BGE 71 - Blazer STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BGE 71 STIHL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over BGE 71 STIHL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Blazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BGE 71 - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BGE 71 van het merk STIHL.
GEBRUIKSAANWIJZING BGE 71 STIHL
1 Met betrekking tot deze handleiding...... 61
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek.61
3 Bladblazer completeren.... 66
4 ZuigHakselaar completeren.... 67
5 Apparaat op het lichtnet aansluiten......69
6 Apparaat inschakelen.... 70
7 Apparaat uitschakelen.... 70
8 Apparaat opslaan....71
9 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften... 71
10 Slijtage minimaliseren en schade voorko- men....72
11 Belangrijke componenten.... 73
13 Reparatierichtlijnen.... 74
14 Milieuverantwoord afvoeren....75
15 EU-conformiteitsverklaring....75
16 UKCA-conformiteitsverklaring....75
Geachte cliënt(e),
Het doet ons veel genoegen dat u hebt gekozen voor een kwaliteitsproduct van de firma STIHL.
1 Met betrekking tot deze handleiding Nederlands
Dit product werd met moderne productiemethoden en onder uitgebreide kwaliteitscontroles gefabriceerd. Er is ons alles aan gelegen dat u tevreden bent met dit apparaat en er probleem-loos mee kunt werken.
Wendt u zich met vragen over uw apparaat tot uw dealer of de importeur.
Met vriendelijke groet,

Dr. Nikolas Stihl
1 Met betrekking tot deze handleiding
1.1 Symbolen
Alle symbolen die op het apparaat zijn aangebracht worden in deze handleiding toegelicht.
1.2 Codering van tekstblokken

WAARSCHUWING
Waarschuwing voor kans op ongevallen en letsel voor personen alsmede voor zwaarwegende materiële schade.
LET OP
Waarschuwing voor beschadiging van het apparaat of afzonderlijke componenten.
1.3 Technische doorontwikkeling
STIHL werkt continu aan de verdere ontwikkeling van alle machines en apparaten; wijzigingen in de leveringsomvang qua vorm, techniek en uitrusting behouden wij ons daarom ook voor.
Aan gegevens en afbeeldingen in deze handleiding kunnen dan ook geen aanspraken worden ontleend.
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek

Er zijn extra veiligheidsmaatregelen nodig bij het werken met dit apparaat. De stroomaansluiting levert extra gevaar op.

De gehele gebruiksaanwijzing voor de eerste ingebruikneming aandachtig doorlezen en voor later gebruik goed opbergen. Het veronachtzamen
van de gebruiksaanwijzing kan tot levensgevaarlijke situaties leiden.

WAARSCHUWING
- Kinderen of minderjarigen mogen niet met het apparaat werken. Kinderen onder toezicht houden om er zeker van te zijn dat deze niet met het apparaat kunnen spelen
- Het apparaat mag alleen door die personen worden gebruikt, die zijn onderricht in het gebruik en het werken hiermee of kunnen aan- tonen dat zij veilig met het apparaat kunnen werken
- Personen die vanwege beperkte fysieke, sensorische of geestelijke capaciteiten niet in staat zijn het apparaat veilig te bedienen, mogen alleen onder toezicht of op aanwijzingen van een verantwoordelijke persoon hiermee werken
- Het apparaat alleen meegeven of uitlenen aan personen die met dit model en het gebruik ervan vertrouwd zijn – altijd de handleiding meegeven
- Voor alle werkzaamheden aan het apparaat, bijv. schoonmaken, onderhoud, vervanging van onderdelen - de netsteker uit de contactdoos trekken!
De nationale veiligheidsvoorschriften, bijv. van beroepsgroepen, sociale instanties, arbeidsinspectie en andere in acht nemen.
Als het apparaat niet wordt gebruikt, het apparaat zo neerzetten dat niemand in gevaar kan worden gebracht. Het apparaat zo opbergen dat onbevoegden er geen toegang toe hebben, de netkabel uit de contactdoos trekken.
De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen die andere personen of hun eigendommen overkomen, resp. voor de gevaren waaraan deze worden blootgesteld.
Wie voor het eerst met het apparaat werkt: door de verkoper of door een andere deskundige laten demonstreren hoe men hiermee veilig kan werken.
Het gebruik van geluidproducerende apparaten kan door nationale alsook plaatselijke, lokale voorschriften tijdelijk worden beperkt.
Voor het begin van de werkzaamheden controle- ren of het apparaat in goede staat verkeert. Vooral op de aansluitkabel, de stroomstekker en de veiligheidsinrichtingen letten.
Het apparaat alleen dan in gebruik nemen als alle componenten in goede staat verkeren.
Het apparaat niet verplaatsen door aan de aansluitkabel te trekken.
Voor het reinigen van het apparaat geen hoge- drukreiniger gebruiken. Door de harde waters- traal kunnen onderdelen van het apparaat wor- den beschadigd.
Het apparaat nooit met water afspuiten – kans op kortsluiting!
2.1 Lichamelijke gesteldheid
Wie met het apparaat werkt moet goed uitgerust en gezond zijn en een goede lichamelijke conditie hebben.
Wie zich om gezondheidsredenen niet mag inspannen, moet zijn arts raadplegen of het werken met een motorapparaat mogelijk is.
Na gebruik van alcohol, medicijnen die het reactievermogen beïnvloeden of drugs mag niet met het apparaat worden gewerkt.
2.2 Gebruik conform de voorschriften
Met de bladblazer kunnen bladeren, gras, papier en dergelijke, bijv. in parken, sportstadions, op parkeerplaatsen of inritten, bij elkaar worden 'geveegd'.
De zuighakselaar is bovendien geconstrueerd voor het opzuigen van droog bladafval en ander licht, los en niet-brandbaar afval.
Geen voor de gezondheid schadelijke materialen wegblazen of opzuigen.
Het apparaat niet in een afgesloten ruimte gebruiken.
Het gebruik van het apparaat voor andere doeleinden is niet toegestaan en kan leiden tot ongelukken of defecten aan het apparaat. Geen wijzigingen aan het product aanbrengen – ook dit kan leiden tot ongelukken of defecten aan het apparaat.
2.3 Gebruiksvoorwaarden

