afval. Er zijn verschillende mogelijkheden voor het verwijderen ervan: A) De stad heeft inzamelsystemen ingesteld waar elektronisch afval gratis door de gebruiker kan worden afgevoerd. B) Als u een nieuw product koopt zal de winkelier het oude product gratis terugnemen. C) De fabrikant zal het oude toestel gratis terugnemen voor verwijdering ervan. D) Aangezien oude producten waardevolle grondstoffen bevatten kunnen ze verkocht worden aan schroothandelaars. Het zomaar weggooien van afval in bossen en Velden brengt uw gezondheid in gevaar omdat gevaarlijke stoffen in het grondwater kunnen lekken en zo hun weg naar de voedselketen vinden. 06196-9020 0 Tel 65760 Eschborn Ludwig-Erhard-Straße 14 Midea Europe GmbH Email info-meg@midea.com NLKannettava ilmastointilaite (Paikallinen ilmastointilaite) Käyttöopas Kiitos kannettavan ilmastointilaitteemme ostamisesta. Ennen ilmastointilaitteesi käyttöä lue tämä käyttöopas huolellisesti ja säilytä se tulevaisuutta varten. LUE JA SÄILYTÄ NÄMÄ OHJEET! FI1 │Sisällys Turvallisuusvarotoimet p. 2
  • VAROVAISUUS p. 3
  • Varoitukset (vain R290/R32-jäähdytysainetta käytettäessä) p. 4
  • Valmistelu p. 9
  • Asennus p. 10
  • Operaatio p. 13
  • Ylläpito p. 17
  • Vikadiagnoosi p. 18
  • Suunnittelu- ja yhteensopivuusohjeet p. 19
  • Sosiaalinen huomautus FI2 │Turvallisuusvarotoimet Tämä symboli tarkoittaa, että ohjeiden huomioimatta jättäminen voi johtaa kuolemaan tai vakavaan vammautumiseen. VAROITUS p. 20
  • GEBRUIKSAANWIJZING AFSTANDSBEDIENING Hartelijk bedankt, dat u voor de aankoop van onze airco apparaat heeft gekozen. Leest u alstublieft deze gebruiksaanwijzing aandachtig door voor u het apparaat in gebruik neemt. NL1 INHOUD Specificaties van de afstandsbediening p. 2
  • Functies van de toetsen p. 3
  • Gebruik van de afstandsbediening p. 4
  • Indicaties van het LCD scherm p. 5
  • Basisfuncties p. 6
  • Uitgebreide functies NL2 p. 13

Specificaties van de afstandsbediening

Functies van de toetsen

Voordat u de nieuwe airconditioner in bedrijf neemt, moet u uzelf vertrouwd maken met de afstandsbediening. Hier volgt een korte inleiding voor de afstandsbediening. Instructies voor de bediening van de airconditioner, vindt u in de paragraaf Basisfuncties in deze handleiding. ON/OFF Schakelt het apparaat aan of uit

MODE Scrollt als volgt door de bedrijfsmodi: AUTOMATISCH > KOELEN > DROGEN > VERWARMEN > VENTILATOR INSTRUCTIE: Gelieve de verwarmingsmodus niet te selecteren, als uw apparaat een puur koelapparaat is. De verwarmingsmodus wordt door deze apparaten niet ondersteund. FAN Selecteert de ventilatorsnelheid in de volgende volgorde: AUTOMATISCH > LAAG > MEDIUM > HOOG ION Als je op deze toets drukt, wordt de ionen stofafscheider van stroom voorzien; dit helpt om de lucht van stofdeeltjes en pollen te reinigen SLEEP Bespaart tijdens de slaapuren energie. SWING Start en stopt de beweging van de luchtstroomrichting ventilatiebladen. FOLLOW ME Toets voor de temperatuursensor en de kamertemperatuur indicatie. INSTRUCTIE: De functies Draaien, Ion en Mij volgen zijn optioneel. RG57H1(B)/BG(C)E-M heeft geen middelste ventilatorsnelheid. SHORT CUT Stelt uw gewenste instellingen in en activeert ze. TEMP ˄ Verhoogt de temperatuur in stappen van 1°C(1°F). Verhoogt de temperatuur in stappen van 30°C(86°F). TEMP ˅ Verlaagt de temperatuur in stappen van 1°C(1°F). De minimale temperatuur in stappen van 17°C(62°F). INSTRUCTIE: Houdt de toetsen ˄ en ˅ drie seconden ingedrukt om te wisselen tussen de ° C en ° F schaal op de temperatuur indicatie. TIMER ON Stelt de timer in om het apparaat in te schakelen (zie Basisfuncties voor meer informatie) TIMER OFF Stelt de timer in om het apparaat uit te schakelen (zie Basisfuncties voor meer informatie) LED Schakelt de LED indicatie van de binnenunit aan en uit. Als u bij het inslapen gevoelig bent voor licht, kunt u op de LED-toets drukken om de LED-display op het apparaat uit te schakelen . Druk opnieuw op deze toets om hem weer aan te zetten. NL4 Gebruik van de afstandsbediening

