WTR105 - Controller BeamZ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WTR105 BeamZ in PDF-formaat.
| Producttype | Draadloze DMX-controller (hybride zender/ontvanger) |
| Merk | BeamZ |
| Model | WTR105 |
| Voeding | 100-240 V AC, 50/60 Hz via Powercon-aansluiting |
| Stroomverbruik | Ongeveer 5 W (schatting) |
| DMX-ingangsaansluitingen | XLR 3-pins (pin 1: aarde, pin 2: data -, pin 3: data +) |
| DMX-uitgangsaansluitingen | XLR 3-pins (pin 1: aarde, pin 2: data -, pin 3: data +) |
| Voedingsingang | Powercon-aansluiting |
| Bedrijfsmodi | Zender, Ontvanger, Easylink |
| Draadloos bereik | Tot 300 m in open veld (schatting) |
| Werkfrequentie | 2,4 GHz (schatting) |
| LED-indicatoren | Wit, Blauw, Groen, Rood, Geel afhankelijk van de status |
| Configuratieknop | Knop [ID] voor koppeling en modusselectie |
| Behuizingsmateriaal | Robuust metaal (schatting) |
| Afmetingen (ongeveer) | 146 x 114 x 48 mm (schatting) |
| Gewicht (ongeveer) | 0,5 kg (schatting) |
| Bedrijfstemperatuur | -5 °C tot +45 °C |
| Beoogd gebruik | Alleen binnenshuis |
| Onderhoud | Reinigen met een droge doek; geen vloeistoffen gebruiken |
| Repareerbaarheid | Reparaties alleen door een gekwalificeerde technicus |
| Algemene informatie | Voldoet aan veiligheidsnormen; niet weggooien met het huishoudelijk afval |
Veelgestelde vragen - WTR105 BeamZ
Gebruikersvragen over WTR105 BeamZ
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Controller in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WTR105 - BeamZ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WTR105 van het merk BeamZ.
GEBRUIKSAANWIJZING WTR105 BeamZ
WAARSCHUWING! Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door voordat u met het apparaat gaat werken en bewaar deze handleiding voor toekomstig gebruik. Het bevat belangrijke informatie over de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.
- Uitpakken en zorgvuldig controleren of er geen transportschade is voordat u het apparaat gebruikt.
- Lees deze instructies aandachtig door en volg de instructies op.
- Neem alle veiligheidswaarschuwingen in acht. Verwijder nooit veiligheidswaarschuwingen of andere informatie van het apparaat.
• Zorg ervoor dat er geen ventilatiesleuven geblokkeerd zijn, anders zal het apparaat oververhit raken.

WAARSCHUWING! Voordat u het apparaat verbind met een contactdoos, moet u eerst controleren of de netspanning en -frequentie overeenkomen met de op de apparatuur aangegeven waarden. Als het apparaat een spanningsselectieschakelaar heeft, sluit het apparaat alleen aan op het stopcontact als de waarden van het apparaat en de waarden van de netspanning overeenkomen. Als het bijgeleverde netsnoer of de voedingsadapter niet in uw stopcontact past, neem dan contact op met uw elektricien.
- Controleer na het aansluiten van het apparaat alle kabels om schade of ongevallen, bijv. door struikelgevaar, te voorkomen.
• Zorg ervoor dat het netsnoer nooit gekrompen of beschadigd raakt. Controleer het apparaat en het netsnoer van tijd tot tijd. - Trek altijd de stekker uit het stopcontact wanneer het apparaat niet wordt gebruikt of voordat u het apparaat schoonmaakt! Pak het netsnoer alleen bij de stekker vast en trek nooit aan het netsnoer.
- Haal de stekker van het netsnoer en de voedingsadapter uit het stopcontact als er gevaar bestaat voor blikseminslag of voor langere perioden van buitengebruikstelling.
- Schakel het apparaat niet snel achter elkaar in en uit.
- Sluit het apparaat niet aan op een dimmerpack.
- Installeer het apparaat op een goed geventileerde plaats.
- Plaats nooit materiaal over de lens.
- Laat het zonlicht nooit direct op de lens schijnen, ook niet als het apparaat niet in werking is.
• Zorg altijd voor een vrije luchtruimte van minstens 50 cm rondom het apparaat voor ventilatie.
• Zorg ervoor dat de ruimte rondom en onder de montageplek wordt afgezet tijdens het [de]monteren of onderhoud van het apparaat. - Voor gebruik bij montagehoogte >100 cm, bevestig het apparaat altijd met een geschikte veiligheidskabel. Bevestig de veiligheidskabel alleen op de juiste bevestigingspunten. De veiligheidskabel mag nooit aan de transporthandgrepen worden bevestigd!
- Kijk nooit direct naar de lichtbundel. Houd er rekening mee dat snelle veranderingen in de verlichting, bijv. knipperlicht, epileptische aanvallen kunnen veroorzaken bij lichtgevoelige personen of personen met epilepsie.
- Dit apparaat is niet ontworpen voor permanent gebruik. Consistente bedieningspauzes zullen ervoor zorgen dat het apparaat lang zonder defecten van dienst zal zijn.

