47DRIVE - Grasmaaier SABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 47DRIVE SABO in PDF-formaat.

📄 88 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice SABO 47DRIVE - page 44
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 47DRIVE - SABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 47DRIVE van het merk SABO.

GEBRUIKSAANWIJZING 47DRIVE SABO

Nederlands Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing

1 INLEIDING Beste tuinvriendin, als je het plezier van tuinieren toevoegt aan de trots van een goed onderhouden gazon, dan weet je wat je aan je tuingereedschap hebt. Je hebt een goede keuze gemaakt met je nieuwe grasmaaier. Hij combineert de prestaties van een geweldig traditioneel merk met de innovaties van moderne hightech. Je zult dit voelen wanneer je ermee werkt en je zult verrukt zijn wanneer je de prachtige resultaten ziet. Maar voordat je begint met gazononderhoud, is hier wat belangrijke informatie die je zeker in gedachten moet houden. Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door voordat u de maaier voor het eerst gebruikt om vertrouwd te raken met de juiste bediening en het onderhoud van de machine en om letsel of schade aan uw grasmaaier te voorkomen. Gebruik de grasmaaier voorzichtig. De pictogrammen op het apparaat geven de belangrijkste voorzorgsmaatregelen aan. De veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing zijn voorzien van symbolen. De betekenis van de pictogrammen en symbolen wordt uitgelegd in de volgende hoofdstukken. De aanduidingen links en rechts verwijzen altijd naar de linker- of rechterkant van het apparaat gezien in de rijrichting. Als u de technische instructies zorgvuldig opvolgt, zal uw grasmaaier betrouwbaar werken. We willen u erop wijzen dat schade aan de maaier als gevolg van bedieningsfouten niet onder de garantie valt. We hopen dat je geniet van gazon- en terreinonderhoud. 2 VERKLARING VAN HET TYPEPLAATJE OP DE MACHINE

1 Model 2 Productidentificatienummer 3 Nominaal vermogen 4 Gewicht 5 Geteste veiligheid (afhankelijk van model) 6 Nominaal motortoerental 7 Modeljaar 8 CE-conformiteitsmerkteken 9 Handgrasmaaier 10 Gegarandeerd geluidsvermogensniveau 11 Serienummer Deze gebruiksaanwijzing geldt voor de volgende modellen: 47-DRIVE (SA216725): met SABO-motor V196 en inschakelbare aandrijving zonder snelheidsregeling 47-VARIO (SA226521): met SABO Motor V196 en erbij te schakelen VARIO- aandrijving met snelheidsregeling 47-VARIO E (SA226621): met SABO Motor V196 E met elektrische start en erbij te schakelen VARIO-aandrijving met snelheidsregeling Gelieve de correcte modelbenaming van uw apparaat en het serienummer af te leiden van het typeplaatje. De paragraaf onder een opschrift in tekst cursief en onderlijnd geldt tot aan het volgende zo gemarkeerde opschrift voor het betreffende model.

Lees voor ingebruikname de bedieningshandleiding en veiligheidsvoorschriften en neem deze in acht!

Gevaar door ronddraaiende onderdelen bij draaiende motor - houd een veilige afstand / houd derden uit de buurt van de gevarenzone!

Pas op voor scherpe messen! Vermijd contact met de draaiende messenbalk! Zorg ervoor dat handen en voeten niet onder de behuizing komen! - Schakel de motor uit en verwijder de bougiestekker voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden.

Geluidsgevaar - gehoorbescherming wordt aanbevolen bij langdurig gebruik.

Aandrijving inschakelen

Waarschuwing voor hete oppervlakken - Raak de motor en de uitlaat niet aan. Gevaar voor brandwonden!

Uitlaatgassen zijn giftig - laat de motor niet draaien in gesloten ruimtes. Gevaar voor vergiftiging!

Benzine is licht ontvlambaar - houd vonken en vlammen uit de buurt, rook niet. Brandgevaar! Dit apparaat mag niet met het huishoudelijk afval worden weggegooid. Lever het apparaat, de accessoires en de verpakking in bij een milieuvriendelijk recyclingcentrum.

WAARSCHUWING Lees de gebruiksaanwijzing en de algemene veiligheidsvoorschriften zorgvuldig en neem ze in acht. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor toekomstig gebruik. Bedoeld gebruik houdt ook in dat wordt voldaan aan de bedienings-, onderhouds- en servicevoorwaarden die door de fabrikant zijn gespecificeerd.

WAARSCHUWING Houd afstand / houd derden uit de buurt van de gevarenzone! Contact met de draaiende mesbalk kan leiden tot ernstig letsel. Gegooide voorwerpen kunnen ernstige verwondingen veroorzaken. Maai nooit als er mensen, vooral kinderen, of dieren in de buurt zijn.

WAARSCHUWING Benzine is licht ontvlambaar en zeer explosief. Weglekkende benzine en olie op de hete motor is licht ontvlambaar. Brand en explosies kunnen ernstige verwondingen en schade aan eigendommen veroorzaken. Open de tankdop niet en vul geen benzine bij als de motor draait of als de machine heet is. Als de motor draait, moet de peilstok altijd stevig aangedraaid zijn.

WAARSCHUWING Benzine is licht ontvlambaar en zeer explosief. Brand en explosies kunnen ernstige verwondingen en schade aan eigendommen veroorzaken. Roken en open vuur zijn verboden tijdens het tanken.

WAARSCHUWING Pas op voor scherpe messen! Contact met de draaiende mesbalk kan leiden tot ernstig voetletsel. Start de motor alleen als u achter de maaier staat. Zorg ervoor dat de voetjes niet onder de behuizing komen.

WAARSCHUWING Pas op voor scherpe messen! Contact met de roterende messenbalk kan leiden tot ernstig letsel aan handen en voeten. Als de motor/het blad draait, houd dan de veiligheidsafstand aan die wordt gegeven door de lengte van de geleiderail. Zorg ervoor dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.

WAARSCHUWING Gegooide voorwerpen kunnen ernstige verwondingen veroorzaken. Verwijder voor het maaien alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen uit het gazon, vooral uit gebieden die bedekt zijn met bladeren. Gebruik het apparaat nooit met beschadigde of ontbrekende beschermingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en beschermingsuitrusting brengt jouw veiligheid en die van anderen in gevaar. Controleer de bevestiging van de bladschroef voor het eerste gebruik en controleer de bladstang vervolgens voor elke maaisessie op vastzitten, slijtage en beschadiging. Laat een versleten of beschadigd mes vervangen door een erkende werkplaats. Laat de mesbout aandraaien door een erkende werkplaats. Controleer voordat u de motor start of het gereedschap is verwijderd.NL

LET OP Uitlaat en motor bereiken zeer hoge temperaturen tijdens gebruik. Verbrandingsgevaar! Laat de machine minstens 15 minuten afkoelen voordat u onderhouds- en reinigingswerkzaamheden uitvoert. Gebruik het apparaat nooit met een beschadigde of ontbrekende afzuigkap.

WAARSCHUWING Elektrische schokken kunnen ernstig letsel veroorzaken. Rijd nooit over kabels onder spanning terwijl het snijgereedschap is ingeschakeld. Controleer het gebied voor en tijdens het maaien op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk. Als een onder spanning staande kabel beschadigd is, schakel het apparaat dan uit en trek de stekker uit het stopcontact.

LET OP Als bij werkzaamheden aan het apparaat de bougiestekker en de contactsleutel niet worden uitgetrokken, zou de motor gestart kunnen worden en kunnen ernstige verwondingen het gevolg zijn. Vóór onderhouds- en reparatiewerkzaamheden de motor afzetten, de bougiestekker uittrekken en de contactsleutel, indien voorhanden, eruit halen. Bougie nooit bij lopende motor eraf trekken. Gevaar: elektrische schok! Voor reinigings- of onderhoudsinstructies de gebruiksaanwijzing raadplegen. Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken.

WAARSCHUWING Het contact met de roterende mesbalk kan tot ernstige verwondingen aan handen en voeten leiden. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. De motor afzetten en wachten tot het snijgereedschap stilstaat, de contactsleutel, indien aanwezig, eruit trekken: - wanneer de maaier opgetild of gekanteld moet worden, bijv. voor het transport; - bij het rijden buiten het gazon op wegen of straten; - wanneer de machine, ook slechts korte tijd, onbeheerd wordt achtergelaten; - voordat de snijhoogte wordt ingesteld; - voordat de grasvangzak wordt verwijderd; - voordat de mulch-stop wordt verwijderd; - voordat wordt bijgetankt. Alleen tanken wanneer de motor koud is.

LET OP Contact met de scherpe randen van de mesbalk en andere scherpe randen van het apparaat kan leiden tot letsel. Draag altijd beschermende handschoenen tijdens onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheden.

LET OP Gevaar door geluid - Gehoorbescherming wordt aanbevolen bij langdurig gebruik.

  • Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor het maaien van gras en gazons als onderdeel van tuin- en landschapsonderhoud ("Beoogd gebruik"). Elk ander gebruik geldt als oneigenlijk gebruik; de fabrikant is niet aansprakelijk voor daaruit voortvloeiende schade; alleen de gebruiker draagt het risico. Tot het gebruik volgens de voorschriften behoort ook het in acht nemen van de door de fabrikant voorgeschreven gebruiks-, onderhouds- en servicevoorwaarden.
  • Speciale voorzichtigheid is geboden bij gebruik in openbare ruimten, parken, sportfaciliteiten, op wegen en bij land- en bosbouwwerkzaamheden.
  • De maaier mag met name niet worden gebruikt voor het trimmen van struiken, heggen en heesters, voor het maaien van klimplanten of vegetatie op daken en in balkonbakken, voor het stofzuigen en/of wegblazen op trottoirs.
  • Het gebruik van accessoires en hulpstukken die niet door de fabrikant zijn goedgekeurd, is niet toegestaan. Het gebruik van dergelijke accessoires en hulpstukken maakt de CE-conformiteit en de garantie ongeldig. Ongeoorloofde wijzigingen aan deze grasmaaier sluiten de aansprakelijkheid van de fabrikant voor daaruit voortvloeiende schade uit.

6 ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR DE

HANDBEDIENDE SIKKELGRASMAAIER (BENZINE) Algemene veiligheidsinstructies

Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig voor uw eigen bescherming en om een goede werking te garanderen. Maak uzelf vertrouwd met de bedieningselementen en het juiste gebruik van de machine. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor toekomstig gebruik.