Niet in de regen, sneeuw, bij onweer, natte of zeer vochtige omgeving met het apparaat werken. Het apparaat niet in de regen achterlaten.
2.4 Kleding en uitrusting
De voorgeschreven kleding en uitrusting dragen.

De kleding moet doelmatig zijn en mag tijdens het werk niet hinderen. Nauwsluitende kleding, combipak, geen stofjas.

Geen kleding, sjaal, das, sieraden dragen die in de luchtaanzuigopening kunnen worden getrokken. Lang haar in een paardenstaart binden en dusdanig vastmaken, dat het zich boven de schouders bevindt.
Stevige schoenen met stroeve, slipvrije zolen dragen.

WAARSCHUWING

Om de kans op oogletsel te reduceren een nauw aansluitende veiligheidsbril volgens de norm EN 166 dragen. Erop letten dat de veiligheidsbril goed zit.
"Persoonlijke" gehoorbescherming dragen – zoals bijv. oorkappen.
STIHL biedt een omvangrijk programma aan persoonlijke beschermuitrusting.
2.5 Toebehoren
Alleen die onderdelen of toebehoren monteren die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderdelen. Bij vragen hierover contact opnemen met een geautoriseerde dealer. Alleen hoogwaardige onderdelen of toebehoren monteren. Als dit wordt nagelaten, is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat.
STIHL adviseert originele STIHL onderdelen en toebehoren te monteren. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het product en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Geen wijzigingen aan het apparaat aanbrengen – uw veiligheid kan hierdoor in gevaar worden gebracht. Voor persoonlijke en materiële schade die door het gebruik van niet-vrijgegeven aanbouwapparaten wordt veroorzaakt, is STIHL niet aansprakelijk.
2.6 Voor de werkzaamheden
Apparaat controleren
- De schakelaar/schakelhendel moet gemakkelijk in stand STOP, resp. 0 kunnen worden geplaatst
- De schakelaar/schakelhendel moet in stand STOP, resp. 0 staan
- De blaasinrichting moet volgens voorschrift zijn gemonteerd
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Nederlands
- Voor een veilige bediening moeten de hand-grepen schoon en droog, alsmede olie- en vuilvrij zijn
- De staat van het schoepenwiel en het blaasventilatorhuis controleren – zie "Zuigmechanisme gebruiken"
Het apparaat mag alleen in technisch goede staat worden gebruikt – kans op ongelukken!
Het apparaat alleen in gebruik nemen als alle componenten in goede staat verkeren en vast zijn gemonteerd.

Kans op letsel door het roterende schoepenwiel. Voor het monteren van het beschermrooster, de zuigpijp, blaaspijp of het kniestuk altijd de motor afzetten en de steker uit de contactdoos trekken. Wachten, tot het schoepenwiel stilstaat.
Slijtage aan het blaasventilatorhuis (scheurtjes, breuken) kan tot letsel leiden door naar buiten toe weggeslingerde voorwerpen. Bij beschadigingen aan het blaasventilatorhuis contact opne- men met een geautoriseerde dealer – STIHL adviseert de STIHL dealer
Geen wijzigingen aan de bedieningselementen en de veiligheidsinrichtingen aanbrengen
Elektrische aansluiting
Kans op stroomschokken verkleinen:
- De spanning en de frequentie van het apparaat (zie typeplaatje) moeten corresponderen met de spanning en de frequentie van het elektriciteitsnet
- De aansluitkabel, de netstekker en de verlengkabel op beschadigingen controleren. Beschadigde kabels, koppelingen, stekkers of aansluitkabels die niet aan de voorschriften voldoen, mogen niet worden gebruikt
- Elektrische aansluiting alleen op de volgens voorschrift geïnstalleerde contactdoos
- Isolatie van de aansluit- en verlengkabel, stekker en koppeling in goede staat
- Stroomstekkers, aansluitkabels en verlengkabels alsmede elektrische stekkerverbindingen nooit met natte handen vastpakken
De aansluit- en verlengkabel correct neerleggen:
- Op de minimale doorsnede van de afzonderlijke kabels letten – zie "Apparaat elektrisch aansluiten"
- De aansluitkabel zo neerleggen en markeren, dat deze niet kan worden beschadigd en er niemand in gevaar kan worden gebracht – kans op struikelen!
- Het gebruik van ongeschikte verlengkabels kan gevaarlijk zijn. Alleen verlengkabels gebruiken die zijn vrijgegeven voor gebruik in de buitenlucht en als zodanig zijn gecodeerd, waarbij tevens de kabeldoorsnede voldoende is voor het afgenomen vermogen
- De stekker en koppeling van de verlengkabel moeten waterdicht zijn en mogen niet in het water liggen
- Niet langs randen, punten of scherpe voorwerpen laten schuren
– Niet in deur- of raamsponningen inklemmen - Bij in elkaar gedraaide kabels – de netstekker uit de contactdoos trekken en de kabels uit de knoop halen
- De kabelhaspel altijd geheel afwikkelen, om brandgevaar door oververhitting te voorkomen
2.7 Apparaat vasthouden en bedie- nen

