STIHL MSA 220 CB - Zaag

MSA 220 CB - Zaag STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MSA 220 CB STIHL in PDF-formaat.

📄 152 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice STIHL MSA 220 CB - page 120
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIHL

Model : MSA 220 CB

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MSA 220 CB - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MSA 220 CB van het merk STIHL.

GEBRUIKSAANWIJZING MSA 220 CB STIHL

  • Voorwoord p. 120
  • 2 Informatie met betrekking tot deze handlei‐ ding p. 120
  • 3 Overzicht p. 121
  • 4 Veiligheidsinstructies p. 122
  • 5 Motorzaag klaarmaken voor gebruik p. 130
  • 6 Motorzaag completeren p. 130
  • 7 Kettingrem inschakelen en lossen p. 132
  • 8 Accu aanbrengen en wegnemen p. 133
  • 9 Motorzaag inschakelen en uitschakelen. 133 10 Kettingzaag en accu controleren p. 134
  • 11 Met de motorzaag werken p. 135
  • 12 Na de werkzaamheden p. 139
  • 13 Vervoeren p. 139
  • 14 Opslaan p. 140
  • 15 Reinigen p. 140
  • 16 Onderhoud p. 140
  • 17 Repareren p. 141
  • 18 Storingen opheffen p. 142
  • 19 Technische gegevens p. 143
  • 20 Combinaties van zaagbladen en zaagkettin‐ gen p. 144
  • 21 Onderdelen en toebehoren p. 144
  • 22 Milieuverantwoord afvoeren p. 144
  • 23 EU-conformiteitsverklaring p. 144
  • 24 UKCA-conformiteitsverklaring p. 145
  • 25 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappen 1 Voorwoord Geachte cliënt(e), Wij zijn blij dat u hebt gekozen voor STIHL. Wij ontwikkelen en produceren onze producten in topkwaliteit in overeenstemming met de behoef‐ ten van onze klanten. Zo ontstaan producten met een hoge betrouwbaarheid, ook bij extreme belasting. STIHL staat ook voor service met topkwaliteit. Onze dealers staan garant voor deskundig advies en instructie alsmede een uitgebreide technische begeleiding. STIHL kiest uitdrukkelijk voor een duurzame en verantwoordelijke omgang met de natuur. Deze gebruiksaanwijzing is voor u bedoeld als onder‐ steuning om uw STIHL-product gedurende een lange levensduur veilig en milieuvriendelijk te gebruiken. Wij danken u voor uw vertrouwen in ons en wen‐ sen u veel plezier met uw STIHL product. Dr. Nikolas Stihl p. 145

BELANGRIJK! VOOR GEBRUIK GOED DOOR‐

LEZEN EN BEWAREN. 2 Informatie met betrekking tot deze handleiding

2.1 Geldende documenten

De lokale veiligheidsvoorschriften zijn van kracht. ► Lees naast deze gebruiksaanwijzing de vol‐ gende documenten, zorg dat u alles begrijpt en bewaar ze:

gebruiksaanwijzing accu STIHL AR

gebruiksaanwijzing "Heuptasje AP met aan‐ sluitkabel"

Veiligheidsaanwijzingen accu STIHL AP

gebruiksaanwijzing acculaders STIHL AL 101, 300, 500

veiligheidsinformatie voor STIHL accu's en producten met ingebouwde accu: www.stihl.com/safety-data-sheets Nederlands 120 0458-795-9621-C © ANDREAS STIHL AG & Co. KG 2022 0458-795-9621-C. VA0.B22. Gedrukt op chloorvrij gebleekt papier. Drukinkten bevatten plantaardige olie, papier is recyclebaar. Vertaling van de originele handleiding 0000008369_005_NL2.2 Aanduiding van de waarschu‐ wingen in de tekst GEVAAR ■ De aanwijzing duidt op gevaren die leiden tot ernstig letsel of zelfs tot de dood. ► De genoemde maatregelen kunnen ernstig letsel of de dood voorkomen. WAARSCHUWING ■ De aanwijzing duidt op gevaren die kunnen leiden tot ernstig letsel of zelfs tot de dood. ► De genoemde maatregelen kunnen ernstig letsel of de dood voorkomen. LET OP ■ De aanwijzing duidt op gevaren die kunnen leiden tot materiële schade. ► De genoemde maatregelen kunnen materi‐ ele schade voorkomen.

2.3 Symbolen in de tekst

Dit symbool verwijst naar een hoofdstuk in deze handleiding. 3 Overzicht

3.1 Kettingzaag en accu

0000-GXX-3094-A1 1 Achterste handbeschermer De achterste handbeschermer beschermt de rechterhand tegen contact met een wegge‐ worpen of gebroken zaagketting. 2 Kettingtandwiel Het kettingtandwiel drijft de zaagketting aan. 3 Spanring De spanring verschuift het zaagblad en spant of ontspant hierdoor de zaagketting. 4 Kam De kam ligt tijdens de werkzaamheden met de kettingzaag tegen het hout. 5 Zaagketting De zaagketting zaagt het hout. 6 Zaagblad Het zaagblad geleidt de zaagketting. 7 Kettingtandwieldeksel Het kettingtandwieldeksel dekt het ketting‐ tandwiel af en bevestigt het zaagblad op de kettingzaag. 8 Spantandwiel Via het spantandwiel kan de kettingspanning worden afgesteld. 9 Kettingvanger De kettingvanger vangt een weggeworpen of gebroken zaagketting op. 10 Vleugelmoer De vleugelmoer bevestigt het kettingtandwiel‐ deksel op de kettingzaag. 11 Voorste handbeschermer De voorste handbeschermer beschermt de linkerhand tegen het contact met de zaagket‐ ting, dient voor het inschakelen van de ket‐ tingrem en schakelt bij een terugslag de ket‐ tingrem automatisch in. 12 Blokkeerhendel De blokkeerhendel borgt de accu in de accu‐ schacht. 13 Accuschacht De accuschacht neemt de accu op. 14 Bedieningshandgreep De bedieningshandgreep dient voor het bedienen, vasthouden en hanteren van de kettingzaag. 15 Kettingbeschermer De kettingbeschermer biedt bescherming tegen het contact maken met de zaagketting. 16 Draagbeugel De draagbeugel dient voor het vasthouden, hanteren en dragen van de kettingzaag. 17 Olietankdop De olietankdop sluit de olietank af. 3 Overzicht Nederlands 0458-795-9621-C 12118 Blokkeerknop De blokkeerknop deblokkeert de schakelhen‐ del. 19 Schakelhendel De schakelhendel schakelt de kettingzaag in en uit. 20 Accu De accu voorziet de kettingzaag van energie. 21 Leds De leds geven de laadtoestand van de accu en storingen aan. 22 Druktoets De druktoets activeert de leds op de accu. # Typeplaatje met machinenummer

De pictogrammen kunnen op de kettingzaag en de accu zijn aangebracht en hebben de vol‐ gende betekenis: Dit pictogram geeft de draairichting van de zaagketting aan. In deze richting draaien om de zaag‐ ketting te spannen. Dit pictogram duidt de olietank voor zaag‐ kettingolie aan. In deze richting wordt de kettingrem inge‐ schakeld. In deze richting wordt de kettingrem gelost. 1 led brandt rood. De accu is te warm of te koud. 4 leds knipperen rood. In de accu zit een storing. Lengte van een zaagblad dat mag wor‐ den gebruikt.

Gegarandeerd geluidvermogensniveau volgens de richtlijn 2000/14/ EG in dB(A) om de geluidsemissie van producten vergelijkbaar te maken. De gegevens naast het pictogram duiden op de energie-inhoud van de accu volgens specificatie van de fabrikant van de accu‐ cellen. De bij het gebruik ter beschikking staande energie-inhoud is kleiner. Het product niet met het huisvuil afvoeren. 4 Veiligheidsinstructies

4.1 Waarschuwingssymbolen

De waarschuwingssymbolen op de kettingzaag of de accu hebben de volgende betekenissen: Op de veiligheidsinstructies en de maatregelen hierin letten. De gebruiksaanwijzing lezen, begrijpen en bewaren. Veiligheidsbril, gehoorbescherming en veiligheidshelm dragen. De kettingzaag met beide handen vast‐ houden. Op de veiligheidsinstructies met betrekking tot terugslag en de maatre‐ gelen hiertegen letten. De accu tijdens werkonderbrekingen, vervoer, opslag, onderhouds- of repa‐ ratiewerkzaamheden uit het apparaat nemen. De accu tegen hitte en vuur bescher‐ men. De accu niet onderdompelen in vloei‐ stoffen. Het toelaatbare temperatuurbereik van de accu aanhouden.

4.2 Gebruik conform de voorschrif‐

ten De kettingzaag STIHL MSA 220 C dient voor het zagen van hout en voor het snoeien en vellen van bomen met een kleine tot middelgrote stam‐ diameter en voor de verzorging van bomen. De kettingzaag kan worden gebruikt bij regen. Deze kettingzagen worden door een accu STIHL AP of een accu STIHL AR van energie voorzien. Als op een veilige steiger wordt gewerkt mag de kettingzaag alleen worden gebruikt met een direct in de kettingzaag aangebrachte accu STIHL AP. Nederlands 4 Veiligheidsinstructies

122 0458-795-9621-CWAARSCHUWING

■ Accu's die niet door STIHL voor de ketting‐ zaag zijn vrijgegeven, kunnen leiden tot brand en explosiegevaar. Personen kunnen zwaar letsel oplopen of worden gedood en er kan materiële schade ontstaan.

Kettingzaag gebruiken in combinatie met een accu STIHL AP of een accu STIHL AR. ■ Als de kettingzaag of de accu niet volgens voorschrift wordt gebruikt, kan dit leiden tot ernstig persoonlijk letsel of zelfs de dood en er kan materiële schade ontstaan.

De kettingzaag zo gebruiken als in deze handleiding staat beschreven. ► De accu zo gebruiken, als staat beschreven in deze handleiding of de handleiding accu STIHL AR.

4.3 Eisen aan de gebruiker

WAARSCHUWING ■ Gebruikers die niet zijn geïnstrueerd kunnen de gevaren van de kettingzaag en de accu niet herkennen of niet inschatten. De gebrui‐ ker of andere personen kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen. ► De handleiding lezen, begrijpen en bewaren. ► Als de kettingzaag of de accu aan een andere persoon wordt overhandigd: de handleiding meegeven.

Controleren of de gebruiker aan de vol‐ gende eisen voldoet:

De gebruiker is uitgerust.

De gebruiker is lichamelijk, sensorisch en geestelijk in staat de kettingzaag en de accu in gebruik te nemen en hiermee te werken. Als de gebruiker lichamelijk, sensorisch of geestelijk beperkt is, mag de gebruiker slechts onder toezicht van of na instructie door een hiertoe verant‐ woordelijke of bevoegde persoon hier‐ mee werken.

De gebruiker kan de gevaren van de kettingzaag en de accu herkennen en inschatten.

De gebruiker is meerderjarig of de gebruiker wordt overeenkomstig de nationale regelgeving onder toezicht onderwezen in een beroep.

De gebruiker is geïnstrueerd door een STIHL dealer of een hiertoe vakkundig persoon, voordat deze voor de eerste keer de kettingzaag in gebruik neemt.

De gebruiker verkeert niet onder invloed van alcohol, medicamenten of drugs.

Als de gebruiker voor het eerst met een ket‐ tingzaag werkt: het zagen van rondhout op een zaagbok of een schraag oefenen.

Indien er onduidelijkheden bestaan: contact opnemen met een STIHL dealer.

