FS 94 - Grasmaaier STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FS 94 STIHL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over FS 94 STIHL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FS 94 - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FS 94 van het merk STIHL.
GEBRUIKSAANWIJZING FS 94 STIHL
Met betrekking tot deze handleiding 88
Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek 88
Vrijgegeven combinaties van zaaggarnituur,
beschermkap/aanslag, handgreep en draagstel 98
Vrijgegeven
aanbouwgereedschappen 99
Dubbele handgreep monteren 100
Beugelhandgreep monteren 101
Draagoog monteren 103
Snijgarnituur monteren 104
Brandstof 107
Tanken 108
Draagstel omdoen 109
Apparaat uitbalanceren 110
Motor starten/afzetten 111
Apparaat vervoeren 113
Gebruiksvoorschriften 114
Luchtfilter reinigen 115
Aandrijfmechanisme smeren 117
Apparaat opslaan 117
Metalen snijgarnituren slijpen 117
Onderhoud maaikop 118
Controle en onderhoud door de gebruiker 119
Controle en onderhoud door de
geautoriseerde dealer 119
STIHL
FS 94, FS 94 R
Onderhouds- en reinigingsvoorschriften 121
Slijtage minimaliseren en schade voorkomen 123
Belangrijke componenten 124
Reparatierichtlijnen 126
Milieuverantwoord afvoeren 127
EU-conformiteitsverklaring 127
Geachte cliënt(e),
Het doet ons veel genoegen dat u hebt gekozen voor een kwaliteitsproduct van de firma STIHL.
Dit product werd met moderne productiemethoden en onder uitgebreide kwaliteitscontroles gefabriceerd. Er is ons alles aan gelegen dat u tevreden bent met dit apparaat en er probleemloos mee kunt werken.
Wendt u zich met vragen over uw apparaat tot uw dealer of de importeur.
Met vriendelijke groet,

Dr. Nikolas Stihl
Op deze handleiding rust auteursrecht. Alle rechten blijven voorbehouden, vooral het recht op verspreiding, vertaling en verwerking met elektronische systemen.
Nederlands
Met betrekking tot deze handleiding
Symbolen
Symbolen die op het apparaat zijn aangebracht worden in deze handleiding toegelicht.
Afhankelijk van het apparaat en de uitrusting kunnen de volgende symbolen op het apparaat zijn aangebracht.

Benzinetank; brandstofmengsel van benzine en motorolie

Decompressieklep bedienen

Hand-benzinepomp

Hand-benzinepomp bedienen

Vettube

Geleiding aanzuiglucht: zomerstand

Geleiding aanzuiglucht: winterstand

Handgreepverwarming
Codering van tekstblokken
WAARSCHUWING
Waarschuwing voor kans op ongevallen en letsel voor personen alsmede voor zwaarwegende materiële schade.
LET OP
Waarschuwing voor beschadiging van het apparaat of afzonderlijke componenten.
Technische doorontwikkeling
STIHL werkt continu aan de verdere ontwikkeling van alle machines en apparaten; wijzigingen in de leveringsomvang qua vorm, techniek en uitrusting behouden wij ons daarom ook voor.
Aan gegevens en afbeeldingen in deze handleiding kunnen dan ook geen aanspraken worden ontleend.
Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek

Speciale veiligheidsmaatregelen zijn nodig bij het werken met dit motorapparaat, omdat er met een zeer hoog toerental van het snijgarnituur wordt gewerkt.

De gehele handleiding voor de eerste ingebruik-neming aandachtig doorlezen en voor later gebruik goed opbergen. Het niet in acht nemen van de handleiding kan levensgevaarlijk zijn.
De nationale veiligheidsvoorschriften, bijv. van beroepsgroepen, sociale instanties, arbeidsinspectie en andere in acht nemen.
Wie voor het eerst met het motorapparaat werkt: door de verkoper of door een andere deskundige laten uitleggen hoe men hiermee veilig kan werken – of deelnemen aan een cursus.
Minderjarigen mogen niet met het motorapparaat werken – behalve jongeren boven de 16 jaar, die onder toezicht leren met het apparaat te werken.
Kinderen, dieren en toeschouwers op afstand houden.
Als het motorapparaat niet wordt gebruikt, het apparaat zo neerleggen dat niemand in gevaar kan worden gebracht. Het motorapparaat zo opbergen dat onbevoegden er geen toegang toe hebben.
De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen die andere personen of hun eigendommen overkomen, resp. voor de gevaren waaraan deze worden blootgesteld.
Het motorapparaat alleen meegeven of uitlenen aan personen die met dit model en het gebruik ervan vertrouwd zijn – altijd de handleiding meegeven.
Het gebruik van geluid producerende motorapparaten kan door nationale en ook plaatselijke, lokale voorschriften tijdelijk worden beperkt.
Wie met het motorapparaat werkt moet goed uitgerust, gezond zijn en een goede lichamelijke conditie hebben.
Wie zich om gezondheidsredenen niet mag inspannen, moet zijn arts raadplegen of het werken met een motorapparaat mogelijk is.
Alleen voor dragers van een pacemaker: het ontstekingsmechanisme van dit apparaat genereert een zeer gering elektromagnetisch veld. Beïnvloeding van enkele typen pacemakers kan niet geheel worden uitgesloten. Ter voorkoming van gezondheidsrisico's adviseert STIHL de behandelend arts en de fabrikant van de pacemaker te raadplegen.
Na gebruik van alcohol, medicijnen die het reactievermogen beïnvloeden of drugs mag niet met het motorapparaat worden gewerkt.
Het motorapparaat – afhankelijk van het gemonteerde snijgarnituur – alleen gebruiken voor het maaien van gras of het knippen van wildgroei, struiken, struikgewas, bosschages, kleine bomen of dergelijke.
Voor andere doeleinden mag het motorapparaat niet worden gebruikt – kans op ongelukken!
Alleen die snijgarnituren of toebehoren monteren die door STIHL voor dit motorapparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderdelen. Bij vragen hierover contact opnemen met een geautoriseerde dealer. Alleen hoogwaardig gereedschap of toebehoren monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan het motorapparaat.
STIHL adviseert origineel STIHL gereedschap en toebehoren te monteren. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het product en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Geen wijzigingen aan het apparaat aanbrengen – uw veiligheid kan hierdoor in gevaar worden gebracht. Voor persoonlijke en materiële schade die door het gebruik van niet-vrijgegeven aanbouwapparaten wordt veroorzaakt is STIHL niet aansprakelijk.
De beschermkap van het motorapparaat kan de gebruiker niet tegen alle voorwerpen (stenen, glas, draad enz.) beschermen die door het snijgarnituur worden weggeslingerd. Deze voorwerpen kunnen ergens afketsen en vervolgens de gebruiker treffen.
Voor het reinigen van het apparaat geen hogedrukreiniger gebruiken. Door de harde waterstraal kunnen onderdelen van het apparaat worden beschadigd.
Kleding en uitrusting
De voorgeschreven kleding en uitrusting dragen.

De kleding moet doelmatig zijn en mag tijdens het werk niet hinderen. Nauwsluitende kleding – combipak, geen stofjas.
Geen kleding dragen waarmee men aan takken, struiken of de bewegende delen van het apparaat kan blijven haken. Ook geen sjaal, das en sieraden dragen. Lang haar zodanig in een knot dragen en beveiligen, dat het zich boven de schouders bevindt.

Veiligheidslaarzen met een stroeve, slipvrije zool en stalen neus dragen.
Alleen bij gebruik van maaikoppen zijn als alternatief stevige schoenen met stroeve, slipvrije zool toegestaan.

WAARSCHUWING

Om de kans op oogletsel te reduceren een nauw aansluitende veiligheidsbril volgens de norm EN 166 dragen. Erop letten dat de veiligheidsbril goed zit.
Een vizier dragen en erop letten dat deze goed zit. Een vizier alleen biedt onvoldoende bescherming voor de ogen.
"Persoonlijke" gehoorbescherming dragen – zoals bijv. oorkappen.
Veiligheidshelm dragen bij het opschonen, in hoog struikgewas en bij gevaar door vallende takken.
Nederlands

Robuuste werkhand- schoenen van slijtvast materiaal dragen (bijv. leer).
STIHL biedt een omvangrijk programma aan persoonlijke beschermuitrusting aan.
Motorapparaat vervoeren

Altijd de motor afzetten.
Het motorapparaat hangend aan de draagriem, of uitgebalanceerd aan de steel/maaiboom dragen.
Metalen snijgarnituren met behulp van een transportbeschermkap tegen onbedoeld contact beveiligen, ook bij het vervoer over korte afstanden – zie ook "Apparaat vervoeren".

Hete machineonderde- len en de aandrijfkop/het aandrijfmechanisme niet aanraken – kans op brandwonden!
In auto's: het motorapparaat zo beveiligen dat het niet kan omvallen, worden beschadigd en er ook geen benzine uit kan lopen
Tanken

Benzine is bijzonder licht ontvlambaar – uit de buurt blijven van open vuur – geen benzine morsen – niet roken.
Voor het tanken de motor afzetten.
Niet tanken zolang de motor nog heet is – de benzine kan overstromen – brandgevaar!
De tankdop voorzichtig losdraaien, zodat de heersende overdruk zich langzaam kan afbouwen en er geen benzine uit de tank kan spuiten.
Uitsluitend op een goed geventileerde plek tanken. Als er benzine werd gemorst, het motorapparaat direct schoonmaken – de kleding niet in aanraking laten komen met de benzine, anders direct andere kleding aantrekken.

