Tornado 5108 HW - Grasmaaier STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Tornado 5108 HW STIGA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Tornado 5108 HW STIGA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Tornado 5108 HW - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Tornado 5108 HW van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING Tornado 5108 HW STIGA
LET OP! Vooraleer de machine te gebruiken, lees aandachtig deze handleiding


ITALIANO - Istruzioni Originali IT
БьлГAPСИ - Иструкция заEkспloатуця BG
BOSANSKI - Prijevod originalinh uputa BS
CESKY - Překlad původniho námodu k používáni CS
DANSK - Oversættelse af den originale brugsanvising DA
DEUTSCH - Übersetzung der Originalbetriebsanleitung DE
EAAHNIKA - Mεταφραη των πρωτοῦν σθηγιων
EN
ESPANOL-Traduccion del Manual Original
EESTI - Algupärase kasutusjuhendi tölge ET
SUOMI - Alkuperäisten ohjeiden käannös FI
FRANÇAIS - Traduction de la notice originale
HRVATSKI - Prijevod originalinh uputa
MAGYAR - Eredeti hasznalati utasitas forditasa HU
LIETUVISKAI - Originaliuj instrukciju vertimas
LATVIEŠU - Instrukciju tulkojums no original valodas
MAKEHOHCHN-ПпeвOD ha opuHaJIHnTe ynaTCTBa MK
NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
NORSK-Oversettelse av den originale bruksanvisingen
POLSKI - Tlumaczenie instrukcji oryginalnej PL
PORTUGUES - Traducao do manual original
ROMAN-Traducerea manualului fabricantului RO
PUCCHN - IpeBOD opnHaJIbHbIX INcTpyKcI
SLOVENSKY - Preklad pôvodného námodu na použitie
SLOVENsCINA - Prevod izvirnih navodil
SRPSKI - Prevod originalnih uputstva
SVENSKA - Oversättning av bruksanvisning i original
TURKCE - Original Talimatlarin Tercümesi







































