MOBILE ECO 27 - Airconditioning MIDEA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MOBILE ECO 27 MIDEA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MOBILE ECO 27 - MIDEA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MOBILE ECO 27 van het merk MIDEA.
GEBRUIKSAANWIJZING MOBILE ECO 27 MIDEA
- ECO FRIENDLY ECO FRIENDLY Référence du modèle extérieur Niveaux de puissance acoustique intérieurs (mode «refroidissement») 63 dB Niveaux de puissance acoustique extérieurs (mode «refroidissement») - dB Agent réfrigérant R290 PRP de l’agent réfrigérant 3 Les fuites de réfrigérants accentuent le changement climatique. En cas de fuite, limpact sur le réchauffement de la planète sera dautant plus limité que le potentiel de réchauffement planétaire (PRP) du réfrigérant est faible. Cet appareil utilise un réfrigérant dont le PRP est égal à 3. En dautres termes, si 1 kg de ce réfrigérant est relâché dans latmosphère, son impact sur le réchauffement de la planète sera 3 fois supérieur à celui d1 kg de CO2, sur une période de 100 ans. Ne tentez jamais dintervenir dans le circuit frigorifique et de démonter les pièces vous-même et adressez-vous systématiquement à un professionnel. Mode «refroidissement» Coefficient d’efficacité énergétique (EER) 3.1 Classe d’efficacité énergétique A+ Consommation d'électricité horaire Consommation dénergie de {0} kWh pour 60 minutes, déterminée sur la base des résultats obtenus dans des conditions dessai normalisées. La consommation dénergie réelle dépend des conditions dutilisation et de lemplacement de lappareil. Puissance frigorifique 2.6 kW1 │Inhoud Veiligheidsmaatregelen p. 2
- Let op p. 3
- Waarschuwingen (alleen voor gebruik met R290/R32 koelmiddel) p. 4
- Voorbereiding p. 9
- Installatie p. 10
- Werking p. 13
- Onderhoud p. 18
- Foutdiagnose p. 18
- Ontwerp- en conformiteit-aantekeningen p. 19
- Sociale Opmerking NL2 │Veiligheidsmaatregelen Dit symbool geeft aan dat als de instructies genegeerd worden dit de dood of ernstig letsel kan veroorzaken. WAARSCHUWING: Om dood of ernstig letsel van de gebruiker en andere mensen te voorkomen, of schade aan het toestel te voorkomen, dient u de instructies te volgen. Incorrect gebruik door het negeren van instructies kan leiden tot dood, letsel of schade. - De installatie moet worden uitgevoerd volgens de installatie-instructies. Foutieve installatie kan leiden tot waterlekkage, elektrische schokken of brand. - Gebruikalleendemeegeleverdeaccessoiresenonderdelenenspeciekegereedschappenvoor de installatie. Het gebruiken van niet-standaard onderdelen kan leiden tot waterlekkage, elektrische schokken, brand en letsel of schade aan eigendommen. -Verzeker je ervan dat het stopcontact dat u gebruikt, geaard is en de juiste spanning heeft. Het netsnoer is uitgerust met een driepolige aar- dingstekker om u te beschermen tegen schokken. Informatie over de spanning vind je terug op het naamplaatje van het apparaat. - Gebruik je apparaat enkel in een goed geaard stopcontact. Als het stopcontact dat je wilt gebruiken onvoldoende geaard is of beschermd wordt door een tijdvertragingszekering of stroomonderbreker (de benodigde zekering of stroomonderbreker wordt bepaald aan de hand van de maximale stroom- sterkte van het apparaat.) De maximale stroomsterkte wordt aangegeven op het naamplaatje op het apparaat),laatdaneengekwaliceerdeelektricienhetjuistestopcontactinstalleren. - Installeer het apparaat op een vlak, stevig oppervlak. Als u dit niet doet, kan dit leiden tot schade of overmatig lawaai en trillingen. - Het apparaat mag niet belemmerd worden om een goede werking te garanderen en de veiligheids- risico's te beperken. -Wijzig de lengte van het netsnoer NIET of gebruik geen verlengsnoer om het apparaat van stroom te voorzien. - Gebruik NOOIT een stopcontact samen met andere elektrische apparaten. Een foute stroomvoor- ziening kan brand of een elektrische schok tot gevolg hebben. - Plaats uw airconditioner NIET in een natte ruimte zoals een badkamer of een wasruimte. Te veel blootstelling aan water kan ervoor zorgen dat de elektrische componenten kortsluiten. - Plaats het apparaat NIET op een locatie die kan worden blootgesteld aan brandbaar gas, omwille van het brandgevaar. -Het apparaat beschikt over wielen om het verplaatsen te vergemakkelijken. Zorg ervoor dat u de wielen niet op een dik tapijt gebruikt of over voorwerpen rolt, omdat dit het apparaat kan laten omvallen. - Bedien een apparaat NIET als het viel of beschadigd is. - Het apparaat met elektrische verwarming moet minstens 1 meter ruimte hebben ten opzichte van ontvlambare materialen. - Raak het apparaat niet aan met natte of vochtige handen of op blote voe- ten. - Als de luchtontvochtiger tijdens het gebruik omviel, moet je het apparaat uitschakelen en onmiddel- lijk de stekker uit het stopcontact trekken. Inspecteer het apparaat op zicht om er zeker van te zijn dat er geen schade is. Als je vermoedt dat het apparaat beschadigd is, neem dan contact op met een monteur of de klantenservice voor bijstand. - Tijdens een onweer moet de stroom worden afgesloten om schade aan het apparaat ten gevolge van bliksem te voorkomen. -Je airconditioner moet op een zodanige manier worden gebruikt dat deze beschermd is tegen vocht, bijv. condensatie, opspattend water, etc. Plaats of bewaar je aircon- ditioner niet op een plaats waar deze in water of een andere vloeistof kan vallen of worden getrok- ken. Trek de stekker onmiddellijk uit als dit gebeurt. - Alle bedrading moet strikt worden uitgevoerd in overeenstemming met het bedradingsschema binnenin het apparaat. -De printplaat (PCB) van het apparaat is ontworpen met een zekering om overstroombeveiligingtevoorzien.Despecicatiesvandezekeringstaanafgedruktopdeprint- plaat, bijvoorbeeld: T 3.15A/250V, enz. NL3 │Voorzorgen Voorzorgen - Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis als zij onder toezicht staan of instructies gekregen hebben over het gebruik van het apparaat op een veilige manier en de betrokken gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebrui- kersonderhoud mag niet door kinderen worden gedaan als ze niet onder toezicht staan (van toepas- sing voor Europese landen) - Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of instructies gekregen hebben over het gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoor- delijk is voor hun veiligheid. (van toepassing voor alle landen behalve Europese landen) - Kinderen moeten onder toezicht staan om er zeker van te zijn dat niet met het apparaat spelen. Kinderen moeten steeds onder toezicht staan in de buurt van het apparaat - Als het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, zijn onderhoudsver- tegenwoordigerofpersonenmetvergelijkbarekwalicatiesomgevaartevoorkomen. - Voor het reinigen of ander onderhoud, moet het apparaat losgekoppeld worden van de stroomvoor- ziening. - Verwijder geen vaste deksels. Gebruik dit apparaat nooit als het niet goed werkt of als het viel of beschadigd is. - Leg het snoer niet onder een tapijt. Bedek het snoer