Na het tanken de tankdop zo vast mogelijk aandraaien.
Hierdoor wordt het risico verkleind dat de tankdop door de motortrillingen losloopt en er benzine wegstroomt.
Op lekkages letten – als er benzine naar buiten stroomt, de motor niet starten – levensgevaar door verbranding!
Voor het starten
Het motorapparaat op technisch goede staat controleren – het desbetreffende hoofdstuk in de handleiding in acht nemen:
- Het brandstofsysteem op lekkage controleren, vooral de zichtbare onderdelen zoals bijv. de tankdop, slangaansluitingen, hand-benzinepomp (alleen bij motorapparaten met hand-benzinepomp). Bij lekkages of beschadiging de motor niet starten – brandgevaar! Het apparaat voor de ingebruikneming door een geautoriseerde dealer laten repareren
- De combinatie van snijgarnituur, beschermkap, handgreep en draagstel/draagriem moet zijn vrijgegeven, alle onderdelen correct gemonteerd
- De stopschakelaar/combischuif moet gemakkelijk kunnen worden bediend
- De draaiknop voor startgas, gashendelblokkering, gashendel en stelknop moeten gemakkelijk te verdraaien zijn – de gashendel moet automatisch terugveren in de stationaire stand. Vanuit de stand moet de draaiknop voor
het startgas bij het gelijktijdig indrukken van de gashendelblokkering en de gashendel terugveren in de werkstand I
- Bougiesteker op vastzitten controleren – bij een loszittende steker kunnen vonken ontstaan, hierdoor kan het vrijkomende benzine-luchtmengsel ontbranden – brandgevaar!
- Snijgarnituur of aanbouwgereedschap: correcte montage, staat en vastzitten
- Veiligheidsinrichtingen (bijv. beschermkap voor snijgarnituur, draaischotel) op beschadigingen, resp. slijtage controleren. Beschadigde onderdelen vervangen. Het apparaat niet met een beschadigde beschermkap of een versleten draaischotel (als het opschrift en de pijlen niet meer duidelijk zichtbaar zijn) gebruiken
- Geen wijzigingen aan de bedieningselementen en de veiligheidsinrichtingen aanbrengen
- De handgrepen moeten schoon en droog, olie- en vuilvrij zijn – belangrijk voor een veilige bediening van het motorapparaat
- De draagriem en de handgreep(-grepen) overeenkomstig de lichaamslengte instellen. Zie hiervoor het hoofdstuk "Draagstel omdoen" en "Motorapparaat uitbalanceren".
Het motorapparaat mag alleen in technisch goede staat worden gebruikt – kans op ongelukken!
Voor noodgevallen bij gebruik van draagriemen: Het snel neerleggen van het apparaat oefenen. Tijdens het oefenen het apparaat niet op de grond gooien, om beschadigingen te voorkomen.
Motor starten
Minstens op 3 m van de plek waar werd getankt – niet in een afgesloten ruimte.
Alleen op een vlakke ondergrond, een stabiele en veilige houding aannemen, het motorapparaat goed vasthouden – het snijgarnituur mag geen voorwerpen en ook de grond niet raken, omdat dit tijdens het starten kan meedraaien.
Het motorapparaat wordt slechts door één persoon bediend – geen andere personen binnen een straal van 15 m dulden – ook niet tijdens het starten – kans op letsel – door weggeslingerde voorwerpen!

Contact met het snijgarnituur voorkomen – kans op letsel!

De motor niet 'los uit de hand' starten – starten zoals in de handleiding staat beschreven. Het snijgarnituur draait nog even door nadat de gashendel wordt losgelaten – naloopeffect!
Stationair toerental controleren: het snijgarnituur moet bij stationair toerental – bij losgelaten gashendel – stilstaan.
Licht ontvlambare materialen (bijv. houtspanen, boomschors, droog gras, benzine) uit de buurt van de hete uitlaatgassen en de hete uitlaatdemper houden – brandgevaar!
Apparaat vasthouden en bedienen
Het motorapparaat altijd met beide handen op de handgrepen vasthouden.
Altijd voor een stabiele en veilige houding zorgen.
Bij uitvoeringen met dubbele handgreep

De rechterhand op de bedieningshandgreep, de linkerhand op de handgreep van de draagbeugel.
Bij uitvoeringen met beugelhandgreep

De linkerhand op de beugelhandgreep, de rechterhand op de bedieningshandgreep – geldt ook voor linkshandigen.
Nederlands
Tijdens de werkzaamheden
Altijd voor een stabiele en veilige houding zorgen.
Bij dreigend gevaar, resp. in geval van nood, direct de motor afzetten – de stopschakelaar/combischuif richting 0 drukken.

Binnen een brede straal van de plek waar wordt gewerkt kan door de weggeslingerde voorwerpen een kans op ongevallen ontstaan, daarom mogen er zich binnen een straal van 15 m geen andere personen ophouden. Deze afstand ook ten opzichte van andere objecten (auto's, ruiten) aanhouden – kans op materiële schade! Ook op een afstand van meer dan 15 m kan gevaar niet geheel worden uitgesloten.
Op een correct stationair toerental letten, zodat het snijgarnituur na het loslaten van de gashendel niet meer draait.
Regelmatig de instelling van het stationair toerental controleren, resp. corrigeren. Als het snijgarnituur bij stationair toerental toch meedraait, het stationair toerental door een geautoriseerde dealer laten repareren. STIHL adviseert de STIHL dealer.
Let op bij gladheid, regen, sneeuw, op hellingen, in oneffen terrein enz. – kans op uitglijden!
Op obstakels letten: Boomstronken, wortels – kans op struikelen!
Alleen staand op de grond werken, nooit op onstabiele plaatsen, nooit op een ladder of vanaf een hoogwerker.
Bij gebruik van gehoorbeschermers moet extra omzichtig en bedachtzaam worden gewerkt – omdat geluiden die op gevaar wijzen (schreeuwen, alarmsignalen e.d.) minder goed hoorbaar zijn.
Op tijd rustpauzes nemen om vermoeidheid en uitputting te voorkomen – kans op ongelukken!
Rustig en met overleg werken – alleen bij voldoende licht en goed zicht. Voorzichtig werken, anderen niet in gevaar brengen.

Het motorapparaat produceert giftige uitlaatgassen zodra de motor draait. Deze gassen kunnen geurloos en onzichtbaar zijn en onverbrande koolwaterstoffen en benzol bevatten. Nooit in afgesloten of slecht geventileerde ruimtes met het motorapparaat werken – ook niet met apparaten voorzien van katalysator.
Bij het werken in greppels, slenken of op plaatsen met weinig ruimte, steeds voor voldoende luchtventilatie zorgen – levensgevaar door vergiftiging!
Bij misselijkheid, hoofdpijn, gezichtsstoornissen (bijv. kleiner wordend blikveld), gehoorverlies, duizeligheid, afnemende concentratie,
de werkzaamheden direct onderbreken – deze symptomen kunnen onder andere worden veroorzaakt door een te hoge uitlaatgasconcentratie – kans op ongelukken!
Geluidsoverlast en uitlaatgasemissie zo veel mogelijk beperken – de motor niet onnodig laten draaien, alleen gas geven tijdens het werk.
Niet roken tijdens het gebruik en in de directe omgeving van het motorapparaat – brandgevaar! Uit het brandstofsysteem kunnen ontvlambare benzinedampen ontsnappen.
Tijdens het werk vrijkomend(e) stof, dampen en rook kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Bij sterke stof- of rookontwikkeling ademhalingsbescherming dragen.
Als het motorapparaat niet volgens voorschrift (bijv. door geweld van buitenaf, door stoten of vallen) werd uitgeschakeld, voor het opnieuw in gebruik nemen beslist controleren of dit in goede staat verkeert – zie ook "Voor het starten".
Vooral op lekkage van het brandstofsysteem en de goede werking van de veiligheidsinrichtingen letten. Motorapparaten die niet meer bedrijfszeker zijn, in geen geval verder gebruiken. In geval van twijfel contact opnemen met een geautoriseerde dealer.

Nooit zonder de op het apparaat en het snijgarnituur afgestemde beschermkap wer- ken – kans op letsel door wegge- slingerde voorwerpen!

Terrein controleren: vaste voorwerpen – stenen, metalen delen of iets dergelijks kunnen worden weggeslingerd – ook meer dan 15 m – kans op letsel! – En deze kunnen het snijgarnituur alsmede objecten (zoals bijv. geparkeerde auto's, ruiten) beschadigen (materiële schade).
In onoverzichtelijk, dicht begroeid terrein bijzonder voorzichtig te werk gaan.
Bij het maaien in hoog struikgewas, onder bosschages en heggen: werkhoogte met het snijgarnituur min. 15 cm – dieren niet in gevaar brengen.
Voor het achterlaten van het apparaat – motor afzetten.
Het snijgarnituur regelmatig, met korte tussenpozen en bij merkbare wijzigingen direct controleren:
- De motor afzetten, het apparaat stevig vasthouden, het snijgarnituur tot stilstand laten komen
-
Op goede staat en vastzitten controleren, op scheurvorming letten
-
Scherpte controleren
- Beschadigde of botte snijgarnituren direct vervangen, ook bij zeer kleine haarscheurtjes
Gras en takkenresten op de koppeling voor het snijgarnituur regelmatig verwijderen – verstoppingen ter hoogte van het snijgarnituur of de beschermkap verwijderen.
Voor het vervangen van het snijgarnituur de motor afzetten – kans op letsel!