6.7

8.1










[40] ACCESSORI
Voor de motor en de batterij wordt verwezen maar de relatieve handleidingen.
INHOUDSOPGAVE
- VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN 1
- LEER DE MACHINE KENNEN 5
- HET UITPAKKEN EN MONTEREN 6
4.BEDIENINGSELEMENTEN 8 - GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN
5.1 Veiligheidsaanbevelingen 10
5.2 Toepassingen voor de tussenkomst van de beveiligingsystemen 10
5.3 Uit te voeren werkzaamheden voor de ingebruikname 10
5.4 Gebruik van de machine
5.5 Gebruik op hellend terrein 14
5.6 Een aantal tips om.altijd een mooi gazon te hebben 14
- ONDERHOUD 15
6.1 Veiligheidsaanbevelingen 15
6.2 Gewoon onderhoud 15
6.3 Ingrepen aan de machine - RICHTLIJNEN OM PROBLEMEN VAST TE STEllen 17
8.TOEBEHOREN 19
HOE DE HANDLEIDING LEZEN
In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de veiligheid of de werkking, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende betekenis hebben:
OPMERKING OF BELANGRIJK
Verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen waarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of er schade verooorzaakt worden.
LET OP! Gevaar van persoonlijk letsel of letsel aan anderen in geval van Niet inachtneming.
GEVAAR! Kans op ernstig persoonlijk letsel of ernstig letsel aan anderen met gevaar voor dodelijk oncegelukken, in geval van Niet inachtneming.
In de handleiding zijn verschillende versies van de machine beschreiben, die hoofdzakelijk de volgende verschillen können vertonen:
type aandrijving: met mechanische versnelling of met continue hydrostatische regeling van de snelheid. De modellen met hydrostatische overbrenging konnen herkend worden aan het opschrift "HYDRO" geplaatst op het identificatie-etiket (zie 2.2);
- de aanwezigheid van componenten of onderdelen die nicht altijd voorradig�ijn in de verschillende regio's;
-specialeuitrustingen.
Het symbol " geeft elk verschil aan met betrekking tot het gebruik, gevolgd door de indicateie van de versie waar het betrekking op heeft.
11
OPMERKING De aanwijzingen "voor", "achter", "rechts" en "links" hebben betrekking op de zitpositie van de gebruiker. (Afb. 1.1)
BELANGRIJK Voor alle gebruiks- en onderhoudswerkzaamheden met betrekking tot de motoren de accu die Niet beschreiben zich in dezehandleiding, dienen de specifieke handleidingen, die een aanvullend deel op de geleverde documentatione zich, te worden geraadpleegd.
1. VEILIGHEIDSNORMEN die strikt要去en opgevolgd worden
A) VOORBEREIDING
1) LET OP! Lees deze aanwijzingen aandachtig alvorens de machine te gebruiken. Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Het Niet in acheit nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letselsveroorzaken. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om ze in de toekomst te konnen raadplegen.
2) Laat nooit toe dat de machine gebruikt worden door kinderen of door Personen die nicht vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerdহ.
3) Gebruik de machine nooit als er Personen, met name kinderen, of dieren in de buurt zich
4) Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoffen ingenomen heeft die negatieve invloed konnen hebben zich voor+zijn reactievermogen en aandacht.
5) Denk eraan dat de person die de machine
bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevalten en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen können overkomen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico's, die het terrein waar hij op要去 werkken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen met het oog op zijn eigenveiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
6) Indien men de machine aan derden wil geben of lenen, moet men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de geleuiksaanwijzingen in dit handboek doorneemt.
7) Vervoer geen kinderen of andere passagiers op de machine, aangezien deze zouden{kennen vallen en zware letsels konnen opdoen en een veilig rijgedrag in het gedrang brengen.
8) De bestuurder van de machine moet nauwge-zet de instructies voor het rijden in alot nemen en met name:
Zich nicht latent afleiden en de nodige concentratie behoudenijdens het werk;
Eraan denken dat een machine die van een helling afglijdt Niet gestopt kan worden door de rem te gebruiken. De voornaamste oorzaken waardoor de macht over het stuur kwijt geraakt kan worden zich:
- Onvoldoende grip van de wielen;
Overdren snelheid;
Niet passende remming; -
De machine is Niet geschikt voor het doel waarvoordij gebruikt worden;
-
Gebrek aan kennis van de gevolgen die de toestand waarin het terrein zich bevindt kan hebben en hellingen in het bijzonder;
- Onjuist gebruik als trekvoertuig.
9) De machine is voorzien van een reeks microschakelaars en veiligheidsinrichtingen die nooit gewijzigd of verwijderd mogen worden, op straffe van het verval van de garantie en de afwijzing van alle aansprakelijkheid vanwege de fabrikant. Vooraleer de machine te gebruiken, dient men steeds na te gaan of de veiligheidsinrichtingen werkzaam zijn.
B) VOOR HET GEBRUIK
1) Gebruikijdens het gebruik van de machine steeds stevige antislip-werkschoenen en een lange broek. Bedien de machine Niet met blote voeten of met open sandalen. Draag geen kettingen, armbanden, kledij met loshangende delen, of met veters ofassen. Lang haar要去 zorgvuldig bijeengebonden worden. Draag alttijd gehoorbescherming.
2) Controller grondig de hele werkzone en verwijder alles wat van de machine weg zou kunnen springen of de snijgroep en de motor zou kunnen beschadigen (keien, takken, ijzerdraad,
beenderen, enz.)
3) LET OP: GEVAAR! Benzine is bijzonder brandbaar.
Bewaar de brandstof in speciale reservoirs;
Vul de brandstof, met een trechter, alleen buiten en rook Nietijdens deze werkzaamheden en wanner u met de brandstof bezig bent;
Giet de brandstof in de tank voordat u de motor aanzet: als de motor aanstaat of warm is mag u geen benzine toevoegen of de dop van de benzinetank afdraaien;
- Als u benzine gemorst hebt mag u de motor Niet starten maar dient u de machine uit de buurt van de plek waar u de benzine gemorst hebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wachten totdat de brandstof verdampt is en de benzinedampen opgelost zich:
Draai de dop altijd weer goed op de tank van de machine en het benzinereservoir.
4) Vervang de geluidempers als deze defect sein
5) Ga vór het gebruik over op een algemene controle van de machine, en in het bijzonder: het uitzicht van de snij-inrichting, en controllerer of de schroeven en de snijgroep Niet versleten of beschadigd�n. Vervang de snij-inrichtingen en de beschadigde of versleten schroeven en bloc om ervoor te zorgen dat het maaidek in balans blijft. Eventuele herstellingen要去en nabij een gespecialiseerd centrum uitgevoerd worden.
6) Controller regelmatig de staat van de batterij, Vervang ze in geval van beschadigingen aan het omhulsel, aan het deksel of aan de klemmen.
7) Vooraleer het werk aan te vangen, dient men steeds de beschermingen op de uitgang te monteren (opvangzak, zijdelingse aflaatbeveiliging ofchterste aflaatbeveiliging).
C) TIJDENS HET GEBRUIK
1) Start de motor Niet in gesloten ruimten waar zich gevaarlijke koolestofmonoxide kan ontwikkelen. Het starten dient alsid in de open lucht of in een goed geventileerde ruimte te gebeuren. Onthoud steeds dat de aflaatgassen giftig+zijn.
2) Werk enkel bij daglicht of met een goede kunstmatige verlichting en bij goede zichtaarheid. Verwijder Personen, kinderen en dieren uit de werkzone.
3) Vermijd, indien möglichk, op nat grayscale werken. Vermijd te werken in de regen en bij risico op onweer. Gebruik de machine nooit bij slechte weersomstandigheden, en zeker nicht bij kans op blikksem.
4) Alvorens de motor op te starten, dient men de snij-inrichting of de krachtafnemer te ontkoppelen en de aandrijving vrij te zetten.
5) Let bijzonder goed op bij het benaderen van
hindernissen die de zichtaarheid{kunnen beperken.
6) Schakel de handrem in wanner de machine geparkeerd worden.
7) De machine mag nooit gebruikt worden op hellingen van meer dan 10^ (17%) , onafgezien van de looprichting.
8) Denk eraan dat er geen "veilige" hellingen bestaan. Let bijzonder goed op bij hellingen. Om omkantelen of verlies van controle over de machine te vermijden, raadt men aan:
Niet plotseling te stoppen of weg te rijden bij het op- of afrijden van een helling;
- De koppeling alsijd langzaam in te schakelen en alsijd de versnelling ingeschakeld te houden, vooral bij het afrijden van een helling;
- De能力和 the heltingen en in smalle bochten laag te houden;
- Goed op bobbels, goten en verborgen geva- ren te letten;
- Het gazon in geen geval te maaien in de dwarsrichting ten opzichte van de helling. Maai een hellend gazon.altijd van bovenaar beneden en nooit in de dwarsrichting.Pas erg goed op bij het veranderen van richting en let erop Niet op obstakels te stuiten (bijv.stenen, takken, wortels, enz.).Deze obstakels konnen het zijwaarts glijden en het omkiepen van de machineveroorzaken of de macht over het stuur doein verliezen.
9) Vertraag de snelheid op hellingen alvorens vanrichting te veranderen. Op een helling dient de handrem.altijd te worden ingeschakeld alvorens de machine te verlaten en onbeheard achefter te lien.
10) Wees zeer voorzichtig nabij ravijnen, grachten of vrijden. De machine kan omkantelen indien een viel over de rand gaat of indien derand inzakt.
11) Let zeer goed op bij het achteruit rijden en werkken. Kijk achechteruit voor en na het achteruit rijden om u ervan te verzekeren dat er geen hinderissen zijn.
12) Let op bij het trekken van lasten of zware gereedschappen:
- Gebruik voor de trekstangen alleen de goedgekeurde bevestigingspunten;
- Leg alleen gemakkelijk controllerbare lasten op;
- Neem geen scherpe bochten. Let op bij het weiteruit rijden;
- Gebruik tegengewichten of gewichten op de wielen wanner dit worden aangeraden in de gebruiksaanwijzing.
13) Schakel de snij-inrichting of de krachtaf-nemer uit bij het oversteken van zones zonder gras, bij het verplaatsen van of maar de zone die gemaaid要去 worden en breng de snijgroep omhoog.
14) Let goed op het verkeer, wanneer de ma
chine)dicht bij de straat gebruikt worden.
15) LET OP! De machine is nicht goedgekeurd om op de openbare weg te rijden. Ze mag (volgens het Wegverkeersregelement) uitsluitend gebruikt worden op privé-terrein dat voor verkeer gesloten is.
16) Gebruik de machine nicht indien de beschemmingen beschadigd zich, of zonder de opvangzak, zonder de zijdelingse of de anschterste aflaatbeveiliging.
17) Breng uw handen en voeten nooit nabij of onder de draaiende delen. Blijf steeds op afstand van de afaatopening.