niet met vloerkleden, -lopers of gelijkaardige vloerbekleding. Leid het snoer niet onder meubels of apparaten. Leg het snoer uit de buurt van het verkeersgebied en waar men er niet kan over struikelen. - Gebruik het apparaat niet als het een beschadigd snoer, stekker, zekering of stroomonderbreker heeft. Voer het apparaat af of retourneer het naar een erkend servicepunt voor nazicht en/of herstel- ling. - Om het risico op brand of elektrische schokken te verminderen mag je deze ventilator niet gebruiken met een snelheidsstuurtoestel in vaste toestand. - Het apparaat moet geïnstalleerd worden volgens de nationale bedradingsvoorschriften. - Voor onderhoud of herstelling van dit apparaat neem je contact op met de bevoegde servicemon- teur. - Contacteer de geautoriseerde installateur voor installatie van dit apparaat. - Bedek of blokkeer de inlaat- of uitlaatroosters niet. - Gebruik dit product niet voor andere functies dan degene die in deze handleiding beschreven wor- den -Vóór het reinigen moet je de stroom uitschakelen en het apparaat loskoppelen. - Sluit de stroom af als er vreemde geluiden, geuren of rook uit komen. - Gebruik alleen je vingers om op de toetsen op het bedieningspaneel te drukken. - Verwijder geen vaste deksels. Gebruik dit apparaat nooit als het niet goed werkt of als het viel of beschadigd is. - Bedien of stop het apparaat niet door de stekker in te steken of uit te trekken. - Gebruik geen gevaarlijke chemicaliën om schoon te maken of laat deze niet in contact komen met het apparaat. Gebruik de eenheid niet in de nabijheid van brandbare stoffen of dampen zoals alco- hol, insecticiden, benzine, enz. - Vervoer je airconditioner altijd in een verticale positie en plaats hem tijdens gebruik op een stabiele, vlakke ondergrond. - Neem altijd contact op met een bevoegd persoon om reparaties uit te voeren. Als het netsnoer beschadigd is moet het worden vervangen door een nieuw netsnoer dat verkregen werd van de fabrikant van het product en niet worden gerepareerd. -Houd de stekker vast aan het uiteinde van de stekker wanneer je hem uit trekt. - Schakel het product uit wanneer het niet in gebruik is. NL4 │Waarschuwingen (alleen voor gebruik met R290/R32 koelmiddel) - Gebruik geen middelen om het ontdooiproces te versnellen of om schoon te maken, anders dan degenen die aanbevolen zijn door de fabrikant. -Je moet het apparaat opbergen in een ruimte zon- der continu werkende ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld: open vuur, een werkend gastoestel of een werkende elektrische verwarming). - Niet doorboren of verbranden. - Weet dat de koelmiddelen mogelijk geurloos zijn. p. 20
Toestel 9000 btu/h , 10000 btu/h dient geïnstalleerd, gebruikt en be
waard te worden in een kamer met een vloeroppervlakte groter dan 10 m
- Het naleven van de nationale gasvoorschriften moet worden verzekerd. - Belemmer ventilatieopeningen niet - Het apparaat moet zo worden opgeslagen dat mechanische schade vermeden wordt. - Een waarschuwing dat het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waarvandegrootteovereenkomtmetderuimtedieisgespeciceerdvoorgebruik. - Iedereen die betrokken is bij het werken aan of openen in een koudemiddelcircuit, moet in het bezit zijnvaneengeldigcerticaatvaneendoordeindustriegeaccrediteerdebeoordelingsautoriteit,die hun bevoegdheid om koelmiddelen veilig te behandelen in overeenstemming met een door de bran- cheerkendebeoordelingsspecicatieautoriseert. - Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de fabrikant van de apparatuur. Onderhoud en herstellingen waarvoor de assistentie van ander bekwaam personeel vereist is, moe- ten worden uitgevoerd onder toezicht van de persoon die bevoegd is voor het gebruik van ontvlam- bare koelmiddelen. Let op: Risico op brand / ontvlambare materialen (Alleen vereist voor R32/R290-apparaten) BELANGRIJKE OPMERKING: Lees deze hand- leiding zorgvuldig door voordat je, je nieuwe luch- tontvochtiger installeert of gebruikt. Bewaar deze handleiding voor toekomstige referentie. Uitleg van de symbolen die op het apparaat worden weergegeven (het apparaat gebruikt alleen R32/ R290 koelmiddel): WAAR- SCHUWING Dit symbool geeft aan dat dit apparaat een ontvlambaar koelmiddel gebruikt. Als het koelmiddel lekt en wordt blootgesteld aan een externe ontstekingsbron, bestaat de kans op brand LET OP Dit symbool geeft aan dat de bedieningshandleiding zorgvuldig moet worden gelezen. LET OP Dit symbool geeft aan dat servicepersoneel deze apparatuur moet hanteren met verwijzing naar de installatiehandleiding. LET OP Dit symbool duidt op de aanwezigheid van informatie, zoals de bedie- ningshandleiding of installatiehandleiding. NL5 │Waarschuwingen (alleen voor gebruik met R290/R32 koelmiddel)
2. Het markeren van apparatuur met behulp van
borden Zie lokale voorschriften.
3. Afvoer van apparatuur die ontvlambare koelmid-
delen gebruikt. Zie nationale voorschriften.
4. Opslag van apparatuur/apparaten
De apparatuur moet opgeslagen worden in over- eenstemming met de instructies van de fabrikant.
5. Opslag van verpakte (niet-verkochte) appara-
tuur De opslagpakket beveiliging moet zodanig vervaardigt zijn dat mechanische schade aan de apparatuur in de verpakking geen lekkage van de koelmiddelvulling veroorzaakt. Het maximale aantal apparaten dat samen mag worden opgeslagen, wordt bepaald door lokale voorschriften.
6. Informatie over onderhoud
1) Controles van het gebied
Alvorens met werkzaamheden aan systemen met brandbare koelmiddelen te beginnen, zijn veilig- heidscontroles nodig om ervoor te zorgen dat het ontstekingsrisico tot een minimum wordt beperkt. Voor herstellingen aan het koelsysteem moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden ge- nomen alvorens werkzaamheden aan het systeem te starten.
De werkzaamheden moeten worden uitgevoerd vol- gens een gecontroleerde procedure om het risico op aanwezigheid van een ontvlambaar gas of damp terwijl het werk wordt uitgevoerd tot een minimum te herleiden.
3) Algemeen werkgebied
Al het onderhoudspersoneel en anderen die in de omgeving werkzaam zijn, moeten worden geïnstru- eerd over de aard van het werk dat wordt uitge- voerd. Werken in besloten ruimten moet worden vermeden. Het gebied rond de werkruimte zal worden afgesloten. Zorg ervoor dat de omstandig- heden in het gebied veilig zijn door het beheren van ontvlambaar materiaal.
4) Controleren op aanwezigheid van koelmid-
del Het gebied moet vóór en tijdens het werk worden gecontroleerd met een geschikte koelmiddelde- tector, om te verzekeren dat de monteur op de hoogte is van potentieel ontvlambare atmosferen. Zorg ervoor dat de gebruikte lekdetectieapparatuur geschikt is voor gebruik met ontvlambare koelmid- delen, d.w.z. niet-vonkend, adequaat afgedicht of intrinsiek veilig.
5) Aanwezigheid van een brandblusser
Als er warm werk moet worden uitgevoerd op de koelapparatuur of daarmee samenhangende on- derdelen, moet een geschikt brandblusapparatuur beschikbaar zijn. Zorg voor een droog poeder of CO2 brandblusser naast het laadgebied.
