MAKITA TW008GZ - Schroevendraaier

TW008GZ - Schroevendraaier MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis TW008GZ MAKITA in PDF-formaat.

📄 100 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MAKITA TW008GZ - page 43
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : TW008GZ

Categorie : Schroevendraaier

Download de handleiding voor uw Schroevendraaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TW008GZ - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TW008GZ van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING TW008GZ MAKITA

Accuslagmoersleutel GEBRUIKSAANWIJZING 43

Gemiddelde slagkrachtinstelling (2)

Gemiddelde slagkrachtinstelling (2)

Totale lengte (met accu BL4040) 170 mm Nominale spanning Max.36V-40Vgelijkspanning Nettogewicht 2,7 - 3,9 kg

  • Inverbandmetononderbrokenresearchenontwikkeling,behoudenwijonshetrechtvoordebovenstaande technischegegevenszondervoorafgaandekennisgevingtewijzigen.
  • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
  • Hetgewichtkanverschillenafhankelijkvandehulpstukken,waaronderdeaccu.Delichtsteenzwaarstecom- binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL4020* / BL4025* / BL4040* / BL4050F / BL4080F

Sommigevandehierbovenvermeldeaccu’senladerszijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaruwoont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. Gebruiksdoeleinden Dit gereedschap is bedoeld voor het vastdraaien van bouten en moeren. Geluidsniveau Detypische,A-gewogengeluidsniveauszijngemeten volgens EN62841-2-2: Model TW007G Geluidsdrukniveau (L

): 108 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n)is/zijngemetenvolgenseenstandaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schaptevergelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheids- maatregelen worden getro󰀨en ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de bloot- stelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).44 NEDERLANDS Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-2-2: Model TW007G Gebruikstoepassing: bevestigen met behulp van slag- werking van bevestigingsmiddelen tot de maximale capaciteit van het gereedschap Trillingsemissie (a

Model TW008G Gebruikstoepassing: bevestigen met behulp van slag- werking van bevestigingsmiddelen tot de maximale capaciteit van het gereedschap Trillingsemissie (a

OPMERKING:Detotaletrillingswaarde(n)is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkom- standigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedu

rende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). EG-verklaring van conformiteit Alleen voor Europese landen DeEG-verklaringvanconformiteitisbijgevoegdals BijlageAbijdezegebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids- waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens behorend bij dit elektrische gereedschap aandachtig door. Als u niet alle onder- staandeaanwijzingennaleeft,kandatresulterenin brand, elektrische schokken en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor een accuslagmoersleutel

1. Houd elektrisch gereedschap vast bij het

geïsoleerde oppervlak van de handgrepen wanneer u werkt op plaatsen waar het beves- tigingsmateriaal in aanraking kan komen met verborgen bedrading. Wanneer bevestigingsma- terialen in aanraking komen met onder spanning staande draden, zullen de niet-geïsoleerde meta- len delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schokkankrijgen.

2. Draag oorbeschermers.

3. Controleer de slagdop nauwkeurig op slijtage,

scheuren of beschadiging alvorens deze op het gereedschap te monteren.

4. Houd het gereedschap stevig vast.

5. Houd uw handen uit de buurt van draaiende

6. Raak de slagdop, de bout, de moer of het

werkstuk niet onmiddellijk na gebruik aan.Zij kunnenbijzonderheetzijnenbrandwondenopuw huid veroorzaken.

7. Zorg ervoor dat u stevig staat op een vast

ondergrond. Bij gebruik van het gereedschap op een hoge plaats dient u ervoor te zorgen dat niemand beneden u aanwezig is.

8. Het juiste aandraaimoment kan verschillen

afhankelijk van de soort en maat van de bout. Controleer het aandraaimoment met een momentsleutel.

9. Verzeker u ervan dat er geen elektriciteitska-

bels, waterleidingen, gasleidingen, enz. zijn die een gevaarlijke situatie zouden kunnen veroorzaken als ze worden beschadigd door het gebruik van dit gereedschap. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betref- fende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstige verwondingen.45 NEDERLANDS Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu

1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op

(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.

2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem

niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu

aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplo󰀩ng veroorzaken.

4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-

men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.

5. Voorkom kortsluiting van de accu:

(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.

6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de

accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.

7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-

neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontplo󰀨en in het vuur.