4.4 Kleding en uitrusting

WAARSCHUWING ■ Tijdens de werkzaamheden kunnen lange haren in de kettingzaag worden getrokken. De gebruiker kan hierdoor ernstig letsel oplopen.

Lang haar zodanig in een knot dragen en beveiligen, dat het zich boven de schouders bevindt.

Tijdens de werkzaamheden kunnen voorwer‐ pen met een hoge snelheid naar boven wor‐ den geslingerd. De gebruiker kan letsel oplo‐ pen. ► Een nauwsluitende veiligheidsbril dragen. Geschikte veiligheidsbrillen zijn aan de hand van de norm EN 166 of de nationale voorschriften getest en met de betreffende code‐ ring te koop.

STIHL adviseert een gelaatsbeschermer te dragen. ► Een strak bovenstuk met lange mouwen dragen. ■ Tijdens de werkzaamheden wordt geluid geproduceerd. Geluid kan het gehoor bescha‐ digen. ► Gehoorbeschermers dragen. ■ Vallende takken kunnen leiden tot hoofdletsel. ► Als tijdens de werkzaamheden voor‐ werpen kunnen vallen: een veilig‐ heidshelm dragen. ■ Tijdens de werkzaamheden kan stof opdwar‐ relen en kunnen er dampen ontstaan. Inge‐ ademd(e) stof en dampen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid en allergische reac‐ ties veroorzaken.

Als er stof opdwarrelt of damp ontstaat: een stofmasker dragen. ■ Hiertoe ongeschikte kleding kan blijven haken in hout, struikgewas en in de kettingzaag. Gebruikers zonder geschikte kleding kunnen ernstig letsel oplopen.

Nauwsluitende kleding dragen. 4 Veiligheidsinstructies Nederlands 0458-795-9621-C 123► Sjaals en sieraden afdoen. ■ Tijdens de werkzaamheden kan de gebruiker in contact komen met de ronddraaiende zaag‐ ketting. De gebruiker kan hierdoor ernstig let‐ sel oplopen.

Een lange broek met snijprotectie dragen. ■ Tijdens de werkzaamheden kan de gebruiker zich snijden aan het hout. Tijdens de reini‐ gings- of onderhoudswerkzaamheden kan de gebruiker in contact komen met de zaagket‐ ting. De gebruiker kan letsel oplopen.

Werkhandschoenen van een slijtvast mate‐ riaal dragen. ■ Als de gebruiker ongeschikt schoeisel draagt, kan hij uitglijden. Als de gebruiker in contact komt met de ronddraaiende zaagketting, kan deze snijwonden oplopen. De gebruiker kan letsel oplopen.

Kettingzaaglaarzen met snijprotectie dra‐ gen.

4.5 Werkgebied en -omgeving

WAARSCHUWING ■ Buitenstaanders, kinderen en dieren kunnen de gevaren van de kettingzaag en de opge‐ worpen voorwerpen niet herkennen en de gevaren hiervan niet inschatten. Onbevoegde personen, kinderen en dieren kunnen ernstig letsel oplopen en er kan materiële schade ont‐ staan.

Buitenstaanders, kinderen en huisdieren op afstand houden van het werkgebied. ► Kettingzaag niet zonder toezicht laten. ► Zorg ervoor dat kinderen niet met de ket‐ tingzaag kunnen spelen. ■ Elektrische componenten van de kettingzaag kunnen vonken veroorzaken. Vonken kunnen in licht ontvlambare of een explosieve omge‐ ving brand en explosies veroorzaken. Perso‐ nen kunnen zwaar letsel oplopen of worden gedood en er kan materiële schade ontstaan.

Niet werken in een licht ontvlambare en niet in een explosieve omgeving.

Niet-betrokken personen, kinderen en dieren kunnen de gevaren van de accu niet herken‐ nen en niet inschatten. Niet-betrokken perso‐ nen, kinderen en dieren kunnen ernstig letsel oplopen.

Houd niet-betrokken personen, kinderen en dieren ver uit de buurt. ► Laat de accu niet zonder toezicht staan. ► Zorg ervoor dat kinderen niet met de accu kunnen spelen. ■ De accu is niet tegen alle omgevingsinvloeden beschermd. Als de accu aan bepaalde omge‐ vingsinvloeden is blootgesteld, kan de accu in brand raken of exploderen. Personen kunnen ernstig letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan. ► Bescherm de accu tegen hitte en vuur. ► Werp de accu niet in het vuur. ► De accu mag alleen bij temperaturen tussen ‑ 10 °C en + 50 °C worden gebruikt en opgeslagen. ► Dompel de accu niet in vloeistoffen. ► Houd de accu uit de buurt van metalen voorwerpen. ► Zet de accu niet onder hoge druk. ► Zet de accu niet in de magnetron. ► Bescherm de accu tegen chemicaliën en zout.

De kettingzaag verkeert in de veilige staat als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

De kettingzaag is niet beschadigd.

De kettingvanger is niet beschadigd.

De bedieningselementen werken en zijn niet gewijzigd.

De inloopsporen op het kettingtandwiel zijn niet dieper dan 0,5 mm.

Een in deze gebruiksaanwijzing aangegeven combinatie van zaagblad en zaagketting is gemonteerd.

Het zaagblad en de zaagketting zijn correct gemonteerd.

Alleen origineel STIHL toebehoren voor deze kettingzaag is gemonteerd.

Het toebehoren is correct gemonteerd.

De olietankdop is gesloten. Nederlands 4 Veiligheidsinstructies

124 0458-795-9621-CWAARSCHUWING

■ In een niet-veilige toestand kunnen onderde‐ len niet meer naar behoren functioneren en kunnen veiligheidsvoorzieningen buiten werk‐ ing worden gezet. Personen kunnen ernstig of dodelijk letsel oplopen.

Met een onbeschadigde kettingzaag wer‐ ken. ► Als de kettingzaag vuil is: kettingzaag reini‐ gen. ► Met een onbeschadigde kettingvanger wer‐ ken. ► Aan de kettingzaag geen wijzigingen aan‐ brengen. Uitzondering: montage van een in deze gebruiksaanwijzing aangegeven com‐ binatie van zaagblad en zaagketting.

Als de bedieningselementen niet functione‐ ren: Niet met de kettingzaag werken. ► Alleen origineel STIHL toebehoren voor deze kettingzaag monteren. ► Zaagblad en zaagketting zo monteren als in deze gebruiksaanwijzing staat beschreven. ► Het toebehoren monteren zoals in deze gebruiksaanwijzing of in de gebruiksaanwij‐ zing van het toebehoren beschreven staat.

Geen voorwerpen in de openingen van de kettingzaag steken. ► Olietankdop sluiten. ► Versleten of beschadigde stickers vervan‐ gen. ► Als er onduidelijkheid bestaat: contact opnemen met een STIHL dealer.

Het zaagblad verkeert in de veilige staat als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

Het zaagblad is niet beschadigd.

Het zaagblad is niet vervormd.

De groef is zo diep als of dieper dan de mini‐ male groefdiepte, 19.3.

Er bevinden zich geen bramen op de randen van de groef.

De groef is niet versmald of verbreed. WAARSCHUWING

In een onveilige staat kan het zaagblad de zaagketting niet meer correct geleiden. De ronddraaiende zaagketting kan van het zaag‐ blad springen. Personen kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen.

Met een onbeschadigd zaagblad werken. ► Als de diepte van de groef kleiner is dan de minimale groefdiepte: zaagblad vervangen. ► Zaagblad wekelijks ontdoen van bramen. ► Als één en ander niet duidelijk is: verzoe‐ ken wij u contact op te nemen met een STIHL dealer.

De zaagketting verkeert in de veilige staat als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

De zaagketting is niet beschadigd.

De slijtagemarkeringen op de zaagtanden zijn zichtbaar. WAARSCHUWING ■ In een niet-veilige staat kunnen componenten niet meer correct functioneren en kunnen de veiligheidsinrichtingen zijn uitgeschakeld. Per‐ sonen kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen.

Met een onbeschadigde zaagketting wer‐ ken. ► Zaagketting correct aanscherpen/slijpen. ► Indien er onduidelijkheden bestaan: contact opnemen met een STIHL dealer.

De accu verkeert in een veilige toestand, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

De accu is onbeschadigd.

De accu werkt en is ongewijzigd WAARSCHUWING

In een niet-veilige toestand kan de accu niet meer veilig werken. Personen kunnen ernstig letsel oplopen.

Werk met een onbeschadigde en functione‐ rende accu. ► Laad een beschadigde of defecte accu niet op. ► Als de accu vuil of nat is: reinig de accu en laat deze drogen. ► Wijzig de accu niet. ► Steek geen voorwerpen in de openingen van de accu. ► Sluit de elektrische contacten van de accu nooit op metalen voorwerpen aan en maak geen kortsluiting.

Open de accu niet. ► Vervang versleten of beschadigde waar‐ schuwingsstickers. ■ Uit een beschadigde accu kan vloeistof lek‐ ken. Als de vloeistof met de huid of de ogen in contact komt, kunnen de huid of de ogen geïr‐ riteerd raken.

Vermijd contact met de vloeistof. 4 Veiligheidsinstructies Nederlands 0458-795-9621-C 125► Als er contact met de huid heeft plaatsge‐ vonden: was de betreffende plekken van de huid met veel water en zeep.

Als er contact met de ogen heeft plaatsge‐ vonden: spoel de ogen minstens 15 minu‐ ten met veel water en raadpleeg een arts.

Een beschadigde of defecte accu kan vreemd ruiken, roken of branden. Personen kunnen ernstig of dodelijk letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.

Als de accu vreemd ruikt of rookt: gebruik de accu niet en houd deze uit de buurt van brandbare stoffen.

Als de accu brandt: probeer de accu met een brandblusser of water te blussen.

WAARSCHUWING ■ Als er zich buiten het werkgebied geen perso‐ nen binnen gehoorafstand bevinden, kan er in geval van nood geen hulp worden geboden.

Waarborgen dat er zich buiten het werkge‐ bied personen binnen gehoorafstand bevin‐ den.

De gebruiker kan in bepaalde situaties niet meer geconcentreerd werken. De gebruiker kan de controle over de kettingzaag verliezen, struikelen, vallen en ernstig letsel oplopen.

Rustig en met overleg werken. ► Als de lichtomstandigheden en het zicht slecht zijn: niet met de kettingzaag werken. ► Kettingzaag alleen bedienen. ► Niet boven schouderhoogte werken. ► Op obstakels letten. ► Staand op de grond werken en het even‐ wicht behouden. Als in de hoogte moet wor‐ den gewerkt en de kettingzaag wordt gebruikt in combinatie met een energie‐ voorziening met aansluitkabel: een hoog‐ werker gebruiken.

Wanneer vermoeidheidsverschijnselen optreden: een pauze inlassen. ■ Door de ronddraaiende zaagketting kan de gebruiker snijwonden oplopen. De gebruiker kan hierdoor ernstig letsel oplopen.

De ronddraaiende zaagketting niet aanra‐ ken. ► Als de zaagketting door een voorwerp wordt geblokkeerd: Kettingzaag uitschake‐ len, kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. Pas dan het voorwerp wegnemen.

De ronddraaiende zaagketting wordt warm en zet uit. Als de zaagketting niet voldoende wordt gesmeerd en nagespannen, kan de zaagketting van het zaagblad springen of bre‐ ken. Personen kunnen ernstig letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.