18) De machine Niet in hoop gras lately staan met een draaiende motor, teneinde geen risico op brand te veroorzaken.
19) De aflaat nooit op Personen richten wanneen de toebehoren gebruikt worden.
20) Gebruik enkel toebehoren die goedgekeurd werden door de fabrikant van de machine.
21) Gebruik de machine nicht indien de toebehoren/werktuigen nicht op de voorziene plaatsengeinstalleerd zich.
22) Let op bij het gebruik van opvangzakken en toebehoren die de stabiliteit van de machine kan wijzigen, in het bijzonder op hellingen.
23) Wijzig de afstelling van de motor Niet en LAST het toerental van de motor Niet buitengewoon hoog oplopen.
24) Raak de onderdelen van de motor die tijdens het gebruik heet worden, Niet aan. Gevaar voor brandwonden.
25) Ontkoppel de snij-inrichting of de krachtaf-nemer, zet in vrije stand en schakel de handrem in, stop de motor en verwijder de sleutel, (verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig stil staan):
Elke keer wonneer men de machine onbewaaktThat of de bestuurdersplaats verlaat:
Vooraleer blokkeringen te verhelpen of voor- aleer het windkanaal vrij te make;
Vórdat u de machine controeert, schoonmaakt of eraan werkt;
- Nadat er op een vreemd voorwerp gestoten is. Controller de machine op eventuele beschadigingen en voer de nodige reparationsuit alvorens ze opnieuw te gebruiken;
26) Ontkoppel de snij-inrichting of de krachtaf-nemer en stop de motor, (verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig stil staan):
Alvorens brandstof bij te vullen;
Elke keer wonneer u de opvangzak verwijdert of opnieuw monteert;
Elke keer wanner u de zijdelingse aflaatdeflector verwijdert of opniewum monteert;
Vooraleer de maaihoogte af te stellen indien dit Niet vanuit de plaats van de bestuurder uitgevoerd kan worden.
27) Ontkoppel de snij-inrichting of de krachtaf-nemerijdens het vervoer en telkens wanner
deze nicht gebrukt worden.
28) Geef gas terug vooraleer de motor stil te zieten. Sluit de toevoer van de brandstof af aan het einde van het werk, volgens de aanwijzingen in het handboekje.
29) Let goed op de snijgroep met meerderesnij-inrichtingen, aangezien een draaiende snij-inrichting ook de andere zou können doendraaien.
30) LET OP: – In geval van breuken of ongevallenijdens het werk, dient men de motor onmiddelloijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddelijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan personen of dieren kunnen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven.
31) LET OP - Het niveau van het geluid en van de trillingen dat aangegeven is in deze handleiding, zich de maximale waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van een Niet gebalanceerde snij-inrichting, een overdreven snelheid van de beweging en gebrekig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is hetoodzakelijkpreventieve maatregelen te treffen om möglichke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbeschemming, maar pauzes tijdens het werk.
1) LET OP! - Haal de sleuteluit het contact en lees de bijgeleverde instructies alvorens enige reinigings-, of onderhoudswerkzaamheden te verrichten. Draag geschikte kleding en werkhandschoenen voor alle handelingen die gevaarlijk kannen zich voor de handen.
2) LET OP! - Gebruik de machine nooit als er onderden versleten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderden要去ervangen en Niet gerepareerd worden. Gebruikuitsluitend originele reserveonderdelen: het gebruik van Niet originele en/of Niet goed gemonteerde onderden beinvloedt de verilgheid van de machine, kan ongelukken of persoonlijk letsel aanrichten en de fabrikant kan hiervoor nied aansprakelijk gesteld worden.
3) Alle onderhoudshandelingen en afstellingen die nicht beschreiben zich in deze handleiding要去en uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werkken correct uit te voeren, met respect voor
het oorspronkelijk niveau van veriligheid van de machine. Handelingen die uitgevoerd werden in Niet geschikte structuren of door onbekwame personen doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aansprakelijkheid van de Fabrikant verrallen.
4) Verwijder na ieder gebruik de sleutel en controllerer of er geen beschadigingen zich.
5) Laat bouten en schroeven vastgedraaid zitten om er zeker van teল dat de machine algijd op een veilige manier gebruiksklaar is. Als u regelmatig onderhoud pleegt, za de werkung ervan veilig blijven en za het prestatieniveau bewaard blijven.
6) Controller regardmatig of de schroeven van de snij-inrichting correct vastgedraaid zich.
7) Draag werkhandsschoenen om de snij-inrichtingen te hanteren, te demonteren of opniew te monteren.
8) Let op de balans van de snij-inrichtingen, wonneer deze geslepen worden. Alle handelingen die betrekking hebben op de snij-inrichtingen (demontage, slijpen, in balans brengen, hermontage en/of verranging) vergen een specifieke vaardigheid en het gebruik van geschikt gereedschap;uit veiligheidsoverwegingen moeten deze handelingen aanom steeds uitgevoerd worden in een gespecialiseerd centrum.
9) Controleer regelmatig de werkzaamheid van de remmen. Het is zeer belangrijk het onderhoud van de remmen goeduit te voeren en, indien nodig, ze te herstellen.
10) Controller regelmatig de zijdelingse aflaatbeveiliging, of deijkenste aflaatbeveiliging, de opvangzak en het zuigrooster. Vervang ze indien ze beschadigd zich.
11) Vervang de labels met instructies en waarschuwingen, indien denen beschadigd zijn.
12) Als de machine opgeborgen of onbeheerd achtergelaten moet worden, dient de snijgroep omlaag gezet te worden
13) Berg de machine op in eenplaats die nicht toegankelijk is voor kinderen.
14) Zet de machine Niet met benzine in de tank in een ruimte waar de benzinedampen met vlammen, vonden of een warmtebron in aanra-king zonden+kennen.
15) Laat de motor eerst afkoelen alvorens de machine de machine in eender welke ruimte op te bergen.
16) Om brandgevaar zoveel möglich te beperken dieren de motor, de geluiddemper van deuitlaat, de accubak en de benzinetank vrij gehouden te worden van gras, bladeren of teveel vet. Leeg de opvangzak en LAST geen containers met gemaaid gras in gesloten ruimtes anschter.
17) Om het risico op brand te verminderen, dient men regelmatig na te gaan of er geen olie- en/of brandstoflekken zich.
18) Als u de tank moet ledigen, dient u dit in de
open lucht te doeen en wonneer de motor koud is.
19) Laat de sleutels nooit op de machine zitten, of的那一 wet binnen het bereik van kinderen of nicht geschikte personen. Haal de sleutel uit het contact alvorens enige onderhoudswerkzaam-heden te verrichten
E) TRANSPORT
1) LET OP! - Als de machine op een vrachtwagen of op een oplegger vervoerd moet worden, dient men toeingshellingen met geschikte draagkracht, bredte en lengte te gebruiken. Laat de machine met de motor uitgeschakeld, zonder bestuurder en enkel duwend, met een geschikt aantal Personen. Sluit, alvorens de machine te vervoeren, de benzinekraan (indien voorzien), zet de snijgroep of het toebehoren in de laagste stand, schakel de handrem in en zorg dat de machine goed vastzit aan het vervoermiddel met touwen of kettingen.
F) MILIEUBESCHERMING
1) De milieuubescherming要去en belangrjek en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven. Wees geen storend element voor uw buren.
2) Volg nauwgezet deplaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, olie, benzine, filters, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op de omgeving; dit afval mag Niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet geschieren worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
3) Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het snijafval.
4) Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar要去 een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldende lokale normen.
2. LEER DE MACHINE KENNEN
2.1 BESCHRIJVING VAN DE MACHINE EN GEBRUIKSGEBIED
Deze machine is een tuingereedschap en met name een grasmaaier met zittende bediener. De machine is voorzien van een motor, die de snij-inrichting inschakelt, beschermd door een carter, en een aandrijvingsgroep die de bewegging aan de machine doorgeeft. De bediener kan de machine bedieren en de
hoofdcommando's inschakelen terwijl hij steeds op+zijnplaats blijft zitten.
De inrichtingen die op de machine gemonteerd zichn, zorgen voor het stilvallen van de motor en de snij-inrichting binnen enkele seconden indien de handelingen van de bediener Niet overeenstemmen met de voorziene veiligheids-conditions.
Voorzien gebruik
Deze machine is ontworpen en gebouwd voor het maaien van gras.
Het gebruik van bijzonder toebehoren, voorzien door de Fabrikant als oorspronkelijke uitrusting of afzonderlijk aan te kopen, staat toe dit werkuit te voeren volgens de verschillende werkwijzen die in deze handleiding of in de instructies die met het toebehoren geleverd worden, beschreibenন.
Tegelijkkortijd kan de möglichkeid bijkomend toebehoren te gebruiken (indien voorzien door de Fabrikant) het gebruik ervan uitbreidenaar andere functies, volgens de limieten en condi- ties die beschreiben zich in de instructies die het toebehoren zich vergezellen.
Type gebruiker
Deze machine is bestemd voor gebruik door consumpenten, d.w.z. door Niet professionele bedieners. Deze machine is bestemd voor een amateuruiel gebruik.
Onjuist gebruik
Eender welt ander gebruik, dat afwijk van wat hierboven beschreiben is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan Personen en/of zaken. De volgende situates behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar Niet uitsluitend):
- andere Personen, kinderen of dieren op de machine of op een oplegger vervoeren;
- ladingen trekken of duwen zonder het gebruik van het waarvoor bestemde toebehoren voor het slepen;
- gebruik van de machine op onstabiele, gladde, bevoren, stenige of oneffen terreinen, in geval van plassen of moerassen die Niet toestaan de consistentie van het terrein in te schatten;
- de snij-inrichting aanschakelen op zones zonder gras.
- gebruik van de machine voor het verzamelen van bladeren of afval;
Het onjuist gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teween waardoor de gebruiker zich verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen.
2.2 IDENTIFICATIELABELEN ONDERDELEN VAN DE MACHINE (zie afbeeldingen op pag. ii)
- Geluidsniveau
- CE-overeenstemmingskenteken
- Bouwjaar
- Vermogen en bedrijfstoerental van de motor
- Machinetype
- Serienummer
- Gewicht in kg
- Naam en adres van de fabrikant
- Type overbrenging
- Artikelcode
Het voorbeeld van de verklaring van overeenstemming bevindt zich op de voorlaatste pagina van de handleiding.