De bladblazer is geconstrueerd voor eenhand-sbediening. Het apparaat kan door de gebruiker met de rechter- of linkerhand op de bedienings-handgreep worden gedragen.
Het apparaat altijd stevig vasthouden.

WAARSCHUWING
Het apparaat alleen met een compleet gemonteerde blaaspijp in gebruik nemen – kans op letsel!
De ronde blaasmond is vooral geschikt bij gebruik in oneffen terrein (bijv. weiden en gazons).
De platte blaasmond (met het apparaat meegeleverd of als speciaal toebehoren leverbaar) levert een vlakke luchtstroom, die gericht en gecontroleerd kan worden gebruikt, vooral voor het schoonvegen van egale vlakken die zijn bedekt met houtspanen, blad, afgemaaid gras of iets dergelijks.
Nederlands 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek
2.8 Zuigmechanisme gebruiken
Zie de aanbouwrichtlijnen in het betreffende hoofdstuk van deze handleiding.

De zuighakselaar is ontworpen voor tweehandsbediening. Het apparaat moet door de gebruiker met de rechterhand op de bedieningshand-greep en met de linkerhand op de greep van de wartelmoer worden gedragen.
De draagriem van de opvangzak over de rechter- schouder hangen – niet kruislings dragen, zodat in geval van nood het apparaat samen met de opvangzak snel van het lichaam kan worden genomen.

Het apparaat alleen met compleet gemonteerde zuigpijp en gemonteerde, gesloten opvangzak gebruiken – kans op letsel!

Geen hete of brandende materialen (bijv. hete as, gloeiende sigaretten) opzuigen – kans op letsel door brand!

Nooit ontbrandbare vloeistoffen (bijv. brandstof) of in brandbare vloeistoffen gedrenkte materialen opzuigen – kans op dodelijk letsel door vuur of explosie!
LET OP
Bij het opzuigen van schurende materialen (bijv. split, steen enz.) worden het schoepenwiel en het blaasventilatorhuis blootgesteld aan zeer sterke slijtage. Deze slijtage openbaart zich door een sterk teruglopende zuigcapaciteit. In dit geval contact opnemen met een geautoriseerde dealer. STIHL adviseert de STIHL dealer.
Bij het opzuigen van nat blad kan het blaasventilatorhuis of het kniestuk verstopt raken.
Voor het opheffen van verstoppingen in het apparaat:
- Apparaat uitschakelen en de netsteker lostrekken
- Het kniestuk en de zuigpijp demonteren - zie "Zuighakselaar completeren"
- Kniestuk en blaasventilatorhuis reinigen
2.9 Tijdens de werkzaamheden

Bij beschadiging van de netkabel direct de netsteker uit de contactdoos trekken – levensgevaar door elektrische schok!
De netkabel niet beschadigen door eroverheen te rijden, deze af te knellen of eraan te trekken.
De stroomstekker nooit uit de contactdoos trekken door aan de aansluitkabel te trekken, maar door de stroomstekker vast te pakken.
De stroomstekker en de aansluitkabel alleen met droge handen vastpakken.
Bij dreigend gevaar, resp. in geval van nood – de schakelhendel/schakelaar in stand STOP, resp. 0 plaatsen.
Het apparaat wordt door slechts één persoon bediend – geen andere personen in het werkgebied toestaan.
Kinderen, dieren en toeschouwers op afstand houden.