8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,

snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp.Dergelijkehande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

9. Gebruik nooit een beschadigde accu.

10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn

onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke sto󰀨en. Voorcommercieeltransportendergelijkedoor derden en transporteurs moeten speciale vereis- ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerdishetnoodzakelijkeenexpertop hetgebiedvangevaarlijkesto󰀨enteraadplegen. Houdutevensaanmogelijkstrengerenationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.

11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert

u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.

12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-

schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.

13. Als u het gereedschap gedurende een lange

tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.

14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-

den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.

15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap

niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.

16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond

vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar- doorbrandwondenofpersoonlijkletselkunnen ontstaan.

17. Behalve indien gebruik van het gereedschap

is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.

18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’sdiezijngewijzigd,kanertoeleidendatdeaccu ontploftenbrand,persoonlijkletselenschadeveroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu

1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen

is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.

2. Laad een volledig opgeladen accu nooit

opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.

3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-

tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.

4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u

hem vanaf het gereedschap of de lader.

5. Laad de accu op als u deze gedurende een

lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.46 NEDERLANDS

FUNCTIES LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijkletselwordenveroorzaakt. ►Fig.1: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu Omdeaccuteverwijderenverschuiftudeknopaande voorkantvandeaccuenschuiftutegelijkertijddeaccu uit het gereedschap. Omdeaccuaantebrengenlijntudelipopdeaccuuitmetde groefindebehuizingenduwtudeaccuopzijnplaats.Steek deaccuzovermogelijkinhetgereedschaptotueenklikge- luid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangege- ven in de afbeelding, is de accu niet geheel vergrendeld. LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Als deaccunietgemakkelijkinhetgereedschapkanwor- den geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. Gereedschap-/accubeveiligingssysteem Het gereedschap is voorzien van een gereedschap-/ accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt auto- matisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschapkantijdenshetgebruikautomatischstop- pen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Wanneer het gereedschap/de accu wordt bediend op een manier waarop een abnormaal hoge stroomsterkte wordt getrokken, stopt het gereedschap automatisch. Wanneer dat gebeurt, schakelt u het gereedschap uit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat het gereedschap oververhit raakte. Schakel vervolgens het gereedschap in om het weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Wanneer het gereedschap of de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch en knippert de lamp. Laat in die situatie het gereedschap afkoelen voordat u het gereedschap weer inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading onvoldoende is, stopt het gereed- schapautomatisch.Indithetgevalverwijdertudeaccu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op. De resterende acculading controleren Druk op de testknop op de accu om de resterende