Vul hier het serienummer van de machine in (6)
Onmiddelijk na de aankoop van de machine, worden de identificatienummers (3 - 5 - 6) in de hiertoe bestemde ruimten op de LASTE pagina van de handleiding genoteerd.
De machine bestaat uit een serie hoofdcomponenten die de volgende werking hebben:
11.Snijgroep: dit is de carter die de draaiende snij-inrichtingen omvat.
12.Snij-inrichtingen: dit zich de elementen die ervoor dieren om het gras te maaien; de windvleugels die aan de uiteinden zitten bevorderen de afvoer van het gemaaid gras maar het uitwerpkanaal.
13. Zijdelingse aflaatdeflector: dit is een beveiliging die voorkomt dat eventuele voorwerpen, die door de snij-inrichtingen meegenomen worden, ver van de machine weg hunnen schieten.
14.Motor: brengt de beweging waar zowel de snij-inrichtingen als de wielaandrijving over; de kenmerken en gebruiksvoorschriften van de motor staan in een specifieke handleiding aangegeven.
15.Batterij: levert de energia om de motor te kunnen starten; de kenmerken en gebruiksvoorschriften staan in een specifieke handleiding aangegeven.
16.Bestuurdersplaats: dit is de werkplaatsvan de bestuurdser,uitgerust met een sensor die de aanwezigheid van de bestuurderaarneemt met het oog op de werking van de beveiligingsystemen.
17. Waarschuwings- en veiligheidslabels:
herinneren aan de belangrijkste bepalingen om veilig te werkken.
2.3 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Uw grasmaier moet voorzichtig gezrukt worden. Om的那一aan herinnerd te worden bevinden zich op de machine een aantal stickers die door middel van afbeeldingen op de belangrijkste voorzorgsmaatregelen wijzen. Deze afbeeldingen worden als een aanvullend deel van de machine beschouwd. Als een sticker loslaat of onleesbaar worden, dient er contact met de leverancier te worden opgenomen voor verranging. Hun betekenis is hieronder weergegeven.
31.Letop: Lees de aanwijzingen alvorens de machine te gebruiken.
32.Letop: Haal de sleutel uit het contact en lees de instructies alvorens elke willekeurige onderhouds- of reparatie-ingreep uit te voeren.
33. Gevaar! Wegschetende voorwerpen: Niet werken zonder de zijdelingse aflaatdeflector bevestigd te hebben.
34. Gevaar! Wegschetende voorwerpen: Houd personen op een afstand.
35. Gevaar! Omkantelen van de machine: Gebruik deze machine Niet op hellingen vaneer dan 10^
36. Gevaar! Verminking: Zorg ervoor dat kinderen op een afstand van de machine blijven als de motor aanstaat.
37. Gevaar voor snijwonden: Bewegende snij-inrichtingen. Steek uw handen of voeten Niet in de holte van de snij-inrichtingen.
38.Letop! Houd u op afstand van de hete oppervlakken.
2.4 VOORSCHRIFTEN VOOR DE TREKSET
Op aanvraag is er een set leverbaar waarmee het möglichk is eenkleine aanhanger voort te trekken; dit accessoire dient volgens de desbetreffende aanwijzingen gemonteerd te worden.
- Bij gebruik mag het laadvermogen, dat op de sticker staat vermeld, Niet worden overschreden en dienen de veiligheidsvoorschriften in acht genomen te worden.
OPMERKING De afbeeldingen die overeenstemmen met de teksten van hoofdstuk 3 enaarop volgende bevinden zich op de pagina's iii enaaropvolgende van deze handleiding.
3. HET UITPAKKEN EN MONTEREN
Om vervoers- en opsgredenen worden sommige onderdelen van machine Niet direct in de
fabriek gemonteerd. Zij dieren na het uitpakken gemonteerd te worden aan de hand van de volgende instructies.
BELANGRIJK De machine worden zonder motorolie en benzine geleverd. Voordat de motor in werkung worden gesteld dient er dan ook olie en benzine bijgevuld te worden aan de hand van de voorschriften die in het instructieboekje van de motor staan aangegeven.
LET OP! De machine要去en vlakke en solide ondergrond uitgepakt en gemonteerd worden, met voldoende bewegingsruimte voor de machine en de verpakking, en steeds met gebruik van geschekte werktuigen.
3.1 HET UITPAKKEN
Bij het verwijderen van de verpakking dient erop gelet te worden dat de losse onderdelen en de uitrustingen Niet Zoekraken. Zorg er voor desnijgroep Niet te beschadigen op het moment dat de machine van de pallet worden afgereden.
De standard-verbakking bevat:
de machine zelf;
- het stuurwiel;
- de bedekking van het dashboard;
de stoei;
de accu;
- de zijdelingse aflaatdeflector
- een maple met:
- de verschillende gebruikershandleidingen en de documenten,
de montage-onderdelen van het stuur, - de schroeven en moeren voor de montage van de stoel en de montage-onderdelen van de zijdelingse aflaatdeflector
- de schroeven en moeren voor de aanslui-ting van de accukabels,
- 2 contactsleutels,
1 reservezekering van 10 A.
OPMERKING Zet de snijgroep in de hoogste stand om beschadiging ervan te voorkomen en letzer goed op als de machine van de pallet worden afgereden.
Hydrostatische aandrijving
- Om de machine makkelijker van de pallet te halen en te verplaatsen, verplaatst men de hendel voor het loskoppelen van dechterste transmissie in pos. «B» (zie 4.33).
De verpakking moet volgens deplaatselijk geldende bepalingen worden afgevoerd.
3.2 MONTAGE VAN HET STUURWIEL
Stuurwiel Type "I" (Afb. 3.1)
Plaats de machine op een vlakke ondergrond en zorg er voor dat de voorwielen uitgelijnd zijn.
Monteer de naaf (1) op de as (2), met de stift (3) goed in de naaf.
Plaats de bedekking van het dashboard (4) door de zeven haakjes in hunplaats te lately klikken.
Monteer het stuurwiel (5) op de naaf (1) met de spaken maar de stoel gericht.
Plaats het afstandstuk (6) en bevestig het stuur met de bijgeleverde schroeven en moeren (7), in de aangegeven volgorde.
Plaats de bedekking van het stuurwiel (8) doo de drie haakjes in hunplaats te lately klikken.
Stuurwiel Type "II" (Afb. 3.2)
Plaats de machine op een vlakke ondergrond en zorg er voor dat de voorwielen uitgelijnd zijn.
Monteer de naaf (1) op de as (2), met de stift (3) goed in de naaf.
Plaats de bedekking van het dashboard (4) door de zeven haakjes in hunplaats te lately klikken.
Monteer het stuurwiel (5) op de naaf (1) zodate spaken correct gericht
3.3 BEVESTIGEN VAN DE STOEL (Afb. 3.3)
Monteer de steol (1) op deplaat (2) met behulp van de schroeven (3).
3.4 MONTEREN EN DE ACCU AANSLUITEN (Afb. 3.4)
De accu (1) befindt sich onder de stoel, en zit vast met een veer (2).
Sluit eerst de rode draad (3) aan op de positieve klem (+) en da de zwarte draad (4) op de negatieve klem (-) met behulp van de bijgeleverde schroeven, zoals aangeduid.
Besmeer de klemmen met siliconevet en let op de correcte positie van de beschermdop van de rode draad (5).
BELANGRIJK Zorg er alkijd voor de accu volledig op te laden en volg hierbij de aanwijzingen die in het instructieboekje van de accu staan aangegeven.
BELANGRIJK Om te voorkomen dat het beveiligingsystem van de elektronische kaart in werkking treedt, dient het starten van de motor
absolut vermeden te worden alvorens de accu volledig opgeladen is!
3.5 MONTAGE VAN DE VOORBUMPER (indien aanwezig)
Monteer de Voorbumper (1) aan de onderkant van het frame (2) met behulp van de vier schroeken (3).
Monteer de twee steunen (1) en (2) op het onderste deel van het frame (3) en draai de schroeven (4) stevig vast.
Bevestig de voorste bumper (5) aan de steunen (1) en (2) met behulp van de schroeven (6) en van de moeren (7).
3.6 MONTAGE VAN DE ZIJDELINGSE AFLAATDEFLECTOR (Afb. 3.6)
Monteer de veer (2) aan de binnenkant van de zichdelingse aflaatdeflector (1), door het uiteinde (2a) in de opening te voeren en te draaien zodate zowel de veer (2) als het uiteinde (2a) goed in hun respectieve zitteringen rusten.
Positioneer de zijdelingse aflaatdeflector (1) tegenover de houders (3) van de snijgroep en draai, met behulp van een schroevendraaier, het tweeede uiteinde (2b) van de veer (2) tot deze buiten de deflector komt te staan.
Steek de pin (4) in de gaten van de holders (3) en van de zijdelingse aflaatdeflector, doorheen de windingen van de veer (2) tot het open uiteinde ervan hebmaaluit de meest interne houder komt
Steek de stift (5) in de opening (4a) van de pin en verdraai de pin zodat de twee uiteinden (5a) van de stift (met behulp van een tang) geglooid worden, zodat de stift Niet kan los komen en zo de pin kan doeen vrijkomen
LET OP! Waak erover dat de veer op correcte wijze werkt en de zijdelingse aflaatdeflector stabel op+zijnplaats houdt in de lage stand, en zorg ervoor dat de pin goed geplaatst is en Niet per ongeluk maar buiten kan steken
3.7 HERPOSITIONERING VAN DE ANTISCALP WIELEN (Afb. 3.7)
Om transportredenen zijn de antiscalp wielen (1) in het hoogste gat bevestigd.
Om hun taak te kuren verrachten moeten de antiscalpWIelen (1) in het meest geschikte gat
voort het soort grond bevestigd worden (zie 5.4.5).
4. BEDIENINGSELEMENTEN
Hiermee konnen de voorwieten bestuurd worden.
Hiermee kan het toerental van de motor bepaald worden. De diverse standen staan als volgt aangeven op de sticker:
«LANGZAAM» minimaal toerental van de motor
«SNEL» maximaal toerental van de motor
- De «STARTER» stand veroorzaakt een verrijking van het(AP) mengsel en dient alleen te worden gebruikt bij de start met een koude motor,uitsluitend voor zolang dit strikt nodig is.
- Tijdens het rijden dien er een stand:tussen «LANGZAAM» en «SNEL» gekozen te worden.
Zet de gashendel tijdens het maaien in de «SNEL» stand.
4.2a COMMANDOSTARTER (indien voorzien) (Afb. 4.1 n.2)
Ditverozaakt een verrijking van het mengsel en dient alleen te worden gezruikt bij de start met een koude motor, uitsluitend voor zolang dit strikt nodig is.
4.3 CONTACTSLOT (Afb. 4.1 n.3)
STOP alles is uitgeschakeld;
《LICHTEN AAN》(indien aanwezig);
I «DRAAIEN» alle diensten zich ingeschakeld;
START schakelt de startmotor aan.
Zodra vanuit de «START» stand de sleutel losgelaten worden, komtudeau verzelf wee in de «DRAAIEN» stand terug.
- Na de motor gestart te hebben, gaan de lichten aan (indien aanwezig) door de sleutel in
de stand «LICHTEN AAN» te zetten.
om de lichten uit te zetten moet u de sleutel weeop IJDEN> zetten.
4.4 HANDREM (Afb. 4.1 n.4)
De handrem voorkomt dat de machine gaat rijden na het parkeren. De hendel heeft twee standen:

A = Remuitgeschakeld

B Remingeschakeld
- Om de handrem in te schakelen dient het pedaal (4.21 ofwel 4.31) volledig te worden ingetrapt en de hendel in stand «B» gezet te worden; als de voet van het pedaal gehald worden blijft het in deze lage stand staan.
- Om de handrem meer uit te schakelen dient het pedaal (4.21 ofwel 4.31) wee ter worden ingetrapt, waarna de hendel automatisch terug komt in stand «A».
4.5 COMMANDO VOOR INSCHAKELING EN REM VAN DE SNIJ-INRICHTINGEN (Afb. 4.1 n.5)
De drukknop dient om de snij-inrichtingen in te schakelen door een elektromagnetische koppeling:

«A» Ingedrukt = Snij-inrichtingen uitgeschakeld

«B» Uitgetrokken = Snij-inrichtingen ingeschakeld
- Het inschakelen van de messen zonder het in acht nemen van de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen veroorzaakt het afslaan van de motor die nicht meer kan worden aanbezet (zie 5.2).
- Door de snij-inrichtingen uit te schakelen (Stand «A») worden er een rem in werkung gezet die binnen enkele seconden het draaien van de messen stocht.
4.6 REGELAARMAAIHOOGTE
(Afb. 4.1 n.6)
Deze hendel heeft zeven standen, «1» t/m «7», die op de desbetreffende sticker staan aangegeven en overeenkomen metdezelfdeaabtal maaihoogtes:tussen 3 en 8 cm.
- Om van de ene positie maar de andere over te
gaan, moet u de hendel zijdelings verplaatsen en hem in een van de stopstanden zetten.
4.7 TOETS TOELATING SNIJDEN BIJ ACHTERUITVERSNELLING (Afb. 4.1 n.7)
Houd de toets ingedrukt om achechteruit te rijden met de snij-inrichtingen ingeschakeld, zonder dat de motor stocht.

