BGE 71 - Blazer STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BGE 71 STIHL in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Blazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BGE 71 - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BGE 71 van het merk STIHL.
GEBRUIKSAANWIJZING BGE 71 STIHL
- Met betrekking tot deze handleiding p. 61
- 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek.61 3 Bladblazer completeren p. 66
- 4 ZuigHakselaar completeren p. 67
- 5 Apparaat op het lichtnet aansluiten p. 69
- 6 Apparaat inschakelen p. 70
- 7 Apparaat uitschakelen p. 70
- 8 Apparaat opslaan p. 71
- 9 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften p. 71
- 10 Slijtage minimaliseren en schade voorko‐ men p. 72
- 11 Belangrijke componenten p. 73
- 12 Technische gegevens p. 73
- 13 Reparatierichtlijnen p. 74
- 14 Milieuverantwoord afvoeren p. 75
- 15 EU-conformiteitsverklaring p. 75
- 16 UKCA-conformiteitsverklaring Geachte cliënt(e), Het doet ons veel genoegen dat u hebt gekozen voor een kwaliteitsproduct van de firma STIHL. Nederlands 16 Dichiarazione di conformità UKCA 60 0458-290-9621-C © ANDREAS STIHL AG & Co. KG 2022 0458-290-9621-C. VA0.M21. Gedrukt op chloorvrij gebleekt papier. Drukinkten bevatten plantaardige olie, papier is recyclebaar. Originele handleiding 0000007626_011_NLDit product werd met moderne productiemetho‐ den en onder uitgebreide kwaliteitscontroles gefabriceerd. Er is ons alles aan gelegen dat u tevreden bent met dit apparaat en er probleem‐ loos mee kunt werken. Wendt u zich met vragen over uw apparaat tot uw dealer of de importeur. Met vriendelijke groet, Dr. Nikolas Stihl 1 Met betrekking tot deze handleiding p. 75
Alle symbolen die op het apparaat zijn aange‐ bracht worden in deze handleiding toegelicht.
1.2 Codering van tekstblokken
WAARSCHUWING Waarschuwing voor kans op ongevallen en letsel voor personen alsmede voor zwaarwegende materiële schade. LET OP Waarschuwing voor beschadiging van het appa‐ raat of afzonderlijke componenten.
1.3 Technische doorontwikkeling
STIHL werkt continu aan de verdere ontwikkeling van alle machines en apparaten; wijzigingen in de leveringsomvang qua vorm, techniek en uit‐ rusting behouden wij ons daarom ook voor. Aan gegevens en afbeeldingen in deze handlei‐ ding kunnen dan ook geen aanspraken worden ontleend. 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Er zijn extra veiligheidsmaatregelen nodig bij het werken met dit apparaat. De stroomaansluiting levert extra gevaar op. De gehele gebruiksaanwijzing voor de eerste ingebruikneming aandach‐ tig doorlezen en voor later gebruik goed opbergen. Het veronachtzamen van de gebruiksaanwijzing kan tot levensgevaarlijke situaties leiden. WAARSCHUWING
Kinderen of minderjarigen mogen niet met het apparaat werken. Kinderen onder toezicht houden om er zeker van te zijn dat deze niet met het apparaat kunnen spelen
Het apparaat mag alleen door die personen worden gebruikt, die zijn onderricht in het gebruik en het werken hiermee of kunnen aan‐ tonen dat zij veilig met het apparaat kunnen werken
Personen die vanwege beperkte fysieke, sen‐ sorische of geestelijke capaciteiten niet in staat zijn het apparaat veilig te bedienen, mogen alleen onder toezicht of op aanwijzin‐ gen van een verantwoordelijke persoon hier‐ mee werken
Het apparaat alleen meegeven of uitlenen aan personen die met dit model en het gebruik ervan vertrouwd zijn – altijd de handleiding meegeven
Voor alle werkzaamheden aan het apparaat, bijv. schoonmaken, onderhoud, vervanging van onderdelen – de netsteker uit de contact‐ doos trekken! De nationale veiligheidsvoorschriften, bijv. van beroepsgroepen, sociale instanties, arbeidsin‐ spectie en andere in acht nemen. Als het apparaat niet wordt gebruikt, het appa‐ raat zo neerzetten dat niemand in gevaar kan worden gebracht. Het apparaat zo opbergen dat onbevoegden er geen toegang toe hebben, de netkabel uit de contactdoos trekken. De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen die andere personen of hun eigendommen over‐ komen, resp. voor de gevaren waaraan deze worden blootgesteld. Wie voor het eerst met het apparaat werkt: door de verkoper of door een andere deskundige laten demonstreren hoe men hiermee veilig kan werken. Het gebruik van geluidproducerende apparaten kan door nationale alsook plaatselijke, lokale voorschriften tijdelijk worden beperkt. Voor het begin van de werkzaamheden controle‐ ren of het apparaat in goede staat verkeert. Vooral op de aansluitkabel, de stroomstekker en de veiligheidsinrichtingen letten. Het apparaat alleen dan in gebruik nemen als alle componenten in goede staat verkeren. 1 Met betrekking tot deze handleiding Nederlands 0458-290-9621-C 61Het apparaat niet verplaatsen door aan de aan‐ sluitkabel te trekken. Voor het reinigen van het apparaat geen hoge‐ drukreiniger gebruiken. Door de harde waters‐ traal kunnen onderdelen van het apparaat wor‐ den beschadigd. Het apparaat nooit met water afspuiten – kans op kortsluiting!
