MS 180 - Zaag STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MS 180 STIHL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MS 180 STIHL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MS 180 - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MS 180 van het merk STIHL.
GEBRUIKSAANWIJZING MS 180 STIHL
87 - 129 Handleiding
1 Met betrekking tot deze handleiding.. 87
2Veiligheidsinstructies. 88
3 Reactiekrachten 93
4 Werktechniek 94
5 Zaaggarnituur. 101
6 Zaagblad en zaagketting monteren (frontale kettingspanner) 102
7 Zaagblad en zaagketting monteren (kettingsnelspanner) 103
8 Zaagblad en zaagketting monteren (zijde- lings geplaatste kettingspanner) 105
9 Zaagketting spannen (frontale kettingspanner) 106
10 Zaagketting spannen (kettingsnelspanner) 106
11 Zaagketting spannen (zijdelings geplaatste kettingspanner). 106
12 Zaagkettingspanning controlleren. 106
13 Brandstof. 107
14Tanken. 108
15 Kettingsmeerolie. 108
16 Kettingolie bijvullen. 109
17 Kettingsmering controleren 109
18Kettingrem. 109
19 Motor starten/afzetten 110
20 Gebruksvoorschriften 114
21 Zaagblad in goede staat honden 115
22 Kap. 115
23 Luchtfilter reinigen 115
24 Carburateur afstellen 115
25 Bougie. 116
26 Apparaat opslaan 117
27 Kettingtandwiel controlleren en verrangen 117
28 Zaagketting onderhonden en slijpen.....118
29 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften. 122
30 Slijtage minimisieren en schade voorkomen. 124
31 Belangrijke componenten 125
32 Technische gegevens 125
33 Onderdelenlevering. 127
34 Reparatierichtlijnen 127
35 Milieuverantwoord afvoeren. 128
36 EU-conformiteitsverklaring. 128
37 UKCA-conformiteitsverklaring. 128
1 Met betrekking tot deze handleiding
Deze handleiding heeft betrekking op een STIHL motorzaag, in deze handleiding ook motorapparaat genoemd.
1.1 Symbolen
Symbolen die op het apparaat�n aangebrachte worden in deze handleiding toeelicht.
Afhankelijk van het apparaat en de uitrusting kuren de volgende symbolen op het apparaat� aangebracht.

Benzinetank; brandstofmengsel van benzine en motorolie

Tank voor kettingsmeerolie; kettingsmeerolie

Kettingrem blokkeren en loses

Nalooprem

Kettingdraairichting

Ematic; hoeveelheidregeling kettingsmeerolie

Zaagketting spannen
Geleiding aanzuiglucht: winterstand
Geleiding aanzuiglucht: zomerstand
Handgreepverwarming
Decompressieklep bedienen
Hand-benzinepomp bedienen



1.2 Coding van tekstblokken

WAARSCHUWING
Waarschuwing voor kans op oncevallen en letsel voor personen alsmede voor zwaarwegende materièle schade.
LETOP
Waarschuwing voor beschadiging van het apparaat of afzonderlijke componenten.
1.3 Technische doorontwikkeling
STIHL werkst continu aan de verdere ontwikkeling van alle machines en apparaten; wijzigingen in de leveringsomvang qua vorm, techniek en uitrusting behouden wij ons waarom ook voor.
Aan gegevens en afbeeldingen in deze handleiding können dan ook geen aanspraken worden ontleend.
2 Veiligheidsinstructies

Er zijn speciale veiligheidsmaatregelen nodig bij werkzaamheden met de motorzaag,ondat met een zeer hoge kettingsnelheid worden gewerkt en de zaagtanden zeer scherp zich.

De gehele handleiding voor de eerste ingebruikneming aandachtig doorlezen en voor later gebruik goed opbergen. Het Niet in alot nemen van de handleiding kan levensgevaarlijk+zijn.
2.1 In het algemeen in acht nemen
De nationale veiligheidsvoorschriften, bijv. van beroepsgroepen, sociale instanties, arbeidsinspectie en andere in acht nemen.
Het gebruik van geluid producerende motorzagen kan door nationale alsookplaatselijke,lokale voorschriften tijdelijk worden beperkt.
Wie voor het eerst met de motorzaag werk: door de verkoper of door een andere deskundige latent uitleggen hoe men hiermee veilig kan werk - of deelnemen aan een cursus.
Minderjarigen mogen nicht met de motorzaag werken - behaltejongeren boven de 16aar die onder toezicht leren met het apparaat te werken.
Kinderen, dieren en toeschouwers op afstand houden.
De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen die andere Personen of hun eigendommen overkomen, resp. voor de gezaren waaraan deze worden blootgesteld.
De motorzaag alleen meegeven of uitlenen aan personen die met het gebruik ervan vertrouwd zich -.altijd de handleiding meegeven.
Wie met de motorzaag werkt moet goed uitgerust en gezond zich en een goede lichamelijke conditie hebben. Wie zich om gezondheidsreden Niet mag inspannen,要去zijn arts raadplegen of het werkken met een motorzaag möglichk is.
Na gebruik van alcohol, medicijnen die het reactievermogen beinvloeden of drugs mag nicht met de motorzaag worden gewerkt.
Bij ongunstige weersomstandigheden (regen, sneeuw, ijzel, wind) de werkzaamheden uitstellen - verhoogde kans op ongelukken!
Alleen voor dragers van een pacemaker: het ontstekingssysteme van deze motorzaag genereert een zeer ging elektromagnetisch veld. Beinvloeding van enkele typen pacemakers kan nicht geheel worden uitgesloten. Ter voorkoming van gezondheidsrisico's adviseert STIHL de behandelend arts en de fabrikant van de pacemaker te raadplegen.
2.2 Gebruik conform de voorschriften
De motorzaag alleen gebruiken voor het zagen van hout en houten voorwerpen.
Voor andere doeleinden mag de motorzaag nicht worden gebruikt - kans op ongelukken!
2 Veiligheidsinstructies Nederlands
Geen wijzigingen aan de motorzaag aanbrengen - uw verilgheid kan hierdoor in gevaar worden gebracht. Voor persoonlijke en materiaèle schade die door het gebruik van nicht-vrijgegeven aanbouwapparaten worden veroorzaakt is STIHL net aansprakelijk.
2.3 Kleding en uitrusting
De voorgeschreveen kleding en uitrusting dragen.

De kleding moet doelmatig zich en magijdens het werk Niet hinderen. Nauwsluitende kleding met protectie gegen snijwonden - geen stofjas.
Geen kleding dragen waarmee men aan takken, struiken of de bewegende delen van de kettingzaag kan blijven haken. Ook geen sjaal, das en sieraden dragen. Lang haar in een paardenstaart dragen en vastzetten (hoofddoek, muts, helmenz.).

Geschikt schoeisel dragen - met protectie gegen snijwonden, stroeve zool en stalen neus.

WAARSCHUWING

Om de kans op oogletsel te reduc- ren een nauw aansluitende veiligheidsbril volgens de norm EN 166 of een gelaatsbeschermer dragen. Erop letten dat de veiligheidsbril en de gelaatsbeschermer goed zitten.
"Persoonlijke" gehoorbescherming dragen - zoals bijv. oorkappen.
Veiligheidshelm dragen bij gevaar voor vallende voorwerpen.

Robuuste werkhandschoenen van slijt vast materiaal dragen (bijv. leer).
STIHL biedt een uitgebrecht programma aansoonlijke beschermuitrusting.
2.4 Vervoer
Voor het vervoeren - ook over korte afstanden - de motorzaag algijd afzetten, de kettingrem blokkeren en de kettingbeschermer aanbrengen. Hierdoor worden het onbedoeld aanlopen van de zaagketting voorkomen.

De motorzaag alleen aan de draagbeugel dragen - de hete uitlaatdemper van het lichaam vandaan, het zaagblad waar achteren gericht. Hete machineonderdelen, vooral de uitlaatdemper, Niet aanraken - kans op brandwonden!
In auto's: de motorzaag gegen omvallen, beschadiging en gegen het weglekken van benzine en kettingolie beveiligigen.
2.5 Reinigen
Kunststof onderdelen reinigen met een doek.
Agressieve reinigingsmiddelen können het kunststof beschaden.
Stof en vuil op de motorzaag verwijderen - geen vetoplossende middelen gebruiken.
Voor het reinigen van de motorzaag geen hogedrukreiniger gebruiken. Door de harde waterstraal+kunnen onderdelen van de motorzaag worden beschadigd.
2.6 Toebehoren
Alleen dergelijk gereedschappen, zaagbladen, zaagkettingen, kettingtandwielen, toebehoren of technisch gelijkwaardige onderdelen monteren die door STIHL voor deze motorzaag vrijgegeven. Bij vrijen hierover contact opnemen met een geauthoriserde dealer. Alleen hoogwaardig gereedschap of toebehoren monteren. Als dit worden genexeerd bestaat de kans op oncevallen of is er kans op schade aan de motorzaag.
STIHL advisert originele STIHL gereedschappen, zaagbladen, zaagkettingen, kettingtandwielen en toebehoren te monteren. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het product en de eisen van de gebruiker afgestemd.
2.7 Tanken

Benzine is bijzonder Licht ontvlambaar -uit de buurt blijven van open vuur -geen benzine morsen -niet roken.
Voor het tanken de motor afzetten.
Niet tanken zolang de motor nog heet is -de benzine kan overstromen - brandgevaar!
De tankdop voorzichtig losdraaien, zodate de heersende overdruk zich langzaam kan afbouwen en er geen benzine uit de tank kan spuiten.
Uitsluitend op een goed geventileerde plek tanken. Als er benzine worden gemorst, de motorzaag direct schoonmaken. De kleding Niet in aanraking lately komen met benzine, anders direct andere kleding aantrekken.
De motorzagen können af fabriek zich uitgerust met de volgende tankdoppen:
Schroef-tankdop

Na het tanken de tank-schroefdop zo vast möglichk aandraaien.
Hierdoor wordt het risico verkleind dat de tankdop door de motortrillingen losloopt en er benzine wegstroomt.

Op lekkages letten! Als er benzine wegelt de motor Niet starten - levensgevaar door verbranding!
2.8 Voor de werkzaamheden
Controleren of de motorzaag in technisch goede staat verkeert - het betreffende hoofdstuk in de handleiding in acht nemen:
- Het brandstofsystem op lekkegace controeren, vooral de zichtbare onderdelen zoals bijv. de tankdop, slangaansluitingen, hand-benzine-pomp (alleen bij motorzagen met hand-benzinepomp). Bij lekkages of beschadiging de motor Niet starten - brandgevaar! De motorzaag voor de ingebruikneming door een geautorisere dealer latent repareren.
- Goed werkende kettingrem, voorste handbeschermer
- Correct gemonteerd zaagblad
- Correct gespannen zaagketting
- De gashendel en de gashendelblokkering要去en goed gangbaar zich - de gashendel要去 na het loslaten automatisch terugveren in de uitgangsstand
-
Combischakelaar gemakkelijk in de stand STOP, 0, resp. 0 teplaatsen
-
Bougiesteker op vastzitten controlleren - bij een loszittende steker können vonden ontstaan, hierdoor kan het vrijkomende benzine-luchtmengsel ontbranden - brandgevaar!
- Geen wijzigingen aan de bedieningselementen en de veiligheidsinrichtingen aanbrengen
- De handgrepen要去en schoon en droog�, vrij van olie en vuil - belangrijk voor een velige bediening van de motorzaag
Voldoende brandstof en hettingsmeerolie in de tank
De motorzaag mag alleen in technisch goede staat worden gebruikt - kans op ongelukken!
2.9 Motorzaag starten
Alleen op een vlakke ondergrond. Op een veilige en stabiele houting letten. De motorzaag hierbij goed vasthouden - het zaaggarnituur mag geen voorwerpen en ook de grond Niet raken - kans op letsel door de draaiende zaagketting.
De motorzaag worden slechts door een persono brediend. Andere Personen buiten het werkgebied honden - ookijdens het starten.
De motorzaag nicht starten als de zaagketting zich in een zaagsnede bevindt.
De motor op minstens 3m van de plek waar verbord getankt en Niet in een afgesloten ruimte starten.
Voor het starten de kettingrem blokkeren – door de ronddraaiende zaagketting is er kans op let-sel!
De motor nicht 'los uit de hand' starten - starten zoals in de handleiding staat beschreiben.
2.10 Tijdens de werkzaamheden
Altijd voor een stabiele en veilige houding zorgen. Voorzichtig te werk gaan als de schors van de boom nat is - kans op uitglijden!