Mechanische aandrijving
Dit pedaal heeft een dubbele functie: bij het intrappen van het eerste gedeelte dient het pedaal als koppelingspedaal waar bij de wielaandrijving in- ofuitgeschakeld worden en het tweeede deel dient als rem, die op de darüberwienen inwerkt.
BELANGRIJK U要去 bijzonder goed opletten dat u tijdens de koppelingsfase nicht te lang aarzelt om oververhitting en, als gevolg waarvan, beschadiging van de overbrengingsriem te vermijden.
OPMERKING Tijdens het rijden is het verstandig uw voet Niet op dit pedaal te lately rusten.
4.22 VERSNELLINGSPOOK (Afb. 4.2 n.22)
Deze pook heeft zeven standen die overeenstemmen met vrij versnellingen vooruit, de stand om de versnelling in vrij vrij te zetten «N» en dechteruitrijdversnelling «R».
Om van de ene versnelling maar de andere te schakelen要去 het pedaal (4.21) half intrappen en de pook overeenkomstig de gegevens die op hetplaatje staan in de gewenste versnelling zetten.
A LET OP! Het inschakelen van de某种程度versnellingClient uitgevoerd te worden als de machine stilstaat.

Hydrostatische aandrijving
Dit pedaal stelt de rem van de achechterwielen in werkinq.
4.32 TREKPEDAAL (Afb. 4.3 n.32)
Dit pediaal stelt het aandrijfsystem voor de wielen in werkung en regelt de能力和 van de machine, zowel bij het voor- als bij het中断uijt rijden.
- Om de machine vooruit te lately rijden dient het pedaal met de punt van de voet in richting «F» geduwd te worden; hoemeer druk er op het pedaal worden UITgevoerd, hoe hoger de snelheid van de machine.
- De hinteruitversnelling worden in werkig gesteld door met de hak op het pedaal in richting «R» te drukken.
- Als het pedaal wordt losgelaten komt het automatisch waar in de vrijie stand «N» terug.
LET OP! Het inschakelen van de awhileversnellingClient uitgevoerd te worden als de machine stilstaat.
OPMERKING Als het koppelingspedaal zowel bij het voor- als het achechteruitrijden bediend worden met een ingeschakelde handrem (4.4) slaat de motor af.
4.33 ONTGRENDELING VAN DE HYDROSTATISCHE AANDRIJVING (Afb. 4.3 n.33)
Deze hendel heeft twee standen die op de desbetreffende sticker staan aangegeven:

A Aandrijving ingeschakeld: voor alle gebruiksgondities,ijdens het rijden en het maaien;

B = Aandrijving ontgrendeld: vermindert aanzienlijk de kracht die nodig is om de machine, met de motoruitgeschakeld, met de hand te verplaatsen.
BELANGRIJK Teneinde te voorkomen dat de aandrijfunit beschadigd worden, mag.Deze operatie alleen worden uitgevoerd met een stilstaande motor, met de pedaal (4.32) in de stand N
LET OP! Als er verwacht worden de machine voornamelijk op hellende terreinen (max. 10^ ) te gebruiken dan is het verstandig tegengewichten ((zie 8.6)) onder het dwars
profil van de voorwieten te monteren, waardoor de stabiliteit aan de voorkant verhoogd wordt en de mogelijkheid dat de machine gaat steigeren zich beperkt.
BELANGRIJK Alle verwijzingen met betrekking tot de bedieningsposities worden weergegeven in hoofdstuk 4.
5.2 FUNCTIESVANDE VEILIGHEIDSMECHANISMEN
De veiligheidsmechanismen haben twee functies:
- ze voorkomen de start van de motor als de veiligheidsmaatregelen Niet in acheit zich genomen;
- ze stoppen de motor als er ook maar een enkel veiligheidsconditie wegvalt.
a) Om de motor te starten is het in ieder geval nodig dat:
de koppeling in de "vrije" stand staat;
de snij-inrichtingen uitgeschakeld zichn;
- de bediener op de machine zit;
b) De motor stopt wanner:
- de bediener de stoel verlaat;
- de handrem worden ingeschakeld zonder desnij-inrichtingen te hebben uitgeschakeld.
- de versnelling gezbrukt worden (zie 4.22) of het pedaal van de aandrijving (zie 4.32) met ingeschakelde parkeerrem.
5.3 UIT TE VOEREN WERKZAAMHEDEN VOOR DE INGEBRUIKNAME
Alvorens te beginnen met werken dieren er enkele controles en handelingen uitgevoerd te worden om er zeker van te zich dat het werk op de meest nuttige en veilige manier zal verlopen.
5.3.1 De stoel afstellen (Afb. 5.1)
Om de positie van de stoel af te stellen schoreft u de vier stelschroeven (1) wat los en LAST u de stoel langs de steungaten schuiven.
Wanneer de stoel op de juiste hoogte staat, zet u de vier stelschroeven (1) stevig aan.
5.3.2 Bandenspanning (Afb. 5.2)
Een juiste bandenspanning isoodzakelijk om de snijgroep geheel evenredig boven het grasoppervlak te krijgen, zodate u een moot maaibeeld krijgt.
Schroef de beschermdopjes los en sluit de kleppen aan op een persluchttoevoer voorzien van een drukmeter en regel de druk op de aangegeven waarden.
5.3.3 Olie en benzine bijvullen
OPMERKING Het type van olie en benzine dat gebruikt要去 worden is aangegeven in de handleiding van de motor.
Het oliepeil moet zich tussen de MIN. en de MAX. inkening van de peilstok bevinden. (Afb. 5.3)
Het bijvullen van de brandstof dient uitgevoerd te worden met behulp van een trechter. Let waar bij op de tank Niet te vol te vullen. (Afb. 5.4)
GEVAAR! Het bijvullen dient.altijd te gebeuren met de motor uit.Doe dit in de open Iucht of in een goedGeVentileerde ruimte. Denk er altijd aan dat benzinedampen brandbaar zich! GEN OPEN VUUR IN DE BUURT VAN DE TANK BRENGEN OM DE INHOUD TE CONTROLEREN EN NIET ROKEN TIJDENS HET BIVULLEN.
BELANGRIJK Vermijden benzine op de plastic gedeelten te gieten zodanig dat ze nicht beschadigd worden; bij toevallige lekken onmid-dellijk spoelen met water. De garantie dekt geen schade aan de plastic onderdelen van de carros-serie of de motor,veroorzaakt door benzine.
5.3.4 Controller de aflaatbescherming (Zijdelingse aflaatdeflector) (Afb. 5.5)
LET OP! Gebruik de machine nooit zonder beveiliging op de afvoer of als de bescherming beschadigd is!
Waak er steeds over dat de binnensteeer van de deflector (1) op correcte wijze werkt endezestabiel in de lage stand houdt
5.3.5 Controle van de veiligheid en de doeltreffendheid van de machine
- Controller of de beveiligingen werken zoals aangegeven (zie5.2).
- Controller of de rem correct werkt.
-
Begin nicht te maaien indien de snij-inrichtingen trillen of men twijfels heeft omtrent descherpe staat van de messen; denk er.altijd aan dat:
-
Een botte snij-inrichting rukt het gras uit een veroorzaakt de vergeling van het gazon.
-
Een snij-inrichting die nicht goed vastzit gaat op abnormale wijze trillen en is een potentièleGVarenbron.
LET OP! Gebruik de machine nicht indien men Niet zeker is van de doeltreffendheid en veiligheid en contacteer de Verkoper voor de nodige controles of reparaties.
5.4 GEBRUK VAN DE MACHINE
5.4.1 Hetstarten
Om de motor te starten (Afb. 5.6):
draai de benzinekraan (1) open;
- de koppeling in de vrijie stand («N») zetten (zie 4.22 ofwel 4.32);
door de snij-inrichtingen uit te schakelen (zie4.5);
schakel de handrem in als u zich op een hellend terrein befindt;
- bij koud opstarten, dient men de starter (zie 4.2 ofwel 4.2a) aan te schakelen;
als de motor reeds warmgedraaid is, is het voldoende de hendel:tussen «LANGZAAM en «SNEL» te zetten;
steek de sleutel in het contactslot en draai deze in de «DRAAIEN» stand om het elektrische circuit in werkig te stellen, draai de sleutel daarna in de «START» stand om de motor te starten;
- Iaat de sleutel los zodra de motor gestart is.
Als de motor eenmaal draait breng de gashendel terug in de «LANGZAAM» stand;
BELANGRIJK De choke dient uitgeschakeld te worden zodra de motor regelmatig draait; het gebruik van de choke bij een warmgedraide motor kan de bougie bevuielen en een onregelmatige werkung van de motor verooorzaken.
OPMERKING Als er moeilijkeden zijn bij het starten, blij dan Niet te lang aanhouden om de accu Niet UIT te putten en de motor Niet te verzuipen. Draai de sleutel wee in de «STOP» stand, wacht enkele seconden en probeer opniew te starten. Indien het probleem voortduurt, raadpleeg dan hoofdstuk «8» van deze handleiding en de handleiding van de motor.
BELANGRIJK Denk er altijd aan dat de beveiligingsystemen het starten van de motor beletten wanner de veiligheidsvoorschriften nicht in acht worden genomen (zie 5.2). Nadat in de bovenstaande gevallen het belet tot starten is hersteld, dient de sleutel in de «STOP» stand gedraid te worden voordat de motor opnieuw gestart kan worden.
5.4.2 Vooruit rijden en verplaatsingen
Tijdens het vervoer:
-
de snij-inrichtingen uitschakelen;
-
de snijgroep in de hoogste stand (stand «7») zetten;
- de gashendel in een tussenstand zetten tessen «LANGZAAM» en «SNEL».