Bent u niet zeker over de functies? Een gedetailleerde beschrijving over het gebruik van de airconditioner, vindt u in de paragrafen Basisfuncties en Uitgebreide functies in deze handleiding.

  • Het uiterlijk van de toetsen op het apparaat kunnen enigszins afwijken van de getoonde voorbeelden.
  • Als uw apparaat niet over een specifieke functie beschikt, heeft het drukken op de bijbehorende toets op de afstandsbediening heeft geen effect.
  • Als tussen de functiebeschrijvingen in de handleiding van de afstandsbediening en de airconditioner wezenlijke verschillen bestaan, prevaleert de gebruiksaanwijzing van de airconditioner.

Plaatsen en vervangen van de batterijen Uw airconditioner wordt geleverd met twee AAA- batterijen. Plaats de batterijen voor het eerste gebruik in de afstandsbediening.

1. Schuif de achterkant van de afstandsbediening

naar beneden en maak het batterijvakje open.

2. Plaats de batterijen erin en let daarbij op, dat de

polen (+) en (-) van de batterijen overeenkomen met de symbolen in het batterijvakje.

3. Zet de deksel van het batterijvakje weer terug.

DE BATTERIJEN Voor een optimale productprestatie:

  • Gebruik geen oude en nieuwe batterijen of verschillende types door elkaar.
  • Laat batterijen niet in de afstandsbediening zitten, als u het apparaat langer dan 2 maanden niet gebruikt.

BATTERIJEN Gooi de batterijen niet met het gewone ongesorteerde huisvuil weg. Let op de lokale wetgeving voor het op de juiste manier weggooien van batterijen.

  • De afstandsbediening moet in een cirkel van 8 meter van het apparaat gebruikt worden.
  • Het apparaat geeft een pieptoon als het signaal van de afstandsbediening wordt ontvangen.
  • Gordijnen, andere voorwerpen en direct zonlicht kunnen interfereren met de ontvanger van het infraroodsignaal.
  • Verwijder de batterijen, als de afstandsbediening langer dan 2 maanden niet gebruikt wordt.

NL5 Indicaties van het LCD scherm

Verzendindicatie Licht op als de afstandsbediening een signaal stuurt naar het apparaat AAN/UIT indicatie Wordt weergegeven als het apparaat wordt ingeschakeld en gaat uit wanneer de stroom is uitgeschakeld. TIMER AAN indicatie Wordt getoond als de TIMER AAN ingeschakeld

TIMER UIT indicatie Wordt getoond als de TIMER UIT ingeschakeld

ECO indicatie Bij dit model niet beschikbaar Batterij indicatie (stand van de lading) SLAAP indicatie Wordt getoond als de SLAAP functie geactiveerd is