Zaagkettingolie gebruiken. ► Tijdens de werkzaamheden regelmatig het oliepeil in de olietank controleren. Voordat de zaagkettingolie is opgebruikt: Zaagket‐ tingolie bijvullen.

Tijdens de werkzaamheden regelmatig de spanning van de zaagketting controleren. Als de spanning van de zaagketting te laag is: de zaagketting spannen.

Als de werking van de kettingzaag zich tijdens de werkzaamheden wijzigt of deze zich onge‐ woon gedraagt, kan de kettingzaag in een onveilige staat verkeren. Personen kunnen ernstig letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.

De werkzaamheden beëindigen, accu weg‐ nemen en contact opnemen met een STIHL dealer.

Tijdens de werkzaamheden kunnen trillingen door de kettingzaag worden gevormd. ► Handschoenen dragen. ► Werkpauzes inlassen. ► Als er tekenen van een slechte doorbloe‐ ding optreden: een arts raadplegen. ■ Als de ronddraaiende zaagketting contact maakt met een hard voorwerp kunnen vonken ontstaan. Vonken kunnen in een brandbare omgeving leiden tot brand. Personen kunnen zwaar letsel oplopen of worden gedood en er kan materiële schade ontstaan.

Niet in een brandbare omgeving werken. ■ Als de schakelhendel wordt losgelaten draait de zaagketting nog even door. De bewegende zaagketting kan snijwonden toebrengen aan personen. Personen kunnen ernstig letsel oplopen.

Wacht tot de zaagketting niet meer draait. WAARSCHUWING 0000-GXX-1245-A0

Als hout dat onder spanning staat wordt gezaagd, kan het zaagblad worden ingeklemd. Nederlands 4 Veiligheidsinstructies 126 0458-795-9621-CDe gebruiker kan de controle over de ketting‐ zaag verliezen en zwaar letsel oplopen. ► Eerst een ontlastingszaagsnede in de druk‐ zijde (1) aanbrengen, vervolgens een kap‐ zaagsnede in de trekzijde (2) aanbrengen. GEVAAR

Als in de buurt van onder spanning staande kabels wordt gewerkt kan de zaagketting in contact komen met de onder spanning staande kabels en deze beschadigen. De gebruiker kan ernstig of dodelijk letsel oplo‐ pen.

Niet in de buurt van onder spanning staande kabels werken.

4.7.2 Van takken ontdoen

WAARSCHUWING ■ Als de gevelde boom eerst aan de onderzijde van alle takken wordt ontdaan kan de boom niet meer worden ondersteund door takken op de grond. Tijdens de werkzaamheden kan de boom bewegen. Personen kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen.

Grotere takken aan de onderzijde pas door‐ zagen als de boom op lengte is gezaagd. ► Niet staand op de stam werken. ■ Tijdens het van takken ontdoen kan een afge‐ zaagde tak naar beneden vallen. De gebruiker kan struikelen, vallen en ernstig letsel oplo‐ pen.

Boom vanaf de voet van de stam naar de boomkruin toe van takken ontdoen.

Ongeoefende personen kunnen de gevaren bij het vellen niet inschatten. Personen kunnen ernstig of dodelijk letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.

De gebruiker moet beschikken over rele‐ vante kennis van kaptechnieken en erva‐ ring met kapwerkzaamheden.

Als er onduidelijkheden zijn: een ervaren expert raadplegen voor ondersteuning en voor het bepalen van de geschikte veltech‐ niek.

Tijdens het vellen kan een boom en kunnen takken op personen of voorwerpen vallen. Hoe groter vallende delen zijn, des te groter het risico is dat personen ernstig of dodelijk letsel kunnen oplopen. Het gevolg kan materiële schade zijn.

Bepaal de velrichting zo dat het gebied waarin de boom valt open/vrij is. ► Houd buitenstaanders, kinderen en dieren buiten een afstand van een cirkel van 2,5 boomlengtes om het werkgebied.

Verwijder afgebroken of dorre takken voor het vellen uit de kroon van de boom. ► Als afgebroken of dorre takken niet uit de kroon van de boom kunnen worden verwij‐ derd: een ervaren expert raadplegen voor ondersteuning en voor het bepalen van de geschikte veltechniek.

Let op de boomkruin en boomkruinen van naast staande bomen en ontwijk vallende takken.

Als de boom valt, kan deze bij de stam breken of in de richting van de gebruiker terugslaan. De gebruiker kan ernstig of dodelijk letsel oplopen.

Plan een vluchtweg zijwaarts achter de boom. ► Loop achterwaarts de vluchtweg in en let op de vallende boom. ► Loop niet achteruit hellingafwaarts. ■ Obstakels in het werkgebied en op de vlucht‐ weg kunnen de gebruiker hinderen. De gebrui‐ ker kan struikelen en vallen. De gebruiker kan ernstig of dodelijk letsel oplopen.

Verwijder obstakels uit het werkgebied en van de vluchtweg. ■ Als de breuklijst, de veiligheidsband of de borglijst wordt ingezaagd of te vroeg wordt doorgezaagd, kan de velrichting niet meer worden aangehouden of de boom kan te vroeg vallen. Personen kunnen ernstig of dodelijk letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.

Zaag de breuklijst niet in of door. ► Zaag de veiligheidsband of borglijst als laat‐ ste door. ► Als de boom te vroeg begint te vallen: de velsnede onderbreken en op de vluchtweg terugwijken.

Als de ronddraaiende zaagketting met het bovenste kwart gedeelte van het zaagblad contact maakt met een harde velspie en snel wordt afgeremd, kan terugslag ontstaan. Per‐ sonen kunnen ernstig of dodelijk letsel oplo‐ pen.

Gebruik velspieën van aluminium of kunst‐ stof. ■ Als een boom niet geheel op de grond valt of in een andere boom blijft hangen, kan de gebruiker het vellen niet meer gecontroleerd voltooien. 4 Veiligheidsinstructies Nederlands 0458-795-9621-C 127► Onderbreek het vellen en trek de boom met behulp van een lier of een hiertoe geschikt voertuig naar de grond.

0000080097_002 Een terugslag kan door de volgende oorzaken ontstaan:

De ronddraaiende zaagketting maakt met het bovenste kwart gedeelte van de zaagbladneus contact met een hard voorwerp en wordt snel afgeremd.

De ronddraaiende zaagketting is bij de zaag‐ bladneus ingeklemd. De kettingrem kan een terugslag niet voorko‐ men. WAARSCHUWING 0000080803_003

Als er terugslag ontstaat, kan de kettingzaag in de richting van de gebruiker omhoog wor‐ den geslingerd. De gebruiker kan de controle over de kettingzaag verliezen en zwaar letsel oplopen of zelfs worden gedood.

Houd de kettingzaag met beide handen vast. ► Houd het lichaam buiten het verlengde zwenkbereik van de kettingzaag. ► Ga te werk zoals in deze handleiding staat beschreven. ► Werk niet met het bovenste kwart gedeelte van de zaagbladneus. ► Werk met een correct aangescherpte/gesle‐ pen en correct gespannen zaagketting. ► Gebruik een terugslaggereduceerde zaag‐ ketting. ► Gebruik een zaagblad met een kleine zaag‐ bladneus. ► Zaag met vol gas.

4.8.2 In het hout trekken

0000-GXX-1348-A0 Als met de onderzijde van het zaagblad wordt gewerkt, wordt de kettingzaag weggetrokken van de gebruiker. WAARSCHUWING ■ Als de ronddraaiende zaagketting contact maakt met een hard voorwerp en snel wordt afgeremd, kan de kettingzaag plotseling met grote kracht van de gebruiker weg worden getrokken. De gebruiker kan de controle over de kettingzaag verliezen en zwaar letsel oplo‐ pen of zelfs worden gedood.

De kettingzaag met beide handen vasthou‐ den. ► Zo werken als in deze handleiding staat beschreven. ► Het zaagblad recht in de zaagsnede gelei‐ den. ► De kam correct plaatsen. ► Met vol gas zagen.

0000-GXX-1349-A0 Als met de bovenzijde van het zaagblad wordt gewerkt, wordt de kettingzaag naar de gebruiker toe gestoten. WAARSCHUWING

Als de ronddraaiende zaagketting contact maakt met een hard voorwerp en snel wordt afgeremd, kan de kettingzaag plotseling met grote kracht naar de gebruiker toe worden Nederlands 4 Veiligheidsinstructies 128 0458-795-9621-Cgestoten. De gebruiker kan de controle over de kettingzaag verliezen en zwaar letsel oplo‐ pen of zelfs worden gedood.

De kettingzaag met beide handen vasthou‐ den. ► Zo werken als in deze handleiding staat beschreven. ► Het zaagblad recht in de zaagsnede gelei‐ den. ► Met vol gas zagen.

WAARSCHUWING ■ Tijdens het vervoer kan de kettingzaag kante‐ len of verschuiven. Personen kunnen letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan. ► Accu wegnemen. ► Kettingrem inschakelen. ► Kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt.

Kettingzaag met spanbanden, riemen of een net dusdanig beveiligen, dat hij niet kan kantelen en niet kan bewegen.

De accu is niet beschermd tegen alle invloe‐ den van buitenaf. Als de accu aan bepaalde invloeden van buitenaf wordt blootgesteld, kan de accu worden beschadigd en kan er materi‐ ele schade ontstaan.

Een beschadigde accu niet vervoeren. ► De accu in een elektrisch niet geleidende verpakking vervoeren. ■ Tijdens het vervoer kan de accu omvallen of verschuiven. Personen kunnen letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.

De accu in de verpakking zo verpakken dat deze niet kan bewegen. ► De verpakking zo zekeren, dat deze niet kan verschuiven.

Kinderen kunnen de gevaren van de ketting‐ zaag niet herkennen en ook niet inschatten. Kinderen kunnen ernstig letsel oplopen. ► Accu wegnemen. ► Kettingrem inschakelen. ► Kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt.

De kettingzaag buiten het bereik van kinde‐ ren opslaan. ■ De elektrische contacten op de kettingzaag en metalen onderdelen kunnen door vocht corro‐ deren. De kettingzaag kan worden bescha‐ digd. ► Accu wegnemen. ► De kettingzaag schoon en droog opslaan.

Kinderen kunnen de gevaren van de accu niet herkennen en ook niet inschatten. Kinderen kunnen ernstig letsel oplopen.

De accu buiten het bereik van kinderen opslaan. ■ De accu is niet beschermd tegen alle invloe‐ den van buitenaf. Als de accu aan bepaalde invloeden van buitenaf wordt blootgesteld, kan de accu worden beschadigd.

De accu schoon en droog opslaan. ► De accu in een gesloten ruimte opslaan. ► De accu apart van de kettingzaag en de acculader opslaan. ► De accu in een elektrisch niet geleidende verpakking opslaan. ► De accu bij temperaturen tussen de - 10 °C en + 50 °C opslaan.

4.11 Reiniging, onderhoud en repa‐

Als tijdens de reinigings-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden de accu in de ket‐ tingzaag wordt geplaatst, kan de kettingzaag 4 Veiligheidsinstructies Nederlands 0458-795-9621-C 129onbedoeld worden ingeschakeld. Personen kunnen ernstig letsel oplopen en er kan mate‐ riële schade ontstaan. ► Accu verwijderen. ► Kettingrem inschakelen. ■ Agressieve reinigingsmiddelen, het reinigen met een waterstraal of puntige voorwerpen kunnen de kettingzaag, het zaagblad de zaag‐ ketting en de accu beschadigen. Als de ket‐ tingzaag, het zaagblad, de zaagketting of de accu niet op de juiste wijze werden gereinigd, kunnen componenten niet meer correct functi‐ oneren en kunnen de veiligheidsinrichtingen zijn uitgeschakeld. Personen kunnen ernstig letsel oplopen. ► Kettingzaag, zaagblad, zaagketting en accu zo reinigen als staat beschreven in deze handleiding.