acculadingtezien.Deindicatorlampjesbrandengedu- rende enkele seconden. ►Fig.2: 1.Indicatorlampjes2. Testknop Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Laad de accu op. Er kan een storingzijn opgetreden in de accu. OPMERKING:Afhankelijkvandegebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijkdatdeaangegevenacculadingverschiltvande werkelijkeacculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator- lampjeknippertwanneerhetaccubeveiligingssys- teem in werking is getreden. De trekkerschakelaar gebruiken ►Fig.3: 1. Trekkerschakelaar LET OP: Alvorens de accu in het gereed- schap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand “OFF”. Omhetgereedschaptestarten,knijptugewoonde trekkerschakelaar in. Hoe harder u de trekkerscha- kelaarinknijpt,hoesnellerhetgereedschapdraait. Laat de trekkerschakelaar los om het gereedschap te stoppen. OPMERKING: Het gereedschap stopt automatisch wanneer u de trekkerschakelaar gedurende ongeveer 6 minuten ingeknepen houdt. OPMERKING: Wanneer de maximaal-toerentalfunc- tie is ingeschakeld, wordt de draaisnelheid het hoogst, zelfs als u de trekkerschakelaar niet helemaal inknijpt. Raadpleeg voor gedetailleerde informatie het tekst- deel over de maximaal-toerentalfunctie.47 NEDERLANDS De lamp op de voorkant gebruiken LET OP: Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron. ►Fig.4: 1. Lamp ►Fig.5: 1. Knop Om de lampstatus in te schakelen, houdt u de knop gedurende één seconde ingedrukt. Om de lampstatus uit te schakelen, houdt u de knop nog- maals gedurende één seconde ingedrukt. Alsdelampstatusisingeschakeld,knijptudetrek- kerschakelaar in om de lamp in te schakelen. Om uit te schakelen, laat u hem los. Ongeveer 10 seconden nadat u de trekkerschakelaar hebt losgelaten, gaat de lamp uit. Wanneer de lampstatus uitgeschakeld is, zal de lamp nietgaanbranden,ookalknijptudetrekkerschakelaar in. OPMERKING: Om de lampstatus te controleren, knijptudetrekkerschakelaarin.Alsdelampgaat brandenwanneerudetrekkerschakelaarinknijpt,is de lampstatus ingeschakeld. Als de lamp niet gaat branden, is de lampstatus uitgeschakeld. OPMERKING: Wanneer het gereedschap oververhit is, knippert het licht gedurende een minuut waarna het LED-display uit gaat. In dat geval laat u het gereedschap afkoelen alvorens het weer in gebruik te nemen. OPMERKING: Gebruik een droge doek om vuil van de lens van de lamp af te vegen. Wees voorzichtig dat u de lens van de lamp niet bekrast omdat dan de verlichting minder wordt. OPMERKING: U kunt de lampstatus niet omschake- len, zolang de trekkerschakelaar wordt ingeknepen. OPMERKING: Ongeveer 10 seconden na het losla- ten van de trekkerschakelaar kunt u de lampstatus omschakelen. De omkeerschakelaar bedienen ►Fig.6: 1. Omkeerschakelaar LET OP: Controleer altijd de draairichting alvorens het gereedschap te starten. LET OP: Verander de stand van de omkeer- schakelaar alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Als u de draairichting verandertterwijlhetgereedschapnogdraait,kanhet gereedschap beschadigd raken. LET OP: Zet de omkeerschakelaar altijd in de neutrale stand wanneer u het gereedschap niet gebruikt. Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor het veranderen van de draairichting. Druk de omkeerscha- kelaar in vanaf kant A voor de draairichting rechtsom, of vanaf kant B voor de draairichting linksom. Wanneer de omkeerschakelaar in de neutrale stand staat, kan de trekkerschakelaar niet worden ingeknepen.48 NEDERLANDS De bedieningsfunctie veranderen Wijzigen van de slagkracht U kunt de slagkracht in vier stappen instellen: 4 (maximaal), 3 (hard), 2 (gemiddeld) en 1 (zacht). Zo kunt u de beste aandraaikracht voor het te verrichten werk kiezen. Het niveau van de slagkracht verandert elke keer wanneer u op de knop drukt. U kunt de slagkracht veranderen binnen ongeveer een minuut nadat u de trekkerschakelaar hebt losgelaten. OPMERKING:Ukuntdetijdsduurgedurendewelkeudeslagkrachtkuntveranderenverlengenmetongeveeréén minuut door op de knop of de knop te drukken. ►Fig.7 Bedieningsfunctie (Slagkrachtniveau aangegeven op het bedieningspaneel) Maximaal aantal slagen Doel 4 (maximaal)