2.1 Lichamelijke gesteldheid
Wie met het apparaat werkt moet goed uitgerust en gezond zijn en een goede lichamelijke condi‐ tie hebben. Wie zich om gezondheidsredenen niet mag inspannen, moet zijn arts raadplegen of het wer‐ ken met een motorapparaat mogelijk is. Na gebruik van alcohol, medicijnen die het reac‐ tievermogen beïnvloeden of drugs mag niet met het apparaat worden gewerkt.
2.2 Gebruik conform de voorschrif‐
ten Met de bladblazer kunnen bladeren, gras, papier en dergelijke, bijv. in parken, sportstadions, op parkeerplaatsen of inritten, bij elkaar worden 'geveegd'. De zuighakselaar is bovendien geconstrueerd voor het opzuigen van droog bladafval en ander licht, los en niet-brandbaar afval. Geen voor de gezondheid schadelijke materialen wegblazen of opzuigen. Het apparaat niet in een afgesloten ruimte gebruiken. Het gebruik van het apparaat voor andere doel‐ einden is niet toegestaan en kan leiden tot onge‐ lukken of defecten aan het apparaat. Geen wijzi‐ gingen aan het product aanbrengen – ook dit kan leiden tot ongelukken of defecten aan het appa‐ raat.
2.3 Gebruiksvoorwaarden
Niet in de regen, sneeuw, bij onweer, natte of zeer vochtige omgeving met het apparaat werken. Het apparaat niet in de regen achterlaten.
2.4 Kleding en uitrusting
De voorgeschreven kleding en uitrusting dragen. De kleding moet doelmatig zijn en mag tijdens het werk niet hinderen. Nauwsluitende kleding, combipak, geen stofjas. Geen kleding, sjaal, das, sieraden dragen die in de luchtaanzuigopening kunnen worden getrokken. Lang haar in een paardenstaart binden en dus‐ danig vastmaken, dat het zich boven de schouders bevindt. Stevige schoenen met stroeve, slipvrije zolen dragen. WAARSCHUWING Om de kans op oogletsel te reduce‐ ren een nauw aansluitende veilig‐ heidsbril volgens de norm EN 166 dragen. Erop letten dat de veilig‐ heidsbril goed zit. "Persoonlijke" gehoorbescherming dragen – zoals bijv. oorkappen. STIHL biedt een omvangrijk programma aan per‐ soonlijke beschermuitrusting.
Alleen die onderdelen of toebehoren monteren die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderdelen. Bij vra‐ gen hierover contact opnemen met een geautori‐ seerde dealer. Alleen hoogwaardige onderdelen of toebehoren monteren. Als dit wordt nagelaten, is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat. STIHL adviseert originele STIHL onderdelen en toebehoren te monteren. Deze zijn qua eigen‐ schappen optimaal op het product en de eisen van de gebruiker afgestemd. Geen wijzigingen aan het apparaat aanbrengen – uw veiligheid kan hierdoor in gevaar worden gebracht. Voor persoonlijke en materiële schade die door het gebruik van niet-vrijgegeven aan‐ bouwapparaten wordt veroorzaakt, is STIHL niet aansprakelijk.
2.6 Voor de werkzaamheden
De schakelaar/schakelhendel moet gemakke‐ lijk in stand STOP, resp. 0 kunnen worden geplaatst
De blaasinrichting moet volgens voorschrift zijn gemonteerd Nederlands 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek 62 0458-290-9621-C– Voor een veilige bediening moeten de hand‐ grepen schoon en droog, alsmede olie- en vuilvrij zijn
De staat van het schoepenwiel en het blaas‐ ventilatorhuis controleren – zie "Zuigmecha‐ nisme gebruiken" Het apparaat mag alleen in technisch goede staat worden gebruikt – kans op ongelukken! Het apparaat alleen in gebruik nemen als alle componenten in goede staat verkeren en vast zijn gemonteerd. Kans op letsel door het roterende schoepenwiel. Voor het monteren van het beschermrooster, de zuigpijp, blaaspijp of het kniestuk altijd de motor afzetten en de steker uit de contactdoos trekken. Wachten, tot het schoepenwiel stilstaat. Slijtage aan het blaasventilatorhuis (scheurtjes, breuken) kan tot letsel leiden door naar buiten toe weggeslingerde voorwerpen. Bij beschadigin‐ gen aan het blaasventilatorhuis contact opne‐ men met een geautoriseerde dealer – STIHL adviseert de STIHL dealer Geen wijzigingen aan de bedieningselementen en de veiligheidsinrichtingen aanbrengen Elektrische aansluiting Kans op stroomschokken verkleinen:
De spanning en de frequentie van het appa‐ raat (zie typeplaatje) moeten corresponderen met de spanning en de frequentie van het elektriciteitsnet
De aansluitkabel, de netstekker en de verleng‐ kabel op beschadigingen controleren. Bescha‐ digde kabels, koppelingen, stekkers of aan‐ sluitkabels die niet aan de voorschriften vol‐ doen, mogen niet worden gebruikt
Elektrische aansluiting alleen op de volgens voorschrift geïnstalleerde contactdoos
Isolatie van de aansluit- en verlengkabel, stek‐ ker en koppeling in goede staat
Stroomstekkers, aansluitkabels en verlengka‐ bels alsmede elektrische stekkerverbindingen nooit met natte handen vastpakken De aansluit- en verlengkabel correct neerleggen:
Op de minimale doorsnede van de afzonder‐ lijke kabels letten – zie "Apparaat elektrisch aansluiten"
De aansluitkabel zo neerleggen en markeren, dat deze niet kan worden beschadigd en er niemand in gevaar kan worden gebracht – kans op struikelen!