Als de kettingzaag, het zaagblad, de zaagket‐ ting en de accu niet op de juiste wijze werden onderhouden of gerepareerd, kunnen compo‐ nenten niet meer correct functioneren en kun‐ nen de veiligheidsinrichtingen zijn uitgescha‐ keld. Personen kunnen ernstig of dodelijk let‐ sel oplopen.

De kettingzaag en accu niet zelf onderhou‐ den of repareren. ► Als aan de kettingzaag of de accu onder‐ houds- of reparatiewerkzaamheden moeten worden uitgevoerd: contact opnemen met een STIHL dealer.

Zaagblad en zaagketting zo onderhouden of repareren als in deze gebruiksaanwijzing staat beschreven.

Tijdens de reinigings- of onderhoudswerk‐ zaamheden aan de zaagketting kan de gebrui‐ ker letsel oplopen door de scherpe zaagtan‐ den. De gebruiker kan letsel oplopen.

Draag werkhandschoenen van slijtvast materiaal. 5 Motorzaag klaarmaken voor gebruik

5.1 Kettingzaag klaarmaken voor

gebruik Telkens voor het begin van de werkzaamheden moeten de volgende handelingen worden uitge‐ voerd: ► Controleren of de volgende delen zich in de veilige staat bevinden:

► De accu volledig laden, zoals in de handlei‐ ding van de acculader STIHL AL 101, 300, 500 staat beschreven.

Zaagkettingolie bijvullen, 6.3.

Kettingsmering controleren, 10.6. ► Als deze handelingen niet kunnen worden uit‐ gevoerd: de kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. 6 Motorzaag completeren

De combinaties van zaagblad en zaagketting die bij het kettingtandwiel passen en daarmee gemonteerd mogen worden, staan aangegeven in de technische gegevens, 20.1. ► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐ len en accu eruit nemen.

0000-GXX-3095-A1 ► Greep (1) van de vleugelmoer (2) opklappen. ► Vleugelmoer (2) zo lang linksom draaien tot het kettingtandwieldeksel (3) kan worden weg‐ genomen. ► Kettingtandwieldeksel (3) verwijderen.

0000-GXX-3096-A0 ► Spanring (4) wegnemen. Nederlands 5 Motorzaag klaarmaken voor gebruik 130 0458-795-9621-C► Bout (5) losdraaien. ► Zaagblad (6) zo op de spanring (4) leggen dat beide tappen van de spanring (4) in de borin‐ gen van het zaagblad zitten. De oriëntering (plaatsing) van het zaagblad (6) speelt geen rol. De opdruk op het zaagblad kan ook ondersteboven staan. ► Bout (5) aanbrengen en vastdraaien.

0000-GXX-1201-A0 ► Zaagketting vervolgens in de groef van het zaagblad leggen, zodat de pijlen op de verbin‐ dingsschakels van de zaagketting aan de bovenzijde in de draairichting gericht zijn. ► Spanring (4) tot aan de aanslag rechtsom draaien.

0000-GXX-3097-A0 ► Zaagblad met spanring en zaagketting zo op de kettingzaag plaatsen dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

De spanring (4) is naar de gebruiker gericht.

De aandrijfschakels van de zaagketting val‐ len in de tanden van het kettingtandwiel (2).

De kop van de bout (3) valt in het sleufgat van het zaagblad (6).

0000-GXX-3098-A0 ► Kettingrem lossen. ► Spanring (4) zo lang linksom draaien tot de zaagketting tegen het zaagblad ligt. Hierbij de aandrijfschakels van de zaagketting in de groef van het zaagblad leiden. Het zaagblad en de zaagketting liggen tegen de kettingzaag. ► Het kettingtandwieldeksel zo op de ketting‐ zaag aanbrengen, dat dit gelijkligt met de ket‐ tingzaag. ► Als het kettingtandwieldeksel niet gelijkligt met de kettingzaag: het spantandwiel verdraaien en het kettingtandwieldeksel opnieuw aan‐ brengen. De tanden van het spantandwiel grijpen aan in de tanden van de spanring. ► De vleugelmoer zo lang rechtsom draaien tot het kettingtandwieldeksel stevig op de ketting‐ zaag is bevestigd. ► Greep van de vleugelmoer inklappen.

6.1.2 Zaagblad en zaagketting uitbouwen

► Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inscha‐ kelen en accu eruit nemen. ► Greep van de vleugelmoer omhoog klappen. ► Vleugelmoer zo lang linksom draaien tot het kettingtandwieldeksel kan worden weggeno‐ men. ► Kettingtandwieldeksel wegnemen. ► Spanring tot aan de aanslag rechtsom draaien. De zaagketting is ontspannen. ► Zaagblad en zaagketting wegnemen. ► Bout van de spanring losdraaien. ► Spanring wegnemen.

6.2 Zaagketting spannen

Tijdens de werkzaamheden kan de zaagketting losser of strakker gaan staan. De zaagketting‐ spanning wijzigt. Tijdens de werkzaamheden moet de zaagkettingspanning regelmatig worden gecontroleerd en moet deze zo nodig worden nagespannen. ► Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inscha‐ kelen en accu eruit nemen.

0000-GXX-3099-A1 ► Greep van de vleugelmoer (1) omhoog klap‐ pen. 6 Motorzaag completeren Nederlands 0458-795-9621-C 131► Vleugelmoer (1) 2 slagen linksom draaien. De vleugelmoer (1) is losgedraaid. ► Kettingrem lossen. ► Zaagblad bij de neus optillen en het spantand‐ wiel (2) zo lang rechtsom of linksom draaien, tot aan de volgende voorwaarden is voldaan:

De afstand a in het midden van het zaag‐ blad bedraagt 1 mm tot 2 mm.

De zaagketting kan nog met twee vingers en geringe krachtsinspanning over het zaagblad worden getrokken. ► Zaagblad bij de neus verder optillen en de vleugelmoer (1) zo lang rechtsom draaien tot het kettingtandwieldeksel stevig op de ketting‐ zaag is bevestigd. ► Als de afstand a in het midden van het zaag‐ blad niet 1 mm tot 2 mm bedraagt: Zaagket‐ ting opnieuw spannen. ► Greep van de vleugelmoer (1) inklappen.

6.3 Zaagkettingolie bijvullen

De zaagkettingolie zorgt voor de smering en de koeling van de ronddraaiende zaagketting. STIHL adviseert STIHL zaagkettingolie of een andere voor kettingzagen vrijgegeven zaagket‐ tingolie te gebruiken. ► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐ len en accu eruit nemen. ► Motorzaag zo op een vlakke ondergrond plaat‐ sen dat de olietankdop naar boven is gericht. ► Het gebied rondom de olietankdop schoonma‐ ken met een vochtige doek. 0000-GXX-2930-A0 ► De beugel van de olietankdop opklappen. ► Olietankdop tot aan de aanslag linksom draaien. ► Olietankdop wegnemen. ► De zaagkettingolie zo bijvullen dat er geen zaagkettingolie wordt gemorst en de olietank niet tot aan de rand wordt gevuld. ► Als de beugel van de olietank is ingeklapt: de beugel opklappen.

► De olietankdop zo aanbrengen dat de marke‐ ring (1) naar de markering (2) is gericht. ► De olietankdop naar beneden drukken en tot aan de aanslag rechtsom draaien. De olietankdop klikt hoorbaar vast. De marke‐ ring (1) is naar de markering (3) gericht. ► Controleren of de olietankdop naar boven kan worden losgetrokken. ► Als de olietankdop niet naar boven kan wor‐ den losgetrokken: de beugel van de olietank‐ dop inklappen. De olietank is gesloten. Als de olietankdop naar boven kan worden los‐ getrokken, moeten de volgende stappen worden uitgevoerd: ► De olietankdop in een willekeurige positie aan‐ brengen.

► De olietankdop naar beneden drukken en tot aan de aanslag rechtsom draaien. ► De olietankdop naar beneden drukken en zolang linksom draaien tot de markering (1) naar de markering (2) is gericht. ► Opnieuw proberen de olietank te sluiten. ► Als de olietank nog steeds niet kan worden gesloten: niet met de kettingzaag werken en contact opnemen met een STIHL dealer. De kettingzaag verkeert niet in de veilige staat. 7 Kettingrem inschakelen en lossen

7.1 Kettingrem inschakelen

De kettingzaag is uitgerust met een kettingrem. Nederlands 7 Kettingrem inschakelen en lossen 132 0458-795-9621-CDe kettingrem wordt bij een voldoende sterketerugslag automatisch ingeschakeld door demassatraagheid van de handbeschermer of kanworden ingeschakeld door de gebruiker. 0000-GXX-3100-A0 ► Handbeschermer met de linkerhand weg vande draagbeugel duwen.De handbeschermer klikt hoorbaar vast. Dekettingrem is ingeschakeld.

0000-GXX-3101-A0 ► Handbeschermer met de linkerhand richtingde gebruiker trekken.De handbeschermer klikt hoorbaar vast. Dekettingrem is gelost. 8 Accu aanbrengen en weg‐ nemen

8.1 De accu plaatsen

0000-GXX-3102-A0 ► Accu (1) tot aan de aanslag in de accu‐schacht (2) drukken.De accu (1) klikt vast en is dan vergrendeld.

► Kettingzaag op een vlakke ondergrond plaat‐ sen.

0000-GXX-3103-A0 ► Beide blokkeerhendels (1) indrukken.De accu (2) is ontgrendeld en kan wordenweggenomen. 9 Motorzaag inschakelen en uitschakelen

► Kettingzaag met de rechterhand op het deel(1) van de bedieningshandgreep zo vasthou‐den dat de duim om de bedieningshandgreepvalt.► Blokkeerknop (2) met de duim indrukken eningedrukt houden.► Schakelhendel (3) met de wijsvinger indrukkenen ingedrukt houden.De kettingzaag loopt aan en de zaagkettingdraait. De blokkeerknop (2) kan worden losge‐laten.► Kettingzaag met de linkerhand op de draag‐beugel zo vasthouden dat de duim om dedraagbeugel valt.

9.2 Kettingzaag uitschakelen

► Schakelhendel loslaten.De zaagketting draait niet meer.► Als de zaagketting verder draait: de kettingreminschakelen, accu wegnemen en contactopnemen met een STIHL dealer.De kettingzaag is defect.8 Accu aanbrengen en wegnemen Nederlands0458-795-9621-C 13310 Kettingzaag en accu con‐ troleren

10.1 Kettingtandwiel controleren

► Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inscha‐ kelen en accu eruit nemen. ► Kettingrem lossen. ► Kettingtandwieldeksel uitbouwen. ► Zaagblad en zaagketting uitbouwen.

0000-GXX-1216-A0 ► Inloopsporen op het kettingtandwiel controle‐ ren met behulp van een STIHL kaliber. ► Als de inloopsporen dieper zijn dan a = 0,5 mm: de kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. Het kettingtandwiel moet worden vervangen.

10.2 Zaagblad controleren

► Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inscha‐ kelen en accu eruit nemen. ► Zaagketting en zaagblad uitbouwen. 0000-GXX-1217-A0 ► De groefdiepte van het zaagblad meten met behulp van het meetkaliber van het STIHL vij‐ lkaliber. ► Zaagblad vervangen, als aan een van de vol‐ gende voorwaarden wordt voldaan:

Het zaagblad is beschadigd.