  • Vergeet niet dat de bediener of gebruiker van de machine verantwoordelijk is voor ongevallen waarbij andere personen of hun eigendommen betrokken zijn.
  • Deze gebruiksaanwijzing maakt deel uit van het apparaat en moet bij doorverkoop worden overhandigd aan de koper van het apparaat.
  • Laat het apparaat nooit gebruiken door kinderen en personen jonger dan 16 jaar of andere personen die niet bekend zijn met de bedieningsinstructies. Plaatselijke voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker voorschrijven.
  • Leg iedereen die met het apparaat moet werken uit wat de mogelijke gevaren zijn en hoe ongelukken kunnen worden voorkomen. Dit apparaat mag alleen worden gebruikt, onderhouden en gerepareerd door personen die ermee vertrouwd zijn en over de gevaren zijn geïnformeerd. De relevante voorschriften ter voorkoming van ongevallen en andere algemeen erkende veiligheids- en gezondheidsvoorschriften moeten worden nageleefd.
  • Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens, of gebrek aan ervaring en/of kennis, tenzij zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het gebruik van het apparaat van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Deze toezichthouder moet vooraf beslissen of de persoon met beperkte fysieke, sensorische of mentale capaciteiten geschikt is voor deze activiteit.

Maai nooit als er mensen, vooral kinderen, of dieren in de buurt zijn.

  • Berg uw apparaat veilig op! Ongebruikte apparaten moeten worden opgeborgen in een droge, afgesloten ruimte buiten het bereik van kinderen.
  • Veiligheids- en beschermingsvoorzieningen op de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden!
  • De kabelgeleiding mag niet worden gemanipuleerd, bijv. door kabelklemmen te verwijderen of extra kabelbinders aan te brengen! De kabels moeten zo tegen de buitenkant van de staander liggen dat ze niet geplet of overgerekt worden wanneer de staander wordt ingeklapt. Een beschadigde kabel kan leiden tot een technisch defect aan het apparaat. Voorbereidende maatregelen
  • Draag tijdens het maaien altijd stevig, dicht, antislipschoeisel of veiligheidsschoenen en een lange broek. Draag geen losse kleding of kleding met afhangende touwtjes of riemen. Maai niet op blote voeten of sandalen. Draag een veiligheidsbril om je ogen te beschermen.
  • Harde geluiden kunnen gehoorschade veroorzaken. Draag gehoorbescherming.

Voor en tijdens het maaien moet u het gebied waar het apparaat wordt gebruikt volledig inspecteren en alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen die vast kunnen komen te zitten verwijderen.

Controleer het gebied voor en tijdens het maaien op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk. Rijd nooit over kabels onder spanning terwijl het snijgereedschap is ingeschakeld. Gevaar: elektrische schok! Als een onder spanning staande kabel beschadigd is, schakel het apparaat dan uit en trek de stekker uit het stopcontact.

Als u ook een robotmaaier gebruikt voor gazononderhoud, moeten de volgende veiligheidsinstructies in acht worden genomen met betrekking tot het werkgebied van de robotmaaier: – Controleer altijd het gebied van de grensdraad voordat u deze gebieden bewerkt (maaien, verticuteren, enz.). – Als de kabels in de grond zijn gelegd, moeten ze worden gecontroleerd, er mogen geen kabels zichtbaar zijn en er moet speciale zorg worden besteed aan het laadstation. – Als de grensdraden boven de grond worden gelegd, moeten ze direct over de grond worden gespannen en niet slap in het gras liggen. De kabels moeten goed worden vastgezet met grenspinnen, zie de gebruiksaanwijzing. – de omtreknagels mogen niet uitsteken, anders moeten de nagels naar beneden worden gedrukt. – Verwijder rondslingerende kabelresten voordat je gaat maaien. In de hierboven beschreven omstandigheden bestaat het risico dat de kabel naar binnen wordt getrokken en door het uitrustingsstuk wordt opgerold, wat tot ernstig letsel kan leiden.

  • Hangende takken en soortgelijke obstakels kunnen de gebruiker verwonden of het maaien hinderen. Controleer voor het maaien op mogelijke obstakels zoals hangende takken en snoei ze terug of verwijder ze. WAARSCHUWING

– Benzine is licht ontvlambaar en zeer explosief. – Brand en explosies kunnen ernstige verwondingen en schade aan eigendommen veroorzaken. – Bewaar benzine alleen in een goedgekeurde verpakking en buiten het bereik van kinderen.NL

– Vul de tank niet in het voertuig, op een laadvloer of op een aanhanger met plastic bekleding. Plaats de tank niet in de buurt van het voertuig en altijd op de grond voordat u brandstof tankt. – Tank alleen buiten en bij een koude motor. Roken en open vuur zijn verboden tijdens het tanken. – Tank door brandstof aangedreven apparatuur op een laadperron of aanhangwagen niet bij de benzinepomp, maar tank bij met een draagbare brandstoftank. – Vul de tank met benzine voordat u de motor start. – Open de tankdop niet en vul geen benzine bij als de motor draait of als de machine heet is. – Probeer de motor niet te starten als er benzine is overgelopen. Verwijder het apparaat uit het met benzine vervuilde gebied en veeg de gemorste brandstof van de motor. Vermijd elke poging tot ontsteking totdat de benzinedampen zijn vervlogen. – Om veiligheidsredenen moeten de benzinetank en de benzinekan weer zorgvuldig worden afgesloten. – Bij beschadiging moeten de benzinetank en de tankdop worden vervangen.

  • Controleer voor gebruik altijd visueel of het snijgereedschap, de bevestigingsschroeven en de hele snijeenheid versleten of beschadigd zijn. Om onbalans te voorkomen, moeten versleten of beschadigde messen en bevestigingsschroeven door een erkende werkplaats worden vervangen.
  • De toestand van de pictogrammen moet bij elk gebruik worden gecontroleerd. Versleten of beschadigde pictogrammen moeten worden vervangen. Omgaan met
  • Het apparaat mag niet worden gebruikt in een explosiegevaarlijke omgeving.
  • De verbrandingsmotor mag niet worden gebruikt in gesloten ruimtes waar zich gevaarlijke uitlaatgassen kunnen ophopen. Gevaar voor vergiftiging.
  • Dragers van pacemakers mogen geen onder spanning staande motoronderdelen aanraken wanneer de motor draait.
  • Let op! Laat het apparaat niet werken voor de aanzuigopeningen van ruimteventilatiesystemen.
  • Maai niet bij slecht weer als er kans is op blikseminslag.
  • Verwijder de bougiestekker nooit terwijl de motor draait. Gevaar: elektrische schok!
  • Verwijder de bougiestekker alleen als de motor is afgekoeld. Verbrandingsgevaar!
  • Draag geen hoofdtelefoon om naar de radio of muziek te luisteren. Veiligheid tijdens onderhoud en gebruik van de machine vereist volledige aandacht.
  • Maai alleen bij daglicht of goede verlichting. Bedien de machine stapvoets.
  • Pas de rijsnelheid aan de persoon en het terrein aan. Voer de snelheid langzaam op tot je de geschikte rijsnelheid hebt bereikt, schakel de aandrijving indien nodig uit.
  • Wees vooral voorzichtig wanneer blinde hoeken, struiken, bomen of andere obstakels het zicht kunnen belemmeren.
  • Rijd niet te dicht bij kuilen, greppels en taluds. De machine kan plotseling omrollen als een wiel over de rand van een greppel of talud rijdt of als een rand plotseling meegeeft.
  • Wees voorzichtig bij het maaien onder speeltoestellen (bijv. schommels). Het apparaat kan in een onveilige positie terechtkomen. Er bestaat een risico op letsel.
  • Bedien het apparaat niet als u ziek, moe of onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs bent.
  • Gebruik het apparaat indien mogelijk niet op nat gras. Er bestaat gevaar voor uitglijden.
  • Zorg altijd voor een goede, stevige ondergrond op hellingen. Maai dwars op de helling, nooit omhoog of omlaag. Wees vooral voorzichtig bij het veranderen van richting op een helling.
  • Maai niet op te steile hellingen! Maaien op hellingen is inherent gevaarlijk. Uw grasmaaier is zo krachtig dat hij nog kan maaien op hellingen met een helling tot 46% (25° helling). Om veiligheidsredenen raden wij u echter ten zeerste af om gebruik te maken van dit theoretische vermogen. Zorg er altijd voor dat u stevig staat. Loopmaaiers mogen nooit gebruikt worden op hellingen die steiler zijn dan 26% (15° helling). Het risico bestaat dat u uw stabiliteit verliest.
  • Wees vooral voorzichtig als u het apparaat draait of naar u toe trekt.
  • Er is een risico op struikelen wanneer u achteruit loopt met de machine. Vermijd achteruit lopen. Vermijd een abnormale lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en altijd uw evenwicht bewaart.
  • Houd de veiligheidsafstand aan die wordt gegeven door de lengte van de geleiderail.
  • Om te voorkomen dat het toestel wegglijdt tijdens het dragen, moet het altijd worden vastgehouden aan de daarvoor bestemde grijpvoorzieningen (draagbeugel, behuizing, uiteinden van de ligger of dwarsbalk van het onderste deel van de geleidingsligger). Houd de uitwerpklep niet vast!
  • Let op het gewicht van het apparaat voordat u het optilt of draagt (zie hoofdstuk "Technische gegevens"). Het tillen van zware gewichten kan leiden tot gezondheidsproblemen.
  • Til of draag een machine nooit met draaiende motor.
  • Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheids- en beschermingsuitrusting.
  • Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en beschermingsuitrusting brengt jouw veiligheid en die van anderen in gevaar. Veiligheidsvoorzieningen (zie hoofdstuk "Beschrijving van de onderdelen"):

– Veiligheidsschakelaar hendel motorstop (1) De grasmaaier is uitgerust met een motorstopinrichting. Tijdens het gebruik en op het moment dat er gevaar dreigt, wordt de verbrandingsmotor uitgeschakeld door de motorstophendel los te laten. De verbrandingsmotor en het blad moeten binnen 3 seconden tot stilstand komen. Na het loslaten moet de hendel altijd terugveren in de positie die wordt getoond in de illustratie "Beschrijving van onderdelen". Als dit niet het geval is, is onmiddellijke inspectie door een erkende werkplaats vereist. Risico op letsel! Als de looptijd van het mes langer is, stop dan met het gebruik van het apparaat en breng het naar een erkende werkplaats. De aanlooptijd meten Na het starten van de verbrandingsmotor draait het blad en is er een windgeruis hoorbaar. De aanlooptijd komt overeen met de duur van het windgeruis nadat de verbrandingsmotor is uitgeschakeld; deze kan worden gemeten met een stopwatch. De functie van de hendel van de veiligheidsschakelaar mag onder geen beding worden overbrugd. Controleer of de hendel van de veiligheidsschakelaar goed werkt. Als dit niet het geval is, laat het dan repareren door een erkende werkplaats. Beveiligingen (zie hoofdstuk "Beschrijving van de onderdelen"):

– Behuizing, graszak, uitwerpklep (13) Deze beschermers beschermen tegen verwondingen door voorwerpen die omhoog worden gegooid. Het apparaat mag niet worden gebruikt met een beschadigde behuizing of zonder een goed bevestigde graszak of uitwerpklep aan de behuizing.