De aandrijfkop/het aan- drijfmechanisme wordt tijdens het gebruik heet. De aandrijfkop/het aan- drijfmechanisme niet aanraken – kans op verbranding!
Beschadigde of gescheurde snijgarnituren niet meer gebruiken en niet repareren – bijv. door lassen of richten – wijziging van de vorm (onbalans).
Deeltjes of breukstukken kunnen loskomen en met hoge snelheid de gebruiker of derden treffen – ernstig letsel!
Gebruik van maaikoppen
Beschermkap snijgarnituur met de in de handleiding aangegeven aanbouwdelen aanvullen.
Alleen beschermkappen met volgens voorschrift gemonteerd mes monteren, zodat maaidraden op de toegestane lengte worden afgesneden.
Voor het nastellen van de maaidraad bij met de hand nastelbare maaikoppen beslist de motor afzetten – kans op letsel!
Verkeerd gebruik, met een te lange maaidraad, reduceert het motortoerental. Dit leidt, door het constant slippen van de koppeling, tot oververhitting en tot beschadiging van belangrijke delen (bijv. koppeling, en delen van de kunststof behuizing) – bijv. door het bij stationair toerental meedraaiende snijgarnituur – kans op letsel!
Gebruik van metalen snijgarnituren
STIHL adviseert originele metalen STIHL snijgarnituren te monteren. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het apparaat en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Metalen snijgarnituren draaien zeer snel. Hierbij ontstaan krachten die op het apparaat, het gereedschap zelf en op het maaigoed werken.
Metalen snijgarnituren moeten regelmatig volgens voorschrift worden geslepen.
Ongelijkmatig geslepen metalen snijgarnituren veroorzaken een onbalans die voor extreme belasting van het apparaat kan zorgen – kans op breuk!
Botte of verkeerd geslepen snijkanten kunnen leiden tot een hogere belasting van het metalen snijgarnituur – kans op letsel door gescheurde of gebroken delen!
Nederlands
Metalen snijgarnituren na ieder contact met harde voorwerpen (bijv. stenen, rotsblokken, metalen voorwerpen) controleren (bijv. op scheurtjes en vervorming). Bramen en andere zichtbare materiaalopeenhopingen moeten worden verwijderd, omdat zij bij verder gebruik op elk moment los zouden kunnen laten en worden weggeslingerd – kans op letsel!
Als een roterend metalen snijgarnituur contact maakt met een steen of een ander hard voorwerp, kan dit leiden tot vonkvorming, waardoor onder bepaalde omstandigheden licht ontvlambare stoffen vlam zouden kunnen vatten. Ook droge planten en struikgewas zijn licht ontvlambaar, vooral bij zeer warme en droge weersomstandigheden. Als er kans op brand aanwezig is, het metalen snijgarnituur niet in de buurt van licht ontvlambare stoffen, droge planten of struikgewas gebruiken. Uitdrukkelijk aan de voor het bosbeheer verantwoordelijke persoon vragen of er brandgevaar bestaat.
Voor het reduceren van de genoemde, tijdens het gebruik van metalen snijgarnituren optredende gevaren, mag het gebruikte metalen snijgarnituur in geen geval qua diameter te groot zijn. Het mag niet te zwaar zijn. Het moet van een kwalitatief goed materiaal zijn vervaardigd en een juiste geometrie (vorm, dikte) hebben.
Een niet door STIHL geproduceerd metalen snijgarnituur mag niet zwaarder, niet dikker zijn, geen andere vorm hebben en qua diameter niet groter zijn dan het grootste, voor dit motorapparaat vrijgegeven metalen STIHL snijgarnituur – kans op letseil!
Trillingen
Langdurig gebruik van het motorapparaat kan leiden tot door trillingen veroorzaakte doorbloedingsstoornissen aan de handen ("witte vingers").
Een algemeen geldende gebruiksduur kan niet worden vastgesteld, omdat deze van meerdere factoren afhankelijk is.
De gebruiksduur wordt verlengd door:
- Bescherming van de handen (warme handschoenen)
- Rustpauzes
De gebruiksduur wordt verkort door:
- Bijzondere persoonlijke aanleg voor slechte doorbloeding (kenmerk: vaak koude vingers, kriebelen)
- Lage buitentemperaturen
- De mate van kracht uitgeoefend door de handen (stevig beetpakken beïnvloedt de doorbloeding nadelig)
Bij regelmatig, langdurig gebruik van het apparaat en bij het herhaald optreden van de betreffende symptomen (bijv. vingers kriebelen) wordt een medisch onderzoek geadviseerd.
Onderhoud en reparaties
Het motorapparaat regelmatig onderhouden. Alleen die onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitvoeren die in de handleiding staan beschreven. Alle andere werkzaamheden laten uitvoeren door een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers nemen regelmatig deel aan scholingen en ontvangen Technische informaties.
Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan het apparaat. Bij vragen contact opnemen met een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het apparaat en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Bij reparatie-, onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd de motor afzetten en de bougiesteker lostrekken – kans op letsel door het onbedoeld starten van de motor! – Uitzondering: afstelling carburateur en stationair toerental.
De motor mag bij een losgetrokken bougiesteker of bij een losgedraaide bougie niet met behulp van het startmechanisme worden getornd – brandgevaar door ontstekingsvonken buiten de cilinder!
Het motorapparaat niet in de nabijheid van open vuur onderhouden en opslaan – brandgevaar door de brandstof!
De tankdop regelmatig op lekkage controleren.
Alleen in goede staat verkerende, door STIHL vrijgegeven bougies – zie "Technische gegevens" – monteren.
Bougiekabel controleren (goede isolatie, vaste aansluiting).
Controleer of de uitlaatdemper in een goede staat verkeert.
Niet met een defecte of zonder uitlaatdemper werken – brandgevaar! – Gehoorschade!
De hete uitlaatdemper niet aanraken – gevaar voor brandwonden!
De staat van de antivibratie-elementen beïnvloedt het trillingsgedrag – de antivibratie-elementen regelmatig controleren.
Symbolen op de beschermkappen
Een pijl op de beschermkap voor het snijgarnituur geeft de draairichting van het snijgarnituur aan.
Enkele van de volgende symbolen zijn aangebracht op de buitenzijde van de beschermkap en verwijzen naar de vrijgegeven combinatie snijgarnituur/beschermkap.

De beschermkap mag samen met maaikoppen worden gebruikt.

De beschermkap mag niet in combinatie met maaikoppen worden gebruikt.

De beschermkap mag samen met grassnijbla- den worden gebruikt.

De beschermkap mag niet in combinatie met grassnijbladen worden gebruikt.

De beschermkap mag samen met slagmessen worden gebruikt.

De beschermkap mag niet in combinatie met slagmessen worden gebruikt.

De beschermkap mag niet in combinatie met hakselmessen worden gebruikt.

De beschermkap mag niet in combinatie met cir-kelzaagbladen worden gebruikt.
Draagstel

- Draagstel gebruiken
- Het motorapparaat met draaiende motor aan de draagriem vasthaken
Grassnijbladen moeten in combinatie met een draagstel (enkele schouderriem) worden gebruikt!
Nederlands
Maaikop met maaidraad

Voor soepel 'maaigedrag' – voor nauwkeurig maaien, zelfs van onregelmatige grasranden rondom bomen, heiningpalen etc. – geringe beschadiging van de boomschors.
Tot de leveringsomvang van de maaikop behoort een bijlage. De maaikop alleen volgens de gegevens in de bijlage uitrusten met maaidraden.

WAARSCHUWING
De maaidraden niet vervangen door metaaldraad of andere soorten draden – kans op letsel!
Maaikop met kunststof messen – STIHL PolyCut
Voor het maaien van niet-afgezette grasvelden (zonder palen, omheiningen, bomen en vergelijkbare obstakels).
Op de slijtage-indicatoren letten!

Als van de maaikop PolyCut een van de markeringen aan de onderzijde is doorgebroken (pijl): de maaikop niet meer gebruiken en vervangen door een nieuwe! Kans op letsel door contact met de weggeslingerde gereedschapdelen!
Beslist de onderhoudsvoorschriften voor de maaikop PolyCut in acht nemen!
In plaats van met kunststof messen kan de maaikop PolyCut ook worden uitgerust met maaidraden.
Tot de leveringsomvang van de maaikop behoren de bijlagen. De maaikop alleen volgens de gegevens in de bijlagen uitrusten met kunststof messen of maaidraden.

WAARSCHUWING
In plaats van de maaidraad geen metaaldraad of ander draad gebruiken – kans op letsel!
Kans op terugslag bij metalen snijgarnituren

WAARSCHUWING

Bij gebruik van metalen snijgarnituren bestaat de kans op terugslag als het snijgarnituur een vast obstakel (boomstam, tak, boomstronk, steen of iets dergelijks) raakt. Het apparaat wordt hierbij teruggeslingerd – tegen de draairichting van het snijgarnituur in.

Er is een hogere kans op terugslag als het snijgarnituur in de zwarte sector een obstakel raakt.
Grassnijblad

Alleen voor gras en onkruid – met het apparaat net als met een zeis werken.

WAARSCHUWING
Bij onjuist gebruik kan het grassnijblad worden beschadigd – kans op letsel door weggeslingerde onderdelen!
Het grassnijblad, als het merkbaar bot is geworden volgens voorschrift slijpen.
Nederlands
Vrijgegeven combinaties van zaaggarnituur, beschermkap/aanslag, handgreep en draagstel
Snijgarnituur Beschermkap Handgreep Draagriem
1 ![]() | 2 ![]() | 11 ![]() | 15 ![]() | ![]() | ![]() |
![]() | ![]() | 16 17 | 19 | ||
![]() | 12 ![]() | ![]() | ![]() | ||
![]() | ![]() | 16 ![]() | ![]() | ||
![]() | 9 ![]() | 14 ![]() | ![]() | ||
| 10 | |||||
Toegestane combinaties
Afhankelijk van het snijgarnituur de juiste combinatie uit de tabel kiezen!