Mechanische aandrijving
Trap het pedaal zo ver möglichk in (zie 4.21) en zet de versnellingshendel in de stand voor de 1ste versnelling (zie 4.22).
Houd het pedaal ingetrapt om zo de handremuit te schakelen;laat het pedaal langzaam opkomen zodat het pedaal van de "remfunctie"aar de "koppelingsfunctie overgaat, waar bij de achterwielen in werkig gesteld worden (zie 4.21).
LET OP! U dient het pedaal geleide- lijk op te latent komen om te beletten dat de machine, door een te bruuske start, begint te steigeren en u de macht over het stuur kwijtraakt.
Zorg dat u geleidelijk de gewenste snelheid bereikt door de gashendel en de versnellingspook te bedieren; om van de ene versnellingaar de andere over te gaan dient u de koppeling te bedieren door het pedaal half in te trappen (zie 4.21).

Hydrostatische aandrijving
Schakel de handrem UIT en laat het rempe-daal opkomen (zie4.31).
Trap het pedaal van de aandrijving (zie 4.32) in de richting «F» totdat de gewenste snugheid bereikt is door een lichte druk op het pedaal uit te voeren en de gashendel te bedieren.
A LET OP! Het inschakelen van de koppeleng dient uitgevoerd te worden zoals reeds eerder beschreiben is (zie 4.32) om te voorkomen dat de machine door een te bruuske bediening kan gaan steigeren en u de macht over het stuur verliest, vooral op hellingen.
5.4.3 Remmen
Neem eerst snugelid af door het aantal toeren van de motor te verminderen en trap daarna op het rempedaal (zie 4.21 ofwel 4.31) om nogmeer snugelid af te nemen totdat de machine stilstaat.

Hydrostatische aandrijving
Een waarneembare verminding van de能力和an reeds worden verkreten doo het koppelingspedaal los te lien.
5.4.4 Achteruit rijden
BELANGRIJK Het inschakelen van de achteruitversnelling dient.altijd bij stilstand te gebeuren.
BELANGRIJK m awhile te kuren rijden met de snij-inrichtingen ingeschakeld, moet men de toets voor toelating (zie 4.7) ingedrukt houden om te vermijden dat de motor stilvalt.

Mechanische aandrijving
Trap het pedaal in totdat de machine stilstaat, schakel dechteruit in door de versnellingspook opzij te duwen en in de «R» (zie 4.22) stand te zetten. Laat het pedaal geleidelijk opkomen om de koppeling in te schakelen en begin met dechteruitrijdmanoeuvre.

Hydrostatische aandrijving
Stop de machine en schakel dechyteruitversnelling in door op het koppelingspedaal in de richting «R» te duwen (zie 4.32).
5.4.5 Het gras maaien
(Afb. 5.7) Regel de positie van de antiscalp wie- lenaar gelang de oneffenheid van de grond. De functie van de antiscalp wielen is het risico op scheuren in het gazon te vermijden, die veroorzaakt zouden+kennen worden doordat derand van de snijgroep op onregelmatige grond slept.
Door de vier möglichke montageposities van de wielen worden er een veiligheidsafstand gehonden:tussen derand van de snijgroep en de grond.
Om de positie te veranderen, de schroef (2) losdraaien en verwijderen en het wie1 (1) wee r vastzetten met het afstandstuk (3) in het gat dat overeenstemt met de gewenste afstand; draai dan de schroef (2) stevig in de moer (4).
A LET OP!
Deze werkzaamheid moet
steeds op beiden wielfjes uitgevoerd worden, die opdezelfde hoogte geplaatst moeten worden, BIJ UITGESCHAKELDE MOTOR EN SNIJ-INRICHTINGEN.
Beginnen met maaien:
- zet de gashendel in de «SNEL» stand;
- zet de snijgroep in de hoogste stand;
schakel de snij-inrichtingen alleen in (zie 4.5) op het grasveld en Niet op grond met grind of te hoog gris.
begin heel langzaam en voorzichtig te rijden op de grasgrond, zoals reeds erder beschreven is;
stel de juiste rijnsnelheid en maaihoogte in (zie 4.6) afhankelijk aan de toestand van het gazon (lengte, dichtheid en vochtigheid van het gras).
LET OP! Bij het maaien van hellingendient de rijnselheid verminderd te worden om de veiligheidscondities te garanderen (zie 1A - C7-8-9).
Het is in ieder geval verstandig om, elke keer als er een afname in het aantal toeren van de motor wordt waargenomen, de snugelid te vertragen, denk eraan dat er nooit een moot miaibeeld vergreten worden als de rijnselheid te hoog is ten opzichte van de hoeveelheid gras.
Ontkoppel de snij-inrichtingen en zet de snijgroep in de hoogste stand als er over een obstakel heb noet worden gereden.
5.4.6 Na het maaien
Ontkoppel de snij-inrichtingen na het maaien en LAST de motor in toeren afnemen. Op de terugweg dient de snijgroep in de hoogste stand te staan.
5.4.7 Na het werk
Breng de machine tot stilstand, zet de gashendel in de «LANGZAAM» stand en schakel demotor uit door de sleutel in de «STOP» stand te draaien.
Als de motor is uitgeschakeld, sluit de benzinekraan (1) (indien voorzien). (Afb. 5.8).
LET OP! Om een ontploffing in de knal-pot te vermijden dient u de gashendel, 20 seconden voordat u de motor afzet, in de «LANGZAAM» stand zetten.
BELANGRIJK Om de lading van de accu in stand te houden, worden de sleutel Niet in de stand «DRAAIEN» of «KOPLAMPEN AAN» gelaten wanner de motor Niet aanstaat.
5.4.8 De machine reinigen
Reinig de buitenkant van de machine na ieder gebruik.
Reinig de delen in kunststof van de machine met een vochtige spons en een schoonmaakmiddel. Let er op dat de motor, de elektrische onderdelen en de elektronische kaart onder het dashboard nicht nat worden.
BELANGRIJK Gebruik in geen geval hoge- drukreiners of bijtende middelen voor het reini- gen van de carrosserie en de motor!
LET OP! Op de bovenkant van de snijgroep mogen zich geen afval en droge grasresten ophopen om de doeltreffendheid en de veiligheid van de machine op maximaal niveau te houden.
Na ieder gebruik, de snijgroep zorgvuldig schoonmaken om alle grasresten en afval te verwijderen.
A LET OP! Draagijdens het schoonma-ken van de snijgroep een beschermbril en verwijder mensen en dieren uit het omlig-gende gebied.
a) Het reinigen van de binnenkant van de snijgroep en het uitwerpkanaal dient, onder de volgende condities, op een harde ondergrond te gebeuren:
met de zijdelingse aflaatdeflector bevestigd
- de gebruiker zit op de machine;
- zet de snijgroep in stand «1»;
- de motor draait;
de koppeleng staat in de vrije stand;
- de snij-inrichtingen zich ingeschakeld.
Sluit een waterslang eerst op de ene speciale fitting (1) aan en daarna op de andere en LAST voor enkele minuten in elke fitting water lopen terwijl de snij-inrichtingen draaien. (Afb. 5.9).
BELANGRIJK Om de goede werkung van de elektromagnetische koppeling Niet te compromitteren, dient men:
- te vermijden dat de koppeling in aanraking komt met olie;
- geen hagedruk-waterstralen direct op de groep van de koppeling te richten;
- de koppeleng nooit met benzine reinigen.
b) Voor de reiniging van de bovenkant van de snijgroep:
- de snijgroep helemaal omlaag zetten (stand «1»);
met een straal perslucht door de openings van de beschemmingen rechts en links blazen (Afb. 5.10)
5.4.9 De machine opbergen engereime tijd nicht gebruiken
Als er verwacht worden de machine voor geruimteijd Niet te gebruiken (meer dan 1 maand), moeten de kabels van de accu losgekoppeld worden, waar bij de aanwijzingen in de handleiding van de motor in acht genomen要去en worden.
(Afb. 5.11) Leeg de brandstoftank door de slang (1) op de toevoer van het benzinefilter (2) los te make en vang de brandstof op in een geschikt reservoir.
Verbind de slang (1) waar en let er hierbij op de slangklem (3) goed aan te brengen.
Berg de machine op in een droge ruimte, beschut gegen alle weersomstandigheden en dek ze, indien möglichk, toe met een zeil (zie 8.5).
BELANGRIJK De accu dient opgeborgen te worden op een koele, droge plaats. De accu altijd terug opladen voor iedere lange期内e van inactiviteit (langer dan 1 maand) en terug opladen vooraleer de activiteit te hervatten (zie 6.2.3).
Controleer, voordat er opnieuw met de machine gewerkt worden, of er uit de slang, de benzinekraan en de carburateur geen benzine lekt.
5.4.10 Beveiligingszekering van de kaart
De elektronische kaart is voorzien van een zekering waardoor het circuit verbroken worden in geval van afwijkingen of kortsluiting in de elektrische installmentie.
Als de zekering ingrijpt stocht de motor; voor de zekering te verrangen (zie 6.3.5), deoorzaak van de storing opsporen en verhelpen om te voorkomen dat dit zich herhaalt.
5.5 GEBRUIK OP HELLINGEN (Afb. 5.12)
De aangegeven limieten in ache nemen (max 10^ - 17 ).
LET OP! Op hellingen dient het rijden zerer zorgvuldig te gebeuren om het steigeren van de machine te voorkomen. Vertraag de snelheid bij het beginnen van een helling, vooral bij het afdalen.
GEVAAR! Gebruik dechteruitversneling nooit om snelheid te minderen; dit kan de macht over het stuur doein verliezen, vooral op gladde terreinen.