Binnen een straal van 15 m mogen zich geen andere personen ophouden – kans op letsel door weggeslingerde voorwerpen!
Deze afstand ook ten opzichte van andere objecten (auto's, ruiten) aanhouden – kans op materiele schade!
Nooit in de richting van andere personen of dieren blazen – het apparaat kan kleine voorwerpen met hoge snelheid omhoog slingeren – kans op letsel!
Tijdens het blazen en zuighakselen (in open terrein en in de tuin) op huisdieren letten, om deze niet in gevaar te brengen.
Het apparaat nooit onbeheerd laten draaien.
Alleen stapsgewijs voorwaarts werken – de lucht- uitstroomopening van de blaaspijp altijd in het oog houden – niet achteruit lopen of rennen – kans op struikelen!
De netkabel altijd achter het apparaat houden – niet in achterwaartse richting werken of rennen – kans op struikelen!
Abnormale lichaamshoudingen vermijden en altijd het evenwicht behouden. Altijd voor een stabiele en veilige houding zorgen.
Wees voorzichtig bij werkzaamheden op hellingen en in oneffen terrein – kans op uitglijden!
Op obstakels letten: afval, boomstronken, wortels, greppels – kans op struikelen!
Niet op een ladder, niet op onstabiele plaatsen werken.
Bij gebruik van gehoorbeschermers moet extra omzichtig en bedachtzaam worden gewerkt – omdat geluiden die op gevaar wijzen (schreeuwen, alarmsignalen e.d.) minder goed hoorbaar zijn.
Rustig en met overleg werken – alleen bij voldoende licht en goed zicht. Voorzichtig werken, anderen niet in gevaar brengen.
Op tijd rustpauzes nemen om vermoeidheid en uitputting te voorkomen – kans op ongelukken!
Bij het wegblazen van grote hoeveelheden stof-houdend materiaal kunnen er elektrostatische ladingen ontstaan, die zich onder ongunstige (bijv. zeer droge) omstandigheden plotseling kunnen ontladen.
Bij stofontwikkeling altijd een stofmasker dragen.
Door het opzuigen van niet geschikt materiaal kan het schoepenwiel worden geblokkeerd. Het apparaat direct uitschakelen, de netsteker uit de contactdoos trekken. Pas dan het materiaal waardoor het schoepenwiel is geblokkeerd verwijderen.
Geen voorwerpen via het beschermrooster of de blaasmond in het blaasventilatorhuis schuiven. Door de ventilator kunnen deze met een hoge snelheid naar buiten worden geslingerd – kans op letsel!
Bij merkbare wijzigingen in de motorkarakteristiek (bijv. hoger trillingsniveau) de werkzaamheden onderbreken en de oorzaken voor de wijziging opheffen.
Als het apparaat niet volgens de voorschriften (bijv. door geweld van buitenaf, door stoten of vallen) werd uitgeschakeld, het apparaat voor het opnieuw in gebruik nemen beslist op een bedrijfsveilige staat controleren – zie ook "Voor aanvang van de werkzaamheden". Vooral de correcte werking van de veiligheidsinrichtingen controleren. Een niet-bedrijfszeker apparaat in geen geval verder gebruiken. In geval van twijfel contact opnemen met een geautoriseerde dealer.
Als het apparaat blijft draaien (niet uitschakelt), als de schakelhendel niet meer is ingedrukt – de steker uit de contactdoos trekken en contact opnemen met een STIHL dealer. Het apparaat is defect.
Voor het achterlaten van het apparaat: het apparaat uitschakelen – de stroomstekker uit de contactdoos trekken.
2.10 Na het werk
De netsteker uit de contactdoos trekken.
De stroomstekker nooit uit de contactdoos trekken door aan de aansluitkabel te trekken, maar door de stroomstekker vast te pakken.
Stof en vuil op het apparaat verwijderen – geen vetoplossende middelen gebruiken.
2.11 Trillingen
Langdurig gebruik van het motorapparaat kan leiden tot door trillingen veroorzaakte doorbloedingsstoornissen aan de handen ("witte vingers").
Een algemeen geldende gebruiksduur kan niet worden vastgesteld, omdat deze van meerdere factoren afhankelijk is.
De gebruiksduur wordt verlengd door:
- Bescherming van de handen (warme handschoenen)
– Rustpauzes
De gebruiksduur wordt verkort door:
Nederlands 3 Bladblazer completeren
- Bijzondere persoonlijke aanleg voor slechte doorbloeding (kenmerk: vaak koude vingers, kriebelen)
– Lage buitentemperaturen - De mate van kracht uitgeoefend door de handen (stevig beetpakken beïnvloedt de doorbloeding nadelig)
Bij regelmatig, langdurig gebruik van het apparaat en bij het herhaald optreden van de betreffende symptomen (bijv. vingers kriebelen) wordt een medisch onderzoek geadviseerd.
2.12 Onderhoud en reparaties

WAARSCHUWING

Voor alle werkzaamheden aan het apparaat: de netsteker uit de contactdoos trekken.
- Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan het apparaat. Bij vragen hierover contact opnemen met een geautoriseerde dealer.
- Werkzaamheden aan het apparaat (bijv. het vervangen van een beschadigde netkabel) mogen, om gevaarlijke situaties te voorkomen, alleen worden uitgevoerd door geautoriseerde dealers of gekwalificeerde elektriciens.
Kunststof onderdelen reinigen met een doek. Agressieve reinigingsmiddelen kunnen het kunst- stof beschadigen.
De koelluchtsleuven in de motorbehuizing indien nodig reinigen.
Het apparaat regelmatig onderhouden. Alleen die onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitvoeren die in de handleiding staan beschreven. Alle andere werkzaamheden laten uitvoeren door een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het apparaat en de eisen van de gebruiker afgestemd.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers nemen regelmatig deel aan scholingen en ontvangen Technische informaties.
3 Bladblazer completeren
▶ De netsteker uit de contactdoos trekken
3.1 Blaaspijp monteren
BGE 71, BGE 81:
De bladblazer kan alleen worden ingeschakeld als de blaaspijp correct is gemonteerd. De wartelmoer activeert een schakelaar die het stroom-circuit voor het starten van de motor sluit.