Het gebruik van ongeschikte verlengkabels kan gevaarlijk zijn. Alleen verlengkabels gebruiken die zijn vrijgegeven voor gebruik in de buitenlucht en als zodanig zijn gecodeerd, waarbij tevens de kabeldoorsnede voldoende is voor het afgenomen vermogen
De stekker en koppeling van de verlengkabel moeten waterdicht zijn en mogen niet in het water liggen
Niet langs randen, punten of scherpe voorwer‐ pen laten schuren
Bij in elkaar gedraaide kabels – de netstekker uit de contactdoos trekken en de kabels uit de knoop halen
De kabelhaspel altijd geheel afwikkelen, om brandgevaar door oververhitting te voorkomen
2.7 Apparaat vasthouden en bedie‐
nen 290BA001 KN De bladblazer is geconstrueerd voor eenhand‐ sbediening. Het apparaat kan door de gebruiker met de rechter- of linkerhand op de bedienings‐ handgreep worden gedragen. Het apparaat altijd stevig vasthouden. WAARSCHUWING Het apparaat alleen met een compleet gemon‐ teerde blaaspijp in gebruik nemen – kans op let‐ sel! De ronde blaasmond is vooral geschikt bij gebruik in oneffen terrein (bijv. weiden en gazons). De platte blaasmond (met het apparaat meegele‐ verd of als speciaal toebehoren leverbaar) levert een vlakke luchtstroom, die gericht en gecontro‐ leerd kan worden gebruikt, vooral voor het schoonvegen van egale vlakken die zijn bedekt met houtspanen, blad, afgemaaid gras of iets dergelijks. 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Nederlands 0458-290-9621-C 632.8 Zuigmechanisme gebruiken Zie de aanbouwrichtlijnen in het betreffende hoofdstuk van deze handleiding. 290BA002 KN De zuighakselaar is ontworpen voor tweehand‐ sbediening. Het apparaat moet door de gebrui‐ ker met de rechterhand op de bedieningshand‐ greep en met de linkerhand op de greep van de wartelmoer worden gedragen. De draagriem van de opvangzak over de rechter‐ schouder hangen – niet kruislings dragen, zodat in geval van nood het apparaat samen met de opvangzak snel van het lichaam kan worden genomen. Het apparaat alleen met compleet gemonteerde zuigpijp en gemonteerde, gesloten opvangzak gebruiken – kans op letsel! Geen hete of brandende materialen (bijv. hete as, gloeiende sigaretten) opzuigen – kans op letsel door brand! Nooit ontbrandbare vloeistoffen (bijv. brandstof) of in brandbare vloeistof‐ fen gedrenkte materialen opzuigen – kans op dodelijk letsel door vuur of explosie! LET OP Bij het opzuigen van schurende materialen (bijv. split, steen enz.) worden het schoepenwiel en het blaasventilatorhuis blootgesteld aan zeer sterke slijtage. Deze slijtage openbaart zich door een sterk teruglopende zuigcapaciteit. In dit geval contact opnemen met een geautoriseerde dealer. STIHL adviseert de STIHL dealer. Bij het opzuigen van nat blad kan het blaasventi‐ latorhuis of het kniestuk verstopt raken. Voor het opheffen van verstoppingen in het apparaat:
Apparaat uitschakelen en de netsteker lostrek‐ ken
Het kniestuk en de zuigpijp demonteren – zie "Zuighakselaar completeren"
2.9 Tijdens de werkzaamheden
Bij beschadiging van de netkabel direct de netsteker uit de contactdoos trekken – levensgevaar door elektri‐ sche schok! De netkabel niet beschadigen door eroverheen te rijden, deze af te knellen of eraan te trekken. De stroomstekker nooit uit de contactdoos trek‐ ken door aan de aansluitkabel te trekken, maar door de stroomstekker vast te pakken. De stroomstekker en de aansluitkabel alleen met droge handen vastpakken. Bij dreigend gevaar, resp. in geval van nood – de schakelhendel/schakelaar in stand STOP, resp. 0 plaatsen. Het apparaat wordt door slechts één persoon bediend – geen andere personen in het werkge‐ bied toestaan. Kinderen, dieren en toeschouwers op afstand houden. 