– Huisvesting Deze beveiliging beschermt tegen letsel door contact met de roterende maaibalk. Het apparaat mag niet worden gebruikt met een beschadigde behuizing. Zorg ervoor dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.

– Riemaandrijvingsdeksels (11), motordeksels (5) Deze beschermingen beschermen tegen verwondingen door bewegende onderdelen. Het apparaat mag niet worden gebruikt met beschadigde afdekkingen of zonder goed bevestigde afdekkingen.

– Beschermrooster uitlaat (10) De motor/uitlaat wordt erg heet. Het beschermrooster beschermt tegen brandwonden. Gebruik het apparaat niet zonder uitlaatbeschermrooster.

  • De beveiligingen mogen niet worden gewijzigd.
  • Verander de basisinstelling van de motor niet en verhoog het toerental niet.
  • Schakel de aandrijving, indien aanwezig, niet in tijdens het startproces.

Zorg er tijdens de inbedrijfstelling voor dat de voeten zich op een veilige afstand van het snijgereedschap bevinden.

Bij het starten of aanzwengelen van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld, maar moet ze indien nodig worden gekanteld door de geleiderail omlaag te drukken, zodat het snijgereedschap in de richting van de gebruiker wijst, maar slechts zo ver als absoluut noodzakelijk is. Beide handen moeten op het bovenste deel van het stuur liggen voordat de machine weer op de grond staat. Start de motor niet als er mensen of dieren voor de maaier staan. Bij apparaten met zijuitworp mag de motor niet worden gestart als u voor het uitwerpkanaal staat of als er zich andere mensen of dieren in het uitwerpgebied bevinden.

Plaats uw handen of voeten nooit in de buurt van of onder draaiende onderdelen. Zorg ervoor dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. Blijf bij apparaten met een zijuitwerper altijd uit de buurt van de uitwerpopening.

Schakel de motor uit door de motorstophendel los te laten, verwijder de bougiestekker, controleer of alle bewegende delen volledig stilstaan en verwijder de contactsleutel, indien aanwezig: – wanneer de machine wordt verlaten; – voordat u de machine controleert, schoonmaakt of eraan werkt; – voordat u verstoppingen in het uitwerpkanaal losmaakt of verwijdert; – wanneer een vreemd voorwerp is geraakt. – als de machine ongewoon begint te trillen.

  • Als een vreemd voorwerp is geraakt en als de machine is geblokkeerd, bijvoorbeeld door het raken van een obstakel, moet een erkende werkplaatsNL

controleren of onderdelen van het apparaat zijn beschadigd of vervormd. Laat noodzakelijke reparaties altijd uitvoeren door een erkende werkplaats.

  • Als de machine abnormaal begint te trillen of ongewone geluiden maakt, moet deze onmiddellijk door een erkende werkplaats worden gecontroleerd. Sterke trillingen op je handen kunnen schade aan je gezondheid veroorzaken. Neem bij sterke trillingen onmiddellijk contact op met een erkende werkplaats.
  • WAARSCHUWING De geluidsniveaus en trillingen die in deze gebruiksaanwijzing worden genoemd, zijn de maximale waarden die tijdens het gebruik van de machine kunnen optreden. Het gebruik van ongebalanceerd snijgereedschap, een te hoge verplaatsingssnelheid en onvoldoende onderhoud hebben een aanzienlijke invloed op geluidsemissies en trillingen. Daarom moeten er preventieve maatregelen worden genomen om mogelijke schade door hoge geluids- of trillingsniveaus te voorkomen. Zorg ervoor dat de machine goed wordt onderhouden, draag gehoorbescherming en neem pauzes tijdens het werk. Neem de onderhoudswerkzaamheden in deze gebruiksaanwijzing in acht en laat het apparaat regelmatig controleren en onderhouden door een erkende werkplaats.

Schakel de motor uit door de motorstophendel los te laten, controleer of alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen en verwijder de contactsleutel, indien aanwezig, – als u de maaier moet optillen of kantelen, bijvoorbeeld voor transport; – bij het vervoer van de machine van en naar het maaigebied; – wanneer u buiten het gazon rijdt; – wanneer u het apparaat voor korte tijd verlaat; – als je de maaihoogte wilt aanpassen; – voordat u de graszak verwijdert; – voordat u de mulchplug verwijdert; – voordat u gaat tanken. Alleen tanken bij een koude motor!

  • Als de motor een benzinekraan heeft, moet deze na het maaien worden gesloten. Onderhoud en opslag
  • Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante defecten.
  • Zorg ervoor dat alle schroefverbindingen stevig vastzitten en dat het apparaat veilig werkt.

De uitwerpklep mag alleen worden geopend en de graszak mag alleen worden verwijderd of de mulchplug mag alleen worden verwijderd als de motor is uitgeschakeld.

Bewaar het apparaat nooit met benzine in de tank in een gebouw waar benzinedampen in contact kunnen komen met open vuur of vonken of kunnen ontbranden.

De uitlaat en de motor bereiken zeer hoge temperaturen tijdens het gebruik. Laat de machine minstens 15 minuten afkoelen voordat u onderhouds- en reinigingswerkzaamheden uitvoert.

  • Houd de motor, de geluiddemper (uitlaat) en de brandstoftank vrij van gras, bladeren of lekkende olie (vet) om brandgevaar te voorkomen. Zorg ervoor dat er geen olie of benzine ontsnapt wanneer u het apparaat kantelt of op zijn kant legt. Brandgevaar! Laat de motor afkoelen voordat u de machine binnen parkeert. Bewaar het apparaat niet in de buurt van open vuur of vuurbronnen zoals boilers of verwarmingstoestellen.

Controleer de grasopvangapparatuur voor elke maaibeurt op slijtage of verlies van functionaliteit.

Controleer voor elke maaisessie of het mes goed vastzit en in goede staat is. De mesbevestigingsschroef moet altijd door een erkende werkplaats worden vastgedraaid. Als de bladschroef te strak of te los wordt aangedraaid, kunnen de meskoppeling en de messtang beschadigd raken of losraken, wat kan leiden tot ernstig letsel. Een versleten of beschadigd blad moet altijd worden vervangen.

Het vervangen, naslijpen en balanceren van het blad moet worden uitgevoerd door een erkende werkplaats. Een verkeerd gemonteerde meskoppeling kan ervoor zorgen dat de mesbalk losraakt, wat kan leiden tot ernstig letsel. Een onjuist geslepen en onevenwichtig mes kan sterke trillingen veroorzaken en de grasmaaier beschadigen.

  • Vervang versleten of beschadigde onderdelen om veiligheidsredenen.

Draag altijd beschermende handschoenen bij onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheden.

  • Bij het hanteren van bedrijfsstoffen zoals motorolie en brandstof moet geschikte beschermende uitrusting (bijv. geschikte beschermende handschoenen) worden gedragen. De gegevensbladen van de gebruikte materialen moeten in acht worden genomen.

Onderhouds- en reinigingswerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd op vlakke ondergronden bij uitgeschakelde motor, uitgetrokken bougiestekker en uitgetrokken contactsleutel (indien aanwezig). Regelmatig onderhoud is essentieel om de veiligheid te waarborgen en de prestaties op peil te houden.

  • Verwijder de bougiestekker nooit terwijl de motor draait! Gevaar: elektrische schok.
  • Verwijder de bougiestekker alleen als de motor is afgekoeld. Verbrandingsgevaar!
  • Zorg ervoor dat de bougiestekker goed vastzit! Gevaar: elektrische schok.
  • Als de tank moet worden geleegd, moet dit buiten gebeuren en met een koude motor. Zorg ervoor dat er geen brandstof wordt gemorst.

De machine altijd in schone toestand in een gesloten, droge ruimte, buiten het bereik van kinderen wegzetten. Wanneer de machine wordt weggezet altijd de contactsleutel (indien aanwezig) eruit trekken, om het ongeoorloofd starten resp. bedienen van de machine te verhinderen. Om garantie- en veiligheidsredenen mogen alleen originele reserveonderdelen worden gebruikt. Niet-gelijkwaardige reserveonderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen.