WAARSCHUWING
Om veiligheidsredenen mogen alleen snijgarnituren, beschermkappen, handgrepen en draagriemen uit dezelfde tabelregel worden gecombineerd. Andere combinaties zijn niet toegestaan – kans op ongelukken!
Snijgarnituren
Maaikoppen
1 STIHL SuperCut 20-2
2 STIHL AutoCut 25-2
3 STIHL AutoCut C 26-2
4 STIHL DuroCut 20-2
5 STIHL PolyCut 20-3
Metalen snijgarnituren
6 Grassnijblad 230-2 (Ø 230 mm)
7 Grassnijblad 260-2 (∅ 260 mm)
8 Grassnijblad 230-4 (∅ 230 mm)
9 Grassnijblad 230-8 (∅ 230 mm)
10 Grassnijblad 250-32 (∅ 250 mm)

WAARSCHUWING
Cirkelzaagbladen van een ander materiaal dan metaal zijn niet toegestaan.
Beschermkappen
11 Beschermkap voor maaikoppen
12 Beschermkap met
13 Schort en mes voor maaikoppen
14 Beschermkap zonder schort en mes voor metalen snijgarnituren
Handgrepen
15 Beugelhandgreep
16 Beugelhandgreep met
17 Beugel (loopbegrenzer)
18 Dubbele handgreep
Draagriemen
19 Enkele schouderriem kan worden gebruikt
20 Enkele schouderriem moet worden gebruikt
21 Dubbele schouderriem kan worden gebruikt
Vrijgegeven aanbouwgereedschappen
De volgende STIHL aanbouwgereedschappen mogen op het basismotorapparaat worden gemonteerd:
| Aanbouwgereedschap | Toepassing |
| RG1) | onkruidverwijderaar |
1) Voor apparaten met beugelhandgreep de beugel (loopbegrenzer) gebruiken
Nederlands
Dubbele handgreep monteren
Draagbeugel monteren

text_image
020BA063 KNDe bedieningshandgreep tussen het uitpakken van het apparaat en de montage van de draagbeugel niet om de langsas draaien.

text_image
1 2 3 4 5 6 7 A 1/191BA005- Draagbeugel (1) op de afstand (A) van ca. 40 cm (15 inch) voor het motorcarter op de steel/maaiboom (2) bevestigen
- Klembeugel (3) en de handgreepsteun (4) op de steel/maaiboom (2) plaatsen

text_image
5 1 B 1191BA006- Draagbeugel (1) zo in de handgreepsteun plaatsen, dat de afstand (B) niet meer dan 15 cm (6 inch) bedraagt – hierbij moet de rubberhandgreep (5) zich links bevinden (gezien vanaf de motor naar de draagbeugel)
- Klembeugel (6) op de handgreepsteun plaatsen
- Bouten (7) door de boringen van de onderdelen steken en tot aan de aanslag in de klembeugel (3) draaien
- Draagbeugel uitlijnen
- Bouten vastdraaien
Bedieningshandgreep monteren

text_image
2 3 1 4 6 5 6 0208BA10 KN- Bout (1) losdraaien – de moer (2) blijft achter in de bedieningshandgreep (3)
- De bedieningshandgreep met de gashendel (4) naar de aandrijfkop gericht op het uiteinde van de draagbeugel (5) schuiven tot de boringen (6) in lijn liggen
● Bout (1) aanbrengen en vastdraaien
Gaskabel bevestigen

LET OP
De gaskabel niet knikken of in een scherpe bocht leggen – de gaskabel moet goed gangbaar zijn!

text_image
1 2 1 2 1 191BA007● Gaskabelhouder (2) en gaskabel (1) op de steel/maaiboom plaatsen
● Gaskabelhouder (2) samendrukken. De gaskabelhouder (2) klikt hoorbaar vast
Gaskabel afstellen
- Afstelling van de gaskabel controleren – zie "Controle en onderhoud door de gebruiker"
Beugelhandgreep monteren
Beugel gebruiken

Afhankelijk van het gemonteerde snijgarnituur – zie "Vrijgegeven combinaties van snijgarnituur, beschermkap, handgreep en draagstel" – moet op de beugelhandgreep een beugel worden gemonteerd die als loopbegrenzer dient.
De beugel wordt met het apparaat meegeleverd of is als speciaal toebehoren leverbaar.
Nederlands
Beugelhandgreep met beugel monteren

text_image
2 1 1 002BA098 KN- Vierkante moeren (1) in de beugel (2) steken – en de boringen met elkaar in lijn brengen

text_image
4 2 3 5 6 7 002BA099.KN- Klem (3) in de beugelhandgreep (4) plaatsen en samen op de steel/maaiboom (5) aanbrengen
● Klem (6) aanbrengen - Beugel (2) aanbrengen – op de montagestand letten!
● Boringen met elkaar in lijn brengen - Bouten (7) in de boringen steken – en in de beugel draaien tot ze aanliggen
- Verder bij "Beugelhandgreep bevestigen"
Beugelhandgreep zonder beugel
monteren

text_image
7 8 7 8 4 3 5 6 1 002BA614 KN- Klem (3) in de beugelhandgreep (4) plaatsen en samen op de steel/maaiboom (5) aanbrengen
- Klem (6) aanbrengen
● Boringen met elkaar in lijn brengen - Ring (8) op de bout (7) plaatsen en deze weer in de boring steken, hierop de vierkante moer (1) draaien – tot deze aanligt
- Verder bij "Beugelhandgreep bevestigen"
Beugelhandgreep uitlijnen en bevestigen

text_image
A 4 002BA570 KNDoor het wijzigen van de afstand (A) kan de beugelhandgreep in de voor de gebruiker en de toepassing meest gunstige stand worden geplaatst.
Advies: afstand (A) ca. 30 cm (12 inch)
- De beugelhandgreep in de gewenste stand schuiven
- Beugelhandgreep (4) uitlijnen
- De bouten zo vast aandraaien, dat de beugelhandgreep niet meer om de steel/maaiboom kan worden verdraaid – als er geen beugel is gemonteerd: indien nodig de moeren borgen
Draagoog monteren
Kunststof uitvoering

text_image
1 002BA529 KNStand van het draagoog: zie "Belangrijke componenten".
- Draagoog (1) op de steel/maaiboom plaatsen en over de steel/maaiboom drukken
● M5-moer in de zeskantopname van het draagoog aanbrengen
● Bout M5x14 aanbrengen - Draagoog uitlijnen
- Bout vastdraaien
1 Beschermkap voor maaigarnituren
2 Beschermkap voor maaikoppen
De beschermkappen (1) en (2) worden op dezelfde wijze op de aandrijfkop bevestigd.
- Beschermkap op de maaikop leggen
● Bouten (3) aanbrengen en vastdraaien
Nederlands
Schort en mes monteren

WAARSCHUWING
Kans op letsel door weggeslingerde voorwerpen en contact met het snijgarnituur. Het schort en het mes moeten bij het gebruik van maaikoppen altijd in de beschermkap (1) worden gemonteerd.
Schort monteren

- De geleidegroef van het schort zover op de lijst van de beschermkap schuiven tot deze vastklikt
Schort verwijderen

text_image
2. 1. 002BA646 KN- Met de doorslag in de boring van het schort drukken en gelijktijdig met de doorslag het schort iets naar links schuiven
- Het schort naar beneden toe geheel van de beschermkap trekken
Mes monteren

text_image
002BA638 KN- Mes in de geleidegroef van het schort schuiven
- Bout aanbrengen en vastdraaien
Snijgarnituur monteren
Motorapparaat neerleggen

- Motor afzetten
- Het motorapparaat zo neerleggen dat de koppeling voor het snijgarnituur naar boven is gericht
Bevestigingsonderdelen voor snijgarnituren
Afhankelijk van het snijgarnituur waarmee uw apparaat werd uitgeleverd, kan ook de leveringsomvang van bevestigingsonderdelen voor het snijgarnituur verschillend zijn.
Leveringsomvang met bevestigingsonderdelen
Er kunnen maaikoppen en metalen snijgarnituren worden gemonteerd.

text_image
3 4 5 1 2 002BA164 KNHiervoor zijn, afhankelijk van de uitvoering van het snijgarnituur, een extra moer (3), draaischotel (4) en drukring (5) nodig.
De onderdelen maken deel uit van de onderdelenset die samen met het apparaat wordt geleverd en zijn als speciaal toebehoren leverbaar.
Transportbeveiliging verwijderen
Leveringsomvang zonder bevestigingsonderdelen

text_image
2 002BA266 KNEr kunnen alleen maaikoppen worden gemonteerd die direct op de as (2) worden bevestigd.
As blokkeren

text_image
2 7 6 6 002BA330 KNVoor het monteren en demonteren van snijgarnituren moet de as (2) met behulp van de blokkeerpen (6) of de haakse schroevendraaier (6) worden geblokkeerd. De onderdelen maken deel uit van de leveringsomvang en zijn als speciaal toebehoren leverbaar.
- Blokkeerpen (6) of de haakse schroevendraaier (6) tot aan de aanslag in de boring (7) van de aandrijfkop/het aandrijfmechanisme schuiven – iets aandrukken
- As, moer of snijgarnituur verdraaien tot de blokkeerpen in de boring valt en de as wordt geblokkeerd
Bevestigingsonderdelen verwijderen

text_image
1 2 3 4 5 271BA057 KN- As blokkeren
- Met behulp van de combisleutel (1) de moer (2) rechtsom (linkse schroefdraad) losdraaien en wegnemen
● Drukring (3) van de as (4) trekken, de drukschotel (5) niet wegnemen
Snijgarnituur monteren

WAARSCHUWING
De bij het snijgarnituur passende beschermkap monteren – zie "Beschermkap monteren".
Nederlands
Maaikop met schroefdraadaansluiting monteren
De bijlage voor de maaikop goed bewaren.

text_image
1 002BA385 KN- De maaikop linksom tot aan de aanslag op de as (1) schroeven
- As blokkeren
● Maaikop vastdraaien

LET OP
Het gereedschap voor het blokkeren van de as weer lostrekken.
Maaikop verwijderen
- As blokkeren
- De maaikop rechtsom draaien
Metalen snijgarnituur monteren
Het bijlageblad en de verpakking voor het metalen snijgarnituur goed bewaren.