6) Geen ontstekingsbronnen
Iemand die werkzaamheden uitvoert met betrekking tot een koelsysteem waarbij pijpwerk dat brandbaar koelmiddel bevat of bevatte wordt blootgesteld, moet alle ontstekingsbronnen op een zodanige manier gebruiken dat dit niet kan leiden tot het risico op een brand of Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief het roken van siga- retten, moeten op voldoende afstand gehouden worden van de plaats van installatie, herstelling, verwijdering en afvoer, gedurende dewelke mogelijk ontvlambaar koelmiddel kan worden vrijgegeven in de omliggende ruimte. Voordat het werk uitgevoerd wordt, moet het gebied rond de apparatuur worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat er geen gevaar op ontvlamming of ontstekingsrisico's zijn. Er worden ook Niet Roken borden geplaatst.
7) Geventileerde ruimte
Zorg ervoor dat het gebied buiten is of dat het voldoende geventileerd wordt voordat het systeem wordt geopend of wanneer er sprake is van warm werk. Gedurende de periode dat de werkzaamhe- den worden uitgevoerd, moet er ventilatie zijn. De ventilatie moet veilig elk vrijgekomen koelmiddel verspreiden en bij voorkeur het uitwendig in de atmosfeer uitstoten.
8) Controles van de koelapparatuur
Als er elektrische onderdelen worden gewijzigd, moeten deze geschikt zijn voor het doel en de juiste specicatiehebben.Deonderhouds-enservice- richtlijnen van de fabrikant moeten steeds worden gevolgd. Raadpleeg bij twijfel de technische dienst van de fabrikant voor bijstand. De volgende con- troles moeten worden uitgevoerd op installaties die ontvlambare koelmiddelen gebruiken: Dat de laadgrootte is in overeenstemming met de grootte van de ruimte waarin de koelmiddel bevat- tende onderdelen geïnstalleerd zijn; Dat de ventilatieapparatuur en -uitlaten adequaat werken en niet belemmerd worden; Als een indirect koelcircuit wordt gebruikt, moet het secundaire circuit worden gecontroleerd op de aanwezigheid van koelmiddel; De markering op de apparatuur is zichtbaar en leesbaar. Markeringen en tekens die onleesbaar zijn, moeten worden NL6 │Waarschuwingen (alleen voor gebruik met R290/R32 koelmiddel) gecorrigeerd; Koelleidingen of -onderdelen worden geïnstalleerd op een plaats waar het onwaarschijnlijk is dat ze worden blootgesteld aan een stof die koelmiddel bevattende componenten kan aantasten, tenzij de componenten zijn vervaardigd van materialen die inherent bestand zijn tegen corrosie of die op geschikte wijze beschermd zijn tegen het zodanig gecorrodeerd worden.
6. Nakijken van elektrische toestellen
Herstelling en onderhoud van elektrische com- ponenten omvat initiële veiligheidscontroles en inspectieprocedures voor onderdelen. Als er een storing is die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen elektrische voeding op het circuit worden aangesloten totdat het naar tevredenheid afgehandeld werd. Als de fout niet onmiddellijk kan worden gecorrigeerd maar het noodzakelijk is om door te gaan, moet een adequate tijdelijke oplos- sing worden gebruikt. Dit zal worden gemeld aan de eigenaar van de apparatuur, zodat alle partijen hierover geadviseerd zijn. Initiële veiligheidscontroles omvatten: Dat condensatoren worden ontladen: dit moet op een veilige manier gebeuren om vonkvorming te voorkomen; Dat er geen elektrische componenten en bedrading waar spanning op zit worden blootgesteld tijdens het opladen, herstellen of zuiveren van het sys- teem; Dat er continuïteit is van aarding.
7. Herstellingen aan verzegelde onderdelen
1) Tijdens herstellingen aan verzegelde on-
derdelen moeten alle elektrische voorzieningen losgekoppeld worden van de apparatuur waaraan wordt gewerkt voordat de verzegelde bedekkingen, enz. verwijderd worden. Als het absoluut nodig is om een elektrische voeding te hebben tijdens onderhoudswerkzaamheden, dan moet er zich een permanent werkende vorm van lekdetectie op het meest kritieke punt bevinden om te waarschuwen voor een potentieel gevaarlijke situatie.
2) In het bijzonder moet er aandacht worden
besteed aan het volgende om ervoor te zorgen dat door te werken aan elektrische onderdelen, de behuizing niet op zo'n manier wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau hierdoor beïnvloed wordt. Dit is inclusief schade aan kabels, overmatig aantal aansluitingen, terminals die niet werden gemaakt volgensdeoorspronkelijkespecicatie,schadeaan afdichtingen, foutieve aansluiting van wartels, enz. Zorg ervoor dat het apparaat veilig gemonteerd is. Zorg ervoor dat afdichtingen of afdichtingsma- terialen niet zodanig verslechterd zijn dat ze het binnendringen van ontvlambare atmosferen niet meer kunnen verhinderen. Vervangingsonderde- lenmoetenovereenstemmenmetdespecicaties van de fabrikant. OPMERKING: Het gebruik van siliconen kit kan de doeltreffendheid van sommige soorten lekkagedetectie apparatuur belemmeren. Intrinsiek veilige onderdelen hoeven niet te worden geïsoleerd voordat eraan gewerkt wordt.
8. Herstellingen aan intrinsiek veilige onderdelen
Breng geen permanente inductieve of lastcapaciteit aan op het circuit zonder ervoor te zorgen dat dit de toegestane spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet overschrijdt. Intrinsiek veilige onder- delen zijn de enige waaraan gewerkt kan worden terwijl ze onder spanning staan in de aanwezigheid van een ontvlambare atmosfeer. Het testapparaat moet de correcte notering hebben. Vervang onder- delen enkel met onderdelen die door de fabrikant gespeciceerdzijnAndereonderdelenkunnen ertoe leiden dat koelmiddel lekt en in de atmosfeer ontbrandt. 9.Cabling Ga na of de bekabeling niet onderhevig was aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scher- pe randen of andere nadelige milieueffecten. Bij het controleren moet men ook rekening houden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen van bronnen zoals compressoren of ventilatoren.
10. Detectie van ontvlambare koelmiddelen
Er mogen in geen enkel geval potentiële ontste- kingsbronnen gebruikt worden bij het zoeken naar of detecteren van koelmiddellekkages. Een halo- genide fakkel (of een andere detector die een open vlam gebruikt) mag niet worden gebruikt.
11. Lekkage detectiemethodes
De volgende lekkage detectiemethodes worden aanvaard voor systemen die ontvlambare koel- middelen bevatten. Elektronische lekkagedetec- toren worden gebruikt voor het detecteren van ontvlambare koelmiddelen, maar mogelijk is de gevoeligheid niet toereikend of moet het opnieuw worden gekalibreerd. (Detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een koelmiddelvrije ruimte.) Verzeker je ervan dat de detector geen potentiële ontstekingsbron en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. Lekkage detectieapparatuur zal worden ingesteld op een percentage van de LFL van het koelmiddel en gekalibreerd worden volgens het gebruikte koelmiddel en het juiste percentage aan gas (maximaal 25%) wordt bevestigd. Lekkage detectievloeistoffen zijn geschikt om gebruikt te NL7 │Waarschuwingen (alleen voor gebruik met R290/R32 koelmiddel) worden met de meeste koelmiddelen, het gebruik van chloorhoudende reinigingsmiddelen dient ech- ter te worden vermeden omdat chloor kan reageren met het koelmiddel en dit het koperen leidingwerk kan corroderen. Als er een vermoeden van een lek is, wordt alle open vuur verwijderd/gedoofd. Als er lekkage van koelmiddel wordt vastgesteld waarvoor solderen vereist is, moet al het koelmiddel uit het systeem verwijderd of geïsoleerd worden (door middel van afsluiters) in een deel van het systeem dat zich op afstand van het lek bevindt. Zowel vóór als tijdens het soldeerproces moet er zuurstofvrije stikstof (OFN) door het systeem worden gespoeld.