15 m (50 ft) Binnen een straal van 15 m mogen zich geen andere personen ophou‐ den – kans op letsel door weggeslin‐ gerde voorwerpen! Nederlands 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek 64 0458-290-9621-CDeze afstand ook ten opzichte van andere objec‐ ten (auto's, ruiten) aanhouden – kans op materi‐ ele schade! Nooit in de richting van andere personen of die‐ ren blazen – het apparaat kan kleine voorwerpen met hoge snelheid omhoog slingeren – kans op letsel! Tijdens het blazen en zuighakselen (in open ter‐ rein en in de tuin) op huisdieren letten, om deze niet in gevaar te brengen. Het apparaat nooit onbeheerd laten draaien. Alleen stapsgewijs voorwaarts werken – de lucht‐ uitstroomopening van de blaaspijp altijd in het oog houden – niet achteruit lopen of rennen – kans op struikelen! De netkabel altijd achter het apparaat houden – niet in achterwaartse richting werken of rennen – kans op struikelen! Abnormale lichaamshoudingen vermijden en altijd het evenwicht behouden. Altijd voor een stabiele en veilige houding zorgen. Wees voorzichtig bij werkzaamheden op hellin‐ gen en in oneffen terrein – kans op uitglijden! Op obstakels letten: afval, boomstronken, wor‐ tels, greppels – kans op struikelen! Niet op een ladder, niet op onstabiele plaatsen werken. Bij gebruik van gehoorbeschermers moet extra omzichtig en bedachtzaam worden gewerkt – omdat geluiden die op gevaar wijzen (schreeu‐ wen, alarmsignalen e.d.) minder goed hoorbaar zijn. Rustig en met overleg werken – alleen bij vol‐ doende licht en goed zicht. Voorzichtig werken, anderen niet in gevaar brengen. Op tijd rustpauzes nemen om vermoeidheid en uitputting te voorkomen – kans op ongelukken! Bij het wegblazen van grote hoeveelheden stof‐ houdend materiaal kunnen er elektrostatische ladingen ontstaan, die zich onder ongunstige (bijv. zeer droge) omstandigheden plotseling kunnen ontladen. Bij stofontwikkeling altijd een stofmasker dragen. Door het opzuigen van niet geschikt materiaal kan het schoepenwiel worden geblokkeerd. Het apparaat direct uitschakelen, de netsteker uit de contactdoos trekken. Pas dan het materiaal waardoor het schoepenwiel is geblokkeerd ver‐ wijderen. Geen voorwerpen via het beschermrooster of de blaasmond in het blaasventilatorhuis schuiven. Door de ventilator kunnen deze met een hoge snelheid naar buiten worden geslingerd – kans op letsel! Bij merkbare wijzigingen in de motorkarakteris‐ tiek (bijv. hoger trillingsniveau) de werkzaamhe‐ den onderbreken en de oorzaken voor de wijzi‐ ging opheffen. Als het apparaat niet volgens de voorschriften (bijv. door geweld van buitenaf, door stoten of vallen) werd uitgeschakeld, het apparaat voor het opnieuw in gebruik nemen beslist op een bedrijfsveilige staat controleren – zie ook "Voor aanvang van de werkzaamheden". Vooral de correcte werking van de veiligheidsinrichtingen controleren. Een niet-bedrijfszeker apparaat in geen geval verder gebruiken. In geval van twijfel contact opnemen met een geautoriseerde dea‐ ler. Als het apparaat blijft draaien (niet uitschakelt), als de schakelhendel niet meer is ingedrukt – de steker uit de contactdoos trekken en contact opnemen met een STIHL dealer. Het apparaat is defect. Voor het achterlaten van het apparaat: het appa‐ raat uitschakelen – de stroomstekker uit de con‐ tactdoos trekken.
De netsteker uit de contactdoos trekken. De stroomstekker nooit uit de contactdoos trek‐ ken door aan de aansluitkabel te trekken, maar door de stroomstekker vast te pakken. Stof en vuil op het apparaat verwijderen – geen vetoplossende middelen gebruiken.
Langdurig gebruik van het motorapparaat kan leiden tot door trillingen veroorzaakte doorbloed‐ ingsstoornissen aan de handen ("witte vingers"). Een algemeen geldende gebruiksduur kan niet worden vastgesteld, omdat deze van meerdere factoren afhankelijk is. De gebruiksduur wordt verlengd door:
Bescherming van de handen (warme hand‐ schoenen)
Rustpauzes De gebruiksduur wordt verkort door: 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Nederlands 0458-290-9621-C 65– Bijzondere persoonlijke aanleg voor slechte doorbloeding (kenmerk: vaak koude vingers, kriebelen)
De mate van kracht uitgeoefend door de han‐ den (stevig beetpakken beïnvloedt de door‐ bloeding nadelig) Bij regelmatig, langdurig gebruik van het appa‐ raat en bij het herhaald optreden van de betref‐ fende symptomen (bijv. vingers kriebelen) wordt een medisch onderzoek geadviseerd.