De motorzaag alkijd met beiden handen vasthouden: de rechtterhand op deijkenste handgreep - geldt ook voor linkshandigen. Voor een goede
2 Veiligheidsinstrumenties Nederlands
geleiding de draagbeugel en de handgreep met de duimen omsluiten.
Bij dreigend gevaar, resp. in geval van nood, direct de motor afzetten - de combischakelaar/ stopschakelaar richting STOP, 0, resp. 0 drukken.
De motorzaag nooit onbeheerd lately draaien.
Let op bij gladheid, regen, sneeuw, ijs, op hellingen, in oneffen terrein of op pas geschild hout of schors - kans op uitglijden!
Let op bij boomstronken, wortels en greppels - kans op struikelen!
Niet alleen werken - alkijd binnen gehoorafstand van anderen blijven die een EHBO-opleiding hebben gevolgd en in geval van nood hulp hunnen bieden. Als er zich in het werkgebied medewerkers bevinden, moeten deze ook veiligheidskleding dragen (helm!) en zij mogen nicht direct onder de af te zagen takken staan.
Bij gebruik van gehoorbeschemers要去 extra omzichtig en bedachtzaam worden gewerkt -ocht dat geluiden die op gevaar wijzen (schreeuwen, alarmsignalen e.d.) ); minder goed hoorbaar zichn.
Opijd rustpauzes nemen om vermoeidheid enuitputting te voorkomen - kans op ongelukken!
Deijdens de zaagwerkzaamheden vrijkomende stoffen (bijv. houtstof), dampen en rook kennenschadelijk zijn voor de gezondheid. Bij stofontwikkeling een stofmasker dragen.
Als de motor draait, draait de zaagketting nog even door nadat de gashendel worden losgelaten - naloopeffect.
Niet rokenijdens het gebruik en in de directe omgeving van de motorzaag - brandgevaar! Uit het brandstofsystemen konnen ontvlambare benzinedampen ontsnappen.
De zaagketting regelmatig, met korteussenpozen en bij merkBare wijzigingen direct controle- ren:
- Motor afzetten, wachten tot de zaagketting stilstaat
- Staat en vastzitten van de componenten controeren
- Scherpte controlleren
Bij draaiende motor de zaagketting Niet aanraken. Als de zaagketting door een voorwerp wordengeblokkeerd, de motor direct afzetten - dan pas het voorwerp verwijderen - kans op letsel!
Voor het achechterlaten van de motorzaag de motora afzetten.
Voor het verrangen van de zaagketting de motor afzetten. Door het onbedoeld aanlopen van de motor - kans op letsel!
Licht ontvlambare materialen (bijv. houtspanen, boomschors, droog gras, benzine)uit de buurt van de hete uitlaatgassen en de hete uitlaatdemp per houden - brandgevaar! Uitlaatdempers met katalysator+kunnen bijzonder heet worden.
Nooit zicher kettingsmering werkken, waarvoor op het oliepeil in de olietank letten. Werkzaamheden direct onderbreken als het oliepeil in de olietank te laag is en kettingolie bijvullen - zie ook "Kettingolie bijvullen" en "Kettingsmering controeren".
Als de motorzaag Niet volgens voorschrift (bijv. door geweld van buitenaf, door stoten of vallen) ward uitgeschakeld, voor het opnieuw in gebruik nemen beslist de bedrijfszekerheid controeren -zie ook "Voor aanvang van de werkzaamheden".
Vooral op lekkage van het brandstofsysteme en de goede werkung van de veiligheidsinrichtingen letten. Een Niet bedrijfszekere motorzaag in geen geval verder gebruiken. In geval van twijfel contact opnemen met een geauthoriseerde dealer.
Op een correct stationair toerental letten, zodate zaagketting na het loslaten van de gashendel Nieteer meedraait. Regelmatig instelling stationair toerental controleren, resp. indien möglich corrigeren. Als de zaagketting bij stationair toerental toch meedraait, de motorzaag bij een geauthoriseerde dealer ter reparatie aanbieden.

De motorzaag produeert giffige uittlaatgassen zodra de motor draait. Deze gassen konnen geurloos enonzichtbaar zich en onverbrande koolwaterstoffen en benzol bevatten. Nooit in afgesloten of slecht geventileerde ruimtes met de motorzaag werken - ook nicht bij machines metkatalysator.
Bij het werkken in greppels, slenken of opplaatsen met weinig ruimte, steeds voor voldoende luchtventilatie zorgen - levensgevaar door vergiftig.
Bij misselijkheid, hoofdpijn, gezichtsstoornissen (bijv. kleiner wordend blikveld), gehoorverlies, duizeligheid, afnemende concentratie, de werkzaamheden direct onderbreken - deze symptomen können onder andere worden veroorzaakt
door een te hoge uitlaatgasconcentratie - kans op ongelukken!
2.11 Na de werkzaamheden
De motor afzetten, kettingrem blokkeren en de kettingbeschermer aanbrengen.
2.12 Opslaan
Als de motorzaag nicht worden gebrukt, deutsche zo opbergen dat niemand in gevaar kan worden gebracht. De motorzaag zo opbergen dat onbevoegden er geen toegang toe hebben.
De motorzaag veilig in een droge ruimte bewaren.
2.13 Trillingen
Langdurig gebruik van het motorapparaat kan leiden tot door trillingen veroorzaakte doorbloedingsstoornissen aan de handen ("witte vingers").
Een algemeen geldende gebruiksduur kan nicht worden vastgesteld, sondern denen van meerderere factoren afhankelijk is.
De gebruiksduur worden verlengd door:
- Bescherming van de handen (warme hand-schoenen)
Rustpauzes
De gebruiksduur worden verkort door: - Bijzondere persoonlijke aanleg voor slechte doorbloeding (kenmerk: vaak koude vingers, kriebelen)
Lage buitentemperaturen - De mate van kracht uitgeoefend door de handen (stevig beetpakken beinvloedt de doorbloeding nudelig)
Bij regelmatig, langdurig gebruik van het apparraat en bij het herhaald optreden van de betreffende symptomen (bijv. vingers kriebelen) worden een medisch onderzoek geadviseerd.
2.14 Onderhoud en reparations
Voor alle reparatie-, reinigings- en onderhoudswerkzaamheden, alsmede bij werkzaamheden aan het zaaggarnituur.altijd de motor afzetten. Door het onbedoeld aanlopen van de zaagketting - kans op letsel!
Uitzondering: carburaturerafstelling en instelling stationair toerental.
De motorzaag regelmatig onderhoden. Alleen die onderhouds- en reparatiewerkzaamhedenuitvoeren die in de handleiding staan beschre
ven. Alle andere werkzaamheden lately uitvoeren door een geauthoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latentuitvoeren. De STIHL dealers nemen regelmatifdeel aan scholingen en ontvangen Technische informaties.
Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit worden genegeerd bestaat de kans op oncevallen of is er kans op schade aan de motorzaag. Bij vragen hierover contact opnemen met een geauthoriseerde dealer.
Geen wijzigingen aan de motorzaag aanbrengen – de veiligheid kan hierdoor in gevaar worden gebracht – kans op ongevallen!
De motor van de motorzaag mag als de bougiesteker is losgetrokken of als de bougie is losgedraaid, alleen worden rondgedraaid als de combischakelaar in stand STOP, 0, resp. 0 staat - brandevaar door ontstekingsvonken buiten de cilinder!
Het motorapparaat Niet in de nabijheid van open vuur onderhonden en opslaan - brandgevaar door de brandstof!
De tankdop regelmatig op lekkage controleren.
Alleen in goede staat verkerende, door STIHL vrijgeveen bougies -zie "Technische gegevens" - monteren.
Bougiekabel controlleren (goede isolatie, vaste aansluiting).
Controleer of de uitlaatdemper in goede staat verkeert.
Niet met een defecte of zonder uitlaatdempers Werken - brandgevaar, gehoorschade!
De hete uitlaatdemper nicht aanraken - gevaar voor brandwonden!
De staat van de antivirusatie-elementen beinvloedt het trillingsgedrag - de antivirusatie-elementen regelmatig controleren.
Kettingvanger controlleren - indien beschadigd, verrangen.
Motor afzetten
- Voor het controlleren van de kettingspanning
- Voor het spannen van de zaagketting
Voor het verrangen van de zaagketting - Voor het opheffen van storingen
Slijphandleiding in acht nemen - voor een veilig en correct gebruik de zaagketting en het zaag-
3 Reactiekrachten Nederlands
blad alkijd in een goede staat houden, de zaag-ketting correct geslepen, gespannen en voldoende gesmeerd.
Zaagketting, zaagblad en kettingtandwieiijdig verwisselen.
Regelmatig controlleren of de koppelingsstrommel in een goede staat verkeert.
De benzine en kettingsmeerolie alleen opslaan in de hiervoor vrijgeveen jerrycans met duidelijk leesbare opschriften. Opslaan (bewaren) in een droge, koele en veilige plaats, beschermd gegen Licht en zonnestraling.
Bij een defecte kettingrem de motor direct afzetten - kans op letsell! Contact opnemen met een geauthoriseerde dealer - de motorzaag nicht gebruiken tot de storing is verholpen - zich "Kettingrem".
3 Reactiekrachten
De meest voorkomende reactiekrachten zijn: terugslag, terugstoten en het zich in het hout trekken.
3.1 Gevaar door terugslag

Terugslag kan tot dodelijk letsel leiden.

Bij terugslag (kick back) worden de zaag plotseling en oncontroleerbaar in de richting van de gebruiker geslingerd.
3.2 Terugslag ontstaat bijv. als

001BA257 KN
- De zaagketting met het bovenste kwart van de zaagbladneus per ongeluk in aanraking komt met hout of een ander vast voorwerp – bijv. alsijdens het Snoeien per ongeluk een andere tak worden geraakt
- De zaagketting bij de zaagbladneus tijdens het zagen even worden vastgeklemd
3.3 QuickStop-kettingrem:
Door bye rem worden in bepaalde situatuies de kans op letsel verminderd - de terugslag zich kan nicht worden voorkomen. Bij het inschakelen van de kettingrem komt de zaagketting binnen een fractie van een seconde tot stilstand - zie hoofdstuk "Kettingrem" in deze gebruiksaanwijzing.
3.4 Terugslaggevaar verminderen
- door weloverwogen, correct werken
- De motorzaag met beiden handen stevig vasthouden
- Alleen met vol gas zagen
- Op de zaagbladneus letten
Niet met de zaagbladneus zagen - Voorzichtig着眼 het zagen vankleine, taaietakken,laag kreupelhout enjonge scheuten -de zaagketting kan hierin vastlopen
- Nooit meertere takken in een keer doorzagen
- Niet te ver voorover gebogen zagen
Niet boven schouderhoogte zagen - Het zaagblad uiterst voorzichtig in een reeds aanwezighe zaagsnede aanbrengen
- Het "steken", alleen toepassen indien u met de techniek hiervan vertrouwd bent
- Op de stand van de stam letten en op krachten die de zaagsnede zich hunnen drukken, waardoor de zaagketting worden vastgeklemd
- Alleen met een goed geslepen en correct gespannen zaagketting werken - afstand dieptebegrenzer nicht te groot
- Een terugslagreducerende zaagketting en een zaagblad met eenkleine zaagbladneusradius gebruiken
3.5 Intrekken (A)

Alsijdens bovenhands zagen de zaagketting klemt of een voorwerp in het hout raakt, kan de motorzaag met een ruk gegen de stam worden getrokken - om dit te voorkomen de kam.altijd stevig gegen de stamplaatsen.
3.6 Terugslag (B)

Alsijdens onderhandzagen de zaagketting klemt of een vast voorwerp in het hout raakt, kan de motorzaag in de richting van de motorzaaggebruiker terug worden gestoten - om dit te voorkomen:
- De bovenzijde van het zaagblad Niet vastklemmen
- Het zaagblad in de zaagsnede nicht verdraaien
3.7 De grootste voorzichtigheid is geboden
Bij overhangende stammen
Bij stammen die, doordat ze op ongunstige wijze zich omgevallen, onder spanning staan tussen andere bomen
Bij werkzaamheden aan stammen die ten gevolge van een storm over elkaar zijn gevallen
In deze gezallen nicht met de motorzaag werken – maar een kantelhaak, een lier of een tractor gebruiken.
Vrij ligende of losgezaagde stammen wegtrekken. De opruimwerkzaamheden indien möglich op een open plek voortzetten.
Dood hout (dor, vermolmd of dood hout) vormt een wezenlijk, moeilijk in te schatten, gevaar. Het herkennen van het gevaar is zeer moeilijk of zo goed als onmogelijk. Hulpmiddelen als een lier of tractor gebruiken.
Bij het vellen van bomen in de buurt van wegen, spoorrails, elektriciteitskabels enz.要去 bijzonder voorziglicht te werk worden gegaan. Zonodig, de politicie, het energiebedrijf of de spoorwegen informeren.
4 Werktechniek
Zaag- en velwerkzaamheden, alsmede alle daar-mee verbonden werkzaamheden (steeksneede, Snoeien etc.) mogen alleen worden uitgevoerd door diegenen die waarvoor special toen opgeleid en geschoold. Wie geen ervaring met een motorzaag of de werktechnieken heeft, mag dergelijke werkzaamheden Niet uitvoeren - verhoogde kans op ongevallen!
Bij velwerkzaamheden要去en beslilst de nationale voorschriften met betrekking tot de veltechniek worden opgevolgd.
4.1 Zagen
Niet in de startgasstand werken. Het mortoerental is in deze stand van de gashendel nicht regelbaar.
Rustig en met overleg werken - alleen bij voldoende Licht en goed zich. Anderen nicht in gevaar brengen - voorzichtig werken.
Voor iedereen die hiermee voor het eerst werkt, adviseren wij het zagen van rondhout op een zaagbok te oefenen -zie "Dun hout zagen".
Het kortst möglichke zaagblad gebruiken: Zaagketting, zaagblad en kettingtandwiel要去en bij elkaar en bij de kettingzaag passen.