7 BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN

1 Veiligheidsschakelbeugel motorstop 2 Vario-activering (afhankelijk van het model) 3 Aandrijfschakelbeugel 4 Tankafsluiting 5 Motorafdekking 6 Snijhoogteverstelling 7 Luchtfilter 8 Bougie 9 Draaggreep 10 Uitlaatrooster 11 Afdekkingen van de riemaandrijving 12 Olievulopening met peilstok 13 Uitwerpklep 14 Snelspanner (afhankelijk van model) 15 Startkabelgreep 16 Startsleutel (afhankelijk van het model) 8 VOORBEREIDEND WERK De volgende afzonderlijke onderdelen zitten in de verpakking om de maaier in elkaar te zetten:

  • Maaier met voorgemonteerde geleiderail
  • Vangdoek, opvangzakframe
  • Gereedschapstas met de volgende inhoud: – Gebruiksaanwijzing met conformiteitsverklaring – Garantievoorwaarden – Diverse bevestigingsonderdelen. Als er, tegen de verwachting in, een onderdeel ontbreekt, neem dan contact op met uw vakhandelaar. LET OP Maak de bougiestekker altijd los voordat u het stuur en de starterkoordhouder monteert en wanneer u het stuur uitklapt! Duw na montage de bougiestekker er weer op voordat u de motor start!NL

Breng de geleiderail omhoog (Afbeelding A1 + B1 + V4 ) BELANGRIJK Let erop, dat de bowdenkabels bij optillen van de duwboom niet geknikt worden of bekneld raken! BELANGRIJK Let erop, dat de kabel bij het uit elkaar- en dichtklappen van de stuurbomen niet ingeklemd, bekneld, verdraaid of overstrekt kan worden! De kabel altijd aan van de buitenkant van de boomverbinding leiden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden. De Z-vormig ingeklapte duwboom in onderstaande volgorde naar boven uit elkaar trekken: − Eerst het onderstuk van de duwboom omhoog tillen A1 , dan de uiteinden van het onderstuk zo ver uit elkaar duwen, dat de aan beide kanten naar binnen wijzende arrêteringsnokken inklikken in de bijhorende boringen B1 . Er kunnen drie verschillende hoogtes van de duwboom worden ingesteld. De vleugelmoeren aan beide kanten met de hand stevig aandraaien B1 . − Het bovenste deel van de duwboom zover optillen tot het bovenstuk en onderstuk op één niveau liggen. Afbeelding V4 : − De snelspanner voor het bevestigen van het bovenstuk en onderstuk van de boom wordt vooraf in de fabriek ingesteld.

1. Snelspanner naar boven tegen de boom trekken.

2. Schroeven handvast aandraaien.

3. Snelspanner openen.

4. Schroeven een kwart tot halve omwenteling vastdraaien.

5. De snelspanner weer naar boven trekken en controleren of de bomen

stevig met elkaar verbonden zijn, anders nogmaals corrigeren. − De instelling noteren. Wanneer de spanning te zijner tijd verslapt moeten de schroeven opnieuw worden aangedraaid. VOORZICHTIG Bij de activering van de hoogteverstelling van de duwboom kan het gebeuren dat de boom ongewild omslaat bij het losdraaien van de geribde moeren B1 voor de bevestiging van het onderstuk aan de behuizing (maar zo ver losdraaien, dat de boom vrij kan worden bewogen) en het losspringen van de vergrendelingsnokken uit de boringen van de boombevestiging. Bovendien kunnen er tussen onderstuk van de duwboom en boombevestiging/behuizing plaatsen ontstaan waar u zich kunt kneuzen. Er bestaat verwondingsgevaar! Handgreepstarter (Afbeelding L1 ) – Haal de starterkoordhouder (1) uit de gereedschapstas. – Schroef zover eruit draaien dat de beide helften over de sloof kunnen worden geschoven. – Er zit een sticker (2) op de bovenste rail voor het positioneren van de starterkoordhouder. ATTENTIE Om veiligheidsredenen mag de starterkoordhouder alleen in de gespecificeerde positie worden gemonteerd. – Druk de motorstopschakelaarhendel (3) op het bovenste deel van het stuur (4) en houd hem daar vast, trek het starterkoord (5) uit en steek het in de starterkoordhouder. – De beide helften samenvoegen (6), schroef weer vastdraaien. Zo wordt verhinderd dat de startkabel eruit springt. – De starterkoordhouder moet zo gemonteerd/uitgelijnd worden dat het starterkoord vrij kan bewegen en niet langs andere onderdelen schuurt. Bevestig de graszak aan de maaier (Afbeelding R1 + S1 ) – Plaats het frame van de vangzak in het vangdoek met de beugel eerst. Lijn de bovenste naden van het vangdoek uit met de beugel. – De bevestigingsprofielen op het raam van het vangzakframe drukken R1 . – Open de uitwerpklep van de maaier naar boven. – Til de grasvangzak op aan de draagbeugel, steek de oprijplaat (1) R1 bij de vangzakopening in de uitwerpopening en haak de grasvangzak met de twee zijhaken S1 vast aan de bovenkant van de maaierbehuizing. – Vouw de uitwerpklep op de graszak. Snijhoogte instellen (Afbeelding I )

Veiligheidsaanwijzing! Verklaring van symbolen zie tabel op pagina 2 De door u gewenste maaihoogte wordt ingesteld met de hendel (1) op de linkerkant van de maaimachine. − De hendel uit de inkeping trekken en na verschuiving naar de zijkant weer fixeren in de gewenste positie. − De markering links op het huis geeft de maaihoogte aan. BELANGRIJK Maaien op de laagste maaihoogte mag alleen worden uitgevoerd op vlakke en vlakke gazons! Houd er rekening mee dat de lagere maaihoogte-instellingen alleen mogen worden gebruikt in optimale omstandigheden. Als je de maaihoogte te laag instelt, kan de grasmat beschadigd en mogelijk zelfs vernietigd worden. Naast de maaihoogte is ook de rijsnelheid van invloed op het maaibeeld en het vangresultaat. Pas de maaihoogte en de rijsnelheid aan de hoogte van het te maaien gras aan. Montage van de geladen startaccu (uitsluitend bij elektrische start) (afbeelding V1 + U1 ) − Achter de motor eerst de twee schroeven (1) verwijderen, waarmee de accuhouder is bevestigd V1 . − Accudeksel (2) en vleugelschroeven (3) uit de gereedschapszak nemen. − Accudeksel (2) op de accu zetten, samen 90° naar voor draaien en achter de motor naar binnen leiden V1 . Terugdraaien en op de accuhouder zetten, en daarbij erop letten dat de aansluitkabel naar links wijst, weg van het uitwerpkanaal. − De beide schroeven (1) door het accudeksel (2) steken en samen met de accuhouder vastschroeven. − De kabelboom rond de accu, tussen accu en uitwerpkanaal resp. tussen accu en motor, leggen U1 . − De accustekker vóór het maaien verbinden met de contrastekker van de kabelboom U1 . Laden van de accu, zie paragraaf „Startaccu laden (alleen bij elektro-start)”.

Veiligheidsaanwijzing! Verklaring van symbolen zie tabel op pagina 2 Controleer of alle schroefverbindingen en de bougiestekker vastzitten. Draai de schroeven vast als dat nodig is! Controleer vooral de bevestiging van de messenbalk (zie hoofdstuk "Onderhoud van de mesbalk"). De bladbevestigingsschroef moet altijd worden vastgedraaid door een erkende werkplaats. Als de bladschroef te strak of te los wordt aangedraaid, kunnen de bladkoppeling en de bladstang beschadigd raken of losraken, wat kan leiden tot ernstig letsel. De grasmaaier is uitgerust met een motorstopinrichting. Controleer voor de eerste start of de motorstopschakelaar goed werkt. Wanneer de schakelaarhendel wordt losgelaten, moeten de motor en de maaibalk binnen drie seconden tot stilstand komen. Na het loslaten moet de hendel altijd terugveren in de positie die wordt getoond in de illustratie "Beschrijving van onderdelen". Als dit niet het geval is, is onmiddellijke inspectie door een erkende werkplaats vereist. Risico op letsel! Als de looptijd van het mes langer is, stop dan met het gebruik van het apparaat en breng het naar een erkende werkplaats. De aanlooptijd meten Na het starten van de verbrandingsmotor draait het blad en is er een windgeruis hoorbaar. De aanlooptijd komt overeen met de duur van het windgeruis nadat de verbrandingsmotor is uitgeschakeld; deze kan worden gemeten met een stopwatch. Veiligheids- en beschermingsvoorzieningen op de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden! Zorg ervoor dat alle beschermingen goed gemonteerd en niet beschadigd zijn! Startaccu laden (alleen bij elektro-start) − De startaccu is een onderhoudsvrije droge accu − Vóór de eerste inbedrijfstelling moet deze ca. 24 uur met het originele oplaadapparaat worden opgeladen. Om veiligheidsredenen en om schade aan de accu te vermijden mag de accu alleen binnen in een gebouw en in droge ruimtes en niet in direct zonlicht geladen worden. − Om onnodig stroomverbruik te voorkomen na het opladen de netstekker van het oplaadapparaat uittrekken en de accu loskoppelen van het oplaadapparaat. − Het moet worden voorkomen dat lege accu's langere tijd ongeladen blijven. − Om zeker te stellen dat de batterij altijd gereed voor gebruik is, moet deze regelmatig worden opgeladen zodra de startprestatie nalaat. Wij raden aan om voor en na elk maaiseizoen of langere tussenpozen de batterij ca. 24 uur op te laden. Voorkom dat de batterij te leeg raakt, aangezien hij daardoor uit kan vallen. − Om onbevoegd gebruik van de maaier vooral door kinderen te voorkomen moet de contactsleutel uitgetrokken zijn en dient de kabel van de accu naar de startmotor altijd onderbroken te worden door de accustekker uit de contrastekker van de kabelboom te trekken, als u de grasmaaier wegzet tot u opnieuw gaat maaien. Dit dient op zijn minst echter te gebeuren, voordat u de maaier voor de winterpauze opslaat. − Sla de accu in een droge, koele en vorstvrije ruimte op. AANWIJZING U kunt de accu zowel in ingebouwde als in uitgebouwde toestand opladen. Laadapparaat (Afbeelding R4 ) Het laadapparaat bestaat uit twee delen en moet vóór het eerste gebruik ineen worden gestoken. De landspecifieke stekker (1) op het laadapparaat (2) steken en naar voor schuiven, tot hij inklikt. BELANGRIJK Gebruik het meegeleverde oplaadapparaat alleen voor de accu die bij de grasmaaier hoort. Probeer eveneens nooit om uw maaier op te laden met eenNL

ander oplaadapparaat. U zou uzelf in gevaar kunnen brengen of uw apparaat kunnen beschadigen. Om veiligheidsredenen en om schade aan het laadapparaat te vermijden mag het laadapparaat alleen binnen in een gebouw en in droge ruimtes gebruikt en niet in direct zonlicht geladen worden. Doorgeschuurde of geknikte aansluitkabels aan de stekkerlader kunnen overbelasting van de kabel tot gevolg hebben. Laders met een beschadigde kabel moeten worden vervangen. Opladen in ingebouwde toestand (Afbeelding X1 ) − Trek de accukabel van de kabelboom los. − Sluit de accukabel aan op een originele lader en steek de stekker van de lader in een stopcontact met 230V-netspanning. Opladen van de accu in uitgebouwde toestand (Afbeelding W1 ) Accu uitbouwen − Om de accu te demonteren de accukabel van de kabelboom af trekken, vleugelschroeven verwijderen. − Accu samen met het accudeksel 90° naar voor draaien en naar boven eruit nemen. − Accukabel verbinden met het originele laadapparaat en in een contactdoos met 230 V steken. BELANGRIJK Laadapparaat niet aan de stekkerverbinding van de kabelboom aansluiten, omdat anders het laadapparaat kan worden beschadigd. AANWIJZING De rode controlelamp aan het oplaadapparaat brandt tijdens het opladen en dooft pas na beëindiging van het oplaadproces. − Bevestig de accu na het opladen weer op de accuhouder (als de accu voor opladen is uitgebouwd). Sluit voordat u gaat maaien de accukabel weer op de kabelboom aan. AANWIJZING Wanneer de accu wegens mechanische beschadiging of slijtage vervangen moet worden, moet de oude accu als giftig afval bij de plaatselijke verzamelcentra van de gemeente of bij uw geautoriseerde vakwerkplaats worden afgegeven om een correcte verwerking te waarborgen. Vullen met olie (Afbeelding Y1 )