Vastdraaien met de maximale kracht en snelheid. Vastdraaienwanneerkrachtensnelheidgewenstzijn. 3 (hard)

Vastdraaien met minder kracht en snelheid dan in de Maximaal-stand(gemakkelijkertecontrolerendaninde Maximaal-stand). Vastdraaienwanneerkrachtensnelheidgewenstzijn. 2 (gemiddeld)

Vastdraaienwanneereengoedeafwerkingnoodzakelijkis. Vastdraaien wanneer u voldoende en doseerbare kracht nodig hebt. 1 (zacht)

Vastdraaien met minder kracht om schroefdraadbreuk te vermijden. Vastdraaienwanneerupreciesmoetkunnenbijregelenbij kleine maat bouten. :Hetlampjebrandt. OPMERKING:Alsgeenvandelampjesophetbedieningspaneelbrandt,knijptudetrekkerschakelaareenmaalin voordat u op de knop drukt. OPMERKING:Allelampjesophetbedieningspaneelgaanzijnwanneerhetgereedschapisuitgeschakeldom acculading te besparen. De grootte van de slagkracht kan worden gecontroleerd door de trekkerschakelaar heel lichtinteknijpenzodathetgereedschapnognietinwerkingtreedt.49 NEDERLANDS De bedieningsfunctie veranderen Ditgereedschapisuitgerustmetmeerderegebruiksvriendelijkebedieningsfunctiesvoorhetindraaienvanbouten met nauwkeurige controle. Het type bedieningsfunctie verandert elke keer wanneer u op de knop drukt. U kunt de bedieningsfunctie veranderen binnen ongeveer een minuut nadat u de trekkerschakelaar hebt losgelaten. OPMERKING:Ukuntdetijdsduurgedurendewelkeudebedieningsfunctiekuntveranderenverlengenmetonge- veer één minuut door op de knop of de knop te drukken. ►Fig.8 Bedieningsfunctie (Hulpfunctie aangegeven op het bedieningspaneel) Werking Doel Boutfunctie Rechtsom Deze functie helpt om continu schroeven erin te draaien met hetzelfde aandraaimoment. Deze functie helpt ook de kans te verkleinen dat de bouten/moeren breken als gevolg van te strak vastdraaien. Linksom Dezefunctiehelptvoorkomendateenbouterafvalt.Bijhet losdraaienvaneenboutwaarbijhetgereedschaplinksom draait, zal het gereedschap automatisch stoppen of lang- zamer gaan draaien zodra de bout/moer voldoende los zit. OPMERKING: De timing waarmee het indraaien stopt is afhankelijk van het type bout/moer en het materiaal waarin wordt gedraaid. Test het indraaien voordat u deze functie gebruikt. Rechtsom Voorkomen dat bouten te strak worden vastgedraaid. Linksom Losdraaien van bouten. Boutfunctie (1) Rechtsom Het gereedschap stopt automatisch zodra de slagwerking is begonnen. Linksom De slagkracht is 4. Het gereedschap stopt automatisch zodra de slagwerking is gestopt.

Boutfunctie (2) Rechtsom Het gereedschap stopt automatisch ongeveer 0,5 seconde na het moment waarop de slagwerking is begonnen. Linksom De slagkracht is 4. Het gereedschap stopt automatisch ongeveer 0,2 seconde na het moment waarop de slagwer- king is gestopt.

Boutfunctie (3) Rechtsom Het gereedschap stopt automatisch ongeveer 1 seconde na het moment waarop de slagwerking is begonnen. Linksom Het gereedschap gaat langzamer draaien nadat de slag- werking is gestopt.

:Hetlampjebrandt. OPMERKING:Alsgeenvandelampjesophetbedieningspaneelbrandt,knijptudetrekkerschakelaareenmaalin voordat u op de knop drukt. OPMERKING:Allelampjesophetbedieningspaneelgaanzijnwanneerhetgereedschapisuitgeschakeldom acculading te besparen. Het type bedieningsfunctie kan worden gecontroleerd door de trekkerschakelaar heel licht inteknijpenzodathetgereedschapnognietinwerkingtreedt.50 NEDERLANDS Maximaal-toerentalfunctie ►Fig.9: 1. Knop 2.Lampje Wanneer de maximaal-toerentalfunctie is ingeschakeld, wordt het toerental van het gereedschap het hoogst, zelfsalsudetrekkerschakelaarniethelemaalinknijpt. Wanneer de maximaal-toerentalfunctie is uitgescha- keld, neemt het toerental van het gereedschap toe naar mateudetrekkerschakelaarverderinknijpt. Om de maximaal-toerentalfunctie in te schakelen, houdt u de knop ingedrukt. Om de maximaal-toe- rentalfunctie uit te schakelen, houdt u nogmaals de knop ingedrukt. Hetlampjebrandtterwijldemaximaal-toerentalfunctie is ingeschakeld. OPMERKING:Demaximaal-toerentalfunctieblijft ingeschakeld ook wanneer de slagkrachtfunctie of automatisch-stoppenfunctie wordt veranderd. Elektronische functie Elektrische rem Dit gereedschap is voorzien van een elektrische rem. Als het gereedschap continu niet snel stopt met werken nadat de trekkerschakelaar is losgela- ten, laat u het gereedschap onderhouden door een Makita-servicecentrum. MONTAGE LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. Selecteren van de juiste slagdop Gebruikaltijddejuistemaatslagdopvoorhetvast- draaien van bouten en moeren. Het gebruik van een slagdop met een verkeerde maat zal een onnauwkeurig en onregelmatig aandraaimoment en/of beschadiging van de bout of moer tot gevolg hebben. Een slagdop aanbrengen of verwijderen Optioneel accessoire LET OP: Zorg ervoor dat de slagdop en het bevestigingsdeel niet beschadigd zijn voordat u de slagdop aanbrengt. LET OP: Nadat u de slagdop hebt aange- bracht, controleert u of deze stevig vast zit. Als deze eraf komt, mag u hem niet gebruiken. OPMERKING: De manier waarop de slagdop wordt aangebrachtverschiltafhankelijkvanhettypevier- kanteaandrijfkopvanhetgereedschap. Gereedschap met een ringveer Model TW007G Voor een slagdop zonder O-ring en pen ►Fig.10: 1. Slagdop 2.Vierkanteaandrijfkop