12. Verwijdering en evacuatie
Bij het openen van het koelcircuit om herstellingen uit te voeren of voor welk doel dan ook, moeten conventionele procedures worden gebruikt. Het is echter belangrijk dat de beste werkwijze wordt gevolgd, aangezien ontvlambaarheid steeds in overweging genomen moet worden. De volgende procedure moet worden nageleefd: Verwijder het koelmiddel; Zuiver het circuit met inert gas; Evacueer; Zuiver opnieuw met inert gas; Open het circuit door te snijden of te lassen. De koelmiddelvulling moet worden gerecupereerd in de correcte recuperatie cilinders. Het systeem wordt gespoeld met OFN om het apparaat veilig te maken. Het is mogelijk dat dit proces meerdere keren moet worden herhaald. Voor deze taak mag men geen gebruik maken van perslucht of zuurstof. Het spoelen moet worden bereikt door het vacuüm in het systeem te doorbreken met OFN en te blij- ven vullen tot men de werkdruk bereikt, vervolgens moet er in de atmosfeer worden ontlucht en ten- slotte vacuümtrekken. Men moet dit proces blijven herhalen totdat er geen koelmiddel meer in het sys- teem zit. Als de laatste OFN-lading wordt gebruikt, wordt het systeem ontlucht tot de atmosferische druk om het werk mogelijk te maken. Deze bewer- king is van vitaal belang als er aan het leidingwerk soldeer activiteiten moeten plaatsvinden. Zorg ervoor dat de uitlaat voor de vacuümpomp zich niet in de buurt van ontstekingsbronnen be- vindt en dat er ventilatie beschikbaar is.
Naast de normale laadprocedures moet men ook de volgende vereisten volgen. Verzeker je ervan dat er geen verontreiniging met verschillende koelmiddelen plaatsvindt als je laadapparatuur gebruikt. Slangen of leidingen dienen zo kort mogelijk te zijn om de hoeveelheid koelmiddel die zich erin bevindt tot een minimum te herleiden. Cilinders moeten rechtop worden bewaard. Verzeker je ervan dat het koelsysteem geaard is voordat je het systeem met koelmiddel vult. Plaats een label op het systeem als het opladen voltooid is (indien dit nog niet het geval is). De uiterste zorgvuldigheid is geboden om ervoor te zorgen dat het koelsysteem niet overvult wordt. Het systeem moet onder druk getest worden met OFN voordat het opnieuw wordt opgeladen. Na het vol- tooien van het opladen maar vóór de inbedrijfstel- ling moet het systeem worden getest op lekkage. Voor het verlaten van de site zal er nog een lektest uitgevoerd. 14.Decommissioning Voordat men deze procedure uitvoert, is het es- sentieel dat de monteur volledig bekend is met de apparatuur en de details ervan. Het is de aanbevo- len goede werkwijze om alle koelmiddelen veilig te recupereren. Voorafgaand aan de uit te voeren taak moet men een monster van de olie en het koelmid- del nemen voor het geval er een analyse nodig is voor het teruggewonnen koelmiddel opnieuw kan worden gebruikt. Het is essentieel dat er elektrische stroom beschikbaar is voordat de taak wordt ge- start. a) Raak vertrouwd met de apparatuur en zijn werking. b) Isoleer het systeem elektrisch. c) Verzeker je hiervan voordat je de procedure probeert: Er is, indien nodig, uitrusting voor mechanische behandeling beschikbaar voor het hanteren van koelmiddelcilinders; Alle persoonlijke beschermingsmiddelen zijn be- schikbaar en worden correct gebruikt; Het herstel- proces wordt te allen tijde gecontroleerd door een bevoegd persoon; Recuperatie apparatuur en cilinders voldoen aan de toepasselijke normen. d) Draineer het koelmiddelsysteem indien mogelijk. e) Als een vacuüm niet mogelijk is, maak dan een spruitstuk zodat je het koelmiddel uit verschil- lende delen van het systeem kunt verwijderen. f) Verzeker je ervan dat de cilinder zich op de schalen bevindt voordat het herstel plaatsvindt. g) Start de herstel machine en werk in over- eenstemming met de instructies van de fabrikant. NL8 h) Doe de cilinders niet te vol. (Niet meer dan 80% volume vloeibare lading).
i) Overschrijd de maximale werkdruk van de
cilinder niet, zelfs niet tijdelijk. j) Als de cilinders correct gevuld werden en het proces voltooid is, moet je ervoor zorgen dat de cilinders en de apparatuur onmiddellijk van de locatie worden verwijderd en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur afgesloten zijn. k) Gerecupereerd koelmiddel mag niet in een ander koelsysteem worden geladen tenzij dit gerei- nigd en gecontroleerd is. 15.Labelling De apparatuur moet een etiket krijgen met de vermelding dat het buitengebruik gesteld is en het koelmiddel geleegd werd. Het etiket moet worden gedateerd en ondertekend. Verzeker je ervan dat er op de apparatuur etiketten aanwezig zijn met de melding dat de apparatuur ontvlambaar koelmiddel bevat. 16.Recovery Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, hetzij voor onderhoud of buitengebruikstelling, is de aanbevolen goede werkwijze het veilig verwijderen van alle koelmiddelen. Bij het overbrengen van koelmiddel in cilinders moet men ervoor zorgen dat er alleen geschikte koelmiddel recuperatiecilinders worden gebruikt. Zorg ervoor er voldoende cilinders beschikbaar zijn voor het houden van de totale systeemvulling. Alle cilinders die gebruikt gaan worden zijn bestemd voor het gerecupereerde koelmiddel en geëtiket- teerd voor dat koelmiddel (d.w.z. speciale cilinders voor het recupereren van koelmiddel). De cilinders moeten compleet en in goede staat zijn met een overdrukventiel en bijbehorende afsluitkleppen. Lege recuperatiecilinders worden geëvacueerd en, indien mogelijk, gekoeld voordat het recupereren plaatsvindt. De recuperatieapparatuur moet in goede staat zijn met een instructies aangaande de voorhanden zijn- de apparatuur en moet geschikt zijn voor het recu- pereren van ontvlambare koelmiddelen. Daarnaast moeten er gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn die in goede staat verkeren. De slangen moeten compleet zijn met lekvrije ontkoppelingskoppe- lingen en in goede staat verkeren. Voordat je de recuperatie machine gebruikt moet je controleren of deze in goede staat, goed onderhouden is en dat alle bijbehorende elektrische onderdelen afgedicht werden om ontvlamming te voorkomen in het geval dat er koelmiddel vrijkomt. Raadpleeg de fabrikant als je twijfelt. Het gerecupereerde koelmiddel wordt geretour- neerd naar de leverancier van het koelmiddel in de correcte recuperatiecilinder en de relevante afvaltransportnota wordt geregeld. Meng geen koelmiddelen in recuperatie eenheden en zeker niet in cilinders. Als compressoren of compressoroliën verwijderd dienen te worden, moet je jezelf ervan verzekeren dat ze geëvacueerd zijn tot een aan
vaardbaar niveau om ervoor te zorgen dat er geen brandbaar koelmiddel in het smeermiddel achter
blijft. Het evacuatieproces moet worden uitgevoerd voordat de compressor geretourneerd wordt naar de leveranciers. Er mag alleen elektrische verwar
ming gebruikt worden op de compressorbehuizing om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem wordt afgetapt, moet dit op een veilige manier gebeuren. Opmerking
in hermetisch afgesloten apparatuur. Voor spe
oreerde broeikasgas (bij sommige modellen), raadpleeg je best het relevante etiket op het apparaat zelf.