WAARSCHUWING
Veiligheidshandschoenen aantrekken – kans op letsel door de scherpe snijkanten.
Altijd slechts één metalen snijgarnituur monteren!
Snijgarnituur op de juiste wijze aanbrengen

Bij de grassnijbladen (1) en (2) kunnen de snijkanten in een willekeurige richting wijzen – deze snijgarnituren regelmatig omkeren om eenzijdige slijtage te voorkomen.
Bij het grassnijblad (3) moeten de snijkanten naar rechts zijn gericht.

WAARSCHUWING
Op de pijl voor de draairichting aan de binnenzijde van de beschermkap letten.

text_image
9 7 6 8 4 5 681BA051 KN● Snijgarnituur (4) op de drukschotel (5) leggen

WAARSCHUWING
De kraag (pijl) moet in de boring van het snijgarnituur vallen.
Snijgarnituur bevestigen
- Drukring (6) aanbrengen – bolle zijde naar boven gericht
- Draaischotel (7) aanbrengen
● As (8) blokkeren - Moer (9) linksom op de as schroeven en vastdraaien

WAARSCHUWING
Een te gemakkelijk draaiende moer vervangen.

LET OP
Het gereedschap voor het blokkeren van de as weer lostrekken.
Metalen snijgarnituur demonteren

WAARSCHUWING
Veiligheidshandschoenen aantrekken – kans op letsel door de scherpe snijkanten.
- As blokkeren
- De moer rechtsom losdraaien
- Het snijgarnituur en de bevestigingsonderdelen hiervan van de aandrijfkop trekken – hierbij de drukschotel (5) niet wegnemen
Brandstof
De motor draait op een brandstofmengsel van benzine en motorolie.

WAARSCHUWING
Direct huidcontact met benzine en het inademen van benzinedampen voorkomen.
STIHL MotoMix
STIHL adviseert het gebruik van STIHL MotoMix. Dit kant-en-klare brandstofmengsel bevat geen benzol, is loodvrij, kenmerkt zich door een hoog octaangetal en biedt altijd de juiste mengverhouding.
STIHL MotoMix is voor de langst mogelijke levensduur van de motor gemengd met STIHL tweetaktmotorolie HP Ultra.
MotoMix is niet in alle exportlanden leverbaar.
Brandstof mengen

LET OP
Brandstoffen die niet geschikt zijn of met een afwijkende mengverhouding kunnen leiden tot ernstige schade aan de motor. Benzine of motorolie van een mindere kwaliteit kunnen de motor, keerringen, leidingen en benzinetank beschadigen.
Benzine
Alleen benzine van een gerenommeerd merk met een octaangetal van minimaal 90 RON tanken – loodvrij of loodhoudend.
Benzine met een alcoholpercentage van meer dan 10% kan bij motoren met handmatig instelbare carburateurs storingen veroorzaken, daarom mag deze benzine voor deze motoren niet worden gebruikt.
Motoren met M-Tronic leveren met benzine met een alcoholpercentage tot 25% (E25) het volle motorvermogen.
Motorolie
Als brandstof zelf wordt gemengd mag alleen een STIHL tweetaktmotorolie of een andere hoogwaardige motorolie van de klasse JASO FB, JASO FC, JASO FD, ISO-L-EGB, ISO-L-EGC of ISO-L-EGD worden gebruikt.
STIHL schrijft de tweetaktmotorolie STIHL HP Ultra of een gelijkwaardige hoogwaardige motorolie voor om de emissiegrenswaarden gedurende de machinelevensduur te kunnen waarborgen.
Mengverhouding
Bij STIHL tweetaktmotorolie 1:50; 1:50 = 1 deel olie + 50 delen benzine
Voorbeelden
Hoeveelheid STIHL tweetaktolie 1:50 benzine
Liter Liter (ml)
1 0,02 (20)
5 0,10 (100)
10 0,20 (200)
Nederlands
Hoeveelheid STIHL tweetaktolie 1:50 benzine
Liter Liter (ml)
15 0,30 (300)
20 0,40 (400)
25 0,50 (500)
- In een voor benzine vrijgegeven jerrycan eerst motorolie bijvullen en vervolgens benzine en goed mengen
Brandstofmengsel opslaan
Benzine alleen bewaren in voor benzine vrijgegeven jerrycans op een veilige, droge en koele plaats, beschermd tegen licht en zonnestralen.
Het brandstofmengsel veroudert – alleen de hoeveelheid die nodig is voor enkele weken mengen. Het brandstofmengsel niet langer dan 30 dagen bewaren. Door de inwerking van licht, zon, lage of hoge temperaturen kan het brandstofmengsel sneller onbruikbaar worden.
STIHL MotoMix kan echter tot zo'n 2 jaar probleemloos worden bewaard.
- De jerrycan met brandstofmengsel voor het tanken goed schudden

WAARSCHUWING
In de jerrycan kan zich druk opbouwen – de dop voorzichtig losdraaien.
- De benzinetank en de jerrycan regelmatig grondig reinigen
De restbrandstof en de voor de reiniging gebruikte vloeistof volgens voorschrift en milieubewust opslaan en afvoeren!
Tanken
Benzinetankdop

Bij het tanken in oneffen terrein de tankdop altijd hellingopwaarts plaatsen.
- Op vlak terrein het apparaat zo neerzetten, dat de tankdop naar boven is gericht
- De tankdop en de omgeving ervan voor het tanken reinigen zodat er geen vuil in de tank valt
Tankdop opendraaien

- Tankdop linksom draaien tot deze van de tankopening kan worden genomen
- Tankdop wegnemen
Tanken
Bij het tanken geen benzine morsen en de tank niet tot aan de rand vullen.
STIHL adviseert het STIHL vulsysteem voor brandstof (speciaal toebehoren).
- Tanken
Tankdop dichtdraaien

- Tankdop aanbrengen
- Tankdop tot aan de aanslag rechtsom draaien en met de hand zo vast mogelijk aandraaien
Draagstel omdoen
Type en uitvoering van het draagstel zijn afhankelijk van het exportland.
Gebruik van het draagstel – zie "Vrijgegeven combinaties van snijgarnituur, beschermkap, handgreep en draagstel".
Enkele schouderriem

text_image
1 2 1191BA012 KN● Enkele schouderriem (1) omdoen
- De riemlengte zo afstellen dat de karabijnhaak (2) ongeveer een handbreedte onder de rechterheup ligt
- Apparaat uitbalanceren
Dubbele schouderriem

text_image
1 2 1191BA013 KN- Dubbele schouderriem (1) omdoen
- De riemlengte zo afstellen dat de karabijnhaak (2) ongeveer een handbreedte onder de rechterheup ligt
- Apparaat uitbalanceren
Het apparaat vasthaken aan het draagstel

text_image
1 2 1 2 2 1 2 002BA660.KNType en uitvoering van het draagstel en de karabijnhaak zijn afhankelijk van het exportland.
- Karabijnhaak (1) in het draagoog (2) op de steel/maaiboom vasthaken
Nederlands
Het apparaat bij het draagstel loshaken

text_image
1 2 1 2 1 2 002BA661 KN- De lip op de karabijnhaak (1) indrukken en het draagoog (2) uit de haak trekken
Snel afdoen