De gemeten groefdiepte is kleiner dan de minimale groefdiepte van het zaagblad,

De groef van het zaagblad is versmald of verbreed. ► Als één en ander niet duidelijk is: verzoeken wij u contact op te nemen met een STIHL dea‐ ler.

10.3 Zaagketting controleren

► Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inscha‐ kelen en accu eruit nemen.

► De hoogte van de dieptebegrenzer (1) meten met behulp van het STIHL vijlkaliber (2). Het STIHL vijlkaliber moet passen bij de steek van de zaagketting. ► Als een dieptebegrenzer (1) boven het vijlkali‐ ber (2) uitsteekt: dieptebegrenzer (1) afvijlen,

► Controleren of de slijtagemarkeringen (1 tot 4) op de zaagtanden zichtbaar zijn. ► Als één van de slijtagemarkeringen op een zaagtand niet zichtbaar is: de zaagketting niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. ► Met behulp van een STIHL vijlkaliber controle‐ ren of de aanscherphoek van de zaagtanden van 30° is aangehouden. Het STIHL vijlkaliber moet passen bij de steek van de zaagketting. ► Als de aanscherphoek van 30° niet werd aan‐ gehouden: de zaagketting aanscherpen/slij‐ pen. ► Als één en ander niet duidelijk is: verzoeken wij u contact op te nemen met een STIHL dea‐ ler.

10.4 Kettingrem controleren

► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. Nederlands 10 Kettingzaag en accu controleren

134 0458-795-9621-CWAARSCHUWING

■ De zaagtanden van de zaagketting zijn scherp. De gebruiker kan zich verwonden. ► Werkhandschoenen van een slijtvast mate‐ riaal dragen. ► Proberen, de zaagketting met de hand over het zaagblad te trekken. Als de zaagketting niet met de hand over het zaagblad kan worden getrokken werkt de ket‐ tingrem. ► Als de zaagketting met de hand over het zaag‐ blad kan worden getrokken: de kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. De kettingrem is defect.

10.5 Bedieningselementen controle‐

ren Blokkeerknop en schakelhendel ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. ► Probeer de schakelhendel in te drukken zon‐ der de blokkeerknop in te drukken. ► Als de schakelhendel kan worden ingedrukt: de kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. De blokkeerknop is defect. ► Blokkeerknop indrukken en ingedrukt houden. ► De schakelhendel indrukken en weer loslaten. ► Als de schakelhendel zwaar loopt of niet terugveert in de eindstand: de kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. De schakelhendel is defect. Kettingzaag inschakelen ► De accu plaatsen. ► Kettingrem lossen. ► Blokkeerknop indrukken en ingedrukt houden. ► Schakelhendel indrukken en ingedrukt hou‐ den. De zaagketting draait. ► Schakelhendel loslaten. De zaagketting draait niet meer. ► Als de zaagketting blijft draaien: de kettingrem inschakelen, accu wegnemen en contact opnemen met een STIHL dealer. De kettingzaag is defect.

10.6 Kettingsmering controleren

► Accu aanbrengen. ► Kettingrem lossen. ► Zaagblad op een lichtgekleurd oppervlak rich‐ ten. ► Kettingzaag inschakelen. Zaagkettingolie wordt weggeslingerd en is her‐ kenbaar op het lichtgekleurde oppervlak. De kettingsmering functioneert. ► Als er geen weggeslingerde zaagkettingolie zichtbaar is: ► Zaagkettingolie bijvullen. ► Kettingsmering opnieuw controleren. ► Als er nog steeds geen zaagkettingolie op het lichtgekleurde oppervlak zichtbaar is: de kettingzaag niet gebruiken en contact opne‐ men met een STIHL dealer. De kettingsme‐ ring is defect.

10.7 Accu controleren/testen

► Druktoets op de accu indrukken. De leds branden of knipperen. ► Als de leds niet branden of knipperen: accu niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. In de accu zit een storing. 11 Met de motorzaag werken

11.1 Kettingzaag vasthouden en

0000-GXX-3104-A2 ► De kettingzaag zo met de linkerhand op de draagbeugel en de rechterhand op het vlak (1) van de bedieningshandgreep vasthouden en bedienen, dat de duim van de linkerhand om de draagbeugel en de duim van de rechter‐ hand om de bedieningshandgreep valt.

WAARSCHUWING ■ Als er een terugslag optreedt kan de ketting‐ zaag naar boven in de richting van de gebrui‐ ker worden geslingerd. De gebruiker kan ern‐ stig of dodelijk letsel oplopen.

Met vol gas zagen. ► Niet met het bovenste kwart gedeelte van de zaagbladneus zagen. ► Zaagblad met vol gas zo in de zaagsnede geleiden dat het zaagblad niet scheef wordt gedrukt. 11 Met de motorzaag werken Nederlands

0458-795-9621-C 1350000-GXX-3105-A1

► Kam tegen het hout plaatsen en als draaipunt gebruiken. ► Zaagblad volledig zo door het hout geleiden, dat de kam altijd weer opnieuw tegen het hout wordt geplaatst. ► Aan het einde van de zaagsnede het gewicht van de kettingzaag opvangen.

0000-GXX-3106-A1 ► Kettingzaag op de stam laten rusten. ► Zaagblad met vol gas met een hefboombewe‐ ging tegen de tak drukken. ► Tak met de bovenzijde van het zaagblad door‐ zagen. 0000-GXX-1245-A0

► Als de tak onder spanning staat: ontlastings‐ snede (1) in de drukzijde zagen en vervolgens vanaf de trekzijde met een zaagsnede (2) doorzagen.

11.4.1 Velrichting en vluchtwegen vastleggen

► Velrichting zo bepalen dat het gebied waarin de boom valt open/vrij is.

0000-GXX-1246-A0 ► Vluchtweg (B) zo bepalen dat aan de vol‐ gende voorwaarden wordt voldaan:

De vluchtweg (B) ligt in een hoek van 45° ten opzichte van de velrichting (A).

Op de vluchtweg (B) bevinden zich geen obstakels.

De boomkruin kan in het oog worden gehouden.

Als de vluchtweg (B) op een helling ligt moet de vluchtweg (B) evenwijdig aan de helling lopen.

11.4.2 Werkgebied bij de stam voorbereiden

► Obstakels in het werkgebied op de stam ver‐ wijderen. ► Begroeiing op de stam verwijderen. 0000-GXX-1247-A0 ► Als de stam grote, gezonde worteluitlopers heeft: de worteluitlopers eerst loodrecht en vervolgens horizontaal inzagen en vervolgens verwijderen.

11.4.3 Basisbeginselen voor de velsnede

C Valkerf De valkerf bepaalt de velrichting. Nederlands 11 Met de motorzaag werken 136 0458-795-9621-CNL Breuklijst De breuklijst geleidt de boom als een schar‐ nier naar de grond. De breuklijst is 1/10 van de stamdiameter breed. E Velsnede Door middel van de velsnede wordt de stam doorgezaagd. De velsnede ligt 1/10 van de stamdiameter (minimaal 3 cm) boven de zool van de valkerf. F Veiligheidsband De veiligheidsband steunt de boom en voor‐ komt voortijdig omvallen. De veiligheidsband is 1/10 tot 1/5 van de stamdiameter breed. G Borglijst De borglijst steunt de boom en voorkomt voortijdig omvallen. De borglijst is 1/10 tot 1/5 van de stamdiameter breed.

11.4.4 Valkerf inzagen

De valkerf bepaalt de richting waarin de boom valt. De nationale richtlijnen voor het aanbrengen van de valkerf moeten worden aangehouden. 90° 0000-GXX-4448-A0 ► Motorzaag zo uitlijnen dat de valkerf haaks ten opzichte van de velrichting is en de motorzaag vlak bij de grond is. ► Horizontale zoolzaagsnede inzagen. ► De schuine daksnede in een hoek van 45° ten opzichte van de horizontale zoolzaagsnede inzagen. 0000-GXX-1250-A0 ► Als het hout gezond en langdradig is: Splin‐ tsneden zo inzagen, dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

De spintsneden zijn aan beide zijden gelijk.

De spintsneden bevinden zich ter hoogte van de valkerfzool.

De spintsneden zijn 1/10 van de stamdia‐ meter breed. De stam scheurt niet open als de boom valt.

Het insteken is een werktechniek die voor het vellen noodzakelijk is.

0000-GXX-4449-A0 ► Het zaagblad met de onderzijde van de zaag‐ bladneus en vol gas aanbrengen. ► Zo ver inzagen, dat de zaagsnede tweemaal zo diep is als de breedte van het zaagblad. ► In de insteekstand zwenken. ► Zaagblad insteken.

11.4.6 Geschikte velsnede kiezen

Het kiezen van de juiste velsnede hangt van de volgende omstandigheden af:

de natuurlijke hoek waaronder de boom staat

de takvorming van de boom

beschadigingen aan de boom

de gezondheidstoestand van de boom

indien er sneeuw op de boom ligt: de sneeuw‐ belasting

de windrichting en de windsnelheid

aanwezige naast staande bomen Er wordt onderscheid gemaakt tussen de ver‐ schillende ontwikkelingen van deze omstandig‐ heden. In deze handleiding worden slechts 2 ontwikkelingen beschreven. 0000-GXX-1253-A0

1 Normale boom Een normale boom staat rechtop en heeft een gelijkmatige boomkruin. 11 Met de motorzaag werken Nederlands 0458-795-9621-C 1372 Overhangende boom Een overhangende boom staat schuin en heeft een boomkruin die in de velrichting is gericht.

11.4.7 Normale boom met kleine stamdiame‐

ter vellen Een normale boom wordt geveld door middel van een velsnede met veiligheidsband. Deze vel‐ snede moet worden uitgevoerd als de stamdia‐ meter kleiner is dan de werkelijke zaagblad‐ lengte van de motorzaag. ► Waarschuwing roepen. 0000-GXX-1254-A0

► Het zaagblad insteken in de velsnede tot dit aan de andere zijde van de stam weer zicht‐ baar is, 11.4.5. ► De kam achter de breuklijst plaatsen en als draaipunt gebruiken. ► De velsnede maken in de richting van de breuklijst. ► De velsnede maken in de richting van de vei‐ ligheidsband.

0000-GXX-4450-A0 ► Velwig aanbrengen. De velwig moet bij de stamdiameter en de breedte van de velsnede passen. ► Waarschuwing roepen. ► Veiligheidsband met uitgestrekte armen, van buitenaf en horizontaal in het vlak van de vel‐ snede doorzagen. De boom valt.

11.4.8 Normale boom met grote stamdiame‐

ter vellen Een normale boom wordt geveld door middel van een velsnede met veiligheidsband. Deze vel‐ snede moet worden uitgevoerd als de stamdia‐ meter groter is dan de werkelijke zaagbladlengte van de motorzaag. ► Waarschuwing roepen.

0000-GXX-4451-A0 ► Kam ter hoogte van de velsnede aanbrengen en als draaipunt gebruiken. ► Motorzaag horizontaal in de velsnede geleiden en zo ver mogelijk zwenken. ► De velsnede maken in de richting van de breuklijst. ► De velsnede maken in de richting van de vei‐ ligheidsband. ► Wisselen naar de tegenoverliggende zijde van de stam. ► Zaagblad in hetzelfde vlak in de velsnede ste‐ ken. ► De velsnede maken in de richting van de breuklijst. ► De velsnede maken in de richting van de vei‐ ligheidsband.