Installatie, service, onderhoud en reparatie van dit apparaat moet worden uitgevoerd door een gecerticeerde
Het verwijderen en recyclen van het product moet
de monteur. NL9 6&$/( │Voorbereiding Bedieningspaneel paneel zwenkwiel horizontaal lamellen mes (zwaait automatisch) Handvat (beide kanten) luchtuitlaat Ondersteluchtlter Opvangbak afvoeruitlaat stopcontact Luchtlter(achterhet rooster) Bovenste luchtinlaat Afvoer uitlaat luchtuitlaat Ondersteluchtlter Onderste luchtinlaat afvoer uitlaat alleen voor pomp verwar- mingsmodus) Netsnoer gesp Netsnoer uitlaat stopcontact Opvangbak afvoeruitlaat voorkant MODEL A MODEL B achterkant achterkant Netsnoer uitlaat Netsnoer gesp (alleen voor pomp verwar- mingsmodus) Onderste luchtinlaat afvoer uitlaat Afvoer uitlaat Bovenste luchtinlaat Bovensteluchtlter (achter het rooster) NL10 │Installatie De juiste locatie kiezen Je installatieplaats moet aan de volgende vereisten voldoen - Zorg ervoor dat je het apparaat op een vlak oppervlak instal- leert om lawaai en trillingen tot een minimum te herleiden - Het apparaat moet geïnstalleerd worden in de nabijheid van een geaarde stekker en de opvangbak afvoer (aan de achter- kant van het apparaat) moet toegankelijk zijn. - Het apparaat moet zich op minstens 30 cm (12") van de dichtstbijzijnde muur bevinden om een goede airconditioning te verzekeren. - Dek de aansluitingen, uitgangen of afstandsbediening sig- naalontvanger van het apparaat NIET af, omdat dit schade aan het apparaat kan veroorzaken. Aanbevolen Installatie OPMERKING: Alle illustraties in de handleiding zijn uitsluitend bedoeld als refe- rentie Je apparaat kan enigszins verschillen. De werkelijke vorm heeft voorrang. Het apparaat kan worden bediend via enkel het bedieningspaneel van het apparaat of met de afstandsbediening. Deze handleiding bevat geen Afstandsbediening Werking, zie de <<Afstandsbedie- ning illustratie>> die bij het apparaat werd bijgesloten voor meer informatie. Wanneer er grote verschillen zijn tussen de “HANDLEIDING” en “Afstandsbediening Illustratie” voor de functie omschrijving, zal de omschrijving in de “HANDLEIDING” heersen. Benodigd gereedschap - Middelgrote kruiskopschroevendraaier; - Meetlint of liniaal; -Mes of schaar; -Zaag (optioneel, om de raamadapter in te korten voor smalle ramen) Accessoires Controleer de grootte van je raam en kies de raam pasvorm schuifregelaar
NL11 │Installatie Onderdeel Beschrijving Aantal Onderdeel Beschrijving Aantal Apparaat adapter 1 st Bout 1 st Uitlaatslang 1 st Beveiligingsbeugel en schroef 1 setjes Raam schuifregelaar adapter 1 st Afvoerslang 1 st Muur uitlaat adapter A (enkel voor wandinstallatie) 1 st Afvoerslang adapter (alleen voor pomp verwarmingsmodus) 1 st Muur uitlaat adapter B(met dop) (enkel voor wandinstallatie) 1 st Schuimstof dichting A (Klevend) 2 st Schroef en anker (enkel voor wandin- stallatie) 4 setjes Schuimstof dichting B (Klevend) 2 st Raam schuifregelaar A 1 st Schuimstof dichting C (Niet-klevend) 1 st Afstandsbediening en Batterij 1 setjes Raam schuifregelaar B 1 st Netsnoer Gesp 1 st OPMERKING: Items met * zijn optioneel. Het ontwerp kan lichtjes variëren. Raam Installatie Kit Stap Een: Voorbereiden van de montage van de Uitlaatslang. Druk de uitlaatslang in de raamschuif adapter en eenheid adapter, klem automatisch door de elastische gespen van de adapters. UitlaatslangUitlaatslang samenstelDuw inApparaat adapterRaam schuifre-gelaar adapter Stap Twee: Installeer het uitlaatslang samenstel op het apparaat. Plaats de adapter van het uitlaatslang samenstel in de onderste groef van de luchtuitlaat van het apparaat terwijl de haak van de adapter in lijn ligt met de opening van de luchtuitlaat en schuif het uitlaatslang samenstel naar beneden in de richting van de pijl voor installatie. Zorg ervoor dat de haak van de adapter is uitgelijnd met de gatzitting van de luchtuitlaat. GatzittingadapterOnderste groefZorg ervoor dat de adapter in de onderste groef van de luchtuitlaat geplaatst werd. Haak Stap Drie: De verstelbare raam schuifregelaar voorbereiden
1. Afhankelijk van de grootte van je raam, pas je de raam schuifregelaar
2. Als er twee raam schuifregelaars vereist zijn omwille de lengte van het
raam, gebruik je de bout om de raam schuifregelaars vast te maken nadat ze op de juiste lengte werden ingesteld.
3. Voor sommige modellen, als de lengte van het raam drie raam schuifre-
gelaars vereist (optioneel), gebruik je twee bouten om de raam schuifre- gelaars vast te maken nadat ze op de juiste lengte werden ingesteld. NLOpmerking: raadpleeg voor het gebruik van het in
handel gekochte ventilatierooster / demper de volgende tekens om te zorgen voor voldoende luchtstroomvolume
│Installatie Opmerking: Nadat de uitlaatslang en verstelbare raam schuifregelaar voor- bereid zijn, kun je kiezen uit een van de volgende installatiemethodes. Type 1: Uitzetraam of schuifraam installatie (optioneel) Schuimstof dichting B(Klevend type-korter)Schuimstof dichting A(Klevend type)Schuimstof dichting A(Klevend type) Schuimstof dichting B(Klevend type-korter)
1. Snij de klevende schuimstof dichting A en B op de juiste lengte en
bevestig ze op de raamlijst en het frame zoals getoond. Raam schuifre-gelaar B(indien nodig)Raam schuifregelaar B(indien nodig)Raam schuifregelaar ARaam schuifre-gelaar A
2. Plaats het raam schuifregelaar samenstel in de raamopening
Schuimstof dichting C(Niet-klevend type)Schuimstof dichting C(Niet-klevend type)
3. Snij de niet-klevende schuimstof dichting C-strip op de breedte van het
venster Plaats de dichting tussen het glas en het raamkozijn om te voorko- men dat er lucht en insecten in de kamer kunnen komen. BeveiligingsbeugelBevei-ligings-beugel2 schroeven2 schroeven
4. Indien gewenst kun je de beveiligingsbeugel installeren met 2 schroe-
ven, zoals afgebeeld
5. Plaats de raam schuifregelaar adapter in het gat van de raam schuifre-
gelaar. Type 2: Wandinstallatie (optioneel)
1. Maak een gat van 125mm (4,9 inch) in de wand voor de muur uitlaat