Veiligheidsaanwijzing! Verklaring van symbolen zie tabel op pagina 2 BELANGRIJK Voorkom schade! De motor wordt zonder olie geleverd. Hij moet met olie worden gevuld voordat hij voor de eerste keer wordt gestart. Giet motorolie (zie Technische gegevens voor hoeveelheid en kwaliteit) in deze opening met behulp van een trechter voordat u voor de eerste keer start. – Parkeer de maaier op een vlakke ondergrond. – Vul de olie langzaam bij via de vulopening. Vul niet te veel olie bij. Wacht na het vullen ongeveer een minuut en controleer dan het oliepeil. Steek de oliepeilstok erin en draai deze vast. – Oliepeil controleren Verwijder de oliepeilstok. Veeg de peilstok af met een schone doek, plaats hem terug en draai hem vast. Trek de peilstok er vervolgens weer uit en lees het oliepeil af. De olie moet tot boven aan de Vol-markering (pijl) staan. Eventueel olie bijvullen. Het oliepeil mag echter niet boven de Vol-markering liggen. Plaats de oliepeilstok terug en draai deze vast. – Verwijder na het vullen het etiket "NO OIL" (GEEN OLIE) van de bovenkant van de motor. Vullen met brandstof

Veiligheidsaanwijzing! Verklaring van symbolen zie tabel op pagina 2 – Gebruik voor het tanken alleen verse en schone loodvrije standaardbrandstof. Brandstof met maximaal 10% ethanol is toegestaan. – Brandstofkraan moet gesloten zijn A ! – Draai de tankdop los. – Vul met brandstof met behulp van een trechter tot maximaal de onderkant van de vulopening. – Plaats de tankdop terug en schroef hem vast.

Veiligheidsaanwijzing! Verklaring van symbolen zie tabel op pagina 2 Start de motor alleen als u achter de maaier staat. Plaats de maaier altijd op een vlakke ondergrond die niet begroeid is met hoog gras (te hoog gras belemmert het starten van het maaibalk en bemoeilijkt het starten). Bij het starten of aanzwengelen van de motor mag de machine niet naar boven gekanteld worden, maar moet ze indien nodig gekanteld worden door het zaagblad naar beneden te drukken, zodat het maaigereedschap in de richting van de gebruiker wijst, maar slechts zo ver als absoluut noodzakelijk is. Beide handen moeten op het bovenste deel van het stuur liggen voordat de machine weer op de grond staat. LET OP Pak de handgreep van het starttouw stevig vast bij het starten. Anders kan de handgreep uit uw hand glippen. Gevaar voor letsel! BELANGRIJK De motor draait alleen als de veiligheidshendel op het bovenste deel van het stuur wordt gedrukt. Zodra de schakelhendel wordt losgelaten, klapt deze door veerkracht terug naar zijn oorspronkelijke positie, wordt de motorrem ingeschakeld en komen motor en maaibalk binnen drie seconden tot stilstand. Handmatige start zonder elektro-start (Afbeelding D + E ) − De veiligheidsschakelbeugel (1) op het bovenstuk van de boom (2) drukken en vasthouden D . − De startkabel (3) langzaam uittrekken tot er een weerstand merkbaar wordt, dan snel uittrekken E , – de motor begint te lopen, de kabel langzaam terugvoeren. AANWIJZING Deze motor heeft een temperatuurgeregelde automatische choke. De motor loopt automatisch bij optimaal max. toerental, dat vereist is voor een zuiver snijbeeld (motortoerental = mestoerental). Elektro-start-modellen (Afbeelding D + P4 + E ) − De veiligheidsschakelbeugel (1) op het bovenstuk van de boom (2) drukken en vasthouden D . − De contactsleutel (4) net zolang tot aan de aanslag naar rechts draaien totdat de motor aanspringt P4 . AANWIJZING Om te zorgen voor een lange levensduur van accu en starter dient het starten nooit langer dan 5 secondfen te bedragen. AANWIJZING Deze motor heeft een temperatuurgeregelde automatische choke. De motor loopt automatisch bij optimaal max. toerental, dat vereist is voor een zuiver snijbeeld (motortoerental = mestoerental). AANWIJZING Mocht de elektrische starter ooit defect zijn, dan kan de motor ook handmatig worden gestart. − De veiligheidsschakelbeugel (1) op het bovenstuk van de boom (2) drukken en vasthouden D . − De startkabel (3) langzaam uittrekken tot er een weerstand merkbaar wordt, dan snel uittrekken E – de motor begint te lopen, de kabel langzaam terugvoeren. 11 MOTOR UITSCHAKELEN (AFBEELDING F + P4 ) – Laat de hendel van de veiligheidsschakelaar (1) los F . – Contactsleutel (4) eruit trekken (alleen bij elektro-start) P4 .

12 STOPPEN IN EEN NOODGEVAL

Laat de hendel van de veiligheidsschakelaar en de hendel van de rijschakelaar los. – De maaier stopt. – Het blad komt tot stilstand. – De motor stopt. ATTENTIE Controleer voor elke maaisessie of de veiligheidsschakelaarhendel voor het stoppen van de motor en de schakelaarhendel voor de aandrijving goed werken: – wanneer de hendel van de veiligheidsschakelaar wordt losgelaten, moeten de motor en de maaibalk binnen drie seconden stoppen. – de machine moet onmiddellijk tot stilstand komen wanneer de hendel van de rijschakelaar wordt losgelaten. Neem anders contact op met de dichtstbijzijnde erkende werkplaats. 13 TRACTIEAANDRIJVING De achterwielaandrijving bedienen (Afbeelding G ) De achterwielaandrijving wordt door de aandrijfschakelbeugel (1) aan het bovenstuk van de duwboom (2) bij lopende motor in- en uitgeschakeld: − Aandrijfschakelbeugel aantrekken en vasthouden = maaier rijdt. − Aandrijfschakelbeugel loslaten = maaier blijft staan (0-stand). De aandrijfschakelbeugel moet altijd strak tegen het bovenstuk van de duwboom aan getrokken worden. Een ondeskundige bediening leidt tot slijtage van de transmissie. De hogere weerstand van de beugel in de begintoestand is gewenst om een verkeerde bediening te bemoeilijken. OPMERKING De achterwielen klikken wanneer de maaier naar voren wordt geduwd. Snelheidsinstelling (Afbeelding H ) BELANGRIJK Het toerental mag alleen worden aangepast als de motor draait om schade te voorkomen!NL

OPMERKING Maaien met een te hoge snelheid leidt tot een slecht maaibeeld of vangresultaat. Pas de snelheid altijd aan de omstandigheden aan. Voor langere stukken gras moet een lagere rijsnelheid worden gekozen. De rijsnelheid wordt ingesteld met de draaigreep aan de linkerkant. – Om de snelheid aan te passen, draai je de hendel in de gewenste richting om de gewenste rijsnelheid in te stellen. De pijl op de draaigreep geeft de rijsnelheid aan. – "Haas" positie = snel (max. snelheid). – "Schildpadpositie = langzaam (min. snelheid).

Veiligheidsaanwijzing! Verklaring van symbolen zie tabel op pagina 2 WAARSCHUWING Als je met een graszak werkt, moet deze volledig gemonteerd zijn en in perfecte technische staat verkeren. BELANGRIJK Zorg er bij het hanteren van de grasvangzak voor dat de helling (1) R1 niet gebogen is. Zorg er bij het maaien voor dat de graszak op tijd geleegd wordt. Het TurboSignaal op de graszak geeft het juiste moment aan om de zak te legen. TurboSignaal (graszakvulindicator) (Afbeelding J + K ) Bovenop de graszak zit een indicator die aangeeft of de graszak leeg of vol is: – Als de graszak leeg is en tijdens het maaien blaast de TurboSignal J op. – Als de grasvangzak vol is, klapt het TurboSignaal in; stop dan onmiddellijk met maaien en leeg de grasvangzak K . BELANGRIJK Als de stof van de opvangzak erg vuil is, zal de TurboSignal niet opblazen - reinig de stof onmiddellijk. Een perfecte grasopvang is alleen mogelijk met een luchtdoorlatende grasopvangzak. BELANGRIJK Reinig de grasvangerzak niet met heet water! De grasvangerzak legen (Afbeelding L ) – Schakel de motor uit. – Til de uitwerpklep op. – Haak de gevulde graszak los van de maaier met behulp van de draaggreep - de uitwerpklep sluit automatisch. – Maak de grasvangzak grondig leeg terwijl je hem vasthoudt aan de draaggreep en de verzonken greep aan de onderkant van de vloer. Gebruik zonder graszak WAARSCHUWING Als u zonder graszak werkt, moet de uitwerpklep op de behuizing van de maaier altijd gesloten zijn (klep omlaag). 15 MAAIWERKZAAMHEDEN

Veiligheidsaanwijzing! Verklaring van symbolen zie tabel op pagina 2 Maaien op hellingen ATTENTIE De maaier kan worden gebruikt op taluds en hellingen met een helling tot 46% (25° helling). Hellingen die dit percentage overschrijden, kunnen leiden tot motorschade. Om veiligheidsredenen raden we je echter ten zeerste af om gebruik te maken van dit theoretische prestatiepotentieel. Zorg er altijd voor dat u veilig staat. Loopmaaiers mogen nooit gebruikt worden op hellingen van meer dan 26% (15° helling). Het risico bestaat dat u uw stabiliteit verliest! Oliepeil controleren Controleer het oliepeil voor elke maaibeurt Y1 . Laat de motor nooit met te weinig of te veel olie draaien. Dit kan onherstelbare schade veroorzaken. Operationele veiligheid controleren De grasmaaier is uitgerust met een motorstopinrichting. Controleer voor elke maaisessie of de motorstopschakelaar goed werkt. Wanneer de schakelaarhendel wordt losgelaten, moeten de motor en de maaibalk binnen drie seconden tot stilstand komen. Na het loslaten moet de hendel altijd terugveren in de positie die wordt getoond in de illustratie "Beschrijving van onderdelen". Als dit niet het geval is, is onmiddellijke inspectie door een erkende werkplaats vereist. Risico op letsel! Als de looptijd van het mes langer is, stop dan met het gebruik van het apparaat en breng het naar een erkende werkplaats.