text_image
1 2 3 4 5 6 0000-GXX-2307-A0▶ De uitsparingen met elkaar in lijn brengen. De pijl (2) moet zich aan de bovenzijde van de blaaspijp (1) bevinden
- De blaaspijp (1) tot aan de aanslag in de aansluitmond (3) van het blaasventilatorhuis steken
- De wartelmoer (4) over de aansluitmond (3) van het blaasventilatorhuis schuiven en in de richting van de pijl draaien tot de lip (5) in de boring (6) van de wartelmoer wordt vergrendeld.
BGE 71, BGE 81:
▶ De veiligheidsschakelaar wordt hoorbaar geactiveerd
3.2 Blaas-/zuigmond monteren

text_image
1 6 a b 5 290BA004 KN▶ De blaasmond (5) in stand (a) (lang) of stand (b) (kort) tot aan de pal (6) op de blaaspijp (1) schuiven en in de richting van de pijl vergrendelen
4 ZuigHakselaar completeren Nederlands
3.3 Blaaspijp demonteren

text_image
1 STIHL® 4 0000-GXX-2308-A0▶ Motor uitschakelen
- De borgpen met een hiertoe geschikt gereedschap via de boring in de wartelmoer indrukken
▶ De wartelmoer (4) tot aan de aanslag in de richting van de pijl draaien
▶ De blaaspijp (1) wegnemen
4 ZuigHakselaar complete- ren
De zuighakselaar kan alleen worden ingeschakeld als het kniestuk en de zuigpijp correct zijn gemonteerd. De wartelmoeren activeren een schakelaar die het stroomcircuit voor het starten van de motor sluit.
- De netsteker uit de contactdoos trekken
4.1 Kniestuk monteren

De ritssluiting van de opvangzak moet dicht zijn

text_image
1 2 3 4 290BA015 KN- Kniestuk (1) tot aan de markering (pijl) in de opvangzak (2) schuiven
▶ Band (3) op de opvangzak vasttrekken en de gesp (4) naar beneden drukken

text_image
7 5 6 0000-GXX-2309-A0▶ De uitsparingen met elkaar in lijn brengen
- Het kniestuk (5) tot aan de aanslag in de aansluitmond (6) van het blaasventilatorhuis schuiven
▶ De wartelmoer (7) over de aansluitmond (6) van het blaasventilatorhuis schuiven en in de richting van de pijl tot aan de aanslag draaien. De veiligheidsschakelaar wordt hoorbaar geactiveerd
4.2 Zuigpijp completeren

text_image
295BA080 KN- De zuigpijp en het zuigpijpverlengstuk aan de hand van de pijlen uitlijnen, in elkaar schuiven en vergrendelen
4.3 Zuigpijp monteren

text_image
2 1 0000-GXX-2310-A1▶ Motor uitschakelen
▶ De borgpen (1) met een hiertoe geschikt gereedschap via de boring indrukken
▶ Lip (pijl) naar het blaasventilatorhuis drukken en ingedrukt houden
Nederlands 4 ZuigHakselaar completeren
▶ Beschermrooster (2) tot aan de aanslag in de richting van de pijl draaien en wegnemen

text_image
3 3 ↑ 290BA009 KN▶ Pijlen (3) met elkaar in lijn brengen
- De zuigpijp tot aan de aanslag in de aanzuigopening van het blaasventilatorhuis schuiven

text_image
5 3 6 4 290BA018 KN▶ Beugelhandgreep (4) over de aanzuigopening van het blaasventilatorhuis schuiven
▶ De pijlen (3) en (5) met elkaar in lijn brengen
- Beugelhandgreep (4) in de richting van de pijl draaien, tot de arrêteerhendel (6) op het blaasventilatorhuis hoorbaar in de vergrendeling valt

text_image
0000-GXX-2556-A0De borgpen (pijl) is bij een correcte montage niet ingedrukt.
4.4 Kniestuk demonteren

text_image
1 2 0000-GXX-2557-A0▶ Motor uitschakelen
▶ De borgpen met een hiertoe geschikt gereedschap via de boring indrukken
- Wartelmoer (1) in de richting van de pijl tot aan de aanslag draaien
▶ Het bochtstuk (2) wegnemen
4.5 Zuigpijp demonteren

text_image
1 2 0000-GXX-2311-A0▶ Motor uitschakelen
▶ De borgpen met een hiertoe geschikt gereedschap via de boring indrukken
- Arrêteerhendel (1) indrukken en de beugelhandgreep (2) in de richting van de pijl tot aan de aanslag draaien
▶ Beugelhandgreep samen met de zuigpijp wegnemen

text_image
4 3 5 290BA017 KN▶ Beschermrooster (3) op de aanzuigopening van het blaasventilatorhuis plaatsen
▶ Pijlen (4) met elkaar in lijn brengen
5 Apparaat op het lichtnet aansluiten Nederlands
▶ Beschermrooster (3) in de richting van de pijl draaien, tot de lip (5) op het blaasventilator-huis in de vergrendeling valt