4 Werktechniek Nederlands
Geen lichaamsdelen in het verlangde zwenkbereik van de zaagketting honden.
De motorzaag alleen met een draaiende zaag-ketting uit het hout trekken.
De motorzaag alleen voor het zagen gebruiken – Niet voor het loswippen of wegschuiven van takken of worteluitlopers.
Vrijhangende takken Niet vanaf de onderzijde doorzagen.
Voorzichtig bij het afzagen van struikgewas enjonge bomen. Dunne loten können door de zaagketting worden gegren en in de richting van de gebruiker worden geslingerd.
Voorzichtigelijk bij het zagen van versplinterd hout - kans op letsel door afgescheurde stukken hout!
Geen andere voorwerpen met de motorzaag in aanraking lately komen: stenen, spijkers enz. hunnen worden wegteslingerd en de zaagketting beschadigen. De motorzaag kan omhoogslaan -kans op ongelukken!
Als een draaiende zaagketting contact maakt met een steen of een ander hard voorwerp, kan dit leiden tot vonkvorming, waardoor onder bepaalde omstandighedenlicht ontvlambare stoffen vlam zouden konnen vatten. Ook droge planten en struikgewas zijn Licht ontvlambaar, met nameijdens hete, droge weersomstandigheden. Als er kans op brand aanwezig is, de motorzaag Niet in de buurt van Licht ontvlambare stoffen, droge planten of struikgewas gebruiken. Absoluut bij de verantwoordelijkke bosbeheerinstantie informeren of er brandgevaar bestaat.

Op hellingen.altijd boven of naast de stam of lig-gende boom staan. Op maar beneden rollende stammen letten.
Bij werkzaamheden die nicht vanaf de grond kunnen worden uitgevoerd:
-
Altijd een hoogwerker gebruiken
-
Nooit op een ladder of staande in de boom werkken
- Nooit op onstabieleplaatsen
- Nooit boven schouderhoogte werkken
- Nooit met een hand werken
De motorzaag met vol gas in de zaagsnede aanbrengen en de kam stevig gegen de stam drukken - pas dan met zagen beginnen.
Nooit zichonder kam werkden, de zaagketting kan de gebruiker maar voren trekken. De kam algijd goed gegen de stamplaatsen.
Aan het einde van een zaagsnede worden de motorzaag Nieteer via het zaaggarnituur in de zaagsnede ondersteund. De gebruiker moet het gewicht van de motorzaag opnemen -kans op verlies van de controle!
Dun hout zagen:
Een stabiele, stevige zaagbok gebruiken
- Het hout Niet met de voet tegenhouden
- Andere Personen mogen het hout nicht vasthouden of op andere wijze meehelppen
Snoeien:
Een terugslagarme zaagketting gebruiken
- De motorzaag zo veel möglichk ondersteunen
Niet staand op de stam snoeien
Niet met de zaagbladneus zagen
- Op takken letten die onder spanning staan
- Nooit meertere takken in een keer doorzagen
De juiste volgorde van de zaagsneden beslant aanhouden (eerst aan de drukzijde (1), verwolgens aan de trekzijde (2)), als deze volgorde nicht worden aangehouden kan het zaagblad in de zaagsnede klemmen of terugslaan - kans op letse!


Een ontlastingssnede aan de drukzijde (1) zagen
- De kapzaagsnede aan de trekzijde (2) aanbrengen
Bij kapzaagsnede van onderen maar boven (onderhandszagen)-kans op terugstoten!
LETOP
Liggende stammenogens op deplaats waar deze worden doorgezaagd Niet de grond raken anders worden de zaagketting beschadigd.

Langssnede:
Zaagtechniek zonder gebruik te make n van de kam - kans dat de zaag in het hout worden getrokken - het zaagblad onder een zo vlak möglich hoek aanzetten - verhoogde kans op terugslag!
4.2 Voorbereidende werkzaamheden voor het vellen
In de omgeving waar wordt gemeld, mogen zich alleen personen bevinden die met het vellen bezig+zijn.
Controller of er niemand door de vallende boom in gevaar kan worden gebracht - een schreeuw kan door het motorlawaai worden overstemd.

Afstand tot de volgende werkplek minimaal 2 1/2 boomlengte.
Velrichting en vluchtwegen vastleggen
De open plek kiezen waar de boom kan vallen.
Hierbij letten op:
- De natuurlijke hoek waaronder deBoom staat
Buitengewoon sterke takvorming, asymmetrische groei, beschadigd hout - Windrichting en -snelheid - bij sterke wind nicht yellen
- Hellingrichting
- Naast staande bomen
Sneeuwbelasting - De conditie van de boom – bijzonder voorzichtig te werk gaan bij een beschadigde stam of dood hout (dor, vermolmd of dood hout)

A Velrichting
B VLuchtweg (analoog ontsnappingsweg)
- Vluchtweg voor elk van de deelnemers vast-leggen - ca. 45^ schuin gegen de velrichting in
-Vluchtweg begaanbaar make, hindernissen opruimen - Gereedschap en apparaten op veilige afstand neerleggen - maar Niet op de vluchtwegen
- Tijdens het vellen.altijd aan de zijkant van de stam staan en alleen zichwaarts de vluchtweg inlopen
-Vluchtwegen op steile hellingen evenwijdig aan de helling aanbrengen
4 Werktechniek Nederlands
Tijdens het teruglopen op vallende takken en op de kroon letten
Werkgebied bij de stam voorbereiden
- Storende takken, struikgewas en obstakels uith het werkgebied rond de stam verwijderen -veilige plek voor alle medewerkers
- De voet van de stam grondig schoonmaken (bijv. met de bijl) - zand, stenen en andere dan houten voorwerpen zorgen ervoor dat de zaagketting bot worden

Grote worteluitlopers inzagen: eerst de grootste worteluitloper -eerst in verticale richting, cervolgens in horizontale richting - alleen bij gezond hout
4.3 Valkerf
Valkerf voorbereiden

De valkerf (C) bepaalt de velrichting.
Belangrijk:
- De valkerf haaks ten opzichte van de velrichting aanbrengen
- Zo dicht mogelijk bij de grond zagen
- Ca. 1/5 tot max. 1/3 van de stam diameter inzagen
Velrichting vastleggen - met velfijst op de kap en het ventilatorhuis

Deze kettingzaag is voorzien van een velflijst op de kap en het ventilatorhuis. Deze velflijst gebruiken.
Valkerfaanbrengen
Bij het aanbrengen van de valkerf de kettingzaag zo uitlijnen dat de valkerf in een rechte hoek ten opzichte van de velrichting ligt.
Bij de procedure voor het aanbrengen van de valkerf met een horizontale zaagsnede (zool) en een schuine zaagsnede (dak) zijn verschillende volgorden toegestaan - let op de nationale voorschriften met betrekking tot de veltechniek.
Zoolzaagsnede (horizontala zagsnede) aanbrengen
De schuine zaagsnede (dak) in een hoek van ca. 45^ - 60^ ten opzichte van de horizontale zaagsnede aanbrengen
De velichting controeren

De hettingzaag met het zaagblad in de valkerf-zoolplaatsen. De velfiist moet in de richting van de vastgelegde velrichting zichn gericht - voor zover nodig de velrichting door het op de overeenkomstige wijze inzagen van de valkerf corrigeren
4.4 Spintsnede

Spintsneden voorkomen bij langvezelige houtsoorten dat het spinhout openscheurt als de boom omvalt - aan beiden zijden van de stam ter hoogte van de valkerfzool circa 1/10 van de stam diameter - bij dikkere stammen maximaal tot de breedte van het zaagblad -inzagen.
Bij ziek hout geen spintsnede aanbrengen.
4.5 Basisbeginselen voor de velsnede
Maten

De valk erf (C) bepaalt de velrichting.
De breuklijst (D) geleidt de boom als een scharnier maar de grond.
-
Breedte van de breuklijst: ca. 1/10 van de stam diameter
-
De breuklijst mag in geen geval tijdens het aanbrengen van de velsnede worden ingezaagd - omdat dan geen controle meer mogelijk is op de valrichting - kans op ongelukken!
Bij rottende stammen een bredere breuklijst\ laten staan
Met behulp van de velsnede (E) worden deBoom gemeld.
- Exact horizontal
1/10 (min. 3 cm) van de stam diameter boven de zool van de valkerf (C)
De borglijst (F) of de veiligheidsband (G) steunt de boom en voorkomt voortijdig omvallen.
Breedte van de band: ca. 1/10 tot 1/5 van de stam diameter
- De band in geen geval tijdens het aanbrengen van de velsnedeinzagen
Bij rottende stammen een bredere band latent staan
Insteken
- Als ontlastingssnede tijdens het inkorten
Bij zaagwerkzaamheden

Een terugslagarme zaagketting gebruiken en bijzonder voorzichtig te werk gaan
1. Het zaagblad met de onderzijde van de neus tegen de stamplaatsen - Niet met de bovenzijde - kans op terugslag! Met vol gas inzagen, tot de zaagsnede tweemaal zo diep is als de bredte van het zaagblad
2. Langzaam in de insteekstand zwenken - kans op terugslag en terugstoten!
3. Het zaagblad voorzichtig in de stam steken - kans op terugstoten!

Indien möglichk, steeklijst gebruiken. De steeklijst en de boven-, resp. onderzijde van het zaagblad lopen parallel aan elkaar.
Bij het insteken helpt de steeklijk erbij de breuklijst parallel, d.w.z. op alleplaatsen even dik, te houden. Hiervoor de steeklijk parallel aan de valkerfzool houden.
Velwig
De velwig zo vroeg möglichk aanbrengen, d.w.z. zodra deze geen obstakel vomt voor het zaag-
4 Werktechniek Nederlands
blad. De velwig in de velsnede aanbrengen en met behulp van een hiertoe geschikt gereed-schap hierin drukken.
Alleen aluminium of kunststof wiggen gebruiken - geen stalen wig gebruiken. Stalen wiggen kūnen de zaagketting ernstig beschadigen en leiden tot een gevaarlijke terugslag.
De juiste velwiggen, afhankelijk van de stamdiameter en de breedte van de zaagsnede (analoog velsnede (E)) selecteren.
Voor het kiezen van de velwig (juiste lenghte, bredte en hoogte) contact opnemen met de STIHL dealer.
4.6 Geschekte velsnede kiezen
Het kiezen van de juiste velsnede is afhankelijk van bezelfde kenmerken, waarop moet worden gelet bij het bepalen van de velrichting en de vluchtweg.
Er zijn meerere verschillende voorwaarden waarop deze kenmerken worden onsderscheiden. In deze gebruiksaanwijzing worden alleen de twee meest voorkomende vormen beschreiben:

| links: normaleboom-verticaalstaandeboom met eengelijkmatigekroon |
| rechts: overhangendeboom-kroon van deboom is gericht in de velrichting |
4.7 Velsnede met veiligheidsband (normale boom)
A) Dunne stammen
Deze velsnedeuitvoeren als de stamdiameter kleiner is dan de zaagbladlengthe van de kettingzaag.

Voor het begin van de velsnede de waarschuwing "Attentie!" roepen.
Velsnede (E) met steeksnede aanbrengen - het zaagblad hierbij geheel in de stam steken
Kam ache ter de breuklijst plaatsen en als draai-punt gebruiken - de hettingzaag zo min mogelijk verzetten
Velsnede tot aan de breuklijst make (1)
- De breuklijst hierbij Niet inzagen
De velsnede tot aan de veiligheidsband aanbrengen (2)
- De veiligheidsband hierbij nicht inzagen

Velwig aanbrengen (3)
Direct voor het vallen van de boom een tweede waarschuwingsroep "Attentie!" roepen.
Veiligheidsband van buitenaf, horizontally in het vlak van de velsnede met uitgestrekte armen doorzagen
B) Dikke stammen
Deze velsnede uitvoeren als de stam diameter groter is dan de zaagbladlengthe van de kettingzaag.