De aanlooptijd meten Na het starten van de verbrandingsmotor draait het blad en is er een windgeruis hoorbaar. De aanlooptijd komt overeen met de duur van het windgeruis nadat de verbrandingsmotor is uitgeschakeld; deze kan worden gemeten met een stopwatch. Veiligheids- en beschermingsvoorzieningen op de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden! De correcte werking van de rijschakelaar moet ook voor elke maaibeurt worden gecontroleerd. Wanneer de rijschakelaar wordt losgelaten, moet de machine onmiddellijk tot stilstand komen. Als dit niet het geval is, is onmiddellijke controle door een erkende werkplaats vereist. Zorg ervoor dat alle beschermingen goed gemonteerd en niet beschadigd zijn! Om gevaar te voorkomen, moet u voor elke maaibeurt controleren of het mes goed vastzit en in goede staat is. De mesbevestigingsbout moet altijd door een erkende werkplaats worden vastgedraaid. Als de mesbout te strak of te los wordt aangedraaid, kunnen de meskoppeling en de messtang beschadigd raken of losraken, wat kan leiden tot ernstig letsel. Een versleten of beschadigd blad moet altijd worden vervangen. (zie hoofdstuk "Onderhoud van de mesbalk"). Controleer de ventilator, schoepkoppeling en ventilatorbehuizing elke 10 bedrijfsuren op slijtage en pasvorm. Controleer ook of de schroeven en moeren van het apparaat goed vastzitten en draai ze indien nodig aan! Zorg ervoor dat de bougiestekker goed vastzit! Gevaar: elektrische schok. Verwijder de bougiestekker nooit terwijl de motor loopt! Gevaar: elektrische schok. Verwijder de bougiestekker alleen als de motor afgekoeld is! Gevaar voor verbranding. Als de maaier geblokkeerd is, bijvoorbeeld door het raken van een obstakel, laat dan een erkende werkplaats controleren of er onderdelen van de maaier beschadigd of vervormd zijn. Laat noodzakelijke reparaties altijd uitvoeren door een erkende werkplaats. Als de machine abnormaal begint te trillen of ongewone geluiden maakt, moet deze onmiddellijk door een erkende werkplaats worden gecontroleerd. Tijdsbeperkingen In Duitsland is de tijdelijke werking van grasmaaiers geregeld in de "32e verordening over de uitvoering van de federale wet op de immissiecontrole (32e BImSch-V)". Daarnaast zijn er regionale beperkingen mogelijk (bijvoorbeeld om de middagrust te beschermen), waarover de verantwoordelijke lokale overheid je informatie kan geven. Tips voor gazononderhoud Maaien (Afbeelding M ) WAARSCHUWING Verwijder alle vreemde voorwerpen (stenen, hout, takken, enz.) van het gazon voor elke maaibeurt; let echter wel op rondslingerende voorwerpen tijdens het maaien. Instructies voor gazononderhoud zijn op verzoek verkrijgbaar bij uw dealer. Informatie en instructies over maaien zijn ook te vinden op de website van de fabrikant. Mulchen Uw grasmaaier kan worden uitgerust met een mulchkit. De bijbehorende ombouwset voor het mulchsysteem is als accessoire verkrijgbaar bij de vakhandel (zie "Originele reserveonderdelen en accessoires" voor het bestelnummer van de ombouwset). De mulchkit bevat ook tips en informatie over mulchen. Je kunt ook informatie over mulchen vinden op de homepage van de fabrikant. WAARSCHUWING Laat de maaier altijd ombouwen naar een mulchsysteem door een erkende werkplaats. Een verkeerd gemonteerde meskoppeling of een te vast of te los zittende mesbout kan de messtang doen losraken, wat kan leiden tot ernstig letsel. Als het gras te hoog is om te mulchen, kan de mulchmaaier in een paar eenvoudige stappen worden omgebouwd voor maaien met een graszak. Ombouw naar maaier met achterwaartse uitworp (Afbeelding U2 + S1 ) – Schakel de motor uit. – Til de uitwerpklep op. – Verwijder de mulchplug uit het kanaal U2 . – Hang de graszak in de daarvoor bestemde houder op de behuizing van de maaier S1 . Het is niet nodig om het mulchbladsysteem aan te passen! In moeilijke maaiomstandigheden (bijv. nat gras) kan de vulling van de opvangzak echter verminderd worden. De mulchplug moet opnieuw worden geïnstalleerd voordat het apparaat weer als mulchmaaier kan worden gebruikt. Verwijder hiervoor de grasvangzak, steek de mulchplug in het uitwerpkanaal en sluit de uitwerpklep. Maak het uitwerpkanaal van tevoren schoon. 16 ONDERHOUDSINTERVALLEN BELANGRIJK Voorkom schade! Onder extreme of uitzonderlijke omstandigheden kunnen kortere onderhoudsperioden nodig zijn dan hieronder aangegeven. Neem bij defecten contact op met een erkende werkplaats. Voer routineonderhoud aan de machine uit in overeenstemming met de volgende onderhoudsintervallen. Naast de onderhoudswerkzaamheden die in deze handleiding worden genoemd, moeten de volgende onderhoudsintervallen worden uitgevoerd.NL

Voor de eerste ingebruikname

  • Controleer het oliepeil Y1 .
  • Controleer of alle schroefverbindingen goed vastzitten.
  • Controleer de bladschroef en laat deze indien nodig aandraaien door een erkende werkplaats.
  • Controleer of de hendel van de motorstopschakelaar goed werkt.
  • Controleer of de hendel van de rijschakelaar goed werkt.
  • Controleer of alle beschermingen goed zijn aangebracht en niet beschadigd zijn. Voor elke handeling
  • Controleer het gazon en verwijder alle vreemde voorwerpen.
  • Controleer het gebied van de grensdraad (als er ook een automatische maaier wordt gebruikt voor gazononderhoud).
  • Controleer het oliepeil Y1 .
  • Controleer de staat en passing van het blad en laat indien nodig de bladschroef aandraaien door een erkende werkplaats.
  • Controleer of de hendel van de motorstopschakelaar goed werkt.
  • Controleer of de hendel van de rijschakelaar goed werkt.
  • Controleer of alle beschermingen goed zijn aangebracht en niet beschadigd zijn.
  • Controleer de grasvanger op slijtage of verlies van functionaliteit. Na elke operatie
  • Maak de maaier schoon.
  • Controleer het blad op schade en slijtage. Inloopperiode - Na de eerste 5 bedrijfsuren
  • Ververs de motorolie. Elke 10 bedrijfsuren
  • Controleer of alle schroefverbindingen goed vastzitten.
  • Controleer de ventilator, bladkoppeling en ventilatorbehuizing op slijtage en pasvorm. Elke de 15-20 bedrijfsuren of jaarlijks
  • De lagers van de wielen invetten. Elke 50 bedrijfsuren of jaarlijks
  • Reinig de bougie en stel de elektrodenafstand af Y . Tijdens de jaarlijkse inspectie
  • Laat het luchtfilter vervangen W .
  • Bougie laten vervangen Y .
  • Laat de versnellingsbak en het gebied onder de riemafdekking reinigen.

Regelmatig onderhoud is de beste garantie voor een lange levensduur en probleemloze werking! Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante defecten! Gebruik alleen originele reserveonderdelen, want alleen deze garanderen veiligheid en kwaliteit!