text_image
0000-GXX-2556-A0De borgpen (pijl) is bij een correcte montage niet ingedrukt.
5 Apparaat op het lichtnet aansluiten
De spanning en de frequentie van het apparaat (zie typeplaatje) moeten corresponderen met de spanning en de frequentie van het elektriciteits-net.
De minimale beveiliging (zekering) van de net-aansluiting moet overeenkomstig de technische gegevens zijn uitgevoerd – zie "Technische gegevens".
Het apparaat moet via een aardlekschakelaar op het elektriciteitsnet worden aangesloten, die de stroomtoevoer onderbreekt als de aardlekstroom hoger is dan 30 mA.
De netkabel moet voldoen aan IEC 60364 en aan de nationale voorschriften.
5.1 Verlengkabel
De verlengkabel moet qua constructie ten minste voldoen aan dezelfde eigenschappen als de netkabel van het apparaat. Op de codering (typebenaming) van de netkabel letten.
De aders in de kabel moeten, afhankelijk van de netspanning en de kabellengte, de vermelde minimale doorsnede hebben.
Kabellengte Minimale doorsnede
220 V - 240 V:
tot 20 m 1.5 mm ^4
20 m tot 50 m 2,5 mm ^4
100 V - 127 V:
tot 10 m AWG 14/2,0 mm ^2
10 m tot 30 m AWG 12/3,5 mm ^4
5.2 Trekontlasting
De trekontlasting beschermt de aansluitkabel tegen beschadiging.

text_image
1 2 290BA012 KN- Netsteker (1) in de contrasteker (2) van de verlengkabel steken

text_image
3 5 4 290BA013 KN▶ Met de verlengkabel een lus vormen
▶ De lus (3) door de opening (4) steken
▶ De lus over de haak (5) geleiden en vasttrekken
5.3 Aansluiting op de contactdoos
Voor de aansluiting op het elektriciteitsnet, controleren of het apparaat is uitgeschakeld – zie "Apparaat uitschakelen"
- De steker van de verlengkabel in een volgens de installatievoorschriften aangesloten contactdoos steken
6 Apparaat inschakelen
▶ Een veilige en stabiele houding aannemen
- Het apparaat in de werkpositie houden
- Schakelaar (1) in stand I of II plaatsen (stand II afhankelijk van de uitrusting)
Bij apparaten met schakelstand I:
I = maximale blaascapaciteit
Bij apparaten met schakelstand I en II:
I = halve blaascapaciteit
II = maximale blaascapaciteit
BGE 81, SHE 81

text_image
290BA007 KN 3 2- De hevel (2) op de bedieningshandgreep indrukken
De blaas- en zuigcapaciteit kan traploos worden geregeld.
Door het indrukken van de blokkeerknop (3) kan de hevel (2) in de maximale blaas- en zuigstand worden vergrendeld.
7 Apparaat uitschakelen
Bij langere onderbrekingen – de netsteker uit de contactdoos trekken.
Als het apparaat niet meer wordt gebruikt, het apparaat zo neerleggen dat niemand in gevaar kan worden gebracht.
Het apparaat zo opbergen dat onbevoegden er geen toegang toe hebben.
▶ De schakelaar (1) in stand 0 plaatsen
BGE 81, SHE 81

text_image
290BA007 KN 2 3▶ De hevel (2) op de bedieningshandgreep loslaten
Bij vergrendelde blokkeerknop (3) de schakelhevel even indrukken en loslaten.
8 Apparaat opslaan
▶ Het apparaat grondig reinigen
- Het apparaat op een droge en veilige plaats opslaan. Beschermen tegen onbevoegd gebruik (bijv. door kinderen)
9 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften
| Onderstaande gegevens zijn gebaseerd op nor-male bedrijfsomstandigheden. Onder zware omstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij langere werktijden per dag dienen de gegeven inter-vallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beeindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks | Wekelijks | Maandelijks | Jaarlijks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |
| Complete apparaat Visuele | controle (staat) x | ||||||||
| reinigen x | |||||||||
| bedieningshandgreep werk | ng controleren x | ||||||||
| Aanzuigopeningen voor koellucht | reinigen x | ||||||||
| Veiligheidssticker vervangen | x | ||||||||
10 Slijtage minimaliseren en schade voorkomen
Het aanhouden van de voorschriften in deze handleiding voorkomt overmatige slijtage en schade aan het apparaat.
Gebruik, onderhoud en opslag van het apparaat moeten net zo zorgvuldig plaatsvinden als staat beschreven in de handleiding.
De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor alle schade die door het niet in acht nemen van de veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwijzingen wordt veroorzaakt. Dit geldt in het bijzonder voor:
- niet door STIHL vrijgegeven wijzigingen aan het product
- het gebruik van gereedschappen of toebehoren die niet voor het apparaat zijn vrijgegeven, niet geschikt of kwalitatief minderwaardig zijn
- het niet volgens voorschrift gebruikmaken van het apparaat
- gebruik van het apparaat bij sportmanifestaties of wedstrijden
- vervolgschade door het blijven gebruiken van het apparaat met defecte onderdelen
10.1 Onderhoudswerkzaamheden
Alle in het hoofdstuk „Onderhouds- en reinigingsvoorschriften“ vermelde werkzaamheden moeten regelmatig worden uitgevoerd. Voorzover deze onderhoudswerkzaamheden niet door de gebruiker zelf kunnen worden uitgevoerd, moeten deze worden overgelaten aan een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over technische informaties.
Als deze werkzaamheden niet of onvakkundig worden uitgevoerd kan er schade ontstaan waarvoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is. Hiertoe behoren onder andere:
- schade aan de elektromotor ten gevolge van niet tijdig of niet correct uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden (bijv. onvoldoende reiniging van de koelluchtgeleiding)
- schade door verkeerde elektrische aansluiting (spanning, te lichte bedrading)
Nederlands 11 Belangrijke componenten
- corrosie- en andere vervolgschade ten gevolge van onjuiste opslag
- schade aan het apparaat ten gevolge van gebruik van kwalitatief minderwaardige onderdelen
10.2 Aan slijtage onderhevige delen
Sommige onderdelen van het motorapparaat staan ook bij gebruik volgens de voorschriften aan normale slijtage bloot en moeten, afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur, tijdig worden vervangen. Hiertoe behoren o.a.:
- schoepenwiel
- opvangzak
11 Belangrijke componenten