0000-GXX-4452-A0 ► Velwig aanbrengen. De velwig moet bij de stamdiameter en de breedte van de velsnede passen. ► Waarschuwing roepen. ► Veiligheidsband met uitgestrekte armen, van buitenaf en horizontaal in het vlak van de vel‐ snede doorzagen. De boom valt.

11.4.9 Overhangende boom met kleine stam‐

diameter vellen Een overhangende boom wordt door middel van een velsnede met borglijst geveld. Deze vel‐ snede moet worden uitgevoerd als de stamdia‐ meter kleiner is dan de werkelijke zaagblad‐ lengte van de motorzaag. Nederlands 11 Met de motorzaag werken 138 0458-795-9621-C► Waarschuwing roepen. 0000-GXX-1258-A0

► Het zaagblad insteken in de velsnede tot dit aan de andere zijde van de stam weer zicht‐ baar is, 11.4.5. ► De velsnede maken in de richting van de breuklijst. ► De velsnede maken in de richting van de borg‐ lijst. 0000-GXX-4453-A0 ► Waarschuwing roepen. ► De borglijst met uitgestrekte armen van bui‐ tenaf en schuin van boven doorzagen. De boom valt.

11.4.10 Overhangende boom met grote stam‐

diameter vellen Een overhangende boom wordt geveld door mid‐ del van een velsnede met borglijst. Deze vel‐ snede moet worden uitgevoerd als de stamdia‐ meter groter is dan de werkelijke zaagbladlengte van de motorzaag. ► Waarschuwing roepen.

0000-GXX-4454-A0 ► Kam ter hoogte van de velsnede achter de borglijst aanbrengen en als draaipunt gebrui‐ ken. ► Motorzaag horizontaal in de velsnede geleiden en zo ver mogelijk zwenken. ► De velsnede maken in de richting van de breuklijst. ► De velsnede maken in de richting van de borg‐ lijst. ► Wisselen naar de tegenoverliggende zijde van de stam. ► Kam ter hoogte van de velsnede achter de breuklijst aanbrengen en als draaipunt gebrui‐ ken. ► Motorzaag horizontaal in de velsnede geleiden en zo ver mogelijk zwenken. ► De velsnede maken in de richting van de breuklijst. ► De velsnede maken in de richting van de borg‐ lijst. 0000-GXX-4455-A0 ► Waarschuwing roepen. ► De borglijst met uitgestrekte armen van bui‐ tenaf en schuin van boven doorzagen. De boom valt. 12 Na de werkzaamheden

12.1 Na de werkzaamheden

► Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inscha‐ kelen en accu eruit nemen. ► Als de kettingzaag nat is: de kettingzaag laten drogen. ► Als de accu nat is: de accu laten drogen. ► Kettingzaag reinigen. ► Zaagblad en zaagketting reinigen. ► Vleugelmoer losdraaien. ► Spantandwiel 2 slagen linksom draaien. De zaagketting is ontspannen. ► Vleugelmoer vastdraaien. ► Kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt. ► Accu reinigen. 13 Vervoeren

13.1 Kettingzaag vervoeren

► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐ len en accu eruit nemen. ► De kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt. 12 Na de werkzaamheden Nederlands 0458-795-9621-C 139Kettingzaag dragen ► Kettingzaag met de rechterhand zo op de draagbeugel dragen dat het zaagblad naar achteren is gericht. Kettingzaag in een voertuig vervoeren ► De kettingzaag zo borgen dat deze niet kan kantelen en verschuiven.

► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐ len en accu eruit nemen. ► Controleren of de accu in een veilige, goede staat verkeert. ► Accu zo verpakken dat aan de volgende voor‐ waarden wordt voldaan:

De verpakking is niet elektrisch geleidend.

De accu kan in de verpakking niet schuiven. ► De verpakking zo zekeren, dat deze niet kan verschuiven. De accu valt onder de eisen die worden gesteld aan het transport van gevaarlijke goederen. De accu is als UN 3480 (lithium-ionen-accu's) geclassificeerd en werd conform het UN hand‐ boek Prüfungen und Kriterien Teil III (Tests en criteria deel III), sub 38.3, gecontroleerd/getest. De transportvoorschriften zijn onder www.stihl.com/safety-data-sheets weergegeven. 14 Opslaan

14.1 Kettingzaag opslaan

► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐ len en accu eruit nemen. ► De kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt. ► Berg de kettingzaag zo op dat aan de vol‐ gende voorwaarden wordt voldaan:

De kettingzaag bevindt zich buiten het bereik van kinderen.

De kettingzaag is schoon en droog. ► Indien de kettingzaag langer dan 30 dagen wordt opgeborgen: zaagblad en zaagketting demonteren.

STIHL adviseert, de accu bij een laadtoestand tussen 40 % en 60 % (2 groen brandende leds) op te slaan. ► De accu zo opslaan dat aan de volgende voor‐ waarden wordt voldaan:

De accu bevindt zich buiten het bereik van kinderen.

De accu bevindt zich in een gesloten ruimte.

De accu is losgekoppeld van de kettingzaag en de acculader.

De accu zit in een elektrisch niet geleidende verpakking.

De accutemperatuur ligt tussen de ‑ 10 °C en + 50 °C. 15 Reinigen

15.1 Kettingzaag reinigen

► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐ len en accu eruit nemen. ► Kettingzaag met een vochtige doek of STIHL harsoplosmiddel reinigen. ► De ventilatiesleuven met een kwast reinigen. ► Kettingtandwieldeksel uitbouwen. ► Gebied rondom het kettingtandwiel met een vochtige doek of STIHL harsoplosmiddel reini‐ gen. ► Vreemde voorwerpen uit de accuschacht ver‐ wijderen en de accuschacht met een vochtige doek reinigen. ► Elektrische contacten in de accuschacht met een kwast of een zachte borstel reinigen. ► Kettingtandwieldeksel monteren.

15.2 Zaagblad en zaagketting reini‐

gen ► Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inscha‐ kelen en accu eruit nemen. ► Zaagblad en zaagketting uitbouwen.

0000-GXX-3107-A0 ► Oliekanaal (1), olietoevoerboring (2) en groef (3) met een kwast, een zachte borstel of STIHL harsoplosmiddel reinigen. ► Zaagketting met een kwast, een zachte borstel of STIHL harsoplosmiddel reinigen. ► Zaagblad en zaagketting monteren.

► De accu met een vochtige doek reinigen. 16 Onderhoud

16.1 Onderhoudsintervallen

Onderhoudsintervallen zijn afhankelijk van de omgevings- en werkomstandigheden. Nederlands 14 Opslaan 140 0458-795-9621-CSTIHL adviseert de volgende onderhoudsinter‐ vallen: Kettingrem ► De kettingrem met de volgende intervallen door een STIHL dealer laten onderhouden:

Continu gebruik: elk kwartaal

Periodiek gebruik: halfjaarlijks

Incidenteel gebruik: jaarlijks Wekelijks ► Kettingtandwiel controleren. ► Zaagblad controleren en ontbramen. ► Zaagketting controleren en aanscherpen/slij‐ pen. Maandelijks ► Olietank door een STIHL dealer laten reinigen.

16.2 Bramen verwijderen van zaag‐

blad Aan de buitenzijde van het zaagblad kan een braam worden gevormd. ► Braam met behulp van een platte vijl of een STIHL zaagbladrichter verwijderen. ► Als één en ander niet duidelijk is: verzoeken wij u contact op te nemen met een STIHL dea‐ ler.

16.3 Zaagketting slijpen

Het vraagt veel oefening zaagkettingen correct aan te scherpen/slijpen. STIHL vijlen, STIHL vijlhouders, STIHL slijpappa‐ raten en de brochure "STIHL zaagkettingen aan‐ scherpen/slijpen" helpen om de zaagketting cor‐ rect aan te scherpen/slijpen. De brochure is via www.stihl.com/sharpening-brochure beschik‐ baar. STIHL adviseert de zaagkettingen door een STIHL dealer te laten aanscherpen/slijpen. WAARSCHUWING ■ De zaagtanden van de zaagketting zijn scherp. De gebruiker kan zich verwonden. ► Werkhandschoenen van een slijtvast mate‐ riaal dragen. 0000-GXX-1219-A0 ► Elke zaagtand met behulp van een ronde vijl zo vijlen dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

De ronde vijl past bij de steek van de zaag‐ ketting.

De ronde vijl wordt van binnen naar buiten geleid.

De ronde vijl wordt haaks ten opzichte van het zaagblad gehouden.

De aanscherphoek van 30° wordt aange‐ houden. 0000-GXX-1220-A1 ► Dieptebegrenzer met behulp van een vlakke vijl zo vijlen dat deze gelijkligt met het STIHL vijlkaliber en evenwijdig aan de slijtage‐ markering. Het STIHL vijlkaliber moet passen bij de steek van de zaagketting. ► Als er onduidelijkheden zijn: contact opnemen met een STIHL dealer. 17 Repareren

17.1 Kettingzaag en accu repareren

De gebruiker kan de kettingzaag, het zaagblad, de zaagketting en de accu niet zelf repareren. ► Als de kettingzaag, het zaagblad of de zaag‐ ketting zijn beschadigd: de kettingzaag, het zaagblad of de zaagketting niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. ► Als de accu defect of beschadigd is: de accu vervangen. 17 Repareren Nederlands 0458-795-9621-C 14118 Storingen opheffen

18.1 Storingen in de kettingzaag of de accu opheffen

Storing Leds op de accu Oorzaak Oplossing De kettingzaag loopt bij het inschakelen niet aan. 1 led knippert groen. De laadtoestand van de accu is te laag. ► De accu volledig laden, zoals in de gebruiksaanwijzing van de acculader STIHL AL 101, 300, 500 staat beschre‐ ven. 1 led brandt rood. De accu is te warm of te koud. ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. ► Laat de accu afkoelen of opwarmen. 3 leds knippe‐ ren rood. In de kettingzaag zit een storing. ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. ► Elektrische contacten in de accuschacht reinigen. ► De accu plaatsen. ► Kettingrem lossen. ► Kettingzaag inschakelen. ► Als er nog steeds 3 leds rood knipperen: de kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. 3 leds branden rood. De kettingzaag is te warm. ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. ► De kettingzaag laten afkoelen. 4 leds knippe‐ ren rood. In de accu bevindt zich een storing. ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen en opnieuw aanbrengen. ► Kettingrem lossen. ► Kettingzaag inschakelen. ► Als er nog steeds 4 leds rood knipperen: de accu niet gebruiken en contact opne‐ men met een STIHL dealer. De elektrische aans‐ luiting tussen de ket‐ tingzaag en de accu is onderbroken. ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. ► Elektrische contacten in de accuschacht reinigen. ► De accu plaatsen. De kettingzaag of de accu zijn vochtig. ► De kettingzaag of accu laten drogen. De kettingzaag schakelt tijdens het gebruik uit. 3 leds branden rood. De kettingzaag is te warm. ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. ► De kettingzaag laten afkoelen. Er is sprake van een elektrische storing. ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen en opnieuw aanbrengen. ► Kettingzaag inschakelen. De werktijd van de kettingzaag is te kort. De accu is niet volle‐ dig geladen. ► De accu volledig laden, zoals in de gebruiksaanwijzing van de acculader STIHL AL 101, 300, 500 staat beschre‐ ven. De levensduur van de accu is overschreden. ► Vervang de accu. Bij het zaagge‐ bied wordt rook gevormd of is een brandlucht aanwezig. De zaagketting is niet correct aangescherpt/ geslepen. Zaagketting correct aanscherpen/slijpen. In de olietank zit te weinig zaagkettingo‐ lie. Zaagkettingolie bijvullen. Nederlands 18 Storingen opheffen 142 0458-795-9621-CStoring Leds op de accu Oorzaak Oplossing De kettingsmering geeft te weinig zaag‐ kettingolie af. De kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. De zaagketting is te strak gespannen. Zaagketting correct spannen. De kettingzaag wordt niet correct gebruikt. De werking laten toelichten en oefenen. 19 Technische gegevens

Gewicht zonder accu, zaagblad en zaagket‐ ting: 2,9 kg

Maximale inhoud olietank: 210 cm³ (0,21 l) De werktijd staat onder www.stihl.com/battery- life weergegeven.