adapter B. 2. Bevestig de muur uitlaat adapter B aan de muur met behulp van de vier ankers en schroeven die meegeleverd werden in de kit. 3. Sluit het uitlaatslang samenstel (met muur uitlaat adapter A) aan op de muur uitlaat adapter B. Uitbreiding anker positieOpmerking: Sluit het gat af met de adapter dop als het niet gebruikt wordt. Muur uitlaat adapter BAdapter dopmax 120cm of 47 inchmin 30cm of 12 inch Opmerking: Om een goede werking te verzekeren mag de slang NIET worden overstrekt of gebogen Zorg ervoor dat er zich geen obstakel rond de luchtuitlaat van de uitlaatslang bevindt (in het bereik van 500 mm) zodat het uitlaatsysteem naar behoren kan werken. Alle illustraties in deze handleiding zijn uitsluitend bedoeld ter referentie Je airconditioner kan enigszins verschillen. De werkelijke vorm heeft voorrang. NL13 │Werking OPMERKING: Het controlepaneel ziet er mogelijks als volgt uit: OPMERKING: Op sommige modellen is in plaats van ° F. Op sommige modellen (DRAADLOOS licht) is • in plaats van • (power licht). OPMERKING: Sommige functies (ION, FOLLOW ME, HEAT, WIFI etc.) zijn optioneel. ION is niet van toepassing op R32/R290 apparaten. HEAT modus licht HOGE ventilator- snelheid licht FOLLOW ME licht COOL-modus licht MED ventilatorsnel- heid licht ION-licht FAN-modus licht LAAG ventilator- snelheid licht SLEEP-licht DRY-modus licht AUTO ventilator- snelheid licht Graden Celcius AUTO-modus licht FILTER-licht Graden Fahrenheit DRAADLOOS licht STROOMBEHEER licht LED-display OPMERKING: Het door jou aangekocht apparaat, kan er als volgt uitzien: NL14 │Werking Swing-toets Gebruikt om de Auto swing functie te starten. Wan- neer de werking AAN staat, drukt u op de SWING- toets om de jaloezie in de gewenste hoek te laten stoppen. Draadloos toets (optioneel) Gebruikt om de Wireless functie op te starten. Bij het eerste gebruikt van de Wireless functie, druk op en hou de zwaai knop in voor 3 seconden om de Wi- reless connectie modus op te starten. De LED-DIS- PLAY geeft 'AP' weer om aan te geven dat u een draadloze verbinding kunt instellen. Als de verbin- ding (router) lukt binnen 8 minuten, sluit het apparaat automatisch de draadloze verbindingsmodus af en licht het draadloos indicatielichtje op. Als de verbin- ding niet lukt binnen 8 minuten, sluit het apparaat de draadloze verbindingsmodus automatisch af. Nadat de Wireless connectie succesvol is, druk en hou de SWING en OMLAAG (-) knop tegelijkertijd in voor 3 seconden om de Wireless functie uit te zetten en het LED DISPLAY toont ‘UIT’ voor 3 seconden, druk op ZWAAI en BOVEN(+) knop tegelijkertijd om de Wireless functie in te stellen en het DISPLAY toont ‘AAN’ voor 3 seconden. OPMERKING: Als u de draadloze functie herstart, kan het enige tijd duren om automatisch verbinding met het netwerk te maken. Timer-toets Gebruikt om de AUTO AAN starttijd en de AUTO UIT stoptijd programma te starten, samen met de + & - toetsen. Het timer aan/uit-indicatielichtje licht op onder de timer aan/uit-instellingen. Mode-toets Selecteert de geschikte bedieningsmodus. Elke keer u op de knop drukt, selecteert u een modus in de volgende volgorde: AUTO, COOL, DRY, FAN, HEAT (afkoelen enkel voor modellen zonder). Het modus- indicatielampje onder de verschillende modusinstel- lingen licht op. Omhoog (+) en Omlaag (-) toetsen Gebruikt om de temperatuurinstellingen aan te passen (verhogen/verlagen) in stappen van 1°C/1°F (of 2 °F) van 17°C/62°F tot 30°C/86°F (of 88°F of de TIMER-instelling van 0-24u.). OPMERKING: De besturing kan de temperatuur weergeven in Fahrenheit of Celsius. Als je van de ene naar de andere wilt overgaan, hou je de omhoog en omlaag toetsen tegelijkertijd ingedrukt gedurende 3 seconden. Fan/Ion-toets (Ion is optioneel) Beheer de ventilatorsnelheid. Druk erop om de ven- tilatorsnelheid te selecteren in vier stappen: LAAG, MED, HOOG en AUTO. Het indicatielichtje voor de ventilatorsnelheid licht op onder de verschillende ventilatorinstellingen. Als u de AUTO-ventilatorsnel- heid selecteert, gaan alle ventilator indicatielichtjes uit. Op sommige modellen, als de AUTO ventilator- snelheid geselecteerd werd, lichten alle ventilator indicatielichtjes op (optioneel). OPMERKING: Druk gedurende 3 seconden op deze toets om de ION-functie te starten. De ionenge- nerator wordt geactiveerd en helpt u om pollen en onzuiverheden uit de lucht te verwijderen en vangt dezeopindelter.Drukgedurende3secondenop deze toets om de ION-functie te stoppen. SLEEP/ECO-toets Gebruikt om de SLEEP/ECO-werking te starten. Aan/Uit-knop Stroomschakelaar aan/uit. LED-display Toont de standaard temperatuur in °C of °F ("°F" niet aangegeven voor sommige modellen) en de auto-timerinstellingen. In de DRY en FAN-modi toont het de kamertemperatuur. Toont de Fout- en beveiligingscodes: E1- kamertemperatuursensor fout E2- Verdamper temperatuursensor fout. E3-Condensator tempera- tuursensor fout (op sommige modellen). E4- Displaypaneel communicatiefout EC-Koelmiddel lekkagedetectie storing (op sommige modellen). P1-Opvangbak is vol-- Sluit de afvoerslang aan en laat het opgevangen water weglopen. Als de beveili- ging zich blijft voordoen, bel dan voor service. Opmerking: Als er zich een van de bovenstaande storingen voordoet, schakel je het apparaat uit en controleer je op eventuele belemmeringen Herstart het apparaat, als de storing nog steeds aanwezig is, schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact. Contacteer de fabrikant of zijn service vertegenwoordigersofeensoortgelijkgekwaliceerd persoon voor onderhoud. Uitlaatslang installatie: De uitlaatslang en adapter moeten worden geïnstal- leerd of verwijderd volgens de gebruiksmodus. Voor COOL, HEAT (warmtepomp type) of AUTO-mo- dus moet de uitlaatslang geïnstalleerd worden. Voor de FAN, DEHUMIDIIFY of HEAT (type elek- trische verwarming) modus moet de uitlaatslang verwijderd worden. NL15 │Werking Bedieningsinstructies COOL-werking -Druk op de "MODE"-toets tot het "COOL" indicatielichtje oplicht. -Druk op de ADJUST-toetsen "+" of "-" om je gewenste kamer- temperatuur te kiezen De temperatuur kan ingesteld worden tussen 17°C~30°C/62°F~86°F (of 88°F). -Druk op de "FAN SPEED"-toets om de ventilatorsnelheid te selecteren. HEAT-werking (koeling alleen op modellen zonder) -Druk op de "MODE"-toets tot het "HEAT" indicatielichtje oplicht. -Druk op de ADJUST-toetsen "+" of "-" om je gewenste kamer- temperatuur te kiezen De temperatuur kan ingesteld worden binnen het bereik van f7°C~30°C/62°F~86°F(of 88°F). -Druk op de "FAN SPEED"-toets om de ventilatorsnelheid te selecte- ren. Bij sommige modellen kan men de ventilatorsnelheid niet aanpassen in de HEAT-modus. DRY-werking -Druk op de "MODE"-toets tot het "DRY" indicatielichtje gaat branden. - In deze modus kunt u de ventilatorsnelheid niet selecteren en ook de temperatuur niet aanpassen De ventilatormotor werkt op laag snelheid. -Hou ramen en deuren gesloten voor het beste ontvochtiging- seffect -Plaats de leiding niet in het raam. AUTO-werking -Als u de airconditioner in de AUTO-modus instelt, zal hij auto- matisch koelen, verwarmen selecteren (koelen alleen model- len zonder) of alleen de ventilator