WAARSCHUWING
Bij naderend gevaar moet het apparaat snel op de grond kunnen worden geplaatst. Het snel neerleggen van het apparaat oefenen. Tijdens het oefenen het apparaat niet op de grond gooien, om beschadigingen te voorkomen.
Voor het afdoen het snel loshaken van het apparaat op de karabijnhaak oefenen – hierbij handelen zoals staat beschreven in "Apparaat bij het draagstel loshaken".
Als een enkele schouderriem wordt gebruikt: het van de schouder trekken van het draagstel oefenen.
Als een dubbele schouderriem wordt gebruikt: bij de dubbele schouderriem het snel openen van de slotplaat en het van de schouders trekken van het draagstel oefenen.
Apparaat uitbalanceren
Apparaat uitbalanceren
Afhankelijk van het gemonteerde snijgarnituur wordt het apparaat op verschillende manieren uitgebalanceerd.
Als aan de onder "Pendelstanden" vermelde voorwaarden is voldaan, de volgende handelingen uitvoeren:

text_image
2 1 002BA662 KN● Bout (1) losdraaien
● Draagoog (2) verschuiven
● De bout handvast draaien
- Het apparaat laten uitpendelen
- Pendelstand controleren
Pendelstanden

text_image
002BA388 KNMaaigarnituren zoals maaikoppen, grassnijbladen en slagmessen
- moeten net de grond raken
Als de juiste pendelstand is bereikt: - De bout op het draagoog vastdraaien
Motor starten/afzetten
Bedieningselementen

text_image
0208BA066 KN 1 2 3 4 STOP1 Gashendelblokkering
2 Gashendel
3 Stopschakelaar – met de werkstand en stopstand. Voor het uitschakelen van het contact moet de stopschakelaar (_) worden ingedrukt – zie "Werking van de stopschakelaar en het contact"
4 Stelknop – voor de begrenzing van de gashendelslag – zie "Werking van de stelknop"
Werking van de stopschakelaar en het contact
Zodra de stopschakelaar wordt ingedrukt, wordt het contact uitgeschakeld en de motor afgezet. Na
het loslaten veert de stopschakelaar automatisch weer in de stand Bedrijf terug: Nadat de motor stilstaat, wordt in de stand Bedrijf het contact weer automatisch ingeschakeld – de motor is startklaar en kan worden gestart.
Werking van de stelknop

text_image
4 0208BA067 KNMet behulp van de stelknop (4) kan de gashendelslag en daarmee het motortoerental traploos tussen stationair en vol gas worden ingesteld:
- Stelknop (4) in de richting – draaien: de gashendelslag wordt korter, het ingestelde maximum motortoerental wordt lager
- Stelknop (4) in de richting + draaien: de gashendelslag wordt langer, het ingestelde maximum motortoerental wordt hoger
- Door het krachtig indrukken van de gashendel kan, ondanks een ingestelde begrenzing, vol gas worden gegeven – hierbij blijft de ingestelde begrenzing behouden – na het loslaten van de gashendel wordt teruggekeerd naar het vooringestelde bereik
Nederlands
Motor starten

text_image
STIHL 5 0000-GX-6224-A0- Balg (5) van de hand-benzinepomp ten minste 5 maal indrukken – ook als de balg met benzine is gevuld
Koude motor (koude start)

text_image
1. N 2. 6 0000-GXX-5175-A0- Draaiknop voor startgas (6) verdraaien en dan in stand indrukken
Deze instelling geldt ook als de motor reeds heeft gedraaid, maar nog koud is.
- Stelknop tot aan de aanslag in de richting + draaien
Warme motor (warme start)
- De draaiknop voor startgas (6) blijft in stand I
Starten

- Het apparaat zo op de grond plaatsen dat het stabiel ligt: de steun op de motor en de beschermkap voor het snijgarnituur vormen de ondersteuning.
- indien gemonteerd: transportbeschermkap bij het snijgarnituur verwijderen
Het snijgarnituur mag noch de grond noch enig ander voorwerp raken – kans op ongevallen!
- Een veilige houding aannemen – mogelijkheden: staand, gebukt of knielend
- Het apparaat met de linkerhand stevig op de grond drukken – hierbij noch de gashendel, de gashendelblokkering, noch de stopschakelaar aanraken
LET OP
De voet of de knie niet op de steel/maaiboom plaatsen!

● Met de rechterhand de starthandgreep vastpakken
Uitvoering zonder ErgoStart
- De starthandgreep langzaam tot aan de eerst voelbare aanslag uittrekken en vervolgens snel en krachtig doortrekken
Uitvoering met ErgoStart (uitvoering C-E)
- Starthandgreep langzaam en gelijkmatig uittrekken
LET OP
Het koord niet tot aan het koorduiteinde uit de boring trekken – kans op breuk!
- De starchandgreep niet terug laten schieten – maar laten vieren zodat het startkoord correct kan worden opgerold
- Verder starten tot de motor draait
Zodra de motor draait
Bij temperaturen beneden + 10 °C
Het apparaat in stand ⚡ minimaal 10 seconden laten warmdraaien.
Bij temperaturen boven + 10 °C
Het apparaat in stand 7 ca. 5 seconden laten warmdraaien.

text_image
1191BA016 KN- Gashendelblokkering indrukken en gas geven – de draaiknop voor het startgas springt in de werkstand I
Na een koude start de motor door enkele keren gas geven warmdraaien.
! WAARSCHUWING
Bij een correct afgestelde carburateur mag het snijgarnituur bij stationair toerental niet meedraaien!
Het apparaat is klaar voor gebruik.
Motor afzetten
- De stopschakelaar indrukken – de motor stopt – de stopschakelaar loslaten – de stopschakelaar veert terug
Verdere aanwijzingen met betrekking tot het starten
De motor slaat in de koudestartstand af.
- Gashendelblokkering indrukken en gas geven – de draaiknop voor het startgas springt in de werkstand I
● Vervolgens in stand I verder starten tot de motor draait
De in de koudestartstand draaiende motor slaat bij het accelereren af.
● Vervolgens in de koudestartstand √ verder starten tot de motor draait
De motor slaat niet aan
● Controleren of alle bedieningselementen correct zijn afgesteld
● Controleren of de tank met benzine is gevuld, zo nodig tanken
● Controleren of de bougiesteker stevig op de bougie is gedrukt
- Startprocedure herhalen
- De chokeknop in stand I plaatsen – verder starten tot de motor draait
Alle benzine werd verbruikt
- Na het tanken de balg van de hand-benzinepomp ten minste 5-maal indrukken – ook als de balg met benzine is gevuld
- Draaiknop voor startgas afhankelijk van de motortemperatuur instellen
● Motor opnieuw starten
Apparaat vervoeren
Transportbeschermkap gebruiken
Het type transportbeschermkap is afhankelijk van het type metalen snijgarnituur dat behoort tot de leveringsomvang van het motorapparaat. Transportbeschermkappen zijn ook als speciaal toebehoren leverbaar.
Grassnijbladen 230 mm

Grassnijbladen tot 260 mm

- Spanbeugel op de transportbeschermkap loshaken
- Spanbeugel naar buiten zwenken

- Transportbeschermkap vanaf de onderzijde op het snijgarnituur plaatsen

text_image
681BA311 KN 1. 2.- Spanbeugel op de transportbeschermkap vasthaken
- Spanbeugel naar binnen zwenken
Gebruiksvoorschriften
Gedurende de eerste bedrijfsuren
Het nieuwe apparaat tot aan de derde tankvulling niet onbelast met hoge toerentallen laten draaien, om te voorkomen dat er tijdens de inloopfase extra belasting optreedt. Gedurende de inloopfase moeten de bewegende delen op elkaar inlopen – in de motor heerst een verhoogde wrijvingsweerstand. De motor levert zijn maximale vermogen pas na 5 tot 15 tankvullingen.
Tijdens de werkzaamheden
De motor nog even stationair laten draaien als hij voordien lange tijd onder vollast heeft gedraaid, tot de meeste warmte door de koelluchtstroom is afgevoerd. Dit om te voorkomen dat de componenten op de motor (ontstekingssysteem, carburateur) door warmteophoping te zwaar worden belast.
Na het werk
Als het werk even wordt onderbroken: de motor laten afkoelen. Het apparaat met lege benzinetank op een droge plaats, niet in de buurt van ontstekingsbronnen, opbergen tot het moment dat het apparaat weer wordt gebruikt. Bij langdurige stilstand – zie "Apparaat opslaan".
Luchtfilter reinigen
Als het motorvermogen merkbaar afneemt

text_image
1 2 3 0208BA034 KN- Draaiknop voor startgas (1) in stand plaatsen
● Bout (2) in filterdeksel (3) linksom draaien, tot het deksel los zit
● Filterdeksel (3) wegnemen - Het grove vuil rondom het filter verwijderen

text_image
5 4 0208BA035 KN- Via de uitsparing (4) in het filterhuis het vilten filter (5) wegnemen
- Vilten filter (5) vervangen – als tijdelijke maatregel uitkloppen of uitblazen – niet uitwassen
LET OP
Beschadigde onderdelen vervangen!
- Het vilten filter (5) correct in het filterhuis plaatsen
- Draaiknop voor startgas (1) in stand plaatsen
- Filterdeksel (3) aanbrengen – hierbij de bout (2) niet scheef drukken – de bout in de boring draaien
De carburateur van het apparaat is af fabriek zo afgesteld dat de motor onder alle bedrijfsomstandigheden wordt voorzien van een optimaal benzine-luchtmengsel.
Stationair toerental instellen
Motor slaat bij stationair toerental af
- Aanslagschroef stationair toerental (LA) langzaam rechtsom draaien tot de motor gelijkmatig draait
Het snijgarnituur draait bij stationair toerental mee - Aanslagschroef stationair toerental (LA) langzaam linksom draaien tot het snijgarnituur niet meer meedraait
! WAARSCHUWING
Als het snijgarnituur na de uitgevoerde afstelling bij stationair toerental niet stil blijft staan, het motorapparaat door een geautoriseerde dealer laten repareren.
Nederlands
Bougie
- Bij onvoldoende motorvermogen, slecht starten of onregelmatig stationair toerental eerst de bougie controleren.
- Na ca. 100 bedrijfsuren de bougie vervangen – bij sterk ingebrande elektroden reeds eerder – alleen door STIHL vrijgegeven, ontstoorde bougies gebruiken – zie "Technische gegevens"
Bougie uitbouwen

text_image
1 2 0208BA037 KN● Bout (1) in de kap (2) zover verdraaien tot de kap kan worden weggenomen
- Kap neerleggen

text_image
3 0208BBA038 KN● Bougiesteker (3) lostrekken
- De bougie losdraaien
Bougie controleren