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 1011
12 13 STIHL® 14 151 Platte blaas-/zuigmond
2 Blaaspijp
3 Wartelmoer
4 Aanzuigopeningen voor koellucht
5 Schakelhevel (alleen BGE 81, SHE 81)
6 Schakelaar (alleen BGE 61, BGE 71, SHE 71)
7 Blokkeerknop (alleen BGE 81, SHE 81)
8 Bedieningshandgreep
9 Haak voor trekontlasting
10 Netsteker
11 Beschermrooster
12 Wartelmoer met greep*
13 Zuigpijp*
14 Kniestuk*
15 Opvangzak*
Machinenummer
Netaansluitgegevens 120 V, 60 Hz, 9,2 A
Zekering 15 A
Vermogen 1100 W
Beveiligingsklasse
Uitvoering 240 V
Netaansluitgegevens 240 V, 50 Hz, 4,8 A
Zekering 10 A
Vermogen 1100 W
Beveiligingsklasse
12.2 Motor BGE 71/SHE 71
Uitvoering 120 V
Netaansluitgegevens 120 V, 60 Hz, 9,2 A
Zekering 15 A
Vermogen 1100 W
Beveiligingsklasse
Uitvoering 230 V
Netaansluitgegevens 230 V, 50 Hz, 4,8 A
Zekering 10 A
Vermogen 1100 W
Beveiligingsklasse
Uitvoering 230 V - 240 V
Netaansluitgegevens 230 V - 240 V, 50 Hz, 4,8 A
Zekering 10 A
Vermogen 1100 W
Beveiligingsklasse
Uitvoering 230 V
Netaansluitgegevens 230 V, 50 Hz, 6,1 A
Zekering 10 A
Vermogen 1400 W
Beveiligingsklasse


















Uitvoering 230 V - 240 V
Netaansluitgegevens 230 V - 240 V,
50 Hz, 6,1 A
Zekering 10 A
Vermogen 1400 W
Beveiligingsklasse
||回
12.4 Maximale luchtdoorzet
Blaasstand Zuigstand
| BGE 61 | 670 m^3/h | --- | |
| BGE 71 | 670 m^3/h 580 m | ^3/h | |
| BGE 81 | 750 m^3/h 650 m | ^3/h | |
| SHE 71 | 670 m^3/h 580 m | ^3/h | |
| SHE 81 | 750 m^3/h 650 m | ^3/h |
12.5 Luchtsnelheid met blaasmond
Blaasstand
| BGE | 61 | 66 | m/s |
| BGE | 71 | 66 | m/s |
| BGE | 81 | 76 | m/s |
| SHE | 71 | 58 | m/s |
| SHE | 81 | 67 | m/s |
12.6 Afmetingen
Breedte 210 mm
Hoogte 334 mm
Diepte 330 mm
12.7 Gewicht
| BGE | 61 | 3,0 kg |
| BGE | 71 | 3,0 kg |
| BGE | 81 | 3,3 kg |
| SHE | 71 | 4,1 kg |
| SHE | 81 | 4,4 kg |
12.8 Geluids- en trillingswaarden
Voor het bepalen van de geluids- en trillingswaarden wordt rekening gehouden met de bedrijfsstatus nominaal max.toerental.
Gedetailleerde gegevens met betrekking tot de arbo-wetgeving voor wat betreft trillingen 2002/44/EG, zie www.stihl.com/vib/.
12.8.1 Continu geluiddrukniveau L p volgens EN 50636-2-100
Blaasstand Zuigstand
| BGE | 71 | 85 | dB(A) | 85 | dB(A) |
| BGE | 81 | 89 | dB(A) | 88 | dB(A) |
| SHE | 71 | 85 | dB(A) | 85 | dB(A) |
| SHE | 81 | 89 | dB(A) | 88 | dB(A) |
12.8.2 Geluidvermogensniveau L w volgens EN 50636-2-100
Blaasstand Zuigstand
| BGE 71 100 dB(A) | 101 dB(A) |
| BGE 81 103 dB(A) | 103 dB(A) |
| SHE 71 100 dB(A) | 101 dB(A) |
| SHE 81 103 dB(A) | 103 dB(A) |
12.8.3 Trillingswaarde a _hv volgens EN 50636-2-100
Blaasstand
Handgreep rechts
| BGE 71 | 1 m/s ^2 |
| BGE 81 | 4,1 m/s ^2 |
| SHE 71 | 1 m/s ^2 |
| SHE 81 | 4,1 m/s ^2 |
Zuigstand
| Handgreep | Handgreep links | |
| rechts | ||
| BGE 71 | 0,8 m/s ^2 | 1,2 m/s ^2 |
| BGE 81 | 2,6 m/s ^2 | 5,6 m/s ^2 |
| SHE 71 | 0,8 m/s ^2 | 1,2 m/s ^2 |
| SHE 81 | 2,6 m/s ^2 | 5,6 m/s ^2 |
Voor het geluiddrukniveau en het geluidvermogensniveau bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 dB(A); voor de trillings-waarde bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 m/s ^2 .
12.9 REACH
REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, klassificatie en vrijgave van chemicaliën.
Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACH voorschrift (EG) nr. 1907/2006 zie
www.stihl.com/reach
13 Reparatierichtlijnen
Door de gebruiker van dit apparaat mogen alleen die onderhouds- en reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze handleiding staan beschreven. Verdergaande reparaties mogen alleen door geautoriseerde dealers worden uitgevoerd.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Bij reparatiewerkzaamheden alleen onderdelen inbouwen die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderdelen. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat.
STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren.
Originele STIHL onderdelen zijn te herkennen aan het STIHL onderdeelnummer, aan het logo STIHL ^® en, indien aanwezig, aan het STIHL onderdeellogo G_® (op kleine onderdelen kan dit logo ook als enig teken voorkomen.).
14 Milieuverantwoord afvoeren
Informatie over de afvoer is verkrijgbaar bij de gemeente of bij een STIHL dealer.
Een onjuiste afvoer kan schadelijk zijn voor de gezondheid en voor het milieu.