FOLLOW ME indicatie Wordt getoond als de MIJ VOLGEN functie geactiveerd

Bij dit model niet beschikbaar RUSTIG indicatie Bij dit model niet beschikbaar Temperatuur/Timer indicatie Geeft standaard de ingestelde temperatuur of de tijdsinstelling aan, als de functies TIMER AAN/UIT worden gebruikt Temperatuurbereik: 17-30°C (62°F-86°F) Timer instelbereik: 0-24 uur Bij de ventilatormodus is deze display leeg VENTILATORSNELHEID Geeft de ventilatorsnelheid aan: HOOG, MIEDIUM, of LAAG In de AUTOMATISCHE MODUS is deze display leeg MODUS indicatie Geeft de actuele bedrijfsmodus aan:

Bedrijfsmodus KOELEN

1. Druk op de toets MODUS om de modus KOELEN te

2. Selecteer de door u gewenste temperatuur met de

toetsen Temp en Temp .

3. Druk op de toets VENTILATOR om de

ventilatorsnelheid in te stellen: AUTOMATISCH, LAAG, MEDIUM, HOOG.

4. Druk op de AAN/UIT toets om het apparaat in te

Het instelbereik van de temperatuur bedraagt 17- 30°C (62

F-86°F). U kunt de temperatuur in stappen van 1°C (1°F) instellen.

Bedrijfsmodus AUTOMATISCH In de AUTOMATISCHE modus selecteert het apparaat automatisch de modi KOEL, VENTILATOR, WARM of DROOG al naargelang de ingestelde temperatuur.

2. Selecteer de door u gewenste temperatuur met

de toetsen Temp of Temp .

3. Druk op de AAN/UIT toets om het apparaat in te

schakelen. INSTRUCTIE: De Ventilatorsnelheid kan in de automatische modus niet ingesteld worden.

Bedrijfsmodus VENTILATOR

1. Druk op de toets MODUS om de Ventilator

modus te selecteren.

2. Druk op de toets VENTILATOR om de

ventilatorsnelheid in te stellen: AUTOMATISCH, LAAG, MEDIUM, HOOG.

3. Druk op de AAN/UIT toets om het apparaat in te

schakelen. INSTRUCTIE: In de VENTILATOR modus kan de temperatuur niet ingesteld worden. Daarom wordt de temperatuur op de LCD display van de afstandsbediening niet aangegeven.

Bedrijfsmodus DROGEN (ontvochtigen)

1. Druk op de toets MODUS om de modus DROGEN

2. Selecteer de door u gewenste temperatuur met

de toetsen Temp en Temp .

3. Druk op de AAN/UIT toets om het apparaat in te

schakelen. INSTRUCTIE: De ventilatorsnelheid kan niet in de DROGEN modus ingesteld worden.

Bedrijfsmodus VERWARMEN

1. Druk op de toets MODUS om de modus

VERWARMEN te selecteren.

2. Selecteer de door u gewenste temperatuur met

de toetsen Temp en Temp .

3. Druk op de toets VENTILATOR om de

ventilatorsnelheid in te stellen: AUTOMATISCH, LAAG, MEDIUM, HOOG.

4. Druk op de AAN/UIT toets om het apparaat in

te schakelen. INSTRUCTIE: Als de buitentemperatuur zeer laag is, kan het zijn dat de verwarmingscapaciteit van het apparaat niet langer voldoende is. In deze gevallen adviseren wij om in combinatie met de airconditioner extra verwarming te gebruiken.

INSTELLEN VAN DE TIMER functie

Uw airconditioner heeft twee-tijd-gerelateerde functies: TIMER ON- legt de tijdsperiode vast, waarna de airconditioner automatisch wordt ingeschakeld. TIMER OFF- legt de tijdsperiode vast, waarna de airconditioner automatisch wordt uitgeschakeld. TIMER ON functie Met de TIMER ON functie kunt u een periode vastleggen, waarna het apparaat automatisch inschakelt, bijvoorbeeld als u thuis komt van uw werk naar huis.

1. Druk op de TIMER ON toets. Standaard wordt de

laatst ingestelde tijdspanne gevolgd door een "u" (voor het uur) getoond. Instructie: Dit getal geeft de periode aan, waarna uitgaand van de actuele kloktijd het apparaat moet worden ingeschakeld. Bijvoorbeeld: Als u bijvoorbeeld TIMER AAN op 2 uur instelt, verschijnt "2.0h" op het scherm en schakelt het apparaat na twee uur in.