Voor het begin van de velsnede de waarschuwing "Attentie!" roepen.
De kam ter hoogte van de velsnede gegen de stam drukken en als draaipunt gebruiken - de hettingzaag zo min möglichk verzetten
De neus van het zaagbladGaat voor de breuklijst in het hout (1)-de kettingzaag beslist horizontal houden en zo ver möglichk aan buiten zwenken
Velsnede tot aan de breuklijst make (2) De breuklijst hierbij Niet inzagen
De velsnede tot aan de veiligheidsband aanbrengen (3)
- De veiligheidsband hierbij nicht inzagen
Het aanbrengen van de velsnede worden vanaf de tegenoverliggende zichde van de stam cervolgd.
Erop letten dat de tweede zaagsnede in hetzelfde vlak ligt als de eerste zaagsnede.
Velsnede door 'steken' aanbrengen
Velsnede tot aan de breuklijst make (4) De breuklijst hierbij Niet inzagen
De velsnede tot aan de veiligheidsband aanbrengen (5)
- De veiligheidsband hierbij nicht inzagen

Velwig aanbrengen (6)
Direct voor het vallen van de boom een tweede waarschuwingsroep "Attentie!" roepen.
Veiligheidsband van buitenaf, horizontal in het vlak van de velsnede metuitgestrekte armen doorzagen
4.8 Velsnede met borglijst (overhangende boom)
A) Dunne stammen
Deze velsnedeuitvoeren als de stamdiameter kleiner is dan de zaagbladlengthe van de kettingzaag.

-
Het zaagblad tot dit aan de andere Kantuit de stam komt, hierin steken
Velsnede (E) tot aan de breuklijst aanbren gen (1) -
Exact horizontal
- De breuklijst hierbij Niet inzagen
De velsnede tot aan de borglijk zagen (2)
- Exact horizontal
- De borglijk hierbij nicht inzagen

Direct voor het vallen van de boom een tweede waarschuwingsroep "Attentie!" roepen.
De borglijst van buitenaf, schuin van boven met uitgestrekte armen doorzagen
B) Dikke stammen

5 Zaaggarnituur Nederlands
Deze velsnede uitvoeren als de stam diameter groter is dan de zaagbladlengthe van de kettingzaag.
De kam anschter de borglijstplaatsen en als draaipunt gebruiken - de kettingzaag zo min möglichk verzetten
- De neus van het zaagblad.gaat voor de breuklijst in het hout (1) - de kettingzaag beslist horizontal houden en zo ver möglichnestaar buiten zwenken
- De borglijk en de breuklijk hierbij nicht inzagen
Velsnede tot aan de breuklijst make (2)
- De breuklijst hierbij nicht inzagen
De velsnede tot aan de borglijst aanbren-gen (3)
- De borglijk hierbij nicht inzagen
Het aanbrengen van de velsnede worden vanaf de tegenoverliggende zichde van de stam cervolgd.
Erop letten dat de tweede zaagsnede in hetzelfde vlak ligt als de eerste zaagsnede.
-
Kam darüber de breuklijstplaatsen en als draai-punt gebruiken - de kettingzaag zo min mogelijk verzetten
De neus van het zaagbladGaat voor de borglilst in het hout (4)-de kettingzaag beslist horizontal houden en zo ver maybek maar buiten zwenken
Velsnede tot aan de breuklijst make (5) -
De breuklijst hierbij nicht inzagen
De velsnede tot aan de borglijst aanbren-gen (6)
- De borglijst hierbij nicht inzagen

Direct voor het vallen van de boom een tweede waarschuwingsroep "Attentie!" roepen.
De borglijst van buitenaf, schuin van boven met uitgestrekte armen doorzagen
5 Zaaggarnituur
Zaagketting, zaagblad en kettingtandwiei vormen het zaaggarnituur.
Het meegeleverde zaaggarnituur is optimaal afgestemd op de motorzaag.

- De steek (t) van de zaagketting (1), van het kettingstandwiel en van het neustandwiel van het Rollomatic-zaagblad要去en met elkaar corresponderen
- De dikte van de aandrijschakels (2) van de zaagketting (1)要去 corresponderen met de groefbreedte van het zaagblad (3)
Bij het combineren van componenten die nicht bij elkaar passen, kan het zaaggarnituur reeds na een korte gebruiksduur onherstelbaar worden beschadigd.
5.1 Kettingbeschermer

Tot de leveringsomvang behoort een bij het zaaggarnituur passende kettingbeschermer.
Als er zaagbladen met verschillende lengtes op een motorzaag worden gebrukt,要去 algid een passende kettingbeschermer worden gebrukt, die het complete zaagblad afdekt.
Op de kettingbeschermer is aan derijkant de lengte van het hierbij passende zaagblad ingestrempeld.
6 Zaagblad en zaagketting monteren (frontale ketting-spanner)
6.1 Kettingtandwieldeksel uitbouwen

De moer losdraaien en het kettingtandwieldekssel wegemen

Bout (1) linksom draaien, tot de spanmoer (2) links gegen de uitsparing van het carter ligt
6.2 Kettingrem loses

De handbeschermer in de richting van de draagbeugel trekken tot deze hoorbaar klikt - de kettingrem is gelost
6.3 Zaagketting op het zaagbladplaatsen

WAARSCHUWING
Veiligheidshandschoenen aantrekken - kans op letsel door de scherpe zaagtanden
- Zaagketting aanbrengen - te beginnen bij de zaagbladneus

- Het zaagblad over de bouten (1)plaatsen - de snijvlakken van de zaagketting要去en maar rechts zich gericht
De fixeerboring (2) over de pen van de span-schuifplaatsen -gelijktijdig de zaagketting over het kettingtandwiei (3) leggen
De bout (4) rechtsom draaien, totdat de zaagketting aan de onderzijde nog maar iets doorhangt - en de nokken van de aandrijschakels in de groef van het zaagblad liggen - Het kettingtandwieldeksel weeer aanbrengen - en de moer handvast draaien
Verder: zie "Zaagketting spannen"
7 Zaagblad en zaagketting monteren (kettingsnelspanner) Nederlands
7 Zaagblad en zaagketting monteren (kettingsnelspanner)
7.1 Kettingtandwieldeksel uitbouwen

De beugel (1) uiktlappen (tot deze vastklikt)
De vleugelmoer (2) linksom draaien, totdezels in het kettingtandwieldeksel (3) ligt
Kettingtandwieldeksel (3) wegnenen
7.2 Spanring monteren

De spanning (1) Wegnemen en omdraaien

Bout (2) losdraaien

- Spanring (1) en het zaagblad (3) ten opzichte van elkaar uitlijnen

Bout (2) aanbrengen en vastdraaien
7.3 Kettingrem loses

De handbeschermer in de richting van de draagbeugel trekken tot deze hoorbaar klikt - de kettingrem is gelost
7.4 Zaagketting op het zaagblad plaatsen


WAARSCHUWING
Veiligheidshandschoenen aantrekken - kans op letsel door de scherpe zaagtanden
- Zaagketting monteren - te beginnen bij de zaagbladneus - op de montage van de span-ring en de snijkanten letten
- Spanring (1) tot aan de aanslag rechtsom draaien
- Het zaagblad zo draaien dat de spanning maar de gebruiker is gericht

De zaagketting over het kettingtandwiel (2) leggen
- Het zaagblad over de kraagbout (3) schuiven, de kop van dechterste kraagbout moet in het sleufgat vallen

De aandrijfschakel in de zaagbladgroef plaatsen (zie pijl) en de spanning tot aan de aan-slag maar links draaien
Het kettingtandwieldeksel aanbrengen, hierbij de geleidenokken in de openings van het carter schuiven

Bij het aanbrengen van het kettingtandwieldeksel moeten de tanden van het spanwiel en de spanning in elkaar vallen, zo nodig
- Het spanwiel (4)iets verdraien tot het kettingtandwieldeksel geheel gegen het motorcarter kan worden geschoven
De beugel (5) uitklappen (tot deze vastklijk)
De vleugelmoer aanbrengen en handvast draaien
Verder: zie "Zaagketting spannen"
8 Zaagblad en zaagketting monteren (zijdelings geplaatste kettingsp... Nederlands
8 Zaagblad en zaagketting monteren (zijdelings geplaatste kettingspanner)
8.1 Kettingtandwieldeksel uitbouwen

De moeren losdraaien en het kettingtandwieldeksel wegemen

Bout (1) linksom draaien, tot de spanschuif (2) links gegen de uitsparing van het carter ligt
8.2 Kettingrem loses

De handbeschermer in de richting van de draagbeugel trekken tot deze hoorbaar klikt - de kettingrem is gelost
8.3 Zaagketting op het zaagblad plaatsen


Handschoenen aantrekken - kans op letsel door de scherpe zaagtanden
Zaagketting aanbrengen - te beginnen bij de zaagbladneus

- Het zaagblad over de bouten (1)plaatsen - de snijvlakken van de zaagketting要去en maar rechts zijn gericht
Fixeerboring (2) over de pen van de span-schuifplaatsen -gelijktijdig de zaagketting over het kettingtandwie1 (3) leggen
Bout (4) rechtsom draaien, totdat de zaagketting aan de onderzijde nog maar ieits doorhangt - en de nokken van de aandrijfschakels in de groef van het zaagblad liggen - Het kettingtandwieldeksel waar aanbrengen - en de moeren handvast draaien
Verder met "Zaagketting spannen"
9 Zaagketting spannen (frontale kettingspanner)

Voor het naspannenijdens het werk:
Motor afzetten
Moeren losdraaien
Zaagblad bij de neus optillen
- Met behulp van een schroevendraaier de bout (1) rechtsom draaien, tot de zaagketting gegen de onderzijde van het zaagblad ligt
- Het zaagblad waar optillen en de moeren vastdraaien
Verder:zie"Zaagkettingspanning controleren
Een neue zaagketting moet vaker worden nagespannen dan een die reeds longer meedraait!
Kettingspanning vaker controlleren - zie "Gebruiksvoorschriften"
10 Zaagketting spannen (kettingsnelspanner)

Voor het naspannen tijdens het werk:
Motor afzetten
De beugel van de vleugelmoer uitklappen en de vleugelmoer losdraaien
- Spanwiel (1) tot aan de aanslag rechtsom draaien
De vleugelmoer (2) handvast draaien
De beugel van de vleugelmoer inklappen
Verder:zie"Zaagkettingspanningcontroleren
Een neue zaagketting moet vaker worden nagespannen dan een die reeds longer meedraait.
Kettingspanning vaker controlleren - zie "Gebruiksvoorschriften"!
11 Zaagketting spannen (zijdelings geplaatste kettingspanner)

Voor het naspannen tijdens het werk:
Motor afzetten
Moeren losdraaien
Zaagblad bij de neus optillen
- Met behulp van een schroevendraaier de bout (1) rechtsom draaien, tot de zaagketting gegen de onderzijde van het zaagblad ligt
- Het zaagblad waar optillen en de moeren vast-draaien
Verder:zie"Zaagkettingspanningcontroleren
Een neue zaagketting moet vaker worden nagespannen dan een die reeds langer meedraait.
Kettingspanning vaker controlleren - zie "Gebruiksvoorschriften"!
12 Zaagkettingspanning controleren

Motor afzetten
Veiligheidshandschoenen aantrekken
13 Brandstof Nederlands
De zaagketting要去 gegen de onderzijde van de zaagbladgroef liggen - en要去 bij een geloste kettingrem met de hand over het zaagblad hunnen worden getrokken
- Indien nodig, zaagketting naspannen
Een neue zaagketting moet vaker worden nagespannen dan een die reeds langer meedraait.
Kettingspanning vaker controlleren - zie "Gebruiksvoorschriften"!
13 Brandstof
De motor draait op een brandstofmengsel van benzine en motorolie.