Veiligheidsaanwijzing! Verklaring van symbolen zie tabel op pagina 2 Reiniging (Afbeelding O ) BELANGRIJK Voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de maaier niet op de zijkant leggen, maar vooraan omhoog kantelen O (bougie naar boven), aangezien anders startproblemen kunnen optreden. Bij het omhoog kantelen van de maaier erop letten dat de uitwerpklep niet beschadigd wordt. In opgetilde toestand de maaier beveiligen! OPGELET Bij het omhoog kantelen erop letten dat er geen olie of benzine uitloopt. Brandgevaar! Verwijder vuil en gemaaid gras onmiddellijk na het maaien. Gebruik een borstel of doek om schoon te maken. Draai niet aan de maaibalk, anders wordt er motorolie in de carburateur/het luchtfilter gepompt en kunnen er startproblemen optreden. ATTENTIE Steek uw vingers niet in de openingen van het ventilatorhuis en houd de ventilator stevig vast. Als de schoepstang tijdens het reinigen wordt gedraaid, bestaat het risico dat vingers tussen de ventilator en de ventilatorbehuizing worden geplet! BELANGRIJK Gebruik nooit een hogedrukreiniger of een normale waterstraal om de aandrijving, motoronderdelen (zoals het ontstekingssysteem, de carburateur, enz.), afdichtingen en lagers schoon te maken. Dit kan leiden tot schade of dure reparaties. Opslag Parkeer het apparaat altijd schoon in een gesloten, droge ruimte en buiten bereik van kinderen. Laat de motor afkoelen voordat u de machine binnenshuis parkeert. De geleiderail neerklappen (Afbeelding A1 ) BELANGRIJK Let erop, dat de kabel bij het uit elkaar- en dichtklappen van de stuurbomen niet ingeklemd, bekneld, verdraaid of overstrekt kan worden! De kabel altijd aan van de buitenkant van de boomverbinding leiden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden. − Voor de ruimtebesparende opslag of voor het transport de snelspanner openen, de vleugelmoeren zo ver losdraaien, dat de duwboom zonder weerstand in Z- vorm boven de motor ingeklapt kan worden A1 . De arrêteringsnokken aan het onderste uiteinde van de boom moeten uit de boringen van de boomaansluiting springen. − De bowdenkabels daarbij niet knikken of samendrukken. VOORZICHTIG Bij het omleggen van de duwboom voor transport- en opslagdoeleinden kan bij het openen van de snelspanner, bij het losdraaien van de gerande moeren en als de arrêteringsnokken uit de boringen van de behuizing springen, de boom onverwacht omslaan. Bovendien kunnen er drukplaatsen met pletgevaar ontstaan tussen het onderste en bovenste deel van de duwboom en de boombevestiging/behuizing. Er bestaat verwondingsgevaar! Het apparaat vervoeren en vastzetten (Afbeelding N ) − Als het apparaat gedragen moet worden, het niet vastpakken aan de uitwerpklep! Pak het voor en achter vast aan de draaggreep N . Houd bij het optillen of dragen rekening met het gewicht van de machine (zie Technische gegevens). Het optillen van zware gewichten kan problemen met de gezondheid veroorzaken. Wij raden aan om het apparaat altijd met twee personen op te tillen of te dragen. − Het apparaat op alle 4 wielen staand transporteren, om brandstofverlies, beschadigingen van de machine en verwondingen van personen te vermijden. − Het transportmiddel parkeren op vlakke ondergrond, opdat het apparaat niet kan wegrollen voordat het wordt vastgezet. − De grasvangzak uithangen en tijdens het transport apart vastmaken. − Het apparaat met toegelaten borgmiddelen (bijv. sjorriemen met spanelement) veilig bevestigen op of in het voertuig. Sjorriemen zijn banden van synthetische vezels. Elke sjorriem is gekenmerkt met een etiket. Het etiket geeft belangrijke informatie over het gebruik. De aanwijzingen op dit etiket moeten bij gebruik van de sjorriem in acht worden genomen. − Bij ladingen die kunnen rollen wordt aanbevolen om ze direct vast te sjorren met vier spanriemen. Beveilig het apparaat aan de wielen zo, dat het zich tijdens de rit niet beweegt. OPGELET De riemen niet te strak aantrekken. Als het apparaat te strak wordt vastgezet, dan kunnen beschadigingen het gevolg zijn. Onderhoud van de mesbalk Een scherp mes garandeert optimale maaiprestaties. Controleer voor elke maaisessie de staat en de goede passing van het mes. De mesbevestigingsschroef moet altijd door een erkende werkplaats worden vastgedraaid. Als de bladschroef te strak of te los wordt aangedraaid, kunnen de meskoppeling en de mesbalk beschadigd raken of losraken, wat kan leiden tot ernstig letsel. Een versleten of beschadigd blad moet altijd worden vervangen. De mesbalk opnieuw afwikkelen en uitbalanceren (Afbeelding Q ) WAARSCHUWING Het naslijpen en uitbalanceren van de maaibalk moet worden uitgevoerd door een erkende werkplaats. Een verkeerd geslepen en uitgebalanceerd mes kan sterke trillingen veroorzaken en de grasmaaier beschadigen. De snijkanten van de maaibalk mogen pas opnieuw worden geslepen als de betreffende waarde (zie afbeelding Q ) of de markering (1) op de maaibalk (ring) is bereikt. Let op! Let op de slijphoek van 30°. Je gespecialiseerde werkplaats kan deze waarde (slijtagelimiet) voor je controleren! WAARSCHUWING Een mes dat de slijtagelimiet (markering) heeft overschreden, kan breken en worden weggegooid, wat kan leiden tot ernstig letsel. De mesbalk vervangen WAARSCHUWING De mesbalk moet worden vervangen door een erkende werkplaats. Een verkeerd gemonteerde meskoppeling of een mesbout die te vast of te los zit, kan ertoe leiden dat de mesbalk losraakt, wat ernstig letsel kan veroorzaken. – Gebruik alleen originele maaibalken voor vervangingen. Niet-gelijkwaardige reserveonderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen. – Vervangende maaibalken moeten permanent voorzien zijn van de naam en/of het bedrijfslogo van de fabrikant of leverancier en het onderdeelnummer. Onderhoud van de wielen Eenmaal per jaar of om de 15-20 bedrijfsuren de lagers van de wielen invetten. 47-DRIVE − Wieldoppen verwijderen. − Met een dopsleutel de zeskantmoer losdraaien, schijf en wielen verwijderen. − Nadat de lagers met een wentellagervet (voor bestelnr., zie hoofdstuk "Originele reserveonderdelen en accessoires") zijn ingevet, de wielen erop schuiven, schijfNL

aanbrengen, met zeskantmoer bevestigen en weer zo ver vastdraaien, dat de wielen nog licht maar zonder speling gedraaid kunnen worden. Wieldop weer aanbrengen.

47-VARIO, 47-VARIO E

− Verwijder de afdekplaatjes in het midden van de wielkappen. − Met een steeksleutel de zeskantmoer losdraaien, onderlegplaatje verwijderen, wielen samen met wielkap en kraagschijf van de wielas aftrekken. Wielkap verwijderen van het wiel. − Nadat de lagers met een wentellagervet (voor bestelnr., zie hoofdstuk "Originele reserveonderdelen en accessoires") werden ingevet, de wielen erop schuiven. Eerst de kraagschijf in het wiel zetten, de wielkap erop zetten en aandrukken tot er een klik te horen is. Het onderlegplaatje erop zetten, met de zeskantmoer bevestigen en zo ver vastdraaien, dat de wielen nog licht maar zonder speling gedraaid kunnen worden. Plaats de afdekkingen in het midden van de wieldoppen terug. Alle modellen Onderhoud van de achterwielaandrijving (Afbeelding R ) Eenmaal per jaar of om de 15-20 bedrijfsuren de lagers van de wielen invetten. − Aan beide kanten de afdekking van de wielkap eraf nemen. − Met een steeksleutel de zeskantmoer losdraaien, onderlegplaatje verwijderen, aandrijfwielen samen met wielkap en kraagschijf van de wielas aftrekken. − De wielafdekking eraf nemen, daarbij op de aanloopschijf letten. − Het vuil van de wielafdekking, het vrijlooprondsel op de tandwielas en de tandkrans aan de binnenkant van het wiel verwijderen. OPMERKING Verwijder het freewheel rondsel niet van de versnellingsbakas! – De lagers invetten met een wentellagervet (voor bestelnr., zie hoofdstuk "Originele reserveonderdelen en accessoires"). – Vrijlooprondsel en tandkrans in het wiel niet invetten! – De wielafdekking erop zetten en de aanloopschijf op de wielas schuiven. Bij het erop steken van het aandrijfwiel erop letten dat rondsel en tandkrans in elkaar grijpen, evt. het wiel op de as licht verdraaien. – Indien de wielkap is losgekomen van het wiel, eerst de kraagschijf conform afbeelding R in het wiel zetten, de wielkap erop zetten en aandrukken tot er een klik te horen is. Het onderlegplaatje erop zetten, met de zeskantmoer bevestigen en zo ver vastdraaien, dat de wielen nog licht maar zonder speling gedraaid kunnen worden. Afdekking van de wielkap weer erin zetten. Onderhoud van de aandrijving – Voor een goede werking van de riemaandrijving is het essentieel dat de bowdenkabel voor het in- en uitschakelen van de aandrijving soepel loopt. – De bowdenkabel is door de fabriek ingesteld en hoeft niet te worden bijgeregeld. – De Bowdenkabel mag alleen worden afgesteld door een gespecialiseerde werkplaats. De V-riem van de aandrijving vervangen De V-riem van de aandrijving mag alleen worden vervangen door een erkende werkplaats. Startaccu bijladen (alleen bij elektro-start) BELANGRIJK Gebruik het meegeleverde oplaadapparaat alleen voor de accu die bij de grasmaaier hoort. Probeer eveneens nooit om uw maaier op te laden met een ander oplaadapparaat. U zou uzelf in gevaar kunnen brengen of uw apparaat kunnen beschadigen. Om veiligheidsredenen en om schade aan het laadapparaat te vermijden mag het laadapparaat alleen binnen in een gebouw en in droge ruimtes gebruikt en niet in direct zonlicht geladen worden. De accu kan in gemonteerde of ongemonteerde toestand worden geladen. − Steekverbinding accukabel naar kabelboom scheiden. − Accu uitbouwen Om de accu te demonteren de accukabel van de kabelboom af trekken, vleugelschroeven verwijderen. Accu samen met het accudeksel 90° naar voor draaien en naar boven eruit nemen. − Sluit de accukabel aan op een originele lader en steek de stekker van de lader in een stopcontact met 230V-netspanning. (Zie ook hoofdstuk „Startaccu laden (alleen bij elektro-start)") − Bevestig de accu na het opladen weer op de accuhouder (als de accu voor opladen is uitgebouwd). Sluit voordat u gaat maaien de accukabel weer op de kabelboom aan. (Zie ook hoofdstuk „Montage van de geladen startaccu (uitsluitend bij elektrische start) (afbeelding V1 + U1 )")