werking, afhankelijk van de door u geselecteerde temperatuur en de kamertemperatuur. -De airconditioner zal de kamertemperatuur automatisch regelen rond het door u ingestelde temperatuurpunt. -In de AUTO-modus kunt u de ventilatorsnelheid niet selecteren. OP- MERKING: In de AUTO-modus lichten bij sommige modellen zowel de AUTO-modus als de indicatielichtjes van de actuele werkingsmodus op. FAN-werking -Druk op de "MODE"-toets tot het "FAN " indicatielichtje gaat branden. -Druk op de "FAN SPEED"-toets om de ventilatorsnelheid te selecteren. De temperatuur kan niet worden aangepast. -Plaats de leiding niet in het raam. TIMER-werking -Als het apparaat aanstaat, drukt u op de knop Timer om het programma Auto-uit stop te starten, het indicatielichtje TIMER UIT licht op. Druk op de Omhoog of Omlaag-toets om de ge- wenste tijd te selecteren Druk binnen de 5 seconden opnieuw op de TIMER-toets en het Auto-aan programma wordt gestart. En het TIMER AAN indicatielichtje licht op Druk op de Om- hoog of Omlaag-toets om de gewenste Auto-aan starttijd te selecteren -Als het apparaat uitstaat, drukt u op de Timer-toets om het programma Auto-aan starten te starten en druk er binnen de vijf seconden nogmaals op om het programma Auto-uit stop te starten. -Druk op of houdt de OMHOOG of OMLAAG toets ingedrukt om de Auto tijd te wijzigen in stappen van 0,5u, tot 10u, daar- na in stappen van 1 u tot 24u. De besturing telt de resterende tijd tot de start af. - Indien er gedurende 5 seconden geen werking plaatsvindt zal het systeem automatisch terugkeren naar de vorige tem- peratuurinstelling. - Als u het apparaat AAN of UIT zet of de timerinstelling op 0,0 instelt, wordt het Auto Start/Stop timer programma geannu- leerd. SLEEP(ECO)-werking -Als op deze knop drukt, zal de geselecteerde temperatuur stijgen (koelen) of dalen (verwarming) met 1°C/2°F (of 1°F) na 30 minuten. De temperatuur zal dan toenemen (koelen) of afnemen (verwarmen) met nog eens 1°C /2°F (of 1°F) na nog eens 30 minuten. Deze nieuwe temperatuur wordt 7 uur aangehouden voordat hij terugkeert naar de oorspronkelijk ge- selecteerde temperatuur. Hiermee wordt de Sleep/Eco modus beëindigd en blijft het apparaat werken zoals het oorspronke- lijk geprogrammeerd werd. OPMERKING: Deze functie kan niet worden gebruikt in de FAN of DRY-modi. Andere functies FOLLOW ME/TEMP SENSING functie (optioneel) OPMER- KING: Deze functie kan ALLEEN worden geactiveerd via de afstandsbediening. De afstandsbediening werkt als een NL16 │Werking thermostaat op afstand en zorgt voor een precieze tempera- tuurregeling op zijn locatie Follow Me/Temp Sensing-functie te activeren, richt je de afstandsbediening naar het apparaat en druk je op de Follow Me/Temp Sensing-toets. De afstands- bediening blijft dit signaal naar de airconditioner verzenden totdat er opnieuw op de Follow Me/Temp Sensing-toets wordt gedrukt Als het apparaat geen Follow Me/Temp Sensing-sig- naal ontvangt tijdens een interval van 7 minuten, sluit het apparaat de Follow Me/Temp Sensing-modus af. OPMERKING: Deze functie kan niet worden gebruikt in de FAN of DRY-modi. AUTO-HERSTART Als het apparaat onverwachts stopt omwille van een stroomonderbreking, wordt het automatisch herstart met de vorige functie-instelling als er opnieuw stroom is.
LUCHTSTROOM RICHTING AANPASSING
De jaloezie kan automatisch worden aangepast. Pas de lucht stroom richting automatisch aan: -Als de stroom aanstaat gaat de jaloezie volledig open. - Druk op de SWING-toets op het paneel of op de afstandsbe- diening om de functie Auto Swing in te schakelen. De jaloezie zal automatisch omhoog en omlaag schommelen. -Gelieve de jaloezie niet handmatig aan te passen. WACHT 3 MINUTEN VOOR HET HERVATTEN VAN DE WERKING Nadat het apparaat gestopt is, kan het de eerste 3 minuten niet opnieuw worden gebruikt. Dit dient om het apparaat te beschermen. De werking start automatisch na 3 minuten. STROOMBEHEER functie (voor sommige modellen) Als de omgevingstemperatuur gedurende een bepaalde tijd lager is dan de ingestelde temperatuur, zal het apparaat automatisch de energiebesparingsvoorziening gebruiken. De compressor en ventilatormotor stoppen. Als de omgevings- temperatuur hoger is dan de ingestelde temperatuur, sluit het apparaat automatisch de energiebesparingsvoorziening af. De compressor en(of) de ventilatormotor draaien. OPMERKING: Voor eenheden met stroombeheer lichtje, zal het lichtje oplichten onder deze functie. Afvoer van water -Verwijder tijdens ontvochtigen de aftapplug aan de achterkant van het apparaat, installeer de afvoer aansluiting (5/8 "uni- versele vrouwelijke afsluitklem) met 3/4" slang (lokaal aan te kopen). Voor de modellen zonder afvoeraansluiting, bevestig je gewoon de afvoerslang op het gat. Plaats het open uiteinde van de slang recht boven het afvoergebied in je kelder. Verwijder de bovenste aftapplug Verwijder de bovenste aftapplug Doorlopende afvoerslang Doorlopende afvoerslang
- Verwijder in de pomp verwarmingsmodus de onderste aftapplug aan de achterkant van het apparaat, installeer de afvoer aansluiting (5/8 "universele vrouwelijke afsluitklem) met 3/4" slang (lokaal aan te kopen). Voor de modellen zonder afvoeraansluiting, bevestig je gewoon de afvoerslang op het gat. Plaats het open uiteinde van de slang recht boven het afvoergebied in je kelder. OPMERKING: Zorg ervoor dat de slang vast is gemaakt opdat er geen lekkage is. Richt de slang in de richting van de afvoer, zorg ervoor dat er geen kronkels zijn in de slang die het water doen stoppen met vloeien. Plaats het einde van de slang in de afvoer en zorg ervoor dat het einde van de slang op peil isoflageropdathetwatervlotkanvloeien.(Zieguurmet . Laat dit nooit op.(Zie Figuur met ). Als de doorlopende afvoerslang niet wordt gebruikt, moet je ervoor zorgen dat de aftapplug en de knop stevig geïnstalleerd zijn om lekkage te voorkomen. Verwijder de onderste aftapplug Verwijder de onderste aftapplug Doorlopende afvoerslang Doorlopende afvoerslang afvoerslang adapter afvoerslang adapter