WAARSCHUWING
Direct huidcontact met brandstof en het inademen van brandstofdampen voorkomen.
13.1 STIHL MotoMix
STIHL adviseert het gebruik van STIHL MotoMix. Dit kant-en-klare brandstofmengsel bevat geen benzol, is loodvrij, kenmerkt zich door een hoog octaangetal en biedt.altijd de juiste mengverhouding.
STIHL MotoMix is voor de langst möglichke levensduur van de motor gemengd met STIHL tweetaktmotorolie HP Ultra.
Brandstoffen die nicht geschikt zijn of met een afwijkende mengverhouding, können leiden tot ernstige schade aan de motor. Benzine of motorolie van een mindere kwaliteit kan de motor, keerringen, leidingen en brandstoftank beschäigen.
13.2.1 Benzine
Alleen benzine van een gerenommeerd merk met een octaangetal van minimaal 90 RON gebruiken – loodvrij of loodhoudend.
Benzine met een alcoholpercentage van meer dan 10% kan bij motoren met handmatig instelbare carburateurs storingen veroorzaken, waarom mag deze benzine voor deze motoren Niet worden gezruikt.
Motoren met M-Tronic leveren met benzine met een alcoholpercentage tot 27% (E27) het volle motorvermogen.
13.2.2 Motorolie
Als brandstof zich wordt gemengd, mag alleen een STIHL tweetaktmotorolie of een andere hoogwaardige motorolie van de klasse JASO FB, JASO FC, JASO FD, ISO-L-EGB, ISO-L-EGC of ISO-L-EGD worden gezruikt.
STIHL schrijft de tweetaktmotorolie STIHL HP Ultra of een gelijkwaardige hoogwaardige motorolie voor om de emissiegrenswaarden gedurende de machinelevensduur te konnen waarborgen.
13.2.3 Mengverholding
Bij STIHL tweetaktmotorolie 1:50; 1:50 = 1 deel olie ^+ 50 delen benzine
13.2.4 Voorbeelden
Hoeveelheid ben- STIHL tweetaktzine olie 1:50
Liter Liter (ml)
10,02 (20)
50,10 (100)
10 0,20 (200)
15 0,30 (300)
20 0,40 (400)
25 0,50 (500)
In een voor brandstof vrijgegeven jerrycan erst motorolie bijvullen enervolgens benzine en goed(AP
13.3 Brandstofmengsel opslaan
Benzine alleen bewaren in voor brandstof vrijgegeven jerrycans op een veilige, droge en koeleplaats, beschermd gegenlicht en zonnestralen.
Het brandstofmengsel veroudert - alleen de hoeveelheid die nodig is voor enkele weken men-gen. Het brandstofmengsel Niet langer dan 30 dagen bewaren. Door de inwerking van Licht, zon, lage of hoge temperatures kan het brandstofmengsel sneller onbruikbaar worden.
STIHL MotoMix kan darüber tot 5aar problemoos worden bewaard.
De jerrycan met brandstofmengsel voor het tanken goed schudden

WAARSCHUWING
In de jerrycan kan zich druk opbouwen -de dop voorzichtig losdraaien.
De benzinetank en de jerrycan regelmatig grondig reinigen
Nederlands 14 Tanken
De restbrandstof en de voor de reiniging gebruekte vloeistof volgens voorschrift en milieubewust opslaan en afvoeren!
14 Tanken

14.1 Apparaat voorbereiden

De tankdop en de omgeving ervan voor het tanken reinigen zodate er geen vuil in de tank valt
- Het apparaat zoplaatsen, dat de tankdop maar boyen is gericht
Tankdop opendraaien
14.2 Tanken
Bij het tanken geen benzine morsen en de tank nicht tot aan de rand vullen.
STIHL advisert het STIHL vulsystem voor brandstof (specialtoebehoren).

WAARSCHUWING
Na het tanken de tankdop met de hand zo stevig möglichk vastdraaien.
Bij tankdoppen met sleuf een hiertoe geschikt gereedschap gebruiken (bijv. schroevendraaier van de combisleutel).
14.3 Benzineaanzuigmond verran-gen

De benzineaanzuigmondaarlijkservangen, hiertoe:
Benzinetank aftappen
De benzineaanzigmond met een haak uit de tank trekken en lostrekken van de slang
Nieuwe aanzuigmond in de slang drukken
De aanzuigmond weer in de tank aanbrengen
15 Kettingsmeerolie
Voor een automatische, duurzame smering van zaagketting en zaagblad - alleen milieuvriendelijkke kwaliteits-kettingsmeerolie gebruiken - bij voorkeur het biologisch snel afbreekbare STIHL BioPlus.
LET OP
Biologische kettingsmeerolie moet over goede eigenschappen gegen veroudering beschikken (bijv. STIHL BioPlus). Olie met minder goede eigenschappen gegen veroudering neigt tot snel verharsen. De gevolgen zijn vaste, moeilijk verwijderbare afzettingen, vooral ter hoogte van de kettingaandrijving en op de zaagketting - tot aan het blokkeren van de oliepomp.
De levensduur van zaagkettingen en zaagbladen\ wordt wezenlijk beinvloed door de kwaliteit van
16 Kettingolie bijvullen Nederlands
de smeerolie -DMAOM alleen speciale kettingsmeeerolie gebruiken.

WAARSCHUWING
Geen afgewerkte olie gebruiken! Afgewerkte olie kan bij langdurig en veelvuldig huidcontact huidkanker veroorzaken en is schadelijk voor het milieu!
LET OP
Afgewerkte olie beschibt nicht over deoodzakelijke smeereigenschappen en is ongeschikt voor de kettingsmering.
16 Kettingolie bijvullen

16.1 Apparaat voorbereiden

- De tankdop en de omgeving ervan voor het tanken grondig reinigen, zodate er geen vuil in de olietank valt
- Het apparaat zoplaatsen, dat de tankdop maar boven is gericht
Tankdop opendraiaen
16.2 Kettingolie bijvullen
Kettingolie bijvullen -elke keer na het tanken van benzine
Bij het tanken geen kettingolie morsen en de tank Niet tot aan de rand vullen.
STIHL advisert het STIHL vulsystem voor kettingolie (special toebehoren).
Tankdop zichdraaien
Er moet zich nog een restje kettingolie in de olietank bevinden wanner de benzinetank leeg is.
Als de inhoud van de olietank Niet terugloopt, kan er een storing in het smeersystemeenn: kettingsmering controleren, oliekanalen reinigen,
eventuel contact opnemen met een geauriseerde dealer. STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latent uitvoeren.
17 Kettingsmering controleren

De zaagketting moet.altijdietsoilewegslingeren.
LET OP
Nooit zicher kettingsmering werken! Bij een droog lopende ketting za het zaaggarnituur binnen de kortsteijd onherstelbaar worden beschadigd. Voor het begin van de werkzaamheden.altijd de kettingsmering en het oliepeil in de tank controleren.
Elke neue zaagketting heeft een inlooptijd van 2 tot 3 minuten nodig.
Na het inlopen de kettingspanning controleren en indien nodig corrigeren - zie "Zaagkettingspanning controleren".
18 Kettingrem

18.1 Zaagketting blokkeren

In geval van nood
- Tijdens het starten
Bij stationair toerental
De handbeschermer met de linkerhand in de richting van de zaagbladneus drukken - of automatisch door de terugslag van de zaag: de zaag-ketting worden geblokkeerd - en staat stil.
18.2 Kettingrem丢失

De handbeschermeraar de draagbeugel trekken
LET OP
Alvorens gas te geeven (behalte bij de contrôle op de werkung) en voor het zagen,要去 de kettingrem worden gelost.
Een verhoogd motortoerental bij een geblokkeerde kettingrem (zaagketting staat stil) leidt al na korteijd tot schade aan de motor en het kettingmechanisme (koppeling, kettingrem).
De kettingrem worden automatisch ingeschakeld bij een voldoende sterke terugslag - door de massatraagheid van de handbeschermer: De handbeschermer slaat maar voren in de richting van de zaagbladneus - ook als de linkerhand zich Niet op de draagbeugel anschter de handbeschermer bevindt, zoals bijv. bij de velsnede.
De kettingrem functioneert alleen als er geen enkele wijziging aan de handbeschermer worden doorgevoerd.
18.3 Werking van de hettingrem controlleren
Elke keer voor begin van de werkzaamheden: bij stationair toerental de zaagketting blokkeren (handbeschermer in de richting van de zaagbladneus drukken) en kortstondig (max. 3 seconden) vol gas geen - de zaagketting mag Niet meedraaien. De handbeschermer要去 vrijং van vuil en moet goed gangbaarং
18.4 Kettingrem onderhoden
De hettingrem staat bloot aan slijtage door wrij-ving (natuurlijke slijtage). Om goed te konnen
blijven functioneren, de rem regelmatig door geschoold personeel latent onderhouden. STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latent uitvoeren. De volgende intervallen要去en worden aangehonden:
Continu gebruik: elk kwartaal periodiek gebruik: halfjaarliks incidenteel gebruik: Jaarliks
19 Motor starten/afzetten
19.1 Standen van de combischakelaar


001BA140 KN
Stop 0 - motor uit - ontsteking is uitgeschakeld
Werkstand I - motor draait of kan aanslaan
Startgas - in deze stand wordt de warmemotor gestart - de combischakelaar springt bijhet bedieren van de gashendel in de werkstand
Chokelep gesloten - incke stand wordt de koude motor gestart
19.2 Combischakelaar instellen
Voor het verstellen van de combischakelaar vanuit de werkstand Iaar chokeklep gesloten de gashendelblokkering en de gashendel gewijktijdig indrukken en vasthouden -de combischakelaar instellen.
19 Motor starten/afzetten Nederlands
Voor het instellen van de startgasstand | (de combischakelaar eerst in de stand chokeklep gesloten | plantaaten, daarna de combischakelaar in de startgasstand | (drukken.
Het overschakelen maar de startgasstand is alleen vanuit de stand chokeklep gesloten | |· · · mightelijk.
Door het indrukken van de gashendelblokkering en het gelijktijdig aantippen van de gashendel springt de combischakelaar vanuit de startgasstand in de werkstand I.
Voor het uitschakelen van de motor de combischakelaar in de stopstand 0plaatsen.
19.2.1 Stand chokeklep gesloten
- bij koude motor
- Als de motor na het starten bij het gas gehenafslaat
- Als alle benzine werden verbruikt (motor sloeg af)
19.2.2 Startgasstand
Bij warme motor (zodra de motor ca. een minuut heeft gedraaid)
- Na de eerste ontsteking
- Na het ventileren van de verbrandingskamer, als de motor was verzopen
19.3 Motorzaag vasthouden
Er zijn twee möglichkheden om de motorzaag bij het starten vast te houden.

19.3.1 Op de grond
De motorzaag zo op de grond plaatsen dat\
deze stabel staat en een veilige houding aan-nemen - de zaagketting mag geen voorwerpen en ook de grond Niet raken
De motorzaag met de linkerhand op de draagbeugel stevig op de grond drukken - de duim onder de draagbeugel
De rechtservoet in de anschterste handgreep plaatsen
19.3.2 Tussen de knieën of bovenbenen

Dechterste handgreep:tussen de knieen of de bovenbenen klemmen
- Met de linkerhand de draagbeugel vasthouden - de duim onder de draagbeugel
19.4 Starten
19.4.1 Standaarduitvoeringen

- Met de rechterhand de starthandgreep langzaam tot aan de aanslag uittrekken - en vervolgens nsel en.krachtig verder trekken - hierbij de draagbeugelaar beneden drukken - het startkoord Niet tot aan het uiteindeuit de boring trekken - kans op breuk! De starthandgrepieteruglaten schieten - loodrechtlaten vieren, zodat het startkoord correct worden opgerold
Bij een neue motor of na langereijd Niet te zich gebruikt, kan het meertere malen uittrekken van het startkoord nodig zich - tot er voldoende benzine in de carburateur aanwezig is.
19.4.2 Uitvoeringen met ErgoStart
De ErgoStart slaat de energia voor het starten van de motorzaag op. Daarom+kennen er tussen het uittrekken van het startkoord en het starten van de motor enkele seconden verlopen.
- Met de rechterhand de starthandgreep langzaam en gelijkmatig uittrekken - hierbij de draagbeugel maar beneden drukken - het startkoord Niet tot aan het uiteinde uittrekken - kans op breuk!
De starthandgreep nicht terug latent schieten - Ioodrecht latent vieren, zodat het startkoord correct worden opgerold
19.5 Motorzaag starten

WAARSCHUWING
Binnen het zwenkbereik van de motorzaag mag zich geen andere person ophouden.
Veiligheidsvoorschriften in acht nemen
19 Motor starten/afzetten Nederlands
19.5.1 Bij alle UITvoeringen

- Handbeschermer (1) maar voren drukken - de zaagketting is geblokkeerd
Gashendelblokkering (2) en de gashendel geleijktijdig indrukken en vasthouden - combischakelaar instellen
Stand chokeklep gesloten
Bij koude motor (ook als de motor na het starten bij het gas gehen is afgeslagen)
Startgasstand
Bij warme motor (zodra de motor ca. een minuut heeft gedraaid)
Motorzaag vasthouden en starten

19.6 Na de eerste ontsteking
Combischakelaar (3) in de startgasstand plaatsen en verder starten

19.7 Zodra de motor draait
De gashendelblokkering (2) indrukken en de gashendel (4) even aantippen, de combischa-kelaar (3) springt in de werkstand I en de motor的那一 stationair draaien
LETOP
De motor要去 direct in de stationaire stand worden geschakeld - anders können, bij een geblokkeerde kettingrem, het carter en de kettingrem worden beschadigd.