2. Druk meerdere malen op de toets TIMER ON om de

gewenste inschakeltijd in te stellen.

3. Wacht 2 seconden dan is de TIMER ON-functie

geactiveerd. De digitale display van de afstandsbediening verandert dan weer naar de aanduiding van de temperatuur.

Bijvoorbeeld: Instelling, dat het apparaat na 2,5 uur start.

TIMER OFF functie Met de TIMER OFF functie kunt u een periode vastleggen, waarna het apparaat automatisch uitschakelt, bijvoorbeeld als u uw huis verlaat.

1. Druk op de TIMER OFF toets. Standaard wordt

de laatst ingestelde tijdspanne gevolgd door een "u" (voor het uur) getoond. Instructie: Dit getal geeft de periode aan, waarna uitgaand van de actuele kloktijd het apparaat moet worden uitgeschakeld. Bijvoorbeeld: Als u bijvoorbeeld TIMER UIT op 2 uur instelt, verschijnt "2.0h" op het scherm en schakelt het apparaat na twee uur uit.

2. Druk meerdere malen op de toets TIMER OFF

om de gewenste uitschakeltijd in te stellen.

3. Wacht 2 seconden dan is de TIMER OFF functie

geactiveerd. De digitale display van de afstandsbediening verandert dan weer naar de aanduiding van de temperatuur.

Bijvoorbeeld: Instelling, dat het apparaat na 5 uur stopt.

INSTRUCTIE: Als u bijvoorbeeld de TIMER ON of TIMER OFF functie instelt, neemt de tijd toe in de periode tot 10 uur met elke druk op de toets in stappen van 30 minuten. Vanaf 10 uur tot 24 uur, zullen ze verhogen in stappen van 1 uur. Na 24 uur springt de timer terug naar nul. U kunt de functie uitschakelen door de timer op "0.0h" te zetten.

Druk zo lang op de toets TIMER ON of TIMER OFF tot de gewenste periode bereikt is.

NL11 TIMER AAN en TIMER UIT tegelijk instellen Houd in gedachten, dat de ingestelde tijdsperioden van beide functies betrekking hebben op de actuele kloktijd. Laten we bijvoorbeeld zeggen dat het momenteel 13:00 uur en u wilt dat het apparaat automatisch ingeschakeld wordt om 19:00 uur. U wilt dat het apparaat dan 2 uur werkt en om 21:00 uur moet weer worden uitgeschakeld. Ga als volgt te werk:

Bijvoorbeeld: Instellen dat het apparaat wordt ingeschakeld na 6 uur, 2 uur werkt, en vervolgens weer uitschakelt (zie de afbeelding hieronder) Op uw indicatie:

De Timer is op 6 uur vanaf de huidige kloktijd op AAN gezet De Timer is op 8 uur vanaf de huidige tijd op UIT gezet Timer start Apparaat schakelt AAN Apparaat schakelt UIT Huidige tijd 14:00 15:00 16:00 17:00 18:00 19:00 20:00 21:00 Na 6 uren Na 8 uren 13:00:uur NL13 Uitgebreide functies

De SLEEP functie wordt gebruikt om het energieverbruik te verminderen terwijl u slaapt (en u niet dezelfde temperatuur instellingen nodig heeft). Deze functie kan alleen worden geselecteerd met de afstandsbediening. Instructie: In de slaap functie zijn de bedrijfsmodi VENTILATOR of DROOG niet beschikbaar.

Om de oscillerende beweging van de ventilatiebladen te stoppen of starten en om de gewenste opwaartse of neerwaartse richting van de luchtstroom in te stellen. Met iedere druk op de knop verandert de instelling van de luchtbladen met 6 graden (op sommige modellen niet beschikbaar). Als u de toets langer dan 2 seconden ingedrukt houdt, oscilleren de bladen automatisch op en neer.