NL17 bezorglift <1,8 m afvoerslang adapter afvoerslang adapter Druk de net- snoer gesp in het achterste deksel. -Als het waterniveau van de opvangbak een vooraf bepaald niveau bereikt, piept het apparaat 8 keer, het digitale display toont "P1". Op dit moment stopt het airconditioning/ontvochtigen proces onmid- dellijk. De ventilatormotor blijft echter werken (dit is normaal). Verplaats het apparaat voorzichtig naar een afvoerlocatie, verwijder de onderste aftapplug en laat het water weglopen. Plaats de onderste aftapplug terug en herstart het apparaat totdat het "P1" - symbool verdwijnt. Als de fout zich blijft voor- doen, bel je voor service. OPMERKING: Wees zeker dat u de onderste aftapstekker opnieuw geïnstalleerd is om lekkage te vermijden voor het gebruik van de eenheid. | Onderhoud WAARSCHUWING: -Trek de stekker altijd uit het stopcontact voor het reinigen of onderhoud. -Gebruik GEEN ontvlambare vloeistoffen of chemicaliën om het apparaat te reinigen -Was het apparaat NIET onder stro- mend water. Dit zorgt voor elektrische gevaren -Gebruik de machine NIET als het netsnoer tijdens het reini- gen beschadigd werd. Een beschadigd netsnoer moet worden vervangen door een nieuw snoer van de fabrikant Reinigdeluchtlter Bovenste lter(uitha- len) Bovenste luchtlter (uithalen) Verwijder de schroef en haal het onder- steltereruit. Onderste luchtlter (uithalen)
Verwijderdeluchtlter LET OP Gebruik
het apparaat zullen verstoppen en de prestaties verminderen NL18 │Foutdiagnose Controleer de machine aan de hand van de onderstaande tabel voordat je om onderhoud vraagt: Probleem Mogelijke Oorzaak Probleemoplossing Het apparaat gaat niet aan wanneer op de AAN/UIT-toets gedrukt wordt P1 Foutcode De water opvangbak is vol. Schakel het apparaat uit, laat het water uit de water opvangbak wegvloeien en herstart het apparaat. In de COOL-modus: de kamertemperatuur is lager dan de ingestelde temperatuur Stel de temperatuur opnieuw in Het apparaat koelt niet goed Deluchtlterisverstoptmetstofofdieren- haar Schakelhetapparaatuitenreinigdelter volgens de instructies De uitlaatslang is niet aangesloten of is verstopt Schakel het apparaat uit, ontkoppel de slang, controleer op verstopping en sluit de slang opnieuw aan Het apparaat heeft een tekort aan koel- middel Bel een servicemonteur om het apparaat te inspecteren en koelmiddel bij te vullen De temperatuurinstelling is te hoog Verlaag de ingestelde temperatuur De ramen en deuren in de kamer staan open Zorg ervoor dat alle ramen en deuren dicht zijn De kamer is te groot Controleer het koelgebied nogmaals Er zijn warmtebronnen in de kamer Verwijder de warmtebronnen indien mogelijk Het apparaat maakt veel lawaai en trilt te veel De grond is niet vlak Plaats het apparaat op een vlak, waterpas oppervlak Deluchtlterisverstoptmetstofofdieren- haar Schakelhetapparaatuitenreinigdelter volgens de instructies Het apparaat maakt een gorgelend geluid Dit geluid wordt veroorzaakt door het stro- men van koelmiddel in het apparaat Dit is normaal │Onderhoud Onderhoudstips -Zorgervoordatjedeluchtlterelke2wekenrei- nigt voor optimale prestaties. -De water opvang- bak moet onmiddellijk worden leeggemaakt nadat de P1-fout zich voordeed en vóór het opbergen om schimmel te voorkomen. In huishoudens met dieren moet je het rooster periodiek afvegen om een verstopte luchtstroming door dierlijk haar te voorkomen. Het apparaat reinigen Reinig het apparaat met een vochtige, pluisvrije doek en een mild reinigingsmiddel. Droog het apparaat met een droge, pluisvrije doek. Berg het apparaat op als het niet gebruikt wordt Laat de water opvangbak van het apparaat leeglopen volgens de instructies in de volgende sectie. -Laat het apparaat gedurende 12 uur draaien in een warme kamer in de FAN-modus om schimmel te voorkomen. -Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact. -Reinigdeluchtltervolgensdeinstructiesinde vorigesectie.Installeerdeschone,drogelter opnieuw voordat je het opbergt. -Haal de batterijen uit de afstandsbediening. Berg het apparaat op, op een koele, donkere plaats. Blootstelling aan direct zonlicht of extreme hitte kan de levensduur van het apparaat verkor- ten. OPMERKING: De kast en de voorkant kunnen worden afgestoft met een olievrije doek of gewas- sen worden met een doek die bevochtigd werd met een oplossing van warm water en een mild vloeibaar afwasmiddel. Spoel grondig af en wrijf droog. Gebruik nooit agressieve reinigingsmid- delen, was of boenmiddel op de voorkant van de kast. Zorg ervoor dat je overtollig water uit de doek wringt voordat je de bedieningselementen schoonveegt. Overtollig water in of rond de bedieningselemen- ten kan het apparaat beschadigen. NL19 │Ontwerp- en conformiteit-aantekeningen Ontwerp Aantekening Hetontwerpendespecicatieskunnengewijzigdwordenzondervoorafgaandelijkekennisgeving omwille van productverbetering. Raadpleeg het verkoop agentschap of de fabrikant voor details. Elke update aan de handleiding zal geüpload worden op de servicewebsite, kijk alstublieft hierop voor de nieuwste versie. Energieclassicatie Informatie Deenergieclassicatievoorditapparaatisgebaseerdopeeninstallatiemeteenniet-verlengdeafvoer- leiding zonder raam schuifregelaar adapter of muur uitlaat adapter A (zoals weergegeven in de sectie Installatie van deze handleiding). Apparaat Temperatuurbereik Modus Temperatuurbereik Cool 17-35°C (62-95°F) Dry 13-35°C (55-95°F) Heat (pomp verwarmingsmodus) 5-30°C (41-86°F) Heat (elektrische verwarmings- modus) ≤30°C(86°F) OPMERKING: Conform EN 61000-3-11, dient het product MPPDB-12HRN7-QB6G1 enkel te worden verbonden met een voeding van de systeem impedantie: |Zsys|=0.348 ohms of minder, het product MPPDB-12CRN7-QB6G1 dient verbonden te worden naar een voeding met de systeem impedantie: | Zsys|=0.362 ohms of minder. Alvorens het product te verbinden met een publiek stroomnetwerk, neem contact op met de lokale stroomvoorziening autoriteiten om ervoor te zorgen dat het stroomnetwerk voldoet aan de bovenstaande vereisten. NL20 │Sociale Opmerking Als u deze luchtontvochtiger gebruikt in Europese landen, moet de volgende informatie opgevolgd worden: VERWIJDERING: Gooi dit product niet weg als ongesorteerd stedelijk afval. Het afzonderlijk inzamelen van dit soort afval voor speciale behandeling is noodzakelijk. Het is verboden om dit toestel weg te gooien met het huishoudelijk afval. Er zijn verschillende mogelijkheden voor het verwijderen ervan: A) De stad heeft inzamelsystemen ingesteld waar elektronisch afval gratis door de gebruiker kan wor- den afgevoerd. B) Als u een nieuw product koopt zal de winkelier het oude product gratis terugnemen. C) De fabrikant zal het oude toestel gratis terugnemen voor verwijdering ervan. D) Aangezien oude producten waardevolle grondstoffen bevatten kunnen ze verkocht worden aan schroothandelaars. Het zomaar weggooien van afval in bossen en Velden brengt uw gezondheid in gevaar omdat gevaar- lijke stoffen in het grondwater kunnen lekken en zo hun weg naar de voedselketen vinden. info-meg@midea.com Email Midea Europe GmbH Ludwig-Erhard-Straße 14 65760 Eschborn Tel 06196-9020 0
Notice-Facile