text_image
000BA039 KN A● Vervuilde bougie reinigen
- Elektrodeafstand (A) controleren en zo nodig afstellen, waarde voor elektrodeafstand – zie "Technische gegevens"
- Oorzaken van de vervuiling van de bougie opheffen
Mogelijke oorzaken zijn:
- Te veel motorolie in de benzine
- Vervuild luchtfilter
- Ongunstige bedrijfsomstandigheden

text_image
000BA045 KNWAARSCHUWING
Bij een niet vastgedraaide of ontbrekende aansluitmoer (1) kunnen vonken worden gevormd. Als in een licht brandbare of explosieve omgeving wordt gewerkt, kunnen brand of
explosies ontstaan. Personen kunnen ernstig letsel oplopen of er kan materiële schade ontstaan.
- Ontstoorde bougies met een vaste aansluitmoer monteren
Bougie monteren
- Bougie aanbrengen en vastdraaien
- Bougiestekker vast op de bougie drukken

text_image
1 2 0208BA039 KN● Kap (1) aanbrengen, de bout (2) aanbrengen en vastdraaien
Aandrijfmechanisme smeren

text_image
1 2 0000-GXX-0538-A0Het tandwielvet elke 25 bedrijfsuren controleren en indien nodig smeren:
- Afsluitplug (1) losdraaien
- Als er aan de binnenzijde van de afsluitplug (1) geen vet zichtbaar is: tube (2) met STIHL tandwielvet (speciaal toebehoren) in de boring schroeven
- Maximaal 5 g (1/5 oz.) tandwielvet uit de tube (2) in de aandrijfkop/het aandrijfmechanisme drukken

LET OP
De aandrijfkop/het aandrijfmechanisme niet geheel met vet vullen.
- Tube (2) losdraaien
- De afsluitplug (1) aanbrengen en vastdraaien
Apparaat opslaan Metalen snijgarnituren slijpen
Bij buitengebruikstelling vanaf ca. 3 maanden
- De benzinetank op een goed geventileerde plaats aftappen en reinigen
- De brandstof volgens de voorschriften en milieuwetgeving opslaan
- De motor laten draaien tot hij uit zichzelf afslaat, als dit wordt nagelaten kunnen de carburateurmembranen vastplakken!
- Snijgarnituur demonteren, schoonmaken en controleren. Metalen snijgarnituren insmeren met conserveringsolie.
- Het apparaat grondig reinigen
● Luchtfilter reinigen -
Het apparaat op een droge en veilige plaats opbergen – tegen gebruik door onbevoegden (bijv. kinderen) beschermen
-
Snijgarnituren bij een geringe slijtage met een aanscherpvijl "speciaal toebehoren" – bij sterke slijtage en groeven, met behulp van een slijpapparaat slijpen of dit door een geautoriseerde dealer laten uitvoeren – STIHL adviseert de STIHL dealer
- Regelmatig slijpen, weinig materiaal wegnemen: voor het gebruikelijke aanscherpen zijn meestal twee tot drie vijlstreken voldoende

text_image
1 1 1 2 2 2 002BA113 KN- Mesvleugel (1) gelijkmatig slijpen – de omtrek van het hart (2) niet wijzigen
Meer aanwijzingen met betrekking tot het slijpen staan op de verpakking van het snijgarnituur. Daarom de verpakking bewaren.
Uitbalanceren
- Ca. 5-maal aanscherpen, hierna het snijgarnituur met behulp van het STIHL balanceerapparaat "speciaal toebehoren" op onbalans controleren en uitbalanceren of dit
Nederlands
door een geautoriseerde dealer laten uitvoeren – STIHL adviseert de STIHL dealer
Onderhoud maaikop
Motorapparaat neerleggen

N Motor afzetten
N Het motorapparaat zo neerleggen
dat de koppeling voor het
snijgarnituur naar boven is gericht
Maaidraad vervangen
Voor het vervangen van de maaidraad de maaikop beslist op slijtage controleren.
! WAARSCHUWING
Als er sterke slijtagesporen zichtbaar zijn, moet de maaikop compleet worden vervangen.
De maaidraden worden in het vervolg kortweg "draden" genoemd.
Tot de leveringsomvang van de maaikop behoort een handleiding met afbeeldingen die laat zien hoe de draden worden vervangen. Daarom de handleiding voor de maaikop goed bewaren.
N Indien nodig de maaikop uitbouwen
Maaidraad bijstellen
STIHL SuperCut
De draad wordt automatisch op de juiste lengte afgesteld als de draad minimaal 6 cm (2 1/2 inch) lang is – door het mes op de beschermkap worden te lange draden op de optimale lengte afgesneden.
STIHL AutoCut
N Het apparaat met draaiende motor boven een grasveld houden – de maaikop moet hierbij draaien
N De maaikop op de grond tippen – de draden worden bijgesteld en door het mes op de beschermkap op de optimale lengte afgesneden
Steeds nadat met de maaikop op de grond wordt getipt wordt de draad bijgesteld. Daarom tijdens de werkzaamheden de maaiprestaties van de maaikop observeren. Als met de maaikop te vaak op de grond wordt getipt, worden ongebruikte stukken van de maaidraad door het mes afgesneden.
De draadlengte wordt alleen bijgesteld als de beide draaduiteinden ten minste nog 2,5 cm (1 inch) lang zijn.
Maaidraden vervangen
STIHL PolyCut
In de maaikop PolyCut kunnen in plaats van messen ook afgekorte draden worden gehaakt.
Voordat de maaikop met de hand wordt voorzien van maaidraad de motor beslist afzetten – anders is er kans op letsel!
- De maaikop aan de hand van de meegeleverde handleiding voorzien van de op maat afgekorte draad
Mes vervangen
STIHL PolyCut
Voor het vervangen van de messen de maaikop beslist op slijtage controleren.

WAARSCHUWING
Als er sterke slijtagesporen zichtbaar zijn, moet de maakop compleet worden vervangen.
De snijmessen worden in het vervolg kortweg "messen" genoemd.
Tot de leveringsomvang van de maaikop behoort een handleiding met afbeeldingen die laat zien hoe de messen worden vervangen. Daarom de handleiding voor de maaikop goed bewaren.

WAARSCHUWING
Voordat de maakop met de hand wordt voorzien van maaidraad de motor beslist afzetten – anders is er kans op letsel!
● Maaikop verwijderen
- De messen op die wijze vervangen als afgebeeld in de handleiding
- De maaikop weer monteren
FS 94, FS 94 R
Controle en onderhoud door de gebruiker
Gaskabel
Instelling van de gaskabel controleren
Fout: het toerental wordt verhoogd als alleen de gashendel wordt ingedrukt.

text_image
1 2 1 1191BA023 KN- Motor starten
- Gashendel (1) indrukken – hierbij de gashendelblokkering (2) niet indrukken
Als hierbij het toerental van de motor oploopt, resp. als het snijgarnituur meedraait, moet de gaskabel worden afgesteld.
- Motor afzetten
● Gaskabel door de geautoriseerde dealer laten afstellen. STIHL adviseert de STIHL dealer
Controle en onderhoud door de geautoriseerde dealer
Onderhoudswerkzaamheden
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren.
Benzineaanzuigmond in de tank

- Aanzuigmonden in de benzinetank jaarlijks controleren en indien nodig laten vervangen
De aanzuigmonden moeten in de tank in de gedeelten liggen die in de afbeelding staan aangegeven.
Nederlands
Antivibratie-element