2.12 Onderhoud en reparaties
WAARSCHUWING Voor alle werkzaamheden aan het apparaat: de netsteker uit de contact‐ doos trekken.
Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongeluk‐ ken of schade aan het apparaat. Bij vragen hierover contact opnemen met een geautori‐ seerde dealer.
Werkzaamheden aan het apparaat (bijv. het vervangen van een beschadigde netkabel) mogen, om gevaarlijke situaties te voorkomen, alleen worden uitgevoerd door geautoriseerde dealers of gekwalificeerde elektriciens. Kunststof onderdelen reinigen met een doek. Agressieve reinigingsmiddelen kunnen het kunst‐ stof beschadigen. De koelluchtsleuven in de motorbehuizing indien nodig reinigen. Het apparaat regelmatig onderhouden. Alleen die onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitvoeren die in de handleiding staan beschre‐ ven. Alle andere werkzaamheden laten uitvoeren door een geautoriseerde dealer. STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren. Deze zijn qua eigenschappen opti‐ maal op het apparaat en de eisen van de gebrui‐ ker afgestemd. STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerk‐ zaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers nemen regelmatig deel aan scholingen en ontvangen Technische informaties. 3 Bladblazer completeren ► De netsteker uit de contactdoos trekken
3.1 Blaaspijp monteren
BGE 71, BGE 81: De bladblazer kan alleen worden ingeschakeld als de blaaspijp correct is gemonteerd. De war‐ telmoer activeert een schakelaar die het stroom‐ circuit voor het starten van de motor sluit.
0000-GXX-2307-A0 ► De uitsparingen met elkaar in lijn brengen. De pijl (2) moet zich aan de bovenzijde van de blaaspijp (1) bevinden ► De blaaspijp (1) tot aan de aanslag in de aan‐ sluitmond (3) van het blaasventilatorhuis ste‐ ken ► De wartelmoer (4) over de aansluitmond (3) van het blaasventilatorhuis schuiven en in de richting van de pijl draaien tot de lip (5) in de boring (6) van de wartelmoer wordt vergren‐ deld. BGE 71, BGE 81: ► De veiligheidsschakelaar wordt hoorbaar geactiveerd
► De blaasmond (5) in stand (a) (lang) of stand (b) (kort) tot aan de pal (6) op de blaas‐ pijp (1) schuiven en in de richting van de pijl vergrendelen Nederlands 3 Bladblazer completeren 66 0458-290-9621-C3.3 Blaaspijp demonteren
0000-GXX-2308-A0 ► Motor uitschakelen► De borgpen met een hiertoe geschikt gereed‐schap via de boring in de wartelmoer indruk‐ ken ► De wartelmoer (4) tot aan de aanslag in derichting van de pijl draaien► De blaaspijp (1) wegnemen 4 ZuigHakselaar complete‐ ren De zuighakselaar kan alleen worden ingescha‐keld als het kniestuk en de zuigpijp correct zijngemonteerd. De wartelmoeren activeren eenschakelaar die het stroomcircuit voor het startenvan de motor sluit.► De netsteker uit de contactdoos trekken
4.1 Kniestuk monteren
WAARSCHUWINGDe ritssluiting van de opvangzak moet dicht zijn
► Kniestuk (1) tot aan de markering (pijl) in deopvangzak (2) schuiven► Band (3) op de opvangzak vasttrekken en degesp (4) naar beneden drukken
0000-GXX-2309-A0 ► De uitsparingen met elkaar in lijn brengen► Het kniestuk (5) tot aan de aanslag in de aan‐sluitmond (6) van het blaasventilatorhuisschuiven► De wartelmoer (7) over de aansluitmond (6)van het blaasventilatorhuis schuiven en in derichting van de pijl tot aan de aanslag draaien.De veiligheidsschakelaar wordt hoorbaargeactiveerd
4.2 Zuigpijp completeren
295BA080 KN ► De zuigpijp en het zuigpijpverlengstuk aan dehand van de pijlen uitlijnen, in elkaar schuivenen vergrendelen
4.3 Zuigpijp monteren
0000-GXX-2310-A1 ► Motor uitschakelen► De borgpen (1) met een hiertoe geschiktgereedschap via de boring indrukken► Lip (pijl) naar het blaasventilatorhuis drukkenen ingedrukt houden4 ZuigHakselaar completeren Nederlands0458-290-9621-C 67► Beschermrooster (2) tot aan de aanslag in derichting van de pijl draaien en wegnemen 290BA009 KN ► Pijlen (3) met elkaar in lijn brengen► De zuigpijp tot aan de aanslag in de aanzuigo‐pening van het blaasventilatorhuis schuiven 290BA018 KN
► Beugelhandgreep (4) over de aanzuigopeningvan het blaasventilatorhuis schuiven► De pijlen (3) en (5) met elkaar in lijn brengen► Beugelhandgreep (4) in de richting van de pijldraaien, tot de arrêteerhendel (6) op hetblaasventilatorhuis hoorbaar in de vergrende‐ling valt 0000-GXX-2556-A0 De borgpen (pijl) is bij een correcte montage nietingedrukt.