Duwdeslagdopopdevierkanteaandrijfkoptothijop zijnplaatswordtvergrendeld. Omdeslagdopteverwijderen,trektudezegewoon eraf. Voor een slagdop met O-ring en pen ►Fig.11: 1. Slagdop 2. O-ring 3. Pen VerwijderdeO-ringuitdegroefindeslagdopenverwij- der daarna de pen uit de slagdop. Plaats de slagdop op devierkanteaandrijfkopzodathetgatindeslagdopis uitgelijndmethetgatindevierkanteaandrijfkop. Steek de pen door het gat in de slagdop en het gat in devierkanteaandrijfkop.BrengdaarnadeO-ringweer opzijnoorspronkelijkeplaatsindegroefindeslagdop aan,zodatdepenopzijnplaatswordtgehouden. Omdeslagdopteverwijderen,voertudezeprocedure in omgekeerde volgorde uit. Gereedschap met een arrêteerpen Model TW008G Voor gereedschap met een arrêteerpen voor licht bevestigen ►Fig.12: 1. Slagdop 2. Gat 3.Vierkanteaandrijfkop

Omdedopaantebrengen,lijntuhetgatindezijkant van de dop uit met de arrêteerpen op de vierkante aandrijfkopendruktuhemvervolgensopdevierkante aandrijfkoptotdatdieopzijnplaatsvastklikt.Indien nodig licht aantikken. Omdedopteverwijderen,trektuhemgewooneraf. Voor gereedschap met een arrêteerpen voor stevig bevestigen Optioneel accessoire ►Fig.13: 1. Slagdop 2. Gat 3.Vierkanteaandrijfkop

Omdedopaantebrengen,lijntuhetgatindezijkant van de dop uit met de arrêteerpen op de vierkante aandrijfkopendruktuhemvervolgensopdevierkante aandrijfkoptotdatdieopzijnplaatsvastklikt.Indien nodig licht aantikken. Omdedopteverwijderen,druktudearrêteerpenin door het gat in de dop en trekt u de dop van de vier- kanteaandrijfkopaf. OPMERKING: De arrêteerpen voor stevig aanbren- gen kan de dop te stevig vasthouden om hem te kunnenverwijderen. Druk in dat geval de arrêteerpen voor stevige beves- tigen volledig in en trek de dop van de vierkante aandrijfkopaf.51 NEDERLANDS De haak aanbrengen WAARSCHUWING: Gebruik de opgang-/ bevestigingsmiddelen alleen waarvoor ze bedoeld zijn, d.w.z. ophangen aan een gereedschapsgor- del tussen werkzaamheden of tijdens pauzes. WAARSCHUWING: Wees voorzichtig dat de haak niet overbelast wordt aangezien een te hoge kracht of onregelmatige overbelasting kan leiden tot beschadiging van het gereedschap met per- soonlijk letsel tot gevolg. LET OP: Als u de haak aanbrengt, bevestigt u deze altijd stevig met de schroef. Als u dit niet doet, kandehaaklosrakenentotpersoonlijkletselleiden. LET OP: Verzeker u ervan dat het gereed- schap veilig hangt voordat u het loslaat. Door onzorgvuldig of ongebalanceerd ophangen kan het gereedschaperafvallenenpersoonlijkletselworden veroorzaakt. ►Fig.14: 1. Gleuf 2. Haak 3. Schroef Dehaakishandigomhetgereedschaptijdelijkop tehangen.Dehaakkanaaniederezijkantvanhet gereedschap worden bevestigd. Om de haak te beves- tigen,steektudezeineengleufopeenzijkantenzet u hem vast met de schroef. Om de haak eraf te halen, draait u de schroef los en haalt u de haak eraf. Ring Afhankelijk van het land LET OP: Alvorens de ring te gebruiken, zorgt u er voor dat de beugel en ring goed bevestigd en niet beschadigd zijn. LET OP: Gebruik de onderdelen voor ophan- gen of monteren uitsluitend waarvoor ze zijn bedoeld. Het gebruik voor onbedoelde doeleinden kanleidentoteenongevalofpersoonlijkletsel. ►Fig.15: 1. Beugel 2. Ring 3. Bouten De ring is handig om het gereedschap op te hangen aan een takel. Steek eerst het touw door de ring. Hang daarna het gereedschap hoog in de lucht met de takel. BEDIENING LET OP: Druk de accu altijd stevig aan totdat hij op zijn plaats vastklikt. Wanneer het rode deel zichtbaar is, is de accu niet geheel vergrendeld. Schuif hem er helemaal in totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en letsel veroor- zakenbijuofandereninuwomgeving. ►Fig.16 Houd het gereedschap stevig vast en plaats de slagdop over de bout of moer. Schakel het gereedschap in en draaivastgedurendedejuisteaandraaitijd. Hetjuisteaandraaimomentkanverschillenafhankelijk van het soort en de maat van de bout, het materiaal van het te bevestigen werkstuk, enz. De verhouding tussen hetaandraaimomentendeaandraaitijdisaangegeven indegraeken. Juiste aandraaimoment voor een standaardbout met maximale slagkrachtinstelling (4)