Tussen de motorunit en de steel is een rubberelement ingebouwd voor het dempen van de trillingen. Bij een herkenbare slijtage of voelbaar hogere trillingen, deze laten controleren.
Onderhouds- en reinigingsvoorschriften
| De gegevens zijn gebaseerd op normale bedrijfsomstandigheden. Onder zware omstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij langere werktijden per dag dienen de gegeven intervallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beëindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks | Na elke tankvulling | Wekelijks | Maandelijks | Jaarlijks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |
| Complete machine | Visuele controle (goede staat, geen lekkage) | X | X | |||||||
| reinigen X | ||||||||||
| Beschadigde onderdelen vervangen X | ||||||||||
| Bedieningshandgreep Werking controleren | X X | |||||||||
| Luchtfilter | Visuele controle X X | |||||||||
| Filterhuis reinigen X | ||||||||||
| vilten filter vervangen1) | X | X | ||||||||
| Benzinetank reinigen X X | X | |||||||||
| Hand-benzinepomp (indien gemonteerd) | controleren X | |||||||||
| laten repareren door geautoriseerde dealer2) | X | |||||||||
| Aanzuigmond in de benzinetank | laten controleren door geautoriseerde dealer2) | X | ||||||||
| laten vervangen door geautoriseerde dealer2) | X | X | X | |||||||
| Carburateur | stationair toerental controleren, het snij-garnituur mag niet meedraaien | X | X | |||||||
| Stationair toerental instellen X | ||||||||||
| Bougie | Elektrodenafstand instellen X | |||||||||
| elke 100 bedrijfsuren vervangen | ||||||||||
| Aanzuigopening voor koellucht | Visuele controle X | |||||||||
| reinigen | X | |||||||||
| Cilinderribben | laten reinigen door geautoriseerde dealer2) | X | ||||||||
| Bereikbare bouten, schroeven en moeren (behalve stelschroeven) | natrekken | X | ||||||||
Nederlands
| De gegevens zijn gebaseerd op normale bedrijfsomstandigheden. Onder zware omstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij langere werktijden per dag dienen de gegeven intervallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beeindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks | Na elke tankvulling | Wekelijks | Maandelijks | Jaarlijks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |
| Antivibratie-elementen | Visuele controle ^3) | X | X | X | ||||||
| laten vervangen door geautoriseerde dealer ^2) | X | |||||||||
| Snijgarnituur | Visuele controle X X | |||||||||
| vervangen X | ||||||||||
| op vastzitten controleren X | X | |||||||||
| Metalen snijgarnituur slijpen/aanscherpen | X | X | ||||||||
| Smering aandrijfkop (aandrijfkop met aflapplug) | controleren X X | X | ||||||||
| bijvullen X | ||||||||||
| Veiligheidssticker vervangen X | ||||||||||
1) alleen wanneer het motorvermogen merkbaar vermindert
2) STIHL adviseert de STIHL dealer
3) Zie in het hoofdstuk "Controle en onderhoud door de dealer", paragraaf "Antivibratie-elementen"
Slijtage minimaliseren en schade voorkomen
Het aanhouden van de voorschriften in deze handleiding voorkomt overmatige slijtage en schade aan het apparaat.
Gebruik, onderhoud en opslag van het apparaat moeten net zo zorgvuldig plaatsvinden als staat beschreven in de handleiding.
De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor alle schade die door het niet in acht nemen van de veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwijzingen wordt veroorzaakt. Dit geldt in het bijzonder voor:
- Niet door STIHL vrijgegeven wijzigingen aan het product
- Het gebruik van gereedschappen of toebehoren die niet voor het apparaat zijn vrijgegeven, niet geschikt of kwalitatief minderwaardig zijn
- Het niet volgens voorschrift gebruikmaken van het apparaat
- Gebruik van het apparaat bij sportmanifestaties of wedstrijden
- Vervolgschade door het blijven gebruiken van het apparaat met defecte onderdelen
Onderhoudswerkzaamheden
Alle in het hoofdstuk "Onderhouds- en reinigingsvoorschriften" vermelde werkzaamheden moeten regelmatig worden uitgevoerd. Voorzover deze onderhoudswerkzaamheden niet door de gebruiker zelf kunnen worden
uitgevoerd, moeten deze worden overgelaten aan een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Als deze werkzaamheden niet of onvakkundig worden uitgevoerd kan er schade ontstaan waarvoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is. Hiertoe behoren o.a.:
- Schade aan de motor ten gevolge van niet tijdig of niet correct uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden (bijv. lucht- en benzinefilter), verkeerde carburateurafstelling of onvoldoende reiniging van de koelluchtgeleiding (inlaatsleuven, cilinderribben)
- Corrosie- en andere vervolgschade ten gevolge van onjuiste opslag
- Schade aan het apparaat ten gevolge van gebruik van kwalitatief minderwaardige onderdelen
Aan slijtage blootstaande onderdelen
Sommige onderdelen van het motorapparaat staan ook bij gebruik volgens de voorschriften aan normale slijtage bloot en moeten, afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur, tijdig worden vervangen. Hiertoe behoren o.a.:
– Snijgarnituren (alle typen)
- Bevestigingsdelen voor snijgarnituren (draaischotels, moeren, enz.)
- Beschermkap snijgarnituur
- Koppeling
- Filter (voor lucht, benzine)
- Startmechanisme
- Bougie
- Antivibratie-elementen
Belangrijke componenten

1 Draaiknop voor startgas
11 Dubbele handgreep
12 Steel/maaiboom
13 Handgreepsteun
14 Draagoog
15 Gaskabelhouder
16 Bougiesteker met kapje
17 Hand-benzinepomp
18 Luchtfilterdeksel
19 Apparatensteun
20 Beugelhandgreep
21 Beugel
# Machinenummer

text_image
1 2 3 4 1 5 6 2 4 7 1 5 002BA645 KN1 Steel/maaiboom
2 Maaikop
3 Beschermkap (alleen voor
maaikoppen)
4 Mes
5 Beschermkap (voor alle
maaigarnituren)
6 Schort
7 Metalen maaigarnituur
Technische gegevens
Motor
Eencilinder-tweetaktmotor
Cilinderinhoud: 24,1 cm ^3
Boring: 35 mm
Slag: 25 mm
Vermogen volgens 0,9 kW (1,2 pk)
ISO 8893: bij 8000 1/min
Stationair toerental: 2800 1/min
Afregeltoerental
(nominale waarde): 9800 1/min
Max. toerental van de
uitgaande as
(snijgarnituur): 7290 1/min
Ontstekingssysteem
Elektrodeafstand: 0,5 mm
Brandstofsysteem
Onafhankelijk van de stand werkende draai-schuifcarburateur met geïntegreerde benzinepomp
Inhoud benzinetank: 540 cm ^3 (0,54 l)
Gewicht
Zonder benzine, zonder snijgarnituur en beschermkap
FS 94, FS 94 C-E: 4,9 kg
FS 94 RC-E: 4,6 kg
Totale lengte
Zonder snijgarnituur: 1780 mm
Uitvoeringskenmerken
C Aanwijzing met betrekking tot Comfort-kenmerken
R Beugelhandgreep
E ErgoStart
Geluids- en trillingswaarden
Gegevens m.b.t. de arbo-wetgeving voor wat betreft trillingen 2002/44/EG, zie www.stihl.com/vib
Geluiddrukniveau L _peq volgens ISO 22868
FS 94, FS 94 C-E
Met maaikop: 93 dB(A)
Met metalen snijgarnituur: 93 dB(A)
FS 94 RC-E
Met maaikop: 93 dB(A)
Met metalen snijgarnituur: 93 dB(A)
Nederlands
Geluidvermogensniveau L_w volgens ISO 22868
FS 94, FS 94 C-E
Met maaikop: 108 dB(A)
Met metalen snijgarnituur: 107 dB(A)
FS 94 RC-E
Met maaikop: 108 dB(A)
Met metalen snijgarnituur: 107 dB(A)
Trillingswaarde a_hv,eq volgens ISO 22867
FS 94, FS 94 C-E
| Hand-greep | links | Hand-greeprechts | |
| Met maaikop: | 4,7 m/s | 2 | 4,0 m/s2 |
| Met metalensnijgarnituur: | 4,3 m/s | 2 | 3,5 m/s2 |
FS 94 RC-E
| Hand-greep links | Hand-greep rechts | |
| Met maaikop: 6,1 m/s | ^2 | 6,1 m/s ^2 |
| Met metalen snijgarnituur: 5,5 m/s | ^2 | 5,5 m/s ^2 |
Aanbouwgereedschappen
De geluids- en trillingswaarden van de vrijgegeven aanbouwgereedschappen staan vermeld in de handleiding van het betreffende aanbouwgereedschap.
Voor het geluiddrukniveau en het geluidvermogensniveau bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 dB(A); voor de trillingswaarde bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 m/s ^2 .
REACH
REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, classificatie en vrijgave van chemicaliën.
Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACH voorschrift (EG) nr. 1907/2006 zie www.stihl.com/reach
Uitlaatgasemissiewaarde
De in de EU-typegoedkeuringsprocedure gemeten CO₂-waarde staat weergegeven bij de voor het product specifieke technische gegevens bij www.stihl.com/co2.
De gemeten CO _2 -waarde werd op een representatieve motor volgens een genormeerde testprocedure onder laboratoriumomstandigheden bepaald en vormt geen uitdrukkelijke of impliciete garantie van het vermogen van een bepaalde motor.
Door het in deze handleiding beschreven gebruik conform de voorschriften en onderhoud, wordt aan de geldende uitlaatgasemissie-eisen voldaan. Bij modificaties aan de motor vervalt de typegoedkeuring.
Reparatierichtlijnen
Door de gebruiker van dit apparaat mogen alleen die onderhouds- en reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze handleiding staan beschreven. Verdergaande reparaties mogen alleen door geautoriseerde dealers worden uitgevoerd.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Bij reparatiewerkzaamheden alleen onderdelen inbouwen die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderdelen. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat.
STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren.
Originele STIHL onderdelen zijn te herkennen aan het STIHL onderdeelnummer, aan het logo STIHL ^® en, indien aanwezig, aan het STIHL onderdeellogo G_ (op kleine onderdelen kan dit logo ook als enig teken voorkomen.).
Milieuverantwoord afvoeren
Bij het milieuvriendelijk verwerken moeten de nationale voorschriften met betrekking tot afvalstoffen in acht worden genomen.

text_image
000BA073 KNSTIHL producten behoren niet bij het huisvuil. STIHL producten, accu's, toebehoren en verpakking moeten worden ingeleverd voor een milieuvriendelijke recycling.
Actuele informatie betreffende het milieuvriendelijk verwerken van accu's is verkrijgbaar bij de STIHL dealer.
EU-conformiteitsverklaring
verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat
Constructie: Motorzeis
Merk: STIHL
Type: FS 94
FS 94 C-E
FS 94 RC-E
Serie-identificatie: 4149
3
Cilinderinhoud 24,1 cm
voldoet aan de betreffende bepalingen van de richtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG, 2014/30/EU en 2000/14/EG en in overeenstemming met de ten tijde van de productiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geproduceerd:
EN ISO 11806-1, EN 55012, EN 61000-6-1
Voor het bepalen van het gemeten en het gegarandeerde geluidsvermogenniveau werd volgens richtlijn 2000/14/EG, bijlage V, onder toepassing van de norm ISO 10884 gehandeld.
Gemeten geluidsvermogenniveau
108 dB(A)
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau
110 dB(A)
Bewaren van technische documentatie:
Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparaat.
Waiblingen, 3-2-2020
Hoofd productgegevens, -voorschriften en goedkeuring




