De handbeschermeraar de draagbeugel trekken
De kettingrem is gelost - de motorzaag is klaar voor gebruik.
LET OP
Gas given alleen bij een geloste kettingrem. Een verhoogd motortoerental bij een geblokkeerde kettingrem (zaagketting staat stil) leidt al na korteijd tot schade aan de koppeling en kettingrem.
19.8 Bij zeer lage temperaturen
Motor even met jets gas warm laten draaien
19.9 Motor afzetten
- Combischakelaar in de stopstand 0 plaatsen
19.10 Als de motor nicht aanslaat
Na de eerste ontsteking werden de combischakelaar Niet opijd vanuit de stand chokelekp gesloten in de startgasstand geplaatst, de motor is möglichk verzopen.
Combischakelaar in de stopstand O plaatsen
Bougie uitbouwen -zie "Bougie"
Bougie droogwrijven
- Het startkoord meerdere malen uittrekken - om de verbrandingskamer te ventileren
Bougie weer monteren - zie "Bougie"
De combischakelaar in de startgasstand N/plaatsen - ook bij koude motor
De motor opniew starten
20 Gebruiksvoorschriften
20.1 Gedurende de eerste bedrijfsuren
Het neue apparaat tot aan de derde tankvulling Niet onbelast met hoge toerentallen latentdraaien, om te voorkomen dat er tijdens de inloopfase extra belasting optreedt. Gedurende de inloopfase要去en de bewegende delen op elkaar inlopen - in de motor heerst een verhoogde wrijvingsweerstand. De motor levert+zijn maximale vermogen pas na 5 tot 15 tankvullingen.
20.2 Tijdens de werkzaamheden
LETOP
De carburateur Niet armer afstellen om een vermeend hoger vermogen te bereiken - de motor zou anders defect können raken - zie "Carburateur afstellen".
LETOP
Gas given alleen bij een geloste kettingrem. Een verhoogd motortoerental bij een geblokkeerde kettingrem (zaagketting staat stil) leidt al na korteijd tot schade aan de motor en het kettingmechanisme (koppeling, kettingrem).
20.2.1 Kettingspanning regelmatig contrôle- ren
Een neue zaagketting moet vaker worden nagespannen dan een die reeds longer meedraait.
20.2.2 In koude staat
De zaagketting要去 gegen de onderzijde van het zaagblad liggen, maar要去 met de hand nog over het zaagblad hunnen worden getrokken. Indien nodig, de zaagketting spannen - zie hoofdstuk "Zaagketting spannen".
20.2.3 Bij bedrijfstemperatuur
De zaagketting zet uit en hangt door. De aan-drijfschakels aan de onderzijde van het zaagblad mogen Niet uit de groef komen - de zaagketting kan anders van het zaagblad lopen. Zaagketting spannen - zie hoofdstuk "Zaagketting spannen".
LET OP
Bij het afkoelen krimpt de zaagketting. Een nichtspannen zaagketting kan de krukas en de lagers beschadigen.
20.2.4 Na langdurig gebruik met vol gas
De motor nog even stationair laden draaien tot de meeste warmte door de koelluchtstroom is afgevoerd, dit om te voorkomen dat de componenten op de motor (ontstekingsystem, carburateur) door warmteophoping te zwaar worden belast.
20.3 Na het werk
Zaagketting ontspannen als deze tijdens de werkzaamheden bij bedrijfstemperatuur werden gespannen
LET OP
De zaagketting na beeindiging van de werkzaamheden besl ist weer ontspannen! Bij het afkoelen krimpt de zaagketting. Een nicht-ontspannen zaagketting kan de krukas en de lagers beschadigen.
20.3.1 Als het werk even wordt onderbroken
De motor laten afkoelen. Het apparaat met gemulde benzinetank op een droge plaats, Niet in de buurt van ontstekingsbronnen, opbergen tot het moment dat het apparaat wee wordt gebruikt.
20.3.2 Bij langdurige buitengebruiktelling
Zie hoofdstuk "Apparaat opslaan".
21 Zaagblad in goede staat houden Nederlands
21 Zaagblad in goede staat houden

Zaagblad omkeren - steeds nadat de ketting is geslepen en nadat de ketting is verwisseld - om eenzijdige slijtage te voorkomen, vooral bij de zaagbladneus en aan de onderzijde
- Olietoevoerboring (1), oliekanaal (2) en zaagbladgroef (3) regelmatig reinigen
Groefdiepte meten - met behulp van het meetkaliber op het vijlkaliber (special toebehoren) - op deplaats waar de slijtage het grootst is
Kettingtype Kettingsteek Minimale
groeff-diepte
Picco 1/4" P 4,0 mm
Rapid 1 / 4^ 4,0mm
Als de groef Niet ten minste zo diep is:
Zaagblad verrangen
De aandrijfschakels raken anders de bodem van de groef - hierdoor liggen de tandvoet en de verbindingsschakels Nieteer op de randen van de zaagbladgroef.
22 Kap
22.1 Kap uitbouwen

De sluiting (het slot) met een hiertoe geschikt gereedschap, door deze 90^ maar links te draaien, losmaken
De kap maar boven toe lostrekken
22.2 Kap monteren
De montage vindt plaats in omgekeerde volgorde.
23 Luchtfilter reinigen
23.1 Als het motorvermogen merkbaar afneemt
Gashendelblokkering en gashendel geleiktijdig indrukken en de combischakelaar in stand chokeleklop gesloten plaatsen
Het grove vuil rondon het filter verwijderen
Kap wegemen-zie"Kap
MS 170, MS 180


MS 170 2-MIX, 180 2-MIX
Het filter maar boven toe wegemen
Filter uiktloppen of met perslucht van binnen\
aar buiten uitblazen - Niet uitwassen
Als het filter Nieteer kan worden gereinigd of is beschadigd,filter verrangen
Luchtfilter weer inbouwen
24 Carburateur afstellen
24.1 Basisinformationie
De carburateur is af fabriek zo afgesteld dat de motor onder alle bedrijfsomstandigheden worden voorzien van een optimaal benzine-luchtmengselen.

24.2 Standaardafstelling
Luchtfilter controlleren - indien nodig verwangen
Stelschroef stationair toerental (LD) voorzichtig linksom vastdraaien (linkse schroefdraad),ervolgens 2 slagen rechtsom draaien (staardafstelling LD = 2
24.3 Stationair toerental instellen
- Motor starten - en warm laten draaien
- Met behulp van de stelschroef stationair toerental (LD) het stationair toerental correct afstellen: de zaagketting mag Niet meedraaien
Stationair toerental te laag:
Stelschroef stationair toerental (LD) langzaam rechtsom draaien tot de zaagketting mee begint te draaien -ervolgens 1/2 slag terugdraaien
Zaagketting draait bij stationair toerental mee:
Stelschroef stationair toerental (LD) langzaam zover linksom draaien tot de zaagketting stilstaat -ervolgens 1/2 slag indezelfde richting doordraaien

WAARSCHUWING
Als de zaagketting na de uitgevoerde afstelling bij stationair torental Niet stil blijft staan, de motorzaag door een geautoriseerde dealer lately repareren.
25 Bougie
Bij onvoldoende motorvermogen, slecht starten of onregelmatig stationair toerental eerst de bougie controleren.
Na ca. 100 bedrijfsuren de bougie verrangen - bij sterk ingebrande elektroden reeds erder - alleen door STIHL vrijgeven, ontstoorde bougies gebruiken -zie "Technische gevevens"
25.1 Bougie uitbouwen
Gashendelblokkering en gashendel geleiktijdig indrukken en de combischakelaar in stand chokeleklop gesloten | plaatsen
Kap wegemen-zie"Kap
MS 170, MS 180

MS 170 2-MIX, 180 2-MIX

Bougiesteker lostrekken
Bougieuitdeboringschroeven
25.2 Bougie controlleren

Vervuilde bougie reinigen
- Elektrodeafstand (A) controlleren en zo nods afstellen, waarde voor elektrodeafstand - zich "Technische gegevens"
Oorzaken van de verruiling van de bougie opheffen
Mogelijkke oorzaken zijn:
- Te veel motorolie in de benzine
- Vervuild luchtfilter
26 Apparaat opslaan Netherlands
Ongunstige bedrijfsomstandigheden


WAARSCHUWING
Bij een Niet vastgedraide of ontbrekende aansluitmoer (1) kuren vonden gezvormd. Als in een Licht brandbare of explosieve omgeving wordt gewerkt, kuren brand of explosies ontstaan. Personen kuren ernstig letsel oplopen of er kan materiele schade ontstaan.
- Ontstoorde bougies met een vaste aansluitmoer monteren
25.3 Bougie monteren
De bougie wee in de boring draaien en de bougiesteker stevig op de bougie drukken - de onderdelen wee in omgeekerde volgorde monteren
26 Apparaat opslaan
Bij buitengebruikstelling vanaf ca. 30 dagen
De brandstoftank op een goed geventileerde plaatsfaptappen en reinigen
De brandstof volgens de voorschriften en milieuuwetgeving afvoeren
- Als er een hand-benzinepomp beschikbaar is: hand-benzinepomp ten minste 5 keer indruken, voordat de motor worden gestart
De motor encke net zo lang stationair laten draaien tot de motor afslaat
- Zaagketting en zaagblad wegnemen, schoonmakeen met converingsolie inspuihen
- Het apparaat goed schoonmaken, vooral de cilinderribben en het luchtfilter
Bij gebruik van biologische kettingsmeerolie (bjv. STIHL BioPlus) de olietank geheel vullen
- Het apparaat op een droge en veilige plaats opslaan. Beschermen gegen onbevoed gebruik (bijv. door kinderen)
27 Kettingtandwiel controleren en verrangen
- Het kettingtandwieldeksel, de zaagketting en het zaagblad wegnemen
Kettingrem loses - handbeschermer gegen de draagbeugel trekken
27.1 Kettingtandwiel verrangen

- Na het verbruik van twee zaagkettingen of eerder
- Als de inloopsporen (pijl) dieper zich dan 0,5 mm - anders worden de levensduur van de zaagketting nadelig beinvloed - voor controle het kaliber (speciala toebehoren) gebruiken
Het kettingtandwiel heeft een langere levensduur als er afwisselend met twee zaagkettingen worden gewerkt
STIHL advisert originele STIHL kettingtandwielen te monteren om ervoor te zorgen dat de optimaule werking van de kettingrem is gewaarborgd.

De borgveer met behulp van de schroevendraaier losdrukken
De borgveer wegemen
Het kettingtandwiel met het naaldlager van de krukas trekken
27.2 Kettingtandwiel inbouwen
De krukastap en het naaldlager reinigen en invetten met STIHL smeervet (special toebehoren)
Het naaldlager op de krukastap schuiven
Het kettingtandwiel na het aanbrengen ca. 1 slag ronddraaien, zodat de meenemer voor de oliepompaandrijying aangrijpt
Ring en borgveer weeop de krukasplaatsen
28 Zaagketting onderhouden en slijpen
28.1 Moeiteloos zagen met een correct geslepen/aangescherpte zaagketting
Een goed geslepen/aangescherpte zaagketting trekt zichzelf al bij een geringe aanlegdruk moeteloos in het hout.
Niet met een botte of beschadigde zaagketting werken - dit leidt tot een zwaardere lichamelijke belasting, een hogere trillingsbelasting, een onbevredigend zaagresultaat en een hoge slijtage.
Zaagketting reinigen
Zaagketting op scheurtjes en beschadigde klinknagels controleren
- Beschadigde of versleten delen van de ketting verrangen en de neue delen qua vorm en slijtagegraad aan de rest van de ketting aan-passen - overeenkomstig nabewerken
Zaagkettingen met hardmetalen snijplaatjes (Duro) zijn zeer slijt vast. Voor een optimaal slijpresultaat advisert STIHL de STIHL dealer.