Veiligheidsaanwijzing! Verklaring van symbolen zie tabel op pagina 2

WAARSCHUWING Voorkom letsel! Motoruitlaatgassen bevatten koolmonoxide en kunnen ernstige ziekte of overlijden veroorzaken. Gebruik de motor niet in afgesloten ruimten zoals garages, zelfs niet als de deuren en ramen openstaan. Verplaats de machine naar buiten voordat u de motor start. BELANGRIJK Voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de maaier niet op de zijkant leggen, maar vooraan omhoog kantelen O (bougie naar boven), aangezien anders startproblemen kunnen optreden. Bij het omhoog kantelen van de maaier erop letten dat de uitwerpklep niet beschadigd wordt. In opgetilde toestand de maaier beveiligen! OPGELET Bij het omhoog kantelen erop letten dat er geen olie of benzine uitloopt. Brandgevaar! Regelmatige uitvoering van de voorgeschreven onderhouds- en verzorgingswerkzaamheden is een voorwaarde voor een langdurige en probleemloze werking van de motor en ook een basisvereiste voor garantieclaims. Houd de motor altijd schoon, vooral aan de buitenkant; vooral de uitlaatdemper en de cilinder moeten altijd vrij zijn van vreemde voorwerpen (bijv. gemaaid gras). De uitlaat en de motor bereiken tijdens het gebruik zeer hoge temperaturen. Brandbare vreemde voorwerpen zoals bladeren, gras enz. kunnen ontbranden. Een perfecte koeling is ook alleen gegarandeerd als de cilinderribben altijd schoon zijn. BELANGRIJK Reinig de motor nooit met een hogedrukreiniger of een normale waterstraal. Dit kan leiden tot schade of dure reparaties. Olie verversen OPMERKING Om milieuredenen raden we aan om de olie door een gespecialiseerde werkplaats te laten verversen. De eerste olieverversing bij een nieuwe motor is vereist na ongeveer 5 bedrijfsuren. Daarna ongeveer elke 50 bedrijfsuren of ten minste eenmaal per maaiseizoen. – Voordat u de motor of het apparaat kantelt om de olie af te tappen, moet u de benzinetank legen en de motor laten draaien totdat deze afslaat door gebrek aan brandstof. – Schakel de motor uit en verwijder de bougiestekker. – Ververs de olie als de motor warm is. – Voor de olieverversing de meetstaaf uit de olievulopening nemen en de maaier zo op zijn kant leggen, dat oude olie wegstroomt in een opvangvat. Opmerking: Zorg ervoor dat de maaier niet op de luchtfilter- of carburateurzijde wordt gelegd, omdat dit startproblemen of schade aan de motor kan veroorzaken. Voer afgewerkte olie niet af naar het riool of de grond, maar voer deze af volgens de plaatselijke voorschriften. – Zet de maaier rechtop en vul merkolie (zie Technische gegevens voor hoeveelheid en kwaliteit) bij het mondstuk. Schroef de peilstok erin en controleer het oliepeil (zie "Oliepeil controleren" en "Vullen met olie (Afbeelding Y1 )")! Als het oliepeil correct is, steekt u de peilstok erin en draait u deze vast. Het luchtfilter reinigen of vervangen (Afbeelding W ) BELANGRIJK Start of laat de motor nooit draaien terwijl het luchtfilter is verwijderd. − Maak de luchtfilterdekselvergrendeling (4) los van het luchtfilterhuis (1) met een schroevendraaier en verwijder het luchtfilterdeksel (3). − De moeren (1) op het luchtfilterdeksel (2) losdraaien en de afdekking verwijderen. − Het filter (2) verwijderen. − Het filter om de 50 bedrijfsuren reinigen. Het filterelement bij lichte vervuiling voorzichtig uitkloppen op een glad oppervlak. Bij sterke vervuiling of beschadiging vernieuwen. Papierfilter niet uitwassen, niet uitblazen met perslucht en niet oliën. − Plaats het filter (2). − Plaats het luchtfilterdeksel (3) op het filter en klik de luchtfilterdekselvergrendeling (4) in het luchtfilterhuis (1). Bij ongunstige gebruiksomstandigheden (sterke stofontwikkeling) moet elke keer na het maaien worden gereinigd. Filter jaarlijks of om de 200 bedrijfsuren vervangen. (Bestelnr. filter zie hoofdstuk "Originele reserveonderdelen en accessoires") De bougie controleren (Afbeelding Y ) Om de slijtage te controleren, verwijdert u de bougiestekker (1) en schroeft u de bougie (2) los. Als de elektrode erg versleten is, moet de bougie altijd vervangen worden (voor bestelnr., zie hoofdstuk "Originele reserveonderdelen en accessoires"). Anders is het voldoende om de bougie schoon te maken met een staalborstel en de elektrodenafstand af te stellen op 0,7 - 0,8 mm. Schroef de bougie met de hand in de motor (controleer of de bougie een afdichtring heeft) en draai hem handvast aan met de dopsleutel. Druk op de bougiestekker. Vervang de bougie jaarlijks.NL

De motor volgens de voorschriften winterklaar maken (of langdurig niet gebruiken) – Leeg de benzinetank en laat de motor draaien tot hij afslaat door gebrek aan brandstof. – Schakel de motor uit en verwijder de bougiestekker. – Tap de olie af terwijl de motor nog warm is. Vul met verse olie (zie Technische gegevens voor hoeveelheid en kwaliteit). – Verwijder afzettingen van gras en maaisel van de cilinder en cilinderribben, onder de motorkap en rond de geluiddemper. – Bewaar het apparaat altijd schoon in een gesloten, droge ruimte buiten het bereik van kinderen. 19 PROBLEMEN OPLOSSEN Fout Mogelijke oorzaak Remedy Motor start niet Schakelbeugel niet omgeklapt. Schakelbeugel op het bovenstuk van de duwboom indrukken D . Brandstoftank leeg. Schone en verse brandstof bijtanken. Bougiestekker los. Druk op de bougiestekker of laat deze controleren door een erkende werkplaats. Bougie defect of vuil of elektroden doorgebrand. Vervang of reinig de bougie, stel de elektrodeafstand in op 0,7 - 0,8 mm Y . Motor krijgt te veel benzine (bougie nat). Laat het controleren door een erkende werkplaats. Luchtfilter vuil. Luchtfilterelement W reinigen of vervangen. Accu niet opgeladen (alleen bij elektrostart). Accu laden W1 , X1 . Startproces langer dan 5 seconden of is te vaak herhaald (alleen bij elektrische start). Als u problemen met starten hebt, moet de batterij worden opgeladen. Verbindingskabel tussen contactsleutel, accu en motor los of zonder contact (alleen bij elektrische start). Accustekker verbinden met de contrastekker van de Kabelboom U1 resp. controleren, anders door en geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Motorprestaties nemen

Luchtfilter vuil. Luchtfilterelement W reinigen of vervangen. Bougie vervuild. Laat het controleren door een erkende werkplaats. Te oude of vervuilde brandstof. Leeg de benzinetank en vul deze met verse brandstof. Motor loopt onregelmatig Luchtfilter vuil. Luchtfilterelement W reinigen of vervangen. Bougie vervuild. Laat het controleren door een erkende werkplaats.

Laat het controleren door een erkende werkplaats. Maaier draait niet De hendel van de rijschakelaar is niet uitgetrokken. Trek aan de hendel van de rijschakelaar G .

Laat het controleren door een erkende werkplaats. Reissnelheid kan niet worden geregeld

Laat het controleren door een erkende werkplaats. Sterke schokken (trillingen)

Laat het controleren door een erkende werkplaats. Onzuiver maaien, gazon wordt geel Lemmet stomp. Laat ze opnieuw slijpen en balanceren door een erkende gespecialiseerde werkplaats Q . Snijhoogte te laag. Stel een hogere maaihoogte in I . Te laag motortoerental. Laat het controleren door een erkende werkplaats. Maaien met een te hoge snelheid. Pas de maaisnelheid aan, schakel indien nodig de aandrijving uit. Maaipaden niet voldoende overlapt. Als het gras hoog is, moeten de maaipaden elkaar misschien verder overlappen. Gematteerd gazon. Een verticuteermachine kan een merkbare verbetering opleveren. Uitwerper geblokkeerd TurboSignaal genegeerd J + K . Lege opvangzak L . Te laag motortoerental. Laat het controleren door een erkende werkplaats. Maaihoogte te laag bij te hoog gras. Stel een hogere maaihoogte in I . Maaien met een te hoge snelheid. Pas de maaisnelheid aan, schakel indien nodig de aandrijving uit. Gras is vochtig. Laat het gazon drogen. Het gemulchte gras ziet er slecht uit: Klonten, te veel maaisel, ruw gemaaid Lemmet stomp. Laat ze opnieuw slijpen en balanceren door een erkende werkplaats. Mulchregel niet gevolgd (max. 1/3 van de grashoogte maaien; de te maaien grashoogte moet lager zijn dan 10 cm). 1/3 van de grashoogte; de af te snijden grashoogte moet lager zijn dan 10 cm). Stel een hogere maaihoogte in I . Zet de maaier om naar achterwaartse uitworp U2 + S1 en maai het gazon eerst met de hoge maaistand. Te hoge rijsnelheid. Pas de rijsnelheid aan, schakel indien nodig de aandrijving uit. Opgehoopt gras onder het maaidek. Stel een hogere maaihoogte in I . Maaipaden niet voldoende overlapt. Als het gras hoog is, moeten de maaipaden elkaar misschien verder overlappen. Gras is vochtig. Stel een hogere maaihoogte in I . Laat het gazon drogen. Neem in geval van storingen en defecten die hier niet worden genoemd contact op met de dichtstbijzijnde erkende garage. Reparaties die specialistische kennis vereisen, mogen alleen door een specialist worden uitgevoerd. Uw erkende vakwerkplaats helpt u ook graag als u de hier beschreven onderhoudswerkzaamheden niet zelf wilt uitvoeren.NL

Nominaal vermogen 3,4 kW Elektrodenafstand 0,7 – 0,8 mm Accu (alleen voor modellen met elektrische start) 12 V / 5,4 Ah Brandstof Loodvrije standaard brandstof, met max. 10% ethanol Tankinhoud ca. 1,0 liter Smeerolie

Geluidsvermogensniveau; gemeten volgens EN ISO 5395-2 Meetonzekerheden; volgens DIN EN ISO 4871

= 95,1 dB(A) 1,5 dB Alle Modellen Gegarandeerd geluidsvermogen; gemeten volgens 2000/14/EG

= 96 dB(A) Geluidsdrukniveau Geluidsdrukniveau van de emissie op de werkplek van de operator; gemeten volgens EN ISO 5395-2 Meetonzekerheden; volgens ISO 4871

= 84 dB(A) 1,5 dB Trillingen 47-DRIVE Trillingen op de geleiderail; gemeten volgens EN ISO 5395-2 Meetonzekerheden; volgens EN 12096

Trillingen op de geleiderail; gemeten volgens EN ISO 5395-2 Meetonzekerheden; volgens EN 12096

Wentellagervet SAA11300 Bougie SAE10005 Luchtfilter SAE10006 Ombouwset naar mulchsysteem BSA625 Lemmetstang Om veiligheidsredenen mag de mesbalk alleen worden vervangen door een erkende werkplaats. Deze gespecialiseerde werkplaats heeft ook het bijbehorende onderdeelnummer voor de mesbalk.ES

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SABO

Model : 47DRIVE

Categorie : Grasmaaier