Mechanische aandrijving
GEVAAR!
met de versnelling of de koppeling in de vrije stand! Schakel.altijd een lage versnelling in voordat u de machine onbeheerd awhile.

Hydrostatische aandrijving
Het afdalen van een helling kan uitgevoerd worden zonder het koppelingspedaal te bedieren (zie 4.32) om zoveel möglichk gebruik te makeen van het remeffect van de hydrostatische aandrijving als de koppeling Niet is ingeschakeld.
5.6 TIPS OM ALTIJD EEN MOOI GAZON TE HEBBEN
- Voor een Mooi, groen en zicht gazon is het nodig dat het gras regelmatig en op de juiste manier gemaaid worden. Het gazon kan van verschillende soorten gras+zijn. Bij regelmatige maaibeurten, groeit het gras sneller, waardoor meer wortelgroei ontstaat en een mooti zicht gazon bekomen wordt; indien minder vaak gemaaid worden, wordt ook de groei van hoog en wild gras bevorderd (klaver, margrieten, enz.)
- Het is beter het gras te maaien als het gazon goed droog is.
- De snij-inrichtingen dieren geen gebreken te vertonen en goed scherp te zich, zodat het gras op de juiste manier worden afgesneden zonder uitgerukt te worden. Dit kan namelijk tot vergeling van de punten leiden.
- De motor dient op volle toeren te draaien om zowel het gras op de juiste manier af te snijden als een goede afvoer van het gras maar het uitwerpkanaal te verkrijgen.
- De maaifrequentie wordt bepaald aan de hand van de groei van het gras, waar bij vermeden moet worden dat het gras te hoog wordt.
- In de warmste en droogsteijden van het waar is het beter om het gras iets hoger te la- ten worden zodate het gazon Niet uittroogt.
- De optimale hoogte van het gras van een goed verzorgd gazon bedraagt ongeveer 4-5 cm en met een enkele maaibeurt worden het best Niet meer dan een derde van de volledig lenghte gemaaid. Als het gras erg hoog is, raden wij aan om het gazon, metussenpoos van een dag, in twee keer te maaien, de eerste keer met de snij-inrichtingen in
de hoogste stand en smallere grassstroken tegelijk maaiend en de tweede keer met de snij-inrichtingen in de gewenste stand. (Afb. 5.13)
- Het gazon zal er mooier uitzien als het maaien afwisseIend, in de lengte- en in de dwarsrichting uitgevoerd wordt. (Afb. 5.14)
- Als de afvoer zich telkens verstopt met gras is het better om de snelheid te vertragen zDat het maaien Niet te snel gebeurt ten opzichte van de toestand van het gazon; mocht het probleem aanhouden dan kan het ook�n dat de snij-inrichtingen Niet goed geslepen+zijn of dat het profiel van de vleugels verrormd is.
- Pas erg goed op bij het maaien langus struiken en boorden. Deze KINDen de stand van de snijgroep ontregelen en de zijkant van de snijgroep en de snij-inrichtingen beschadigden.
6. ONDERHOUD
6.1 VEILIGHEIDSADVIEZEN
LET OP! Men dient onmiddelijk de
Verkoper of een gespecialiseerd Centrum te contacteren indien men onregelmatigheden aantreft in de werking:
-vandererem,
- bij het inschakelen en stoppen van de snij-inrichtingen,
- bij de inschakeling van de aandrijving vooruit of achechteruit.
6.2 GEWOON ONDERHOUD
Het doel van de tabel is om uw machine een optimale conditie te lately behouden. Hierin staand de voornaamste ingrepen en deijden waarop ze uitgevoerd要去en worden.
In de vakjes ernaat sunt u de datum of het aantal werkuren noteren wanner de ingreep isuitgevoerd.
| Ingreep | Uren | Uitvoering (Datum of Uren) | |||||||
| 1. MACHINE | |||||||||
| 1.1 | Controle koppeling en bijslijpen snij-inrichting 3) | 25 | |||||||
| 1.2 | Vervanging snij-inrichtingen 3) | 100 | |||||||
| 1.3 | Controle aandrijfrem 3) | 25 | |||||||
| 1.4 | Vervanging aandrijfrem 2) 3) | - | |||||||
| 1.5 | Controle riem commando snij-inrichtingen 3) | 25 | |||||||
| 1.6 | Vervanging riem commando snij-inrichtingen 2) 3) | - | |||||||
| 1.7 | Controle en afstelling rem 3) | 25 | |||||||
| 1.8 | Controle en afstelling tractie 3) | 25 | |||||||
| 1.9 | Controle koppeling en rem snij-inrichting 3) | 25 | |||||||
| 1.10 | Stevigheidscontrole van alle verbindingen 25 | ||||||||
| 1.11 | Algemene smering 4) | 25 | |||||||
| 2. MOTOR 1) | |||||||||
| 2.1 | Vervanging motorolie ... | ||||||||
| 2.2 | Controle en schoonmaken luchtfilter ... | ||||||||
| 2.3 | Vervanging luchtfilter ... | ||||||||
| 2.4 | Controle benzinefilter ... | ||||||||
| 2.5 | Vervanging benzinefilter ... | ||||||||
| 2.6 | Controle en schoonmaken contactpuntjes ... | ||||||||
| 2.7 | Bougie verrangen ... | ||||||||
1) Raadpleeg de handleiding van de motor voor de complete lijst en de tussenpozen.
2) Neem contact op met uw verkoper zodia u storingen vermoedt.
3) Handeling die door uw Verkoper of door een gespecialiseerd Centrum要去 uitgevoerd worden.
4) De algemene smering van alle bewegende onderdelen moet bovendien, elke keer er verwacht wordt de machine voor genuine tijd Niet te gebruiken, uitgevoerd worden.
6.2.1 Motor (Afb. 6.1)
BELANGRIJK Volg alle aanwijzingen die in de handleiding van de motor staan aangegeven.
Om de motorolie te lozen, de verlengslang (1) goed vasthouden en de aftapdop (2) losdraaien. Wanner u de dop (2) weeer monteert, op de interne afdichting (3) letten en goed aandraaien terwijl u de verlengslang (1) goed vasthoudt.
6.2.2 Achteras
Deze bestaan uit een verzegelde eenheid en vragen geen onderhoud.; de eenheid is voorzien van een permanente smering die geen verwanging of aanvulling behoeft.
6.2.3 Batterij (Afb. 6.2)
Het is fondamenteel om de accu zorgvuldig te onderhonden voor een duurzaam bestaan. De accu van uw machine dient steeds te worden opgeladen:
- bij het eerste gebruik na de aankoop van de machine;
- voör elke langereperiodewaarin de machine nietzalworden gebruikt;
- voör de machine na een langeperiode van stilstand opnieuw in gebruik te nemen.
Lees met aandacht de oplaadprocedures die in de handleiding van de accu staan en volg ze op. Als deze procedures Niet in alot worden genommen of als de accu Niet wordt opgeladen, kan er zich onherstelbare schade voordoen aan de elementen van de accu.
Een lege accu moet zo snel möglichk opgeladen te worden.
BELANGRIJK Het opladen dient uitgevoerd te worden met gelijkspanning apparatuur. Andere oplaadsystemen können de accu op een onherstelbare manier beschadigen.
De machine is uitgerust met een connector (1) voor het opladen, die aangesloten要去 worden op de overeenstemmende connector van de speciale acculader van behoud in dotatie (indien voorzien) of beschikkaar op aanvraag (zie 8.2).
BELANGRIJK Deze connector mag uitsluitend gebruikt worden voor de aansluiting op de acculader van behoud die voorzien is door de Fabrikant. Voor+zijn gebruik:
- de aanwijzingen volgen aangegeven in de des-betreffende gebruiksinstructies;
- de aanwijzingen volgen aangegeven in het instructieboekje van de accu.
6.3 INGREPEN AAN DE MACHINE
6.3.1 Uitlijning van de snijgroep (Afb. 6.3)
Een correcte afstelling van de snijgroep is belangrijk om een Mooi eenvormig gazon te verkrijgen.
Als het gras onregelmatig gemaaid wordt, de bandenspanning nakijken.
Indien dat nicht voldoende is voor een eenvormig gazon, neem dan contact op met uw verko- per voor de afstelling van de uitlijing van de snijgroep.
6.3.2 De wielen verrangen (Afb. 6.4)
Plaats de machine op een vlakke ondergrond enplaats aan de kant waar het wiel verrangen moet worden, een steunblok, onder een dragend deel van het chassis.
De wielen worden op hunplaats gehonden door een elastische ring (1) die verwijderd kan worden door middel van een schroevendraaier.
OPMERKING Als een of beiden wielen verrangen要去en worden, verzeker u er dan van dat eventuele verschillen in de buitendiameter nicht
groter zich dan 8-10 mm; anders moet de uitlijing van de snijgroep afgesteld worden om te voorkomen dat het gras onregelmatig gemaad worden.
BELANGRIJK Alvorens een wie te hermon-teren, de wielas met vet insmeren. De elastische ring (1) en de borgring (2) weeer precies op hun plaats zetten.
6.3.3 De banden reparen of verrangen
De banden zijn "Tubeless" en iedere verwang. of reparatie als gevolg van een lek dient dan ook door een vakman uitgevoerd te worden volgens de, voor dit type banden, geldende voorschriften.
6.3.4 Vervanging koplamp (indien voorzien)
- Lampen type "l" (gloeilampen) (Afb. 6.5)
De koplampen (18W) zijn door middel van een bajonetfitting in de lamphouder gedraaid. De lamphouder kan verwijderd worden door deze met behulp van een tang gegen de klok in te draaien.
- Lampen type "II" (LED) (Afb. 6.6)
Draai de ringmoer (1) los en verwijder de connector (2).
Demonteer de LED-verlichting (3) die met de schroeven bevestigd (4) is.
6.3.5 Een zekering verrangen (Afb. 6.7)
De machine is uitgerust met een aantal zekeringen (1) met verschillend vermogen en met de volgende functies en kenmerken:
Zekering van 10A = bescherming van de algemene stroomcircuits en het vermogen van
de elektronische kaart; het in werkig treden van deze zekering veroorzaakt de stilstand van de machine.
- Zekering van 25A = bescherming van het laadcircuit; wonneer deze zekering in werkking treedt, verliest de accu geleidelijk aan zichn lijding en ontstaan problemen bij het starten.
Het vermogen van de zekering is aangegeven op de zekering zich.
BELANGRIJK Een doorgebrande zekering dient alkijd verrangen te worden door enzelfde type met hetzelfde vermogen.
Als de orzaak van het in werkig treden nicht gezonden kan worden dient er contact opgenommen te worden met uw Verkoper.
6.3.6 Demontage, vervanging en hermontage van de snij-inrichtingen
A LET OP! Draag werkhandschoenen om de snij-inrichting te hanteren.
A LET OP! Vervang de beschadigde of verwrongen snij-inrichtingen steeds; probeer ze nooit te herstellen! GEBRUIK STEEDS ORIGINELE SNIJ-INrichtINGEN!
Voor deze machine is het gebruik van een snij-inrichtingen voorzien met de code die aangegeven is in de tabel op pagina ii.
Gezien de ontwikkeling van het product, kunnen de boven vermelde snij-inrichtingen in de loop van deijd verrangen worden door andere, met soortgelijke eigenschappen voor wat betreft verwisselhaarheid en functionele veiligheid.
BELANGRIJK Het is raadzaam dat de messen per koppel verrangen worden, vooral in geval van duidelijke verschillen in de slijtage.
| PROBLEMEN MOGELIJKE OQ | RZAAK OPLOSSING | |
| 1. Met de sleutel in de stand «START», draait de startmotor Niet - er is geen toestemming tot | starten gegeven - de accu is nicht goed aangesloten - de polen van de accu zich omgewisseld - de accu is nicht goed opgeladen - de zekering is doorgebrand - de kaart nat is - storing van het startrelais | Zet de sleutel op stand «STOP» enzoek de oorzaken van het defect: - controller of de toelatingsvoorwaarden worden gespecteerd (zie 5.2.a) - controller de aansluitingen (zie 3.4) - controller de aansluitingen (zie 3.4) - laad de accu opnieuw op (zie 6.2.3) - verwang de zekering (10 A) (zie 6.3.5) - drogen met lauwe lustcht - Contacteer uw Verkoper |
| PROBLEMEN MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING | ||
| 2. De sleutel staat in de stand «START», de startmotor draait maar de motor slaat nicht aan | - de accu is Niet goed opgeladen - te weinig benzineaanvoer - er een defect in de ontsteking is opgetreden | - laad de accu opnieuw op (zie 6.2.3) - controller het niveau in de benzinetank (zie 5.3.3) - draai de benzinekraan open (indien voorzien) (zie 5.4.1) - controller de benzinefilter - controller of de bougiekap juist bevestigd is - controller of de elektroden nicht vuil+zijn en of hun onderlinge afstand juist is |
| 3. Een moeilijke start of een onregelmatige werkung van de motor | - erijken brandstofproblemen - | reinig of verrang luchtfilter - leeg de benzinetank en vul met neue benzine - controller en verrang eventueel de benzinefilter |
| 4. Tijdens het maaien is er een krachtverlies van de motor | - de rijnselheid is te hoog ten opzicht van de snijhoogte (zie 5.4.5) | - verminder de rijnselheid en/ of verhoog de stand van het maaidek (zie 5.4.5) |
| 5. De motor stoptijdens het werk | - ingreepvande veiligheidsinrichting - de zekering is doorgebrand | -controleerofde toelatings Voorwaarden worden gerespecteerd (zie 5.2.b) - verrang de zekering (10 A) (zie 6.3.5) |
| 6. De snij-inrichtingen schakelen zich nicht in of stoppen nicht onmiddelijk wonneer ze uitgeschakeld worden. | - problemen bij de inschakeling - | Contacteer uw Verkoper |
| 7. De hoogte van het gras is onregelmatig | - de snijgroep staat Niet evenwijdig ten opzichte van het terrein - onwerkzaamheid van de snij-inrichtingen | -controleerdebandenspanning (zie 5.3.2) - herstel de uitlijing van de snijgroep ten opzichte van het terrein (zie 6.3.1) - Contacteer uw Verkoper |
| 8. Vreemde trillingenijdens het werk | - de snijgroep zit vol met gras - de snij-inrichtingen+zijnuit balans of losgekomen - de bevestigingen+zijnlosgeraat | - reinig de snijgroep (zie 5.4.8) - Contacteer uw Verkoper - controller en draai de bevestigingsschroeven van de motor en het chassis goed vast. |
| 9. Onzekere of Niet werkzame remming | - nicht correct afgestelde rem - Contacteer uw Verkoper | |
| 10. Onregelmatige beweging, weinig tractie bij stijging of neiging van de machine om op te trekken | - problemen aan de riem of aan het inschakelsystem | - Contacteer uw Verkoper |
| 11. Als het aandrijfpedaal bediend worden met een draaiende motor, verplaatst de machine zich nicht (modellen met hydrostatische aandrijving) | - ontgrendelingshendel in stand «B» | - terugzetten in stand «A» (zie 4.33) |
| PROBLEMEN MOGELIJKE OO | RZAAK OPLOSSING | |
| 12. De machine begint op abnormale wijze begint te/TRillen | - beschadiging of losgekomen delen | -zet de machine stil en koppel de kabel van de bougie los-controleereventuele Beschadigingen -controller er derlen losgekomen zich en klem ze weever vast -Voer de controles, verrangingen of herstellungen uit bij een Gespecialiseerd Centrum |
Mochten de problemen aanhouden na het uitvoeren van de bovengenoemde handelingen, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.
Let OP! Probeer nooit om zich gecompliceerde reparations uit te voeren zonder de juiste hulpmiddelen en het nodige technischeinzicht. Ledere slechtuitgevoerde reparatie brengt automatisch verval van, zowel de garantie, als de aansprakelijkheid van de Fabrikant teweeg.
8. TOEBEHOREN
Versnippert het pas gemaaide gras en LAST het!」
achter op het terrein, als alternatif voor het opvangen in de opvangzak.
8.2 BATTERIJ-OPLADER VOOR BEHOLD (Afb. 8.1 n.42)
Laat toe de accu efficien te houdenijdens de periodes van inactiviteit van de machine, waar bij een optimaal laadiveau en een langere durzaamheid van de accu gegardeerd worden.
8.3 KIT TRACTIE (Afb. 8.1 n.43)
Voor het voorttrekken van eenkleine aanhanger.
8.4 KIT VOORBUMPER (Afb. 8.1 n.44)
Biedt bescherming aan de voorkant van de machine.
8.5 AFDEKZEIL(Afb. 8.1 n.45)
Verbeteren de wegvastheid van de achechterste wielen op besneeuwde wegen en staan het gebruik van sneeuwruimnde werktuigen toe.
8.7 AANHANGWAGEN (Afb. 8.1 n.47)
Voor het transport van werktuigen of andere voorwerpen, binnen de limieten van de toegestane ladingen.
8.8 VERSPREIDER (Afb. 8.1 n.48)
Om zout of meststof te verspreiden.
8.9 GRASROL (Afb. 8.1 n.49)
Om het terrein aan te duwen na het zaaien of platdrukken van het gras.
8.10 SNEEUWSCHUIVER (Afb. 8.1 n.50)
Voor hetwegschuiven van de sneeuw en het zijdelings ophopen ervan.
8.11 OPVANGER VOOR BLADEREN EN GRAS (Afb. 8.1 n.51)
Voor het opvangen van bladeren en gras op grayscalevelden.
Onmiddelijk na aankoop worden de identificatiegegevens (3 - 5 - 6) genoteerd in de ruimten op het identificatielabel van de machine (1- IDENTIFICATIE VAN DE MACHINE).
GGP ITALY SPA
Via del Lavoro, 6
I-31033 Castelfranco Veneto (TV) ITALY
GLOBAL GARDEN PRODUCTS