M22 M24 1.Aandraaitijd(seconden)2. Aandraaimoment Juiste aandraaimoment voor een bout met hoge trekvastheid met maximale slagkrachtinstelling (4) (kgf•cm) N•m

1.Aandraaitijd(seconden)2. Aandraaimoment OPMERKING: Houd het gereedschap recht voor de bout of moer. OPMERKING: Een buitensporig hoog aandraaimo- ment kan de bout/moer of slagdop beschadigen. Voordatuaanhetwerkgaat,dientualtijdevenproef tedraaien,omdejuisteaandraaitijdvooruwboutof moer te bepalen. OPMERKING: Als u het gereedschap onafgebroken hebt gebruikt totdat de accu helemaal leeg is, laat u het gereedschap eerst 15 minuten rusten voordat u doorgaat met een andere accu.52 Het aandraaimoment wordt beïnvloed door een groot aantal verschillende factoren, waaronder de volgende. Controleernahetvastdraaienaltijdhetaandraaimo- ment met een momentsleutel.

1. Wanneerdeaccubijnaleegis,neemtdespanning

  • Het gebruik van een slagdop van een ver- keerde maat zal resulteren in een lager aandraaimoment.
  • Eenversletenslagdop(slijtageaanhetzes- kantig of vierkante uiteinde) zal resulteren in een lager aandraaimoment.
  • Zelfswanneerhetkoppelcoë󰀩ciëntover- eenkomtmetdeboutklasse,hangthetjuiste aandraaimoment af van de boutdiameter.
  • Zelfswanneerdeboutdiametersgelijkzijn, hangthetjuisteaandraaimomentafvan hetkoppelcoë󰀩ciënt,deboutklasseende boutlengte.

4. Door het gebruik van een universeelkoppeling of

verlengstuk zal de aandraaikracht van de slag- moersleutelietslagerzijn.Hiervoorkuntucom- penseren door wat langer aan te draaien.

5. De manier van vasthouden van het gereedschap

en de positie waar de schroef in het materiaal wordt gedraaid, hebben een invloed op het aandraaimoment.

6. Bijlageretoerentallenwordtookhetaandraaimo-

ment kleiner. ONDERHOUD LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoudofafstellingentewordenuitgevoerdbijeen erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijdmetgebruikvanMakita-vervangingsonderdelen. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven.Bijgebruikvanandereaccessoiresof hulpstukkenbestaathetgevaarvanpersoonlijkelet- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenstumeerbijzonderhedenoverdezeacces- soires,neemdancontactopmethetplaatselijke Makita-servicecentrum.

  • Set van pen 4 (alleen voor TW008G)
  • Originele Makita accu’s en acculaders OPMERKING:Sommigeitemsopdelijstkunnen zijninbegrepenindedoosvanhetgereedschapals standaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.