text_image
000BA073 KN- De STIHL producten inclusief de verpakking volgens de plaatselijke voorschriften bij een geschikt verzamelpunt voor recycling inleveren.
▶ Niet bij het huisvuil afvoeren.
15 EU-conformiteitsverklaring
verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat
Constructie: elektrische bladblazer elektrische ZuigHakselaar
Merk: STIHL
Type: BGE 61
BGE 71
BGE 81
SHE 71
SHE 81
Serie-identificatie: 4811
voldoen aan de betreffende bepalingen van de richtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG, 2000/14/EG en 2014/30/EU en in overeenstemming met de ten tijde van de productiedatum geldende versies van de volgende normen zijn ontwikkeld en geproduceerd:
EN 50636-2-100, EN 55014-1, EN 55014-2, EN 60335-1, EN 61000-3-2, EN 61000-3-3
Voor het bepalen van het gemeten en het gegarandeerde geluidvermogensniveau werd gehandeld volgens de richtlijn 2000/14/EG, bijlage V.
Gemeten geluidsvermogenniveau
BGE 71: 98 dB(A)
BGE 81: 101 dB(A)
SHE 71: 98 dB(A)
SHE 81: 100 dB(A)
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau
BGE 71: 100 dB(A)
BGE 81: 103 dB(A)
SHE 71: 100 dB(A)
SHE 81: 102 dB(A)
Bewaren van technische documentatie:
Het productiejaar, het productieland en het machinenummer staan vermeld op het apparaat.
Waiblingen, 15-7-2021
Hoofd van de afdeling productgoedkeuring, - regelgeving

16 UKCA-conformiteitsverkla- ring
verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat
Constructie: elektrische bladblazer elektrische ZuigHakselaar
Merk: STIHL
Type: BGE 61
BGE 71
BGE 81
SHE 71
SHE 81
Serie-identificatie: 4811
16 UKCA-conformiteitsverklaring Nederlands
voldoet aan de betreffende bepalingen van de Britse richtlijnen The Restriction of the Use of Certain Hazardous Substances in Electrical and Electronic Equipment Regulations 2012, Supply of Machinery (Safety) Regulations 2008, Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001 en Electromagnetic Compatibility Regulations 2016 en in overeenstemming met de ten tijde van de productie-datum geldende versies van de volgende nor-men is ontwikkeld en geproduceerd:
EN 50636-2-100, EN 55014-1, EN 55014-2, EN 60335-1, EN 61000-3-2, EN 61000-3-3
Voor het bepalen van het gemeten en het gega-randeerde geluidsvermogenniveau werd gehandeld volgens de Britse richtlijn Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001, Schedule 8.
Gemeten geluidsvermogenniveau
BGE 71: 98 dB(A)
BGE 81: 101 dB(Å)
SHE 71: 98 dB(A)
SHE 81: 100 dB(A)
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau
BGE 71: 100 dB(A)
BGE 81: 103 dB(A)
SHE 71: 100 dB(A)
SHE 81: 102 dB(A)
Bewaren van technische documentatie:
Het productiejaar, het productieland en het machinenummer staan vermeld op het apparaat.
Waiblingen, 15-7-2021
Hoofd van de afdeling productgoedkeuring, - regelgeving
UK CA