WAARSCHUWING! Als het netsnoer van het apparaat is voorzien van een aardingscontact, moet het worden aangesloten op een stopcontact met een beschermende aarding. Deactiveer nooit de beschermende aarding van een netsnoer.
• Zorg ervoor dat het apparaat niet wordt blootgesteld aan extreme hitte, vocht of stof.
- Reinig het apparaat met een droge doek.
- Raak het apparaat tijdens de werking ervan niet met blote handen aan (de behuizing kan zeer heet worden). Laat het apparaat ten minste 5 minuten afkoelen alvorens deze te hanteren.
- Dit apparaat is uitsluitend ontworpen voor gebruik binnenshuis, gebruik deze apparatuur niet in de onmiddellijke nabijheid van vloeistof (niet van toepassing op speciale buitenapparatuur - in dit geval, neem de speciale instructies hieronder in acht). Stel dit apparaat niet bloot aan brandbare materialen, vloeistoffen of gassen.
- Als het apparaat is blootgesteld aan drastische temperatuurschommelingen (bijv. na transport), schakel het dan niet onmiddellijk in. Het ontstane condenswater kan uw apparaat beschadigen. Laat het apparaat uitgeschakeld tot het op kamertemperatuur is.
- Probeer nooit de thermostaatschakelaar of zekeringen te omzeilen.
• Demonteer of wijzig het apparaat niet.
- Gebruik voor vervanging alleen zekeringen/lampen van hetzelfde type en vermogen.
- Reparaties, onderhoud en elektrische aansluiting moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerde technicus.
- De omgevingstemperatuur moet altijd tussen -5^ C en +45^ C liggen.
- Als dit apparaat op een andere manier wordt gebruikt dan beschreven in deze handleiding, kan het product beschadigd raken en vervalt de garantie.
- Plastic zakken moeten buiten het bereik van kinderen worden gehouden.
- Het apparaat moet buiten het bereik van kinderen worden geïnstalleerd. Laat het apparaat nooit zonder toezicht draaien.

Dit symbool op het product of op de verpakking geeft aan dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden behandeld. In plaats daarvan moet het worden overhandigd aan het toepasselijke inzamelpunt voor de recycling van elektrische en elektronische apparatuur.
Door ervoor te zorgen dat dit product op de juiste wijze wordt afgevoerd, helpt u mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu en de menselijke gezondheid te voorkomen, die anders zouden kunnen worden veroorzaakt door ongepaste afvalverwerking van dit product. Het recyclen van materialen draagt bij tot het behoud van natuurlijke hulpbronnen. Voor meer gedetailleerde informatie over het recyclen van dit product kunt u contact opnemen met uw plaatselijke gemeente, uw huisvuildienst of de winkel waar u het product hebt gekocht.
UITPAKKEN

LET OP! Onmiddellijk na ontvangst, zorgvuldig uitpakken van de doos, controleer de inhoud om ervoor te zorgen dat alle onderdelen aanwezig
zijn en zijn in goede staat zijn ontvangen. Bij transportschade of ontbreken van onderdelen onmiddellijk de verkopende partij inlichten. Bewaar
de verpakking en het verpakkingsmateriaal. Indien het product moet worden teruggestuurd, is het belangrijk dat het product in originele verpakking wordt geretourneerd.
Als het apparaat is blootgesteld aan drastische temperatuurverschillen (bv. na het transport), schakel het apparaat niet onmiddellijk in. De ontstane condensatie kan het apparaat beschadigen. Zorg ervoor dat het apparaat op kamertemperatuur komt en steek vervolgens de voeding stekker in het stopcontact.
AANSLUITSPANNING
Op achterzijde van het apparaat staat aangegeven op welke netspanning deze moet worden aangesloten. Controleer of de netspanning hiermee overeenkomt, bij alle andere netspanningen dan aangegeven kan het apparaat onherstelbaar worden beschadigd. Tevens moet het apparaat direct op de netspanning worden aangesloten en mag geén dimmer of regelbare voeding worden gebruikt.