Functie FOLLOW ME Bij de FOLLOW ME functie wordt de temperatuur gemeten op de actuele positie van de afstandsbediening (en niet op de binnenunit). In de modi AUTOMATISCH, KOEEN of VERWARMEN kan de airconditioner daardoor de temperatuur in uw omgeving te optimaliseren en zorgen voor maximaal comfort.

1. Druk op de toets FOLLOW ME om de deze functie

te activeren. De afstandsbediening stuurt het temperatuursignaal om de drie minuten naar de airconditioner.

2. Druk opnieuw op de toets FOLLOW ME om de

deze functie te beëindigen.

  • De SHORT CUT functie wordt gebruikt om om de actuele instellingen te selecteren of om naar de laatste instellingen terug te keren.
  • Als u deze toets bij ingeschakelde afstandsbediening indrukt, keert de installatie automatisch terug naar de laatst gebruikte instellingen, met inbegrip van de bedrijfsmodus, de temperatuurinstelling en de ventilatorsnelheid en de slaapfunctie (als deze geactiveerd is).
  • Als u op de toets langer dan 2 seconden indrukt, slaat het systeem de actuele operationele instellingen op, met inbegrip van de bedrijfsmodus, de temperatuurinstelling en de ventilatorsnelheid en de slaapfunctie (als deze geactiveerd is). NL14 INSTRUCTIE: - De presentatie van de toetsen is gebaseerd op een type model en kan mogelijk iets afwijken van de werkelijke vorm. - Alle beschreven functies worden toegepast in het apparaat. Als uw model niet beschikt over een van deze functies, heeft de bijbehorende toets op de afstandsbediening geen functie. - Als tussen de functiebeschrijvingen in de handleiding van de afstandsbediening en de airconditioner wezenlijke verschillen bestaan, prevaleert de gebruiksaanwijzing van de airconditioner. - Dit apparaat kan voldoen aan de plaatselijke voorschriften. In Canada moet het voldoen aan de bepaling in CAN ICES-3 (B) / NMB-3 (B). In de Verenigde Staten voldoet dit apparaat aan Deel 15 van de FCC- bepalingen (Federal Communications Commission). De werking is onderhevig aan de volgende twee voorwaarden: (1) Dit apparaat mag geen schadelijke interferenties uitstralen en (2) dit apparaat moet alle ontvangen functiestoringen tegengaan, met inbegrip van die storingen, die een ongewenste werking kunnen veroorzaken. - Dit apparaat is getest en voldoet aan de grenswaarden voor digitale apparaten van Klasse B, conform Deel 15 van de FCC-regels. Deze grenswaarden zijn zo vastgesteld, dat ze een passende bescherming tegen schadelijke interferenties in een woonomgeving bieden. Dit apparaat genereert en verbruikt hoogfrequente- energie en kan deze uitstralen. Als het apparaat niet in overeenstemming met de instructies wordt geïnstalleerd en gebruikt, kan dit leiden tot schadelijke storingen van de verzendoverdracht. Er kan echter geen garantie worden gegeven, dat bij een bepaalde installatie geen interferentie zal optreden. Als dit apparaat schadelijke storingen veroorzaakt in radio- of televisieontvangst, wat vastgesteld kan worden door in- en uitschakelen van het apparaat, kan de gebruiker de storingen door een of meer van de volgende maatregelen opheffen:
  • Richt of verplaats de ontvangende antenne opnieuw.
  • Vergroot de afstand tussen het apparaat en de ontvanger.
  • Sluit het apparaat aan op een stopcontact dat niet verbonden is met de ontvanger.
  • Neem contact op met uw dealer of een ervaren radio- en tv-technicus. Wijzigingen of modificaties, die niet zijn goedgekeurd door de partij, die verantwoordelijk is voor de naleving van de regels, kunnen leiden tot het vervallen van de goedkeuring van de gebruiker. NLHet ontwerp en de specificaties kunnen in de zin van productontwikkeling zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden. Neem contact op met de plaats van aankoop of de fabrikant voor meer informatie.