0000-GXX-2557-A0 ► Motor uitschakelen► De borgpen met een hiertoe geschikt gereed‐schap via de boring indrukken► Wartelmoer (1) in de richting van de pijl totaan de aanslag draaien► Het bochtstuk (2) wegnemen
4.5 Zuigpijp demonteren
0000-GXX-2311-A0 ► Motor uitschakelen► De borgpen met een hiertoe geschikt gereed‐schap via de boring indrukken► Arrêteerhendel (1) indrukken en de beugel‐handgreep (2) in de richting van de pijl tot aande aanslag draaien► Beugelhandgreep samen met de zuigpijp weg‐nemen
290BA017 KN ► Beschermrooster (3) op de aanzuigopeningvan het blaasventilatorhuis plaatsen► Pijlen (4) met elkaar in lijn brengenNederlands 4 ZuigHakselaar completeren68 0458-290-9621-C► Beschermrooster (3) in de richting van de pijl draaien, tot de lip (5) op het blaasventilator‐ huis in de vergrendeling valt 0000-GXX-2556-A0 De borgpen (pijl) is bij een correcte montage niet ingedrukt. 5 Apparaat op het lichtnet aansluiten De spanning en de frequentie van het apparaat (zie typeplaatje) moeten corresponderen met de spanning en de frequentie van het elektriciteits‐ net. De minimale beveiliging (zekering) van de net‐ aansluiting moet overeenkomstig de technische gegevens zijn uitgevoerd – zie "Technische gegevens". Het apparaat moet via een aardlekschakelaar op het elektriciteitsnet worden aangesloten, die de stroomtoevoer onderbreekt als de aardlekstroom hoger is dan 30 mA. De netkabel moet voldoen aan IEC 60364 en aan de nationale voorschriften.
De verlengkabel moet qua constructie ten minste voldoen aan dezelfde eigenschappen als de net‐ kabel van het apparaat. Op de codering (typebe‐ naming) van de netkabel letten. De aders in de kabel moeten, afhankelijk van de netspanning en de kabellengte, de vermelde minimale doorsnede hebben. Kabellengte Minimale doorsnede 220 V – 240 V: tot 20 m 1,5 mm
De trekontlasting beschermt de aansluitkabel tegen beschadiging. 290BA012 KN
► Met de verlengkabel een lus vormen ► De lus (3) door de opening (4) steken ► De lus over de haak (5) geleiden en vasttrek‐ ken
5.3 Aansluiting op de contactdoos
Voor de aansluiting op het elektriciteitsnet, con‐ troleren of het apparaat is uitgeschakeld – zie "Apparaat uitschakelen" ► De steker van de verlengkabel in een volgens de installatievoorschriften aangesloten con‐ tactdoos steken 6 Apparaat inschakelen ► Een veilige en stabiele houding aannemen ► Het apparaat in de werkpositie houden 5 Apparaat op het lichtnet aansluiten Nederlands
290BA016 KN ► Schakelaar (1) in stand I of II plaatsen (stand II afhankelijk van de uitrusting) Bij apparaten met schakelstand I: I = maximale blaascapaciteit Bij apparaten met schakelstand I en II: I = halve blaascapaciteit II = maximale blaascapaciteit BGE 81, SHE 81
290BA007 KN ► De hevel (2) op de bedieningshandgreep indrukken De blaas- en zuigcapaciteit kan traploos worden geregeld. Door het indrukken van de blokkeerknop (3) kan de hevel (2) in de maximale blaas- en zuigstand worden vergrendeld. 7 Apparaat uitschakelen Bij langere onderbrekingen – de netsteker uit de contactdoos trekken. Als het apparaat niet meer wordt gebruikt, het apparaat zo neerleggen dat niemand in gevaar kan worden gebracht. Het apparaat zo opbergen dat onbevoegden er geen toegang toe hebben.