WAARSCHUWING
De hierna genoemde hoeken en maten要去en beslist worden aangehouden. Een verkeerd geslepen zaagketting - vooral een te lage dieptebegrenzer - kan leiden tot een verhoogde neiging tot terugslag van de motorzaag - kans op letsel!
28.2 Kettingsteek

Op elke zaagtand is vlak bij de dieptebegrenzer de codering (a) voor de kettingsteek gestempeld.
Coding (a) Kettingsteek inch mm
71/4P6,35
1 of 1/4 1/4 6,35
De indeling van de vijldiameter vindtplaats aan de hand van de kettingsteek - zie tabel "Gereed-schap voor het slijpen/aanscherpen".
De hoeken op de zaagtand要去en bij het slijpen worden aangehouden.
28.3 Aanscherp- en voorsnijvlakhoek

A aanscherphoek
STIHL zaagkettingen worden geslepen/aangescherpt met een aanscherphoek van 30^ . Uitzondering hierop zijn de langszaagkettingen met een aanscherphoek van 10^ . Langszaagkettingen hebben een X in de benaming.
B voorsnijvlakhoek
Bij gebruik van de voorgeschreven vijlhouder en vijldiameter worden automatisch de juiste voorsnijvlakhoenk verkreten.
Micro = halve beiteltand bijv. 30 75
63PM3,26RM3,36RM
Super = volle beiteltand bijv. 30 60
63 PS3, 26 RS, 36 RS3
Langszaagketting, bijv. 63 PMX, 10 75 36 RMX
De hoeken要去en bij alle tanden van de zaagkettinggelijk zijn. Bij ongelijke hoeken: ruw, ongelijkmatig draaien van de zaagketting, sterkeslijtage - tot aan het breken van de zaagketting.
28 Zaagketting onderhonden en slijpen Nederlands
28.4 Vijlhouder

Vijlholder gebruiken
De zaagkettingen met de hand uitsluitend met behulp van een vijlhouder (special toebehoren, zie tabel "Gereedschap voor het slijpen/ aanscherpen") aanscherpen. Vijlhouders zijn voorzien van aanscherphoekmertekens.
Alleen speciale zaagkettingvijlen gebruiken!
Andere vrijden zich door hun vorm en kapping ongeschikt.
28.5 Ter controle van de hoeken

STIHL vijlkaliber (special toebehoren, zie tabel "Gereedschap voor het slijpen/aanscherpen") - een universeel gereedschap voor de controle van de aanscherp- en voorsnijvlakhoek, diepte begrenzerafstand, tandlente, groefdiepte en voor het reinigen van de groef en de olietoevoerboringen.
28.6 Correct slijpen/aanscherpen
Het gereedschap voor het sijpen/aanscherpen aan de hand van de kettingsteek kiezen
Het zaagblad eventeel inspannen
Zaagketting blokkeren - handbeschermer waar voren
De handbeschermer aan de draagbeugel trekken om de zaagketting verder te trekken: kettingrem is gelost. Bij het kettingremsystem QuickStop Super ook de gashendelblokkering indrukken
Regelmatig slijpen/aanscherpen, weinig materiaal wegemen - voor het gebruikelijke aan-scherpen zichn meestal twee tot drie vijlstreken voldoende


De vijl geleiden: horizontaal (in een rechte hoek ten opzichte van het zijvlak van het zaagblad) overeenkomstig de voorgeschreven hoeken - aan de hand van de markeringen op de vrijhouser - vrijhouser op het tandmak en op de dieptebegrenzerplaatsen
Alleen van binnenaar buiten vijlen
De vijl grijpt alleen aan bij de voorwaartse streek - bij hetchyteruit geleiden de vijl optilien
- Ver bindings- en aandrijfschakels nicht afvijlen
De vijl regelmatig ieits verdraaien, om eenzij-dige slijtage te voorkomen
De bramen die bij het vijlen ontstaan verwijderen met behulp van een stuk hardhout
De hoeken met behulp van het vijlkaliber controlen
Alle zaagtanden要去en even lang zijn.
Bij verschillende zaagtandlengtes zijn ook de tandhoogtes verschillend, hetgeen leidt tot een ruw draaiende zaagketting en zichs tot het breken van de ketting.
Alle zaagtanden tot op de lenghte van de kortste zaagtand terugvijlen - bij voorkeur door een geautoriseerde dealer latent uitvoeren met een elektrisch slijpapparaat
28.7 Dieptebegrenzerafstand

De dieptebegrenzer befault de diepte van de zaagsnede in het hout en daarmee de spaandijke.
a richtafstand:tussen de dieptebegrenzer en snijkant
Bij het zagen in zicht hout buiten de vorstperiode kan de afstand met maximaal 0,2 mm (0,008") worden vergroot.
Kettingsteek Dieptebegrenzer Afstand (a)
inch (mm) mm (inch)
1/4 P (6,35) 0,45 (0.018)
1/4 (6,35) 0,65 (0.026)
3/8 P (9,32) 0,65 (0.026)
0.325 (8,25) 0,65 (0.026)
3/8 (9,32) 0,65 (0.026)
0.404 (10,26) 0,80 (0.031)
28.8 Dieptebegrenzer afvijlen
De dieptebegrenzerafstand worden kleiner bij het aanscherpen van de zaagtanden.
De dieptebegrenzerafstand telkens na het aanscherpen controleren

- Het bij de kettingsteek passende vijlkaliber (1) op de zaagkettingplaatsen en bij de te controlenzaagtand aandrukken - als de dieptebegrenzer boven het vijlkaliber uitsteekt要去 dieptebegrenzer worden nabewerkt
Zaagkettingen met knobbel-aandrijfschakel (2) - bovenste deel van de knobbel-aandrijfschakel (2)
(met servicemarkering) worden geleiktijdig met de dieptebegrenzer van de zaagtand bewerkt.

WAARSCHUWING
Het overige deel van de knobbel-aandrijfschakel mag Niet worden bewerkt, waar dat dan de neiging tot terugslag van de motorzaag zou worden verhoogd.

De dieptebegrenzer nabewerken tot deze geglicht met het vrijkaliber

Aansluitend hierop evenwijdig aan de servicemarkering (zie pijl) het dak van de dieptebegrenzer schuin afvijlen - hierbij het hoogstepunt van de dieptebegrenzer Niet verder terugzetten

WAARSCHUWING
Te lage dieptebegrenzers verhogen de neiging tot terugslag van de motorzaag.

28 Zaagketting onderhonden en slijpen
- Het vijlkaliber op de zaagketting plaatsen - het hoogste punt van de dieptebegrenzer moet gelijkliggen met het vijlkaliber
- Na het slijpen/aanscherpen de zaagketting grondig reinigen, aanhechtende vrijspanen of slijpsel verwijderen - de zaagketting intensief smeren
Bij langere werkonderbrekingen de zaagketting reinigen en ingeolied bewaren
| Gereedschap voor het slijpen/aanscherpen (special toebehoren) | |||||||
| Kettingsteek | Ronde vijl Ø | Ronde vijl Vijlh | puder Vijlkaliber | Platte vijl Slijp-,-, aan- | scherpset 1) | ||
| inch (mm) mm (inch) | onderdeel-number | onderdeel-number | onderdeel-number | onderdeel-number | onderdeel-number | ||
| 1/4P (6,35) 3,2 | (1/8) | 5605 77 | 13206 | 5605 7504300 | 0000 8934005 | 0814 2523356 | 5605 0071000 |
| 1/4 (6,35) 4,0 (5/32) 5605 772 40065605 750 43271110 893 40000814 252 33565605 007 | |||||||
| 1027 | |||||||
| 3/8 P (9,32) 4,0 | (5/32) 5605 | 7724006 | 5605 7504327 | 1110 8934000 | 0814 2523356 | 5605 0071027 | |
| 0.325 (8,25) 4,8 | (3/1) 6) 5605 | 7724806 | 5605 7504328 | 1110 8934000 | 0814 2523356 | 5605 0071028 | |
| 3/8 (9,32) 5,2 (1) 3/64 | 5605 7725206 | 5605 7504329 | 5605 7504329 | 1110 8934000 | 0814 2523356 | 5605 0071029 | |
| 0.404 (10,26) 5,5 | (7/32) 5605 | 7725506 | 5605 7504330 | 1106 8934000 | 0814 2523356 | 5605 0071030 | |
| 1)Bestaandeuitvijlhouder met ronde vijl,platte vijl envijlkaliber | |||||||
29 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften
| Onderstaande gevevens zijn gebaseerd op normale bedrijfs-omstandigheden. Onder zware omstandigheden (sterke stof-overlast, hout met veel harsvorming, tropisch hout enz.) en bij langere dagelijkse werktijden dienen de opgegeven intervallen navenant te worden verkort. Bij slechts incidenteel gebruikknappen de intervallen overeenkomstig worden verlangd. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijkx | Na elke tankvilling | Wekelijx | Maandelijx | Jaarijx | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |
| Complete machine Visuele con | role (staat, lekkage) | X | X | |||||||
| reinigen X | ||||||||||
| Gashendel, gashendelblokke-ring, chokehendel, chokeleklop, stopschakelaar, combischakteaar (afhankelijk van de uitrusting) | Werking controlleren XX | |||||||||
| Kettingrem Werking controlleren | XX | |||||||||
| laten controlleren door geau-torieerde dealer1) | X | |||||||||
| Hand-benzinepomp (indien gemonteerd) | controlleren X | |||||||||
| laten repareren door geauto-riseerde dealer1) | X | |||||||||
| Aanzuigmond/filter in de benzi-netank | controlleren X | |||||||||
| reinigen, filterelement verwan-gen | X | X | ||||||||
| vervangen XX X | ||||||||||
| Benzinetank reinigen X | ||||||||||
| Olietank reinigen X | ||||||||||
| Kettingsmering controlleren X | ||||||||||
| Zaagketting controlleren, ook op | het scherp+zijn letten | X | X | |||||||
| kettingspanning controlleren X | X | |||||||||
| slijpen/aanscherpen | X | |||||||||
| Onderstaande gevevens zijn gebaseerd op normale bedrijfs-omstandigheden. Onder zware omstandigheden (sterke stof-overlast, hout met veel horsvorming, tropisch hout enz.) en bij langere dagelijkse werkelijkden dienen de opgegeven intervallen navenant te worden verkort. Bij slechts incidenteel gebruikknuren de intervallen overeenkomstig worden verlengd. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beindigen van de werkzaamheden, resp. dageleiks | Na elke tankvilling | Wekeliks | Maandeliks | Jaarleiks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |
| Zaagblad controlleren (slijtage, bescha-diging) | X | |||||||||
| reinigen en omkeren X | ||||||||||
| bramen verwijderen X | ||||||||||
| ervangen XX | ||||||||||
| Kettinglandwiel controlleren X | ||||||||||
| Luchtfilter reinigen XX | ||||||||||
| ervangen X | ||||||||||
| Antivibratie-elementen controle | en XX | |||||||||
| laten verwangen door geauto-riseerde dealer1) | X | |||||||||
| Luchttoevoer op het ventilator-huis | reinigen XX X | |||||||||
| Cilinderribben reinigen X | XX | |||||||||
| Carburateur | stationair toerental controle-ren, de zaagketting mag nicht meedraaien | X | X | |||||||
| stationair toerental instellen, zo nodig motorzaag door een geauriserde dealer latent repareren1) | X | |||||||||
| Bougie | elektrodeafstand afstellen | X | ||||||||
| steeds na 100 bedrijsuren verwangen | ||||||||||
| Bereikbare bouten, schroeven en moeren (behalte stel-schroeven) | natrekken2) | X | ||||||||
| Onderstaande gegevens zijn gebaseerd op normale bedrijfs-omstandigheden. Onder zware omstandigheden (sterke stof-overlast, hout met veel horsvorming, tropisch hout enz.) en bij langere dagelijkse werktielen dienen de opgegeven intervallen navenant te worden verkort. Bij slechts incidenteel gebruikknappen de intervallen overeenkomstig worden verlangd. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks | Na elke tankvulling | Wekelijks | Maandelijks | Jaarijks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |
| Kettingvanger controleren X | ||||||||||
| vervangen X | ||||||||||
| Veiligheidssticker verwangen X | ||||||||||
30 Slijtage minimisieren en schade voorkomen
Het aanhonden van de voorschriften in deze handleiding voorkomt overmatige slijtage en schade aan het apparaat.
Gebruik, onderhoud en opslag van het apparaat moeten net zo zorgvuldigplaatsvinden als staat beschreiben in de handleiding.
De gebruiker is zich verantwoordelijk voor alle schade die door het Niet in acht nemen van de veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwijzingen worden veroorzaakt. Dit geldt in het bijzonder voor:
- Niet door STIHL vrijgeveen wijzigingen aan het product
- Het gebruik van gereedschappen of toebehoren die nicht voor het apparaat zijn vrijgegeven, Niet geschikt of kwalitatief minderwaardig zich
- Het Niet volgens voorschrift gebruikmaken van het apparatus
- Gebruik van het apparaat bij sportmanifestaties of wedstrijden
Vervolgschade door het blijven gebruiken van het apparaat met defecte onderdelen
30.1 Onderhoudswerkzamahmeden
Alle in het hoofdstuk "Onderhouds- en reinigingsvoorschriften" vermelde werkzaamheden要去 regelmatig worden uitgevoerd. Voorzover deze onderhoudswerkzaamheden Niet door de gebruiker zich hunnen worden uitgevoerd,要去 deze worden overgelaten aan een geauthoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latentuitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatif geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Als deze werkzaamheden nicht of onvakkundig worden uitgevoerd kan er schade ontstaan waar voor de gebruiker zich verantwoordelijk is. Hiertoe behoren o.a.:
Schade aan de motor ten gevolge van nicht tijdig of Niet correct uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden (bijv. lucht- en benzinefilter), verkeerde carburateurafstelling of onvol
31 Belangrijke componenten Nederlands
doende reiniging van de koelluchtgeleiding (inlaatsleuven, cilinderribben)
Corrosie- en andere cervolgschade ten gevolge van onjuiste opslag
Schade aan het apparaat ten gevolge van gebruik van kwalitatief minderwaardige onderdelen
30.2 Aan slijtage onderhevige delen
Sommige onderdelen van het motorapparaat staan ook bij gebruik volgens de voorschriften aan normale slijtage bloot en moeten, afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur,ijdig worden verrangen. Hiertoe behoren o.a.:
- Zaagketting, zaagblad
- Aandrijfcomponenten (centrifugaalkoppeling, koppelingsstrommel, kettingtandwiel)
-Filter (voor lucht, olie, benzine) - Startmechanisme
- Bougie
Dempingselementen van het antivirusiesystem