WAARSCHUWING! Sluit het apparaat altijd aan op een beschermd circuit (aardlekschakelaar of zekering). Zorg ervoor dat het apparaat voldoende elektrisch is geaard om het risico op elektrocutie of brand te vermijden.
BESCHRIJVING VAN FUNCTIES
Verstelbare positionering voor verbeterde signaalontvangst.
- IDENTIFICATIESCHAKELAAR:
Gebruikt om het voorkeursprotocol en de transmissie- of ontvangstmodus te configureren.
- VERBINDINGSINDICATOR:
Geeft de status van de draadloze verbinding weer.
- DMX DATA-INVOER:
Maakt gebruik van een 3-pins XLR-connector (pin1 = aarde/shield; pin2 = data-; pin3 = data+).
- DMX DATA-UITVOER:
Bevat een 3-pins XLR-connector (pin1 = aarde/shield; pin2 = data-; pin3 = data+).
- VOEDINGSINGANG:
Voorzien van een powercon-aansluiting.

Elke module fungeert als een draadloze DMX-transceiver, waardoor elk toestel kan fungeren als zender of ontvanger. Voor het opzetten van het systeem is het nodig om elke ontvanger toe te wijzen aan het juiste universum (zender) waar het mee moet werken.
ESSENTIËLE OPMERKINGEN VOOR GEBRUIK
- Raadpleeg de [ID]-knop (2) voor informatie:
Status-LED (3) WIT: Geeft instelmodus aan of ontkoppeling van elke zender.
ZENDERMODUS
Status-LED (3) BLAUW: Geeft aan dat het toestel in ZENDERMODUS werkt en is gekoppeld aan één of meerdere ontvangers en er is een bekabelde DMX-ingang.
Status-LED (3) BLAUW: (snel knipperend): Geeft aan dat de zender bezig is met het verbinden met ontvanger(s).
Status-LED (3) BLAUW: (langzaam knipperend): Geeft de afwezigheid van DMX-signaal op de zender aan.
ONTVANGERMODUS
Status-LED (3) GROEN: Geeft aan dat het toestel in ONTVANGERMODUS functioneert en verbonden is met een zender en er is een bekabelde DMX-uitgang.
Status-LED (3) GROEN: (langzaam knipperend): Geeft aan dat de ontvanger geen DMX-signaal ontvangt van de zender.
Status-LED (3) ROOD: (snel knipperend): Geeft de afwezigheid van een signaal aan.
EASYLINK-MODUS
o Status-LED (3) GEEL: Geeft het protocol Easylink aan in setup mode.
o Status-LED (3) ROOD: (knippert rood): DMX-signaal verzenden.
Status-LED (3) GROEN: (knippert groen): DMX-signaal ontvangen.
- Een ontvanger kan alleen worden gekoppeld aan een zender wanneer deze volledig is losgekoppeld: status-LED (3) toont WIT.
CONFIGURATIE VAN DE HYBRIDE TRANSCEIVER IN ZENDERMODUS:
- Houd de [ID]-knop (2) ingedrukt terwijl je de HYBRIDE TRANSCEIVER inschakelt. De status-LED (3) wordt kortstondig WIT en verandert dan in GROEN, BLAUW of GEEL (afhankelijk van de laatst geselecteerde modus).
- Selecteer BLAUW door kort op de [ID]-knop (2) te drukken.
- Nadat BLAUW is geselecteerd, houd je de [ID]-knop (2) 3 seconden ingedrukt om de zendermodus te bevestigen.
- De status-LED zal overgaan naar wit en dan, na enkele seconden, overschakelen naar BLAUW (knipperend als er geen DMX-signaal aanwezig is).
- Het toestel staat nu in zendermodus.
CONFIGURATIE VAN DE HYBRIDE TRANSCEIVER IN ONTVANGERMODUS:
- Houd de [ID]-knop (2) ingedrukt terwijl je de HYBRIDE TRANSCEIVER inschakelt. De status-LED (3) wordt kortstondig WIT en verandert dan in GROEN, BLAUW of GEEL (afhankelijk van de laatst geselecteerde modus).
- Selecteer GROEN door kort op de [ID]-knop (2) te drukken.
- Nadat GROEN is geselecteerd, houd je de [ID]-knop (2) 3 seconden ingedrukt om de ontvangermodus te bevestigen.
- De status-LED zal overgaan naar wit en na enkele seconden overschakelen naar R00D (snel knipperend als er geen signaal aanwezig is).
- Het toestel staat nu in ontvangermodus.
VERBINDEN VAN ÉÉN OF MEER ONTVANGERS MET EEN ZENDER:
Om je ontvanger(s) te koppelen aan een specifieke zender:
A. Zorg ervoor dat de ontvangers die je wilt verbinden een status-LED (3) tonen van WIT, wat aangeeft dat ze niet gekoppeld zijn aan een andere zender.
B. Druk kort op de [ID]-knop (2) van de zender; zowel de zender (BLAUW) als de ontvangers (GROEN) zullen beginnen te knipperen op hun status-LEDs (3). (Als het al is verbonden, geeft een knipperend rood aan dat de zender niet werkt)
C. Wacht tot het knipperen stopt: de ontvangers zijn nu succesvol gekoppeld aan de zender.
D. Controleer de verbinding: druk opnieuw op de [ID]-knop (2) op de zender, en de status-LEDs (3) op alle gekoppelde ontvangers zullen knipperen. Ontvangers gekoppeld aan een andere zender zullen niet knipperen.
CONFIGURATIE VAN DE HYBRIDE TRANSCEIVER IN EASYLINK-MODUS:
• Houd de [ID]-knop (2) ingedrukt terwijl je de HYBRIDE TRANSCEIVER inschakelt.
- De status-LED (3) wordt kortstondig WIT en verandert dan in GROEN, BLAUW of GEEL (afhankelijk van de laatst geselecteerde modus).
- Selecteer Geel door kort op de [ID]-knop (2) te drukken.
- Nadat geel is geselecteerd, houd je de [ID]-knop (2) 3 seconden ingedrukt om de easylink-modus te bevestigen.
- De status-LED zal overgaan naar wit en vervolgens knippert hij en toont hij de universe kleur
- Nu kun je je universe-kleur selecteren door deze op de juiste kleur te zetten
| DMX Universe | Colour | DMX Channels |
| 1 | Red | 000 ~ 512 |
| 2 | Green | 000 - 512 |
| 3 | Yellow | 000 ~ 512 |
| 4 | Blue | 000 ~ 512 |
| 5 | Magenta | 000 ~ 512 |
| 6 | Cyan | 000 ~ 512 |
| 7 | White | 000 - 512 |
ONTKOPPELEN VAN ONTVANGERS VAN EEN DMX-UNIVERSUM:
Om alle ontvangers los te koppelen van een DMX-universum/zender:
- Druk ongeveer 3 seconden op de [ID]-knop (2) van de zender totdat de status-LED (3) rood wordt. De status-LED op de ontvanger(s) zal kortstondig WIT worden (losgekoppeld) en vervolgens overschakelen naar ROOD (geen signaal aanwezig).
- Na een korte pauze zal de status-LED (3) op de zender terugkeren naar WHITE.
- Om de ontvanger(s) opnieuw te verbinden, druk eenvoudig kort op de [ID]-knop (2) op de zender. De status-LED (3) op de ontvanger(s) zal opnieuw GROEN worden.
OM EEN INDIVIDUELE ONTVANGER LOS TE KOPPELEN VAN EEN DMX-UNIVERSUM/ZENDER:
Druk ongeveer 3 seconden op de [ID]-knop (2) van de ontvanger totdat de status-LED (3) WIT wordt.
Deze actie koppelt de ontvanger los van de zender (DMX-universum).
SICHERHEITSHINWEISE

Bedrijvenpark Twente Noord 18,