290BA016 KN ► De schakelaar (1) in stand 0 plaatsen BGE 81, SHE 81
290BA007 KN ► De hevel (2) op de bedieningshandgreep los‐ laten Bij vergrendelde blokkeerknop (3) de schakelhe‐ vel even indrukken en loslaten. 8 Apparaat opslaan ► Het apparaat grondig reinigen ► Het apparaat op een droge en veilige plaats opslaan. Beschermen tegen onbevoegd gebruik (bijv. door kinderen) Nederlands 7 Apparaat uitschakelen 70 0458-290-9621-C9 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften Onderstaande gegevens zijn gebaseerd op nor‐ male bedrijfsomstandigheden. Onder zware omstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij lan‐ gere werktijden per dag dienen de gegeven inter‐ vallen navenant te worden verkort. Voor begin van de werkzaamheden Na beëindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks Wekelijks Maandelijks Jaarlijks Bij storingen Bij beschadiging Indien nodig Complete apparaat Visuele controle (staat) x reinigen x bedieningshandgreep werking controleren x Aanzuigopeningen voor koellucht reinigen x Veiligheidssticker vervangen x 10 Slijtage minimaliseren en schade voorkomen Het aanhouden van de voorschriften in deze handleiding voorkomt overmatige slijtage en schade aan het apparaat. Gebruik, onderhoud en opslag van het apparaat moeten net zo zorgvuldig plaatsvinden als staat beschreven in de handleiding. De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor alle schade die door het niet in acht nemen van de veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwij‐ zingen wordt veroorzaakt. Dit geldt in het bijzon‐ der voor:
niet door STIHL vrijgegeven wijzigingen aan het product
het gebruik van gereedschappen of toebeho‐ ren die niet voor het apparaat zijn vrijgegeven, niet geschikt of kwalitatief minderwaardig zijn
het niet volgens voorschrift gebruikmaken van het apparaat
gebruik van het apparaat bij sportmanifesta‐ ties of wedstrijden
vervolgschade door het blijven gebruiken van het apparaat met defecte onderdelen
10.1 Onderhoudswerkzaamheden
Alle in het hoofdstuk „Onderhouds- en reinigings‐ voorschriften“ vermelde werkzaamheden moeten regelmatig worden uitgevoerd. Voorzover deze onderhoudswerkzaamheden niet door de gebrui‐ ker zelf kunnen worden uitgevoerd, moeten deze worden overgelaten aan een geautoriseerde dealer. STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerk‐ zaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over tech‐ nische informaties. Als deze werkzaamheden niet of onvakkundig worden uitgevoerd kan er schade ontstaan waar‐ voor de gebruiker zelf verantwoordelijk is. Hier‐ toe behoren onder andere:
schade aan de elektromotor ten gevolge van niet tijdig of niet correct uitgevoerde onder‐ houdswerkzaamheden (bijv. onvoldoende rei‐ niging van de koelluchtgeleiding)
schade door verkeerde elektrische aansluiting (spanning, te lichte bedrading) 9 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften Nederlands 0458-290-9621-C 71– corrosie- en andere vervolgschade ten gevolge van onjuiste opslag
schade aan het apparaat ten gevolge van gebruik van kwalitatief minderwaardige onder‐ delen
10.2 Aan slijtage onderhevige delen
Sommige onderdelen van het motorapparaat staan ook bij gebruik volgens de voorschriften aan normale slijtage bloot en moeten, afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur, tijdig wor‐ den vervangen. Hiertoe behoren o.a.:
opvangzak 11 Belangrijke componenten
290BA023 KN 1 Platte blaas-/zuigmond 2 Blaaspijp 3 Wartelmoer 4 Aanzuigopeningen voor koellucht 5 Schakelhevel (alleen BGE 81, SHE 81) 6 Schakelaar (alleen BGE 61, BGE 71, SHE 71) 7 Blokkeerknop (alleen BGE 81, SHE 81) 8 Bedieningshandgreep 9 Haak voor trekontlasting 10 Netsteker 11 Beschermrooster 12 Wartelmoer met greep* 13 Zuigpijp* 14 Kniestuk* 15 Opvangzak* # Machinenummer 12 Technische gegevens
Uitvoering 120 V Netaansluitgegevens 120 V, 60 Hz, 9,2 A Zekering 15 A Vermogen 1100 W Beveiligingsklasse II E Uitvoering 240 V Netaansluitgegevens 240 V, 50 Hz, 4,8 A Zekering 10 A Vermogen 1100 W Beveiligingsklasse II E
12.2 Motor BGE 71/SHE 71
Uitvoering 120 V Netaansluitgegevens 120 V, 60 Hz, 9,2 A Zekering 15 A Vermogen 1100 W Beveiligingsklasse II E Uitvoering 230 V Netaansluitgegevens 230 V, 50 Hz, 4,8 A Zekering 10 A Vermogen 1100 W Beveiligingsklasse II E Uitvoering 230 V - 240 V Netaansluitgegevens 230 V - 240 V, 50 Hz, 4,8 A Zekering 10 A Vermogen 1100 W Beveiligingsklasse II E
12.3 Motor BGE 81/SHE 81
Uitvoering 230 V Netaansluitgegevens 230 V, 50 Hz, 6,1 A Zekering 10 A Vermogen 1400 W Beveiligingsklasse II E
Toebehoren bij SHE, speciaal toebehoren bij BGE Nederlands 11 Belangrijke componenten 72 0458-290-9621-CUitvoering 230 V - 240 V Netaansluitgegevens 230 V - 240 V, 50 Hz, 6,1 A Zekering 10 A Vermogen 1400 W Beveiligingsklasse II E
12.4 Maximale luchtdoorzet
Blaasstand Zuigstand BGE 61 670 m
12.5 Luchtsnelheid met blaasmond
12.8 Geluids- en trillingswaarden
Voor het bepalen van de geluids- en trillings‐ waarden wordt rekening gehouden met de bedrijfsstatus nominaal max.toerental. Gedetailleerde gegevens met betrekking tot de arbo-wetgeving voor wat betreft trillin‐ gen 2002/44/EG, zie www.stihl.com/vib/.