19.2 Kettingtandwielen en ketting‐

snelheden De volgende kettingtandwielen kunnen worden gemonteerd: 6-tands voor 3/8" P

19.3 Minimale groefdiepte van de

zaagbladen De minimale groefdiepte is afhankelijk van de steek van het zaagblad.

Capaciteit in Ah: zie typeplaatje

Aantal ampère-uren in Wh: zie typeplaatje

Gewicht in kg: zie typeplaatje

Toelaatbaar temperatuurbereik voor gebruik en opslag: - 10 °C tot + 50 °C

19.5 Geluids- en trillingswaarden

De K-waarde voor het geluidsdrukniveau bedraagt 2 dB(A). De K-waarde voor het geluids‐ vermogenniveau bedraagt 2 dB(A). De K- waarde voor de trillingswaarden bedraagt 2 m/s².

gemeten volgens EN 60745‑2‑13:

Draagbeugel: 4,8 m/s² De aangeven trillingswaarden zijn volgens een gestandaardiseerde testprocedure gemeten en kunnen ter vergelijking van elektrische apparaten worden geraadpleegd. De daadwerkelijk optre‐ dende trillingswaarden kunnen afhankelijk van de manier van gebruik afwijken van de aangege‐ ven waarden. De aangegeven trillingswaarden kunnen worden gebruikt voor een eerste inschat‐ ting van de trillingsbelasting. De daadwerkelijke trillingsbelasting moet worden ingeschat. Daarbij kan ook rekening worden gehouden met de tij‐ den waarop het elektrische apparaat is uitge‐ schakeld en die waarin het weliswaar is inge‐ schakeld, maar zonder belasting draait. Informatie over het voldoen aan de EG-richtlijn 2002/44/EG inzake trillingen is op www.stihl.com/vib aangegeven.

REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, classificatie en vrijgave van chemica‐ liën. Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACH-voorschrift is onder www.stihl.com/reach weergegeven. 19 Technische gegevens Nederlands 0458-795-9621-C 14320 Combinaties van zaagbladen en zaagkettingen

20.1 Kettingzagen STIHL MSA 220 C

Steek Dikte aand‐ rijfschakel/ groefbreedte Lengte Zaagblad Aantal tan‐ den neu‐ standwiel Aantal aand‐ rijfschakels Zaagketting 3/8“ P 1,3 mm 30 cm Rollomatic E Rollomatic E light

3/8“PS3 35 cm 50 40 cm 55 30 cm 44 3/8“PS35 cm 50 40 cm 55 30 cm 44 3/8“PM335 cm 50 40 cm 55 30 cm 44 3/8“PD335 cm 50 40 cm 55 De zaaglengte van een zaagblad is afhankelijk van de gebruikte kettingzaag en zaagketting. De wer‐ kelijke zaaglengte van een zaagblad kan kleiner zijn dan de vermelde lengte. 21 Onderdelen en toebehoren

21.1 Onderdelen en toebehoren

Deze symbolen kenmerken de origi‐ nele STIHL onderdelen en het originele STIHL toebehoren. STIHL adviseert alleen originele STIHL onderde‐ len en origineel STIHL toebehoren te gebruiken. Reserveonderdelen en toebehoren van andere fabrikanten kunnen door STIHL wat betreft betrouwbaarheid, veiligheid en geschiktheid ondanks continue marktobservatie niet worden beoordeeld en STIHL kan ook niet borg staan voor het gebruik ervan. Originele STIHL onderdelen en origineel STIHL toebehoren zijn leverbaar via de STIHL dealer. 22 Milieuverantwoord afvoe‐ ren

22.1 Kettingzaag en accu afvoeren

Informatie over de afvoer is verkrijgbaar bij de gemeente of bij een STIHL dealer. Een onjuiste afvoer kan schadelijk zijn voor de gezondheid en voor het milieu. ► De STIHL producten inclusief de verpakking volgens de plaatselijke voorschriften bij een geschikt verzamelpunt voor recycling inleve‐ ren. ► Niet bij het huisvuil afvoeren. 23 EU-conformiteitsverklaring

ANDREAS STIHL AG & Co. KG Badstraße 115 D-71336 Waiblingen Duitsland verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat

Constructie: Accukettingzaag

Type: MSA 220 C, serie-identificatie: 1251 voldoet aan de betreffende bepalingen van de richtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG, 2014/30/EU en 2000/14/EG en in overeenstemming met de ten tijde van de productiedatum geldende ver‐ sies van de volgende normen is ontwikkeld en geproduceerd: EN 55014‑1, EN 55014‑2, EN 60745‑1 en EN 60745‑2‑13. De EG-typegoedkeuring werd uitgevoerd aan de hand van de richtlijn 2006/42/EG, art. 12.3(b) door: VDE Prüf- u. Zertifizierungsinstitut (keu‐ rings- en certificeringsinstituut) (NB 0366), Meri‐ anstraße 28, 63069 Offenbach, Duitsland

Certificeringsnummer: 40048369 Voor het bepalen van het gemeten en het gega‐ randeerde geluidsvermogenniveau werd gehan‐ deld volgens de richtlijn 2000/14/EG, bijlage V. Nederlands 20 Combinaties van zaagbladen en zaagkettingen

Gegarandeerd geluidvermogensniveau: 104 dB(A) De technische documentatie wordt bij de pro‐ ductgoedkeuring van ANDREAS STIHL AG & Co. KG bewaard. Het productiejaar, het productieland en het machinenummer staan vermeld op de ketting‐ zaag. Waiblingen, 3-2-2020 ANDREAS STIHL AG & Co. KG Bij volmacht Dr. Jürgen Hoffmann, hoofd van de afdeling pro‐ ductgoedkeuring, -regelgeving 24 UKCA-conformiteitsverkla‐ ring

ANDREAS STIHL AG & Co. KG Badstraße 115 D-71336 Waiblingen Duitsland verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat

Constructie: Accukettingzaag

Certificeringsnummer: ITS UK MCR 37 Voor het bepalen van het gemeten en het gega‐ randeerde geluidsvermogenniveau werd gehan‐ deld volgens de Britse richtlijn Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001, Schedule 8. MSA 220 C

Gegarandeerd geluidvermogensniveau: 104 dB(A) De technische documentatie wordt bij ANDREAS STIHL AG & Co. KG bewaard. Het productiejaar, het productieland en het machinenummer staan vermeld op de ketting‐ zaag. Waiblingen, 31-3-2022 ANDREAS STIHL AG & Co. KG Bij volmacht Dr. Jürgen Hoffmann, hoofd van de afdeling pro‐ ductgoedkeuring, -regelgeving 25 Algemene veiligheidswaar‐ schuwingen voor elektri‐ sche gereedschappen

In dit hoofdstuk staan de algemene veiligheidsin‐ structies volgens de norm EN/IEC 62841 voor handgeleide, door een elektromotor aangedre‐ ven gereedschappen. STIHL moet deze teksten afdrukken. De onder "Elektrische veiligheid" beschreven vei‐ ligheidsinstructies ter voorkoming van elektrische schokken gelden niet voor de STIHL accupro‐ ducten. 24 UKCA-conformiteitsverklaring Nederlands

0458-795-9621-C 145WAARSCHUWING

■ Lees alle veiligheidsinstructies, voorschriften, illustraties en technische gegevens, waarvan dit elektrische gereedschap is voorzien. Als de hierna volgende instructies niet worden opge‐ volgd, kan dit leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle veilig‐ heidsaanwijzingen en voorschriften voor toe‐ komstig gebruik. Het in de veiligheidsaanwijzingen gebruikte begrip 'elektrisch gereedschap' heeft betrekking op elektrisch gereedschap voor aansluiting op het lichtnet (met netkabel) of op elektrisch gereedschap dat als energiebron een accu heeft (zonder netkabel).

25.2 Veiligheid op de werkplek

Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelig of onverlicht werkge‐ bied kan leiden tot ongevallen.

Niet met elektrisch gereedschap werken in een omgeving waar explosiegevaar bestaat en waarin zich brandbare vloeistoffen, gas‐ sen of stoffen bevinden. Elektrisch gereed‐ schap genereert vonken die stof of dampen tot ontsteking kunnen brengen.

Houd kinderen en andere personen tijdens het werken met elektrisch gereedschap op afstand. Als de aandacht wordt afgeleid, kunt u de controle over het elektrische gereed‐ schap verliezen.

De aansluitsteker van het elektrische gereedschap moet in de contactdoos pas‐ sen. Aan de steker mogen op geen enkele wijze wijzigingen worden aangebracht. Gebruik geen verloopstekers in combinatie met geaard elektrisch gereedschap. Onge‐ wijzigde stekers en passende contactdozen beperken het risico op een elektrische schok.

Voorkom lichaamscontact met geaarde oppervlakken, zoals bijvoorbeeld buizen, ver‐ warmingen, fornuizen en koelkasten. Er is een hoger risico op een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is.

Bescherm elektrisch gereedschap tegen regen of vocht. Het binnendringen van water/ vocht in elektrisch gereedschap verhoogt de kans op een elektrische schok.

Gebruik de netkabel niet voor andere doel‐ einden. Gebruik de netkabel nooit om het elektrische gereedschap te dragen of te trek‐ ken of om de stekker uit het stopcontact te trekken. De netkabel uit de buurt houden van hittebronnen, olie, scherpe randen of bewe‐ gende onderdelen. Beschadigde of in de war geraakte aansluitkabels verhogen de kans op een elektrische schok.

Bij het in de open lucht werken met elek‐ trisch gereedschap, alleen verlengkabels gebruiken die geschikt zijn voor gebruik bui‐ tenshuis. Het gebruik van voor buiten geschikte verlengkabels beperkt het risico op een elektrische schok.

Als werken met elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving onvermijdelijk is, maak dan gebruik van een aardlekschake‐ laar. Het gebruik van een aardlekschakelaar verkleint de kans op een elektrische schok.

25.4 Veiligheid van personen

Wees alert, let goed op wat u doet en ga met overleg te werk bij het werken met elektrisch gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap als u moe of onder de invloed van drugs, alcohol of medicijnen bent. Eén moment van onoplettendheid bij het gebruik van het elektrische gereedschap kan leiden tot ernstig letsel.

Draag persoonlijke beschermende uitrusting en altijd een veiligheidsbril. Draag altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermende uitrusting zoals een stofmas‐ ker, werkschoenen met stroeve zool, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het elektrische gereedschap, vermindert de kans op letsel.

Voorkom het per ongeluk inschakelen. Con‐ troleer of het elektrische gereedschap is uit‐ geschakeld voordat de steker in de contact‐ doos wordt gestoken en/of de accu wordt aangesloten, het gereedschap wordt opge‐ pakt of gedragen. Als bij het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar ligt of als het elektrisch gereed‐ schap ingeschakeld op het lichtnet wordt aangesloten, kan dit leiden tot ongevallen.