31 Belangrijke componenten
1 Dop kap
2 Carburateurstelschroef
3 Kettingrem
4 Uitlaatdemper
5 Kettingtandwiel
6 Kettingtandwieldeksel
7 Kettingvanger
8 kettingspanner (zijdelings geplaatst)
9 Kettingspanner (frontoal)
10 Zaagblad
11 Oilomatic-zaagketting
12 Spanwiel (kettingsnelspanner)
13 Handgreep
14 Olietankdop
15 Kam
16 Voorste handbeschermer
17 Voorste handgreep (draagbeugel)
18 Bougiesteker
19 Starhandgreep
20 Combischakelaar
21 Benzinetankdop
22 Gashendel
23 Gashendelblokkering
24 Achterste handgreep
25 Achterste handbeschermer
Machinenummer
STIHL eencilinder-tweetaktmotor
32.1.1 MS 170, MS 170 C
Cylinderinhoud: 30,1 cm³
Boring: 37 mm
Slag: 28 mm
Vermogen volgens 1,3 kW (1,8 pk) bij
ISO 7293: 8500 1/min
Stationair toerental:1) 2800 1/min
32.1.2 MS 170 2-MIX:
Cylinderinhoud: 30.1 cm³
Boring: 37 mm
Slag: 28 mm
Vermogen volgens 1,2 kW (1,6 pk) bij
ISO 7293: 10000 1/min
Stationair toerental:1) 2800 1/min
32.1.3 MS 180 2-MIX:
Cylinderinhoud: 31,8 cm³
Boring: 38 mm
Slag: 28 mm
Vermogen volgens 1,4 kW (1,9 pk) bij
ISO 7293: 10000 1/min
Stationair toerental:1) 2800 1/min
Nederlands 32 Technische gegevens
32.1.4 MS 180, MS 180 C
Cylinderinhoud: 31.8 cm³
Boring: 38 mm
Slag: 28 mm
Vermogen volgens 1,5 kW (2,0 pk) bij
ISO 7293: 9000 1/min
Stationair toerental: 1) 2800 1/min
32.2 Ontstekingssystem
Elektrodeafstand: 0,5 mm
32.3 Brandstofsystem
Onafhankelijk van de stand werkende membrancacarburateur met geintegreerde benzinepomp
Inhoud benzinetank: 250 cm³ (0,25 l)
32.4 Kettingsmering
Toerentalafhankelijke, volautomatische oliepomp met roterende plunjert
Inhoud olietank: 145 cm³ (0,145 l)
32.5 Gewicht
zonder benzine/olie, zonder zaaggarnituur MS 170:4,0 k
9
MS 170 C met ErgoStart: 4,2 k
9
MS 170 2-MIX: 4,1 k
9
MS 180:4,1 k
MS 180 C met kettingsnelspanner en g 4,2 k
ErgoStart: g
MS 180 2-MIX: 4,1 k
9
32.6 Zaaggarnituur MS 170, MS 170 C
De werkelijkke zaagbladlengthe kankleiner zijn dan de vermelde zaagbladlengthe.
32.6.1 Rollomatic-zaagbladen
Groefbreedte: 1,1 mm
Dikte aandrijfschakels:1,1 mm
32.6.3 Kettingtandwielen
6-tands voor 3/8" P
MS 170, MS 170 C:
Max. kettingsnelheid volgens 21,1 m/s ISO 11681:
Kettingsnelheid bij maximaal ver- 18,6 m/s mogen:
:
MS 170 2-MIX:
Max. kettingsnelheid volgens 24,8 m/s ISO 11681:
Kettingsnelheid bij maximaal ver- 18,6 m/s mogen:
32.7 Zaaggarnituur MS 180, MS 180 C
De werkelijkke zaagbladlengthe kan kleiner zich dan de vermelde zaagbladlengthe.
32.7.1 Rollomatic-zaagbladen
Groefbreedte: 1,1 mm
Groefbreede: 1,3 mm
32.7.2 Zaagkettingen 3/8" Picco
Picco Micro Mini 3 (61 PMM3) type 3610 Steek: 3 / 8^ 9,32 mm
Dikte aandrijfschakels:1,1 mm
Picco Micro 3 (63 PM3) type 3636
Picco Duro (63 PD3) type 3612
Steek: 3/8"P (9,32 mm)
Dikte aandrijfschakels: 1,3 mm
32.7.3 Kettingtandwiel
6-tands voor 3/8" P
MS 180, MS 180 C:
Max. kettingsnelheid volgens 22,3 m/s ISO 11681:
Kettingsnelheid bij maximaal ver- 18,6 m/s mogen:
MS 180 2-MIX:
Max. kettingsnelheid volgens 24,8 m/s ISO 11681:
Kettingsnelheid bij maximaal ver- 18,6 m/s mogen:
32.8 Geluids- en trillingswaarden
Gedetailleerde gegevens m.b.t. de arbo-wetgeving voor wat betreft trillingen 2002/44/EG zie
33 Onderdelenlevering Nederlands
www.stihl.com/vib
32.8.1 Geluidsdrukniveau L peq volgens ISO-22868
MS 170:98 dB(A)
MS 170 C:98 dB(A)
MS 170 2-MIX: 100 dB(A)
MS 180:98 dB(A)
MS 180 C:98 dB(A)
MS 180 2-MIX: 100 dB(A)
32.8.2 Geluidsvermogenniveau L w volgens ISO 22868
MS 170: 109 dB(A)
MS 170 C: 109 dB(A)
MS 170 2-MIX: 111 dB(A)
MS 180:110 dB(A)
MS 180 C: 110 dB(A)
MS 180 2-MIX: 112 dB(A)
32.8.3 Trillingswaarde a hv,eq volgens ISO 22867
| Handgreep | links | Hand-greep rechts |
| MS 170: | 4,2 m/s2 | 5,9 m/s2 |
| MS 170 C: | 4,2 m/s2 | 5,9 m/s2 |
| MS 170 2-MIX: | 6,9 m/s2 | 6,4 m/s2 |
| MS 180: | 6,6 m/s2 | 7,8 m/s2 |
| MS 180 C: | 7,6 m/s2 | 7,4 m/s2 |
| MS 180 2-MIX | 6,6 m/s2 | 7,8 m/s2 |
Voor het geluiddrukniveau en het geluidvermögensniveau bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 dB(A); voor de trillingswaarde bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 m/s².
32.9 REACH
REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, klassificatie en vrijgave van chemica- liën.
Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACH voerschrift (EG) nr. 1907/2006zie
www.stihl.com/reach
32.10 Uitlaatgasemissiewaarde
De in de EU-typegoedkeuringsprocedure gemeten CO_2 -waarde staat weergegeven bij
www.stihl.com/co2
in de productspecifieken technische gegevens.
De gemeten CO_2 -waarde werden op een representatieve motor volgens een genormeerde testprocedure onder laboratoriumomstandigheden bepaald en vormt geen uitdrukkelijke of impli
ciete garantie van het vermogen van een bepaalde motor.
Door het in deze handleiding beschreiben gebruik conform de voorschriften en onderhoud, worden aan de geldende uitlaatgasemissie-eisen voldaan. Bij modificaties aan de motor verwalt de typegoedkeuring.
33 Onderdelenlevering
Noteer voor eventuele bestellingen van onderden de verkoopcode van de motorzaag, het machinenummer en de nummers van het zaagblad en de zaagketting in de onderstaande tabel. Dit maakt het u gemakkelijker als u eventueel later een neuen zaaggarnituur要去 aanschaffen.
Bij het zaagblad en de zaagketting gaat het om onderdelen die bloatstaan zijn aan slijtage. Bij aankoop van onderdelen is het voldoende als de verkoopcode van de motorzaag, het onderdeel-nummer en de benaming van de onderdelen worden aangegeven.
Verkoocode
machinenummer
Nummer van zaagblad
Nummer van de zaagketting
34 Reparatierichtlijnen
Door de gebruiker van dit apparaatogen alleen die onderhouds- en reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze handleiding staan beschreiben. Verdergaande reparaties mogen alleen door geauthoriseerde dealers worden uitgevoerd.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latentuitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatifgeschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Bij reparatiewerkzaamheden alleen onderdelen inbouwen die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderden. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit worden nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat.
STIHL advisert originele STIHL onderdelen temonteren.
Originele STIHL onderdelen zijn te herkennen aan het STIHL onderdeelnummer, aan het logo STIHLe n, indien aanwezig, aan het STIHL onderdeellogo (opkleine onderdelen kan dit logo ook als enig teken voorkomen.).
35 Milieuverantwoord afvoeren
Informatie over de afvoer is verkrijgbaar bij de gemeente of bij een STIHL dealer.
Een onjuiste afvoer kan schadelijk zijn voor de gezondheid en voor het milieu.

- De STIHL producten inclusief de verpakking volgens deplaatselijke voorschriften bij een geschikt verzamelpunt voor recycling inleven.
Niet bij het huisvuil afvoeren.
36 EU-conformiteitsverklaring
verklaart op eigenverantwoording dat
Constructie: kettingzaag
Merk: STIHL
Type: MS 170
MS 180
MS 180 C
Serie-identificatie: 1130
Cylinderinhoud
Alle MS 170: 30,1cm^3
Alle MS 180: 31,8cm^3
voldoet aan de betreffende bepalingen van derichtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG, 2014/30/EU en 2000/14/EG en in overeenstemming met de tenijdve van de productiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geprodueerd:
EN ISO 11681-1, EN 55012, EN 61000-6-1
Voor het bepalen van het gemeten en het gegarandeerde geluidsvermogenniveau werd volgensrichtlijn 2000/14/EG, bijlage V, onder toepassing van de norm ISO 9207 gehandeld.
Gemeten geluidsvermogenniveau
Alle MS 170: 109 dB(A)
alle MS 170 2-MIX: 111 dB(A)
Alle MS 180:110 dB(A)
alle MS 180 2-MIX: 112 dB(A)
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau
De EG-typegoedkeuring is uitgevoerd door
DPLF
Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparatus.
Waiblingen, 1-8-2022
37 UKCA-conformiteitsverklar- ring
verklaart op eigene verantwoording dat
Constructie: kettingzaag
Merk: STIHL
Type: MS 170
MS 180
MS 180 C
Serie-identificatie: 1130
Cylinderinhoud
Alle MS 170: 30,1cm^3
Alle MS 180: 31,8cm^3
voldoet aan de betreffende bepalingen van de Britse richtlijnen The Restriction of the Use of Certain Hazardous Substances in Electrical and Electronic Equipment Regulations 2012, Supply of Machinery (Safety) Regulations 2008, Electromagnetic Compatibility Regulations 2016 en Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001 en in overeenstemming met de tenijdve van de productiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geprodueerd:
EN ISO 11681-1, EN 55012, EN 61000-6-1
Voor het bepalen van het gemeten en het gegarandeerde geluidsvermogenniveau werden gehandel volgens de Britse richtlijn Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001, bijlage 8 of met gebruikmaking van norm ISO 9207.
Gemeten geluidsvermogenniveau
Alle MS 170: 109 dB(A)
alle MS 170 2-MIX: 111 dB(A)
Alle MS 180:110 dB(A)
alle MS 180 2-MIX: 112 dB(A)
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau
Alle MS 170:113 dB(A)
alle MS 170 2-MIX: 113 dB(A)
Alle MS 180:114 dB(A)
alle MS 180 2-MIX: 114 dB(A)
De typegoedkeuring is uitgevoerd door
Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparaat.
Waiblingen, 1-8-2022