Voor het geluiddrukniveau en het geluidvermo‐ gensniveau bedraagt de K‑-waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 dB(A); voor de trillings‐ waarde bedraagt de K‑-waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 m/s
REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, klassificatie en vrijgave van chemica‐ liën. Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACH voorschrift (EG) nr. 1907/2006 zie www.stihl.com/reach 13 Reparatierichtlijnen Door de gebruiker van dit apparaat mogen alleen die onderhouds- en reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze handleiding staan beschreven. Verdergaande reparaties mogen alleen door geautoriseerde dealers worden uit‐ gevoerd. STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerk‐ zaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Tech‐ nische informaties. Bij reparatiewerkzaamheden alleen onderdelen inbouwen die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderde‐ len. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat. STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren. 13 Reparatierichtlijnen Nederlands 0458-290-9621-C 73Originele STlHL onderdelen zijn te herkennen aan het STlHL onderdeelnummer, aan het logo { en, indien aanwezig, aan het STlHL onderdeellogo K (op kleine onderdelen kan dit logo ook als enig teken voorkomen.). 14 Milieuverantwoord afvoe‐ ren Informatie over de afvoer is verkrijgbaar bij de gemeente of bij een STIHL dealer. Een onjuiste afvoer kan schadelijk zijn voor de gezondheid en voor het milieu. 000BA073 KN ► De STIHL producten inclusief de verpakking volgens de plaatselijke voorschriften bij een geschikt verzamelpunt voor recycling inleve‐ ren. ► Niet bij het huisvuil afvoeren. 15 EU-conformiteitsverklaring ANDREAS STIHL AG & Co. KG Badstr. 115 D-71336 Waiblingen Duitsland verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat Constructie: elektrische bladblazer elek‐ trische ZuigHakselaar Merk: STIHL Type: BGE 61 BGE 71 BGE 81 SHE 71 SHE 81 Serie-identificatie: 4811 voldoen aan de betreffende bepalingen van de richtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG, 2000/14/EG en 2014/30/EU en in overeenstemming met de ten tijde van de productiedatum geldende ver‐ sies van de volgende normen zijn ontwikkeld en geproduceerd: EN 50636‑2‑100, EN 55014‑1, EN 55014‑2, EN 60335‑1, EN 61000‑3‑2, EN 61000‑3‑3 Voor het bepalen van het gemeten en het gega‐ randeerde geluidvermogensniveau werd gehan‐ deld volgens de richtlijn 2000/14/EG, bijlage V. Gemeten geluidsvermogenniveau BGE 71: 98 dB(A) BGE 81: 101 dB(A) SHE 71: 98 dB(A) SHE 81: 100 dB(A) Gegarandeerd geluidsvermogenniveau BGE 71: 100 dB(A) BGE 81: 103 dB(A) SHE 71: 100 dB(A) SHE 81: 102 dB(A) Bewaren van technische documentatie: ANDREAS STIHL AG & Co. KG Produktzulassung Het productiejaar, het productieland en het machinenummer staan vermeld op het apparaat. Waiblingen, 15-7-2021 ANDREAS STIHL AG & Co. KG Bij volmacht Dr. Jürgen Hoffmann Hoofd van de afdeling productgoedkeuring, - regelgeving 16 UKCA-conformiteitsverkla‐ ring ANDREAS STIHL AG & Co. KG Badstr. 115 D-71336 Waiblingen Duitsland verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat Constructie: elektrische bladblazer elek‐ trische ZuigHakselaar Merk: STIHL Type: BGE 61 BGE 71 BGE 81 SHE 71 SHE 81 Serie-identificatie: 4811 Nederlands 14 Milieuverantwoord afvoeren 74 0458-290-9621-Cvoldoet aan de betreffende bepalingen van de Britse richtlijnen The Restriction of the Use of Certain Hazardous Substances in Electrical and Electronic Equipment Regulations 2012, Supply of Machinery (Safety) Regulations 2008, Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001 en Electromag‐ netic Compatibility Regulations 2016 en in over‐ eenstemming met de ten tijde van de productie‐ datum geldende versies van de volgende nor‐ men is ontwikkeld en geproduceerd: EN 50636‑2‑100, EN 55014‑1, EN 55014‑2, EN 60335‑1, EN 61000‑3‑2, EN 61000‑3‑3 Voor het bepalen van het gemeten en het gega‐ randeerde geluidsvermogenniveau werd gehan‐ deld volgens de Britse richtlijn Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001, Schedule 8. Gemeten geluidsvermogenniveau BGE 71: 98 dB(A) BGE 81: 101 dB(A) SHE 71: 98 dB(A) SHE 81: 100 dB(A) Gegarandeerd geluidsvermogenniveau BGE 71: 100 dB(A) BGE 81: 103 dB(A) SHE 71: 100 dB(A) SHE 81: 102 dB(A) Bewaren van technische documentatie: ANDREAS STIHL AG & Co. KG Het productiejaar, het productieland en het machinenummer staan vermeld op het apparaat. Waiblingen, 15-7-2021 ANDREAS STIHL AG & Co. KG Bij volmacht Dr. Jürgen Hoffmann Hoofd van de afdeling productgoedkeuring, - regelgeving 16 UKCA-conformiteitsverklaring Nederlands 0458-290-9621-C 75www.stihl.com *04582909621C* *04582909621C* 0458-290-9621-C 0458-290-9621-C
Notice-Facile