Afstelgereedschap of schroefsleutels verwij‐ deren voordat het elektrische gereedschap wordt ingeschakeld. Afstelgereedschap of een sleutel dat/die in een draaiend deel van het elektrische gereedschap zit, kan leiden tot letsel. Nederlands 25 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappen 146 0458-795-9621-Ce) Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stabiele houding en bewaar altijd het evenwicht. Hierdoor kan het elektri‐ sche gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle worden gehouden.

Geschikte kleding dragen. Draag geen los‐ hangende kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, sieraden of lange haren kunnen blijven haken aan bewe‐ gende delen.

Als er een stofafzuig- en -opvanginrichting moet worden gemonteerd, moeten deze wor‐ den aangesloten en correct worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiginrichting beperkt het gevaar door stof.

Wees alert, voorkom een vals gevoel van veiligheid en lap de veiligheidsregels voor elektrisch gereedschap niet aan uw laars, ook als u na veelvuldig gebruik volledig ver‐ trouwd bent met elektrisch gereedschap. Achteloos handelen kan binnen een fractie van een seconde tot zwaar letsel leiden.

25.5 Gebruik en behandeling van

het elektrische gereedschap

Het elektrische gereedschap niet overbelas‐ ten. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bestemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aange‐ geven capaciteitsbereik.

Geen elektrisch gereedschap gebruiken waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.

Trek de steker uit de contactdoos en/of ver‐ wijder de uitneembare accu alvorens afstel‐ werkzaamheden uit te voeren, toebehoren te vervangen of het apparaat op te bergen. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt het onbedoeld aanlopen van het elektrische gereedschap.

Niet-gebruikt elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen opbergen. Elektrisch gereedschap niet laten gebruiken door per‐ sonen die er niet mee vertrouwd zijn of die de instructies niet hebben gelezen. Elek‐ trisch gereedschap is gevaarlijk als dit door onervaren personen wordt gebruikt.

Elektrisch gereedschap en toebehoren zorg‐ vuldig onderhouden. Controleer of de bewe‐ gende delen correct functioneren en dat deze niet klemmen, gebroken of beschadigd zijn omdat hierdoor de werking van het elek‐ trische gereedschap nadelig wordt beïn‐ vloed. Beschadigde onderdelen voor het gebruik van het elektrische gereedschap laten repareren. Vele ongevallen zijn te wij‐ ten aan slecht onderhouden elektrisch gereedschap.

De messen scherp en schoon houden. Zorg‐ vuldig geslepen messen met scherpe snij‐ kanten klemmen minder snel en zijn gemak‐ kelijker te hanteren.

Elektrisch gereedschap, toebehoren, wissel‐ gereedschap enz. volgens deze instructies gebruiken. Hierbij op de arbeidsomstandig‐ heden en de uit te voeren werkzaamheden letten. Het gebruik van elektrisch gereed‐ schap voor andere dan de bedoelde toepas‐ singen kan tot gevaarlijke situaties leiden.

Houd de handgrepen en handgreepvlakken, schoon en olie- en vetvrij. Gladde handgre‐ pen en handgreepvlakken staan een veilige bediening en controle over het elektrische gereedschap in onvoorziene situaties in de weg.

25.6 Gebruik en behandeling van

Laad de accu’s alleen met acculaders die door de fabrikant worden geadviseerd. Met een acculader die geschikt is voor een bepaald type accu is er kans op brandgevaar als deze wordt gebruikt voor een ander type accu.

Gebruik alleen de daarvoor bedoelde accu’s in de elektrische gereedschappen. Het gebruik van andere accu’s kan leiden tot let‐ sel en brandgevaar.

De niet-gebruikte accu uit de buurt houden van paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwer‐ pen waarmee de contacten kunnen worden overbrugd. Kortsluiting tussen de accucon‐ tacten kan leiden tot brandwonden of brand.

Bij verkeerd gebruik kan accuvloeistof uit de accu weglekken. Contact hiermee voorko‐ men. Bij toevallig contact, met water afspoe‐ len. Als de accuvloeistof in de ogen komt bovendien een arts raadplegen. Weglek‐ kende accuvloeistof kan leiden tot huidirrita‐ ties of brandwonden. 25 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappen Nederlands 0458-795-9621-C 147e) Gebruik geen beschadigde accu's of accu's waaraan wijzigingen zijn aangebracht. Beschadigde of gewijzigde accu's kunnen zich onvoorspelbaar gedragen en leiden tot kans op explosie of letsel.

Stel een accu niet bloot aan vuur of hoge temperaturen. Vuur of temperaturen boven de 130 °C (265 °F) kunnen leiden tot explo‐ sies.

Volg alle instructies met betrekking tot het laden op en laad de accu of het accugereed‐ schap nooit op buiten het in de handleiding genoemde temperatuurbereik. Verkeerd laden of laden buiten het vrijgegeven tempe‐ ratuurbereik kan de accu beschadigen en kans op brand verhogen.

Laat elektrisch gereedschap alleen repare‐ ren door gekwalificeerd en vakkundig perso‐ neel en alleen met originele vervangingson‐ derdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het elektrische apparaat behouden blijft.

Voer geen onderhoudswerkzaamheden uit aan beschadigde accu's. Al het onderhoud aan accu's mag alleen door de fabrikant of een hiertoe gemachtigd bedrijf worden uitge‐ voerd.

25.8 Veiligheidsinstructies voor ket‐

tingzagen Algemene veiligheidsinstructies voor kettingza‐ gen

Houd bij draaiende zaagketting alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagket‐ ting. Controleer voor het starten of de zaag‐ ketting nergens tegenaan ligt. Bij werkzaam‐ heden met een kettingzaag kan een moment van onachtzaamheid ertoe leiden dat de kle‐ ding of lichaamsdelen door de zaagketting worden gegrepen.

Houd de kettingzaag altijd met de rechter‐ hand op de achterste handgreep en de lin‐ kerhand op de voorste handgreep vast. Het vasthouden van de kettingzaag in de omge‐ keerde werkhouding verhoogt het risico op letsel en mag dan ook niet worden toege‐ past.

Houd de kettingzaag alleen vast bij de geïso‐ leerde handgrepen, omdat de zaagketting verborgen elektrische kabels kan raken. Het contact van de zaagketting met een onder spanning staande kabel kan de metalen delen van het apparaat onder spanning zet‐ ten en leiden tot een elektrische schok.

Draag oogbescherming. Verdere bescher‐ mende uitrusting voor het gehoor, hoofd, de handen, benen en voeten wordt geadvi‐ seerd. Geschikte veiligheidskleding redu‐ ceert het risico op letsel door rondvliegende spanen en onbedoeld contact met de zaag‐ ketting.

Met de kettingzaag niet in een boom, op een ladder, een dak of onstabiele draagvlakken werken. Bij het werken op een dergelijke manier is er kans op letsel.

Let altijd op een veilige houding en gebruik de kettingzaag alleen als u stevig op een sta‐ biele en veilige ondergrond staat. Een gladde ondergrond en een instabiel draag‐ vlak, zoals op een ladder kunnen leiden tot het verlies van de controle over de ketting‐ zaag.

Houd er bij het doorzagen van een onder spanning staande tak rekening mee dat deze terugveert. Als de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de onder spanning staande tak degene die met de zaag werkt raken en/of de controle over de kettingzaag doen verlie‐ zen.

Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen van kreupelhout en jonge bomen. Het dunne materiaal kan vastlopen in de zaagketting en tegen u aanslaan of u uit evenwicht brengen.

Draag de kettingzaag aan de voorste hand‐ greep in uitgeschakelde staat, houd de zaag‐ ketting van het lichaam afgewend. Bij trans‐ port of opslag van de kettingzaag altijd de beschermer aanbrengen. Het voorzichtig omgaan met de kettingzaag reduceert de kans op een onbedoeld contact met de draaiende zaagketting.

Volg de instructies voor de smering, de ket‐ tingspanning en het vervangen van de zaag‐ ketting. Een ondeskundig gespannen of gesmeerde ketting kan breken of de kans op terugslag aanzienlijk verhogen.

Alleen hout zagen. De kettingzaag niet gebruiken voor werkzaamheden waarvoor deze niet is bedoeld. Bijvoorbeeld: gebruik de kettingzaag niet voor het zagen van metaal, plastic, metselwerk of bouwmateria‐ len die niet van hout zijn. Het gebruik van de kettingzaag voor werkzaamheden waarvoor Nederlands 25 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappen 148 0458-795-9621-Cdeze niet is bedoeld kan leiden tot gevaar‐ lijke situaties.

Niet proberen een boom te vellen voordat u een helder inzicht hebt in de risico's en de vermijding ervan. Tijdens het vellen van de boom kan zwaar letsel ontstaan voor de gebruiker of omstanders.

Volg alle aanwijzingen wanneer u de ketting‐ zaag ontdoet van opgehoopt materiaal, deze opbergt of hieraan onderhoudswerkzaamhe‐ den uitvoert. Controleer of de schakelaar is uitgeschakeld en de accu is verwijderd. Een onverwachte inschakeling van de ketting‐ zaag tijdens het verwijderen van materiaalo‐ phopingen of tijdens onderhoudswerkzaam‐ heden kan ernstig letsel veroorzaken.

25.9 Oorzaak en voorkomen van

een terugslag Terugslag kan optreden als de neus van het zaagblad een obstakel raakt of als het hout door‐ buigt en de zaagketting in de zaagsnede vast‐ klemt. Contact met de zaagbladneus kan in vele geval‐ len tot een onverwachte, naar achteren gerichte reactie leiden, waarbij het zaagblad naar boven en in de richting van degene die de zaag bedient, wordt geslagen. Het vastklemmen van de zaagketting aan de bovenzijde van het zaagblad kan het zaagblad bliksemsnel terugstoten in de richting van degene die ermee werkt. Elk van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en mogelijk zwaar letsel oploopt. Vertrouw niet alleen op de in de kettingzaag ingebouwde veiligheidsinrichtingen. Als gebruiker van een kettingzaag moet u ver‐ schillende maatregelen nemen om zo een onge‐ val en letsel te voorkomen. Een terugslag is het gevolg van verkeerd of onjuist gebruik van het elektrische gereedschap. Dit kan door geschikte voorzorgsmaatregelen, zoals hierna staat beschreven, worden voorko‐ men:

Houd de zaag met beide handen vast, waarbij de duim en de vingers de handgrepen van de kettingzaag omsluiten. Breng uw lichaam en de armen in een stand waarmee u de terug‐ slagkracht kunt opvangen. Als de juiste maat‐ regelen zijn genomen, kan degene die de zaag bedient de terugslagkrachten beheersen. Nooit de kettingzaag loslaten.

Voorkom een abnormale lichaamshouding en zaag nooit boven schouderhoogte. Hierdoor wordt een onbedoeld contact met de zaag‐ bladneus voorkomen en is een betere controle over de kettingzaag in onverwachte situaties mogelijk.

Monteer altijd de door de fabrikant voorge‐ schreven vervangingszaagbladen en zaagket‐ tingen. Verkeerde vervangingszaagbladen en zaagkettingen kunnen leiden tot het breken van de ketting en/of terugslag.

Volg de instructies van de fabrikant voor het slijpen en het onderhoud van de zaagketting op. Een te lage dieptebegrenzer verhoogt de neiging tot terugslag. 25 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappen Nederlands 0458-795-9621-C 149Nederlands 25 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappen 150 0458-795-9621-C25 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappen Nederlands 0458-795-9621-C 151www.stihl.com *04587959621C* *04587959621C* 0458-795-9621-C 0458-795-9621-C